Skip to main content

Oppervlaktetechnieken editie 3 van 2026

Page 1


jaargang 70

nummer 3

mei 2026

Hét vakblad voor de professional in de oppervlaktetechnologie

LAST HAKEN

ZWARE LAST?

MOGELIJKHEDEN.

Draaddiameter tot 30 mm

Lengtes tot 2.000 mm

Belastbaarheid Berekening

WIJ BIEDEN DE OPLOSSING

Haken met een belastbaar vermogen tot 1.500 kg zijn voor ons geen probleem.

Van de hoofdredacteur

Plafondkat

Ik heb de toekomst gezien. Vorige maand was ik in Shanghai en ik heb mijn ogen uitgekeken. Ik ben wel vaker in Azië geweest en ook wel een keer in China (vooruit, dat was 20 jaar geleden, maar toch). En ik verwachtte in Shanghai een typisch Aziatische miljoenenstad te treffen: lawaaierig, druk, stinkend naar uitlaatgassen. De realiteit: niets van dat. Er rijden bijna alleen elektrische voertuigen rond. De straten waren heerlijk rustig, de lucht rook niet naar uitlaatgassen en het openbaar vervoer was beter dan waar dan ook.

Ik dacht aan de eerste keer dat ik in China was, rond 2007. Ik verbleef in een gloednieuw tophotel in Beijing. Ik legde mijn iPhone 1 aan de stekker in mijn hotelkamer. Toen ik vertrok, haalde ik de stekker uit het stopcontact en een stuk muur ter grootte van een softbal kwam mee. “Made in China”, dacht ik.

En wat gebeurt er vorige maand in Shanghai? Ik zit in een eettentje en er komt een kat door het plafond vallen. Een vlek op mijn net-vernieuwde toekomstbeeld van het moderne China. En die vlek groeide. Want buiten het centrum van Shanghai was de vervuiling wel overal. De letterlijk tienduizend tienverdiepingtellende betonnen flats gaven een dystopisch beeld. Dingen bleken toch niet zo naadloos te werken en de kwaliteit van de gebouwen, de producten en de processen was helemaal niet zo goed.

Het beeld dat ik kreeg, valt samen met een constatering die vanuit de normcommissies komt: de kwaliteit van de normontwikkeling dreigt af te nemen.

De reden? Waar Europese en andere westerse experts traditioneel sterk vertegenwoordigd waren, neemt hun deelname af. Daartegenover staat een sterke toename van activiteit vanuit andere delen van de wereld. Vooral China pakt zijn rol. Dat is op zich uitstekend. Hoe breder normen worden gedragen, hoe beter.

Maar het moet kwalitatief wel in orde zijn. Een voorbeeld uit de ISO/NP 26588: er wordt verwezen naar een meetmethode voor verfcoatings om de hechting van een extreem dunne anorganische laag (op nanometerschaal) te bepalen. Denk hierbij aan een conversielaag. Dit is fysisch gezien een ongeschikte methode.

Goede normen voorkomen veel ellende, met name bij internationale samenwerkingen. Daar waar communicatiestoring dreigt te ontstaan, nemen normen het over om de kwaliteit te waarborgen. Hoe te helpen? Doe mee in normcommissies. Controleer de regels. Blijf scherp. Dat voorkomt dat hier een kat door het plafond komt, de stekker de halve muur meetrekt, of erger. Dus doe mee.

Mei

19 mei

Klassikale cursus

In-house Control Medewerker www.vereniging-ion.nl/klassikalecursus-house-control-medewerker-3

21 mei

Klassikale cursus Industriële Oppervlaktetechnieken www.vereniging-ion.nl/ klassikale-cursus-industrieleoppervlaktetechnieken-7

21 mei

Masterclass Corrosiebestendig Ontwerpen (Nieuwegein) www.vereniging-ion.nl/ masterclass-corrosiebestendigontwerpen-nieuwegein-0

27 mei

Themabijeenkomst

Robotica & Veiligheid www.vereniging-ion.nl/ themabijeenkomst-roboticaveiligheid

Juni 2 juni

Veiligheidsdag 2026 www.vereniging-ion.nl/ veiligheidsdag-2026

7 Oktober Dag van de Oppervlaktetechnologie

De oppervlaktebehandelende industrie komt samen. Op 7 oktober 2026 vindt tijdens METAVAK in Gorinchem de Dag van de Oppervlaktetechnologie plaats – dé dag voor iedereen die actief is in of betrokken is bij oppervlaktetechnologie. Een dag vol inspiratie, innovatie en ontmoeting, met als hoogtepunt de uitreiking van de ION Borghardt Award 2026. De inschrijving voor de ION Borghardt Award 2026 is geopend: https://vereniging-ion.nl/nieuws/maakkans-innovatieprijs-branche-meld-ion-borghardt-award-2026. Heb jij een vernieuwende ontwikkeling of slimme toepassing binnen de oppervlaktebehandeling? www.vereniging-ion.nl/nieuws/save-date-momentoppervlaktebehandelende-industrie-7-oktober-2026

8 juni

Klassikale cursus Straler www.vereniging-ion.nl/klassikalecursus-straler-8

6-8 oktober Aluminium

De internationale vakbeurs Aluminium in Düsseldorf geldt als ontmoetingspunt voor de wereldwijde aluminiumindustrie. Met meer dan 800 exposanten en zo’n 20.000 bezoekers biedt het evenement een compleet overzicht van de keten – van grondstof en halffabricaten tot eindproducten en geavanceerde productietechnologie. De beurs draait niet alleen om technologie, maar ook om thema’s die de sector vooruit stuwen, zoals duurzaamheid, recycling en digitalisering. Daarmee fungeert Aluminium als barometer voor de industrie: een plek waar innovaties worden gelanceerd, partnerships ontstaan en strategische keuzes voor de komende jaren worden gemaakt. www.aluminium-exhibition.com/germany/en-gb.html#/

11 juni

lassikale cursus Poedercoaten niveau 1 www.vereniging-ion.nl/klassikalecursus-poedercoaten-niveau-1-6

Inhoud

Anodiseren anno nu: verduurzaming, automatisering en materiaaltransitie zetten sector op scherp De anodiseerindustrie staat aan de vooravond van een stille, maar ingrijpende transformatie. Waar het proces decennialang gold als een stabiele pijler binnen de oppervlaktetechniek, zorgen nieuwe eisen rond duurzaamheid, energiegebruik en materiaalstromen voor een herijking van vrijwel elke stap in het proces. Tegelijkertijd openen technologische ontwikkelingen de deur naar een nieuwe generatie toepassingen.

Anodiseren verschuift daarmee van een beproefde afwerkingsmethode naar een strategisch onderdeel van de maakindustrie.

6 Kort nieuws

28 KRW 2027: Van lozingsnorm naar resultaatverplichting in de oppervlaktebehandeling

De Kaderrichtlijn Water (KRW) is voor de Nederlandse oppervlaktebehandelende industrie geen vrijblijvend dossier meer. Met de deadline van 2027 in zicht verschuift de focus van beleidstafels naar de werkvloer. De kern van de KRW is vastgelegd in Artikel 4: een resultaatverplichting om de goede chemische en ecologische toestand te bereiken en het verslechteringsverbod te handhaven.

32 Coat IT mikt op Nederlandse groei via ION

Voor veel bedrijven in de oppervlaktetechniek is ERP-software een noodzakelijk hulpmiddel. Voor Guy

Ondernemer moet wakker worden: investeren in mensen loont In de wereld van de oppervlaktetechniek draait veel om processen, installaties en specificaties. Maar wie Arno Janssen spreekt, hoort al snel dat de echte sleutel tot kwaliteit ergens anders ligt: bij de mensen op de werkvloer. “Je kunt veel automatiseren,” zegt hij, “maar uiteindelijk kom je altijd weer uit bij de mens.”

Willems is het vooral een vak op zich – en zelfs een passie. Met zijn bedrijf Coat IT ontwikkelt hij al jaren branchegerichte software voor oppervlaktebehandelaars. Nu richt hij de blik nadrukkelijk op Nederland, onder meer via zijn lidmaatschap van Vereniging ION.

36 Kunstenaar Juul Rameau over natuur, staal en haar ontwerp voor de ION Borghardt Award

Wie het werk van Juul Rameau bekijkt, ziet staal. Maar wie beter kijkt, ziet iets anders: groei, structuur, verstilling – en vooral natuur. Voor de komende ION Borghardt Award ontwerpt en realiseert zij de award zelf. Een opdracht die naadloos aansluit bij haar werk én haar overtuiging.

38 Buitenlandse media

39 Onder de oppervlakte

43 Brancheregister

Bij de voorpagina: CZL Tilburg pleit voor slimmer ontwerpen

In de oppervlaktetechniek wordt nog te vaak gedacht in losse stappen. Maar wie zo redeneert, laat volgens directeur Henk Berends en senior environment health safety engineer Cindy van Rijen van CZL Tilburg kansen liggen. “De echte winst zit niet in één laag”, stellen ze. “Die zit in de combinatie.” Het is een boodschap die schuurt met de praktijk. Want in veel ontwerptrajecten komt galvaniseren pas laat in beeld. En dan is het vaak te laat om nog fundamentele keuzes te maken.

Wegwijzer voor PFAS als ZZS helpt bedrijven bij regelgeving

Het Informatiepunt Leefomgeving (IPLO) heeft nieuwe webpagina’s gepubliceerd die dienen als wegwijzer voor het omgaan met PFAS als zeer zorgwekkende stof (ZZS). De informatie is bedoeld om bedrijven en het bevoegde gezag te ondersteunen bij de toepassing van wet- en regelgeving rondom PFAS.

Aanleiding voor de publicatie is de opname van PFAS in het OSPARverdrag in 2024, waardoor deze stoffen officieel als ZZS worden aangemerkt. Dit betekent dat bedrijven verplicht zijn emissies naar lucht en water zoveel mogelijk te voorkomen of te minimaliseren. De nieuwe wegwijzer is ontwikkeld naar aanleiding van vragen uit de praktijk. Binnen

de zogenoemde ‘werktafel PFAS als ZZS’ werkten onder meer brancheorganisaties, omgevingsdiensten en kennisinstituten samen om duidelijkheid te bieden over onderwerpen zoals definities, normen, meetmethoden en beschikbare technieken.

De informatie is nu gebundeld in toegankelijke webpagina’s op www.iplo.nl. Deze bieden onder meer inzicht in welke stoffen onder PFAS vallen, welke verplichtingen gelden en hoe bedrijven invulling kunnen geven aan de minimalisatieplicht. Ook wordt ingegaan op actuele ontwikkelingen, zoals nieuwe Europese normen voor metingen en beleid rond PFAS.

Met deze wegwijzer speelt IPLO in op de groeiende behoefte aan praktische handvatten voor het omgaan met PFAS binnen de kaders van de Omgevingswet. De informatie wordt continu geactualiseerd om aan te sluiten bij nieuwe inzichten en regelgeving.

Meer informatie: www.iplo.nl/thema/ zeer-zorgwekkende-stoffen-zzs/pfaszeer-zorgwekkende-stof-zzs/

‘De meeste hacks zijn geen hightech –ze beginnen met menselijk gedrag’

Cybercriminaliteit komt voor veel mkb-ondernemers nog altijd over als een ver-van-mijn-bedshow. Onterecht, betoogde Maria Genova onlangs tijdens de ALV van Vereniging ION. “De kans dat je ermee te maken krijgt, wordt steeds groter. Niet alleen voor grote bedrijven, maar juist ook voor het mkb.”

In haar energieke lezing fileerde Genova het beeld van de geniale hacker die zich een weg baant door complexe systemen. In werkelijkheid zit de kwetsbaarheid vaak in de organisatie zelf. “De meeste hacks zijn technisch helemaal niet ingewikkeld. Ze beginnen met menselijk gedrag: iemand die klikt, iets downloadt of een fout maakt.”

Een groot deel van de datalekken ontstaat door ogenschijnlijk simpele fouten. Zo worden in Nederland jaarlijks tienduizenden datalekken gemeld waarbij bijvoorbeeld e-mailadressen zichtbaar in cc zijn gezet in plaats van bcc. “Hoe moeilijk is dat verschil?”, vraagt Genova retorisch. “En toch gaat het continu mis.”

Phishing is daarbij een van de meest effectieve aanvalsmethoden. Waar vroeger slechte spelling nog

een waarschuwingssignaal was, maken criminelen nu gebruik van AI om foutloze en overtuigende berichten te sturen. “Elke hacker kan tegenwoordig geloofwaardig Nederlands schrijven. Dat maakt het veel lastiger om nep van echt te onderscheiden.” Vooral afwijkende e-mailadressen en onverwachte bijlagen blijven cruciale signalen, benadrukt ze.

