Skip to main content

JONG010 OKTOBER 2019

Page 1

oktober 2o19

5

8

Ilayda (11) heeft nooit trek in eten

9

Eetbaar onkruid zoeken

11

Trampolinespringen als sport

Hamburgers van fruit

De klas krijgt les over jeugdcriminaliteit van Marsha van Halt. Foto’s: Peter Snaterse

De leerlingen spelen een situatie van een dader en een slachtoffer na. De dader (met capuchon op) biedt zijn excuses aan.

HOEK VAN HOLLAND – De leerlingen van groep 8 van basisschool De Driemaster kregen op 26 september een les over jeugdcriminaliteit van Marsha van Halt. Ze leerden wat jeugdcriminaliteit is en welke straf bij welk misdrijf hoort. Tekst: Suzanne Huig ‘Ieder jaar komen er 16.000 tieners van 12 tot 18 jaar bij Halt. Ze hebben iets gedaan wat van de wet niet mag. Ze zijn door de politie aangehouden voor bijvoorbeeld winkeldiefstal, vernieling of spijbelen’, vertelt Marsha. ‘Halt probeert het slechte gedrag van de kinderen af te leren’, zegt Zoë (10).

Halt wil de reden weten

‘Halt vindt het heel belangrijk om te weten waarom een dader iets heeft gedaan. Daders moeten daarom met hun moeder, vader of verzorger bij Halt op gesprek komen’, vertelt Marsha. Jamey (12): ‘Een kind spijbelt misschien omdat het wordt gepest op school. Een kind steelt misschien omdat zijn of haar ouders geldproblemen hebben. Als Halt weet waarom een dader iets doet, kunnen ze de dader helpen. De hulp kan ervoor zorgen dat een dader niet opnieuw dezelfde fout maakt.’

excuses aanbieden

Tegen iemand zeggen dat je ergens spijt van hebt.

Sorry zeggen

‘Een dader moet altijd zijn of haar excuses aanbieden aan zijn of haar slachtoffers’, zegt Annaliez (11). Linn (11): ‘Ik vind het goed dat daders sorry moeten zeggen tegen hun slachtoffers. Ik denk dat slachtoffers zich daardoor weer veilig voelen.’ ‘Een dader moet ook gemaakte schade vergoeden of veroorzaakte rommel opruimen’, zegt Belle (11).

Naar een rechter

‘Je krijgt bij Halt 1 kans om je gedrag te verbeteren. Als je vaker dezelfde fout maakt, word je naar een rechter gestuurd. Als je iets heel ergs doet, word je de eerste keer gelijk naar een rechter gestuurd. Bijvoorbeeld als je een winkel overvalt, geweld gebruikt of een wapen hebt. Een rechter geeft zwaardere straffen dan Halt’, vertelt Kyan (11).


OKTOber 2o19

‘Dokter, ik heb een vreemde kwaal. Ik voel me elke ochtend na het opstaan een halfuurtje

heel duizelig. Daarna gaat het weer over en voel ik me prima. Wat kan ik doen?’ ‘Nou

meneer, u zou eens kunnen proberen voortaan

een halfuurtje later op te staan’, antwoordt de dokter.

Hayley (10)

Een man wordt aangehouden door de politie

voor te hard rijden. Tijdens het schrijven van de bekeuring vraagt de agent: ‘Mag ik uw

naam, alstublieft?’ De man zegt: ‘Koerinovski.’ De agent vraagt: ‘Hoe schrijf je dat?’ De man antwoordt: ‘D. A. T.’ Chayenne (9)

Een meisje vraagt aan haar vader: ‘Papa, weet

jij hoeveel tandpasta er in een tube zit?’ Haar vader antwoordt: ‘Nee, ik heb geen idee.’ ‘Ik

zal het je vertellen. Van de badkamer over de overloop naar jullie slaapkamer. 2 keer jullie slaapkamer rond.

A N N

A W O

L

T

N P

D

T

V

E

R

V

L

C

L

L

D

L

E

E

A

A E

E O

Z K

N

I

V O

E R

I

E

Z

E

N

L

E

P

L

I

R

E

L

R B O U

R K

E

F

O

T

S

E

D

K

E

J

T

T

R U A N N B

S

F

E

E

R

A A R A

R Z D

N R U

K

I

E

T

E

E

A

A N

E

E

R A

L

L

I

6

5

J

K

I

J

K V

E

R

H A A

L

T

K

I

N

D

R B

O E

K

E

I

O K

T

O B

E

T

P

S

E

E

R

I

BOEK CADEAU DOLFJE ILLUSTRATIE KIJKVERHAAL KINDERBOEK KINDEREN LEREN LES

LEUK LEZEN

OKTOBER PLEZIER POTTER REIZEN SFEER TAAL TIPS VERHAAL VERKEER

VERVOER

antwoord (ÉÉn woorD):

regels: DE WOORDEN VIND JE HORIZONTAAL, VERTICAAL EN DIAGONAAL. Je mag letters

meerdere keren gebruiken. Als je de overgebleven letters in de juiste volgorde zet, krijg je het antwoord. Mail dIT antWOORD samen met je voornaam, leeftijd

en het telefoonnummer van je ouder(s) of verzorger(s) (zodat we contact met je kunnen opnemen als je hebt gewonnen) naar antwoord@jong010.nl. Alleen de winnaar krijgt bericht.

En dan ook nog tot in je

studeerkamer!’

65 JAAR ANNA WOLTZ ATLANTA

HET ANTWOORD VAN DE WOORDZOEKER VAN SEPTEMBER IS: SCHOOLAGENDA. DE WINNAAR IS SIONI (11). gefeliciteerd!

Puzzelcorner.nl

Shazia (10)

Wat is het verschil tussen een

naaimachine en een nietmachine? Een naaimachine naait en een naaimachine niet. Fatima (9)

Je loopt buiten op

straat. Je hebt geen

Waarom mogen

koeien niet naar

voetbalwedstrijden kijken?

Je hebt ook geen para-

plu bij je. Toch word je niet nat. Hoe kan dat? Het regent niet.

Omdat ze alleen maar ‘boe’ roepen. Levi (12)

muts of capuchon op.

