Skip to main content

JONG010 OKTOBER 2018

Page 1

oktoBER 2o18

6

Een gezond tussendoortje

8

Joshua (8) en politiepaard Zamor

9

Golfsurfen met Luka (9)

11

Dansbewegingen bedenken

‘Dit zijn knikkers. Kinderen speelden hier vroeger mee’, zeggen de meiden. Foto's: Peter Snaterse

De kogel.

De kleine grondboor. De leerlingen bekijken met Maaike de kist van een kapitein.

De walvisrib.

IJSSELMONDE – De leerlingen van groep 6/7 van de Van Heuven Goedhartschool doen mee met het project ‘Ik in 010’. Ze leren tijdens het project hoe de stad er vroeger uitzag. Op dinsdag 9 oktober kregen ze les van archeoloog Maaike. Tekst: Suzanne Huig

‘Archeologen willen weten hoe mensen vroeger leefden. Ze onderzoeken dat door in de grond naar afval van vroeger te zoeken’, legt Maaike uit. ‘Hoe dieper je graaft, hoe ouder de spullen zijn die je vindt’, zegt Dunja (11).

Graven in de grond

Archeologen onderzoeken de grond als er werkzaamheden zijn of als er iets nieuws wordt gebouwd in de stad. ‘We kijken eerst met een kleine boor of we in de grond iets van vroeger zien. We vinden bij zo’n boring bijvoorbeeld stukjes hout,

Kist van een kapitein

aardewerk of een stukje van een oude boerderij. We weten dan dat we verder moeten graven in die grond’, legt Maaike uit.

‘Maaike en andere archeologen hebben een kist gevonden met spullen van een kapitein. In die kist zitten bijvoorbeeld oude knikkers’, zegt Dunja. Somervil (9): ‘In de kist zit ook een grote stenen bal. Dat is een kogel van vroeger. De kapitein schoot daarmee vanaf zijn schip op vijanden.’

Een vest aan en een helm op

Rib van een walvis

Rolandi (10): ‘Archeologen hebben altijd een vest aan en een helm op. De helm beschermt hun hoofd als er bijvoorbeeld brokstokken vallen. Het vest zorgt ervoor dat ze goed te zien zijn tijdens hun werk.’

Maaike laat een rib van een walvis zien. Nisha (12): ‘Schippers jaagden vroeger in de Noordelijke IJszee op walvissen. Zij hebben de rib meegenomen naar Rotterdam. Archeologen hebben hem gevonden op een scheepswerf in Delfshaven.’


oktober 2o18

De moeder van Jantje zet borden

met soep op tafel en zegt: 'Ik heb het tafelkleed gewassen dus maak

het niet vies. Anders haal ik per vlek

€ 2,00 van je zakgeld af!' Even later ziet ze dat Jantje met zijn lepel soep smeert over het tafelkleed.

Boos schreeuwt ze: 'Jantje, wat ben je aan het doen?' Jantje zegt: 'Ik

B O D

E M D

I

E

R

E

I

R P

N

J

E

E

D A

J

O M S M N

T

V A V R G

I

T O O

E M S

O

O O

L

I

L

E

I

M

A N

L

P

A K R

T M K A

I

S

O S A

P O E

A C A N

L

K

maak van 3 vlekken één vlek.’

P

H O W N C

T

T

E

G

E

L

Rianne (10)

L

O R

E M

J

T

S S

D

T

L

O N

E

Een duif vliegt langs een koe en zegt: ‘Roekoe!’ Zegt de koe: ‘Roeduif!’ Sara (11)

L

O M N

E

E

L

B A

K O N A

R A

P

L

O P K

I

T O O

L

A S

P D N

E

I

N A W N

Z

I

MOL MOLSHOOP OORWORM

KEVER LOEP LOOPKEVER MIER MIJT

TEGEL TUIN VEENMOL WANDELING WANTS

BIOTOOP BODEMDIER BOS CAMERA DUIZENDPOOT INSECTEN

V N U

T

AALTJE AARDE BALKON

PARK PLANTEN PROOI SLIJM SPIN STENEN

antwoord (ÉÉn woorD):

U D K

regels: DE WOORDEN VIND JE HORIZONTAAL, VERTICAAL EN DIAGONAAL. Je mag letters meerdere keren gebruiken. Als je de overgebleven letters in de juiste volgorde zet krijg je het antwoord. Mail dIT antWOORD samen met je voornaam, leeftijd en het telefoonnummer van je ouder(s) of verzorger(s) (zodat we contact met je kunnen opnemen als je hebt gewonnen) naar antwoord@jong010.nl. Alleen de winnaar krijgt bericht.

HET ANTWOORD VAN DE WOORDZOEKER VAN SEPTEMBER IS: ROODBORSTJE. DE WINNAAR IS TINKA (10).

Puzzelcorner.nl

Er komt een cowboy aan bij een dorpje.

Hij komt aan op Vrijdag. Hij blijft 3 dagen en

gaat weer op Vrijdag weg. Rara, hoe kan dat? Zijn paard heet Vrijdag. Stacey (9)

Wat zegt een bloem als er een bij aan

Kayleigh (10)

Moet je er soms bij?

komt vliegen?

Wat is het verschil tussen een baby en een varken?

Een baby poept in een luier en een varken luiert in de poep. Reyza (8)

Jong010 wordt mede mogelijk gemaakt door:

Oprichter: Angelique van Tilburg hoofdredacteur: Suzanne Huig

Jong010 - OKTOBER Jaargang Oplage:

9

2018

- Editie

40.000

2

kranten

Fotografen: Johannes Odé, Peter Snaterse, Arjen Jan Stada Vormgeving: Marcel van den Assem redactiemedewerker: sasja hof Aan deze editie werkten mee: Puzzelcorner, Richard van der Ven


oktober 2o18

‘Ik vind dat in de stad alleen elektrische auto’s mogen rijden. Elektrische auto’s stoten minder slechte stoffen uit. Ik vind dat mensen die een elektrische auto kopen, hun auto gratis moeten kunnen opladen in de stad. Ik denk dat dan meer mensen zo’n auto kopen.’

