Skip to main content

Teken en zie de wereld

Page 1

Teken en zie de wereld

Teken en zie_p001_128.indd 1

01-04-12 14:54


Teken en zie_p001_128.indd 2

01-04-12 14:54


Jules Rijssen

Teken en zie de wereld Oorlogsveteranen in Suriname

Teken en zie_p001_128.indd 3

02-04-12 11:20


Colofon Teken en zie de wereld Oorlogsveteranen in Suriname

© 2012 kit Publishers - Amsterdam / Jules Rijssen

kit Publishers Mauritskade 63 Postbus 95001 1090 HA Amsterdam publishers@kit.nl www.kitpublishers.nl

Dit boek is mogelijk gemaakt door de Nederlandse Ambassade te Paramaribo, de Federatie van oud-strijders en ex-militairen, de Stichting voor Recreatie Oorlogsveteranen Surinamers 19431947 en 1952-1953 (ros), Surinaams Inspraak Orgaan, Dienst Maatschappelijke Ontwikkeling (dmo) Amsterdam en Stichting Wan‘atti. Met dank aan alle ‘oral authors’ voor hun levensverhalen en alle andere betrokkenen bij dit project, in het bijzonder de familie Sandra Fuljhari en Rudy Bedacht.

Redactie Irene Geerts, Amsterdam Grafische vormgeving Ad van Helmond, Amsterdam Productie High Trade bv, Zwolle

Foto omslag – Johannes Paskald en Anton Semmoh, Luna Park, Australië. Collectie George Spong Schutblad voor – Het eerste detachement Surinaamse militairen te Panama voor vertrek naar Australië in 1944. Collectie William Watson/Jules Rijssen Schutblad achter – Plattegrond van Paramaribo met loopgraven. Collectie R.D. Simons/Museum Suriname

isbn 978-94-6022-172-9 nur 689/688

Teken en zie_p001_128.indd 4

01-04-12 14:54


Voor alle Surinamers die niet terugkwamen van de oorlog Opgedragen aan Anton Semmoh, ds. Rudi F. Polanen en William F. Watson

Teken en zie_p001_128.indd 5

01-04-12 14:54


Teken en zie_p001_128.indd 6

01-04-12 14:54


Inhoud

Surinamers te Kijkduin,

Inleiding

9

winter 1946. Collectie William Watson

“Liever sterven dan zo verder de dood tegemoet” 15 Hugo Evert Alberga “Suriname was in die tijd eigenlijk een militair kamp” 17 Arthur Paul Albercombie “Een weg vol gaten en racen boven de zestig kilometer per uur. Met munitie!” 21 Esselien Bakrude-Bolwerk “Wij behoorden tot de eerste groep van Surinaamse mariniers” 25 Ludwig Bandison

Teken en zie_p001_128.indd 7

7

“Deze zaak gaat jullie niet aan, Surinamers” Iwan Leendert Dompig

39

“Ik moest de jonge meiden brengen en onbeschadigd afleveren in Australië” 43 Theophila D’Hont-Berkenveld “Soms heb ik last. Dan komen de beelden van de oorlog terug. Die visioenen” 47 Arthur Eckhorst “Het eerste wat ik op Balikpapan deed was lijken verbranden. Lijken van Japanners en anderen” 49 Jean Richenel Hirschaw (Elsau) “Soms kan ik nog steeds heimwee hebben naar het tropisch sprookjesparadijs” 51 Henriëtte Haakmat-Fernandes

“We hebben onze onderscheidingen in een grote enveloppe gedaan en geadresseerd aan Hare Majesteit de Koningin” 27 John Johannes Paulus Bottse

“We hebben leren schieten. Dat was een vreemde toestand” 55 Friede Norine Ferrol-Mac-Intosh

“Actief nieuws over het eerste detachement Overzee” 31 Cornelis de Gooyer

“Op die manier wisten wij de censuur te omzeilen” 57 Pauline Hermelijn

“Je was marinier en een eigen mening had je niet” 33 André Eugene Dest

“In de bussen had je bordjes: coloured only of whites only” 61 August Adolf Hermelijn

“Voor hetzelfde geld was die V2 precies op ons neergestort” 37 Michel Eduard Drenthe

“Wij bemoeiden ons niet met de slachtoffers – na ons kwam de opruimploeg” 65 Rambier Singh Janki

