MAART 2o17 - jaargang 7 - editie 7
4
5
8
9
11
voorkom brand
hoogbegaafdheid
hulpdierverzorgers
sporten en spelen
met elkaar in gesprek
Tom (7): ‘Houd brandende kaarsen goed in de gaten.’
Jochem (9) en Evy (9) vertellen wat dat voor hen betekent.
Stallen uitmesten en dieren verzorgen op de boerderij.
Fitkids Dimitri (11), Febe (10) en Thijs (8) trainen en bewegen.
Femke (11): ‘Ik leer hier mijn eigen mening vormen.’
De leerlingen spelen een toneelstuk waarin een leerling het voor een gepeste leerling opneemt. Foto'S: Johannes Odé
ROZENBURG – Voel jij je veilig op school? De gemeente vindt het belangrijk dat leerlingen zich veilig voelen op school. De leerlingen van basisschool de Phoenix krijgen op school RVV-lessen. ‘Tijdens de lessen leren we over respect, vertrouwen en veiligheid’, zegt Mikail (11). Tekst: Suzanne Huig
‘Ik vind dat je respect toont als je je aan de regels houdt en rekening houdt met anderen’, zegt Pascal (11). Salman (12): ‘De leerlingen hebben met elkaar schoolregels opgesteld. Ik voel me daardoor veilig. In de schoolregels staat bijvoorbeeld dat je van elkaars spullen afblijft en niet onaardig tegen elkaar doet.’
Vertrouwen
Devon (11): ‘Helaas houdt niet iedereen zich aan de schoolregels. Er zijn eerder vervelende dingen gebeurd en spullen gestolen op school. Ik vertrouw daardoor niet alle leerlingen.’ ‘Ik vind dat je iedereen moet proberen te vertrouwen en het positieve in elkaar moet zien’, zegt Timo (11). ‘We zijn samen verantwoordelijk voor een goede sfeer op school’, zegt Harshit (13).
Netjes leren gedragen
Boaz (11): ‘We leren tijdens de RVV-lessen hoe we ons netjes kunnen gedragen.’ ‘We leren vriendelijk tegen elkaar te zijn en elkaar te respecteren. Ik voel me daardoor veilig en zelfverzekerd’, zegt
Deena (11). Pascal: ‘We praten bijvoorbeeld over de oorzaken van ruzies en over onze gevoelens. We kunnen daardoor beter rekening met elkaar houden en ruzies voorkomen.’
Toneelstukken spelen
‘We spelen tijdens de lessen soms toneelstukken. We ervaren dan hoe je je kunt voelen als iemand bijvoorbeeld iets van je steelt of je pest’, vertelt Mikail. Marvin (12): ‘Leerlingen kunnen zich daardoor heel rot voelen of niet meer naar school toe willen. Ik denk dat leerlingen hun gedrag aanpassen als ze weten wat de gevolgen kunnen zijn.’
dE rotterdamse kinderkrant MAART 2017
Mail JOUW MOP OF JOUW RAADSEL (samen met je voornaam en je leeftijd) naar
redactie@jong010.nl Jantje zit in bad als zijn moeder zegt: ‘Kom er maar snel uit en droog je af, anders krijg je kippenvel!’ Zegt Jantje: ‘Krijg ik dan ook veren?’ Ebrar (11)
Je loopt buiten op straat. Je hebt geen muts, pet of capuchon op je hoofd. Je hebt ook geen paraplu of iets anders boven je hoofd. Toch word je niet nat. Hoe is dat mogelijk?
Het regent niet.
Siham (10)
Een man woont op de 15e verdieping van een flatgebouw. Als het regent, gaat hij met de lift tot de 15e verdieping. Als de zon schijnt, neemt hij de lift tot de 9e verdieping. De rest loopt hij dan via de trap naar boven. Weet jij waarom?
V B G
N A V
A
O S D
S O
A
I
A A G
E
P
C W R
E
D D
J
V M V U S
H
E
D
Z N K
I
E
O R
T
G
E
E O N
I
E
H G A H
H
I
G
R H R D
Y
R S
E
I
V G
E
G
E
I
R
L
A G Z G N
I
D
E
O V N D
L
E
C N B D O
P
P A
E
P
I C
L
I
E
F
R R R
S
P
N H C
N
E
B G
I
A H
E
A
A
Z
I
E
K
T
E
A R
I
U M R V
E
E
A Q U
A O D P
AANDACHT AQUARIUM ASIEL
OPVOEDEN PAARD PAPEGAAI POES
BENCH BEWEGING BROKJES DIEREN GEDRAG
PUPS RIEM SCHILDPAD VACHT VEILIG
HOK HOND HYGIENE LIEF OPVANG
VERZORGER VOEDING VOGEL ZIEKTE
antwoord (1 woorD) :
K
regels: DE WOORDEN VIND JE HORIZONTAAL, VERTICAAL EN DIAGONAAL. Je mag letters meerdere keren gebruiken. Als je de overgebleven letters in de juiste volgorde zet krijg je het antwoord. Mail dIT WOORD samen met je voornaam, leeftijd en het telefoonnummer van je ouders of verzorgers (zodat we contact met je kunnen opnemen als je hebt gewonnen) naar antwoord@jong010.nl. Alleen de winnaarS krijgEN bericht.
HET ANTWOORD VAN DE WOORDZOEKER VAN FEBRUARI IS: VALENTIJNSDAG. DE WINNAAR IS JULIA (9).
De man is heel klein en hij kan niet bij het bovenste knopje van de 15e verdieping. Als hij op zijn tenen gaat staan, kan hij nog net bij het knopje van de 9e verdieping. Maar als het regent heeft hij een paraplu bij zich. Met de paraplu kan hij bij het knopje van de 15e verdieping.
