NOVEMBER 2O19
4
8
Leren omgaan met faalangst
9
Pizza's maken in de schooltuin
Racen als een autocoureur
12 Leerlingen ontwerpen speelplek
De jongens zijn trots op de looping in hun knikkerbaan.
LOOPING
Een lus in een pad.
FOTO: ARJEN JAN STADA
ROZENBURG – De leerlingen van basisschool De Rozenhorst krijgen iedere week les in het SkillsLab op hun school. ‘In het SkillsLab leren we technische dingen. We leren bijvoorbeeld robots programmeren en dingen bouwen’, zegt Ryan (11). Ryan, Jayden (11), Mike (11), Mees (11) en Gijs (11) maakten op donderdag 17 oktober een grote knikkerbaan. TEKST: SUZANNE HUIG
Een steile start
‘Jullie mogen meubels, tape en buizen van schuimplastic gebruiken. In de knikkerbaan moet op zijn minst 1 looping zitten’, zegt juf Diana.
‘We buigen van de buizen een looping. De looping mag niet te hoog zijn. De knikker haalt de hoogte dan niet en valt uit de knikkerbaan’, zegt Mees. De jongens laten een aantal knikkers door de baan rollen. Ze maken de looping steeds iets kleiner.
‘Een knikker heeft veel snelheid nodig om een looping te kunnen maken’, zegt Ryan. Mike: ‘We beginnen onze knikkerbaan daarom met een lang, steil stuk dat naar beneden gaat. De knikker kan in het begin dan veel snelheid maken.’ De jongens zetten een stoel op een tafel. ‘We maken het begin van de knikkerbaan vast aan de stoelleuning’, zegt Gijs.
Een goede looping
‘We plakken de verschillende buizen pas aan elkaar vast als een knikker goed door de looping gaat’, zegt Ryan.
Goed plakken
‘We moeten ervoor zorgen dat er zo min mogelijk tape op de baan zit. De tape kan een knikker tegenhouden. De knikker verliest dan snelheid. We proberen daarom de meeste tape aan de onderkant van de baan te plakken’, legt Jayden uit. Mees: ‘Op sommige plekken kan de tape alleen op de baan worden geplakt. We zorgen dat daar geen bobbels of vouwen in de tape zitten, zodat de knikker er makkelijk overheen rolt.’
NOVEMBER 2O19
Een stoplicht zegt tegen de
anderen: ‘Kijk mij, ik word rood!’ Diana (10)
Tante Annie gaat naar de dokter. De dokter
vraagt: ‘Wat is uw probleem mevrouw?’ ‘Mijn man denkt dat hij onzichtbaar is’, zegt tante
Annie. De dokter antwoordt: ‘Neem hem maar mee naar het spreekuur dan.’ Zegt tante Annie: ‘Maar hij zit naast me!’ Gerard (9)
V H
T
N D S
L
S
T O R M
K
E
A
I
J
T
I
N
E
N
O R M
J
E
A S
K
K R Z
I
E
F
P
A R A P
L
U
K
S
E
A E
E
N K
D
T
O T
R
R N W R U O V
E
R
E
A S
K A
E
E
R
V O N U
K
A T
B G G N
E
E G W
C U
O
J
E
O
E
E T
E
L
T
E R N M E
I
I K
U H U M B A N O B
L
I
E R
E G
C
E
E
N D O
N
L
N W A R
K
R N M S
Z
E
N B
BEWOLKT BOMEN BOS DIEREN GROEN HERFST JACK KACHEL KLEUREN KOEKOEK NAJAAR NOVEMBER OKTOBER
PARAPLU REGEN SJAAL SPOREN STORM STRUIK TEMPERATUUR TINTEN TREKVOGEL TUIN WIND ZADEN
ANTWOORD (ÉÉN WOORD):
De ene ijsbeer zegt tegen de andere ijsbeer: ‘Ik wil graag naar Spanje op vakantie.’. ‘Hoezo, het is hier toch mooi?’, zegt de ander.
‘Ik wil graag
bruin worden!’, reageert de ene. Finn (10)
REGELS: DE WOORDEN VIND JE HORIZONTAAL, VERTICAAL EN DIAGONAAL. JE MAG LETTERS
MEERDERE KEREN GEBRUIKEN. ALS JE DE OVERGEBLEVEN LETTERS IN DE JUISTE VOLGORDE
ZET, KRIJG JE HET ANTWOORD. MAIL DIT ANTWOORD SAMEN MET JE VOORNAAM, LEEFTIJD EN HET TELEFOONNUMMER VAN JE OUDER(S) OF VERZORGER(S) (ZODAT WE CONTACT MET JE KUNNEN OPNEMEN ALS JE HEBT GEWONNEN) NAAR ANTWOORD@JONG010.NL. ALLEEN DE
WINNAAR KRIJGT BERICHT.
HET ANTWOORD VAN DE WOORDZOEKER VAN OKTOBER IS: KINDERBOEKENBAL. DE WINNAAR IS LIZA (8). GEFELICITEERD!
PUZZELCORNER.NL
Welk dier kan hoger springen dan de Eiffeltoren?
Elke dier, want de Eiffeltoren kan niet springen.
Fien (8)
Waarom gaat een boom nooit naar
Hoe herken je een
Hij snapt er geen hout van.
Hij heeft een lapje voor
Aiden (12)
domme piraat?
allebei zijn ogen.
school?
