februari 2o20
3 Isabel zit op basketbal
4
7
Eerste hulp bij ongelukken
8
Techniek in de klas
Kip Nugget
Snelle rondjes
Jamie, Thomas en Riënne juichen voor Nederlandse schaatsers. Aanmoedigen Thomas: ‘De schaatsers gaan hard. We moedigen ze aan door te roepen. Ik krijg er pijn van in mijn keel. Het is echt heel leuk om hier te zijn.’ Jamie: ‘Ik krijg een kick als het startschot gaat. Als Nederland voorop schaatst, denk ik steeds: kom op, winnen! Ze draaien ook leuke muziek. We kunnen lekker dansen. Ik houd heel erg van dansen.’
2.200 kinderen kijken naar de schaatswedstrijd.
Oranje Jamie: ‘We zijn voor de Nederlandse schaatsers. We hebben daarom oranje kleren aan.’ Thomas: ‘Als er geen Nederlander schaatst zijn we voor een land dat dichtbij ligt, bijvoorbeeld België. Of we zijn voor iemand die heel goed kan schaatsen.’
DORDRECHT – Riënne (11), Thomas (10) en Jamie (10) van basisschool Het Kristal zijn bij de wedstrijden voor de World Cup Shorttrack. Shorttrack is een schaatssport. Schaatsers moeten zo snel mogelijk rondjes schaatsen op een baan van 111,11 meter. Ze doen dat in kleine groepjes. De wedstrijden duren 3 dagen. Riënne, Thomas en Jamie zijn bij het Kidsbezoek op vrijdag 14 februari. 2.200 andere leerlingen van verschillende scholen uit de regio kijken vandaag ook naar de wedstrijden. Tekst en foto’s: Linda te Veldhuis
Jamie: ‘Het is hier heel leuk en ook spannend. Ik ben heel blij dat we hier met school naar toe kunnen.’ Riënne: ‘We zijn hier met groep 5, 6 en 7 van onze school. Ik ben nog nooit bij zo’n grote sportwedstrijd geweest. Mijn vader kijkt shorttrack op tv. Ik kijk dan met hem mee. Hij ziet nu op tv waar ik in het echt ben geweest.’
Thomas, Riënne en Jamie zijn bij de World Cup Shorttrack.
Zelf schaatsen Thomas: ‘Ik heb 1 keer geschaatst tijdens een kinderfeestje. Ik vind schaatsen leuk. Ik wil een keer met mijn broertje schaatsen.’ Riënne: ‘Ik zat vroeger op kunstschaatsen. Ik ben gestopt. Ik vind dat je daar te veel kunstjes moet doen. Ik wil liever hard gaan. Maar je moet denk ik lang oefenen voor je shorttrack kunt schaatsen. Ik denk niet dat ik dat leuk vind.’ Jamie: ‘Mijn opa kijkt veel naar schaatsen op tv. Hij motiveert mij om te schaatsen. Ik ga soms op de schaatsbaan in Dordrecht schaatsen.’
Prikbord
Februari 2o20
Er komt een patiënt bij de dokter. ‘Waarom eet u pleisters?’, vraagt de dokter. Zegt de patiënt: ‘Omdat ik buikpijn heb.’ Kid (11) De moeder van Pietje zet de borden met soep op tafel. ‘Maak het tafelkleed niet vies, ik heb het namelijk net gewassen', zegt ze tegen de kinderen. ‘Per vlek verminder ik jullie zakgeld met 2 euro.' Moeder gaat weer naar de keuken. Als ze terugkomt, ziet ze Pietje met een lepel soep over het tafel-
kleed verspreiden. ‘Wat ben je aan het doen, Pietje?', vraagt moeder. Pietje: ‘Ik maak van 3 vlekken 1 vlek!' Eveline (12) Jantje logeert bij oma en opa. Jantje zegt: ‘Oma, oma ik moet plassen.' Oma zegt: ‘Plassen is geen net woord, dus zeg in plaats van plassen zingen.' Opa komt eraan. Jantje zegt: ‘Opa, opa ik moet zingen.' Opa zegt: ‘O, doe het dan maar in mijn oor.'
V B G A
E
N A V
P
O S D
S O P
A
I
A A G
E
C W R
E
D D
J
V M V U S
H
E
D
Z N K
I
E
O R
T
G
E
E O N
I
E
H G A H
H
I
G
R H R D
Y
R S
E
I
V G
E
I
R
L
O V N D
C N B
E
G
A G Z G N D O
P A
E
P
I C
I
D
E
L
I
E
F
L
R R R
S
P
N H C
N
E
B G
I
A H
E
A
A
Z
I
E
K
T
E
A R
I
U M R V
E
E
A Q U
A O D P
Aangeboden door kinderboekhandel De Giraf in Dordrech t
AANDACHT AQUARIUM ASIEL BENCH BEWEGING BROKJES DIEREN GEDRAG HOK HOND HYGIENE LIEF OPVANG
OPVOEDEN PAARD PAPEGAAI POES PUPS RIEM SCHILDPAD VACHT VEILIG VERZORGER VOEDING VOGEL ZIEKTE
ANTWOORD (1 WOORD) :
K
REGELS: DE WOORDEN VIND JE HORIZONTAAL, VERTICAAL EN DIAGONAAL. JE MAG LETTERS MEERDERE KEREN GEBRUIKEN. ALS JE DE OVERGEBLEVEN LETTERS IN DE JUISTE VOLGORDE ZET, KRIJG JE HET ANTWOORD. MAIL DIT WOORD SAMEN MET JE VOORNAAM, LEEFTIJD EN HET TELEFOONNUMMER VAN JE OUDERS OF VERZORGERS (ZODAT WE CONTACT MET JE OP KUNNEN NEMEN ALS JE HEBT GEWONNEN) NAAR REDACTIE@JONG078.NL. ALLEEN WINNAARS KRIJGEN BERICHT.
HET ANTWOORD VAN DE WOORDZOEKER VAN DE VORIGE KINDERKRANT IS: ZWEMINSTRUCTEUR DE WINNAAR IS: SAMUEL (9)
GEFELICITEERD!
Michael (10)
Iris (10)
PUZZELCORNER.NL
De vader van Jantje heeft drie zoons. Kwik, Kwek en …? Isabel (10)
Jantje
Wat is het toppunt van nieuwsgierigheid? Door het sleutelgat van een glazen deur kijken.
1 zebra gaat water drinken bij een bron. Bij het water staan 6 giraffen. Iedere giraffe heeft 3 apen op zijn rug. Iedere aap heeft 2 vogels op zijn rechterschouder. Hoeveel dieren drinken er water bij de bron? Omgedraaid: In totaal drinken er 61 dieren water bij de bron.
2
Alecsandra (12)
078 De nieuwe Jong verschijnt aart! donderdag 19 m een goed Heb jij een leuke mop, voor een artikel? e ide k raadsel of een leu am en je leeftijd Mail deze met je voorna l naar redactie@jong078.n
Deze Jong078 wordt mede mogelijk gemaakt door:
COLOFON JONG078
- FEBRUARI 2020 1 - EDITIE 2 ���� 11.000 KRANTEN
JAARGANG OPLAGE:
MEER INFORMATIE EN CONTACT: WWW.JONG078.NL
Oprichter en hoofdredacteur: Linda te Veldhuis Fotograaf: SHe Fotografie Vormgever: Stan van Oss
Volg Jong078 op:
Sport/Kunst & Cultuur
februari 2o20
isabel zit op
3
Dit artikel is mede mogelijk gemaakt door:
basketbal ZWIJNDRECHT – Isabel (9) zit sinds 1 jaar op basketbal. Ze traint
iedere week op dinsdagavond bij basketbalvereniging Helmink Heroes. Isabel vindt basketbal heel leuk. Tekst en foto’s: Linda te Veldhuis
Isabel: ‘Basketbal is goed voor je conditie. Je rent veel. Ik vind het erg leuk dat je basketbal in een team speelt. Ik vind het gezellig. Er zitten leuke kinderen in het team.’
Isabel met haar eigen basketbal.
Bal in basket Bij basketbal moet de bal in de basket worden gegooid. Isabel: ‘De basket is een heel groot bord met een vierkant vlak onderaan. Er hangt een ring met een net aan. Je moet de bal in het net gooien. De rode lijnen op de vloer van de gymzaal zijn voor basketbal. De lijnen geven het speelveld aan. Er zijn 10 spelers nodig. Ieder team heeft 5 spelers.’ Rondjes op de bal Isabel vindt dribbelen erg leuk. Isabel: ‘Ik kan als ik dribbel lekker rennen en met de bal stuiteren. Er zitten kleine rondjes op de bal. Zo heb je goede grip. Je kunt de bal daardoor beter vasthouden.’
De bal moet in de basket komen.
Buiten basketballen Isabel: ‘Je kunt bijna overal basketballen. Ik teken bijvoorbeeld met krijt op een muur in de straat een vierkant. Ik mik met de bal op het vak. Ik kan zo oefenen met gooien. Ik ga soms naar het basketbalveld in het Develpark.’
Isabel is onderweg naar de basket.
Wil jij basketbal eens proberen? Kom dan meedoen tijdens de Vriendjes- en vriendinnetjesavond op 10 of 17 maart in de Develhal in Zwijndrecht van 18.30 tot 19.45 uur. Aanmelden is niet nodig.
Stap in de wereld van de Bosatlas
DORDRECHT – Thijs (8) en Mika (10) bezochten eind januari het Onderwijsmuseum. Ze kregen een rondleiding langs de tentoonstelling Stap in de wereld van de Bosatlas. Stefan Vogels van het Onderwijsmuseum vertelde Mika en Thijs veel over de tentoonstelling. Mika: ‘De Bosatlas bestaat al 150 jaar.’ Thijs: ‘Bij Google Maps bekijk je kaarten online. In een atlas bekijk je ze in een boek.’ Tekst: Linda te Veldhuis Foto’s: SHe Fotografie Mika en Thijs vinden atlassen en wereldkaarten interessant. In de tentoonstelling Stap in de wereld van de Bosatlas zien Thijs en Mika hele oude atlassen en tekeningen. Ze bekijken ook digitale landkaarten en kaarten waarop een fout is gemaakt. Ze zien zelfs kledingstukken en lampen gemaakt van landkaarten. De Bosatlas Mika: ‘Een atlas is een boek met veel kaarten van de wereld. Op de kaarten staan bijvoorbeeld landen, zeeën, plaatsen, rivieren en meren.
Thijs en Mika wijzen hun woonplaatsen aan.
Thijs en Mika bekijken de digitale kaarten.
De Bosatlas heet Bosatlas omdat de oprichter Bos van zijn achternaam heet.’ Thijs: ‘Op de kaarten in de Bosatlas wordt informatie weggelaten. Er staan op een kaart bijvoorbeeld alleen autosnelwegen. Spoorwegen en kleinere wegen staan er niet op. De kaart is zo duidelijker.’
Mika en Thijs zitten bij de hele kleine Bosatlassen.
Digitale kaarten Mika: ‘Ik vind het scherm met de verschillende kaarten van Nederland erg leuk. Je kunt op een knop
drukken en dan zie je steeds een andere kaart.’ Thijs: ‘Ik bekijk kaarten met alle ziekenhuizen of alle pretparken. Ik bekijk ook kaarten waarop staat waar de zon het meest schijnt of waar de meeste regen valt.’ Heel klein Thijs: ‘Er zijn ook hele kleine Bosatlassen. Daar staat hetzelfde in als in de normale, maar dan heel klein. Je moet de kaarten met een vergrootglas bekijken. Ze worden
vaak gestolen. De kleine Bosatlassen zijn daarom vastgelijmd. Ik kan de kaarten dus helaas niet bekijken.’ Speurtocht Mika: ‘Ik vind dit een leuke tentoonstelling. Je kunt met de speurtocht opdrachten doen en veel bekijken. Je kunt zien hoe de Bosatlas en de wereld veranderd zijn. Ik vind het leerzaam hier. Ik heb veel nieuwe dingen gezien en gehoord.’
Ook benieuwd naar deze tentoonstelling? Samen met je ouders/verzorgers of met de klas? Kijk op www.onderwijsmuseum.nl voor meer informatie.
4
Sociaal/Gezondheid
Februari 2o20
Kinderambassadeurs
Week van de kinderambassadeurs Vedde: ‘De eerste week van februari was het bij ons de week van de kinderambassadeurs. Er waren verschillende acties op school. Op maandag hebben we posters opgehangen en flyers uitgedeeld. Op dinsdag zetten we de ideeëndoos en batterijendoos neer. Op woensdag kwam de wethouder langs om met ons te praten over het milieu. Op donderdag deelden we in alle klassen wat gezond lekkers uit. Op vrijdag sloten we de week af met een presentatie met foto’s van deze week.’
HENDRIK-IDO-AMBACHT – Fae (11), Vedde (10) en Noor (8) zijn kinderambassadeurs op Jenaplanschool de Klimboom. Fae: ‘Het is lastig om samen met alle leerlingen van school een gesprek te voeren. Dat zijn er 180.’ Noor: ‘We hebben daarom 8 kinderambassadeurs. Uit iedere klas 1. Zij praten met elkaar en met de directeur van school. Ze doen dat namens alle leerlingen.’ Tekst en foto’s: Linda te Veldhuis
De kinderambassadeurs vergaderen iedere week. Ze praten over verschillende onderwerpen, bijvoorbeeld milieu, pesten, het schoolplein en spullen in de klas. Noor: ‘Ik vind het belangrijk dat iedereen zich op zijn gemak
voelt op school. Daarom ben ik kinderambassadeur.’ Fae: ‘Ik ben kinderambassadeur omdat ik het fijn vind om anderen te helpen.’ Vedde: ‘Ik wil graag een leuker schoolplein voor de oudere kinderen. Het is nu te saai. Ik wil ook pesten laten stoppen. Ik ben zelf vroeger gepest. De juffen en meesters moeten niet alleen kiezen wat er wordt gedaan, maar ook de leerlingen.’ Ideeën en klachten De kinderambassadeurs hebben een ideeëndoos opgehangen. Leerlingen kunnen op een briefje schrijven wat ze op school willen veranderen. Ze kunnen dat briefje in de doos doen. Fae: ‘Wij lezen de ideeën. Briefjes met onzin halen we eruit. Bijvoorbeeld dat iemand zegt dat school moet stoppen. De kinderambassadeurs bespreken de echte ideeën.’ Noor: ‘We verzamelen ook klachten. Bijvoorbeeld: we kunnen te kort buiten spelen. Of: het schoolplein is vies. De klachten bespreken we met elkaar.’
Fae en Noor laten de gemaakte dozen zien.
Klep op prullenbak Noor: ‘Er lag veel rommel op het schoolplein. We hebben ontdekt dat
De poster voor de week van de kinderambassadeurs. afval uit de prullenbak waait. Vogels halen ook afval uit de prullenbak. We hebben daarom klepjes op de prullenbak laten zetten. Het plein blijft nu schoner.’ Batterijendoos Veddde: ‘Fae heeft de batterijendoos gemaakt. Leerlingen en ouders kunnen hier lege batterijen in doen.’ Fae: ‘Wij doen de batterijen in een speciale verzamelbak in een winkel hier vlakbij.’ De batterijendoos staat bij de ingang van de school.
Vedde, Fae en Noor staan bij de prullenbak met klep.
Eerste hulp bij ongelukken DORDRECHT – Leden van Scouting Panoord uit Zwijndrecht waren 25 januari bij het trainingscentrum van de Ambulancedienst. Tim (10), Timon (9), Irini (8) en Lina (9) kregen een rondleiding en oefenden hoe je EHBO kunt geven. Lina: ‘EHBO is de afkorting voor Eerste Hulp Bij Ongelukken.’ Irini: ‘Ik krijg vandaag de insigne voor EHBO als ik de oefeningen goed doe. Een insigne is een bewijs dat je iets kunt. Ik draag gekregen insignes op de mouw van mijn blouse.’ Tekst en foto’s: Linda te Veldhuis
De scouts leren in een paar weken hoe je eerste hulp kunt geven. Irini: ‘Ik vind het belangrijk om te weten wat ik moet doen als ik een ongeluk zie gebeuren.’ Lina: ‘Ik leer vandaag hoe ik een verband om moet doen. Ik leer ook wat ik moet doen als iemand zich verslikt. En ik leer hoe ik iemand moet verplaatsen.’
Stevig verband Tim pakt een breed verband en doet dat om de arm van Timon. Tim: ‘Dit verband is voor een erg bloedende wond, bijvoorbeeld een snijwond. Ik leg het strak om de arm. De druk van het verband stopt het bloeden. Ik vind het belangrijk dat ik dit een keer geoefend heb. Ik weet dan wat
Irini sleept de pop weg. mijn handen boven in zijn buik en ik duw 5 keer omhoog.’ Je moet 112 bellen als het eten niet los komt. Lina tilt de pop voorzichtig op. ik moet doen als ik zo’n wond in het echt meemaak.’
Tim wikkelt een verband om de arm van Timon.
Timon duwt in de buik van Tim.
Verslikken Als je je erg verslikt, kun je geen adem meer halen. Tim: ‘Ik leer hoe ik kan voorkomen dat iemand stikt in eten.’ Tim laat het bij Timon zien. Tim: ‘Ik sta achter Timon en sla 5 keer boven het midden van zijn rug. Als het eten niet loskomt, zet ik
Wegslepen Een slachtoffer kan op een gevaarlijke plek liggen, bijvoorbeeld op een druk fietspad. Hij of zij moet dan verplaatst worden naar een veilige plek. Irini en Lina oefenen het verplaatsen met een pop. Lina: ‘Ik ga naast de pop zitten en ik til met mijn arm voorzichtig het hoofd op. Dan ga ik op mijn knieën achter de pop zitten.’ Irini: ‘Ik doe mijn armen onder de oksels en ik houd de pop beet. Ik kan de pop nu verslepen en op een andere plek voorzichtig neerleggen.’
Verkeer
februari 2o20
ZIE JE ME ?
HENDRIK-IDO-AMBACHT – Merijn (10), Brechtje (12), Kelsie (11) en Quinten (11) gaan op de fiets naar hun school SOL De Watervlinder. Ze maken onderweg oogcontact met andere weggebruikers. Merijn, Brechtje, Kelsie en Quinten vertellen waarom goed kijken zo belangrijk is. Tekst en
5
Vraag tijdens het eten: Wanneer keek jij niet goed in het verkeer?
foto’s: Linda te Veldhuis
De Verkeersquiz 1. Wat is waar? A. In B. In je C. In
het verkeer maak je oogcontact om vrienden te worden. het verkeer maak je oogcontact om te weten of de ander gezien heeft. het verkeer is oogcontact maken niet nodig.
2. Hoe weet je of een fietser misschien niet goed oplet? A. Hij/zij kijkt naar zijn telefoon. B. Hij/zij heeft airpods in. C. A en B zijn juist.
3. Wat doe je als een bestuurder op zijn telefoon kijkt en jij komt er aan? A. Ik fiets hard door. Misschien ben ik sneller. B. Ik ga met mijn armen zwaaien en roepen. C. Ik neem geen risico en stop op een veilige plek.
Merijn en Quinten komen aanfietsen. De leerlingen vertellen waar je op moet letten tijdens het fietsen. Kelsie: ‘Ik let erop dat ik veilig fiets. Ik ga niet slingeren en ik heb 2 handen aan mijn stuur.’ Quinten: ‘Ik let tijdens het fietsen op de andere weggebruikers.’ Merijn: ‘Ik zorg ervoor dat ik mijn hand uitsteek als ik een bocht neem.’ Brechtje: ‘Ik kijk over mijn schouder voor ik de bocht om ga. Ik kijk dan of er geen auto aankomt.’ Dit ging mis Merijn, Brechtje, Kelsie en Quinten hebben allemaal een keer meegemaakt dat het niet goed ging met kijken in het verkeer. Kelsie: ‘Ik zat met mijn opa in de auto. De auto voor ons stopte. Iemand stapte uit. Er kwam een fietser aan. Toen de auto wegreed, reed deze tegen de fietser aan.’ Quinten: ‘Een auto haalde onze auto op de snelweg rechts in. Dat mag niet. De bestuurder keek ook niet goed en botste tegen onze bumper.’
Dit ging net goed Het loopt soms ook goed af. Merijn: ‘Ik zat op de fiets en ik had voorrang. Maar de bestuurder van de auto lette niet goed op. Hij reed bijna tegen me aan.’ Brechtje: ‘Ik reed op de fiets naar huis. Er kwam een auto aan. Ik keek naar de bestuurder, maar die zat op zijn telefoon. Ik merkte dat hij me niet zag. Ik stopte daarom.’ Telefoon en airpods Luisteren is ook belangrijk in het verkeer. Quinten: ‘Ik zag eens iemand fietsend op zijn telefoon kijken. Die persoon werd bijna aangereden. Ook belde ik met mijn fietsbel een keer naar een jongen met airpods in zijn oren. Hij hoorde me niet. Het geluid van de airpods stond veel te hard.’ Brechtje: ‘Je moet geen harde muziek opzetten, niet op je telefoon kijken en niet stoer doen in het verkeer. Dat kan allemaal echt gevaarlijk zijn.’ Merijn: ‘Stoer doen met je fiets moet je op het schoolplein doen. Niet in het verkeer.’
Kelsie en Brechtje willen oversteken.
Licht in het donker Kelsie: ‘In het donker kun je iemand veel slechter zien. Zeker als die geen licht aan heeft.’ Merijn: ‘Ik zat in het donker in de auto. We kwamen 15 fietsers tegen. 11 fietsers hadden geen licht. Ik vond het heel lastig de fietsers zonder licht te zien in het donker. Ik vond het echt gevaarlijk.’
Ongelukken voorkomen Merijn: ‘Mijn moeder werkt bij de ambulance. Ze vertelt soms over ongelukken die gebeuren. Ik weet dat een ongeluk krijgen pijn doet. Ik let daarom goed op in het verkeer.’ Quinten: ‘Een ernstig ongeluk krijgen is heel erg. Je kunt er je hele leven last van hebben. Bijvoorbeeld als er iets in je hersenen is beschadigd. Ik wil dat echt niet. Oogcontact maken is belangrijk. Je kunt er ongelukken mee voorkomen.’
Antwoorden: 1.B. 2.C. 3.C
Je ontwijkt elkaar door goed te kijken.
Deze rubriek is mede mogelijk gemaakt door:
6
Techniek
Februari 2o20
Techniek is overal om je heen. De elektrische auto van je buren. Je gameconsole. Je telefoon. In de winkel betalen met je pinpas. Het bezorgen van een pakketje. Snoep uit een machine halen. Elke dag heb jij met techniek te maken. Maar wat weet jij van techniek? In een serie artikelen in de kinderkrant lees je van alles over techniek en wat jij ermee kunt doen.
De Technobiel
Vliegen op licht
Heb jij De Technobiel al eens gezien? De Technobiel is een vrachtwagen met twee verdiepingen. Deze vrachtwagen zit vol technieken die jij kunt proberen. Laszlo (12), Benjamin (12), Daan (13), Amy (13) en Iris (12) vertellen over hun bezoek aan De Technobiel.
Daan laat een vliegtuigje vliegen met licht.
Daan zit op een kruk en doet een lampje aan. Dit lampje schijnt omhoog. Daan: ‘Ik richt het lampje op de zonnepanelen op de vleugels van het vliegtuigje. Het licht is groen. Het vliegtuigje gaat draaien. Hoe beter ik op de zonnepanelen richt, hoe harder het vliegtuigje gaat vliegen. Ik zie hier dat de zonnepanelen van licht stroom maken.’
Net een echte wereld
Daan, Benjamin, Laszlo, Amy en Iris bezoeken De Technobiel.
Amy en Iris hebben in een Virtual Reality (VR)-wereld een pomp in elkaar gezet. Amy: ‘Er staat een tafel naast me met onderdelen van een apparaat. Voor me staat een andere tafel. Ik pak met de afstandsbediening een onderdeel en plaats dat op de tafel voor me. Ik zie in de bril wat ik waar moet plaatsen. Ik heb op deze manier een pomp in elkaar gezet. Het is net of je echt bij die tafels staat. Als je de VR-bril afzet, zie je weer waar je echt staat.’
Benjamin: ‘Ik heb een vrachtwagen als De Technobiel nog nooit gezien. Ik vind het leuk om nieuwe dingen te zien. Er zijn genoeg nieuwe dingen in deze vrachtwagen.’ Iris: ‘Ik vind De Technobiel leuk. Er zijn allemaal verschillende technieken. Ik kan ze proberen en bekijken.’ Amy: ‘Ik zie verschillende soorten techniek tijdens mijn bezoek aan deze vrachtwagen.’
ril op. de VR-b Iris met t ie z it D
Iris zit door de VR-bril in een virtuele wereld.
p. -bril o de VR t e m t Amy Dit zie
Daan, Laszlo en Benjamin zijn aan het overleggen.
Route maken Daan, Laszlo en Benjamin doen een spel. Ze moeten een route maken voor een rat. De rat wil bijvoorbeeld in de badkamer van het rek met handdoeken naar de douche. Laszlo: ‘We kijken goed naar het scherm. Wat kunnen we gebruiken om de route te maken? We kunnen bijvoorbeeld het rek draaien. De rat kan er dan op stappen en verder lopen. We proberen verschillende dingen. Na een paar keer proberen is de rat bij de douche. Het is af en toe moeilijk, maar we hebben veel levels gehaald.’
Amy zet een pomp in elkaar met een VR-bril.
De Technobiel bij jou op school? Lijkt het jou interessant om met je klas naar De Technobiel te gaan? De Technobiel kan gratis naar jouw school komen. Vraag je leerkracht een mail te sturen naar sterktechniekonderwijs@h3o.nl. Je leerkracht ontvangt dan meer informatie over De Technobiel.
Techniek
februari 2o20
7
Techniek in de klas DORDRECHT – Farah (11), Delilah (11), Deborah (12), Adnan (11) en Taijo (11) van basisschool De Repelaer vertellen over technieklessen. De leerlingen hebben lessen op hun eigen school gehad. Ze zijn voor lessen ook naar de middelbare school Insula College geweest. Tekst en foto: Linda te Veldhuis Voorbereiden De leerlingen maken tijdens de les op school een kluisje. Farah: ‘Iemand van het Insula College is naar onze school gekomen. Hij legt blokjes hout, houtlijm, ijzerdraad en slotjes klaar.’ Taijo: ‘Het hout is met een laser gesneden. Ik kan dat zien. Het hout heeft zwarte randjes, die een beetje afgeven. Er liggen ook spullen voor het versieren van het kluisje. Bijvoorbeeld potloden, stiften, stickers en een soort klei.’ Delilah: ‘Hij legt uit hoe je het kluisje moet maken. We moeten goed opletten tijdens de uitleg. We gaan het kluisje namelijk namaken.’ Kluisje maken Deborah: ‘We maken de kluisjes in tweetallen. We gebruiken alleen houtlijm, geen schroeven of spijkers. We smeren de blokjes hout in met
lijm en plakken de blokjes aan elkaar.’ Adnan: ‘Dat is best lastig. Het kluisje valt soms uit elkaar. We houden het daarom goed vast.’ Deborah: ‘We doen ijzerdraad om het kistje als het klaar is. We maken 2 ovalen in het ijzerdraad en steken daar het slotje door.’ Taijo: ‘De code van het slotje bestaat uit 3 cijfers. We verzinnen een raadsel voor de code. Als de ander het raadsel oplost, dan weet die de code voor het slotje.’ Deborah: ‘Er zitten chocolademunten in het kluisje.’ Vaker techniekles Delilah: ‘Ik vind dit een leuke les. Ik wil dit vaker doen. Maar wel in een les op school. Ik ga het niet thuis zelf doen.’ Deborah: ‘Ik vind techniekles leuk voor de afwisseling.’ Adnan: ‘Ik heb nog nooit een kluisje gemaakt. Ik vond het best leuk om
Technische opleidingen Op deze scholen in Dordrecht kun je een technische opleiding volgen na de basisschool: * * * * * * * *
Stedelijk Dalton Lyceum Wartburg, locatie Marnix Insula College, locatie Leerpark Drechtster/Yulius Insula College, locatie Koningstraat Wellantcollege Dalton Vakcollege Hans Petri
www.dalton-dordrecht.nl www.wartburg.nl www.insulacollege.nl www.yulius.nl www.insulacollege.nl www.wellant.nl www.dalton-dordrecht.nl www.hanspetri.nl
Technische beroepen Er bestaan veel beroepen waarin je met techniek bezig bent. Weet jij welke beroepen technisch zijn?
Naam beroep • Elektromonteur • Gamedesigner • Lasser • Verpleegkundige • Vliegtuigtechnicus • ICT-monteur • Drone-piloot • Kok • Opticien • Hovenier • Montagemedewerker • Elektrische automonteur • Ethisch hacker • Acteur • Loodgieter • Groene bouwvakker • Websitebouwer • Logistiek specialist • Schipper • 3D-tekenaar
Ja
Nee
Adnan, Delilah, Deborah, Farah en Taijo. te doen.’ Farah: ‘Ik vind het leuk om iets nieuws te doen. Ik ontdek nieuwe dingen in een techniekles.’ Putty maken Farah, Delilah, Deborah, Adnan en Taijo hebben vaker techniekles gehad. Deborah: ‘Een meneer heeft hier op school een les gegeven over putty maken. Ik maak zelf slijm met lijm, lenzenvloeistof en een kleurtje. Maar deze les ging heel anders.’ Adnan: ‘We mengden allemaal verschillende stofjes. We maakten er een bal van.’ Taijo: ‘We smeerden de slijm over de tafel en schraapten het er weer af. En opeens hadden we putty.’
school in de Koningstraat erg leuk. Ik heb daar een telefoonhouder, zaklamp en sleutelhanger gemaakt. Ik heb ook hout gezaagd.’ Delilah: ‘Ik ben ook geweest. Ik heb speciaal spul op mijn hand gehad en dat werd aangestoken. Het was heel snel weggebrand. Het deed geen pijn. Het werd een beetje warm. Ik vond dit interessant. Ik heb op deze school ook zeep gemaakt.’
Dit artikel is mede mogelijk gemaakt door:
Bezoek middelbare school Deborah: ‘Ik ben 2 keer naar het Insula College geweest. Ik vind de
Zoek de 7 verschillen Dit is een technische afdeling bij een groot bedrijf. Daar is iemand aan het rommelen geweest... Zie jij de 7 verschillen?
8
Eten / Natuur
Februari 2o20
HENDRIK-IDO-AMBACHT – Voedsel maken kost veel energie en geld. Iedere Nederlander gooit gemiddeld 34 kilo eten per jaar weg. Eten weggooien is vaak niet nodig. Er kan nog iets anders van worden gemaakt. Britt (10) en Juliëtte (10) maken van restjes paprika, cherrytomaatjes, ui en pesto een pastagerecht. Tekst en foto’s: Linda te Veldhuis
1
Juliëtte: ‘We gebruiken kliekjes voor dit gerecht, maar ook nog crème fraîche, kipfilet en penne pasta.’
2 3
Juliëtte: ‘Ik vul de pan met water om de pasta te koken.’
4
Britt: ‘Ik knip de kip in stukjes. Knippen gaat makkelijker dan snijden. De kip voelt een beetje glibberig.’ Juliëtte: ‘Ik snijd de tomaatjes en de paprika.’
6
5
Dit artikel is mede mogelijk gemaakt door:
Britt: ‘We snijden de ui in kleine stukjes. Ik voel mijn ogen een beetje prikken.’ Juliëtte: ‘Ik heb daar gelukkig geen last van.’
Britt: ‘Ik bak de kip tot deze niet meer roze is.’ Juliëtte: ‘Ik doe de ui, paprika en tomaatjes erbij.’
Juliëtte: ‘Ik doe de crème fraîche en pesto er ook bij. We roeren alles goed door elkaar en scheppen de saus over de gekookte pasta.’ Britt: ‘Het is heel lekker geworden.’ Juliëtte: ‘Ik vind het leuk dat we dit zelf gemaakt hebben.’
Kip Nugget ZWIJNDRECHT – Lente (8) en Pepijn (7) hebben een kip als huisdier. De kip heet Nugget, ‘Nugget houdt erg van knuffelen’, zegt Pepijn. Tekst en foto’s: Linda te Veldhuis
Pepijn: ‘Nugget is een oma, ze is al oud. We hebben haar gekregen van lieve mensen.’ Lente: ‘We reden een keer langs de McDonald's. Toen heb ik haar naam bedacht.’
Lente en Pepijn geven zaadjes.
Eieren Nugget zit graag in de blubber en in het zand. Pepijn: ‘Nugget legt eieren. Die eten we op. Ze heeft een keer kuikens gekregen. Ze waren heel lief. Maar ze zijn doodgegaan.’
Nugget houdt van knuffelen.
Wat eten kippen? Lente en Pepijn hebben nog meer kippen en een haan. De dieren leven in de tuin. Lente: ‘Ze eten zaadjes, sla, maïs, komkommer en tomaat.’
Pepijn: ‘En wormen. Ik geef het zaad uit mijn hand. Soms pikt Nugget in mijn velletje.’ Knuffelen Lente en Pepijn knuffelen veel met Nugget. Lente: ‘Ik vind dat Nugget een lief kopje heeft. Soms doet ze haar billen omhoog. Dat is grappig.’ Pepijn: ‘Nugget is uniek. Ze is lief en mooi. Ik wil haar steeds knuffelen.’ Lente: ‘Haar nagels zijn scherp op mijn schoot. Dat doet soms pijn.’ Pepijn lacht: ‘Bij mij kietelen haar nagels juist.’
Maritiem
9
februari 2o20
Grote legoblokjes ZWIJNDRECHT – Corné (11) uit Zwijndrecht bezocht 12 februari het containerschip Fixut Maris. Het schip was containers aan het laden en lossen in Rotterdam. Corné wilde graag een containerschip zien. Corné: ‘Elk schip is een beetje anders. Ik wil nog meer verschillende schepen zien.’ Tekst en foto’s: Linda te Veldhuis
Containers Corné: ‘Een container is een soort ijzeren bak. De container is helemaal dicht en heeft een deur. Er zitten verschillende spullen in. Deze containers zijn vooral gevuld met aluminium en koper. Een container is heel groot.’
Corné kijkt naar het laadplan. goede plek staat, draaien de pinnen weer los. Containers kunnen maar op 1 manier recht op elkaar staan, net als legoblokjes. Ik voel dat de container aan boord wordt gezet. Het schip gaat een beetje heen en weer.’
Stuurhut omhoog Dit schip kan 128 grote containers meenemen. De containers worden op elkaar gestapeld. 4 containers kunnen op elkaar staan. Corné: ‘De schipper kan door de containers niets meer zien. De stapel is te hoog. De
De peddels van de kraan zijn te zien achter Corné.
Corné laat de stuurhut omhooggaan.
Corné: ‘Zo groot zijn containers.’
stuurhut kan daarom omhoog. Ik heb de knop ingedrukt. Het omhooggaan gaat langzaam. De stuurhut kan 13 meter omhoog. De schipper kijkt dan over de containers tijdens het varen.’
Laden en lossen Corné: ‘Ik vind het interessant om te zien hoe de kraan de containers pakt. De kraan hangt boven de container. Er zitten een soort peddels aan de kraan. De peddels komen tegen de container. De kraan kan zo goed boven de container komen. De kraan laat pinnen zakken. Deze passen precies op de container. De pinnen draaien en de container zit dan vast aan de kraan. De kraan tilt de container op. Als de container op de
Plan voor het laden De schipper bepaalt waar welke container komt te staan. Hij kiest wat handig is voor het laden en lossen. Corné: ‘De schipper maakt een laadplan op de computer. Ik kan op het scherm zien waar welke container staat.’
Dit artikel is mede mogelijk gemaakt door:
r e k e n r a ad s e l Een containerschip vervoert containers over het water. Het schip vaart over de rivier naar havens. Het schip laadt en lost in die havens containers. Laden betekent in het ruim van het schip zetten. Lossen betekent uit het ruim van het schip halen. Een containerschip brengt duizenden containers per jaar naar verschillende steden.
WESEL (Duitsland)
...........
Het schip lost 18 containers en laadt 3 containers.
Een schip vertrekt in Rotterdam met 250 containers aan boord. Het schip stopt in verschillende havens om te laden en lossen. Hoeveel containers heeft het schip bij vertrek in Wesel aan boord?
NIJMEGEN
............
Het schip lost 7 containers en laadt 13 containers.
EMMERICH (Duitsland)
250
Het schip lost 33 containers en laadt 12 containers.
Containers in het schip
Het schip vertrekt in Rotterdam met 250 containers aan boord.
GORINCHEM
............
Het schip lost 26 containers en laadt 39 containers.
MOERDIJK
............
Het schip lost 45 containers en laadt 25 containers.
Antwoorden Het schip heeft bij vertrek in Wesel 203 containers aan boord.
ROTTERDAM
............
10
Nieuwspuzzel en Stelling
Februari 2o20
Kun je in jouw buurt fijn buitenspelen?
‘Ik ben vaak buiten met vriendinnen. We maken TikToks met elkaar. We spelen soms ook verstoppertje of tikkertje.’
DORDRECHT – Buitenspelen is gezond. Leerlingen van de Prinses Julianaschool in Nieuw-Krispijn vertellen hoe zij buitenspelen in hun buurt. Tekst en foto's: Linda te Veldhuis ‘Ik vind buitenspelen leuk. Ik ga vaak voetballen op een veldje, bij school De Repelaer of bij voetbalclub RCD. Ik ga soms naar het Weizigtpark.’
Sornailys (10)
‘Ik speel fijn buiten tot 16.00 uur. Dan komen er grote kinderen die ons wegjagen. Ik skeeler en skateboard op het Oranjeplein. Ik maak buiten ook foto’s met vriendinnen.’
‘Ik fiets meestal in de buurt. Ik verzin avonturen met mijn zusje achter op mijn fiets. Ik mag niet op straat voetballen, alleen in onze tuin.’
Ines (12)
Claudio (10)
‘Ik ga soms naar de speeltuin bij het Emmaplein. Ik vind het wel jammer dat daar geen hoog klimtoestel is.’
‘Ik speel niet zo vaak buiten. Ik vind het saai in mijn buurt. Er is alleen een speeltuin met toestellen voor kleinere kinderen.’
Emanuela (11) Surya (10) ‘Ik voetbal veel met Claudio. Ik doe soms gekke dingen, zoals op het dak van onze schuur klimmen. Of ik klim in een boom.’
EceNur (11)
Abigail (11)
Celina (11)
‘Mijn huis staat tussen bedrijven. Ik kan alleen voetballen als de bedrijven dicht zijn. De mensen vinden het stuiteren van de bal tegen de muur vervelend. Ik ga soms skeeleren.’
Kun je in jouw buurt fijn buitenspelen?
In welke plaats
Wat hebben de
was het shorttrack
leerlingen gemaakt
schaatsen?
van hout?
Pagina 1
Pagina 7
Hoe heet het
Wat maken Britt en
stuiteren met de
Juliëtte?
bal bij basketbal?
Pagina 8
Pagina 3
Wat doen Lente Waar zijn Thijs en
en Pepijn veel met
Mika geweest?
Nugget?
Pagina 3
Pagina 8
Wat zijn Tim,
Wat maakt de
Timon, Irini en Lina?
schipper op de
Pagina 4
computer? Pagina 9
Waarover kijkt De letters in de gele balk vormen het antwoord. Mail dit antwoord, samen met je voornaam, leeftijd en het telefoonnummer van je ouder(s) of verzorger(s), naar antwoord@jong078.nl We verloten de prijs onder de goede inzendingen. Alleen de winnaar krijgt bericht.
Het antwoord van de puzzel van januari is: KINDERKRANT. De winnaar is TULA (9). Aangeboden door Familieparadij s Zwijndrecht
GEFELICITEERD! Wil je nog meer puzzelen? Kijk dan eens op PUZZELCORNER.NL voor meer leuke puzzels!
Brechtje als ze de
Waarmee gaat
bocht om gaat?
Owen naar station
Pagina 5
Coolhaven? Pagina 11
Wat bestuurt Daan met licht?
Hoe vond Thierry
Pagina 6
zijn eerste dag? Pagina 12
Toekomst
februari 2o20
11
Energie maken DORDRECHT – Leerlingen van de Auris Ammanschool bezochten op Warme Truiendag het Duurzaamheidscentrum Weizigt. Anna (9), Ensar (9), Piotr (8), Yvonne (10) en Manuel (10) volgden een les over energie. Ze probeerden zonnepanelen uit. Ze zagen hoe licht brandt door een dynamo. Ze voelden wat isolatie met een huis doet. En ze zagen welke lamp het goedkoopste licht geeft. Piotr: ‘Het was leuk vandaag. We hebben veel geleerd.’ Tekst en foto’s: Linda te Veldhuis Ronddraaien Het wiel van een fiets draait rond tijdens het fietsen. Als je een dynamo op de band zet, maakt de dynamo stroom. Een lamp kan branden door die stroom. Yvonne: ‘Ik maak met de fiets stroom. Hoe harder ik trap, hoe meer energie ik maak. Er gaan dan steeds meer lampjes branden. Licht brandt zo zonder batterij.’ Piotr: ‘In een molentje zit een dynamo. Ensar draait aan de wieken. Ik zie dat een lampje gaat branden door het draaien.’
Yvonne, Piotr, Ensar, Manuel en Anna bij de fiets.
Ensar houdt de thermometer op het dak. tijd voorbij is. Het rode deel van het dak is veel warmer dan het groene deel. De groene kant is bedekt met wit spul en heeft dubbel glas. Dit is isolatie. De rode kant heeft dat niet. Ik weet nu wat isolatie doet.’ Rood heeft geen isolatie, groen wel.
De lamp schijnt op de helikopter. Bewegen door licht Manuel: ‘Er staat een helikopter op tafel. Een mevrouw doet een lamp aan. Ze schijnt het licht op de helikopter. Ik zie dat de wieken gaan draaien. Dit komt door de zonnepanelen op de helikopter. De zonnepanelen maken energie door het licht. De wieken draaien door de energie.’ Warm of koud Een houten huisje staat op tafel. Er staat een verwarming in het huisje. Deze staat uit. Ensar: ‘Een mevrouw zet de verwarming aan. Piotr en ik houden allebei een thermometer vast. We leggen deze 4 minuten op het dak van het huisje. We meten de temperatuur van het dak als de
De leerlingen onderzoeken de lampen.
Duur of goedkoop licht Anna: ‘We doen verschillende soorten lampen aan. We kijken bij iedere lamp hoeveel energie die gebruikt. Energie kost geld. We rekenen uit hoeveel geld een brandende lamp per jaar kost.’ Yvonne: ‘Een LED-lamp is het goedkoopst. Die kost € 10,00 per jaar. Deze lamp moet 1 minuut opwarmen voor hij goed brandt. Ik heb dat vandaag geleerd.’
DYNAMO: Een klein apparaat met een tandwiel aan de binnenkant. Dit tandwiel draait rond door beweging. Het ronddraaien wekt stroom op.
Owen gaat naar school in Rotterdam ZWIJNDRECHT – Owen (13) zit in de brugklas van het STC vmbo college. Hij volgt daar de richting Rijn-, kust- en binnenvaart. Hij gaat met de fiets, de trein en de metro naar school. Owen: ‘Vind je de haven en schepen interessant? Dan moet je echt naar deze school komen.’ Tekst en foto’s: Linda te Veldhuis Owen: ‘Ik wil iets met scheepvaart of de haven gaan doen. Ik vind dat gaaf. Ik wil met mijn handen werken. Ik krijg hier praktijk- en theorieles tegelijk. Dat kan in Zwijndrecht niet. Daar is alleen theorie. Bij praktijkles maak ik echt dingen. Ik werk soms alleen en soms in een groep. Dat is leuk.’
Owen zit op het STC vmbo college.
Een gebouw maken Owen vindt het vak Techniek en Vakmanschap het leukst. Owen: ‘Ik ontwerp dingen bij dit vak, bijvoorbeeld een gebouw. Ik maak van een soort wit piepschuim een maquette van het gebouw. Dat is het gebouw in het klein. Ik moet goed opletten bij het maken. Ik werk met zagen, boormachines, soldeerbouten, 3D-printers en lasersnijders.’ Schipper of kraanmeester Owen: ‘Ik wil later schipper worden, omdat mijn vader dat ook is. Ik wil het familiebedrijf overnemen en op ons schip varen. Of ik wil kraanmeester worden. Een kraanmeester bedient een kraan om containers op een schip te zetten. De kraan is 40 meter hoog. Als kraanmeester heb je de macht over een heel grote machine. Dat vind ik gaaf.’
Meer lezen over het STC vmbo college? Kijk op www.vmbo-stc.nl voor meer informatie.
Owen ontwerpt zijn gebouw. Fiets, trein en metro Owen gaat met de fiets naar het station in Zwijndrecht. ‘Ik stap uit de trein op station Blaak in Rotterdam. Ik neem daar de metro naar station Coolhaven. Ik heb daar een fiets staan. Daarmee fiets ik naar school. Die fiets is lelijk geverfd, zodat hij niet wordt gestolen. Ik ben drie kwartier aan het reizen. Ik vind dat niet lang.’
Owen maakt zijn maquette. Foto: Marieke van der Honing.
12
Op School
Februari 2o20
Naar een nieuwe school ZWIJNDRECHT – Thierry (10) zit in groep 6 en is 3 maanden geleden van school veranderd. Thierry: ‘Het was spannend om naar een nieuwe school te gaan. Ik ben nu gewend en ik vind het leuk op mijn nieuwe school.’ Tekst en foto’s: Linda te Veldhuis Thierry is eerst op bezoek geweest in zijn nieuwe klas. Hij zat toen nog op zijn oude school. Thierry: ‘Ik heb de kinderen uit mijn klas toen ontmoet. Er zitten 3 jongens van mijn voetbalteam in de klas. Dat is leuk, omdat ik hen al ken. Mijn nieuwe juf heb ik op mijn eerste schooldag ontmoet.’ De eerste dag Thierry: ‘Ik vond het spannend op de eerste dag. Ik herkende gelukkig nog 2 jongens in de klas. Ik had hen op freerun leren kennen. Ik heb me eerst voorgesteld aan de klas. Ik heb verteld wie ik ben en wat mijn hobby’s zijn. Dit was spannend om te doen, want niemand kende me goed. De eerste Thierry op zijn nieuwe schoolplein.
Thierry in zijn nieuwe klas. les was rekenen. Ik moest toen gelijk met iemand samenwerken. Ik kende die jongen niet, dus dat was spannend. Maar het samenwerken ging goed. Dat was fijn. Ik heb tijdens de pauze gevraagd of ik met anderen mee mocht spelen. Mijn klasgenoten zeiden ja, dus ik deed gelijk mee met voetballen en tafelen.’
Thierry.
Wennen Thierry vindt de lessen op zijn nieuwe school moeilijker dan op zijn oude school. Thierry: ‘Ik doe hier meer met boeken dan op mijn oude school. De lessen zijn anders en dat is moeilijker. Ik mis alleen nog een paar vrienden van mijn oude school.
Ik ben hier helemaal gewend. Ik ken alle namen van de kinderen. Ik weet waar alle spullen liggen. De kinderen uit mijn klas vinden het leuk dat ik nieuw ben. Ze willen graag met me spelen.’
Tips
Thierry heeft tips voor kinderen die ook naar een nieuwe school gaan: - Denk niet aan de spanning en wees zelfverzekerd. - Vertrouw erop dat de kinderen je aardig vinden. - Vraag kinderen om hulp als je iets zoekt.
Einas speelt cello op school DORDRECHT – Einas (12) speelt cello dankzij het Leerorkest Drechtsteden. Zij en de andere leerlingen van de John F. Kennedyschool krijgen iedere week muziekles op school. Ze oefenen 1 keer in de 4 weken met elkaar als orkest. Einas: ‘Ik speel sinds 1,5 jaar cello. Ik vind het erg leuk.’ Tekst en foto’s: Linda te Veldhuis Leerlingen kunnen bij het Leerorkest Drechtsteden kiezen uit 6 instrumenten: contrabas, cello, viool, trompet, trommel of gitaar. Einas: ‘Ik speel de cello. Een cello is een
strijkinstrument. Het instrument is groter dan een viool, maar kleiner dan een contrabas. Ik vind dat de cello een mooi geluid heeft. Een viool heeft een hoog geluid en ik vind een contrabas saai.’ Snaren Einas zit op een kruk als ze op de cello speelt. Einas: ‘Ik speel de cello met een strijkstok. De snaren van de strijkstok zijn gemaakt van paardenhaar. Ik span de snaren van de strijkstok voor het spelen. Ze staan dan strak. Ik doe ook hars op de snaren. De snaren zijn dan stroever. De trillingen tijdens het spelen zorgen voor geluid.’ Optreden Einas: ‘Het spelen op de cello is in het begin moeilijk. Het is lastig met je ene hand op de snaren en je
Einas zet haar vingers op de snaren.
HARS: Een taai en kleverig product uit een boom.
Einas gebruikt een strijkstok.
andere hand met de strijkstok. Ik kan dit nu goed.’ De leerlingen van het Leerorkest Drechtsteden oefenen voor een optreden voor familie en vrienden. Ze oefenen ook voor een optreden tijdens het Bachfestival in Dordrecht in juni 2020. Einas: ‘Ik vind het leuk om als orkest met elkaar te spelen, maar ook spannend. Ik vraag me dan af hoe anderen vinden dat ik speel.’ Gevoelens Einas houdt al heel lang van muziek. Einas: ‘Muziek is eigenlijk een andere taal. Ik voel er emoties
Einas speelt op de cello.
bij, bijvoorbeeld blij, boos of verdrietig. Ik droom ook over de toekomst tijdens het muziek maken, bijvoorbeeld dat ik later dokter wil worden.’