mei 2o19
7
8
Spelletjes spelen met ouderen
Joséphine (9) vindt konijnenkeutels
9 Leren redden bij de reddingsbrigade
Sharnayomi, Mathuvan, Layton, Cedella en Samseer lopen 6 kilometer door IJsselmonde. Foto's: Arjen Jan Stada
IJSSELMONDE – De leerlingen van
groep 7 en 8 van basisschool RK de Regenboog deden op 17 mei mee met de actie Wandelen voor Water. Ze liepen 6 kilometer met 6 liter water in hun rugtas. ‘We halen geld op voor leeftijdsgenootjes in Afrika’, zegt Layton (10). Tekst: Suzanne Huig
‘We hebben in Nederland genoeg schoon water om bijvoorbeeld te drinken, te douchen, te koken en onze handen te wassen. Maar niet overal op de wereld is er genoeg water’, zegt Sharnayomi (10). Cedella (12): ‘Veel kinderen in Afrika moeten iedere dag uren lopen naar een waterput om water te halen. Wij ervaren vandaag een beetje hoe vermoeiend en zwaar dat is.’ Mathuvan (11): ‘Ik heb medelijden
met de kinderen in Afrika. Mijn schouders en mijn rug doen zeer.’
Mensen hebben water nodig
Sharnayomi: ‘Ik vind het zielig voor de kinderen in Afrika. Ze kunnen minder vaak naar school doordat ze uren moeten lopen om water te halen.’ ‘Een mens kan maar 2 of 3 dagen zonder water. Een lichaam droogt daarna uit. De kinderen in Afrika moeten daarom wel water gaan halen’, legt Samseer (12) uit.
Sponsors en statiegeld
‘We hebben sponsors gezocht. Zij geven ons geld omdat we meedoen aan Wandelen voor Water’, zegt Cedella. Layton: ‘Alle leerlingen hebben ook lege flessen ingezameld. Op de flessen zit statiegeld.
Het statiegeld van de flessen en het sponsorgeld gaat naar Afrika.’ ‘Mijn vader heeft mij gesponsord met 10 euro. En ik heb 12 lege flessen ingezameld’, zegt Sharnayomi.
Schoon water
De leerlingen hebben in totaal ruim 1.500 euro opgehaald aan sponsorgeld en statiegeld. ‘Het geld wordt gebruikt om waterpompen, waterleidingen en schone toiletten te maken in Afrika’, vertelt Mathuvan. Sharnayomi: ‘Ik hoop dat meer mensen gaan meedoen aan Wandelen voor Water. We kunnen er met elkaar voor zorgen dat iedereen schoon water dicht bij huis heeft.’
11 Eddy (12) is een kermiskind
MEI 2o19
Moeder vraagt aan Nick of hij samen met
zijn broertje boodschappen wil doen. ‘Niet
vergeten, alleen dingen meenemen die op het lijstje staan!’ Onderweg naar huis valt Nick zijn broertje in de sloot. Als hij thuiskomt, vraagt zijn moeder: ‘Waar is je broertje?’
Nick antwoordt: ‘Hij is in de sloot gevallen.
Maar ik mocht alleen dingen meenemen die op het lijstje stonden.’ Ferry (10)
Een man en een vrouw lopen in een museum.
De man zegt tegen de vrouw: ‘Moet je kijken
wat een afgrijselijk schilderij!’ De vrouw zegt tegen de man: ‘Zet je bril eens op en kom voor die spiegel vandaan!’ Mohammed (9)
V
E
R
I
L
I
N G S
P
R S W A N D
E
L
E
N P
L
L
T
A
E
S
I
C
L
A F
V A
J
H
E
L
P
E
N
T
T
P
U K
W O V
I
S S
E
N
E
L
R U
I
O E
S A M E
N N A
L
N N
I
D O P
P
E
L
M
L
I
E
U
P
A T
I
A D
I
E
R
E
N C
G K E
I S
E V
R N A
De meester vraagt aan de schooldirecteur: ‘Waarom wilt u mij ontslaan? Ik heb toch niks gedaan?’ De directeur antwoordt: ‘Dat is het probleem juist.’ Xian (11)
V U
T
S
N O T C C
E
H Z
C H O O N
T
N
T
E
E
R S
T
R
I
K
T
E
T U U R
S
E O
E
P
ACTIE AFVAL DIEREN
DOPPEN HELPEN KUST LEVEN MILIEU NATUUR
NETTEN PLANTEN SAMEN SCHOON
SCHOONMAKEN SPEURTOCHT TROEP VERSTRIKT VERVUILING VISSEN VRIJWILLIGER WANDELEN ZEE
antwoord (ÉÉn woorD):
regels: DE WOORDEN VIND JE HORIZONTAAL, VERTICAAL EN DIAGONAAL. Je mag letters
meerdere keren gebruiken. Als je de overgebleven letters in de juiste volgorde zet, krijg je het antwoord. Mail dIT antWOORD samen met je voornaam, leeftijd
en het telefoonnummer van je ouder(s) of verzorger(s) (zodat we contact met je kunnen opnemen als je hebt gewonnen) naar antwoord@jong010.nl. Alleen de winnaar krijgt bericht.
HET ANTWOORD VAN DE WOORDZOEKER VAN APRIL IS: begrotingsspel. DE WINNAAR IS ivor (7). gefeliciteerd!
Puzzelcorner.nl
Waarom gooit Kees water over zijn computer heen?
Hij wil graag op internet surfen.
Brenda (11)
Waarom lacht
Waarom heeft de
hij door het
telefoon?
gras loopt?
koning een oranje Om mee te bellen natuurlijk!
een smurf als
Christina (12)
Het gras kietelt onder zijn oksels. Meryam (10)
Jong010 wordt mede mogelijk gemaakt door:
Oprichter: Angelique van Tilburg hoofdredacteur: Suzanne Huig
Jong010 - MEI Jaargang Oplage:
9
2019
- Editie 9
38.000
kranten
Fotografen: Johannes Odé, Peter Snaterse, Arjen Jan Stada Vormgeving: Marcel van den Assem redactiemedewerker: sasja hof Aan deze editie werkten mee: Puzzelcorner, Richard van der Ven
MEI 2o19
‘Ik vind dat mensen met minder geld spullen moeten kunnen lenen. Ik vind dat alle geleende spullen zonder schade moeten worden teruggebracht. Ik vind ook dat je iets maximaal één maand mag lenen. Daarna moet iemand anders het kunnen lenen.’
ROTTERDAM – Burgemeester Ahmed Aboutaleb hoort graag van de Rotterdammers wat zij van de stad vinden. Ook naar de mening en ervaring van basisschoolleerlingen is hij benieuwd. Vind jij dat je vaker korting moet krijgen of iets moet kunnen lenen? Tekst en foto’s: Suzanne Huig
lucas (10) ‘In Rotterdam-Zuid is dit jaar een fietsenbank geopend. Mensen met weinig geld kunnen bij de fietsenbank een fiets lenen of met korting een fiets kopen. Ook kinderen kunnen er een fiets lenen. Vind jij dat een goed idee? Vind jij dat volwassenen en kinderen vaker korting moeten krijgen of iets moeten kunnen lenen?’
Ahmed Aboutaleb. foto: gemeente rotterdam / marc nolte
‘Het lijkt mij een goed idee als arme mensen alles kunnen lenen dat ze nodig hebben. Ik vind niet dat je dingen moet kunnen lenen die je leuk vindt. Een telefoon of televisie heb je niet nodig. Kleding en pennen heb je bijvoorbeeld wel nodig.’
‘Ik vind het een goed idee. Ik vind dat iedereen belangrijke spullen moet kunnen lenen. Ik vind dat iets belangrijk is als je het echt nodig hebt. Een bed, tafel, stoel en bank zijn bijvoorbeeld belangrijk. Ik vind een fiets ook belangrijk. Een kind kan zonder een fiets niet overal naartoe.’
isabelle (10) ‘Ik vind dat je alleen een fiets moet kunnen lenen als je geen fiets of auto hebt. Je hebt dan een fiets nodig als vervoersmiddel. Ik vind niet dat mensen vaker korting moeten krijgen of iets moeten kunnen lenen. Ik vind dat je zelf genoeg geld moet verdienen om te kopen wat je wilt hebben.
zara (11)
noor (9)
dean (10) Teken jezelf en vul in: Vind jij dat je vaker korting moet krijgen of iets moet kunnen lenen?
‘Mensen met veel geld kunnen veel kopen. Mensen met weinig geld kunnen vaak weinig kopen. Ik vind dat oneerlijk. Ik vind dat ieder mens het recht heeft op dezelfde spullen. Ik vind daarom dat mensen met weinig geld de kans moeten krijgen om spullen te lenen.’
phenix (9) ‘Ik vind de fietsenbank geen goed idee. Ik vind dat je alleen een fiets kunt hebben als je die kunt betalen. Als je niet genoeg geld hebt, kun je lopen. De arme mensen maken de fiets misschien per ongeluk kapot. Ze hebben dan niet genoeg geld om de fiets te laten maken. Ze kunnen dan nooit teruggeven wat ze hebben geleend. Dat kan voor problemen zorgen.’
‘Ik vind de fietsenbank geen goed idee. Ik vind dat mensen een fiets moeten kopen als ze een fiets willen hebben. De makers van de fietsen verdienen geen geld als niemand meer een fiets koopt. Gezinnen met weinig geld kunnen bijvoorbeeld samen een fiets kopen. Ze kunnen de fiets en de kosten dan delen.’
‘Ik vind het een goed idee als mensen meer spullen kunnen lenen. Ik zou zelf graag goede voetbalschoenen willen lenen. Goede voetbalschoenen zijn duur. Mijn voeten groeien, dus de schoenen zijn volgend jaar waarschijnlijk te klein. Ik vind het daarom zonde om nu voetbalschoenen te kopen. Ik kan ze beter lenen.’
gillian (7)
Naam:
‘Ik vind het goed als mensen spullen kunnen lenen. Het lijkt mij handig om spullen te lenen die ik niet zo vaak gebruik. Ik zou bijvoorbeeld een skelter willen lenen één keer per maand. Ik vind dat iedereen dezelfde spullen moet kunnen hebben. Ik vind daarom dat mensen met weinig geld alles moeten kunnen lenen.’
danique (8)
MEI 2o19
ROTTERDAM – Sommige kinderen voelen zich niet fijn door problemen thuis. Bijvoorbeeld doordat een familielid ziek is of omdat ouders zijn gescheiden. Kinderen kunnen dan veel spanning voelen. Ze willen vaak geen extra last zijn of weten niet goed hoe ze met hun gevoel moeten omgaan.
Billy Boem is een groepstraining van 10 bijeenkomsten. De deelnemers kunnen hun verhaal delen. Ze kunnen praten met leeftijdsgenoten die ook in een vervelende situatie zitten. De deelnemers leren dat het niet aan hen ligt wat er thuis gebeurt. Ze leren om beter met de situatie en hun gevoel om te gaan. Manoah en Sarah volgden de cursus. Tekst: Suzanne Huig
De cursus is gratis. Kijk voor meer informatie op www.indigo.nl of mail naar preventie@indigorijnmond.nl
PRINS ALEXANDER – Manoah (11): ‘Ik woon samen met mijn moeder en mijn zus. Mijn zus is 13 jaar. Ik voelde me niet fijn thuis sinds afgelopen zomer. Ik deed graag leuke dingen met mijn zus, zoals spelletjes. Mijn zus had ineens geen zin meer om dingen met mij samen te doen. Ze reageerde negatief op bijna alles wat mijn moeder en ik zeiden. Dat zorgde voor veel ruzies thuis.’ Tekst: Suzanne Huig ‘Ik voelde me heel gespannen. Ik was bang dat mijn zus boos zou worden om iets dat ik zei of deed. Ik voelde me niet fijn als ik ’s avonds in bed lag. Ik hoorde mijn zus vaak schreeuwen en met deuren slaan. Ik was bang voor wat er ging gebeuren. Ik kreeg door de spanning hoofdpijn en last van mijn schouders’, vertelt Manoah.
‘Ik knutsel en teken om te ontspannen’, zegt Manoah. Stop zeggen
‘Ik heb bij Billy Boem geleerd om met de spanning en de situatie thuis om te gaan. Ik heb geleerd om te praten over de dingen die ik niet leuk vind. Ik durf nu voor mezelf op te komen. Ik durf tegen mijn zus te zeggen dat ze moet stoppen als ze iets doet dat ik niet leuk vind. Ik vraag haar 2 keer zelf of ze wil stoppen. Als ze dan niet stopt, vraag ik hulp aan een volwassene’, zegt Manoah.
Praten lucht op
Manoah schrijft in haar boekje op hoe ze zich voelt. Foto’s: Johannes Odé
Manoah: ‘Ik voel me opgelucht nu ik over mijn thuissituatie kan praten. Ik ben daardoor minder gestrest. Ik kan nu rustig proberen oplossingen te zoeken voor problemen. Ik heb geen hoofdpijn en last van mijn schouders meer. Ik voel me fijn en ontspannen als ik thuis ben.’
Rekening houden
PRINS ALEXANDER – Sarah (9): ‘Mijn mama heeft psychische problemen. Dat betekent dat ze zich ziek voelt door problemen in haar hoofd. Ze voelt zich vaak niet fijn. Ze is snel emotioneel. Ze wordt dan ineens boos of verdrietig.’ Tekst: Suzanne Huig
Sarah: ‘Ik heb bij Billy Boem geleerd om rekening te houden met mama. Ik kijk hoe het met haar gaat voordat ik haar iets vraag of vertel. Ik laat haar met rust als ik zie dat zij moe, boos of verdrietig is. Ik wacht dan met mijn vraag of verhaal totdat mama zich beter voelt. Ik neem bijvoorbeeld ook geen kinderen mee naar huis om te spelen. Dat kan te druk zijn voor haar.’
‘Mama voelt zich sinds anderhalf jaar niet fijn. Ze had ineens geen zin meer om dingen met mij te doen. Ze was zo verdrietig en moe dat ze in bed bleef liggen en niet voor mij kon zorgen. Het gaat nu beter met mijn moeder omdat ze goed uitrust’, vertelt Sarah.
Sarah: ‘Ik maak een tekening voor mijn moeder om haar op te vrolijken.’
Naar buiten
Sarah en haar moeder.
Foto’s: Suzanne Huig
‘Ik vind het belangrijk dat mama naar buiten gaat. Mensen krijgen energie en worden vrolijk als ze buiten zijn. Mama heeft zelf niet altijd zin om naar buiten te gaan. Ik neem haar dan mee fietsen of skaten. Dat vrolijkt haar op’, vertelt Sarah.
Fijn om te praten
‘Ik vind het lastig om mijn moeder verdrietig te zien. Ik maak me dan zorgen om haar. Ik heb bij Billy Boem geleerd om over mijn gevoel te praten. Ik voel me fijn en opgelucht als ik kan praten over thuis. De gesprekken geven mij vertrouwen in dat het goedkomt met mama’, zegt Sarah.
MEI 2o19
NOORD – Nina (9): ‘Ik heb sinds mijn geboorte eczeem en astma. Eczeem is een huidziekte die ontstekingen en wondjes op mijn huid veroorzaakt. Het ziet er rood uit en jeukt. Astma is een ziekte aan mijn longen. De astma zorgt ervoor dat ik veel hoest en het snel benauwd heb.’ Tekst: Suzanne Huig
Nina.
‘Ik voel me niet ziek. Ik ben iedere dag vrolijk. Ik moet wel iedere dag rekening houden met mijn lichaam. Ik smeer ’s ochtends en ’s avonds heel mijn lichaam in met speciale zalf. Die zalf zorgt ervoor dat ik minder jeuk heb. Ik heb altijd koelzalf en vaseline bij me. Ik smeer mijn nek, gezicht en handen daarmee in als ik meer jeuk krijg. Ik slik medicijnen zodat ik zo min mogelijk wondjes en ontstekingen krijg’, vertelt Nina.
Puffen
Nina: ‘Ik moet puffen als ik het benauwd krijg. Ik raak snel buiten adem als ik bijvoorbeeld ren of verstoppertje speel. Ik heb daarom een puf op school liggen. De zusters op school helpen mij met puffen. Het is belangrijk dat ik rustig word als ik me even niet fijn voel. Ik probeer mezelf rustig te krijgen door mijn fantasie te tekenen.’
‘Ik gebruik deze puf als ik het benauwd heb. De puf zorgt ervoor dat ik meer lucht krijg’, zegt Nina. Foto’s: Johannes Odé Allergieën
‘Ik ben allergisch voor melk, noten, pinda en kiwi. Als ik die producten binnenkrijg, zwelt mijn gezicht op en wordt mijn eczeem erger. Ik zie soms kinderen pizza, ijsjes, croissantjes of koekjes eten. Ik mag dat soort dingen niet eten omdat er stoffen in zitten waarvoor ik allergisch ben. Ik vind het jammer dat ik niet alles kan eten en drinken. Ik hoop dat er ooit een pil komt die mijn aandoeningen oplost’, zegt Nina.
Een spuit met een stofje
‘Ik heb op school en thuis een EpiPen. Dat is een spuit die ik 10 seconden in mijn been moet prikken als ik een allergische reactie krijg. De spuit brengt een stofje in mijn lichaam dat ervoor zorgt dat de allergische reactie stopt’, vertelt Nina.
De huiddokter
Nina: ‘Mijn huid reageert op van alles. Dat komt doordat ik te weinig cellen in mijn huid heb. Ik krijg bijvoorbeeld ook extra jeuk als de bomen in bloei staan. Ik ga één keer per maand naar een speciale huiddokter. Die dokter houdt mijn huid goed in de gaten. Hij kijkt ook of ik nog de goede zalf en medicijnen heb. Mijn huiddokter zorgt ervoor dat ik zo min mogelijk last heb van mijn eczeem.’
Blij zijn met jezelf ‘Ik kom graag in de gymzaal op school’, zegt Nina.
Aandoening
En onderdeel van je lichaam werkt niet goed. Je hebt bijvoorbeeld een oogaandoening als je slechte ogen hebt.
‘Mensen zien mijn eczeem en allergische reacties. Ik voelde me daardoor eerst onzeker. Ik was bang dat mensen mij lelijk vonden. Ik ben nu aan mijn huid gewend. Ik kan er niets aan doen dat ik eczeem heb. Ik ben blij met mezelf. Ik voel me daardoor fijn. Ik vind dat alle kinderen blij moeten zijn met zichzelf’, zegt Nina.
Stinafo helpt kinderen en jongeren met een handicap of chronische ziekte. Een handicap is een beperking waardoor je sommige dingen niet zo goed kunt. Een chronische ziekte is een ziekte die minimaal 3 maanden duurt, steeds terugkomt of niet genezen kan worden. De organisatie geeft bijvoorbeeld geld om onderzoek te doen, voorlichting te geven of hulpmiddelen te kopen.
MEI 2o19 ROTTERDAM – In eten en drinken zitten verschillende stoffen die goed voor je zijn. Deze stoffen helpen je om te groeien, om gezond te blijven of om energie te krijgen. Je hebt bouwstoffen nodig zoals eiwitten en water. Deze stoffen helpen je lichaam om te groeien. Je hebt beschermstoffen nodig zoals vitamines en mineralen. Die helpen je lichaam te beschermen tegen ziektes. Je hebt brandstoffen nodig zoals koolhydraten, eiwitten en vetten. Deze stoffen geven je lichaam energie. Tekst en foto’s: Suzanne Huig Eten en drinken geven je lichaam energie. Die energie wordt op producten calorieën genoemd. Jongens en meisjes tussen de 9 en 12 jaar hebben tussen de 2.000 en 2.500 calorieën per dag nodig. Als je veel beweegt, heeft je lichaam meer energie nodig. Als je te veel calorieën eet en weinig beweegt, kun je dik worden.
Gezonde toetjes Het is belangrijk om op vaste momenten te eten, zodat je niet heel de dag door eet. Eet iedere dag 's ochtends, 's middags en 's avonds. Ella (8), Luka (8) en Selena (8) maken 3 lekkere en minder ongezonde toetjes.
Ella: ‘Dit is halfvolle Turkse yoghurt met stukjes sinaasappel.’
Klein toetje
Het is belangrijk voor je lichaam om niet te veel suikers, vetten en calorieën te eten. In de meeste kant-en-klare toetjes
zitten slechte suikers en slechte vetten. Je kunt te dik, ongezond of ziek worden als je te veel slechte suikers en vetten eet. Je mag af en toe wel een kanten-klaar toetje eten. Kies dan een klein toetje van 50 tot 100 milliliter. Op de verpakking staat hoeveel calorieën er in een toetje zitten. Kies een toetje van maximaal 100 calorieën. Gezonde toetjes zonder te veel suikers en vetten mag je iedere dag eten. Yoghurt, kwark en fruit zijn bijvoorbeeld gezonde toetjes.
Luka: ‘We hebben een beetje kaneel over de gesneden banaan gestrooid. Daarna hebben we de stukken banaan even in de oven gedaan. Ik vind het heel lekker.’
Selena: ‘Ik vind warme pure chocolade met fruit heel lekker.’
Welk lekker en minder ongezond toetje wil jij deze week maken?
GENERATION
DISCOVER
MEI 2o19
Sofie: ‘Ik heb dyslexie. Ik blijf daardoor misschien zitten dit schooljaar. Ik voel me daar heel rot over. Wat kan ik doen?’
Hallo Sofie, Het zegt niets over hoe slim jij bent als je blijft zitten. Iemand die dyslectisch is, heeft moeite met taal. Lezen, spellen en schrijven kosten vaak meer moeite. Je krijgt misschien extra begeleiding en extra opdrachten. Als je blijft zitten, krijg je een jaar langer de tijd om alle leerstof goed te begrijpen.
Waarom blijf je zitten?
Als je blijft zitten, moet je het schooljaar een keer opnieuw doen. De meeste kinderen blijven zitten omdat de lesstof te moeilijk is voor ze. Sommige kinderen blijven zitten omdat ze moeite hebben met een vak. Je kunt ook blijven zitten omdat je bijvoorbeeld ziek bent geweest of omdat het thuis niet zo goed gaat.
Een nieuwe klas
Illustratie: Copal en Consorten
ROTTERDAM – Linda van het Centrum voor Jeugd en Gezin reageert iedere maand in Jong010 op een vraag of probleem van een leerling of klas. Ze beantwoordt deze maand de vraag van Sofie (9). Tekst: Suzanne Huig
Heb jij een vraag aan Linda of zit je ergens mee? Stuur een mail naar redactie@jong010.nl of stuur een brief naar Jong010, Overschieseweg 10G, 3044 EE Rotterdam. Linda beantwoordt ingestuurde brieven. Foto: suzanne huig
Je komt in een nieuwe klas en krijgt nieuwe klasgenoten. Je bent je vrienden en vriendinnen niet kwijt als je blijft zitten. Je kunt nog steeds met je oude klasgenoten afspreken en samen wat leuks doen na schooltijd. Je zult in je nieuwe klas ook nieuwe vrienden en vriendinnen krijgen. Je kunt je nieuwe juf of meester vragen je te helpen om nieuwe vrienden te maken.
Nadenken over later
Weet je al wat je later wilt worden? Of welke opleiding je wilt volgen? Iedereen leert op zijn of haar eigen manier en eigen tempo. Denk goed na over wat jij later wilt doen. Je kunt samen met je juf, meester, ouder of verzorger kijken hoe je jouw doel kunt behalen. Dit artikel is gemaakt in samenwerking met
Groetjes, Linda
HOOGVLIET – De leerlingen van Montessori basisschool De Schakel speelden op 18 april spelletjes met ouderen uit flat De Sluis. ‘De Sluis staat tegenover onze school. We komen de bewoners soms tegen op straat. Ik vind het leuk om de ouderen nu een beetje te leren kennen’, zegt Noëlle (11). Tekst: Suzanne Huig
Veel kletsen en lachen
Zenzi (9) sjoelt met mevrouw Boorn. ‘Mevrouw Boorn is lief en kletst veel. Ik vind het heel gezellig met haar’, zegt Zenzi. Gabriel (10) speelt Jenga met mevrouw Peters (88). ‘Ik speel normaal nooit spelletjes met ouderen. Ik zie dat de ouderen plezier hebben doordat ze veel lachen. Dat maakt me blij’, zegt Gabriel.
Mevrouw Peters en Gabriel spelen Jenga. Foto’s: Peter Snaterse Mevrouw Boorn (84): ‘Ik vind het heel leuk om tegenover de school te wonen. Ik kijk iedere dag naar de kinderen als ze spelen op het schoolplein. Ik geniet daarvan. Ik vind het natuurlijk nog leuker om samen met ze te spelen, zoals vandaag.’
Kwartetten
Mevrouw Boorn en Zenzi sjoelen.
Mevrouw van Eijk (98) speelt kwartet met Teona (7), Nora (7) en Jasmijn (8). ‘U moet proberen zoveel mogelijk setjes van 4 kaarten te maken. U verzamelt bijvoorbeeld 4 Afrikaanse dieren, 4 reptielen en 4 weekdieren’, legt Jasmijn uit. Nora: ‘We bezorgen de ouderen een gezellige dag door met hen te spelen. Dat vind ik leuk.’
Mevrouw van Eijk met Teona, Nora en Jasmijn. Boodschappendozen uitdelen
De leerlingen delen 31 boodschappendozen uit voordat ze weggaan. ‘In de dozen zitten houdbare producten zoals koekjes, koffie en rijstwafels. We geven de dozen aan de ouderen die iets extra’s kunnen gebruiken of veel alleen zijn’, vertelt Zaynep (11).
MEI 2o19
ROTTERDAM – Op het strand en in de haven leven meer dan 200 verschillende dieren en planten. Speurder Walter ging op woensdag 1 mei met kinderen op expeditie naar het Maasvlaktestrand. Ze zochten naar sporen van dieren. Tekst en foto’s: Suzanne Huig Het Maasvlaktestrand ligt aan het einde van de Rotterdamse haven, aan de Noordzee. Het strand is ontstaan bij de aanleg van de Tweede Maasvlakte. De Tweede Maasvlakte is aangelegd zodat er meer schepen naar de Rotterdamse haven kunnen komen. De Tweede Maasvlakte en het Maasvlaktestrand zijn gemaakt van zand uit de bodem van de Noordzee. In die bodem zaten veel resten van vroeger. Op het Maasvlaktestrand liggen daarom veel fossielen.
Valérie laat de eitjes van een zeeslak zien.
Bijzonder gebied Jujuan: ‘Schelpen zijn de sporen van schelpdieren.’
Guus bekijkt het gebied rondom het Maasvlaktestrand en het kunstwerk De Zandwacht.
‘We lopen eerst naar het kunstwerk De Zandwacht. Het is een kunstwerk dat een duin uitbeeldt. Het is gemaakt van beton in een zandkleur’, vertelt Walter. Guus (11): ‘Ik vind dit een heel bijzonder gebied. Aan de ene kant van het kunstwerk zie ik containerbedrijven en fabrieken. Aan de andere kant zie ik het strand en de Noordzee. De natuur en de industrie zitten hier heel dicht bij elkaar.’
Nowi (10), Romy (10), Danique (12) en Linsey (14) zoeken naar zeehonden. ‘Ze zwemmen vandaag helaas niet dicht bij het strand’, zegt Nowi.
Eitjes op het strand
Walter: ‘Als je wilt ontdekken welke dieren ergens leven, moet je op zoek naar sporen. In de Noordzee leven bijvoorbeeld haaien, roggen en zeehonden. De eitjes van haaien en roggen kun je vinden op het strand.’ ‘Wat is dit?’, vraagt Valérie (7). ‘Het zijn eitjes van een zeeslak. De eitjes komen uit in zee. De lege eitjes spoelen aan op het strand’, legt Walter uit.
Harde keutels Joséphine vindt konijnenkeutels.
Sporen van schelpdieren
Een oud bot
‘Heel het strand ligt eigenlijk vol met sporen. Op het strand liggen heel veel schelpen. Schelpen zijn de sporen van schelpdieren’, zegt Jujuan (12). Rick (9) heeft oesterschelpen gevonden. ‘Ze lagen heel dicht bij de zee. Ik denk dat ze net zijn aangespoeld.’
‘Ik heb in het zand een bot gevonden. Ik denk dat het van een neushoorn of nijlpaard is geweest’, zegt Joséphine. Walter: ‘Dit is een bot van een onderarm of onderbeen van een dier. Het bot is tussen de 40.000 jaar en 60.000 jaar oud. Het is daardoor heel hard geworden.’
Aymay heeft een veer van een meeuw gevonden.
Walter laat de sporen van konijnenpootjes zien aan Frédérique (12), Joséphine en Valérie. Walter: ‘Een konijn zet eerst zijn voorpoten neer. De 2 voorpoten geven de richting aan waar het konijn naartoe liep.’
Joséphine (9) ziet grote en kleine keutels in het zand liggen. ‘De kleine keutels zijn van konijnen. De grote keutels zijn van hazen’, vertelt ze. ‘Hoe komt het dat de keutels hard worden?’, vraagt Joséphine aan Walter. ‘Poep wordt hard doordat het opdroogt’, vertelt Walter.
Rick laat zijn vondsten zien. ‘Ik heb een krabbenpoot en oesterschelpen gevonden’, zegt hij.
MEI 2o19
Voorzichtig het water in
ROZENBURG – Ieder jaar komen er mensen in de problemen in en rondom het water. Bijvoorbeeld doordat ze op een plek zwemmen waar een gevaarlijke stroming staat. Of doordat ze vanaf een brug het water in duiken. Of doordat ze met een fiets of auto in het water rijden. Ryan (9), Arda (9), Cindy (11) en Luca (12) zitten op zwemmend redden bij de Rozenburgse Reddingsbrigade. Ze trainen iedere week in Zwembad de Rozenburcht. Luca: ‘We leren hoe we mensen in nood kunnen redden.’ Tekst: Suzanne Huig ‘Het belangrijkste is om gelijk hulp in te schakelen. Je doet dat door 112 te bellen. Het is belangrijk dat je de hulpverleners zoveel mogelijk informatie kunt geven’, vertelt Ryan. Arda: ‘We leren om goed te onthouden waar we iemand in het water hebben zien liggen of vallen. De hulpverleners weten daardoor beter waar ze moeten zoeken als ze er zijn. Ze kunnen bijvoorbeeld kijken hoe de stroming en wind staat. Ze weten dan waar de persoon naartoe is gedreven.’
‘Spring nooit ineens het water in. Je kunt meegetrokken worden als er bijvoorbeeld een harde stroming staat. Loop eerst een klein stukje het water in. Je voelt dan aan je benen hoe de stroming van het water is. Je moet bij een harde stroming zelf nooit het water in gaan. De kans is dan groot dat je zelf ook in de problemen komt. Je kunt heel voorzichtig het water in als er geen stroming staat. We leren bij de reddingsbrigade om zelf pas het water in te gaan als er meerdere hulpverleners zijn’, legt Cindy uit.
Helpen vanaf de kant
Arda: ‘We springen in de hurksprong het water in. Bij deze sprong blijft ons hoofd boven water. We kunnen de drenkeling daardoor in de gaten blijven houden.’ Foto’s: Arjen Jan Stada
‘Kijk goed om je heen terwijl je wacht op meerdere hulpverleners. Misschien zie je iets waarmee je de persoon kunt redden’, vertelt Ryan. Arda: ‘Je kunt bijvoorbeeld een jas, sjaal, touw of tak uitsteken naar de persoon in het water. Je kunt hem of haar daar misschien mee naar de kant trekken.’ Cindy: ‘Als je een plastictas hebt, blaas daar dan lucht in. Je maakt op die manier een boei van de tas. Gooi de tas naar de drenkeling zodat hij of zij erop kan drijven.’
Drenkeling
Iemand die in het water is gevallen en bijna verdrinkt.
Drenkeling naar de kant brengen
Luca laat zien hoe hij de pop opduikt.
Cindy: ‘Drijf op je rug als je zelf in nood komt. Je kunt dat lang volhouden.’
Luca, Ryan, Arda en Cindy oefenen in het zwembad hoe ze een drenkeling uit het water kunnen halen. ‘Onze drenkeling is een pop. Ik ga rustig het water in en zwem naar de drenkeling toe. Ik ga achter de drenkeling liggen en leg één hand op zijn buik. Mijn andere hand leg ik onder de kin van de drenkeling. De drenkeling ligt dan op zijn rug. Ik trek de drenkeling rustig mee naar de kant. Ik doe dat door hem zachtjes vast te houden aan zijn hoofd’, legt Cindy uit. Ryan: ‘Het is belangrijk om het hoofd van de drenkeling boven water te houden. Hij kan dan blijven ademen.’
Drenkeling opduiken
Sommige drenkelingen zakken naar de bodem. ‘Hulpverleners kunnen dan naar de drenkeling duiken’, vertelt Ryan. Luca heeft dat al geleerd. ‘Ik zwem eerst richting de drenkeling. Op één meter afstand van waar hij naar beneden zakte, duik ik naar hem toe. Ik leg één arm op de buik van de drenkeling. Ik zwem terwijl ik hem vasthoud naar boven. Ik zorg dat ik tegen de achterkant van het hoofd van de drenkeling aankijk. De drenkeling gaat namelijk water spugen als hij bovenkomt’, legt Luca uit.
‘We noemen dit de helphouding. Je houdt jezelf zo warm en blijft drijven’, vertelt Ryan. De auto in het water
Cindy en Luca spelen drenkeling en hulpverlener. Ze laten samen zien hoe ze een drenkeling naar de kant brengen.
Stel, je zit in een auto die het water in rijdt. Wat moet je dan doen? ‘Zorg dat je zo snel mogelijk je stoelriem losmaakt. Er ligt in de meeste auto’s een hamertje. Aan dat hamertje zit een mesje waarmee je je riem lost kunt snijden’, legt Arda uit. Ryan: ‘Het is daarna belangrijk dat je de lampen van de auto aanzet. Hulpverleners kunnen een auto onder water snel vinden als de lampen branden. Probeer ook de ramen open te doen. Je kunt dan door een raam de auto proberen uit te komen.’
‘We oefenen met dit karretje wat je moet doen als je met een auto in het water terechtkomt’, zegt Ryan.
MEI 2o19
ROTTERDAM – Op dit moment hebben de meeste scholen nog precies genoeg meesters en juffen voor alle leerlingen. Zodra er een juf of meester ziek wordt, is er vaak een probleem. Sommige schooldirecteuren kunnen dan nergens een invalleraar vinden. Wat is jouw oplossing voor het lerarentekort? Tekst en foto’s: Suzanne Huig
‘Ik vind dat de leraren moeten worden verdeeld over de groepen als er een tekort is. Een leraar geeft dan ’s ochtends een andere groep les dan ’s middags. Een juf geeft bijvoorbeeld ’s ochtends groep 7 les. De leerlingen van groep 8 werken in de ochtend zelfstandig in de klas. De leerlingen van groep 7 maken in de middag zelfstandig opdrachten in de klas. De juf kan in de middag groep 8 lesgeven.’
Quinty (8) ‘Ik vind dat er niet altijd een invalleraar hoeft te komen. Ik vind dat de schooldirecteur op het schoolbord moet schrijven wat er die dag gedaan moet worden. In de klas moet ook een student zitten die juf of meester wil worden. De leerlingen hebben dan iemand die oplet of iedereen zich gedraagt. En hij of zij kan uitleg geven als dat nodig is.’
‘Ik vind dat schooldirecteuren aan ouders moet vragen of zij les willen geven. Mijn vader kan bijvoorbeeld heel goed rekenen. Hij kan alle klassen rekenles geven. Een andere vader of moeder is misschien heel goed in taal. Hij of zij kan dan alle leerlingen taalles geven.’
Lars (7)
Tristan (8)
‘Ik vind dat een leraar aan 2 klassen les moet geven als er een lerarentekort is. Stel er is één leraar voor groep 6 en groep 7. De leraar kan dan eerst groep 6 uitleg geven. In die tijd kunnen de leerlingen van groep 7 een boek lezen. De leerlingen uit groep 7 kunnen uitleg krijgen als groep 6 aan het werk gaat.’
Jenna (7)
Mila (8)
‘Ik vind dat leerlingen via een televisie-uitzending les moeten krijgen als hun juf of meester er niet is. Er moet iedere dag een uitzending gemaakt worden voor de groepen 3, 4, 5, 6, 7 en 8. Alle kinderen die die dag geen leraar hebben, kunnen op school naar een uitzending kijken. Een groep 5 kijkt naar de uitzending voor groep 5. Eén leraar kan via de uitzending duizenden leerlingen lesgeven.’
Wat is jouw oplossing voor het lerarentekort?
Wat voor een soort training is Billy Boem? pagina 4
Sarah probeert haar mama op te vrolijken door met haar te fietsen. Wat doet ze nog meer samen met haar moeder? Pagina 4 Nina heeft een spuit die ze in haar been moet prikken als ze een allergische reactie krijgt. Hoe heet die spuit? Pagina 5 Hoe noem je het als iemand een beperking heeft waardoor hij of zij sommige dingen niet zo goed kan? Pagina 5
Hoe heet het kunstwerk van beton dat een duin uitbeeldt? Pagina 8 Hoe noem je iemand die in het water is gevallen en bijna verdrinkt? Pagina 9 Welke les volgt Kyana al 4 jaar? Pagina 11
Waar woont Eddy in? Pagina 11 In de lucht zweven allerlei kleine deeltjes. Die deeltjes bestaan vooral uit uitlaatgassen en … van fabrieken. Pagina 12
HET ANTWOORD VAN DE PUZZEL VAN april IS: voedingsstof. DE WINNAAR IS tubanur (11). GEFELICITEERD! Wil je nog meer puzzelen? Kijk dan eens op PUZZELCORNER.NL voor meer leuke puzzels!
Kwark en fruit zijn voorbeelden van gezonde toetjes. Hoe heet het derde gezonde toetje? Pagina 6 Met wie speelt mevrouw Peters het spel Jenga? Pagina 7
MEI 2o19
CENTRUM – Kyana (9) volgt dankzij het Jeugdfonds Cultuur Rotterdam het langlopende theatertraject bij Jeugdtheater Hofplein Rotterdam-Zuid. Tekst: Angelique van Tilburg
‘Ik zit 4 jaar op theaterles’, vertelt Kyana. ‘Ik leer bij Jeugdtheater Hofplein acteren, dansen en zingen. We krijgen elk jaar eerst lessen. We repeteren daarna voor de eindvoorstelling. We sluiten het jaar af met de eindvoorstelling. We voeren dit jaar de voorstelling Coco op. Coco gaat over het jongetje Miguel. Ik speel de moeder van Miguel.’
In een achtbaan
Kyana: ‘Ik ben vlak voor een voorstelling altijd een beetje zenuwachtig. Ik heb dan kriebels in mijn buik. Mijn buik voelt op dat moment hetzelfde als wanneer ik in een achtbaan zit, vlak voor het moment dat de achtbaan naar beneden gaat. Dat gevoel is weg zodra ik op het podium sta. Ik kijk dan naar het publiek en denk: ‘Ik sta er. Ik heb het gedaan!’ Ik voel me op het podium heel vrij. Ik leef me echt helemaal in en doe mijn best voor het publiek.’
CENTRUM – Eddy (12) is een kermiskind. ‘Mijn moeder en vader hebben 2 kermisattracties. We gaan met onze attracties van maart tot en met oktober langs kermissen door heel Nederland. We staan ongeveer anderhalve week op een kermis. Daarna reizen we door naar de volgende kermis’, vertelt Eddy. Tekst: Suzanne Huig
Kyana. ‘Ik heb veel energie. Ik praat en beweeg het liefst veel. Ik vind het leukst aan theater maken dat ik heel actief mag zijn. Eigenlijk passen theaterlessen precies bij hoe ik normaal ook ben. Ik ben tijdens theaterlessen en buiten de lessen dezelfde persoon. Als ik theater maak, doe ik precies wat ik het allerleukst vind’, zegt Kyana.
‘We wonen in een woonwagen. We wonen van november tot en met februari in Rotterdam. Ik ga dan naar een basisschool in Overschie. Het is voor mijn ouders niet handig om vanaf de verschillende kermissen steeds naar Rotterdam te rijden. We wonen daarom in het kermisseizoen met onze woonwagen op de verschillende kermissen’, vertelt Eddy.
Woonwagen
Een woning op wielen. Je kunt de woning verplaatsen.
Eddy in attractie Wip.
Foto's: Peter Snaterse
Helemaal zoals ik ben
De rijdende school
Eddy: ‘Ik ga van maart tot en met oktober naar de rijdende school. De rijdende school is een grote woonwagen die eruitziet als klaslokaal. Op iedere kermis staat een rijdende school. Er is op de school een juf of meester uit het gebied waar de kermis staat. Eén leraar geeft alle kermiskinderen van groep 1 tot en met groep 8 les. Ik vind de rijdende school heel leuk, omdat ik wekelijks nieuwe kinderen en leraren leer kennen.’
wekelijks
Iedere week.
Jeugdfonds CULTUUR Rotterdam Wil jij dansen, muziek maken, toneelspelen of zingen, en is er thuis geen geld voor lessen? Kijk
dan met je ouder(s), verzorger(s) of leerkracht op www.jeugdfondsSPORTENCULTUUR.nl
Of vraag of er bij jou op school een contactpersoon is van het Jeugdfonds Cultuur Rotterdam.
‘Dit is onze attractie Politieacademie’, zegt Eddy. Foto’s: peter snaterse
Onze attracties
‘Onze attractie Lost is een avontuurlijke attractie. Je moet via een lastig parcours binnen een bepaalde tijd de uitgang kunnen vinden. Mijn vader heeft deze attractie zelf bedacht en gebouwd. Onze andere attractie heet de Politieacademie. Je kunt daar paintballen, schieten of blussen. Je verdient prijzen als je iets omver schiet of gooit’, vertelt Eddy.
Iedere dag in attracties
Eddy: ‘Op iedere kermis zijn kermiskinderen die ik ken. Ik heb het gevoel dat ik bij mijn familie ben als ik op de kermis ben. Ik ga na schooltijd bijna iedere dag in attracties. Ik houd vooral van attracties die omhoog gaan en ronddraaien. Ik wil later zelf ook op de kermis werken. Ik wil dan graag een Wip hebben. Dat is een draaiende bank. Ik heb het gevoel dat ik vlieg als ik daarin zit. Ik denk dat veel kinderen dat leuk vinden.’
MEI 2o19
FEIJENOORD – De leerlingen uit groep 6 van basisschool Risala doen mee aan de W&T Challenge 010. ‘We onderzoeken hoe we voor een schone lucht kunnen zorgen. We bekijken de invloed van mensen op de luchtkwaliteit. Daarna bedenken we manieren om de lucht schoner te krijgen’, vertelt Eymen (9). Tekst: Suzanne Huig
ROTTERDAM – In 2020 moeten alle Nederlandse basisschoolleerlingen lessen wetenschap en techniek krijgen. Wetenschap en Techniek (W&T) Challenge 010 daagt Rotterdamse leerlingen uit te onderzoeken, ontdekken en ontwerpen. Iedere klas kan meedoen met uitdagingen van de W&T Challenge 010. Kijk voor de uitdagingen en extra informatie op www.wtchallenge010.nl
‘Lucht bestaat uit veel verschillende gassen. In de lucht zweven allerlei kleine deeltjes. Die deeltjes bestaan vooral uit uitlaatgassen en afvalstoffen van fabrieken. Veel deeltjes die in de lucht komen, zijn ongezond’, vertelt techniekleraar René.
Tekst: Suzanne Huig
Probleem door en voor bewoners ‘Er is minder schone lucht in de stad als er meer verkeer is. Mensen hebben dus invloed op de lucht’, zegt Yağmur (9). Nisanur (9): ‘Ik loop iedere week hard in de stad. Ik ruik dan vieze uitlaatgassen en moet veel hoesten. Ik vind dat niet fijn.’ Walid (10): ‘De luchtvervuiling is voor alle bewoners van Rotterdam een probleem. Ik vind daarom dat we met elkaar oplossingen moeten bedenken.’
De leerlingen bedenken hoe de lucht schoner kan worden. Foto’s: Arjen Jan Stada
Aan de slag
Stap 1 * Neem een persoon in gedachten. Bijvoorbeeld je moeder, vader, oma, opa, juf of meester. Verplaats je in die persoon. * Bedenk hoe die persoon voor vieze lucht zorgt. Bijvoorbeeld door auto te rijden, pakketjes of eten te laten bezorgen of vuurwerk af te steken. * Bedenk daarna redenen waarom die persoon dat doet. Waarom rijdt iemand bijvoorbeeld auto? Of waarom laat iemand pakketjes bezorgen?
Niet met de auto naar school Yağmur: ‘Sommige kinderen worden met de auto naar school gebracht. Ik denk dat ouders dat doen zodat ze gelijk naar hun werk kunnen rijden. Ik vind dat niet goed. Die kinderen moeten door iemand anders lopend of met de fiets worden gebracht.’ Yasmina (10): ‘Ik word zelf ook vaak met de auto naar school gebracht omdat ik anders te laat kom. Ik sta voortaan ’s ochtends eerder op zodat ik genoeg tijd heb om naar school toe te lopen.’ Leuker om te fietsen en lopen Imran (10): ‘We moeten ervoor zorgen dat de meeste mensen in en rondom de stad fietsen of lopen.’ ‘Ik denk dat mensen sneller gaan fietsen en lopen als het leuker is. We kunnen bijvoorbeeld een route zonder stoplichten bedenken voor fietsers en voetgangers. Het lijkt mij heel fijn als ik nooit hoef te stoppen onderweg naar school’, zegt Caner (10). ‘Of we maken alle straten in de stad heel smal en eenrichtingsverkeer. Mensen komen niet snel met de auto als het heel lastig is om door de stad te rijden’, zegt Walid.
Stap 2 Bedenk de gevolgen van de luchtvervuiling. Wat gebeurt er door de luchtvervuiling bijvoorbeeld met mensen en de natuur? Stap 3 Hoe kan de persoon uit stap 1 zorgen voor schonere lucht? Kan hij of zij bijvoorbeeld fietsen in plaats van autorijden? Of kan hij of zij pakketjes op de fiets ophalen in plaats van laten bezorgen? Stap 4 Kies één oplossing uit stap 3. Maak een strip, poster of toneelstukje bij je oplossing.
Lijkt het je leuk om je idee te presenteren? Doe dan mee met de grote finale van W&T Challenge 010 op 27 juni 2019. Meld je aan via www.wtchallenge010.nl/inschrijven
Wil jij lessen wetenschap en techniek krijgen op school? Waarom wel of niet? Tekst en foto's: Suzanne Huig Wil jij lessen wetenschap en techniek krijgen op school? Waarom wel of niet?
Milla (11): ‘Ik wil graag lessen wetenschap en techniek krijgen op school. Het lijkt me heel handig als ik zelf dingen leer maken. Ik wil later bijvoorbeeld zelf een lamp kunnen ophangen. Ik denk dat ik dat kan leren tijdens lessen wetenschap en techniek.’
Famke (10): ‘Het lijkt mij heel leuk om lessen wetenschap en techniek te krijgen. Ik wil bijvoorbeeld graag leren boren en zagen. Het lijkt mij handig om dat te kunnen om bijvoorbeeld boomhutten te bouwen.’