
Gezinnen helpen gezinnen




NOORD – Een speeltuin in de wijk Blijdorp wordt sinds kort een stuk vaker bezocht. Buurtbewoner Marcel heeft de zelfbedachte Spel Bel in de speeltuin neergezet. Kinderen kunnen op de bel drukken als ze met andere kinderen willen buitenspelen. Julie (7) heeft al veel vrienden gemaakt door de Spel Bel. ‘Ik ken nu meer kinderen uit de buurt’, zegt ze.
Tekst en foto’s: Hanne van Mourik
De Spel Bel werkt simpel. Ouders kunnen met hun telefoon de code onder de bel scannen. Zij ontvangen daarna een berichtje op hun telefoon als een kind op de bel heeft gedrukt. ‘Mijn vader vertelt het aan mij als er kinderen op de bel hebben gedrukt. Ik ga dan gelijk naar buiten’, zegt Julie.
speelt samen met de broers Ties en Stan.

Ties drukt op de Spel

Ouders krijgen een berichtje als iemand op de bel heeft gedrukt.
Meer vrienden
Julie drukt zelf ongeveer 5 keer per week op de bel als ze met andere kinderen samen wil spelen. Julie: ‘In deze speeltuin speelden eerst maar weinig kinderen. Dankzij de Spel Bel komen meer kinderen naar de speeltuin. Ik heb daardoor meer vrienden in de buurt gekregen.’ Julie speelt samen met de broers Ties (7) en Stan (5). Ties: ‘Ik zou het leuk vinden als er op meer plekken een Spel Bel komt. Ik kan dan meer kinderen leren kennen.’
Politie en boefje
Julie, Ties en Stan vinden het leuk om met andere kinderen samen te spelen. ‘Sommige leuke spelletjes kun je alleen spelen als je met meerdere kinderen tegelijkertijd buiten bent. Het spel ‘Politie en boefje’ kun je bijvoorbeeld alleen spelen als je met een groepje kinderen bent’, zegt Julie.
THEMA: MUSICAL

2 slangen komen elkaar tegen in het moeras. De ene slang zegt tegen de andere: ‘Ik hoop dat ik niet giftig ben.’ Vraagt de ander: ‘Waarom?’ Zegt die ene: ‘Omdat ik net in mijn tong heb gebeten!’
Yigit (10)
Er lopen 2 ijsberen door de woestijn. ‘Tjonge, wat is het hier glad’, zegt de ene. ‘Hoe kom je daar nu bij?’, vraagt de andere. ‘Nou, zie je dan niet hoe ze hier gestrooid hebben?’
Joeri (11)
Een moeder stapt met haar 6 kinderen in de lift van een groot warenhuis. De liftbediende vraagt: ‘Waar moet u zijn, mevrouw?’
‘De kinderafdeling’, antwoordt de vrouw. Dan zegt een kind: ‘Nee mam, niet nog eentje, we zijn al met z’n zessen!’
Djelena (12)
Wat is bruin en zwemt in een rivier?
Een chocodil.
Eva (9)
Welk huis heeft geen dak, geen deur en geen raam?
Een klokhuis.
Emine (8)
Wat is het toppunt van netheid?
Met mes en vork uit je neus eten.
Jasmijn (10)
J e n n y en J i m m y
Meester, ik wil meedoen met het voetbaltoernooi! Ik weet alles van voetbal!
Assist! Dribbel!
Sliding! Pressie! Stiftje!
afscheid afsluiting applaus kostuum licht optreden opvoeren repetitie rollen rolverdeling scene script solo spanning titel toneelspelen traditie uitvoering zenuwen zingen
Michiel van de Vijver
Buitenspel.

Zoek de zonnen in de kinderkrant!
Hattrick! Sorry, Jimmy. Het team is al gekozen.
Panna! redactie@jong010.nl
Kun jij ze allemaal vinden? Vul hier het aantal in:
Jong010 wordt mede mogelijk gemaakt door:








Heb jij een tip voor Jong010?
Lees alle kranten op onze website: www.jong010.nl
DE NIEUWE JONG010 VERSCHIJNT DONDERDAG 10 SEPTEMBER 2026
JONG010 - JUNI 2026
JAARGANG 16 - EDITIE 10
OPLAGE: 36.000 KRANTEN
Hoofdredacteur: Suzanne Huig
Journalisten: Marloes Brouwer, Lotte Keuzenkamp, Jesse Wagenvoord
Fotografen: Fleur Beerthuis, Hanne van Mourik, Nina Passenier, Arjen Jan Stada
Vormgeving: Marcel van den Assem
Redactiemedewerker: Sasja Hof
Drukkerij: Rodi Rotatiedruk

Carola Schouten is de burgemeester van Rotterdam. Ze hoort graag de meningen en ervaringen van basisschoolleerlingen. De burgemeester is benieuwd wat jij deze zomer gaat doen.
Tekst en foto's: Suzanne Huig
CAROLA SCHOUTEN
Foto: Casper Rila

‘De zomervakantie begint bijna. Het stadsbestuur heeft ook bijna zomervakantie. We noemen dat ‘zomerreces’. Ik ga in mijn vakantie lekker uitrusten van het harde werken. Ik ga genieten van de zon en misschien wel fijn op vakantie. In Rotterdam is ook genoeg te doen. Ik heb bijvoorbeeld zin in het Zomercarnaval in Rotterdam. Wat ga jij doen deze zomer?’
‘Ik doe mee aan het Zomercarnaval. Ik loop met mijn familie mee in de optocht. We dragen speciale kleding. We dansen op muziek. Ik ga in de zomer ook mijn kamer gezellig maken want ik ben net verhuisd.’