Aysen (11)

Zoek de potloodjes in de kinderkrant! Kun jij ze allemaal vinden? Vul hier het aantal in:

Oprichter: Angelique van Tilburg

Jong010 - OKTOBER 2019 Jaargang 10 - Editie 2 Oplage: 38.000 kranten

hoofdredacteur: Suzanne Huig Fotografen: Johannes Odé, Peter Snaterse, Arjen Jan Stada Vormgeving: Marcel van den Assem redactiemedewerker: sasja hof Aan deze editie werkten mee: Puzzelcorner, Richard van der Ven

Heb jij een tip voor Jong010? REDACTIE@JONG010.NL


OKTOber 2o19

Wie zou jij nomineren voor de Kinderrechten Award? ROTTERDAM – Burgemeester Ahmed Aboutaleb hoort graag van de Rotterdammers wat zij van de stad vinden. Ook naar de mening en ervaring van basisschoolleerlingen is hij benieuwd. Wie zou jij nomineren voor de Kinderrechten Award? Tekst en foto’s: Suzanne Huig

‘De gemeente reikt op 18 november voor de derde keer de Rotterdamse Kinderrechten Award uit. De prijs is bedoeld voor een persoon of organisatie die ervoor zorgt dat Rotterdamse kinderen tot 18 jaar gezond en veilig opgroeien. Bijvoorbeeld voor een buurvrouw die een kind opvangt dat het thuis moeilijk heeft. Of voor een leraar die pesten probeert te stoppen. Je kunt tot en met 11 oktober iemand nomineren via www.rotterdam.nl Wie zou jij nomineren voor de Kinderrechten Award?’

EVI (10)

Ahmed Aboutaleb. foto: gemeente rotterdam / marc nolte

‘Ik nomineer De Kindertelefoon. Een aantal vrienden van mij werden vroeger gepest. Zij hebben De Kindertelefoon een paar keer gebeld. Ze vonden het heel fijn om hun verhaal te kunnen vertellen en tips te krijgen. Ik vind het daarom goed dat De Kindertelefoon er is.’

Casper (11)

‘Ik wil mijn beste vriendin Liv nomineren. Ze is vriendelijk tegen alle kinderen op school. Ze helpt schoolgenoten bijvoorbeeld als iets niet lukt. En ze troost een kind als het verdrietig is.’

‘Ik wil hockeyclub Victoria nomineren. De club organiseert naast de trainingen ook leuke activiteiten zoals een kamp en dansavond. De trainers en leden voelen voor mij als een soort familie.’

‘Ik wil mijn oma nomineren. Mijn oma woonde vroeger in de buurt van een school voor gehandicapte kinderen. Sommige gehandicapte kinderen mochten doordeweeks bij mijn oma slapen. Mijn oma bracht die kinderen naar school en kookte voor hen.’

julia (10) Wie zou jij nomineren voor de Kinderrechten Award?

philip (10) ‘Ik nomineer mijn buurvrouw Lonneke. Ik mag altijd bij haar komen spelen als mijn ouders even niet thuis zijn. Ik vind het fijn om te weten dat ik bij haar terecht kan.’

‘Ik nomineer buitenschoolse opvang Frida Dida. Ik ga één keer per week naar de buitenschoolse opvang. Ik doe daar altijd leuke dingen, zoals koken, knutselen of buiten spelen. Frida Dida zorgt ervoor dat ik me niet verveel.’

Naam:

mette (10)

jip (10)

‘Ik nomineer de oma van mijn beste vriendin. Die mevrouw helpt kinderen die het thuis moeilijk hebben. Ze is een echte vriendin voor die kinderen.’

nina (10)

‘Ik nomineer Linda. Linda is een goede vriendin van mijn moeder. Ze heeft 2 kinderen geadopteerd. Ik vind het heel bijzonder dat zij die kinderen zo’n mooi leven geeft.’

ishika (12)

‘Ik wil Valentina nomineren. Valentina is er altijd voor mijn klasgenoten en voor mij. Ze gaat mee naar de bibliotheek, ruimt op in de klas en fietst met ons mee naar uitjes. Ik mag ook heel vaak bij haar komen eten. Ze is aardig voor iedereen.’

wende (10)


OKTOber 2o19

Je gedraagt je in bepaalde situaties als een bepaalde pet. Je kunt er zelf voor kiezen hoe je je wilt gedragen en welke pet je op wilt zetten.

ROTTERDAM – Sommige kinderen voelen zich thuis of op school niet fijn. Ze kunnen bijvoorbeeld verlegen zijn, zich uitsloven, bazig zijn, pesten of gepest worden. Vrienden maken, omgaan met pestgedrag of voor jezelf opkomen, kan dan lastig zijn. Tekst: Suzanne Huig

Kanjertraining is een groepstraining van 10 bijeenkomsten. De deelnemers leren positief over zichzelf en anderen te denken. Ze krijgen meer zelfvertrouwen en leren over hun gevoelens te praten. De deelnemers leren met gekleurde petten dat ze op verschillende manieren ergens op kunnen reageren. Özgüralp (10), Rosalie (11), Ramona (8) en Amber (9) volgden de cursus.

www.kanjertraining.nl of mail

naar info@praktijk4kidsbrielle.nl

De rode pet

De witte pet

Je bent verlegen en onzeker. Je durft niet voor jezelf op te komen.

Je bent jezelf. Je bent te vertrouwen en vertrouwt anderen. Je bent een kanjer.

ROZENBURG – Rosalie: ‘Ik reageerde vaak vanuit de zwarte en gele pet. Ik speelde de baas en zocht ruzie. Ik schreeuwde bijvoorbeeld tegen mijn ouders of klasgenoten. Dat gedrag past bij de zwarte pet. Ik had daarna spijt en werd verdrietig. Dat gedrag past bij de gele pet.’ Tekst: Suzanne Huig

Tekst: Suzanne Huig

‘Ik werd vaak boos op de pesters omdat ze mij pijn deden met wat zij zeiden. Ik voelde me aangevallen en onzeker. Ik kreeg soms woedeaanvallen en duwde de pesters. Er ontstond daardoor soms een gevecht’, vertelt Özgüralp.

De gele pet

Je volgt kinderen met gedrag van de zwarte pet. Je lacht problemen weg.

Kijk voor meer informatie op

HOOGVLIET – Özgüralp: ‘Ik werd een aantal jaar gepest op school. Schoolgenoten zeiden bijna iedere dag gemene dingen tegen mij. Ze zeiden bijvoorbeeld dat ze vonden dat ik lelijke schoenen en kleding had. Ik vond dat heel erg. Ik voelde me gekwetst. Ik vond het niet fijn om naar school te gaan. Ik had heel weinig zelfvertrouwen.’

De zwarte pet

Je wilt je zin hebben, speelt de baas of pest.

‘Ik heb mijn kanjerdiploma gehaald’, zegt Özgüralp. Foto: Johannes Odé

‘Ik zocht bijvoorbeeld ruzie als ik mijn zin niet kreeg of als ik iets niet leuk vond. Ik werd ook weleens boos als iets niet lukte. Ik werd boos op mensen terwijl ik dat niet wilde. Het was voor de mensen om mij heen en voor mijzelf heel vervelend.’

‘Een kanjer staat stevig. Ik sta daarom rechtop en houd mijn handen bij elkaar’, vertelt Rosalie. Foto: Arjan Jan Stada

Gedragen als een kanjer

Opkomen voor mezelf en anderen

‘Ik heb tijdens de cursus geleerd om pesters aan te spreken op hun gedrag. Ik durf nu tegen iemand te zeggen dat ik het niet fijn vind als hij of zij iets gemeens tegen mij zegt. Ik loop weg bij pesters als ze niet stoppen met pesten. Ik kom daardoor niet meer in gevechten terecht. Ik reageer nu vanuit de witte pet. Ik kom rustig voor mezelf en anderen op’, zegt Özgüralp.

‘Ik heb tijdens de cursus geleerd om mezelf te gedragen als een kanjer. Een kanjer is zelfverzekerd en rustig. Ik zeg het rustig tegen mijn klasgenoten of mijn ouders als er iets gebeurt dat ik niet fijn vind. Ik ga daarna iets anders doen. Ik voorkom daardoor dat ik boos word. Ik ben thuis en op school vrolijker en gezelliger sinds ik mijzelf als een kanjer gedraag. Kinderen komen naar mij toe om met mij te spelen. Ik heb meer vrienden gekregen, dat maakt mij heel blij’, vertelt Rosalie.

Ramona

HOEK VAN HOLLAND – De zusjes Ramona en Amber hebben samen de cursus gevolgd. Amber: ‘Je eigen gedrag heeft invloed op het gedrag van anderen. Anderen kunnen vervelend reageren als je iemand uitlacht, de baas speelt of zielig doet.’ ‘We hebben geleerd om de witte pet de belangrijkste pet te laten zijn. Als we vanuit de witte pet denken, helpen we elkaar en anderen’, zegt Ramona. Tekst: Suzanne Huig

Ramona: ‘We moeten ons niet gedragen als een egel. Een egel heeft scherpe stekels. Als je altijd je stekels uit hebt, kom je niet aardig over. Het is dan lastig om vrienden te maken.’ Foto’s: Johannes Odé

Ramona was onzeker. ‘Ik dacht vaak dat ik dingen niet kon. Ik dacht ook vaak dat niemand mij aardig vond. Ik durfde daardoor niet te vragen of ik met kinderen mee mocht spelen. Ik voelde me vaak alleen. Ik vond het niet leuk om me zo te voelen. Ik kreeg woedeaanvallen waarbij ik schreeuwde’, zegt Ramona. ‘Ik heb tijdens de cursus geleerd om ervan uit te gaan dat ik dingen kan. Ik heb in de klas een poster opgehangen met de tekst: Ik heb het nog nooit gedaan, maar ik denk dat ik het kan. Die tekst helpt mij als ik onzeker ben. Ik heb ook geleerd om rustig te vragen of ik mee mag spelen. Ik praat niet negatief over kinderen als ik niet mee mag spelen.’

‘We moeten ons niet gedragen als een schildpad. Een schildpad verbergt zich in zijn schild. Als je jezelf terugtrekt, sluit je jezelf buiten. Je hebt dan weinig contact met andere kinderen’, legt Amber uit. Amber

Amber werd vaak boos als er dingen gebeurden die zij niet eerlijk vond. ‘Ik werd bijvoorbeeld boos als een kind de schuld kreeg van iets wat hij of zij niet had gedaan. Schoolgenoten vonden daardoor dat ik me overal mee bemoeide. Ik wilde hen dan uitleggen wat ik ergens van vond’, vertelt Amber. ‘Ik heb bij de cursus geleerd om voor mezelf te beslissen wat ik ergens van vind. Ik hoef me niets aan te trekken van de mening van anderen. En ik hoef anderen niet te overtuigen van mijn mening.’


OKTOber 2o19

ROTTERDAM – Ieder lichaam heeft energie nodig om bijvoorbeeld te kunnen bewegen en denken. Je lichaam heeft ook energie nodig om ervoor te zorgen dat bijvoorbeeld je hart klopt. Je lichaam haalt die energie uit eten of uit je spieren en vet.

Je eten bestaat uit stofjes zoals vetten, koolhydraten en eiwitten. Je lichaam kan die stofjes niet gelijk gebruiken. In je mond, maag en darmen wordt je eten eerst heel klein gemaakt. Die kleine deeltjes gaan via je bloed je lichaam en je cellen in. Je cellen in je lichaam zetten de stofjes om in energie. Dat noem je de stofwisseling.

Je lichaam maakt stofjes die helpen bij de stofwisseling. Die hulpstoffen heten enzymen. Mensen die een stofwisselingsziekte hebben, hebben een fout in hun DNA. Hun lichaam maakt geen of niet genoeg enzymen aan. De stofwisseling gaat daardoor niet goed.

ROTTERDAM – Ilayda (11) heeft de stofwisselingsziekte MADD. ‘In eten zitten vetten. Je lichaam zet die vetten om in energie. Mijn lichaam kan die vetten niet goed omzetten in energie. Ik voel me daardoor vaak moe, slap en misselijk’, vertelt Ilayda. Tekst: Suzanne Huig / Foto’s: Peter Snaterse

Ilayda: ‘Het is voor mij heel moeilijk om te eten omdat ik nooit trek heb. Het is belangrijk dat ik wel voeding binnenkrijg. Mijn lichaam krijgt anders niet de stoffen binnen die het nodig heeft.’

Eten via een Mic-Key

‘Ik heb een Mic-Key op mijn buik. Dat is een buisje dat vanaf mijn maag door mijn buikwand naar buiten gaat. Aan de buitenkant zit een speciaal dopje op mijn buik. Aan het dopje kan een slangetje worden vastgemaakt. Ik kan via het slangetje vloeibaar eten mijn maag in spuiten’, legt Ilayda uit. VLOEIBAAR ETEN

Dun, glad en vochtig eten. Je hoeft het eten niet te kauwen.

Ilayda.

Ontbijten op school

‘Ik neem ’s ochtends als ik wakker word een pilletje dat ervoor zorgt dat ik geen buikpijn heb. Ik ontbijt op school om 07:30 uur. Ik neem een zak vloeibare voeding mee naar school. Ik zit op de speciaal onderwijsschool Openluchtschool de Recon. Een verpleegster op school sluit de voeding op mijn Mic-Key aan. Ik moet als de voedingszak leeg is nog 30 minuten rustig blijven zitten. De voeding kan dan rustig zakken in mijn buik’, vertelt Ilayda.

Later zelf eten

‘Ik krijg ’s avonds om 23:00 uur weer een zak voeding. Mijn moeder sluit de voeding dan aan op mijn Mic-Key. Het is belangrijk dat ik om 23:00 uur voeding krijg, anders krijgt mijn lichaam te lang geen stoffen binnen. Ik eet iedere ochtend en avond op dezelfde tijd omdat mijn lichaam dat gewend is. Mijn Mic-Key wordt weggehaald als ik 18 jaar ben. Ik moet dan zelf eten. Ik ga via een schema oefenen om steeds vaker en meer zelf te eten.’

DNA

In je DNA staat informatie die bepaalt hoe jij eruitziet en hoe je lichaam werkt. Het bepaalt bijvoorbeeld je haarkleur en de kleur van je ogen.

Infuus in het ziekenhuis

Ilayda: ‘Glucose is de belangrijkste energiebron voor cellen in je lichaam. Ik heb te weinig glucose in mijn lichaam als ik niet genoeg voeding binnenkrijg. Ik word dan bleek, ziek en heel suf. Ik moet dan naar het ziekenhuis om snel glucose binnen te krijgen. Ik heb op mijn borst onder mijn huid een klein stukje ijzer zitten. Op dat stukje ijzer kan een dokter snel een infuus aansluiten. Ik voel me dan snel weer beter.’

Rustig en voorzichtig spelen

‘Als ik wild en onvoorzichtig doe, kost het mijn lichaam te veel energie. Ik voel me dan ziek. Ik ben daarom altijd rustig en voorzichtig. Ik voel me soms alleen als ik niet met andere kinderen mee kan spelen. Dat maakt mij verdrietig. Ik zou het fijn vinden als kinderen meer rekening met mij hielden en rustiger speelden’, zegt Ilayda.


OKTOber 2o19

ROZENBURG – De Rotterdamse haven is één van de grootste havens ter wereld. Met het project Port Rangers kun je van alles leren over de haven. De leerlingen uit groep 6 van basisschool De Provenier en de leerlingen uit groep 6 van basisschool Harbour Bilingual bezochten met gids Ammy op 20 september de Maeslantkering. Tekst: Suzanne Huig ‘Je kunt aan het Normaal Amsterdams Peil (NAP) zien hoe hoog het water staat. Het NAP is de gemiddelde hoogte van het zeewater’, legt Ammy uit. ‘Sommige gebieden in Nederland liggen hoger dan het NAP. Je staat daar boven de zee. Sommige gebieden liggen onder het NAP. Je staat daar lager dan de zee. Die lage gebieden moeten goed worden beschermd zodat ze niet onder water komen te staan’, vertelt Thom (9).

ZEESPIEGEL

De hoogte van de zee bij rustig weer.

De leerlingen bekijken met een verrekijker de Maeslantkering. Foto’s: Arjen Jan Stada

Bewoners beschermen

‘Ongeveer 25 procent van de huizen in Nederland staat onder de zeespiegel. Die huizen worden bijvoorbeeld door dijken en sluizen beschermd tegen zeewater. De Maeslantkering bij de Nieuwe Waterweg beschermt bewoners van Rotterdam en Dordrecht tegen overstromingen door stormen op zee. De kering gaat dicht als het water bij Rotterdam 3 meter boven NAP staat of als het water bij Dordrecht 2,9 meter boven NAP staat. De kering gaat ongeveer 1 keer per 5 jaar dicht’, legt Ammy uit.

Wild water tegenhouden

De Nieuwe Waterweg is een kanaal van de Noordzee naar de haven van Rotterdam. Peet (9): ‘Het zeewater kan heel wild worden bij een storm. Het water komt dan hoger te staan. De kering moet dan dicht om het wilde water tegen te houden.’ ‘De deuren van de kering schuiven als een soort puzzel in elkaar. Ze zakken naar de bodem zodat er ook geen water onder de deuren door kan’, legt Roos (9) uit. ‘Het water aan de kant van de stad stijgt daardoor niet’, zegt Ishak (10). Thom: ‘De kering gaat weer open als de storm voorbij is en het waterniveau aan de zeezijde is gezakt.’

GENERATION

DISCOVER


OKTOber 2o19

Keisha: ‘Ik heb soms heimwee. Ik wil daardoor misschien niet mee op schoolkamp en op sportkamp. Ik wil mijn ouders niet missen. Ik schaam me voor mijn heimwee. Wat kan ik het beste doen?’

Hallo Keisha, Het is niet leuk om heimwee te hebben. Mensen die last van heimwee hebben, voelen zich meestal naar. Sommigen krijgen buikpijn of worden misselijk.

Anderen voelen zich zo rot dat ze nergens aan mee willen doen. Ik vind het

vervelend voor je dat je last hebt van heimwee. Als je niet meegaat op kamp, mis je het plezier dat je klasgenoten en sportvrienden hebben.

Omgeving verkennen

Er zijn dingen die je kunt doen om wat minder last te hebben van heimwee.

Het kan bijvoorbeeld fijn zijn om te weten wat je kunt verwachten. Je kunt op internet bekijken waar het kamp is. Je kunt zelfs al bij het kamp gaan

kijken als het niet te ver weg is. Je vindt het misschien iets minder spannend als je weet hoe de omgeving eruitziet.

Illustratie: Copal en Consorten

Iets vertrouwds van thuis

ROTTERDAM – Marieke van het Centrum voor Jeugd en Gezin reageert iedere maand in Jong010 op een vraag of probleem van een leerling of klas. Ze beantwoordt deze maand de vraag van Keisha (10). Tekst: Suzanne Huig

Het kan ook helpen om iets vertrouwds mee te nemen van thuis. Je kunt

bijvoorbeeld je eigen kussen of een kledingstuk van je moeder, vader, broer of

zus meenemen. Je hebt dan toch een beetje je familie bij je. Misschien kun je met je juf of meester afspreken dat je iedere dag even naar huis mag bellen. Je kunt dan vertellen wat voor leuke dingen je meemaakt op het kamp.

Marieke beantwoordt ingestuurde brieven. Foto: suzanne huig

Steun van klasgenoten of sportvrienden

Ik begrijp dat je je schaamt voor je heimwee. Misschien durf je er wel

een spreekbeurt over te houden in je klas of op je sportvereniging? Als je

Heb jij een vraag aan Marieke of zit je ergens mee? Stuur een mail naar redactie@jong010.nl of stuur een brief naar Jong010, Overschieseweg 10G, 3044 EE Rotterdam.

klasgenoten of sportvrienden je begrijpen, kunnen ze je steunen als je het moeilijk hebt op kamp.

Dit artikel is gemaakt in samenwerking met

Groetjes, Marieke

Stans Goudsmit kinderombudsman van Rotterdam

ROTTERDAM – Alle kinderen hebben rechten. De rechten van kinderen zijn opgeschreven in het Kinderrechtenverdrag. Stans is de Rotterdamse kinderombudsman. De kinderombudsman controleert of iedereen in Rotterdam zich aan de kinderrechten houdt en ze respecteert. Tekst: Suzanne Huig ‘Niels (15) gaat een tijd niet naar school omdat hij woedeaanvallen heeft. In de afgelopen maanden heeft hij met meerdere hulpverleners gesproken. De hulpverleners overleggen met elkaar welke hulp Niels nodig heeft. Ze vragen niet aan Niels wat hij belangrijk vindt. Niels krijgt daardoor het idee dat het niet uitmaakt wat hij zegt. Hij is het zat en belt mij’, vertelt Stans.

Volwassenen moeten luisteren

‘Ieder kind heeft het recht om zijn of haar mening te geven over alle zaken die het kind aangaan. Bijvoorbeeld over hoe je het op school vindt gaan. Of over welke hulp je thuis of ergens anders wilt krijgen. Of wat je graag in je vrije tijd wilt doen. Volwassenen moeten naar jouw mening vragen en er ook echt naar luisteren. Ook de gemeente, de school en de jeugdhulp moeten dat doen.

Ik ga zelf met kinderen in gesprek over hun leven als kinderen een probleem hebben’, legt Stans uit.

Hulp van de kinderombudsman

Stans: ‘Het is belangrijk dat de hulpverleners aan Niels vragen wat hij wil. Niels weet het beste hoe hij zich voelt, wat goed gaat en wat hij lastig vindt. Ik heb daarom aan de hulpverleners gevraagd om naar Niels zijn verhaal te luisteren. De hulpverleners hebben dat gedaan en rekening gehouden met Niels zijn mening.’

foto: Johannes Odé

Sommige kinderen mogen hun mening niet geven thuis of op school. Wat vind jij dat de kinderombudsman voor deze kinderen moet doen? Ole (10): ‘Ik vind dat

de kinderombudsman aan de ouders en leraren moet vertellen dat kinderen het recht hebben om hun mening te vertellen. Misschien luisteren ouders en leraren naar de kinderombudsman.’

Je krijgt niet altijd je zin

‘Kinderen mogen altijd hun ideeën en wensen vertellen. Maar dat betekent niet dat kinderen altijd hun zin krijgen. Volwassenen moeten goed luisteren naar de mening van een kind. Ze moeten die mening ook serieus nemen. Ze kunnen daarna besluiten iets anders te doen dan de mening of het idee van het kind. Ze moeten dan wel aan het kind uitleggen waarom ze dat doen’, zegt Stans.

Bente (10): ‘Ik vind dat de kinderombudsman met die kinderen moet praten. Die kinderen kunnen hun mening dan aan de kinderombudsman vertellen. Zij kan samen met de kinderen een brief schrijven voor hun ouders of juf of meester. De kinderen kunnen hun mening dan vertellen via een brief.’ foto's: Suzanne Huig

Je kunt van 09:00 uur tot 16:00 uur gratis bellen naar 0800 2345 111

Je kunt een WhatsApp-bericht sturen naar 06-58073580

Of kom naar het spreekuur van de kinderombudsman.

Kijk voor meer informatie op www.kinderombudsmanrotterdam.nl


OKTOber 2o19

IJSSELMONDE – De Stad Uit organiseerde op 18 september een natuurfeest op het grasveld bij de Herenoord. Buurtkinderen konden schapen hoeden, eetbaar onkruid zoeken en vogelhuisjes timmeren. ‘Dit is een soort wijkpark. Wij spelen hier bijna iedere dag met buurtkinderen in de natuur’, zegt Naomi (11). Tekst en foto’s: Suzanne Huig Schaapsherder Maria heeft in en rondom Rotterdam 1.700 schapen lopen. ‘De schapen worden als grasmaaiers ingezet. Ik stuur mijn schapen de kant op die ik wil door commando’s te roepen. Ik word geholpen door mijn honden Abby en Boy’, legt Maria uit. Ze heeft een aantal schapen meegenomen naar het natuurfeest. Naomi, Milou (11) en Sven (9) mogen zelf de kudde schapen een parcours laten lopen.

Naomi, Milou en Sven helpen schaapsherder Maria om alle schapen binnen het hek te krijgen.

Schapen sturen

‘De schapen zijn gewend dat er iemand vooroploopt die hen roept’, zegt Milou. Sven loopt daarom voor de kudde schapen en roept: ‘Kom. Kom.’ Naomi: ‘We moeten de schapen vanaf links en vanaf rechts een beetje de goede richting op sturen. We moeten ook zorgen dat de schapen bij elkaar blijven. Ik vind het best lastig.’

Commando

De opdracht om iets te doen.

‘De herder roept normaal commando’s naar de honden. Ze roept bijvoorbeeld naar de honden: ‘Links. Links. Af. Rechts. Rechts. Af.’ De honden sturen daardoor de schapen de goede kant op’, legt Milou uit.

Eva: ‘Ik vind look-zonder-look lekker. Het smaakt een beetje naar ui.’

‘Dit is look-zonder-look’, zegt Naomi.

Eetbaar onkruid

Caroline laat de buurtkinderen zien dat in het wijkpark eetbaar onkruid staat. ‘In de natuur groeien wilde planten. Je kunt sommige planten eten. In de natuur staan ook giftige planten en bessen. Je kunt daar buikpijn van krijgen. Je moet daarom niet zomaar alles uit de natuur eten’, legt Caroline uit. ‘Dieren kunnen plassen en poepen rondom planten in de natuur. Je moet daarom alles dat je uit de natuur haalt, wassen’, zegt Eva (8).

Brandnetels en madeliefjes eten

‘Look-zonder-look is bijvoorbeeld lekker op een boterham of door een salade’, zegt Eva. ‘Een look-zonder-lookblaadje ruikt naar knoflook als je met je vingers over het blaadje wrijft. Je weet dan dat je het blaadje kunt eten’, legt Caroline uit. Naomi en Sven knippen een paar brandnetelstengels af. ‘Brandnetels zijn een soort spinazie. Je kunt brandnetels eten als je ze goed wast en kookt’, zegt Naomi. ‘Madeliefjes kun je ook eten. Je kunt ze bijvoorbeeld door een salade doen’, vertelt Sven.

Vogelhuisjes timmeren

‘Rondom het grasveld staan eikenbomen. We willen niet dat de eikenprocessierups in de bomen gaat zitten. Mensen kunnen uitslag krijgen van de haartjes van die rups’, vertelt Sven. Naomi: ‘Koolmezen eten eikenprocessierupsen. We timmeren daarom vogelhuisjes voor koolmezen. We hangen de vogelhuisjes in de eikenbomen. De koolmeesjes die in onze vogelhuisjes gaan wonen, eten de rupsen hier in de buurt op. Wij hebben dan geen last van de rupsen.’


OKTOber 2o19

IJSSELMONDE – Ivan-Cheney (10) zit dankzij het Jeugdfonds Sport Rotterdam op turnen. Ze is lid van turnvereniging SV THOR in IJsselmonde. Tekst: Angelique van Tilburg

‘Ik zit al 5 jaar op turnen. Turnen is eensport waarbij je oefeningen doet op toestellen. De toestellen zijn de sprong of pegasus, de brug, de evenwichtsbalk en de vloer.’

De vloer

Ivan-Cheney: ‘Als je tijdens wedstrijden lacht bij alles dat je doet, krijg je een punt extra.’

‘Mijn lievelingsonderdeel van turnen is de vloer. De vloer is een mat waarop je oefeningen doet, zoals de radslag, flikflak, koprol en overslag. Je voert de oefeningen uit op muziek. Ik vind het leuk om moeilijke oefeningen te doen. Ik vind makkelijke dingen snel saai worden. Als iets niet lukt, probeer ik het de keer daarna gewoon nog een keer. Net zolang tot het lukt.’

Wedstrijden

‘Ik heb al aan meer dan 30 wedstrijden meegedaan. Je moet tijdens een wedstrijd alle stapjes en regels van het onderdeel goed uitvoeren. Je krijgt punten voor alles wat je goed uitvoert. Je krijgt puntenaftrek als je een fout maakt of iets vergeet. Degene met de meeste punten wint. Ik heb met turnen medailles gewonnen. Maar ik kan gelukkig ook goed tegen mijn verlies. Ik vind het vooral belangrijk dat ik het leuk vind. Ik blijf goed trainen. Ik hoop dat ik dan ook een keer een beker win.’

Epke en Simone op YouTube

‘Mijn voorbeelden zijn de turner Epke Zonderland en de turnster Simone Biles. Ik kijk vaak filmpjes van hen op YouTube. Ik kijk dan goed hoe zij de oefeningen doen. Ik leer daarvan en word zo steeds beter.’

Ivan-Cheney springt over de pegasus. Foto's: Peter Snaterse

Jeugdfonds SPORT Rotterdam Wil jij sporten, en is er thuis geen geld voor lessen? Kijk dan met je ouder(s), verzorger(s) of leerkracht op

www.jeugdfondsSPORTENCULTUUR.nl

Of vraag of er bij jou op school een contactpersoon is van het Jeugdfonds Sport Rotterdam.

Bibi stuitert op haar rug. Foto’s: Arjen Jan Stada

PRINS ALEXANDER – Bibi (10), Rody (9), Lucas (9) en Max (9) krijgen iedere woensdagmiddag les in trampolinespringen bij FreeStyle Motion Rotterdam. ‘Meester Marcel en meester Floris leren ons trucjes op de trampolines’, vertelt Max. Tekst: Suzanne Huig ‘We dragen speciale antislipsokken. Er zitten bobbeltjes aan de onderkant van de sokken. We glijden daardoor minder snel uit op de trampolines’, legt Bibi uit.

Een salto maken

De jongens oefenen om een salto te springen.

Stuiteren op je rug

‘Ga op je rug op een trampoline liggen. Schop schuin naar boven om je af te zetten. Je stuitert als je het goed doet steeds hoger op je rug. Probeer na 10 schoppen omhoog te komen en op je voeten te landen’, zegt meester Floris.

Niet twijfelen

Bibi: ‘Ik vind het leuk om steeds andere trucjes te leren. Het belangrijkste is om niet te twijfelen of je een truc kunt. Als je twijfelt, vertraag je. De kans is groter dat een truc fout gaat als je niet snel genoeg gaat.’

Lucas, Rodey en Max maken één voor één een salto. ‘Ik zet me hard af zodat ik hoog in de lucht kom. Ik maak in de lucht een koprol. Ik land daarna op mijn billen’, vertelt Lucas. Rodey: ‘Het is belangrijk dat je je hard afzet op de trampoline. Je moet hoog in de lucht je koprol maken, zodat je genoeg tijd hebt om rond te draaien.’ ‘Ik houd in de lucht mijn knieën vast. Ik draai daardoor sneller rond’, zegt Max.