BEHEER

Daarnaast schort het in veel mkbbedrijven aan toegangsbeheer. Medewerkers hebben vaak toegang tot systemen en data die ze niet nodig hebben. “Waarom moet één medewerker overal bij kunnen?”, stelt Genova. “Als zo’n account wordt gehackt, ligt meteen je hele organisatie open.”

Ook uitbestede IT biedt geen garantie. Veel ondernemers gaan ervan uit dat hun website of systemen veilig zijn omdat ze die hebben laten bouwen. “Maar een webbouwer is niet per se een securityspecialist”, waarschuwt Genova. “Basisbeveiliging ontbreekt vaker dan je denkt.”

De gevolgen van een hack zijn groot en vaak direct voelbaar. Bedrijven

verliezen toegang tot hun systemen, productie komt stil te liggen en klantdata kan op straat belanden. In de praktijk kiest een meerderheid van de mkb-bedrijven er dan toch voor om losgeld te betalen. “Ongeveer 60 procent betaalt uiteindelijk”, zegt Genova. “Niet omdat ze dat willen, maar omdat ze geen keuze meer hebben.”

Toch is dat geen oplossing. “Je hebt geen enkele garantie dat je je data terugkrijgt. Je doet zaken met criminelen.” Volgens haar ligt de echte winst in preventie. Dat begint met bewustwording: medewerkers trainen, sterke en unieke wachtwoorden gebruiken en kritisch kijken naar wie toegang tot welke systemen heeft. Even belangrijk is het hebben van goede, werkende back-ups.

De boodschap aan het mkb is duidelijk en urgent. Cyberveiligheid is geen IT-vraagstuk dat je kunt uitbesteden, maar een structureel onderdeel van je bedrijfsvoering. Of, zoals Genova het samenvat: “Je hoeft geen expert te zijn om veiliger te worden. Maar je moet wel beginnen.”

Waarom geopolitiek

ineens het probleem van de ondernemer is

Tijdens de ALV van Vereniging ION schetste Han Bouwmeester –verbonden aan de Nederlandse Defensie Academie – een ongemakkelijke realiteit: geopolitieke spanningen zijn geen ver-van-ons-bedshow meer, maar raken direct de dagelijkse praktijk van ondernemers.

Waar vijf jaar geleden nog werd vertrouwd op stabiliteit en

Han Bouwmeester, hoogleraar militairoperationele wetenschappen bij de Faculteit Militaire Wetenschappen aan de Nederlandse Defensie Academie.

economische verwevenheid, is die zekerheid inmiddels verdwenen. “We hadden toen niet kunnen voorspellen waar we nu zouden staan”, stelt Bouwmeester, verwijzend naar de opeenstapeling van conflicten en crises. Voor ondernemers betekent dit dat verstoringen – van energieprijzen tot leveringsketens – structureel onderdeel zijn geworden van het speelveld.

Centraal in zijn betoog staat de vraag die hij zijn publiek expliciet meegeeft: “Wat betekent dit voor mijn bedrijf? En wat moet ik hiermee?” Die vraag raakt de kern van de Nederlandse veiligheidsstrategie, die draait om belangen, dreigingen en weerbaarheid. Vooral die laatste pijler is volgens Bouwmeester nog onderontwikkeld binnen het bedrijfsleven.

VOORBEREIDEN

De dreigingen zijn breed en concreet: van militaire escalatie tot cyberaanvallen, sabotage en desinformatie. “Waartegen moet je dan weerbaar worden? Daar kunnen wij

in meedenken”, zegt hij, doelend op de rol van Defensie richting bedrijven. Tegelijkertijd benadrukt hij dat ondernemers hun eigen kwetsbaarheden het beste kennen, en dus ook zelf verantwoordelijkheid moeten nemen.

Die urgentie neemt toe in scenario’s waarin Nederland direct betrokken raakt. Als logistiek knooppunt kan het land een sleutelrol spelen in militaire operaties, met gevolgen voor infrastructuur en bedrijfsvoering. Daarnaast wijst Bouwmeester op hybride dreigingen: cyberaanvallen op bedrijven, verstoring van de energievoorziening, en zelfs maatschappelijke ontwrichting via desinformatie en sabotage.

Zijn waarschuwing aan de zaal is scherp: “We moeten af van de mindset van het onschuldige landje achter de duinen.” Volgens Bouwmeester begint weerbaarheid niet bij de overheid, maar bij ondernemers zelf. Wie zijn risico’s kent en zich voorbereidt, verkleint de kans om doelwit te worden.

Januari 2024, een Russische aanval verwoest een deel van een flat in de Oekraïnse hoofdstad Kiev. foto:Dmytro Tolokonov

Wiltec introduceert Flexpeel Pro voor efficiënte bescherming van spuitcabines

Wiltec breidt zijn assortiment voor industrie en spuiterijtechniek uit met Flexpeel Pro, een hoogwaardige peelbare beschermcoating voor spuitcabines. De coating beschermt cabinewanden tegen overspray, stof en vervuiling, waardoor ze langer schoon blijven, de lichtreflectie optimaal blijft en onderhoudstijd aanzienlijk wordt verkort.

In spuitcabines is vervuiling door verfnevel vrijwel onvermijdelijk. Deze vervuiling vermindert de lichtreflectie in de cabine en kan leiden tot hogere schoonmaakkosten, en stilstand van het productieproces. Door gebruik te maken van een afpelbare beschermlaag blijft de cabine langer schoon en blijft de werkruimte optimaal verlicht voor nauwkeurig spuitwerk.

Flexpeel Pro is speciaal ontwikkeld voor werkplaatsen waar spuitcabines worden gebruikt. De coating vormt na het aanbrengen een sterke, witte beschermlaag met een heel hoge dekking. Overspray hecht zich niet direct aan de cabinewand, waardoor zichtbaarheid en lichtreflectie behouden blijven. De witte afwerking zorgt voor een helder en schoon werkbeeld in de cabine. Dit helpt spuiters om kleuren en dekking nauwkeurig te beoordelen en draagt bij aan een consistent eindresultaat.

SNELLER ONDERHOUD

Wanneer de coating verzadigd raakt, kan hij eenvoudig in één beweging worden verwijderd. Daarbij wordt onderliggend stof en vuil direct meegenomen. Dit maakt reinigen sneller en efficiënter, en beperkt

Ecoclean zet in op AI en slimme sensortechnologie voor

De eisen aan industriële reinigingsprocessen nemen snel toe. Hogere kwaliteitsnormen, strengere documentatie-eisen en druk om energie en grondstoffen te besparen dwingen bedrijven tot verdere optimalisatie. Met nieuwe technologieën als Lab-on-a-Chip en AI-gestuurde Smart Drying speelt Ecoclean in op die ontwikkeling.

Centraal staat het Lab-on-a-Chip (LOC)-systeem, dat de kwaliteit van reinigings- en spoelbaden automatisch analyseert. Waar traditioneel meerdere sensoren en handmatige metingen nodig zijn, combineert dit systeem verschillende analy-

stilstand tot een minimum. Doordat meerdere lagen over elkaar kunnen worden aangebracht, is de levensduur flexibel te verlengen en zijn onderhoudsmomenten beter te plannen.

Een goed beschermde cabine blijft niet alleen langer schoon, maar zorgt ook voor een stabieler spuitproces. Optimale lichtreflectie verkleint de kans op afkeur en ondersteunt een constante kwaliteit. Flexpeel Pro is watergedragen en eenvoudig aan te brengen met verschillende applicatiemethoden, zoals een spuitpistool, airless systeem, roller of kwast. Hierdoor kan het product snel en efficiënt worden gebruikt in zowel bestaande als nieuwe spuitcabines.

reinigingsprocessen

semethoden in één geïntegreerde oplossing. Denk aan metingen van pH-waarde, geleidbaarheid en – nieuw – oppervlaktespanning, waarmee gerichter kan worden bijgestuurd. Ook vervuiling van baden wordt continu gemonitord. Dat voorkomt onnodig bijvullen of te vroege badwissels, en draagt bij aan een stabieler proces en lager verbruik van middelen.

Daarnaast introduceert Ecoclean Smart Drying: een AI-ondersteunde technologie die droogprocessen optimaliseert op basis van real-time data. Door parameters als temperatuur, druk en vochtigheid continu te

analyseren, bepaalt het systeem automatisch de meest efficiënte droogstrategie. Dit voorkomt dat processen worden ingericht op ‘worst case’-scenario’s, wat vaak leidt tot onnodig lange droogtijden en hoog energiegebruik.

De onderliggende AI is getraind op duizenden praktijktests en leert patronen herkennen in uiteenlopende productiesituaties. Daarmee verschuift de focus van controleren naar voorspellen en optimaliseren. Volgens Ecoclean ligt daar de toekomst: intelligente systemen die niet alleen processen monitoren, maar ze ook actief sturen.

Op zoek naar duurzame oplossingen?

Totale ontzorging van afvalstoffen.

Eigen verwerkingsmogelijkheden van o.a. ontvettings- en beitsvloeistoffen.

Reiniging en onderhoud van sproeitunnels en dompellijnen.

Het geven van veiligheidsadviezen.

Stadslaan 3 | 8051 ND Hattem

Tel.+31 85 023 22 39 | M.+31 610 287 434

Email: info@nedwaste.nl | Web: www.nedwaste.nl

Kunststof pompen & filtersystemen voor oppervlaktebehandeling

Magneetpompen 1.8-130 m3/u

Verticale pompen 2.4-104 m3/u

Filtersystemen (filterpapier/filterkaarsen/filterzak/micro fiber)

www.corode.eu

www.kinpompentechniek.nl

www.chemetall.com

Kom voor het voetlicht met de INFORMAT nieuwsbrief!

Kom via de digitale nieuwsbrief van de Vereniging ION in contact met meer dan 2.000 beslissers die allen werkzaam zijn in de oppervlaktebehandelende industrie. 21 keer per jaar ontvangen zij de belangrijkste nieuwsitems uit de sector.

Interesse?

Vraag de mediakaart aan. Bel met Yorick Rooodenburg (070) 399 00 00 of stuur een e-mail naar yorick@jetvertising.nl

Symposium Circulaire

Geveleconomie:

ketensamenwerking als sleutel tot toekomstbestendig bouwen

De gevelbranche staat voor een ingrijpende transitie. Toenemende druk vanuit Europese regelgeving, schaarste aan grondstoffen, en de groeiende vraag naar toekomstbestendig vastgoed dwingen bedrijven om anders te kijken naar ontwerp, productie en gebruik. Circulariteit wordt daarbij steeds vaker gezien als de enige houdbare route. Op 9 juni krijgt die ontwikkeling concreet vorm tijdens het Symposium Circulaire Geveleconomie in Ede – een bijeenkomst waarbij vooral de samenwerking tussen opdrachtgevers en uitvoerende partijen centraal staat.

Het symposium brengt de volledige keten bijeen: van opdrachtgevers en architecten tot producenten en slopers. Die brede opzet is bewust gekozen. Circulariteit is immers geen optelsom van losse innovaties, maar vraagt om afstemming in de hele keten. Juist daar ligt voor veel bedrijven in de oppervlaktetechniek een kans. Zij opereren vaak op het

snijvlak van ontwerp en uitvoering, en spelen een cruciale rol in de levensduur en prestaties van gevelsystemen. Een belangrijke rol in deze ontwikkeling is weggelegd voor Vereniging ION, dat onderdeel uitmaakt van de stichting Circulaire Geveleconomie. Daarmee onderstreept de vereniging het belang van een integrale benadering waarin ook oppervlaktebehandeling en coatings vanaf het begin worden meegenomen in circulaire ontwerpen.

Tijdens het symposium wordt een belangrijke stap gezet met de presentatie van de nieuwe NTA Circulaire Gevels. Deze Nederlandse Technische Afspraak biedt een concreet afwegingskader voor circulair bouwen en verbindt ontwerp, uitvoering en terugname van materialen. De NTA is onlangs opgesteld en wordt tijdens de bijeenkomst officieel gedeeld met de sector, samen met diverse inhoudelijke presentaties die laten zien hoe circulariteit in de praktijk vorm krijgt.

Maar misschien nog belangrijker dan de inhoudelijke kennisoverdracht, is de rol van het symposium als ontmoetingsplek. De organisatoren benadrukken de mogelijkheid tot netwerken tussen opdrachtgevers en uitvoerende partijen. Voor leden van ION is dat bijzonder relevant: opdrachtgevers uit hun netwerk zullen nadrukkelijk aanwezig zijn. Daarmee ontstaat een zeldzaam moment waarop vraag en aanbod direct met elkaar in gesprek kunnen over de toekomst van circulaire gevels.

Die interactie is essentieel. Waar technische oplossingen vaak al beschikbaar zijn, blijft de implementatie achter door gebrek aan afstemming en gedeelde doelen. Door partijen samen te brengen, wil het symposium die kloof verkleinen. Het programma speelt daarop in met praktijkvoorbeelden, pitches en een paneldiscussie over de cruciale rol van opdrachtgevers in circulaire vastgoedontwikkeling.