‘Ik ga met mijn moeder en mijn broertje naar Portugal. We gaan in Portugal bij familie op bezoek. Ik blijf de rest van de vakantie in Rotterdam.
Ik ga in Rotterdam een dagje naar het zwembad.’

‘Ik ga met mijn moeder, vader en zusje naar Griekenland.
Ik ga in Rotterdam een keer met de Pannenkoekenboot en heel veel buitenspelen.’

‘Ik ga in de vakantie op bezoek bij mijn vader in Spanje. Mijn vader woont in Spanje. Ik ga de laatste weken van de vakantie met mijn moeder en stiefvader kamperen.’

‘Ik ga in de zomervakantie verhuizen. Ik deel mijn kamer nu met mijn broertje. Ik krijg in het nieuwe huis een eigen kamer. Ik vind het heel leuk dat ik een nieuwe kamer krijg. Ik ga in de vakantie ook voetballen in mijn nieuwe buurt.’

‘Ik ga met mijn vader, broers en zusje 2 weken naar Italië. Ik ga met mijn moeder, broers en zusje 2 weken naar Frankrijk. Ik ben de laatste 2 weken van de vakantie in Rotterdam. Ik ga dan lasergamen met het Vakantiepaspoort.’

‘Ik ga met mijn vader, moeder, broertje, oma en tante naar Madrid. Ik ga daar het Santiago Bernabéustadion en een pretpark bezoeken. Ik ga in Rotterdam misschien naar een museum om iets nieuws te ontdekken.’

‘Ik ga met mijn vader, zusje, broertje en tante naar Curaçao. We gaan op bezoek bij mijn oma die daar woont. Ik ga met mijn moeder leuke dingen doen in Rotterdam. Ik ga misschien met haar zwemmen of naar het bos. Ik ga ook kijken naar het Zomercarnaval. Ik word vrolijk van de muziek en de kostuums bij het Zomercarnaval.’

Wat ga jij doen deze zomer?
Naam en leeftijd:
‘Ik ga met mijn moeder, tante en neef naar Frankrijk. We gaan daar snorkelen en stadjes bezoeken. Ik ben de rest van de vakantie thuis. Ik ga dan een keer naar een gamehal met mijn vader.’

ROTTERDAM – Het kan soms even moeilijk of minder fijn zijn thuis. Bijvoorbeeld omdat iemand ziek is, omdat er veel stress is thuis, of omdat ouders extra hulp nodig hebben. Het kan dan fijn zijn om hulp te krijgen van een ander gezin in de buurt. De organisatie Buurtgezinnen brengt gezinnen die hulp kunnen gebruiken in contact met gezinnen die kunnen helpen. Het gezin dat kan helpen, noemen ze een steungezin. Jahlani (11) gaat iedere week een dag naar het gezin van Joas (7), Sep (8) en Liam (4). Tekst: Suzanne Huig
Jahlani: ‘Mijn moeder is ziek. Ze is daardoor vaak moe. Ze kan daardoor niet met mij spelen. Het gezin van Joas, Sep en Liam heeft wel tijd om met mij te spelen. Ik ga daarom iedere week op zaterdag of zondag naar hen toe. Ik hoor echt even bij hun gezin als ik bij ze ben. Ik vind dat heel fijn.’ Sep: ‘Wij zorgen ervoor dat Jahlani met ons een fijne dag heeft als hij bij ons is.’

De jongens stoeien met elkaar.



