FEBRuari 2o19
4 Ella (10) en haar moeder Nira
5
8
Julian (10) heeft een gehoorbeperking
9
Feline (8) bekijkt sterren en planeten
Yogaworkshop op De Pij ler
Abdul en Shahraan willen de kinderafdeling vrolijker maken. Foto's: Arjen Jan Stada
IJSSELMONDE – Vergaderen, belangrijke beslissingen
nemen en leidinggeven aan mensen. Honderden leerlingen waren op 24 januari voor één dag de baas van een bedrijf tijdens het JINC-project ‘Baas van Morgen’. Abdul (12) en Shahraan (12) van de Elisabethschool waren de baas van het Maasstad Ziekenhuis. Ze namen voor één dag de taak van directeur Peter over. Ze bekeken hoe ze het ziekenhuis leuker en fijner kunnen maken voor kinderen die in het ziekenhuis liggen. Tekst: Suzanne Huig
‘Het is mijn taak om ervoor te zorgen dat het goed gaat met het ziekenhuis. Ik maak plannen en neem beslissingen. Ik kijk bijvoorbeeld welke spullen we moeten kopen om goed voor patiënten te kunnen zorgen. Ik geef ook complimenten aan de medewerkers’, legt Peter uit.
Grote beslissingen
Ze bekijken de afdeling radiologie. ‘Hier worden foto’s gemaakt zodat dokters in het lichaam van mensen kunnen kijken’, legt Shahraan uit. Peter: ‘De apparaten die hier staan, kosten één miljoen euro. Ik moet beslissen of we iets kopen. En ik moet een plan maken om ervoor te zorgen dat we genoeg geld hebben.’ ‘Ik wil later geen baas worden. Ik word zenuwachtig als ik grote beslissingen moet nemen’, zegt Shahraan. Abdul: ‘Het lijkt mij leuker om als dokter met de appraten te werken dan om de baas van het ziekenhuis te zijn.’
Plafond beschilderen
Shahraan en Abdul bezoeken de kinderafdeling. ‘Ik vind dat het plafond van de kinderafdeling beschilderd moet worden. De afdeling ziet er dan mooier en gezelliger uit voor de kinderen die op bed liggen’, zegt Abdul. Peter vindt het een goed idee. ‘Als de omgeving mooi, gezellig en fijn is, worden patiënten sneller beter’, vertelt hij.
Boeken, speelgoed en gezond eten
Shahraan: ‘Ik vind dat er boeken en speelgoed op de kamers moeten liggen. Kinderen kunnen zich dan vermaken als ze alleen zijn.’ ‘We vinden het ook belangrijk dat kinderen goed en lekker te eten krijgen in het ziekenhuis. Gezond eten helpt om beter te worden’, zegt Abdul.
FEBRuari 2o19
‘Hoi’, zegt de ene vis tegen de andere. De
andere zegt: ‘Haai!’ ‘Waar?! Waar?!’, roept
P
L
A
N E
T A R
I
de ene vis geschrokken.
K A S
T
R O N O M
Michel (10)
I
R U
I
M T
J
J
E O R
Er komt een man bij de pizzeria. Hij
bestelt een pizza. Als deze klaar is,
vraagt de pizzabakker of hij de pizza in
A
U M S I
E
T
E
V A A R
T
I
O N S O H
K R S
T
H B A A N U D
E
E
P
E
A R
E
E
R
E
L
R
H
E
A M L
R V
E
6 of in 8 stukken moet snijden. Waarop
N N
E
E
want 8 stuken krijg ik nooit op!’
Z
E
E N A M O Z N A A
de man zegt: ‘Doe maar in 6 stukken, Siham (11)
Thijs zit in de klas en zegt: ‘Broem broem broem broem.’ De juffrouw vraagt: ‘Wil je daarmee ophouden?’ Thijs blijft gewoon doorgaan: ‘Broem broem broem broem.’
De juf zegt: ‘Thijs, ga nu maar naar de gang!’ ‘Dat kan niet juffrouw,’ zegt Thijs. ‘Mijn benzine is op!’
E
L
M A R
S
F
U N
E
O U A
L
A A R
D
E
T
S
E
N S N
L
S
T
E
R R
E
N
B
E
E
L
D
V A
L
L
N D
E
S
T
E
R
E
ORION PLANETARIUM RODE MAAN
LENS MARS
ZON
HALO HEELAL IJSPLANEET KIJKEN KRATER KREEFT
RUIMTEVAART STERRENBEELD URANUS VALLENDE STER VENUS ZEEËN
antwoord (ÉÉn woorD):
regels: DE WOORDEN VIND JE HORIZONTAAL, VERTICAAL EN DIAGONAAL. Je mag letters
meerdere keren gebruiken. Als je de overgebleven letters in de juiste volgorde zet, krijg je het antwoord. Mail dIT antWOORD samen met je voornaam, leeftijd
en het telefoonnummer van je ouder(s) of verzorger(s) (zodat we contact met je kunnen opnemen als je hebt gewonnen) naar antwoord@jong010.nl. Alleen de winnaar krijgt bericht.
Vanity (12)
AARDE ASTRONOMIE BAAN
HET ANTWOORD VAN DE WOORDZOEKER VAN JANUARI IS: SCHOOLPLEIN. DE WINNAAR IS MOHAMMAD(11).
Puzzelcorner.nl
Wat wordt een gele steen die je in een blauwe zee gooit?
De steen wordt nat.
Lisa (8)
Als je in de ene hand 3 peren en 4 bananen houdt en in de andere hand 3 bananen en 4 peren, wat heb je dan?
Hele grote handen. Mohammed (11)
Jong010 wordt mede mogelijk gemaakt door:
Oprichter: Angelique van Tilburg hoofdredacteur: Suzanne Huig
Jong010 - FEBRUARI Jaargang Oplage:
9
2019
- Editie
38.000
6
kranten
Fotografen: Johannes Odé, Peter Snaterse, Arjen Jan Stada Vormgeving: Marcel van den Assem redactiemedewerker: sasja hof Aan deze editie werkten mee: Puzzelcorner, Richard van der Ven,
FEBRuari 2o19
‘Ik vind het belangrijk om een rustige plek in huis te hebben. Bijvoorbeeld een kamer met een bureau. Ik kan daar dan lezen, knutselen en mijn huiswerk maken. Ik kan me beter concentreren op een rustige plek. Ik heb nu geen fijne speelplek in de buurt van mijn huis. Dat mis ik. Ik vind dat iedere buurt een grote speeltuin moet hebben.’
ROTTERDAM – Burgemeester Ahmed Aboutaleb hoort graag van de Rotterdammers wat zij van de stad vinden. Ook naar de mening en ervaring en basisschoolleerlingen is hij benieuwd. Hoe zien jouw ideale huis en buurt eruit? Tekst en foto’s: Suzanne Huig
‘De komende jaren worden er veel huizen gebouwd in Rotterdam. Het is belangrijk dat de nieuwe wijken en huizen passen bij de mensen die er willen wonen. De architecten en bouwers moeten ook rekening houden met kinderen. Ik vind het belangrijk dat kinderen veilig naar school kunnen lopen en dat er mooie speelplekken zijn. Ik had vroeger geen eigen kamer waarin ik kon spelen of mijn huiswerk kon maken. Ik vond dat soms best lastig. Wat vind jij belangrijk aan het huis en de buurt waarin je woont?’
roxanne (9) Ahmed Aboutaleb. foto: gemeente rotterdam / marc nolte
‘Ik speel graag op straat met mijn vrienden. Ik vind het daarom belangrijk om in een rustige omgeving te wonen. Ik wil niet dat de auto’s rondom mijn huis harder dan 30 kilometer per uur rijden. Ik wil een goed geïsoleerd huis. Het lijkt mij vervelend om gestoord te worden door de muziek van mijn buren.’
mees (9) ‘Ik vind het belangrijk om in een veilige omgeving op te groeien. Er moeten genoeg zebrapaden, verkeersborden en stoplichten zijn. Ik wil in mijn huis graag een plek voor mijzelf hebben. Bijvoorbeeld een kamer waarin ik televisie kan kijken of huiswerk kan maken.’
‘Ik vind dat een huis groot genoeg moet zijn zodat iedereen in het gezin een eigen kamer heeft. Ik kan goed uitrusten als ik mijn kamer met niemand hoef te delen. Ik vind het belangrijk dat er rondom mijn huis veel natuur is. Ik vind dat er mooi en gezellig uitzien.’
renzo (9) Vul zelf in: Hoe zien jouw ideale huis en buurt eruit?
ivan (9) ‘Ik vind het fijn als een huis een heel grote woonkamer heeft. Ik vind het gezellig om met vrienden en familie samen te zijn. In een grote woonkamer is er ruimte voor veel vrienden en familie. Ik vind dat ieder kind voor zijn huis moet kunnen spelen. Ik vind daarom dat in iedere straat een speeltuin moet zijn.’
robbie (8)
‘Mijn ideale huis heeft een bad. Ik heb nu alleen een douche. Het lijkt mij fijn om lang in bad te zitten. Ik vind het belangrijk dat in de buurt van mijn huis scholen en winkels zijn. Ik wil overal lopend naartoe kunnen.’
Naam:
jun (10) ‘Ik woon in een flat. Ik deel mijn kamer met mijn zus. Ik mis soms een plek om even alleen te zijn. Mijn ideale huis zou groter zijn. Iedereen zou daar een kleine kamer hebben. Het lijkt mij fijn om meer ruimte voor mijzelf te hebben.’
vicky (9)
‘Ik woon in mijn ideale huis. Ik heb een eigen kamer. Dat vind ik fijn. Ik kan daar bijvoorbeeld alleen met vriendinnen praten. Mijn buurt is ook fijn. Ik speel vaak met buurtkinderen op straat omdat er weinig verkeer is.’
Shurnaylis (8)
‘Mijn ideale huis is een rijtjeshuis. Ik vind dat je in een flat veel rekening moet houden met je buren. Ik vind dat soms lastig. Bijvoorbeeld als ik muziek wil luisteren. Mijn ideale buurt heeft heel veel zebrapaden. Ik sta nu soms lang te wachten voordat ik veilig over kan steken.’
ruba (10)
FEBRuari 2o19
Ella: ‘Ik heb een grabbelbak met daarin kaartjes. Op de kaartjes staan dingen die ik kan doen als ik me verveel. De grabbelbak helpt me als ik niet weet wat ik moet doen en mijn ouders even geen tijd hebben om iets samen te doen.’ ROTTERDAM – In de puberteit verandert er veel voor kinderen en ouders. In sommige gezinnen ontstaan daardoor problemen. Tijdens de cursus ‘Omgaan met pubers’ leren ouders goed met pubers om te gaan. Ouders leren te luisteren en overleggen met hun pubers. Nira, de moeder van Ella, volgde de cursus. Ella (10) en Nira vertellen erover. Tekst: Suzanne Huig
De cursus is gratis. Mail voor meer informatie naar info@preventiefopmaat.nl
FEIJENOORD - ‘De puberteit is de tijd waarin je lichaam en hersenen veranderen van kind naar volwassene. Mijn moeder zegt dat ik me soms gedraag als een puber. Dat is wel een beetje zo. Ik word soms bijvoorbeeld boos terwijl er niets aan de hand is. En ik ben liever met vriendinnen op pad dan met mijn moeder’, zegt Ella. ‘Ouders willen het beste voor hun kind. Ik heb daarom de cursus ‘Omgaan met pubers’ gevolgd om Ella beter te begrijpen’, zegt Nira. Tekst: Suzanne Huig Ella: ‘Mijn moeder zei vroeger soms dat ze luisterde terwijl ze dat niet deed. Ze zat dan bijvoorbeeld tegelijkertijd op haar telefoon of kookte. Ze keek mij niet aan en vroeg soms wat ik precies zei. Het gaf mij een vervelend gevoel. Het voelde alsof ik niet belangrijk was.’
Echt luisteren
Nira: ‘Ik heb tijdens de cursus geleerd om echt te luisteren. Ik weet nu dat het vervelend is als iemand maar een beetje luistert. Ik maak nu tijd om te luisteren. Ik luister bijvoorbeeld het eerste uur als Ella
Ella en haar moeder Nira. Foto’s: Arjen Jan Stada
Praten over problemen
‘Ik heb soms problemen met vriendinnen die gemeen tegen elkaar doen. Ik heb dan het gevoel dat ik tussen vriendinnen moet kiezen. Dat vind ik lastig. Ik praat daarover met mijn moeder’, vertelt Ella. Nira: ‘Ik heb tijdens de cursus geleerd dat ik samen met Ella moet praten en kijken naar oplossingen. Ik bepaal de oplossingen niet.’ ‘Mijn moeder luistert naar mij en laat mij rustig uitpraten. Ze geeft mij alleen advies als ik dat wil. Ik vind het heel fijn als er iemand naar mij luistert zonder zijn
mening te geven. Ik wil me soms alleen gesteund voelen en mijn gevoel delen’, zegt Ella.
Elkaar begrijpen
‘Dit is het begin van de puberteit. Je bent nog een kind, maar je maakt soms je eigen keuzes zoals volwassenen’, zegt Nira. Ella: ‘Mijn ouders zijn heel belangrijk voor mij. Ik vind het fijn dat mijn moeder de cursus heeft gevolgd. We begrijpen elkaar nu beter. Mijn moeder weet nu wat ze moet doen als ik in de problemen zit. En ik denk dat ze mij goed kan helpen als ik in de puberteit zit.’
uit school is echt naar haar. Ik kijk Ella aan en leef met haar mee. Ik geef haar het gevoel dat ze wordt gehoord. Ik durf het te zeggen tegen Ella als ik even geen tijd heb om naar haar te luisteren.’ Ella: Ik vind het heel fijn dat mijn moeder dat heeft veranderd. Dat geeft mij het gevoel dat ik belangrijk ben. Ik heb daardoor meer vertrouwen in mijn moeder en vertel haar meer. Ik vind het niet erg als ik weet dat mijn moeder even geen tijd heeft om te luisteren. We praten dan op een ander moment.’
FEBRuari 2o19
ROTTERDAM – Iemand is slechthorend of doof als hij of zij gehoorverlies heeft. Eén op de 700 kinderen in Nederland wordt geboren met een vorm van slechthorendheid of doofheid. Dove en slechthorende kinderen hebben vaak moeite met leren spreken. Dat komt omdat ze de gesproken
taal om zich heen niet goed kunnen volgen. Sommige kinderen zijn geholpen met een hoorapparaat dat geluiden harder maakt. Kinderen die met een gewoon hoorapparaat geen of weinig geluiden horen, kunnen een CI krijgen. Een CI zet geluiden om naar signalen naar de hersenen. Tekst: Suzanne Huig
Stinafo helpt kinderen en jongeren met een handicap of chronische ziekte. De organisatie geeft bijvoorbeeld geld om onderzoek te doen, voorlichting te geven of hulpmiddelen te kopen.
Horen met 2 oren
‘Op 19 juni 2018 is het computertje in mijn hoofd geplaatst. Ik hoor door het apparaat 70 procent met mijn dove oor. Ik hoor nu met 2 oren. Ik kan nu bijvoorbeeld horen van welke richting geluid komt. Ik vind dat heel fijn. Het is voor mij nog wel lastig om goed te horen als er meerdere mensen tegelijkertijd praten. Mijn gehoor kan nog beter worden als mijn hersenen zijn gewend aan het apparaat’, vertelt Julian.
DELFSHAVEN – Julian (10) heeft een gehoorbeperking. ‘Iedere baby krijgt een gehoortest na zijn geboorte. De dokter merkte tijdens de test dat ik niet reageerde op geluid. In het ziekenhuis bleek dat ik zeer ernstig slechthorend was. Ik was helemaal doof aan mijn rechteroor. Ik hoorde 20 procent met mijn linkeroor’, vertelt Julian. Tekst: Suzanne Huig ‘Ik kreeg al snel een gehoorapparaat voor mijn linkeroor. Het apparaat zorgt ervoor dat ik met dat oor 80 procent hoor in plaats van 20 procent. Dat vond ik fijn. Maar anderen hebben 2 oren waarmee ze horen. Ik had daardoor het gevoel dat ik dingen miste’, zegt Julian.
Julian met zijn CI aan zijn rechteroor en zijn gehoorapparaat aan zijn linkeroor. Foto’s: Arjen Jan Stada
Wachten op een CI
Julian: ‘Ik wilde graag horen met 2 oren. Mijn logopediste en ouders hebben daarom aan mijn dokters gevraagd of ik een CI kon krijgen. Een CI is een soort computer die in iemand zijn hoofd wordt geplaatst. Het vangt geluiden op en geeft die via bewegingen door aan de hersenen. Het apparaat kan ervoor zorgen dat je met een doof oor kunt horen. Het duurde jaren voordat de dokters besloten dat ik een CI kreeg. Ik was best zenuwachtig want ik wilde het heel graag.’
School voor doven en slechthorenden
Julian: ‘Ik zit op een school voor dove en slechthorende kinderen. Ik vind het fijn dat ik op een school zit waar iedereen een beperking heeft. Niemand vindt mij daar raar. En we houden allemaal rekening met elkaar. Niet alle kinderen bij mij op school kunnen praten. Ik gebruik op school daarom gebarentaal.’
‘Ik ben heel blij dat ik kan horen. Dansen is heel belangrijk voor mij. Ik zit op dansles en ik dans vaak thuis. Ik voel me blij en fijn als ik dans. Ik zou niet kunnen dansen als ik geen muziek kon horen’, zegt Milou.
Apparaatjes aan mijn oren ROTTERDAM – Milou (7): ‘Ik bleek ernstig slechthorend te zijn bij mijn geboorte. Dat betekent dat ik alleen met een gehoorapparaat kan horen wat er wordt gezegd. Ik kreeg als baby daarom 2 gehoorapparaten. De gehoorapparaten hielpen mij te weinig om goed te kunnen spreken. Ik heb daarom in allebei mijn oren een CI gekregen. Ik merkte gelijk verschil. Ik hoorde ineens bijvoorbeeld de deurbel, onweer en de vogels buiten. Ik ben hetzelfde als andere kinderen. Ik hoor alleen op een andere manier.’ Tekst: Suzanne Huig
Milou: ‘De CI’s zijn eigenlijk 2 apparaatjes die aan mijn oren hangen. De microfoons van die apparaatjes vangen geluiden op. Die geluiden gaan via draden naar de slakkenhuizen in mijn oren. De geluiden worden daar door een soort computertje in mijn hoofd omgezet zodat ik ze hoor. Ik hoor niet zoveel verschillende klanken als anderen. En de geluiden klinken een beetje zoals anderen onder water horen, heb ik begrepen.’
Milou: ‘In gebarentaal betekent dit dansen.’ Spreken in gebarentaal
Milou: ‘Ik houd van muziek en dansen.’ Soms doof
Foto’s: Peter Snaterse
‘Ik heb de CI’s niet altijd in. Het is bijvoorbeeld niet fijn om er mee te slapen, springen of spelen. Ik doe ze daarom soms uit. Ik ben dan helemaal doof. Ik ga dan op mijn gevoel en mijn zicht af. Mijn gevoel is heel goed. Ik voel bijvoorbeeld de grond onder mij trillen als iemand de trap op loopt. Ik kijk goed om me heen wat er gebeurt. Ik merk bijvoorbeeld dat iemand mijn kamer in komt doordat het licht aan gaat’, zegt Milou.
‘Ik zit op een school voor dove en slechthorende kinderen. Ik leer op school gebarentaal. Ik vind het belangrijk om gebarentaal te kunnen, omdat ik mijn CI’s niet altijd kan dragen. Ik spreek dan via gebarentaal. Ik vind het fijn dat alle kinderen bij mij op school de apparaten in mijn oren kennen. Ze stellen er nooit vragen over’, vertelt Milou. gemaakt in samenwerking met
FEBRuari 2o19 ROTTERDAM – In eten en drinken zitten verschillende stoffen die goed voor je zijn. Deze stoffen helpen je om te groeien, om gezond te blijven of om energie te krijgen. Je hebt bouwstoffen nodig zoals eiwitten en water. Deze stoffen helpen je lichaam om te groeien. Je hebt beschermstoffen nodig zoals vitamines en mineralen. Die helpen je lichaam te beschermen tegen ziektes. Je hebt brandstoffen nodig zoals koolhydraten, eiwitten en vetten. Deze stoffen geven je lichaam energie. Tekst en foto’s: Suzanne Huig Vetten geven je lichaam energie. Vetten die je niet gelijk gebruikt als energiebron worden omgezet in lichaamsvet. Lichaamsvet beschermt je organen en beschermt je tegen de kou. Het is ook een energievoorraad. Als je te weinig vetten eet, kun je slap worden. Je kunt dik worden als je te veel vetten eet. Er zijn 2 soorten vetten: verzadigde en onverzadigde.
Onverzadigde vetten eten Het is belangrijk om op vaste momenten te eten, zodat je niet heel de dag door eet. Eet iedere dag ’s ochtends, ’s middags en ’s avonds. Cody (13), Selena (8) en Luka (8) maken gerechten met onverzadigde vetten of zonder vetten.
Verzadigde vetten
Verzadigde vetten zitten bijvoorbeeld in vet vlees, volle melkproducten, chips,
snacks, koekjes en gebak. Het zijn ongezonde vetten. Je lichaam heeft zo min mogelijk van deze vetten nodig. Deze vetten vergroten de kans op hart- en vaatziekten.
Onverzadigde vetten
Onverzadigde vetten zitten bijvoorbeeld in vette vis, noten, plantaardige oliën en magarine. Het zijn gezonde vetten. Ze zijn belangrijk voor je lichaam. Ze beschermen je lichaam bijvoorbeeld tegen ziektes. En ze zorgen ervoor dat je hersenen en spieren goed werken.
’s Avonds
’s Middags
’s Ochtends
Cody: ‘Eet als ontbijt beschuit met appelstroop.’
Selena: ‘Een gezond tussendoortje is gestoomde pompoen en zoete aardappel. We eten het met een zelfgemaakte saus van yoghurt, bieslook en citroen.’
Luka: ‘We maken kabeljauw met paprika en courgette. We hebben de vis en groentes gestoomd.’
Welk gerecht met gezonde vetten of zonder vetten wil jij deze week maken?
GENERATION
DISCOVER
FEBRuari 2o19 Mayra: ‘Ik word op school gepest en dat stopt maar niet. Wat kan ik doen?’
Hallo Mayra, Niemand verdient het om gepest te worden. Jij dus ook niet. Pesten is bijvoorbeeld iemand beledigen, buitensluiten of slaan. Bij pesten ben je niet gelijk aan elkaar. Een pester doet iemand pijn.
Zelf oplossen
Je kunt proberen zelf het pesten te stoppen als het om iets kleins gaat. Je kunt het pesten negeren door niet te laten blijken dat het je raakt. Je kunt ook aangeven dat je het niet leuk vindt. Als je dat lastig vindt, kun je met iemand oefenen wat je gaat zeggen. Oefen dat met iemand die je vertrouwt. Bijvoorbeeld met een goede vriend, je moeder, vader, juf, meester, nicht, neef, oma of opa. Je zult je waarschijnlijk zekerder voelen als je weet wat je tegen de pester wilt zeggen.
Praat erover Illustratie: Copal en Consorten
ROTTERDAM – Linda van het Centrum voor Jeugd en Gezin reageert iedere maand in Jong010 op een vraag of probleem van een leerling of klas. Ze beantwoordt deze maand de vraag van Mayra (12). Tekst: Suzanne Huig
Heb jij een vraag aan Linda of zit je ergens mee? Stuur een mail naar redactie@jong010.nl of stuur een brief naar Jong010, Overschieseweg 10G, 3044 EE Rotterdam. Linda beantwoordt ingestuurde brieven. Foto: suzanne huig
Je vertelt dat het pesten bij jou niet stopt. Heb je al eens met iemand gepraat over het pesten en hoe jij je daarover voelt? Elke school is verplicht aandacht te geven aan het voorkomen en stoppen van pesten. Toch komt het nog vaak voor dat kinderen gepest worden zonder dat volwassenen dat in de gaten hebben.
Vertel hoe je je voelt
Er kan pas iets veranderen als jij het deelt. Je moet ervoor zorgen dat je er niet meer alleen voor staat. Zoek iemand die je vertrouwt. Je kunt samen met die persoon in gesprek met je juf of meester en de kinderen die pesten. Kinderen die pesten, weten vaak niet hoe het gepeste kind zich voelt. Het is belangrijk dat je vertelt wat het pesten met jou doet. Sommige kinderen durven het niet tegen hun ouders te zeggen als ze worden gepest. Onthoud dat de meeste ouders hun kind juist graag willen helpen. Dit artikel is gemaakt in samenwerking met
Groetjes, Linda
Op zaterdag 6 april worden de NN Kids Runs georganiseerd. Wil jij samen met Angelique en Suzanne van Jong010 2,5 kilometer van het echte parcours van de NN Marathon Rotterdam rennen? Geef je dan nu op! Angelique en Suzanne rennen mee als coach en zullen je aanmoedigen.
Ben jij 10, 11 of 12 jaar oud op 6 april 2019?
Kan een ouder of verzorger je naar de startlocatie brengen en je daar ophalen?
Wil je voorafgaand aan 6 april één woensdagmiddag met ons trainen?
Mail dan samen met je ouder(s) of verzorger(s) je naam, leeftijd en verjaardag naar antwoord@jong010.nl Vertel ons in je mail waarom jij met ons mee wilt rennen. Misschien word jij wel uitgekozen!
Geef je snel op! Er kunnen maximaal
kinderen meedoen.
FEBRuari 2o19
HOOGVLIET – Feline (8) zit bij de Astro Rakkers van Sterrenwacht Tweelingen in Spijkenisse. De Astro Rakkers leren over sterren en planeten. Ze krijgen les van jeugdbegeleiders Cisca en Hennie. Tekst: Angelique van Tilburg/ Foto’s: Peter Snaterse
Feline: ‘Je ziet ’s avonds als het donker is lichtpuntjes in de lucht. De meeste lichtpuntjes zijn sterren. Sommige lichtpuntjes zijn planeten.’ Je kunt de sterren en planeten alleen zien als de lucht helder is en er geen wolken zijn.
Sterren zijn zonnen
Feline: ‘Sterren zijn eigenlijk zonnen. Sterren zijn vanaf de aarde gezien klein omdat ze ver weg staan.’ Hennie: ‘Onze zon lijkt groter omdat deze dicht bij de aarde staat.’
Cisca (links) en Hennie (rechts) geven de Astro Rakkers les over sterrenkunde.
Sterren zijn grote bollen van gloeiend heet gas die zelf licht en warmte maken. De bekendste ster is de zon.
Feline staat voor het stellarium. ‘Ik heb op het stellarium de ster
Planeten zijn bollen van metaal, steen, ijs of gas die zelf geen licht en warmte maken. Planeten zijn kleiner dan sterren. Planeten worden verlicht en verwarmd door de energie van de ster waar ze omheen draaien. De bekendste planeet is de aarde.
betelgeuze bekeken. Betelgeuze is een heel grote rode ster.’
De 8 planeten
Hennie: ‘Er zijn 8 planeten. De planeten draaien rond de zon. Mercurius staat het dichtst bij de zon. Daarna volgen Venus, Aarde, Mars, Jupiter, Saturnus en Uranus. Neptunus staat het verst van de zon af.’ Feline: ‘De aarde staat 150 miljoen kilometer van de zon af. Mars is de rode planeet.’
Stellarium
Feline bekijkt bij de sterrenwacht ook sterren en planeten. Als het bewolkt is, gebruikt ze het stellarium. Dat is een programma waarmee je sterren en planeten kunt bekijken op een computerscherm of je telefoon.
Sterrenwacht Tweelingen in Spijkenisse. De koepel is rond en wit en het hoogste deel van de sterrenwacht.
Hennie en Feline draaien het dak van de koepel.
Feline staat bij de grote telescoop in de koepel van de sterrenwacht. Telescoop in de koepel
Rotterdam heeft geen sterrenwacht. Je kunt een sterrenwacht bezoeken in de buurt van Rotterdam. Bijvoorbeeld Sterrenwacht Tweelingen in Spijkenisse. www.sterrenwachtspijkenisse.nl
Feline bekijkt de sterren en planeten als het helder is met de telescoop. Dat is een grote verrekijker waarmee je voorwerpen kunt bekijken die ver weg staan. Feline: ‘De grootste telescoop van de sterrenwacht staat in de koepel. Via een opening in het dak van de koepel kun je met die telescoop sterren en planeten bekijken.’ Cisca: ‘Een computer bestuurt de telescoop in de koepel. Je voert in de computer in welke ster of planeet je wilt zien. We draaien daarna de koepel DETAIl met de opening richting de ster of planeet. Een klein onderdeel Via een telescoop zie je veel meer van iets groters. details van planeten.’
FEBRuari 2o19
OVERSCHIE – Maria (10) volgt dankzij het Jeugdfonds Sport Rotterdam tennisles bij Pascal Grootscholten van Tennispark OverdeSchie. Tekst: Angelique van Tilburg Maria: ‘Ik kom uit Syrië. Ik woon nu 2 jaar in Nederland. Ik heb toen ik hier kwam wonen eerst Nederlands geleerd. Ik wilde daarna graag gaan sporten. Ik koos voor tennis omdat die sport gelijk in mijn hoofd opkwam. Mijn vader heeft een tennisvereniging voor me gezocht.’
Serveren en punten maken
‘Ik zit nu een paar maanden op tennis bij meester Pascal. Ik train elke week’, vertelt Maria. ‘Ik heb al geleerd hoe ik moet serveren. Dat is de bal met je tennisracket opslaan aan het begin van het spel. Ik heb ook geleerd dat ik niet te hard moet slaan, zodat de bal tussen de lijnen blijft. Ik maak een punt als de bal tussen de lijnen op de grond komt en de ander de bal niet kan terugslaan. We doen vaak tennisspelletjes om de oefeningen goed te leren.’
Maria.
Foto's: Peter Snaterse
Vriendinnen maken
‘Ik krijg tennisles met een groepje andere kinderen. Ik heb doordat ik op tennis zit meer vriendinnen. De meisjes met wie ik train, zijn lief voor me. Zij tennissen al langer dan ik. Ze helpen me als ik iets nog niet kan.’
Minder snel moe
‘Hoe meer ik sport, hoe minder moe ik word als ik ga rennen. Ik haalde tijdens de gymles op school bij mijn eerste piepjestest trap 2. Ik haal nu trap 8. Ik word daar blij van, want ik vind het leuk om te rennen.’
Maria serveert.
Jeugdfonds Sport Rotterdam Wil jij sporten, en is er thuis geen geld voor lessen? Kijk dan met je ouder(s), verzorger(s) of leerkracht op
www.jeugdfondsSPORTENCULTUUR.nl
Of vraag of er bij jou op school een contactpersoon is van het Jeugdfonds Sport Rotterdam.
FEIJENOORD – De leerlingen van groep 8 van basisschool De Pijler kregen op 24 januari een yogaworkshop. Lerares Naomi van OmiYoga leerde de leerlingen verschillende oefeningen. Tekst: Suzanne Huig ‘Yoga helpt je om te ontspannen. Je doet bij yoga oefeningen om je hoofd leeg te maken’, zegt Frederieke (11). Noah (11): ‘Ik kan me beter concentreren als ik een yogaoefening heb gedaan.’ Reis (11): ‘Ik let tijdens deze workshop alleen op mezelf. Ik let niet op de dingen en mensen om mij heen. Dat is heel belangrijk om een oefening goed te kunnen doen.’
De leerlingen zitten in kleermakerszit.
De leerlingen doen in tweetallen een ontspanningsoefening. Foto’s: Peter Snaterse Recht zitten
Lerares Naomi.
‘Ga in kleermakerszit zitten. Houd je rug recht. Adem in en uit door je neus. Houd je handen op je buik. Je aandacht gaat nu naar je buik. Laat al je gedachten voorbij gaan’, zegt Naomi tegen de leerlingen. ‘Als je recht zit, heb je in je lichaam meer ruimte om te ademen. Je wordt daar rustig van’, legt ze uit. Diya (12): ‘Ik kan me echt ontspannen omdat iedereen stil is.’
Oefening in tweetallen
De leerlingen leren een oefening om in tweetallen te doen. ‘Ga naast elkaar staan. Druk de handpalmen van jullie binnenste arm tegen elkaar aan. Til allebei je buitenste been op. Zet je buitenste voet tegen je binnenste been aan. Houd je buitenste arm allebei omhoog langs je gezicht. Zorg dat je samen in evenwicht blijft’, zegt Naomi. ‘Ik ga dit voortaan doen voordat ik een toets moet maken. Ik raak mijn zenuwen kwijt door deze oefening’, zegt Jea (11).
FEBRuari 2o19
ROTTERDAM – Geef jij weleens iemand een compliment? Je kunt bijvoorbeeld een compliment geven door te zeggen dat iemand iets goed doet. Op 1 maart is het Nationale Complimentendag. De bedenkers hopen dat mensen meer complimenten uitdelen door deze speciale dag. Aan wie wil jij een compliment geven? En waarom? Tekst en foto’s: Suzanne Huig
‘Ik geef een compliment aan mijn moeder. Mijn moeder heeft een groot en succesvol bedrijf. Ik vind het knap dat ze hard werkt en tegelijkertijd voor mij zorgt.’
Danousha (10)
Deliyena (10)
‘Ik wil mijn oma een compliment geven. Ze is altijd lief voor mij. Ze staat altijd voor mij klaar. Ze luistert bijvoorbeeld naar mij als ik ergens over wil praten.’
overschie
‘Ik geef mijn oma een compliment. Ik vind het lief en knap van haar dat ze zichzelf opzijzet voor anderen. Het maakt voor haar niet uit hoe ze zich voelt. Ze maakt altijd tijd voor mij.’
Janey (10)
ijsselmonde
ijsselmonde
‘Ik geef een compliment aan mijn klasgenoot Amadou. Ik vind het knap dat hij heel mooi kan schrijven. Zijn schriften zien er altijd mooi en netjes uit.’
‘Ik geef een compliment aan mijn klasgenoot Wassim. Ik vind het knap dat hij zijn schoolwerk serieus neemt. Hij zorgt ervoor dat hij zijn opdrachten altijd snel en goed maakt.’
Silvana (10) delfshaven
‘Ik wil mijn juf een compliment geven. Ze blijft altijd rustig in de klas. Zelfs als alle kinderen vervelend zijn. Ik vind het knap dat ze in alle situaties een goede juf is.’
Nian (9)
overschie
Mohammed Amin (9) delfshaven
Aan wie wil jij een compliment geven? En waarom?
Robbie vindt het belangrijk dat er genoeg zebrapaden en stoplichten zijn. Wat is het derde punt dat hij noemt? pagina 3
Wat is de naam van de cursus waarin ouders leren goed met pubers om te gaan?
Wat wordt er op zaterdag 6 april georganiseerd? Pagina 7
Wat is de naam van het programma waarmee je sterren en planeten kunt bekijken op een computerscherm of telefoon? Pagina 8
Pagina 4
Hoe heet de periode waarin je lichaam en hersenen veranderen van kind naar volwassene? Pagina 4 Waar hebben dove en slechthorende kinderen vaak moeite mee? Pagina 5
HET ANTWOORD VAN DE PUZZEL VAN januari IS: kokerjuffer. DE WINNAAR IS mylou (9). GEFELICITEERD! Wil je nog meer puzzelen? Kijk dan eens op PUZZELCORNER.NL voor meer leuke puzzels!
Een CI is een soort … die in iemand zijn hoofd wordt geplaatst. Pagina 5
Wat zijn ongezonde vetten? Pagina 6
Met welke bril kunnen leerlingen de verkeerssituaties rondom hun school veilig leren kennen? Pagina 11
Tijdens het IFFR maakten kinderen een filmtrailer. Met welk programma op hun iPad deden ze dat? Pagina 11 Het brood uit de broodbakken wordt naar een bedrijf gebracht. Wat wordt er van het brood gemaakt? Pagina 12
FEBRuari 2o19 ‘Jullie maken per groepje een kort filmpje van één minuut. Jullie filmen met het programma iMovie op een iPad. Jullie schrijven het verhaal kort op en verdelen de taken en rollen. Je hebt een regisseur, cameraman en acteurs nodig. De acteurs kiezen een kledingstuk of voorwerp om te gebruiken in de film’, legt lerares Noortje van Digital Playground uit.
ROTTERDAM – Van 23 januari tot en met 3 februari was het International Film Festival Rotterdam (IFFR). Tijdens het festival werden films getoond en activiteiten georganiseerd. Kinderen van 8 tot en met 12 jaar maakten op zondag 27 januari in groepjes een filmtrailer in De Doelen. Tekst: Suzanne Huig / Foto’s: Johannes Odé
De jongens filmen voor hun trailer.
Fedde (10), Thomas (8), Mathijs (11), Hugo (12) en Jasper (10) werken samen. ‘Onze film gaat over een verborgen schat. De titel van de film is ‘De schat van Azerbeidzjan’, vertelt Fedde. ‘We proberen mensen nieuwsgierig te maken met onze trailer. We laten bijvoorbeeld de schat uit ons verhaal zien’, zegt Hugo. Mathijs: ‘We proberen het verhaal zo goed mogelijk in beeld te brengen. Ik ben de regisseur. Ik zeg tegen de acteurs wat ze moeten doen en zeggen.’
Luna (10), Franciszka (11), Tamar (10), Twila (10) en Nora (10) werken samen. ‘We noemen onze film ‘De zoete dood’. Het gaat over een snoepwinkel. Iedere keer dat iemand een snoepje eet, gaat die persoon dood’, legt Tamar uit. ‘Ik ben de regisseur. Ik let op of de film echt spannend wordt’, zegt Franciszka. Luna: ‘Ik speel de slechterik in onze film. Ik vind het leuk om te acteren, omdat ik dan mijn fantasie kan gebruiken.’
De meisjes filmen voor hun trailer.
CHARLOIS – Leerlingen van de Dr. A. van Voorthuysenschool krijgen verkeersles via een speciale bril. Met de Virtual Reality bril (VR-bril) kunnen de leerlingen de verkeerssituaties rondom hun school veilig leren kennen. Tekst: Suzanne Huig De leerlingen staan in hun klaslokaal. Ze dragen een VR-bril. ‘Een VRbril is een bril waarmee je een echte omgeving ziet’, vertelt Tonny (11). ‘We zien in de film precies hoe het er buiten uitziet. We zien tijdens onze verkeersles bijvoorbeeld de straten rondom onze school’, vertelt Naigealy (12). Mustafa (12): ‘Het lijkt net of je echt op straat loopt, terwijl je naar een film kijkt.’
Route naar de supermarkt
‘We zien met de bril op de route van onze school naar de supermarkt in de wijk. Ik leer daardoor de straten en kruispunten goed kennen. Ik kan de route via de bril zo vaak oefenen als ik zelf wil’, vertelt Bedir (13). Naigealy: ‘We oefenen met de bril op bijvoorbeeld om veilig over te steken in de film.’ Charety (11): ‘In het filmpje worden vragen gesteld over verkeersborden. We beantwoorden de vragen door naar het goede antwoord te kijken.’
De leerlingen dragen een VR-bril. ‘Het lijkt net of we echt buiten staan’, zegt Charety. Foto’s: Johannes Odé
Goede oefening
‘Ik vind het heel fijn om met de bril dezelfde route een aantal keer te oefenen. Ik leer daardoor de verkeersregels. Ik heb bijvoorbeeld geleerd om goed te luisteren of er een brandweer of ambulance aankomt’, zegt Charety. Mustafa: ‘In het filmpje komen voetgangers, fietsers en auto’s voorbij. Ik vind het een goede oefening. Als ik in het filmpje veilig de route loop, kan ik de route ook veilig in het echt lopen.’
Wil jouw klas ook verkeerslessen met een VR-bril? Kijk voor meer informatie op www.vr-software.nl
FEBRuari 2o19
ROTTERDAM – Wat doe jij met je oude brood en gebruikte vet en olie? De gemeente Rotterdam vindt het belangrijk dat de bewoners goed met afval omgaan. In de stad staan daarom broodbakken en vetcontainers. Je kunt je brood en vet daar inleveren zodat het kan worden gebruikt. Tekst: Suzanne Huig
CHARLOIS – Wat doe jij met oud brood? In Nederland worden 435.000 broden per dag weggegooid. Het brood verdwijnt in de vuilnisbak of wordt als voedsel aan dieren gegeven. De gemeente Rotterdam vindt dat zonde en niet goed. In Rotterdam staan daarom broodbakken. Tekst: Suzanne Huig
‘Rondom Plein 1953 werd veel gevoederd. Er kwamen muizen en ratten af op het brood dat op straat of in het water bleef liggen. Die dieren zorgden voor overlast’, vertelt Amira (9). Ky-shaira (8): ‘Ik gaf vroeger brood aan de eenden. Ik wist niet dat brood slecht is voor eenden.’ ‘In brood zit gist. De darmen van eenden kunnen niet tegen gist. Het gist is ook heel slecht voor de veren van eenden’, legt juf Carolina uit. Containers voor brood ‘Op Plein 1953 staan 3 broodbakken. Broodbakken zijn containers waar je oud brood in kunt gooien’, zegt Özge (8). Juf Carolina houdt de bakken in de gaten. Özge: ‘Ze let bijvoorbeeld op dat mensen alleen brood in de bak gooien. Er mogen geen plastic zakken in de bak terechtkomen.’
Rohini, Ky-shaira en Özge gooien brood in één van de broodbakken.
Van brood naar biogas ‘De bakken worden één keer per week geleegd. Het brood wordt dan naar een bedrijf gebracht. Het bedrijf maakt biogas van het brood’, vertelt Rohini (8). Ky-shaira: ‘Biogas is schone energie. Het is energie die is gemaakt van natuurlijke producten. Van een half brood wordt biogas gemaakt om een gaspit een halfuur te laten branden.’
Carolina en de meiden. Foto's: Arjen Jan Stada Wil jij oud brood voortaan in een broodbak gooien? Kijk voor meer informatie op www.broodnodig.co
DELFSHAVEN – De leerlingen van groep 6 van basisschool de Ark bezochten op 1 februari kinderboerderij De Bokkesprong. Elijan van Gemeente Rotterdam vertelde de leerlingen over de vetcontainer op de kinderboerderij. ‘Een vetcontainer is een vuilnisbak waar je vet en olie in kunt gooien’, zegt Rachel (9). Tekst: Suzanne Huig
‘Mensen gebruiken vet en olie bijvoorbeeld om te frituren of te bakken. Er kan verstopping ontstaan als je vet in de toilet of gootsteen gooit. Het is daarom belangrijk om frituurvet en olie in te zamelen’, zegt Rachel. Inleverbakken bij supermarkten Semih (10): ‘Je kunt je gebruikte vet en olie als het is afgekoeld terugdoen in de fles.’ ‘De fles kun je in een vetcontainer gooien. Er staan bijvoorbeeld vetcontainers bij kinderboerderijen. Ik vind dat ook bij iedere supermarkt een inleverbak moet staan. Mensen kunnen dan gelijk het oude vet en de olie weggooien als ze nieuw kopen’, zegt El-niaro (9).
‘We hebben van Elijan een trechter gekregen. Je kunt gebruikt vet met een trechter makkelijk in een fles gieten’, zegt Sanne. Foto's: Arjen Jan Stada Vet en plastic hergebruiken ‘Volle vetcontainers worden opgehaald door een bedrijf dat vet inzamelt. Het bedrijf scheidt het plastic en het vet. Het plastic van de flessen wordt gerecycled. Het bedrijf maakt biobrandstof van het oude vet en olie’, legt Elijan uit. ‘De biobrandstof wordt gebruikt als biodiesel. Auto’s en vrachtwagens kunnen bijvoorbeeld rijden op biodiesel’, zegt Sanne (9). Saylan (10): ‘Het is goed voor het milieu dat van het gebruikte vet iets nieuws wordt gemaakt.’
De leerlingen gooien gebruikt frituurvet weg.
Wat doe jij met oud brood en vetresten? Tekst en foto's: Suzanne Huig
Wat doe jij met oud brood en vetresten?
Deveney (10): ‘Ik geef mijn oude brood aan eenden. We spoelen vet meestal door het toilet. Ik weet nu dat dat niet goed is. Ik ga mijn brood en het vet voortaan naar de speciale vuilnisbakken brengen.’
Wassim (10): ‘Ik gooi mijn oude brood altijd in een broodbak. We laten vet meestal hard worden en gooien het dan bij het restafval. Ik ga vet vanaf nu in een vetcontainer gooien. Ik vind het belangrijk dat zoveel mogelijk afval goed wordt gebruikt.’