
Akoestische ventilatie aan drukke verkeersas

VDH realiseert BREEAM
Excellent distributiecentrum in Oude-Tonge
![]()

Akoestische ventilatie aan drukke verkeersas

VDH realiseert BREEAM
Excellent distributiecentrum in Oude-Tonge
Duurzaamheid & Energiegids Jaargang 4 | Editie 1 |

Nieuwe regels brandveiligheid en de gevolgen voor houten gevelsystemen

Glendyne zonnelei: esthetiek en energieopwekking

Slimme kabeldoorvoer op plek van dakpan maakt zonnepanelen veiliger













TONZON Vloerisolatie













Pas op dat je niet over de hond struikelt!
TONZON maakt woningen & gebouwen comfortabeler, energiezuiniger en gezonder om in te leven. Met innovatieve isolatieoplossingen die het milieu minimaal belasten, dragen we bij aan een toekomst waarin circulaire isolatie de standaard is.
TONZON isolatie met impact - www.tonzon.nl








Redactie
NBD Magazine is een print en online uitgave van Jetvertising b.v., onder redactie van Nederlandse Bouw Documentatie en De HandelsCourant.
Uitgever
Jetvertising b.v.
Tiendweg 12
2671 SB Naaldwijk
Tel. +31 (0)70 - 399 00 00 directie@jetvertising.nl
13 Renoveren naar frisse en toekomstbestendige gebouwen
14 Akoestische ventilatie aan drukke verkeersas
19 VDH realiseert BREEAM Excellentdistributiecentrum in Oude-Tonge 23 Glendyne zonnelei: esthetiek en energieopwekking
26 Nieuwe regels brandveiligheid en de gevolgen voor houten gevelsystemen
31 Sunshield introduceert verticale zonwerende lamellen
39 Slimme kabeldoorvoer op plek van dakpan maakt zonnepanelen veiliger
43 In dichtbevolkt Nederland zijn groendaken steeds noodzakelijker
Kort Nieuws
Gebouwde omgeving Nederlandse Bouw Documentatie (NBD-Online) redactie@jetvertising.nl
Industrie
De HandelsCourant (HC) redactie@jetvertising.nl
Persberichten info@jetvertising.nl
Vormgeving MSU
Nikkelstraat 1C 8211 AJ Lelystad
Advertenties
Jetvertising b.v. Tiendweg 12 2671 SB Naaldwijk
Tel. +31 (0)70 - 399 00 00 rob@jetvertising.nl
Niets uit deze uitgave mag worden overgenomen, gekopieerd of hergebruikt zonder uitdrukkelijke toestemming

Het hergebruik van grondstoffen in de bouwsector is aan een opmars bezig in Noord-Holland Noord en in de Metropoolregio Amsterdam (MRA). Zo is de eerste fase van de samenwerking in de Circulaire Deal Secundaire Bouwmaterialen Noord-Holland Noord afgerond met mooie resultaten; 31 circulaire sloopprojecten uitgevoerd of in voorbereiding. Voor 19 projecten zijn al doorrekeningen van kosten gemaakt, en hieruit blijkt dat circulair slopen gemiddeld bijna 5% goedkoper is dan een traditionele aanpak.
Sinds de ondertekening van de Circulaire Deal Secundaire Bouwmaterialen in beide regio’s maken overheden, woningcorporaties, bouwbedrijven, slopers en specialisten werk van circulair slopen. Oftewel: het oogsten van waardevolle materialen bij het ontmantelen van gebouwen. Dit zijn belangrijke stappen richting een circulaire bouwsector.
Er is gewerkt aan het vervolg van de deal in Noord-Holland Noord en
de afgelopen maanden breidde de samenwerking zich verder uit met nieuwe partijen in de MRA. Onlangs tekenden de gemeenten Purmerend en Landsmeer, Drexx Sloop, Circollab, Lagemaat, Hemubo, Hillen & Roosen, Re-use, MET Groep, Verwol en Green Business Club Zaanstad de Circulaire Deal MRA. Evenals Kesselaar & Zn. en Boy Limmen, die ook al actief betrokken waren bij de deal in Noord-Holland Noord. Daarmee komt het totaal aantal ondertekenaars in
beide regio’s gezamenlijk op 93 partijen. Esther Rommel, gedeputeerde Circulaire economie: “Wat begon in 2023 met een groepje pioniers is nu uitgegroeid tot een samenwerking met partijen in Noord-Holland Noord en de Metropoolregio. En daar blijft het niet bij. De circulaire deal krijgt nu ook navolging in andere regio’s maar ook internationaal is er interesse. Wat mij zo aanspreekt is dat het echt een samenwerking is van marktpartijen en overheden. Wij als provincie stimuleren en faciliteren maar het zijn de deelnemende partijen die de circulaire deal vormen, waarmaken en verder brengen.”
ZICHTBARE RESULTATEN IN PROJECTEN
De bouwsector in Nederland is verantwoordelijk voor maar liefst 50% van
het grondstoffenverbruik en een aanzienlijke CO2-uitstoot. Het hergebruik van grondstoffen wordt in deze sector nog onvoldoende benut. Overheden, woningcorporaties, slopers, bouwbedrijven en specialisten in hergebruik werken binnen de Circulaire Deal samen aan het oogsten en opnieuw inzetten van waardevolle materialen die vrijkomen bij sloopprojecten. Sinds de start van de samenwerking in Noord-Holland Noord (2024) zijn er 31 circulaire sloopprojecten uitgevoerd of in voorbereiding, en zijn er ruim 75 sloopprojecten waar de mogelijkheid voor circulair slopen wordt verkend. In de MRA regio, die in november 2025 officieel van start is gegaan met de eerste 48 partijen, worden de eerste
potentiële circulaire sloopprojecten nu opgehaald.
De groei van de Circulaire Deal en de betrokkenheid van de aangesloten partijen maakt het mogelijk om niet alleen ervaringen te delen, maar ook de effecten van circulair slopen inzichtelijk te maken. Er zijn doorrekeningen van projecten gemaakt en milieu-impactanalyse uitgevoerd. Deze tonen aan dat circulair slopen niet alleen milieuwinst oplevert maar vaak ook financieel aantrekkelijker is. De resultaten worden in belangrijke mate bepaald door de waarde van de materialen in een gebouw en door een zorgvuldige inventarisatie vooraf, waarin deze materialen vóór de sloop
goed in beeld worden gebracht.
Naast deze inhoudelijke inzichten draagt ook onafhankelijke toetsing bij aan de kwaliteit en betrouwbaarheid van circulair slopen. De Stichting Veilig en Milieukundig Slopen (SVMS) hebben een verificatieregeling waarbij circulaire sloopprojecten onafhankelijk worden getoetst door certificatie-instellingen. Van de 100 projecten die in Nederland inmiddels zijn geverifieerd, is circa 20% afkomstig van partijen uit de Circulaire Deal Noord-Holland Noord. Daarmee heeft de regio zich de afgelopen jaren duidelijk als koploper neergezet.
Het Rijksvastgoedbedrijf (RVB) stelt de eisen van het programma Schoon en Emissieloos Bouwen (SEB) verplicht voor alle bouw- en onderhoudsprojecten. Dat betekent dat bedrijven vanaf nu 30 tot 70 procent van alle werkzaamheden emissieloos moeten uitvoeren.
In 2030 jaar wil het Rijksvastgoedbedrijf (RVB) vrijwel geen dieselmachines meer zien op de bouwplaats. Stapsgewijs werkt het RVB naar dat doel toe. Voor deze overgang naar zero-emissie bouwmaterieel scherpte het RVB in mei 2025 al de aanbestedingseisen aan. Alle bouwen renovatieprojecten boven de 5,5 miljoen euro moesten voor minimaal 30 procent zonder uitstoot worden uitgevoerd.
VERSNELLEN
Die grens van 5,5 miljoen euro heeft te maken met Europese aanbestedingsregels en kwam er in de praktijk op neer dat – in geld uitgedrukt – meer dan de helft van al het aanbestede werk voor minimaal 30 procent zonder emissies moest worden uitgevoerd. Dat gaat het RVB
nu uitbreiden naar al het aanbestede werk. ‘We willen graag versnellen’, zegt Noah Baars die bij het RVB het programma Schoon en Emissieloos Bouwen onder zijn hoede heeft. ‘We hebben in Nederland gezegd dat we de stikstof willen reduceren. Daarvoor moet elke sector, dus ook de bouw, zijn bijdrage leveren. Daarom zetten wij in op emissieloos bouwen. En zero-emissie zorgt niet alleen voor reductie van stikstofuitstoot, maar ook van CO2, fijnstof en geluidsoverlast. Er zijn dus veel voordelen om bouw en onderhoud emissieloos uit te voeren.’
Al deze eisen drijven de kosten op. Zero-emissie bouwen is nu namelijk vaak nog prijziger dan bouwen met diesel. De extra kosten vergoedt

het RVB met een verhoging van één procent van het bouwbudget. Opdrachtnemers krijgen er maximaal nog één procent bij als al het ingezette bouwmaterieel zero-emissie is. Die extra inzet om 100 procent zero-emissie te behalen, beloont het RVB bovendien met een bonus van 0,1 procent van de inschrijfsom. Na 2028 scherpt het RVB de eisen verder aan. Het RVB wil de markt blijven uitdagen om gezamenlijk de transitie naar nul uitstoot maken. Uiteindelijk moet de bouwplaats in 2030 emissievrij zijn.
Foto: door RVB, Jarno Kraayvanger..