Puzzelcorner.nl
Mary (12)
Jantje kijkt naar zijn moeder terwijl ze een schoonheidsmasker op haar gezicht smeert. ‘Waarom doe je dat mama?’, vraagt hij. ‘Om mezelf mooi te maken’, zegt zijn moeder. En ze veegt de crème weer van haar gezicht. ‘En nu dan?’, vraagt Jantje, ‘geef je het op?’ Imane (9)
Jong010 wordt mede mogelijk gemaakt door: Jong010 - MAART 2017 Jaargang 7 - Editie 7 Oplage: 40.000 kranten
Oprichter: Angelique van Tilburg hoofdredacteur: Suzanne Huig Fotografen: Arjen Jan Stada, Johannes Odé Vormgeving: Marcel van den Assem redactiemedewerker: sasja hof Aan deze editie werkten mee: Puzzelcorner, Richard van der Ven
dE rotterdamse kinderkrant MAART 2017
‘Ik vind dat een goede leraar goed met kinderen om moet kunnen gaan. Een goede leraar moet kinderen kunnen begrijpen. Mijn juf begrijpt mij. Ze houdt me goed in de gaten en vraagt vaak hoe het met mij gaat. Ik vind dat fijn.’
‘Ik vind dat een leraar actief moet zijn. Een goede leraar maakt uitstapjes met zijn of haar klas. Ik vind het leerzaam om bijvoorbeeld musea te bezoeken.’
‘Ik vind dat een leraar goed moet kunnen uitleggen. Als een leerling iets niet snapt, doet mijn juf de opdracht stap voor stap voor. Ik vind dat fijn.’
anas (10) zora (10)
‘Ik vind dat een leraar behulpzaam moet zijn. Een goede leraar geeft leerlingen bijvoorbeeld extra uitleg als ze iets moeilijk vinden. Ik vind het belangrijk dat een leraar kijkt naar de sterke en zwakke punten van iedere leerling.’
‘Ik vind dat een leraar streng moet kunnen zijn. Een juf of meester moet boos kunnen zijn en straf kunnen geven. Ik denk dat er chaos in een klas ontstaat als een leraar niet streng kan zijn.’
imran (10)
‘Ik vind dat een goede juf of meester fit moet zijn. Een fitte leraar is minder snel ziek. Ik vind het vervelend als mijn leraar ziek is. Ik leer vaak minder van een invaljuf dan van mijn eigen juf.’
nadir (11)
Ahmed Aboutaleb.
foto: gemeente rotterdam
NOORD – Burgemeester Ahmed Aboutaleb hoort graag van de Rotterdammers wat zij van de stad vinden. Ook naar de mening en ervaringen van basisschoolleerlingen is hij benieuwd. Welke eigenschap moet een goede leraar volgens jou hebben? ‘Ik heb leren rekenen en schrijven van mijn leraar op de lagere school. Hij heeft ook veel verteld over de wereld om ons heen. Ik ben daar toen van alles over gaan lezen’, vertelt Ahmed Aboutaleb.
‘Ik vind dat een goede leraar aardig moet zijn. Ik denk dat kinderen beter luisteren naar een aardige leraar. Het is daardoor gezelliger in de klas. Ik kan me beter concentreren en beter leren als het gezellig is in de klas.’
nikki (10)
Tekst en foto’s: Suzanne Huig
‘Ik vind dat een goede leraar slim moet zijn. Een goede leraar moet zonder boeken kunnen uitleggen. Ik vind dat leraren zelf ook alle toetsen moeten maken. Ik denk dat de kinderen slimmer worden als hun leraar slim is.’
mikail (11)
‘Ik vind het belangrijk dat een juf of meester veel geduld heeft. Ik denk dat je kinderen beter kunt helpen als je veel geduld hebt.’
tessaly (11) AMIEN (10)
‘Ik vind dat een leraar betrouwbaar moet zijn. Ik vind dat ik alles aan mijn leraar moet kunnen vertellen. Ik ga dan met een fijner gevoel naar school. Ik leer gemakkelijker als ik me fijn voel.’
Adam (10)
dE rotterdamse kinderkrant MAART 2017
ROTTERDAM – Waar ligt brand op de loer? Hoe voorkom je brand? En wat moet je doen als er toch iets fout gaat? De vader van Tom (7) is wachtcommandant bij de brandweer. Hij geeft leiding aan een ploeg van 15 brandweermannen. Tom en zijn vader laten de brandgevaren in een woonkamer zien. Tekst: Suzanne Huig / Foto’s: arjen jan stada
‘Veel mensen hebben kaarsen in hun woonkamer staan. Een brandende kaars kan brand veroorzaken. Als de kaars te dicht bij een gordijn staat, kan het gordijn bijvoorbeeld in brand vliegen. Zet kaarsen daarom in een stevige houder. Zorg dat de houder met kaars op een vlakke ondergrond en in het midden van een tafel staat’, vertelt Ron. ‘Je moet kaarsen goed in de gaten houden als ze branden. Blaas ze altijd uit als je weggaat. Wij hebben thuis nepkaarsen. In die kaarsen zit een batterij. Er brandt een lampje in plaats van een echte vlam. Nepkaarsen zijn daardoor veiliger dan echte kaarsen’, zegt Tom.
TOM
Stopcontacten en stekkerdozen
Tom: ‘Haal een stekker van een oplader altijd uit een stopcontact als je hem niet gebruikt.’
‘Stopcontacten en stekkerdozen kunnen brand veroorzaken. Sluit daarom nooit meerdere verlengsnoeren op elkaar aan. De bedrading kan oververhit raken waardoor er brand kan ontstaan’, legt Ron uit. ‘Opladers kunnen ook brand veroorzaken. Een oplader kan oververhit raken als hij in het stopcontact zit terwijl hij niet wordt gebruikt. De hitte kan brand veroorzaken. Je moet daarom altijd je oplader uit het stopcontact halen als je hem niet gebruikt’, zegt Tom. Tom zet een nepkaars aan. ‘Nepkaarsen zijn veiliger dan echte kaarsen.’