De nadruk ligt daarbij op concrete toepasbaarheid. Bezoekers krijgen inzicht in thema’s als levensduurverlenging, hergebruik en recycling, maar ook in praktische vraagstukken rond ontwerp, logistiek en besluitvorming. Dat maakt het symposium niet alleen relevant voor beleidsmakers en strategen, maar juist ook voor bedrijven die dagelijks bezig zijn met uitvoering en procesoptimalisatie.

Voor de oppervlaktetechnieksector betekent dit dat de rol van coatings en oppervlaktebehandeling verder verschuift. Niet alleen bescherming en esthetiek staan centraal, maar ook demontage, hergebruik en levensduurverlenging. Dat vraagt om nieuwe inzichten en intensievere samenwerking met andere schakels in de keten.

Het symposium positioneert zich nadrukkelijk als startpunt van een bredere beweging. Onder het motto ‘Wie vandaag al samenwerkt, bouwt de gevel van morgen’ willen de initiatiefnemers toewerken naar een sectorbrede community waarin kennisdeling en samenwerking structureel worden verankerd.

Of die ambitie wordt waargemaakt, zal afhangen van de bereidheid van bedrijven om daadwerkelijk over de grenzen van hun eigen organisatie heen te kijken. Het symposium biedt in elk geval de gelegenheid om die eerste stap te zetten – niet alleen door kennis op te doen, maar vooral door de juiste mensen te ontmoeten. Juist in die ontmoeting ligt de sleutel tot een circulaire geveleconomie die verder gaat dan goede intenties en uitgroeit tot dagelijkse praktijk.

Doel

Aanpak

Weren zeer zorgwekkende stoffen uit leefomgeving

Bronaanpak Minimalisatie restemissie

Vervang stof Vervang proces Vervang proces

Continu verbeteren

Optimaliseer proces en/of zuiveringstechniek

Werken met Zeer Zorgwekkende

Stoffen: weet wat er speelt in jouw bedrijf

In veel mkb-bedrijven wordt gewerkt met producten die chemische stoffen bevatten, zoals oplosmiddelen, reinigers en verf. Sommige daarvan zijn Zeer Zorgwekkende Stoffen (ZZS): stoffen die schadelijk kunnen zijn voor mens en milieu. Bekende voorbeelden zijn PFAS, maar er staan nog duizenden andere stoffen op de ZZS-lijst.

ZZS zijn niet altijd verboden, maar bedrijven moeten de uitstoot zoveel mogelijk beperken. Dat begint met inzicht: weet welke stoffen in jouw bedrijf aanwezig zijn. Veiligheidsinformatiebladen en etiketten geven belangrijke informatie over de samenstelling en risico's. Let daarbij vooral op de H-zinnen. Deze geven aan hoe gevaarlijk een stof is en kunnen wijzen op ZZS. Door bewust met deze stoffen om te gaan en eenvoudige maatregelen te nemen - zoals het voorkomen van lozing in het riool - verklein je de impact op mens en milieu aanzienlijk.

Wil je de ZZS flyer ontvangen, stuur dan een mailtje naar info@vereniging-ion.nl of bezoek onze LinkedIn.

Kwaliteit

van ISO-normen dreigt achteruit

De internationale normen van ISO vormen al decennialang de ruggengraat van technische kwaliteit, veiligheid en uniformiteit binnen industrieën wereldwijd. Van staalconstructies en coatings en van energie tot infrastructuur: ISO-normen zorgen ervoor dat we wereldwijd dezelfde taal spreken. Maar er is een ontwikkeling gaande die zorgen baart.

Het aantal nieuwe normvoorstellen binnen ISO neemt de laatste jaren sterk toe. Dat is op zichzelf positief: innovatie vraagt om standaardisatie. Toch zien we in de praktijk een minder wenselijke trend. Steeds vaker verschijnen vroege conceptnormen waarin:

• Fundamentele technische fouten zitten

• Verkeerde testmethoden worden toegepast

• Normen uit andere disciplines onjuist worden gebruikt

• essentiële acceptatiecriteria volledig ontbreken

In sommige gevallen zijn de tekortkomingen zo groot dat het betreffende document nauwelijks toepasbaar is in de praktijk.

CONCRETE VOORBEELDEN

UIT DE PRAKTIJK

De voorbeelden hieronder zijn geen detailfouten, maar structurele problemen die de kwaliteit en toepasbaarheid van een norm direct ondermijnen. Dit zijn voorbeelden zoals gevonden in normvoorstellen:

• Er wordt verwezen naar een meetmethode voor verfcoatings om de hechting van een extreem dunne anorganische laag (op nanometerschaal) te bepalen. Denk hierbij aan een conversielaag. Dit is fysisch gezien een ongeschikte methode.

• Een glansmeting uit de verfindustrie wordt toegepast op

te gaan

metallische oppervlakken, terwijl bekend is dat deze methode daar doorgaans niet geschikt voor is.

• Het voornamelijk bestaan uit verwijzingen naar andere normen. In de praktijk betekent dit dat een gebruiker soms 10 tot wel 50 aanvullende normen moet aanschaffen om één norm überhaupt te kunnen toepassen. Dit maakt normen kostbaar, onoverzichtelijk en in sommige gevallen praktisch onbruikbaar.

• Het volledig ontbreken van de grenswaarden of acceptatiecriteria, waardoor meten wel mogelijk is, maar beoordelen niet.

• Foutieve claims zoals dat chroom(III) tijdens transport kan veranderen in chroom(VI). Chemisch gezien is het onmogelijk dat dit spontaan uit zichzelf gebeurd.

VERSCHUIVING IN MONDIALE DEELNAME

Tegelijkertijd zien we een duidelijke verschuiving in wie actief deelneemt aan normontwikkeling. Waar Europese en andere westerse experts traditioneel sterk vertegenwoordigd waren, neemt hun deelname af.

Daartegenover staat een sterke toename van activiteit vanuit andere delen van de wereld. Dat is op zichzelf een logische en positieve

DOE MEE!

Wilt u zelf bijdragen aan betere normen? Sluit u dan aan bij een normcommissie. In Nederland kan dat via NEN, bijvoorbeeld bij de commissie “Verfwaren, Metallieke deklagen en corrosie”. Neem contact hierover op met de voorzitter of vicevoorzitter van deze normcommissie:

Serviel Smolders

servieljr@smolderssso.nl / T. +31 (0)6-1897 1471

Ralph Bot

bot@vereniging-ION.nl / T. +31 (0)6-1318 2790

Algemene informatie over deelname: www.nen.nl/normcommissielid-worden

ontwikkeling, ISO is immers een internationale organisatie. Maar deze verschuiving brengt ook een risico met zich mee. ISO-normen hebben wereldwijd invloed. Ze worden gebruikt in:

• Contracten en bestekken

• Certificering en audits

• Wet- en regelgeving (direct of indirect)

Als de kwaliteit van normen afneemt, heeft dat directe gevolgen:

• Verkeerde testmethoden kunnen leiden tot foutieve acceptatie van producten

• Onduidelijke eisen veroorzaken interpretatieverschillen en discussies

• Gebruikers worden geconfronteerd met hoge kosten en complexe normensets

• Bedrijven moeten zelf aanvullingen maken om normen werkbaar te krijgen

OPROEP: NEEM WEER

PLAATS AAN TAFEL

De oplossing is niet complex, maar vraagt wel inzet: meer vakinhoudelijke experts die actief deelnemen aan normcommissies. Dat betekent niet dat iedereen wekelijks uren kwijt hoeft te zijn. Vaak is al veel gewonnen als:

• Conceptnormen kritisch worden gelezen

• De belangrijkste technische fouten worden benoemd

• Gerichte feedback wordt gegeven

Maakindustrie in Den Haag:

‘We moeten tempo maken’

De Nederlandse maakindustrie heeft woensdag 15 april in de Tweede Kamer een duidelijke en urgente boodschap afgegeven: het tempo moet omhoog en de ruimte voor ondernemers moet groter. Tijdens een bezoek van een delegatie van Koninklijke Metaalunie en Vereniging ION aan de vaste Kamercommissie Economische Zaken klonken scherpe analyses, maar vooral ook een gedeelde frustratie over de kloof tussen beleid en praktijk.

Die spanning werd meteen voelbaar in de bijdrage van Metaalunie-voorzitter Mark Helder, die het debat op scherp zette met een fundamentele vraag: “Waarin verdient Nederland straks zijn geld? Hoe betalen we onze brede welvaart en hoe blijven we strategisch relevant?”

Helder plaatste de maakindustrie nadrukkelijk in het hart van dat antwoord. Volgens hem wordt nog te vaak onderschat hoe essentieel de sector is voor de Nederlandse economie en strategische autonomie. “Onze sector is geen bijzaak. We zijn

cruciaal voor defensie, energie, medische technologie, halfgeleiders en infrastructuur. Innovaties worden bij ons niet alleen bedacht — ze worden hier gemaakt en opgeschaald.”

Tegelijkertijd waarschuwde hij dat Nederland zich geen zelfgenoegzaamheid kan permitteren. De internationale concurrentie ontwikkelt zich razendsnel, en de voorsprong

waarop vaak wordt vertrouwd, is volgens hem allang geen gegeven meer. “Waar ik vroeger verouderde fabrieken zag in Europa en China, zie ik nu moderne, geautomatiseerde faciliteiten. We denken nog een voorsprong te hebben. Laten we niet wachten op een crisis die ons dwingt te kiezen. We moeten tempo maken.”

SPEELVELD

Waar Helder de strategische lijnen uitzette, bracht Frank van Bussel namens Vereniging ION de discussie terug naar de praktijk van de werkvloer. Hij sloot zich expliciet aan bij de analyse van de Metaalunie, maar maakte vooral zichtbaar waar ondernemers dagelijks tegenaan lopen.

“Ik herken mij volledig in het verhaal van de heer Helder. De drie genoemde pijlers zijn ook voor ons dagelijks realiteit.” Die realiteit blijkt weerbarstig, vooral als het gaat om regelgeving. Van Bussel schetste een situatie waarin regels zich op-

Kamercommissie, foto: Rolf van Koppen
Mark Helder

stapelen en elkaar overlappen, met grote gevolgen voor bedrijven. “We hebben te maken met een stapeling van regelgeving… Deze regels zijn op zichzelf begrijpelijk, maar in de praktijk zorgen ze voor overlap, onduidelijkheid en een enorme administratieve last.”

Hoe dat er concreet uitziet, illustreerde hij met een voorbeeld dat in de zaal herkenbaar veel indruk maakte. “Voor een nieuwe omgevingsvergunning voor milieu zijn wij onlangs een jaar bezig geweest, met intensieve inzet van externe adviseurs.” Die regeldruk komt boven op een kostenstructuur die de afgelopen jaren flink is verzwaard. Stijgende energie- en loonkosten drukken op de marges, terwijl bedrijven die stijgingen maar beperkt kunnen doorberekenen. Het gevolg is dat juist de investeringen die nodig zijn voor de toekomst onder druk komen te staan. “Investeringen

in innovatie, automatisering en arbeidsproductiviteit komen onder druk te staan. Juist daar liggen de kansen om concurrerend te blijven.”

Volgens Van Bussel ontstaat daardoor een steeds schever speelveld, zeker in vergelijking met het buitenland. Zijn pleidooi richting de politiek was minder abstract dan dat van Helder, maar minstens zo dringend: zorg voor eenvoud, samenhang en vooral uitvoerbaarheid van beleid. “Wat wij nodig hebben, is meer eenvoud en betere samenhang in regelgeving.”

“Wij willen vooruit — investeren, verduurzamen en

blijven concurreren — maar daar moeten we wel de ruimte voor krijgen.”

Daarnaast moet de overheid volgens hem actiever ondersteunen bij investeringen, bijvoorbeeld via fiscale regelingen en garanties. Alleen dan kunnen bedrijven daadwerkelijk stappen zetten. “Wij willen vooruit — investeren, verduurzamen en blijven concurreren — maar daar moeten we wel de ruimte voor krijgen.” De bijdragen uit de sector leidden tot geïnteresseerde vragen van Kamerleden, onder wie Arend Kisteman en Judith Bühler. Daarmee lijkt het besef aanwezig dat de maakindustrie een sleutelrol speelt in de toekomstige economie.

Slimme coatings als motor van innovatie: roadmap zet oppervlaktetechniek centraal

De toekomst van de maakindustrie ligt niet alleen in het materiaal zelf, maar vooral in wat er aan het oppervlak gebeurt. Dat is de impliciete boodschap van de roadmap Chemistry for Advanced Materials van ChemistryNL. In dit strategische document schetst de Nederlandse chemiesector hoe onderzoek en innovatie richting 2050 moeten bijdragen aan slimme, duurzame en multifunctionele materialen. Binnen die visie neemt één thema een sleutelpositie in: dunne films en coatings.

