Stijlgids
Stijlgids BA- en MA- scripties
Hubert van den Berg en Wilken Engelbrecht
Hubert van den Berg en Wilken Engelbrecht Filozofická fakulta Univerzity Palackého v Olomouci Katedra nederlandistiky
CMYK
Stijlgids
Stijlgids BA- en MA- scripties
Hubert van den Berg en Wilken Engelbrecht
Univerzita Palackého v Olomouci Olomouc 2019
Recensenten: Mgr. Marta Kostelecká, Ph.D. – Masarykova univerzita, Brno Mgr. Irena Kozmanová, Ph.D. – Univerzita Karlova, Praha
Neoprávněné užití tohoto díla je porušením autorských práv a může zakládat občanskoprávní, správněprávní, popř. trestněprávní odpovědnost. Kopiëren of anderszins vermenigvuldigen zonder toestemming van de auteurs en rechthebbenden wordt beschouwd als schending van het auteursrecht en is een strafbaar feit.
1. vydání / eerste uitgave © Hubert van den Berg, Wilken Engelbrecht, 2019 © Palacký University Olomouc, 2019
doi: 10.5507/ff.19.24456225 ISBN 978-80-244-5622-5 (print) ISBN 978-80-244-5623-2 (online : PDF)
Inhoud Vooraf
De goede vorm Beoordeling Tijdpad en planning Corrigeren Begeleider
1. Nederlands en andere talen
1.1 Nederlands Standaardnederlands 1.2 CEFR-normen 1.3 Academisch Nederlands 1.4 Spreektaal vermijden 1.5 Officiële spelling en grammatica 1.6 Een paar bijzondere gevallen 1.6.1 Nederlands gebruik van leestekens en Nederlandse opmaakregels 1.6.2 Spelling en schrijfwijze van persoonsnamen 1.6.3 Schrijfwijze van (buitenlandse) plaatsnamen 1.6.4 Afkortingen 1.6.5 Getallen 1.7 Engels en Tsjechisch 1.8 Afwijkende spelling in citaten 1.9 Vertaling van citaten en titels uit andere talen
2. Veel voorkomende en te vermijden fouten 3. Omvang en opbouw van de scriptie 3.1 Omvang 3.1.1 Minimumomvang 3.1.2 Lange scriptie 3.2 Structuur
5
9 10 13 16 22 25 26 26 26 27 27 28 29 29 29 31 32 33 34 34 35 37 46 46 46 46 46
4. Lay-out van de scriptie
4.1 Font (lettertype) 4.2 Regelval 4.3 Titelblad/voorkant scriptie 4.4 Hoofdtekst (broodtekst) 4.5 Titels en tussenkoppen in de hoofdtekst en bibliografie 4.6 Voorbeeld van het gebruik van (tussen)koppen 4.7 Citaatblokken 4.7.1 Gedichten in citaatblokken 4.8 Motto's 4.9 Voetnoten 4.10 Illustraties met onder- en bijschriften 4.11 Literatuur- en bronnenoverzicht 4.12 Kleur
5. Verdere opmaakregels
5.1 Gebruik van vet, cursief, onderstreping etc. 5.1.1 Vet 5.1.2 Cursief 5.1.3 Klein kapitaal 5.1.4 Onderstrepingen en andere typografische markeringen en kunstgrepen 5.2 Aanhalingstekens 5.2.1 Enkele aanhalingstekens 5.2.2 Dubbele aanhalingstekens 5.2.3 Aanhalingstekens aanpassen 5.3 Haakjes (rond) en [vierkant] 5.4 Inspringen 5.4.1 Inspringen van alinea's 5.4.2 Inspringen van citaatblokken 5.4.3 Inspringen van motto's 5.4.4 Inspringen bij opsommingen 5.5 Liggende streepjes (kort en lang) 5.6 Hyperlinks verwijderen 5.7 Weesmeisjes en hoerenjongen
6
51 51 51 52 52 53 55 56 56 57 58 59 62 63 64 64 64 64 67 67 68 68 69 69 70 70 70 71 71 71 72 72 72