OKTOber 2o19

ROTTERDAM – Hoe zorgen we ervoor dat we slimmer, schoner, zuiniger en socialer gaan leven? Het Generation Discover Festival werd van 2 tot en met 6 oktober georganiseerd in Ahoy. Tijdens het festival ontdekten duizenden kinderen wat wetenschap en techniek kunnen betekenen voor de toekomst. De Shell Moerdijk Kinderraad en de Shell Pernis Kinderraad bezochten het festival op 2 oktober. Tekst en foto’s: Suzanne Huig

‘Mensen vervuilen de wereld door de manier waarop ze leven. Bijvoorbeeld met de uitlaatgassen van auto’s’, zegt Imani (10). Kirsten (11): ‘We moeten daarom technieken bedenken om de wereld minder te vervuilen.’ ‘De meeste kinderen hebben veel fantasie. Ik denk daarom dat kinderen heel goed oplossingen kunnen bedenken voor milieuproblemen’, zegt Alano (11). Jasper (9): ‘De kinderraad gaat Shell het komende jaar helpen en advies geven.’

De kinderraad wekt op het festival energie op door te dansen. Zonnepanelen op fabrieken

Mara (10): ‘Op het dak van mijn huis liggen zonnepanelen. De koelkast en wasmachine thuis gebruiken onze eigen zonne-energie. Shell is een heel groot bedrijf. Op de fabrieken van Shell is genoeg ruimte voor duizenden zonnepanelen. Ik wil er met de kinderraad voor zorgen dat Shell zonnepanelen gaat gebruiken.’

De Shell Pernis Kinderraad.

Meer groen Ilias (9): ‘Ik vind dat er te weinig groen is in wijken. Bomen zorgen voor zuurstof. We hebben daarom juist groen nodig in de stad. Ik ga in de kinderraad daarom mijn best doen om meer groen in Rotterdamse wijken te krijgen.’ Milan (9) vindt dat er meer oplaadpunten voor elektrische voertuigen moeten komen. ‘Elektrische auto’s en scooters zijn milieuvriendelijk. Ik denk dat mensen eerder voor een elektrische scooter of auto kiezen als ze hem op veel plekken kunnen opladen’, zegt Milan.

Wie zou Casper nomineren voor de Rotterdamse Kinderrechten Award? pagina 3

De letters in de gele balk vormen het antwoord. Mail dit antwoord, samen met je voornaam, leeftijd en het telefoonnummer van je ouder(s) of verzorger(s), naar antwoord@jong010.nl We verloten het speelkleed onder de goede inzendingen. Alleen de winnaar krijgt bericht.

Hoe heet de groepstraining waarin deelnemers leren positief over zichzelf en anderen te denken? Pagina 4 Het antwoord van de puzzel van september is: stripverhaal. De winnaar is Mathijs (8).

Imani, Kirsten en Mara.

Özgüralp komt nu rustig voor zichzelf en anderen op. Vanuit welke pet reageert hij? Pagina 4

Wat bepaalt het DNA nog meer behalve de kleur van je ogen? Pagina 5 Wat is de belangrijkste energiebron voor cellen in je lichaam? Pagina 5 Hoe heet de kering bij de Nieuwe Waterweg? Pagina 6

Wat kun je volgens Sven nog meer eten behalve brandnetels? Pagina 8

Wat zitten er aan de onderkant van de antislipsokken voor trampolinespringen? Pagina 9

Ivan-Cheney zit op turnen. Wat is haar lievelingsonderdeel? Pagina 9 Wat is het thema van de Kinderboekenweek? Pagina 11 Welke taal sprak Jurema in Angola? Pagina 12

Wil je meer puzzelen? Neem een kijkje op puzzelcorner.nl


OKTOber 2o19

PRINS ALEXANDER – Van 2 tot en met 13 oktober is het de Kinderboekenweek. Het thema van de week is dit jaar ‘Reis mee!’. Tijdens de Kinderboekenweek worden verschillende activiteiten georganiseerd. De leerlingen van groep 6/7 van speciaal onderwijsschool De Boei schreven op woensdag 2 oktober een verhaal en maakten een poster. Tekst en foto’s: Suzanne Huig

‘Je kunt reizen met vervoersmiddelen. Bijvoorbeeld met een auto, bus, vliegtuig, trein, scooter, metro of tram. Schrijf een verhaal waarin een voertuig een rol speelt’, zegt juf Kirsten.

Skylar (10) en Dita (10) schilderen een wereldbol en zichzelf. Begin, midden, eind ‘Een verhaal begint met waar je met wie bent. In het midden van een verhaal vertel je wat er gebeurt. Aan het eind van een verhaal vertel je hoe het afloopt’, vertelt Danique (10). Noor (10): ‘Ik vind het heel leuk om mijn gedachten op te schrijven in een verhaal.’

Jop (10) en Aiden (10) schilderen een vliegtuig. Aiden: ‘Mensen kunnen makkelijk en snel met een vliegtuig naar verre landen reizen.’

Vervoersmiddel

Iets dat mensen of spullen naar een andere plek brengt.

Een wereldbol en zon De leerlingen maken per groepje een poster. Daniel (9) en Jaimy (11) werken samen. ‘Wij denken bij het thema ‘Reis mee!’ aan reizen over de wereld. Ik schilder daarom een wereldbol’, zegt Jaimy. ‘Ik vind het leuk om naar plekken te reizen waar de zon schijnt. Ik schilder daarom een zon’, vertelt Daniel.

Dyon schrijft zijn verhaal.

Op reis in de jungle Dyon (10) zijn verhaal speelt zich af in de jungle. ‘Mijn neef, mijn klasgenoot Daniel en ik reizen in een grote auto door de jungle. De auto kan dansen en salto’s maken. Het voertuig maakt salto’s over wilde dieren. En het voertuig danst af en toe om gevaarlijke slangen rustig te krijgen. Het verhaal eindigt dat we zonder verwondingen uit de jungle komen’, vertelt Dyon.

ROTTERDAM – In eten en drinken zitten verschillende stoffen die goed voor je zijn. Deze stoffen helpen je om te groeien, om gezond te blijven of om energie te krijgen. Goede suikers zitten vanuit de natuur in een product. Ze zitten bijvoorbeeld in groente, fruit en granen. Ze bevatten vitaminen, mineralen en vezels die je nodig hebt. Shae-Lynn (8) en Lois (8) maken een hamburger van rijstwafels en fruit.

Shae-Lynn: ‘We hebben bananen, druiven, aardbeien en rijstwafels nodig.’

Tekst en foto’s: Suzanne Huig

‘Ik haal eerst de schil van de banaan af. Ik doe dat door het topje naar beneden te trekken. De schil schiet dan open’, zegt Lois. ‘Ik snijd de banaan daarna in dunne plakjes.’

