In het evangelie van Matteüs wordt veel verteld over hoe Jezus mensen toespreekt. Je kunt zeggen dat het evangelie gestructureerd is aan de hand van vijf grote ‘redevoeringen’ van Jezus. De eerste daarvan is de Bergrede, waarover verteld wordt in Matteüs 5-7. In deze periode lezen we onder andere uit de tweede grote toespraak, waarin Jezus zijn leerlingen uitzendt (Matteüs 10). Jezus geeft zijn leerlingen instructies voor onderweg en Hij vertelt ook aan de omstanders wat hen te doen staat. Het thema van deze periode is: Let op mijn woorden!
Dit blok begint op de zondag na Pinksteren. Op deze zondag staat de drie-eenheid van Vader, Zoon en Geest centraal. We lezen dan een verhaal waarin Jezus zijn leerlingen vraagt om mensen te dopen in de naam van de Vader, de Zoon en de heilige Geest. De week daarna horen we over de tollenaar Matteüs die door Jezus geroepen wordt. Ook in deze beide verhalen is het thema van dit blok steeds terug te herkennen. Mensen letten op de woorden van Jezus en daardoor gebeurt er iets.
De uitspraak ‘Let op mijn woorden!’ kan nieuwsgierigheid wekken. Het kan ook een beetje streng of voorspellend klinken: let maar op, zo zal het gaan. Al die aspecten van het thema komen in deze weken naar voren. Ik wens u en de kinderen weer veel inspiratie rond de verhalen van deze periode!
Mattijs Weegenaar (31 mei, 21 en 28 juni)
Werkbladen
Irma Visser
Erik Idema
Vieren en vertellen
Erik Idema (7 juni)
Jolanda van der Marel (31 mei en 5 juli)
Machteld Touwen (14 juni)
In deze periode
02| Zondag 31 mei 2026
| Matteüs 28:16-20
Vertel het verder
Na zijn opstanding vraagt Jezus zijn leerlingen om naar Galilea te komen. Daar geeft Hij hun de opdracht om alle volken tot zijn leerlingen te maken en mensen te dopen in de naam van de Vader, de Zoon en de heilige Geest.
07| Zondag 7 juni 2026
| Matteüs 9:9-13
Vreemde gasten
Jezus roept de tollenaar Matteüs met zich mee. De farizeeën vragen waarom Jezus omgaat met mensen die verkeerde dingen hebben gedaan. Hij legt uit dat Hij juist gekomen is voor mensen die Hem nodig hebben. Gezonde mensen hebben geen dokter nodig, maar zieke mensen wel!
12| Zondag 14 juni 2026
| Matteüs 9:35-10:15
Helden op sandalen
Jezus vertelt het goede nieuws over Gods koninkrijk en maakt zieke mensen beter. Dat doet Hij niet alleen: hij stuurt twaalf leerlingen eropuit om hetzelfde te gaan doen. Ze moeten geen grote reistas met spullen meenemen – wat zij bij zich hebben, is het goede nieuws van Gods toekomst.
17| Zondag 21 juni 2026
| Matteüs 10:16-33
Let op mijn woorden
De leerlingen van Jezus worden eropuit gestuurd om het goede nieuws te gaan vertellen. Dat zal niet altijd gemakkelijk zijn, maar God zal hun de goede woorden geven. Wat zij in het oor gefluisterd krijgen, mogen ze van de daken schreeuwen.
Rubriek Vieren met jongeren: zie www.kindopzondag.nl
22| Zondag 28 juni 2026
| Matteüs 10:34-42
Dit is belangrijk
Als Jezus zijn leerlingen eropuit stuurt om het goede nieuws te vertellen, vertelt Hij ook iets over andere mensen. Zij kunnen ook iets doen om te helpen: als ze de leerlingen van Jezus ontvangen, ontvangen ze Jezus zelf. Als je de deur opendoet voor Jezus, doe je tegelijk de deur open voor God.
27| Zondag 5 juli 2026
| Matteüs 11:25-30
Zwaar leven?
Jezus zegt dat iedereen die vermoeid is en onder lasten gebukt gaat, bij Hem mag komen. Bij Hem vind je werkelijk rust, want zijn juk is zacht en zijn last is licht.
Voorbereiden
Vertel
Matteüs 28:16-20
het verder
WELK VERHAAL LEZEN WE?
Na zijn opstanding vraagt Jezus zijn leerlingen om naar Galilea te komen. Daar geeft Hij hun de opdracht om alle volken tot zijn leerlingen te maken en mensen te dopen in de naam van de Vader, de Zoon en de heilige Geest.
Waarom dit verhaal?
