OKTOber 2o17 - jaargang 8 - editie 2
4 Brandweervoertuigen
6 Rondvaart door de haven
8 Pompoenen en kalebassen
9 Jeugdbokstoernooi
Vince leest de quizvragen voor. Foto’s: Arjen Jan Stada
HOOGVLIET – Vince (10) is vrijwilliger bij woonzorgcentrum Meeuwenhof in
Hoogvliet. Vince: ‘Ik speel iedere woensdagmiddag spelletjes met de ouderen in het woonzorgcentrum.’ Vince speelde op 20 september een quiz met mevrouw De Jong, mevrouw Groen en mevrouw Hasenpflug. Tekst: Suzanne Huig
‘Ik zag in een televisieprogramma dat veel ouderen eenzaam zijn. Ik vind dat zielig, dus ik wilde er iets aan doen. Ik woon in de buurt van de Meeuwenhof. Ik heb bij de receptie van het centrum gevraagd of ik iedere week spelletjes met de ouderen mag doen.’
Spelletjesmiddag
‘Ik ben op woensdagmiddag van 14:00 uur tot 17:00 uur bij de ouderen. Ik help iedere week een activiteitenbegeleider op een andere afdeling. Ik organiseer een soort spelletjesmiddag. Ik sjoel, zing, speel Bingo of doe een quiz met de ouderen’, zegt Vince.
Vrolijke ouderen
Vince: ‘Ik vind het leuk om bij de ouderen te zijn. Het maakt me blij als ik zie dat de ouderen vrolijk worden als ik bij hen ben. Ze vertellen vaak verhalen over vroeger. Ik vind het leuk om die verhalen te horen.’
Goed werk
‘Ik vind dat meer kinderen leuke dingen met ouderen moeten doen. Ouderen voelen zich vaak fijner als zij kinderen om zich heen hebben’, zegt Vince. ‘Vince zorgt voor gezelligheid’, zegt mevrouw Groen. ‘Hij doet heel goed werk’, zegt mevrouw Hasenpflug.
dE rotterdamse kinderkrant OKTOber 2017
2
Jantje doet boodschappen. Als hij klaar is, gaat hij naar de kassa. Hij gaat vooraan staan, terwijl er een rij met mensen staat. De kassajuffrouw zegt: ‘Hé, ga eens achteraan staan.’ Waarop Jantje zegt: ‘Dat kan niet mevrouw, daar staat al iemand!’ Yavuz (9)
Een man pakt in de winkel een steelpan. Hij wil naar buiten lopen zonder te betalen. Bij de uitgang van de winkel staat een verkoper en die zegt: ‘Meneer, u bent vergeten om de pan bij de kassa af te rekenen.’ De man zegt: ‘Nee hoor, het is toch een steelpan.’ Evert (12)
Fientje en haar moeder zijn in de dierentuin. Fientje heeft nog nooit een pauw gezien. Als ze langs het hok met de pauwen lopen, zegt Fientje: ‘Kijk mam, die kip staat in bloei!’
N
E
R
A G C
A P
S
E
B O
D M O O R
D E M
T
S
E
R
I
G
T W G O
I
T Z U
I
N
U
E
T
I
N
U
L
O U R
U N
I
C
I
O E
P
E
R D M H
E M G
E
B
L
N
I
K
S R
E
U
I
I
A
I
E
G
O
T A N
E
S O N
E M N R
S R W B
T
G T
R
S A A
E
R A A
E
T O R
O A
E
S N O M E
O E
N M V M H U
D L
P
S
T
MEST MILIEU NATUUR
HULPBRON KLIMAAT KOSTEN MENS
WATER WINDSTROOM ZUINIG
BODEM DOUCHEN ECOLOGIE ENERGIE ENERGIEBRON
A W
R N K
AARDE BESPAREN BIOGAS
OCEANEN PLANTEN STROOM TURBINE VERWARMING
E
E
N
C
E
antwoord (2 woorDEN):
B R O N
regels: DE WOORDEN VIND JE HORIZONTAAL, VERTICAAL EN DIAGONAAL. Je mag letters meerdere keren gebruiken. Als je de overgebleven letters in de juiste volgorde zet krijg je het antwoord. Mail dIT antWOORD samen met je voornaam, leeftijd en het telefoonnummer van je ouders of verzorgers (zodat we contact met je kunnen opnemen als je hebt gewonnen) naar antwoord@jong010.nl. Alleen de winnaar krijgt bericht.
Meryem (9)
HET ANTWOORD VAN DE WOORDZOEKER VAN SEPTEMBER IS: DOBBEREND BOS. DE WINNAAR IS YAZMINE (7).
Puzzelcorner.nl
Waarom kunnen lucifers niet goed met elkaar overweg? Omdat het zulke heethoofden zijn. Cheyenne (12)
Ken je het bordje ‘zachte berm’ langs de weg? Waarom staat er nooit een bordje met ‘harde berm’ langs de weg? Het paaltje kan niet in de grond geslagen worden, want de grond is te hard. Kay (11)
Jong010 wordt mede mogelijk gemaakt door:
Oprichter: Angelique van Tilburg hoofdredacteur: Suzanne Huig
Jong010 - oktober Jaargang Oplage:
8
2017
- Editie
40.000
2
kranten
Fotografen: Arjen Jan Stada, Johannes Odé, Peter Snaterse Vormgeving: Marcel van den Assem redactiemedewerker: sasja hof Aan deze editie werkten mee: Puzzelcorner, Richard van der Ven, Daniël de Witte
3
‘Ik krijg iedere week € 2,00 zakgeld. Ik geef mijn geld snel uit aan snoep of games. Mijn moeder zegt dat ik een gedeelte moet sparen. Ik vind het belangrijk om goed met geld om te leren gaan, zodat ik later goed kan sparen.’
ROTTERDAM – Burgemeester Ahmed Aboutaleb hoort graag van de Rotterdammers wat zij van de stad vinden. Ook naar de mening en ervaringen van basisschoolleerlingen is hij benieuwd. Krijg jij zakgeld? En vind je het belangrijk om met geld om te leren gaan? Waarom wel of niet? Tekst en foto’s: Suzanne Huig
‘Ik ben benieuwd of jullie zakgeld krijgen en wat jullie daarmee doen. Het is goed om daar met je ouders en in de klas over te praten’, zegt Ahmed Aboutaleb.
dE rotterdamse kinderkrant OKTOber 2017
mitchell (9)
Ahmed Aboutaleb
‘Ik krijg soms geld van mijn ouders om een paar boodschappen te kopen. Ik leer daardoor wat ik van bijvoorbeeld € 5,00 kan kopen. Ik vind dat meer kinderen af en toe boodschappen moeten doen. Je leert daardoor goed met geld omgaan.’
Ducem (9) ‘Ik verdien een beetje geld door klusjes te doen zoals onkruid weghalen. Ik koop van dat geld speelgoed en visspullen. Ik vind het belangrijk om zelf geld te verdienen en van dat geld spullen te kopen.’
foto: gemeente rotterdam
‘Ik krijg € 1,00 zakgeld per klusje dat ik doe. Ik bewaar dat geld in mijn spaarpot. Ik vind het belangrijk om mijn geld niet gelijk uit te geven. Als ik mijn geld gelijk uitgeef, heb ik niets als ik het een keer echt nodig heb.’
‘Ik denk goed na voordat ik iets koop. Ik kijk of ik het echt wil hebben en of ik het vaak ga gebruiken. Ik vind het zonde van het geld om iets te kopen dat ik maar één keer gebruik.’
caithlyn (10) ‘Ik vind het belangrijk om goed met geld om te leren gaan. Ik leer dat ik niet altijd kan kopen wat ik leuk vind. Ik moet het aan mijn ouders vragen als ik iets van mijn spaargeld wil kopen. Ik wil soms dingen kopen waar ik niet genoeg geld voor heb. Mijn ouders leren mij dat ik eerst moet sparen.’
jari (10) Hoe leer jij omgaan met geld?
AMIEN (10) (9) stijn
Jj (9)
pieke (8) ‘Ik krijg iedere maandag € 15,00 van mijn ouders. Ik stop dat geld in mijn spaarpot. Ik weet precies hoeveel erin zit. Ik bewaar dat geld om op vakantie bijvoorbeeld souvenirs of ijsjes te kopen. Ik let goed op dat ik alleen koop wat ik echt wil hebben.’
‘Ik krijg € 1,00 zakgeld per week. Ik bewaar dat geld in mijn spaarpot. Ik spaar voor speelgoed. Ik leer geld bewaren en te wachten totdat ik genoeg heb om iets te kopen. Ik denk dat dat belangrijk is. Je kunt niet altijd gelijk kopen wat je wilt hebben.’
‘Ik bewaar mijn geld in een spaarpot. Ik overleg altijd met mijn broertje voordat ik iets koop. We delen veel spullen, dat bespaart geld. Ik zou willen leren hoe ik boodschappen kan doen zonder veel geld uit te geven. Dat lijkt mij handig voor later.’
safae (8) ‘Als je niet met geld om kunt gaan, kun je schulden krijgen doordat je te veel geld uitgeeft. Mijn ouders leren mij dat ik goed moet nadenken voordat ik iets koop. Ik moet zeker weten dat ik iets wil hebben, anders is het zonde van het geld.’
lonneke (8)
dE rotterdamse kinderkrant OKTOber 2017
ROTTERDAM – Het is belangrijk dat de brandweer zo snel mogelijk bij een calamiteit aanwezig is. De brandweer gebruikt verschillende voertuigen. Lindey (9) en Kaylen (6) hun vader is brandweerman. Zij laten samen met hun vader een aantal voertuigen zien. Tekst: Suzanne Huig / Foto’s: Arjen Jan Stada
Redvoertuigen
Tankautospuit
‘Hoogwerkers en laddervoertuigen zijn redvoertuigen’, vertelt brandweerman Bram. ‘De hoogwerker en ladderwagen worden bijvoorbeeld ingezet om mensen uit een hoog gebouw te bevrijden of om brandweermannen naar een dak te brengen’, zegt Kaylen. ‘Een autoladder heeft een uitschuifbare ladder van 30 meter. Een hoogwerker heeft een uitschuifbare arm met daaraan een korf’, zegt Bram.
‘Eén van de voertuigen die bijna altijd wordt gebruikt is de tankautospuit (TAS). In de TAS zit een watertank met daarin 2.000 liter water’, zegt Kaylen. Lindey: ‘Een TAS is een blusvoertuig. Het voertuig heeft veel brandslangen bij zich. Eerst wordt het water in de tank gebruikt. Als dat water op is, sluiten de brandweermannen het voertuig aan op een brandkraan of open water.’
‘Een tankautospuit heeft veel water en blusslangen bij zich’, zegt Lindey.
Hulpverleningsvoertuig ‘Het hulpverleningsvoertuig wordt ingezet bij allerlei soorten hulpverlening. Bijvoorbeeld als 2 vrachtwagens op elkaar zijn gebotst of als er een paard uit een sloot moet worden getrokken’, vertelt Bram. ‘In het voertuig ligt veel gereedschap, zoals zagen en grote scharen’, zegt Lindey.
Lindey, Kaylen en Bram bij het hulpverleningsvoertuig.
‘Brandweerauto’s hebben een blauw en oranje zwaailicht’, zegt Kaylen.
Voorzichtig aan de kant
Haakarmvoertuig ‘De brandweer komt bij verschillende soorten calamiteiten. De ene keer hebben de brandweermannen meer brandslangen nodig. De andere keer hebben ze bijvoorbeeld meer lampen nodig. Het haakarmvoertuig vervoert containers met daarin extra spullen die de brandweermannen nodig hebben’, vertelt Bram.
‘De boot wordt ingezet als mensen in het water in nood zijn’, zegt Lindey.