ROTTERDAM – Burgemeester Ahmed Aboutaleb hoort graag van de Rotterdammers wat zij van de stad vinden. Ook naar de mening en ervaring van basisschoolleerlingen is hij benieuwd. Wat kunnen we volgens jou doen aan milieuproblemen in de stad? Tekst en foto’s: Suzanne Huig

‘Jullie hebben op school vast weleens les gehad over klimaatverandering en schone energie. In Rotterdam gebeurt er al heel veel om de stad groener en de lucht schoner te maken. Maar we kunnen nog veel meer doen. Heb jij een tip wat we kunnen doen om de stad groener en schoner te maken?’

zoË (9) Ahmed Aboutaleb. foto: gemeente rotterdam

‘Ik vind dat er meer zonnepanelen moeten worden geplaatst in de stad. De gemeente kan op alle scholen en kantoren panelen plaatsen. We hoeven dan minder stoffen te verbranden om elektriciteit te maken. De lucht blijft daardoor schoner.’

‘Ik vind dat iedere Rotterdammer door de burgemeester verplicht moet worden om een boom te planten en te verzorgen. Bomen zorgen voor extra zuurstof. Die zuurstof mengt met de vervuilde lucht waardoor de lucht schoner wordt.’

‘Ik zie op veel plekken zwerfafval. Ik vind dat de gemeente zwerfafval moet inzamelen. Ingezameld afval kun je hergebruiken. Er zijn dan minder vervuilende fabrieken nodig om nieuwe spullen te maken.’

fiene (10) Vul zelf in:

thijs (10) ‘Ik vind dat alle bewoners zo min mogelijk stroom moeten gebruiken. We zorgen dan samen voor minder energieverbruik waardoor er minder vervuilde stoffen in de stad komen. Mensen besparen geld als ze minder stroom verbruiken. Dus het is beter voor de mensen en de stad.’

Wat kunnen we volgens jou doen aan milieuproblemen in de stad?

‘Ik vind dat in de stad geen auto’s, motoren en scooters mogen komen. Als je in de stad alleen mag lopen, fietsen en steppen, komen er geen uitlaatgassen in de lucht.’

seth (9)

nour (11)

Naam:

‘Mijn tip is om minder fabrieken in en rondom de stad neer te zetten. Fabrieken stoten meestal slechte stoffen uit. De fabrieken die al in de stad staan, moeten een filter krijgen. De vieze stoffen gaan dan niet gelijk de lucht in.’

joey (11)

‘Ik vind dat de gemeente meer acties moet organiseren. Bijvoorbeeld een week waarin niemand in de stad mag rijden met een auto, scooter of motor. En bijvoorbeeld een week waarin alle bewoners afval opruimen. De gemeente moedigt mensen dan aan om de milieuproblemen tegen te gaan.’

‘Ik heb op school geleerd een modelauto te laten rijden op water en zout in plaats van op benzine. Het zou goed zijn als alle auto’s op water en zout kunnen rijden. Er komen dan veel minder uitlaatgassen in de lucht.’

sergio (11)


oktober 2o18 Groepstraining

ROTTERDAM – Ongeveer 5 kinderen per schoolklas hebben een ouder met een verslaving of psychische aandoening. Ouders met een psychische aandoening zijn ziek door problemen in hun hoofd. Tekst: Suzanne Huig

De KOPP/KVO-groep is een groepstraining van 8 bijeenkomsten. KOPP staat voor kinderen van ouders met psychische problemen. KVO staat voor kinderen van verslaafde ouders. De deelnemers kunnen hun verhaal delen. Ze kunnen praten met leeftijdsgenoten die in dezelfde situatie zitten. De deelnemers krijgen uitleg over de ziekte of verslaving van hun ouder en leren oefeningen om beter met de situatie thuis om te gaan. Cloë (12) en Daisy (14) hebben de training gevolgd en vertellen erover.

Als een vader of moeder problemen heeft, kan dat moeilijk zijn voor een kind. Een kind snapt soms niet wat er met de ouder aan de hand is. Het kind is misschien bang, maakt zich zorgen of durft bijvoorbeeld geen vrienden mee naar huis te nemen. Die kinderen kunnen zich bijvoorbeeld schuldig voelen, verwaarloosd worden of taken van de ouder overnemen. Eén op de 3 van die kinderen krijgt daardoor later zelf ook problemen.

De cursus is gratis. Kijk voor meer informatie op www.indigo.nl of mail

naar preventie@indigorijnmond.nl. Ben je ouder dan 12 jaar? Kijk op www.youz.nl/kopp-kvo-groep of mail naar kopp-kvo@antesgroep.nl.

ROTTERDAM – Cloë: ‘Onze vader rookt, drinkt en gebruikt soms drugs. Hij is verslaafd.’ ‘Zijn gedrag wordt beïnvloed door zijn verslaving. Hij wordt soms heel boos of vervelend. Onze moeder is heel wisselvallig. Het ene moment is ze blij en neemt ze het voor ons op. Het andere moment is ze boos en gewelddadig. We weten daardoor niet wat we kunnen verwachten en wat er kan gebeuren’, vertelt Daisy. Tekst: Suzanne Huig ‘Onze vader speelt in een band. Hij komt daardoor vaak laat thuis. Hij heeft dan meestal gedronken, gerookt of geblowd. Onze moeder maakt zich zorgen om hem. Als onze vader thuiskomt, maken ze daar ruzie over. Ze schreeuwen dan tegen elkaar en zeggen heel gemene dingen’, zegt Cloë. Daisy: ‘Wij maken ons zorgen om wat er dan gebeurt. We zijn bang dat één van onze ouders gewond raakt als ze ruzie maken.’

Bellen met oma en opa

Cloë: ‘We gaan naar elkaar toe als we horen dat ze ruzie hebben. We bellen dan meestal onze opa en oma. We bespreken met hen wat we kunnen doen.’ Daisy: ‘We beslissen soms om samen op een slaapkamer te zitten met de deur dicht. We zetten dan een film aan zodat we de ruzie niet horen. Oma en opa blijven dan vaak aan de telefoon. Zij bellen soms de politie als de ruzie uit de hand loopt.’ ‘Oma en opa zeggen lieve dingen tegen ons en stellen ons gerust. Zij begrijpen hoe wij ons voelen’, zegt Cloë.

Elkaar steunen

‘Cloë en ik praten met elkaar over wat er thuis gebeurt. We maken bijvoorbeeld afspraken dat we op onze kamer blijven als er ruzie is. En we spreken af dat we goed naar onze ouders luisteren en niet brutaal zijn als ze boos zijn. We zorgen er zo samen voor dat we de situatie thuis niet erger maken’, vertelt Daisy. Cloë: ‘Ik houd rekening met mijn ouders zodat het zo rustig mogelijk is. Ik vind dat soms zwaar. Gelukkig weet mijn zus hoe ik me echt voel. Mijn zus en ik steunen elkaar.’