Waarom lezen we acht weken na Pasen nog een verhaal dat zich meteen na de opstanding afspeelt? Dat heeft alles te maken met de naam van deze zondag: Trinitatis (= drie-eenheid). Vorige week hebben we gevierd dat de heilige Geest kwam; vandaag staan we stil bij de drieeenheid van Vader, Zoon en heilige Geest. In het verhaal van vandaag neemt Jezus zelf die formulering in de mond als Hij zegt dat zijn leerlingen mensen moeten gaan dopen in de naam van de Vader, de Zoon en de heilige Geest. Daarom past dit verhaal zo goed op deze zondag, al moeten we er dus wel even voor terug in de tijd naar het verhaal van Pasen.
Wat is er gebeurd?
Matteüs vertelt op zijn eigen manier over het wonder van Pasen. Bij hem geen tuinman zoals in Johannes 20, maar wel een aardbeving en een engel van de Heer, die neerdaalt uit de hemel en de steen wegrolt voor het graf. Die engel vertelt aan de twee Maria’s dat de leerlingen naar Galilea moeten gaan, omdat ze daar Jezus zullen zien. Onderweg verschijnt ook Jezus zelf aan hen, en Hij herhaalt de opdracht: ‘Ga naar Galilea’. Terwijl de leerlingen dat doen, wordt intussen in Jeruzalem druk gesproken over wat er nu precies gebeurd is. We lezen over een soort crisisberaad waarin de hogepriesters en oudsten besluiten om de zaak in de doofpot te stoppen. De soldaten die op wacht stonden, krijgen
een flinke som geld om te verklaren dat het lichaam van Jezus gestolen is. ‘Het is een verhaal dat tot op de dag van vandaag rond gaat,’ zo verklaart Matteüs. Maar de leerlingen zijn intussen in Galilea.
Berg
Ze gaan naar ‘de berg, die Jezus hun had genoemd’ (Matteüs 28:16, vertaling NBV21). Dat is bijzonder: in het gedeelte hiervoor heeft Jezus wel gezegd dat ze naar Galilea moesten gaan, maar hij heeft geen berg genoemd. Ook mogelijk is de vertaling: ‘de berg waar Jezus hen heeft onderricht’. Hoe dan ook: het is duidelijk dat het verhaal bij een berg verdergaat. Na de Bergrede en de verheerlijking op de berg zal opnieuw een berg het decor zijn van een belangrijke gebeurtenis.
Twijfel
Als de leerlingen op die plek komen, zien ze Jezus inderdaad. Ze werpen zich voor Hem neer, al twijfelen sommigen nog. (Aanbidding en twijfel sluiten elkaar blijkbaar niet uit.) Het is de eerste keer dat ze Jezus zien na zijn opstanding. En het lijkt wel alsof hun verhaal met Hem opnieuw begint.
Opdracht
Jezus heeft een opdracht voor zijn leerlingen: ‘Ga op weg, maak alle volken tot mijn leerlingen’. Hij stuurt hen de wereld in, en meteen wordt ook duidelijk dat het verhaal van Jezus niet alleen bestemd is voor de mensen van Israël. Het is voor de hele wereld, voor alle volken. Ook krijgen ze de opdracht om mensen te dopen, ‘in de naam van de Vader, de Zoon en de heilige Geest’. Zoals gezegd past die formulering goed bij deze zondag, waarop de drie-eenheid centraal staat. Het zijn liturgische
31 mei 2026
woorden, die ook steeds opnieuw klinken in de kerk.
Belofte
Het verhaal, en daarmee het hele Matteüs-evangelie, eindigt met een belofte: ‘Ik ben met jullie, al de dagen, tot aan de voleinding van de wereld’. Het zijn woorden om mee op weg te gaan, wetend dat het verhaal van Jezus nooit is afgelopen.
Erik Idema
Vieren Vertel het verder
Matteüs 28:16-20 31 mei 2026
Kindermoment in de kerk
Laat een afbeelding van een klavertje drie zien en vertel het volgende verhaal.
Lang geleden liep Sint Patrick met een groep mensen door de Ierse velden.
Sint Patrick was daar om mensen kennis te laten maken met het christelijk geloof.
‘Dus er is een Vader, een Zoon en een heilige Geest,’ vroeg één van de wandelaars. ‘Hoe zit dat nou dan precies, is het één en de dezelfde of niet?’
Sint Patrick gaf niet gelijk antwoord. Hij keek naar het gras en liep een paar passen. De wandelaars keken elkaar aan; wat doet hij toch?
Opeens boog Sint Patrick zich en zei:
‘Jou moet ik hebben!’ In zijn hand hield hij een klein klavertje met drie kleine blaadjes, een klavertje drie.
‘Kijk,’ zei hij tegen de wandelaars en hij wees naar elk blaadje; ’dit blaadje is de Vader, het tweede blaadje is de Zoon en dit derde blaadje, dat is de heilige Geest.
Ze zijn als drie verschillende blaadjes. Drie blaadjes die samen één klavertje zijn. Het zijn er drie en toch is het één!’
Vertel dat deze zondag de naam Trinitatis heeft. Dat gaat over de Vader, de Zoon en de heilige Geest. Ook in het verhaal van vandaag zullen die namen klinken.
Gebed
Zing samen het volgende lied voorafgaand aan het gebed: Als geen mens meer weet hoe het verder moet, dan weet God het wel en Hij maakt het goed. Tekst en muziek: Erik Idema
Bid dan de volgende woorden: Dank U God, dat U het weet dat U ons de weg wijst ook vandaag. Amen
Zingen
Ga op reis
Ga op reis, je blik gericht op de weg die voor je ligt.
Als een schaduw zal Hij zijn, God zal jouw beschermer zijn.
Struikelen, vallen, niet meer verder kunnen –het zal niet gebeuren.
Eenzaamheid, verlatenheid, felle steken van de zon –
Hij wil het niet.
De maan die je belaagt, gevaar dat je bedreigt –Hij wil het niet, het zal niet gebeuren.
Want Hij is de Heer, beschermt telkens weer en jij wordt niet moe want je gaat naar Hem toe.
Ga op reis, je blik gericht op de weg die voor je ligt. Als een schaduw zal Hij zijn, God zal jouw beschermer zijn.
Tekst: Erik Idema, naar Psalm 121 Muziek: Gerard van Amstel
Werkblad
oOp het werkblad staat een kleurplaat. De kinderen kleuren de plaat in. Jezus heeft de leerlingen toegesproken en zij gaan op weg, de wijde wereld in.
Nodig: kleurpotloden en gelpennen. Werkblad: zie blz. 6.
Lezen en zingen
Trinitatis Jaar A
Lezing uit het Oude Testament Exodus 34:4-9
Antwoordpsalm 150
Epistellezing
2 Korintiërs 13:11-13
Lezing uit het Evangelie Matteüs 28:16-20
Vertellen Vertel het verder
Matteüs 28:16-20 31 mei 2026
Vertelling 4–7 jaar
Verdergaan
Door de heuvels van Galilea loopt een groepje mensen. Ze lopen hier niet zomaar.
Een tijdje geleden, toen het Pasen was, is hun vriend Jezus gestorven. Maar op de derde dag was het graf leeg. Twee vrouwen hebben het gezien. Ze zagen een engel, die zei: ‘Alle leerlingen van Jezus moeten naar Galilea komen. Daar zullen ze Jezus zien.’ En later hebben die twee vrouwen Jezus zelf ook nog gezien. Levend en wel, opgestaan uit de dood. En Jezus zei hetzelfde als de engel: ‘Laat mijn leerlingen naar Galilea gaan. Daar zullen ze Mij zien.’
Daar lopen ze nu, in Galilea. De twee vrouwen voorop. Maar de leerlingen die erachter lopen, vinden het toch een beetje gek. Zou Jezus echt zijn opgestaan uit de dood? Of zouden de vrouwen zich misschien vergist hebben? Zijn ze dan voor niks naar Galilea gegaan?
Na een tijdje komen ze bij een berg. ‘Hier is het,’ zeggen de vrouwen. En op dat moment is Jezus er opeens. Ze zien Hem allemaal. Hij is niet dood, Hij leeft! Maar… hoe kan dat dan? denken de leerlingen. Ze gaan op hun knieën zitten en aanbidden Jezus.
Jezus loopt wat dichter naar ze toe. ‘Mijn verhaal is nog lang niet voorbij,’ zegt Hij. ‘God heeft Mij alle macht gegeven, in de hemel en op de aarde. Daarom moeten jullie op weg gaan. Vertel alle mensen in de wereld wie Ik ben. Jullie mogen ze dopen in de naam van de Vader, de Zoon en de heilige Geest. Daarmee laat je zien wie God is: God is als een Vader die voor zijn kinderen zorgt. Hij is ook dichtbij, als Zoon van God. En Hij is als een kracht die in de mensen werkt. Vertel dat aan de mensen. Vertel dat ze goed voor elkaar moeten zijn. En vergeet nooit: Ik blijf bij jullie. Altijd.’
Even later lopen de leerlingen verder, door de heuvels van Galilea. Ze kunnen nog steeds niet alles begrijpen. Maar een ding weten ze zeker: de vrouwen hebben zich niet vergist. Jezus leeft. Hij blijft altijd bij hen!
