Skip to main content

NBD magazine editie 3 van 2026

Page 1

Tegelwerk snel herstellen en kwaliteit bewaken

De badkamer als bouwsteen voor slimmer bouwen

NBD Magazine

Jaargang 4 | Editie 3 | september 2026

Duurzaamheid & Energiegids

Prefab ook op Texel

Afgedankte uniformen als bouwpanelen

Monumentenglas vraagt om isoleren in balans 1


Energie & geld besparen met vloerisolatie

Straks in het najaar minder energieverbruik en lagere energiekosten? Isoleer deze zomer nog de vloer. Vloerisolatie van Tonzon is comfortabel, milieuvriendelijk en door beschikbare subsidies nu extra voordelig!

Tonzon voor een gezondere woning Vloerisolatie van TONZON biedt niet alleen meer comfort in huis, maar zorgt er ook voor dat je vloer heerlijk warm aanvoelt, zelfs op de koudste winterdagen. Daarnaast levert het isoleren van je vloer een flinke energiebesparing op, wat goed is voor het milieu én je portemonnee.

Een koude vloer onder een verwarmde woning trekt vocht uit de kruipruimte naar de vloer. Hallo schimmel en huisstofmijt. Dát probleem pakt Tonzon aan. Daarnaast bespaar je energie en verhoog je je wooncomfort. Dat zie je niet alleen op je energierekening, je voelt het in huis. Tonzon voorziet al sinds 1980 in een effectieve kruipruimte-aanpak voor een drogere vloer, voelbaar comfort en een gezonder binnenklimaat. Toekomstbestendig, veilig & emissiearm

verhelpt vochtproblemen in de kruipruimte tegen schimmel en huisstofmijt extra hoog rendement bij vloerverwarming 100.000+ woningeigenaren geholpen

Tonzon Thermoskussens hebben de hoogste isolatiewaarden met het minste materiaal. De isolerende werking is gemiddeld 1/3 hoger dan de norm. Het materiaal zorgt bovendien niet voor giftige gassen of schadelijke emissies.

46 jaar bewezen expertise

Subsidievoordeel in 2026 Tal van subsidies maken isoleren momenteel extra voordelig. De landelijke ISDEregeling subsidieert €5,50 per m2, die bovendien verdubbeld wanneer je een tweede maatregel erbij neemt (die weer zijn eigen subsidie krijgt).

Scan de QR-code voor meer informatie info@tonzon.nl +31 (0)53 433 23 91 2

jaargang 2026

Vaak komt daar nog een extra bedrag van lokale overheden bij. Ga jij goed voorbereid het stookseizoen in? Onze installateurs maken graag gratis & vrijblijvend een offerte.


Inhoud 10

16

19

24

10

Monumentenglas vraagt om isoleren in balans

16

Monitoring voorkomt houtaantasting door insecten

19

Prefab ook op Texel

24 De badkamer als bouwsteen voor slimmer bouwen

28 Tegelwerk snel herstellen, en kwaliteit bewaken

33 Afgedankte uniformen hergebruikt

als bouwpanelen in rijksgebouwen

28

39 Vakbeurs Energie

33

49 Vakbeurs PREFAB

39

49

NBD Magazine Duurzaamheid & Energiegids

NBD Magazine is een print en online uitgave van Jetvertising b.v., onder redactie van Nederlandse Bouw Documentatie en De HandelsCourant. Uitgever Jetvertising b.v. Tiendweg 12 2671 SB Naaldwijk Tel. +31 (0)70 - 399 00 00 directie@jetvertising.nl

4 36 50 Redactie Gebouwde omgeving Nederlandse Bouw Documentatie (NBD-Online) redactie@jetvertising.nl Industrie De HandelsCourant (HC) redactie@jetvertising.nl Persberichten info@jetvertising.nl

Kort Nieuws Project in beeld Agenda Vormgeving MSU Nikkelstraat 1C 8211 AJ Lelystad Advertenties Jetvertising b.v. Tiendweg 12 2671 SB Naaldwijk Tel. +31 (0)70 - 399 00 00 rob@jetvertising.nl Niets uit deze uitgave mag worden overgenomen, gekopieerd of hergebruikt zonder uitdrukkelijke toestemming van de uitgever.

3


Praktische benaderingen voor het regelen van warmtepompen Whitepaper ‘Duidelijkheid dankzij samenwerking’ Nu het aantal warmtepompinstallaties in ons land snel toeneemt en de overheid ambitieuze plannen heeft, proberen installateurs hun weg te vinden binnen nieuwe richtlijnen, regeltechnieken en voorschriften voor zonering. Hoewel de sector al redelijk wat ervaring heeft, worstelen velen nog met vragen over het aansturen en inregelen van warmtepompsystemen. Daarom publiceert Resideo, aanbieder van onder andere Honeywell Home-comfortregelingen, een whitepaper over de manier waarop in drie verschillende Europese markten de regeling van warmtepompen wordt gerealiseerd. Op basis van inzichten uit de meest gevestigde markt Nederland en uit groeimarkten als het Verenigd Koninkrijk en Duitsland laat de whitepaper zien waar de benaderingen uiteenlopen, en waar gemeenschappelijke thema’s overlappen en leerpunten bevatten. Rob Nagel, verkoopleider Nederland, legt uit waarom Resideo zich mengt in het gesprek rondom warmtepompregelingen: “Installateurs praten met consumenten, geven advies en helpen hen bij het maken keuzes. Voor deze vakmensen schreven we dit whitepaper. Het is een document waarmee we stappen voorwaarts willen maken en waarmee we de sector willen steunen in de ontwikkeling van vaardigheden en praktische toepassingen als het om regeltechniek gaat.” De reden waarom het bedrijf zich, naast de groeimarkt in Nederland, ook op Duitsland en het Verenigd Koninkrijk richtte, is dat de verkoop van warmtepompen in Duitsland voor het eerst groter was dan het aantal installaties van gasketels1. De Britse markt voor warmtepompen groeit, maar blijft nog achter ten opzichte van de doelstelling van de Britse regering om tegen 20302 450.000 warmtepompinstallaties per jaar te realiseren. De whitepaper behandelt vraagstukken waar veel installateurs mee te maken krijgen: 4

jaargang 2026

•

•

•

Zoneregeling of geen zoneregeling? De whitepaper benadrukt het succes van goed ontworpen en ingedeelde zoneregelingen. Zoneregeling en de klantenwens. Uit onderzoek van Resideo blijkt dat een merendeel van de ondervraagde consumenten (65% in Nederland, 49% in Duitsland en 43% in het Verenigd Koninkrijk) de voorkeur geeft aan het verwarmen van de ruimtes die in gebruik zijn, in plaats van het hele huis. Verbetert het scheiden van de systeem- en comfortregeling het beheren van de warmtepompprestaties? Bij deze aanpak blijft de warmtepompregeling verantwoordelijk voor het systeem, terwijl de comfortregelaars de tijdschema’s, de ruimtetemperatuur en het aansturen van de zones regelen.

