In de verhalen die we deze periode lezen, wordt veel gepraat. Op de eerste twee zondagen lezen we uit het evangelie van Lucas, over een vrouw die een beroep doet op een rechter en over twee mensen die gaan bidden bij de tempel. Zij praten op heel veel verschillende manieren. Daarna lezen we vier zondagen achter elkaar over Paulus. Paulus heeft op veel plaatsen verteld over Jezus. Daarna gaat hij terug naar Jeruzalem om te praten met de mensen daar. Onderweg vinden talloze nieuwe gesprekken plaats. We lezen ook hoe Paulus naar Rome gaat, waar hij opnieuw met mensen in gesprek gaat over het geloof in Jezus.
We horen dus verhalen over mensen die praten; en we hopen natuurlijk dat deze verhalen uitnodigen om ook zelf in gesprek te gaan. We moeten praten over wat we belangrijk en waardevol vinden, over waar we blij van worden en waar juist niet van. Want al pratend kunnen we samen ontdekken wat de Bijbel ons te zeggen heeft.
Ik wens u en de kinderen weer veel inspiratie rond deze verhalen!
In deze periode
02| Zondag 19 okt 2025 | Lucas 18:1-8
God luistert
Jezus vertelt zijn leerlingen dat ze mogen blijven bidden: God zal luisteren. Om dat te illustreren, vertelt Jezus een verhaal over een oneerlijke rechter die recht doet aan een arme vrouw. Als zelfs zoân oneerlijke rechter luistert, zal God helemaal luisteren!
07| Zondag 26 okt 2025 | Lucas 18:9-14
Goed!
Jezus vertelt een verhaal over twee mensen die gaan bidden. Een Farizeeër dankt God omdat hij zelf zo goed is, een tollenaar zegt dat hij een zondaar is en vraagt om vergeving. De tollenaar gaat als een rechtvaardig mens naar huis.
12| 1 nov 2025 | MatteĂŒs 5:1-12
God ziet het
Dit materiaal kunt u gebruiken op de zondag waarop in uw kerk de gedachtenis van de overledenen plaatsvindt.
Jezus zit op een berg en vertelt over het echte geluk. Dat geluk is er voor nederige mensen, voor mensen die verdrietig zijn, voor mensen die verlangen naar recht, goedheid en vrede.
16| Zondag 2 nov 2025 | Handelingen 20:13-38
Afscheid nemen
Paulus is een tijd in Efeze geweest, waar hij mensen in aanraking heeft gebracht met het geloof in Jezus. Nu vertrekt hij naar Jeruzalem. Hij neemt afscheid van een groep mensen uit de stad.
Paulus is op weg naar Jeruzalem. De profeet Agabus vertelt dat Paulus in Jeruzalem gevaar zal lopen. Maar Paulus zegt dat hij wil doen wat God van hem vraagt. Hij gaat toch.
Rubriek Vieren met jongeren: zie www.kindopzondag.nl
27|
Z ondag 16 nov 2025 | Handelingen 27:1-44
Storm op zee
Paulus is als gevangene op weg naar Rome, waar hij zijn zaak bij de keizer wil bepleiten. Hij maakt een lange zeereis, waarbij onderweg schipbreuk geleden wordt. Paulus vertelt de andere opvarenden dat ze op God kunnen vertrouwen: ze zullen het overleven. Dat gebeurt ook.
32| Zondag 23 nov 2025 | Handelingen 28:14b-31
Vertel verder!
Paulus komt aan in Rome, waar hij zijn zaak wil voorleggen aan de keizer. Hij ontmoet de leiders van de joodse gemeenschap in Rome, die hem vertellen dat er geen aanklacht tegen hem is. Twee jaar lang vertelt Paulus in Rome over de boodschap van Jezus.
Voorbereiden God luistert
Lucas 18:1-8
WELK VERHAAL LEZEN WE?
Jezus vertelt zijn leerlingen dat ze mogen blijven bidden: God zal luisteren. Om dat te illustreren, vertelt Jezus een verhaal over een oneerlijke rechter die recht doet aan een arme vrouw. Als zelfs zoân oneerlijke rechter luistert, zal God helemaal luisteren!
Het doel van de gelijkenis
Het verhaal van de onrechtvaardige rechter wordt in de Bijbel alleen verteld in het evangelie van Lucas. Bijzonder is daarbij, dat Jezus vooraf al aangeeft wat het doel van deze gelijkenis is: het gaat over âde noodzaak om altijd te bidden en niet op te gevenâ. Dat is een luisteraanwijzing bij dit verhaal: we weten waar we op moeten letten.
âHoeveel te meerâŠâ
Op het eerste gezicht kan dit een wonderlijke gelijkenis lijken. Een gelijkenis lijkt ergens op â maar God lijkt toch niet op die onrechtvaardige rechter?
Deze gelijkenis behoort tot het genre van de âhoeveel te meerââ gelijkenissen. Daarin wordt verteld dat wat in het klein waar is, in het groot nog veel meer waar moet zijn. God lijkt niet op die onrechtvaardige rechter â in ieder geval niet wat de onrechtvaardigheid betreft. Maar als zelfs zoân onrechtvaardige rechter luistert, dan zal God dat wel helemaal doen!
Rechter van niks
De manier waarop de rechter in het verhaal geĂŻntroduceerd wordt, en ook de manier waarop hij over zichzelf praat, schetst een bijna absurd beeld. Het gaat over iemand die het recht moet bewaken, maar voor God heeft hij geen ontzag en van de mensen trekt hij zich niets aan.
Dat zegt hij ook van zichzelf: âOok al heb ik voor God geen ontzag en trek ik me van de mensen niets aanâŠâ (vers 4). Het lijkt een sterk overdreven beeld, bijna een karikatuur. Tegelijk is het helaas vaak genoeg de werkelijkheid, dat mensen die het recht moeten bewaken dat niet doen.
âDoe mij rechtâ
Keer op keer komt een weduwe naar de rechter met de vraag om haar recht te doen. Waar de zaak precies over gaat, wordt in het verhaal niet duidelijk. Weduwen waren in de tijd van Jezus een kwetsbare groep, ze waren vaak afhankelijk van mannelijke familieleden. De oproep om recht te doen kan associaties oproepen met de psalmen, waarin mensen tot God roepen om recht te doen (bijvoorbeeld in psalm 26 en 43). Recht en rechtvaardigheid is het fundament van de Thora, de richtingwijzer naar het goede leven. Daar komt deze vrouw een beroep op doen; en je mag op haar âgelijkenâ als je een beroep doet op recht en rechtvaardigheid.
Zonder kompas
Zelfs deze rechter zonder moreel kompas doet de vrouw uiteindelijk recht, zo vertelt Jezus; al is het maar om van het gezeur af te zijn, of uit angst dat ze hem aanvliegt. Van zijn beweegredenen kun je natuurlijk van alles vinden, maar dat is niet de bedoeling van deze gelijkenis; de gelijkenis gaat immers over âde noodzaak om te blijven biddenâ, zoals Jezus in vers 1 heeft uitgelegd. Dat de vrouw uiteindelijk toch haar recht krijgt, moet dan ook een aansporing zijn om volhardend te blijven vragen; ook als een gebed niet meteen verhoord lijkt te worden.
19 oktober 2025
God zal recht verschaffen
Ook God zal recht verschaffen aan wie Hem daarom vragen; nog veel meer dan die onrechtvaardige rechter. Hij luistert geduldig naar de gebeden van wie Hem aanroepen.
Aansporing
De lezing eindigt met een aansporing. God luistert dan wel naar gebeden, maar hoeveel geloof (en dus hoeveel gebeden) zal de Mensenzoon vinden als Hij terugkomt? Zo wordt nog eens duidelijk dat de gelijkenis eerst en vooral iets zegt over de toehoorders zelf, over mensen op aarde. Zij krijgen niet alleen de uitnodiging, maar ook de oproep om te bidden. Dat zal verschil maken.
Erik Idema
Vieren God luistert
Lucas 18:1-8
Kindermoment in de kerk
Vraag enkele kinderen naar voren te komen en te vertellen wat ze die ochtend als ontbijt hebben gehad. Vertel ook dat je heel goed naar ze zal luisteren.
Doe juist het omgekeerde als een kind begint te vertellen: kijk de andere kant op, neurie een liedje en zwaai even naar iemand in de kerk. Wat vonden de kinderen; heb je goed geluisterd?
Kunnen de kinderen ook heel goed niet luisteren? Vertel nu over jouw ontbijt en laat de kinderen niet luisteren. Tot slot luisteren jullie heel goed naar elkaar en bespreek je hoe je kunt merken dat iemand goed luistert.
Vertel dat het thema van vandaag is: God luistert. Hoe kunnen we dat weten, we kunnen dat immers niet zien. Vertel dat Jezus daarover in de Bijbel vertelt.
Een vraag met veel antwoorden
Elke week stellen we een vraag waarop veel antwoorden mogelijk zijn. De vraag van deze week is:
Wie vind jij
een goede luisteraar?
Laat een paar kinderen en volwassenen reageren op deze vraag.
Gebed
Goede God,
Als ik heel goed luister en even stil van binnen ben, dan hoor ik bijzondere dingen, dan hoor ik Uw stem. Ik wil U zeggen dank U wel voor deze nieuwe dag.
Dank U wel dat U naar mij luistert en ik alles vertellen mag. Amen
19 oktober
Bidden
Ben je bang of heel alleen, moet je huilen in de nacht is er niemand om je heen die je troost en met je lacht?
Kijk naar boven, zeg het maar: Iemand luistert, eerlijk waar.
Ben je vrolijk en zo blij, loop je lachend over straat zing je liedjes, lekker vrij krijgt geen mens jou ooit nog kwaad? Kijk naar boven, zeg het maar: Iemand luistert, eerlijk waar.
Bidden is lachen, is dansen, is spelen met God. Bidden is huilen, is bang zijn, je voelt je zo rot. Bidden is alles, is leven, is zijn wie je bent. Bidden is praten en zwijgen met God, die jou kent.
Bidden is lachen, is dansen, is spelen met God. Bidden is huilen, is bang zijn, je voelt je zo rot. Bidden is alles, is leven, is zijn wie je bent.
Bidden is praten en zwijgen met God, die jou kent.
Tekst: Erik Idema
Muziek: Gerard van Amstel
Beluister dit lied op www.kindopzondag.nl!
Werkblad
oGod luistert altijd, naar moeilijke verhalen, over recht en onrecht, in nood en zorg en ook als je blij bent. Op het werkblad vertellen de kinderen hun verhaal dat gehoord moet worden. De vakken met vragen helpen om het verhaal op te schrijven. De kinderen tekenen hun verhaal. Er is ruimte om op te schrijven wie dit verhaal moet horen. Voor de jonge kinderen die nog niet schrijven, helpt een âschrijvend kindâ of de leiding. Zij krijgen een groter vel papier om op te tekenen.
De volgende morgen, precies om tien uur, wordt er weer op de deur geklopt. De rechter weet wie het is. Hij blijft eerst zitten, maar het kloppen gaat door. Dan staat de rechter maar op, loopt naar de deur en doet open. âGoedemorgen, daar ben ik weerâ, zegt de vrouw. âWilt u naar mijn verhaal luisteren?â Bijna wil de rechter âneeâ zeggen en bijna wil hij de deur dichtdoen. Bijna, maar dan bedenkt hij iets. Als ik nou eens wel luister naar deze vrouw, dan komt ze niet meer elke dag precies om tien uur langs. Dan heb ik rust en kan ik weer belangrijke dingen doen. Goed idee van mezelf! De rechter knikt naar de vrouw en luistert naar haar verhaal. De vrouw gaat vrolijk weg en zwaait. De rechter zwaait niet terug.
Jezus zegt: âZelfs zoân slechte rechter luistert naar de mensen. Dan luistert God helemaal! Want God is goed, Hij houdt van de mensen. Hij luistert meteen als je iets vraagt. De allereerste keer dat je aanklopt!â
Jolanda
van der Marel
19 oktober 2025
Werkvormen
4-7 jaar
lGesprek: Wat zou je tegen God willen zeggen of aan God willen vragen?
pSpel: Laat de kinderen hun ogen dichtdoen en wijs iemand aan die even naar de gang gaat en op de deur mag kloppen. Als de kinderen het kloppen horen, doen ze hun ogen open en kijken goed: wie klopt daar? Laat vervolgens het kind binnen en geef hem/haar de ruimte om te vertellen wat hij/zij vandaag gaat doen. De anderen laten zien dat ze goed luisteren.
sCreatief: Laat de kinderen zichzelf tekenen met hele grote luisteroren. Schrijf op elke kaart de vraag: Wie luistert er naar jou? De kinderen kunnen de kaart aan iemand geven en de vraag bespreken.
8-10 jaar
lGesprek: Hoe voelt het als iemand naar je luistert? En wat voel je als iemand niet naar je luistert? Hoe voelt het als je gaat bidden? Voor welke dingen kun je bidden?
pSpel: Speel âdoorfluistertjeâ: om de beurt mag iemand een ander een zin influisteren die het vervolgens weer door fluistert. De laatste in de rij zegt de zin hardop. Hoe goed is er geluisterd?
sCreatief: Maak een gezamenlijk woordveld bij het woord âluisterenâ. De kinderen kunnen ook op zoek naar plaatjes uit tijdschriften en deze erbij plakken.
pSpel: Laat iemand de rechter uit het verhaal spelen en elke keer iemand met een verhaal binnenkomen. De rechter luistert goed en doet een uitspraak.
Vertelling 8â12 jaar
Bidden en luisteren
Jezus vertelt aan de mensen dat ze mogen bidden: ze kunnen God vragen wat ze nodig hebben. âLuistert God dan wel?â vraagt iemand. âNatuurlijk luistert Godâ, antwoordt Jezus. En dan vertelt Hij een verhaal:
In de stad woont een rechter. Hij moet goed luisteren en wijze, verstandige dingen zeggen. Maar deze rechter is geen goede rechter. Hij denkt alleen maar aan zichzelf. Het is meer krom dan recht, wat hij doet. Elke dag kloppen mensen op de deur van de rechter. De buurman bijvoorbeeld, die alweer ruzie heeft met zijn tante omdat ze zijn servies heeft geleend, maar nooit teruggeeft. De rechter luistert naar het verhaal en denkt diep na. âJouw tante moet het servies teruggevenâ, bleslist hij dan. De buurman knikt oplucht en gaat snel naar zijn tante toe. Als er weer op de deur geklopt wordt en de rechter de deur opendoet, betrekt zijn gezicht. Voor zijn deur staat een arme vrouw. Elke dag komt ze langs. âIk heb ruzie met een vriendâ, zegt de vrouw. Net als de vorige keer en de keer daarvoor en de keer daarvoor. âEn ik heb gelijk, wilt u mij ook gelijk geven?â De rechter zucht. Hij heeft helemaal geen zin om weer naar deze vrouw te luisteren. En hij heeft zeker geen zin om het hele verhaal over haar ruzie weer te horen. Bijna wil hij de deur dicht doen. Maar dan bedenkt hij iets. Als ik niet luister naar deze vrouw, dan blijft ze terugkomen. Ik heb geen zin om te luisteren, maar ik heb er helemaal geen zin in dat ze elke dag aan mijn deur blijft kloppen. Ik ga toch maar goed luisteren naar haar verhaal en zeggen wie er gelijk heeft. De rechter zet de deur open voor de vrouw en laat haar binnen. Hij luistert naar haar verhaal en doet zijn uitspraak. Jezus zegt: âDie rechter vindt zichzelf het allerbelangrijkst en toch luistert hij naar die arme vrouw. Als zelfs zoân slechte rechter dat al doet⊠zal God het zeker doen. God is goed. Hij houdt van de mensen. Daarom luistert Hij naar elk verhaal en elke vraag. Hoe groot of hoe klein het ook is. Daar mag je op vertrouwen!â
Op deze bladzijde vindt u ideeën om hier thuis of in de kerk met de kinderen aandacht aan te besteden.
Wat zeg je dan?
Leg kinderen de volgende situatie voor:
Jouw vriend is jarig en jij hebt je best gedaan voor een heel speciaal cadeautje. Je hebt je spaarpot omgekieperd en een cadeau uitgezocht waarvan je weet dat je vriend dit al heel graag wilde hebben. En dat niet alleen: je hebt het cadeau super speciaal ingepakt, met heel veel lintjes en een strik. Met het cadeau ga je naar het huis van je vriend. Daar is het feest in volle gang. Jouw vriend pakt het cadeau aan, lacht even naar je en legt het cadeau op de cadeautafel. âWil je taart?â vraagt je vriend.
Bespreek met de kinderen wat ze van dit verhaal vinden. Missen ze iets? Wat zou je graag willen horen van jouw vriend? âDank je welâ, natuurlijk!
Vertel daarna: Wij krijgen elke dag bijzondere dingen. We hebben een huis om in te wonen en een bed om in te slapen. We hebben kleren, eten en speelgoed. Al die dingen komen niet vanzelf. We hebben ze aan verschillende mensen te danken: bijvoorbeeld aan je vader of moeder, aan de winkel waar het gekocht is en nog veel meer. En we hebben al die dingen ook aan God te danken! Daarom is het vandaag een bijzondere dag; Dankdag. We danken God voor alles wat we krijgen.
Tip: Het voorleggen van de voorgaande situatie kan in een gesprek met de kinderen, maar je kunt het natuurlijk ook uitspelen. Kom met een mooi ingepakt cadeau de ruimte binnen en vertel dat je dit zo aan een vriend gaat geven. Laat de vriend (kerkgenoot) binnenkomen en bied het cadeau aan. De vriend neemt het cadeau aan, lacht even, kijkt op zijn horloge en zegt: âIk moet gaan!â De vriend loopt met het ingepakte cadeau weg en laat jou beduusd achter.
Lezen Lucas 17:11-19
Lees het volgende verhaal voor.
Dank je wel!
Jezus is op weg. Daar in de verte ziet
Hij mensen lopen. Jezus telt, het zijn er tien. De mensen zwaaien en roepen naar Jezus. âHelp ons! Wij zijn ziek, onze huid zit onder de plekken. We mogen bij niemand in de buurt komen. Kunt U ons beter maken?â
Jezus knikt. âGa maar naar de priesters in de tempel. Laat jullie huid maar aan hen zien. De plekken zullen weg zijn, let maar op.â De tien mensen doen wat Jezus zegt. Ze gaan naar de priesters en laten hun huid zien; helemaal niks, ze zijn weer beter!â âHoera!â roepen negen mensen. Ze gaan snel weer naar hun huis. Nu mogen ze weer in de buurt van andere mensen komen. âHoera!â zegt de laatste. Hij gaat niet meteen naar huis. Hij zoekt eerst Jezus op. Bij Jezus valt hij op zijn knieĂ«n. âDank Je wel!â zegt hij blij.
Jezus kijkt naar de man. Dan kijkt Hij achter de man. âJullie waren toch met tien?â vraagt hij. âWaar is de rest dan? Willen zij mij niet bedanken?â
Jezus geeft de tiende man een hand. âSta maar opâ, zegt Hij, âjij hebt het goed gedaan.â
Dank je wel-doorgeefspel
Laat de kinderen nadenken over een gebaar dat past bij âdank je welâ. Bedenk er samen zoveel mogelijk. Laat de kinderen in een kring staan en de woorden âdank je welâ aan elkaar doorgeven door het te zeggen en er een van de gebaren bij te maken.
Dank je wel-kaart
Laat de kinderen een kaart maken met daarop de woorden âDank je welâ. Bespreek aan wie ze die kaart zouden willen geven.
Dank je wel-oefenen
Laat de kinderen samen bedenken waar ze dankbaar voor zijn. Doe dit met de spelvariant âIk ga op reis en neem meeâŠâ. Vervang deze woorden voor âIk ben dankbaar voorâŠâ