Hét vakblad voor de professional in de oppervlaktetechnologie
Tim Florizoone (Estee): “Hoe meer we meten, hoe duurzamer we kunnen zijn”
Gids voor professionals in Asset Management, Installatiebeheer en Onderhoud
VRAAG HIER UW DIGITALE EXEMPL AAR AAN
Industrie & Utilit y
Van de hoofdredacteur
0.0
Aan goede voornemens doe ik niet echt. Ja, ik ben in januari een maandje alcoholvrij. En ja, ik denk altijd dat ik dit jaar echt ga afvallen. Die 0.0-alcohol is geen probleem, dat afvallen lukt wat minder goed. En terwijl ik dit schrijf, is januari al zo goed als voorbij, dus leg ik me graag neer bij een niet-goedvoornemenjaar. Nou, misschien wil ik wat minder hard werken.
Behalve als hoofdredacteur van dit blad heb ik namelijk nog wat andere petten. Zo maak ik TechniShow Magazine en help ik met de communicatie rond de bijbehorende beurs. Maar ik ben ook student. Ik studeer weer: een vervolgstudie Nederlands op de Universiteit Leiden. Waarom? Omdat ik het leuk vind. Het is fijn om je hersens zo nu en dan te pijnigen.
Die studie is echter niet altijd leuk, moet ik u melden. Zoals vorige week. Ik moest een presentatie houden over didactiek, voor een commissie van drie beoordelaars. Dan zit ik daar als 54-jarige drie kwartier met zenuwen in mijn lijf te hakkelen. Het ging goed, gelukkig. Ik kreeg een zeven. Geen topcijfer, maar de commissie is streng. Hoewel dit soort beoordelingen nooit leuk is om mee te maken, is het wel belangrijk. ‘Feedback is een cadeautje’, grimlach ik dan. En ofschoon dat op het moment niet zo voelt, is het natuurlijk wel zo. Van opbouwende kritiek word je beter.
Ik ben de afgelopen periode ook op een andere manier beoordeeld. Er is een lezerskringonderzoek geweest. Anoniem kon u, mijn geliefde lezer, aangeven wat u vindt van ‘mijn’ blad. Ik bespaar u de details, maar het blad komt er goed vanaf. We worden bovengemiddeld goed gelezen. Vooral interviews vindt u leuk, net als praktijkcases. En u zou wat vaker vaktechnische achtergrondartikelen willen zien.
U vindt het blad kwalitatief prima: 91% van de lezers beoordeelt de redactionele artikelen minimaal als voldoende. En 70% beoordeelt de redactionele artikelen minimaal als goed.
Sta ik te juichen? Een klein beetje. Het is toch fijn als je een (ruime) voldoende krijgt. Maar – jaja, feedback is een cadeautje – het kan altijd beter. Ongeveer 2 procent vindt de verhalen slecht. Daar baal ik van. En daar ga ik aan werken. Dit jaar is er een impuls gegeven aan de redactieraad en komen we vaker bijeen. De samenwerking tussen redactie en ION wordt geïntensiveerd. En ik denk dit jaar af te studeren (zodat ik wat meer tijd heb om te schrijven).
Ik hoop dat we samen die laatste 2 procent ook kunnen overtuigen met goede verhalen. Daar trek ik een heerlijk 0.0-biertje voor open.
Henk van Beek Hoofdredacteur OT
Een promotie aan de Universiteit van Leiden, omstreeks 1650, door Hendrick van der Burgh.
Maart
2 maart
Klassikale cursus Constructieschilder www.vereniging-ion.nl/klassikalecursus-constructieschilder-8
4 maart
Themabijeenkomst voor Anodiseeren Galvaniseerbedrijven www.vereniging-ion.nl/ themabijeenkomst-anodiseergalvaniseerbedrijven
Poedercoaten niveau 2 www.vereniging-ion.nl/klassikalecursus-poedercoaten-niveau-2-6
10-13 maart
TechniShow www.technishow.nl
19-26 maart Week van de Circulaire economie
De Week van de Circulaire Economie is het grootste landelijke inspiratie- en netwerkevenement voor en door (beginnende) circulaire ondernemers. Een week vol talks, rondleidingen, excursies en workshops door het hele land en de Nationale Circulaire Conferentie. ‘De Week’ is een jaarlijks terugkerend evenement dat zich richt op het vergroten van bewustwording en het stimuleren van initiatieven op het gebied van circulariteit. Het biedt een platform voor het delen van kennis, het bevorderen van innovatie en het inspireren van actie om de overgang naar een circulaire economie te versnellen. www.deweekvandecirculaireeconomie.nl
Eigenlijk is er maar één waterketen in Nederland die steeds meer één geheel vormt. Een keten die gelukkig steeds meer samenwerkt om de uitdagingen op het gebied van circulariteit, klimaatadaptatie en veilig water aan te gaan. Aqua Nederland is dé nationale vakbeurs op het gebied van afvalwater, drinkwater, proceswater en stedelijk water & rioolbeheer. Hier worden vraag en aanbod van watertechnologie, waterbeheerdiensten en kennisproducten samengebracht. Tijdens Aqua Nederland komen 300 exposanten, 90 kennispartners en 6.500 bezoekers bijeen om samen de uitdagingen op watergebied aan te gaan. U kunt kosteloos aansluiten bij het bomvolle en inhoudelijk kennisprogramma, startende en innovatieve bedrijven ontmoeten, de spectaculaire KNW Fitterijwedstrijden bijwonen. Kortom genoeg te beleven! www.aquanederland.nl
11 maart
Klassikale cursus Verfspuiter www.vereniging-ion.nl/ klassikale-cursus-verfspuiter-0
18 maart
Klassikale cursus Anodiseren deel 1 www.vereniging-ion.nl/klassikalecursus-anodiseren-deel-1-0
Webinar ‘Bijblijven Wet- & Regelgeving’ - KWA Bedrijfsadviseurs www.vereniging-ion.nl/ webinar-bijblijven-wet-regelgevingkwa-bedrijfsadviseurs-0
April 14-17 april
Paint Expo www.paintexpo.de/en
Inhoud
Corrosiedruk: waarom corrosie meer is dan alleen een corrosieklasse
In de praktijk van ontwerpen, bouwen en conserveren zien we regelmatig dat metalen producten eerder corroderen dan verwacht. Vaak wordt de oorzaak gezocht in de coating of het materiaal, terwijl corrosie in werkelijkheid vrijwel altijd het resultaat is van meerdere factoren die gezamenlijk de corrosiedruk bepalen.
6 Kort nieuws
10 Nieuw ION-lid Atlas Copco verwacht meer duurzamer stralen
Atlas Copco Power Technique is onlangs lid geworden van ION. Voor Frank Schoemaker een logische ontwikkeling. Schoemaker, sales engineer bij Atlas Copco, kent de wereld van de stralers op zijn duimpje. De trend? Groen, groen en nog eens groen. Atlas Copco speelt daarop in met elektrificering van zijn compressoren.
18 Kunstmatige intelligentie kijkt onder het beton Corrosie van wapening is een sluipend probleem. Jarenlang lijkt er niets aan de hand, tot scheuren, roestvlekken en afbrokkelend beton plots zichtbaar worden. Tegen die tijd is de schade vaak al fors en zijn ingrijpende en kostbare maatregelen nodig. Vroegtijdige
Zeezout is slecht. Maar zó slecht? Dat zeezout corrosie veroorzaakt, weet iedereen die ooit een stalen fiets bij zee heeft laten staan. Het is dan ook verleidelijk om onderzoeksresultaten over schade door zeewaterzeezout af te doen als een open deur. Natuurlijk zijn coatings kwetsbaarder in maritieme omgevingen. Natuurlijk versnelt zeezout de degradatie. Maar wie het daarbij laat, mist precies de kern van nieuw onderzoek naar slijtage van hittebeschermende coatings in vliegtuigmotoren en gasturbines.
detectie is daarom cruciaal, maar juist dat blijkt in de praktijk lastig. Inspecteurs beschikken wel over geavanceerde meetmethoden, zoals grondradar, maar de interpretatie van die data blijft complex en onzeker.
26 Waarom luchtvochtigheid
olieverf sneller laat verouderenen soms ook weer terugdraait Musea discussiëren al decennia over de ideale luchtvochtigheid. Niet alleen omdat een doek kan krimpen of uitzetten, maar ook omdat verf zelf chemisch verandert onder invloed van waterdamp. Nieuw onderzoek van het Rijksmuseum laat nu zien dat die chemie ingewikkelder is dan ‘hoe vochtiger, hoe slechter’. In sommige verfsystemen blijkt een deel van de schade zelfs (deels) omkeerbaar. In andere juist niet, en daar gaat de pigmentkeuze dwars doorheen.
34 Buitenlandse media
35 Onder de oppervlakte
39 Brancheregister
Bij de voorpagina: Tim Florizoone (Estee): “Hoe meer we meten, hoe duurzamer we kunnen zijn” Duurzaamheid, automatisering en service. Op die drie pijlers wil Tim Florizoone van Estee groeien in de Benelux. Maar de specialist in poederlakinstallaties heeft meer ambities. Binnen een paar jaar wil hij de hele Europese markt bestrijken. Lees meer op pagina 24
Arkema opent Frans laboratorium voor ‘dry coating’ van batterij-elektroden
Arkema heeft in Normandië officieel zijn Battery Dry Coating Laboratory geopend, op het Cerdato Research Center. Met deze faciliteit versterkt het chemieconcern zijn wereldwijde R&D-netwerk voor de batterij-industrie, en zet het nadrukkelijk in op duurzamere productietechnologieën voor elektroden.
Het nieuwe laboratorium richt zich volledig op ‘dry coating’: een elektrodecoatingproces waarbij geen oplosmiddelen nodig zijn. Daardoor vervalt de energie-intensieve stap van oplosmiddelverdamping, wat leidt tot een lager energiegebruik, kleinere CO2-voetafdruk en een-
voudiger productieproces dan bij conventionele ‘wet coating’.
De faciliteit is uitgerust met geavanceerde productietechnologieën. Met direct calendering kunnen uniforme elektrodelagen met nauwkeurig gecontroleerde dikte worden geproduceerd, terwijl electrodeposition complexe materiaalopbouwen en maatwerk mogelijk maakt. Dit vergroot de ontwerpvrijheid en biedt ruimte voor prestatieoptimalisatie van batterijcellen.
Arkema bouwt hierbij voort op zijn expertise in poederverwerking en materiaalkunde. Het concern beschikt over een breed portfolio
materialen voor drycoating-toepassingen, waaronder Kynar PVDF voor hechting en elektrochemische prestaties, Incellion-acrylpolymeren voor flexibiliteit en verwerkbaarheid, en polyamiden voor mechanische sterkte en thermische stabiliteit.
Met de snelle groei van elektrische mobiliteit en energieopslag positioneert Arkema batterijtechnologie als een strategische groeimarkt. De wereldwijde R&D-activiteiten worden gecoördineerd vanuit het Christian Collette Center of Excellence nabij Lyon, met aanvullende onderzoekscentra in China, Zuid-Korea, Japan en de Verenigde Staten.
EU-antidumpingmaatregelen temperen
voordeel van stabiele Chinese TiO2-prijzen
Na een langdurige daling lijkt de Chinese markt voor titaandioxide (TiO2) een voorlopig prijsbodem te hebben bereikt. Volgens marktgegevens lagen de gemiddelde binnenlandse prijzen eind 2025 rond de $ 2,15 per kilo, terwijl exportprijzen stabiliseerden op circa $ 1,94 per kilo. Deze stabilisatie volgt op zwakke vraag, hoge voorraden en krimpende marges bij producenten.
Voor de Europese verf- en coatingindustrie biedt dit echter weinig verlichting. Integendeel: verdere prijsdalingen zouden juist welkom
zijn geweest. TiO2 is een van de meest kostenbepalende grondstoffen in coatings; niet zozeer door de kiloprijs, maar door de grote volumes en het ontbreken van technisch gelijkwaardige alternatieven.
Daar komt bij dat EU-antidumpingheffingen op Chinees TiO2 de toegang tot goedkopere pigmenten uit Azië blijven beperken. Europese producenten zijn daardoor deels afgeschermd van mondiale prijsschommelingen, maar kunnen ook niet profiteren van lagere internationale prijsniveaus. De overname van de TiO2-fabriek van Venator in
het Britse Greatham door LB Group is een strategische stap richting versterking van de Europese productiecapaciteit. Hoewel dit de leveringszekerheid op middellange termijn kan verbeteren, wordt geen directe prijsdruk verwacht. Voor Europese verf- en coatingproducenten betekent de huidige situatie vooral een adempauze. Stabiliteit voorkomt nieuwe schokken, maar structurele kostenverlaging zal moeten komen uit formule-optimalisatie, grondstoffendiversificatie en efficiënter gebruik van materialen, niet uit de grondstoffenmarkt zelf.
Europese markt voor biobased verven
en coatings groeit richting 6,6 miljard euro
De Europese markt voor biobased verven en coatings groeit de komende tien jaar fors. Volgens een rapport van Ceresana groeit de marktomvang naar circa 6,6 miljard euro in 2034. De studie BioBased Paints and Coatings – Europe laat zien hoe hernieuwbare grondstoffen een steeds belangrijkere rol spelen binnen de bio- en circulaire economie.
Het rapport analyseert toepassingen in onder meer bouw, industrie, transport en houtverwerking. Biobased coatings worden deels of volledig geproduceerd uit natuurlijke grondstoffen zoals zetmeel, harsen, schelpen of andere biologische bronnen. Daarmee verminderen ze de afhankelijkheid van fossiele grondstoffen en maken ze hergebruik van biomassa-afval mogelijk. Hoewel het marktaandeel nog beperkt is, neemt de acceptatie
toe, dankzij milieu- en gezondheidsvoordelen. Veel biobased coatings bieden vergelijkbare of zelfs betere prestaties dan conventionele systemen, zoals op het gebied van kleurstabiliteit, slijtvastheid en dampdoorlatendheid. Vooral in binnenomgevingen en bij gevoelige toepassingen speelt de lage toxiciteit een belangrijke rol.
Ceresana wijst erop dat natuurlijke verven vochtregulerend kunnen werken en schimmelvorming helpen voorkomen. Het rapport bevat gedetailleerde marktdata, nationale trends, regelgeving en profielen van toonaangevende producenten, evenals een analyse van de invloed van duurzaamheidsbeleid op formulering en productie.
Wereldwijde groei van poedercoatings: technologie versnelt verduurzaming
De poedercoatingmarkt bevindt zich in een fase van versnelde technologische transformatie. Lage uithardingstemperaturen maken toepassingen op kunststof, MDF en composieten mogelijk, ondersteund door IR-, NIR- en UVuithardende systemen. Tegelijkertijd worden slimme coatings met antimicrobiële, zelfherstellende en sensorfuncties snel doorontwikkeld van niche naar mainstream producten, vooral in medische toepassingen, elektronica en elektrische voertuigen.
Een belangrijke trend is de ontwikkeling van poedercoatings met dunnere laagdiktes. Dit reduceert het materiaalverbruik en de kosten per vierkante meter, en draagt bij aan een kleinere ecologische voetafdruk. De markt wordt gedomineerd door een mix van multinationals en sterke regionale spelers. Bedrijven als AkzoNobel, PPG, Sherwin-Williams, Axalta en Jotun controleren samen circa 60 procent van de wereldwijde omzet. Investeringen richten zich op R&D, digitalisering, capaciteitsuitbreiding en portfolioverbreding.
Henkel versterkt lijmportfolio met overname van ATP Adhesive Systems
Henkel heeft de overname aangekondigd van ATP Adhesive Systems, een Zwitserse producent van hoogwaardige, watergedragen speciale tapes. ATP is actief in sectoren als automotive, elektronica, medische technologie en bouw, telt ongeveer 700 medewerkers en verwacht dat het 2025 heeft afgesloten met een omzet van circa 270 miljoen euro.
Het onderscheidend vermogen van ATP ligt in het feit dat meer dan 90 procent van het portfolio watergedragen is. Deze tapes bieden een duurzaam alternatief voor traditionele systemen, met lage vocemissies en een lagere CO2-impact. Volgens Henkel-CEO Carsten Knobel sluit de overname naadloos aan bij de groeistrategie en duurzaamheidsambities van het concern.
Voor Henkel betekent de acquisitie een uitbreiding van de expertise voorbij vloeibare lijmtechnologieën. ATP brengt aanvullende kennis in
Elektrificatie in de automotive sector creëert nieuwe eisen voor poedercoatings, zoals elektrische isolatie, corrosiebescherming en brandveiligheid rond batterij- en vermogenselektronica. Voldoen aan OEM-specificaties opent ruimte voor nieuwe formuleringen en toepassingen. De vooruitzichten wijzen op verdere groei, met toenemende penetratie in EV’s, architectonische toepassingen en opkomende markten. Succes zal afhangen van h
van solvent- en hotmelt-tapes en beschikt over moderne productiefaciliteiten. Mark Dorn, executive vice-president Adhesive Technologies, ziet hierin een solide basis voor verdere innovatie in duurzame lijmoplossingen. De transactie is onder voorbehoud van goedkeuring door toezichthouders. Financiële
details zijn niet bekendgemaakt. Met deze stap positioneert Henkel zich sterker in snelgroeiende markten waar de vraag naar duurzame en functionele tape-oplossingen toeneemt, met name in automotive en elektronica.
Op zoek naar duurzame oplossingen?
Totale ontzorging van afvalstoffen.
Eigen verwerkingsmogelijkheden van o.a. ontvettings- en beitsvloeistoffen.
Reiniging en onderhoud van sproeitunnels en dompellijnen.
Het geven van veiligheidsadviezen.
Stadslaan 3 | 8051 ND Hattem
Tel.+31 85 023 22 39 | M.+31 610 287 434
Email: info@nedwaste.nl | Web: www.nedwaste.nl
Probeer onze nieuwe rekentool en zorg voor een revolutie in de prestaties van uw coatinginstallatie Ga naar: ccc.hangon.com Lagere energie - Hogere winst
Specialisten in transportsystemen
BEDRIJFSLASTEN TOT 10.000 KG
VOOR ELKE KLANT EEN OP MAAT GEMAAKT SYSTEEM
VAN HANDMATIG TOT VOLLEDIG GEAUTOMATISEERD
EIGEN PANEELBOUW EN SOFTWARE AFDELING
EIGEN ONDERHOUD EN SERVICE DIENST
Railtechniek van Herwijnen Koelenhofstraat 13 4004 JR Tiel Nederland
Tel. +31 (0)344 616363 info@railtechniek.nl
www.railtechniek.nl
Nieuw ION-lid Atlas Copco verwacht meer duurzamer stralen
Atlas Copco Power Technique is onlangs lid geworden van ION. Voor Frank Schoemaker een logische ontwikkeling. Schoemaker, sales engineer bij Atlas Copco, kent de wereld van de stralers op zijn duimpje. De trend? Groen, groen en nog eens groen. Atlas Copco speelt daarop in met elektrificering van zijn compressoren.
Zelf komt Frank Schoemaker uit de straalwereld. “Straalbedrijven hebben veel lucht en veel stroom nodig. Vooral stroom is een issue. Misschien speelt het bij stralers iets minder, maar vooral bij bouwbedrijven en baggeraars is het een belangrijk punt. Want als je tegenwoordig in een tender wilt meespelen, moet je voor groen gaan.”
En dat valt volgens hem precies in het straatje van Atlas Copco. Duurzaamheid speelt een belangrijke rol in de bedrijfsvoering. Dat zie je bijvoorbeeld terug in de ontwikkeling van tools, zoals de elektrische compressoren voor grote projecten. Deze zogenoemde E-Air elektrische mobiele compressoren zijn ontworpen om aan de strenge vereisten van diverse industrieën te voldoen,
en bieden een duurzaam en efficiënt alternatief voor traditionele dieselmodellen. Ze brengen een belangrijke verschuiving met zich mee naar milieuvriendelijkere en kosteneffectievere oplossingen voor industriële activiteiten.
“Tot en met 33 kuub kunnen we elektrisch leveren. Dat is voor de meeste straalbedrijven meer dan
genoeg. Elektrische compressoren verlagen de operationele kosten voor zandstraalwerken aanzienlijk. Het wegvallen van de brandstof, wat samen met de lagere onderhoudsbehoeften valt, heeft impact op de totale kostenefficiëntie; het kan tot 50 % lagere operationele kosten leiden. Die kostenverlaging kan een grote impact hebben op het bedrijfsresultaat.”
Frank Schoemaker verwacht de komende tijd een toenemende vraag naar straalsystemen. Rijkswaterstaat heeft immers een flinke lijst met bruggen en andere kunstwerken die moeten worden gerenoveerd. Juist bij dit soort overheidsaanbestedingen speelt duurzaamheid een rol. “Een ‘groene’ tender is tegenwoordig steeds vaker een eis. Anders doe je gewoon niet mee met een aanbesteding.”
INSPRINGEN
Cruciaal is wel dat de consistentie van de luchtstroom buiten kijf staat.
Atlas Copco Power Technique is onderdeel van Atlas Copco Group, een wereldwijde industriële onderneming die bedrijven oplossingen biedt op het gebied van perslucht, stikstof, stroom en vacuüm. Belangrijk kernpunt voor het van origine Zweedse bedrijf is de levering van energie-efficiënte producten en oplossingen, waarmee klanten hun CO2-uitstoot kunnen verlagen en hun productiviteit kunnen verhogen. Atlas Copco levert perslucht- en gassystemen en -behandeling, vacuümoplossingen, industriële elektrische gereedschappen, assemblagesystemen en stroom- en flowoplossingen.
Dat meet Atlas Copco. Aan elke compressor zit een module waarmee de klant op afstand kan zien wat de machine verbruikt. Online is dat tot drie maanden terug in te zien. Voor een langere periode kan Atlas Copco de data opvragen en leveren. Er wordt gewerkt vanuit hét servicepunt voor Nederland, bij Perslucht Wilda in Woudenberg. Sinds oktober 2024 is dit ook onderdeel van ‘de Atlas Copco Group’. Perslucht Wilda heeft een ruim opgezette werkplaats waar (service) monteurs elke dag niets anders doen dan onderhoud/reparatie, lastige vraagstukken behandelen, en klanten met Atlas Copco-machines helpen. Dit allemaal om ervoor te zorgen dat klanten snel weer gebruik kunnen maken van hun machines en een eventuele storing snel verholpen is. “Het helpt ons ook om bij storingen sneller te schakelen. Dan kunnen we op afstand naar een klant al aangeven wat het probleem is. We leveren vanuit Woudenberg compressoren, gene-
Frank Schoemaker
ratoren, batterypacks, lichtmasten en pompen. Van de machines die wereldwijd zijn verkocht, halen we alle info op. We bouwen zo aan een dataset waarmee we nog sneller - en vaak al voordat er een storing ontstaat - kunnen inspringen bij klanten.”
Corrosiedruk: waarom corrosie meer is dan alleen een corrosieklasse
In de praktijk van ontwerpen, bouwen en conserveren zien we regelmatig dat metalen producten eerder corroderen dan verwacht. Vaak wordt de oorzaak gezocht in de coating of het materiaal, terwijl corrosie in werkelijkheid vrijwel altijd het resultaat is van meerdere factoren die gezamenlijk de corrosiedruk bepalen.
Corrosiedruk is geen genormeerde term, maar een praktisch denkkader dat helpt om de werkelijke belasting op een product te begrijpen.
Deze is bedacht door het Vereniging ION kennisteam voor de Masterclass corrosiebewust ontwerpen. Bij corrosiedruk speelt niet alleen de omgeving (corrosie classen) hierbij een rol, maar ook temperatuur, beweging, vervuiling, vormgeving, montage en onderhoud.
WAT VERSTAAN WE ONDER CORROSIEDRUK?
Corrosiedruk is de totale corrosieve belasting die een object gedurende zijn levensduur ondervindt, als gevolg van temperatuur, agitatie, concentratie van corrosieversnellende stoffen, vormgeving, montage en onderhoud.
Hoe hoger de corrosiedruk, hoe sneller corrosiemechanismen zich kunnen manifesteren en hoe korter de haalbare levensduur wordt.
TEMPERATUUR: VAAK ONDERSCHAT
MAAR ZEER BEPALEND
Temperatuur heeft een directe invloed op chemische en elektrochemische reacties. Een bekende vuistregel in de chemie is dat een
stijging van 10 °C leidt tot een verdubbeling van de reactiesnelheid. Dit verklaart waarom warmere klimaten, zoals kustgebieden rond de evenaar, aanzienlijk corrosiever zijn dan koudere gebieden.
Naast omgevingstemperatuur speelt ook zonlicht een belangrijke rol. Zoninstraling verhoogt lokaal de oppervlaktetemperatuur en kan condensvorming versnellen door grotere temperatuurwisselingen tussen dag en nacht. Dit naast dat de UV-straling van zonlicht organische coatings in loop van jaren zal doen afbreken, waardoor corrosieve stoffen makkelijker bij het metaal kunnen komen. (fig. 1)
AGITATIE
Agitatie staat voor beweging en mechanische belasting rond en op een object. Wind werkt corrosiedruk verhogend als deze vuil, zouten en andere corrosieve stoffen transporteert naar het oppervlak van het object. Tevens kan wind regen op plaatsen laten komen welke minder goed tegen corrosie beschermd zijn of waar water niet snel kan weglopen/opdrogen. Echter kan wind ook gunstig zijn door oppervlakken snel-
ler te laten drogen en beregening kan vervuiling afspoelen (de afwatering moet hierbij wel goed zijn). Slijtage door b.v. handen op een handreel, schoenen op een metalen trap, onjuist reinigen van objecten of klauwen van dieren zoals vogels beschadigt coatings lokaal. Corrosie volgt altijd de weg van de minste weerstand: de zwakste schakel bepaalt waar corrosie zich als eerste manifesteert (fig. 2).
CONCENTRATIE VAN CORROSIE
VERSNELLENDE STOFFEN
De concentratie van corrosie versnellende stoffen bepaalt in sterke mate de corrosiedruk. Voorbeelden zijn zeezout, condens, zweet, vingerafdrukken, industriële of agrarische emissies, vogelpoep, (korst)mossen, vuil en stof. Condens is vaak verraderlijker dan regen omdat het nauwelijks spoelt en vervuiling juist concentreert. De zuurgraad (pHwaarde) speelt hierin ook een rol, zo kan verzuring door groei of ontlasting een versnelde corrosie geven. Alkalische stoffen kunnen met name aluminium en zink aantasten, dit kan komen vanuit bijvoorbeeld cement spetters of alkalische reinigingsmiddelen (fig. 3).
4: brug in Nieuwegein die niet periodiek gereinigd wordt en niet corrosiebestendig ontworpen is
5: corrosie op vlakke handreling van een brug in Nieuwegein
6: illustratieve weergave van corrosie veroorzaakt door zuur hout
FREQUENTIE VAN REINIGING
Regelmatige reiniging op de juiste manier vermindert de blootstelling aan corrosie versnellende stoffen en voorkomt vorming van groei. Gebrek aan reiniging leidt tot ophoping van vuil en hierdoor een hogere corrosiedruk. Op plekken waar vervuiling blijft zitten kan zich groei gaan vormen, op deze plekken blijft het lang vochtig en kunnen corrosie bevorderende stoffen zich ophopen wat de corrosiedruk nog verder versterkt (fig. 4).
VORMGEVING
Goede vormgeving verlaagt de corrosiedruk. Een corrosiebewust ontwerp voorkomt dat vervuiling blijft hangen, zorgt voor goede afwatering, vermindert agitatie en voorkomt smalle spleten waarin vocht en vuil zich ophopen.
Daarnaast moeten objecten eenvoudig te reinigen zijn (fig. 5).
MONTAGE
Fouten tijdens montage kunnen corrosie sterk versnellen. Veelvoorkomende oorzaken zijn zagen of boren na het coaten zonder herstel, contactcorrosie door elektrisch contact tussen verschillende metalen en onvoldoende afdichting van spleten en gaten tussen aan elkaar gemonteerde onderdelen. Metalen delen en houden onderdelen kunnen ook met elkaar botsen wat resulteert in een verhoogde corrosiedruk op het metalen deel. Tijdens ontwerp en montage moet dit dus ook altijd in het achterhoofd gehouden worden. Zie OT nummer 5 (pagina 32) gepubliceerd te oktober 2025 voor een uitgebreid artikel hierover (fig. 6).
TOT SLOT
Corrosiedruk is het resultaat van het samenspel van alle bovenstaande factoren. Door hier al in de ontwerpfase rekening mee te houden, kunnen faalkosten worden verminderd en kan de werkelijke levensduur van producten beter worden voorspeld.
In de Masterclass Corrosiebewust ontwerpen van Vereniging ION wordt het begrip corrosiedruk verder uitgewerkt en gekoppeld aan herkenbare praktijkcases. De focus ligt op het voorkomen van corrosie door betere keuzes aan de voorkant: ontwerp, materiaal, voorbehandeling, coating, montage en onderhoud.
Tekst: Ralph Bot.
Fig. 1: thermometer kunstwerk te Alphen aan den Rijn
Fig. 2: handreling zeehondenverblijf in Diergaarde Blijdorp in Rotterdam
Fig. 3: cementspetters op een geanodiseerd aluminium kozijn
Fig.
Fig.
Fig.
Zeezout is slecht. Maar zó slecht?
Dat zeezout corrosie veroorzaakt, weet iedereen die ooit een stalen fiets bij zee heeft laten staan. Het is dan ook verleidelijk om onderzoeksresultaten over schade door zeewaterzeezout af te doen als een open deur. Natuurlijk zijn coatings kwetsbaarder in maritieme omgevingen. Natuurlijk versnelt zeezout de degradatie. Maar wie het daarbij laat, mist precies de kern van nieuw onderzoek naar slijtage van hittebeschermende coatings in vliegtuigmotoren en gasturbines.
Dat onderzoek laat namelijk zien dat zeezout niet simpelweg een extra agressieve factor is bovenop bestaande schadeprocessen. Het verandert het spel zelf. Zeezeezout blijkt het gedrag van zogenoemde CMAS-verontreinigingen fundamenteel te wijzigen, waardoor coatings bij lagere temperaturen sneller en dieper worden aangetast dan tot nu toe werd aangenomen. Dat inzicht heeft directe gevolgen voor het ontwerp, de toepassing en de levensduurvoorspelling van
thermische beschermlagen in kusten offshore-omgevingen.
Thermal barrier coatings (thermische beschermende coatings, TBS’s) vormen een cruciale verdedigingslinie in moderne turbines en vliegtuigmotoren. Ze beschermen metalen componenten tegen extreme temperaturen en maken hogere verbrandingstemperaturen – en dus hogere efficiëntie – mogelijk. Meestal bestaan deze coatings uit keramische materialen zoals
yttria-gestabiliseerd zirkonia, aangebracht in dunne lagen.
In ideale omstandigheden doen deze coatings precies wat ze moeten doen. In de praktijk worden ze echter blootgesteld aan een cocktail van belastingen: thermische cycli, mechanische spanningen, en vervuiling. Vooral CMAS – een verzamelnaam voor calcium-, magnesium-, aluminium- en siliciumoxiden afkomstig van zand, stof en as – vormt al jaren een bekend
probleem. Bij hoge temperaturen kan CMAS smelten, zich over het coatingoppervlak verspreiden en in de poriën en scheuren van de coating dringen. Wat dit onderzoek toevoegt, is het inzicht dat CMAS zelden alleen opereert. In maritieme omgevingen komt er vrijwel altijd zeezout bij kijken.
ZEEZOUT ALS GAME-CHANGER
Het uitgangspunt van de studie is eenvoudig, maar scherp: wat gebeurt er als CMAS zich mengt met zeezouten die typisch zijn voor zeewater? En belangrijker: verandert dat mengsel het corrosiemechanisme van de coating?
Om die vraag te beantwoorden, combineerden de onderzoekers laboratoriumexperimenten, microscopische analyse en thermodynamische modellering. Ze maakten synthetische CMASmengsels waaraan gecontroleerde hoeveelheden zeezeezout werden toegevoegd, en bestudeerden hoe deze mengsels zich gedragen bij hoge temperaturen. De resultaten zijn opvallend. Zodra zeezout wordt toegevoegd, verandert niet alleen de chemische samenstelling, maar vooral het smeltgedrag van het mengsel. CMAS met zeezout begint bij lagere temperaturen te verzachten en te smelten. Bovendien wordt het gesmolten mengsel aanzienlijk vloeibaarder. Dat lijkt een detail, maar het effect is groot: een vloeibaarder smelt kan zich sneller over het coatingoppervlak verspreiden en dringt dieper door in de microstructuur van de coating. Daarmee wordt de beschermlaag niet alleen oppervlakkig aangetast, maar ook van binnenuit verzwakt.
GEEN LINEAIR EFFECT
Een belangrijk – en minder intuïtief – resultaat is dat het effect van zeezout niet lineair is. Meer zeezout
betekent niet automatisch meer schade. De onderzoekers identificeerden een kritisch menggebied rond een zeezoutaandeel van ongeveer 50 procent, waarbij de corrosieve werking maximaal is.
In dat bereik ontstaan zogeheten laag-smeltende eutectische mengsels. Die combineren een lage smelttemperatuur met een hoge mobiliteit, precies de eigenschappen die CMAS zo destructief maken voor keramische coatings. Boven of onder dat bereik neemt de schade weer iets af. Dit betekent dat het niet voldoende is om te zeggen: “zeezout is slecht”. Het gaat om welk
zeezout, in welke verhouding, bij welke temperatuur. Dat onderscheid is essentieel voor realistische levensduurmodellen.
Een tweede nuance die het onderzoek blootlegt, betreft regionale verschillen in zeewater. De chemische samenstelling van zeewater varieert immers per locatie. Denk aan verschillen tussen open oceaan, kustgebieden en semigesloten zeeën. De onderzoekers vergeleken zeezoutsamenstellingen afkomstig van verschillende zeeën en concludeerden dat de variaties nauwelijks invloed hebben op het schademechanisme. De dominante factor
Wat zit er eigenlijk in zeezout?
Zeewater heeft een zoutgehalte (saliniteit) van ongeveer 34 ‰ tot 35 ‰. De komt neer op dat er per liter zeewater zo’n 34 tot 35 gram opgeloste zouten aanwezig zijn. Dit varieert lokaal, vooral dichter bij de kust door zoetwaterinvloed, maar ook door de stromingen van het zeewater. De zouten in zeewater bestaan uit een mengsel van opgeloste ionen, waarvan de zes belangrijkste zijn: chloride (Cl-), natrium (Na+), sulfaat (SO42-), magnesium (Mg2+), calcium (Ca2+) en kalium (K+). Deze ionen, waarin de negatieve en positieve samen een zout vormen bij indroging, vertegenwoordigen samen ongeveer 99% van de zeezoutbestanddelen. Natriumchloride is in zeezout het hoofdbestandsdeel met een aandeel van tussen de 80 tot wel 97%. Hoewel met zeezout vaak aan alleen natriumchloride (NaCl) wordt gedacht, dragen ook magnesium-, calciumen sulfaationen substantieel bij aan de chemische eigenschappen van zeezout. Dit is relevant voor corrosieve en infiltratieprocessen zoals bij CMAS-interacties, omdat deze ionen de smelttemperatuur, vloeibaarheid en reactieve pathways kunnen beïnvloeden.
Bron: algemene oceanochemie
is de aanwezigheid van natrium-, calcium- en magnesiumzeezouten in combinatie met silicaten, en die combinatie blijkt wereldwijd verrassend consistent.
Voor de praktijk is dat goed nieuws. Het betekent dat coatingontwerpers en motorfabrikanten niet voor elke regio een andere strategie hoeven te ontwikkelen. Tegelijkertijd onderstreept het dat maritieme inzet per definitie een verhoogd risico vormt, ongeacht de exacte locatie.
STRUCTURELE DEGRADATIE
Microscopische analyses laten zien hoe het proces zich voltrekt. In eerste instantie vormt het gesmolten CMAS-zeezoutmengsel een dunne film op het coatingoppervlak. Vervolgens infiltreert het de poriën en scheuren van de keramische laag. Daar reageert het chemisch met de coating, waarbij nieuwe fasen ontstaan die brosser en minder temperatuurstabiel zijn.
Het gevolg is een geleidelijke, maar onomkeerbare verzwakking van de coatingstructuur. Scheuren groeien sneller, hechting aan de onderlaag neemt af, en uiteindelijk kan delaminatie optreden. Cruciaal is dat dit proces sneller verloopt dan bij
CMAS zonder zeezout, zelfs wanneer de absolute temperatuur gelijk blijft. Met andere woorden: coatings die in een ‘droge’ omgeving veilig zijn bij een bepaalde bedrijfstemperatuur, kunnen in een maritieme omgeving onverwacht snel falen.
Op het eerste gezicht bevestigt het onderzoek een intuïtief beeld: zeezout versnelt corrosie. Maar wie het artikel goed leest, ziet dat het daar niet om gaat. De kern is dat zeezout het karakter van CMAS-corrosie verandert. Het verlaagt smelttemperaturen, vergroot mobiliteit en creëert nieuwe chemische reacties die zonder zeezout niet optreden.
Dat maakt bestaande aannames over veilige bedrijfstemperaturen, inspectie-intervallen en coatinglevensduur deels achterhaald voor maritieme toepassingen. Het verklaart ook waarom sommige coatings in kustgebieden slechter presteren dan voorspeld op basis van standaard CMAS-modellen.
IMPLICATIES VOOR ONTWERP EN ONDERHOUD
Voor ontwerpers van thermische beschermende coatings betekent dit dat zeezout expliciet moet worden meegenomen in materiaalselectie
en microstructuurontwerp. Mogelijke strategieën zijn coatings met minder open porositeit, alternatieve keramische samenstellingen, of extra barrièrelagen die infiltratie tegengaan.
Voor operators en onderhoudsplanners betekent het dat de inzet in maritieme omgevingen vraagt om aangepaste inspectiestrategieën. Schade kan zich sneller ontwikkelen en minder zichtbaar zijn aan het oppervlak, terwijl de onderliggende structuur al is aangetast.
Misschien wel de belangrijkste bijdrage van dit onderzoek is conceptueel. Het doorbreekt de neiging om omgevingsfactoren afzonderlijk te beschouwen. Zand, as en zeezout werken niet onafhankelijk, maar beinvloeden elkaar op fundamentele wijze. Voor toekomstige modellen van coatingdegradatie betekent dit dat combinaties van verontreinigingen centraal moeten staan. Alleen dan zijn betrouwbare voorspellingen mogelijk voor toepassingen in kustgebieden, offshore windparken en maritieme luchtvaart.
Kom voor het voetlicht met de INFORMATION nieuwsbrief!
Kom via de digitale nieuwsbrief van de Vereniging ION in contact met meer dan 2.000 beslissers die allen werkzaam zijn in de oppervlaktebehandelende industrie. 21 keer per jaar ontvangen zij de belangrijkste nieuwsitems uit de sector.
Interesse?
Vraag de mediakaart aan. Bel met Yorick Rooodenburg (070) 399 00 00 of stuur een e-mail naar yorick@jetvertising.nl
WIJ LATEN U GRAAG ZIEN WAT WE DOEN
Holland Mineraal is al ruim 35 jaar een begrip op het gebied van oppervlakte behandelingsapparatuur en producent en leverancier van straalmiddelen en straalinstallaties.
Wat we maken en hoe het werkt, laten we u graag zien, in het filmpje op onze website of door de QR code te scannen met uw smartphone of tablet.
Kunststof pompen & filtersystemen voor oppervlaktebehandeling
Corrosie van wapening is een sluipend probleem. Jarenlang lijkt er niets aan de hand, tot scheuren, roestvlekken en afbrokkelend beton plots zichtbaar worden. Tegen die tijd is de schade vaak al fors en zijn ingrijpende en kostbare maatregelen nodig. Vroegtijdige detectie is daarom cruciaal, maar juist dat blijkt in de praktijk lastig. Inspecteurs beschikken wel over geavanceerde meetmethoden, zoals grondradar, maar de interpretatie van die data blijft complex en onzeker.
Onderzoekers van de University of Massachusetts Lowell laten nu zien dat kunstmatige intelligentie hierin een doorbraak kan betekenen. In een recent onderzoek ontwikkelden zij een deep-learningmodel dat corrosie van stalen wapening in betonnen brugpijlers kan voorspellen op basis van langdurige, ruisrijke grondradarbeelden. Opvallend: het systeem doet dat zonder aanvullende informatie over weer, vocht of temperatuur. Daarmee komt betrouwbare, niet-destructieve monitoring van bruggen een belangrijke stap dichterbij.
Beton is op het oog massief, maar van binnen een complexe wereld van staal, poriën, vocht en scheuren. Corrosie van wapening ontstaat wanneer water en zuurstof het staal bereiken, vaak versneld door chloride-inwerking. Dat proces verloopt langzaam, en grotendeels onzichtbaar. Traditionele inspecties
– visueel of met lokale destructieve proeven – geven slechts een fragmentarisch beeld.
Grondpenetrerende radar (Ground Penetrating Radar, GPR) wordt al langer ingezet als niet-destructieve meetmethode. Met elektromagnetische pulsen worden reflecties in het beton gemeten, die als zogeheten B-scans worden weergegeven.
In theorie bevatten die beelden informatie over de staat van de wapening. In de praktijk zijn ze echter sterk beïnvloed door omgevingsfactoren zoals vochtgehalte, temperatuurwisselingen en materiaaleigenschappen van het beton. Dat maakt het moeilijk om corrosie eenduidig te herkennen. “Het probleem is niet het gebrek aan data”, stellen de onderzoekers, “maar het gebrek aan robuuste interpretatie.” Juist daar biedt kunstmatige intelligentie nieuwe mogelijkheden.
LEREN VAN RUIS
In plaats van te proberen om omgevingsinvloeden weg te filteren of apart te meten, kozen de onderzoekers voor een andere benadering: laat een neuraal netwerk zelf leren welke patronen relevant zijn. Daarvoor ontwikkelden zij een gecombineerd deeplearningmodel, bestaande uit twee delen.
Het eerste deel gebruikt een bestaand convolutioneel neuraal netwerk (AlexNet) om automatisch kenmerken uit de radarbeelden te halen. Denk aan patronen, structuren en variaties die voor het menselijk oog nauwelijks zijn te onderscheiden. Het tweede deel – een speciaal ontworpen netwerk dat de onderzoekers Power2Net noemen – vertaalt die kenmerken naar een inschatting van het corrosieniveau van de wapening.
Belangrijk is dat het model is getraind met data uit de praktijk.
Gedurende twee jaar werden zeven betonnen brugpijlers herhaaldelijk gescand met grondradar.
In totaal ging het om ruim 3.800 B-scanbeelden, verzameld op 186 verschillende dagen, onder sterk wisselende weersomstandigheden.
Daarmee is dit een van de eerste studies waarin bij GPR-data expliciet rekening wordt gehouden met het tijdsaspect.
VIER NIVEAUS VAN CORROSIE
Om het model te trainen, werden de brugpijlers ingedeeld in vier corrosieniveaus, gebaseerd op zichtbare schade aan het betonoppervlak.
Van volledig intact (geen scheuren of roest) tot vergevorderde corrosie waarbij wapening blootligt. Die visuele classificatie fungeerde als ‘grondwaarheid’ voor het deeplearningmodel. Vervolgens leerde het systeem om de ondergrondse
radarbeelden te koppelen aan deze corrosieniveaus. Daarbij bleek het model verrassend consistent. Zelfs wanneer afzonderlijke metingen tijdelijk verstoord waren door bijvoorbeeld vocht, wist het netwerk op de langere termijn een stabiel beeld te geven van de corrosietoestand. Sterker nog: in meerdere gevallen detecteerde het systeem een geleidelijke verslechtering van de corrosieklasse, nog voordat die duidelijk zichtbaar werd aan het betonoppervlak. Dat suggereert dat het model daadwerkelijk gevoelig is voor onderliggende schadeprocessen, en niet alleen ‘meekijkt’ met zichtbare schade.
GEEN EXTRA SENSOREN NODIG
Een opvallend resultaat is dat het model geen expliciete informatie nodig heeft over omgevingscondities zoals temperatuur of luchtvochtigheid. In veel bestaande benaderingen wordt juist geprobeerd
om die factoren afzonderlijk te meten en te corrigeren. Hier blijken ze impliciet in de data te zitten – en door het neurale netwerk te worden meegewogen.
Dat heeft grote praktische voordelen. Het betekent dat langdurige monitoring mogelijk is met alleen periodieke GPR-metingen, zonder uitgebreide sensornetwerken of complexe kalibraties. Voor beheerders van infrastructuur kan dat het verschil maken tussen een experimentele techniek en een haalbare routine-inspectie.
GETOETST IN HET LAB ÉN IN HET VELD
Om te controleren of het model niet alleen werkt op velddata, maar ook daadwerkelijk corrosie herkent, werd het systeem getest op laboratoriumproeven. Drie betonnen proefstukken met bewust aangebrachte, bekende corrosieniveaus werden gescand met grondradar. Het mo-
del classificeerde deze proefstukken met een nauwkeurigheid van ruim 93 procent – en zelfs 100 procent wanneer randverstoringen buiten beschouwing werden gelaten.
Die combinatie van labvalidatie en langdurige veldmetingen maakt de studie bijzonder sterk. Het laat zien dat deep learning niet alleen ‘mooie grafieken’ oplevert, maar ook robuuste en reproduceerbare resultaten kan genereren. Misschien wel de belangrijkste implicatie is de verschuiving van momentopname naar trendanalyse. Doordat het systeem metingen over langere tijd kan combineren, ontstaat inzicht in de ontwikkeling van corrosie. Dat opent de deur naar voorspellend onderhoud: niet reageren op schade, maar anticiperen op verslechtering. Voor assetmanagers betekent dit dat onderhoud beter gepland kan worden, met minder onverwachte ingrepen en lagere levensduurkosten. Voor inspecteurs biedt het een hulpmiddel dat subjectiviteit vermindert en complexe data toegankelijker maakt.
KANTTEKENINGEN EN VERVOLGSTAPPEN
Natuurlijk zijn er ook beperkingen. Het model is getraind op een
specifiek type brug, met een specifieke radarfreqentie en meetopzet. Opschaling naar andere constructies, betonsamenstellingen en klimaatzones vereist aanvullend onderzoek. Ook blijft visuele inspectie voorlopig nodig om corrosieniveaus te labelen bij het trainen van nieuwe datasets.
Toch is de richting duidelijk. Door kunstmatige intelligentie te laten leren van échte, rommelige praktijkdata, ontstaat een instrument dat beter aansluit bij de werkelijkheid dan veel traditionele modellen. Waar beton lange tijd als ‘zwijgend’ materiaal werd gezien, laat deze studie zien dat het wel degelijk informatie prijsgeeft – mits we de juiste hulpmiddelen gebruiken om te luisteren. Deep learning verandert grondradarbeelden van lastig te interpreteren plaatjes in een doorlopend verhaal over de gezondheid van een constructie.
Dat maakt deze aanpak niet alleen technisch interessant, maar ook strategisch relevant. In een tijd waarin bruggen verouderen, budgets onder druk staan en veiligheid centraal staat, kan slimme data-analyse het verschil maken tussen reactief repareren en toekomstgericht beheren.
Trots op het werk
HOE
GALVANO
HENGELO BIJDRAAGT AAN DE BETROUWBAARHEID VAN STORMVLOEDKERING RAMSPOL
De stormvloedkering Ramspol is een uniek Nederlands waterbouwkundig kunstwerk: als enige balgstuw ter wereld sluit het automatisch de doorgang tussen het Ketelmeer en het Zwarte Meer bij extreem weer, en beschermt zo grote delen van de Noordoostpolder en Overijssel tegen overstromingen. De drie rubberen balgen vormen samen een 240 m lange en 10 m hoge barrière die in korte tijd met lucht en water kan worden opgepompt om de waterweg af te sluiten.
De betrouwbaarheid van dit systeem hangt in hoge mate af van het functioneren van mechanische onderdelen zoals geleiderollen en flensassen. Deze componenten moeten in een agressieve omgeving — continu blootgesteld aan water, vuil en zand — decennia lang probleemloos draaien. De levensduur van het hoogwaardige balgdoek is berekend tot circa 2042, maar de prestaties van de mechanica eronder worden mede bepaald door de kwaliteit van de toegepaste oppervlaktebehandelingen.
Daar speelt Galvano Hengelo een cruciale rol. Dit gespecialiseerde galvaniseerbedrijf uit Hengelo levert hoogwaardige galvanische oppervlaktebehandelingen waarmee metalen componenten — zoals de minder zwaar belaste delen van de flensassen — tegen corrosie worden beschermd. Galvano Hengelo staat bekend om zijn expertise in diverse technieken zoals galvanisch verzilveren, chemisch vernikkelen en vooral Protalloy — een zink-nikkellegering met uitzonderlijke corrosiebescherming (meer dan 1500 uur volgens de ISO 9227 NSS test).
Voor de stormvloedkering betekent dit dat zelfs onderdelen die vaak onder water staan of blootstaan aan uitdagende omstandigheden jarenlang goed beschermd blijven. De toepassing van Protalloy door Galvano Hengelo draagt er direct aan bij dat de kering ook onder extreme omstandigheden blijft functioneren zonder voortijdige slijtage. Dankzij het snelle proces en de korte levertijden — typisch binnen 3–5 werkdagen — is dit bovendien een efficiënte oplossing voor projecten met strakke planningseisen.
Rijkswaterstaat combineert deze hoogwaardige oppervlaktebehandelingen met regelmatige inspecties en onderhoud om de kering in topconditie te houden. Door de samenwerking met Galvano Hengelo zijn de mechanische componenten van Ramspol beter beschermd dan ooit, wat bijdraagt aan de veiligheid van het achterland en het vertrouwen in Nederland’s waterkeringnetwerk voor de komende decennia.
Artikel verscheen eerder in Aandrijftechniek
Beeld: Marnix van Steensel, Labrujere Middelburg
Het resultaat van de 1.000 uur durende NSS-zoutsproeitest. Links het onderdeel moet Protalloy, recht de oude variant.
Tim Florizoone (Estee):
“Hoe meer we meten, hoe duurzamer
we kunnen zijn”
Duurzaamheid, automatisering en service. Op die drie pijlers wil Tim Florizoone van Estee groeien in de Benelux. Maar de specialist in poederlakinstallaties heeft meer ambities. Binnen een paar jaar wil hij de hele Europese markt bestrijken.
“Data is de drijvende kracht achter duurzame productie”, zegt Tim Florizoone. Hij is mede-eigenaar van het Belgische Estee, en spreekt resoluut. “Data uit procescontrole biedt niet alleen inzicht in het proces, maar geeft ook direct een bijdrage aan energiebesparing en verduurzaming. Zowel bij nieuwe als bij bestaande lijnen.”
Zeven jaar geleden nam Florizoone Estee over, samen met een vennoot. Het bedrijf had vooral de Belgische en Noord-Franse markt goed in kaart. Meer en meer is het werkgebied uitgebreid naar Nederland. Dat is een van de redenen waarom het bedrijf lid is geworden van ION. Daarnaast ziet Florizoone de brancheorganisatie ook als platform om kennis te delen, zoals hij kon doen tijdens Future Surfaces op 20 november van vorig jaar. Zijn presentatie ging over ‘De poedercoatinstallatie van de toekomst’.
PLATFORM
Hoe ziet die poedercoatinstallatie van de toekomst eruit? In ieder geval duurzaam. En die duurzame blik
gaat hand in hand met automatisering. “We meten alles van de lijnen. Dat is een soort gesloten systeem van meten en verbeteren geworden: hoe meer we meten, hoe duurzamer we kunnen zijn, waarna we opnieuw meten en verduurzamen. Het versterkt zichzelf.”
Het hart is eigenlijk de software, genaamd Uni-coater. Uni-Coater is het centrale automatiserings- en IoT-platform voor poedercoatlijnen. Het platform biedt realtime inzicht in procesbeheersing, kwaliteit, energiegebruik en totale kosten, ook op afstand. De software ondersteunt datagedreven optimalisatie, koppelt coatinginstructies aan werkstukken en helpt operators consistent werken, wat cruciaal is bij de inzet van flexibel personeel. In combinatie met energiezuinige lijnontwerpen en innovatieve voorbehandeling levert het platform volgens Florizoone aantoonbare efficiëntie- en kwaliteitswinst.
“Het gaat om meten. Elke klant en elk proces is anders. Dus ook elke oplossing is anders. Daarom
moeten we continu kijken waar het optimale punt ligt, en waar de bottlenecks. Door onze lijnen te verbinden, kunnen we kosten besparen en kwaliteits- of procesverbetering realiseren. Het klinkt logisch, maar traditionele lijnen zijn nooit eerder op deze manier verbonden.”
2.0
Als software zo’n belangrijk onderdeel is, is Estee dan niet meer een softwarebedrijf dan een poedercoat-installatiebedrijf? “Ik snap de vraag. Data is king. En voorheen was in een fabriek de data verspreid tussen machines en computers. We zijn slim ingestapt met onze softwareoplossingen, door een geïntegreerde blik. Je kan zeggen dat we wat meer een 2.0-leverancier van poedercoat-installatiebedrijf zijn. Maar we zijn nog steeds een hardwareleverancier. We doen voorbehandeling, we maken cabines, we zetten lijnen op. Dat is gewoon installatiewerk. Maar de combinatie van duurzaamheid, automatisering en service tekent onze innovatieve blik.”
Waarom luchtvochtigheid olieverf sneller laat verouderen - en soms ook
weer terugdraait
Musea discussiëren al decennia over de ideale luchtvochtigheid. Niet alleen omdat een doek kan krimpen of uitzetten, maar ook omdat verf zelf chemisch verandert onder invloed van waterdamp. Nieuw onderzoek van het Rijksmuseum laat nu zien dat die chemie ingewikkelder is dan ‘hoe vochtiger, hoe slechter’. In sommige verfsystemen blijkt een deel van de schade zelfs (deels) omkeerbaar. In andere juist niet, en daar gaat de pigmentkeuze dwars doorheen.
Dat is de kern van een studie van Sander van Lith, Katrien Keune en Joen Hermans (Universiteit van Amsterdam/Rijksmuseum), die langdurige verouderingsexperimenten uitvoerden met model-olieverven onder verschillende luchtvochtigheden. Hun conclusie: water
stuurt twee gekoppelde routes in veroudering - esterhydrolyse (het ‘knippen’ van esterbindingen in de oliebinder) en oxidatie (vorming van onder meer aldehyden, ketonen en zuren). Welke route domineert, hangt sterk af van het pigment. En: in een belangrijk geval (ijzeroxide)
gedraagt hydrolyse zich als een evenwichtsreactie die mee-ademt met de luchtvochtigheid. Olieverf lijkt op het eerste gezicht een simpel mengsel: pigment + drogende olie. Maar zodra de verf droogt, verandert de olie (bijvoorbeeld lijnolie) in een complex drie-
De onderzoekers plaatsen de chemie in een overzichtelijk schema
1. Hydrolyse/condensatie-evenwicht: esters + water ↔ alcoholen + carbonzuren.
2. Oxidatie: alcoholen → aldehyden/ketonen; aldehyden kunnen verder oxideren tot carbonzuren.
4. Plus allerlei radicale zijpaden die óók zuren en oxidatieproducten kunnen opleveren.
dimensionaal polymeernetwerk. In dat netwerk blijven esterbindingen aanwezig, en precies die kunnen met water reageren (zie schema in kader).
Belangrijk detail: uit eerder werk is bekend dat olieverf relatief weinig water opneemt (in de orde van enkele gewichtsprocenten bij hoge RV). Toch blijken die kleine hoeveelheden water chemisch veel impact te hebben.
DE PROEFOPZET
Van Lith en collega’s maakten modelverffilms met lijnolie en drie representatieve pigmenten:
• Rood ijzeroxide (hematiet): bekend als katalysator voor oxidatieprocessen.
• Zinkwit (ZnO): berucht in de conserveringswereld vanwege zinkzepen en delaminatieproblemen.
• Vine black (organisch koolstofzwart): kan oxidatie tijdens droging vertragen en zo een andere netwerkstructuur opleveren.
Daarbij maakten ze ook ongepigmenteerde lijnoliefilms als referentie. De verffilms werden versneld verouderd bij 70 °C onder vier RV-condities (11, 28, 50 en 75% RV), gerealiseerd met verzadigde zoutoplossingen.
De monitoring gebeurde met ATR-FTIR: een spectroscopische methode waarmee je de aanwezigheid van bepaalde functionele groepen (zoals carbonylgroepen)
kunt volgen. Slim in dit onderzoek is dat de auteurs niet alleen ‘kijken naar pieken’, maar een kwantitatieve methode opzetten: ze fitten het carbonylgebied en schatten concentraties van groepen, met een kalibratie op mengsels van een ester (ethyllinoleate) en een carbonzuur (octaanzuur).
Daarnaast maten ze met Dynamic Vapor Sorption (DVS) hoeveel water er daadwerkelijk in de verffilm wordt opgenomen bij verschillende RV’s, zodat ‘meer reactie’ niet automatisch wordt verward met ‘meer water in de verf’.
RESULTAAT 1: BIJ HOGE RV GEBEURT ER INEENS WÉL VEEL IN LIJNOLIE
Een eerste, bijna demonstratieve test: ongepigmenteerde lijnolie (LOp) werd 83 dagen verouderd bij 70 °C, ófwel bij 11% RV óf bij 75% RV. Bij 11% RV veranderde het carbonyl-
gebied nauwelijks. Bij 75% RV was juist duidelijk zichtbaar: esterband omlaag, zuur/aldehyde/keton-band omhoog, en een verschuiving richting signalen die passen bij carbonzuren. Met andere woorden: zonder vocht blijft het chemische systeem opvallend ‘stil’, maar met vocht gaat hydrolyse én oxidatie lopen. De auteurs benadrukken daarbij een cruciaal interpretatiepunt: carbonzuren komen niet alleen uit hydrolyse, maar ook uit oxidatie (via aldehyden). Daarom moeten beide routes tegelijk worden gevolgd - en dat is precies wat hun kwantificeringsaanpak mogelijk maakt.
RESULTAAT 2: IJZEROXIDEVERF KENT EEN HYDROLYSE-EVENWICHT DAT KAN TERUGVEREN
Het meest opvallende mechanistische resultaat is zichtbaar bij ijzeroxideverf. De onderzoekers verouderden een hematietrijke
verf (R60) eerst 35 dagen bij 75% RV. Daarna verhuisden ze die film naar 28% of 11% RV (zelfde temperatuur).
WAT GEBEURDE ER?
Bij de ‘natte start’ (75% RV) neemt het aandeel zuur/aldehyde/keton (CAK) ten opzichte van esters snel toe, waarna het stabiliseert. Maar zodra de film naar een lage RV gaat, daalt de CAK/ester-verhouding weer; relatief gezien komen esters weer terug in beeld.
De interpretatie is stevig: esterhydrolyse gedraagt zich hier als een evenwicht, gestuurd door de interne waterconcentratie die weer gekoppeld is aan de externe RV. Met andere woorden: bij deze verf is hydrolyse niet per definitie een ‘oneway street’; een deel kan reversibel zijn zodra het klimaat droger wordt. Dat is relevant voor klimaatdiscussies in musea. Niet omdat vochtpieken ineens ‘veilig’ zijn – de mechanische risico’s blijven – maar omdat de chemische schade door
hydrolyse in sommige systemen mogelijk beperkt cumulatief is bij kortdurende pieken. De auteurs formuleren dat voorzichtig, maar de implicatie is duidelijk: het verfgedrag is materiaalafhankelijk en kan niet met één uniforme regel worden afgevangen.
RESULTAAT 3: ZINKWIT VERBREEKT
HET EVENWICHT - EN JAAGT
HYDROLYSE NAAR ‘VOLLEDIG’ Zodra zinkwit in beeld komt, kantelt het verhaal. In zinkwitverf (W67) zagen de onderzoekers tijdens langdurige veroudering bij 75% RV iets dramatisch: het carbonylgebied loopt uiteindelijk zodanig terug dat er na 255 dagen vrijwel geen carbonylsignaal meer over is, terwijl in de ijzeroxide- en vine black-verf wél nog esters en andere carbonylbijdragen zichtbaar blijven. Tegelijk verschijnen in het 1500–1650 cm-1-gebied duidelijke signalen van zinkcarboxylaten (zinkzepen), met later zelfs kenmerken van kristallijne ‘type A en B’-zinkzepen.
De cruciale vraag is: gebeurt dit omdat zinkwit meer water aantrekt? Het DVS-antwoord is interessant: rond ~30 dagen veroudering laat R50 (ijzeroxide) zelfs een hogere interne-naar-waterconcentratie zien dan W67, terwijl W67 veel verder gehydrolyseerd is.
Dus: het is niet (alleen) wateropname, maar vooral het chemisch ‘wegvangen’ van carbonzuren door zink. Dat haalt een reactant uit het evenwicht en trekt de hydrolyseroute steeds verder richting volledige omzetting. De auteurs bespreken dat sommige literatuur zinkoxide als katalysator noemt, maar stellen dat katalyse alleen hooguit het evenwicht sneller zou bereiken; het verklaart niet waarom W67 zo ver doorschiet. De dominante motor is complexatie: zink + carboxylaat = zinkzeep.
Voor de praktijk is dit geen academische nuance: zinkzepen hangen samen met delaminatie, exsudatie
en andere degradatieverschijnselen in moderne olieverfschilderijen (Mondriaan is in de literatuur een berucht voorbeeld, ook in de referenties van dit artikel).
RESULTAAT 4: PIGMENT BEPAALT
NIET ALLEEN HOE SNEL, MAAR OOK
WELKE ROUTE
De auteurs maken vervolgens de vergelijking over vier RV’s en drie
systemen (ongepigmenteerde olie, ijzeroxide, vine black). Het patroon:
• Ongepigmenteerde olie (LOp): stijging van CAK volgt ongeveer de daling van esters; dat wijst erop dat veel nieuwe zuren vooral uit hydrolyse komen, met sterke RV-afhankelijkheid.
• IJzeroxide (R50): CAK stijgt sterker dan esters dalen; dus naast hydrolyse speelt oxidatie een grote rol. Bovendien is de CAK-vorming relatief minder gevoelig voor RV, wat past bij een katalytische rol van hematiet in oxidatie.
• Vine black (B50): opvallend hoge CAK-concentraties bij hogere RV’s; oxidatie lijkt hier extra sterk bij te dragen, in lijn met eerdere rapporten die de auteurs noemen.
En dan nog een extra check: ze varieerden het hematietgehalte (10–60 wt%) en zagen dat de uiteindelijke CAK-concentraties op langere termijn opvallend consistent worden, onafhankelijk van pigmentconcentratie, terwijl CAK wel veel hoger ligt dan in ongepigmenteerde olie. Dat ondersteunt opnieuw het idee dat hematiet oxidatie stimuleert en dat het hydrolysevenwicht zelf niet simpelweg ‘meer pigment = meer hydrolyse’ is.
Nut voor oppervlaktetechniek
Dit onderzoek onderstreept dat luchtvochtigheid niet alleen een procesparameter is, maar een actieve chemische factor in coatingsystemen. Voor de oppervlaktetechniek is vooral relevant dat vocht esterhydrolyse en oxidatie kan versnellen of vertragen, afhankelijk van de aanwezige pigmenten en metaalionen. Pigmenten zoals ijzeroxide blijken oxidatie te stimuleren, terwijl zinkverbindingen hydrolyse onomkeerbaar kunnen maken door vorming van metaalzepen. Dat inzicht is direct toepasbaar bij de formulering van industriële coatings, bij het kiezen van pigmenten, binders en additieven, en bij het ontwerpen van droog- en opslagcondities. Het onderzoek laat zien dat coatings chemisch ‘meeademen’ met hun omgeving, en dat verkeerde combinaties van materiaal en klimaat op termijn tot degradatie kunnen leiden, zelfs zonder zichtbare mechanische schade.
CONSERVERING EN RICHTLIJNEN
Het onderzoek landt op een punt dat in de museumpraktijk herkenbaar is: uniforme klimaatregels botsen met materiaaldiversiteit. Sommige olieverven (bijv. met ijzeroxide) lijken chemisch robuuster tegen kortdurende RV-schommelingen omdat hydrolyse kan terugschakelen. Andere systemen (zinkwit) hebben een ingebouwde ‘val’: zodra carbonzuren aan zink binden, is het evenwicht weg en kan de chemie doorrollen richting metaalzepen.
De auteurs zijn eerlijk over beperkingen: 70 °C geeft versneld verouderen en kan verdamping van kleine moleculen en verhoudingen tussen reacties beïnvloeden; bovendien is het spectrumfitten een benadering (CAK is gegroepeerd, bandbreedtes zijn empirisch gekozen). Maar de trends worden ondersteund door directe spectra-observaties en door de combinatie met DVS, wat het verhaal robuust maakt.
Water is niet alleen een mechanische factor, maar een chemische regisseur die, afhankelijk van pigment, óf een omkeerbaar evenwicht aanzet, óf een onomkeerbare route naar metaalzepen opent. Daarmee wordt RV-beleid minder een kwestie van één getal, en meer een kwestie van materiaalgevoelige risicoprofielen: welke pigmenten, welke binders, welke historische samenstelling, welke schadebeelden?
Bron (open access): S. van Lith, K. Keune, J. Hermans, The effects of humidity on ester hydrolysis and oxidation in aging oil paint, Progress in Organic Coatings, 212 (2026) 109874.
Sneak preview bij TechniShow en ESEF Maakindustrie 2026:
‘Hier
komt MasterMilo’
Ricardo Vivas van Leeuwen is clustermanager Maak & Logistiek bij Koninklijke Jaarbeurs. Zijn taak is het om TechniShow organisatorisch op de rit te krijgen en te houden. Een immense klus. TechniShow, de grootste technische vakbeurs van de Benelux, speelt zich namelijk niet alleen af als de deuren van 11 tot en met 14 maart openstaan. De week daarvoor en de week erna is iedereen druk bezig met de op- en afbouw. “TechniShow en ESEF Maakindustrie geven nieuwe inzichten en mogelijk ook een kijkje in de toekomst van de maakindustrie.”
In het midden van de corridor van Jaarbeurs staat Vivas van Leeuwen even stil. De clustermanager Maak & Logistiek bij Koninklijke Jaarbeurs ademt even diep in. “Over anderhalve maand staan hier links de machines te stampen”, zegt hij. “En daar, op rechts, zal een echt werkende fabriek zijn. In totaal 22 bedrijven werken daar samen aan. Het is toch ongelofelijk hoe deze sector elkaar elke twee jaar weet te vinden en kan samenwerken.”
TechniShow is voor hem belangrijk omdat je op de beursvloer concreet kan vinden wat in de industrie gebeurt. Niet alleen is het een weerspiegeling van de industrie, maar TechniShow biedt ruimte voor dialoog, kennisdeling en perspectie-
ven op wat er gebeurt in Nederland, maar ook in de wereld.
“Dat gaat dan over bijvoorbeeld macro-economische uitdagingen, zoals importheffingen, Europese regelgeving en de druk om groener te worden. Maar ook geopolitieke uitdagingen worden hier besproken. Wat betekent de onrust in de wereld bijvoorbeeld voor ASML en defensie? Want de hele maakindustrie krijgt dit op zijn bordje. Ik denk dat TechniShow en ESEF laten zien dat de hele keten moet samenwerken.”
FABRIEK
Vivas van Leeuwen loopt door de lege hallen en praat als een reisgids. “TechniShow bestaat dit jaar 75 jaar. In die driekwart eeuw heeft
het zich flink ontwikkeld. Natuurlijk zijn er vaste waardes, die TechniShow tot TechniShow maken. Ik zag onlangs een filmpje van vroeger en toen al stonden er grote machines in de hallen. Dat blijft een belangrijk element van de beurs. Maar we hebben na de laatste editie ook bij de exposanten en bezoekers gevraagd hoe we TechniShow toekomstbestendig en relevant houden. Het antwoord op die vraag zie je nu al terug op de beursvloer.”
Hij vertelt over de fabriek van de toekomst, die in 10 komt te staan. Daar nemen 22 bedrijven de bezoeker mee in een echte fabriek, die live draait tijdens de beurs. In 2024 was er al een eerste versie van te zien op TechniShow, en op EMO in
Hannover vorig jaar stond versie 2.0, maar nu is de professionaliteit van de Factory of the Future nog meer toegenomen.
Een volgende stop maakt hij bij de plek waar ESEF Maakindustrie komt. Voorheen werd deze beurs op het gebied van toelevering, productontwikkeling en engineering aan de andere kant van Jaarbeurs – wel gelijktijdig – gehouden. Nu is deze plek voor innovatieve productietechnieken, slimme materialen en efficiente automatiseringsoplossingen middenin TechniShow geplaatst. Volgens Vivas van Leeuwen toont het de kracht van de keten, maar ook dat intensieve samenwerking tussen productietechnologie op TechniShow en toelevering op ESEF Maakindustrie onafwendbaar is.
TOEKOMST
“We zijn ook op zoek naar Young Talents”, gaat Vivas van Leeuwen verder. In hal 10 is een plein opgezet
waar enthousiaste en gemotiveerde talenten zich bezig kunnen houden met hun eigen programma. “Een tipje van de sluier: er komt een actief programma, waarin je leert hoe je zowel soft skills als hard skills in je communicatie kan inzetten. Nog een preview? MasterMilo, de bekende influencer, is voor, tijdens en na TechniShow betrokken. Wat hij precies gaat doen? Dat merken de bezoekers wel.”
En passant wandelt hij langs de plek waar in maart het hoofdtheater verrijst. Op dinsdag 10 maart vindt daar om 12 uur de opening plaats. Elke dag zal er een ander thema zijn en komt er een bijpassende spreker. Zo staat de halfgeleiderindustrie centraal op dinsdag. En is de woensdag bijvoorbeeld gereserveerd voor Green Manufacturing. Op donderdag staat de Fabriek van de Toekomst centraal. Defensie neemt die plek op vrijdag in.
“Het belangrijkste is dat TechniShow en ESEF Maakindustrie niet alleen een verzameling is van stands. Het is een netwerkbijeenkomt, een mogelijkheid om met elkaar in contact te komen en te blijven.
Dat je hier weggaat met nieuwe inzichten en mogelijk een kijkje in de toekomst van de maakindustrie hebt gekregen.”
Meer informatie: www.technishow.nl/technishow-2026 www.maakindustrie.nl
Themapleinen
Tijdens ESEF Maakindustrie en TechniShow 2026 staan vier themapleinen centraal, elk met een eigen focus en toekomstvisie. Laat je inspireren door de nieuwste ontwikkelingen in de maakindustrie en ontdek hoe deze jouw werkveld raken. Bezoek de pleinen en ervaar hoe de toekomst van techniek eruitziet!
FPT FABRIEK VAN DE TOEKOMST
Slimme, geautomatiseerde productieoplossingen voor de maakindustrie van morgen. Voor productie & operations, engineers, smart industry en innovatie.
• Digitalisering, automatisering en data-integratie.
• Connected machines, robotica en AI-toepassingen.
• Concrete oplossingen voor efficiëntere en duurzamere productie.
FPT DEFENSIE PLEIN
Innovatie en samenwerking voor een veiligere wereld. Voor engineers & technici, R&D & innovatie, maritiem & luchtvaart en supply chain.
• Inzichten in de defensieketen en maritieme/ luchtvaarttoepassingen.
• Samenwerking met OEM’s en 1-tier suppliers.
• Technologieën met maatschappelijke impact voor veiligheid en zelfstandigheid.
FPT SEMICON PLEIN
De complete hightechketen van de semicon-industrie op één plek. Voor hightech industrie, engineers, supply chain en innovatie.
• Chipproductie & precisieassemblage.
• Hightech maakprocessen en supply chains.
• Interactieve displays en visuele storytelling.
GREEN MANUFACTURING PLEIN
Duurzame productieprocessen voor een toekomstbestendige maakindustrie. Voor productie & operations, engineers & technici, R&D & innovatie, leveranciers groene materialen.
• Praktijkvoorbeelden van groen staal en duurzame productiemethoden.
• Demo’s van meetoplossingen, digitale tools en groene materialen.
• Inzicht in wetgeving (CBAM) en OEM-eisen die impact hebben op de keten.
Buitenlandse media
Noël Ruijters scant de buitenlandse bladen. De belangrijkste ontwikkelingen noteert hij in deze rubriek. Voor deze editie nam hij het december- en januarinummer van het Journal für Oberflächentechnik door.
PAINT EXPO VERWACHT
EXPOSANTEN UIT 26 LANDEN
Van 14 tot en met 17 april 2026 presenteren middelgrote bedrijven in de industriële coatingtechnologie, innovatieleiders en wereldwijde marktleiders hun producten en diensten op Paint Expo in Karlsruhe. Het aandeel internationale exposanten bedraagt ruim 50% en bereikt volgend jaar een recordniveau. De ticketshop voor Paint Expo 2026 is nu geopend op: www.paintexpo.de/tickets.
NATLAKKEN
Wanneer een concertvleugel wordt gemaakt bij Steinway & Sons in Hamburg, komen vakmanschap en hightech samen. Niet alleen de klank speelt een centrale rol bij deze indrukwekkende klavierinstrumenten, maar ook het uiterlijk. Het gietijzeren frame in de vleugel is een essentieel onderdeel; het draagt de enorme spanning van de snaren, die tot wel 20 ton aan trek- en drukkrachten kan omvatten. En niet te vergeten: het bepaalt in belangrijke mate de esthetische aantrekkingskracht van het hele instrument. Dit
massieve frame wordt bronskleurig gelakt. De pianofabrikant optimaliseert het lakproces met behulp van Ion-7, de stikstoftechnologie van Kamatec. Het meerlaagse laksysteem moet een hoge kleurdiepte en glans bereiken, terwijl het ook permanent hechtend en gelijkmatig vloeit, ondanks de complexe geometrie en thermische massa van het onderdeel. Tegelijkertijd moet het tijdrovende schuurproces na het aanbrengen van de primer worden verkort en de doorvoersnelheid van het spuiten worden verhoogd zonder afbreuk te doen aan de oppervlakteafwerking. In plaats van conventionele perslucht genereert het systeem tijdens het spuitproces sterk gezuiverde, gedroogde stikstof en levert deze aan het spuitpistool, op een gedefinieerde temperatuur. “We zochten een oplossing die niet alleen vocht zou elimineren, maar ook het aanbrengen van verf soepeler en nauwkeuriger zou maken”, aldus Benjamin Janda, Teamleider Gietplaten EMEA. “Ion-7 was de logische keuze.” Na een korte installatiefase – het systeem was in minder dan twee uur gebruiksklaar – begon
de testreeks. De eerste spuitproeven lieten een aanzienlijk homogenere verneveling, een gladder spuitpatroon en een gelijkmatigere verfstroom zien. www.kamatec.com
LAKKEN
Uitstekende mechanische eigenschappen, maximale weerbestendigheid en een breed kleurenpalet voor een steeds veranderend aanbod staan hoog in het vaandel bij Puky GmbH & Co. KG, een gerenommeerde fabrikant van loopfietsen, driewielers en fietsen. Om dit te bereiken, vertrouwen ze op poedercoatings en de diensten van een specialist in industriële coatings. De producten moeten bestand zijn tegen de realiteit. De eerste fiets van een kind wordt immers niet met fluwelen handschoenen behandeld door peuters, schoolkinderen of tieners. Hij staat vaak buiten, onder alle weersomstandigheden, en valt meer dan eens op het harde asfalt. De voertuigfabrikant betrekt poedercoatings in 38 kleuren van Brillux Industrielack, gevestigd nabij Unna. Het belangrijkste coatingproduct, Universal Polyester Powder 5940, is, net als alle Brillux-poedercoatings, geformuleerd met labelvrije verharders om de gezondheid van de verwerkers te beschermen, en voldoet aan hoge kwaliteitseisen. “Natuurlijk voldoet deze polyesterpoedercoating ook aan de Europese norm EN 71 voor veilig kinderspeelgoed.” Puky maakt ook gebruik van andere diensten van Brillux, zoals trainingen voor medewerkers over specifieke verfonderwerpen. www.brillux-industrielack.de
Noël Ruijters is directeur van Bâton Adviesgroep
Onder de oppervlakte
Wat gebeurt er in de wetenschappelijke wereld als het gaat om oppervlaktetechniek? De redactie van OT spit door de internationale wetenschappelijke literatuur, op zoek naar relevante artikelen. We verwerken de literatuur en schrijven er nieuwsverhalen van. Wilt u het originele artikel lezen? Gebruik de QR-code om op de betreffende website te komen.
Houtbescherming geïnspireerd door de lotusplant
Hout is geliefd om zijn natuurlijke uitstraling, maar blijft kwetsbaar voor vocht, slijtage en veroudering. Traditionele beschermlagen, zoals oliën en lakken, bieden slechts beperkte bescherming of veranderen het uiterlijk van het materiaal. Onderzoekers van de Oostenrijkse BOKU University laten nu zien dat het ook anders kan: met een ultradunne, transparante coating op basis van gemodificeerde nanocellulose.
In hun studie beschrijven zij een houtcoating die is geïnspireerd op het zogenoemde lotuseffect. Lotusbladeren zijn extreem waterafstotend dankzij een combinatie van microscopische ruwheid en een lage oppervlaktespanning. Door cellulose nanokristallen chemisch te modificeren, weten de onderzoekers dit effect na te bootsen op houtoppervlakken.
De gebruikte nanocellulose wordt verkregen uit katoen en vervolgens behandeld met vetzuurketens, waardoor het materiaal waterafstotend wordt. Deze deeltjes worden in zeer lage concentraties op hout gespoten. Het resultaat is een vrijwel onzichtbare coating die het natuurlijke uiterlijk van het hout behoudt, maar waterdruppels duidelijk beter afstoot dan conventionele olie-afwerkingen.
Metingen tonen aan dat water op het behandelde hout een contacthoek van ongeveer 125 graden bereikt; aanzienlijk groter dan bij onbehandeld hout en zelfs groter dan bij lijnolievernissen. Tegelijk blijven de kleur en glans van het hout vrijwel onveranderd. Ook na mechanische slijtagetests behoudt de coating een groot deel van zijn waterafstotende werking.
Opvallend is vooral de efficiëntie: de beschermlaag bestaat uit minder dan twee gram materiaal per vierkante meter en bevat geen extra bindmiddelen. Daarmee laat het onderzoek zien dat duurzame, biobased houtbescherming niet alleen milieuvriendelijk kan zijn, maar ook esthetisch aantrekkelijk en functioneel robuust. Verdere tests moeten uitwijzen hoe de coating zich gedraagt onder langdurige blootstelling aan zonlicht en weersinvloeden.
Bron: Bio-inspired transparent, hydrophobic, and mechanically stable wood coating by cellulose nanocrystals Nina Straub et al., Progress in Organic Coatings (2026)
Onder de oppervlakte
Zelfherstellende coating beschermt offshore windmolens tegen corrosie
Corrosie is een van de grootste vijanden van offshore windturbines. Zout water, hoge luchtvochtigheid en beperkte onderhoudsmogelijkheden zorgen voor hoge kosten en risico’s gedurende de levensduur van installaties. Onderzoekers van Xiamen University presenteren nu een multifunctionele polyurethaancoating die zichzelf kan herstellen én uitzonderlijke corrosiebescherming biedt.
De coating combineert meerdere zogenoemde ‘dynamische bindingen’ in één polymeerstructuur. In het materiaal zijn zwavel-zwavelverbindingen, waterstofbruggen en Diels-Alder-structuren geïntegreerd. Deze bindingen kunnen onder invloed van warmte tijdelijk verbreken en zich daarna opnieuw vormen. Daardoor kan het materiaal scheurtjes en beschadigingen autonoom herstellen, zonder extra reparatiemateriaal.
Een tweede innovatie zit in de toevoeging van gemodificeerd hexagonaal boornitride, een tweedimensionaal nanomateriaal met hoge thermische geleidbaarheid. Dit vulmateriaal versnelt het zelfherstelproces en versterkt tegelijk de mechanische eigenschappen van de coating. Microscopische beelden in het artikel laten zien hoe krassen binnen enkele uren bij verhoogde temperatuur verdwijnen.
De prestaties zijn indrukwekkend. De coating behaalt een treksterkte van ruim 20 MPa en een zeer hoge taaiheid, terwijl beschadigingen voor circa 90 procent herstellen na vier uur verhitting. In corrosietests presteert het materiaal uitzonderlijk goed: zelfs na 28 dagen onderdompeling in zout water blijft de elektrische impedantie extreem hoog, een belangrijke indicator voor langdurige corrosiebescherming.
Volgens de onderzoekers is vooral de synergie tussen zelfherstel, mechanische sterkte en barrièrewerking van belang. Het boornitride verlengt het diffusiepad van water en zoutionen, terwijl het zelfherstellende netwerk voorkomt dat kleine defecten uitgroeien tot corrosiehaarden. Daarmee biedt de coating perspectief voor duurzamere bescherming van offshore windparken en andere maritieme staalconstructies.
Bron: Self-healing polyurethane coatings with multi-dynamic bonds: Fabrication and applications
Aihua Tang et al., Progress in Organic Coatings 213 (2026)
Van giftige verf naar slimme structuren: de stille revolutie in antifouling
Aangroei van algen, mosselen en bacteriën op scheepsrompen en offshore constructies is een hardnekkig probleem. Biofouling verhoogt de weerstand van schepen, leidt tot extra brandstofverbruik en versnelt corrosie. Decennialang werd dit bestreden met giftige antifoulingverven, maar die aanpak loopt tegen harde grenzen aan. De nieuwste review in Progress in Organic Coatings laat zien hoe de sector zich noodgedwongen opnieuw uitvindt.
Tot 2008 waren coatings op basis van tributyltin (tbt) de norm. Ze werkten uitstekend, maar bleken funest voor het mariene ecosysteem. Ook latere biociden, zoals cybutryne, zijn inmiddels verboden. De maritieme industrie moest daardoor versneld op zoek naar alternatieven die zowel effectief als ecologisch acceptabel zijn.
De auteurs schetsen drie hoofdroutes. De eerste is foul release: extreem gladde coatings met lage oppervlaktespanning, waardoor organismen zich wel hechten, maar bij vaart weer loslaten. De tweede route richt zich op eiwit- en biofilmresistentie, vaak met hydrofiele of zwitterionische polymeren die een waterlaag vormen waar organismen geen grip op krijgen. De derde en meest veelbelovende benadering is die van bio-inspired design. Daarbij wordt gekeken naar natuurlijke voor-
beelden: lotusbladeren met hun waterafstotende microstructuren, haaienhuid met ribbelpatronen, of koraal dat zowel chemisch als fysiek aangroei afweert. Door micro- en nanostructuren, slimme polymeercombinaties en zelfs zelfherstellende systemen te combineren, ontstaan coatings die meerdere functies tegelijk vervullen: antifouling, corrosiebescherming en slijtvastheid.
Opvallend is de opkomst van geavanceerde productietechnieken zoals laser-micromachining, additive manufacturing en datagedreven ontwerp met behulp van machine learning. Daarmee verschuift antifouling van ‘giftige verflaag’ naar hoogwaardig surface engineering-vraagstuk. De conclusie is helder: duurzame antifouling vraagt niet om één wondermiddel, maar om slimme, multifunctionele systemen waarin natuur, chemie en maakindustrie samenkomen.
Bron: Sustainable antifouling coating technologies for the maritime industry: An evolutionary overview Anirban Chakraborty et al., Progress in Organic Coatings 212 (2026)
Nieuwe leden
Polymer Europe
Avenue de Cortenbergh 71 Brussel, Belgie
T. +32 2 732 41 24 info@pceu.eu polymercomplyeurope.eu
Westland Coating Naaldwijkseweg 6 Wateringen
T. 0174 257 006 info@westlandcoating.nl westlandcoating.nl
ESTEE Coating Solutions
Ambachtenlaan 17 Meulebeke, Belgie
T. +32 9 388 54 10 info@estee-cs.com www.estee-cs.com
Wiltec BV
Industrielaan 24, Uden
T. +31(0)413 24 44 44 sales@wiltec.nl www.wiltec.nl
Proton Coatings
Hoofdweg 177R, Zegveld
T. 06 4200 1038
info@protoncoatings.nl www.protoncoatings.nl
Wij heten deze nieuwe leden van harte welkom binnen onze vereniging!
Overzicht geslaagden
4e kwartaal 2025
Vereniging ION cursussen
ANODISEREN DEEL 1
Dhr. Y. van der Zwaan (Hegin Metalfinishing bv)
CONSTRUCTIESCHILDER
Dhr. J. Levering, dhr. D. Jurgens (Kuurman Noord bv)
GALVANISEREN DEEL 2
Dhr. P. Butselaar, dhr. P. Vrijenhoek (Haveman Edelmetaal bv)
INSPECTIE STAALCONSERVERING
Dhr. E. Klijn (Quemey Metaalindustrie bv)
Dhr. M. Sijsens (Shipcoat bv)
Dhr. T. Giljam (Geuze Metaal Conserven bv)
IN-HOUSE CONTROL MEDEWERKER
Dhr. R.M. Catijn, De heer M. Oosterveen (Coatinc de Meern bv)
Dhr.r S. de Munk (M.T.C. Poeder Coating bv)
Dhr. D. Fens (CP Phenolics bv)
Colofon
Vaktijdschrift voor opdrachtgevers, constructeurs, ontwerpers, applicateurs van oppervlaktetechnieken, verfdeskundigen, onderhoudsfunctionarissen en corrosiedeskundigen. Officieel orgaan van de vereniging Industrieel Oppervlaktebehandelend Nederland (ION). Verschijnt acht maal per jaar in een oplage van circa 2.500 exemplaren.
Redactie
Jetvertising (hoofdredactie), Henk van Beek (hoofdredacteur), Bas Roestenberg (eindredactie)
Abonnementsprijs: € 89,50, digitaal abonnement: € 44,75. Een abonnement kan ieder moment ingaan per de 1e van de maand en wordt genoteerd tot wederopzegging. Een opzegging voor het abonnement dient vóór 1 december bij Vereniging ION in bezit te zijn, om op te kunnen zeggen voor het eerstvolgende abonnementsjaar. Een aanmelding/ opzegging kan gestuurd worden per e-mail naar info@vereniging-ion.nl of post naar Vereniging ION, Postbus 2600, 3430 GA Nieuwegein. Bij een niet-tijdige opzegging wordt het abonnement automatisch met een jaar verlengd tegen het daarvoor geldende tarief.
Oppervlaktetechnieken is een uitgave van Jetvertising in opdracht van de vereniging Industrieel Oppervlaktebehandelend Nederland (ION), www.vereniging-ION.nl.
Copyright 2025 Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd en/of openbaar worden gemaakt door middel van druk, fotokopie, microfilm of welke andere wijze dan ook, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever. De uitgever, vereniging ION en de bij deze uitgave betrokken redactie en medewerkers aanvaarden geen aansprakelijkheid voor mogelijke gevolgen die zouden kunnen voortvloeien uit het gebruik van de in deze uitgave opgenomen informatie. ISSN 0923-1722
Onderstaande preferred partners zijn u graag en vakkundig van dienst
Kijk voor alle ION leden op vereniging-ion.nl/bedrijvenregister Uw bedrijf in dit brancheregister? Voor informatie over een vermelding in het brancheregister kunt u contact opnemen met Robbin Hofman (robbin@jetvertising.nl) of Yorick Roodenburg (yorick@jetvertising.nl) tel: 070 399 00 00
T. +31(0)78 613 96 10 info@apeqwiwa.nl / www.apeqwiwa.nl
VERFSPUITAPPARATUUR
Apeq Wiwa bv
T. +31(0)78 613 96 10 www.apeqwiwa.nl / info@apeqwiwa.nl
CAP Industrial bv
T. +31(0)10 437 47 37 info@cap-industrial.nl / www.cap-industrial.nl
Euromat Nederland bv
T. +31(0)78 613 96 10 info@apeqwiwa.nl / www.apeqwiwa.nl
Limar Techniek
T. +31(0)78 622 75 44 info@limartechniek.nl
Preferred partners
Rasco Verfspuitapparatuur
T. +31(0)10 437 01 66 info@rasco-clemco.nl / www.rasco-clemco.nl
Technospray Spuitapparatuur
T. +31(0)168 382 111 info@technospray.nl / www.technospray.nl
Wiltec bv
T. +31(0)413 244 444 sales@wiltec.nl / www.wiltec.nl
VERWERKING AFVALSTROMEN
Vecom Group bv
T. +31(0)10 593 02 99 info@vecom-group.com www.vecom-group.com
VOORBEHANDELINGSINSTALLATIES
Atotech bv
T +31(0)30 240 90 10 sales.nl@atotech.com / www.atotech.com
Belmeko bv
T. +32 (0)50 831 183 www.belmeko.be
Emotech bv
T. +31(0)53 430 1500 info@emotech.nl / www.emotech.nl
WATERBEHANDELING
Enviro Chemie bv
T. +31(0)23 534 54 05 sales-benelux@envirochemie.com www.envirochemie.nl
WERPSTRALERS
Airblast bv
T. +31(0)72 571 80 02 info@airblast.com / www.airblast.com
SOLOAN bv
T. +31(0)184 630 014 info@soloan.nl / www.soloan.nl
Cellmark
T. +32(0)9 218 71 80 / F. +32(0)9 233 08 31 metals.benelux@cellmark.com www.wheelabratorgroup.com
YACHT FINISHING SPRAY EQUIPMENT
Apeq Wiwa bv
T. +31(0)78 613 96 10 info@apeqwiwa.nl / www.apeqwiwa.nl
Hevami Oppervlaktetechniek
T. +31(0)413 376 602 www.straalinstallaties.nl
Holland Mineraal bv T. +31(0)570 621 161 www.hollandmineraal.nl info@hollandmineraal.nl
Limar Techniek
T. +31(0)78 622 75 44 info@limartechniek.nl
Rösler Benelux bv Reggestraat 18 5347 JG OSS
T +31(0)412 646 600 rosler-nl@rosler.com / www.rosler.com
Kijk voor alle ION leden op vereniging-ion.nl/bedrijvenregister
Uw bedrijf in dit brancheregister?
Voor informatie over een vermelding in het brancheregister kunt u contact opnemen met Robbin Hofman (robbin@jetvertising.nl) of Yorick Roodenburg (yorick@jetvertising.nl) tel: 070 399 00 00
INNOVATIEVE METAALVOORBEHANDELING
Thema’s in 2026
Maart
Voorbehandelen: chemisch, ultrasoon stralen
DECORRDAL 900-serie dunnelaagtechnologie
Fosfaatvrij
Vanaf kamertemperatuur toepasbaar
Goede lakhechting
Minimale slibvorming
Nano keramisch
Mini-Scuid, meet- en regelapparaat
Constante monitoring van de procesparameters
Data log via computersysteem
Moeiteloos in te stellen grenswaarden
Diverse alarmsignalen mogelijk
Instellingen van doseringen online te volgen en aan te passen
www.kluthe.com
Mei
Functionele coatings + dunne deklagen
Juni
Conversielagen
September
Natlakken en poedercoaten
November
Meet- en regeltechniek + Staalconstructies + Hightech oplossingen
December (E-Magazine)
Eindejaar overzicht en vooruitblik op 2027
Interesse?
Voor nadere informatie en/of het reserveren van advertentieruimte kunt u contact opnemen met Yorick Roodenburg van Jetvertising b.v.