01-04-12 14:54


8

“Ik ken geen enkele Surinamer die kok was” Cyrill R. Karg

69

“Als ze een hamer lieten vallen, dacht je dat het weer een inslag van een torpedo was” 71 Carel Fransois Maria Lichtveld “Op dat moment voel je je anders. Je bent een hele kerel geworden” 75 August Alexander Mijnhijmer “Het schijnt hier zo eenzaam te zijn” Eugène Moore

“Ik leefde in die koloniale geest om soldaten op te leiden” 79 Isidoor August Mompelier 81

“Ik heb mensen zien slapen in het water met alleen hun hoofd boven het water” 87 Cycil Frits Albert Orna “We hadden de taak om de kust van de Guyana’s mijnenvrij te houden” 89 Hugo Erwin Overman “Soms moet je terwijl je zelf alle moed hebt verloren anderen moed inspreken” 91 George Humphrey Nelson (Pieter) Polanen

Teken en zie_p001_128.indd 8

“Ik dacht dat wij welkom waren, want wij werden beschouwd als de bevrijders van Europa!” 97 Franklin Octaaf Soerel “Die drie jaren daar hebben van mij een man gemaakt” 101 Herman Jakob Simson

77

“Wij hebben niets voor mijn broer kunnen doen” 78 Matilda Harriete Christina Berggraaf-Moore

“De oorlog blijft je beïnvloeden” André Ludwig Neiden

“Surinaamse oorlogsveteranen kregen vijftig gulden” 95 Anton Semmoh

“Je hoorde alleen het geluid en je wist niet waar de bommen terecht zouden komen” 105 Leo Ludwig Spalburg “Er wordt beweerd dat wij in Suriname oorlog gevierd hebben. Niets is minder waar” 107 Wilfred Teixeira “Het oorlogsveld is jouw huis. Daar eet je en drink je, daar slaap je” 111 Wilfred Herman van Gom “De eerste confrontatie was de stank van gesneuvelde militairen en rottende lijken” Fred van Russel

115

“Toen ze zeiden dat wij tegen de Javanen moesten vechten, hebben wij geprotesteerd” 119 William Frederik Watson “We hebben tussen lijken moeten slapen” Willem Cornelis Wooter

123

“Als je aan het front zit, word je een ander mens” 125 Hendrik Frederik Wouter

01-04-12 14:54


Inleiding “Op 2-3 augustus 1939 vertrok ik als KNIL-rekruut vanuit Nederland naar Indië. Daar volgde ik mijn opleiding in het depot van Bandan. Na zes maanden was ik afgericht soldaat. Toen de Japanners Nederlands-Indië binnenvielen, was ik gestationeerd op het vliegveld te Batavia. Ik bediende daar een batterij afweergeschut. Tijdens de gevechten gingen we richting Oost-Java. We waren onderweg toen de capitulatie werd opgelegd – dit was in 1942. Na de capitulatie werd ik als krijgsgevangene geïnterneerd in het Kale Koppenkamp op Java. Rond 15 oktober 1942 werden we ingescheept naar Raymond Chateau, Birma. Op 7 november kwamen we in Rangoon aan. 7 maart 1921, Paramaribo. Er waren vele gevallen van dysenterie en beriberi. Collectie Karin Chateau Ik leed ook daaraan en lag daardoor bijkans een jaar in het ziekenhuis. Daar ben ik door vier of vijf Surinamers opgevangen. Ik heb vanwege mijn ziekte niet aan de spoorlijn van Birma kunnen werken. Toen ik uit het ziekenhuis ontslagen werd, was die al gereed. Ik ben toen met vele andere krijgsgevangenen naar de grens tussen Cambodja en Laos gebracht om te werken aan de bouw van een vliegveld. Daar was ik toen Japan in 1945 capituleerde. Na de oorlog ben ik naar Suriname teruggegaan. Ik heb daar ook jongens ontmoet die aan de Birmaspoorlijn hebben gewerkt. Ik ben toen bij Koninklijke Landmacht gaan werken en heb het gebracht tot sergeant. Ik heb heel veel ellende gezien en meegemaakt tijdens de oorlog.” De Van Galen II. Collectie Instituut voor Maritieme Historie

Teken en zie_p001_128.indd 9

Maar weinig mensen weten iets over de rol die Suriname en de Surinamers speelden in de Tweede Wereldoorlog. Alhoewel er de laatste jaren in het kader van 4 en 5 mei regelmatig artikelen over verschijnen in Nederlandse en Surinaamse dagbladen, hebben de gemiddelde Nederlander én Surinamer geen idee van de offers die Surinamers hebben gebracht. Toch zijn het land en haar bevolking op allerlei manieren aan geallieerde zijde betrokken geweest.