6. Verantwoording van bronnengebruik: de algemene regels 6.1 In het algemeen 6.2 Een paar (schijnbare) uitzonderingen 6.2.1 Gegevens, opvattingen en inzichten zonder verantwoording met verwijzingen 6.2.2 Werken die niet in de bibliografie hoeven te worden beschreven 6.3 Afbeeldingen en illustraties in de hoofdtekst of als bijlage 6.4 Bijlagen 7. Citeerstijl 7.1 Citeren, parafraseren, refereren en verwijzen 7.1.1 Citeren 7.1.2 Parafraseren 7.1.3 Refereren 7.1.4 Verwijzen 7.1.5 Gelezen maar verder niet in de hoofdtekst genoemd 7.2 Hoe te citeren 7.2.1 Citaten korter dan drie regels 7.2.2 Citaten van drie regels of langer (citaatblokken) 7.2.3 Citaat in een geciteerde brontekst 7.3 Parafraseren en verwijzen in plaats van citeren
8. Referentiestijl: auteur-jaar-stijl
8.1 Plaats van de verwijzing in de hoofdtekst 8.2 Standaardvorm en standaardvarianten 8.3 Bijzondere gevallen 8.4 Nog drie uitzonderingen: verwijzing naar verzen, artikel(nummer)s en bladzijden in veelvuldig in de scriptie geciteerde werken
9. Literatuur- en bronnenoverzichten: opbouw en ordening 9.1 Volgorde van de titels 9.2 Verdere structuur van literatuur- en bronnenoverzichten 9.3 Schematisch overzicht 9.4 Analoog en digitaal
10. Bibliografische beschrijving van verschillende bronnen 10.1 Basiselementen bij analoge publicaties 10.1.1 Auteur 10.1.2 Titel 10.1.3 Plaats van uitgave 10.1.4 Uitgeverij 10.1.5 Jaar van uitgave
7
74 74 76 77 78 81 82 83 83 83 83 84 85 85 86 87 91 93 94 96 97 98 100 104 106 107 108 111 112 114 114 115 118 119 120 121
10.1.6 Eventueel relevante additionele bibliografische informatie 10.2 Bibliografische beschrijving van de meest voorkomende gevallen 10.2.1 Gedrukte zelfstandige publicatie 10.2.2 Gedrukte onzelfstandige publicatie 10.2.2.1 Bijdrage in een boek 10.2.2.2 Bijdrage in een tijdschrift 10.2.2.3 Bijdrage in een krant 10.2.3 Elektronische en digitale tekstpublicatie op zelfstandige gegevensdragers 10.2.4 Publicaties op internet 10.2.4.1 Zelfstandige publicatie op internet 10.2.4.2 Onzelfstandige publicatie op internet 10.2.4.3 Digitale facsimiles van analoog gedrukte werken 10.2.4.4 Gedigitaliseerde uitgaven van oorspronkelijk analoge publicaties 10.2.4.5 Digitale facsimiles van ongedrukte bronnen 10.2.5 Andersoortige gepubliceerde bronnen 10.2.5.1 Bewegend beeld op zelfstandige gegevensdragers 10.2.5.2 Bewegend beeld op internet 10.2.5.3 Muziek, geluid en gesproken woord op zelfstandige gegevensdragers 10.2.5.4 Muziek, geluid en gesproken woord op internet 10.2.6 Ongepubliceerde bronnen uit archieven of andere openbare en privécollecties
11. Voorbeeldbibliografie
11.1 Literatuur 11.2 Film, televisie, muziek en gesproken woord 11.3 Ongepubliceerde bronnen
12. Verantwoording Bijlages
Bijlage 1. Voorwerk scriptie Bijlage 2. Tsjechische annotatie van de scriptie Bijlage 3. Disciplinární řád FF UP. Směrnice děkana.
8
122 123 126 127 127 128 128 129 130 131 132 133 133 134 135 135 136 136 138 139 142 142 150 151 152 153 153 156 157
Vooraf Aan het einde van de BA- en MA-opleiding dient iedere student 1 een werkstuk te schrijven, dat voltooid en goedgekeurd moet zijn, voordat zij of hij het af-sluitende staatsexamen voor het verkrijgen van een BA- of MAdiploma kan doen: de afstudeerscriptie. De bachelor- of masterscriptie heeft een ander ka-rakter dan andere werkstukken (essays, papers, opdrachten) die tijdens de opleiding in het kader of ter afsluiting van colleges en werkgroepen worden geschreven. BA en MA zijn academische titels. De scripties, die voor het verkrijgen van deze titels worden geschreven, dienen als (eerste) proeven van zelfstandige academische vaardigheden van jou als student. Aan BA- en MA-scripties worden in het academische stelsel verschillende eisen gesteld. Die betreffen deels ook de vorm: MA-scripties vereisen een grotere omvang (zie 3.1.1) en een hoger niveau van taalvaardigheid en taalgebruik (zie 1.2). Het belangrijkste verschil betreft echter het karakter en de inhoud van de scriptie: ▪ In het geval van een bachelorscriptie dient de student te laten zien dat hij of zij zelfstandig een wetenschappelijke kwestie op academische wijze kan behandelen. Daarbij gaat het er vooral om dat de student op juiste wijze vakliteratuur over het gekozen onderwerp kan verzamelen, beschrijven, analyseren, en samenvatten. ▪ In het geval van een masterscriptie dient de student te laten zien, zelfstandig een wetenschappelijke kwestie op academische wijze te kunnen behandelen, waarbij zij of hij op juiste wijze vakliteratuur over het gekozen onderwerp kan verzamelen, beschrijven, analyseren, beschrijven en samenvatten en daar zelfstandig eigen inzichten en vondsten aan toe kan voegen. 1 In aansluiting bij de tegenwoordig gangbare praktijk in het Nederlands wordt hier en in het
vervolg steeds de grammaticaal mannelijke vorm gebruikt als neutrale vorm voor ieder geslacht of gender.
9
Voor de schriftelijke uit- en afwerking van de scriptie zijn echter ̶ afgezien van de omvang en het verwachte niveau van het Nederlands ̶ de regels identiek. In deze stijlgids vind je deze formele richtlijnen die je in acht moet nemen bij het uit- en afwerken van bachelor- en masterscripties bij de Katedra nederlandistiky van de Filosofische Faculteit van de PalackýUniversiteit in Olomouc. De richtlijnen in deze stijlgids vervangen alle eerdere richtlijnen. De oude richtlijnen zijn vanaf het wintersemester 2019-2020 komen te vervallen. Dit geldt in het bijzonder voor de wijze waarop naar literatuur verwezen moet worden. De regels in deze stijlgids hebben betrekking op: ▪ Nederlands taalgebruik en verdere Nederlandse regels die op de schriftelijke vorm betrekking hebben; ▪ de vormgeving van de scriptie als geheel en de opmaak van de hoofdtekst (inleiding, hoofdstukken, conclusie); ▪ het gebruik van literatuur en overige bronnen, in het bijzonder de wijze van citeren, refereren en bibliograferen. Deze regels gelden specifiek voor de Katedra nederlandisty. Daarenboven gelden eveneens alle voorschriften van de Filosofische Faculteit en de universiteit en de algemene normen voor correct wetenschappelijk onderzoek en de publicatie ervan, zoals die onder meer in The European Code of Conduct for Research Integrity (ALLEA 2017) te vinden zijn (zie hieronder).
De goede vorm Wat veelal ̶ licht misleidend ̶ 'het schrijven van een scriptie' wordt genoemd bestaat in grote lijnen ̶ van eerste idee tot definitieve versie van de scriptie ̶ uit drie onderdelen: (1) het opzetten, voorbereiden en plannen van een klein onderzoek, (2) het uitvoeren van dat onderzoek en (3) dat onderzoek en de resultaten ervan beschrijven ̶ de scriptie. 10
Bij de eerste twee etappes ̶ opzet en uitvoering van het onderzoek ̶ gelden ook (deels formele) regels. Meer informatie daarover en aanwijzingen die je werk bij de eerste twee etappes bij het schrijven een ‘scriptie’ kunnen vergemakkelijken, vind je elders. 2 Die regels werken echter deels ook door in de regels die voor het derde onderdeel van het scriptietraject gelden: de uiteindelijke schriftelijke presentatie van je onderzoek en de resultaten in de vorm van een scriptie. In de scriptie dient de gekozen thematiek én ̶ daarbinnen ̶ een deugdelijke probleemstelling, c.q. doel- en vraagstelling op correcte wetenschappelijke wijze te worden behandeld. ‘Op correcte wetenschappelijke wijze’ wil hierbij in wezen niet meer zeggen dan dat je je aan de regels houdt die voor wetenschappelijk onderzoek en het publiceren van onderzoeksgegevens gelden (let wel: een scriptie is een academisch werkstuk en iedere scriptie wordt gepubliceerd ̶ op internet ̶ en is dus een academische publicatie van onderzoeksgegevens, zij het als eerste (BA) of als tweede (MA) proeve van wetenschappelijke vaar-digheid, weliswaar onderaan de ladder, maar desalniettemin de eerste twee treden. Het gaat hierbij grotendeels om fatsoen, integriteit en werken naar beste eer en geweten, zoals onder meer te lezen valt in The European Code of Conduct for Research Integrity (ALLEA 2017: 4), waarin op Europees niveau de regels voor correct wetenschappelijk onderzoek zijn samengevat: Good research practices are based on fundamental principles of research integrity. They guide researchers in their work as well as in their engagement with the practical, ethical and intellectual challenges inherent in research. These principles are: • Reliability in ensuring the quality of research, reflected in the design, the methodology, the analysis and the use of resources. 2 Zie hier in het bijzonder Joy de Jongs Handboek academisch schrijven (de Jong 2015), waarin
stapsgewijs het scriptietraject van eerste idee tot uiteindelijk resultaat wordt beschreven en veel aandacht wordt besteed aan de eerste etappes, waarin het om de ontwikkeling en uitwer-king van een onderzoek gaat.
11
• Honesty in developing, undertaking, reviewing, reporting and communicating research in a transparent, fair, full and unbiased way. • Respect for colleagues, research participants, society, ecosystems, cultural heritage and the environment. • Accountability for the research from idea to publication, for its management and organisation, for training, supervision and mentoring, and for its wider impacts.
Deze principes gelden voor wetenschappelijk onderzoek in het algemeen, ongeacht de discipline of vakrichting en ongeacht de trede op de wetenschappelijke ladder. Ook wanneer je je na je studie niet meer met wetenschap bezig wenst te houden, geldt bij het schrijven van een BA- of MA-scriptie dat ze als eerste proeven van wetenschappelijke vaardigheden ook moeten voldoen aan de principes zoals die hier door het samenwerkingsverband van Europese wetenschappelijke instellingen ALLEA (afkorting voor: All European Academies) zijn omschreven: de vereiste betrouwbaarheid, eerlijkheid, rekenschap en respect voor het werk van anderen. 3 Dit laatste betekent vooral dat je steeds nauwkeurig aangeeft welke informatie (let wel: enkelvoud, ‘informatie’ is een singulare tantum en ‘informaties’ is foutief Nederlands!), gegevens, gedachten, benaderingen en ideeën je uit bestaande literatuur overneemt. Dit doe je door correct te citeren, refereren en bibliograferen. Hoe je de raadpleging en het gebruik van literatuur en andere bronnen en de verantwoording van citaten, parafrases en andere referenties zowel in de tekst als in de bibliografie op juiste wijze doet,
3 Let wel: ‘respect voor het werk van anderen’ betekent niet dat je opvattingen, beweringen
of ook beschrijvingen van feitelijkheden door anderen klakkeloos moet overnemen. Volgzaamheid en onderdanigheid zijn hier met ‘respect’ niet bedoeld. Een serieus onderzoek dat tot eigen, nieuwe inzichten leidt, vereist kritische distantie, die met gebrek aan respect niets te maken heeft. Bedenk steeds: wat geschreven is, is niet per se waar of juist. Ook (wetenschappelijke) autoriteiten hebben het niet altijd bij het rechte eind. Schroom niet je bedenkingen te articuleren. ‘Respect voor het werk van anderen’ heeft hier vooral betrekking op het volledig en correct aangeven van de literatuur en bronnen die je gebruikt. Zo respecteer je naar behoren het werk van anderen als het werk van anderen.
12
wordt in deze stijlgids beschreven (in het bijzonder in de hoofdstukken 6 tot 11). Hierbij is het belangrijk dat je dit consciëntieus en consequent doet. Wanneer je de regels aan je laars lapt, literatuur en bronnen gebruikt, tekstdelen daaruit overneemt zonder correct te refereren en bibliograferen, maak je je schuldig aan plagiaat – dat is op z’n Duits gezegd géén Kavaliersdelikt, maar een academische doodzonde: het is niet alleen diefstal van andermans intellectuele eigendom, maar ook – net als ghostwriting – bedrog. Je doet immers voorkomen dat jij iets bedacht of geschreven hebt, wat je helemaal niet geschreven hebt. Natuurlijk is dat zeer slecht wanneer dat voor de hele scriptie geldt, maar ook wanneer je ‘alleen’ hier en daar iets kopieert of overneemt van anderen, zij het letterlijk of in vertaling, is dat plagiaat en kan dat onaangename gevolgen hebben, wanneer je dat zonder correcte bronvermelding doet. Doe dit dus niet. En het is ook niet nodig: zolang je zorgvuldig aangeeft, waar je informatie, ideeën of ook tekst vandaan hebt (geciteerd of in vorm van een parafrase), mag je die ook overnemen. Beoordeling Zorgvuldigheid is niet alleen bij bronvermelding geboden, maar ook bij de inrichting van je scriptie, de structuur en afzonderlijke onderdelen, de opmaak van de scriptie én daarnaast ook bij de verzorging van je Nederlands. Een scriptie die bij de Katedra nederlandistiky wordt geschreven, dient (1) aan de algemene regelgeving bij wetenschappelijke werkstukken te voldoen, 4 4 Zoals te vinden in The European Code of Conduct for Research Integrity (ALLEA 2017) en uitge-
werkt in de voorschriften van de Filosofische Faculteit en de universiteit. Zie voor deze facultaire en universitaire regelgeving: <https://www.ff.upol.cz/o-fakulte/uredni-deska/#c1472>, <https://www.upol.cz/univerzita/uredni-deska/#c2516>, <https://files.upol.cz/normy/normy/Forms/upol.aspx>.
13
(2) een onderwerp te behandelen dat geheel of gedeeltelijk behoort tot het vakgebied van de Nederlandse taal-, letter- of cultuurkunde (neerlandistiek) of van Dutch dan wel Low Countries Studies, (3) en daarnaast ook geschreven te worden in het Nederlands als blijk van Nederlandse taalvaardigheid. Ook hier is – nogmaals – zorgvuldigheid geboden. Bij de uiteindelijke beoordeling van je scriptie gaat het zowel om de inhoud – je onderzoek en de zorgvuldige uitwerking daarvan – als om de vorm: hoe je datgene presenteert wat je in je scriptie behandelt (feitelijk: een schriftelijk verslag van het onderzoek dat je gedaan hebt). Zoals je kunt zien in het beoordelingsformulier dat door je begeleider (vedoucí práce) en tweede beoordelaar (oponent) zal worden gebruikt, speelt de goede vorm een belangrijke rol in de beoordeling (posudek):
Stupeň hodnocení
ZÁKLADNÍ HODNOTICÍ KRITÉRIA
(A – B – C – D – E – F)
Shoda zvoleného tématu práce s jejím obsahem Cíle práce Úroveň stanovení cíle/cílů práce Stupeň naplnění cíle/cílů práce Správná interpretace dosažených závěrů Zpracování práce Struktura práce a její logická stavba Zpracování teoretických východisek Adekvátní volba metod a technik zpracování Využití aktuálních odborných informačních zdrojů Využití cizojazyčné odborné literatury Forma Jazyková úroveň práce (stylistika, pravopis) Dodržování citační normy
14
Jednotný způsob citování literatury a ostatních zdrojů Vhodná grafická úprava práce (dodržení doporučených zásad pro psaní práce) Adekvátní rozsah práce Stupeň hodnocení
SPECIFICKÁ HODNOTICÍ KRITÉRIA
(vysoký – střední – nízký)
Přínos pro teorii oboru Přínos pro praxi oboru Stupeň hodnocení
DALŠÍ HODNOTICÍ KRITÉRIA
(vysoká – střední – nízká)
Autorská invence (originalita ve zpracování práce, zájem o problematiku) CELKOVÉ ZHODNOCENÍ PRÁCE (slovní) DOTAZY K OBHAJOBĚ A DALŠÍ NÁMĚTY 1. 2. 3. ZÁVĚR Práci DOPORUČUJI – NEDOPORUČUJI k obhajobě. Navrhuji hodnocení stupněm:
Wanneer beide beoordelaars je scriptie acceptabel vinden en je voor je examen slaagt, krijg je je titel. Daarmee lijkt de kous misschien af. Houd echter in gedachte dat alle BA- en MA-scripties online komen te staan en de scriptie, waarop je afstudeert, je de rest van je leven zal begeleiden. Goed werk afleveren is daarom zinvol, niet alleen om je examen te halen, maar ook om een scriptie te schrijven die er goed uitziet en waarmee je ook later goed voor de dag kunt komen (en slecht werk en/of plagiaat kan zodoende ook later repercussies hebben én is in ieder geval zichtbaar voor iedereen die dat wil). Dit maakt misschien de missie om een scriptie te schrijven op het eerste gezicht nog zwaarder. Wanneer je zorgt dat je de tijd neemt en begrijpt waar
15
het in de scriptie om gaat, wat je te doen staat en hoe je dat stapsgewijs moet aanpakken, is een scriptie allerminst een onmogelijke opgave. Een scriptie is zonder meer een grote opgave, maar kan tegelijk ook leuk en spannend zijn, wanneer je een onderwerp en een probleemstelling kiest, die je aanspreken. Een scriptie kost tijd en energie, zeker wanneer je een goede scriptie wilt schrijven, niet een scriptie waarmee je met de hakken over de sloot je examen kunt halen, maar een scriptie waar je tevreden mee of trots op kunt zijn. Een wezenlijke dimensie van een goede scriptie is de goede vorm. Bestudeer daarom deze stijlgids zorgvuldig en houd je aan de regels die hier aangegeven worden. Bestudeer deze stijlgids niet pas op het laatste moment, in de laatste fase van het schrijfproces. In die fase is het belangrijk om deze stijlgids steeds bij de hand te hebben en stapsgewijs te kijken, of je alle regels zorgvuldig toepast. Wanneer je al aan het begin van het scriptietraject die stijlgids bestudeert en de regels in acht neemt, in het bijzonder bij het refereren en bibliograferen, kan je jezelf een hoop werk besparen door het meteen goed te doen.
Tijdpad en planning Naast de formele regels, waaraan je je dient te houden bij het schrijven en afwerken van je de scriptie, is er nog één stelregel die je in acht moet nemen om tot een goed resultaat te komen. Een scriptie kost tijd en energie en vereist concentratie en zorgvuldigheid, zeker wanneer je een goede scriptie wilt schrijven, waar je tevreden of zelfs trots op kunt zijn. Los van alle regels die in deze stijlgids nog volgen, is daarom de belangrijkste regel voor een goede scriptie: zorg dat je genoeg tijd reserveert voor het voorbereiden, onderzoeken, schrijven en afwerken van je scriptie. Voor het hele proces van eerste idee tot definitieve scriptie moet je uitgaan van een periode van één tot anderhalf jaar, waarin je je met regelmaat op je onderzoekt en scriptie moet concentreren. In haar Handboek academisch
16