Skip to main content

Kind op Zondag - Inkijkexemplaar jaargang 94 blok 6

Page 1


Voorbereiden

Vieren en vertellen

Jolanda van der Marel (17 en 24 mei)

Mattijs Weegenaar (12, 19, 26 april, 3 en 10 mei)

Werkbladen

Irma Visser

In de veertigdagentijd gingen we met de kinderen op reis op de weg van de hoop. Op paasmorgen hoorden we hoe het graf leeg was: Jezus was opgestaan uit de dood. Wat een wonderlijk, prachtig verhaal is dat. En daarmee is de weg van de hoop natuurlijk nog niet voorbij. Juist door het wonder van Pasen kan het verhaal verdergaan. Hoe dat gaat, ontdekken we in deze periode.

Op de eerste twee zondagen na Pasen horen we hoe Jezus aan zijn leerlingen verschijnt. Dat gebeurt in een huis, waar Tomas eerst niet bij is en later wel, en daarna aan de oever van het meer. Op de zondagen daarna horen we verhalen die in het evangelie verteld worden vóór het paasverhaal. Door ze juist nu te lezen, ontdekken we dat de woorden van Jezus na Pasen blijven leven.

Op Hemelvaart, de veertigste dag vanaf Pasen, horen we hoe Jezus naar de hemel gaat. Met Pinksteren ontvangen de leerlingen de heilige Geest en gaan zij naar buiten om het verhaal van Jezus verder te vertellen. Zo breekt een nieuw hoofdstuk aan in het verhaal waarvan Jezus de toon heeft gezet.

Het thema van deze periode is: Het verhaal gaat verder. De kinderen ontdekken dat het verhaal van de Bijbel steeds verder gaat. Ook kan gesproken worden over eigen ervaringen en verwachtingen met dingen die niet voorbij zullen gaan. Ik wens u en de kinderen weer veel inspiratie rond deze verhalen!

Erik Idema

In deze periode

02| Zondag 12 april 2026

| Johannes 20:19-31

Hij is er echt

Op de avond van de paasdag verschijnt Jezus aan zijn leerlingen. Tomas is er niet bij, hij zegt dat hij het niet kan geloven als hij Jezus niet zelf heeft gezien. Acht dagen later verschijnt Jezus nog eens en nu is Tomas er wel bij.

07| Zondag 19 april 2026

| Johannes 21:1-14

Die man bij het water

Een groep leerlingen van Jezus besluit te gaan vissen. De hele nacht vangen ze niets, maar tegen de ochtend staat Jezus op de oever. Hij zegt dat ze het net aan de andere kant moeten uitgooien. Daar vangen ze een net vol vissen.

12| Zondag 26 april 2026

| Johannes 10:1-10

Ik ben de deur

Jezus vertelt wat Hij voor mensen betekent. Daarvoor gebruikt Hij de beeldspraak van een schaapskooi: Jezus is de deur naar die schaapskooi.

17| Zondag 3 mei 2026

| Johannes 14:1-14

Ik ben de weg

Kort voor Pasen zegt Jezus tegen zijn leerlingen dat ze niet ongerust hoeven te zijn. Hij zal voor hen een plaats klaarmaken en daarna zullen zij met Hem meegaan. Jezus vertelt dat Hij de weg, de waarheid en het leven is en dat ze de Vader zien als ze Jezus zien.

22| Zondag 10 mei 2026

| Johannes 16:16-24

Ik kom terug

Jezus zegt dat zijn leerlingen Hem binnenkort niet meer zullen zien, maar later zullen ze Hem terugzien. Ze vinden het moeilijk om dat te begrijpen.

27| 14 mei 2026, | Hemelvaart

Handelingen 1:1-11

Jezus gaat naar de hemel

Voor deze dag staan het Bijbelverhaal en enkele verwerkingen beschreven, te gebruiken bij het kindermoment, tijdens de dienst of in de eigen ruimte.

Rubriek Vieren met jongeren: zie www.kindopzondag.nl

29| Zondag 17 mei 2026

| Johannes 17:1-13

Ik bid voor…

Kort voordat Hij het leven op aarde verlaat, bidt Jezus tot zijn Vader. Hij verwoordt wat Hij gedaan heeft en draagt zijn leerlingen aan Hem op.

34|

24 mei 2026, | Pinksteren

Handelingen 2:1-24

Ik begrijp jou

De leerlingen van Jezus ontvangen de heilige Geest. Ze gaan naar buiten en beginnen op luide toon te vertellen. Mensen uit verschillende landen horen het. Het wonderlijke is: ze horen hen allemaal in hun eigen taal spreken.

Voorbereiden

Hij is er echt

Johannes 20:19-31

WELK VERHAAL LEZEN WE?

Op de avond van de paasdag verschijnt Jezus aan zijn leerlingen. Tomas is er niet bij, hij zegt dat hij het niet kan geloven als hij Jezus niet zelf heeft gezien. Acht dagen later verschijnt Jezus nog eens en nu is Tomas er wel bij.

De kerk na Pasen

Het is Pasen: de dag van Jezus’ opstanding. Maar onder zijn volgelingen heerst bepaald geen feeststemming. Ze zitten bij elkaar met de deuren gesloten, uit angst voor de joden. Wat er verder in hun hoofden omgaat, wordt niet verteld. Zijn ze blij omdat het graf leeg is? Onzeker over wat er nu precies gebeurd is? Hun angst is het enige dat benoemd wordt. Het geeft weinig hoop voor de toekomst: is dit nu de kerk na Pasen? Zijn dit de mensen die het verhaal van Jezus verder de wereld in moeten dragen? Blijkbaar kunnen ze dat nog niet. Er moet iets gebeuren, zodat zij op kunnen staan.

In hun midden

Jezus verschijnt in hun midden. Het is een wonderlijke, niet te bevatten gebeurtenis. Bij het open graf had alleen Maria Jezus nog gezien, nu verschijnt Hij voor het eerst aan de groep leerlingen. Hij begroet hen met vrede en toont zijn handen en zijn zijde: precies datgene waarvan Tomas straks zal zeggen dat hij het nodig heeft om te geloven. Meteen geeft Jezus zijn leerlingen een opdracht. Zoals de Vader Hem gestuurd heeft, zo stuurt Hij nu zijn leerlingen. Er wordt niet gezegd waarheen en met welke opdracht; duidelijk is in ieder geval, dat ze weg moeten. Weg achter die gesloten deuren, weg achter de angst. Want het verhaal dat Jezus begonnen is, is nog lang niet afgelopen.

Pasen en Pinksteren

Het boek Handelingen vertelt dat de leerlingen van Jezus vijftig dagen na Pasen de heilige Geest ontvingen. Hier in Johannes 20 wordt verteld dat Jezus al op de eerste dag de Geest over zijn leerlingen uitblaast. In hen zal Gods wind door de wereld blijven waaien.

Vergeven of toerekenen

Aan het ontvangen van de heilige Geest wordt meteen een opdracht verbonden: als jullie mensen hun zonden vergeven, dan zijn ze vergeven. En als jullie mensen hun zonden toerekenen (letterlijk staat er ‘vasthouden’), dan zijn ze ook toegerekend.

Het is opvallend dat Jezus juist het vergeven en toerekenen van zonden noemt bij de opdracht die Hij aan de leerlingen geeft. Daarmee wordt het onderscheid tussen goed en kwaad tot een speerpunt in de verkondiging van de leerlingen.

Tomas

Zoals aan het begin opgemerkt, hadden de leerlingen van Jezus de deur op slot gedaan omdat ze bang waren. Toch was dat blijkbaar geen reden voor Tomas om niet weg te kunnen gaan: hij is er niet bij als Jezus aan zijn leerlingen verschijnt. Waar hij dan wel is, wordt niet verteld en het heeft ook niet zoveel zin om daarover te speculeren. Voor het verhaal is wel van groot belang dat hij er niet bij is. Wat moet iemand met verhalen over de opgestane Heer, als hij dat niet zelf gezien heeft? Op de avond van de opstanding is Tomas er helder over: als hij niet zelf de wonden van Jezus ziet, kan hij niet geloven. Vervolgens duurt het nog een hele week voordat Jezus ook aan hem verschijnt.

12 april 2026

De achtste dag

Over ‘de kerk na Pasen’ valt in de eerste week blijkbaar weinig te vertellen. De leerlingen hebben Jezus gezien, hij heeft de heilige Geest over hen uitgeblazen, maar wat ze daar verder mee deden, wordt hier door Johannes niet verteld. We zitten vooral nog met Tomas, die wel iets heeft horen zeggen maar zelf niks gezien en gevoeld heeft. Maar dan breekt de achtste dag aan. De dag van het wonder, ook voor Tomas. Jezus begroet ook hem met vrede en vraagt hem om de wonden aan te raken. Of Tomas dat doet, wordt niet verteld, wel dat hij Jezus aanspreekt: ‘Mijn Heer en mijn God.’ Het is een belijdenis, deze woorden laten zien wat Tomas gelooft. Van de andere leerlingen werd niet verteld dat ze iets dergelijks zeiden: de gelovige Tomas is hier de eerste die onder woorden brengt wie Jezus voor hem is. (Overigens deed Maria van Magdala dat ook toen Jezus haar aansprak bij het graf: ‘Rabboeni,’ riep Maria, ‘Meester’.)

Tekens van het lijden

Het verhaal van Tomas gaat niet alleen over zien en geloven. Het maakt ook iets duidelijk over Jezus, aan wie de wonden van het lijden blijkbaar nog te zien zijn. Pasen is niet een verhaal waarin de klok wordt teruggedraaid. Het is geen verhaal waarin het verdriet ongedaan wordt gemaakt. De ellende wordt in dit verhaal niet uitgewist, maar overwonnen.

Vieren

Hij is er echt

Johannes 20:19-31

Kindermoment in de kerk

Maak ter voorbereiding op dit kindermoment een foto van uzelf op een skateboard. (Het liefst gekleed in toga.)

Vertel aan de kinderen: vandaag lezen we een verhaal waarin het gaat over geloven. U bent benieuwd of de kinderen en volwassenen in de kerk makkelijk iets kunnen geloven. Daarom gaat u iets vertellen dat wel of niet waar kan zijn. Vraag de kinderen om te gaan zitten. Als de kinderen en volwassenen denken dat het waar is wat u zegt, gaan ze staan. Als ze denken dat het niet waar is, blijven ze zitten. Uw uitspraak is:

‘Ik ben vanmorgen op een skateboard naar de kerk gekomen. In mijn toga.’

Vraag een paar kinderen en volwassenen om hun keuze toe te lichten.

Laat daarna de foto zien van uzelf in toga op een skateboard. Maakt deze foto verschil?

Vertel daarna de waarheid of u wel of niet vanmorgen in toga op een skateboard naar de kerk bent gekomen. Zelfs als je iets ziet, kan het nog moeilijk zijn om te geloven!

Gebed

Lieve God, wij bidden U dat U er bent.

Ook als wij U niet zo goed zien, als we denken: bent U er nou?

Wees dan dicht bij ons. Dat we U zien, dat we U voelen. Dat we niet alleen zijn. Amen

Zingen

De avond van de eerste dag Johannes 20:19-23

De avond van de eerste dag begon een nieuwe tijd omdat de Heer de angst doorbrak en dit is wat Hij zei:

12 april 2026

‘Ik ben er maar even, Ik ben er voor jou. Ik wil je iets geven uit liefde en trouw. Ik geef je mijn vrede, dus trek eropuit en geef aan het leven een vrolijk geluid.’

Die avond wijst voor jou en mij een weg van liefde aan.

Want Jezus zet de haat opzij en vraagt je mee te gaan:

‘Deel uit van mijn vrede aan wie het maar wil, leer mensen vergeven en maak het verschil. Want vrede betekent een eind aan de dood. Ik geef je mijn zegen, zo maak Ik je groot.’

Tekst: Erik Idema

Muziek: Gerard van Amstel

Beluister dit lied op www.kindopzondag.nl.

Werkblad

oTomas weet niet wat hij moet denken als zijn vrienden vertellen dat ze Jezus gezien hebben. Hij is verward. Daarna is hij verbaasd als Jezus opeens voor hem staat. Hij wordt blij als hij merkt, ziet en voelt dat het echt Jezus is. De kinderen maken een werkblad.

Daarop staat Tomas met vier emoties. Herhaal het verhaal. Stop na elk stukje over Tomas. Laat de kinderen een emotie kiezen die erbij past. Breng de verschillende reacties/keuzes in gesprek. Tip voor grotere kinderen. Schrijf bij elke emotie van Tomas een stukje in zijn dagboek.

Nodig: scharen, lijm, kleurpotloden, (gel) pennen; bij Tip: A4 papier en pennen. Werkblad: zie blz. 6.

Lezen en zingen

Tweede zondag van Pasen

Jaar A

Lezing uit het Oude Testament Genesis 8:6-16

Antwoordpsalm 111

Epistellezing 1 Petrus 1:3-9

Lezing uit het Evangelie

Alternatief oecumenisch leesrooster

Johannes 20:19-23(31)

Deuteronomium 31:1-8

Psalm 95

Hebreeën 4:1-13

Vertellen

Hij is er echt

Johannes 20:19-31 12 april 2026

Vertelling 4–7 jaar

Tomas

Het is een bijzondere dag.

Een gekke, bijzondere dag.

Een paar dagen geleden is Jezus doodgegaan. Hij is in een graf gelegd met een steen ervoor.

Maar vanmorgen was de steen weg! En Maria heeft Jezus gezien. ‘Hij leeft weer!’ zegt ze tegen de andere vrienden van Jezus. ‘Ik heb het zelf gezien!’

De vrienden van Jezus zitten bij elkaar.

Zou het echt waar zijn? denken ze. Zou Jezus echt weer levend geworden zijn?

Dan gebeurt er iets. Zomaar ineens, van het ene op het andere moment. Jezus is bij hen.

Ze zien Hem echt! ‘Ik wens jullie vrede,’ zegt Hij.

Jezus maakt een kommetje van zijn handen en blaast erin.

‘Jullie krijgen de kracht van God,’ zegt Hij. ‘De heilige Geest. Jullie kunnen mensen helpen. Als jullie zeggen dat iets goed is, dan is het ook goed.’

Meteen daarna is Jezus weer weg. Maar ze hebben het echt gezien. En gevoeld: Jezus leeft weer!

Eén van de vrienden was net even weg. Hij heet Tomas.

Als Hij terugkomt, roepen alle vrienden door elkaar: ‘Jezus was hier! Hij leeft! Echt waar!’

Maar Tomas schudt zijn hoofd. ‘Dat kan toch niet?’ zegt hij. ‘Jezus is doodgegaan. Hij is in een graf gelegd met een steen ervoor. Hoe kan Hij dan nu weer levend zijn?’ ‘Dat heeft God gedaan!’ roepen de vrienden.

Tomas twijfelt. En dan zegt hij: ‘Ik kan het alleen geloven, als ik Jezus zelf zie.’

Er gaat een week voorbij. De vrienden van Jezus zijn weer bij elkaar, en nu is Tomas er ook. En dan gebeurt het: zomaar ineens, van het ene op het andere moment is Jezus bij hen.

‘Ik wens jullie vrede,’ zegt Hij. Jezus kijkt Tomas aan. ‘Kom maar,’ zegt Hij. ‘Je mag me aanraken als je dat wilt. Dan weet je dat Ik het echt ben.’ Tomas slaat een hand voor zijn mond. ‘Heer…,’ zegt Hij. ‘U bent mijn God.’ Jezus glimlacht. ‘Jij hebt Mij gezien, en daarom geloof je,’ zegt Hij. ‘Ik hoop dat ook heel veel mensen gaan geloven zónder dat ze Mij zien. Want dán ben je echt gelukkig.’

Werkvormen

4-7 jaar

lGesprek: Wat was er gebeurd met Jezus? Waarom kon Tomas niet geloven dat Jezus weer leefde? Kunnen wij Jezus ook zien zoals zijn vrienden Hem zagen? Wat zei Jezus daarover?

pSpel: Wat kun je geloven en wat niet? Lees een aantal uitspraken voor. De kinderen die denken dat het echt waar is, gaan staan. Wie denkt dat het niet waar is, blijft zitten. Bespreek ook waarom de kinderen denken dat iets wel of niet waar is. Gebruik de volgende uitspraken en bedenk er zelf nog een paar bij:

• Vorige week was het Pasen.

• Ik (= jij als leiding) hou van spruitjes.

• Mijn moeder is vandaag in de kerk (van jou als leiding dus!).

• Over twee weken is het alweer kerstfeest.

• De dominee is vanmorgen op een skat board naar de kerk gekomen. (Met zijn/haar toga aan.)

Bespreek daarna: Is het moeilijk om te weten of iets waar is? Waarom?

sCreatief: Knutsel een bril: knip het montuur uit karton. Knip daarna uit gekleurd papier twee ‘glazen’. Teken op de glazen iets waar jij graag naar kijkt: bijvoorbeeld de zon, een feest of iemand die je aardig vindt. Plak de glazen in het montuur.

8-10 jaar

lGesprek: Hoe voelt Tomas zich aan het begin van het verhaal? Hoe denk je dat hij zich aan het eind van het verhaal voelt?

pSpel: Tomas loopt in het verhaal – want lopend kun je beter nadenken, of juist nergens aan denken.

Loop in drie rondes door de ruimte (door elkaar heen, iedereen bepaalt zelf welke ‘route’ hij loopt). Elke ronde eindigt met een gesprekje in een tweetal.

In de eerste ronde probeer je tijdens het lopen nergens aan te denken. Bespreek daarna: hoe voelt het om nergens aan te denken?

In de tweede ronde bedenk je een vraag waar een ander kind over na kan denken. Je vertelt de vraag aan een ander kind.

In de derde ronde denk je na over de vraag die aan jou gesteld is. Tijdens het gesprek met het tweetal vertel je wat de vraag was en wat je over die vraag hebt bedacht.

Heeft iemand na ronde twee geen vraag kunnen bedenken? Gebruik dan een van deze vragen: Wat is het leukste dat jij vorige week gedaan hebt? Welke dag van de komende week wordt het leukst, denk je? Waarom?

sCreatief: Maak een schilderij van de verschijning van Jezus aan Tomas. Ziet er Jezus er net zo uit als in de verhalen voor Pasen? Of verschijnt Hij nu op een andere manier?

11-12 jaar

lGesprek: Waarom kan Tomas het niet geloven? Hoe kan het dat hij het daarna wel gelooft? In onze tijd is wat je ziet toch niet altijd echt: er worden nep-beelden gemaakt. Wat vinden de kinderen daarvan?

pSpel: Wie of wat zou jij graag een keer met eigen ogen willen zien? De kinderen omschrijven het zonder het woord te gebruiken. De andere kinderen proberen te raden wat ze in gedachten hebben.

Vertelling 8–12 jaar

Tomas gelooft het niet

Ja, ja. Ineens was Hij er. Zomaar, plotseling. Zonder te kloppen, zonder een deur open te doen. Waarschijnlijk ook zonder zijn voeten te vegen. ‘Hallo, Ik ben er weer. Ik was dood, maar kijk: Ik leef.’

En dat moet je dan geloven?

Tomas schudt zijn hoofd. Hij loopt door de straten van de stad. Dat doet hij vaker. Lopend kan hij beter nadenken. Of juist nergens aan denken, dat is soms maar beter. Want wat er de laatste tijd allemaal gebeurd is…

Zijn grote vriend, zijn Heer, Jezus, is gestorven. Gedood aan het kruis, begraven in een rots.

Verschrikkelijk.

En al snel daarna begonnen de verhalen. Maria die zei dat ze Jezus gezien heeft bij het graf. En de anderen zeiden dat Jezus bij hen kwam, op een moment dat Tomas er niet was.

Ze maken elkaar gek, met die verhalen. Natuurlijk mist Tomas Jezus ook. Maar je moet jezelf niet voor de gek houden. Dood is dood, hoe verdrietig ook.

‘Alleen als ik Hem zelf zie, kan ik het geloven,’ heeft Tomas gezegd. Daarna is hij weer gaan lopen. Alsmaar lopen, de ene stap na de andere. Want als je stil gaat zitten, wordt het alleen maar erger.

Dagenlang loopt Tomas piekerend door de stad. En dan gaat hij terug naar zijn vrienden van vroeger: de vrienden van Jezus, met wie hij zoveel heeft meegemaakt. Hij is nog maar net binnen als er iets gebeurt. Iets dat hem overrompelt en laat trillen op zijn benen.

Daar… daar is Jezus! Zijn stem klinkt zoals vroeger, als Hij zegt: ‘Ik wens jullie vrede.’ Tomas ziet hoe Jezus hem aankijkt. Jezus wenkt met zijn hand: ‘Kom maar. Raak me aan, als je wilt. Voel dat Ik het ben.’ Tomas slaat zijn handen voor zijn mond. ‘Mijn Heer…,’ zegt hij. ‘Mijn God!’

Jezus glimlacht. ‘Jij gelooft in Mij omdat je Me ziet,’ zegt Hij. ‘Heel veel mensen zullen Mij niet zien zoals jullie Me nu zien. Ik hoop dat die mensen toch kunnen geloven. Die mensen zullen gezegend zijn: ze zullen weten dat God bij hen is.’

Mattijs Weegenaar

Weetje

Aan het eind van het verhaal gebruikt Jezus een bijzonder woord. Hij zegt in het Grieks dat mensen makarioi zullen zijn. Dat kun je vertalen met gelukkig, zalig of gezegend. Jezus gebruikt dit woord ook in de beroemde ‘Bergrede’ uit Matteüs 5.

Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
Kind op Zondag - Inkijkexemplaar jaargang 94 blok 6 by Kwintessens - Issuu