Mattijs Weegenaar
Werkvormen
4-7 jaar
lGesprek: De leerlingen gaan de mensen over God vertellen. Wat zullen ze zeggen? Bedenk samen de woorden. Aan wie zou jij die woorden willen zeggen?
pSpel: In de tekst geeft Jezus drie opdrachten: ga op weg, doop de mensen en vertel ze het goede nieuws. Bedenk bij elk een beweging, bijvoorbeeld lopen bij ‘ga’, stilstaan en handen op het hoofd bij ‘doop’ en zitten bij ‘vertel’. Geef de kinderen elke keer een opdracht en laat ze de beweging erbij doen. Voer het tempo steeds meer op.
sCreatief: Vertel het verder, is het thema van vandaag. Laat de kinderen bedenken wat zij uit het verhaal verder willen vertellen en laat hen dit aan elkaar door fluisteren.
8-10 jaar
lGesprek: Hoe denk jij dat de leerlingen op weg zijn gegaan? Waar zullen ze zich zeker over gevoeld hebben en wat zal hen hebben doen twijfelen? Welke woorden van Jezus kunnen hen helpen denk je? Kunnen die woorden jou ook helpen?
sCreatief: Jezus zegt tegen zijn leerlingen dat ze mensen mogen dopen in de naam van de Vader, de Zoon en de heilige Geest. Laat de kinderen een klavertje drie tekenen en in elk blad een van de woorden Vader, Zoon en Geest schrijven. Waar denken ze aan bij deze woorden? Dat schrijven ze erbij. Bekijk en bespreek de resultaten.
pSpel: Laat de kinderen nadenken over welke woorden de leerlingen verder moesten vertellen. Deze woorden fluisteren ze nu om de beurt aan elkaar door. Komt de boodschap goed over?
11-12 jaar
lGesprek: Welke woorden wil jij verder vertellen en waarom?
mZingen: ‘God maakt vrij’, uit Opwekking 720.
Vertelling 8–12 jaar
Een paar weken geleden vierden we Pasen: Gods Zoon werd opgewekt uit de dood. Vorige week, met Pinksteren, hoorden we dat de heilige Geest kwam. Vandaag vieren we dat God bij ons is als Vader, Zoon en heilige Geest. In het verhaal van deze zondag komen we even terug bij het Paasverhaal. We horen hoe Jezus zijn leerlingen vraagt om mensen te dopen in de naam van de Vader, de Zoon en de heilige Geest. Zo vertelde Jezus al vóór Pinksteren over Gods Geest. Vertel vóór het verhaal aan de kinderen dat we even teruggaan naar de periode kort na het paasverhaal.
Ga op weg
De leerlingen van Jezus zitten bij elkaar op een plek onderaan een berg. Het is een plek waar ze vaker zijn geweest. Hier hebben ze vaak met Jezus gezeten en geluisterd naar zijn verhalen over Gods liefde. Maar nu is het allemaal zo anders… Jezus is gestorven en begraven. Op de derde dag zijn twee vrouwen naar het graf van Jezus gegaan. Zij zagen dat het graf leeg was. En ze kregen een opdracht: ‘Alle leerlingen van Jezus moeten naar de berg in Galilea komen. Daar zullen jullie Jezus zien.’
Daar zitten ze nu. Het is er stil. De leerlingen kijken om zich heen. Opeens zien ze Jezus staan. ‘Jezus!’ roept een van de leerlingen. Ze kunnen het bijna niet geloven. Toch vallen ze op hun knieën voor Jezus neer om Hem te aanbidden. Jezus loopt naar de leerlingen toe en zegt: ‘Ik heb alle macht gekregen. Alle macht in de hemel en op de aarde.’ Hij wijst naar zijn leerlingen. ‘Ga op weg. Zoek alle mensen op en maak leerlingen van hen, net zoals Ik bij jullie heb gedaan. Doop de mensen, in de naam van de Vader, de Zoon en de Heilige Geest.’ Jezus komt nog iets dichterbij. ‘Weten jullie nog wat Ik jullie allemaal geleerd heb? Leer het nu aan de mensen. Vertel ze dat een leven dichtbij God het juiste leven is.’
De leerlingen weten niet zo goed wat ze moeten zeggen. Moeten zij op weg gaan, mensen dopen en ze alles vertellen? Ze kijken naar elkaar. Hier en daar zie je de twijfel. Kunnen ze dat wel?
Jezus zegt: ‘Onthoud heel goed dat Ik bij jullie ben. Niet alleen vandaag, maar ook morgen, overmorgen, volgende maand, over een jaar. Ik ben bij jullie, alle dagen.’ De leerlingen weten nu hoe ze verder kunnen gaan. Ze staan op en onthouden goed wat Jezus heeft gezegd.