Buitenspelen en bouwen
‘We spelen gezellig samen als Jahlani bij ons is. We spelen bijvoorbeeld buiten of bouwen met LEGO’, zegt Sep. Jahlani: ‘Ik vind het leuk om buiten te spelen omdat ik thuis bijna nooit buitenspeel.’ Joas: ‘Ik vind het leuk om samen met LEGO te spelen omdat we dan allemaal onze fantasie kunnen gebruiken.’ Sep: ‘Joas en ik hebben een extra vriend om mee te spelen als Jahlani er is. Dat vind ik leuk.’
Samen naar zwemles Jahlani gaat ook met Joas en Sep mee naar zwemles. ‘Mijn moeder en vader kunnen mij niet naar zwemles brengen. Ik kon daardoor geen zwemles krijgen. De ouders van Joas, Sep en Liam nemen mij nu mee naar de zwemles van Joas en Sep. Ik vind dat heel erg fijn. Ik kan daardoor mijn zwemdiploma halen en later ook met vrienden gaan zwemmen’, vertelt Jahlani.
Zelfvertrouwen en vrienden Jahlani vindt dat hij is veranderd door het gezin van Joas, Sep en Liam. ‘Ik werd vroeger gepest. Ik dacht daardoor dat veel kinderen onaardig zijn. Ik negeerde daarom veel kinderen. Ik heb door Joas en Sep geleerd dat er ook heel veel aardige kinderen zijn. Joas en Sep stoeien op een leuke manier met mij sinds ik ze ken. Ik heb daardoor zelfvertrouwen gekregen. Ik durf nu meer met andere kinderen te praten en voor mezelf op te komen. Ik heb daardoor vrienden gekregen. Ik vind dat heel fijn’, vertelt Jahlani.
GEZINNEN HELPEN GEZINNEN
Wil jouw gezin een gezin in de buurt helpen? Of kan je gezin zelf wat hulp gebruiken? Kijk voor meer informatie op BUURTGEZINNEN.NL/ROTTERDAM
ROTTERDAM – Thijs (11) is te vroeg geboren. Hij heeft tijdens zijn geboorte een hersenbloeding gehad. Hij heeft daardoor Cerebrale Parese (CP) en Cerebral Visual Impairment (CVI). Thijs: ‘Mijn hersenen werken anders doordat ze zijn beschadigd.’
Tekst: Suzanne Huig
Thijs: ‘Je hersenen sturen je lichaam aan. Je hersenen helpen je bijvoorbeeld bewegen, kijken en begrijpen wat je ziet. Sommige stukjes van mijn hersenen zijn beschadigd door de hersenbloeding die ik heb gehad. Sommige dingen zijn daardoor lastiger voor mij.’
Moeite met bewegen ‘Je hersenen sturen berichtjes naar je spieren om te bewegen. Sommige stukjes van mijn hersenen werken niet meer zo goed. Mijn hersenen sturen mijn lijf daardoor soms niet helemaal goed aan. Ze geven bijvoorbeeld een verkeerd signaal of ze geven helemaal geen signaal door. Mijn spieren kunnen daardoor bijvoorbeeld te strak, te slap of moeilijk te besturen zijn. Die bewegingsstoornis heet CP’, legt Thijs uit.
Spalken en een rolstoel
Thijs: ‘Ik heb spalken voor mijn benen. Spalken zijn langwerpige kunststof vormen. De spalken ondersteunen mijn benen. Ik moet mijn spalken minstens 6 uur per dag aan. Mijn spalken zorgen ervoor dat mijn benen in de goede stand blijven staan zodat ik ze makkelijker kan bewegen. Ik krijg pijn in mijn benen als ik veel loop. Ik zit daarom in een rolstoel als ik veel moet lopen of moe ben.’
Minder goed zien ‘Mijn hersenbeschadiging zorgt er ook voor dat mijn hersenen niet goed kunnen verwerken wat mijn ogen zien. Ik zie daardoor bijvoorbeeld niet of er een tegel scheef ligt of dat er een afstapje is. Die aandoening heet CVI. Ik heb ook een afwijking aan mijn oog waardoor ik een stukje van mijn oog mis. Ik zie daardoor ook minder goed’, vertelt Thijs.



Sneller moe
‘Ik ben sneller moe dan andere kinderen. Ik kan na schooltijd bijvoorbeeld niet met leeftijdsgenoten spelen omdat ik dan te moe ben. Ik moet dan rusten. Ik kan ook niet sporten omdat dat te zwaar en te vermoeiend is voor mijn lichaam. Ik probeer in weekenden en vakanties wel leuke dingen te doen. Ik zorg dan dat ik genoeg energie heb doordat ik de ene dag iets leuks doe en de andere dag uitrust’, zegt Thijs.
Fijn voelen op school
‘Ik ben 9 maanden niet naar school geweest doordat ik werd gepest. Ik werd buitengesloten, geslagen en geschopt omdat ik anders ben. Ik vond dat heel erg. Ik zit sinds een jaar op mytylschool De Brug. Alle kinderen op die school zijn lief voor elkaar. Leerlingen helpen elkaar. De leraren zijn ook heel aardig. Ze houden rekening met wat kinderen goed kunnen en lastig vinden. Ik voel me echt fijn op school’, vertelt Thijs.
Iedereen laten meedoen
‘Ik vind het heel belangrijk dat niemand zich eenzaam voelt en dat iedereen kan meedoen. Ik doe daarom mijn best om ervoor te zorgen dat kinderen met een beperking of ziekte ook kunnen spelen in speeltuinen. Ik probeer er bijvoorbeeld voor te zorgen dat iedere speeltuin een speeltoestel krijgt waarop kinderen met en zonder beperking kunnen spelen. Iedereen kan dan echt meedoen’, zegt Thijs.
Thijs is gepest. Hij werd buitengesloten, geslagen en geschopt.
Wat zou jij doen als je ziet dat iemand wordt gepest?
‘Ik zou tegen de juf of meester zeggen dat iemand wordt gepest. Ik zou aan het gepeste kind vragen of hij of zij met mij wil spelen. Ik denk dat het kind vrolijk wordt als iemand met hem of haar speelt.’

Naam en leeftijd:
Fonds Kind & Handicap helpt kinderen en jongeren met een handicap of chronische ziekte.
Een handicap is een beperking waardoor je sommige dingen niet zo goed kunt.

‘Ik zou tegen de pesters zeggen dat ze moeten stoppen met pesten. Ik zou tegen het gepeste kind zeggen dat hij of zij met mij en mijn vrienden mag meespelen. Het gepeste kind voelt zich dan niet alleen.’
Een chronische ziekte is een ziekte die minimaal 3 maanden duurt, steeds terugkomt of niet genezen kan worden.
De organisatie geeft bijvoorbeeld geld om hulpmiddelen te kopen, voorlichting te geven of onderzoek te doen.
ROTTERDAM – Alle mensen die een rekening hebben bij Rabobank Rotterdam kunnen ook lid worden van de bank. Leden kunnen meedenken en meebeslissen hoe Rabobank Rotterdam een deel van het geld dat ze verdient weer teruggeeft aan de stad. De ledenraad is een groep gekozen leden die namens alle leden meepraat over belangrijke beslissingen. Jannelieke is voorzitter van de ledenraad. Ze vertelt wat de bank bijzonder maakt. Tekst en foto’s: Suzanne Huig
‘Je kunt bij iedere bank geld lenen, een rekening openen en advies krijgen over geld en grote aankopen. Alle banken verdienen daarmee geld. De meeste banken zijn bedrijven. Die banken geven het geld dat ze verdienen aan de eigenaren van de banken. De Rabobank is een coöperatie. Dat betekent dat de leden van de Rabobank samen de eigenaar zijn. De Rabobank gebruikt daarom een deel van het geld dat de bank verdient om goede dingen te doen voor en in de omgeving van de bank en de leden’, legt Jannelieke uit.
Welke vereniging of club zou volgens jou geld moeten krijgen van Rabobank Rotterdam?
En wat zou de vereniging of club volgens jou met het geld moeten doen?


Geld naar lessen, verenigingen en clubs ‘Rabobank Rotterdam geeft ieder jaar bijvoorbeeld een deel van het geld dat de bank verdient uit aan schoollessen over geld. De bank geeft ook een deel van het geld dat de bank verdient aan clubs en verenigingen met de actie Rabo ClubSupport. De leden van de bank beslissen welke clubs en verenigingen geld krijgen door te stemmen op hun favoriete clubs en verenigingen. Een club of vereniging krijgt meer geld als meer leden op de club of vereniging stemmen’, vertelt Jannelieke.

‘Ik vind dat voetbalclub Zestienhoven geld moet krijgen. Het geld kan worden gebruikt om de voetbalvelden beter te onderhouden. De velden zijn nu vaak kapot. Het geld kan ook worden gebruikt om op wedstrijddagen voor alle spelers fruit te kopen.’ Jouw antwoord.
ROTTERDAM – Waterschap Hollandse Delta zorgt voor veilige dijken en schoon en genoeg water. Richard is handhaver bij waterschap Hollandse Delta. Richard: ‘Ik controleer of mensen en bedrijven zich aan de regels van het waterschap houden.’ Richard vertelt over zijn beroep. Tekst: Suzanne Huig / Foto’s: Nina Passenier ‘Het waterschap heeft verschillende eigendommen zoals sloten, kanalen, dijken, gemalen, sluizen en stuwen. Ik houd in de gaten of mensen en bedrijven goed met die eigendommen omgaan en ze niet vervuilen of kapotmaken’, vertelt Richard. Iets verdachts zien
Richard: ‘Een regel van het waterschap is dat watergangen, zoals sloten en kanalen, schoon moeten blijven. Ik rijd samen met mijn collega’s door het gebied om te controleren of er geen vervuiling is. We gaan op onderzoek uit als we iets verdachts zien. Mensen kunnen ook een melding maken bij het waterschap als ze iets verdachts zien. Ze kunnen bijvoorbeeld een melding maken als ze een olieachtige stof op water zien drijven. Mijn collega’s en ik gaan dan naar de verdachte situatie toe.’
EIGENDOMMEN
Dingen die van iemand zijn.
VERDACHT
Iets lijkt vreemd of klopt niet.
LABORATORIUM
Een plek waar onderzoekers proefjes en onderzoeken doen.

Op onderzoek uit
‘We maken foto’s van de verdachte situatie en nemen wat water mee uit de vervuilde watergang. We controleren in ons laboratorium welke vervuilende stof in het water zit. We onderzoeken daarna waar de vervuilende stof vandaan komt. We zoeken naar sporen in de buurt van de vervuilde plek’, legt Richard uit.
Een waarschuwing of boete
‘Als duidelijk is wie de vervuiling heeft veroorzaakt, spreken we die persoon of het bedrijf aan. De vervuiling moet direct worden gestopt en de watergang moet worden schoongemaakt. De persoon of het bedrijf krijgt de eerste keer een waarschuwing. De tweede keer dat een persoon of bedrijf voor vervuiling zorgt, geven we een boete’, vertelt Richard.

Geen dag hetzelfde
‘Mijn collega’s en ik zorgen er met alles wat we doen voor dat het water schoon blijft en de natuur gezond blijft. Ik vind het leuke aan mijn werk dat geen dag hetzelfde is’, zegt Richard.
ROTTERDAM – Marieke van Centrum voor Jeugd en Gezin (CJG) Rijnmond reageert iedere maand in Jong010 op een vraag of een probleem van een leerling of klas. Ze beantwoordt deze maand de vraag van Noël (10) Tekst: Suzanne Huig

Marieke beantwoordt ingestuurde vragen.
Foto: Peter Snaterse
jij een vraag aan Marieke of zit je ergens mee?
Noël: ‘Ik heb het gevoel dat het heel druk is in mijn hoofd. Ik denk bijvoorbeeld over veel dingen na en wil alles om me heen horen en zien. Ik vind het daardoor lastig om me te concentreren op school. Wat kan ik doen?’
Hoi Noël,
Het is heel begrijpelijk dat je het soms lastig vindt om je te concentreren. Het is in je hoofd soms misschien zo druk dat het lijkt alsof er een vuurwerkshow in je hoofd wordt afgespeeld. Geluiden, gedachtes en alles wat je ziet, kunnen dan door elkaar razen.
Dat kan heel vermoeiend zijn.
Praat over wat jou kan helpen
Het is belangrijk om aan je juf of meester te vertellen dat je het soms lastig vindt om je te concentreren op school. Je kunt met je juf of meester nadenken over wat jou zou kunnen helpen. Sommige kinderen vinden het fijn om op een rustige plek te werken. Andere kinderen vinden het fijn om een koptelefoon op te zetten om zich af te sluiten van wat er om hen heen gebeurt.
Pauze nemen
Het kan ook helpen om regelmatig pauze te nemen. Probeer bijvoorbeeld 10 tot 20 minuten rustig aan een taak te werken. Je kunt daarna 2 minuten pauze nemen en even iets anders doen. Je gaat weer verder met je taak als je pauze voorbij is. Een korte pauze helpt vaak om je weer te kunnen concentreren.
Groetjes, Marieke
Stuur een mail naar REDACTIE@JONG010.NL
Of stuur een brief naar Jong010, Postbus 13037, 3004 HA Rotterdam.
ROTTERDAM – Veiligheidsregio Rotterdam-Rijnmond vindt het belangrijk dat iedereen een noodpakket in huis heeft. Brandweervrouw Sjors: ‘Hulpdiensten kunnen in een noodsituatie niet iedereen tegelijkertijd helpen.
Mensen moeten zichzelf daarom 72 uur kunnen redden met een noodpakket.’ Tekst: Suzanne Huig
Een noodpakket is een pakket met belangrijke spullen voor als er iets onverwachts gebeurt. Je kunt bijvoorbeeld ineens geen internet, stroom of water meer hebben door een grote storing of extreem weer. Het noodpakket helpt je om de eerste 72 uur van een noodsituatie zelf door te komen.
Eten en drinken
In een noodpakket zit drinken en eten voor 72 uur. ‘Je moet 9 liter drinkwater per persoon hebben. Stop in je noodpakket eten dat lang goed blijft. Wraps en groente uit blik kun je bijvoorbeeld goed bewaren. Zorg ervoor dat je ook lucifers of een aansteker hebt zodat je vuur kunt maken om op te koken’, vertelt brandweervrouw Sjors.

Brandweervrouw Sjors met een radio en een noodpakket. Foto’s: Nina Passenier
Een radio en powerbank Brandweervrouw Sjors: ‘Het is belangrijk om ook een radio in je noodpakket te hebben. Je kunt via een radio op batterijen, zonne-energie of met een dynamo nieuws en informatie ontvangen als je geen stroom en internet hebt. Je ontvangt informatie over regio Rotterdam als je je radio op kanaal 93.4 zet. Het kan ook handig zijn om een powerbank te hebben zodat je je telefoon kunt opladen als er geen stroom is.’
Heb jij al een noodpakket in huis?
Controleer met de onderstaande lijst of jij bent voorbereid op een noodsituatie.
Drinkwater
Eten
Lucifers of aansteker

Tandenborstel en tandpasta
EHBO-doos
Zaklamp
Radio op batterijen, zonne-energie of met een dynamo
Powerbank
Toiletpapier
Kaarsen
Dekens
Geld
Een tas vol ‘Zorg dat je in je noodpakket ook toiletspullen en een EHBO-doos hebt zitten. Denk bijvoorbeeld aan toiletpapier, een tandenborstel, tandpasta en pleisters. Zorg dat je ook een zaklamp, kaarsen, dekens en contant geld hebt. Bewaar alle spullen bij elkaar in een tas zodat je alles snel kunt pakken als dat nodig is’, zegt brandweervrouw Sjors.

PRINS ALEXANDER – Basisschool Het
Tangram en basisschool Passe-Partout delen samen een nieuw groenblauw schoolplein. Emanu (8): ‘De leerlingen van allebei de scholen spelen op het plein.’ Tekst: Lotte Keuzenkamp
Alle leerlingen mochten meedenken over het ontwerp van het nieuwe plein. De klas van Shivali (12) bedacht de klimboom en het klimrek die op het plein staan. Shivali: ‘Ik vind het plein heel leuk geworden.’


Goed voor de natuur
Aedan (12): ‘Een groenblauw schoolplein is een plein met veel planten, bomen en water.’ Mila (13): ‘Het is een plein dat goed is voor de natuur. Bijna alle speeltoestellen zijn gemaakt van hout.’ Teresa (8): ‘Bijna niets in de speeltuin is gemaakt van plastic. Plastic kan slecht zijn voor dieren en planten. Dieren kunnen plastic bijvoorbeeld opeten.’ Livia (11): ‘Ik vind het heel fijn dat er bomen en bosjes op het schoolplein zijn. Het plein ziet er daardoor mooi uit.’

Leerlingen spelen op het groenblauwe schoolplein. Foto’s: Arjen Jan Stada

KRALINGEN – Scharrelkids010 hield een uilenexpeditie in het Kralingse
Bos. Natuurgids Jos en buurtkinderen gingen in het bos op zoek naar uilenballen om uit te pluizen.
Tekst en foto’s: Jesse Wagenvoord Natuurgids Jos vertelt de kinderen over de uil: ‘We zien overdag weinig uilen. Uilen komen naar buiten in de nacht. Uilen maken geen geluid als ze vliegen. Ze kunnen daardoor heel stil een prooi pakken.’ Femi (7): ‘Ik vind het gek dat je uilen niet hoort vliegen.’


Natuurgids Jos vertelt over uilen.
Op zoek naar een uilenbal


De kinderen zoeken in het bos naar uilenballen. ‘Een uilenbal is een soort uilenkots. Uilen eten muizen. Een uil kan niet alles van een muis verteren. Een uil kan de botjes van een muis bijvoorbeeld niet verteren. Hij spuugt de botjes weer uit in een uilenbal’, legt Femi uit. Oliver (6): ‘Ik vind onder een boom een uilenbal. De uilenbal lijkt op een grijs steentje.’

ROTTERDAM – Plaswijckpark heeft een nieuw dierenverblijf geopend. Het verblijf heet Makandra. De kinderraad van Plaswijckpark bezocht het nieuwe dierenverblijf. Tekst en foto’s: Hanne van Mourik
‘In het verblijf wonen doodskopaapjes, Braziliaanse cavia’s, parkieten en goudhazen’, vertelt Feline (8). ‘De 4 diersoorten zijn bij elkaar geplaatst omdat ze in het wild ook kunnen samenleven’, zegt Isaiah (11). ‘Ik vind de aapjes superschattig’, zegt Roxy (7). Max (9): ‘De parkieten maken veel geluid.’
Pleinregels
Nele (8): ‘Er zijn pleinregels gemaakt voor het nieuwe schoolplein. We moeten goed voor de planten en de natuur zorgen. We moeten ook gezellig met elkaar omgaan. Iedereen doet aardig tegen elkaar en we laten elkaar uitspelen.’

Schedels en botjes
‘We pluizen samen uilenballen uit. We hebben een kaart waarop verschillende botjes staan. We kunnen op de kaart opzoeken welke botjes we in de uilenballen vinden’, zegt Matteo (7). ‘Ik vind een schedel. Ik zie aan de tandjes dat het een schedel is’, legt Ezra (8) uit. ‘Ik heb een sleutelbeen gevonden’, vertelt Vik (6). ‘Ik vind het leuk om duidelijk de voortandjes van de muis te zien’, zegt Vera (8).
VERTEREN Voedsel omzetten in stoffen die je lichaam kan gebruiken.

Van noot tot boom Isaiah legt uit waarom de dieren samenleven. ‘De aapjes laten noten uit de boom vallen. De cavia’s en goudhazen eten of verstoppen de noten. Een verstopt nootje groeit uit tot een boom en daar kan een parkiet wonen.’ Sharelley (9): ‘De naam van het verblijf is Makandra. Dat betekent ‘samen’ in het Surinaams.’