Daisy: ‘We hebben vroeger allebei een knuffel van onze oma en opa gekregen. Die knuffels herinneren ons aan de leuke dingen die we met onze opa en oma deden. Die herinneringen geven ons steun als we verdrietig zijn.’ Foto's: Johannes Odé Training

‘Wij hebben de training gevolgd om met onze vader en de situatie om te leren gaan’, zegt Daisy. ‘Ik heb bijvoorbeeld geleerd om me te beheersen als hij boos is. Mijn vader blijft daardoor ook rustiger’, vertelt Cloë. Daisy: ‘We hebben ook geleerd om voor onszelf op te komen. We vertellen onze ouders soms waarmee ze ons verdriet en pijn doen. We hopen dat ze daardoor dingen veranderen.’ Cloë: ‘En we doen vaker dingen samen die ons een blij gevoel geven. Bijvoorbeeld een spel spelen of een film kijken.’

Vragen te stoppen

‘We vragen onze vader vaak of hij wil stoppen met roken, drinken en het gebruiken van drugs. We zeggen dat dat beter is voor zijn gezondheid. En dat hij dan langer met ons kan leven’, zegt Daisy. Cloë: ‘Hij gebruikt nu iets minder dan vroeger. We merken dan gelijk dat de ruzies korter duren en het rustiger is in huis. Dat vinden we fijn.’

De meiden willen niet herkend worden. Daarom hebben zij in dit artikel andere namen en staan zij onherkenbaar op de foto.


oktober 2o18

ROTTERDAM – In Nederland zijn er 23.000 pleegkinderen. Dat zijn kinderen tussen de 0 en 21 jaar die tijdelijk of voor lange tijd niet thuis kunnen wonen. Van 31 oktober tot en met 7 november is het de Week van de Pleegzorg. In die week worden activiteiten georganiseerd voor pleegkinderen en pleegouders. Tekst: Suzanne Huig Er zijn allerlei oorzaken waarom een kind niet meer thuis kan wonen en in een pleeggezin woont. Er wordt altijd eerst gezocht naar een oplossing waarbij het kind thuis kan blijven wonen. Als het voor een kind niet veilig of goed is om thuis te wonen, wordt er een pleeggezin gezocht. Kijk voor meer informatie op www.pleegzorg.nl

ROTTERDAM – Harley (15) woont sinds anderhalf jaar bij Bilal (7) en zijn moeder Sarah. ‘Bilal is mijn pleegbroertje. Sarah is mijn pleegmoeder. Ik woon bij hen omdat mijn moeder niet voor mij kan zorgen’, vertelt Harley. Tekst: Suzanne Huig / Foto's: Arjen Jan Stada

‘Mijn vader is in 2010 overleden. Mijn moeder zorgde sindsdien alleen voor mij. Ik hielp haar veel met bijvoorbeeld het huishouden. Mijn moeder is geboren met een hersenbeschadiging. Ze kan daardoor niet zo goed voor mij zorgen. Zij kan bijvoorbeeld niet klokkijken, waardoor ik te laat werd opgehaald op school. Ze dacht er niet altijd aan om mij eten mee te geven naar school of om mij bijvoorbeeld aan te kleden. Juffen op school maakten zich zorgen om mij. Zij hebben Jeugdzorg gevraagd om op mij te letten’, vertelt Harley.

Naar een pleeggezin

Harley: ‘Jeugdzorg bepaalde dat het beter voor mij was om bij een pleeggezin te wonen. Ik vond dat heel moeilijk. Ik wilde bij mijn moeder blijven en haar niet alleen laten. Maar ik wilde ook graag in een gezin wonen waar ik minder taken had. Ik wilde meer tijd hebben om leuke dingen te doen. Het leek mij fijn als iemand voor mij zorgde.’

Ineens verhuizen

Naar een tehuis

Weggelopen naar mijn oma en oom

‘Na 5 maanden waren er 2 pleeggezinnen voor mij gevonden. Ik mocht kiezen. Ik kon naar Sarah en Bilal of naar een gezin met 7 kinderen. Ik heb met allebei de gezinnen kennisgemaakt. Ik lette op de omgeving en op de mensen. Ik zocht mensen die aardig en zorgzaam voor mij zijn. Sarah en Bilal waren gelijk heel lief voor mij. En hun huis is vlakbij mijn school. Ik heb daarom gekozen om bij hen te wonen.’

‘Ik woonde bij mijn moeder terwijl er een pleeggezin voor mij werd gezocht. Op 26 november 2015 kwam er ineens iemand van Jeugdzorg bij mij op school. Die persoon vertelde mij dat ik diezelfde dag naar een pleeggezin ging. Mijn spullen waren al bij mijn moeder opgehaald. Ik vond het heel verdrietig om weg te gaan zonder mijn moeder gedag te zeggen. Ik schrok ervan. Ik wilde mijn pleeggezin eerst leren kennen en mezelf voorbereiden. Dat ging niet.’

‘Het was een heel aardig gezin, maar ik wilde liever bij mijn familie zijn. Ik ben daarom na 2 dagen weggelopen bij het pleeggezin. Ik ben naar mijn oma en oom gegaan. Mijn oom beloofde mij dat hij voor mij zou gaan zorgen. Na een jaar ging dat niet meer zo goed. Ik kon niet meer bij hem wonen.’

‘Ik verhuisde van mijn oom naar een tehuis. In het tehuis wonen kinderen die wachten tot ze terug naar hun ouders kunnen of totdat er een pleeggezin voor hen is gevonden. Alle kinderen mogen daar maximaal 6 maanden wonen. Een man en vrouw zorgen voor de kinderen in het huis. Ik wist dat ik nergens anders naartoe kon. Dat gaf mij een heel naar gevoel. Ik was teleurgesteld dat ik er alleen voor stond.’

Een gezin kiezen

Een nieuwe familie

‘Sarah en Bilal geven mij het gevoel dat ik bij hen hoor. Ik vind het fijn als we samen op de bank een film kijken. Of als ik kan vertellen hoe mijn dag was en hoe ik mij voel. Zij voelen als mijn nieuwe familie. Ik mag van Sarah altijd bij haar blijven wonen. Ieder jaar is er toch een zitting. De rechter bepaalt dan of ik terug moet naar mijn moeder of dat ik nog een jaar in het pleeggezin mag blijven wonen. Ik bel mijn moeder soms of stuur haar een bericht. Dat vind ik fijn, maar ik wil graag bij Sarah en Bilal blijven wonen.’

‘Hij verdient een fijne plek’

Bilal is blij met Harley als zijn pleegbroer. ‘We spelen samen spelletjes en maken grapjes met elkaar. Ik vind het heel gezellig dat Harley bij ons woont. En ik vind hem heel lief. Hij verdient een fijne plek om te wonen.’


oktober 2o18 ROTTERDAM – In eten en drinken zitten verschillende stoffen die goed voor je zijn. Deze stoffen helpen je om te groeien, om gezond te blijven of om energie te krijgen. Je hebt bouwstoffen nodig zoals eiwitten en water. Deze stoffen helpen je lichaam om te groeien. Je hebt beschermstoffen nodig zoals vitamines en mineralen. Die helpen je lichaam te beschermen tegen ziektes. Je hebt brandstoffen nodig zoals koolhydraten, eiwitten en vetten. Deze stoffen geven je lichaam energie. Tekst en foto’s: Suzanne Huig

Suiker is een zoet smakende koolhydraat. Je hebt korte suikers die ontstaan uit bijvoorbeeld druivensuiker. Ze worden direct in je bloed opgenomen en geven snel, maar voor korte tijd energie. Je hebt lange suikers die ontstaan uit aardappelen, groente en fruit. Die suikers geven lang energie zonder dat je trek krijgt. Die suikers zitten bijvoorbeeld in havermoutpap of een volkorenboterham.

Minder slechte suikers

Goede en slechte suikers

Je hebt goede en slechte suikers. Goede suikers zitten vanuit de natuur in een product. Ze zitten bijvoorbeeld in groente, fruit en granen. Ze bevatten vitaminen, mineralen en vezels die je nodig hebt. Slechte suikers zijn in fabrieken bewerkt totdat er bijna geen voedingsstoffen meer in zitten. Die suikers worden toegevoegd aan producten.

Het is belangrijk om op vaste momenten te eten, zodat je niet heel de dag door eet. Eet iedere dag ‘s ochtends, ‘s middags en ‘s avonds. Nova (8) en Kennitsjah (9) maken 2 zoet smakende drankjes en een tussendoortje met minder slechte suikers.

Nova: ‘Een gezond en zoet tussendoortje is een rijstwafel met fruit.’

Dit artikel is mede mogelijk gemaakt door

Nova en Kennitsjah drinken frisdrank. ‘Vul je glas voor de helft met frisdrank en voor de helft met ijsblokjes. Je krijgt dan minder slechte suikers binnen dan wanneer je een heel glas frisdrank drinkt’, zegt Nova.

Slechte suikers zitten in producten zoals frisdrank, snoep, kant- en klaarmaaltijden en chips. Je kunt te dik, ongezond of ziek worden als je te veel slechte suikers eet.

Kennitsjah: ‘Drink ‘s ochtends of ‘s middags thee zonder suiker. Je kunt munt of citroen in je thee doen voor extra smaak.’

Welk drankje of tussendoortje met minder slechte suikers wil jij deze week maken?

GENERATION

DISCOVER


oktober 2o18 Janna: ‘Mijn moeder rookt. Ons huis stinkt daardoor, dat vind ik vies. Ik ben bang dat mijn moeder ziek wordt doordat ze rookt. Wat kan ik doen?’

Hallo Janna, Dat je huis stinkt, is niet leuk. Je kunt hier samen met je moeder oplossingen voor bedenken. Je moeder kan bijvoorbeeld buiten roken in plaats van in huis. En je kunt in huis bijvoorbeeld een lekker luchtje spuiten.

Zorgen maken

Ik kan me voorstellen dat je je soms zorgen maakt om je moeder. Het is bekend dat je ziek kunt worden van roken. Misschien ken je wel iemand die er ziek door is geworden. Durf jij jouw zorgen met je moeder te delen? Of vind je dat lastig of spannend?

Vertel hoe jij je voelt

Het kan helpen om aan je moeder te vertellen hoe jij je voelt. Je kunt een brief voor haar schrijven. Of je kunt samen met een familielid of je juf of meester met je moeder praten. Je moeder kan misschien rekening met jou houden als ze weet dat jij je zorgen maakt. Je kunt ook altijd hulp vragen aan de jeugdverpleegkundige bij jou op school.

Illustratie: Copal en Consorten

ROTTERDAM – Linda van het Centrum voor Jeugd en Gezin reageert iedere maand in Jong010 op een vraag of probleem van een leerling of klas. Ze beantwoordt deze maand de vraag van Janna (8). Tekst: Suzanne Huig Linda beantwoordt ingestuurde brieven. Foto: suzanne huig Heb jij een vraag aan Linda of zit je ergens mee? Stuur een mail naar redactie@jong010.nl of stuur een brief naar Jong010, Overschieseweg 10G, 3044 EE Rotterdam.

Stoppen met roken

Kinderen kunnen helaas hun ouder of verzorger niet dwingen om te stoppen met roken. Iemand moet zelf willen stoppen. Het zou kunnen dat je moeder wil stoppen met roken maar dat ze dat erg moeilijk vindt. Mensen die stoppen met roken, kunnen daar in het begin last van hebben en bijvoorbeeld chagrijnig zijn.

Aanmoedigen

Je kunt je moeder vragen waarom ze rookt en of ze weleens heeft nagedacht om te stoppen. Misschien zou je haar wel kunnen helpen met stoppen als ze het lastig vindt. Je kunt haar bijvoorbeeld aanmoedigen of iets leuks samen doen op de momenten dat ze rookte. Als je moeder niet stopt met roken, kun je haar vragen om niet te roken op de plekken in huis waar jij komt. Groetjes, Linda

Dit artikel is gemaakt in samenwerking met

Stans Goudsmit kinderombudsman van Rotterdam

ROTTERDAM – Alle kinderen hebben rechten. De rechten van kinderen zijn opgeschreven in het Kinderrechtenverdrag. Kinderrechten zijn afspraken over hoe iedereen met kinderen moet omgaan. Bijna alle landen ter wereld hebben beloofd dat ze zich aan de afspraken houden. Stans is de Rotterdamse kinderombudsman. De kinderombudsman controleert of iedereen in Rotterdam zich aan de kinderrechten houdt en ze respecteert. Tekst: Suzanne Huig

‘Vincent zit in groep 7. Hij wordt gepest door jongens uit groep 8. Dit duurt nu al een paar maanden. Zijn moeder is vaak naar school geweest en heeft de juf gevraagd of ze wil ingrijpen. Helaas lijkt er niets te gebeuren. Ook de directeur doet niets. Vorige week hebben de jongens hem zo hard geslagen dat Vincent niet meer naar school durft. Vincent en zijn moeder bezochten mijn spreekuur’, vertelt kinderombudsman Stans.

Recht op bescherming

‘Ieder kind heeft recht op bescherming tegen alle vormen van lichamelijke en geestelijke mishandeling en verwaarlozing. Dit betekent ook dat je kinderen niet mag pesten. Mensen die voor kinderen zorgen, moeten kinderen beschermen tegen pesten.

Bijvoorbeeld je ouders, verzorgers, juf of meester. Vincent zijn school moet hem dus beschermen tegen het pesten. Alle rechten gelden voor alle kinderen. Het is daarom mijn taak om contact op te nemen met de school’, legt Stans uit.

foto: Johannes Odé

Wat vind jij dat de kinderombudsman moet doen voor kinderen die worden gepest?

Hulp van de kinderombudsman

‘Het is belangrijk om eerst met de juf of meester te praten als je wordt gepest. Als je het idee hebt dat de juf of de directeur niet goed naar je luistert, is het nodig om iemand anders erbij te halen. Het is heel goed om dan de kinderombudsman te benaderen. Ik vraag de school om naar Vincent te luisteren en een oplossing te vinden voor het pesten. Uiteindelijk hebben de schooldirecteur, de juf en de moeder van Vincent goede afspraken gemaakt.’

Je kunt van 09:00 uur tot 16:00 uur gratis bellen naar 0800 2345 111. Je kunt een WhatsApp-bericht sturen naar 06-58073580. Of kom naar het spreekuur van de kinderombudsman. Kijk voor meer informatie op www.kinderombudsmanrotterdam.nl

Gaby (11): ‘Ik vind dat de kinderombudsman iemand moet verplichten op het gepeste kind te letten. De kans dat het dan weer wordt gepest is kleiner. Ik vind dat alle kinderen ook verplicht een les moeten krijgen over kinderrechten en pesten. Kinderen weten dan dat pesten verboden is.’

foto's: Suzanne Huig

Jesse (11): ‘Ik vind dat de kinderombudsman ervoor moet zorgen dat gepeste kinderen naar een school kunnen waar ze zich veilig en fijn voelen. Ik denk dat ze zich nooit meer veilig en fijn voelen op de school waar ze worden gepest. Ik vind dat het gepeste kind een nieuwe school mag kiezen. Bijvoorbeeld een school waar hij of zij al kinderen kent.’


oktober 2o18

ROTTERDAM – De moeder van Joshua (8) is politie te paard. ‘Politie te paard houdt toezicht bij evenementen zoals voetbalwedstrijden, optochten en demonstraties. Ook surveilleren de politieruiters op koopavonden en uitgaansavonden. In Nederland zijn er 150 politieruiters. We noemen de ruiters de bereden politie’, vertelt Marjolein. Tekst: Suzanne Huig ‘In deze stal staan 18 paarden. De stalwacht geeft alle paarden in de stal eten en drinken en maakt de stallen schoon. Iedere agent heeft een eigen paard waar hij of zij op rijdt. De agenten poetsen hun paard. Mama rijdt op Zamor’, zegt Joshua.

Zamor, politieruiter Marjolein, en Joshua. Foto’s: Arjen Jan Stada

Joshua poetst Zamor.

Planning voor paarden

‘In de stal hangt een weekrooster voor de paarden. Op de planning staat wat welk paard wanneer moet doen. De g betekent bijvoorbeeld dat het paard op het gras staat. De d betekent dat het paard dienst heeft om de straat op te gaan’, legt Joshua uit. ‘Een paard werkt gemiddeld 15 uur per week een dienst op straat. Die uren zijn meestal verdeeld over 5 dagen’, zegt Marjolein.

Oefenen in de les en op straat

‘Ongeveer één dag per week krijgen agenten dressuurles met hun paard. Het paard en de agent gaan daardoor steeds beter samenwerken’, vertelt Marjolein. Joshua: ‘De agenten trainen op straat ook met hun paard. Ze proberen dan bijvoorbeeld onder dingen door of over dingen heen te rijden. Het is belangrijk dat de paarden dat kunnen als het nodig is.’

De straat op

‘Politieruiters gaan altijd met zijn tweeën de straat op. We hebben dan dezelfde taken als agenten te voet. We kijken of alles goed gaat op straat en of er bijvoorbeeld geen inbraken of ruzies zijn in een wijk’, legt Marjolein uit. Joshua: ‘Als de agenten iets zien dat niet mag, kunnen ze mensen een waarschuwing of boete geven. De ruiters gaan achter een verdachte aan als die wegrent. Paarden kunnen voor, achter en naast mensen lopen. Ze kunnen grote groepen mensen daarom goed bij elkaar houden.’

Eisen voor een politiepaard

‘Een agent zit hoog op zijn paard waardoor hij goed overzicht heeft. Hij kan daardoor alles in de gaten houden en snel reageren als er iets gebeurt’, zegt Joshua.

‘Een paard moet minimaal 1 meter en 65 centimeter hoog zijn om politiepaard te kunnen worden. Dat is belangrijk want een politiepaard moet mensen een beetje afschrikken en onder controle houden. Dat gebeurt minder snel als het een klein paard is. Politiepaarden moeten ook tegen stress kunnen en niet bang zijn voor groepen mensen en verkeer. Ze moeten snel kunnen zijn om achter verdachten aan te kunnen. Speciale mensen kijken of een paard voor de politie kan werken’, legt Joshua uit.