Drie consortia maken kans op ontwerp, bouw, financiering, onderhoud en facilitaire diensten van de marinierskazerne Kamp Nieuw-Milligen. Eind 2027 kiezen Defensie en het Rijksvastgoedbedrijf (RVB) het winnende consortium.
‘Voor deze aanbesteding was veel belangstelling vanuit de markt’, zegt Jan Mutsaers van het RVB. De locatie die is aangewezen als nieuwe standplaats voor het Korps Mariniers is Kamp Nieuw-Milligen, vlakbij Apeldoorn. Daar is ruimte voor de nieuwe kazerne van de mariniers en het ondersteunend personeel. In totaal ongeveer 2.250 personen.
De drie consortia zijn: Markant B.V. i.o. Invesis Coöperatie U.A. en de combinatie KMOK (Korps Mariniers Operationele Kazerne). Bestaande uit: Macquarie Asset Holdings Limited, Kaan Architecten B.V., Oosterhoff Projects B.V., ISS Nederland B.V., DVP B.V.
DIALOOGFASE
‘Nu de keuze is gemaakt en nadat het veiligheidsonderzoek naar de drie geselecteerde partijen is afgerond, begint de dialoogfase’, zegt Mutsaers. ‘Voor de partijen die niet zijn geselecteerd bestaat nog de mogelijkheid om bezwaar te maken.’ De uiteindelijke gunning is naar verwachting eind 2027. ‘De realisatie van de nieuwe kazerne voor het Korps Mariniers voeren wij uit in opdracht van Defensie. Wij leggen tijdens de dialoogfase uit wat onze vraag is. Een dialoog gaat natuurlijk twee kanten op. De gegadigden kunnen mij en mijn team vragen stellen. Het doel is dat zij duidelijkheid krijgen over alle aspec-
ten zodat zij een ontwerp kunnen maken dat functioneel en veilig is. En dat past in de omgeving. Hoe het ontwerp er precies uit moet komen te zien, weten we nog niet. Er is geen blauwdruk voor de beste kazerne. We willen zoveel mogelijk kwaliteit voor een zo gunstig mogelijke prijs.’
DBFMO
Om dat doel te bereiken hebben Defensie en het RVB gekozen voor een zogeheten Design, Build, Finance, Maintain en Operate-contract (DBFMO). ‘Het RVB heeft dan slechts met één opdrachtnemer te maken waarin alle benodigde kennis en kunde verenigd is en die voor het geheel verantwoordelijk is’, aldus Mutsaers. ‘In een DBFMO-contract is de opdrachtnemer verantwoordelijk voor ontwerp, bouw, financiering, onderhoud en exploitatie. Naarmate de bouw
vordert, betaalt het RVB een deel van de kosten voor bouw in termijnen. De financier van de opdrachtnemer heeft er dan belang bij dat het project op schema blijft en dat de leningen voor de bouw telkens op tijd terugbetaald worden. Dat is een prikkel om binnen budget en planning te blijven.’
De verwachting is dat het DBFMO-contract creativiteit zal losmaken. ‘De ervaring die wij met deze geïntegreerde contracten hebben, is dat de markt met oplossingen komt waar je zelf niet aan had gedacht. Een ontwerpende of uitvoerende partij kijkt op een andere manier naar eisen, voorwaarden, beperkingen en kansen.’ In de marktconsultatie voor dit project bleek dat bedrijven aanhikken tegen risico’s waar zij geen invloed op kunnen hebben of die ze nauwelijks kunnen overzien.
‘Daarvoor heeft het RVB een aantal maatregelen genomen. De indexering van de bouwkosten wordt bijvoorbeeld vergoed. En als het niet tijdig rond krijgen van een omgevingsplan de bouw vertraagt, zal het Rijk de daaruit voortvloeiende kosten betalen.’
ONBEKENDE RISICO’S
‘In de dialoogfase, die naar verwachting in de zomer begint, kunnen alle vragen en onduidelijkheden opgehelderd worden’, vervolgt Mutsaers. ‘De vraag is natuurlijk welke risico’s er zijn die wij nog niet gezien hebben. In de dialoogfase kunnen we die bespreken.’ De drie partijen maken vervolgens een ontwerp waar ze een tegemoetkoming in de inschrijvingskosten voor krijgen wanneer ze een geldige inschrijving indienen. Eind 2027 selecteren Defensie en het RVB, op basis van de beste prijs-kwaliteitverhouding, wie de kazerne mag gaan bouwen. De bouw zal naar verwachting eind 2031 afgerond zijn en vanaf 2032 kan het Korps Mariniers de nieuwe thuisbasis in gebruik nemen.
Foto: door Ministerie van Defensie
Onder de Hofvijver komt een Warmte-Koude-Opslag (WKO) waarop het Binnenhof wordt aangesloten. De WKO is een initiatief van Energierijk Den Haag, een samenwerkingsverband tussen de gemeente Den Haag, de provincie Zuid-Holland en het Rijksvastgoedbedrijf.
Met de WKO wordt het Binnenhof straks vrijwel geheel zelfvoorzienend in warmte en koeling. Daarmee zet het Rijksvastgoedbedrijf een grote stap in het verduurzamen van dit historische complex, dat straks nauwelijks nog afhankelijk is van externe energiebronnen. Dat is bijzonder, omdat het Binnenhof bestaat uit monumentale gebouwen die lastig te verduurzamen zijn. In de panden is veel tocht en warmteverlies, wat efficiënt verwarmen en koelen extra uitdagend maakt. Juist een WKO-systeem is hiervoor geschikt, omdat het met relatief weinig energie grote volumes kan verwarmen en koelen.
RENDEMENT
Het rendement van een WKO-systeem is erg hoog. Dat betekent dat er minder fossiele energie nodig is en de CO2-uitstoot aanzienlijk afneemt. Naast het Binnenhof worden ook andere gebouwen van het Rijksvastgoedbedrijf op de WKO aangesloten. In ieder geval het Staalcomplex aan
de Lange Vijverberg en mogelijk ook het Mauritshuis en het Kabinet van de Koning.
De aanleg van de WKO is om logistieke redenen gekoppeld aan de renovatie van het Binnenhof, maar is een initiatief van Energierijk Den Haag. De WKO wordt ook via dit samenwerkingsverband bekostigd. Het tijdelijke werkgebied op de Hofvijver wordt voor de aanleg van de WKO aangepast en uitgebreid. De komende tijd worden omwonenden, ondernemers en andere betrokkenen geïnformeerd over de plannen en de werkzaamheden. Tegelijkertijd worden de voorbereidingen getroffen voor de aanvraag van de benodigde vergunningen. De werkzaamheden starten naar verwachting eind 2026 en duren tot de zomer van 2028.
Foto: door RVB. De Hofvijver met WKO en aansluitingen: in rood de warmteopslag, in blauw de koudeopslag..

Een goed functionerende gevelconstructie vraagt om doordachte ventilatie. Door een continue natuurlijke luchtstroom achter de gevelbekleding mogelijk te maken, worden vochtophoping en condensatie effectief voorkomen. Dit is essentieel voor het behoud van constructieve kwaliteit en materiaalprestaties op lange termijn. Het ventilatieconcept waarborgt deze luchtcirculatie zonder zichtbare ventilatieroosters in het gevelbeeld. Hierdoor
blijft het ontwerp intact en gaan esthetiek en functionaliteit hand in hand.
Het ventilatieconcept is ontwikkeld als compleet systeem van ventilatieprofielen en voldoet aan de wettelijke bouwvoorschriften. De profielen zijn geschikt voor uiteenlopende montagesituaties, waaronder horizontale en verticale toepassingen, ventilatie onder kozijnen of langs dakranden en overstekken. Dankzij de systeemopbouw beschikken

Het Keralit Ventilatieconcept van Heering is een innovatieve en duurzame oplossing voor natuurlijke spouwventilatie achter Keralit gevelbekleding. Het ventilatieconcept speelt in op de groeiende behoefte aan gebouwschillen die niet alleen esthetisch en onderhoudsarm zijn, maar ook bijdragen aan lange levensduur, vochtbeheersing en betere bouwprestaties. De nieuwsbrief van NBD-Online

verwerkers over één totaaloplossing. Voorboren is met het ventilatieconcept van Keralit niet langer noodzakelijk en alle componenten zijn op elkaar afgestemd. Dit beperkt de kans op uitvoeringsfouten, versnelt de montage én verhoogt de bouwkwaliteit.
Effectieve spouwventilatie draagt direct bij aan het behoud van materiaalkwaliteit en de structurele integriteit van gevelsystemen. Door te voldoen aan de voorwaarden voor goede ventilatie worden onderhouds- en renovatie-intervallen verlengd. Dat resulteert in lagere levensduurkosten en een verminderde milieubelasting, belangrijke factoren binnen duurzaam bouwen. Het Keralit Ventilatieconcept is gebaseerd op jarenlange expertise in kunststof gevelbekleding en sluit aan bij de toenemende vraag naar bouwoplossingen die zowel technisch als duurzaam presteren.
Voor meer informatie over het ventilatieconcept zie: www.keralit.nl/ventilatie
Verschijnt 48 maal per jaar Vol productnieuws en innovaties.
Meld je nu aan voor een kosteloos abonnement door een e-mail te sturen naar info@nbd-online.nl en blijf het hele jaar op de hoogte.



Binnen de bouw- en infrasector wordt hergebruik van materialen steeds belangrijker. Ook bij Dura Vermeer zetten ze vol in op circulair bouwen. Veiligheid, wet- en regelgeving en technische voorschriften stellen daarbij duidelijke kaders. Het project PHS Nijmegen laat zien dat hergebruik van materialen op grote schaal mogelijk is, zonder concessies te doen aan veiligheid en kwaliteit.
De komende jaren is Dura Vermeer in opdracht van ProRail aan de slag met het toekomstbestendig maken van station Nijmegen. Binnen de railprojecten van Dura Vermeer is niet eerder op deze schaal gewerkt met hergebruikte materialen. Deze stap is mogelijk dankzij de aanleg van het nieuwe opstelterrein op emplacement Nijmegen. De sporen op dit terrein zijn geen zogenoemde hoofdsporen en worden daardoor minder zwaar belast. Dit biedt ruimte om hergebruikte spoorstaven en dwarsliggers toe te passen. Deze materialen zijn afkomstig van andere railprojecten binnen Dura Vermeer.
Van de in totaal 9.233 benodigde dwarsliggers, bestaat 66 procent uit hergebruikte liggers. Van de 14.051 spoorstaven is 57 procent opnieuw ingezet. Daarnaast zijn vier eerder gebruikte wissels toegepast op het opstelterrein. Dit zorgt voor een aanzienlijke reductie van CO2-uitstoot.
Ook zet het bedrijf materialen tijdelijk in om ze na afloop weer beschikbaar te maken voor hergebruik op andere projecten. Een goed voorbeeld hiervan is het koper dat vrijkomt uit de oude bovenleidingsportalen. Dit wordt niet afgevoerd als afval, maar omgesmolten en
opnieuw toegepast. Ook klikbuizen, die worden gebruikt om kabels en leidingen tijdelijk te beschermen, worden op andere projecten hergebruikt.
Hergebruik beperkt zich niet tot het spoor zelf. Binnen het project werken ze met een gesloten grondbalans. Grond die vrijkomt bij werkzaamheden wordt op een andere plek binnen het project opnieuw gebruikt. Zo wordt de uitgegraven grond bij de voorbouwlocatie weer gebruikt bij de bouw van het nieuwe perron. Op deze manier hoeft er geen grond te worden af- of aan-
gevoerd. Dat leidt tot minder transportbewegingen, minder uitstoot en minder hinder voor de omgeving.
Veiligheid en kwaliteit staan voorop Hergebruik biedt duidelijke voordelen. Het is duurzamer dan het produceren en transporteren van nieuwe materialen en vaak ook kostenefficienter, zeker wanneer materialen al in eigen bezit zijn. Tegelijkertijd is hergebruik niet in alle situaties mogelijk. Materialen moeten voldoen aan strenge kwaliteitseisen en geschikt zijn voor een veilige en langdurige toepassing.
Met het project PHS Nijmegen zet Dura Vermeer een belangrijke stap in het verder verduurzamen van railprojecten en laten ze zien hoe circulair werken in de praktijk vorm krijgt.
Foto: door Dura Vermeer


Subtiele accenten in de nieuwe verlichting brengen de unieke architectuur en sfeer van het Binnenhof complex tot leven. Dit is goed te zien bij de gebouwen van de Eerste Kamer en het ministerie van Algemene Zaken aan de Hofvijver. De gebouwen worden vanaf de kades en het eiland in de Hofvijver met projectoren aangelicht, waardoor een zachte sluier van licht ontstaat. De gerichte belichting zorgt ervoor dat de gevels nauwkeurig worden uitgelicht en de lichtvervuiling minimaal is.
De nieuwe verlichting maakt gebruik van energiezuinige led-technologie. Hierdoor daalt het energieverbruik aanzienlijk en wordt lichtvervuiling beperkt. Overdag valt de techniek nauwelijks op, waardoor het historische aanzicht van het Binnenhof behouden blijft.
GEZONDE LEEFOMGEVING
Bij het ontwerp is uitvoerig ecologisch onderzoek uitgevoerd, onder meer naar de aanwezigheid en het vlieggedrag van vleermuizen rond het Binnenhof. Door precies afgebakende lichtbundels en zorgvuldig gekozen lichtsterktes blijft het nachtelijk leefgebied van deze beschermde diersoort zo goed mogelijk ongemoeid. Zo draagt de nieuwe verlichting niet alleen bij aan de uitstraling van het complex, maar ook aan een gezonde leefomgeving voor mens en dier.
Studio DL ontwikkelde het lichtontwerp voor het Binnenhof in nauwe samenwerking met Karres en Brands, BiermanHenket, de Architekten Cie., Merk X, WDJArchitecten en het Rijksvastgoedbedrijf.
Foto: door RVB, Jaap Lotstra. Zicht op het Binnenhof vanaf de Korte Vijverberg. De verlichting staat hier op maximale sterkte, het uiteindelijke lichtbeeld is subtieler.

EXCELLENTE LUCHT PAST OVERAL











Dit nieuwe ventilatietoestel met warmteterugwinning (WTW) combineert een slim design met goede prestaties en is speciaal ontwikkeld om optimaal gebruik te maken van beperkte ruimte.

Met de kWh meters van Eastron leveren wij u betrouwbare meetoplossingen direct uit voorraad en met de juiste ondersteuning.
Neem contact met ons op voor meer informatie: info@kwhmeter.nl +31-6-45737811
Of ga naar www.kwhmeter.nl
Direct uit voorraad leverbaar
SPECIFICATIES
• 1, 2 of 3 fase 100A, -/5A i.c.m. Stroomtrafo’s of Rogowski Coils
• Meet kWh Kvarh, KW, Kvar, KVA, P, F, PF, Hz, dmd, V, A, etc.
• Bidirectionele meting, import en export
• RS485 Modbus, TCP




De onderwijssector biedt nog veel kansen voor verduurzaming. Het is een uitdaging voor veel bestaande onderwijsbestuurders om hun panden te renoveren naar frisse en toekomstbestendige gebouwen.
Het Programma van Eisen Frisse Scholen dient als leidraad voor opdrachtgevers van nieuw- en verbouw van scholen (schoolbesturen en gemeenten) bij het realiseren van energiezuinige en gezonde scholen. De kwaliteit van het binnenmilieu in scholen heeft een effect op de gezondheid, leerprestaties en functioneren van leerlingen en onderwijzend personeel. Bij ver- en nieuwbouwplannen is het dus belangrijk vooraf eisen te stellen aan het ontwerp van het gebouw en de installaties om een zo goed mogelijk binnenmilieu te realiseren. Daarbij is ook een laag energiegebruik essentieel, waarmee ook de exploitatiekosten beheersbaar kunnen blijven.
Bij nieuwbouw of renovatie is het belangrijk om al in een vroeg stadium eisen te formuleren voor het ontwerp van het gebouw en de installaties. De maatregelen kunnen dan nog in het ontwerp worden geïntegreerd en zo kunnen kosten worden bespaard. Het uiteindelijke doel is een zo gezond, comfortabel en energiezuinig mogelijke school binnen het beschikbare budget.
Het programma biedt scholen, gemeenten en hun adviseurs een duidelijk kader om de binnenmilieuprestaties van onderwijsgebouwen te verbeteren. Het PvE beschrijft prestatie-eisen voor onder andere ventilatie, luchtkwaliteit, thermisch comfort, energiegebruik en akoestiek. Daarmee helpt het niet alleen bij renovatie of nieuwbouw, maar ook bij het formuleren van ambities en het realiseren van een duurzaam en
gezond leerklimaat.
Door dit programma te gebruiken kunnen betrokken partijen gerichter sturen op kwaliteit, voldoen aan actuele inzichten en regelgeving, én zorgen dat het gebouw aansluit bij de behoeften van leerlingen en personeel. Het Programma van Eisen Frisse Scholen 2025 sluit tevens aan bij bredere verduurzamingsdoelen binnen het maatschappelijk vastgoed.
Het Programma van Eisen Frisse Scholen is een publicatie van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO), opgesteld in opdracht van het ministerie van Volkshuisvesting en
Ruimtelijke Ordening. Het programma is te vinden en te downloaden op de website van RVO.
https://www.rvo.nl/onderwerpen/ verduurzaming-utiliteitsbouw/maatschappelijk-vastgoed/onderwijsgebouwen-po-en-vo

Aan de drukke Purmersteenweg in Purmerend is het Posthuys project gerealiseerd. Met een slimme combinatie van akoestische ventilatiesystemen werd een oplossing gevonden voor zware geluidsbelasting - zonder in te boeten op ventilatie-efficiëntie. Stille ventilatie aan drukke verkeersaders is geen utopie.
Aan de rand van het centrum van Purmerend rijst een indrukwekkend voorbeeld van stedelijke vernieuwing op. Waar ooit het gezoem van sorteeractiviteiten van PostNL de boventoon voerde, huizen nu moderne appartementen honderden bewoners. Maar de ligging aan de drukke Purmersteenweg stelde een uitdaging: hoe creëer je een oase van rust terwijl het verkeer letterlijk voor de deur voorbijraast? DUCO bedacht een slimme ventilatiestrategie met inachtneming van comfort, stilte en regelgeving.
We brengen maar liefst 90 % van onze tijd binnenshuis door. Bij slechte akoestiek hebben bewoners snel last van vervelende geluiden die van alle kanten kunnen komen - van het verkeer buiten tot de ventilatie binnen. Dit heeft een directe invloed op ons functioneren: verhoogde hartslag, stress, hoofdpijn en verminderde concentratie zijn slechts enkele gevolgen.
Onderzoek toont keer op keer aan dat slechte akoestiek een direct negatief effect heeft op de gezondheid.
Voor de bewoners van Posthuys Purmerend, waar het verkeer 24/7 voorbij dendert, was dit cruciaal. Een goede akoestiek zorgt niet alleen voor optimale concentratie en verminderde vermoeidheid, maar ook voor betere prestaties en algemeen welzijn.
Richard Daelman, projectleider, vertelt: “We zitten hier direct aan een drukke weg. Dat betekent dat we qua geluidswering niets aan het toeval konden overlaten - ook niet bij de toevoer van verse lucht”. In nauw

overleg met De Jong & Roos en BMN werd gekozen voor een doordachte combinatie van ventilatieroosters. De zelfregelende, geluiddempende systemen bieden uitstekende akoestische prestaties zonder in te boeten op ventilatie-efficiëntie.
Voor situaties met zware geluidsbelasting werd de DucoMax ZR suskast ingezet. Deze robuuste oplossing is specifiek ontwikkeld voor hoogbouw en zwaar geluidsbelaste omgevingen. Met vier verschillende inbouwdieptes en een actief sluitende aluminium klep die fluittonen voorkomt, biedt de DucoMax ZR uitstekende wind- en waterdichtheid gecombineerd met superieure geluidsdemping.
Waar compacte oplossingen volstonden, werd gekozen voor de MiniMax ZR. Dit ‘onzichtbare’ susrooster is ideaal voor lichte geluidsbelasting en kan perfect worden gecombineerd met de DucoMax ZR. Door het identieke binnenaanzicht en dezelfde inbouwmethode ontstaat een harmonieus geheel dat zowel functioneel als esthetisch overtuigt.
Het project kende zijn eigen complexiteit. Jos de Moel, installateur, legt uit: “Er waren veel verschillende types appartementen. Dat vroeg om grondige voorbereiding. Elk appartement hebben we vooraf doorgerekend en voorzien van het juiste rooster met bijbehorend bouwnummer en ruimteaanduiding. Zo wist onze montageploeg precies wat waar moest.” Oorspronkelijk stond in het technisch rapport een ander type rooster vermeld, maar in gezamenlijk overleg werd gekozen voor de DUCO-oplossing. “Zo konden we de sparingen uniform houden, wat de installatie aanzienlijk vereenvoudigde,” aldus De Moel.
Met ruim 500 geplaatste ventilatieroosters, verdeeld over binnen- en buitengevels, toont het Posthuys project aan dat stille ventilatie aan drukke verkeersaders geen utopie




is. Het is het resultaat van slimme productkeuzes, zorgvuldige planning en vakkundige uitvoering. Het voormalige sorteercentrum van PostNL is uitgegroeid tot een mo-
dern wooncomplex waar bewoners kunnen genieten van comfort, stilte en gezond binnenklimaat - ondanks de drukke ligging.

In het hart van het centrum van Dieren zet de organisatie van Sporthal Theothorne zich in om sport en beweging voor alle inwoners toegankelijk te maken. Door de installatie van de groene gevel van Sporthal Theothorne is de sporthal niet alleen een plek voor beweging, maar draagt deze nu ook actief bij aan een groenere en gezondere omgeving. Deze groene gevel sluit perfect aan bij de visie: het versterken van vitaliteit en recreatie, met oog voor duurzaamheid.
Jan Woltering, Senior Technisch Adviseur bij het team Vastgoed
& Facilitair bij gemeente Rheden, vertelt over de verduurzaming van sporthal Theothorne. “Het project combineert onderhoudswerkzaamheden met ons plan om de sporthal gasloos te maken en de versteende omgeving te vergroenen.” MobiPanel speelt hierin een sleutelrol. “We geven het gebouw een vriendelijkere uitstraling en verbeteren de biodiversiteit in de omgeving.” Hoewel de gevel net is geplaatst, zijn de eerste reacties positief. “De uitvoerende partijen vinden het prachtig en het effect op de omgeving is nu al zichtbaar.”
DE GROENE GEVEL VAN SPORTHAL THEOTHORNE ALS VOORBEELD VAN DUURZAAMHEID
Het team van Technical Support van Mobilane speelt een cruciale rol bij elk project. Voorafgaand aan de montage van het MobiPanel-systeem stelt het technische team altijd een gedetailleerd beplantingsplan op. Hierbij wordt rekening gehouden met de ligging en oriëntatie van het gebouw, zodat de planten optimaal kunnen groeien en bloeien. Door nauwkeurig te kijken naar factoren zoals zonlicht, windrichting en schaduwwerking, wordt ervoor
gezorgd dat de juiste plantsoorten worden geplaatst.
DE BASIS VOOR EEN
PRODUCTIEVE SAMENWERKING
Rik van Laar, Teamleider WAM & Van Duren Zakelijk, benadrukt de succesvolle samenwerking tijdens de installatie van de groene gevel bij sporthal Theothorne. “Onze opdrachtgever ontwerpt het project waarbij de groene gevel, met het MobiPanel-systeem, een belangrijk onderdeel is.” De montage verloopt soepel en volgens plan. “De voorgekweekte planten worden goed aangeleverd en bij onverwachte
situaties wordt er snel geschakeld. De samenwerking met Mobilane verloopt prettig en efficiënt.”
NATUURLIJKE ESTHETIEK
RONDOM DE SPORTHAL
Voor de groene gevel van sporthal Theothorne, die maar liefst 269 vierkante meter beslaat, is gekozen voor een zorgvuldig geselecteerde mix van plantensoorten die zowel esthetisch aantrekkelijk zijn als goed bijdragen aan de biodiversiteit: Carex oshimensis ‘Evergreen’, Lonicera nitida ‘Maigrun’, Vinca minor en Alchemilla mollis. Deze soorten bieden een gevarieerde

textuur en kleur, waardoor de gevels een levendig en dynamisch uiterlijk krijgen gedurende het hele jaar. Dankzij de modulaire opbouw met verwisselbare plantcassettes kunnen verschillende planten optimaal gedijen, wat de gevel een duurzame en natuurlijke uitstraling geeft.
Met de groene gevel van Sporthal Theothorne ontstaat er een levendig geheel dat naadloos opgaat in de omgeving en tegelijkertijd de ecologische waarde van het gebied versterkt.

































































Aliplast levert duurzame aluminium gevelsystemen voor toekomstbestendige nieuwbouw van de nieuwe logistieke hub voor VDH in Oude Tonge. Marc Mulders, Salesmanager bij Aliplast, vertelt hoe de aluminium profiel producent al jaren werkt aan het verminderen van haar CO2 footprint, waardoor zij ook bijdragen aan het halen van het BREEAM Excellent niveau.









In oktober 2025 startte VDH Company met de bouw van een nieuw distributiecentrum in Oude-Tonge. Een ontwerp van Den Hollander Bouwadvies en Ontwerp. De oplevering staat gepland voor eind 2026. Op deze locatie worden de afdelingen transport, douane en een deel van de droge logistiek gecentraliseerd. Met de nieuwbouw zet VDH nadrukkelijk in op schaalvergroting, procesoptimalisatie en duurzaamheid. Het nieuwe pand wordt gerealiseerd
volgens het BREEAM Excellent-keurmerk. Daarmee onderstreept VDH haar ambitie om niet alleen logistiek efficiënt te opereren, maar ook toekomstbestendig en milieubewust te bouwen.
Voor de realisatie werkt VDH samen met een sterk consortium van partners: GOLDBECK Nederland verzorgt de vastgoedrealisatie, Risto Bouwmanagement is verantwoordelijk voor advies en bouwmanagement, Barth Installatietechniek tekent voor
de installaties, stow Group levert de magazijnstellingen en geautomatiseerde opslagsystemen en Aliplast verzorgt de aluminium kozijnsystemen. De gevelbouw is in handen van verwerker Vierboer Gevelbouw.
Voor Aliplast is het project in Oude-Tonge meer dan een leverantie. “Dit is echt een partnership”, zegt Marc Mulders, Sales Manager Ne-




derland bij Aliplast. “De aannemer is GOLDBECK, de gevelbouwer is Vierboer, en wij leveren de systemen. In zo’n traject werk je intensief samen om technische en esthetische keuzes goed op elkaar af te stemmen.” Aliplast ontwikkelt en produceert aluminium systeemoplossingen voor ramen en deuren. De verwerker, Vierboer, maakt op basis van deze systemen de daadwerkelijke kozijnen. “Wij zitten in de keten op systeemniveau of toeleverancier. Dat betekent dat we meedenken over prestaties, detailleringen en statische eisen, zodat de verwerker optimaal kan produceren en monteren.”
Een belangrijk aandachtspunt binnen dit project is de voorzetconstructie voor esthetische zonwering, met zowel horizontale- als verticale lamellen. Hoewel deze elementen niet uit Aliplast-profielen zijn opgebouwd, heeft de aanwezigheid ervan wél invloed op de achterliggende
gevelconstructie.
“Er is uitgebreid gekeken naar de statica”, licht Mulders toe. “We hebben bewust gekozen voor zwaardere profielen dan strikt noodzakelijk. Daarmee creëren we voldoende reserve in de achterconstructie, zodat de partij die de voorzetgevel realiseert daarop kan aansluiten.”
Door vroegtijdig rekening te houden met deze aanvullende belasting, wordt het risico op latere aanpassingen of versterkingen geminimaliseerd. “Dat is typisch zo’n onderdeel waar samenwerking het verschil maakt.”
Voor de buitengevel is gekozen voor geïsoleerde aluminium raamen deursystemen. Het toegepaste profiel kan glasdiktes tot 68 mm accommoderen. In dit project is gekozen voor een configuratie met MC Wall-gevelsystemen en 75 ramen en deuren.
De aluminium elementen zijn uitgevoerd in RAL 7012, inclusief schar-
nieren en zichtbare onderdelen. Voor de draaikiepramen is gekozen voor onzichtbaar beslag, wat extra eisen stelt aan detaillering.
“In ons systeem kan, net als bij iedereen, zowel zichtbaar als onzichtbaar beslag toegepast worden zonder aanpassing. Echter is wel van belang dat er gekeken wordt naar de detaillering van de afwerking zoals vensterbanken of muurafwerking (stucwerk). Dit is eenvoudiger wanneer men werkt met onze onzichtbare scharnieren.”
Wat Aliplast onderscheidt, is de mate van verticale integratie binnen de organisatie. Het bedrijf maakt deel uit van de internationale Corialis-groep, maar opereert met sterke regionale hubs.
“Wij hebben op meerdere locaties in Europa eigen extrusiefaciliteiten én eigen poedercoatinstallaties”, vertelt Mulders. “Dat betekent dat wij zelf aluminium billets inkopen, profielen extruderen, thermisch isoleren en poedercoaten, allemaal binnen onze

eigen, lokale, organisatie.”
Deze integratie levert meerdere voordelen op:
• Minder transportbewegingen
• Snellere doorlooptijden
• Directe kwaliteitscontrole
• Flexibiliteit in kleur- en profielaanpassingen
• “Veel concurrenten hebben bijvoorbeeld geen eigen lakkerij, of die zit tientallen kilometers verderop. Bij ons vindt dat proces op dezelfde locatie plaats. Dat scheelt transport, CO₂-uitstoot en tijd.”
In een tijd waarin milieuprestatieberekeningen zoals EPD’s en LCA’s steeds zwaarder wegen, is dat een relevante factor. “Elke transportkilometer telt mee in de berekeningen. Doordat wij processen bundelen, reduceren we automatisch emissies.”
LANGE GARANTIE OP COATING
Een ander direct gevolg van de eigen poedercoatfaciliteiten is de uitgebreide garantie. Aliplast biedt, afhankelijk van kleur en toepassing, lakgaranties tot zelfs 25 jaar.
“Wij staan achter ons proces omdat we het volledig beheersen”, aldus Mulders. “In de markt is tien jaar gangbaar. Wij kunnen daar in veel gevallen overheen gaan.”
Hij vergelijkt het onderhoud van aluminium kozijnen met autolak. “Als je een auto regelmatig wast en onderhoudt, blijft de lak langer mooi. Voor aluminium kozijnen geldt hetzelfde. Afhankelijk van het milieu adviseren wij twee tot vier reinigingsbeurten per jaar. Dat verlengt de kleurechtheid van de lak aanzienlijk, de laklaag wordt niet slechter van vuiligheid, wel esthetisch minder mooi.
Binnen het BREEAM Excellent-traject speelt circulariteit een belangrijke rol. Aluminium is daarbij een materiaal met sterke papieren: het is oneindig recyclebaar zonder kwaliteitsverlies.
Aliplast heeft hiervoor het eigen Alu Loop-programma opgezet. “Sinds vorig jaar halen wij oud aluminium terug bij onze verwerkers”, legt Mulders uit. “Dat kan zaagafval zijn, maar ook complete kozijnen uit renovatieprojecten.”
Het ingezamelde aluminium wordt via een vaste partner omgesmolten en opnieuw als billet geleverd voor extrusie. “Voor kozijnprofielen wordt in principe één legering gebruikt. Dat maakt hoogwaardige recycling relatief eenvoudig.”
Belangrijk uitgangspunt is dat schroot binnen Europa blijft. “Veel aluminium verdwijnt naar markten buiten Europa. Door actief in te zamelen, houden wij de grondstof in de keten. Dat sluit perfect aan bij duurzaamheidsdoelstellingen zoals BREEAM.”
Voor Aliplast is het project in Oude-Tonge een voorbeeld van hoe integrale samenwerking leidt tot een kwalitatief en duurzaam eindresultaat.
“VDH is een grote logistieke speler
met meerdere distributiecentra in Zuidwest-Nederland. Dat zij kiezen voor BREEAM Excellent onderstreept hun ambitie. Wij zijn trots dat wij daar met onze systemen aan mogen bijdragen.”
Ook de samenwerking met de bouwpartners wordt nadrukkelijk gewaardeerd. “Met GOLDBECK en Vierboer werk je met partijen die begrijpen dat je elkaar nodig hebt. Techniek, esthetiek en duurzaamheid komen samen in zo’n project.”
Volgens Mulders zit de meerwaarde vooral in het gezamenlijke traject. “Wij leveren niet alleen profielen in de juiste kleur. We denken mee over statica, detaillering, circulariteit en onderhoud. Dat maakt het verschil tussen een standaardproject en een toekomstbestendige oplossing.”
Foto’s: door Goldbeck Nederland
Het nieuwe distributiecentrum in Oude-Tonge wordt ontwikkeld volgens het BREEAM Excellent-keurmerk. Dit betekent onder meer: Hoge energie-efficiëntie
• Beperking van CO₂-uitstoot
• Gebruik van duurzame en recyclebare materialen
• Aandacht voor waterbeheer en biodiversiteit
• Gezonde werkomgeving voor gebruikers De aluminium gevelsystemen van Aliplast dragen bij aan deze score door: Thermisch geïsoleerde profielen
• Lange levensduur en onderhoudsarm karakter
• Hoge mate van recyclebaarheid
• Beperkte transportbewegingen door geïntegreerde productie
• Mogelijkheid tot terugname en hergebruik via Alu Loop
Met de nieuwbouw in Oude-Tonge zet VDH een belangrijke stap in haar verdere groei. Dankzij de integrale samenwerking tussen opdrachtgever, bouwpartners en systeemleveranciers ontstaat een logistieke hub die niet alleen efficiënt, maar ook duurzaam en circulair is ontworpen










brandklasse B haalt, kan na enkele jaren of zelfs sneller, terugvallen naar een lagere classificatie. Voor grote projecten is dat een onacceptabel scenario.
“Het probleem is bovendien praktisch. Een gevel die al gemonteerd is, kan niet eenvoudig opnieuw worden geïmpregneerd. In theorie bestaan er systemen waarbij periodiek een afwerkingslaag wordt aangebracht om uitloging tegen te gaan, maar bij duizenden vierkante meters is dat organisatorisch en financieel vaak onwenselijk. Daarnaast worden de effecten van veroudering hierbij niet tegengegaan.” Daarom verwacht Van Gessel dat sommige behandelde producten de verouderingstest niet zullen doorstaan.
GENOEG MOGELIJKHEDEN
BINNEN BRANDKLASSE B EN D
Toch betekent dit niet dat houten gevels hun toekomst verliezen. Binnen brandklasse D zijn de mogelijkheden relatief ruim. Met de juiste houtsoorten en een geteste systeemopbouw zijn er voldoende oplossingen beschikbaar voor particuliere woningbouw.
Van Gessel: “Bij brandklasse B wordt het spannender, maar ook daar zijn alternatieven. Wij werken onder meer met systeemoplossingen waarbij onbehandeld hardhout, het circulaire ‘Forestlines’ systeem, wordt gecombineerd met aluminium tussenprofielen. Door die combinatie als geheel te testen, kan brandklasse B worden behaald zonder chemische toevoegingen en tal van variaties in uitstraling. Het vraagt wel om een nauwkeurige afstemming van alle onderdelen van de gevel. Voor grotere projecten kan bovendien een aanvullende projecttest worden uitgevoerd. “Wanneer een
Eden B.V. richt zich op het midden- en hogere segment van de bouwmarkt. Dat varieert van luxe villabouw tot semi-openbare gebouwen en seriematige utiliteitsprojecten. Het bedrijf levert projecten van 10 m² tot +5000 m² en verzorgt montage in eigen beheer
architect een specifieke uitstraling wenst die nog niet exact getest is, kan binnen de planning van het project een aparte brandtest worden georganiseerd. Dat is kostbaar en niet zinvol voor kleine werken, maar bij grote villa’s of utiliteitsgebouwen biedt het perspectief. Eenmaal getest, kan de documentatie ook bij toekomstige vergelijkbare projecten worden ingezet. Zo blijven er nog tal van alternatieven over voor de liefhebbers van de houten gevelafwerking.”
Brandveiligheid is niet alleen een kwestie van materiaalkeuze, maar ook van montage. De ventilatiespouw achter een houten gevel is essentieel voor de duurzaamheid van het hout, maar vormt brandtechnisch een aandachtspunt. Aluminium brandwerende tussenprofielen spelen daarom een steeds grotere rol in brandklasse B-oplossingen. Dez beperken branddoorslag via de spouw en maken het mogelijk om het systeem als geheel te classificeren.
Open gevelbekledingen, waarbij tussen de planken zichtbare open voegen aanwezig zijn, blijken lastiger te testen. Esthetisch zijn ze populair, maar brandtechnisch vragen ze om extra aandacht. Dat vraagt om innovatieve bevestigingssystemen en detaillering.
Eden B.V. ziet duidelijke esthetische trends. Verticale gevelbekleding met variërende plankbreedtes, een zogenoemd barcodeprofiel, is sterk in opkomst. De combinatie van warme houtuitstraling en strakke, moderne architectuur spreekt veel opdrachtgevers aan. Binnen die trend probeert het bedrijf brandvei-

ligheid en ontwerpambitie met elkaar te verenigen.
Waar veel leveranciers zich beperken tot productverkoop, positioneert Eden B.V. zich nadrukkelijk als
tot ongeveer 1000 m². Bij grotere gelijktijdige projecten wordt samengewerkt met een netwerk van vaste partners.
Duurzaamheid speelt daarbij een centrale rol. De voorkeur gaat uit naar oplossingen waarbij natuur-
lijke eigenschappen van hout worden benut, zonder zware chemische behandelingen. Tegelijkertijd wordt pragmatisch gekeken naar wat technisch en wettelijk haalbaar is.
Door: Ronald van Bochove
De energietransitie vraagt om innovatieve oplossingen, óók op het hellende dak. Maar wie werkt met natuurleien weet dat esthetiek en techniek niet altijd vanzelf samengaan. Grote, opbouwzonnepanelen verstoren het ritme van een leidak en zijn op monumenten vaak zelfs uitgesloten. Met de introductie van de innovatieve ‘Glendyne zonnelei’ brengt BDS Leikon daar verandering in. Directeur Jules Bogaerts, zijn compagnon Chris Oortjes, mede-eigenaar van BDS Leikon en communicatiemanager Rik Brunsveld vertellen over het gebruiksvriendelijke product dat de leidekker gewoon kan meedekken.
De nieuwe zonnelei is ontwikkeld op basis van de Canadese Glendyne-lei en sluit naadloos aan bij de maatvoering, textuur en uitstraling van deze hoogwaardige natuursteen. De ontwikkeling van de zonnelei kwam niet uit het niets. Bogaerts: “De Engelse vertegenwoordiger van Glendyne was op zoek naar een esthetisch passend PV-systeem voor zijn leien. In samenwerking met het Belgische bedrijf Smartroof werd een bestaand Frans systeem doorontwikkeld.”
“Het oorspronkelijke product was bedoeld voor Franse leien,” legt Oortjes uit. “Wij hebben het verder verfijnd zodat het qua formaat, kleur en uitstraling perfect past bij de Glendyne-lei.”
De zonnelei heeft dezelfde lengte als een reguliere lei, maar is breder. Net als bij traditionele dekking blijft ongeveer een derde zichtbaar; de rest verdwijnt onder de bovenliggende laag voor waterdichtheid. Het PV-gedeelte bevindt zich in het zichtvlak. De lijnen van het dak blijven daarmee behouden, de zonnelei bevestig je net als de leien met eenzelfde haakbevestiging.
Het nieuwe model, bedoeld voor de Engelse en Nederlandse markt, heeft een subtieler uiterlijk: de PV-cellen zijn minder zichtbaar geïntegreerd in een donker paneel met beperkte reflectie.
GETEST OP DUURZAAMHEID EN VEILIGHEID
Hoewel het basissysteem al gecertificeerd was, koos BDS Leikon ervoor het aangepaste model opnieuw te laten testen. In een gespecialiseerd laboratorium van de Universiteit van
Luik worden onder meer hagelbestendigheid, stormbelasting, brandveiligheid en levensduur onderzocht. De panelen zijn ontwikkeld voor een technische levensduur van 40 tot 50 jaar, passend bij de levensverwachting van een natuurleidak. Het rendement ligt in lijn met reguliere standaardpanelen; alleen de topsegment-panelen presteren iets hoger. Een belangrijk verschil zit in de veiligheid. In tegenstelling tot grote geïntegreerde in-daksystemen die in het nieuws kwamen vanwege brandgevoeligheid en beperkte ventilatie behouden deze zonneleien voldoen-
de doorluchting. Ze worden als de leien zelf verwerkt op panlatten met minimale ventilatieafstand, conform traditionele dakopbouw. Elke zonnelei is voorzien van een bypass-schakeling. Valt één paneel uit, dan blijft de rest van de string functioneren. Monitoring verloopt via een app die opbrengst en prestaties per paneel inzichtelijk maakt. Vervanging is modulair mogelijk zonder het hele dakvlak te demonteren.
INSTALLATIE: DAKWERK, GEEN ELEKTRAWERK
Een van de speerpunten in de ont-

wikkeling was verwerkbaarheid. De zonnelei wordt tijdens het dekken geïntegreerd. De leidekker hoeft geen elektricien te zijn: connectoren zijn foutloos te koppelen en de string eindigt in een nette dakdoorvoer. De aansluiting op omvormer en eventuele batterijinstallatie gebeurt door een erkend installateur.
“Het is eigenlijk makkelijker dan normaal leidekken,” stelt Brunsveld. “Je verwerkt grotere elementen, van een meter breed, maar volgt hetzelfde principe.”
Bij het eerste project is begeleiding vanuit BDS Leikon aanwezig. Latafstand, dakhelling en positionering worden vooraf uitgewerkt. Ook in de offertestadiumfase denkt het bedrijf mee over legpatroon, opbrengstberekening en esthetische indeling. “Wij zorgen ook voor het contact met de installateur die de panelen aan de binenzijde verder koppelen.”
MONUMENTAAL
De zonnelei is inmiddels toegepast op meerdere monumentale projecten, waaronder panden die onder zware Unesco-regelgeving vallen. Dat biedt perspectief voor de Nederlandse monumentensector.
Kerken, overheidsgebouwen en historische villa’s hebben vaak grote dakvlakken en hoge energievraag. Warmtepompen vragen veel vermogen; geïntegreerde zonneleien kunnen een deel van die behoefte compenseren zonder het historische karakter aan te tasten.
“Zelfs binnen Unesco-kaders wordt erkend dat hernieuwbare energie noodzakelijk is,” aldus Brunsveld. “Als je dat esthetisch verantwoord kunt oplossen, opent dat deuren.”
NIEUWBOUW EN VILLAMARKT
Hoewel het grootste deel van de leimarkt renovatie betreft, ziet BDS Leikon ook kansen in hoogwaardige nieuwbouw. Architecten herontdekken natuurleien vanwege hun duurzaamheid en uitstraling.
Chris Oortjes: “Voor luxevilla’s is esthetiek vaak doorslaggevend. Een



strak ontworpen leidak verliest zijn karakter wanneer standaard zonnepanelen erop worden gemonteerd. De zonnelei biedt dan een geïntegreerd alternatief dat het ontwerp respecteert.”
Hij geeft aan dat het product zich niet richt op prijsgedreven projectbouw.

“Wij focussen ons op monumenten, overheidsgebouwen en het hogere segment waar uitstraling en kwaliteit leidend zijn.”
GLENDYNE: CANADESE KWALITEIT
De basis van het systeem is de lei van

Glendyne uit Québec, Canada. Deze groeve staat internationaal bekend om haar homogene, donkere leisteen met hoge druk- en buigsterkte. De steen kenmerkt zich door lage waterabsorptie, maatvastheid en een verwachte levensduur van meer dan een eeuw.
Wereldwijd wordt leisteen gewonnen in onder meer Spanje, China, Brazilië en Canada. Europese mijnen in Wales, Duitsland en Frankrijk zijn grotendeels gesloten of kleinschalig geworden. Binnen dat spectrum positioneert Glendyne zich in het hogere kwaliteitssegment.
Door exclusief dealerschap voor Nederland en Duitsland combineert BDS Leikon de Canadese lei met het geïntegreerde PV-systeem.
MARKTVERWACHTING
De Nederlandse markt voor natuurleien is stabiel. Geen modetrend, maar een niche met vaste positie binnen monumentenzorg en hoogwaardige bouw.
De Glendyne zonnelei voegt daar een toekomstbestendig element aan toe: energieopwekking zonder concessies aan uitstraling. Volgens Bogaerts ligt daar de kracht: “Je hoeft niet
te kiezen tussen duurzaamheid en esthetiek. Je kunt het combineren.” Of het product een grote vlucht neemt, zal de markt uitwijzen. Maar binnen het segment waar vakmanschap, erfgoed en energie samenkomen, lijkt de zonnelei een logische volgende stap.

Voor de leidekker betekent het vooral een uitbreiding van het ambacht: traditioneel dekken, met geïntegreer-
de techniek. En daarmee blijft het hellende dak niet alleen een historisch, maar ook een toekomstgericht element in de gebouwde omgeving.
BDS Leikon is voortgekomen uit BDS Trading, een groothandel in dakmaterialen met focus op het hellende dak. Het bedrijf levert bevestigingsmaterialen, folies, loodvervangers en accessoires aan dakdekkers en dakmeesters in heel Nederland.
De naam Leikon gaat terug tot midden jaren tachtig, toen Hans van Loon de Nederlandse handelstak van een Frans leibedrijf overnam en uitbouwde tot een gevestigde naam in de Nederlandse leimarkt.
Bij zijn naderende pensioen nam BDS de activiteiten over en besloot de vertrouwde merknaam te behouden. Daarmee ontstond BDS Leikon: een combinatie van handelsbreedte en leivakmanschap. Volgens communicatiemanager Rik Brunsveld was het behoud van de naam bewust: “Leikon is sinds 1980 een begrip in de Nederlandse markt. Het zou zonde zijn dat te laten verdwijnen. Hans denkt nog steeds met ons mee en adviseert. Zijn expertise gaat in ieder geval niet verloren.”
Met de uitbreiding naar zonneleien biedt het bedrijf nu een compleet gamma: natuurleien, PV-integratie, bevestiging en bijbehorende systemen.
Door: Ronald van Bochove
Jan van Gessel gepassioneerd directeur van Eden B.V., groothandel met een sterke specialisatie in gevelbekleding en vlonderplanken van hout en composiet praat ons bij over brandklasse, verouderingstesten en toekomstbestendige houten gevels. De markt voor houten gevelbekleding is in korte tijd sterk veranderd. Waar hout jarenlang relatief eenvoudig kon worden toegepast in woningbouw en utiliteitsprojecten, zorgen aangescherpte Europese brandveiligheidseisen nu voor onrust in de sector. Architecten en aannemers vragen zich af welke systemen nog voldoen, welke risico’s er zijn en hoe zij zekerheid kunnen krijgen binnen hun projecten. Van Gessel vindt die onrust begrijpelijk, maar zeker niet onoverkomelijk.





“De regelgeving hing al langer boven de markt,” vertelt hij. “Maar zolang het nog niet officieel gepubliceerd was, werd actie ondernemen vaak vooruitgeschoven. Nu de eisen definitief zijn, moeten alle partijen echt handelen. En dan merk je dat veel bestaande systemen niet zomaar meer toepasbaar zijn.”
NIET ALLEEN HET HOUT, OOK DE OPBOUW
In Nederland gelden voor gevelbekleding Europese brandclassificaties. In de particuliere bouw is in de meeste gevallen brandklasse D voldoende. Bij grotere gebouwen, hogere bouw of situaties met vluchtroutes wordt vaak brandklasse B vereist. Dat verschil lijkt op papier overzichtelijk, maar in de praktijk blijkt het complexer.
Wat de recente aanpassingen vooral ingrijpend maakt, is dat niet langer alleen het houtproduct zelf wordt beoordeeld. De regelgeving schrijft een zogenoemde end-use test voor. Dat betekent dat de volledige opbouw
van de gevel, inclusief regelwerk, bevestigingsmiddelen, folies, eventuele plaatmaterialen en de onderliggende constructie, als één systeem wordt getest. Het gaat dus niet meer om een losse plank, maar om het totaalpakket.
Volgens Van Gessel zit daar precies de uitdaging. “Iedere aannemer hanteert net een andere detaillering. De dikte van het regelwerk, de positie van de isolatie of de keuze van bevestigingsmiddelen kan verschillen. Zodra een onderdeel afwijkt van de geteste opstelling, vervalt de geldigheid van het rapport. Je moet het systeem als geheel bekijken. Het is een optelsom van componenten. Dat maakt het ingewikkeld, maar ook beheersbaar als je het proces goed organiseert.”
VEROUDERINGSBRANDTEST
Naast de reguliere brandtest speelt bij brandklasse B nog een extra factor: de verouderingsbrandtest. “Veel zachtere houtsoorten halen brandklasse B alleen wanneer ze
brandvertragend zijn behandeld. Die behandeling kan bestaan uit zouten of polymeren die in het hout worden geïmpregneerd. De duurzaamheid van zo’n behandeling speelt nu een belangrijke rol. Hoelang blijven de impregneermiddelen in het hout?
Zoutoplossingen kunnen onder invloed van regen uitlogen. Polymeren houden de werkzame stoffen langer vast, maar brengen weer andere vragen met zich mee op het gebied van milieu-impact.”
“Als je polymeren gebruikt, breng je feitelijk plastics in het hout,” zegt Van Gessel. “Dat wringt met een duurzame visie. Bovendien is de vraag hoe zo’n behandeling zich gedraagt onder invloed van zon, regen en temperatuurschommelingen.”
De nieuwe norm verlangt daarom dat behandeld hout eerst wordt verouderd. Bijvoorbeeld door het een jaar buiten te laten blootstellen aan weersinvloeden, om daarna opnieuw wordt getest. Het risico dat daarbij mogelijk zichtbaar kan worden, is concreet: een gevel die bij oplevering

kennispartner. “Vroegtijdige betrokkenheid in het bouwproces is daarbij essentieel. Hoe eerder wij als gevelspecialist aan tafel zitten, hoe groter de kans dat de juiste keuzes worden gemaakt.
Brandklasse-eisen raken immers de volledige opbouw, vanaf de onderliggende houtskeletbouw of kalkzandsteenwand tot en met isolatie, folies en bevestigingsmiddelen. Als daarin al keuzes zijn gemaakt die niet aansluiten bij een getest systeem, kan dat later tot kostbare aanpassingen leiden.”
Eden B.V. ondersteunt aannemers met technisch advies, complete levering en steeds vaker ook met eigen montage. “Voor veel bouwbedrijven is het prettig om dit specialistische onderdeel uit te besteden. Ze zijn blij als ze een deel van het bestek volledig kunnen overdragen,” aldus Van Gessel. Met drie specialisten bezoekt het bedrijf actief projecten om samen met architect en aannemer tot de juiste oplossing te komen. “En hen volledig te ontzorgen; van brandveilig ontwerp, productlevering en de montage door onze teams”
Volgens Van Gessel is de vraag naar brandveilige houten gevelbekleding momenteel groter dan ooit. Architecten willen de warme uitstraling van hout blijven inzetten, maar zoeken zekerheid binnen de nieuwe regels. “Het specialisme dat daarvoor nodig is, hebben wij in huis. De regelgeving is strenger geworden, maar het is geen einde van houten gevels. Het vraagt om kennis, samenwerking en systeemdenken. Wie dat goed organiseert, kan nog steeds prachtige en veilige houten gevels realiseren.”
























































































In 2026 vieren wij een bijzondere mijlpaal: 100 jaar Nelskamp. Een eeuw van passie, vakmanschap, durf en innovatie, gedreven door voortdurende ontwikkeling. Onze missie is onveranderd. Nelskamp is meer dan een producent van keramische dakpannen, betondakpannen en energiedaken. Als betrokken partner voor vakmensen, architecten, handelspartners en particuliere opdrachtgevers realiseren wij duurzame en toekomstbestendige oplossingen.
Samen bouwen we aan een duurzame bouwcultuur. Met elk dak leveren we kwaliteit voor generaties. Juist in ons jubileumjaar kijken we met trots terug en met vertrouwen vooruit, trouw aan ons motto: Uit klei. Uit beton. Uit ervaring.










Door: Ronald van Bochove
Met de introductie van verticale zonwerende lamellen voegt Sunshield een nieuw hoofdstuk toe aan een lange traditie in hoogwaardige gevelzonwering. Het bedrijf, met vestigingen in onder meer Raamsdonksveer, Gemert, Naarden Vesting en Dalfsen, is internationaal actief en vindt zijn oorsprong in de museale wereld. Die achtergrond is nog altijd voelbaar in de technische precisie, het maatwerk en de servicegerichtheid die het bedrijf kenmerken.
Directeur Misja van Esch ziet de verticale lamellen niet als een trendproduct, maar als een logische uitbreiding van het bestaande programma voor de lange termijn. “Architectuur verandert. Waar we voorheen vooral horizontale lamellen leverden, zien we dat architecten steeds vaker kiezen voor verticale lijnen in hun gevelbeeld. Dan moet je als fabrikant klaarstaan met een oplossing die technisch klopt én esthetisch overtuigt.”
Sunshield bouwde internationaal naam met hoogwaardige lamellensystemen voor musea. Projecten als de National Gallery in Londen, het Museum of Modern Art in New York en Museum Boijmans Van Beuningen in Rotterdam zijn voorzien van Sunshield-lamellen. In dergelijke omgevingen draait alles om gecontroleerde lichtinval, bescherming van kunstwerken en betrouwbare verduistering.
MUSEALE PROJECTEN
“Bij musea gaat het om millimeters en lichtwaarden,” vertelt Van Esch. “Je moet exact kunnen sturen hoeveel licht er binnenkomt. Tegelijk moet het systeem jarenlang betrouwbaar functioneren, vaak gekoppeld aan gebouwbeheersystemen. Die precisie en betrouwbaarheid hebben we meegenomen naar andere segmenten.”
Ongeveer tien jaar geleden verschoof het zwaartepunt richting het hoge segment in de particuliere markt en hoogwaardige utiliteitsbouw. “Dat is inmiddels onze core business


geworden. De museale projecten in Nederland vormen nog een beperkt deel van onze portefeuille. Maar er zijn enkele musea in het buitenland waar we vaak terugkomen voor uitbreidingen of aanpassingen.”
Waar horizontale louvers vaak dominant aanwezig zijn in het gevelbeeld, bieden verticale lamellen een slanke,
moderne uitstraling. Ze sluiten aan bij hedendaagse architectuur met sterke verticale ritmes en hoge glasvlakken. Verticale lamellen draaien om hun verticale as. Door ze te kantelen, wordt de hoeveelheid zonlicht nauwkeurig gereguleerd. Bij volledige sluiting vormen de ellipsvormige lamellen een gesloten wand die zon, wind en inkijk effectief weert. Dankzij kruisventilatie kan bovendien natuurlijke
luchtcirculatie worden gestimuleerd. “De keuze voor verticale lamellen is vaak architectonisch ingegeven,” aldus Van Esch. “Maar functioneel doen ze zeker niet onder voor horizontale systemen.
MATERIAALKEUZE
Sunshield levert verticale lamellen in aluminium en hout. Aluminium lamellen zijn verkrijgbaar in rechthoe-

kige en ellipsvormige uitvoeringen. De ellipsvorm heeft als voordeel dat de lamellen deels over elkaar vallen, waardoor een betere afsluiting tegen zon en regen ontstaat.
Rechthoekige lamellen hebben daarentegen een uitgesproken, krachtige uitstraling. Door hun dikte en breedte – doorgaans tussen 150 en 300 millimeter – bieden ze hoge structurele sterkte, essentieel bij grotere over-


spanningen en windbelasting. Aluminium kan worden gepoedercoat in vrijwel elke RAL-kleur, desgewenst met fijnstructuur voor extra diepte. Ook anodiseren behoort tot de mogelijkheden, waarbij de natuurlijke metallic uitstraling behouden blijft. Daarnaast zijn houtprints en speciale kleurtinten beschikbaar.
Voor wie een natuurlijke uitstraling prefereert, zijn er houten lamellen in Western Red Cedar. Deze kunnen worden geolied, gebeitst of geschilderd. “Materiaalkeuze is altijd een samenspel tussen architectuur, onderhoud en budget,” zegt Van Esch. “Wij adviseren, maar de esthetische visie van architect of opdrachtgever is leidend.”
Een belangrijk onderscheidend punt van Sunshield is de vroege betrokkenheid in het ontwerpproces. “Het ideale scenario is dat we al in de ontwerpfase met architect en aannemer om tafel zitten. Dan kunnen we adviseren over inbouwdieptes, bevestigingspunten en detaillering.” Het draagsysteem, opgebouwd uit boven- en onderprofielen, wordt bij voorkeur geïntegreerd in de gevel. Het resultaat is dan een strak gevelbeeld zonder zichtbare technische componenten. Maar in de productie kan ingespeeld worden op afwijkingen, want in de bouw is het nooit precies. “De praktijk wijkt altijd iets af van de tekening. Daarom meten wij altijd zelf in. Op ba-
sis daarvan maken we productietekeningen. Het product wordt compleet geassembleerd, maar altijd op basis van de daadwerkelijke situatie, naar locatie gebracht.
Sunshield verzorgt het volledige traject in eigen huis: verkoop, engineering, productie en montage. Dat garandeert korte lijnen en eenduidige verantwoordelijkheid. Het bedrijf beschikt over gepatenteerde oplossingen voor bewegingssystemen, onder meer voor motorisch aangedreven lamellen. Er zijn twee typen motoren beschikbaar: een zelfstandige variant

met afstandsbediening of app-bediening, en een motor die gekoppeld kan worden aan domotica- of KNX-systemen.
“In de high-end woningbouw wordt veel gebruik gemaakt van domotica,” aldus Van Esch. “Bij musea worden systemen vaak gekoppeld aan gebouwbeheersystemen die automatisch reageren op lichtintensiteit of weersomstandigheden.”
Naast productkwaliteit vormt service een belangrijk onderdeel van het Sunshield-DNA. Standaard geldt twee jaar volledige garantie. Verlenging is mogelijk via servicecontracten.
Opvallend is dat Sunshield ook reiniging en inspectie aanbiedt. “Tussen maart en september rijdt er bij ons standaard een serviceteam rond dat systemen schoonmaakt en controleert. Daarmee ontzorgen we de klant volledig.”
Volgens Van Esch is dat niet alleen klantvriendelijk, maar ook leerzaam. “Door zelf te reinigen zie je hoe producten zich gedragen in de praktijk. Als we structureel iets tegenkomen, kunnen we daarop verbeteren. Innovatie stopt nooit.”
ZONWERING
Met vier showrooms verspreid over Nederland en een sterke internationale positie blijft Sunshield investeren in innovatie. Verticale lamellen vormen daarbij een logische uitbreiding van het portfolio.
“Architecten zoeken steeds vaker naar flexibele geveloplossingen die meer doen dan alleen zon weren,” besluit Van Esch. “Ze willen een systeem dat esthetiek, klimaatbeheer-

sing en duurzaamheid combineert. Vanuit onze museale achtergrond weten wij hoe belangrijk precisie en betrouwbaarheid zijn. Die ervaring nemen we mee in elk project – van museum tot moderne villa.”
Met de introductie van verticale lamellen onderstreept Sunshield opnieuw zijn positie als specialist in hoogwaardige, geïntegreerde zonweringsoplossingen, waarin techniek, architectuur en service naadloos samenkomen.
Bij de National Gallery in Londen leverde Sunshield lamellensystemen die bijdragen aan gecontroleerde daglichttoetreding in expositieruimten. De systemen zijn geïntegreerd in het gevelontwerp en gekoppeld aan het gebouwbeheersysteem.
“Daar draait alles om balans,” zegt Van Esch. “Te veel licht is schadelijk voor kunstwerken, te weinig licht beïnvloedt de beleving. Onze systemen maken die fine-tuning mogelijk.”



Tegenover het station in Nootdorp heeft Fugro een prachtige parkeergarage gerealiseerd, waarbij Foreco Houtproducten verantwoordelijk was voor de levering van het gevelhout.
Voor de gevel zijn balklengtes gebruikt tot wel 6 meter lang. Door middel van een innovatieve vingerlas methodiek worden verschillende balken verlengd. Dit zorgt ervoor dat er zo min mogelijk houtafval ontstaat en er langere balken gemaakt kunnen worden.
OP MAAT GEMAAKTE GEVELLAMELLEN
Voor de parkeergarage leverde Foreco maatwerk houten geveldelen. Deze delen werden vooraf aangebracht op geprefabriceerde panelen, waardoor de montage op de bouwplaats snel en efficiënt kon verlopen. Die snelle plaatsing was van groot belang, omdat een groot oppervlak bekleed moest worden met hout. Een bijzonder aspect van het ontwerp is de toepassing van twee houten balklagen die voor elkaar hangen. Door dit slimme reliëf ontstaat er een subtiele driedimensionale weergave van het Fugrologo op de gevel. Een uniek visueel element dat het gebouw direct herkenbaar maakt. Daarnaast zijn de balken aan beide uiteinden schuin afgezaagd onder een hoek van 30 graden, zodat het water eraf kan lopen.
Foto’s: door Foreco


Door: Harmen Weijer

Bij het installeren van zonnepanelen, maar ook van warmtepompen en airco’s, ontkom je als installateur niet aan het doorvoeren van kabels door het dak. En hoewel er duidelijke en strenge wet- en regelgeving voor bestaat, wordt dat toch vaak nog heel eenvoudig gedaan door een dakpan op te lichten en de kabel door een gat in het dak door te voeren.
Innoveren door te luisteren naar de markt levert innovatie op:

Dat dit brandgevaarlijk kan zijn, kan iedereen zich wel voorstellen. Want twee kabels dichtbij elkaar, en wellicht zelfs bekneld, kan zomaar kortsluiting en brand opleveren. Het goede nieuws is dat het anders kan, want met de ontwikkeling van de Roofport One –de nieuwe kabeldoorvoerdakpan van Anjo – is er een even eenvoudig als veilig product op de markt gekomen. En dat blijkt aan te slaan, vertellen directeur Wilko de Bruin en salesmanager Felix Fonville van Anjo. Dankzij diezelfde markt van in dit geval voornamelijk installateurs is de Roofport One steeds beter geworden: “Wij bepalen nooit alleen achter een bureau dat een product ‘goed’ is. De markt vertelt ons precies wat nodig is.”
In een tijd waarin zonnepanelen, airco’s en warmtepompen in rap tempo worden geïnstalleerd, groeit de behoefte aan betrouwbare, veilige en nette dakdoorvoeren voor kabels en leidingen explosief. Maar wie beter kijkt, ziet dat juist die doorvoer vaak het sluitstuk is. “Een pannetje optillen, twee gaatjes erin boren, kabels doorvoeren en terugleggen”, zegt Felix Fonville. “Dat gebeurt in een groot deel van de gevallen. Maar het mag
niet, het is onveilig en het voldoet aan geen enkele richtlijn. En niet te vergeten: geen enkele dakgarantieverzekeraar accepteert dit.”
En dus gingen de radartjes in de hoofden van de medewerkers bij Anjo te draaien, vertelt De Bruin. “Van oudsher waren wij een leverancier voor dakdekkers. Ontluchtingen, afvoeren; die moesten vooral stevig zijn, goed werken en makkelijk in te werken zijn. Maar een installateur doet iets anders dan een dakdekker. Die moet er nog een installatie mee aansluiten”, vertelt hij.
Anjo realiseerde zich dat het al oplossingen in huis had, maar dat installateurs die niet kenden. Fonville ging letterlijk met een kabeldoorvoer onder de arm het land door. “Als je vijf keer per week dezelfde vraag krijgt –heb je hem ook dubbelwandig? – dan weet je genoeg. Dan moet je er mee aan de slag.”
Een treffend voorbeeld is de oorsprong van deze dubbelwandige kabeldoorvoer. Fonville: “Wij kregen een rapport van een dakinspecteur, waarin stond dat enkelwandige plakplaten werden afgekeurd vanwege het risico
op condens en brand.” Hij besloot de inspecteur te bellen. “Ik vroeg heel bewust: wat is de reden dat het wordt afgekeurd? Hij vertelde precies waar het misgaat. Toen liet ik een schets zien van wat wij in gedachten hadden. Hij zei direct: ‘Als jullie dat maken, is het probleem opgelost.’”
Dat gesprek gaf de doorslag. Binnen een half jaar lag de dubbelwandige versie er. Niet als eindproduct, maar als prototype om te laten zien op beurzen. “We nemen altijd een proefmodel mee”, zegt De Bruin. “Dat is onze werkwijze. Eerst vragen we wat mensen ervan vinden. Dan pas maken we het definitief.”
Ook de Roofport One is op deze manier ontstaan. Tijdens de VSK-beurs van twee jaar geleden stond Fonville bijna vier dagen naast het prototype. “Iedereen vond er wat van. En met alles wat ze zeiden, konden we wat. Het hele ontwerp hebben we daarna opnieuw omgegooid.”
PLATTE KABELDOORVOER
De vraag naar een pannendakoplossing kwam voort uit twee ontwikkelingen: de groei van PV-installaties én de opmars van airco’s en warmtepompen. “Op een dakkapel staat een buitenunit, maar je wilt nooit door de waterkerende laag van je dakkapel naar binnen gaan”, zegt Fonville. “Dus gaan installateurs naar het pannendak. Maar daar was eigenlijk niks voor. Dat verbaasde ons eigenlijk ook behoorlijk. Deze Roofport One is zo plat dat hij onder een zonnepaneel kan worden aangebracht, waarbij hij dus in de plaats van een dakpan komt.”
De Roofport Max is bewust opgebouwd als compleet systeem; niet alleen voor kabels, maar ook voor leidingen en ventilatie. De Bruin: “We hebben recente aanpassingen gedaan, zoals een verloop aan de onderkant. Daardoor kun je ook een 110-millimeter rioolbeluchting of 125-millimeter ventilatie aansluiten. Dat hadden we eerst niet, en ook weer als feedback opgehaald uit de markt.” Binnenin is een inzetstuk toegevoegd
dat de luchtstromen begeleidt. “Daar zit best wat techniek in”, vult Fonville aan. “Een bepaalde kromming, wervelingen, mechanische ventilatie; dat moet allemaal kloppen.” Nog steeds blijven ze luisteren. Tijdens een installateursbezoek kreeg Fonville onlangs nog een nieuw inzicht: “Hij zei: lever er een dampdicht inzetplaatje bij, voor de binnenkant. Dat is een kleine moeite. We denken er nu over om dat standaard mee te leveren.”
Het verhaal van Anjo stopt niet bij het dak, want de gevel is het laatste onontgonnen gebied voor doorvoeren. De Bruin: “Voor kabels langs de gevel bestaan koven en gootjes, maar voor een deugdelijke doorvoer naar binnen? Niks. Iedereen boort gewoon een gat en ‘purt’ het dicht. Maar daarmee creëer je meteen een koudebrug, tocht en vochtproblemen.” En daarom werkt Anjo nu aan een doorvoer voor de gevel met aluminium muurplaat, afneembaar kapje, kunststof buis van een halve meter en een isolatie dop om hem af te sluiten. De Bruin: “Je kunt hem volledig dampdicht aansluiten. Het klinkt simpel, maar bedenk het maar.” Momenteel reist Fonville met het prototype langs klanten.
Hoewel Nederland de thuismarkt is, kijkt Anjo nadrukkelijk over de grens. “België is onze eerste focus”, zegt De Bruin. “We hebben daar een verkoopkantoor en zijn nu bezig om Anjo daar verder op de kaart te zetten.”
Ook Duitsland, Ierland en vooral Engeland zijn interessant. “Anjo maakt deel uit van de internationale M&G Group, die actief is in de ontwikkeling en fabricage van oplossingen voor rookgasafvoer en ventilatie. Met ook in Engeland een vestiging en zo weten we dat daar een subsidie is opgetuigd voor het installeren van 1 miljoen warmtepompen. Als we daar 10% van de kabeldoorvoeren mogen leveren, zijn dat er honderdduizend. Ik wil ze er graag bij hebben”, zegt De Bruin met een glimlach.

Lokale marktkennis is wel cruciaal, zo illustreert hij met een voorbeeld. “In Nederland gebruiken we vierkante hemelwaterafvoeren door de gevel. In het buitenland nooit: daar is alles rond en gaat inpandig naar beneden. Dat soort verschillen moet je kennen. Dat is ook de reden dat we naar vakbeurzen in het buitenland gaan, zoals in Frankrijk, België en Duitsland.”
Kabeldoorvoer voor plat dak.
Anjo’s snelheid van ontwikkelen en produceren in de eigen hal in Beverwijk blijkt internationaal een onderscheidende factor. “Wij kunnen in januari beginnen aan een nieuw spuitgietdeel en het in kwartaal drie op de markt brengen”, zegt Fonville. “Onze manier is: luisteren, testen, doorpakken.”




9 keer per jaar verschijnen de NBD E-Magazines met verschillende relevante thema’s. Boordevol fraai in beeld gebrachte artikelen.
Meld je nu aan voor een kosteloos abonnement door een e-mail te sturen naar info@nbd-online.nl en blijf het hele jaar op de hoogte.

✔ Bevestigingsmiddelen & toebehoren
✔ Natuur - en zonneleien
✔ Leipannen
Bevestigingsmiddelen & toebehoren zijn te vinden op bdsleikon.nl, terwijl natuur- en zonneleien en leipannen beschikbaar zijn op leikon.nl


Uitgebreid assortiment voor het hellende dak
Door: Harmen Weijer
Groendaken zijn bezig aan een overtuigende opmars. Het zijn allang niet meer alleen de sedumdaken van weleer; ze zijn inmiddels uitgegroeid tot een noodzakelijker onderdeel van duurzaam bouwen. Gemeenten, ontwikkelaars, woningcorporaties, bouwbedrijven en gebouweigenaren zetten het steeds vaker bewust in om de gevolgen van klimaatverandering op te vangen, maar ook om de biodiversiteit te herstellen en stedelijke leefkwaliteit te verbeteren. De techniek achter die groene daken ontwikkelt zich dan ook razendsnel. En dat merkt ook het Nederlandse bedrijf NatureGreen, dat in vijf jaar tijd is uitgegroeid tot een internationale speler met projecten in Nederland, België, Duitsland, Oostenrijk en Zwitserland.
Volgens Geert Schimmel, verantwoordelijk voor de extensieve groendaken binnen NatureGreen, is het beeld dat groendaken een nieuw fenomeen zijn, achterhaald. “Groendaken bestaan al meer dan dertig jaar”, vertelt hij. “Pas de laatste jaren zie je dat het echt volwassen wordt. Er komen steeds meer toe-
passingsmogelijkheden bij. En belangrijker nog: gemeenten stellen het vaker verplicht. Maar ook als je wilt voldoen aan hoge BREEAM-certificering ontkom je niet aan dit soort toepassingen rondom het pand, of zoals in het geval van groendaken, op het gebouw. Daarnaast helpt het dat er voor ondernemers
interessante fiscale regelingen zijn. Bij particulieren zie je dat men steeds vaker kiest voor een groendak als er interessante subsidies aan verbonden zijn. Daardoor wordt een groendak of daktuin plotseling heel aantrekkelijk.”

Foto: door NatureGreen. Waterbuffering als sleutel: 2.600 m? groen bovenop logistiek centrum.

In het centrum van Eindhoven werkt SDK Vastgoed aan het vernieuwende woningbouwproject Nieuw Bergen, met 7 woontorens die 237 appartementen herbergen. Een grote daktuin vormt het bijzonder hart van het plan. Want het is weliswaar gelegen op straatniveau, waardoor het als een stadspark oogt, maar het is in werkelijkheid het dak van de ondergrondse parkeergarage. NatureGreen levert de complete opbouw van deze intensieve daktuin, die ruimte biedt aan beplanting, variërend van struiken tot volwassen bomen.
Raphaël van Viegen legt uit hoe dit soort projecten technisch in elkaar zitten. “De daktuin krijgt onderop een laag retentiekratten die tot 8 centimeter waterpeil kunnen vasthouden. Dat water wordt dankzij capillaire bruggen omhoog geleid naar de beplantingslaag, waardoor irrigatie efficiënter en zuiniger kan plaatsvinden. Boven op deze retentielaag komt een dikke substraatopbouw met speciaal ontwikkeld onder- en bovensubstraat voor retentiedaken, zodat bomen zich kunnen wortelen alsof ze in de volle grond van een bos staan.”
Het bijzondere van deze daktuin is dat hij niet als een daktuin oogt, maar het vraagt wel om de daarbij behorende nauwkeurige detaillering van de constructie, vertelt Van Viegen. “Het is noodzakelijk exact te weten waar de overgangen liggen en welke opbouw daarbij past. Na onze adviezen over het reguleren van hemelwater is het gelukt om overtollig hemelwater op de juiste manier af te voeren.”
Impressie: Tobewaxed i.o.v. SDK Vastgoed. Een daktuin als stadspark: publiek én privaat verweven.
Als we het hebben over groendaken, dan kun je grofweg onderscheid maken tussen extensieve en intensieve varianten. In de praktijk gaat het wel om twee totaal verschillende werelden. Extensieve groendaken zijn licht van gewicht en hebben een dunne opbouw, waarin lage beplanting als sedum, mossen en kruiden gedijt. Ze zijn relatief betaalbaar, vragen minder onderhoud en worden vooral toegepast vanwege waterbuffering, verkoeling, biodiversiteit en levensduurverlenging van de dakbedekking. Intensieve daktuinen vormen

het andere uiterste: dikke pakketten substraat, hoge waterbuffering, stevige constructieve eisen en ruimte voor struiken, grassen en zelfs volwassen bomen. “Officieel classificeren we alles boven de vijftien centimeter substraat al als intensief”, legt Raphaël van Viegen uit, die binnen NatureGreen de intensieve daktuinprojecten begeleidt. “Maar binnen die intensieve categorie bestaan enorme verschillen. Een boom op een dak vraagt een compleet andere opbouw dan een natuurdak met kruiden.”
Nederland loopt snel in op het gebied
BOVENOP LOGISTIEK CENTRUM
Het logistiek centrum aan de Goudse Poort in Gouda laat zien hoe een groendak een integraal onderdeel van een duurzaam ontwerp kan worden. Boven op het nieuw, enorme distributiecentrum is een groendak van 2.600 m2 aangelegd, goed voor een substantiële bijdrage aan de BREEAM Excellent-score, die het gebouw uiteindelijk behaalde. Heembouw realiseerde het centrum, waarbij NatureGreen vanaf het begin werd betrokken bij de keuzes voor de opbouw en het waterbeheer van het dak. Volgens Geert Schimmel vergissen mensen zich vaak in de schaal van zo’n dak. “Die 2.600 m2 is slechts een klein deel van het totale dak van 23.000 m2”, legt hij uit. “Het groendak buffert 40 liter water per vierkante meter, bij elkaar goed voor meer dan 100.000 liter water dat bij zware regenval niet meteen het riool instroomt. Specifieke eisen vanuit de gemeente waren er in dit geval niet, maar de ontwikkelaar wilde bewust vergroenen om het gebouw een vriendelijkere uitstraling te geven en om de duurzame ambities extra kracht bij te zetten.”
Opvallend is dat het dak is ingezaaid met een mengsel van sedumstek en kruiden, in plaats van direct te werken met kant-en-klare vegetatiematten. Daardoor is het dak op de foto’s nog niet volledig dichtgegroeid, maar dat is een bewuste keuze. “Je moet het de eerste periode goed nathouden”, zegt Schimmel, “maar daarna doet het systeem zijn werk en groeit het vanzelf dicht.” Daarmee laat het project zien dat extensieve daken ook in de logistieke sector een volwaardige rol spelen in klimaatadaptatie en duurzaam beheer.
van regelgeving en toepassing van groendaken, maar volgens Schimmel is het buitenland, en dan met name Duitsland, al veel verder. Hij ziet dat groendaken daar soms zelfs op bestaande bedrijfsterreinen worden afgedwongen. ““In Duitsland zijn diverse regio’s met strikte regelgeving rondom klimaatadaptatie.” Daar wordt niet alleen bij nieuwbouw vergroening geëist, maar soms ook bij bestaande gebouwen. Gemeenten kunnen bepalen dat alle daken vergroend moeten worden. Dat is best ingewikkeld, want oudere daken kunnen constructief vaak minder aan. Dan moet je zoeken naar lichtere alternatieven. Ook in Zwitserland en Oostenrijk worden groendaken veel toegepast, omdat er op een andere manier gebouwd wordt zie je net als in Duitsland dat er vaker voor zwaardere systemen gekozen wordt.”
VOORDELEN EN UITDAGINGEN
Niettemin liggen ook in Nederland de voordelen breed voor het oprapen. Schimmel: “Een groendak kan de levensduur van de dakbedekking aanzienlijk verlengen, omdat het materiaal wordt beschermd tegen de zon. Koeling van gebouwen wordt steeds belangrijker nu zomers warmer worden, en zonnepanelen presteren aantoonbaar beter wanneer ze boven koelere vegeta-
tie worden geplaatst. Daarnaast dragen groendaken bij aan het opvangen van extreme regenbuien en geven ze biodiversiteit in binnensteden een welkome impuls.”
Toch benadrukken beide NatureGreen-specialisten dat het succes van een groendak niet alleen afhangt van techniek en beplanting, maar ook van een zorgvuldig voortraject. Een dak moet constructief geschikt zijn, de dakbedekking moet in goede staat zijn en de detaillering bepaalt vaak of een project soepel verloopt of tijdens de uitvoering spaak loopt. “Een groendak kan nooit lekkage veroorzaken,” zegt Schimmel, “maar het kan een bestaande lekkage wel eerder zichtbaar maken. De basis moet kloppen. Dat betekent dus dat als de dakbedekking niet goed meer is, deze eerst moet worden verbeterd en dan pas van een groendak kan worden voorzien.”
Van Viegen ziet vooral in intensieve projecten dat detaillering onderschat wordt: waterafvoer, dakranden, opbouwen, erfgrenzen; alles komt samen in één complex dakvlak. “We worden te vaak te laat in het proces betrokken”, zeggen beide experts. “En dan moet er alsnog van alles worden aangepast. Dat kost tijd, geld en rust. Terwijl veel problemen voorkomen kunnen worden als we vroeg worden meegenomen.”
19 - 21 mei
De markt voor onderhoud en renovatie bedraagt in Nederland ruim € 21 miljard per jaar. En bijna 10% van de kantoren en winkelpanden staat leeg, waarvan een flink deel, qua ligging en leefbaarheid, uitermate geschikt is om tot woningen te herbouwen.
De overheid ziet deze panden dan ook graag getransformeerd worden, om op die manier maar liefst 15% van de benodigde 1 miljoen woningen te realiseren. Renovatie, herbestemming en transformatie zijn de komende jaren dus een drijvende kracht in de bouw!
De vakbeurs Renovatie & Transformatie is het live platform voor kennisdeling omtrent transformeren en renoveren. Duizenden professionals uit de bouwkolom en hun opdrachtgevers bezoeken deze voor informatie, inspiratie, ontmoeten en zakendoen.
Bij Renovatie & Transformatie hoort ook een stevig kennisprogramma. In samenwerking met de koplopers uit de branche worden seminars, debatten en workshops georganiseerd over allerlei ontwikkelingen.
Renovatie & Transformatie vindt gelijktijdig plaats met vakbeurzen MONUMENT (monumentaal vastgoed) en HOUTBOUW (hout- en hyride bouwoplossingen).
Locatie: Brabanthallen, Den Bosch

19 – 21 mei
HOUTBOUW richt zich tot professionals met interesse in hout- en hybride bouw. Leveranciers en koplopers binnen de B&U tonen er hun oplossingen, terwijl experts bezoekers bijpraten over actuele ontwikkelingen.
Mede ingegeven door de energietransitie en stikstofproblematiek, dwingen bouwbesluiten, aanbestedingseisen en wetgeving tot bewuste keuzes in methoden en materialen. Met die doelstellingen en de bouwopgave als versnellers, maar ook door grondstofschaarste en overwegingen vanuit gezondheidsen welzijnsperspectief, groeit het aandeel van hout in de bouw.
Toch zal er een nog heel wat geïnnoveerd, vernieuwd en omgedacht moeten worden voordat sprake is van structurele groei in de toepassing ervan. Ook het kennisniveau in Nederland zal een groeispurt moeten maken. De vakbeurs HOUTBOUW helpt daarbij. Daarmee voorzien wij in een stand-alone platform voor innovatieve oplossingen in hout- en hybride bouw. Het is de enige vakbeurs in Nederland dedicated op dit thema, die zich verder kenmerkt door z’n praktische inslag - waarbij steeds directe toepasbaarheid centraal staat.
Locatie: Brabanthallen, Den Bosch
19 – 21 mei
MONUMENT richt zich specifiek op onderhoud, herbestemming, restauratie en verduurzaming van monumenten. Hier ontmoeten aanbieders van producten en diensten voor de gebouwd erfgoedsector op gepaste afstand professionals en eigenaren op zoek naar innovatieve producten, kennis en informatie. Gedurende drie bruisende beursdagen is MONUMENT het kloppend hart van de erfgoedsector. Waar exposanten het platform gebruiken om hun expertise te tonen en naamsbekendheid te vergroten, is het voor bezoekers dé plek om zich te oriënteren op actuele ontwikkelingen en innovaties en zich breed te laten informeren over de toekomst van de sector.
MONUMENT wordt ondersteund door een sterk inhoudelijk programma. Kennispartners en exposanten verzorgen een breed scala aan vrij toegankelijke symposia, lezingen en debatten.
Locatie: Brabanthallen, Den Bosch


Een strakke vormgeving in combinatie met de performante isolatie zijn ideaal voor lage energiewoningen of gebouwen, zowel nieuwbouw als renovatie.
• Zeer goede isolatiewaarde
• Beschikbaar in 4 isolatieniveaus
• Geschikt voor energiezuinige woningen en gebouwen
• Ook mogelijk met verborgen vleugel
Deze vliesgevel straalt een ongeziene esthetiek uit voor de bouw van moderne gevels met zowel eenvoudige als complexe vormen.
• Geschikt voor veeleisende en architecturale projecten
• Gebogen profielen mogelijk
• Slank en ultra-performant profielsysteem dat maximale lichtinval creërt voor grote gevels
• Een onbeperkte ontwerpvrijheid
• Efficiëntere en snelle opbouw
Bouwen en verbouwen wil je in stijl doen.
Met oerdegelijke materialen die je gebouw FUTUREPROOF maken. In een matchende kleur en hedendaagse uitvoering. De Aliplast aluminium systemen openen een warme wereld van mogelijkheden voor architecten en constructeurs. Het resultaat van onze TECHNISCHE EXPERTISE en investeringen in INNOVATIE EN DESIGN Veranderende woningbehoeften, daar spelen wij op in.
www.aliplast.com - info@aliplast.com