ROTTERDAM – Bij schaakclub De Koddige Koning leren kinderen schaken. De kinderen komen elke week samen om beter te worden. ‘Het doel bij schaken is om de koning van de ander te verslaan’, zegt Daryna (9). Tekst en foto’s: Hanne van Mourik
Daryna legt uit hoe schaken werkt: ‘Je schaakt meestal met 2 mensen. Een speler speelt met witte schaakstukken. De ander speelt met zwarte schaakstukken. Je hebt verschillende schaakstukken, bijvoorbeeld de toren en de koningin. Je beweegt de verschillende schaakstukken op een andere manier.’ Aleksander (8): ‘Ik vind het schaakstuk het paard het leukst. Je mag met het paard over andere schaakstukken heen springen.’


De kinderen doen oefeningen om beter te schaken.


De koningin is 1 van de belangrijkste schaakstukken.


Een denksport
Josephine (10): ‘Je moet op alles voorbereid zijn als je schaakt. Een verkeerde zet kan ervoor zorgen dat de ander je koning verslaat. Je moet veel nadenken. Het is geen makkelijke sport.’ Isa (9) is het daarmee eens. ‘Schaken is een denksport. Het is een sport omdat je een plannetje moet maken om te kunnen winnen.’
Oefeningen om te winnen
De kinderen leren tijdens de les manieren waarmee ze kunnen winnen. ‘Ik oefen nu de rokade. Ik bouw een soort muurtje voor mijn koning. Mijn koning staat zo veilig’, zegt Daryna. Ze heeft ondertussen de zwarte koning van Alexander klemgezet. Daryna: ‘Schaakmat, ik heb gewonnen.’
1
ROTTERDAM – De zussen Kate (12) en Macy (9) zitten op reddingszwemmen bij Zwembad Het Alexanderhof. De meiden leren hoe je iemand uit het water redt. Tekst: Marloes Brouwer
‘We leren hoe we een drenkeling uit het water halen. Een drenkeling is iemand die in het water is gevallen. Je moet eerst 112 bellen. Je vertelt wat er aan de hand is en waar je bent. Je probeert de drenkeling rustig te houden’, vertelt Macy. Kate: ‘Je hebt een droge redding en een natte redding. Je gaat bij een natte redding zelf het water in om de drenkeling te helpen. Je blijft bij een droge redding aan de kant staan.’


Kate redt Macy met een droge redding.
Droge en natte redding
Macy: ‘Je voert een droge redding uit als de drenkeling nog aanspreekbaar is. Je gooit een klos in het water. Dat is een lang touw. De drenkeling pakt het touw. Je sleept de drenkeling naar de kant.’ Kate: ‘Je voert een natte redding uit als de drenkeling niet aanspreekbaar is. We leren verschillende grepen om de drenkeling uit het water te halen. Je hebt bijvoorbeeld de kopgreep. Je gebruikt dit als de drenkeling niks meer kan. Je pakt het hoofd van de drenkeling vast. Je zwemt op je rug. Je duwt de drenkeling naar de kant.’
Zwemmen met kleding aan ‘We zwemmen met een broek en een shirt aan. We leren daardoor goed hoe we iemand kunnen redden in een echte situatie’, vertelt Macy. Kate: ‘Ik ben blij dat ik op reddingszwemmen zit. Ik vind het fijn dat ik weet hoe ik iemand moet redden.’


2 3 4

ROTTERDAM – Leerlingen van de Vreewijkschool bezochten met het havenprogramma Port Rangers het Scheepvaart en Transport College (STC) in Rotterdam. De leerlingen voeren in een scheepssimulator zelf een rondje door de Rotterdamse haven. Tekst: Suzanne Huig
Bij het STC kun je leren voor verschillende beroepen in en rondom de haven. In de scheepssimulator kun je leren varen. Het is een apparaat waarmee je kunt varen zonder echt op het water te zijn. Arish (12) en Esma (12) besturen samen een reddingsboot in de scheepssimulator. ‘We varen onder de Erasmusbrug en de Willemsbrug door. We varen daarna een rondje om het Noordereiland’, zegt Arish.
Snel varen
Arish schuift een hendel naar voren. ‘Ik geef gas door de hendel naar voren te bewegen. De boot gaat daardoor varen. De snelheid van een boot wordt aangegeven in knopen. We varen 40 knopen. Dat is ongeveer hetzelfde als 75 kilometer per uur. We gaan dus bijna net zo snel als een auto op de snelweg’, vertelt hij. Esma: ‘We varen zachter als we een bocht moeten maken. We varen dan 10 knopen.’


Kaart lezen
Esma kijkt op een speciale kaart. ‘Ik kan op deze kaart in de gaten houden of we de goede kant op varen. Ik zie op de kaart ook waar bochten en kades zijn en welke andere schepen eraan komen. Ik vertel aan Arish wat ik zie en waar hij rekening mee moet houden’, vertelt Esma.
Samenwerken
Arish: ‘Op een boot zijn verschillende taken. Het is daarom belangrijk om goed samen te werken.’ Esma: ‘Wij werken goed samen. Iemand stuurt en geeft gas. De ander kijkt op de kaart welke kant we op moeten varen. We wisselen de taken af.’