Connor (11)
Zoek de raketjes in de kinderkrant! Kun jij ze allemaal vinden? Vul hier het aantal in:
OPRICHTER: ANGELIQUE VAN TILBURG
JONG010 - NOVEMBER 2019 JAARGANG 10 - EDITIE 3 OPLAGE: 38.000 KRANTEN
HOOFDREDACTEUR: SUZANNE HUIG FOTOGRAFEN: JOHANNES ODÉ, PETER SNATERSE, ARJEN JAN STADA VORMGEVING: MARCEL VAN DEN ASSEM REDACTIEMEDEWERKER: SASJA HOF AAN DEZE EDITIE WERKTEN MEE: PUZZELCORNER, RICHARD VAN DER VEN
HEB JIJ EEN TIP VOOR JONG010? REDACTIE@JONG010.NL
NOVEMBER 2O19
is geld voor jou belangrijk? ‘Ik vind geld niet heel erg belangrijk. Het is fijn om geld te hebben om bijvoorbeeld eten en drinken te kopen. Maar geld maakt mij niet gelukkig. Ik word gelukkig van mijn vrienden en familie.’
ROTTERDAM – Burgemeester Ahmed Aboutaleb hoort graag van de Rotterdammers wat zij van de stad vinden. Ook naar de mening en ervaring van basisschoolleerlingen is hij benieuwd. Is geld voor jou belangrijk? TEKST EN FOTO’S: SUZANNE HUIG
‘Koningin Maxima heeft in juni de tentoonstelling ‘Gek op geld’ in het Belasting en Douane Museum geopend. Je kunt op de tentoonstelling zien hoe mensen vroeger met hun geld omgingen en hoe mensen nu met geld omgaan. Spaargeld ging vroeger in een spaarpot. Mensen zetten hun spaargeld nu vaak op een bankrekening. Ik vind het heel belangrijk dat kinderen al vroeg leren omgaan met geld. Er zijn speciale lesprogramma’s voor scholen over geld. Is geld voor jou belangrijk?’
aafke (10) ‘Ik vind geld wel belangrijk. Voor mij zorgt geld ervoor dat ik dingen kan doen en kopen die mij gelukkig maken. Ik heb bijvoorbeeld geld nodig om naar het zwembad te kunnen of om op vakantie te kunnen.’
Ahmed Aboutaleb. FOTO: GEMEENTE ROTTERDAM / MARC NOLTE
‘Geld is voor mij belangrijk. Zonder geld kun je geen woning, kleding, eten en drinken betalen. Ik wil wel een woning, kleding, eten en drinken hebben. Ik heb dus geld nodig.’
eva (10)
‘Mijn moeder betaalt nu alles voor mij. Ik hoef daarom nog niet na te denken over geld. Geld is nu voor mij daarom niet belangrijk. Ik vind geld wel belangrijk als ik zelf dingen moet gaan betalen.’
veerle (10) Is geld voor jou belangrijk?
bilal (11)
‘Ik vind dat geld pas belangrijk is als je 18 jaar bent. Ik denk dat je vanaf je achttiende zelf je huis, belasting, eten en drinken moet betalen. Je hebt dan dus geld nodig om ervoor te zorgen dat je geen schulden krijgt.’
‘Ik vind geld heel belangrijk. Ik heb bijvoorbeeld geld nodig om PlayStationspelletjes te kunnen kopen. Ik zou het heel erg vinden als ik iets niet kan kopen terwijl ik het graag wil hebben.’
dewi (10) ‘Iedereen heeft geld nodig om een huis, kleding, eten, drinken en schoolspullen te kunnen betalen. Je kunt niet goed leven zonder geld. Ik vind geld daarom voor iedereen belangrijk.’
maartje (9)
‘Geld is voor mij niet belangrijk. Ik heb een huis en genoeg kleding, eten en drinken. Ik vind het niet belangrijk om geld te hebben om luxe dingen te kopen. Ik vind het belangrijker dat mijn familie gezond en gelukkig is.’
hajar (9)
Naam:
‘Geld is voor mij belangrijk. Ik heb geleerd dat geld gebruikt moet worden voor belangrijke dingen zoals een woning en eten. Als de belangrijke dingen zijn betaald, kun je van het overige geld leuke dingen doen. Ik heb geld nodig om leuke dingen te doen en speelgoed te kopen. Ik zou me vervelen als ik daar geen geld voor had.’
achraf (9)
NOVEMBER 2O19
FAALANGST VOOR REKENEN
ROTTERDAM – Ongeveer 1 op de 10 kinderen heeft last van faalangst. Kinderen die last hebben van faalangst zijn bang om te mislukken. Ze zijn bijvoorbeeld bang dat ze een slecht cijfer halen voor een toets of dat ze hun tekst vergeten tijdens een spreekbeurt. Faalangst kan ervoor zorgen dat kinderen buikpijn of hoofdpijn krijgen of niet meer naar school willen. TEKST: SUZANNE HUIG De training ‘Je bibbers de baas’ is een groepstraining van 10 bijeenkomsten. De deelnemers leren om hun faalangst te herkennen. Ze leren rustig te blijven als er iets gebeurt dat ze spannend vinden. Cedrique (10) en Tessa (9) volgden de training.
ROTTERDAM – Cedrique heeft faalangst voor rekenen. ‘Ik heb het gevoel dat ik niet kan rekenen. Als ik op school reken, denk ik dat alle opdrachten te moeilijk voor mij zijn’, vertelt Cedrique. TEKST: SUZANNE HUIG
Heb jij last van faalangst? Mail voor meer informatie naar N.ANEMAAT@AVANTSANARE.NL
‘Als ik een som maakte, dacht ik altijd dat ik het niet kon. Die gedachte maakte mij bang en boos. Ik ging me daardoor vervelend gedragen. Ik werd boos in de klas en wilde mijn opdrachten niet maken. Ik was ook vaak verdrietig tijdens de rekenlessen op school. Mijn juf en meester ontdekten door mijn woede en verdriet dat ik faalangst heb’, vertelt Cedrique.
Positieve gedachten
Cedrique voetbalt graag in zijn vrije tijd. FOTO'S: ARJAN JAN STADA
‘Ik heb tijdens de training geleerd om met mijn angst om te gaan. Ik heb geleerd om mijzelf moed in te praten. Ik kan mijn negatieve gedachten veranderen in positieve gedachten. Als ik nu een som maak, bedenk ik me dat ik het kan. Ik zeg dan tegen mezelf: ‘Geloof in jezelf en probeer het. Je kunt hulp vragen aan de juf of meester als het niet lukt.’. Ik voel me zelfverzekerd en rustig doordat ik dat zeg. Ik haal nu betere cijfers voor rekenen, dat voelt goed’, vertelt Cedrique.
TESSA WIL GRAAG DE BESTE ZIJN
ROTTERDAM – Tessa heeft faalangst. ‘Ik wil graag altijd de beste zijn. Ik vind het erg als ik op school een cijfer onder de 10 haal. Ik heb dan het gevoel dat ik niet goed genoeg mijn best heb gedaan’, legt Tessa uit. TEKST EN FOTO’S: SUZANNE HUIG
‘Mijn faalangst is ontstaan nadat ik een jaar ben blijven zitten op school. Ik was heel bang dat ik het jaar daarna weer zou blijven zitten. Ik wilde daarom extra goed mijn best doen. Ik was zenuwachtig als ik opdrachten moest maken in de klas. Ik werkte door de zenuwen niet zo netjes. Ik schreef daardoor soms het verkeerde antwoord op terwijl ik het goede antwoord wel wist’, vertelt Tessa.
Goed in- en uitademen
Tessa: ‘Ik heb bij de cursus geleerd om met mijn faalangst om te gaan. Ik heb geleerd om goed door mijn neus in te ademen en door mijn mond uit te ademen als ik mijn angst voel opkomen. Ik word daardoor rustig en ga niet huilen.’
Minder onzeker
Tessa speelt graag met haar hond Luna.
‘Ik was heel onzeker door mijn faalangst. Als iemand zei dat ik niet mee mocht spelen, werd ik verdrietig of boos. Ik dacht dan dat ik niet leuk genoeg was. Als iemand nu zegt dat ik niet mee mag doen, speel ik met iemand anders. Ik bedenk me dan dat er genoeg kinderen zijn die wel met mij willen spelen’, zegt Tessa.
‘Ik heb veel geleerd van de opdrachten uit het boekje’, zegt Tessa.
NOVEMBER 2O19
ROTTERDAM – Emmily (9) heeft de Ziekte van Alexander. ‘De Ziekte van Alexander is een ziekte waarbij de cellen in je hoofd beschadigen. De beschadigde cellen zorgen ervoor dat ik minder goed beweeg en minder goed eet dan andere kinderen’, vertelt Emmily. TEKST EN FOTO’S: SUZANNE HUIG
‘Ik voelde me vaak niet lekker en at niet goed. Dokters hebben toen een soort foto van mijn hersenen gemaakt. Op die foto was te zien dat ik de Ziekte van Alexander heb’, legt Emmily uit.
Zeldzaam
Emmily: ‘Het is een heel zeldzame ziekte. Maar 10 kinderen in Nederland hebben de ziekte. Ik vind dat vervelend. Dokters en verzorgers hebben daardoor niet veel ervaring met de ziekte. Ze weten daarom ook minder goed hoe ze met mij om moeten gaan. Ik ga iedere maand naar een dokter. Hij houdt mij goed in de gaten.’
Moeite met bewegen
‘Mijn hersenen kunnen mijn spieren niet meer zo goed aansturen. Ik heb daardoor moeite met bewegen. Mijn spieren worden stijf. Ik kan daardoor niet buitenspelen. Ik zou heel vaak vallen als ik toch buiten zou spelen. Dat is gevaarlijk. Ik ga daarom altijd in mijn rolstoel naar buiten. Ik kan vanuit mijn rolstoel bijvoorbeeld met iemand overgooien met een bal. Ik vind het jammer dat ik niet kan lopen en rennen zoals anderen’, vertelt Emmily.
‘De sondevoeding is een fles met bruine vloeistof. Ik vind het er niet zo lekker uitzien. Ik stop de fles daarom in een rugzak’, zegt Emmily.
Een school voor zieke kinderen
Emmily: ‘Ik zit op de speciaal onderwijsschool Openluchtschool de Recon. Dat is een school voor kinderen die ziek zijn. Een zuster helpt mij op school met mijn sondevoeding. Op mijn school is er
Emmily in de slaapzaal op school.
Emmily
Voeding zonder te proeven
‘Het is voor mij heel moeilijk om te eten. De beschadigde stofjes in mijn lichaam zorgen ervoor dat mijn lichaam niet wil eten. Ik voel me boos als ik moet eten. Ik wil al het eten dat in mijn mond komt, uitspugen. Eten zorgt ervoor dat je groeit en energie hebt. Het is daarom heel belangrijk dat mijn lichaam eten binnenkrijgt. Ik krijg daarom 5 keer per dag sondevoeding. Sondevoeding is vloeibaar eten dat via een slangetje naar mijn maag gaat. Ik proef niets van de voeding’, legt Emmily uit. een rustruimte waar bedden staan. Ik ga iedere schooldag tussen de middag een uurtje slapen in die ruimte. Ik ben anders te moe om mijn lessen te volgen. Ik vind het fijn dat ik naar school kan doordat er rekening met mij wordt gehouden.’
Fonds Kind en Handicap helpt kinderen en jongeren met een handicap of chronische ziekte. Een handicap is een beperking waardoor je sommige dingen niet zo goed kunt. Een chronische ziekte is een ziekte die minimaal 3 maanden duurt, steeds terugkomt of niet genezen kan worden. De organisatie geeft bijvoorbeeld geld om onderzoek te doen, voorlichting te geven of hulpmiddelen te kopen.
NOVEMBER 2O19 INSPECTEUR
Iemand die dingen controleert.
AANMEREN
Een schip aan de voor- en achterkant met touwen aan de kade vastmaken.
FEIJENOORD – De Rotterdamse haven is één van de grootste havens ter wereld. Met het project Port Rangers kunnen basisschoolleerlingen van alles leren over de haven. De leerlingen van groep 7 van De Theresiaschool kregen op 17 oktober les van Erik. Erik is inspecteur bij Havenbedrijf Rotterdam.
Brand op een schip
TEKST: SUZANNE HUIG
Erik: ‘Voordat een schip in de Rotterdamse haven mag varen, moet het aanmeren bij een kade. Inspecteurs gaan dan aan boord van het schip. De inspecteurs kijken of alles aan boord veilig is. Als de informatie over de goederen aan boord niet klopt, kan een inspecteur een bekeuring geven aan de kapitein.’ Katrina (10): ‘Ik vind het belangrijk dat schepen goed worden gecontroleerd. Door de controles worden ongelukken voorkomen.’
Erik vertelt over zijn beroep als inspecteur. FOTO’S: ARJEN JAN STADA
Gevaarlijke stoffen
‘Sommige schepen moeten gevaarlijke stoffen vervoeren omdat mensen en bedrijven die stoffen nodig hebben. We hebben bijvoorbeeld benzine en diesel nodig om auto’s te kunnen laten rijden. Het is belangrijk dat gevaarlijke stoffen veilig worden vervoerd’, vertelt Mia (10). ‘Inspecteurs controleren of gevaarlijke stoffen niet lekken aan boord. Ze bellen een speciale afdeling van de haven als ze twijfelen of een container veilig is. Die afdeling komt de container dan openmaken’, legt Erik uit.
‘Soms veroorzaakt een gevaarlijke stof brand op een schip. De brandweer komt dan om de brand te blussen. Een inspecteur komt aan boord advies geven om de situatie zo veilig mogelijk te houden. Een inspecteur vertelt bijvoorbeeld aan de bemanningsleden van het schip waar ze naartoe moeten gaan’, vertelt Myrenzo (10).
Brandwerend pak
De leerlingen mogen de speciale helm van Erik even passen.
GENERATION
DISCOVER
‘Als ik naar een brand ga, draag ik een brandwerend pak en een speciale helm. Ik kan daardoor veilig dicht bij de brand komen. Ik heb een zuurstoffles op mijn rug. De zuurstoffles zorgt ervoor dat ik veilig kan ademen als er veel rook of een giftige stof is’, vertelt Erik. Destiny (9): ‘Het pak en de helm vliegen niet in brand als er vlammen tegenaan komen. Dat is belangrijk. Ik vind het heel knap dat Erik een schip op durft te gaan als er brand is.’
NOVEMBER 2O19
Amir: ‘Ik hoor vaak dat het niet goed is om veel te gamen of veel te internetten. Waarom is dat niet goed voor je? En hoe lang mag je wel gamen of internetten per dag?’
Hallo Amir, Gamen en internetten zijn niet alleen maar slecht voor
je. Je kunt er ook veel van leren. Je kunt via het internet
bijvoorbeeld leerzame spelletjes spelen, informatie lezen of
filmpjes bekijken. Je leert door te gamen bijvoorbeeld samen te werken en keuzes te maken. Veel kinderen worden door
te gamen ook beter in Engels doordat veel games Engelstalig zijn.
Niet goed voor je lichaam
Je beweegt niet zoveel als je achter een beeldscherm zit om te gamen of iets op te zoeken op internet. Bewegen is juist goed voor je lichaam. Het is daarom belangrijk dat je tijd maakt om te sporten of met vrienden buiten te spelen.
ILLUSTRATIE: COPAL EN CONSORTEN
Gamen en internetten zijn ook niet zo goed voor je omdat
je meestal voorover gebogen zit als je naar een beeldscherm kijkt. Je kunt door die houding een kromme nek krijgen.
ROTTERDAM – Marieke van het Centrum voor Jeugd en Gezin reageert iedere maand in Jong010 op een vraag of probleem van een leerling of klas. Ze beantwoordt deze maand de vraag van Amir (9). TEKST: SUZANNE HUIG
Kinderen die veel gamen, kunnen ook slechte ogen krijgen door het felle licht van een beeldscherm.
2 uur naar een beeldscherm kijken
Marieke beantwoordt ingestuurde brieven. FOTO: SUZANNE HUIG
Ik vind het heel goed van je dat je erover nadenkt hoe lang je
per dag kunt gamen of internetten. Kinderen van jouw leeftijd, 9 jaar, mogen ongeveer 2 uur per dag naar een beeldscherm
Heb jij een vraag aan Marieke of zit je ergens mee? Stuur een mail naar REDACTIE@JONG010.NL of stuur een brief naar Jong010, Overschieseweg 10G, 3044 EE Rotterdam.
kijken. Je kijkt naar een beeldscherm als je gamet of internet, maar ook als je televisiekijkt. Groetjes,
DIT ARTIKEL IS GEMAAKT IN SAMENWERKING MET
Marieke
ROTTERDAM – Alle kinderen hebben rechten. Kinderrechten zijn afspraken over hoe iedereen met kinderen moet omgaan. Stans is de Rotterdamse kinderombudsman. De kinderombudsman controleert of iedereen in Rotterdam zich aan de kinderrechten houdt en ze respecteert. De leerlingen van groep 7 van basisschool Dakpark praatten met Stans over kindermishandeling. TEKST: SUZANNE HUIG
‘Eén van de kinderrechten is dat ieder kind moet worden beschermd tegen mishandeling en verwaarlozing’, vertelt Stans. ‘Als je geslagen of geschopt wordt, is dat lichamelijke mishandeling. Als je ouders of verzorgers je uitschelden of zeggen dat je niets goed doet, noem je dat geestelijke mishandeling’, zegt Seline (10). Lina (10): ‘Sommige kinderen worden verwaarloosd. Je wordt bijvoorbeeld verwaarloosd als je ouders of verzorgers je lange tijd geen aandacht geven of niet goed voor je zorgen.’
Groep 7 met Stans en hun leraar. FOTO: PETER SNATERSE
Je kunt van 09:00 uur tot 16:00 uur gratis bellen naar 0800 2345 111
Kinderen beschermen tegen geweld
‘Bijvoorbeeld ouders, verzorgers, meesters en juffen moeten ervoor zorgen dat kinderen worden beschermd tegen geweld. Dat betekent ook dat zij zelf geen geweld mogen gebruiken tegen kinderen’, zegt Alfie (12). Aouiss (10): ‘Sommige ouders of verzorgers kunnen niet goed voor hun kind zorgen. Dat kan bijvoorbeeld komen doordat ze problemen hebben. Ik vind het belangrijk dat die ouders of verzorgers hulp krijgen.’ Erasmo (11): ‘Ze kunnen bijvoorbeeld therapie krijgen om te stoppen met het mishandelen van een kind.’
Je kunt een WhatsApp-bericht sturen naar 06-58073580
Of kom naar het spreekuur van de kinderombudsman.
Hulp van de kinderombudsman
Stans: ‘In Nederland worden ieder jaar ongeveer 120.000 kinderen mishandeld of verwaarloosd. Om deze kinderen te helpen, is het belangrijk dat iemand weet dat ze worden mishandeld. Het is daarom belangrijk dat kinderen leren dat ze over moeilijke dingen kunnen praten met iemand die ze vertrouwen. Een kind dat thuis wordt mishandeld, kan hulp vragen aan mij.’ Ismail (10): ‘Stans bekijkt met het kind wie er kan helpen om de mishandeling te stoppen.’ Adesh (10): ‘Stans kan bijvoorbeeld een hulpverlener vragen om de ouders of verzorgers te helpen.’
Kijk voor meer informatie op WWW.KINDEROMBUDSMANROTTERDAM.NL
NOVEMBER 2O19
IJSSELMONDE – De leerlingen van groep 6a van basisschool Steven Stemerding gaan iedere week naar hun schooltuin bij kinderboerderij De Kooi. ‘Iedere leerling heeft een eigen tuintje. In die tuin kweken we groenten om mee naar huis te nemen’, zegt Leandra (9). ‘We hebben met elkaar ook een klassentuin. We maken van die groenten gerechten met elkaar’, vertelt Brent (9). Op 25 september maakten de leerlingen pizza van de groenten uit de klassentuin. TEKST EN FOTO’S: SUZANNE HUIG Dewi (9): ‘We hebben voor de zomervakantie verschillende zaadjes in onze klassentuin geplant. We hebben de zaadjes laten uitkomen door ze water te geven.’ ‘We hebben ook het onkruid rondom de zaadjes weggehaald. Het onkruid zou anders het voedsel voor onze zaadjes opeten’, legt Brent uit.
Danny en Brent snijden de uien. Pizzabodems versieren
De leerlingen hebben paprika’s, champignons, tomaten, maïs, uien, bonen, rode bieten, winterpenen, komkommers, kroppen sla en courgettes uit hun klassentuin geoogst. ‘We maken met heel de klas 6 pizza’s. Iedere leerling krijgt 1 pizzastuk. Wij mogen ons eigen stuk pizzabodem bestrooien met groenten’, zegt Danny (9). ‘Ik doe op mijn stuk paprika, champignons en sla. Ik strooi als laatst een beetje kaas over mijn pizzastuk’, zegt Sabrina (9). Ebrar (9): ‘Ik strooi maïs, winterpeen, komkommer, tomaat en sla over mijn pizzastuk.’
CHARLOIS – De leerlingen uit de plusklas van de Wilhelminaschool gaan iedere dinsdag met elkaar op onderzoek uit. Op dinsdag 15 oktober onderzochten de leerlingen verschillende grondsoorten. TEKST EN FOTO’S: SUZANNE HUIG Emma (11): ‘Juf Esther heeft op verschillende plekken in Nederland grond verzameld. Ze heeft iedere grondsoort in een ander potje bewaard. Wij onderzoeken de grond.’
Leandra en Dewi verzamelen alle groenten voor op de pizza’s. Verse groenten
‘De pizza’s gaan 7 minuten in een pan die we op een kookplaat zetten. De groenten worden zo gaar en de kaas smelt’, zegt Leandra. Danny: ‘Ik vind de groenten die wij hebben gekweekt lekkerder smaken dan groenten uit de supermarkt. Onze groenten smaken verser. Dat komt omdat onze groenten niet bespoten zijn. We eten de groenten die van het land komen gelijk op.’
Vergroten met een microscoop
De jongens maken een preparaat dat onder de lens van de microscoop wordt gelegd.
Lucas (10) en Niels (9) bekijken de grondsoorten onder de microscoop. ’Met een microscoop kun je heel kleine dingen vergroten. We kunnen daardoor zien wat normaal te klein is om te kunnen zien’, vertelt Niels. Lucas: ‘We leggen een beetje aarde tussen 2 dunne glazen plaatjes. Die plaatjes met de aarde ertussen noem je een preparaat. We leggen het preparaat onder de lens van de microscoop.’ Niels: ‘De lens vergroot wat er tussen de glazen plaatjes zit. Ik zie klontjes in de aarde zitten. Ik zie ook heel kleine beestjes in de aarde.’ ‘We zien via de microscoop dat zand uit veel kleinere korrels bestaat dan aarde’, zegt Lucas.
De zuurgraad onderzoeken
De meiden bekijken een potje met grond.
Emma, Sena (9) en Shashwita (9) onderzoeken hoe zuur de verschillende grondsoorten zijn. ‘We leggen rode kool in een bakje met water. We halen de rode kool er na 10 minuten weer uit. Het water is paars gekleurd door de kool’, vertelt Emma. Shashwita: ‘We doen een handje van een grondsoort in het bakje met water. Als het water donkerder van kleur wordt, is de grond heel zuur. Als het water lichter van kleur wordt, is de grond niet zuur.’ Sena: ‘Hoe zuur de grond is, bepaalt wat er in de grond kan leven en groeien. De meeste planten vinden een te zure grond niet fijn.’
Lucas en Niels bekijken samen de grond door de microscoop.
NOVEMBER 2O19
Robert Doornbos was tot en met 2011 professioneel autocoureur. Hij werd in 2006 de eerste Rotterdammer die meereed in de Formule 1. Hij heeft verschillende internationale wedstrijden gewonnen en behoorde tot de topracers van de wereld.
Plezier, tijd en energie
Robert: ‘Ik was 17 jaar toen ik een keer ging kijken bij een Formule 1-wedstrijd. Ik vond de wedstrijd zo leuk dat ik besloot om zelf te gaan racen. Ik vind het belangrijk dat kinderen hun dromen achterna gaan. Als je wilt gaan racen, kijk dan of je het echt leuk vindt. Als je ergens heel goed in wilt worden, moet je er heel veel tijd en energie in stoppen. Het lukt alleen om ergens veel tijd in te stoppen als je er heel veel plezier in hebt. Je kunt natuurlijk oefenen door rondjes te rijden op een circuit. Maar je kunt ook thuis oefenen door racegames te spelen op de computer of PlayStation.’
ROTTERDAM – Op zondag 13 oktober konden honderden kinderen zelf ervaren hoe het is om te racen tijdens de Robert Doornbos Grand Prix in Rotterdam Ahoy. TEKST: SUZANNE HUIG / FOTO: ARJEN JAN STADA
ROTTERDAM – In een trapauto een echt parcours rijden. Of in een speciale racestoel racen. Tijdens de Robert Doornbos Grand Prix konden kinderen op verschillende manieren ervaren hoe het is om autocoureur te zijn. TEKST: SUZANNE HUIG / FOTO’S: ARJEN JAN STADA
Joumana (9), Anthony (9) en Dean (7) staan klaar om op hun trapauto te stappen. ‘Ik vind het leuk om heel hard over een parcours te rijden. Het is belangrijk om tijdens de wedstrijd tegen niemand aan te botsen. Je verliest tijdens een botsing veel snelheid, dat kost tijd’, zegt Anthony.
AUTOCOUREUR
Iemand die meedoet met autoraces.
CIRCUIT
De bochten
Joumana, Anthony en Dean willen zo snel mogelijk het parcours rijden. ‘Mijn tactiek is om in de bochten te remmen. Ik weet dan zeker dat ik niet uit een bocht vlieg’, zegt Joumana. Dean: ‘Mijn tactiek is juist om in de bochten mijn tegenstanders in te halen. De meeste racers remmen in de bochten. Ik probeer in de bochten niet te remmen, zodat ik in kan halen.’ Anthony vindt de bochten lastig. ‘Het is belangrijk om op tijd een bocht in te sturen zodat je niet uit de bocht vliegt. Ik vind het moeilijk om precies op het goede moment te sturen’, zegt Anthony.
Een racebaan.
TACTIEK
Een manier om ervoor te zorgen dat je je doel bereikt.
Autocoureur worden
Dean is fan van Max Verstappen. ‘Max Verstappen is een Nederlandse Formule 1-coureur. Ik kijk op televisie vaak naar zijn wedstrijden. Ik let dan goed op hoe hij door de bochten gaat. Ik vind het heel knap dat hij zo hard durft te rijden. Het is mijn droom om ooit zo goed als Max Verstappen te worden.’ Milan (10) wil ook graag autocoureur worden. Milan: ‘Ik vind het harde geluid dat de automotoren maken heel mooi.’
Racegames
Bruce.
Bruce (9) racet in één van de racestoelen die langs het parcours staat. ‘Ik zit in een speciale racestoel. Ik kan gasgeven via een gaspedaal en sturen met een echt stuur. Ik zie mezelf op het scherm rijden. Ik heb het gevoel dat ik echt rijd. Ik speel thuis ook vaak racespelletjes op mijn PlayStation. Ik kan in de games dezelfde circuits rijden als echte autocoureurs. Ik vind dat heel stoer’, vertelt Bruce.
NOVEMBER 2O19
Op welke manier toon jij respect? ROTTERDAM – Het was van 4 tot en met 10 november de Week van Respect. Tijdens die week werd extra aandacht gevraagd voor respect. Ga jij respectvol met mensen om? Zo ja, op welke manier toon jij respect?
‘Ik toon respect voor mensen door hen niet te beledigen of buiten te sluiten. Ik vind het belangrijk dat iedereen zich fijn voelt en mensen geen ruzie maken met elkaar. Iedereen is anders, maar ik behandel iedereen gelijk.’
‘Ik toon respect door aardig te zijn tegen mensen. Ik help mensen en schreeuw tegen niemand. Ik kom op voor mensen die gepest of gediscrimineerd worden. Ik denk dat mensen respect voor mij tonen als ze zien dat ik aardig ben.’
Yasmine (9)
TEKST EN FOTO’S: SUZANNE HUIG
Sunaina (9)
‘Ik vind dat iedereen het verdient om gerespecteerd en gewaardeerd te worden. Ik laat zien dat ik respect voor iemand heb door hem of haar zijn verhaal te laten vertellen en ernaar te luisteren.’
‘Ik voel me niet gerespecteerd als mensen bevelen aan mij geven. Ik krijg dan het gevoel dat iemand de baas over mij is. Ik laat daarom zelf zien dat ik respect voor iemand heb door vragen te stellen en geen bevelen te geven. Ik zeg bijvoorbeeld altijd ‘wil je’ of ‘kun je’ in plaats van ‘doe dit’.’
Milano (9)
Alae (10)
Lilianna (9)
Shainemory (9)
‘Ik toon respect voor mensen door rekening met hen te houden. Ik houd mij op school bijvoorbeeld aan de regels van de juffen en meesters. Ik houd mij op straat aan de buurtregels. Ik gooi geen afval op straat en maak geen spullen van anderen kapot.’
Op welke manier toon jij respect?
Wie heeft in juni de tentoonstelling ‘Gek op geld’ geopend?
‘Ik heb respect voor mijn klasgenoten, familie, juffen, meesters en buurtgenoten. Ik laat zien dat ik respect voor hen heb door interesse in hen te tonen. Ik zeg hen bijvoorbeeld dagelijks gedag en vraag hoe het met hen gaat.’
Wat heeft Erik op zijn rug als hij naar een brand gaat? PAGINA 6
Hoe heet iemand die meedoet met autoraces? PAGINA 9
PAGINA 3
Waar heeft ongeveer 1 op de 10 kinderen last van? PAGINA 4 Welke zeldzame ziekte heeft Emmily? PAGINA 5 De letters in de gele balk vormen het antwoord. Mail dit antwoord, samen met je voornaam, leeftijd en het telefoonnummer van je ouder(s) of verzorger(s), naar ANTWOORD@JONG010.NL We verloten het speelkleed onder de goede inzendingen. Alleen de winnaar krijgt bericht.
Het antwoord van de puzzel van oktober is: NATUURFEEST. De winnaar is Sami (10).
Hoe heet het fonds dat kinderen en jongeren helpt met een handicap of chronische ziekte? PAGINA 5
Waar praten de leerlingen van groep 7 met Stans over? PAGINA 7
Wat kweken de leerlingen van groep 6a in hun klassentuin?
Welke stoffen zorgen ervoor dat je lichaam sneller beter wordt als je gewond bent? PAGINA 11
PAGINA 8
Lucas en Niels leggen wat aarde tussen 2 dunne glazen plaatjes. Hoe noem je die plaatjes met aarde ertussen?
Waarin hangen de leerlingen de vleermuiskasten? PAGINA 12
PAGINA 8 Wil je meer puzzelen? Neem een kijkje op PUZZELCORNER.NL
NOVEMBER 2O19
FEIJENOORD – Cicely (10) danst dankzij het Jeugdfonds Cultuur Rotterdam. Ze volgt dansles in de stijlen hiphop, streetdance en afro bij Got2Groove DanceCentre Katendrecht. TEKST: ANGELIQUE VAN TILBURG
‘Een vriendin van mij zat op dansles. Ik vroeg aan haar of ik een keer mee mocht voor een proefles. Dat is 2 jaar geleden. Ik vond het zo leuk dat ik nu nog steeds op dansles zit. Het is heel makkelijk voor mij om naar dansles te gaan, omdat Got2Groove een locatie heeft op mijn basisschool De Schalm.’
Vrij en losjes
‘Ik voel me vrij en losjes als ik dans. Ik doe aan het begin van een dans mijn ogen dicht. Ik bereid me dan voor. Ik voel de energie komen als ik mijn ogen open. Ik gebruik die energie om goed te dansen. Ik ben mijn energie kwijt en voel me rustig na het dansen.’
‘Dansjuf Anisha zegt altijd: ‘Ik kan het niet, bestaat niet in mijn les. Je kan het nog niet. Je gaat de pasjes steeds beter begrijpen als je een dans vaker doet. Je oefent gewoon net zolang tot je het kan.’ Ik vind het fijn dat ze geduld heeft als een pasje niet lukt. Ze legt dan uit hoe je het pasje moet uitvoeren.’
Lois: ‘Ik doe een handje cashewnoten bij de kip in de pan als de kip gaar is. Ik bak de noten en kip nog 1 minuut.’
FOTO'S: PETER SNATERSE
JEUGDFONDS CULTUUR ROTTERDAM
Niet perfect
‘Soms lukken de danspasjes goed. Soms lukken ze helemaal niet. Ik vind dat niet erg. Ik vind het genoeg als een pasje soms lukt. Niemand is perfect en mijn danspasjes hoeven ook niet perfect te zijn. Ik dans vooral voor de lol. En als je vaak danst, gaat het vanzelf steeds een stukje beter.’
ROTTERDAM – In eten en drinken zitten verschillende stoffen die goed voor je zijn. Deze stoffen helpen je om te groeien, om gezond te blijven of om energie te krijgen. Eiwitten zijn een belangrijke bouwstof voor je lichaam. Je spieren, huid, bloed, botten en organen zijn bijvoorbeeld gebouwd met eiwitten. Eiwitten zorgen ervoor dat je lichaam sneller beter wordt als je gewond bent. Eiwitten kunnen ook als brandstof door je lichaam worden gebruikt. Ze geven je lichaam dan energie. Shae-Lynn (8) en Lois (8) maken rijst met kip, cashewnoten en sla. TEKST EN FOTO’S: SUZANNE HUIG
‘We zetten een pan met 1 liter water op de kookplaat. We zetten de plaat op de één na hoogste stand. Het water kookt als we bubbeltjes in het water zien. De rijst kan dan de pan in’, zegt Shae-Lynn.
‘Ik krijg door te dansen ook een betere conditie. Dansen is eigenlijk ook een beetje sporten.’
Kan niet bestaat niet
Shae-Lynn: ‘We laten de rijst 8 minuten koken. We halen de pan daarna van de plaat af. We gieten de rijst af. We laten de rijst nog 15 minuten staan met de deksel op de pan.’
‘We spoelen een komkommer een een paar tomaten af onder de kraan. We snijden ze daarna in stukjes’, zegt Lois. Shae-Lynn: ‘We leggen op het bord een handje sla en de gesneden komkommer en tomaten.’
Wil jij dansen, muziek maken, toneelspelen of
zingen, en is er thuis geen geld voor lessen? Kijk dan met je ouder(s), verzorger(s) of leerkracht op WWW.JEUGDFONDSSPORTENCULTUUR.NL
Of vraag of er bij jou op school een contactpersoon is van het Jeugdfonds Cultuur Rotterdam.
Shae-Lynn: ‘Snijd de kip in stukjes. Het is belangrijk om je handen daarna heel goed te wassen. Je kunt ziek worden als je rauwe kip in je mond krijgt.’
‘Ik doe een paar druppeltje olie in een koekenpan. Ik bak daarna de kip in de pan. De kip is gaar als ze niet meer rozig van kleur is’, zegt Lois.
Shae-Lynn: ‘We mengen de rijst, kip en cashewnoten door elkaar. Ons gerecht is klaar.’
NOVEMBER 2O19
GROENE SPEELPLEKKEN ROTTERDAM – De Gemeente Rotterdam vindt het belangrijk dat kinderen buiten spelen. De gemeente maakt daarom steeds meer speelplekken in de natuur. Tekst: Suzanne Huig
IJSSELMONDE – De gemeente Rotterdam wil een speelplek maken van het veld tussen de Beatrixschool en de Meester van Eijckschool. De gemeente heeft de leerlingen van de 2 scholen daarom gevraagd om hun droomspeelplek zelf te ontwerpen. De leerlingen maakten in groepjes tekeningen van hun plannen. Tekst: Suzanne Huig ‘Ik vind het heel goed dat de gemeente de hulp van kinderen heeft gevraagd. Kinderen weten het beste wat kinderen leuk vinden. Oudere mensen spelen niet buiten. Zij weten dus ook niet wat leuk is op een speelplek’, zegt Rafael (10).
De leerlingen bespreken hun wensen voor de speelplek. Boomhutten Sem (11): ‘Op veel plekken in de stad worden bomen weggehaald voor speelplekken of huizen. Ik vind het belangrijk dat we de bomen hier laten staan.’ Tim (10): ‘In de bomen kunnen boomhutten worden gebouwd.’
Een ontwerp voor de speelplek.
Een moestuin Ecenaz (11) vindt het leuk om te tuinieren. ‘Ik teken in mijn ontwerp daarom een moestuin bij de speelplek. In de moestuin
Foto’s: Suzanne Huig
kunnen schoolkinderen en buurtbewoners kruiden, groenten en bloemen kweken.’ Survivallen Nisrin (10): ‘Ik heb samen met klasgenoten een survivalparcours bedacht. Het lijkt mij leuk als op het terrein boomstammen liggen waarop je kunt balanceren. Misschien kan er ook een grote buis komen waar kinderen doorheen kunnen kruipen.’
IJSSELMONDE – De leerlingen van de Beatrixschool en de Meester van Eijckschool startten op 18 september met het aanleggen van de nieuwe speelplek tussen de scholen. De leerlingen verfden picknicktafels, legden een moestuin aan en timmerden vleermuiskasten. Ze noemen de nieuwe speelplek ‘De magische speeltuin’. Tekst: Suzanne Huig
Ryan (12), Joël (11), Amina (11) en Nisrine (10) helpen bij het aanleggen van de moestuin. Ryan plant een rabarberplant. Joël plant rozemarijn. ‘Het lijkt me leuk om met klasgenoten lekkere gerechten te maken van de kruiden en groenten die we planten’, zegt Joël. Amina en Nisrine planten een vijgenboom. ‘Aan de boom gaan vijgen groeien. Vijgen zijn lekkere vruchten die je kunt eten’, zegt Amina. Nisrine: ‘Ik vind het handig dat we straks fruit kunnen plukken als we hier aan het spelen zijn.’
Zou jij de gemeente willen helpen bij het ontwerpen van een speelplek in je buurt? Tekst en foto's: Suzanne Huig
Een zelfgemaakt vleermuizenkastje.
De picknicktafels worden geverfd. Foto’s: Peter Snaterse FLOORTJE (10): ‘Het lijkt mij heel leuk om de gemeente te helpen. Ik denk dat speelplekken veel leuker worden als ze door kinderen worden bedacht. Ik zou in alle bomen in de wijk bijvoorbeeld schommels maken.’
Picknicktafels verven De leerlingen verven de picknicktafels groen en bruin. ‘We verven de tafels zodat de speelplek kleurrijker wordt’, zegt Skyler (11). Filiz (11): ‘Ik ga hier denk ik vaak zitten om te kletsen met vriendinnen.’ Skyler: ‘In de zomer zijn dit fijne tafels om buiten huiswerk aan te maken.’
Vleermuiskasten Rondom het grasveld staan eikenbomen. ‘We willen niet dat er eikenprocessierupsen in de bomen gaan zitten. Mensen kunnen uitslag krijgen van de haartjes van die rupsen’, vertelt Ceyhun (11). ‘In de wijk vliegen vleermuizen. Vleermuizen eten eikenprocessierupsen. We timmeren daarom huisjes voor de vleermuizen. We hangen de huisjes in de eikenbomen. De vleermuizen die in onze huisjes gaan wonen, eten de rupsen in de buurt op. Wij hebben dan geen last van de rupsen’, legt Sidney (11) uit.
STYE (9): ‘Ik vind het belangrijk dat kinderen mogen meedenken over hun buurt. Ik denk dat kinderen daardoor beter met hun buurt om leren gaan. Ik zou speeltoestellen maken van oude producten. Je kunt bijvoorbeeld een klimtoestel bouwen van oude autobanden.’
Zou jij de gemeente willen helpen bij het ontwerpen van een speelplek in je buurt? Zo ja, waarom?