9

Suriname had allereerst een belangrijk aandeel in het leveren van grondstoffen. Zo bracht het meer dan 65% in van het bauxiet dat nodig was voor het vervaardigen van militaire vliegtuigen in de Verenigde Staten.1 Ook de bevolking droeg vanuit alle lagen haar steentje bij. Ondanks de grote armoede door de oorlogssituatie hield zij allerlei hulp- en inzamelingsacties en slaagde er daarmee onder andere in om genoeg geld bijeen te brengen voor een Spitfirevliegtuig voor de Nederlandse regering en om bij te dragen aan de aankoop van de torpedojager Van Galen II.2

Suriname fungeerde in de oorlogsjaren ook als veilige haven voor vele oorlogsvluchtelingen. Eind december 1942 werden er onder meer 123 Nederlandse Joden opgevangen. Ook niet te vergeten zijn de Surinamers in Europa: degenen die daar hun leven gaven in het verzet 3, en degenen die vanwege hun Joodse etniciteit naar de concentratiekampen

01-04-12 14:54


werden gestuurd.4 Vanaf 1941 werden in Suriname elk jaar zowel Joodse slachtoffers als gesneuvelde Nederlandse en Surinaamse militairen herdacht.

10

Surinaamse militairen in Nederlandse dienst

Marineman Eddy Chateau, later bij de Royal Air Force, op 30 augustus 1941 neergehaald boven Lista (Noorwegen). Collectie Eugene Chateau

Het minst bekend is misschien nog wel dat honderden jonge Surinaamse mannen én vrouwen als vrijwilligers en dienstplichtigen het Nederlandse leger in gingen. Zij dienden tijdens de oorlog bij verschillende onderdelen van de krijgsmacht: bij het Koninklijk Nederlandsch-Indisch Leger (KNIL), het Korps Stads- en Landwachten, de Prinses Irene Brigade, de Schutterij, de Compagnie Vrouwelijke Hulpkrachten, de marine (zowel bij het Korps Mariniers als bij de vloot, ook op duikboten), zij werkten als gunners oftewel kanonniers op koopvaardijschepen5 en als jachtpiloten.6 Een deel vervulde zijn of haar taak in Suriname, de meesten werden uitgezonden overzee: naar de Nederlandse Antillen, Nederlands-Indië of Europa, met tussenstations in Australië of de Verenigde Staten. Zo vochten in de meidagen van 1940 Suri-

naamse militairen met hun Nederlandse collega’s en daarna in de rangen van de Britse Royal Air Force mee tegen de Duitse invasietroepen. Zo werden in 1944 jonge Surinaamse mannen en vrouwen – geworven als vrijwilligers met de slagzin “Teekent voor Australië en zie de wereld” – uitgezonden om in de Oost tegen de Japanse bezetters te gaan vechten.7 En zelfs nadat ze in 1947 waren gedemobiliseerd, werd een deel van de Surinaamse militairen in 1950 opnieuw uitgezonden: ditmaal als onderdeel van de Nederlandse VN-missie naar Korea.8 Over de precieze inzet en de ervaringen van de Surinaamse militairen in de strijd tegen het fascisme tijdens de Tweede Wereldoorlog is helaas vrij weinig bekend.9 Wie hier de Surinaamse en Nederlandse kranten over de laatste vijftien jaar over raadpleegt, komt steevast dezelfde twee namen tegen: die van William Watson, Indië- en Korea-veteraan en voorzitter van de in Amsterdam gevestigde stichting Recreatie Oorlogsveteranen Surinamers (ROS), overleden in 2011; en die van Fred van Rus-

Zevende Depot Bataljon, Haarlem, oktober 1939. Met gitaar Wim de Miranda. Collectie Wim de Miranda

Teken en zie_p001_128.indd 10

01-04-12 14:54


sel, Korea-veteraan en voorzitter van de Federatie voor Oud-Strijders en Ex-Militairen te Paramaribo. Deze heren hebben in beide landen om aandacht gevraagd voor de offers die de Surinaamse militairen in Nederlandse dienst hebben gebracht, zowel tijdens de Tweede Wereldoorlog als tijdens de Koreaoorlog. Zij hadden voorgangers in Pieter Polanen, Hendrik Frederik Wouter en anderen van de Bond van Indiëveteranen in Suriname, en in Anton Semmoh, oprichter van de ROS in Nederland.

Strip uit soldatenblad Raak. Collectie NIOD

Slechts weinig militairen hebben hun ervaringen uitgebreid opgetekend. Mr. Hugo Pos schreef over zijn tijd als officier en gunner, mr. Charles Rosheuvel over zijn belevenissen als verpleegkundig militair voor het Rode Kruis in de Oost.10 Van een ander karakter zijn de berichten van de Indisch-Hollandse officier De Gooyer in het Surinaamse soldatenblad Raak over de inzet van Surinaamse vrijwilligers in de Oost.

gebeurde er met die jonge jongens en meisjes die in het zuiden van Amerika werden geconfronteerd met segregatie? Hoe heeft de oorlog hun jonge levens direct beïnvloed? Wie waren de Surinamers die in Nederland in het verzet gingen? Welk effect had de Koreaanse Oorlog op de jongens die na hun ervaring in Nederlands-Indië voor deze tour bijtekenden? Hoe hebben hun ervaringen het verloop van hun verdere leven beïnvloed? De wens was waar nodig ook op de Nederlandse Antillen onderzoek te verrichten. Dat is helaas niet doorgegaan vanwege het gebrek aan financiën.

11

Een geschiedenis in herinneringen Om dit stukje geschiedenis niet verloren te laten gaan, vatten de toenmalige stichting Afro-Surinaams Centrum Kwakoe (ASCC) en de stichting Recreatie Oorlogsveteranen Surinamers (ROS) gezamenlijk het plan op om onderzoek te doen naar de ervaringen van Surinaamse veteranen tijdens de Tweede Wereldoorlog en hoe die oorlog de rest van hun leven heeft beïnvloed. Dat resulteerde in het onderzoeksproject “Ervaringen en herinneringen van Surinaamse militairen tijdens de Tweede Wereldoorlog en Korea-oorlog”. In interviews op basis van de methode van de mondelinge geschiedenis (oral history) beoogde dit project de ervaringen van deze mensen in kaart te brengen.11 De gesprekken draaiden om vragen als: wie waren die militaire vrijwilligers die overzee gingen? Wat gebeurde met hen op de slagvelden? Wat

Teken en zie_p001_128.indd 11

01-04-12 14:54


Kenmerkend voor de methode van de mondelinge geschiedenis is dat de vertellers, de oral authors, een belangrijke rol spelen, terwijl het verkrijgen en gebruik van het materiaal dat uit de gesprekken voortkomt bijzondere zorgvuldigheid vereisen. Het is een gegeven dat herinneringen vertekenen na verloop van tijd, en als bewijs moet het materiaal dan ook anders gebruikt worden; het gaat om de waarheid van de respondenten. Hoe het verleden wordt herinnerd en geĂŻnterpreteerd heeft niet alleen te maken met hoe het verleden is beleefd, maar ook met hoe er later tegenaan gekeken is: in dit geval tegen de achtergrond van de geringe belangstelling van de rol van Suriname tijdens de oorlog. De waarde van mondelinge geschiedenis zit in de persoonlijke ervaring van de gebeurtenissen

12

en het effect dat deze hadden op het levensverloop van de betrokkenen. Tevens geeft mondelinge geschiedenis een inzicht in die tijd. In het kader van de Surinaamse en Nederlandse oorlogserfgoedvorming vormt deze geschiedschrijving op basis van ooggetuigenverslagen zo een cruciale bron.

Dit boek Deze publicatie omvat portretten van militairen die de Tweede Wereldoorlog beleefden als onderdeel van de Schutterij, de compagnie Vrouwelijk Hulp Korps, het Vrouwelijk Korps KNIL, de marine (het Korps Mariniers en het vloot- of marinepersoneel) of de gunners. Het overgrote deel van deze portretten is gebaseerd op de hiervoor genoemde interviews met de veteranen, afgenomen tussen 2000

Groepsfoto uit NederlandsIndiĂŤ. Raymond Chateau staat derde van links op de tweede rij van onderen. Collectie Karin Chateau

Teken en zie_p001_128.indd 12

01-04-12 14:54


Reünie van Surinaamse

13

veteranen in de Koningskerk van de Evangelische Broedergemeente te Amsterdam, 2000. Foto M. Sterman

George Spong in Puerto Rico. Collectie George Spong

Teken en zie_p001_128.indd 13

en 2009.12 Om het beeld te completeren zijn ook enkele portretten opgenomen van burgers die dicht betrokken waren bij het oorlogsgeweld – zoals een van de kroonvaarders, de burgermatrozen op de Nederlandse koopvaardijschepen – en van militairen die in de Korea-oorlog in het Nederlandse leger dienden. De gekozen fragmenten zijn geredigeerd omwille van de leesbaarheid en compactheid. Er is naar gestreefd de gedachtegang, het vertelritme en de woordkeus van de geïnterviewden zo nauw mogelijk te volgen. Dat levert soms tegenstrijdigheden, vergissingen of onduidelijkheden op, zoals dat gaat bij herinneringen. Dat is bijvoorbeeld het geval met de wervingsslogan voor de strijd in de Oost: “Teekent voor Australië en zie de wereld” is in de

herinnering van velen geworden: “Teken en zie de wereld”. Voor enkele portretten is gebruik gemaakt van de (schaarse) bronnen die er al waren: krantenartikelen, brieven, een documentaire. Waar dat het geval is, staat dat bij het portret vermeld. Bijzondere vermelding verdient George Spong – onderwijzer en Australiëganger – die zijn omvangrijke collectie foto’s ter beschikking stelde voor publicatie in dit boek. Helaas zijn vele respondenten, onder wie George Spong, overleden voor de totstandkoming van dit boek. “Elke dag valt een blad” is een veel gebezigd gezegde onder de Surinaamse oorlogsveteranen, inmiddels allemaal op hoge leeftijd. Tegen deze

01-04-12 14:54


14

achtergrond krijgt deze publicatie bijna het karakter van een postume getuigenis van deze veteranen. Hun herinneringen blijven niet alleen bewaard in dit boek, maar ook in al het oorspronkelijke, complete interviewmateriaal (inclusief interviews waaruit hier wegens plaatsgebrek niets opgenomen kon worden) dat waarschijnlijk zal worden ondergebracht bij het Nationaal Archief in Paramaribo en Museum Fort Nieuw-Amsterdam in Commewijne. Ik hoop dat andere onderzoekers en belangstellenden de geschiedschrijving van dit stukje Surinaamse geschiedenis daarmee weer verder zullen brengen.

impressie van gebeurtenissen en herinneringen.’ In: Ad van den Oord, Jules Rijssen, Ted Schouten (red.), Een gemeenschappelijke strijd. Tilburg, Suriname, Aruba en de Nederlandse Antillen in de Tweede Wereldoorlog. Tilburg: Commissie Wereldoorlog II in de West. 7 In totaal zouden er drie detachementen naar de Oost vertrekken. Het eerste: vertrek 27 februari, aankomst 3 juni 1944, 206 manschappen: 5 officieren, 17 onderofficieren, 35 brigadiers en 149 soldaten – circa 30 Europeanen, 106 Creolen, 55 Javanen en 15 Hindostanen. Het tweede: vertrek 27 juli, aankomst 2 november 1944, 192 manschappen. Het derde: vertrek en aankomst eind juni/juli 1945, 43 mannen (chauffeurs en genie). Samen met het aantal vrouwelijke militairen (25, vertrek 19 november 1944) dat overzee diende kwam het totaal aan manschappen op circa 500, exclusief acht vrouwelijke krachten die naar Londen gingen.

Jules Rijssen

8 Surinamers vormden een deel van het Nederlandse bataljon van 3.800 manschappen (vrijwilligers) dat vanaf 23 november 1950 actief

Noten

was in Korea. Dit bataljon is beter bekend onder de afkorting NDVN

1 Naast de Surinaamse bauxiet was de Antilliaanse aardolie van

(Nederlands Detachement Verenigde Naties). Daarnaast werd er vanaf

levensbelang voor de Geallieerden. 80% van de brandstof voor de Britse luchtmacht was afkomstig van Curaçao en Aruba. Minister-president

juli 1950 ook een Nederlandse torpedobootjager ingezet. 9 Journalist Tony Wong heeft in de jaren tachtig van de vorige eeuw wel

Gerbrandy in november 1941 voor Radio Oranje: “De oorlog zal worden

een aanzet gegeven tot het vastleggen van de ervaringen van enkele

gewonnen op golven van olie en met vrachten bauxiet.”

oud-strijders. Deze zijn gepubliceerd in een speciale editie van De

2 Het Spitfirefonds bracht 135.000 gulden bijeen. Het Comité Oorlogsnoodfonds Suriname verzamelde binnen twee maanden 50.000 gulden voor Nederland en bepleitte een afstaan van 1% van het salaris

Ware Tijd onder de titels ‘Surinaamse oorlogsveteranen van de Tweede Wereldoorlog 1939-1945’ en ‘Korea 1951-1953, deel 1’. 10 Zie: Pos, H. (1995), In Triplo. Autobiografie. Amsterdam: In de

voor dit doel. Voor Indonesië werd 10.000 ingezameld en voor de

Knipscheer. Rosheuvel, Ch.A. (1989), Van West naar Oost. De rol van

bevrijding van Nederland in 1945 ruim 200.000 gulden. Zie: Scholtens,

de Curacaose Rodekruiscolonne in het voormalig Nederlands-Oostindië.

B. (1991), Suriname tijdens de Tweede Wereldoorlog. Paramaribo: Anton

Zutphen: De Walburg Pers.

de Kom Universiteit. 3 De bekendste Surinaamse verzetsstrijder is Anton de Kom, schrijver

11 Zie: Du Bois-Reymond, M. (1983), ‘Over de methode van mondelinge geschiedenis.’ In: M. Du Bois-Reymond en T. Wagemakers (red.),

van het zeer bekende boek Wij slaven van Suriname. Hij stierf op 24 april

Mondelinge geschiedenis. Over theorie en praktijk van het gebruik van

1945 in concentratiekamp Neuengamme.

mondelinge bronnen. Amsterdam: SUA. Thompson, P. (1978), The voice

4 Tussen de 115 en 130 (de cijfers zijn niet duidelijk) Surinaamse Joden zijn omgekomen in de Duitse concentratiekampen. 5 Op het KNSM-monument te Amsterdam staan de namen van 29

of the past: oral history. Oxford: Oxford University Press. 12 Het interview met Leo Spalburg werd afgenomen door mijn moeder Muriel Garconius, alle andere interviews door mijzelf.

Surinaamse kroonvaarders die op zee zijn omgekomen. 6 Zie voor een uitgebreidere beschrijving van de diverse legeronderdelen: Rijssen, J.P. (2007), ‘Suriname tijdens de Tweede Wereldoorlog. Een

Teken en zie_p001_128.indd 14

01-04-12 14:54


H u g o Eve r t Al be r g a

Bewerking van de lezing ‘Suriname en de Tweede Wereldoorlog. Enkele fragmen-

gebore n 6 n ov e m be r 1 9 21 , P a ra m a ribo ( † )

15

“Liever sterven dan zo verder de dood tegemoet”

ten en eigen herinneringen’ van 4 mei 1989.

Hugo Alberga. Collectie Hugo Alberga

Teken en zie_p001_128.indd 15

“Aan de oversteek [vanuit Balikpapan naar schiereiland Kariango] met de landingsboot ging een verkenning vooraf. De Surinaamse Javaan Abdul Salan deed eerst, verkleed als inlander, de oversteek, waarna het peloton volgde. De tocht naar het pompstation ging over een heuvelrug die voor een groot deel onbegroeid was. Slechts in het begin werd op ons geschoten; het was duidelijk dat de aanwezige Japanners zich terugtrokken. Ze hadden er wel alle moeite voor gedaan onze opmars te vertragen. Zo was midden op de heuvel een mitrailleur geplaatst. Natuurlijk schoten wij daarop, en toen er niet teruggeschoten werd gingen we erop af. Het mitrailleursnest bleek van hout te zijn. Aan een boom was een Japans uniform gebonden. Dit had ons in de veronderstelling gebracht dat daar een Japanner zat, en deze truc leverde zeker een uur vertraging op. Via de verbindingsgroep had onze Australische officier contact met leden van een Australische groep die, naar hij vertelde, aan de andere kant van het schiereiland oprukte. Op het eind van deze buitengewoon vermoeiende tocht, die enkele dagen duurde, kregen wij versterking van het Ambonese peloton. Hierbij was ook de compagniecommandant kapitein Zijlstra aanwezig, alsmede enige officieren die sinds Morotai [op de Molukken] met de compagnie optrokken. Bij de laatste actie op dit eiland werd een Ambonese militair door zijn kaak geschoten. Hij bleef gelukkig in leven.”

“Teruggekeerd in ons tentenbivak in Balikpapan [Oost-Borneo] behelsde onze taak wederom het opsporen en onschadelijk maken van Japanners die zich niet hadden overgegeven en in het bos verbleven. Een laatste patrouille werd in deze stad gemaakt toen de Papoea’s [die in het KNIL vochten] ons berichtten dat er in het bos een mitrailleur was opgesteld. De mitrailleur werd niet ontdekt en gelukkig is ons toen veel ellende bespaard gebleven. Op 15 augustus was voor ons de strijd tegen de Japanners afgelopen. Niet wetende wat ons op Java te wachten stond, verlangden wij naar de dag waarop wij zouden vertrekken. Op 29 september vertrokken wij per boot naar Tandjong Priok. Wij kwamen op 4 oktober daar aan, als eerste compagnie na de vrede met Japan. De eerste indruk bij aankomst op Java gaf mij de overtuiging dat de door Soekarno gepropageerde onafhankelijkheid de bevolking had rijp gemaakt voor een rechtvaardige revolutie. Op de treinen, op de huizen en op veel meer plaatsen zag men rood-witte vlaggen en waren teksten geschreven als: ‘Liever naar de hel dan nogmaals gekoloniseerd te zijn. Indo’s, gij zijt gewaarschuwd! Van Mook wat doe je hier, we hebben je niet nodig.’ Op de borsten van de mensen prijkten rood-witte speldjes [de vlag van Indonesië]. Onder goede bewaking bleven wij twee dagen op de steiger van Tandjong Priok. De Indonesische propaganda werd voortgezet.”

01-04-12 14:54


“Met de eerste compagnie begonnen de acties op Java tegen de Javanen die de strijd om hun onafhankelijkheid tegen Nederland aanvingen. Onze eerste patrouille was op de weg die leidde van het vliegveld naar een hoofdweg. In een put ontdekten wij het lijk van een vrouw die vermoedelijk eerst mishandeld was. Toen wij in de put keken, werd er op ons geschoten. Het vuur werd in alle richtingen geopend en de eerste onschuldige Javanen lieten het leven. Het doet mij pijn na zoveel jaren over de strijd op Java te vertellen. Het wettelijke gezag, voor zover aanwezig, had niets te vertellen en er heerste een ongekende anarchie. De Surinaamse militairen, die ongewild beschouwd werden als KNIL-militairen, kregen de eerste teleurstelling. Zij hadden

16

getekend voor de strijd tegen de Japanners en niet tegen de Indonesiërs. Dit hield in dat de lonen die voor hen waren vastgesteld bij het aangaan van de verbintenis voor de strijd tegen de Japanners, niet meer werden betaald. Over hun salaris is heel wat te doen geweest. Zelf heb ik in Indonesië malaria opgelopen en ben ik vier keer in het hospitaal opgenomen: in Pondokgedeh in februari en april en later nog tweemaal in Batavia. De militairen van de eerste compagnie waren duidelijk zichtbaar oververmoeid. Toch werd hun wegens gebrek aan mensen geen lang verlof verleend. Met de woorden: liever sterven dan zo verder de dood tegemoet!, schoot soldaat Bongra van mijn peloton zich op het compagniesbureau door het hoofd.”

Invasie van Balikpapan. Een West-Indische, hoogstwaarschijnlijk Surinaamse korporaal met hondje tussen de ruïnes. Collectie NIOD

Teken en zie_p001_128.indd 16

01-04-12 14:54


A rth u r P a u l A l be r c o m bi e

g e bore n 27 a u g u s t u s 1 9 20, P a ra m a ribo

17

“Suriname was in die tijd eigenlijk een militair kamp” “Suriname was in die tijd eigenlijk een militair kamp. Je had de Schutterij, je had het KNIL, je had de mariniers, en ga zo maar door. Ik ben sergeant geworden. Later kwam ik ook in aanmerking voor de opleiding tot reserve-officier. Ik ben gedemobiliseerd als eerste luitenant.”

De opbrengst van het Spitfirefonds gepubliceerd in een Surinaamse krant

“De Schutterij is begonnen met vrijwilligers. Als ik mij goed herinner zijn er drie lichtingen geweest. Toen zat men met een tekort aan kader. Ondertussen werd de dienstplicht ingevoerd en toen riepen ze een aantal jongens – jongelui, onder wie ik, die een mulo-diploma hadden – op onder de dienstplichtwet. Nadat we afgericht waren, zijn we op de kaderschool geweest. Die kaderschoolopleiding heeft ongeveer zes maanden geduurd en toen werden we sergeant. Als sergeant werden we bij de verschillende onderdelen geplaatst. Ik kwam terecht bij de kustartillerie op [Fort] Nieuw-Amsterdam.” “Percy Wijngaarde was directeur van De Suriname, een krant, hij en zijn vader zijn de initiatiefnemers van het Spitfirefonds geweest. Er werden allerlei mogelijke activiteiten georganiseerd. Suriname was net uit de crisis van de jaren dertig en dat die arme bevolking zoveel geld heeft bijeengebracht [om een Spitfirevliegtuig te kopen], dat was wel een prestatie. In die dagen was Suriname zo pro-Nederlands, zo pro-Oranje. Men was verknocht aan het Huis van

Teken en zie_p001_128.indd 17

Oranje. Nationalisme bestond nog niet. Dat kwam pas na de oorlog. Veel van die Surinaamse jongelui kwamen naar Holland om te studeren en te werken. In die tijd zijn ze nationalistisch geworden.” “Op de kaderopleiding waarop ik zat, zaten jongens van de Prinses Irene Brigade. De jongens van de Prinses Irene Brigade waren Koninklijke Landmacht en de Surinaamse jongens de Schutterij. Maar het was helemaal samengetrokken. De opleidingen waren hetzelfde, met dit verschil: er was eerst een officiersopleiding voor alleen maar de jongens van de Irene Brigade. Die duurde drie maanden. Ze werden nog grappenderwijs ninety day wonders genoemd. Want in negentig dagen waren zij officier. De tweede opleiding, waar ik op zat en er waren ook jongens van Prinses Irene Brigade bij, die opleiding heeft zes maanden geduurd. De jongens van Surinaamse origine werden tweede of derde luitenant bij de Schutterij. De Hollandse jongens werden reserveofficier bij het KNIL of de Nederlandse Landmacht. Ik moet wel zeggen dat deze jongens al in Nederland een kaderopleiding hadden gevolgd. Ze waren dus niet zo grasgroen.” “Er was een grote rivaliteit tussen de Surinaamse, Indische en Nederlandse groepen. Elke groep wilde uitblinken. Ik herinner mij nog dat Getrouw, een Indische KNIL-officier, een keer met zijn groep op

02-04-12 11:21


werden drie batterijen kustartillerie geïnstalleerd. De districtscommissaris toen was een meneer Van Petten, een kapitein. Dat had je op Albina ook. De districtscommissaris van toen was tevens militair. Er was een militair-geneeskundige dienst en daar was een aantal Surinaamse doktoren dat gemilitariseerd was. Er was onder andere dokter Ali, dokter Jong Baw. Er was een vrouwelijke arts bij: Abdulsavan-Karg. Ze deden dit omdat er te weinig militaire artsen in Suriname waren.”

18

“Op een gegeven moment had men in Suriname ook een tekort aan kader bij de politie. Toen wij nog op de reserveofficiersopleiding zaten, heeft men geprobeerd onder ons wat mensen te werven die zouden worden opgeleid tot inspecteur van politie. Ik was er één van. Van de zes die oorspronkelijk waren voorgedragen, zijn een paar inderdaad overgegaan naar de politie. Deze drie zijn inspecteur van politie geworden.” Dr. Abdulsavan-Karg. Collectie Polly Levens/ Vereniging Ons Suriname

Fort Zeelandia was en de groep van de Surinamer Latour, waar ik bij zat, kwam binnengemarcheerd. Een van de dingen die je leert bij exercitie is dat er behoorlijk gestapt moet worden. Je moet tjap, tjap horen. Ik herinner mij nog dat wij daar binnen kwamen en dat Getrouw zei: dat lijkt wel een groep sluipmoordenaars. Omdat we niet genoeg tjap, tjap deden.” “Toen de oorlog uitbrak, hadden we slechts een kleine groep mensen [bij het KNIL] en de enige bewapening was een paar oude geweren. Maar met de komst van de Amerikanen werd de bewapening flink opgevoerd. We kregen pantserafweergeschut. Op Purmerend en op [Fort] Nieuw-Amsterdam

Teken en zie_p001_128.indd 18

“De relatie tussen de Surinaamse en Amerikaanse jongens was goed. Waar je wel eens vechtpartijen kreeg, en dan ging het vaak om prostituees, was aan de Watermolenstraat. Het ging dan tussen de Surinaamse jongens en de mariniers of tussen de Amerikanen. Wat luxe betreft konden we niet tegen de Amerikanen op. Ik ben wel eens commandant geweest van een kleine groep Surinaamse en Hollandse militairen op Zanderij. Nou, er waren wel honderden Amerikanen daar. We zijn in hun kantine en PX-winkel [winkel met Amerikaanse waren] geweest. Waar wij waren wapperde de Nederlandse vlag. Voor de rest was het Amerikaans.”

01-04-12 14:54


19

Plattegrond van Paramaribo met loopgraven. Collectie R.D. Simons/Museum Suriname

Teken en zie_p001_128.indd 19

01-04-12 14:54


20

Teken en zie_p001_128.indd 20

01-04-12 14:54


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
Teken en zie de wereld by LM Publishers - Issuu