Langzaam wennen

‘Een paard heeft een periode om dingen te leren als hij is gekozen om politiepaard te worden. Het paard leert dan bijvoorbeeld over een zeil of langs een vrachtwagen lopen. Een paard leert ook niet te schrikken van een geweerschot. Als dat goed gaat, gaat het paard mee met een dienst de wijk in. Daarna gaat hij bijvoorbeeld een keer mee naar een voetbalwedstrijd of vuurwerkshow. Het paard went zo langzaam totdat het overal mee naartoe kan’, legt Marjolein uit.


oktober 2o18

ROTTERDAM – De kinderen van de Adventure Club gaan iedere week op avontuur in de natuur. Op woensdag 3 oktober kregen ze suples van Kirsten. ‘Suppen betekent peddelsurfen. Je staat op een surfplank van minimaal 3 meter met één lange peddel in je handen. Je peddelt staand over het water’, legt Kirsten uit. Tekst: Suzanne Huig Joris (11): ‘We dragen een zwemvest. Het zwemvest zorgt ervoor dat we blijven drijven als we van onze surfplank vallen.’ ‘Het water kan op sommige plekken ondiep zijn. Je weet nooit wat er op de bodem ligt. Je kunt gewond raken als je bijvoorbeeld met je blote voeten op een schelp stapt. We dragen daarom dichte schoenen’, zegt Rens (10).

Sturen en remmen

‘Aan de achterkant van het supboard zit aan de onderkant een vin. Dat is je roer. Als je aan de linkerkant van de plank peddelt, ga je naar rechts. Als je aan de rechterkant van de plank peddelt, ga je naar links’, legt Kirsten uit. Rens: ‘Je remt door je peddel naar voren te duwen.’ ROER Het stuur van een surfplank of boot.

Kirsten.

Op de plank staan

Ze leggen de supboarden naast de steiger. ‘Ik zet één knie op het midden van mijn plank. Daarna zet ik mijn andere knie ernaast. Ik ga langzaam staan. Ik zet mijn voeten op heuphoogte uit elkaar in het midden van de plank. Ik sta daardoor stevig en verdeel mijn gewicht goed over de plank’, zegt Sep (10). Mike (11): ‘Ik span mijn buikspieren aan en hurk een beetje door mijn knieën. Ik kan daardoor goed meebewegen met de plank.’

Joris: ‘Je kunt ook op de plank zitten. Je kunt dan goed oefenen om in evenwicht te blijven.’ Foto's: Arjen Jan Stada

Kracht vanuit je romp

‘Het is zwaar om alleen vanuit je armen te peddelen. Gebruik daarom heel je romp. Span je buik- en rugspieren aan en haal daar kracht uit’, legt Kirsten uit. Joris: ‘Ik vind het leuk om hard te gaan. Ik zet daarom hard af met mijn peddel.’ ‘Ik vind het leuk om tegen de stroom in te suppen. Je moet dan meer kracht zetten’, zegt Mike. Sep: ‘We lopen tijdens het suppen het risico om in het water te vallen. Ik vind dat leuk en spannend.’

HOEK VAN HOLLAND – Luka (9) surft sinds zijn tweede. ‘Ik ben geboren op Hawaï. Mijn vader was daar professioneel windsurfer. Hij heeft mij leren windsurfen en golfsurfen. Vanaf mijn vijfde wonen we in Nederland. Mijn vader en ik golfsurfen hier wekelijks in Hoek van Holland’, vertelt Luka. Tekst: Suzanne Huig Luka: ‘Ik vind het heel leuk om te surfen. Ik vind het spannend, omdat ik nooit weet hoe groot of klein een golf wordt. Je hebt alleen een surfplank nodig om te kunnen golfsurfen. Je gebruikt de kracht van de golven om te bewegen. Ik draag vaak een wetsuit. Dat is een pak waardoor ik warm blijf in het water. Ik draag in de winter ook handschoenen, schoenen en soms een badmuts om me warm te houden.’

Hoge golven zoeken

Luka loopt op het strand van Hoek van Holland richting de zee. ‘Ik kijk waar ik de hoogste golven zie. Ik ga daar het water in om te surfen. Ik vind het surfen het leukst op de plek waar de golven hoog en wild zijn. Ik kan dan een lange rit maken’, legt hij uit.

Sturen en versnellen

Luka: ‘Ik stuur met mijn lichaam. Als ik naar links draai, ga ik naar links. Als ik naar rechts draai, ga ik naar rechts. Ik vind het leuk om hard te gaan. Ik surf daarom naar de zijkanten van een golf. Ik zak ook een beetje door mijn knieën. Ik vang minder wind als ik door mijn knieën ga. Ik blijf daardoor beter in evenwicht en ga sneller.’

Staan op de golf

‘Ik kijk waar de golven steil worden. Ik ga net daarvoor op mijn plank liggen. Als de golf eraan komt, draai ik me om met mijn gezicht naar het strand toe. Ik peddel dan vooruit. Ik ga staan zodra ik voel dat mijn surfplank een beetje op de golf ligt. Ik druk mezelf met mijn handen omhoog. Ik spring tegelijkertijd met mijn voeten op de middenlijn van mijn plank en ga staan’, legt Luka uit.

Luka met zijn surfplank. Foto's: Arjen Jan Stada


oktober 2o18

ROTTERDAM – Van 3 tot en met 14 oktober was het Kinderboekenweek. Tijdens die week werden verschillende activiteiten georganiseerd om meer kinderen te laten lezen. Waardoor denk je dat jij meer plezier kunt krijgen in lezen?

‘Ik vind het leuker om te lezen als de schrijver na ieder hoofdstuk één pagina leeg laat. Op die pagina kunnen kinderen een tekening maken over het hoofdstuk. Je kunt dan je fantasie gebruiken.’

Jedaney (9) hoogvliet

‘Ik heb meer plezier in lezen als ik wekelijks mag voorlezen in de klas. Ik kan me in de hoofdpersoon verplaatsen als ik voorlees. Ik vind het fijn en leuk als heel de klas luistert naar mijn verhaal.’

Tekst en foto’s: Suzanne Huig

‘Ik ga op school met meer plezier lezen als er fijne leesplekken zijn. Ik vind dat er een hoek moet komen met zitzakken en kussens. Ik kan me nu niet lekker ontspannen als ik lees. Ik vind het daardoor minder leuk.’

Dario (9)

ijsselmonde

Naoual (10)

delfshaven ‘Ik vind het leuk om me in mijn boek en de hoofdpersoon te verplaatsen. Ik zou het daarom leuk vinden om iedere laatste 10 minuten van een schooldag te lezen. Ik kan me dan echt ontspannen omdat ik daarna niet meer hoef te leren.’

‘Ik vind het leuker om te lezen als ik zelf mag kiezen wat ik wanneer lees. Ik heb soms zin om een spannend boek te lezen. De andere keer heb ik zin om een vrolijk boek te lezen. Ik wil iedere dag zelf kunnen kiezen wat ik lees.’