ChemistryNL is het publiek-private samenwerkingsplatform van bedrijven, kennisinstellingen en overheid binnen de Topsector Chemie. De organisatie ontwikkelt roadmaps om innovatie te sturen, investeringen te prioriteren en de internationale positie van Nederland te versterken. In deze roadmap positioneert ChemistryNL oppervlaktetechniek nadrukkelijk als enabling technology voor vrijwel alle grote maatschappelijke transities: van energie en klimaat tot gezondheidszorg en voedselzekerheid.

De roadmap maakt duidelijk dat coatings al lang niet meer alleen dienen ter bescherming of verfraaiing. Waar traditionele coatings vooral passieve functies vervullen – zoals corrosiebescherming of slijtvastheid – verschuift de focus naar actieve, adaptieve en zelfs ‘instructieve’ systemen. Dat betekent dat coatings kunnen reageren op hun omgeving, informatie kunnen registreren of zelfs interactie aangaan met biologische systemen. Voor de oppervlaktetechniek is dat

een fundamentele verschuiving. Coatings worden niet langer gezien als eindlaag, maar als integraal onderdeel van het functionele ontwerp. Denk aan verpakkingsmaterialen die bacteriegroei detecteren, coatings die slijtage of spanning signaleren, of membranen die actief ionen transporteren voor energie-efficiënte waterzuivering. Het oppervlak wordt daarmee een platform voor functionaliteit.

GROTE KANSEN IN ENERGIE EN DUURZAAMHEID

De roadmap koppelt coatings direct aan de energietransitie. Dunne films spelen een cruciale rol in zonnecellen, batterijen en andere energieopslagsystemen. Ze verbeteren

lichtinval, verhogen rendement en verlengen de levensduur van componenten. Ook in de gebouwde omgeving liggen kansen: coatings die infraroodstraling reguleren kunnen het energieverbruik voor verwarming en koeling drastisch verlagen.

Daarnaast zijn coatings essentieel voor de ontwikkeling van circulaire materialen. Denk aan verpakkingsfilms die beter recyclebaar zijn, of coatings die producten langer beschermen en zo hun levensduur verlengen. Ook ‘reversible adhesives’ – lijmen die loslaatbaar zijn – vallen binnen deze ontwikkeling. Voor de oppervlaktetechniek betekent dit een verschuiving van lineair denken

(beschermen tot afdanken) naar circulair ontwerpen (beschermen, herstellen en hergebruiken).

HARDNEKKIGE UITDAGINGEN

Tegelijkertijd laat de roadmap zien dat er nog flinke technische barrières zijn. Corrosie blijft bijvoorbeeld een hardnekkig probleem, ondanks decennia aan onderzoek. Ook de ontwikkeling van duurzame antifoulingcoatings zonder toxische stoffen is nog niet opgelost. Daarnaast vragen nieuwe functies om een beter begrip van oppervlaktestructuren op micro- en nanoschaal.

Voor de sector betekent dit dat traditionele kennis niet volstaat. Er is behoefte aan diepgaand inzicht in interacties op interfaces: tussen coating en substraat, maar ook tussen coating en omgeving. Geavanceerde analysetechnieken, zoals in-situ karakterisatie en multiscale modellering, worden daarbij cruciaal. Ook digitalisering en AI zullen een steeds grotere rol spelen bij het ontwerpen van nieuwe coatings.

NIEUWE ROL VOOR DE

MAAKINDUSTRIE

De roadmap onderstreept dat Nederland een sterke uitgangspositie heeft, met een combinatie van hoogwaardige kennisinstellingen, industriële spelers en onderzoeksfaciliteiten. Maar om die positie te behouden, is intensieve samenwerking nodig. Vooral de koppeling tussen fundamenteel onderzoek en industriële toepassing moet worden versterkt.

Voor bedrijven in de oppervlaktetechniek betekent dit dat zij zich moeten ontwikkelen van toeleverancier naar innovatiepartner. Het gaat niet langer alleen om het aanbrengen van een coating, maar om

het meedenken over functionaliteit, duurzaamheid en systeemintegratie. Coatings worden onderdeel van het ontwerp, niet een stap achteraf.

NAAR 2050: SLIMME OPPERVLAKKEN ALS STANDAARD

De roadmap schetst een duidelijke tijdlijn. Op korte termijn (tot circa 2032) ligt de focus op het ontwikkelen van nieuwe concepten en het verbeteren van bestaande coatings. In de periode daarna volgt opschaling en industrialisatie. Tegen 2050 moeten slimme, adaptieve coatings breed toegepast zijn in sectoren als energie, mobiliteit, gezondheidszorg en bouw.

Voor de oppervlaktetechniek betekent dit een toekomst waarin functionaliteit centraal staat. Coatings beschermen niet

alleen, maar meten, reageren en optimaliseren. Ze maken producten slimmer, duurzamer en efficiënter. Daarmee verschuift de rol van de sector van ondersteunend naar strategisch. De boodschap van ChemistryNL is helder: wie de toekomst van materialen wil begrijpen, moet naar het oppervlak kijken. Juist daar wordt de komende decennia de meeste waarde toegevoegd.

Het rapport is te downloaden via https://chemistrynl.com/wp-content/ uploads/2025/05/RoadmapChemistry-for-Advanced-Materials.pdf of scan de QR-code.

Anodiseren anno nu: verduurzaming, automatisering en materiaaltransitie zetten sector op scherp

De anodiseerindustrie staat aan de vooravond van een stille, maar ingrijpende transformatie. Waar het proces decennialang gold als een stabiele pijler binnen de oppervlaktetechniek, zorgen nieuwe eisen rond duurzaamheid, energiegebruik en materiaalstromen voor een herijking van vrijwel elke stap in het proces. Tegelijkertijd openen technologische ontwikkelingen de deur naar een nieuwe generatie toepassingen. Anodiseren verschuift daarmee van een beproefde afwerkingsmethode naar een strategisch onderdeel van de maakindustrie.

Anodiseren wordt weer een kennisintensief vak, met behoefte aan diepere chemische en procesmatige expertise.

Die ontwikkeling vindt plaats tegen een achtergrond van groeiende vraag. De wereldwijde markt voor geanodiseerd aluminium blijft stevig groeien, gedreven door lichtgewichtconstructies in automotive, architectuur en elektronica. Achter die stabiele groei gaat een sector schuil die technisch en organisatorisch snel verandert.

De grootste verandering komt voort uit milieuregels. Traditionele processen met zeswaardig chroom staan al jaren onder druk en verdwijnen versneld uit kritische sectoren zoals ruimtevaart. Dat dwingt de industrie tot alternatieven.

ENERGIE

Onderzoek laat zien dat chroomvrije sealing-systemen op basis van onder meer fluorozirconaat, molybdaat en cerium steeds serieuzer worden. Deze systemen bieden vergelijkbare corrosiebescherming, maar vragen een andere procesvoering. Daarmee verschuift de uitdaging van ‘welke chemie werkt’ naar ‘hoe beheers je die chemie consistent’. Dat raakt direct aan de kern van anodiseren. Het proces is immers sterk afhankelijk van parameters zoals stroomdichtheid, temperatuur en elektrolytsamenstelling. Kleine afwijkingen hebben direct invloed op laagopbouw en kwaliteit.

Voor bedrijven betekent dit dat anodiseren weer een kennisintensief vak wordt. Waar ervaring jarenlang leidend was, ontstaat nu behoefte aan diepere chemische en procesmatige expertise.

Naast chemie staat energiegebruik nadrukkelijk op de agenda. Anodiseren is van nature energie-intensief, en met name de sealing-stap speelt daarin een sleutelrol. Wetenschappelijke studies laten zien dat juist deze stap – vaak uitgevoerd met water van boven de 95 °C – tot de grootste energiegebruikers in het proces behoort.

Daarom verschuift de aandacht naar alternatieven: lagetemperatuur-sealing, chemische sealing en hybride varianten. Nieuwe ontwikkelingen, zoals solgel-sealing met nano-silicadeeltjes, laten zien dat het mogelijk is om poriën effectiever te sluiten en tegelijkertijd de corrosieweerstand te verhogen.

De implicatie is groot. Energieefficiëntie wordt niet langer een ‘nice to have’, maar een concurrentiefactor. In ketens waarin

de CO2-footprint steeds zwaarder weegt, kan een energiezuinig anodiseerproces het verschil maken bij de toeleverancierskeuze.

PROCESBEHEERSING

Parallel aan de verduurzaming voltrekt zich een tweede trend: vergaande automatisering. Waar anodiseren traditioneel sterk leunde op operatorervaring, verschuift het proces richting geautomatiseerde lijnen met continue monitoring. Die ontwikkeling is logisch. Naarmate chemie complexer wordt en toleranties kleiner, neemt de behoefte aan reproduceerbaarheid toe. Automatisering helpt om variaties te minimaliseren en processen stabiel te houden.

Daarbij verandert ook de rol van de operator. Die wordt minder uitvoerder en meer procesregisseur, ondersteund door data en systeemfeedback. In die zin sluit anodiseren steeds beter aan bij bredere ontwikkelingen in de maakindustrie, zoals smart manufacturing en voorspelbaar produceren.

Misschien wel de meest onderschatte trend zit niet in het proces, maar in het materiaal. De groei van gerecycled aluminium – gestimuleerd door CO2-reductiedoelstellingen – heeft directe gevolgen voor anodiseren. Aluminium vormt van nature een dunne oxidelaag, die door anodiseren gecontroleerd wordt verdikt. Maar de samenstelling van het basismateriaal is cruciaal. Variaties in elementen zoals silicium, koper en ijzer beïnvloeden de groei en structuur van de oxidehuid.

Gerecycled aluminium kent per definitie meer variatie in samenstelling. Dat vertaalt zich na anodiseren in verschillen in kleur, glans en laagstructuur. Voor toepassingen waarin esthetiek en uniformiteit belangrijk

zijn, zoals gevels of consumentenelektronica, vormt dat een serieuze uitdaging. De consequentie: anodiseren verschuift van een relatief gestandaardiseerd proces naar een systeem waarin materiaal en proces onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn. Dat vraagt om nauwere samenwerking in de keten – van aluminiumleverancier tot eindgebruiker.

Anodisch aluminiumoxide wordt steeds vaker ingezet als functioneel materiaal.

FUNCTIONEEL

Aan de randen van de industrie tekent zich nog een andere ontwikkeling af, vooral zichtbaar in de wetenschap. Anodisch aluminiumoxide wordt steeds vaker ingezet als functioneel materiaal. De poreuze structuur van de anodiseerlaag maakt het mogelijk om zeer gecontroleerde nanostructuren te creëren.

Onderzoek laat zien dat deze structuren geschikt zijn voor toepassingen zoals filtratie, sensoren en templates voor nanotechnologie.

Ook procesinnovaties spelen hier een rol. Studies naar tweestapsanodisatie laten zien dat de structuur van nanoporiën nauwkeurig is te sturen, bijvoorbeeld door variaties in elektrolytcondities. Hoewel dit nog geen mainstream industriële toepassingen zijn, wijzen ze wel op een fundamentele verschuiving: anodiseren als platformtechnologie in plaats van puur beschermende afwerking.

De rode draad door deze ontwikkelingen is duidelijk: anodiseren wordt complexer, maar ook relevanter. Het proces raakt steeds meer verweven met grote thema’s in de industrie, zoals duurzaamheid, digitalisering en materiaaltransitie. Voor be-

drijven betekent dit dat stilstand geen optie is. Investeren in nieuwe chemie, energie-efficiëntie en procescontrole is noodzakelijk om concurrerend te blijven. Tegelijkertijd biedt de transitie kansen. Bedrijven die in staat zijn om processen te optimaliseren en kennis op te bouwen, kunnen zich onderscheiden in een markt die steeds hogere eisen stelt.

Voor de Nederlandse en Europese maakindustrie ligt hier een duide-

lijke kans. Met sterke kennisinstituten, een focus op duurzaamheid en een hoogwaardige industriële basis is de uitgangspositie gunstig. Anodiseren is geen uitgekristalliseerde techniek, maar een vakgebied in beweging. De bedrijven die dat onderkennen en erop inspelen, bepalen de toekomst van de oppervlaktetechniek.

DECORRDAL 900-serie

dunnelaagtechnologie

Fosfaatvrij

Vanaf kamertemperatuur toepasbaar

Goede lakhechting

Minimale slibvorming

Nano keramisch

Mini-Scuid, meet- en regelapparaat

Constante monitoring van de procesparameters

Data log via computersysteem

Moeiteloos in te stellen grenswaarden

Diverse alarmsignalen mogelijk

Instellingen van doseringen online te volgen en aan te passen

www.kluthe.com

Ondernemer moet wakker worden: investeren in mensen loont

In de wereld van de oppervlaktetechniek draait veel om processen, installaties en specificaties. Maar wie Arno Janssen spreekt, hoort al snel dat de echte sleutel tot kwaliteit ergens anders ligt: bij de mensen op de werkvloer. “Je kunt veel automatiseren,” zegt hij, “maar uiteindelijk kom je altijd weer uit bij de mens.”

Janssen, eigenaar van Quality, Process & People en docent bij Vereniging ION, beweegt zich al jaren op het snijvlak van techniek, procesoptimalisatie en opleiding. Vanuit zijn brede ervaring – van werkvloer tot management – heeft hij een duidelijke overtuiging ontwikkeld: theorie is geen doel op zich, maar een middel om de praktijk te verbeteren. “Ik ga niemand vermoeien met modellen”, zegt hij nuchter. “Ik kijk naar de klant: wat is er nodig?”

Die praktische benadering komt ook terug in zijn visie op onderwijs. Volgens Janssen is opleiden geen ‘nice to have’, maar cruciaal voor de toekomst van bedrijven

in de sector. “Het niveau van mensen bepaalt uiteindelijk de kwaliteit van je product. Zeker in de oppervlaktetechniek, waar vakmanschap en proceskennis samenkomen, kun je niet zonder goed opgeleide mensen.”

AANDACHT

Toch ziet Janssen dat opleiden nog lang niet overal vanzelfsprekend is. Binnen bedrijven bestaat vaak een gemengde groep: mensen die graag willen leren en groeien, en mensen die vooral ‘hun uren draaien’. Juist daar ligt volgens hem een kans. “Gemotiveerde mensen trekken anderen mee. Maar je moet ze wel herkennen en de ruimte geven.” Dat vraagt om aandacht,

coaching en – misschien wel het belangrijkste – een duidelijke visie vanuit het management.

Die visie ontbreekt nog te vaak, merkt Janssen. Ondernemers zijn volgens hem soms te behoudend en onderschatten de impact van opleiding. “Ze moeten wakker worden. Het is echt rendabel om te investeren in je mensen. Niet alleen omdat je kwaliteit omhooggaat, maar ook omdat mensen blijven. Je voorkomt dat ze voor een euro meer naar de concurrent vertrekken.”

Rendement zit niet alleen in betere producten, maar ook in stabielere processen.

Dat rendement zit niet alleen in betere producten, maar ook in stabielere processen. Janssen begint zijn trajecten daarom vaak bij de basis: standaardiseren, opruimen, structuur aanbrengen. “Good housekeeping, controle, checklists – dat klinkt simpel, maar het maakt een wereld van verschil.” Van daaruit bouwt hij verder, met aandacht voor zowel procesoptimalisatie als de menselijke kant.

Arno Janssen (links)

Die koppeling tussen techniek en HR ziet hij als een van de grootste uitdagingen voor bedrijven. “Veel organisaties blijven hangen in het ondefinieerbare. Maar als je processen koppelt aan ontwikkelgesprekken en opleidingsplannen, ontstaat er structuur. Dan weet iedereen waar hij naartoe werkt.” Het vraagt volgens hem wel om begeleiding: bedrijven moeten leren hoe ze die stap zetten en hoe ze mensen erin meenemen.

OVERZICHT GESLAAGDEN

1E KWARTAAL 2025 VERENIGING ION CURSUSSEN Afvalwaterbehandeling en Zuiveringstechnieken

J. Hinckley (Galvamé Metaalverdeling B.V.),

J.A. Overheul (Zandwijk RTS)

Chemisch Voorbehandelen

R. Schoehuijs, S.S.N. Pekel (IJdema Poedercoating B.V.)

Galvaniseren 1

J. Naaikens, G. Zych, T. Babas, T. Kwiecinski, A. Carvalo Gracio (CZL Tilburg B.V.)

GEMOTIVEERD

Een belangrijk instrument daarbij is opleiding op maat. Binnen de trainingen van ION ziet Janssen bijvoorbeeld dat taal en niveau een grote rol spelen. “Je hebt mensen die heel handig zijn met hun handen en processen, maar minder met boeken. Die moet je anders benaderen.” Korte, praktische modules, eventueel in meerdere talen, blijken effectief. “In zes lessen kun je al veel bereiken. Sommigen pakken dat meteen op, anderen niet. Maar je ziet snel wie gemotiveerd is.”

Die motivatie is volgens Janssen goud waard. Hij geeft het voorbeeld van een medewerker die doorgroeide naar coördinator. “Die zie je veranderen, van iemand die gewoon zijn uren draait naar iemand die verantwoordelijkheid neemt en enthousiast wordt.” Zulke voorbeelden onderstrepen voor hem het belang van investeren in ontwikkeling. “Veel mensen hebben de competenties, maar weten het zelf nog niet. Het is aan het bedrijf om dat eruit te halen.”

Zijn eigen loopbaan is daar een illustratie van. Vanaf de lts werkte hij zich op, volgde opleidingen naast zijn werk en behaalde uiteindelijk een bachelor. “Ik heb altijd gewerkt en geleerd tegelijk. Dat zie je bij veel mensen in deze sector. Er is zoveel potentieel, maar je moet het wel benutten.”

Daar ligt volgens Janssen ook een rol voor brancheorganisaties als ION. Hij ziet dat er stappen worden gezet, bijvoorbeeld door proactiever opleidingen aan te bieden en bedrijven te ondersteunen. Tegelijkertijd benadrukt hij dat ondernemers zelf aan zet zijn. “Zij moeten de keuze maken om te investeren. Subsidies zijn er vaak wel, maar je moet er gebruik van maken.”

De boodschap die hij wil meegeven is helder en urgent: investeren in mensen is geen kostenpost, maar een strategische keuze. “De tijd dat mensen blij moesten zijn dat ze werk hadden, is voorbij. Nu moet je er als bedrijf zijn voor je mensen. Wie dat begrijpt, plukt daar direct de vruchten van: in kwaliteit, in processen en in continuïteit.”

Ontwikkel je medewerkers mét subsidie – start nog vóór de zomer

Vereniging ION biedt ook dit jaar weer een breed en praktijkgericht opleidingsaanbod voor professionals in de oppervlaktebehandelende industrie. Of je nu een medewerker wilt laten doorgroeien of nieuwe kennis wilt opdoen: met de opleidingen van ION investeer je direct in kwaliteit, veiligheid en toekomstbestendigheid van je organisatie. De opleidingen van Vereniging ION zijn flexibel te volgen:

• Klassikaal: via open inschrijving op diverse locaties in Nederland

• Bedrijfsintern: volledig afgestemd op jouw processen en praktijk, op eigen locatie of extern

• Maatwerk: combinaties of volledig op maat gemaakte trajecten zijn mogelijk

Klassikale cursussen starten doorgaans bij voldoende deelnemers (vanaf circa vijf à zes personen), terwijl bedrijfsinterne trajecten al vanaf één deelnemer kunnen worden georganiseerd. De komende periode staan diverse opleidingen gepland die bij voldoende deelnemers nog vóór de zomervakantie van start gaan. Tijdig inschrijven is daarom belangrijk:

• Galvaniseren deel 1: start mei

• In-house Control Medewerker: start mei

• Industriële Oppervlaktetechnieken: start mei

• Masterclass Corrosiebestendig Ontwerpen: start mei

• Straler: start juni

• Poedercoaten niveau 1: start juni

Ook na de zomervakantie staat het volledige opleidingsaanbod weer gepland. Verder zal worden gekeken naar de mogelijkheid om een start te maken met een nieuwe opleiding: Industriële Lakverwerking. Daarnaast kunnen op basis van de aanmeldingen tussentijds extra opleidingen worden ingepland, zodat optimaal wordt aangesloten op de vraag vanuit de branche. Voor alle opleidingen van Vereniging ION is subsidie mogelijk via Stichting OOM. OOM ondersteunt bedrijven in de metaalbewerking met vergoedingen en regelingen om opleiden toegankelijker te maken. Voor alle opleidingen kan een tegemoetkoming worden aangevraagd. Dit verlaagt de opleidingskosten aanzienlijk. In veel gevallen is een aantrekkelijke vergoeding per deelnemer mogelijk. Veel opleidingen starten binnenkort, bij voldoende deelnemers nog vóór de zomervakantie. Door je nu in te schrijven, verzeker je jezelf van een plek en help je de cursus daadwerkelijk van start te laten gaan.

Bekijk het volledige aanbod en meld je aan via: www.vereniging-ion.nl/opleidingen

KRW 2027: Van lozingsnorm naar resultaatverplichting in de oppervlaktebehandeling

De Kaderrichtlijn Water (KRW) is voor de Nederlandse oppervlaktebehandelende industrie geen vrijblijvend dossier meer. Met de deadline van 2027 in zicht verschuift de focus van beleidstafels naar de werkvloer. De kern van de KRW is vastgelegd in Artikel 4: een resultaatverplichting om de goede chemische en ecologische toestand te bereiken en het verslechteringsverbod te handhaven.

Voor de oppervlaktebehandelingsindustrie betekent dit een fundamentele verandering in risicomanagement. Lozingsvergunningen worden vaker aan herziening onderworpen. Het zogenaamde ‘achteruitgangsverbod’ impliceert dat een installatie die vandaag voldoet, morgen de beperkende factor voor continuïteit kan zijn. Wie nu niet anticipeert op de strengere handhaving van specifieke verontreinigingen loopt het risico dat de license to operate onder druk komt te staan zodra lokale waterkwaliteitsdoelen niet worden gehaald.

ARTIKEL 10: BRONEISEN EN TECHNOLOGISCHE VERNIEUWING Een cruciaal element is Artikel 10, waarin de ‘gecombineerde aanpak’ wordt voorgeschreven. Dit dwingt bedrijven om emissies primair aan te pakken via de ‘Best Beschikbare Technieken’ (BBT). Het vraagt om een kritische evaluatie van de huidige zuiveringsstraten.

Traditionele chemisch-fysische systemen zijn vaak gevoelig voor variaties in de aanvoerstroom, en leunen zwaar op de stabiele levering en prijsstelling van hulpstoffen. De transitie naar technieken die de regie op

de eigen locatie vergroten, zoals elektrocoagulatie (EC), is daarom niet alleen een milieutechnische, maar vooral een bedrijfseconomische afweging. Door verontreinigingen elektrisch te binden in plaats van uitsluitend

Blijft lozen de norm, of is hergebruik de toekomst?

Elke afvalwaterstroom in de oppervlaktebehandeling is uniek; daarom kan de haalbaarheid van de KRW-eisen nooit uitsluitend op papier worden vastgesteld

chemisch, kan de afhankelijkheid van externe grondstoffen worden verminderd en de procesbeheersing worden vergroot.

STRATEGISCHE AFWEGING: LOZING OF HERGEBRUIK?

De centrale vraag voor de sectoren richting 2027 is: blijft lozen de norm, of is hergebruik de toekomst? Een zuiveringsmethode die de vuillast effectief verwijdert zonder overmatige chemische dosering, maakt hergebruik als proceswater technisch eenvoudiger. Waar de aanschafprijs (CAPEX) voorheen doorslaggevend was, bepalen nu de operationele kosten (OPEX) en de kwaliteit van het herwonnen water de businesscase voor de lange termijn.

DIGITALISERING EN VOORSPELLEND ONDERHOUD

Door de integratie van industriële besturingsstandaarden transformeert de waterzuivering van een passieve ‘black box’ naar een

transparant onderdeel van de bedrijfsketen. Dit maakt voorspellend onderhoud in verdere mate mogelijk. In de klassieke zuivering is een normoverschrijding vaak de eerste indicator van een defect; een reactieve houding die onder de KRW-resultaatverplichting risicovol is. Door data realtime te monitoren, ontstaat een digital twin. Hierdoor kan de onderhoudsorganisatie slijtage of defecten signaleren vóórdat de waterkwaliteit - en daarmee de lozingsvergunning - in het geding komt.

SLIBKARAKTERISTIEK EN TCO

Naast het water bepaalt de slibkarakteristiek de Total Cost of Ownership van de installatie. Chemisch gevormde vlokken houden water vaak sterk vast, wat leidt tot omvangrijke reststromen en hoge afvoerkosten. Moderne benaderingen, waaronder de in Nederland ontwikkelde RedBoxsystemen (EC), zijn gericht op

een elektrochemisch proces. Dit resulteert in een compacter slib dat zich eenvoudig laat ontwateren door bijvoorbeeld gebruik te maken van mechanische vast/ vloeistof-scheidingstechniek, zoals een filterpers. Deze slibreductie minimaliseert niet alleen de directe kosten, maar verkleint ook de logistieke footprint van een bedrijf.

DE PRAKTIJKTOETS: METEN IS WETEN

Ondanks technologische vooruitgang op verschillende fronten blijft één principe overeind: elke afvalwaterstroom in de oppervlaktebehandeling is uniek. De haalbaarheid van de KRW-eisen kan nooit uitsluitend op papier worden vastgesteld. Het uitvoeren van representatieve pilots en laboratoriumonderzoek blijft essentieel om de interactie tussen techniek en verontreiniging te valideren. Dit vormt de noodzakelijke praktijkonderbouwing voor elke strategische investeringsbeslissing richting 2027.

Zijn uw processen ‘waterproof’? 3 tips om inzicht te krijgen in uw waterstromen

De komende jaren krijgt de Nederlandse industrie te maken met toenemende druk op (drink)waterbeschikbaarheid. Nieuwe Europese richtlijnen rond waterkwaliteit, lozingen en hergebruik stellen strengere eisen aan processen en rapportage. Tegelijkertijd zorgen langere periodes van droogte en waterschaarste voor beperkingen in inname en vergunningverlening. Water wordt daarmee niet alleen een operationeel vraagstuk, maar ook een strategisch risico.

Hoe goed heeft u uw waterstromen eigenlijk in beeld? Is uw bedrijfsvoering voorbereid op toekomstige wet- en regelgeving? Met de volgende tips kunt u de eerste stappen zetten.

1. MAAK UW WATERBALANS

CONCREET EN MEETBAAR

Veel organisaties weten wat hun totale waterverbruik is, maar niet waar het precies naartoe gaat. Breng daarom alle waterstromen in kaart: inname, intern gebruik per processtap, verliezen, hergebruik, lozing en kwaliteit. Werk met een eenvoudige waterbalans op procesniveau. Installeer waar nodig extra tussenmeters, zodat u verschillen tussen afdelingen of installaties ziet.

2. KIJK BUITEN UW EIGEN

HEK: VERKEN LOKALE

EFFLUENTSTROMEN

Soms kunt u het eigen water hergebruiken, maar veel vaker zijn er nog meer lokale opties voor hergebruik. Effluent van nabijgelegen bedrijven of RWZI’s kan in de toekomst een

waardevolle alternatieve bron zijn. Met aanvullende zuivering kan dit proceswater, koelwater of voorbehandeld water geschikt zijn voor uw toepassing.

3. TOETS UW WATERSTRATEGIE AAN TOEKOMSTIGE REGELGEVING

Wetgeving rond watergebruik, lozing, hergebruik en circulariteit wordt de komende jaren strenger. Denk aan Europese kaders zoals de Kaderrichtlijn Water en nationale aanscherpingen rondom waterbeschikbaarheid en emissies. Stel uzelf een aantal vragen zoals:

• Wat gebeurt er als uw vergunning wordt aangescherpt?

• Wat als innamebeperkingen worden opgelegd bij droogte?

• Wat als lozingseisen strenger worden?

MAAK SCENARIO’S

VOOR 2030 EN 2035

Door proactief te handelen, verandert water van een operationeel risico in een strategische factor. Waterzekerheid vraagt om vooruitkijken. Het CEW (Centre of Expertise Water

Technology) werkt steeds vaker met industriële bedrijven aan het inzichtelijk maken en optimaliseren van hun waterstromen. Wij delen graag onze kennis en ervaring om samen de industrie ‘waterproof’ te maken. Met onze expertise en uw input brengen we gezamenlijk de volledige waterhuishouding van uw locatie in kaart. We analyseren hoeveelheden, kwaliteit en variaties in de tijd, en identificeren waar kansen liggen voor hergebruik en besparing.

De aanpak is onafhankelijk, data-gedreven en afgestemd op uw specifieke processen. We werken hierin nauw samen met u en betrekken waar nodig specialistische laboratoriumanalyses. Het resultaat? Inzicht, concrete handelingsperspectieven en gegarandeerd een route naar waterreductie.

Kunnen we helpen om uw bedrijfsvoering waterproof te maken?

Neem gerust contact met ons op.

Thema’s in 2026

Juni

Conversielagen

September

Natlakken en poedercoaten

November

Meet- en regeltechniek + Staalconstructies + Hightech oplossingen

December (E-Magazine)

Eindejaar overzicht en vooruitblik op 2027

Interesse?

Voor nadere informatie en/of het reserveren van advertentieruimte kunt u contact opnemen met Yorick Roodenburg van Jetvertising b.v.

T: +31(0)70 399 00 00

E: yorick@jetvertising.nl

Coat IT mikt op Nederlandse groei via ION

Voor veel bedrijven in de oppervlaktetechniek is ERP-software een noodzakelijk hulpmiddel. Voor Guy Willems is het vooral een vak op zich – en zelfs een passie. Met zijn bedrijf Coat IT ontwikkelt hij al jaren branchegerichte software voor oppervlaktebehandelaars. Nu richt hij de blik nadrukkelijk op Nederland, onder meer via zijn lidmaatschap van Vereniging ION.

De oorsprong van Coat IT ligt ruim dertig jaar terug. Het bedrijf ontstond vanuit de praktijk van een lakkerij, waar Willems’ schoonvader in de jaren negentig begon met eenvoudige software voor prijsberekeningen. Wat begon als een hulpmiddel voor het berekenen van aluminium profielen, groeide stap voor stap uit tot een volwaardig

ERP-pakket. “De vraag kwam telkens van de werkvloer”, vertelt Willems. “Kunnen we er een print van maken? Kunnen we plannen? Kunnen we barcodes gebruiken? Zo is het systeem organisch gegroeid.”

“Kunnen we er een print van maken? Kunnen we plannen? Kunnen we barcodes gebruiken? Zo is het systeem organisch gegroeid.”

Die praktijkgerichte oorsprong is nog altijd zichtbaar in SuTSo (kort voor Surface Treatment Software), het ERP-pakket van Coat IT. Het systeem ondersteunt het volledige proces: van offerte en orderinvoer tot productieplanning, logistiek en facturatie. Maar volgens Willems zit de echte meerwaarde in de diepte. “We gaan verder dan standaardERP. We verzamelen en koppelen data uit het hele proces, van grondstoffen tot eindproduct.”

DATAGEDREVEN

Een belangrijk voorbeeld daarvan is traceerbaarheid. In de oppervlaktebehandeling, waar kwaliteit en reproduceerbaarheid cruciaal zijn, biedt het systeem inzicht tot op detailniveau. “We registreren bijvoorbeeld exact welk batchnummer poeder is gebruikt, wie het heeft aangebracht en onder welke omstandigheden. Van oventemperatuur tot laagdikte - alles is terug te vinden.” Die datagedreven aanpak maakt het mogelijk om niet alleen fouten te analyseren, maar ook processen structureel te verbeteren.

Willems ziet daarin de toekomst van de sector. “Data wordt alleen maar belangrijker. Meten is weten, maar straks geldt ook: meten is voorspellen.” Hij werkt momenteel aan toepassingen van kunstmatige intelligentie binnen het systeem. Die moeten bedrijven helpen om patronen te herkennen en problemen vroegtijdig te signaleren. “Als je voldoende data hebt, bijvoorbeeld over luchtvochtigheid, spuithoek of temperatuur, kun je verbanden

Guy Willems

Enterprise Resource Planning

gaan zien. Dan kun je voorspellen waar het mis kan gaan.”

PRAKTIJK

Een concreet voorbeeld is de inzet van AI bij inkomende goederen. “Bij poederleveringen zit vaak een papieren document met batchinformatie. Wij ontwikkelen nu een AIagent die dat document scant, de gegevens herkent en automatisch koppelt aan de juiste order in het systeem.” Het klinkt als een kleine stap, maar volgens Willems is het een illustratie van een bredere ontwikkeling: automatisering die steeds slimmer en autonomer wordt.

Toch benadrukt hij dat technologie nooit losstaat van de praktijk. “We zijn geen standaard softwareleverancier. We zitten zo diep in de branche dat we ook meedenken met onze klanten. Het gaat om ondersteuning, om optimalisatie van processen, om interpretatie van

data.” Die combinatie van software en consultancy maakt Coat IT volgens hem uniek.

GROEI

Ook zijn eigen achtergrond speelt daarin een rol. Oorspronkelijk is Willems opgeleid als machinebouwer met een sterke affiniteit voor softwareontwikkeling. Die combinatie van techniek en digitalisering komt duidelijk terug in zijn werk. “Ik begrijp de processen op de werkvloer, maar ook wat software kan betekenen. Dat helpt om oplossingen te maken die echt werken.”

De stap naar lidmaatschap van ION past in zijn ambitie om die expertise breder in te zetten. In België is Coat IT al goed bekend, maar in Nederland ziet Willems nog veel groeipotentieel. “Ik merkte op beurzen dat er interesse is, maar dat we nog niet altijd in beeld zijn. Dat wil ik veranderen.” Het lidmaatschap van ION

moet daarbij helpen, onder meer door zichtbaarheid en het netwerk.

Die keuze is ook ingegeven door eerdere ervaringen. “Ik heb ooit iemand gesproken die op zoek was naar een ERP-oplossing, maar mij achteraf niet meer kon vinden. Dat wil ik in de toekomst voorkomen.” Voor Willems is het een duidelijk signaal dat aanwezigheid in de juiste netwerken essentieel is. Met zijn focus op innovatie, data en sectorspecifieke kennis lijkt Coat IT goed gepositioneerd voor die volgende stap. Maar uiteindelijk blijft de kern volgens Willems verrassend eenvoudig: begrijpen wat er op de werkvloer gebeurt en daar slimme oplossingen voor bieden. “We zijn gegroeid vanuit de praktijk. En dat zal altijd zo blijven.”

www.coatit.be

CZL Tilburg pleit voor slimmer ontwerpen

In de oppervlaktetechniek wordt nog te vaak gedacht in losse stappen. Maar wie zo redeneert, laat volgens directeur Henk Berends en senior environment health safety engineer Cindy van Rijen van CZL Tilburg kansen liggen. “De echte winst zit niet in één laag”, stellen ze. “Die zit in de combinatie.” Het is een boodschap die schuurt met de praktijk. Want in veel ontwerptrajecten komt galvaniseren pas laat in beeld. En dan is het vaak te laat om nog fundamentele keuzes te maken.

“Engineers kiezen een materiaal, lopen tegen problemen aan en dan wordt er achteraf ‘even’ een laag overheen gezet”, vertelt Van Rijen. “Vaak nikkel, want dat kennen ze. Maar dat is lang niet altijd de beste oplossing.” Van Rijen van CZL Tilburg weet waar ze over praat. Het bedrijf is al sinds 1978 actief in oppervlaktebehandelingen en reparaties van hoogwaardige componenten, voor sectoren van high-tech tot medische technologie. Wat het bedrijf onderscheidt, is niet zozeer één specifieke techniek, maar juist de breedte. Onder één dak combineert CZL verschillende oppervlaktebehandelingen met mechanische bewerkingen en reparatie. En precies daar zit volgens Berends en Van Rijen de sleutel.

“We hebben veel processen in huis. Nikkel, chroom, speciale lagen. Maar we weten vooral hoe ze zich tot elkaar verhouden. Dat maakt het verschil.” Die kennis bleef lange tijd relatief onder de radar. “We waren behoorlijk naar binnen gericht”, geven ze toe. “Het werk kwam toch wel.” Maar dat verandert. CZL zoekt actief nieuwe markten en positioneert zich nadrukkelijker als kennispartner.

DRIE LAGEN, ÉÉN FUNCTIE

Wat dat concreet betekent, blijkt bijvoorbeeld uit een project in de medische sector. Daar werkte CZL mee aan een analyseapparaat dat zowel chemisch als elektrisch extreem specifieke eisen stelde. “Je hebt te maken met bloed, dus biocompatibiliteit is belangrijk”, legt

Van Rijen uit. “Maar er moet ook stroom doorheen en de laag moet slijtvast zijn. Dan kom je niet uit met één laag.”

De oplossing: een combinatie van drie ultradunne lagen, elk met een eigen functie. Voor CZL inmiddels routine. Voor de buitenwereld allesbehalve. “Wij vinden het niet meer bijzonder,” zegt Berends. “Maar als mensen van buiten komen kijken, staan ze echt te kijken.”

Toch blijft die kennis vaak onbenut. De reden? Gebrek aan kennis in de ontwerpfase. “Op technische opleidingen leer je nauwelijks iets over galvaniseren”, zegt Van Rijen. “Dus als je eenmaal in een bedrijf zit waar alles standaard wordt vernikkeld, dan blijf je dat doen.” Dat leidt tot suboptimale keuzes. Soms wordt

een duur basismateriaal gekozen om een probleem op te lossen, terwijl een goed gekozen coating hetzelfde – of beter – kan doen. “Je moet niet denken in materiaal, maar in eigenschappen”, stelt ze. “Wat wil je bereiken? Slijtvastheid? Corrosiebestendigheid? Geleidbaarheid? Dáár moet je beginnen.”

DE KRACHT VAN COMBINEREN

Die manier van denken sluit naadloos aan bij de filosofie van CZL. Op hun eigen site staat het bijna terloops: ‘De beste laag’ is zelden één laag, maar bijna altijd een combinatie van eigenschappen en processen. Dat zie je ook terug in hun oplossingen. Zo combineren ze bijvoorbeeld slijtvaste coatings met smerende lagen, zodat die elkaar versterken. Het klinkt logisch, maar vraagt in de praktijk om een andere benadering. “Je moet durven loslaten dat er één standaardoplossing is,” zegt Berends. “En je moet eerder in gesprek.”

“Je moet durven loslaten dat er één standaardoplossing is,”

En daar wringt het. Want hoewel CZL die kennis in huis heeft, worden ze vaak pas ingeschakeld als het ontwerp al vastligt. “Wij zouden veel eerder betrokken willen zijn,” zegt

Van Rijen. “Dan kun je echt waarde toevoegen. Nu lossen we vaak problemen op die voorkomen hadden kunnen worden.”

In het verleden probeerde CZL dat gat te dichten met trainingen voor engineers. Maar die vraag lijkt afgenomen. Tegelijkertijd zien ze wel dat engineers van bestaande klanten vaker langskomen. “Daar begint het besef te komen”, zegt Berends. “Maar het mag nog veel breder.”

INNOVATIE

Wie verwacht dat de innovatie in galvaniseren vooral zit in nieuwe technieken, komt bedrogen uit. Volgens CZL zit de echte vooruitgang elders. “De processen blijven grotendeels hetzelfde”, zegt Van Rijen. “Maar ze worden schoner, efficiënter en beter beheersbaar.” De echte innovatie zit volgens haar in de toepassing. In hoe je bestaande technieken combineert en inzet. “Daar zit creativiteit”, zegt ze. “En ook de toegevoegde waarde.”

Die ontwikkeling wordt versneld door duurzaamheidseisen. De sector is energie-intensief en werkt met chemische processen, wat de druk om te verduurzamen vergroot. “Wij zijn daar al jaren mee bezig”, aldus Berends. “Waterzuivering, procesoptimalisatie, veiligheid – dat zit in ons DNA.” Maar de druk neemt toe, vooral vanuit grote klanten die

moeten voldoen aan CSRD-regelgeving. “Die eisen worden doorgezet in de keten”, vertelt Van Rijen. “Dus ook naar ons.” CZL kiest ervoor om daarin voorop te lopen. Niet alleen omdat het moet, maar ook vanuit overtuiging. “Internationale concurrentie is soms minder streng,” erkent Berends, “maar wij vinden dat wij onze verantwoordelijkheid moeten nemen.”

REVISIE

Een opvallend aspect in hun verhaal is revisie. Waar veel bedrijven focussen op nieuw produceren, ziet CZL juist kansen in het verlengen van levensduur. Berends: “Door een nieuwe laag aan te brengen, kun je een onderdeel weer jaren laten meegaan. Dat is misschien wel de meest duurzame oplossing die er is.” Het past bij hun bredere visie: niet alleen behandelen, maar verbeteren. “Het belangrijkste is dat je nadenkt over je laagopbouw”, vult Van Rijen aan. “Wij doen bijvoorbeeld nikkel met een dunne chroomlaag. Dan krijg je gewoon een beter resultaat dan met één laag.”

Het klinkt simpel, maar dat is het niet. Het vraagt om kennis, om samenwerking en vooral om een andere manier van denken. Niet in processen. Niet in materialen. Maar in prestaties.

Kunstenaar Juul Rameau over natuur, staal en haar ontwerp voor de ION Borghardt Award

Wie het werk van Juul Rameau bekijkt, ziet staal. Maar wie beter kijkt, ziet iets anders: groei, structuur, verstilling – en vooral natuur. Voor de komende ION Borghardt Award ontwerpt en realiseert zij de award. Een opdracht die naadloos aansluit bij haar werk én haar overtuiging.

Met mijn werk heb ik een missie”, zegt Juul Rameau. “Ik wil mensen verbinden met de natuur door de fysieke leefomgeving te verrijken met objecten en installaties die ons koppelen aan de natuur. Mijn werk gaat over natuur en komt meestal ook weer in de natuur terecht. Wij hebben de natuur nodig voor ons welzijn en geluk. Dat benoem ik niet altijd expliciet, maar ik hoop dat mensen door mijn werk meer oog krijgen voor de natuur – en er misschien iets beter voor gaan zorgen.”

Die gedachte vormt de kern van haar kunstenaarschap. En precies daarom voelt de opdracht voor de ION Borghardt Award als een logische stap. De prijs, die binnen de sector van de oppervlaktetechniek wordt uitgereikt, heeft dit jaar een duidelijke thematische link met natuur en duurzaamheid.

NAAR STAAL

Opvallend genoeg begon Rameau haar carrière niet in het metaal. Ze studeerde in 2005 af aan de kunstacademie (HKU), waar ze werkte met grafische technieken zoals etsen en houtsnedes. “Ik was toen al bezig met patronen uit de natuur”, vertelt ze. “Structuren observeren

en die vertalen naar werken op papier.” Metaal speelde in die tijd nog een bijrol. Totdat ze jaren later een lascursus volgde. “Daar zag ik een handplasmasnijder. Toen dacht ik: patronen die ik normaal ets, kan ik ook snijden in staal. Dat was een eurekamoment.”

Sindsdien is staal haar belangrijkste medium. Niet alleen vanwege de technische mogelijkheden, maar ook vanwege de betekenis. “Ik vind het fascinerend dat je harde, koude materialen kunt transformeren tot iets sterks en bijna organisch. Tegelijkertijd ontleen ik mijn vormen aan de natuur. En staal kan ook weer terug in die natuur. Dat maakt het voor mij rond.”

VERSTILLING EN SCHAAL

In het werk van Rameau speelt schaal een belangrijke rol. Ze maakt zowel kleine objecten als grote installaties voor buitenruimtes, zoals kantoortuinen en openbare ruimte. “De relatie tussen mens en object verandert met de grootte”, legt ze uit. “Een werk van twintig centimeter ervaar je anders dan een werk van twee meter. Zeker buiten, waar het zich verhoudt tot de omgeving, krijgt het een extra dimensie.”

Die buitenruimte is essentieel. Haar werk staat vaak letterlijk in de natuur – tussen planten, in tuinen, of op plekken waar het met de tijd mee verandert. “Ik registreer diverse groeistadia van bijvoorbeeld planten”, zegt ze. “Staal maakt deze momentopname heel concreet. Het bevriest als het ware een proces.”

EEN BOKAAL VAN KORAAL

Voor de ION Borghardt Award werkt Rameau vanuit het thema water en duurzaamheid. Haar inspiratie vond ze in een onverwachte hoek: de onderwaterwereld. “Ik ben gaan kijken naar waterplanten en koralen”, legt ze uit. “Er is een soort koraal dat lijkt op een bokaal. Die vorm neem ik als uitgangspunt.”

Het ontwerp wordt uitgevoerd in een combinatie van roestvast staal en cortenstaal – materialen die elk hun eigen relatie met de omgeving hebben. “Het wordt geen waterdicht object”, zegt ze. “Het mag reageren op de omgeving. Dat past bij het thema.” Hoewel het om een prijs gaat, benadert Rameau het object niet als een traditionele trofee. Het moet een autonoom kunstwerk zijn, dat ook los van de context betekenis heeft.

SAMENWERKING ALS SLEUTEL

Een belangrijk, maar minder zichtbaar aspect van haar werk is samenwerking. Rameau ontwerpt, experimenteert en maakt de sculpturen zelf, maar schakelt ook bedrijven in voor specifieke technieken: “Ik werk regelmatig met halffabricaten van partners. Voor snijden, buigen of seriewerk zoek ik bedrijven die dat beter en efficiënter kunnen.”

Dat is niet altijd vanzelfsprekend. “In het begin was het soms lastig. Dan kwam ik ergens binnen en dacht men: wat moet dat meisje hier?

Maar zodra ik begin te praten, merken ze dat ik weet waar ik het over

heb.” Die samenwerking is voor haar geen beperking, maar juist een verrijking. “Ik wil geen bediener van een machine zijn. Ik wil ontwerpen, onderzoeken, creëren. Door samen te werken, worden mijn mogelijkheden uitgebreid en kan ik verder gaan in wat ik creëer.”

TECHNOLOGIE EN AMBACHT

Hoewel Rameau openstaat voor nieuwe technieken, blijft ze selectief. Zo noemt ze 3D-printen als een interessante ontwikkeling, maar nog niet direct toepasbaar in haar praktijk. “Het is kostbaar en voor mijn werk nog niet altijd relevant. Maar ik sta er zeker voor open.”

Binnen de oppervlaktetechniek ziet ze ook kansen. Ze werkt regelmatig met cortenstaal, rvs, messing en in mindere mate aluminium, en experimenteert met afwerkingen en patina’s. “Rvs is lastig te patineren, maar ik doe het wel. Messing is daarin makkelijker. Aluminium vind ik qua kleur minder interessant, al is het technisch wel prettig.”

Ze benadrukt dat samenwerking met bedrijven uit de sector cruciaal is om verder te komen. “Ik zoek partners die het leuk vinden om mee te denken en te experimenteren. Die mogen me altijd bellen”, vertelt ze met een glimlach.

MISSIE

Wat al die technieken, materialen en samenwerkingen verbindt, is haar onderliggende missie. Die blijft, ongeacht het project, altijd hetzelfde. “Het allerbelangrijkste is dat mijn werk mensen raakt,” zegt Rameau. “Dat ze even anders kijken. Dat ze de natuur zien, misschien op een nieuwe manier.” Ze relativeert haar rol daarin meteen. “Ik ga de wereld niet veranderen. Maar als ik met mijn werk een ieniemienie druppeltje kan bijdragen – dat mensen iets meer respect krijgen voor de natuur – dan ben ik gelukkig.”

Met de ION Borghardt Award krijgt die gedachte een tastbare vorm binnen de sector van de oppervlaktetechniek. Een sector waarin techniek en materiaal centraal staan, maar waar – mede dankzij initiatieven als deze prijs – ook steeds meer ruimte ontstaat voor reflectie op duurzaamheid en de relatie met de natuur. En juist in die combinatie voelt Rameau zich thuis. “Het mooie is dat techniek en natuur elkaar hier ontmoeten”, zegt ze. “Dat is precies waar mijn werk over gaat.”

www.juulrameau.com

Juul Rameau

Buitenlandse media

Noël Ruijters scant de buitenlandse bladen. De belangrijkste ontwikkelingen noteert hij in deze rubriek. Voor deze editie heeft hij het aprilnummer van het Journal für Oberflächentechnik en het maartnummer van het European Coatings Journal doorgenomen.

PAINTEXPO

PaintExpo viert in 2026 zijn twintigjarig jubileum. Sinds de eerste editie in 2006 is de beurs in Karlsruhe uitgegroeid tot het belangrijkste internationale evenement voor industriële laktechniek. Waar destijds 244 bedrijven deelnamen, worden dit jaar ongeveer 430 exposanten verwacht, verspreid over drie hallen. De editie van 2026 staat in het teken van energie-efficiëntie, proceszekerheid, veerkracht en de toenemende rol van kunstmatige intelligentie (AI). Hoewel AI al breed wordt gebruikt, benadrukt de redactie dat betrouwbaarheid en nauwkeurigheid cruciaal zijn voor industriële toepassingen. Bezoekers kunnen met een speciale code gratis toegang krijgen tot de beurs. JOT nodigt ze uit om langs te komen bij stand 1326, waar naast vakinformatie ook een culinaire verrassing wacht. Het doel van deze editie is professionals een inspirerende blik te bieden op de nieuwste ontwikkelingen in de oppervlaktetechniek en de toekomst van geautomatiseerde en duurzame coatingprocessen. www.paintexpo.de

NATLAKKEN

Venjakob ontwikkelt als systeemaanbieder flexibele, klantgerichte oplossingen voor uiteenlopende industrieën, waaronder glas, metaal, mobiliteit en hernieuwbare energie. Het bedrijf combineert meer dan zestig jaar ervaring in oppervlaktetechniek met interdisciplinair teamwork, waarbij specialisten

uit constructie, programmering, techniek en veiligheid gezamenlijk nieuwe concepten ontwikkelen. Doel is steeds een reproduceerbare, hoogwaardige coatingkwaliteit met een stabiel en economisch proces. Een recent project richtte zich op de automatisering van de coating van monopiles, de enorme stalen funderingspalen voor offshorewindturbines. In samenwerking met Rodopi ontwikkelde Venjakob een mobiele installatie die langs het stilstaande werkstuk beweegt en automatisch de positie en diameter detecteert. Zowel binnen- als buitencoating worden geautomatiseerd uitgevoerd. Dit leidt tot 30 procent minder lakverbruik, een 50 procent hogere snelheid, en gelijkmatige laagdiktes, terwijl minder gespecialiseerd personeel nodig is. Daarnaast bouwt Venjakob voor het eerst een installatie voor de coating van kleine, gevoelige glas- en cosmeticaverpakkingen zoals parfumflacons. Door de hoge optische eisen en slechte hechting van coatings op behandeld glas ligt de uitdaging vooral in handling, voorbehandeling en kwaliteitsborging. Met nauwkeurig geprogrammeerde robots worden ook driedimensionale onderdelen consistent en schadevrij gecoat. www.venjakob.de

SMART COATINGS

Smart coatings - coatings die gevoelig zijn voor en reageren op externe stimuli zoals schade,

vocht, temperatuur of microbiële aanvallen - gaan in heel Europa steeds meer van de laboratoria naar commerciële productportfolio’s. Antimicrobiële en antivirale coatings staan bovenaan de lijst als het om hoge verwachtingen gaat, als uitvloeisel van de pandemie van enkele jaren geleden. Anti-corrosiecoatings volgen, met daarachter zelfreinigende easy-to-clean-technologieën. En ten slotte zijn er geleidende, gevoelige en EMIwerende coatings (speciale geleidende of metallische lagen die elektromagnetische straling blokkeren of absorberen om gevoelige elektronica te beschermen), zelfherstellende coatings, en thermochrome en electrochrome coatings. Daarbij is er de trend naar multifunctionaliteit, zoals erosiebescherming in combinatie met zelfherstellende en zelfreinigende eigenschappen.

Transparante coatings moeten beschermen tegen uv-licht en elektrische geleiding bevorderen, en antimicrobiële coatings moeten goede glij-eigenschappen bezitten. Belangrijkste toepassingsgebieden zijn de bouw en infrastructuur, energie, automotive en transport, maritiem en offshore, en de industrie. www.europeancoatings.com

Noël Ruijters is directeur van Bâton Adviesgroep

Onder de oppervlakte

Wat gebeurt er in de wetenschappelijke wereld als het gaat om oppervlaktetechniek?

De redactie van OT spit door de internationale wetenschappelijke literatuur, op zoek naar relevante artikelen. We verwerken de literatuur en schrijven er nieuwsverhalen van.

Hoe de olie- en gasindustrie een miljardenprobleem probeert te beheersen Corrosie in olie- en gaspijpleidingen is geen sluipend randprobleem, maar een miljardenkwestie met directe gevolgen voor veiligheid, milieu en bedrijfscontinuïteit.

Dat blijkt uit een recente overzichtsstudie die de stand van zaken in kaart brengt – en vooral laat zien hoe complex het probleem inmiddels is geworden.

De cijfers zijn veelzeggend: afhankelijk van de omstandigheden kan staal in pijpleidingen jaarlijks tot wel 10 millimeter materiaal verliezen. De oorzaak ligt zelden in één factor. Integendeel, corrosie ontstaat uit een samenspel van chemie, stroming en materiaalgedrag. Stoffen als koolstofdioxide en waterstofsulfide reageren met metaaloppervlakken en versnellen elektrochemische processen. Tegelijkertijd beïnvloeden temperatuur, druk en stromingspatronen hoe snel en waar aantasting optreedt.

Juist die dynamiek maakt corrosie lastig te voorspellen. In turbulente stroming kunnen beschermende lagen wegslijten, terwijl in stilstaande zones juist lokale putcorrosie ontstaat, vaak met grotere risico’s op falen. Daarbij komt dat microbiologische processen en variaties in waterchemie het beeld verder compliceren. De economische impact is navenant. Wereldwijd lopen de kosten in de miljarden, door onderhoud, vervanging en productieverlies, maar ook door milieuschade en veiligheidsincidenten. “Corrosie raakt de volledige levenscyclus van installaties,” stellen de auteurs, “van ontwerp tot ontmanteling.”

De industrie beschikt inmiddels over een breed arsenaal aan oplossingen. Beschermende coatings kunnen de aantasting met meer dan 90 procent terugdringen, terwijl chemische inhibitoren onder gecontroleerde omstandigheden zelfs boven de 95 procent effectiviteit halen. Toch ligt de sleutel volgens de onderzoekers niet in één technologie, maar in een gelaagde aanpak: slimme materiaalkeuze, procescontrole én continue monitoring.

Die monitoring ontwikkelt zich snel. Nieuwe sensortechnologieën meten wanddikteverlies tot op een tiende millimeter nauwkeurig, terwijl datagedreven modellen steeds beter voorspellen waar problemen ontstaan. Met de opkomst van kunstmatige intelligentie en digital twins verschuift de focus van reactief onderhoud naar voorspellend beheer.

Bron: A comprehensive review of corrosion in oil and gas pipelines: mechanisms, mitigation strategies, and future directions, Samar M. Mouneir, Ashraf M. El-Shamy

Onder de oppervlakte

Coatings onder druk: wanneer beschermlagen falen voordat je het ziet

Beschermende coatings vormen de eerste verdedigingslinie van staalconstructies tegen corrosie. Maar hoe lang blijven die coatings echt betrouwbaar?

Nieuw onderzoek laat zien dat de aftakeling al begint lang voordat zichtbare schade optreedt – en dat bestaande normen dat structureel onderschatten.

In de praktijk worden coatings vaak pas als ‘versleten’ beschouwd wanneer scheuren, afbladdering of roest zichtbaar worden. Volgens de onderzoekers is dat te laat. Op dat moment is de beschermende functie al grotendeels verloren en is het onderliggende staal begonnen te degraderen. Het nieuwe onderzoek richt zich daarom juist op de fase vóór die zichtbare schade: de zogenoemde kritische staat voor veilig gebruik (CSSS).

De studie combineert theorie en experiment om dat omslagpunt beter te begrijpen. Daarbij wordt gekeken naar drie belangrijke factoren die in de praktijk altijd samen optreden: temperatuurwisselingen, uv-straling en mechanische spanning. Vooral die combinatie blijkt funest. Waar thermische belasting op zichzelf al veroudering veroorzaakt, versnelt uv-straling het proces aanzienlijk. Mechanische spanning speelt vooral in de beginfase een rol, maar neemt in invloed af naarmate de coating verder degradeert.

Op microschaal gebeurt er intussen veel meer dan aan de buitenkant zichtbaar is. Polymeerketens breken af, interne defecten zoals microholtes en scheurtjes

ontstaan en groeien, en de samenhang van het materiaal neemt af. Dat vertaalt zich macroscopisch in meetbare veranderingen: de hechting neemt af, terwijl de laagdikte juist toeneemt door volumevergroting, onder meer door vries-dooicycli.

Opvallend is dat het onderzoek een concreet omslagpunt identificeert: zodra circa 16 procent van de moleculaire bindingen is ‘overgeschakeld’ of beschadigd, bereikt de coating de kritische grens waarbij de structurele integriteit op instorten staat. In experimenten gebeurde dat na ongeveer 24 dagen bij alleen thermische belasting, en al na 21 dagen wanneer uv-straling en spanning werden toegevoegd.

De implicatie is duidelijk. Wie coatings alleen beoor deelt op zichtbare schade, loopt achter de feiten aan. Door eerder in te grijpen – op basis van meetbare indicatoren en voorspellende modellen – kan schade aan staalconstructies worden voorkomen.

Study on the aging mechanisms of steel structure coatings under multi-factor coupling based on the rate process theory, Yanfu Qi, Pengzhen Lin, Xiaolong Su

Biochar als gamechanger

Watergedragen epoxycoatings gelden al jaren als het milieuvriendelijke alternatief voor traditionele verf- en coatingsystemen. Maar wie ze inzet in zware omgevingen, zoals offshore of maritieme toepassingen, loopt tegen een hardnekkig probleem aan: hun corrosiebestendigheid blijft achter. Nieuw onderzoek laat zien dat een verrassend simpele toevoeging – biochar – dat probleem vrijwel volledig kan oplossen.

Biochar, een koolstofrijk materiaal uit reststromen zoals landbouwafval, blijkt veel meer te zijn dan een duurzaam vulmiddel. In het onderzoek werd biochar toegevoegd aan watergedragen epoxycoatings, waarbij vooral biochar uit maïsstengels (corn stalk biochar) opviel. Bij optimale verwerking – met name een hogere temperatuur tijdens ultrasone dispersie – bereikt de coating een corrosieremming tot maar liefst 99,93 procent.

De kracht van biochar zit in de combinatie van fysische en chemische eigenschappen. Door zijn poreuze structuur verlengt het de weg die vocht en zouten moeten afleggen voordat ze het metaal bereiken. Tegelijkertijd zorgen functionele groepen op het oppervlak – zoals hydroxyl- en carboxylgroepen – voor sterke binding met de epoxy én het metaaloppervlak. Dat leidt tot een dichtere coating en betere hechting. Daar komt nog een derde mechanisme bij: actieve bescherming.

Biochar kan agressieve ionen, zoals chloride uit zeewater, adsorberen en zo wegvangen voordat ze corrosie veroorzaken. Dat effect wordt versterkt door een goede dispersie van het materiaal in de coating, wat sterk afhankelijk blijkt van de verwerkingstemperatuur.

Op microschaal verandert de structuur van de coating ingrijpend. SEM-beelden laten zien dat bij hogere temperaturen een ruwe, gelaagde structuur ontstaat waarin biochar-deeltjes gelijkmatig zijn ingebed. Die structuur blijkt geen zwakte, maar juist een voordeel: hij verlengt de diffusiepaden voor corrosieve stoffen en verhoogt de barrièrewerking.

Ook op langere termijn blijft de coating overeind. Na zeven dagen blootstelling aan een zoute omgeving behoudt de biochar-gemodificeerde coating een beschermingsgraad van ruim 94 procent, terwijl standaard epoxycoatings al duidelijk beginnen te falen.

Modifying waterborne epoxy coatings with biochar for enhanced corrosion protection of marine metals, Hui Hu, Yu Chen, Yamei Zhang

Nieuwe leden

Coat It

Westkapellestraat 438 8300 Knokke Heist www.coatit.be info@coatit.be +32 468-171015

AT Poedercoaten

Sydneystraat 40-42 3047 BP, Rotterdam www.at-poedercoaten.nl info@at-poedercoaten.nl 085-9023624

Jotun

Curieweg 11B

3208 KJ Spijkenisse www.jotun.nl csd.netherlands@jotun.com 0181-678300

Aalberts Surface Technologies B.V. Hurksestraat 32 5652 AL, Eindhoven 040-2507607 www.aalberts-st.com eindhoven@aalberts-st.com

Wij heten deze nieuwe leden van harte welkom binnen onze vereniging!

Colofon

Vaktijdschrift voor opdrachtgevers, constructeurs, ontwerpers, applicateurs van oppervlaktetechnieken, verfdeskundigen, onderhoudsfunctionarissen en corrosiedeskundigen. Officieel orgaan van de vereniging Industrieel Oppervlaktebehandelend Nederland (ION). Verschijnt acht maal per jaar in een oplage van circa 2.500 exemplaren.

Redactie

Jetvertising (hoofdredactie), Henk van Beek (hoofdredacteur), Bas Roestenberg (eindredactie)

Communicatieraad

Yvette Henraat (ION), Marjoke Boekelo (ION)

Redactieadres

Jetvertising, Tiendweg 12, 2671 SB Naaldwijk Tel. 070-399 00 00, redactie@jetvertising.nl

Abonnementen

Abonnementsprijs: € 89,50, digitaal abonnement: € 44,75. Een abonnement kan ieder moment ingaan per de 1e van de maand en wordt genoteerd tot wederopzegging. Een opzegging voor het abonnement dient vóór 1 december bij Vereniging ION in bezit te zijn, om op te kunnen zeggen voor het eerstvolgende abonnementsjaar. Een aanmelding/ opzegging kan gestuurd worden per e-mail naar info@vereniging-ion.nl of post naar Vereniging ION, Postbus 2600, 3430 GA Nieuwegein. Bij een niet-tijdige opzegging wordt het abonnement automatisch met een jaar verlengd tegen het daarvoor geldende tarief.

Advertentieverkoop

Jetvertising tel. 070-399 00 00, fax. 070-390 24 88 Robbin Hofman: robbin@jetvertising.nl Yorick Roodenburg: yorick@jetvertising.nl after-sales: advertenties@jetvertising.nl

Ontwerp en opmaak

Chris Versteeg, Projekt C, www.projektc.nl

Druk

PreVision, Eindhoven, www.pre-vision.nl

Uitgave

Oppervlaktetechnieken is een uitgave van Jetvertising in opdracht van de vereniging Industrieel Oppervlaktebehandelend Nederland (ION), www.vereniging-ION.nl.

Copyright 2026 Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd en/of openbaar worden gemaakt door middel van druk, fotokopie, microfilm of welke andere wijze dan ook, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever. De uitgever, vereniging ION en de bij deze uitgave betrokken redactie en medewerkers aanvaarden geen aansprakelijkheid voor mogelijke gevolgen die zouden kunnen voortvloeien uit het gebruik van de in deze uitgave opgenomen informatie. ISSN 0923-1722

Luchtdruk

Bruikbaar

Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook