Jaarthema 2021-2022
Jaarthemaverhaal Ik ben Bram. Ik zit in het eerste jaar jazz en pop aan het KASK in Gent. Ik ben de tweede generatie in mijn familie die actief is als KSA-leider. Mijn beide ouders zijn ook lid geweest van de leukste jeugdbeweging van Vlaanderen: KSA! Dit is mijn verhaal. Ja, je denkt nu zeker: “Het gaat weer zo’n saai verhaal zijn ..." Neen! Dat wordt het niet. Dit waargebeurde verhaal zou ik graag met jullie willen delen:
22 maart 2016 Ik zit thuis achter mijn computer. Mijn trillende vingers op het toetsenbord. Mijn bureaustoel piept telkens ik me in een andere positie wil neerzetten. Het geluid van de kletsende regen klinkt als een klein orkest tegen mijn vensterraam. De stemmen van mijn medeleiding halmen als kerkklokken door mijn hoofdtelefoon. Onze leidingsactiviteit voor deze zaterdagavond is het nieuwe videospel ‘The Liberator’. Ik hoor onze hoofdleidster Alicia praten over de volgende voetbalmatch van haar ploeg. Door mijn geklungel dwalen mijn gedachten af, maar dan hoor ik de paniekerige stem van mijn beste vriendin en medeleidster Verona: “Pas op, achter je Bram!” Ik neem met mijn bezwete handen de computermuis vast en geef het een kleine duw. Achter me staat een ‘Troeteloe’, een groot mensachtig beest met bloederige vlijmscherpe tanden dat het kasteel van dictator Lippens beschermt. Het beest geeft mijn personage, Sergeant Dennis Jones, een slag. Het scherm wordt zwart: “GAME OVER!” Lap, ik ben de eerste verliezer. Al snel volgt er nog leiding die sneuvelen tegen de Troeteloe. Verona, Felix, Alicia en Hazel verliezen een voor een de strijd. Ik word opnieuw toegelaten in het spel. “Bram, wij zitten samen in team rood,” hoor ik door mijn hoofdtelefoon. De regen stopt abrupt. Ik kijk even op. Wat raar, bedenk ik me. Mijn hoofd draai ik een kwart naar rechts,
ik probeer mijn oren te focussen op rare geluiden. Niks! Geen geluid, niks meer. Ik draai mijn hoofd terug richting mijn computerscherm. “Hallo, horen jullie me?!” spreek ik in mijn micro aan mijn hoofdtelefoon. “Ah, Bram! Toch nog iemand, ik denk dat we nog de enige zijn,” hoor ik terug. Het is mijn medeleider Felix. “Waar is de rest?” vraag ik. “Geen idee,” zegt Felix, “ineens was iedereen weg. Ik hoorde ze iets zeggen over een geflui…” Zijn stem stopt. “Hallo?” vraag ik met een zachte stem. Geen reactie. Een koude rilling gaat door mijn lijf. Ik staar naar mijn computerscherm met de tekst: “Een moment geduld aub, uw spel wordt geladen.” Het scherm wordt zwart. Normaal moet het spel nu starten, maar er gebeurt niks. Ik word verblind door een felle lichtflits. Grote rode, zwarte en gele lichtflitsen komen uit mijn computerscherm. De weerkaatsing van die flitsen op mijn drumstel in mijn kamer lijken als hevige bliksemflitsen die elk moment ergens kunnen inslaan en een grote ravage kunnen aanrichten. Als dat al niet genoeg is, klinkt er een hoog, luid gefluit door mijn hoofdtelefoon. Ik sluit mijn ogen om dat zeer vervelende geluid ergens een plaats te geven. Ik voel onverwacht een klein vlaagje wind. Wat raar! Ik open snel terug mijn ogen. Ik ben niet meer in mijn kamer. Mijn voeten zijn vastgezogen in dikke klei. Het is een drassig en slecht begaanbaar landschap en het is bezaaid met wrakken van wat vroeger tanks en auto’s waren. Hier en daar liggen er stukken prikkeldraadversperringen die
tot ver zichtbaar zijn in het landschap. Verspreid over het landschap staan een aantal vervallen huizen. Bij sommige staan enkel de buitenmuren recht …
Hoofdstuk 1 “W… W… Wa… Wat doen we hier?” hoor ik. Het is mijn medeleider Felix. Ik heb geen idee. Ik zie rond mij Verona, Hazel en Alicia verspreid over het landschap en in de war. “We zaten toch thuis een spel te spelen?” “Oh nee, mijn nagel is gebroken.” “Ik voel me niet goed!” “Ik heb het toch al gezegd: eet nooit pita als je gaat gamen!” De stemmen van mijn medeleiding weerklinken tegen de wrakstukken in het modderige veld. We komen bij elkaar en ik voel een kille wind opkomen. “Aaaaah!” Ik hoor een gil en draai me om. Het is Hazel. We lopen samen haar richting uit. Achter haar doemt de Troeteloe op. Met zijn vuurrode ogen kijkt het monster ons aan. Hazel bibbert van de schrik. We komen allemaal rond haar staan. De ogen van de Troeteloe veranderen in een blauwe kleur, smurfenblauw om precies te zijn. “Ahaaa, eindelijk heb ik hier enkele KSAleiders en -leidsters.” Het geluid komt uit de Troeteloe. “Ik heb jullie volledige KSA-groep gevangengenomen in het kasteel van dictator Lippens en net zoals hen zitten jullie hier voor altijd vast!” Iedereen schrikt. “Is er dan geen enkele manier dat we hieruit komen?” vraagt Verona. De Troeteloe lacht luid en zegt dat er geen enkele mogelijkheid is dat we hier ooit uitraken. Iedereen kijkt verbaasd rond zich heen. Het voelt als het einde van de wereld. Nooit meer leuke activiteiten of kampen geven aan onze leden, nooit meer leuke babbels met de medeleiding, nooit meer spelvoorbereidingen … Verona geeft me een duw met haar ellenboog en vraagt of er toch geen enkele manier is om onze KSA-groep te redden en zelf ook uit het spel te raken. De Troeteloe hoort haar en