Aaliyah (11) hoogvliet

Dawoed (12) delfshaven

‘Ik weet nooit welk boek ik moet lezen. Ik zou het fijn vinden om de mening van kinderen over een boek te weten. Ik kan door de ervaring van anderen een betere keuze maken welk boek ik wil lezen. Als ik een boek lees dat ik leuk vind, heb ik meer plezier in het lezen.’

Esmeé (11)

ijsselmonde

Wanneer ga jij met meer plezier lezen?

Om Rotterdam schoner te maken, moeten er volgens Thijs meer … worden geplaatst. pagina 3

Hoe heet de groepstraining waar kinderen van ouders met een verslaving of psychische aandoening hun verhaal kwijt kunnen? Pagina 4 Welke week wordt er van 31 oktober tot en met 7 november gehouden? Pagina 5

De letters in de gele balk vormen het antwoord. Mail dit antwoord, samen met je voornaam, leeftijd en het telefoonnummer van je ouder(s) of verzorger(s), naar antwoord@jong010.nl

We verloten de prijs onder de goede inzendingen. Alleen de winnaar krijgt bericht.

HET ANTWOORD VAN DE PUZZEL VAN september IS: brugwachter. DE WINNAAR IS Elif (8). GEFELICITEERD! Wil je nog meer puzzelen? Kijk dan eens op PUZZELCORNER.NL voor meer leuke puzzels!

Waar verhuisde Harley naartoe nadat hij bij zijn oom had gewoond? Pagina 5

Lange suikers geven lang energie zonder dat je trek krijgt. Waar zitten die suikers onder andere in? Pagina 6

Wie controleert of iedereen in Rotterdam zich aan de kinderrechten houdt en ze respecteert? Pagina 7 Waar moeten politiepaarden tegen kunnen? Pagina 8 Wat is een ander woord voor peddelsurfen? Pagina 9 Wat heb je nodig om te kunnen golfsurfen? Pagina 9 Welke cursus van SKVR volgen Thijn, Lucas en Codey? Pagina 11

Waar wordt de tentoonstelling ‘Ticket to de Toekomst’ gehouden? Pagina 11 Zwerfafval is slecht voor het milieu en de mensen. Waarvoor is het nog meer slecht? Pagina 11


oktober 2o18

HOOGVLIET – Leerlingen uit groep 8 van Montessorischool De Schakel volgden een dansclinic hiphop. Dansdocente Monica Slingers van Jazzdansstudio Marleen gaf de les op maandag 8 oktober. Tekst: Angelique van Tilburg ‘Hiphop is een stoere dans', vertelt Monica. ‘Bij een stoere dans horen grote en overdreven bewegingen. Zwaai bijvoorbeeld overdreven met je armen. Of maak een grote draai met je hoofd.' Lieke (10): ‘We bedenken tijdens deze les stoere dansbewegingen die nog niet bestaan. Ik vind dat leuk, omdat het iets anders is dan de danspassen van de juf nadoen.' Sporthoudingen ‘Je kunt zelf stoere danspassen bedenken door sporthoudingen na te doen', legt Monica uit. ‘Kies 2 sporten. Bedenk bij elke sport een sporthouding. Beeld eerst 2 seconden de eerste sporthouding uit. Dans daarna 4 seconden. Beeld daarna 2 seconden de tweede sporthouding uit. Je hebt nu zelf een deel van een dans gemaakt.' Sporten kiezen ‘Ik kies skiën en zwemmen', zegt Jeremy (10). ‘Omdat ik 3 keer per jaar op een baan ga skiën en graag vrij ga zwemmen.' ‘Ik zit op handbal', vertelt Julia (11). ‘Ik kies daarom voor 2 bewegingen uit het handbal: dribbelen met de bal en een sprongschot.' Lieke kiest zwemmen en hockey. ‘Zwemmen omdat het één van mijn sporten is. En hockey omdat ik kinderen ken die op hockey zitten.' Iedereen is anders Fila (11): ‘Ik vind het leuk dat we zelf iets mogen bedenken om aan een dans toe te voegen. Iedereen is anders en kan zo een beweging kiezen die bij hem of haar past.'

ROTTERDAM – Thijn (9), Lucas (8) en Codey (10) volgen de cursus Club Media van SKVR op locatie SKVR Rotterdam centrum. Ze leggen in 5 stappen uit hoe je zelf een filmpje kunt maken van foto’s.

Foto's: Peter Snaterse

Tip van Monica ‘Iedereen is goed op zijn of haar eigen manier. Vergelijk jezelf niet met een ander en dans zoals je zelf wilt.'

Wil jij dansen, muziek maken, toneelspelen of

zingen, en is er thuis geen geld voor lessen? Kijk dan met je ouder(s), verzorger(s) of leerkracht op www.jeugdfondsSPORTENCULTUUR.nl

Of vraag of er bij jou op school een contact-

persoon is van het Jeugdfonds Cultuur Rotterdam.

‘Teken of schrijf op waar jouw filmpje over gaat. Bedenk wat er waar met wie gebeurt. Wij vinden superhelden leuk dus maken daar een filmpje over’, zegt Thijn.

‘Knutsel de wie en wat uit je verhaal. Wij knutselen superhelden’, zegt Codey.

Tekst: Suzanne Huig / Foto’s: Johannes OdÉ

Lucas: ‘Teken op een groot vel papier de omgeving waar jouw verhaal zich afspeelt. Dat wordt je achtergrond. Wij tekenen een doolhof.’

Codey: ‘Open de app Stop Motion Studio. Met deze app maak je foto’s van iedere beweging in je verhaal. Je hebt 8 foto’s nodig voor 1 seconde film.’

‘Zorg dat je minimaal 25 foto's van je verhaaltje hebt. Plak de foto's achter elkaar in de app. Alle foto's achter elkaar worden een kort filmpje’, zegt Thijn.

Lijkt het jou leuk om te fotograferen? Wil je een animatiefilm leren maken? Of ben je benieuwd wat je allemaal kunt met een computer, iPad of op je telefoon? Dan is Club Media misschien iets voor jou. Kijk voor meer informatie op www.skvr.nl/clubmedia

Hoe zien mensen er in toekomst uit als ze onder water zouden leven?