Arish en Esma.
Lijkt het jou leuk om meer over de haven te weten te komen? Leerlingen uit groep 6, 7 en 8 kunnen met het havenprogramma Port Rangers de haven leren kennen.
Kijk voor meer informatie op WWW.PORTRANGERS.NL
Kinderen kunnen op de bel ……. als ze met andere kinderen willen buitenspelen.
PAGINA 1
Hoe heet de zomervakantie van het stadsbestuur? PAGINA 3
Wat kan een steungezin doen voor een ander gezin uit de buurt? PAGINA 4
Wat sturen je hersenen naar je spieren om te bewegen? PAGINA 5
Wie van de Rabobank zijn samen de eigenaar van de bank? PAGINA 6
Wat kun je opladen met een powerbank als er geen stroom is? PAGINA 7
Welke vogels maken geen geluid als ze vliegen? PAGINA 8
Het antwoord van de puzzel van mei is: BLUSKLEDING. De winnaar is Alhena (9) Gefeliciteerd!
Wat doen de kinderen om beter te schaken? PAGINA 9
Waarmee wordt de snelheid van een boot aangegeven? PAGINA 10
Hoe heet de belangrijkste wet van een land? PAGINA 11
Wat voor paspoort krijgen alle basisschoolleerlingen in Rotterdam gratis op school? PAGINA 12
De antwoorden op de vragen vind je in deze krant!
ROTTERDAM – Imran (10) speelt tabla. De tabla is een slaginstrument. Het instrument bestaat uit 2 trommels. Imran: ‘Ik hoop dat ik later concerten mag geven voor heel veel mensen.’ Tekst en foto’s: Hanne van Mourik
Imran speelt tabla omdat zijn familie uit Pakistan komt. In Pakistan spelen veel mensen tabla. Er zijn speciale regels voor tablaspelers. Imran: ‘Je hebt respect voor de tabla. Je loopt om de trommels heen. Je zit in kleermakerszit op een kleed als je tabla speelt.’

Een zwarte schijf
Imran omschrijft de tabla. ‘De tabla heeft 2 trommels. De grote trommel heet bayan en de kleine trommel heet dayan. De onderkanten zijn rond. De trommels staan op een houder. Ze vallen anders om. Op de trommels zit een zwarte schijf. Er klinkt een laag en zwaar geluid als je op de schijf slaat.’
Imran speelt elke dag 10 minuten op de tabla.
CROOSWIJK – De leerlingen van basisschool Noen kregen les over de grondwet van Matthijs van de organisatie ProDemos. Zeyneb (10): ‘Een grondwet is de belangrijkste wet van een land. In de grondwet van Nederland staan de regels die voor iedereen in Nederland gelden.’ Tekst: Lotte Keuzenkamp Een grondwet moet staan voor vrijheid, gelijkheid en solidariteit. Soulaymane (9): ‘Vrijheid betekent dat je kunt doen wat je wilt.’ Enes (9): ‘Gelijkheid betekent dat iedereen hetzelfde moet worden behandeld. Ik ben bijvoorbeeld Turks en Soulaymane is Marokkaans. Wij maken dezelfde sommen op school. Wij zijn dus gelijk en worden gelijk behandeld.’ Selma (10): ‘Solidariteit is zorgen voor anderen. Ik vind het belangrijk om rekening te houden met anderen.’

Matthijs.
‘De tissu is een lang gesplitst doek. De hoop is een hoepel aan een touw. De trapeze is een stok tussen 2 touwen. Mijn favoriet is de trapeze’, vertelt Siebe. De tabla.
Tablales en oefenen Imran gaat elke week naar tablales. Hij oefent thuis iedere dag 10 minuten. ‘Ik maak een ritme als ik op de trommels sla. Ik noem ook de namen van de tonen die ik speel. Een toon is een geluid. Ik vind het heel leuk om veel verschillende tonen te spelen op de tabla’, zegt Imran.


Stellingen bespreken
De leerlingen bespreken met Matthijs verschillende stellingen. Selma: ‘We bespreken bijvoorbeeld de stelling: kinderen moeten een schooluniform dragen op school.’ ‘Ik ben het oneens met die stelling. Ik vind dat iedereen zijn eigen kledingstijl mag laten zien’, zegt Enes. Selma: ‘We bespreken ook de stelling: jongens mogen niet op een schoolfeest komen.’ Enes: ‘Je discrimineert op geslacht als jongens niet mogen komen. In de grondwet van Nederland staat dat je niet mag discrimineren.’

De leerlingen bespreken verschillende stellingen.


ROTTERDAM – Siebe (9) volgt circuslessen bij Circus Rotjeknor. Siebe: ‘Ik krijg les in de lucht. Ik krijg les op de trapeze, de tissu en de hoop. Ik leer steeds nieuwe trucjes op die toestellen.’ Tekst en foto’s: Hanne van Mourik


‘Ik vind het fijn om in de lucht te zijn.’

zeester Siebe laat de truc ‘de zeester’
op de trapeze.
‘Ik