Lois: ‘We wassen de aardbeien ook onder de kraan. We snijden de aardbeien daarna doormidden.’

‘We wassen de druiven onder de kraan’, zegt Shae-Lynn.

Shae-Lynn: ‘We leggen eerst een rijstwafel op een bordje. We leggen daarna de verschillende stukjes fruit op de rijstwafel. Als al het fruit op de rijstwafel ligt, leggen we er nog een rijstwafel bovenop.’

‘We snijden de druiven daarna doormidden’, zegt Lois.

Lois: ‘We hebben een gezonde hamburger van rijstwafels en fruit gemaakt.’


OKTOber 2o19

De Nederlandse taal spreken, schrijven en lezen ROTTERDAM – 1 op de 5 Rotterdammers kan niet goed lezen en schrijven. Iemand die laaggeletterd is, heeft veel moeite met lezen en schrijven. Iemand die analfabeet is, kan helemaal niet lezen of schrijven. De gemeente Rotterdam vindt het belangrijk dat iedereen de Nederlandse taal kan spreken, schrijven en lezen. De gemeente geeft daarom taalcursussen. Tekst: Suzanne Huig

CENTRUM – Jurema (10): ‘Ik ben samen met mijn broertje, vader en moeder in oktober 2017 vanuit Angola verhuisd naar Nederland. In Angola spraken we Portugees. We konden daardoor geen Nederlands verstaan en praten toen we hier kwamen wonen.’ Tekst: Suzanne Huig

‘Mijn broertje, Manuel (7), en ik zijn in november 2017 naar basisschool Dakpark gegaan. Dat is een basisschool waar je extra lessen Nederlands krijgt. We hebben daardoor snel de Nederlandse taal geleerd’, vertelt Jurema.

Jurema en haar broertje Manuel.

‘Mijn moeder krijgt iedere week huiswerk. Ik help haar met haar huiswerk en leer haar woorden schrijven’, vertelt Jurema. Foto’s: Arjen Jan Stada Talen door elkaar Jurema: ‘Mijn moeder spreekt en verstaat nog niet zo goed Nederlands. Ik spreek daarom Portugees met mijn moeder. Mijn vader spreekt en verstaat wel Nederlands. Ik spreek met mijn vader en met mijn broertje daarom meestal Nederlands thuis. Ik vind het lastig om thuis 2 talen door elkaar te spreken. Ik haal soms bijvoorbeeld Nederlandse en Portugese woorden door elkaar.’

Vertalen voor mijn moeder ‘Mijn moeder heeft mijn hulp soms nodig omdat ze de Nederlandse taal niet spreekt. Ik ga bijvoorbeeld met haar mee naar de dokter. Onze dokter spreekt en verstaat geen Portugees. Ik vertaal dan voor de dokter wat mijn moeder zegt. En ik vertaal voor mijn moeder wat de dokter zegt’, legt Jurema uit. ‘Ik vertaal ook alles voor mijn moeder tijdens ouderavonden op school. Ik moet heel goed opletten zodat ik alles goed vertaal. Ik vind dat vermoeiend.’

Lessen Nederlands ‘Mijn moeder is in oktober 2018 gestart met taallessen. Ze krijgt 2 keer per week lessen Nederlands. Ik vind het heel fijn als mijn moeder straks alles zelf kan als ze de Nederlandse taal verstaat en spreekt. Ik heb dan meer tijd om te spelen. En ik denk dat mijn moeder dan blijer is omdat ze met mensen kan kletsen en vrienden kan maken’, zegt Jurema.

HOOGVLIET – Abigael (11): ‘Ik ben in Nederland geboren. Mijn moeder en vader zijn niet in Nederland geboren. Hun moedertaal is Swahili. Mijn vader spreekt en verstaat wel Nederlands. Mijn moeder spreekt en verstaat een heel klein beetje Nederlands. Ik ben tweetalig opgevoed. Ik spreek, versta en schrijf Nederlands en Swahili. Ik spreek thuis vaak Swahili zodat mijn moeder ook alles kan verstaan en mee kan kletsen.’ Tekst: Suzanne Huig ‘Mijn vader heeft de Nederlandse taal gelijk geleerd toen hij in Nederland kwam wonen. Mijn moeder zorgde toen voor mijn zus en voor mij. Ze had daarom geen tijd om de Nederlandse taal te leren’, zegt Abigael.

Lastig een gesprek voeren Abigael: ‘Sommige dingen zijn voor mijn moeder lastig omdat ze de Nederlandse taal niet goed spreekt, verstaat en schrijft. Mijn moeder kan bijvoorbeeld geen gesprek voeren met de buurvrouw, de huisarts of andere ouders op school. En ze kan niet kletsen met vriendinnen die bij mij spelen. Dat is voor haar niet leuk. Het is voor haar leuk als ze met mensen een praatje kan maken.’ moedertaal

‘Ik help mijn moeder door haar de betekenis van Nederlandse woorden te vertellen’, zegt Abigael. Foto’s: Peter Snaterse

De gemeente Rotterdam vindt het belangrijk dat iedereen de Nederlandse taal kan spreken, schrijven en lezen. Vind jij taal belangrijk? Waarom wel of niet? Tekst en foto's: Suzanne Huig

Sierra (10): ‘Ik vind taal heel belangrijk. Ik kan zonder de Nederlandse taal mijn mening niet geven en niet vertellen hoe ik me voel. Ik kan zonder taal niet begrepen worden door anderen.’

De taal die je als klein kind van je ouder(s) leert.

Tara Fé (11): ‘Ik vind taal heel belangrijk. Ik heb de Nederlandse taal nodig om op school dingen te kunnen leren. Ik heb de taal ook nodig om met mijn vrienden te kunnen praten.’

Taallessen ‘Mijn moeder volgt nu een paar maanden Nederlandse lessen. Ze leert daar Nederlands praten, verstaan en schrijven. We gaan thuis Nederlands praten als mijn moeder haar taallessen heeft afgerond. Het lijkt me heel fijn om thuis altijd Nederlands te praten. Het lijkt mij ook fijn als mijn vriendinnen straks ook met mijn moeder kunnen kletsen als ze bij mij spelen’, vertelt Abigael.

Vind jij taal belangrijk? Waarom wel of niet?


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook