

BEZIELDE NATUUR SURINAME
TOLIN ALEXANDER EN MARIJKE BESSELINK


COLOFON
Suriname, bezielde natuur
LM Publishers www.lmpublishers.nl info@lmpublishers.nl
© 2025 – LM Publishers & Naturalis Biodiversity Center
ISBN: 9789460229480
Tekst en samenstelling Marijke Besselink en Tolin Alexander
Redactie Katerna Tekst & Redactie | Clazien Medendorp
Beeldredactie Inez de Ruiter
Foto omslag Humberto Tan
Ontwerp Peter Jelsma
Productie Hightrade bv
Behoudens de in of krachtens de Auteurswet van 1912 gestelde uitzonderingen mag niets uit deze uitgave worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand, of openbaar gemaakt, in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch door fotokopieën, opnamen of enig andere manier, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever. Auteursrecht ten aanzien van tekst- en datamining en machinelearning is nadrukkelijk voorbehouden.
De grond is niet van jou, en niet van mij. De witte man kwam en vroeg: “Van wie is deze grond?” De Inheemse man kijkt rond en zegt: “Van niemand.” “Oh”, zegt hij, “als dit land van niemand is, dan neem ik het.”
Hij kijkt vanuit bezit. -
Lloyd Read

VOORWOORD
Dit boek brengt de rijke biodiversiteit van Suriname samen met de spirituele en culturele betekenis die het bos heeft voor de lokale gemeenschappen. Het vormt een brug tussen de wetenschappelijke benadering van natuurbehoud en de diepgewortelde, levende tradities van Marrons en Inheemsen.
Bij Naturalis streven we ernaar om natuur en wetenschap te verbinden, waarbij onze uitgebreide collectie van ruim 43 miljoen objecten fungeert als fundament voor onderzoek,educatie en natuurbehoud.
Deze collectie stelt ons in staat om de biodiversiteit van Suriname te bestuderen en te begrijpen, maar ook om de verhalen en betekenissen die mensen aan deze natuur toekennen te tonen, te waarderen en te respecteren.
Suriname, bezielde natuur belicht hoe het Surinaamse bos niet alleen een groots ecosysteem is, maar ook een levend erfgoed dat doordrenkt is van rituelen, verhalen en wijsheid: kennis die van generatie op generatie wordt doorgegeven. Natuurbehoud is daarom niet alleen belangrijk vanuit wetenschappelijk oogpunt, maar ook een culturele en spirituele verantwoordelijkheid.
Dit boek herinnert ons eraan dat de natuur meer is dan een verzameling soorten en ecosystemen; het is een bron van inspiratie, identiteit en verbinding. Het is een levend archief van kennis en betekenis, waarin wetenschap en spiritualiteit elkaar versterken en aanvullen.
Suriname, bezielde natuur draagt niet alleen bij aan ons begrip van de Surinaamse natuur,maar ook aan onze waardering voor de diepe banden die wij mensen overal ter wereld hebben met de natuur, waar we zelf natuurlijk deel van uitmaken. Het boek is een uitnodiging om met respect en verwondering te kijken naar de wereld om ons heen, en om de verhalen te horen die de natuur ons te vertellen heeft.
MARJOLEIN VAN BREEMEN
Directeur van Museum Naturalis Biodiversity Center
MARJOLEIN VAN BREEMEN

INLEIDING
In 2025 is het vijftig jaar geleden dat Suriname onafhankelijk werd van Nederland. Voor Naturalis was dit de aanleiding om met de tentoonstelling Het bos van Suriname (van 11 oktober 2025 t/m 28 februari 2027) de verbondenheid met dit land te onderstrepen.
Suriname
Suriname
Machtige stromen dooraderen onafzienbare groene landschappen
Waar de natuur opnieuw bezit nam van verlaten akkers
In een poging te verbloemen
Marijke Besselink
Suriname bestaat voor 93% uit bos. Maar het bos wordt ernstig bedreigd; de planten en dieren die er leven, de mensen die er wonen. Grootschalige houtkap, bauxiet- en oliewinning vernietigen het leefgebied van Inheemsen en Marrons. Het eten van vis uit rivieren en meren heeft ernstige gevolgen voor de gezondheid, vanwege het kwik en de cyanide die bij de goudwinning worden gebruikt. Een tentoonstelling over het bos van Suriname betekent aandacht voor deze bedreigingen. Maar ook: kijken naar onszelf.
Eeuwen van verzamelen en onderzoek zijn in de collectie van Naturalis terug te vinden. Als belangrijke wetenschappelijke collecties, maar ook als erfenis van onze koloniale geschiedenis. In de collectie
Economische Botanie liggen alle producten die in meer of mindere mate van economisch belang waren. Deze collectie vertelt niet alleen een verhaal over flora, maar ook over exploitatie, machtsverhoudingen en het toe-eigenen van kennis. De tentoonstelling nodigt uit om opnieuw te kijken. Om te vragen: van wie is deze kennis? Wie spreekt namens de natuur?
JUIST HET GELOOF IN EEN BEZIELDE NATUUR IS NOODZAKELIJK VOOR
VAN HET BOS
Centraal in de tentoonstelling staat de kankantri, de kapokboom (Ceiba pentandra) die met zijn soms wel zestig meter hoge kroon ver boven het regenwoud uitsteekt. Marrons en Inheemsen beschouwen de boom als verblijfplaats van geesten. De spirituele verhalen over deze boom kunnen worden opgevat als een oproep voor natuurbescherming. Juist het geloof in een bezielde natuur is noodzakelijk voor ons voortbestaan en het voortbestaan van het bos. Gastcurator Tolin Alexander en inhoudelijk adviseur Sherlien Sanches brachten ons in Suriname in contact met bewoners van het bos, zowel van Inheemse als van Marron-afkomst. Hun verhalen maken dat de collectiestukken in de tentoonstelling weer tot leven komen, bezield raken en opnieuw geladen worden. Het boek Suriname, bezielde natuur is een weerslag van de bijzondere ontmoetingen en gesprekken die aan het boek voorafgingen. Het is geen catalogus, maar een voortzetting van het gesprek. Een uitnodiging
om te luisteren, te leren, en te erkennen dat kennis vele vormen kent. Het bos is niet alleen een bron van grondstoffen, maar een levende entiteit, vol stem en betekenis. Een plek waar wetenschap en spiritualiteit samenkomen.
Naast gesprekken met bewoners van het bos, bevat dit boek bijdragen van mensen die onderzoek deden naar medicinale en rituele planten uit het bos, naar de herkomst van collecties in Naturalis en naar botanische tekeningen uit Suriname.
Zoals bomen via een netwerk van schimmels verbonden zijn met andere bomen, zo zijn wij verbonden met alles om ons heen. Een complex ecosysteem met een ongekend aantal boomsoorten zoals in Suriname, is cruciaal voor een leefbaar klimaat op aarde. We zijn, in Suriname en Nederland, afhankelijk van de biodiversiteit om ons heen. Suriname, bezielde natuur maakt duidelijk dat de manier waarop je naar de natuur kijkt, en welke waarde je eraan toekent, bepaalt hoe je ermee omgaat.
Dit besef is cruciaal voor een leefbare en toekomstbestendige wereld. Want we staan allemaal voor dezelfde uitdaging: het leven op onze bijzondere planeet behouden.
MARIJKE BESSELINK
Wetenschappelijk inhoudsontwikkelaar Naturalis

TOLIN ALEXANDER EN MARIJKE BESSELINK
ONZE VERBONDENHEID MET DE NATUUR
Een gesprek
MARIJKE
Het eerste dier dat we zagen toen we aankwamen in Suriname was een zwarte gier … alsof hij ons verwelkomde, precies zoals we dat voor ogen hadden in de tentoonstelling. Voor mij was het de tweede keer dat ik het land bezocht. Vijfentwintig jaar geleden was ik er voor het eerst. Suriname had destijds een diepe indruk op mij gemaakt. En wat belangrijker was: ik werd me bewust van onze koloniale erfenis – een verleden van geweld en slavernij, dat tot op heden doorwerkt. Als gevolg hiervan leven Inheemsen en Marrons samen in het bos.
TOLIN
We worden Marrons genoemd, maar in mijn moedertaal heten we Fiiman, vrije mensen. Nazaten van hen die voor hun vrijheid hebben gevochten, generatie na generatie. Die weerbaarheid, die veerkracht, is tot op de dag van vandaag terug te zien. Bewust koos ik dan ook voor Asidonhopo als bestemming voor onze tocht naar het binnenland. Het urenlang varen langs het ondoordringbare woud, het laveren over de sula’s: dit gevoel van vrijheid is deel van mijn wezen.
HET LIJKT ALSOF DE KANKANTRI ME VRAAGT
OM
STIL TE ZIJN EN TE
LUISTEREN

Na een vijf uur durende tocht over de Surinamerivier, waarbij de bootsman behendig de vele sula’s − de stroomversnellingen − weet te trotseren, komen we aan bij resort Kumalu. Het ligt tegenover Asidonhopo, aan de monding van de Pikin Rio. Dit is een van de bovenlopen van de Surinamerivier. Allereerst nemen we een bad in de rivier. Het water is roestbruin en heerlijk koel. Kleine visjes doen zich tegoed aan onze huidschilfers. De komende dagen zullen we veel mensen spreken en filmopnamen maken. Maar vooral ook inspiratie opdoen om iets van het gevoel van het bos over te brengen in de tentoonstelling. Harm Rensink, die het ruimtelijk ontwerp gaat doen, kijkt me betekenisvol aan. Dit komt goed. Na een lange dag word ik in slaap gesust door het onafgebroken geluid van kikkers en cicaden.
Rond middernacht, als de generator zwijgt en het geluid van kikkers en cicaden de overhand krijgt, ga ik naar buiten om te genieten van de sterrenhemel. Met het geklater van de stroomversnelling op de achtergrond, staar ik naar de kruin van de kankantri. Ik hoop op de verschijning van een gele vuurbal, als verschijning van de vleermuisgeest Azeman, zoals in de verhalen omschreven. Verhalen zoals ik ze in mijn jeugd in vele versies heb gehoord. Over heksen die de gedaante van een vleermuis kunnen aannemen en vervolgens in een vuurbol veranderen. Zijn dat niet precies de verhalen waarnaar we op zoek zijn? Verhalen van mensen die, zoals mijn ouders, geboren en getogen zijn in het binnenland en leven volgens de wetten van de natuur.
De kikkers en cicaden zetten hun symfonie in, maar laten dan de reuzenpad soleren tegen het gonzen van het water. Ik voel de bagage van mijn jeugd. Dan denk ik de yooka foo te horen, de nachtzwaluw. In de stad wordt gezegd dat, wanneer je hem drie keer hoort fluiten, de dood nabij is. Gauw haast ik me naar binnen, Ik ben nu eenmaal een urban maroon …

In Asidonhopo worden we ontvangen door granman Albert Aboikoni, de granman van de Saamaka. We leggen de reden uit van onze komst en zeggen dat we graag de kankantri’s in de omgeving willen zien. We krijgen toestemming en de granman weet ons te raken met zijn woorden over het belang van het bos en de verbinding met de natuur. Hij stelt dat grote bosoppervlakken worden vernietigd, een van de oorzaken van klimaatverandering. De huidige oorlogen en tegenstellingen zijn volgens hem het gevolg van het feit dat de mens vervreemd is geraakt van de natuur. “We zijn verdwaald en moeten de weg terugvinden.”
Dan ontmoeten we onze kankantri: een echte gran masra, een rijzige gestalte. Een enkel flesje – overblijfsel van een offerande – ligt aan zijn voeten. Dit zou de kankantri worden die een pendant krijgt in de tentoonstelling over de bezielde natuur. Deze boom (Ceiba pentandra) die met zijn soms meer dan zestig meter hoge kroon ver boven het regenwoud uitsteekt, wordt als heilige boom beschouwd.

Een boom, of plant, vormt de verbinding tussen het zichtbare en het onzichtbare. Er zit een spirituele kant en een praktische kant aan. Een mooi voorbeeld is de bamboe in mijn tuin. Mijn moeder had me gewaarschuwd: als de bamboe te groot wordt, komen er ‘dingen’ in, geestesdingen… en het klopt: de plant is zijn eigen leven gaan leiden, de bamboe zit vol vogels. Zodra de boom ‘begeesterd’ is, ofwel geesten bevat, moet deze met rust gelaten worden.
De plankwortels zijn zo’n vierenhalve meter hoog en omarmen me. Het bladerdak filtert het zonlicht dat gouden vlekken op de aarde schildert. Het lijkt alsof de kankantri me vraagt om stil te zijn en te luisteren. Hoe lang is het geleden dat ik heb geluisterd naar een boom? Of in verwondering keek naar een boom? Bomen vormen over het algemeen het decor van onze wandelingen, waarbij het geklets van mij en mijn medewandelaars de geluiden van het bos overstemt. Meestal zie ik niet meer dan hout en blad, of bruin en groen. Het was ook al even geleden dat ik een bijzondere natuurervaring had, een spirituele ervaring waarbij ik buiten mezelf leek te treden. Ik stond op een glooiing bij Weesp en plotseling zag ik de wereld met andere ogen, vanuit mijn hart; een enorm gevoel van liefde maakte zich van me meester. De wereld werd een deel van mij.
TOLIN ALEXANDER EN MARIJKE BESSELINK
Achter de kankantri weten we het water. Dichtbij, maar niet te zien. Het water vormt een belangrijk element in ons leven. Ik woonde in mijn jeugd grotendeels in Paramaribo, maar ging elke vakantie naar Wanhatti, het dorp van mijn moeder, aan de rivier de Cottica. Ik herinner me dat de boten van het dorp altijd plaats moesten maken voor de grote bauxietboten. Een keer is een tante van mij daarbij letterlijk tussen wal en schip gekomen, zij heeft dit niet overleefd. De boten die langskwamen om bauxiet te halen komen niet meer, de reuzenotters kunnen weer ongestoord ronddwalen in hun colabruine rivier. Voor het theaterstuk Swartgat schreef ik een ode aan mijn geboortegrond.
KOTIKA
Vóór ons hebben Lokono en Ka’lina aan deze oevers gewoond. Ze hebben kamina, lianen, katoen en Mauritiuspalm in pulp van rode kusuwe gedoopt tot een fleurig kleed. Dansend hun kinderen gevoed met jouw donkerbruine water, als eeuwige thee getrokken uit duizenden soorten bladeren, boombast en wortels …

Hoe verhouden we ons tot de natuur? We hebben ons losgemaakt van de seizoenen, leven in huizen die kou en wind buiten houden, eten fruit maar kennen niet de boom waaraan het groeide. Natuur is iets waar we ‘naartoe gaan’ om te wandelen, in plaats van iets om ons heen. Zolang we de natuur niet erkennen als iets waar we mee verweven zijn, zal het slecht gaan met de natuur. Als we haar zien als decor, of als bezit. In Nederland overheerst een economische blik –wat levert de natuur ons op? Ondertussen gaat het slecht met veel soorten en dat is een groot probleem. Biodiversiteit is onmisbaar voor schoon drinkwater, voedsel, veiligheid en welzijn.
WE ZIJN VERDWAALD EN MOETEN DE WEG TERUGVINDEN
Het belang van biodiversiteit is ook in Suriname een hot topic, de natuur wordt bedreigd en moet beschermd worden. Steeds meer bos moet wijken voor goudmijnbouw. De mensen die daar het meest onder lijden zijn vooral de bosbewoners. Dit Saamaka-gebied is nog vrij van mijnbouw. Het water is nog niet vervuild als in andere gebieden waar goud voorkomt. Hier kun je ervaren hoe nauw verbonden Marrons nog leven met de natuur, al heeft het kapitalisme ook hier zijn intrede gedaan.

In het museum staan ze stil: de koningsgier op een tak, de boa constrictor op alcohol, het slangenkruid zorgvuldig geperst in het herbarium. Van bezieling is geen sprake. Het zijn dode planten en dieren, verzameld om het leven te begrijpen. Maar ze vormen de ruggengraat van ons onderzoek naar biodiversiteit. Als we ervoor willen zorgen dat het beter gaat met de natuur, moeten we weten welke planten en dieren er zijn en hoe de natuur werkt. Dat is wat Naturalis onderzoekt. Maar biodiversiteitsverlies is ook een relationeel probleem. Het laat zien hoe we onszelf buiten het geheel hebben geplaatst. Terwijl elke ademhaling ons verbindt met bomen, elk glas water ons herinnert aan rivieren, en we brood eten dankzij zon en aarde. Pas als we die verbondenheid doorvoelen, verandert onze houding.
Ik woon in een stad omringd door kankantri’s.
Een vriend van mij noemt ze urban kankantri’s.
Ze verliezen steeds meer de kracht van hun bestaan.
Ze roepen om hulp en we luisteren niet. We luisteren niet naar hun pijn. Hun takken worden gesnoeid en plankwortels weggezaagd. Immers, een stukje grond in de stad kost een kapitaal, de ooit zo geprezen woudreus is de dupe.
We zijn verdwaald en moeten de weg terugvinden… Als wij de natuur willen behouden, moeten we niet alleen haar beschermen – we moeten ook onszelf veranderen. Want wij zijn geen toeschouwers, maar deelnemers. Geen beheerders, maar medewezens in een levend geheel. Wij zijn natuur. De natuur, dat zijn wij.
DE WIND VOELT ANDERS
Als je diep in het bos een kankantri ontmoet, voel je de wind. Het is de kracht, de energie die je voelt. Maar ook kun je een kankantri tegenkomen die je angstig maakt. Zelfs met een geweer in je hand, kun je zo angstig zijn, dat je niet verder durft te gaan, dieper het bos in. Je keert om. De geest van de kankantri voel je door de energie die de boom uitstraalt.
Onder de kankantri
kun
je onverklaarbare zaken ervaren
Er zijn kankantri’s die je liefdevol uitnodigen om bij hen tot rust te komen. Je besluit wat te eten; je pakt je cassavebrood, een maggiblokje, peper ... je eet wat, rust uit en rookt misschien een sigaretje. Je zit in de nabijheid van de boom en je wilt niet weg.
Onder sommige bomen is het zo schoon, dat je denkt dat de grond net aangeharkt is. Geen enkel blad te zien. Het lijkt alsof de mensen juist zijn vertrokken. Ja, er wonen mensen bij de kankantri die jij en ik niet met onze ogen kunnen zien. Alleen als zij dat willen, kun je af en toe een glimp van ze opvangen. Je veegt eens door je ogen, en kijkt eens goed. Zag ik iemand? Onder de kankantri kun je onverklaarbare zaken ervaren. De wind voelt niet overal hetzelfde.

Onze voorouders hebben altijd al geweten dat de kankantri een bijzondere boom is. De boom vertelt je dat er meer is dan we kunnen waarnemen. Wij komen niet aan de kankantri. De kankantri is heilig, we hakken hem niet om.
-
Pomla Aboikoni
SYMBOOL VAN DE MATYAW
Deze kankantri is meer dan honderd jaar oud. Hij is een symbool van de Matyaw, onze gemeenschap. De boom is heel bijzonder. Hij groeit op een steen in het water. Andere kankantri’s hebben stevige wortels en voeden zich met de kracht van de grond. Maar deze boom krijgt zijn kracht van de steen. Hoe kan dat? Hoe kan hij leven zonder aarde?
We kunnen het niet duiden. Heel wat generaties staat hij er al.
En altijd is hij hetzelfde. Hij groeit nauwelijks
Mijn gedachte hierover: de boom vertelt het verhaal van onze familie. Niets gebeurt zomaar. Alles is voorbestemd. Wij van dit dorp zijn allemaal nakomelingen van drie zussen die zijn voortgekomen uit dezelfde moeder. De drie gezusters zijn Bobi, de oudste, Ma Amina, de middelste en Adisi, de jongste. Wij zijn hun afstammelingen, maar leven verspreid over twee dorpen tegenover elkaar. De moeder van de zussen had nog meer kinderen, maar zij hebben geen nakomelingen hier. Wat mij betreft beeldt de boom dan ook de familie uit. Het is één boom, verdeeld in drieën: de eerste, de grootste is Bobi, de middelste is Amina en de kleinste is Adisi. Drie families, maar toch één dorp, één familie. Als deze kankantri uiteindelijk valt, dan weet ik zeker dat wij als familie uiteengevallen zijn...


Er leeft iets in de kankantri.
Iets wat wij niet kunnen verklaren
KANKANTRI een bezielde boom
Er leeft iets in de kankantri. Iets wat wij niet kunnen verklaren. Het is een bezielde boom. Een boom met een speciale geest, een spirit, en de grootste boom die we hier in Saamaka kennen. Hij stijgt ver uit boven de andere bomen. Je ziet hem overal langs de rivier en overal voel je zijn kracht. Onze voorouders hebben vanaf de tijd van de marronage al geleerd hoe ze met deze bomen moesten omgaan. Bij sommige kankantri’s worden offers gebracht, maar de meeste worden met rust gelaten.
Voordat we een kostgrond aanleggen, kijken we waar er een kankantri staat; deze mag je niet omhakken of verbranden. Ook als het zo is dat de kankantri een gevaar vormt voor mensen, dan nog mag je hem niet zomaar omhakken. Speciale priesters, die kennis hebben van de geest die in de boom huist, vragen we dan om hulp.
Niet alleen de kankantri kan een spirit hebben. Ook akantasi, de termietenheuvel moet je omzeilen. En je blijft uit de buurt van bepaalde stenen die door vuur verhit kunnen worden.




IK BEN EEN KIND VAN HET WOUD MI NA BUSIPIKIN
“Ik ben geboren en getogen hier in het dorp Agiti-ondoo. Ook mijn ouders zijn hier geboren. Ik behoor tot de vierde generatie die nauw verbonden is met deze grond.” Ze kijkt mijmerend en vol trots richting haar kostgrondje met rijst vlak achter haar huis. “Vroeger gingen we dieper het bos in: jij op mijn rug, de andere kinderen die al zelfstandig de moerassen konden oversteken, liepen mee; zo gingen we naar onze kostgrond. Een kind dat nog aan de borst was, nam ik altijd mee. De kleintjes die nog niet konden lopen, liet ik thuis bij de oppas, vaak een familielid. De kinderen die je achterliet moesten
veilig zijn, maar de kinderen die met je mee gingen natuurlijk ook. Je paste je ook aan het seizoen aan. Wanneer het tijd was om de rijst te oogsten, kon het hele gezin mee. Het was dan makkelijker de moerassen over te steken, want het was bijna overal droog. Het bos had een sterke invloed op de opvoeding. Het bepaalde het gezinsleven. Dat was me een tijd!”
“Nu ben ik oud, maar ik wil nog dingen blijven doen. Dus ik plant nu vlakbij. Ouderdom komt met traagheid en luiheid.” Ze schaterlacht. Dit is zelfspot. Ze vergelijkt de jonge vitale Aidame Mame

Wanneer het bos naar vis ruikt, zijn er mogelijk slangen in de directe omgeving
Malonti, zoals ze zichzelf weleens volledig noemt, met de oudere dame die ze nu is. Ze zegt dat ze traag is, maar op het moment dat wij het bospad naar haar kostgrond betreden, zie ik hoe deze vrouw transformeert en de leiding van mij overneemt. Op een bepaald moment maant ze mij om stil te staan. Ze beweegt haar handen tussen de struiken, ik zie hoe ze kijkt en zeg niets. Na een snelle manoeuvre, buiten mijn zicht, kapt ze een flinke tak met stekelige doorns af en gooit die met gemak aan de kant. Dan gebaart ze mij door te lopen alsof ze wil zeggen: kom mijn jongen, het is weer veilig.
We komen uit een zwijgcultuur. Sommige dingen spreek je niet uit. Maar ons wordt wel geleerd onze zintuigen te gebruiken; om dingen waar te nemen en

om zonder woorden te handelen.
Wanneer het bos naar vis ruikt, zijn er mogelijk slangen in de directe omgeving. We weten hoever we in het regenseizoen zijn als we bepaalde kikkers horen kwaken. En als de kikkers plotsklaps hoog springen, weten we dat er gevaar dreigt, vaak is er dan een slang in de buurt.
Mijn moeder, die zichzelf Busipikin noemt, een kind van het woud, heeft ons via verhalen en anekdotes vele wijsheden bijgebracht. Ze kent het woud en weet hoe we ermee moeten omgaan. Ik leun op haar kennis.
Zij die mij heeft gedragen, leren luisteren, kijken, ruiken … zij deed me het bos begrijpen. Ik voel me evenveel Busipikin als zij: Adaime Mame Malonti, mijn moeder.