Hoe leef je in het jaar 8888, of als je een oma of opa bent? Bij de tentoonstelling 'Ticket to de Toekomst' van Villa Zebra onderzoek je hoe mensen zich in de verre toekomst zouden kunnen gedragen. Kunstenaars laten je met hun werk nadenken over de toekomst. Tekst en foto’s: Suzanne Huig

Kunstwerk van Hillegon Brunt

Youssra (11): ‘Ik denk dat mensen onder water 6 armen met zwemvliezen zouden hebben. De zwemvliezen geven geel en rood licht zodat mensen onder water beter kunnen zien. Iedereen heeft een lamp op zijn voorhoofd. Haar ziet eruit als zeewier. En de huid van mensen bestaat uit schubben.’

Zelf aan de slag Teken, knip of plak hoe mensen er volgens jou uitzien als ze in de toekomst onder water zouden leven.

Youssra tekent haar idee bij de werkplek van Hillegon Brunt in de tentoonstelling.

Bekijk kunstwerken en bezoek kunstenaars in de tentoonstelling 'Ticket to de Toekomst'.


oktober 2o18

ROTTERDAM – De gemeente Rotterdam vindt het belangrijk dat de stad schoon is. Ze vraagt daarom bewoners om geen afval op straat of andere openbare plaatsen te gooien. De gemeente vindt het ook fijn als Rotterdammers meehelpen bij het opruimen van zwerfafval. Tekst: Suzanne Huig

IJSSELMONDE – De leerlingen van de Petrus Datheenschool doen mee met het project SnoepRoutes. ‘SnoepRoutes wil alle wegen en wijken rondom scholen schoon krijgen en houden. Wij maken daarom om de week met een klas een uur schoon rondom onze school en in de wijk’, vertelt Emely (11). Op 25 september gingen Emely, William (9), Mikel (10), Marlinda (8), Jannick (8) en Boaz (8) op pad met prikstokken, een vuilniszak en handschoenen. Tekst: Suzanne Huig

William: ‘Als alle scholen in Rotterdam aan de SnoepRoute meedoen, houden we met elkaar heel de stad schoon.’ Handschoenen tegen viezigheid Mikel: ‘We rapen het meeste afval op met een prikstok. Sommige dingen zijn te glibberig om met de prikstok te pakken. We pakken die spullen met onze handen.’ ‘Ik vind het soms wel vies om het afval van iemand anders op te rapen. Er kan bijvoorbeeld een hond of kat overheen hebben geplast. Ik draag daarom altijd handschoenen’, vertelt Marlinda. ‘De handschoenen beschermen onze handen tegen scherpe dingen en viezigheid’, zegt Emely.

De leerlingen ruimen zwerfafval op in de wijk. Wil je meehelpen? Kijk op www.snoeproutes.nl Foto's: Johannes Odé

Beloning voor het opruimen ‘Onze school krijgt als beloning € 2,50 per kind dat één uur schoonmaakt. We hebben van dat geld speciale prullenbakken gekocht waarin we afval kunnen scheiden’, vertelt Jannick. William: ‘We kopen er ook wisbordjes van. Leerlingen hoeven daardoor geen kladblok meer te gebruiken. Dat is goed voor het milieu.’

Belangrijke taak Boaz: ‘Ik vind het een belangrijke taak van leerlingen en bewoners om de buurt schoon te houden. We moeten samen zorgen voor onze buurt.’ ‘Ik wil graag in een schone wereld leven. Ik vind het niet fijn als het stinkt op straat’, zegt William. Jannick: ‘Ik vind het belangrijk voor de natuur dat we zwerfafval opruimen. Dieren kunnen doodgaan als ze afval opeten of er in vast komen te zitten.’

ROTTERDAM – Marwa (10), Omaima (10), Sirin (12), Shara (12), Giarnailys (11), Najoua (11), Inane (11) en Ayoud (11) bezochten op 10 oktober de Ontdekhoek. Ze kregen daar een les over afval van meester Karol. De leerlingen zamelden afval in en ontdekten wat er met zwerfafval gebeurt. Tekst: Suzanne Huig ‘Waar denken jullie aan bij afval?’, vraagt Karol. Sirin: ‘Ik denk aan sigaretten en plastic.’ ‘Ik denk aan kauwgom op straat’, zegt Shara. ‘Ik zie vaak flesjes en blikjes op straat liggen.’ ‘Je hebt ook gft-afval. Dat is groente-, fruit en tuinafval’, vertelt Ayoub. ‘We hebben net 3 vuilniszakken gevuld met zwerfafval uit de wijk’, zegt Najoua. Foto's: Peter Snaterse Slecht voor het milieu, dieren en mensen ‘Op straat ligt allerlei zwerfafval. Dat is slecht voor het milieu, de dieren en mensen. Zwerfafval is slecht voor dieren omdat ze er in vast kunnen komen te zitten of in stikken. Zwerfafval is schadelijk voor het milieu, omdat het vaak lang duurt voordat het uit het milieu verdwijnt’, legt Karol uit.

De meiden bekijken afval dat ze uit de wijk hebben gehaald.

Raap jij weleens zwerfafval van anderen op? Waarom wel of niet? Tekst en foto's: Suzanne Huig

Metalen blikjes ‘Ik zie vaak blikjes op straat en in de bosjes liggen’, zegt Najoua. ‘Het duurt 50 jaar totdat een metalen blikje verdwijnt op straat. De kleurstof van een blikje verdwijnt zelfs nooit’, zegt Giarnailys. ‘Een colablikje is bijvoorbeeld rood. Die rode kleurstof lost niet op, maar gaat de grond in. Dat is heel slecht voor mensen want in diezelfde Valentina (10): ‘Ik vind het niet mijn taak om afval van anderen op te rapen. Ik raap alleen afval van anderen op als iemand er over kan vallen. Bijvoorbeeld een bananenschil of een blikje.’

Raap jij weleens zwerfafval van anderen op? Waarom wel of niet?

grond worden bijvoorbeeld groente of fruit verbouwd. Die kleurstof gaat dus ook in nieuwe producten zitten’, legt Omaima uit. Plastic verdwijnt nooit ‘Een pakje drinken bestaat uit papier en plastic. Papier verdwijnt op straat na een paar weken. Plastic verdwijnt nooit’, vertelt Shara. ‘Plastic gaat op straat kapot. Het wordt afgebroken in steeds kleinere stukjes. De stukjes worden zo klein dat je ze niet meer kunt zien. Maar het gaat nooit echt weg’, zegt Inane.

Eyad (10): ‘Ik raap afval van anderen op in mijn woonwijk of rondom mijn school. Ik doe dat omdat ik het fijn vind om in een schone omgeving te leven en spelen. Ik vind alles er mooier uitzien als het schoon is.’


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook