DECEMBER 2O19
4 Leren omgaan met je emoties
6
9
Leerlingen zweven in de klas
Moreno (12) voetbalt bij Feyenoord
12 Verhalen van jonge mantelzorgers
Allebei de teams van de NPRS. FOTO'S: ARJEN JAN STADA
HEIJPLAAT – De regiofinale van The First Lego League was op zaterdag 23 november op de RDM Campus. Ieder team presenteerde een oplossing voor een probleem in de stad. Ieder team legde ook een parcours af met een geprogrammeerde robot. Team The Treehouses en team City Juniors van de Nieuwe Park Rozenburgschool deden mee. TEKST: SUZANNE HUIG
Team The Treehouses bestaat uit Yanis (11), Julia (9), Floortje (10), Marnix (10), Hector (11) en Floris (11). Team City Juniors bestaat uit Anniek (11), Eefje (10), Stijn (9), Mats (11), Victor (11) en Just (12).
Drijvende huizen
‘Wij hebben een oplossing bedacht voor het tekort aan woonruimte in grote steden’, zegt Yanis. Julia: ‘Nederland heeft veel rivieren, meren en plassen. We hebben daarom bedacht om drijvende huizen te bouwen.’ Hector: ‘De huizen moeten worden gemaakt van licht beton zodat ze niet zinken.’
Dakterrassen en stadsparken
‘Wij vinden dat de steden in Nederland niet groen genoeg zijn. We willen dat er meer dakterrassen en stadsparken komen’, zegt Eefje. Mats: ‘Je kunt bijvoorbeeld een park naast een winkelcentrum bouwen.’ ‘En je kunt terrassen maken op de daken van kantoorgebouwen’, vertelt Just. ‘De plekken moeten bestaan uit bomen, planten, bloemen en gras’, zegt Anniek.
Robots besturen
Floris en Yanis besturen de robot van team The Treehouses. Victor en Mats besturen de robot van team City Juniors. ‘We moeten onze robot verschillende opdrachten laten doen. We kunnen voor iedere opdracht punten krijgen. We moeten in 2 minuten en 30 seconden zoveel mogelijk punten proberen te verdienen’, vertelt Floris.
2 prijzen
Team The Treehouses wint de prijs voor de beste oplossing voor een probleem in de stad. Team City Juniors wint de prijs voor de beste samenwerking. Victor: ‘We hebben goed overlegd en alle taken verdeeld. Ik ben trots op onze samenwerking.’
DECEMBER 2019
Jantje gaat met zijn oma wandelen. Jantje vindt een biljet van 100 euro. Hij wil het
oprapen. Oma zegt: ‘Nee Jantje, alles op
de grond is vies.’ De volgende dag gaan ze weer wandelen. De oma van Jantje valt op
de grond. Oma zegt: ‘Jantje, help mij even overeind.’ Jantje zegt: ‘Dat kan niet oma, want alles op de grond is vies.’
T A K
E
R
A A N D A C
I
J
R U S
duizendpoot hebben met elkaar
afgesproken in het huis van de mier. De duizendpoot is te laat. Hij komt
hijgend binnen. ‘Waar bleef je nou zo lang?’, vraagt de mier. Antwoordt de duizendpoot: ‘Buiten stond een bord met voeten vegen a.u.b.’
K
L
E O E W E
I
L
P
L
K R
E
O E
T
E
D S
I
E
T
S R
A Een mier, een sprinkhaan en een
G
I
H U
I
E
N V
H T W
R A
L M
R
K A
S A
T
I
A
T
T
I
N
T
T
E
I
K
D
J
E A Z N O E
U
E
C G A
Yago (8)
N Z
L
L
E
U N D
N
E Z E N N
E O
E
F
K
R U
E
A S M G K
L
U
S
J
E
R
L
E
F
E
R N N
E
L
H
E
L
N
A C
S C H
T
I
O O
P
E
AANDACHT ACTIEF CREATIEF DIENSTEN GOED DOEL HART HELPEN HULP KEUZE KINDEREN KLUSJE KOKEN
LEREN LEZEN MAATJE REGELS RUST SAMEN SCHOOL SOCIAAL STEUN TAAL TAKEN UREN WERK ZIEKEN
ANTWOORD (ÉÉN WOORD):
REGELS: DE WOORDEN VIND JE HORIZONTAAL, VERTICAAL EN DIAGONAAL. JE MAG LETTERS
MEERDERE KEREN GEBRUIKEN. ALS JE DE OVERGEBLEVEN LETTERS IN DE JUISTE VOLGORDE
ZET, KRIJG JE HET ANTWOORD. MAIL DIT ANTWOORD SAMEN MET JE VOORNAAM, LEEFTIJD EN HET TELEFOONNUMMER VAN JE OUDER(S) OF VERZORGER(S) (ZODAT WE CONTACT MET JE KUNNEN OPNEMEN ALS JE HEBT GEWONNEN) NAAR ANTWOORD@JONG010.NL. ALLEEN DE
WINNAAR KRIJGT BERICHT.
Yassin (12)
HET ANTWOORD VAN DE WOORDZOEKER VAN NOVEMBER IS: VLIEGENZWAM. DE WINNAAR IS PEPIJN (7). GEFELICITEERD!
PUZZELCORNER.NL
2 vaders en 2 zoons gaan vissen.
Iedereen vangt 1 vis. In totaal worden er 3 vissen gevangen. Rara, hoe kan dit?
Een kind, zijn vader en zijn opa zijn gaan vissen. Mohammed (9)
dagen zonder het woord ‘dag’ te gebruiken.
Gisteren, vandaag en morgen. Andrea (11)
Hoe noem je een sjaal die zich misdraagt?
Een aso-sjaal.
Noem 3 opeenvolgende
Amy (10)
Zoek de paddenstoelen in de kinderkrant! Kun jij ze allemaal vinden? Vul hier het aantal in:
OPRICHTER: ANGELIQUE VAN TILBURG
JONG010 - DECEMBER 2019 JAARGANG 10 - EDITIE 4 OPLAGE: 38.000 KRANTEN
HOOFDREDACTEUR: SUZANNE HUIG FOTOGRAFEN: JOHANNES ODÉ, PETER SNATERSE, ARJEN JAN STADA VORMGEVING: MARCEL VAN DEN ASSEM REDACTIEMEDEWERKER: SASJA HOF AAN DEZE EDITIE WERKTEN MEE: PUZZELCORNER, RICHARD VAN DER VEN
HEB JIJ EEN TIP VOOR JONG010? REDACTIE@JONG010.NL
DECEMBER 2019
‘Ik zit op tennis en voetbal. De meeste kinderen zitten op tennis, hockey of voetbal. Ik vind daarom dat de gemeente het geld moet verdelen over tennisclubs, hockeyclubs en voetbalverenigingen. De verenigingen kunnen van het geld extra speelvelden aanleggen zodat ze meer kinderen les kunnen geven.’
ROTTERDAM – Burgemeester Ahmed Aboutaleb hoort graag van de Rotterdammers wat zij van de stad vinden. Ook naar de mening en ervaring van basisschoolleerlingen is hij benieuwd. Sport jij graag? TEKST EN FOTO’S: SUZANNE HUIG
‘In Rotterdam zitten veel sport- en scoutingverenigingen. Ik vind het belangrijk dat kinderen sporten. Samen sporten is leuk, gezond en leerzaam. De gemeente wil dat iedereen dicht bij zijn of haar huis kan sporten. De gemeente heeft 4 miljoen euro om ervoor te zorgen dat zo veel mogelijk kinderen gaan sporten of bij de scouting gaan. Sport jij? En waar vind jij dat het geld aan uitgegeven moet worden?’
paul (11)
Ahmed Aboutaleb. FOTO: GEMEENTE ROTTERDAM / MARC NOLTE
‘Ik skateboard, schaats en tennis. Ik vind dat van het geld voor ieder kind in de stad een trainingspak gekocht moet worden.’
jip (10)
‘Ik zit op tennisles. Ik vind dat het geld gebruikt moet worden om sportverenigingen te openen in arme wijken in de stad. De gemeente moet van het geld ook de sportleraren bij de verenigingen betalen. Alle kinderen die in die wijken wonen, kunnen dan gratis sporten bij de sportverenigingen.’
‘Ik krijg 1 keer per week paardrijles. Ik zou me vervelen als ik niet kon paardrijden. Sommige sporten zijn duur. Ik vind dat de gemeente van het geld sportlessen moet betalen voor kinderen die thuis niet genoeg geld hebben om sportlessen te kunnen betalen.’
dixie (11) De gemeente heeft 4 miljoen euro om aan sport uit te geven. Waaraan moet het geld volgens jou worden uitgegeven?
pim (9) ‘Ik zit op hockey. Er is een lange wachtlijst bij mijn hockeyvereniging. Ik vind dat de gemeente het geld moet gebruiken om extra hockeyvelden aan te leggen. Kinderen hoeven dan niet meer te wachten totdat ze op hockey kunnen.’
‘Ik turn, tennis en hockey. Ik verveel me als ik niet sport. Ik vind dat het geld moet worden verdeeld over alle sportverenigingen in de stad. Een sportvereniging kan het geld gebruiken om het lidmaatschap te betalen voor gezinnen die weinig geld hebben.’ Naam:
julie (10)
josefien (9)
‘Ik zit op hockey. Ik train 2 keer per week. Ik vind het heel leuk om te hockeyen. Ik vind dat de gemeente het geld moet verdelen over alle kinderen die sporten. Een kind kan het geld dan zelf gebruiken om sportspullen te kopen of sportlessen te betalen.’
philippe (12)
‘Ik skateboard en hockey. Ik vind dat de gemeente van het geld sportplekken moet aanleggen in iedere wijk. Op de sportplekken kunnen ze bijvoorbeeld sporttoestellen plaatsen en voetbalvelden aanleggen.’
gijs (9)
‘Ik zit op toneelles en speel dwarsfluit. Ik vind dat de gemeente het geld moet verdelen over alle basisscholen in de stad. Een basisschool kan het geld gebruiken om sportleraren proeflessen te laten geven op de school. Kinderen kunnen dan gratis verschillende sporten proberen en ontdekken wat ze leuk vinden.
Anne-Catelijn (11)
DECEMBER 2019
ROTTERDAM – Sommige kinderen hebben vaak ruzie. Ze vinden het lastig om op een goede manier voor zichzelf op te komen. Ze kunnen daardoor soms moeilijk omgaan met hun klasgenoten en juf of meester. Amigo’s is een training van 12 tot 16 weken. Een kind leert tijdens de training omgaan met anderen en zijn of haar emoties onder controle te krijgen. Tainemory (10) volgde de training. TEKST: SUZANNE HUIG
EMOTIE
De manier waarop je een gevoel uit. Het gevoel blijdschap kun je uiten door te lachen. Het gevoel woede kun je uiten door ruzie te maken. FEIJENOORD – Tainemory had bijna iedere dag problemen op school. ‘Ik had bijna iedere dag ruzie met mijn juf en met mijn klasgenoten. Ik werd soms zo boos dat ik agressief deed tegen mijn juf en klasgenoten. Ik sloeg en schopte soms’, zegt Tainemory. TEKST: SUZANNE HUIG
‘Ik wilde op school gewoon werken en niet heel de dag naar uitleg luisteren. Ik kreeg daardoor vaak ruzie met mijn juf. Mijn klasgenoten maakten mij vaak boos omdat ze dingen deden die ik niet wilde. Ze tekenden bijvoorbeeld op mijn tafel of in mijn schriften. Ik sloeg en schopte omdat ik mijn woede niet kwijt kon. Ik voelde me altijd rot als ik iemand pijn had gedaan. Ik wilde niet zo doen tegen andere kinderen of mijn juf. Ik ben de cursus ‘Amigo’s’ gaan volgen omdat ik met mijn woede om wilde leren gaan’, legt Tainemory uit.
Tainemory.
Tainemory heeft opgeschreven wat hij nog lastig vindt en waar hij goed in is.
Een volwassen vriend
Tainemory: ‘Amigo is het Spaanse woord voor vriend. Bij de training krijg je een volwassene als een soort vriend. Juf Miranda is mijn amigo. Ik zie haar iedere week onder schooltijd. Ik praat dan met haar. We bespreken hoe het met mij gaat en hoe het in de klas gaat. Ik kan aan haar vertellen wat er in de klas gebeurt en hoe ik me voel. Ik kan aan haar vertellen wat mij boos maakt. Ze leert mij hoe ik kan reageren als er iets gebeurt wat ik vervelend vind.’
Een rustige plek zoeken en hulp vragen
‘Ik heb geleerd dat ik het moet zeggen tegen mijn klasgenoten en juf als ik iets niet fijn vind. Ik zoek een rustig plekje in de klas als mijn klasgenoten niet stoppen met het gedrag dat ik vervelend vind. Ik ga dan even computeren of tekenen. Ik let dan niet op de kinderen die vervelend doen. Ik voel me daardoor fijner. Ik heb ook geleerd om hulp te vragen aan mijn juf als het mij niet lukt om een ruzie op te lossen. De juf zorgt ervoor dat ik de ruzie met een klasgenoot kan uitpraten en dat het niet uit de hand loopt’, vertelt Tainemory.
Complimenten geven
‘Ik heb van juf Miranda geleerd dat het belangrijk is om complimenten te geven. Ik voel me blij als ik complimenten krijg. Ik krijg minder snel ruzie als ik me blij voel. Mijn juf geeft mij bijna iedere dag een compliment. Ze zegt bijvoorbeeld dat ik goed heb gewerkt. Ik probeer ook complimenten te geven. Ik zeg bijvoorbeeld weleens tegen klasgenoten dat ze goed kunnen lezen of rekenen’, zegt Tainemory.
Een emotiemeter
‘Ik heb op school een emotiemeter. Ik laat met de emotiemeter zien hoe ik mij voel. Mijn juf en mijn klasgenoten kunnen daardoor beter rekening met mij houden. Ik zet mijn emotiemeter op rood als ik boos ben. Mijn klasgenoten en juf weten dan dat ze mij even met rust moeten laten. Ik zet mijn emotiemeter op groen als ik mij goed en blij voel. Ik heb bijna nooit meer ruzie met mijn juf of klasgenoten. Ik heb daardoor veel leukere schooldagen’, legt Tainemory uit.
Tainemory laat zijn emotiemeter zien. FOTO’S: JOHANNES ODÉ
DECEMBER 2019
Huseyin laat zijn spalken zien.
ROTTERDAM – Huseyin (12): ‘Ik heb niet de perfecte benen, darmen, handen en ogen. Ik heb meerdere beperkingen. Ik kan er niets aan doen dat ik anders ben. Ik kan er goed mee leven.’ TEKST EN FOTO’S: SUZANNE HUIG ‘Dokters zeggen vaak tegen mij dat ik een speciaal kind ben. Iets in mijn zenuwstelsel klopt niet. Mijn lichaam is daardoor zwak. De dokters weten niet precies hoe dat komt. Ik krijg iedere week fysiotherapie. Ik doe bij de fysiotherapie oefeningen zodat ik me zo goed mogelijk kan blijven bewegen.’
Spalken om te lopen
‘Ik ben geboren met 2 klompvoeten. Mijn voeten staan scheef naar binnen. Ik kan daardoor niet goed lopen. Ik draag iedere dag spalken. De spalken zijn gemaakt van plastic. Ze gaan om mijn voeten en onderbenen heen. De spalken zorgen ervoor dat ik mijn voeten en benen rechter kan houden. Ik kan met mijn spalken daardoor beter lopen. Dat vind ik fijn’, vertelt Huseyin.
Een verstopte darm
‘Ik heb sinds mijn geboorte ook de ziekte van Hirschsprung. Ieder jaar worden in Nederland ongeveer 40 kinderen geboren met deze ziekte. Het is een darmziekte. In de wand van mijn dikke darm zitten geen zenuwen. Mijn darm werkt daardoor niet goed. Er ontstaan daardoor verstoppingen in mijn buik. Dat doet veel pijn’, legt Huseyin uit.
Eindelijk groeien
Huseyin: ‘Ik groeide heel slecht omdat al mijn energie naar mijn buik ging. Ik heb daarom een paar jaar een stoma gehad. Een stoma is een zakje dat aan de buitenkant van je buik aan een stukje darm wordt vastgemaakt. Mijn eten ging gelijk het zakje in. Dat gaf mijn buik rust. Ik kon daardoor groeien en werd groter. Dat vond ik heel fijn.’
Darmen leeg spoelen
‘Na een paar jaar mocht mijn stoma eruit. Mijn buik moest wennen om al mijn eten te verteren. Ik moest daardoor heel vaak naar de wc. Ik vond het heel vervelend om zo vaak naar de wc te gaan. Ik spoel daarom nu iedere avond 2 uur mijn darmen met een speciaal zak met water. Al mijn etensresten gaan dan mijn darmen uit. Ik heb daardoor overdag geen pijn in mijn buik en hoef overdag bijna niet naar de wc. Ik vind het fijn dat ik door het spoelen overdag hetzelfde kan zijn als alle andere kinderen’, zegt Huseyin.
Iedere dag een zonnebril op
‘Ik heb ook een beperking aan mijn ogen. Het doet zeer als er licht in mijn ogen schijnt. Ik draag daarom bijna altijd een zonnebril om mijn ogen tegen licht te beschermen. De donkere glazen van mijn zonnebril geven mijn ogen rust. Mijn rechterooglid hangt een beetje. Ik kan daardoor alleen wazig zien met mijn rechteroog. Ik verberg de beperking aan mijn oog een beetje met mijn zonnebril. Als ik mijn zonnebril draag, zien mensen mijn hangende ooglid niet’, vertelt Huseyin.
Een bijtverslaving
Huseyin: ‘Ik heb een bijtverslaving sinds ik 1 jaar oud ben. Ik vind het lastig om mijn woede of verdriet te laten zien. Ik ben daarom begonnen met bijten in mijn linkerhand. Het bijten is een verslaving geworden. Ik beet na een tijdje stukjes van mijn vinger af. Ik schaam me voor mijn hand. Ik wil heel graag stoppen met het bijten, maar dat lukt niet. Het gaat vanzelf als ik boos, verdrietig of zenuwachtig ben.’
Nare opmerkingen
‘Mensen maken soms nare opmerkingen over mijn lengte, benen, voeten, handen of zonnebril. Ik voel me onzeker, bang en verdrietig als mensen rot tegen mij doen. Ik ga daarom niet graag naar
buiten. Ik vind dat jammer. Ik voel me daardoor vaak eenzaam. Ik zou het fijn vinden als ik op straat zou worden behandeld als een normaal kind. Ik heb naar alle scholen in mijn buurt een brief gestuurd. Ik vertel in de brief over mezelf en mijn beperkingen. Ik hoop dat kinderen daardoor minder naar op mij reageren. Ik hoop dat mensen mij door mijn brief begrijpen’, zegt Huseyin.
Rekening houden met elkaar
Huseyin: ‘Ik zit op speciaal onderwijsschool Mytylschool de Brug. Dat is een school voor kinderen die een beperking hebben of ziek zijn. Op mijn school maken kinderen geen nare opmerkingen naar elkaar omdat iedereen een beperking of ziekte heeft. Ik vind dat heel fijn. Ik hoop dat gezonde kinderen meer rekening gaan houden met kinderen met een ziekte of beperking. Kinderen met een beperking of ziekte kunnen er niets aan doen dat ze een beetje anders zijn.’
Fonds Kind en Handicap helpt kinderen en jongeren met een handicap of chronische ziekte. Een handicap is een beperking waardoor je sommige dingen niet zo goed kunt. Een chronische ziekte is een ziekte die minimaal 3 maanden duurt, steeds terugkomt of niet genezen kan worden. De organisatie geeft bijvoorbeeld geld om onderzoek te doen, voorlichting te geven of hulpmiddelen te kopen.
DECEMBER 2019
FEIJENOORD – De Rotterdamse haven is één van de grootste havens ter wereld. Met het project Port Rangers kunnen basisschoolleerlingen van alles leren over de haven. De leerlingen van groep 6 van basisschool Willem van Oranje kregen op 26 november les van Ester. Ester leert mensen veilig op hoogte te werken. TEKST: SUZANNE HUIG ‘In de Rotterdamse haven werken verschillende mensen op hoogte. Er werken bijvoorbeeld mensen op de masten van schepen, in windmolens of in hijskranen’, zegt Naigel (9).
Windmolens schoonmaken of repareren
‘Windmolens moeten bijvoorbeeld schoongemaakt of gerepareerd worden. Dat moet veilig gebeuren. Een windmolen is ruim 100 meter hoog. De mensen die bovenin een windmolen moeten werken, kunnen via de mast naar boven. In de mast van een windmolen zit een trap. Wanneer ze boven zijn, worden ze vastgemaakt aan de windmolen. Als ze niet goed vastzitten, kunnen ze naar beneden vallen en gewond raken’, zegt Felicity (9).
Zakaria hangt aan de driepoot in de klas. FOTO’S: PETER SNATERSE
Veiligheidsspullen
‘Je hebt speciale spullen nodig om veilig op hoogte te kunnen werken. Je hebt een ankerpunt nodig. Dat is het punt waaraan je je vastmaakt. Bijvoorbeeld aan een kraan of aan een windmolen. Je moet een harnas en een helm dragen. En je hebt een verbindingsstuk nodig waarmee je het harnas vastmaakt aan het ankerpunt’, legt Ester uit. Zakaria (10): ‘De materialen zorgen ervoor dat mensen nooit ver naar beneden kunnen vallen.’
Zweven in de klas
De leerlingen ervaren zelf hoe het is om aan touwen te hangen. Naigel krijgt een harnas aan. Ester maakt hem met een verbindingsstuk aan een driepoot vast. Ze trekt aan een touw waardoor Naigel een stukje omhoog wordt getrokken. ‘Het lijkt alsof ik vlieg’, zegt Naigel. Djon mag na Naigel. Djon: ‘Ik zou niet op tientallen meters hoogte durven te hangen. Ik zou dan bang zijn om te vallen.’
Mooi uitzicht en rust Felicity.
Djon.
GENERATION
DISCOVER
Naigel en Funda (10) willen later op hoogte werken. ‘Ik wil later windmolens schoonmaken. Je hebt vanaf een windmolen uitzicht over heel de stad. Dat lijkt mij heel leuk’, zegt Naigel. Funda: ‘Het lijkt mij fijn dat het heel rustig is in de lucht. Je hebt in de lucht weinig mensen om je heen die je afleiden.’
DECEMBER 2019
Rosalie: ‘Ik ben soms bang terwijl er niets aan de hand is. Ik ben dan bang dat er iets ergs gaat gebeuren. Wat kan ik doen?’
Hallo Rosalie, Wat vervelend voor je dat je soms bang bent. Iedereen is weleens
bang. Het ene kind is vaker bang dan het andere kind. Je kunt daar niets aan doen. Je angst kan ervoor zorgen dat je gaat piekeren of dat je situaties uit de weg gaat. Als het eigenlijk niet nodig is om bang te zijn, is dat jammer. Je hebt dan onnodig minder plezier.
Goed om bang te zijn
Het klinkt misschien raar, maar het is soms ook goed om bang te
zijn. Je beschermt jezelf voor gevaarlijke dingen door bang te zijn.
Bijvoorbeeld wanneer je op een randje van een afgrond staat of als je een boze hond tegenkomt op straat. Je hart gaat dan sneller kloppen. Je ademhaling gaat omhoog en je kunt gaan trillen. Je
lichaam waarschuwt je dan. Je weet daardoor dat je moet oppassen. ILLUSTRATIE:
Jezelf vragen stellen
COPAL EN CONSORTEN
Je kunt jezelf de volgende vragen stellen als je bang bent: Waar ROTTERDAM – Marieke van het Centrum voor Jeugd en Gezin reageert iedere maand in Jong010 op een vraag of probleem van een leerling of klas. Ze beantwoordt deze maand de vraag van Rosalie (11). TEKST: SUZANNE HUIG
Marieke beantwoordt ingestuurde brieven. FOTO: SUZANNE HUIG
ben ik bang voor? Is het nodig om bang te zijn? En kan ik iets aan
de situatie veranderen? De vragen helpen je om je gedachten op een rijtje te zetten. Als je door hebt dat er niets aan de hand is waar je bang voor hoeft te zijn, word je vanzelf weer rustiger.
Praat erover
Het is belangrijk dat je praat over je angstige gedachten. Je kunt bijvoorbeeld met je moeder, vader, juf, meester of een vriend of
Heb jij een vraag aan Marieke of zit je ergens mee? Stuur een mail naar REDACTIE@JONG010.NL of stuur een brief naar Jong010, Overschieseweg 10G, 3044 EE Rotterdam.
vriendin praten. Praat met iemand die je vertrouwt. Die persoon kan je helpen rustig te worden door samen naar een situatie te kijken. Groetjes,
DIT ARTIKEL IS GEMAAKT IN SAMENWERKING MET
Marieke
Stans Goudsmit KINDEROMBUDSMAN VAN ROTTERDAM
ROTTERDAM – Alle kinderen hebben rechten. Kinderrechten zijn afspraken over hoe iedereen met kinderen moet omgaan. Stans is de Rotterdamse kinderombudsman. De kinderombudsman controleert of iedereen in Rotterdam zich aan de kinderrechten houdt en ze respecteert. TEKST: SUZANNE HUIG ‘Jayden (16) heeft psychische problemen. Hij voelt zich rot. Hij kon zich daardoor niet goed concentreren op school en werd snel boos. Hij gaat daarom al meer dan 2 jaar niet naar school. Hij hoort niets meer van zijn oude school. Hij hoort ook niets over een nieuwe school waar hij naartoe kan. De moeder van Jayden heeft mij om hulp gevraagd’, vertelt kinderombudsman Stans.
Recht op onderwijs
‘Ieder kind heeft recht op onderwijs. Basisonderwijs is voor alle kinderen gratis en verplicht. De overheid moet er ook voor zorgen dat alle kinderen naar het voortgezet onderwijs kunnen. Als dat nodig is met extra hulp. De overheid moet ervoor zorgen dat ook kinderen met een beperking zo zelfstandig mogelijk kunnen leven. Het is daarom belangrijk dat ook die kinderen naar school gaan. Met extra hulp als dat nodig is. Ieder kind verdient dezelfde kansen om te leren en zich te ontwikkelen’, zegt Stans.
Hulp van de kinderombudsman
Stans: ‘In Nederland zijn er duizenden kinderen die niet naar school gaan. Sommige kinderen kunnen niet naar school omdat ze een beperking hebben. Anderen kunnen niet naar school omdat ze psychische problemen hebben. Ze kunnen zich bijvoorbeeld niet goed concentreren, worden snel boos of hebben angstaanvallen. Ik probeer ervoor te zorgen dat ieder kind naar een school kan die bij hem of haar past. Ik spreek de oude school en de gemeente erop aan als dat niet lukt. Ik heb voor Jayden met meerdere scholen en met de gemeente gebeld. Na 4 maanden was er een plekje vrij op een school. Jayden is heel blij dat hij weer naar school kan.’
FOTO: JOHANNES ODÉ
Wat vind jij dat er gedaan moet worden voor kinderen die thuis zitten door hun beperking of door een psychisch probleem? ISHARA (9): ‘Ik vind dat een juf of meester bij een kind langs moet gaan als het kind niet naar school kan. De juf of meester kan het kind thuis rustig lesgeven totdat er een nieuwe school is gevonden.’ SUGASE (9): ‘Ik denk dat
een kind zich pas kan concentreren op school als hij of zij met zijn handicap of psychische probleem om kan gaan. Ik vind daarom dat kinderen die thuis zitten een training moeten krijgen waarbij ze met hun situatie om leren gaan. Ze kunnen na de training terug naar school.’ FOTO'S: SUZANNE HUIG
Je kunt van 09:00 uur tot 16:00 uur gratis bellen naar 0800 2345 111
Je kunt een WhatsApp-bericht sturen naar 06-58073580
Of kom naar het spreekuur van de kinderombudsman.
Kijk voor meer informatie op WWW.KINDEROMBUDSMANROTTERDAM.NL
DECEMBER 2019
CHARLOIS – In Nederland komen ruim 5.000 verschillende soorten paddenstoelen voor. De leerlingen uit de middenbouw van speciaal basisonderwijsschool De Koppeling kregen op 5 november een les over paddenstoelen op kinderboerderij de Molenwei. De leerlingen gingen met juf Zoraima van de kinderboerderij op zoek naar paddenstoelen. TEKST: SUZANNE HUIG
‘Je ziet de meeste paddenstoelen in de herfst. De herfst is de beste periode voor paddenstoelen om te groeien. In de herfst is de grond vaak vochtig. Paddenstoelen groeien door zich vol te zuigen met water. Ze leven van stoffen uit dode resten uit de natuur. Bijvoorbeeld van bladeren, takjes, naalden en dode wormen’, legt juf Zoraima uit. Sven (10): ‘Paddenstoelen ruimen alle resten uit de natuur op.’
Sven en Shania (9) bekijken een beeld van een vliegenzwam. ‘Een vliegenzwam is heel giftig’, zegt Shania.
Lisa.
Sporen en schimmels
‘Er zitten altijd schimmels in de grond. In de herfst vallen de bladeren van de bomen. Bladeren verteren. De schimmels halen stoffen uit die bladeren. Ze groeien daardoor. Uit de schimmels groeien paddenstoelen. Paddenstoelen hebben miljoenen sporen. Sporen zijn de zaden van een paddenstoel’, legt juf Zoraima uit. Noa (10): ‘Een paddenstoel laat zijn sporen op de grond vallen als hij is uitgegroeid. Uit die sporen groeien weer schimmeldraden. De schimmeldraden worden steeds groter. Aan schimmeldraden groeien weer nieuwe paddenstoelen.’
Verschillende soorten paddenstoelen
‘De meeste paddenstoelen hebben een hoed en een steel. De bovenkant van die paddenstoelen noem je de hoed. De hoed staat op de steel. Aan de onderkant van de hoed zitten streepjes of gaatjes. De streepjes noem je plaatjes. De gaatjes noem je buisjes. Uit de plaatjes of buisjes vallen de sporen van die paddenstoelen’, vertelt Lisa (9). Sahal (9): ‘Er bestaan ook paddenstoelen in andere vormen en maten, zoals bollen en buikzwammen. Een buikzwam is een soort zak. In de zak zitten de sporen van de buikzwam.’
De leerlingen met juf Zoraima. FOTO’S: ARJEN JAN STADA
Een judasoor en elfenbankje
De leerlingen gaan rondom de kinderboerderij op zoek naar paddenstoelen. ‘Je kunt sommige paddenstoelen eten, zoals champignons en oesterzwammen. Maar de meeste paddenstoelen zijn giftig. Eet daarom nooit paddenstoelen op die je buiten vindt’, zegt juf Zoraima. Kenji (10) ziet een judasoor. ‘De paddenstoel lijkt op de vorm van een oor. Hij groeit vaak op boomstammen’, zegt Kenji. Lisa en Sahal zien een elfenbankje. ‘Elfenbankjes hebben de vorm van een bankje en zijn heel zacht’, zegt Sahal. Lisa: ‘Ze groeien meestal aan bomen.’
Noa bekijkt elfenbankjes.
DECEMBER 2019
KRALINGEN-CROOSWIJK – Ayoub (9) zit dankzij het Jeugdfonds Sport Rotterdam op voetbal. Hij is lid van voetbalvereniging H.O.V./D.J.S.C.R.. TEKST: ANGELIQUE VAN TILBURG
‘Voetbal is een sport waarbij 2 teams een wedstrijd spelen op een voetbalveld. Het doel is om met de bal een doelpunt te scoren in het doel van de tegenstander. Het team met de meeste doelpunten wint.’
Meer vrienden
‘Ik zit al 5 jaar op voetbal. Ik vind het leukst aan voetbal dat je met meerdere mensen een balspel doet. Ik maak op de voetbal makkelijk vrienden, omdat we allemaal hetzelfde leuk vinden. In mijn team zitten ook jongens die ik niet van school ken. Ik vind dat leuk, want daardoor heb ik nu meer vrienden.’
Spits
‘Ik ben de spits van mijn team. Mijn plek op het veld is vooraan, dicht bij het doel van de tegenstander. Mijn belangrijkste taak is doelpunten scoren.
Ik vind spits zijn het allerleukst. Een spits moet goed kunnen dribbelen, snel zijn en de bal hard richting het doel kunnen schieten. Mijn record is 12 doelpunten in 1 wedstrijd.’
Keeper, verdediger en middenvelder
‘Er zijn nog een aantal andere posities op het veld. De keeper staat in het doel en moet de ballen uit het doel houden. Hij is de enige speler die de bal met zijn handen mag aanraken. De verdediger speelt achteraan op het veld en helpt de keeper. De middenvelder speelt vanaf het midden van het veld. Hij helpt de spits met aanvallen en de verdediger met verdedigen.’
Voetballer worden
‘Ik ben altijd met voetbal bezig. Ik heb voor mijn verjaardag een voetbalfeestje gegeven, met een voetbaltaart. Ik wil later een beroemde voetballer worden zodat iedereen me kent. Ik wil het liefst bij Feyenoord of Barcelona spelen. Om heel goed te worden, moet je veel voetballen en altijd aanwezig zijn. Je laat dan zien dat je het kunt en ook echt wilt.’
‘Mijn trainer zegt dat het belangrijk is om veel over te spelen. Je hoeft dan minder te rennen en je wordt minder snel moe.’ FOTO: PETER SNATERSE
JEUGDFONDS SPORT ROTTERDAM Wil jij sporten, en is er thuis geen geld voor lessen? Kijk dan met je ouder(s), verzorger(s) of leerkracht op
WWW.JEUGDFONDSSPORTENCULTUUR.NL
Of vraag of er bij jou op school een contactpersoon is van het Jeugdfonds Sport Rotterdam.
ROTTERDAM – Moreno (12) voetbalt bij Feyenoord onder 13. ‘De Feyenoord Academy is een jeugdopleiding waar jonge voetballers worden opgeleid tot profvoetballers. Feyenoord onder 13 is een team met voetbaltalenten onder de 13 jaar. Ik kan ooit misschien bij het eerste elftal van Feyenoord gaan spelen als ik heel goed mijn best doe. Dat is mijn droom’, zegt Moreno. TEKST: SUZANNE HUIG Moreno: ‘Ik speel sinds 2014 bij de Feyenoord Academy. Ik train met mijn team op maandag, dinsdag, donderdag en vrijdag. Ik train op maandag en vrijdag onder schooltijd. Ik mis soms toetsen door mijn trainingen. Ik haal die toetsen in tijdens de pauzes op school. Op zaterdag spelen we een wedstrijd. We spelen wedstrijden tegen jeugdteams van andere profclubs, zoals PSV en Ajax. Ik wil altijd fit zijn tijdens een wedstrijd. Ik ga daarom op vrijdag vroeg naar bed zodat ik goed ben uitgerust.’
Moreno traint minimaal 4 keer per week. FOTO’S: PETER SNATERSE
Moreno.
Veel oefenen
‘Het is belangrijk om heel veel te oefenen als je profvoetballer wilt worden. Ik voetbal vaak tegen oudere jongens op straat. Ik voetbal dan tegen jongens die beter voetballen dan ik. Ik word daardoor zelf steeds beter. Ik oefen ook iedere dag trucjes met een bal. Ik leer daardoor steeds beter met een voetbal omgaan. Ik vind het leuk om iedere dag met voetbal bezig te zijn. Ik bereid me met iedere oefening, training en wedstrijd voor op een toekomst als profvoetballer’, zegt Moreno.
Sterke punten op het veld
‘Ik speel links voorin. Ik kan goed een voorzet geven. Een voorzet is een trap waarmee je de bal naar een teamgenoot speelt om hem te laten scoren. Ik kan ook goed de bal van een tegenstander afpakken. Ik kan hard rennen. Ik ben daardoor vaak snel weg met een bal. Dat is heel belangrijk tijdens een wedstrijd. Ik kan dan doen wat ik wil omdat mijn tegenstander even niet bij mij in de buurt is’, legt Moreno uit.
DECEMBER 2019 ‘Ik doe heel soms vrijwilligerswerk. Ik laat bijvoorbeeld weleens de hond van mijn buren uit. En ik ruim soms de speeltuin in de wijk op. Ik ben trots op mezelf als ik iets voor de buurt heb gedaan.’
‘Het lijkt mij heel leuk om vrijwilligerswerk te doen. Ik kan dan alvast ervaren hoe het is om te werken en ik kan mensen helpen. Ik zou graag vrijwilliger willen zijn bij de brandweer. Je moet helaas 14 jaar zijn om vrijwilliger te kunnen zijn bij de brandweer.’
Zou jij vrijwilligerswerk willen doen? ROTTERDAM – Op 7 december was het Nationale Vrijwilligersdag. Op die dag werden door heel het land vrijwilligers bedankt. Een vrijwilliger is iemand die vrijwillig werk doet waar hij of zij niet voor wordt betaald. Zou jij vrijwilligerswerk willen doen? Zo ja, wat zou jij willen doen?
Lara (9) ‘Ik doe vaak klusjes in huis. Ik ruim bijvoorbeeld spullen op of maak schoon. Ik help mijn oma ook weleens met koken. Ik vind dat kinderen iedere week iets moeten doen voor een ander. Ik leer goed met mensen omgaan doordat ik mensen help.’
TEKST EN FOTO’S: SUZANNE HUIG
Duco (10)
‘Ik ken niemand die hulp nodig heeft. Ik doe daarom geen vrijwilligerswerk. Ik zou het leuk vinden om vrijwilligerswerk voor ouderen te doen. Het lijkt mij leuk om ouderen gezelschap te houden of boodschappen voor hen te doen.’
Maria (11)
Lukas (11)
Senna (10)
Lykke (10)
De letters in de gele balk vormen het antwoord. Mail dit antwoord, samen met je voornaam, leeftijd en het telefoonnummer van je ouder(s) of verzorger(s), naar ANTWOORD@JONG010.NL We verloten het speelkleed onder de goede inzendingen. Alleen de winnaar krijgt bericht.
‘Ik ruim vaak afval op in mijn buurt. Dat is ook vrijwilligerswerk. Ik vind het fijn om een taak te hebben in de buurt. Ik word er blij van om de mensen om mij heen te helpen.’
Het antwoord van de puzzel van november is: INTERNETTEN. De winnaar is Taha (10).
Zou jij vrijwilligerswerk willen doen? Zo ja, wat zou jij willen doen?
Waaraan vindt Dixie dat de gemeente 4 miljoen euro voor sport moet uitgeven? PAGINA 3
In de Rotterdamse haven werken verschillende mensen op de masten van schepen of in hijskranen. Waarin nog meer? PAGINA 6
Tainemory heeft van juf Miranda geleerd dat het belangrijk is om … te geven.
Welke vogels maken zelf ook een soort wax? PAGINA 6
PAGINA 4
Wat is voor alle kinderen gratis en verplicht? PAGINA 7
Wat krijgt Huseyin elke week om zo goed mogelijk te blijven bewegen?
Van wie beantwoordt Marieke van het Centrum voor Jeugd en Gezin deze maand de vraag? PAGINA 7
‘Ik heb geen tijd om vrijwilligerswerk te doen. Als ik wel tijd had om te werken, zou ik betaald werk doen. Ik vind dat mensen iets horen te krijgen voor wat ze doen.’
Hoe noem je de zaden van een paddenstoel? PAGINA 8
Welke speler mag de bal met zijn handen aanraken? PAGINA 9 Wat geeft Kerstcircus Ahoy weg? PAGINA 11 Wat moet Maud inspuiten als haar suiker te hoog is? PAGINA 12
PAGINA 5 Wil je meer puzzelen? Neem een kijkje op PUZZELCORNER.NL
DECEMBER 2019
ROTTERDAM – De lenigste acrobaten, talentvolle dieren en gekke clowns. Circusartiesten vanuit heel de wereld toveren Rotterdam Ahoy van 21 tot en met 30 december 2019 om tot een magisch kerstcircus. Lijkt het jou leuk om hier naartoe te gaan? Kerstcircus Ahoy geeft 3 keer 4 kaartjes weg!
Bedenk met welke 3 mensen jij naar het Kerstcircus Ahoy zou willen gaan als je de kaartjes wint.
Maak de foto die je bij stap 2 hebt bedacht. Stuur de foto vóór woensdag 18 december op naar Jong010. Je kunt de foto mailen naar antwoord@jong010.nl Een Jong010-jury kiest uit alle inzendingen de 3 winnaars. De winnaars mogen naar de voorstelling op zaterdag 28 december 2019 om 15:00 uur.
Waar denk jij aan bij het thema ‘circus’? Bedenk hoe jij samen met de 3 mensen die je mee wilt nemen het thema ‘circus’ kunt uitbeelden op een foto. Verkleden jullie je allemaal als clown? Schminken jullie je gezicht? Of laten jullie een kunstje zien op de foto?
Kijk voor meer informatie over Kerstcircus Ahoy en tickets op WWW.KERSTCIRCUS.NL
ROTTERDAM – In eten en drinken zitten verschillende stoffen die goed voor je zijn. Deze stoffen helpen je om te groeien, om gezond te blijven of om energie te krijgen. Vitamines zitten bijvoorbeeld in groente, fruit, graanproducten, vlees, vis, noten en vetten. Het zijn belangrijke beschermstoffen voor je lichaam. Vitamines zorgen er bijvoorbeeld voor dat je minder snel ziek wordt en je goed kunt ontwikkelen. Ruby (11) en Beatriz (11) maken een salade van courgette, broccoli, bonen, wortels en tomaten.
Beatriz: ‘Spoel de courgette, broccoli, bonen en tomaten af onder de koude kraan. Schraap met een mesje het vuil van de wortels af.’
TEKST EN FOTO’S: SUZANNE HUIG
Ruby: ‘Ik snijd de wortels in stukjes.’ Beatriz: ‘Ik snijd de puntjes van de boontjes af.’
‘We doen de boontjes en wortels in een pan met kokend water. We koken de boontjes en wortels ongeveer 14 minuten. De wortels zijn gaar als je er zonder moeite met een vork in kunt prikken’, vertelt Beatriz.
‘Ik snijd de uiteinden van de courgette af. Ik snijd de courgette daarna in plakjes’, zegt Ruby.
‘We koken de courgette in een laagje water in 5 minuten gaar. We gieten daarna alle groenten af’, zegt Beatriz.
Ruby: ‘Ik snijd de roosjes van de broccoli in stukjes. Ik doe de broccoli daarna in een pan met kokend water. Ik laat de broccoli 4 minuten koken. De broccoli is gaar als je er gemakkelijk met een vork in kunt prikken.’
Ruby: ‘We mengen de groenten door elkaar op een bord. We snijden de tomaten in stukjes. We strooien ze daarna over de groenten heen. Ons gerecht is klaar.’
DECEMBER 2019
ROTTERDAM – Eén op de 10 kinderen groeit op in een gezin met een familielid dat ziek of gehandicapt is. Kinderen nemen soms extra taken op zich wanneer er problemen in huis zijn of iemand ziek is. Ze doen dan bijvoorbeeld huishoudelijke taken, zoals boodschappen doen, koken of schoonmaken. Of ze helpen het zieke familielid bijvoorbeeld met medicijnen innemen of eten. De gemeente Rotterdam wil mantelzorgers graag helpen. Op www.rotterdam.nl/mantelzorg kun je zien waar de gemeente mee kan helpen. Tekst: Suzanne Huig
SCHIEBROEK – ‘Ik ben Soukaina (11). Mijn moeder en mijn vader hebben afgelopen zomervakantie allebei een zware operatie gehad. Mijn moeder heeft 1 van haar nieren aan mijn vader gegeven. Ik help thuis in het huishouden, zodat mijn ouders een beetje kunnen bijkomen van de operatie.’ Tekst: Suzanne Huig
CHARLOIS – ‘Ik ben Jamie (11). Mijn zusje Maud (6) heeft sinds juni suikerziekte. Ik was heel erg geschrokken toen ik hoorde dat ze ziek was. Ik maakte mij zorgen om haar.’ Tekst: Suzanne Huig ‘Maud heeft in het ziekenhuis geleerd wat ze wel en niet mag eten. Het is belangrijk dat ze niet te veel of te weinig suikers binnenkrijgt. Ze kan in een coma raken als haar suikerspiegel te laag of langdurig te hoog is.’ Rekening houden ‘Mijn zusje moet iedere dag op vaste tijden eten. Dat zorgt ervoor dat haar suikergehalte goed blijft en ze zich goed voelt. Ik houd rekening met haar. Ik eet zoveel mogelijk tegelijkertijd met haar op de momenten dat zij mag eten. Ik vind het belangrijk om rekening te houden met mijn zusje maar ik vind het niet altijd makkelijk. Het is voor mijn zusje makkelijker om niet de verkeerde dingen te eten en te drinken als ik dat ook niet doe.’ Helpen met meten ‘Ik help Maud soms met het meten van haar suikergehalte. Ik vind het heel belangrijk dat ik weet wat ik moet doen als het niet goed met haar gaat. Als haar suiker te hoog is, moet ze insuline inspuiten. Als haar suiker te laag is, mag ze suikers eten. Ze eet dan bijvoorbeeld een suikerklontje.’
KRALINGEN-CROOSWIJK – ‘Ik ben Gillian (8). Ik woon samen met mijn moeder. Mijn moeder heeft een soort reuma. Ze heeft daardoor vaak pijn en is vaak moe. Ik help mijn moeder daarom met het huishouden.’ Tekst en foto’s: Suzanne Huig
Gillian maakt koffie voor haar moeder.
Wat zou jij doen als een familielid ziek zou zijn? Tekst en foto's: Suzanne Huig
Soukaina zet thee voor haar moeder. Foto: Peter Snaterse ‘Ik deed vroeger altijd leuke dingen met mijn moeder en vader. Mijn vader wilde 4 jaar geleden ineens bijna nooit meer iets leuks doen. Hij kreeg steeds vaker buikpijn. Zijn nieren bleken voor nog maar 30 procent te werken.’ Moeder en vader in het ziekenhuis ‘Iedereen heeft 2 nieren. Iedereen heeft 1 nier nodig om goed te kunnen leven. Mijn moeder had 2 goede nieren. Ze heeft daarom 1 van haar nieren aan mijn vader gegeven. De operatie duurde uren. Mijn moeder mocht na 5 dagen weer naar huis. Mijn vader mocht pas na 4 weken het ziekenhuis uit.’
‘Ik doe bijvoorbeeld de was in de wasmachine en in de droger. En ik haal boodschappen. Het is voor mij een uitdaging om thuis zoveel mogelijk zelf te kunnen doen.’ Iedere middag slapen ‘Mijn moeder slaapt iedere middag een uurtje. Ik kijk dan televisie of maak een tekening. Ik zet ’s middags een kop koffie voor mijn moeder als ze wakker wordt. Ik maak ook vaak een broodje voor haar. Ik verzorg mijn moeder graag.’ Rekening houden ‘Ik ben hoogbegaafd. Ik zit op een speciale school die niet dicht bij mijn huis is. Mijn moeder kan mij niet naar school brengen en op school ophalen door haar ziekte. Ik word daarom door een taxi gebracht en opgehaald. Mijn moeder komt daardoor bijna nooit op mijn school. Ik vind dat jammer.
ELIO (11): ‘Ik zou zo goed mogelijk voor die persoon proberen te zorgen. Ik zou bijvoorbeeld eten koken voor mijn zieke familielid.’
Koken, schoonmaken en boodschappen doen ‘Mijn moeder moest heel voorzichtig doen toen ze thuis kwam. Ze mocht niet bukken, tillen of traplopen. Ik heb met mijn zus voor haar gezorgd. We hebben voor haar gekookt, schoongemaakt en boodschappen gedaan. Het gaat nu steeds beter met mijn moeder. Ik help haar nog steeds met het huishouden.’ Zware dingen dragen en rustig zijn ‘Helaas werkt de nier niet goed in mijn vader zijn lichaam. Mijn vader moet daarom 3 keer per week naar het ziekenhuis voor speciale behandelingen. Hij slikt ook veel medicijnen. Ik help mijn vader. Ik draag zware dingen voor hem. En ik zorg dat ik rustig ben als hij moe is of pijn heeft.’
Ik spreek bijna nooit met kinderen af om na schooltijd te spelen omdat ik niet met mijn moeder kan overleggen. Ik houd rekening met mijn moeder door nooit zomaar vriendjes uit te nodigen thuis. Als mijn moeder zich ineens niet lekker voelt, is het te druk als er meerdere kinderen bij mij thuis zijn.’
Gillian doet de was.
MANOAH (10): ‘Ik zou veel rekening houden met mijn zieke familielid. Ik zou altijd buiten spelen in plaats van binnen, zodat het in huis niet te druk is.’
Wat zou jij doen als een familielid ziek zou zijn?