Een schone open haard en schoorsteen Ron: ‘Sommige mensen hebben een open haard in huis. Het is belangrijk om een open haard en schoorsteen schoon te maken. In een schoorsteen kunnen bijvoorbeeld vogelnesten zitten die in brand kunnen vliegen als je de open haard aansteekt.’ Tom: ‘Soms schieten vonkjes vanuit een open haard alle kanten op. Die vonkjes kunnen bijvoorbeeld brand veroorzaken op een kleed of kussen. Je kunt een schermpje voor een open haard zetten om vonkjes tegen te houden.’
Een koolmonoxidemelder Ron en Tom. ‘Ik wil later ook brandweerman worden. Het lijkt me spannend om branden te blussen’, zegt Tom.
‘Een cv-ketel verwarmt de radiatoren in huis. Als je cv-installatie niet goed werkt, kan er koolmonoxide vrijkomen. Dat is een giftig gas dat je niet kunt zien of kunt ruiken. Zorg ervoor dat je cv-ketel ieder jaar wordt gecontroleerd’, zegt Ron. Tom: ‘Hang een koolmonoxidemelder in de buurt van de cv-ketel. De melder gaat piepen zodra de gevaarlijke stof vrijkomt.’
Een zaklamp in iedere kamer ‘Je ziet weinig als er rook in huis is. Zorg er daarom voor dat in iedere kamer een zaklamp ligt. Met het licht van een zaklamp is de vluchtroute vaak makkelijker te vinden’, zegt Tom.
Tom bekijkt de koolmonoxidemelder.
ben jij goed voorbereid? TEST JE KENNIS! Kun jij alle vragen met één van de vragen met Staan bij jou thuis alle kaarsen veilig in een houder?
JA
NEE
ja beantwoorden? Dan ben je goed voorbereid voor als er brand uitbreekt. Beantwoord je nee? Kijk dan samen met je ouder(s) of verzorger(s) hoe je jullie huis veiliger kunt maken. Hangt er bij jou thuis een koolmonoxidemelder in de buurt van de cv-ketel?
JA
NEE
Heb je een open haard in huis? Zo ja, wordt de schoorsteen bij jou in huis ieder jaar geveegd?
JA
NEE
Ligt er in iedere kamer een zaklamp om de vluchtroute makkelijker te vinden?
JA
NEE
Haal jij alle stekkers van opladers uit het stopcontact als je ze niet gebruikt? En zit er maximaal één verlengsnoer in een stopcontact?
JA
NEE
dE rotterdamse kinderkrant MAART 2017
ROTTERDAM – Van 11 tot en met 19 maart was het de Week van de Hoogbegaafdheid. In Nederland zijn ongeveer 40.000 kinderen hoogbegaafd. Hoogbegaafd zijn betekent dat je hersenen heel goed werken. Hoogbegaafden denken vaak sneller dan andere mensen. Soms denken hoogbegaafden zo snel dat ze stapjes overslaan. Anderen kunnen ze daardoor soms niet goed volgen. Als je hoogbegaafd bent, betekent dat niet dat je overal de beste in bent. Sommige hoogbegaafden zijn goed in taal, anderen in rekenen of in dingen bedenken. Tekst: Suzanne Huig
KRALINGEN-CROOSWIJK – ‘Ik ben Jochem. Ik ben 9 jaar oud. Ik ben hoogbegaafd. Dat betekent voor mij dat ik wat makkelijker en sneller leer dan mijn leeftijdsgenoten. Het meeste schoolwerk is voor mij makkelijk, dat vind ik fijn. Maar omgaan met anderen is voor mij juist lastiger dan voor de meeste andere kinderen’, zegt Jochem. Tekst: Suzanne Huig
‘Ik heb tot en met vorig jaar in een gewone klas gezeten. Ik voelde me daar niet fijn. Ik voelde me anders dan mijn klasgenoten. Ik kreeg van mijn juf vaak moeilijker werk dan mijn klasgenoten. Veel van mijn klasgenoten vonden me daardoor raar.’
Anders denken
‘Ik denk op een andere manier dan de meeste kinderen. Mijn vorige klasgenoten begrepen mij vaak niet en ik hen niet. Ik vond het daardoor lastig om vrienden te maken en samen te werken.’
Speciale klassen
‘Mijn moeder merkte dat ik met tegenzin naar school ging en een beetje werd gepest. Ik voelde me steeds minder fijn. Mijn moeder heeft daarom samen met andere volwassenen de Athena-afdeling op de Talmaschool opgericht. Op de Athena-afdeling zitten klassen voor hoogbegaafde leerlingen. Ik zit sinds september in zo’n klas.’
Vrienden en samenwerken
‘Ik kan in mijn nieuwe klas echt mezelf zijn. Iedereen in mijn klas is hoogbegaafd. Ik voel me daardoor niet alleen en anders. Hoogbegaafde kinderen begrijpen mij beter dan andere kinderen. Ik heb daardoor meer vrienden. Ik kan nu ook beter samenwerken doordat mijn klasgenoten hetzelfde werktempo hebben als ik. Dat vind ik fijn.’
‘Ik vind het leuk om in mijn vrije tijd met LEGO te spelen. Ik kan deze robot zelf besturen’, vertelt Jochem. Foto's: Johannes Odé Projecten en extra werk
‘Ik werk veel in projecten. Ik krijg ook extra vakken zoals yoga, schaken en filosofie. Ik was gewend dat ik alles op school al snapte. Ik had daarom geen zin om mijn best te doen. Ik verveel me nu niet en krijg uitdagende opdrachten. Ik vind het daardoor leuker om naar school te gaan.’
NOORD – ‘Ik heet Evy en ik ben 9 jaar oud. Ik ben hoogbegaafd. Dat betekent dat ik wat meer en gemakkelijker informatie kan onthouden dan leeftijdsgenoten. Ik zit sinds september in een klas voor hoogbegaafde kinderen. Ik zat daarvoor in een gewone klas’, vertelt Evy. Tekst: Suzanne Huig ‘Ik was in mijn vorige klas vaak sneller klaar met mijn werk dan mijn klasgenoten. Ik wist meestal alles al voordat de juf het had uitgelegd. Ik verveelde me op school. Ik nam daarom leesboeken van thuis mee naar school toe. Ik had zoveel tijd over dat ik in de klas mijn boeken las.’
Nadenken en mijn best doen
‘Ik maak na schooltijd eerst mijn huiswerk. Daarna ga ik iets leuks doen zoals lezen, spelen of gitaarspelen’, zegt Evy. Foto's: Arjen Jan Stada
‘Ik vind het fijn dat ik in een klas voor hoogbegaafde kinderen zit. Ik ben nu niet altijd als eerste klaar met mijn werk. Ik heb daardoor niet het gevoel dat ik anders ben dan mijn klasgenoten. Ik krijg opdrachten waar ik mijn best voor moet doen. Ik vind het leuk dat ik hier nieuwe dingen leer.’
Meer samen spelen
‘Ik speelde op mijn oude school vaak alleen. Ik vond andere dingen leuk dan mijn klasgenoten. Ik speel in mijn nieuwe klas meer met kinderen samen. Zij begrijpen mijn grappen en vinden dezelfde dingen leuk als ik. Dat vind ik fijn.’
dE rotterdamse kinderkrant MAART 2017
ROTTERDAM – De Rotterdamse haven is één van de grootste havens ter wereld. Met het project Port Rangers kun je van alles leren over de haven. Een groepje leerlingen uit groep 7 en 8 van de Da Costa School bezocht op 17 februari de scheepssimulatoren van Scheepvaart en Transport College Wilhelminakade. De leerlingen bestuurden in de simulatoren een sleepboot, zeeschip en cruiseschip. Tekst: Suzanne Huig
Navajo (11): ‘De simulator is een soort computerspel. Op televisieschermen zien we de haven waarin we varen.’ In de simulatoren zijn bruggen van boten nagebouwd. ‘De brug van een schip is de plaats van waaruit het schip wordt bestuurd. Op de brug van een zeeschip of cruiseschip werken bijvoorbeeld een roerganger, kapitein, stuurman en uitkijk’, legt leraar Gert Jan uit.
Goed samenwerken
Esmanur (11): ‘Iedereen heeft een taak. De kapitein geeft aanwijzingen. De stuurman stuurt. Iemand regelt de snelheid. En iemand communiceert met andere schepen. Het is heel belangrijk om goed met elkaar samen te werken. Als je dat niet doet, kunnen er botsingen ontstaan.’ Michelle (14) is de kapitein op het zeeschip. ‘Ik vertel hoe hard en welke kant het schip op moet varen.’
Bakboord en stuurboord
Meryem (10) is de stuurman van het zeeschip. ‘Ik stuur het schip naar links of rechts. Bakboord betekent links en stuurboord betekent rechts. Een zeeschip is zwaar. Het duurt daardoor lang voordat het schip reageert als je stuurt.’ Navajo: ‘Ik bepaal met een hendel hoe hard het schip vooruit of achteruit gaat.’
De goede kant op duwen of trekken Nigel (10) staat op de uitkijk en communiceert met andere schepen. ‘Kan er een sleepboot aan de voorkant en achterkant van het schip worden vastgemaakt?’, vraagt hij. Aïcha (11) bestuurt een sleepboot. ‘Sleepboten hebben veel kracht. Ze kunnen een schip daardoor snel de goede kant op duwen of trekken.’
De leerlingen besturen samen een zeeschip in de simulator. Foto's: Arjen Jan Stada
Aisha krijgt € 2,00 zakgeld per week. Iedere week zet zij 30% van haar zakgeld op haar spaarrekening. Hoeveel geld houdt ze per week over om uit te geven? a
Krijg jij zakgeld? Zo ja, wat doe je daarmee? Je kunt er voor kiezen om het geld in één keer uit te geven aan iets dat je graag wilt hebben. Maar je kunt het geld of een beetje van het geld ook sparen. Als je goed leert omgaan met geld, heb je daar je hele leven iets aan. Je weet dan bijvoorbeeld hoe je kan rondkomen met het geld dat je hebt. En je weet hoe je uit de schulden kan blijven.
€ 0,60
b
€ 1,40
Ahmet krijgt € 1,75 zakgeld per week. Zijn vader is bijna jarig. Het cadeau dat Ahmet voor zijn vader wil kopen, kost € 3,75. Hoeveel weken moet Ahmet al zijn zakgeld sparen om het cadeau te kunnen betalen? A
2 weken
B
3 weken
Sara heeft € 25,00. Ze wil graag een step kopen van € 50,00. Iedere week krijgt ze € 1,25 zakgeld. Hoeveel weken moet ze sparen voor ze de step kan kopen? A
Zet ook je voornaam en achternaam, je leeftijd en het telefoonnummer van je ouders of verzorgers in de mail. Dan kunnen we contact met je opnemen als je hebt gewonnen. We verloten de prijs onder de goede inzendingen. Alleen de winnaar krijgt bericht.
15 weken
B
20 weken
Kerem stopt iedere week € 1,00 van zijn zakgeld in zijn spaarpot. Hij krijgt € 35,00 voor zijn verjaardag. De helft hiervan stopt hij ook in zijn spaarpot. Hoeveel geld zit er na één jaar in de spaarpot van Kerem? De winnaar van de rekenraadsels van februari is: Sadeq (12). Gefeliciteerd!
A
€ 69,50
B
€ 87,00
dE rotterdamse kinderkrant MAART 2017
ROTTERDAM – Heb jij het naar je zin op school? En hoe vind je het om huiswerk te maken? Als je ergens mee zit of een vraag hebt, kun je je ouder(s) of verzorger(s) om hulp vragen. Je kunt ook terecht bij de jeugdverpleegkundige van het CJG op school. Yusuf (10) praatte met zijn moeder Gokse over school en huiswerk. Tekst: Suzanne Huig ‘Hoe vond jij het om naar school te gaan?’, vraagt Yusuf aan zijn moeder. ‘Ik vond mijn schooltijd een leuke tijd. Ik had veel vrienden op school.’ Yusuf: ‘Ik heb het ook naar mijn zin op school. Ik heb een lieve juf en veel vrienden. Mijn juf maakt veel grapjes. Dat vind ik leuk.’
Huiswerk
‘Het onderwijs was vroeger heel anders dan nu. Ik kreeg geen huiswerk en we hoefden nooit een spreekbeurt te houden’, vertelt Gokse. Yusuf: ‘Ik krijg iedere week huiswerk. Ik vind rekenen en woordenschat soms lastig. Mijn moeder zit altijd naast mij als ik mijn huis-
werk maak. Ze helpt mij zodra het niet lukt. Dat geeft mij een fijn gevoel. Ik vraag mijn opa ook weleens om hulp. Hij was vroeger leraar, dus hij weet veel.’
Leren met spelletjes
Yusuf: ‘Ik heb dyslexie. Ik oefen daarom iedere dag thuis met lezen. Mijn moeder helpt me daarbij. Ik vind het fijn dat ze mij steunt. Ik vind het leuker om samen te oefenen dan alleen.’ Gokse: ‘We lezen bijvoorbeeld één voor één een bladzijde. Of we oefenen woorden met spelletjes. Als Yusuf zijn huiswerk af is, doen we samen een dab. Zo houden we het leuk.’
Jeugdverpleegkundige Eefje van Winsen:
Gokse helpt Yusuf met zijn huiswerk. ‘Vraag hulp aan je ouders of juf of meester als iets niet lukt. Zij kunnen je helpen’, zegt Gokse. Foto: Suzanne Huig
Dit artikel is gemaakt in samenwerking met
‘Heb je moeite om je te concentreren als je huiswerk maakt? Gun jezelf een sportieve activiteit en probeer het dan nog eens.’ Foto:
CJG
Anne Mieke Zwaneveld
kinderombudsman van Rotterdam
foto: jong010 / Suzanne Heikoop
Stel, een groep jongens gaat iedere middag voetballen. Op een dag neemt iemand een meisje mee. Zij wil ook voetballen. Een paar jongens zeggen dat ze niet mee mag doen, omdat ze een meisje is. Wat zou jij doen?
Ayman (11): ‘Ik vind dat iedereen het recht heeft om aan een spelletje mee te doen. Ik vind dat de persoon die voorstelt om iemand buiten te sluiten, zelf niet mag meedoen.’
Florine (11): ‘Ik vind dat het niet uitmaakt of je een jongen of meisje bent. Iedereen moet kunnen doen wat hij of zij leuk vindt. Ik zou het voor het meisje opnemen en samen met haar voetballen.’
foto's: Suzanne Huig
ROTTERDAM – In het verdrag van de Verenigde Naties staan 40 kinderrechten. Een verdrag is een afspraak tussen landen. 193 landen hebben de kinderrechten ondertekend. Daarmee geven ze aan deze rechten te respecteren en zich eraan te houden. De kinderrechten gaan over alles waar een kind mee te maken kan hebben. Tekst: Suzanne Huig
Eén van de rechten is het recht op gelijke behandeling. ‘Dit recht houdt in dat alle rechten gelden voor alle kinderen. Elk kind moet een eerlijke behandeling krijgen en mag niet worden gediscrimineerd. Je mag niet anders worden behandeld, omdat je bijvoorbeeld uit een ander land komt, een ander geloof hebt, of een handicap hebt’, legt kinderombudsman Anne Mieke Zwaneveld uit.
Hulp van de kinderombudsman
De overheid en volwassenen
‘Het is belangrijk om elk kind positief te benaderen en te zorgen dat iedereen zich op zijn gemak voelt. Help bijvoorbeeld een kind dat ergens moeite mee heeft, wordt buitengesloten of wordt gepest.’
‘De overheid moet ervoor zorgen dat elk kind in Nederland gelijk wordt behandeld. De overheid geeft bijvoorbeeld voorlichting over discriminatie. Ook volwassenen, zoals juffen en meesters, moeten ervoor zorgen dat elk kind gelijk wordt behandeld. Dit doen ze bijvoorbeeld door kinderen te beschermen tegen pesten.’
‘Ik controleer of alle kinderen gelijk worden behandeld. Als de gemeente bijvoorbeeld een regel maakt waardoor sommige kinderen worden achtergesteld, spreek ik de gemeente daarop aan. Je kunt altijd naar mij toekomen als je onterecht anders wordt behandeld. Ik zal dan samen met jou kijken hoe dit kan worden opgelost’, zegt Anne Mieke.
Wat kun jij doen?
Je kunt van 09:00 uur tot 16:00 uur gratis bellen naar 0800 2345 111 of mailen naar info@kinderombudsmanrotterdam.nl
dE rotterdamse kinderkrant MAART 2017
‘De lammetjes zijn pas een paar weken oud’, zegt Esmée. Foto's: Johannes Odé
IJSSELMONDE – Stallen uitmesten en dieren voeren. Buurtkinderen volgden van 27 februari tot en met 3 maart een hulpdierverzorgerscursus op kinderboerderij de Kooi. Ze leerden de verschillende dieren op de boerderij verzorgen. De leerlingen behaalden aan het eind van de cursus een hulpdierverzorgersdiploma. Tekst: Suzanne Huig ‘Alle dieren op de kinderboerderij worden 2 keer per dag gevoerd. Eén keer ’s ochtends en één keer ’s middags’, vertelt Elvera (8). ‘De meeste dieren krijgen brokken en hooi. Hooi is gedroogd gras. Hooi is het belangrijkste voer voor dieren, want daar zitten veel voedingsstoffen in’, vertelt Lizzy (8).
Lizzy, Elvera en Sophia (9) verzorgen de paarden Lieke en Hiero. Sophia krabt de hoeven van de paarden. ‘Lieke en Hiero lopen op gras en zand. Er komt daardoor veel vuil in hun hoefijzers. Je moet de hoeven daarom af en toe schoonmaken. Je gebruikt daar een hoevenkrabber voor. Een hoevenkrabber is een soort pincet. De paarden lopen fijner als hun hoeven schoon zijn.’
Sophia krabt de hoeven.
Lizzy: ‘Iedere dag moeten de stallen van de paarden worden uitgemest, want ze poepen veel. We hebben een overall en laarzen aan. We worden zelf dus niet vies. Met een schep en riek scheppen we de stallen leeg. Daarna gooien we er nieuw stro in.’ ‘Ik vind het zwaar werk om de stallen uit te mesten. Je moet hier echt spierballen voor hebben’, zegt Sophia.
De buurtkinderen helpen graag op de kinderboerderij.
De meiden verzorgen en borstelen de paarden.
Esmée (11), Riley (7) en Bibi (7) maken de varkensstal schoon. ‘We vegen met een bezem alle viezigheid bij elkaar. We gooien het met een riek en schep de kruiwagen in. De mest wordt naar de mesthoop gebracht’, zegt Esmée. ‘De mest van de mesthoop wordt op het gras gestrooid. De mest zorgt ervoor dat het gras beter groeit’, legt dierverzorger Michael uit.
Bibi: ‘Ik voel me fijn en blij als ik bij dieren ben. Ik heb net de varkens geaaid. Ze knorden heel hard.’ ‘Een vrouwelijk varken heet een zeug. Een mannetje heet een beer. Een baby heet een biggetje’, vertelt Esmée. ‘Ik vind de varkens een beetje stinken’, zegt Riley. Esmée: ‘Dat komt omdat ze graag in de modder rollen.’
De varkens knorren als ze worden geaaid.
De meiden scheppen mest.
Op de kinderboerderij staan 2 bokken en 16 geiten. Jet (8) geeft de geiten eten. ‘Ik vind het leuk om ze eten te geven. De dieren likken aan je handen en worden vrolijk als ze eten krijgen.’ ‘Geiten houden helemaal niet van regen. Ze worden er chagrijnig van. Zodra het regent, gaan ze naar binnen’, vertelt Lizzy.
Jet geeft de geiten eten.
dE rotterdamse kinderkrant MAART 2017
ROTTERDAM – Trainen op fitnessapparaten en spelletjes spelen. Fitkids is een fitness- en oefenprogramma voor kinderen met een chronische ziekte, beperking of langdurige aandoening. De deelnemers trainen en bewegen een half jaar tot een jaar bij Fitkids. Ze doen dat één keer per week. Een kinderfysiotherapeute begeleidt hen. Dimitri (11), Febe (10) en Thijs (8) volgen het Fitkidsprogramma bij kinderfysiotherapeute Marije in Gezondheidscentrum Beverwaard. Tekst: Suzanne Huig ‘Fitkids is een programma waardoor kinderen fit worden. Het is de bedoeling dat we hier fit genoeg worden om naar een gewone sportclub te gaan’, zegt Dimitri. ‘We doen oefeningen en fitnessen om een betere conditie te krijgen. We leren doorzetten en plezier krijgen in bewegen’, zegt Febe.
Thijs: ‘Mijn gewrichten zijn heel erg flexibel. Mijn spieren moeten daarom hard werken om mijn gewrichten op de goede plek te houden. Ik heb daardoor vaak spierpijn. Ik ging steeds minder bewegen door de pijn. Ik zat daardoor bijna alleen nog maar op de bank. Ik leer bij Fitkids wat mijn lichaam kan en beter met mijn spieren en gewrichten om te gaan. Ik leer ook door te zetten. Het geef me een leuk en fijn gevoel als iets uiteindelijk lukt.’
Deze oefening kun je thuis doen en is goed voor je benen en rug.
Febe: ‘Ik vind het moeilijk om mijn lichaam te bewegen. Het is voor mij bijvoorbeeld lastig om een bal te gooien. Ik vind sommige sporten eng, doordat ik niet snel genoeg kan reageren. Ik ben bijvoorbeeld bang dat een bal op me komt. Ik leer hier met zachte ballen gooien. Ik ervaar daardoor dat sporten ook leuk kan zijn. Ik wil graag fitter en minder bang worden. De gymlessen op school worden dan ook makkelijker en leuker voor me.’
Dimitri: ‘Ik word sneller moe dan mijn leeftijdsgenootjes als ik bijvoorbeeld ren. Ik was na 300 meter rennen al moe. Ik vond dat heel vervelend. Ik voelde me anders doordat ik niet met mijn klasgenootjes kon meedoen. Ik train hier zodat ik een beter uithoudingsvermogen krijg en minder snel moe word.’
Febe en Dimitri spelen levend kwartet.
WIL JIJ OOK MEEDOEN MET HET PROJECT FITKIDS? KIJK OP www.fITKIDS.NL VOOR MEER INfORMATIE.
kinderstadskrant
dE rotterdamse kinderkrant MAART 2017
ROTTERDAM – Afval bestaat maar voor een klein deel echt uit afval. Papier, glas, textiel, plastic, groente-, fruit- en tuinafval zijn geen echt afval. Van die spullen kunnen weer nieuwe grondstoffen worden gemaakt. De gemeente vindt het belangrijk dat afval goed wordt gescheiden, zodat er weinig restafval overblijft. Rotterdam wordt door het scheiden van afval een schonere stad. Kijk op www.rotterdam.nl/afval voor meer informatie. Tekst: Suzanne Huig
De leerlingen gooien gescheiden afval in de juiste afvalbakken. Foto's: Arjen Jan Stada
DELFSHAVEN – De leerlingen uit groep 6 van de RK Maria Basisschool bezochten op 7 maart de Retourette Nieuwe Binnenweg. ‘Rotterdammers kunnen hier hun gescheiden afval inleveren. Van dat afval worden nieuwe spullen gemaakt’, zegt Ayman (10). Tekst: Suzanne Huig Sihaam (9): ‘Ik lever mijn karton en plastic bij de Retourette in.’ Jessy A (10): ‘Ik scheid papier, batterijen, blikjes, plastic en sap- en melkpakken.’ Arevik (9): ‘Ik vind het belangrijk om afval te scheiden, want ik wil niet in een vervuild milieu leven.’
Groep 6 bezoekt de Retourette.
Naar de afvalverwerkingsfabriek ‘Het afval dat hier wordt ingezameld, wordt één keer per week door een vrachtwagen opgehaald. Die vrachtwagen brengt het naar een afvalverwerkingsfabriek. In die fabriek worden nieuwe grondstoffen gemaakt van het afval’, legt Ben van de Retourette uit.
Nieuwe spullen en grondstoffen ‘Lege blikjes worden weer staal en aluminium, waarmee bijvoorbeeld een nieuwe fiets kan worden gemaakt. Frituurvet wordt gereinigd en als brandstof gebruikt’, vertelt Jessy A. ‘Kleding en schoenen worden vaak aan goede doelen gegeven’, zegt Jayla (10). Vanaf nu afval scheiden Intissar (9): ‘Ik heb thuis één prullenbak, daar gooide ik altijd alles in. Dat afval komt op een grote vuilnishoop en wordt niet hergebruikt. Ik vind dat zonde. Ik ga daarom vanaf nu mijn afval scheiden.’
IJSSELMONDE – De leerlingen en leraren van basisschool Petrus Datheen besteedden in de maand februari aandacht aan het thema afval. Ze maakten bijvoorbeeld de wijk schoon en maakten nieuwe spullen van afval. Tekst: Suzanne Huig Stieneke (10): ‘Recyclen betekent dat materialen opnieuw worden gebruikt. Recyclen is goed voor het milieu.’ ‘Er zijn minder grondstoffen nodig als er wordt gerecycled. Daardoor hoeven er bijvoorbeeld minder bomen te worden gekapt’, legt Izak (12) uit. Veerle (11): ‘Er komen schadelijke stoffen in het milieu bij het verbranden van afval. Als er meer afval wordt hergebruikt, hoeft er minder afval te worden verbrand.’
De meiden hebben van oude kleding tasjes gemaakt. ‘We kopen extra prullenbakken voor de school van het geld dat we met de verkoop ervan verdienen’, zegt Sanne. Foto's: Suzanne Huig Zwerfafval opruimen Sanne (11): ‘We ruimen het zwerfafval op het schoolplein en in de wijk op. We sorteren dat afval op school.’ ‘Ik vind het goed dat we dit doen. Zwerfafval vervuilt de natuur. Dieren kunnen in zwerfafval vast komen te zitten of het opeten. Ze kunnen daardoor doodgaan’, zegt Jesse (10).
Hoe kan de gemeente er volgens jou voor zorgen dat meer Rotterdammers hun afval scheiden?
Nieuwe spullen maken ‘We hebben afval hergebruikt. Ik heb bijvoorbeeld van een leeg sappak een portemonnee gemaakt’, zegt Sanne. Stieneke: ‘Ik heb samen met 2 klasgenoten een planbord geknutseld van oud hout. Ik vind het cool om van afval iets moois te maken.’
Izak en Jesse hebben boekenkastjes gemaakt van oude pallets.
Sinem (11): ‘Ik vind dat de gemeente boetes moet geven aan mensen die hun afval niet scheiden. De meeste mensen vinden het vervelend om een boete te krijgen, dus ik denk dat ze hun afval dan wel gaan scheiden.’
Jan (9): ‘Ik vind dat de gemeente geld moet geven voor gescheiden afval dat mensen inleveren. Je krijgt bijvoorbeeld ook statiegeld voor lege flessen die je inlevert.’ Foto’s: Suzanne Huig
dE rotterdamse kinderkrant MAART 2017
‘Ik had aan het begin niet zo veel vrienden in Het Klooster. Yasmine kwam later op les dan ik. Yasmine zag dat ik tijdens de les alleen zat en dat anderen naar me keken. Ze pakte toen mijn hand en hielp me. We waren vanaf dat moment vriendinnen.’
‘Ik zag tijdens mijn eerste les dat Safae alleen zat. Ik zou het zelf niet leuk vinden om alleen te zitten. Ik vroeg daarom of ze met me wilde spelen. We speelden eerst alleen in Het Klooster. We zien elkaar nu ook op andere momenten. We praten en lachen veel. We zijn lief voor elkaar en komen voor elkaar op. Ik vind dat vriendschap.’
Wil jij dansen, muziek maken, toneelspelen of zingen, maar is er thuis geen geld voor lessen?
Safae en Yasmine volgen dankzij het Jeugdcultuurfonds lessen bij Soraya Sultan Kinderbuikdansvereniging in Noord. Tekst en foto: Angelique van Tilburg
Kijk dan met je ouders, verzorgers of leerkracht op www.jeugdcultuurfonds.nl/rotterdam
ROTTERDAM – Erasmus is een wereldberoemde Rotterdammer. Hij leefde 500 jaar geleden. Hij vond dat je een goede mening leert vormen als je jezelf veel vragen stelt. Bij de Erasmus Experience in de Centrale Bibliotheek leer je nadenken over jezelf en de wereld. Leerlingen uit groep 8 van de Kralingsche School bezochten de tentoonstelling op 16 februari. Tekst: Suzanne Huig Bij de tentoonstelling gaan de leerlingen in gesprek over verschillende vragen en stellingen. Femke (11): ‘Ik leer hier mijn mening vormen en beargumenteren. Dat vind ik leuk.’
Doen wat je wilt
Eén van de vragen is: vind jij dat iedereen mag doen wat hij of zij wil? Adriaan (11): ‘Ik vind dat mensen niet alles mogen doen wat ze willen. Mensen zouden anders bijvoorbeeld ook spullen mogen stelen als ze dat willen.’ Karlijn (11): ‘Ik vind dat er regels moeten zijn die bepalen wat mensen wel en niet mogen doen.’
Altijd alles zeggen
Vind jij dat iedereen altijd alles mag zeggen? Piotr (12): ‘Ik vind dat je niet alles mag zeggen wat je wilt. Je kunt mensen kwetsen als je lelijke of gemene dingen zegt.’
vraag Karlijn, Piotr en Adriaan bekijken één van de vragen.
Lijkt het jou leuk om zelf een illustratie te maken bij een verhaal? Kanza (10), Jemima (10) en Uzair (11) leggen in 5 stappen uit hoe je dat kunt doen.
Foto's: Suzanne Huig
Lees een sprookje. Kies één scène uit het sprookje waarbij je een illustratie gaat maken.
Maak eerst de achtergrond van je illustratie. Kanza: ‘Ik kies een scène van Hans en Grietje in het bos. Mijn achtergrond bestaat uit bomen, lucht en het water.’
Uzair: ‘Bedenk waar je figuren moeten staan, zodat je illustratie goed bij het verhaal past.’
Plak alle losse onderdelen op je achtergrond. Je illustratie is klaar!
Tekst: Suzanne Huig / Foto’s: Arjen Jan Stada
Maak daarna de figuren die je nodig hebt voor jouw illustratie. ‘Teken de figuren eerst en knip ze daarna uit. Ik maak Hans, Grietje en het snoephuisje’, zegt Jemima.
SKVR biedt verschillende activiteiten aan. Wil jij jouw talent ontdekken? Kijk op www.skvr.nl/kids voor meer informatie.
dE rotterdamse kinderkrant MAART 2017
ROTTERDAM – Op de voorpagina van Jong010 kun je het verhaal van de leerlingen van basisschool de Phoenix lezen. De leerlingen leren op school over respect, vertrouwen en veiligheid. De gemeente Rotterdam vindt het belangrijk dat kinderen zich veilig voelen op school. Voel jij je veilig op school? En wat zorgt er volgens jou voor dat kinderen zich veilig voelen? Tekst en foto’s: Suzanne Huig
‘Ik voel me veilig op school. Ik ken de juffen, meesters, buurtbewoners en de buurt rondom de school goed. Dat geeft me een veilig gevoel. Ik vind dat alle leerlingen de buurtbewoners en buurt rondom hun school moeten leren kennen. Dat geeft een vertrouwd gevoel.’
flip (11)
Kralingen-Crooswijk
‘Ik voel me veilig op school. Dat komt doordat mijn klasgenoten mij altijd steunen als iets niet lukt of als ik me eenzaam voel. Ik voel me nog veiliger als de mensen om mij heen mij begrijpen. Ik zou het daarom fijn vinden om iedere week met mijn klasgenoten te praten over wat we hebben meegemaakt.’ Foto: Arjen Jan Stada
beyzanur (9) delfshaven
‘Ik zit op een kleine school. Ik ken daardoor bijna iedereen. Dat geeft me een veilig gevoel. Als een juf of meester een ruzie zelf niet heeft gezien, wordt er vaak geen straf gegeven. Ik vind dat niet goed. Kinderen die in de buurt waren, kunnen vertellen wat zij hebben gezien. Pesters kunnen dan alsnog worden gestraft. Ik denk dat dan meer kinderen zich veilig voelen.’
anastasia (11)
Kralingen-Crooswijk
chayenne (9)
hoek van holland
‘Ik voel me veilig op school. Op mijn school is een fietsenhok waar mijn fiets veilig staat. Alle leerlingen kunnen veilig oversteken, want er ligt een zebrapad voor de school. We hebben in de klas ook regels waardoor leerlingen weten hoe ze rekening met elkaar kunnen houden.’
‘Ik voel me niet veilig in en rondom mijn school. Niet iedereen is even aardig voor elkaar. Daardoor ontstaan er soms ruzies. Ik vind dat iedere klas 2 juffen of meesters moet hebben. De leraren kunnen dan beter opletten of iedereen aardig doet en niemand aan elkaars spullen zit.’
ryvano (10)
hoek van holland
Wat is de voornaam van de burgemeester van Rotterdam? pagina 3
Hoe noemen we de plaats van waaruit het schip wordt bestuurd? Pagina 6
Als afval goed wordt gescheiden, dan hebben we minder … Pagina 10
Het is belangrijk om een open haard en schoorsteen schoon te maken. Wat kan er in een schoorsteen zitten dat in brand kan vliegen als je de open haard aansteekt? Pagina 4
Je moet de hoeven van een paard af en toe schoonmaken. Welk instrument gebruik je daarvoor? Pagina 8
Welke sport beoefenen Safae en Yasmine? Pagina 11
Jochem is hoogbegaafd. Hij zit nu op de Athena-afdeling in een klas met alleen hoogbegaafde kinderen. Welk extra vak krijgt hij naast yoga en schaken? Pagina 5
Waar levert Sihaam haar karton en plastic in? Pagina 10 Bij recyclen worden materialen opnieuw gebruikt. Wat hebben we volgens Izak minder nodig als er wordt gerecycled? Pagina 10
In hoeveel stappen kun je zelf een illustratie maken bij een verhaal? Pagina 11 De leerlingen van basisschool de Phoenix leren onder andere over respect en vertrouwen. Wat is het derde thema? Pagina 12
De letters in de gele balk vormen het antwoord. Mail dit antwoord, samen met je voornaam, leeftijd en het telefoonnummer van je ouders of verzorgers, naar antwoord@jong010.nl We verloten de prijs onder de goede inzendingen. Alleen de winnaar krijgt bericht.
De prijs die je kunt winnen is een boekenbon van 15 euro!
HET ANTWOORD VAN DE PUZZEL VAN februari IS: brandblusser. DE WINNAAR IS ynke (11). GEFELICITEERD!
WIL JE NOG MEER PUZZELEN? KIJK DAN EENS OP DE WEBSITE WWW.PUZZELCORNER.NL VOOR MEER LEUKE PUZZELS!