1
kijkt haar aan. “Er is misschien wel één manier. Elke leeftijdsgroep is apart opgesloten in een kamer in het kasteel. Bij elke leeftijdsgroep dienen jullie een opdracht te volbrengen om die vrij te spelen. Enkel als jullie álle leeftijdsgroepen hebben vrijgespeeld, kunnen jullie allemaal bevrijd worden uit dit spel. MAAR! Het zal niet gemakkelijk worden.” We kijken elkaar aan en knikken volhardend naar elkaar. We kunnen dit aan, dit gaat ons lukken. De Troeteloe wijst naar het kasteel en zegt ons deur per deur te werk te gaan. Achter elke deur zal de opdracht duidelijk worden. “Pas wanneer jullie een opdracht succesvol afronden, zal de volgende deur opengaan.” De Troeteloe wenst ons met een heel gemene lach nog veel succes. Het is duidelijk dat hij niet gelooft dat we dit tot een goed einde kunnen brengen. Ik ga als eerste het kasteel binnen. Alicia, Verona, Felix en Hazel volgen kort achter me. Niemand voelt zicht veilig. Gelukkig hebben we elkaar nog. We komen aan bij de eerste deur. Na wat discussiëren wie er de deur zal opendoen beslist stoere Hazel om de deur te openen. We kijken in het deurgat en zien een doolhof. Hazel, Verona, Felix, Alicia en ikzelf stappen het koude, kille doolhof binnen. In de verte hoor ik enkele kraaien. De grond is bedekt met een dikke mist. Krak! Een klein takje onder mijn voeten kraakt, de echo is nog tot ver te horen. “We moeten in een rij achter elkaar hieruit te zien te geraken,” stelt mijn medeleider Felix voor. “Zeg, ik ga daar niet door!” hoor ik naast me. Het is Verona. Ik stel Verona gerust en zeg haar dat we samen zijn: “Zolang we samen blijven, geraken we hier zeker en vast wel uit. We móéten onze leeftijdsgroepen vrijspelen, zodat ook wij weer naar de normale wereld kunnen.” Stap per stap proberen we door het doolhof te gaan. We horen een luid gebrom. Iedereen kijkt rond zich, zoekend naar waar dat luide gebrom vandaan komt. De grond begint
2
onverwacht zachtjes te schudden. Dan harder. En harder. We proberen ons ergens aan vast te houden. De met klimop bedekte muren beginnen te bewegen. Het lijkt wel alsof het doolhof leeft! Een muur schuift naar de enige doorgang waar we door moesten. Alle geluiden dempen zachtjes, tot we niks meer kunnen horen. Vol schrik kijken we rond ons heen. Onze enige doorgang is afgesloten. “Wat nu?” hoor ik. Alicia heeft een voorstel: “Wat als ik nu een voetje geef aan Felix zodat hij boven de muren kan uitkijken om te zien hoe het doolhof in elkaar steekt?” Dat is een goed idee! Felix kijkt boven de muren heen. “Zie je iets?” vraag ik stil. “Ja hoor!” reageert Felix, “Ik kan het doolhof niet zien door de mist, maar ik zie hier over de muur een schop liggen. Ik kan er naartoe springen en zo een put graven onder de muur. De grond is van aarde en op die manier komen we terug in het doolhof.” Verona schrikt en zegt: “Zou je dat wel doen, Felix? Pas op, hé!” Nog voor Verona deftig haar woorden heeft uitgesproken, is Felix al verdwenen over de muur. Na enkele minuten zien we een put tevoorschijn komen. Felix zijn hand reikt van de andere kant naar ons. Verona, Hazel, Alicia en ikzelf kruipen door de put om zo weer in het doolhof terecht te komen. Hazel stelt voor om altijd naar rechts te gaan. Dat is volgens haar de beste tactiek om uit een doolhof te geraken. “En als we niet naar rechts kunnen, gaan we natuurlijk rechtdoor
of zelfs naar links.” We twijfelen of we dit wel moeten geloven, maar een andere tactiek is er niet echt, dus we gaan ervoor. Na een kwartier wandelen in het doolhof zien we eindelijk licht verschijnen. Tot … de grond opeens weer begint te schudden. Ik hoor Felix roepen: “Niet opnieuw!” “Lopen! We moeten lopen zo snel als we kunnen!” roept Verona. We lopen de longen uit ons lijf. De muren komen dichter. En dichter. Nog een laatste spurtje. We willen hier niet nóg eens vastzitten. We grijpen naar elkaars handen. De muren raken onze hielen. En hop! Zonder nadenken springen we het verblindende licht in.
Hoofdstuk 2 We openen onze ogen en bevinden ons opnieuw in het kasteel. We liggen op de grond, volledig buiten adem van onze sprint. We horen Troeteloe roepen door het kasteel: “Proficiat, jullie hebben de eerste leeftijdsgroep bevrijdt, de 8- tot 10-jarigen. Jullie mogen verder gaan naar de volgende deur. Ik weet niet of jullie daar evenveel succes zullen hebben hoor …” Ik vraag of iedereen nog oké is. Iedereen knikt glimlachend, maar nog steeds buiten adem, naar elkaar. “Ik ben nu al trots op ons, we zijn uit een gek doolhof geraakt. Kom maar op met de volgende opdrachten,” zegt Verona. “Rustig, Verona,” zegt Alicia, “We hebben nog wat leeftijdsgroepen te gaan.” Ik geef iedereen een hand om zich weer recht te trekken. We gaan met z’n allen naar de tweede deur. Ik trek de tweede deur open. We komen terecht in een grote rode gang. De gang is gigantisch. We kunnen nog net het plafond zien wanneer we naar boven kijken. Er hangen grote lianen te bengelen aan het plafond en er slingeren kleine aapjes doorheen. “Pas op, achter je!” hoor ik Hazel roepen. Ik draai me om en verschiet zo hard dat ik neerval. Ik sta oog in oog met een slang. Het is niet zomaar een slang: de slang heeft een pluizige huid en maar liefst vier ogen. Alicia springt meteen
tussen mij en de slang. “Wat wil je! Durf niet aan Bram te komen, hé!” De slang cirkelt rond ons heen en begint te sissen: “Ik ben Suzy de Ssslang. Seer, seer goed, dat jullie sss in dese kamer sijn terechtgekomen. Jullie krijgen van mij sss een belangrijke ssstelling, sss. Als jullie die ssstelling correct oplosssen, dan sal de kamer groen kleuren sss en sss volbrengen jullie de opdracht.” “Nou, wat is die domme stelling dan?” snauwt Felix. Suzy de Slang leest de stelling voor: “Het isss belangrijk om na elke activiteit gesssellig sssamen te sssijn met de leiding.” Verona reageert meteen: “Natuurlijk is dat belangrijk. Ik plan nooit iets na een activiteit!” Hazel gaat direct in tegen Verona: “Ik vind van niet, ik heb daar niet altijd tijd voor. Ik ga ook vaak babysitten na een activiteit.” “Dan vind ik dat je de foute prioriteiten legt! Je kan toch ook babysitten op andere avonden?” reageert Verona meteen terug. Hazel en Verona raken onderling in een verhitte discussie. Alicia roept op een bepaald moment stop en vraagt aan Felix en mij wat ons standpunt is. We denken beiden even na voor een antwoord te geven. Ik zeg dat ik Hazel haar standpunt wel begrijp. Ik kan er namelijk ook niet altijd bij zijn omdat ik af en toe pianoles heb na de activiteit. Felix zegt dat hij meer naar het standpunt van Verona leunt. Hij plant ook niets na de activiteit om nog gezellig samen te zijn met de leiding. Het is stil en iedereen kijkt elkaar verwijtend aan. Er is duidelijk verdeeldheid in de groep. “Ik denk dat hier helemaal geen juist antwoord op kan zijn,” zegt Alicia, “we kiezen allemaal zelf onze prioriteiten. Er is geen goed of fout. Hazel en Bram kunnen er niet altijd bij zijn omdat ze andere verplichtingen hebben. Felix en Verona kiezen om hun avonden na de activiteit vrij te houden om gezellig samen te zijn met de leidingsgroep. Beide opties zijn OK.” Iedereen knikt bevestigend. “Sorry dat ik zo tegen je uitvloog, Hazel,” zegt Verona. “Dat is niet erg. Sorry voor de verhitte discussie.” Ik ben blij dat ze het hebben bijgelegd.
Alicia roept Suzy de Slang en zegt dat er geen correcte oplossing is op de vraag. “Weet je dat wel ssseker?” vraagt Suzy. Ik zeg dat we samen tot dat besluit zijn gekomen en we 100% zeker zijn dat er geen correct antwoord is. Suzy kronkelt nog even rond ons heen en knikt dan goedkeurend. De kamer kleurt groen. “Yes, yes, yes! Weer een leeftijdsgroep vrijgespeeld!” zegt Felix euforisch. Verona springt op mijn rug en Hazel en Alicia geven elkaar een high five. Suzy meldt ons dat we de 16-plussers hebben vrijgespeeld. Ze wenst ons nog veel succes en wijst ons de deur. “Op naar het volgende avontuur!” zegt Verona met veel enthousiasme. Verona reageert meteen: “Natuurlijk is dat belangrijk. Ik plan nooit iets na een activiteit!” Hazel gaat direct in tegen Verona: “Ik vind van niet, ik heb daar niet altijd tijd voor. Ik ga ook vaak babysitten na een activiteit.” “Dan vind ik dat je de foute prioriteiten legt! Je kan toch ook babysitten op andere avonden?” reageert Verona meteen terug. Hazel en Verona raken onderling in een verhitte discussie. Alicia roept op een bepaald moment stop en vraagt aan Felix en mij wat ons standpunt is. We denken beiden even na voor een antwoord te geven. Ik zeg dat ik Hazel
haar standpunt wel begrijp. Ik kan er namelijk ook niet altijd bij zijn omdat ik af en toe pianoles heb na de activiteit. Felix zegt dat hij meer naar het standpunt van Verona leunt. Hij plant ook niets na de activiteit om nog gezellig samen te zijn met de leiding. Het is stil en iedereen kijkt elkaar verwijtend aan. Er is duidelijk verdeeldheid in de groep. “Ik denk dat hier helemaal geen juist antwoord op kan zijn,” zegt Alicia, “we kiezen allemaal zelf onze prioriteiten. Er is geen goed of fout. Hazel en Bram kunnen er niet altijd bij zijn omdat ze andere verplichtingen hebben. Felix en Verona kiezen om hun avonden na de activiteit vrij te houden om gezellig samen te zijn met de leidingsgroep. Beide opties zijn OK.” Iedereen knikt bevestigend. “Sorry dat ik zo tegen je uitvloog, Hazel,” zegt Verona. “Dat is niet erg. Sorry voor de verhitte discussie.” Ik ben blij dat ze het hebben bijgelegd. Alicia roept Suzy de Slang en zegt dat er geen correcte oplossing is op de vraag. “Weet je dat wel ssseker?” vraagt Suzy. Ik zeg dat we samen tot dat besluit zijn gekomen en we 100% zeker zijn dat er geen correct antwoord is. Suzy kronkelt nog even rond ons heen en knikt dan goedkeurend. De kamer kleurt groen. “Yes, yes, yes! Weer een leeftijdsgroep vrijgespeeld!” zegt Felix euforisch. Verona springt op mijn rug en Hazel en Alicia geven elkaar een high five. Suzy meldt ons dat we de 16-plussers hebben vrijgespeeld. Ze wenst ons nog veel succes en wijst ons de deur. “Op naar het volgende avontuur!” zegt Verona met veel enthousiasme.
Hoofdstuk 3 Verona loopt vol enthousiasme door de gang van het kasteel. Ze gaat doelbewust naar deur nummer drie en smijt die meteen open. Ik volg haar en roep naar Felix, Alicia en Hazel dat ze zich wat moeten haasten. We zien een reuzegrasveld met hoog, nat gras. De hemel is helderblauw. Aan de ene kant van het veld zien we een
3
vuurput. Ernaast liggen houtblokken en lucifers. Aan de overkant liggen ongelofelijk veel waterballonen. Een luide, schelle stem weergalmt over het grasveld: “Jullie krijgen welgeteld vijf minuten om een sterk vuur te maken. Erna worden de Wuppies losgelaten. Wuppies zijn kleine, ronde, donzige wezentjes en kunnen vliegensvlug smijten met waterballonen. Zij krijgen vijftien minuten de tijd om jullie vuur te doven. Als jullie het vuur kunnen aanhouden, is de opdracht geslaagd. Zo niet…” “Jaja, dan verliezen we!” roept Veronica naar de galmende stem. “Oke, we weten duidelijk wat ons te doen staat,” zegt Alicia. We wandelen met z’n allen naar de vuurput wanneer we opeens gigantisch luid “START GAME!” horen. Er verschijnt een doorzichtige aftelklok in het midden van het grasveld. Onze vijf minuten beginnen af te tellen. “Het is al begonnen, kom op, snel naar de vuurput,” roep ik. Hazel aarzelt geen minuut: “Felix jij zoekt kleine houtstokjes om onderaan te leggen. Verona jij verzamelt al grote houtsblokken om die als een tipi rond de kleine houtstokjes te leggen. Ik zal – eenmaal als de tipi er staat – helpen het vuur aan te steken en te blazen onderaan. Bram en Alicia, jullie verkennen het terrein en kijken hoe we ons het best kunnen verdedigen.” Niemand spreekt tegen, iedereen begint aan hun opgedragen taak. Er is namelijk geen tijd te verliezen. Tussen het hoge gras vind ik samen met Alicia wat materiaal om ons te verdedigen: twee schilden en een lang sjortouw. Ik keer samen met Alicia terug naar de vuurput. De teller staat nog maar op één minuut. Hopelijk hebben ze het vuur al in gang gekregen. Ja hoor! Bij terugkomst is het vuur al sterk aan het branden. “Goed de taken verdeeld,” complimenteert Alicia Hazel. “Dankjewel,” zegt Hazel al glimlachend, “maar zeg eens, wat is ons verdedigingsplan?” “Ik stel voor dat Verona en Felix bij het vuur blijven en de schilden gebruiken. Bram kan jij nog snel het sjortouw wat in stukken
4
branden met het vuur en er lasso’s van maken? Zo kunnen jij, Hazel en ik de Wuppies in onze lasso’s strikken en ze weer ver wegwerpen.” “Ik kan ook wel goed met lasso’s werpen,” zegt Felix. Terwijl ik de lasso’s maak, zeg ik tegen Felix dat ik zeker met hem wil afwisselen, “maar jij was altijd al een krak in vuur maken en het ook aanhouden.” Nog tien seconden op de klok. “Dat is ook wel waar, Bram! We zullen zien hoe heftig de strijd is en of we eventueel eens kunnen afwisselen” zegt Felix. 3… 2… 1… De klok springt op vijftien minuten en telt af. Uit het niets verschijnen de Wuppies. Ze vliegen gigantisch snel onze richting uit, waterballonnen in de hand. Felix en Hazel smijten zich met hun schilden voor het vuur, elk langs een kant. “Werpen maar met die lasso’s,” roept Alicia. Verona, Alicia en ik vangen en werpen de ene Wuppie na de andere over het hoge grasveld heen. Enkele waterballonnen raken het vuur. “Dat ziet er niet goed uit!” roept Hazel. Felix kijkt naar het vuur en aarzelt geen seconde. “Bram, jij moet even mijn schild overnemen en het vuur helpen beschermen. Anders zal het uitgaan!” Felix werpt zijn schild naar me toe. Met het schild in mijn hand hol ik naar het vuur en help ik Hazel. Felix krijgt het vuur weer in de gang. “Nog 4 minuten en 25 seconden op de klok,” roept Verona. “We zijn er bijna, komaan. Felix, blijf het vuur aanwakkeren. Wij blijven
je dekken!” roept Alicia. Ik merk op dat Hazel moe begint te worden. Ze heeft al heel wat waterballonen moeten incasseren op haar schild. Het is Verona duidelijk ook opgevallen. Ze loopt naar Hazel en neemt haar schild over. We bevinden ons allemaal rond het vuur. De Wuppies komen dichter. En sneller. Tot opeens … Alle Wuppies dwarrelen neer en lossen op in het gras. Hazel kijkt naar de klok: “Yes, de teller staat op 0 en ons vuur brandt nog! We hebben het gehaald.” Zonder dat we het allemaal goed en wel beseffen, staan we een vreugdedansje te doen rond het vuur. De schelle stem weerklinkt opnieuw door het hoge grasveld: “Proficiat, jullie hebben de leeftijdsgroep 12- tot 14-jarigen vrijgespeeld. Gelieve uit deze kamer te gaan en de volgende deur te openen.” “Ik vond het hier nu net zo leuk,” zegt Hazel al lachend. Iedereen stemt vrolijk met haar in. “Maar kom op, we hebben nog wat groepen te gaan,” zeg ik. We verlaten samen de kamer en gaan vol goede moed naar de volgende deur.
Hoofdstuk 4 Deur 4 gaat open. “Ojee, hier gaan we elkaar duidelijk nodig hebben,” zegt Felix meteen. “Ah, want in de andere kamers hadden we elkaars hulp niet nodig,” lacht Verona. “Als de vorige kamers lukten, gaat deze opdracht ook slagen,” zeg ik. In de kamer is een gigantisch hindernissenparcours gebouwd. Er is deze keer geen stem die ons toespreekt. De opdracht is duidelijk. We zullen samen het parcours moeten afleggen. Het parcours begint met een drassig, donker moeras. Het moeras is omringd met vuur. Achter het moeras zien we een steile helling met een touw. Bovenop de helling is er een donkere tunnel te zien. Zonder nadenken springt Alicia het moeras in. Ze zakt weg tot aan haar ellebogen. Lachend zegt Alicia: “Nu weten we dat we er allemaal in kunnen staan.” Eén voor één stappen we het moeras in. “Zullen we elkaars handen vasthouden en zo naast elkaar door het moeras bewegen?” vraagt
Felix. “Op die manier kunnen we aan elkaar trekken als er plots een put in het moeras zou zitten.” “Maak me nu niet nog banger dan ik al ben,” reageert Hazel. Ik zeg dat het wel een goed idee is en probeer Hazel gerust te stellen. We beginnen aan onze tocht. Stap per stap schuifelen we vooruit. En opeens. SNOK! Verona gaat kopje onder en rukt aan mijn arm. “Trekken, NU!” roep ik naar de rest. Felix trekt aan Hazel, Hazel trekt aan Alicia, Alicia trekt aan mij en ik trek aan Verona. Het werkt, Verona haar hoofd komt stilletjes weer boven. Ze hapt naar adem. “I… ik… da… dat… wil ik echt… niet meer… meemaken.” Ik geef haar snel een knuffel en zeg haar dat we er bijna zijn. Het einde van het moeras is in zicht. We geven Verona nog even de ruimte om weer op adem te komen en starten aan het laatste stukje. Felix begint een liedje te zingen, wat iedereen wat opmontert. Met onze voeten tasten we de bodem van het moeras af voor we onze volgende stap zetten. Ik voel verschillende dingen aan mijn voet, maar zwijg erover. Ik wil de anderen niet onnodig bang maken. Stiekem vraag ik me af of de rest het ook voelt en net als mij bewust zwijgt. Ik beslis om het toch maar niet te vragen. Iedereen is te gefocust om het einde van het moeras te halen. We bereiken de oever en kijken omhoog naar de reuzesteile helling. “Oké dat ik als eerste ga? Ik heb nog lang geklommen als hobby!” zegt Hazel. “Oh, dat wist ik helemaal niet! Ideaal, ga jij dan maar eerst. Wij volgen je op de voet,” reageert Felix. Hazel begint aan de beklimming, gevolgd door mezelf en de anderen. We moeten al onze krachten gebruiken. Gelukkig is er het touw, want de helling is niet enkel steil, maar ook enorm glad. Felix glijdt een paar keer uit en sliert telkens opnieuw naar beneden. Hij neemt op die manier telkens ook Alicia mee, die achter hem zit. Er ontstaat ruzie tussen hen. Ik kom tussenbeide en vraag aan Felix of wij niet beter achteraanblijven met ons twee, zodat Alicia verder kan naar boven. Hij stemt in. Hazel,
Verona en Alicia hebben ondertussen de top bereikt. Ze moedigen ons aan: “Komaan, probeer jullie evenwicht te houden.” “Trek jullie op aan het touw!” Na veel zwoegen, bereiken we eindelijk de top waar ons de laatste hindernis te wachten staat: een nauwe tunnel. Ik zie in Alicia haar ogen veel angst. “Ik heb het niet zo voor nauwe ruimtes,” fluistert ze me toe. Ik neem haar hand vast en zeg haar dat ik achter haar zal blijven. Verona is de kleinste van ons allemaal en beslist om als eerste de tunnel in te gaan. Felix volgt haar op met erna Hazel, Alicia en ik. De tunnel is nat en het is donker. Het is er zo stil dat we enkel onze eigen ademhaling horen. “Gezellig, hé!” roept Hazel ineens door de tunnel. “Nu is het echt niet het moment hoor,” roep Felix terug. Verona roept opeens dat we onze ogen toe moeten doen en onze hoofden moeten bukken. Alicia gilt heel luid. Een zwerm blauwe sprinkhanen raast door de tunnel heen. We maken ons allemaal zo klein als we kunnen met de armen voor onze hoofden. “Ik wil eruit, ik wil eruit, nu meteen!” roept Alicia in paniek. De
zwerm is eindelijk gaan liggen maar Alicia blokkeert volledig in de tunnel. Ik probeer haar te kalmeren en goede moed in te spreken, maar ze durft niet meer verder. Opeens horen Alicia en ik de stemmen van Verona, Felix en Hazel. Zij hebben het einde bereikt. Nog steeds weigert Alicia om verder te gaan. Verona beslist om terug te keren in de tunnel. Verona neemt de hand van Alicia vast en gaat achterwaarts verder in de tunnel. “Focus op mij, focus op alle leuke momenten die we al samen hebben beleefd. Weet je nog dat ene kamp in Opoeteren? Waar we op onze tweedaagse naar dat subtropisch zwembad zijn gegaan. Het was zo warm die dag en we kregen van de leiding een waterijsje. Ik was zodanig aan het lachen met dat mopje dat je had gemaakt dat het waterijsje al meer gesmolten was over mijn hele hand dan dat ik er zelf al had van kunnen eten.” Verona blijft leuke herinneringen delen met Alicia en het werkt. Alicia beweegt verder door de tunnel onder de leuke vertellingen van Verona. Ik blijf stil achter hen. We bereiken het einde van de tunnel. “Zie je wel dat je het kon,” zegt Verona en ze geeft Alicia een knuffel. “We zijn allemaal supertrots op jou!” zeg ik. Alicia bedankt mij en Verona om bij haar in de tunnel te blijven en glimlacht breed. Troeteloe spreekt ons opnieuw toe: “Proficiat, jullie hebben de 6- tot 8-jarigen vrijgespeeld. Jullie mogen verder naar de volgende deur in het kasteel.”
Hoofdstuk 5 Felix trekt de vijfde deur van het kasteel open. We stappen een grote, ronde arena in. “Het is hier precies het Colosseum van Rome. Ik was er nog enkele maanden geleden op reis,” zegt Hazel. Het ziet er inderdaad zo uit. De tribunes staan rond ons heen en plots verschijnen er allemaal vreemde wezentjes op de tribunes in verschillende kleuren. Ze hebben geen gezicht, enkel een mond waar ongelofelijk veel geluid uit komt. Ze joelen allemaal naar elkaar. Met hun
5
lange, slungelige armen zwieren ze heen en weer. Ik weet niet zo goed wat we hier kunnen verwachten en kijk verbaasd naar de anderen. Zij hebben dezelfde blik op hun gezicht. Krieeek. Krieeek. KRIEEEK. Plots horen we een zware metalen hek opengaan. We draaien ons om en zien een donker gat waar eerst het hek zat. We horen leeuwen en katten. Honden, paarden … Het lijkt een hele zoo te zijn! Ik zeg tegen iedereen om achter me te gaan staan. “Doe niet zo stoer, we blijven wel naast elkaar staan,” zegt Alicia, maar Verona, Hazel en Felix zetten zich toch snel achter Alicia en mezelf. Er komt een groot, vierkoppig beest tevoorschijn. Elke kop heeft maar één oog en een bek waar ongelofelijk veel kwijl uit komt. “Bah, vies,” hoor ik Verona bibberend zeggen. Elke kop begint ons van dichtbij te inspecteren. Het is muisstil in de arena. Ik voel mijn hart bonzen in mijn keel en hou nog net niet mijn adem in. Mijn handen voelen enorm klam. Het zweet breekt me uit, maar ik blijf stokstijf staan. Het beest inspecteert ons verder wanneer we de stem van Troeteloe horen weergalmen door de arena: “Welkom in onze arena des doods. Hier geraakt bijna nooit iemand levend uit. Ik zie dat jullie Snuffels al hebben ontmoet. Snuffels inspecteert graag haar prooi, vooraleer ze die lekker opeet. Jullie kunnen haar enkel verslaan door op haar rug te klimmen. Hoe jullie dat kunnen doen, moeten jullie zelf uitzoeken. Veel succes.” De vreemde wezentjes beginnen weer ongelofelijk luid te joelen. Snuffels is ons nog steeds aan het inspecteren. “Ik zie een lang touw aan onze rechterkant liggen,” fluistert Felix. “En links ligt een groot elastiek,” fluistert Verona. Ik fluister dat ik grote palen achter Snuffels zie liggen. “Denken jullie wat ik denk?” vraag ik, waarop Alicia reageert: “Jazeker, we gaan een menselijke katapult moeten maken. Dat is de enige manier om op de rug te raken.” “Met mijn verleden als turnster, wil ik wel in de katapult plaatsnemen. Ik kan controle houden in de lucht en ik vertrouw jullie,” zegt
6
Verona. Ik offer mezelf op om Snuffels af te leiden en stel voor aan Hazel om de verantwoordelijkheid voor de katapult op haar te nemen. Hazel is ijzersterk in correcte sjorringen en constructies maken. We bespreken het plan al fluisterend en blijven allemaal stokstijf staan, want Snuffels is ons nog altijd aan het inspecteren. Felix zal achter het touw lopen, Alicia achter de elastiek. Hazel zal de palen halen en Verona en ik zullen Snuffels afleiden op allerlei manieren. Ik vraag nog een laatste maal al fluisterend of iedereen weet wat hen te doen staat. Na een fluisterende ja van iedereen terug te krijgen, tel ik af. “3, 2, 1 … GO!” De vreemde wezentjes joelen het uit, ze worden helemaal gek. De strijd is duidelijk begonnen. Felix, Hazel en Alicia sprinten naar hun materiaal. Verona en ik blijven staan. Snuffels strekt haar ver boven ons uit en brult het uit. Er vliegt heel wat kwijl over ons heen. Onze haren zitten snel vol slijm. Vies. Verona en ik leiden Snuffels zo goed mogelijk af. Zodra Snuffels haar blik naar Alicia of de anderen gaat, steken we een tandje
bij en bewegen we heel expressief. We merken dat dansen heel afleidend werkt. Snuffels begrijpt duidelijk niets van onze gekke dansbewegingen. Des te beter, denk ik dan. Verona en ik dansen erop los, terwijl Hazel, Alicia en Felix de katapult aan het maken zijn. “Bijna klaar,” roept Alicia naar ons. “Ik ben er helemaal klaar voor, span de rekker maar al op,” roept Verona terug. Hazel en Felix spannen de rekker op en ik blijf verder dansen om Snuffels af te leiden. Verona loopt op de rekker af en zegt nog: “Goed mikken, Hazel en Felix!” “Ready. Set. Gooo!” roept Alicia. Ik zie Verona door de lucht vliegen. Ze gaat recht op één van de koppen af! De paniek is te zien in Verona haar ogen, maar ze slaagt erin het hoofd koel te houden. Er ontstaat een verhitte discussie tussen Alicia, Felix en Hazel. Ze geraken het er niet over eens wiens fout het is dat ze scheef mikten. Verona roept hen toe om te stoppen: “We wisten dat dit kon gebeuren, het komt helemaal goed!” Snuffels begint met al haar koppen hevig heen en weer te zwaaien. Verona slaat haar armen rond het hoofd. Ik sta verstijfd te kijken naar het schouwspel voor me. “Bram, dans verder!” roept Verona. Alicia, Felix en Hazel vervoegen me. Samen dansen we op het gejoel van de vreemde wezentjes. Het werkt. De vier koppen van Snuffels draaien zich naar ons. Verona laat het hoofd los en klautert via de nek naar de rug van Snuffels. “Het is haar gelukt!” roept Hazel euforisch. Ik kan mijn ogen niet geloven. Terwijl Verona haar ene been over de rug van het monster zwiert, krimpt Snuffels in elkaar. De vier koppen maken plaats voor een schattig varkenskoppetje. Snuffels is een betoverd varkentje! “Kom eens van dat zwijntje af. Straks plet je het nog,” zegt Felix al grappend. “Ja, geef me even de tijd. Ik wist toch niet dat Snuffels in een klein varkentje zou veranderen,” reageert Verona. De stem van Troeteloe weergalmt weer door de arena. “Jullie hebben de vloek van Snuffels doorbroken. Straks begin ik jullie nog
leuk te vinden … Proficiat, daarmee hebben jullie de 10- tot 12-jarigen vrijgespeeld. Buiten de arena vinden jullie de volgende deur.” We verlaten de arena en gaan richting de volgende deur. “Zei hij nou net dat hij ons nog begint leuk te vinden?” vraagt Alicia, waarop Hazel reageert: “Ik snap het wel, kijk hoe schattig Snuffels is. Dankzij ons is die vloek verdwenen.”
Hoofdstuk 6 “Hé, is dit niet de laatste deur?” vraag ik. “Als ik goed reken, dan is dit inderdaad de laatste deur,” reageert Alicia. “We moeten enkel nog de 14- tot 16-jarigen vrijspelen,” vult Felix aan. Hazel opent de deur. We komen in een grote operazaal terecht. Vooraan de zaal staat een prachtig podium met daarop tien stoelen in een cirkel. “Zou de laatste opdracht echt gewoon een stoelendans zijn?” vraagt Verona. “Het ziet er wel zo naar uit,” reageer ik. Al snel volgt de bevestiging via de galmende stem van Troeteloe: “Jullie laatste opdracht is een stoelendans tegen de olympische kampioenen van de stoelendans. Onderschat hen niet. De regels kennen jullie ongetwijfeld al.” Ik laat Troeteloe weten dat we die inderdaad kennen. Terwijl de stem wegsterft, verschijnen er vijf grote krokodillen op het podium. Ze wandelen bruusk op hun achterpoten en slaan een aantal keer met hun staart. Om en om plaatsen we ons achter de stoelen: eerst een van ons, dan een krokodil, en zo verder. Een prachtig operalied weerklinkt en we beginnen rond de stoelen te lopen. De krokodillen zien er beangstigend uit. Alicia vraagt of we geen tactiek moeten bespreken, waarop Felix reageert dat dat hier niet zal gaan. We moeten gewoon allemaal ons best doen. De muziek stopt voor de eerste keer en iedereen gaat snel zitten. Enkel Hazel heeft het moeilijk om snel op een stoel te gaan zitten, maar ze wint de strijd van de eerste krokodil. Dat is er al eentje minder. Het spel gaat verder. Bij de volgende muziekstop, lig
ik er uit. Ik wordt al snel gevolgd door Hazel. Nog een ronde later valt een krokodil af en daarna is ook Felix net te laat. Alleen Alicia en Verona zitten nog in het spel, tegen drie krokodillen. “Dit ziet er niet goed uit,” zegt Verona al lopend. “Komaan, Verona. Wij kunnen die krokodillen wel versla…” Nog voor Alicia haar zin kan uitspreken, stopt de muziek. Verona haast zich naar de dichtstbijzijnde stoel, maar de krokodil is haar te snel af. “Sorry, Alicia,” zegt Verona. Alicia stelt haar gerust: “Ik zal die drie krokodillen hier wel eens leren wat stoelendansen is!” Vanaf de zijlijn moedigen we Alicia aan. De muziek start, de krokodillen grommen. Alicia beweegt sierlijk van stoel naar stoel. Stilte. Ik durf amper te kijken, maar Alicia slaagt erin voor een krokodil te zitten. Nog geen twee minuten later speelt ze weer een krokodil uit het spel. Nu is het ongelofelijk spannend. Het is tussen Alicia en de krokodil. Verona gilt van de spanning, Felix zet zich op de grond, hij kan het bijna niet meer aan. Hazel en ik leunen op elkaar en gluren door onze vingers. Het lijkt alsof de muziek langer blijft spelen dan de voorgaande rondes. Alicia en de krokodil dansen rond de stoel. Er hangt een bloedstollende sfeer. Tot plots … De laatste stilte. De krokodil en Alicia kijken elkaar aan. Even twijfelen ze allebei, maar dan ineens spurten ze
vliegensvlug naar de stoel. “Komaan, Alicia! Toon die krokodil dat jij de koningin der stoelendans bent,” roep ik. De krokodil hapt naar Alicia en slaat gevaarlijk met zijn staart. Alicia laat haar niet afschrikken, bukt zich en werpt haar naar de stoel. Ze zit er als eerste op. De krokodil ontbloot zijn tanden, maar druipt dan toch triestig af naar de andere krokodillen. Wij springen allemaal een gat in de lucht! “Yes, het is ons gelukt,” zegt Felix. “Dit was toch echt niets in vergelijking met de andere opdrachten?” vraagt Verona. “Neen, inderdaad. Maar goed, want ik ben al serieus moe van de vorige opdrachten, hoor,” reageert Alicia. De stem van Troeteloe spreekt ons toe. “Proficiat, jullie hebben de laatste opdracht volbracht en zo de 14- tot 16-jarigen gered. Jullie mogen het kasteel verlaten. Ik wacht jullie buiten op.” “Maar hé, we hebben toch alle leeftijdsgroepen vrijgespeeld. We zijn toch vrij nu?! Laat ons hieruit!” roept Alicia terug naar Troeteloe, maar we krijgen geen reactie.
Hoofdstuk 7 We stappen met z’n vijven uit het kasteel en zien hoog boven ons grote zeepbellen. Onze leeftijdsgroepen zitten erin! We zien hen schreeuwen naar ons, maar horen niets. “Dit is niet eerlijk. We hebben alle opdrachten tot een goed einde gebracht, Troeteloe! Je moet ons laten gaan,” zegt Felix. “Maar als ik jullie laat gaan, blijf ik alleen achter. Ik heb me al lang niet meer zo hard geamuseerd. Ik … Ik ben jaloers op wat jullie hebben.” Het is stil. “Dus daarom sloot je ons op, om te kunnen spelen?” vraag ik. Troeteloe aarzelt even, maar geeft dan schoorvoetend toe: “Ik wil ook buiten spelen en vrienden maken.” Hazel reageert: “Kom met ons mee. Kan je jouw wereld niet naar de onze brengen? We zouden het fijn vinden om zo’n kasteel met stromend water aan ons lokaal te hebben.” Terwijl Hazel haar woorden uitspreekt, gebeurt er iets magisch rond ons heen. De zon breekt door de wolken, het drassige terrein droogt op. Er verschijnen hoge
7
bomen, lage struiken. Bloemenveldjes en andere planten. In één van de bomen is een stevige boomhut te zien. Er dwarrelen vliegers door de lucht en het water aan het kasteel kleurt weer helderblauw. “Wat gebeurt er?” vraag ik aan Troeteloe. “Ik wil heel graag mee naar jullie wereld, maar zal ik daar wel geaccepteerd worden? Kijk hoe ik er uitzie. En daarbij … Ik ben ook niet echt de liefste geweest tegen jullie.” “Bij KSA verdient iedereen een tweede kans en is iedereen welkom. Ook jij, Troeteloe,” zegt Verona. Troeteloe pakt ons alle vijf tezamen vast in zijn hand en kijkt ons aan: “Ik denk dat ik het wel eens kan proberen.” “Graag, kom maar mee met ons Troeteloe. Dankzij jou hebben we hier een gek avontuur beleefd. We zouden jou eigenlijk ook moeten bedanken. Onze band is nog nooit zo sterk geweest. Toch?” vraagt Felix. Iedereen reageert met een uitbundige ja. “Kom, dan zijn we hier weg. Terug naar jullie wereld,” zegt Troeteloe. “Hé, vergeet onze leeftijdsgroepen niet mee te nemen. Hoe meer zielen, hoe meer vreugd om samen buiten te spelen in de echte wereld,” herinner ik Troeteloe nog even. “Neen, hoor. We gaan allemaal samen” “Dankjewel, Troeteloe, om ons weer dichter bij elkaar te brengen en ons weer te laten spelen. Welkom bij KSA, waar spelen troef is! ” sluit Alicia af.
Verder lezenve?rhaal
dige Lees het volle QR-code te de or do e lin on rfen naar su te scannen of arthema. www.ksa.be/ja
8