Verkeersregels voor brandweervoertuigen Bram: ‘De alarmcentrale geeft aan ons door wat er aan de hand is, waar we naartoe moeten en hoe hoog de prioriteit is. Er zijn 3 verschillende prioriteiten. Bij prio 1 moeten we met spoed naar het incident. We gebruiken dan de zwaailichten en de sirene op het voertuig. Bij prio 2 moeten we direct naar het incident, maar zijn we geen voorrangsvoertuig. We mogen dan bijvoorbeeld niet door rood rijden, maar we mogen wel op het fietspad rijden als dat nodig is. Bij prio 3 mogen we geen verkeersregels overtreden.’
‘Een brandweervoertuig is een voorrangsvoertuig als de sirene en zwaailichten van het voertuig aan staan. Het voertuig mag dan bijvoorbeeld door rood rijden en te hard rijden. Sommige mensen schrikken als ze een sirene horen of zwaailichten zien’, zegt Kaylen. Lindey: ‘Je moet voorzichtig aan de kant gaan als je een sirene hoort of zwaailicht ziet. Je kunt bijvoorbeeld in de berm gaan staan. Het is belangrijk dat het brandweervoertuig er snel langs kan, zodat de brandweermannen eerder bij het incident zijn.’
Speciale sirene ‘Bij een gevaarlijke brand zet de alarmcentrale het luchtalarm buiten aan. Bij een gevaarlijke brand komt bijvoorbeeld veel rook of een gevaarlijke stof vrij’, vertelt Bram. ‘Je moet zo snel mogelijk naar binnen gaan en alle ramen en deuren sluiten als het luchtalarm gaat’, zegt Lindey. Kaylen: ‘Zet daarna de radio of televisie aan zodat je kunt horen wat er aan de hand is en wat je moet doen.’
ben jij goed voorbereid? Kun jij alle stellingen met ja beantwoorden? Dan ben je goed voorbereid voor als er iets gebeurt. Beantwoord je één van de stellingen met nee? Kijk dan samen met je ouder(s) of verzorger(s) hoe je je beter kunt voorbereiden. Ik weet wanneer een brandweervoertuig voorrang heeft.
JA
NEE
Ik weet wat ik moet doen als ik een brandweervoertuig met sirenes hoor en zwaailichten zie.
JA
NEE
Ik weet dat ik zo snel mogelijk naar binnen moet als ik de sirene hoor.
JA
NEE
Ik weet dat ik alle ramen en deuren moet sluiten als ik de sirene hoor.
JA
NEE
Ik weet dat ik de televisie of radio aan moet zetten als ik de sirene hoor.
JA
NEE
5
dE rotterdamse kinderkrant OKTOber 2017
ROTTERDAM – Als je diabetes hebt, heb je een verkeerde hoeveelheid suiker in je bloed doordat je lichaam niet goed werkt. Diabetes wordt daarom soms ook suikerziekte genoemd. In Nederland hebben ongeveer 6.000 kinderen diabetes. Ieder jaar komen er ongeveer 500 kinderen met diabetes bij. Tekst: Suzanne Huig
ROTTERDAM – Danique (10) weet sinds 4 jaar dat ze diabetes heeft. ‘Ik viel af terwijl ik goed at. Ik dronk en plaste veel. Ik voelde me niet fit en was snel moe. De dokter vertelde dat die symptomen bij suikerziekte horen. Hij controleerde mijn bloedsuikerwaarde. Als je geen suikerziekte hebt, heb je een waarde tussen de 4 en 8. Mijn waarde was hoger dan 30.’ Tekst en foto’s: Suzanne Huig
‘Je lichaam verbrandt eten en drinken zodat je energie hebt om dingen te doen. Je lichaam heeft de brandstof suiker nodig om goed te kunnen werken. De suiker komt in je cellen en kan door je spieren worden gebruikt om bijvoorbeeld te sporten, spelen of denken. Mijn lichaam krijgt die suiker niet in mijn cellen’, vertelt Danique.
Suiker meten
‘Mijn lijf weet niet hoeveel suiker er in mijn bloed zit. Ik moet dat daarom minimaal 7 keer per dag zelf meten. Ik kan mijn waarde meten door met een naald in mijn vinger te prikken en er een stripje tegenaan te houden. Het stripje zuigt een beetje bloed op en meet de suiker in mijn bloed. Ik kan mijn waarde ook meten via een soort pleister op mijn arm. Die pleister scan ik met een computertje. Het computertje weet dan precies wat mijn waarde is’, legt Danique uit.
Insuline spuiten
‘Mijn waarde moet 5.5 zijn. Ik heb een pompje die met een slangetje en naald vastzit in mijn bil. Het pompje is een soort computertje met daarin insuline. Het pompje zorgt ervoor dat de insuline in mijn lichaam komt als dat nodig is. Als ik iets eet, vul ik het aantal koolhydraten van het eten in op mijn computertje. Hij rekent dan precies uit hoeveel insuline er in mijn lichaam moet worden gespoten zodat mijn waarde 5.5 is’, vertelt Danique.
Geld voor onderzoeken
‘Artsen zijn met onderzoeken bezig om diabetes te genezen. Ik hoop dat ze een oplossing vinden. Er is veel geld nodig voor onderzoeken. Ik heb met vriendinnen cakejes en koekjes verkocht. Het geld dat we daarmee hebben verdiend, doneren we aan JDRF One Walk. Die organisatie betaalt diabetesonderzoeken’, zegt Danique.
Ze kan ook met een computertje haar waarde meten via een soort pleister op haar arm.
Danique prikt met een naald in haar vinger om haar waarde te meten via een stripje.
Hyper
ROTTERDAM – Kinderen die diabetes hebben, kunnen teveel of te weinig suiker in hun bloed hebben. Ze voelen zich dan niet lekker. Het is belangrijk dat ouders, klasgenoten, leraren of andere mensen in de buurt weten wat ze kunnen doen bij een hyper of hypo. Tekst: Suzanne Huig
Iemand heeft een hyper als hij of zij teveel suiker in zijn bloed heeft. Hij of zij moet meestal vaker plassen, voelt zich moe en heeft dorst. Die persoon moet insuline met een insulinepen of insulinepomp krijgen. Diabetespatiënten hebben vaak een insulinepen bij zich. De insuline zorgt dat de suiker uit het bloed weer kan worden gebruikt.
Hypo
Iemand heeft een hypo als er te weinig suiker in zijn of haar bloed zit. Iemand kan bijvoorbeeld gaan zweten, trillen, duizelig of moe worden, hoofdpijn krijgen of chagrijnig worden. Je kan die persoon bijvoorbeeld limonade, snoepjes of een extra boterham geven. Het is belangrijk dat hij of zij iets eet of drinkt met suiker.
dE rotterdamse kinderkrant OKTOber 2017
6 Jocelyn, Djensly en Jelany.
ROTTERDAM – Basisschoolleerlingen leren tijdens het project Port Rangers van alles over de Rotterdamse haven. Aan het eind van het project maken de leerlingen een opdracht of verslag. Leerlingen van de Pniëlschool, de Prinses Margrietschool, basisschool De Klaver Heijplaat, basisschool Het Kompas en De Kralingsche School maakten de beste opdrachten en verslagen. Zij kregen daarom op 1 september op het schip De Ameland een rondleiding door de haven.
De leerlingen nemen een kijkje in de stuurhut.
Foto’s: Johannes Odé
Tekst: Suzanne Huig
‘We hebben tijdens Port Rangers geleerd dat er veel containerschepen in de haven varen. Containerschepen brengen goederen uit het buitenland naar Nederland en van Nederland naar het buitenland’, vertelt Timo (11). ‘We zien containers en kranen op de kades staan nu we door de Rotterdamse haven varen. De containers zijn veel groter dan ik had gedacht. De kranen tillen de containers de schepen op en af’, zegt Sem (11).
Lijkt het jou leuk om meer over de haven te weten te komen? Je kunt met jouw klas meedoen aan het project Port Rangers. Kijk voor meer informatie op www.portrangers.nl
GENERATION
DISCOVER
Timo en Sem.
Stuurboord en bakboord sturen
Een groepje leerlingen kijkt bij kapitein Remco in de stuurhut. Devon (11) mag even sturen. ‘Het schip heeft een hendel om mee te sturen. Het schip gaat naar links als ik de hendel naar links beweeg. Het schip gaat naar rechts als ik de hendel naar rechts beweeg’, zegt Devon. ‘Op een schip noem je links bakboord. Rechts noem je stuurboord’, vertelt Jelany (11).
Scherm met schepen en boeien
‘Op een scherm ziet de kapitein alle schepen die in de haven varen. Op het scherm ziet hij ook alle boeien die in het water liggen’, zegt Djensly (11). Jocelyn (11): ‘De boeien zijn een soort verkeersborden op het water. Ze geven de regels en gevaren in de haven aan.’
7
dE rotterdamse kinderkrant OKTOber 2017
ROTTERDAM – Vind jij het fijn om afspraken te maken met je ouders? En kun jij duidelijk je grenzen aangeven bij vrienden? Als je ergens mee zit of een vraag hebt, kun je je ouder(s) of verzorger(s) om hulp vragen. Je kunt ook terecht bij de jeugdverpleegkundige van het CJG op school. Senay (11) praatte met haar moeder Madalena over grenzen stellen en het maken van afspraken. Tekst: Suzanne Huig Madalena: ‘Ik ben op mijn zevende van Kaapverdië naar Nederland verhuisd. In Kaapverdië is het een traditie dat kinderen helpen in het huishouden. Ik was als kind na schooltijd vaak thuis en hielp mijn moeder. Ik maakte vroeger nooit afspraken met mijn ouders, omdat ik bijna nooit wegging of de grenzen opzocht.’
Afspraken maken
‘Ik vind het fijn dat wij thuis goede afspraken maken. Ik weet daardoor wat ik wel en niet mag doen’, zegt Senay tegen haar moeder. ‘Ik vraag het vooraf als ik bijvoorbeeld ergens naartoe wil. Ik leg dan uit waarom ik iets graag wil.’ Madalena: ‘Ik vind bijna alles goed als je eerlijk bent. Ik vind het belangrijk dat ik je kan vertrouwen. Ik weet dan dat ik me geen zorgen hoef te maken.’
Senay en haar moeder Madalena. Foto: Suzanne Huig
Jeugdverpleegkundige Eefje van Winsen
Dit artikel is gemaakt in samenwerking met
‘Bedenk of je weleens iets hebt gedaan omdat anderen dit deden. Hoe vond je dat en zou je het de volgende
keer anders doen? Het is oké om soms ‘nee’ te zeggen en daarin je grenzen aan te geven.’
Voor jezelf opkomen
Senay: ‘Afspraken en regels zorgen ervoor dat ik weet welk gedrag ik wel en niet kan vertonen.’ Madalena: ‘Je bent verantwoordelijk voor je eigen gedrag. Het is belangrijk om voor jezelf op te komen en je grenzen aan te geven bij vrienden. Als je dat niet doet, kun je in de problemen komen. Mensen zien dan dat jij niet voor jezelf opkomt en kunnen daar misbruik van maken.’
Grenzen aangeven
Senay: ‘Ik vind het belangrijk om me niet te laten beïnvloeden door anderen. Ik geef duidelijk mijn grenzen aan. Ik zeg wat ik wel en niet wil. Ik ga bij de mensen uit de buurt die dingen doen die ik niet fijn vind. Niemand hoeft iets te doen wat hij of zij niet wil om bijvoorbeeld aardig gevonden te worden.’
ROTTERDAM – Van 21 september tot en met 1 oktober was het de
Week tegen Eenzaamheid. In die week werden verschillende activiteiten georganiseerd om aandacht te vragen voor eenzaamheid. Ruim de helft van de Rotterdamse ouderen voelt zich eenzaam. Wat kun jij doen tegen eenzaamheid? Tekst en foto’s: Suzanne Huig
‘Mijn oma is soms eenzaam. Ik ga soms naar haar toe of met haar wandelen. Ik ga dit jaar samen met mijn ouders en 14 ouderen naar Curaçao. Ik ga daar leuke dingen doen met de ouderen. Ik vind het leuk om te zien dat ze blij worden als ik iets leuks met hen doe.’
fayrovic (11)
‘Ik vind het zielig voor ouderen als ze eenzaam zijn. Veel ouderen zitten vaak thuis. Ik denk dat ze daardoor snel eenzaam worden. Ik haal mijn oma weleens op om naar het park te gaan. Ik vind dat meer kinderen ouderen moeten ophalen om een dagje weg te gaan. Je bezorgt de ouderen dan een leuke dag.’
sam (9)
ijsselmonde
Prins Alexander
‘Ik klets het liefst heel de dag. Ik zou het daarom heel erg vinden om eenzaam te zijn. Ik ga weleens glowgolfen met mijn opa en andere ouderen. De ouderen vinden dat heel leuk. Ik vind dat alle kinderen één keer per maand spelletjes moeten spelen met ouderen in een bejaardentehuis. De meeste ouderen worden vrolijk van spelletjes spelen met kinderen.’
Ik ...
khianna (10) ijsselmonde
‘Ik heb een buurvrouw die een beetje eenzaam is. Ik ga af en toe bij haar langs om te vragen hoe het met haar gaat. Ik speel ook vaak bij haar voor de deur. Ze wordt vrolijk als ze naar spelende kinderen kijkt. Ik vind dat kinderen de ouderen in hun straat af en toe gezelschap moeten houden.’
ammara (10) feijenoord
‘Sommige ouderen hebben niemand die bij hen op visite komt. Ze hebben daardoor bijna niemand om mee te kletsen. Ik vind dat wij met de klas één keer per week een middag op visite moeten gaan bij ouderen. We kunnen dan met de eenzame ouderen kletsen.’
omayma (9)
Prins Alexander
Teken jezelf en vul in...
dE rotterdamse kinderkrant OKTOber 2017
8 Niels bij het kraampje waar hij zijn pompoenen en kalebassen verkoopt.
ROTTERDAM – Niels (11) kweekt pompoenen en kalebassen op een stuk grond van zijn ouders. Hij verkoopt de gewassen bij een kraampje voor zijn huis. ‘Ik heb vorig jaar € 800,00 verdiend met de verkoop’, vertelt Niels. Tekst: Suzanne Huig ‘Ik kweek al 8 jaar gewassen. Ik koop in januari zaadjes bij het tuincentrum. Ik koop ongeveer 15 verschillende soorten zaadjes, zodat ik verschillende soorten pompoenen en kalebassen kan kweken’, zegt Niels. ‘De kleine zijn kalebassen. Kalebassen worden vooral als decoratie gebruikt. De grote zijn pompoenen. Pompoenen kun je eten.’
Zaadjes zaaien
‘Ik stop de zaadjes in maart in potten met aarde. Die potten staan binnen, want het is dan nog te koud buiten. Ik geef de zaadjes bijna iedere dag water zodat ze goed groeien. In mei zijn de plantjes meestal te groot geworden voor de potten. Ik haal de planten dan uit de potten en zet ze buiten op het land. De stengels kunnen 10 meter lang worden’, vertelt Niels.
Gewassen oogsten
‘Ik oogst de pompoenen en kalebassen van augustus tot en met oktober. Ik zie aan het steeltje of ze rijp zijn. Als het steeltje van de pompoen of kalebas eruitziet als hout is hij rijp. Ik knip ze met een snoeischaar van de planten af. Ik oogst er ieder jaar honderden’, zegt Niels.
Verkoopkraampje
Niels: ‘Ik leg mijn oogst in een kraampje voor mijn huis. Mensen die voorbij lopen of rijden, kunnen iets kopen. Op alle producten zit een prijsstickertje. De mensen die iets kopen, kunnen geld in een geldkistje doen.’
De planten verzorgen
Niels op het land waar hij de gewassen kweekt. Foto’s: Johannes Odé
Niels: ‘In de grond zitten veel voedingsstoffen. De planten groeien daardoor goed. Ik geef de planten water en ik haal het onkruid bij de planten weg. Het onkruid neemt anders de voedingsstoffen van de planten op. Slakken vinden pompoenen en kalebassen lekker. Ik strooi daarom slakkenkorrels om de gewassen te beschermen tegen slakken.’
Wat voor een soort voertuig is een ‘TAS’? pagina 4
Hoe noem je links op een schip? Pagina 6
Waar gaat Dylan de volgende bokswedstrijd nog meer op letten?
Iemand heeft teveel suiker Hoe noem je weinig suiker
Wat doet Khianna weleens met haar opa en andere ouderen om hen afleiding te geven? Pagina 7
Joël, Nathan en hun ouders maken gebruik van windenergie. Waarvan hebben ze een stukje gekocht? Pagina 10
Pagina 5
een hyper als hij of zij in zijn of haar bloed heeft. het als iemand juist te in zijn of haar bloed heeft?
Wat is de naam van de organisatie waar Danique en haar vriendinnen het geld aan doneren wat ze met de verkoop van cakejes en koekjes hebben opgehaald? Pagina 5
Waaraan ziet Niels of de pompoenen en kalebassen rijp zijn?
Pagina 8
Pagina 9
Wat wil Lima later worden? Pagina 11 Ragna en Olivier leggen in 5 stappen uit hoe je zelf een toneelstuk kunt maken. Wat moet je in stap 1 kiezen? Pagina 11 Yigithan vertelt dat juf Semihanur van iedere les een bijzondere les maakt. Wat maakt de juf van de les woordenschat? Pagina 12
De letters in de gele balk vormen het antwoord. Mail dit antwoord, samen met je voornaam, leeftijd en het telefoonnummer van je ouders of verzorgers, naar antwoord@jong010.nl We verloten de prijs onder de goede inzendingen. Alleen de winnaar krijgt bericht. De prijs die je kunt winnen is een boekenbon van 15 euro! WIL JE NOG MEER PUZZELEN? KIJk dan eens OP WWW.PUZZELCORNER.NL VOOR MEER LEUKE PUZZELS! HET ANTWOORD VAN DE PUZZEL VAN september IS: energiebron. DE WINNAAR IS ruben (10). GEFELICITEERD!
9
dE rotterdamse kinderkrant OKTOber 2017
ROTTERDAM – Bep van Klaveren staat bekend als de beste Nederlandse bokser ooit. Hij is geboren in Rotterdam. In 1992 is hij overleden. Ieder jaar wordt ter ere van hem de Bep van Klaveren Memorial georganiseerd. Op 17 september was de Junior Bep van Klaveren Memorial. Internationale en nationale jeugdboksers tot 16 jaar namen het tegen elkaar op tijdens het bokstoernooi. Tekst: Suzanne Huig
ROTTERDAM – Josefien (13) van RBV Crooswijk neemt het tijdens het toernooi op tegen Amy van team Esker uit Dublin. ‘We wegen allebei 58 kilo. Ik speel altijd wedstrijden tegen meiden die net zo zwaar zijn als ikzelf’, zegt Josefien. Tekst: Suzanne Huig ‘Ik boks sinds 3 jaar. Ik train ongeveer 5 keer per week. Ik boks sinds anderhalf jaar wedstrijden. Een wedstrijd duurt bij mij 3 keer anderhalve minuut. Tussendoor is er tijd om even uit te rusten en met mijn trainer te overleggen. Iedere stoot die raak is, is een punt. Vanaf de zijkant van de ring bekijken 3 juryleden de wedstrijd. Zij overleggen en bepalen wie heeft gewonnen’, vertelt Josefien.
De ring in
Josefien: ‘Ik voel me vaak een beetje zenuwachtig als ik de ring instap. Ik vind het vooral spannend als veel bekenden naar de wedstrijd kijken. Ik wil voor hen dan heel goed boksen. Ik probeer tijdens een wedstrijd zoveel mogelijk in het midden van de ring te staan. Ik heb daar de meeste ruimte om me te bewegen.’
Josefien verslaat haar tegenstander.
Josefien wint de wedstrijd van Amy. ‘Ik heb deze wedstrijd goed technisch gebokst. Dat betekent dat ik niet wild om mij heen sloeg, maar netjes bokste. Ik hield mijn dekking hoog, zodat ik niet gemakkelijk kon worden geraakt. Ik kreeg extra energie toen ik werd geraakt. Ik dacht: dat gebeurt niet nog een keer’, zegt Josefien trots.
Foto’s: Peter Snaterse
Vertrouw op mezelf
ROTTERDAM – Dylan (15) van RBV Crooswijk neemt het tijdens het toernooi op tegen Rhys van team Esker uit Dublin. ‘Ik boks ruim 4 jaar. Ik boks ongeveer één keer per maand een wedstrijd. Mijn tegenstander en ik wegen allebei 52 kilo. We boksen 3 keer 2 minuten. Daarna is de wedstrijd afgelopen’, vertelt Dylan. Tekst: Suzanne Huig ‘Ik bekijk voor de wedstrijd de lengte van mijn tegenstander. Als hij langer is en langere armen heeft dan ik, moet ik hem extra op afstand houden. Rhys is langer dan ik. Ik ga hem op afstand houden door lange stoten te geven. Hij kan daardoor moeilijk bij mij komen en mij moeilijk raken’, legt Dylan uit.
De winnaar
Dylan: ‘Ik ben nooit bang. Ik moet zorgen dat ik de ander te pakken krijg. Als ik dat niet doe, pakt hij mij en verlies ik. Mijn zenuwen zijn weg zodra ik in de ring sta. Ik vertrouw dan op mezelf. Ik weet dat ik goed heb getraind.’
Het midden van de ring
‘Ik probeer zelf in het midden van de ring te staan. Dat is minder vermoeiend. Als ik in een hoek sta, moet ik veel om mijn tegenstander heen draaien. Als ik in het midden sta, draait de tegenstander om mij heen. Hij is daardoor sneller moe dan ik’, legt Dylan uit.
Gewonnen
Dylan met zijn trainer.
Foto’s: Peter Snaterse
Dylan wint de wedstrijd. ‘De wedstrijd ging goed. Mijn tegenstander raakte mij af en toe wel, omdat ik hem niet zag aankomen. Ik ga de volgende keer nog meer op mijn dekking letten’, zegt Dylan.
dE rotterdamse kinderkrant OKTOber 2017
10 ROTTERDAM – Je verbruikt iedere dag energie. Bijvoorbeeld om lampen te laten branden of televisie te kijken. Stedin is de netbeheerder bij jou in de buurt. Ze zorgt ervoor dat de energie van de grote energiecentrales naar bedrijven, scholen en mensen thuis wordt gebracht. Om energie te maken zijn er energiebronnen nodig. Tekst en foto: Suzanne Huig Energie kan worden gemaakt van fossiele brandstoffen, zoals aardolie, aardgas en steenkool. Fossiele brandstoffen worden verbrand om energie op te wekken. Bij de verbranding komt CO2 vrij. Dat gas vervuilt en verwarmt de aarde. ‘Het vervuilen en verwarmen van de aarde is niet goed voor het klimaat. Dat is niet goed voor mensen en dieren. We zoeken daarom schonere energiebronnen’, vertelt Gino van Stedin.
Wind als energiebron
Gino van Stedin.
Energie kan ook worden opgewekt met wind, zonlicht, water of warmte. Dat zijn duurzame energiebronnen. Een duurzame energiebron is een bron die nooit opraakt en niet schadelijk is voor de aarde. ‘Lucht bestaat uit kleine deeltjes die zich van de ene plek naar de andere plek verplaatsen. Een gebied met veel luchtdeeltjes noem je een hoog drukgebied. Een gebied met weinig luchtdeeltjes noem je een laag drukgebied. Hoe groter het verschil is tussen een hoog en een laag drukgebied, hoe harder het waait’, legt Gino uit.
Van wind naar elektriciteit
Gino: ‘De wieken van een windmolen draaien rond als de wind ertegenaan blaast. De beweging van de wieken wordt doorgegeven aan een generator. In de generator zit een grote magneet. De magneet gaat draaien als de generator beweegt. Door die draaiende beweging ontstaat elektriciteit. De elektriciteit gaat via kabels van windmolens naar het net. Via het net wordt de elektriciteit verdeeld over Nederland.’
ROTTERDAM – Joël (8), Nathan (6) en hun ouders maken gebruik van windenergie. ‘Windmolens maken elektriciteit van de wind. Ze vervuilen de aarde niet, dat vind ik belangrijk’, zegt Joël. Tekst: Suzanne Huig ‘We hebben een stukje van een windmolen gekocht. Wij zijn samen met anderen mensen de eigenaar van de windmolen’, zegt Nathan. ‘Een windmolen is te groot om in de tuin te zetten. Onze windmolen is 80 meter hoog. De wieken zijn ruim 30 meter lang’, vertelt Joël. Nathan: ‘Onze windmolen staat daarom op een veld in Groningen. Op dat veld staan alleen maar windmolens.’
‘Onze vader rijdt in een elektrische auto. We laden de auto op met elektriciteit’, zegt Nathan. Zoveel mogelijk wind
‘Een windmolen moet op een plek staan waar mensen er geen last van hebben’, zegt Nathan. ‘En op een plek waar zoveel mogelijk wind staat, zodat hij veel elektriciteit oplevert. Op een open veld en op zee staat meer wind dan in een bebouwd gebied. Gebouwen houden de wind namelijk tegen’, legt Joël uit.
Elektriciteit van onze windmolen
De windmolen van Joël, Nathan en hun ouders. Foto: Daniël de Witte
De jongens bekijken hoeveel elektriciteit hun windmolen dit jaar heeft opgeleverd. Foto’s: Johannes Odé
‘Wij gebruiken bijvoorbeeld elektriciteit om onze tandenborstel, telefoon en de elektrische auto op te laden’, zegt Nathan. Joël: ‘Onze energieleverancier haalt de elektriciteit die ons stukje windmolen opwekt van onze rekening af. We hoeven voor die elektriciteit niet te betalen.’
Mail je antwoorden voor 2 november 2017 naar antwoord@jong010.nl. Je maakt kans op het kwartetspel De nieuwe energiehelden.
Zet ook je voornaam en achternaam,
je leeftijd en het telefoonnummer van
je ouders of verzorgers in de mail. Dan kunnen we contact met je opnemen
als je hebt gewonnen. We verloten de
Eén stukje van een windmolen kost € 500,00. Maud (9) haar ouders kopen 5 stukjes van een windmolen. Hoeveel moeten ze betalen?
€
Het stuk windmolen van Azhar (11) zijn familie levert ieder jaar 3.000 kWh op. Azhar zijn familie verbruikt ieder jaar 3.400 kWH. Hoeveel kWh moeten ze nog van de energieleverancier kopen?
kWh elektriciteit
In de keuken van Youssra (8) staan 3 apparaten die elektriciteit verbruiken: een magnetron, koelkast en vriezer. De magnetron verbruikt 35 kWh per jaar. De koelkast verbruikt 190 kWh per jaar. De vriezer verbruikt 210 kWh jaar. Hoeveel kWh verbruiken de apparaten samen per jaar?
kWh elektriciteit
prijs onder de goede inzendingen. Alleen de winnaar krijgt bericht.
11
dE rotterdamse kinderkrant OKTOber 2017
‘Ik zit een jaar op muziekles. We leren spelen op een conga, drumstel en keyboard. Ik vind drummen het leukst. Ik leer veel van de meesters, bijvoorbeeld noten lezen. Ik voel me goed als ik iets heb geleerd dat ik daarvoor niet kon.’
‘Ik was samen met Chayenne de eerste die muziekles kreeg in Het Ravennest. Ik vond het eerst spannend, omdat ik haar niet kende. We leerden elkaar snel kennen toen we met elkaar praatten. We werden vanzelf vriendinnen. Ik vind keyboardspelen het leukst.’
Wil jij dansen, muziek maken, toneelspelen of zingen, maar is er thuis geen geld voor lessen?
Chayenne en Macy volgen dankzij het Jeugdcultuurfonds lessen ‘Ontdek je muzikale talent’ bij Edsel Martha in het Huis van de Wijk Het Ravennest in Feijenoord. Tekst en foto's: Angelique van Tilburg
Kijk dan met je ouders, verzorgers of leerkracht op www.jeugdcultuurfonds.nl/rotterdam
CENTRUM – Lima (9) leert bij brede school Dress and Dance zelf een boek schrijven. Ze volgt iedere donderdagmiddag de cursus ‘Schrijf je eigen boek’. Lima: ‘Ik wil later schrijver worden. Ik vind het leuk en fijn dat ik mijn gevoel kwijt kan als ik verhalen schrijf.’ Tekst: Suzanne Huig
Lima: ‘Ik schrijf thuis vaak korte verhalen waarin ik mij kan verplaatsen. Ik bedenk dan hoe de personen in mijn verhaal zich voelen. Er gebeurt vaak iets onwerkelijks in mijn verhalen waardoor het fantasieverhalen worden.’
Een stoer meisje
Lima bedenkt hoofdpersonen en gebeurtenissen voor in haar boek. Ze schrijft haar ideeën op. Foto’s: Johannes Odé
ROTTERDAM – Lijkt het jou leuk om toneel te spelen? Ragna (7) en Olivier (9) krijgen theaterles via SKVR. Zij leggen in 5 stappen uit hoe je zelf een toneelstuk kunt maken van een scène uit je lievelingsboek. Tekst: Suzanne Huig / Foto’s: Arjen Jan Stada
‘Verplaats je in de hoofdpersoon van de gekozen scène. Wat gebeurt er? Welk geluid maakt hij of zij? Wij maken het geluid van een weerwolf zoals hier wordt voorgedaan’, zegt Olivier.
Een naam bedenken
‘Ik bedenk voordat ik ga schrijven wie haar vrienden en vijanden zijn. Ik verzin als laatste de naam van mijn hoofdpersoon. Ik kies voor een stoer meisje bijvoorbeeld een stoere naam zoals Sky.’
‘Ik vind het leuk dat ik nu een boek leer schrijven in plaats van een kort verhaal. Ik begin met het bedenken van mijn hoofdpersoon. Ik bedenk of mijn hoofdpersoon een meisje, jongen of dier is. Ik haal inspiratie uit de dingen die ik zie op straat. Ik denk dat mijn hoofdpersoon een heel stoer meisje wordt.’
‘Kies je lievelingsboek. Wij kiezen het boek Dolfje Weerwolfje’, zegt Ragna.
Olivier: ‘Kies één scène uit het boek. Die scène ga je naspelen.’
Verzin zelf hoe het afloopt. Ragna: ‘Ik bedenk dat de buurvrouw mij als weerwolf ziet. Ze belt de politie en ik kom in de gevangenis terecht.’
Laat je theaterstuk aan iemand zien. ‘Beeld je emoties heel overdreven uit’, zegt Olivier.
Lijkt het jou leuk om toneel te spelen? Dan zijn de theaterlessen van SKVR waarschijnlijk iets voor jou! Kijk op www.skvr.nl/theaterlessen voor meer informatie.
dE rotterdamse kinderkrant OKTOber 2017
ROTTERDAM – Wie is de beste leraar van Rotterdam? Meester Rick van basisschool Het Tangram, juf Tineke van de Heijbergschool en juf Semihanur van basisschool Ibn-i Sina maken kans op de titel: Beste leraar basisonderwijs Rotterdam. Op 5 oktober wordt de winnaar bekendgemaakt door wethouder Hugo de Jonge. Bekijk de uitslag op www.leraarvanhetjaarrotterdam.nl Tekst: Suzanne Huig / Foto’s: Johannes Odé
HILLEGERSBERG-SCHIEBROEK – Juf Tineke van de Heijbergschool is één van de 3 genomineerden. Een groepje leerlingen van de Heijbergschool vertelt waarom juf Tineke volgens hen moet winnen. ‘Juf Tineke is heel zorgzaam. Ze helpt iedereen. Als het niet goed met je gaat of als iets niet lukt, is ze er voor je’, zegt Daantje (7). Stijn (7): ‘De juf geeft mij een fijn gevoel op school.’ Nooit boos ‘Ik heb de juf nog nooit boos gezien’, zegt Olivier (8). ‘Ze zegt soms wel duidelijk wat wel en niet mag. Ze geeft ons regels waaraan we ons moeten houden’, zegt Olle (7). ‘Daar leren we van’, zegt Rik (6).
Juf Tineke speelt vaak spelletjes tussen de lessen door.
Veel grapjes Derek (7): ‘De juf maakt veel grapjes. We oefenden tijdens een taalles bijvoorbeeld om woorden te maken van letters. De juf maakte het woord ‘kak’. Alle leerlingen moesten hard lachen.’ ‘Eén van de eerste schooldagen was het heel warm. De juf heeft alle leer-
lingen toen met een gieter water gegeven. Ik vond dat heel grappig’, zegt Johnny (7). Spelletjes spelen en dansen ‘Juf Tineke speelt vaak een spelletje tussen de lessen door’, zegt Lotte (7). Max (6): ‘We dansen bijvoorbeeld voordat we gaan schrijven.’
PRINS ALEXANDER – Meester Rick van basisschool Het Tangram is één van de 3 genomineerden. Een groepje leerlingen van basisschool Het Tangram vertelt waarom meester Rick volgens hen moet winnen. ‘Meester Rick is een heel toffe meester’, zegt Noud (9). ‘Hij speelt soms tikkertje of verstoppertje met ons. Dat vind ik heel leuk’, zegt Kyran (9). Lindsey (9): ‘De meester maakt grapjes tijdens de lessen. Hij zorgt voor een goede sfeer in de klas.’ Goed uitleggen Kyran (9): ‘Meester Rick kan goed uitleggen. Hij blijft de opdrachten uitleggen totdat iedereen het snapt. Dat vind ik heel fijn.’ ‘De meester maakt soms tekeningen bij zijn uitleg. Ik begrijp het daardoor beter’, zegt Mick (9). Manou (9): ‘De meester geeft nooit op. Hij blijft kinderen altijd helpen. Het maakt niet uit hoe vaak je zijn hulp vraagt.’
‘De meester maakt soms tekeningen als hij rekensommen uitlegt’, zegt Mick. Problemen oplossen ‘De meester kan goed ruzies oplossen. Hij bekijkt wat de oorzaak is. Daarna bedenkt hij samen met ons een oplossing’, zegt Noud. Diya (9): ‘Hij geeft iedereen de kans om uit te leggen wat er is gebeurd en hoe hij of zij zich voelt. Ik vind dat heel goed.’
CHARLOIS – Juf Semihanur van basisschool Ibn-i Sina is één van de 3 genomineerden. Een groepje leerlingen van basisschool Ibn-i Sina vertelt waarom Juf Semihanur volgens hen moet winnen. ‘Als we moe zijn, laat de juf ons even springen, rekken en strekken in de klas’, zegt Aya (10). Ozlem (10): ‘De juf maakt veel grapjes tijdens de lessen. Het is daardoor heel gezellig in de klas.’
Juf Semihanur laat de leerlingen soms even springen, rekken en strekken in de klas.
Bijzondere lessen Yigithan (10): ‘Juf Semihanur maakt van iedere les een bijzondere les. Ze maakt van de les woordenschat bijvoorbeeld een bingospel.’ Aya: ‘De juf leest tijdens de taallessen soms een spannend verhaal voor. Ze doet het licht dan uit en laat ons ineens schrikken. Dat vind ik leuk.’ Goede uitleg ‘De juf legt tijdens de les goed en uitgebreid uit. Ik haal daardoor hogere cijfers’, zegt Isa (9). Yigithan: ‘De juf verdeelt de leerstof in kleine stukjes. Ze laat ons steeds een stukje van de leerstof oefenen. Ze geeft daarna pas een toets. Dat vind ik fijn.’ Lieve juf Nisrin (10): ‘De juf is heel lief. Als ze ziet dat een kind verdrietig is, vrolijkt ze hem of haar op.’ ‘Ze geeft nooit zomaar straf. Je krijgt altijd een tweede kans als je eerlijk bent tegen de juf’, zegt Ayoub (10).