Download de whitepaper en ontdek het zelf: https://www.resideo.com/ nl/nl/oplossingen/comfort/warmtepomp-white-paper/

SSEB-subsidie stimuleert groei van emissieloos bouwmaterieel Steeds meer bouwbedrijven kiezen voor schoon en emissieloos bouwmaterieel. De Subsidieregeling Schoon en Emissieloos Bouwmaterieel (SSEB) speelt daarbij een belangrijke rol. Met de subsidie stimuleert de overheid ondernemers om te investeren in emissieloze bouwmachines en verduurzaming van materieel. Daarmee draagt de regeling bij aan een schonere leefomgeving en het terugdringen van de stikstof- en CO2-uitstoot in de bouwsector. Dat blijkt uit het nieuwste rapport met realisatiegegevens van de SSEB. Het rapport brengt de belangrijkste cijfers en trends rondom de subsidieregeling in kaart en kijkt naar alle aanvragen die ondernemers in 2025 hebben ingediend. SSEB-AANVRAGEN LEVEREN FLINKE UITSTOOTREDUCTIE OP De aanvragen uit 2025 leveren naar verwachting tot en met 2032 een reductie op van circa 1,2 miljoen kilogram stikstofoxiden. Daarnaast wordt ruim 300.000 ton CO2-uitstoot bespaard. Waar relevant vergelijkt het rapport de resultaten met de cijfers vanaf 2022. Dat was het eerste jaar waarin ondernemers een beroep konden doen op de SSEB-subsidie. De cijfers laten zien dat de belangstelling voor emissieloos en schoon bouwmaterieel blijft groeien. Het aantal aanvragen voor de aanschaf van schoon bouwmaterieel nam toe van ongeveer 1.000 in 2022 tot bijna 1.700 in 2025. Meer belangstelling voor zwaar bouwmaterieel Ook binnen de aanvragen voor de SSEB


Nieuws

Aanschaf zijn duidelijke trends zichtbaar. Zo richtten ondernemers zich in 2025 vaker op de verduurzaming van zwaarder bouwmaterieel met een motorvermogen van meer dan 130 kilowatt. Daarnaast blijkt uit de aanvragen dat bouwbedrijven steeds vaker kiezen voor zelfstandige batterijpakketten om emissieloos materieel op de bouwplaats van stroom te voorzien. Deze mobiele energieoplossingen zijn met name interessant op locaties waar geen netaansluiting beschikbaar is of waar sprake is van netcongestie. SUBSIDIE VOOR AANSCHAF, RETROFIT EN INNOVATIE De SSEB richt zich niet uitsluitend op de aanschaf van nieuwe emissieloze bouwmachines. Ondernemers kunnen ook subsidie aanvragen voor het emissiearm of emissieloos maken van bestaande machines door middel van WJYWT‫ܪ‬Y )FFWSFFXY TSIJWXYJZSY IJ WJgeling innovatieprojecten die bijdragen aan de ontwikkeling van emissieloos bouwen. De innovatieprojecten laten eveneens

zien waar de sector zich naartoe beweegt. Vier projecten richten zich op laadoplossingen en zes projecten op de ontwikkeling van machines, waaronder torenkranen, een wiellader en een tractor. Een ander project richt zich op het goedkoper produceren van emissieloze bouwmachines. “Dit sluit aan op de algemene trend: verduurzaming van zwaarder materieel en bijpassende laadoplossingen en het opschalen van goedkopere productie van de bouwmachines”, zegt Ana-Rosa Schröder, adviseur bij het innovatieprogramma van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO). SSEB-SUBSIDIE IN 2026 Ondernemers kunnen in 2026 nog tot en met 30 oktober een SSEB-aanvraag indienen. Het beschikbare budget voor bepaalde onderdelen van de regeling is inmiddels echter overvraagd. Voor investeringen in laadinfrastructuur en haalbaarheidsstudies kunnen ondernemers nog wel SSEB-subsidie aanvragen. De RVO voert de subsidieregeling uit namens het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat.

EMISSIELOOS BOUWMATERIEEL DRAAGT BIJ AAN GEZONDE LEEFOMGEVING De verduurzaming van bouwmachines en bouwlogistiek is belangrijk voor een toekomstbestendige bouwsector. Emissieloze machines helpen om de uitstoot van stikstofoxiden en CO2 terug te dringen en dragen daarmee bij aan een schonere en gezondere leefomgeving. Batterijpakketten worden daarbij vaak ingezet als mobiele energievoorziening. De verplaatsbare containers zijn bijvoorbeeld geschikt voor bouwlocaties in gebieden met netcongestie of op plaatsen zonder vaste stroomaansluiting, zoals Natura 2000-gebieden. De ontwikkelingen binnen de SSEB laten zien dat de verduurzaming van bouwmaterieel doorzet. Door subsiINJX [TTW FFSXHMFK WJYWT‫ܪ‬Y JS NSST[Ftie wordt de toepassing van emissieloze bouwmachines verder gestimuleerd en komt een schonere bouwsector stap voor stap dichterbij. Foto: door Stockphotos.com

5


Techniek Nederland bezorgd over afname techniekonderwijs

Techniek Nederland maakt zich grote zorgen over de forse afname van het aantal uren techniekonderwijs in het voortgezet onderwijs. Uit cijfers van DUO blijkt dat het aantal lesuren techniek in de onderbouw sinds 2007 met 58 procent is afgenomen. Volgens voorzitter Mark Harbers staat dit haaks staat op de grote maatschappelijke uitdagingen waarvoor Nederland staat. Harbers: ‘Dit is een ontwikkeling die precies de verkeerde kant op gaat. Nederland heeft nu al behoefte aan ongeveer 30.000 technische vakmensen. Gezien het toenemende belang van techniek neemt de vraag naar technici de komende jaren alleen maar verder toe. Tegelijkertijd krijgen jongeren juist steeds minder kansen om kennis te maken met techniek. Dat is onbegrijpelijk.’ INVESTEER IN TECHNIEKONDERWIJS Techniek Nederland pleit ervoor om het techniekonderwijs structureel te versterken. Dat vraagt om voldoende lesuren, goede faciliteiten, vakbekwame docenten en een nauwe samenwerking tussen scholen, bedrijven en regionale opleidingscentra. Techniek Nederland roept het kabinet op om de versterking van techniekonderwijs expliciet te verankeren in de Talentstra6

jaargang 2026

tegie waarover onlangs een brief aan de Tweede Kamer is gestuurd. Harbers: ‘Als Nederland serieus werk wil maken van de energietransitie, woningbouw, terugdringen van netcongestie en oplossingen voor de toenemende waterschaarste, dan moeten we óók serieus investeren in de mensen die dat in de toekomst mogelijk maken. Dat begint niet op de arbeidsmarkt, maar in het klaslokaal. Nederland heeft méér techniek nodig, niet minder. Zonder voldoende technici loopt Nederland letterlijk vast.’ JONGEREN MOETEN TECHNIEK KUNNEN ONTDEKKEN Techniek Nederland benadrukt dat techniekonderwijs veel verder gaat dan het opleiden van toekomstige monteurs, installateurs of engineers. Het helpt leerlingen om techniek te

begrijpen, problemen op te lossen en creatief te denken. Daarnaast is kennismaking met techniek essentieel om jongeren enthousiast te maken voor een techniekopleiding of loopbaan. ’We kunnen niet aan de ene kant zeggen dat Nederland dringend meer technici nodig heeft en aan de andere kant de plek waar jonge mensen techniek kunnen ontdekken steeds kleiner maken. Jongeren zullen alleen voor techniek kiezen als ze het op school voldoende kunnen ervaren en beleven.’ MEER RUIMTE VOOR TECHNIEK IN HET LESPROGRAMMA Volgens Harbers moet techniekonderwijs daarom meer ruimte krijgen in het lesprogramma van het voortgezet onderwijs. ’Niet ieder kind hoeft technicus te worden. Maar ieder kind verdient wél de kans om te ontdekken of techniek bij hem of haar past. Juist door zelf te bouwen, ontwerpen, programmeren of experimenteren, ervaren jongeren hoe boeiend, creatief en maatschappelijk relevant techniek is. Die kans mogen we ze niet ontnemen.’ Foto: door Techniek Nederland


Nieuws

4 miljard kWh zonnestroom in juli Record in Nederland vlak voor einde salderingsregeling Nederlandse zonnepanelen leverden in juli 2026 bijna 4 miljard kWh elektriciteit op. Dat is de hoogste maandproductie ooit gemeten in de maand juli en is 14% meer dan in juli 2025. In juli 2017 was de opbrengst nog ongeveer 300 miljoen kWh, ruim 13 keer zo weinig. Ook in augustus is de hoogste maandproductie ooit gemeten: 3,4 miljard kWh. Dat blijkt uit cijfers geanalyseerd door vergelijkingswebsite Overstappen.nl. Het record valt in het laatste jaar van de salderingsregeling, die per 1 januari 2027 stopt.

neerzetten, hangt af van het aantal zonnepanelen dat erbij komt, de opbrengst per paneel en de bereidheid van huishoudens en bedrijven om te blijven investeren nu de saldering wegvalt. De zomer van 2026 kan daarmee voorlopig het hoogste punt markeren.

De opbouw naar het record verliep geleidelijk. In juli 2017 leverden Nederlandse zonnepanelen ongeveer 300 miljoen kWh op. In juli 2020 was dat verviervoudigd naar ongeveer 1,2 miljard kWh. In 2022 ging de productie voor het eerst over de grens van 2,5 miljard kWh heen, in 2024 kwam de teller uit op ongeveer 3,2 miljard kWh en in 2025 op zo’n 3,5 miljard kWh. Met bijna 4 miljard kWh in juli 2026 ligt de productie ruim 13 keer hoger dan negen jaar eerder.

OVER HET ONDERZOEK Overstappen.nl analyseerde de maandelijkse productiecijfers voor zonne-energie van het Nationaal Energie Dashboard (NED.nl). Het gaat om de totale opwek in Nederland: zonnepanelen op woningen, panelen op bedrijfsdaken en grootschalige zonneparken samen. Voor de analyse zijn de maanden juli en augustus van 2017 tot en met 2026 met elkaar vergeleken. De cijfers zijn afgerond op honderd miljoen kWh; percentages en verhoudingen zijn op die afgeronde waarden gebaseerd.

De maand augustus laat dezelfde stijgende lijn zien. In augustus 2017 produceerden Nederlandse zonnepanelen ongeveer 278 miljoen kWh; in augustus 2025 was dat circa 3,3

miljard kWh. In augustus 2026 liep dit op naar 3,4 miljard kWh, de hoogste productie ooit gemeten in augustus. AANTAL ZONNEPANELEN WEEGT ZWAARDER DAN ZONUREN Het weer verklaart maar een deel van de stijging. Juli en augustus 2026 kenden relatief veel zonuren, maar de belangrijkste factor is het aantal panelen op daken en in zonneparken. Dat aantal nam de afgelopen negen jaar sterk toe, waardoor Nederland op een zonnige dag steeds meer vermogen op het net kan zetten. De maandcijfers schommelen daardoor wel met het weer, maar de jaarcijfers lopen structureel op. Of Nederland de komende jaren nieuwe records blijft

Foto: door Stockphoto.

7


U zoekt naar gevelbekleding 49.7@>401 -0>?06>;0.4[.,?40>¿

A49/? B,? @ 9:/42 300c op www.nbd-online.nl

8

jaargang 2026


Nieuws

Nederland isoleert massaal, België waarschuwt voor keerzijde ‘Vergeet ventilatie niet’ Terwijl Nederland miljarden investeert in het isoleren van woningen, kiest Vlaanderen nadrukkelijk voor een bredere boodschap: isoleren én ventileren. Dat verschil wordt steeds relevanter. In Nederland steeg het aandeel huishoudens dat vocht of schimmel in huis rapporteert in drie jaar tijd van 15,3 naar 20,5 procent. De vraag dringt zich op of Nederland bij de verduurzaming van miljoenen woningen voldoende rekening houdt met wat er ná het dichten van alle kieren met het binnenklimaat gebeurt. Nederlanders en Belgen verduurzamen grotendeels dezelfde soort woningen in vrijwel hetzelfde klimaat, maar de beleidsmatige benadering verschilt opvallend. Vlaanderen koppelt ventilatie steeds nadrukkelijker aan energetische renovatie en voerde zelfs campagne met de boodschap ‘Renoveren, da’s isoleren én ventileren’. In Nederland wordt woningisolatie ondertussen op grote schaal gestimuleerd, terwijl aan belangrijke isolatiesubsidies geen verplichte verbetering van het ventilatiesysteem is gekoppeld. Juist dat verschil verdient aandacht nu Nederlandse vocht- en schimmelcijfers oplopen. Volgens het CBS rapporteerde in 2026 één op de vijf Nederlandse huishoudens vocht of schimmel in de woning. In 2021 was dat nog ongeveer één op de zeven. “Niemand betwist dat Nederland moet isoleren. De interessante vraag is wat er gebeurt wanneer we miljoenen oudere woningen luchtdichter maken zonder ventilatie met dezelfde urgentie te behandelen,” zegt Jay Buis, binnenklimaatexpert bij Luchtontvochtigerwinkel.be. “Vlaanderen lijkt

die twee onderwerpen beleidsmatig nadrukkelijker aan elkaar te verbinden. Met de Nederlandse schimmelcijfers in het achterhoofd is het interessant om te onderzoeken of we daar iets van kunnen leren.” Het bedrijf benadrukt dat de cijfers geen bewijs vormen dat isolatie de stijging veroorzaakt en evenmin aantonen dat Belgische woningen minder schimmelproblemen hebben. Wel signaleren ze een relevante samenloop: Nederlandse woningen worden versneld verduurzaamd, terwijl vochten schimmeloverlast tegelijkertijd vaker wordt gerapporteerd. Dat maakt de verschillende aanpak aan weerszijden van de grens volgens experts een relevante onderzoeksvraag. Foto: door Jan van der Wolf op Pexels. Ventilatiebuizen

Stanley betreedt vloerenmarkt via strategisch partnerschap met Area Floors i4F, een groep ondernemingen gespecialiseerd in patenten en technologieën voor de wereldwijde vloerenindustrie, maakt vandaag bekend dat Stanley zijn intrede doet op de wereldwijde vloerenmarkt via een strategisch partnerschap met Area Floors. Samen lanceren zij de allereerste vloerencollecties onder het merk Stanley, voorzien van een i4F Drop-Lock-installatietechnologie. De SPC-vloerencollecties zijn inmiddels in productie en worden de komende maanden in de EMEA-regio op de markt gebracht. Stanley richt zich zowel op professionals als op doe-het-zelvers. Area Floors, gevestigd in Istanbul, beschikt over geautomatiseerde productielijnen en heeft internationale exportervaring. Binnen de samenwerking is het bedrijf verantwoordelijk voor de ontwikkeling en productie van de nieuwe vloerencollecties. De Drop-Lock-technologieën van i4F zorgen ervoor dat de installatieprestaties aansluiten bij de reputatie van het merk Stanley op het gebied van duurzaamheid. Naast productontwikkeling en technologie-integratie omvat de samenwerking ook gecoordineerde initiatieven op het gebied van merkpositionering, verpakking en marketing. De merken Stanley en i4F zullen prominent zichtbaar zijn op de verpakkingen van Area Floors, met duidelijke informatie over de installatie en met ondersteunende verkoopmaterialen. 9


10 jaargang 2026


Door: Ronald van Bochove

Actueel Monumentale gebouwen moeten mee in de verduurzaming, maar laten zich niet behandelen als nieuwbouw. Wie simpelweg het oude glas vervangt door het best isolerende glas dat technisch verkrijgbaar is, kan zelfs nieuwe problemen veroorzaken. Volgens Ralf van Rijn, adviseur monumentale beglazing Monuglas® bij Martin Glas, draait een goede restauratie daarom om balans. De isolatiewaarde van het glas moet passen bij die van gevel, vloer en dak, bij de technische staat en historische uitstraling van het gebouw. Dat vraagt steeds vaker om advies voordat de eerste ruit wordt besteld.

Monumentenglas vraagt om isoleren in balans Monumenteigenaren staan voor een lastige opgave. Energie is duur, het klimaat verandert en gebruikers verwachten ook van een historisch gebouw een comfortabel binnenklimaat. Tegelijkertijd mag verduurzaming niet ten koste gaan van de eigenschappen die het gebouw monumentaal maken. “Een eigenaar wil de duurzaamheid verbeteren, het comfort verhogen en de stookkosten verlagen”, vat Ralf van Rijn de opgave samen. “Maar het historische karakter moet behouden blijven en de investering moet ook nog reëel zijn.” Dat maakt verduurzaming van een monument wezenlijk anders dan het verbeteren van een doorsnee gebouw. Een karakteristiek kozijn kan niet zonder meer worden vervangen door een modern exemplaar. Hetzelfde geldt voor het glas. Golvingen, luchtbelletjes, pitjes en andere onregelmatigheden die technisch gezien ooit onvolkomenheden waren, bepalen tegenwoordig mede de uitstraling van een historische gevel. NIET AUTOMATISCH DE LAAGSTE U-WAARDE Bij verduurzaming wordt al snel naar de isolatiewaarde gekeken. Daar begint volgens Van Rijn echter ook een veelgemaakte denkfout. “De eigenaar denkt: ik moet de hoogste isolatie11


waarde hebben want dat scheelt energiekosten. Maar het op elkaar afstemmen van de isolatiemaatregelen is van groot belang. Hoe zit het met de gevel? Hoe is de vloer geïsoleerd? Wat gebeurt er met het dak?” Een gebouw vormt immers één bouwfysisch geheel. Wordt één onderdeel zeer sterk geïsoleerd terwijl andere delen vrijwel onaangeroerd 12 jaargang 2026

blijven, dan kunnen koude plekken verschuiven. Vocht kan vervolgens op ongewenste plaatsen condenseren, met risico’s op schimmel, aantasting en houtrot. Van Rijn gebruikt er een beeldende vergelijking voor: extreem goed isolerend glas toepassen zonder naar de rest van het monument te kijken, kan neerkomen op “met je winterjas

naar buiten gaan met je zwembroek eronder”. Vloer, gevel, wanden, dak, glas en ventilatie moeten daarom gezamenlijk worden beschouwd. Pas als duidelijk is wat elders in het gebouw mogelijk en wenselijk is, kan worden bepaald welke prestatie het glas moet leveren. Een project bij de Koninklijke Mili-


Nieuws Actueel

taire Academie in Breda illustreert dat. Hier werd bewust gekozen voor het type Monuglas ’Monutempered Classic 4’, met een Ug van 3,7. Dit is enkelvoudig veiligheidsglas dat perfect past bij de bestaande bouwschil en monumentale kozijnen. Met een lager isolerend glas, zou hier vochtschade kunnen ontstaan. Comfort en veiligheid werden verhoogd zon-

der het aanzicht aan te tasten. Ѧ-JY NX UJW RTSZRJSY XUJHN‫ܪ‬JPѧ GJnadrukt Van Rijn. “Het zijn allemaal maatwerkoplossingen.” PRODUCENT WORDT ADVISEUR Die benadering verandert ook de positie van Monuglas van Martin Glas in het bouwproces. Het bedrijf is van oorsprong producent, maar schuift

volgens Van Rijn steeds verder naar voren in de keten. “In de basis zijn wij producent van glas, maar in de loop der jaren zijn we opgeschoven van Monuglas producent naar adviseur. We zitten steeds vaker aan tafel met architecten, monumentenadviseurs en investeerders. Trek ons zo vroeg mogelijk het proces in, zodat we gezamenlijk 13


14 jaargang 2026


Nieuws Actueel kunnen bedenken wat hier de beste oplossing is.” Martin Glas neemt daarbij niet de taak van bouwfysisch adviseur, architect of installateur over. Het bedrijf concentreert zich op haar eigen expertise: de monumentale beglazing Monuglas. Wel beschikt het over een netwerk van restauratieaannemers, gespecialiseerde glaszetters en andere deskundigen. Bij monumenten is die samenwerking volgens Van Rijn essentieel. Het advies beperkt zich bovendien niet tot warmte-isolatie. Aan een ruit kunnen verschillende eisen tegelijk worden gesteld. Denk aan geluidswering, zonwering, UV-wering, inbraakwering en letselveiligheid. Tegelijkertijd moet het glas dun genoeg zijn voor een bestaande sponning en visueel aansluiten bij het historische gevelbeeld. EEN RECEPTUUR VOOR IEDERE RUIT Het stadhuis van Maastricht is een voorbeeld van zo’n combinatie van eisen. In het gebouw bevinden zich kunstwerken, waardoor UV-wering van belang was. Vanwege de ligging en de positie van sommige ruiten speelden ook inbraak- en letselveiligheid een rol. Zonwering kon bovendien bijdragen aan het beperken van de koellast. En dat alles moest worden gerealiseerd binnen de bestaande, smalle historische kozijnen. “Dan onderzoeken we hoe we een ruit kunnen samenstellen die aan al die eisen voldoet”, zegt Van Rijn. “Dat is de kracht als je zelf ook producent bent.” Daarbij kan worden gekozen uit verschillende technieken. Monuglas is extra dun isolerend dubbelglas en wordt door Martin Glas zelf geproduceerd. Dat begint volgens Van Rijn bij een totale dikte van ongeveer 7 mm. Ter vergelijking: traditioneel enkelglas is vaak circa 4 mm dik. Met slechts enkele millimeters extra ontstaat daarmee een isolerende beglazing die in veel bestaande sponningen kan worden opgenomen. Een andere mogelijkheid is vacuumglas, waarmee aanzienlijk lagere

U-waarden haalbaar zijn. Maar ook daar geldt: beter isolerend is niet vanzelfsprekend beter. Bovendien neemt de totale dikte toe wanneer voor de historische uitstraling een monumentale, gewelfde glaslaag moet worden toegevoegd. Sponningdiepte, gewicht, isolatiewaarde en uitstraling worden zo onderdeel van dezelfde puzzel. “Wat moet mijn isolatiewaarde zijn? Wat kan ik kwijt in mijn sponning? Welke uitstraling moet ik hebben? Het is zoeken naar het optimum tussen al die variabelen.” DE GESCHIEDENIS BLIJFT ZICHTBAAR Het glas zelf vertelt iets over de bouwperiode. Oud glas kon niet in de grote, perfect vlakke oppervlakken worden geproduceerd die tegenwoordig normaal zijn. Daarom hadden historische gevels veel kleine ruiten en roedeverdelingen.Ook het glasoppervlak veranderde door de ontwikkeling van productietechnieken. Rond 1900 kwam glas voor met sterke vertekeningen, golvingen, luchtbelletjes, pitjes en zogenoemde ‘zakkertjes’. Later werd het glas steeds vlakker; vanaf de tweede helft van de twintigste eeuw werd modern vlakglas gemeengoed. Die historische imperfecties kunnen tegenwoordig bewust worden teruggebracht. Monuglas brengt de karakteristieke golving en vertekening terug. Zo kan een gebouw energetisch worden verbeterd zonder dat de gevel plotseling de spiegelgladde uitstraling van moderne beglazing krijgt. Het plaatsen vraagt eveneens specialistische kennis. Oude detailleringen worden bijvoorbeeld met stoppasta afgewerkt. “Dit is niet zomaar een ruitje dat iedere glaszetter op de hoek plaatst”, zegt Van Rijn. “Je hebt gespecialiseerde glaszetters nodig die het ook op de juiste manier afwerken.” AMBACHT UIT EIGEN FABRIEK Martin Glas produceert Monuglas dunne isolatieglas in de eigen

Nederlandse fabriek. Dat geeft het bedrijf volgens Van Rijn controle over kwaliteit en levertijden, maar maakt ook kleinschalig maatwerk mogelijk. Iedere ruit wordt op maat gemaakt. “Dit is geen massa-is-kassa-werk. Dit is echt met liefde, aandacht en beleving een product maken.” Dat ambachtelijke karakter betekent niet dat alleen kleine projecten mogelijk zijn. Het bedrijf levert voor particuliere monumenten met enkele tientallen ruitjes, maar ook voor gebouwen waarvoor duizenden ruiten nodig zijn. Bij grote projecten kan de samenstelling vergaand projectspeHN‫ܪ‬JP \TWIJS TSY\NPPJQI En aan de andere kant van het spectrum kan het juist heel klein. Wanneer tijdens de uitvoering één ruit sneuvelt, hoeft niet een complete productieserie opnieuw te worden besteld. Doordat de productie in eigen huis plaatsvindt, kan volgens Van Rijn in urgente gevallen zelfs binnen 24 uur een vervangende ruit worden gemaakt.

SUBSIDIE HOUDT REKENING MET HET MONUMENT Sinds 2026 is de ISDE voor monumentale woningen verder verruimd. Eigenaar-bewoners van een rijks-, gemeentelijk of provinciaal monument kunnen subsidie krijgen voor glasisolatie met een U-waarde tot maximaal 5,8 W/m²K. In 2024 en 2025 lag die grens nog op 3,0 W/m²K. De regeling erkent daarmee dat bij monumenten niet altijd het maximaal isolerende glas mogelijk of wenselijk is. Behoud van historische kozijnen en het monumentale gevelbeeld kan een andere oplossing noodzakelijk maken. Wordt glasisolatie gecombineerd met een tweede isolatiemaatregel of bijvoorbeeld een warmtepomp of zonneboiler, dan kan het subsidiebedrag voor de isolatiemaatregel verdubbelen. Het toegepaste product moet aan de voorwaarden voldoen; voor monumenten zijn op de RVO-meldcodelijst aparte producten en meldcodes opgenomen.

15


Regelmatige monitoring helpt voorkomen dat houtaantastende insecten zoals houtworm, boktor en bonte knaagkever zich door een monumentale houtconstructie verspreiden. Door aantasting vroeg te signaleren, kan gericht en plaatselijk worden ingegrepen. Bij de bonte knaagkever ligt de nadruk daarbij vooral op het verlagen van het vochtgehalte van het hout.

Monitoring voorkomt houtaantasting door insecten

Werken volgens de ERM-richtlijnen (URL 5001) is bij de bestrijding van houtaantastende insecten in monumenten essentieel, zegt Jan-Joost de Visser van Traas Nederland, onderdeel van Anticimex. “Daarmee voorkom je dat een bestrijder meer schade aan het hout veroorzaakt dan 16 jaargang 2026

de insecten.” Volgens de ERM-richtlijn mogen bestrijdingsmiddelen alleen worden toegepast op plaatsen waar sprake is van actieve aantasting. Ook mogen geen grote injectiegaten in het hout worden geboord. “Door te kiezen [TTW JJS *72 LJHJWYN‫ܪ‬HJJWI GJIWNOK heeft de opdrachtgever de zeker-

heid dat volgens de richtlijnen wordt gewerkt en dat er een bedrijf aan het werk is dat weet wat het doet.” ALLEEN BEHANDELEN WAAR DAT NODIG IS Een belangrijk uitgangspunt is dat hout alleen wordt behandeld op


Nieuws Actueel plaatsen waar insecten daadwerkelijk actief zijn. “In het verleden werd er bij restauraties vaak voor gekozen om houtconstructies preventief te behandelen. Dat is bij monumenten volgens de ERM-richtlijnen niet zonder meer toegestaan.” Volgens De Visser is die terughoudendheid logisch. “Bestrijdingsmiddelen zijn gif. Dat wil je zo min mogelijk gebruiken voor mens en milieu, maar bijvoorbeeld ook voor dieren zoals vleermuizen en uilen die in monumenten kunnen verblijven.” VISUELE CONTROLE EN LICHTVALLEN Jaarlijkse monitoring is volgens De Visser belangrijk om grote schade aan houtconstructies te voorkomen. Bij boktor en houtworm gebeurt de controle vooral visueel. De aantasting bevindt zich bij deze insecten grotendeels direct onder het houtoppervlak. “De gangen van de boktor kun je vaak herkennen aan een lichte bolling op het houtoppervlak. Soms kun je de larve zelfs horen knagen. Bij houtworm letten we onder meer op een toename van het aantal uitvliegopeningen en op de aanwezigheid van houtstof.” Bestrijding vindt plaats door een bestrijdingsmiddel op het houtoppervlak aan te brengen. De bonte knaagkever vraagt om een andere aanpak. De larven tasten vooral het kernhout aan, met name op plaatsen waar het hout vochtig is. “De volwassen bonte knaagkever kun je aantrekken met lichtvallen. De insecten worden vervolgens gevangen op kleefplaten. Na enkele jaren ontstaat zo een trend in de aantallen, die een indicatie geeft van de ontwikkeling van de aantasting.” Het aantreffen van bonte knaagkevers is volgens De Visser een belangrijke aanwijzing dat het hout een te hoog vochtgehalte heeft. “De belangrijkste vorm van bestrijding en preventie is daarom het verlagen van dat vochtgehalte. Dat kan bijvoorbeeld door de temperatuur in het gebouw te verhogen of beter te ventileren. Met de insectenlamp kun je vervolgens

monitoren of de populatie afneemt.” BALKOPLEGGINGEN EXTRA KWETSBAAR Vooral balkopleggingen in gemetselde gevels kunnen kwetsbaar zijn voor aantasting door de bonte knaagkever. “Omdat de kever vooral voorkomt in te vochtig kernhout, moet je eerst achterhalen waar dat vocht vandaan komt. Dat kan bijvoorbeeld een lekkende goot zijn of een gebrek in het metselwerk.” Is een balkkop zwaar aangetast en heeft de balk daardoor zijn constructieve functie verloren, dan kan Traas Nederland de balkkop herstellen met een epoxytechniek. “Het grote voordeel is dat de balk zelf behouden blijft. Alleen de balkkop wordt vervangen. Die zit bovendien in de muur en is daardoor grotendeels niet zichtbaar. Epoxy wordt vervolgens niet meer aangetast door de bonte knaagkever of door vocht.”

Dat is niet meer toegestaan. Tegenwoordig werken we met drukloze injectie. Daarbij worden kleine gaatjes geboord, ongeveer ter grootte van de uitvliegopeningen. Het bestrijdingsmiddel druppelt vervolgens in het hout totdat het volledig is verzadigd.” Traas Nederland richt zich overigens niet alleen op houtaantasting door insecten. Ook het weren van knaagdieren en vogels komt aan bod. Het bedrijf heeft verschillende systemen om overlast van vogels te voorkomen, bijvoorbeeld vervuiling van timpanen en gevels door duiven. Hetzelfde geldt voor het weren van verschillende soorten knaagdieren. Foto’s: door Anticimex.

DRUKLOZE INJECTIE Wanneer het onvoldoende lukt om het hout te drogen, kan injectie worden ingezet tegen de bonte knaagkever. De methode is aangepast aan de huidige ERM-richtlijnen. “In het verleden werd gewerkt met grote injectoren die diep in het hout werden aangebracht. 17


NA-ISOLEREN EN METEEN AFWERKEN.

Ɨ Ƅ Ù Ʃŗ Ʋ Ɩ ƈ Ŋ ΁ ƨ Ù ƕ oŗ ƣƬŊƗ Ɛ ƒ é ΁ ƪ Ù ƞ Ɲ Ŋ Ƙ ś

Underlayment Agnesplaat Impactplaat Gipsplaat

EĨÙƄƕ΁ƳƬķŊ΁ ôƈį΁ƖƱŊƞƎƨô΁ ÙąƚƈƯĤƦƑƤ

+ HR PIR-isolatie

MINDER HANDELINGEN. MEER RESULTAAT.

Isolatie en afwerking, vooraf gecombineerd in één prefab element. Zo vereenvoudig je de montage op locatie en kun je bestaande constructies snel na-isoleren én strak afwerken. Bijvoorbeeld PIR gecombineerd met Finish Impact: een stootvaste en vochtbestendige afwerklaag voor snelle, strakke verwerking in omgevingen die tegen een stootje moeten kunnen.

Isoleren + Afwerken Eén samengesteld product

Snelle verwerking Minder handelingen op de bouwplaats

Maatwerk mogelijk Afgestemd op toepassing en project

Ƅŗ΁ƗƬƱ Ùį΁ƌƖƬƩÙŗƌƢƓƩÙ ƭĨƬƖưēįƊ ƒ Ʀô Ɨ Ƅ Ų ķ ƫ Ƣ ƕ ΁ è Ƅ ƣ Ňƕô 18 jaargang 2026

Alertisolatie.nl

>


Nieuws Actueel

Door: Ronald van Bochove

Een complete prefab aanbouw realiseren op Texel? Dan gaan de geprefabriceerde wanden en dakelementen van Prefabmaat net zo makkelijk de boot op. Voor de specialist in prefab bouw en aanbouw, is leveren op een eiland nauwelijks een belemmering. “Doordat bijna alles van het bouwproces bij prefab vóór aankomst op de bouwplaats kan worden geregeld, hoeven klanten niet weken of maanden met een aannemer over de vloer te zitten”, zegt Joris Roelink, CEO van Prefabmaat.

Prefab ook op Texel Wie bij prefab vooral denkt aan seriematige woningbouw, doet het begrip inmiddels tekort. Aanbouwen, dakopbouwen, dakkapellen en bijgebouwen kunnen vergaand worden voorbereid voordat de aannemer op de bouwplaats begint. Prefabmaat combineert deze productiemethode met een gedigitaliseerd bouwproces. “De consument zit er niet meer op te wachten dat een aannemer weken en soms maanden over de vloer komt”, zegt Joris Roelink. “Met

prefab kunnen we een project, na een gedegen voorbereiding, in enkele dagen afronden. Dáár zit voor ons de meerwaarde.” Het project op Texel is daarvan een mooi voorbeeld. De bewoners wilden hun woning uitbreiden, maar liepen tegen de bijzondere omstandigheden op het eiland aan. “Aannemers op Texel zijn relatief prijzig en de opdrachtgevers wilden bovendien niet lang in een puinhoop zitten. Via internet zijn ze bij ons terechtgekomen.”

EERST ZELF CONFIGUREREN “De eerste stap wordt door onze klanten online gezet. De bewoners RFFPYJS _JQK JJS HTS‫ܪ‬LZWFYNJ [FS hun gewenste aanbouw. Ze kunnen NS TS_J HTS‫ܪ‬LZWFYTW JJWXY JJS GJJYOJ puzzelen om hun aanbouw samen te stellen. Daarna komen ze in contact met een collega die hen helpt het plan concreet te maken.” Die digitale start is kenmerkend voor de werkwijze. Een klant kan eerst verschillende mogelijkheden onder-

19


20 jaargang 2026


Nieuws Actueel zoeken en krijgt een indicatie. “Het is geen AI-assistent die vervolgens het hele project afhandelt”, benadrukt Roelink. “De tool is wel met behulp van AI gebouwd, maar zodra iemand van een indicatie naar zekerheid wil, neemt een mens het over.” Daarna volgt de technische uitwerking. Foto’s van de bestaande situatie worden in het portaal gezet en bij JJS IJ‫ܪ‬SNYNJ[J TUIWFHMY _NOS TSIJW meer bouwtekeningen nodig. “We laten altijd een constructieberekening maken. We willen zeker weten dat wat we gaan bouwen ook op de juiste manier kan.” EEN KETEN VAN VASTE PARTNERS Voor het project op Texel moest vervolgens nog een uitvoerende partij worden gevonden. Dat werd

VAN DAKKAPEL TOT MANTELZORGWONING

De aanbouw op Texel is maar één toepassing van de prefab werkwijze van Prefabmaat. Het bedrijf biedt inmiddels naast aanbouwen,

uitbouwen,

dakopbouwen,

dakkapellen en bijgebouwen, ook aanleunwoningen, vakantiewoningen, tiny houses en mantelzorgwoningen. Ook levert het bedrijf losse kozijnen, HSB-wanden en prefab elementen voor platte daken. De doelgroep is de consument die ontzorgd wil worden. “We zijn gestart met B2B maar merkten dat de kleine aannemers vaak niet de projecten hebben die geschikt zijn voor het prefab werk,” vertelt CEO Joris Roelink. “Met de PrefApp kunnenB2B klanten onder meer aanbouwen, dakopbouwen, bijgebou\JS JS PT_NOSJS HTS‫ܪ‬LZWJWJS UWNO_JS JS QJvertijden bekijken. Aannemers kunnen verder tekenwerk genereren en offertes in de eigen huisstijl maken. Prefabmaat verzorgt achter de schermen onder meer engineering, constructieberekeningen, productie en logistiek. Het bedrijf groeit. Roelink: “We zoeken ook nieuwe aannemers. Wij kunnen het salestraject en klantcontact overnemen. Dan kan de aannemer zich vooral bezighouden met wat hij het liefste doet: bouwen.”

21


22 jaargang 2026


Nieuws Actueel ners. “Daardoor kunnen we snel schakelen. We zijn niet afhankelijk van één productielocatie. Het zijn wel vaste partners, net zoals we met vaste aannemers werken.” Ook kozijnen en andere afwerkingen hoeven de snelheid niet sterk af te remmen. Roelink verwijst daarbij naar de ervaring die binnen het bedrijf al eerder werd opgedaan met digitale toelevering van kozijnen. “Hout is momenteel het snelst leverbaar, maar ook kunststof en aluminium behoren tot de mogelijkheden.”

Bruggeling Timmerwerken, een vaste partner van Prefabmaat. „Die heeft inmiddels meer dan twintig projecten met ons gedaan. Voor dit project zijn de mensen meerdere dagen op Texel gebleven en hebben ze daar de hele uitvoering verzorgd.” Daarmee kwamen de prefab elementen en de aannemer van het vasteland. Een probleem was dat volgens Roelink niet. „De elementen zijn gewoon met de boot gegaan. Ik ben zelf mee geweest. Door een goede voorbereiding zijn de transportbewegingen ook minimaal.” Het illustreert hoe logistiek prefab bouwen inmiddels kan worden georganiseerd. Prefabmaat heeft geen eigen fabriek, maar werkt met verschillende vaste productiepart-

NIET ALLES HOEFT PREFAB De aanbouwen zelf worden uitgevoerd in houtskeletbouw. Voor de buitenzijde zijn verschillende afwerkingen mogelijk, waaronder hout, kunststof gevelbekleding en traditioneel metselwerk. Dat laatste laat meteen zien dat prefab niet betekent dat werkelijk ieder onderdeel in de fabriek moet worden gemaakt. “Bij een gemetselde gevel wordt het metselwerk gewoon op locatie gedaan”, zegt Roelink. “Steenstrips kunnen ook, maar in de basis is het bij een bakstenen gevel gewoon metselwerk.” Hetzelfde geldt voor de fundering: die wordt op locatie gemaakt. Vervolgens kunnen de voorbereide wanden en het dak snel worden geplaatst. Ook installatiewerk wordt deels voorbereid en deels tijdens de montage uitgevoerd. Prefabmaat zoekt daarmee steeds naar de verdeling tussen fabriek en bouwplaats die het proces sneller maakt, zonder de mogelijkheden voor de opdrachtgever onnodig te beperken. FOTO’S ALS KWALITEITSCONTROLE Digitalisering houdt bovendien niet op zodra de vrachtwagen arriveert. De uitvoerende aannemer legt het GTZ\UWTHJX KTYTLWF‫ܪ‬XHM [FXY “Iedere stap, van de fundering tot de oplevering, moet met foto’s worden vastgelegd”, vertelt Roelink. “Die worden in het portaal geüpload en door ons beoordeeld. Je kunt het

PANNENBIER TRADITIE OOK BIJ MODERNE PREFAB

Bij het bereiken van het hoogste punt hoort pannenbier. In Twente, waar Prefabmaat is gevestigd, is dat kapmeul. CEO Joris Roelink: “We hebben een innovatieve bouwwijze, maar we willen oude tradities niet laten verdwijnen”, vertelt hij. „Daarom bieden we bij het plaatsen van een aanbouw of dakopbouw een kapmeulfeestje aan.” Prefabmaat zocht daarvoor samenwerking met het eveneens uit het oosten afkomstige Grolsch. Het project op Texel kreeg daarbij de primeur.

zien als een soort Wkb-toets. Ook de facturatie is hieraan gekoppeld: de aannemer wordt betaald naarmate de werkzaamheden volgens de afgesproken kwaliteit zijn uitgevoerd.” De opdrachtgever heeft daarmee niet alleen een prefab bouwpakket gekocht. Ontwerp, engineering, productie, logistiek, uitvoering en kwaliteitsborging worden binnen één georganiseerd proces samengebracht. Die aanpak wordt inmiddels ook voor dakopbouwen gebruikt. “In principe werkt een dakopbouw hetzelfde als een aanbouw”, zegt Roelink. “Het verschil zit vooral in de bestaande constructie. Bij een aanbouw maak je een fundering en een doorbraak in de gevel; bij een dakopbouw maak je een opening in het dak. Je werkt op hoogte en je hebt bij een dakopbouw vrijwel altijd een vergunning nodig.” Het project op Texel krijgt ondertussen een vervolg. “We hebben afgelopen week alweer een nieuw project van Texel binnengekregen,” vertelt Roelink. Prefab elementen zullen dus waarschijnlijk opnieuw de oversteek maken, net zo makkelijk als naar de andere uiteinden van ons land.

23


Door: Ronald van Bochove

Een compleet afgewerkte badkamer die op het juiste moment op de bouw arriveert, op zijn plaats wordt gehesen en alleen nog hoeft te worden aangesloten. Het is misschien wel een van de duidelijkste voorbeelden van wat industrialisatie voor de woningbouw kan betekenen. Bij myCUBY in Rijssen gaat het daarbij om veel meer dan het prefabriceren van een natte ruimte. Door ontwerp, productie en logistiek anders te organiseren, verdwijnen tal van werkzaamheden van de bouwplaats. Deze plug and play oplossing levert snelheid en kwaliteit op, en vooral voorspelbaarheid. „Prefab gaat niet alleen over een badkamer die kant-en-klaar uit de fabriek komt”, zegt accountmanager Rogier Löwik. “Het gaat vooral over het slimmer organiseren van het bouwproces.”

De badkamer als bouwsteen voor slimmer bouwen De oorsprong van myCUBY ligt in 2014. Vanuit VolkerWessels kwam destijds de vraag of De Mors prefab badkamers en toiletten kon ontwikkelen voor een geïndustrialiseerd woningconcept van de bouwer. Inmiddels is myCUBY een zelfstandige BV en worden de badkamers door heel Nederland geleverd. Ongeveer

24 jaargang 2026

de helft gaat naar projecten binnen VolkerWessels en de andere helft naar aannemers, ontwikkelaars en conceptuele bouwers daarbuiten. De belangstelling groeit sterk. “Niet verwonderlijk,” vindt Löwik. “De woningbouw moet sneller produceren terwijl vakmensen steeds moeilijker te vinden zijn. We kunnen niet blijven

bouwen zoals vroeger, want er zijn steeds minder vakmensen beschikbaar. Prefab neemt het vakmanschap niet weg, maar verplaatst en bundelt het. Je laat vakmensen zoveel mogelijk werken op een plek en manier waar hun kennis het beste tot zijn recht komt.”


Nieuws Actueel VEEL WERKZAAMHEDEN VERDWIJNEN VAN DE BOUW Een traditionele badkamer vraagt op de bouwplaats de inzet van uiteenlopende disciplines. Vloerenlegger, tegelzetter, installateur en elektricien moeten allemaal op het juiste moment hun werk kunnen doen. Materialen moeten worden aangevoerd en opgeslagen en werkzaamheden moeten zorgvuldig op elkaar aansluiten. Bij myCUBY wordt een groot deel daarvan naar een gecontroleerde productieomgeving verplaatst. De badkamer wordt daar opgebouwd tot een compleet product, inclusief vloer, wandconstructie, leidingen, afvoeren, elektra, afwerking en sanitair. “In een fabriek heb je betere omstandigheden dan op een bouwplaats”, zegt Löwik. “Je hebt niet te maken met weersinvloeden en verschillende disciplines die door elkaar heen werken. Daardoor kun je processen standaardiseren en de kwaliteit veel beter bewaken.”

Voor vertrek wordt de badkamer bovendien gecontroleerd en getest, onder andere op waterdruk en elektriciteit. Eventuele problemen worden zo opgelost vóórdat de unit naar de bouwplaats gaat. Dat verkleint de kans op herstelwerk en faalkosten en zorgt volgens myCUBY voor een constantere kwaliteit. PLUG-AND-PLAY Op de bouwplaats wordt vervolgens zichtbaar hoeveel werk al is verricht. De complete unit wordt op zijn positie gehesen en aangesloten op stroom, water en riool. In gunstige omstandigheden kan een badkamer binnen één à twee uur functioneren. Dat plug-and-playprincipe levert niet alleen tijdwinst op. De bouwer wordt ook minder afhankelijk van de beschikbaarheid en planning van verschillende vakdisciplines. Volgens Löwik moet de winst dan ook niet uitsluitend worden gezocht in de aanschafprijs van de badkamer.

“Als je heel zwart-wit een traditionele badkamer naast een prefab badkamer legt, hoeft dat kostentechnisch niet eens zo veel te schelen. Het wordt interessant doordat je het totale bouwconcept anders inricht.” De bouwtijd wordt korter, er zijn minder partijen tegelijkertijd nodig en de kans dat werkzaamheden elkaar hinderen neemt af. Snelheid krijgt bij prefab bouwen vaak de meeste aandacht, maar Löwik vindt voorspelbaarheid minstens zo interessant. “Omdat een groot deel van het proces vooraf plaatsvindt, weet je beter wat je krijgt, wanneer het wordt geleverd en hoeveel tijd de installatie ongeveer kost. Je maakt het bouwproces minder afhankelijk van omstandigheden op de bouwplaats.” Daarmee krijgen aannemers en ontwikkelaars meer grip op hun planning en oplevering. “Het gaat uiteindelijk niet alleen om sneller bouwen, maar vooral om betrouwbaarder bouwen.” En dat vereist wel dat productie, trans-

25


port en bouwplanning nauwkeurig op elkaar worden afgestemd. Tientallen complete badkamers wekenlang op een bouwplaats opslaan zou de voordelen van prefab immers gedeeltelijk tenietdoen. myCUBY zet daarom sterk in op just-in-timelevering. De unit arriveert bij voorkeur op de dag waarop hij ook daadwerkelijk in het gebouw wordt gehesen. WANNEER IS MYCUBY DE JUISTE KEUZE? Prefab badkamers zijn niet voor ieder project automatisch de beste oplossing. myCUBY richt zich nadrukkelijk op prefab bouwers die conceptmatig bouwen. B2B en seriematige bouw. Vanaf circa tien tot twintig exemplaren wordt prefab volgens Löwik interessant. 26 jaargang 2026

De belangrijkste markt bestaat uit grondgebonden woningen en appartementen., sociale woningbouw, conceptwoningen en grotere aantallen grondgebonden woningen. Naast het aantal units is het moment van de keuze voor prefab belangrijk. “Onze ideale klant is een conceptuele bouwer die al in het schetsontwerp of voorlopig ontwerp nadenkt over de manier waarop hij wil bouwen. myCUBY schuift dan aan om samen met architect, aannemer en installateur te kijken naar onder meer plattegrond, schachtposities, leidingwerk, vloeropbouw en de manier waarop de badkamer het gebouw binnenkomt. Dat kan anderhalf tot zelfs drie jaar vóór de daadwerkelijke bouw zijn.” Een prefab badkamer pas bij een vrijwel gereed ontwerp ‘toevoegen’, werkt

veel minder goed. De schacht kan verkeerd liggen, de vloer is niet voorbereid of er is eenvoudigweg geen mogelijkheid meer om de complete unit in het gebouw te hijsen. MyCuby is een onderdeel van de prefab bouwstrategie STANDAARDISEREN ÉN VARIËREN Seriematig betekent overigens niet dat iedere badkamer er hetzelfde uit moet zien. In sociale huurwoningen wordt vaak gekozen voor een relatief gestandaardiseerde uitvoering met witte sanitaire voorzieningen en chromen kranen. In koopwoningen is veel meer variatie mogelijk. “Daar werken we bijvoorbeeld met sfeer- en keuzepakketten”, vertelt Löwik. “Je kunt denken aan keramische wandafwerking, maar ook aan zwarte of gouden


VIER DISCIPLINES, MYCUBY ALS SPECIALIST

De Mors werkt vanuit vier disciplines: houten kozijnen, sandwichpanelen, units voor onder meer bouwplaats-, kantoor- en kantinevoorzieningen en prefab badkamers en toiletten. Voor die laatste activiteit werd een aparte onderneming opgericht: myCUBY Prefab Badkamers & Toiletten. myCUBY ontstond in 2014 vanuit de vraag naar prefab badkamers en toiletten voor geïndustrialiseerde woningbouw. De onderneming kiest bewust voor specialisatie in deze natte ruimten. In het verleden zijn ook units met bijvoorbeeld technische ruimten en keukens gemaakt, maar de focus ligt nu volledig op badkamers en toiletten. Die zelfstandige positie betekent niet dat myCUBY uitsluitend voor VolkerWessels produceert. Integendeel: volgens Rogier Löwik wordt inmiddels ongeveer de helft van de productie geleverd aan aannemers, ontwikkelaars en conceptuele bouwers buiten de groep. Daarmee is myCUBY uitgegroeid van een oplossing voor een intern woningconcept tot een prefab specialist voor de brede woningbouwmarkt.

kranen. Als je in zo’n badkamer staat, kun je eigenlijk bijna niet zien dat het een prefab badkamer is.” OOK DE CORPORATIE MEENEMEN Woningcorporaties kijken vanzelfsprekend verder dan de oplevering. Hoe onderhoud je zo’n badkamer over tien of twintig jaar? Wat gebeurt er bij lekkage? Kun je bij het leidingwerk komen? myCUBY nodigt opdrachtgevers daarom graag uit in de fabriek in Rijssen. Niet alleen projectontwikkelaars en aannemers, maar juist ook technische medewerkers van corporaties kunnen daar zien hoe de badkamers worden opgebouwd. “Die stellen kritische vragen. Hoe kunnen we een wand onderhouden? Wat gebeurt er als achter de wand een leiding lekt? Bij het engineeren kijken

we daarom al naar slimme oplossingen en bijvoorbeeld naar het verloop van het leidingwerk, zodat je er later nog bij kunt.” MINDER BEWEGINGEN, MINDER AFVAL 4TP IZZW_FFRMJNI UWT‫ܪ‬YJJWY [FS INJ aanpak. Sanitair kan bijvoorbeeld verpakkingsloos in rolcontainers bij de fabriek worden aangeleverd. Daardoor ontstaat minder verpakkingsafval. Bovendien hoeven afzonderlijke leveranciers en vakmensen niet allemaal meer naar dezelfde bouwplaats. Löwik wil duurzaamheid daarbij niet als los verkoopargument presenteren. Ѧ-JY LFFY [TTWFQ TR XQNRRJW JS JK‫ܪ‬HNenter bouwen, waarbij duurzaamheid logisch gevolg is.” )FY JK‫ܪ‬HNएSYJWJ UWTHJX \TWIY XYJJIX

belangrijker. myCUBY produceert momenteel circa vier tot zes badkamers per dag, ongeveer 1.200 per jaar. Het bedrijf investeert in productielijnen en machinepark om door te groeien naar meer dan 2.000 exemplaren, zonder daarbij kwaliteit in te leveren. De spectaculaire handeling blijft natuurlijk het moment waarop een compleet afgewerkte badkamer aan de kraan hangt en in een woning verdwijnt. Maar feitelijk is dat het sluitstuk van een proces dat jaren eerder kan zijn begonnen. „Een goed prefab product maak je niet alleen”, vat Löwik het samen. „Het begint bij een goede samenwerking tussen alle partijen in de keten die samen de bouw slimmer organiseren.”

27


Door: Ronald van Bochove

Een zwembad dat midden in het seizoen plotseling dicht moet omdat vele vierkante meters tegelwerk loskomen, vraagt om snel handelen. Maar snelheid alleen is niet genoeg, vindt Marc Schalkwijk van Schalkwijk Tegels & Natuursteen. Bij het Sportfondsenbad in Hoofddorp combineerde het bedrijf een razendsnelle aanpak met een nieuwe vloeropbouw, zorgvuldig gekozen materialen en een strak plan van aanpak. “Als ik tien jaar garantie geef, wil ik ook precies weten waarop ik die garantie geef,” aldus Marc Schalkwijk

Tegelwerk snel herstellen, en kwaliteit bewaken Schalkwijk Tegels & Natuursteen was al servicepartner van Sportfondsen toen het bedrijf werd gevraagd naar een beschadiging te kijken aan het tegelwerk van een perron langs een van de baden in Hoofddorp. In eerste instantie leek er niet veel aan de hand. “Het ging om misschien vijf tot tien vierkante meter”, vertelt Marc Schalkwijk. “We hebben het kapotte tegelwerk verwijderd en het stuk aangeheeld met reservetegels die nog van de oorspronkelijke vloer beschikbaar waren. Eigenlijk plak je op zo’n moment een pleister. Het zwembad zat vol met zwemlessen en andere activiteiten, dus de eerste prioriteit was zorgen dat men snel weer verder kon.” Die oplossing hield. De rest van de perrons langs de baden niet. Tien dagen later kwam ’s nachts op grote schaal tegelwerk los. De vermoedelijke oorzaak was een combinatie van temperatuurverschillen, vocht en spanningen in de vloer. Dat het ’s nachts gebeurde, was een geluk bij een ongeluk. “Als zoiets overdag gebeurt terwijl kinderen over het perron lopen, heb je een serieus veiligheidsprobleem. Het glazuur van een gebroken tegel is vlijmscherp.” OM ZEVEN UUR KIJKEN, OM ELF UUR OPDRACHT Voor het zwembad betekende de schade dat activiteiten moesten worden afgelast. Schalkwijk moest daarom niet alleen vaststellen wat er mis was gegaan, maar vooral snel met een oplossing komen. “Om zeven uur ’s morgens stonden we bij de schade. Ik heb mijn laptop gepakt, ben gaan rekenen en begroten 28 jaargang 2026


Actueel

en om elf uur hadden we van de gemeente opdracht om te slopen en opnieuw op te bouwen.” Die snelheid betekende nadrukkelijk dat niet opnieuw dezelfde constructie werd gemaakt. Integendeel. Bij het verwijderen van de vloer werd duidelijk dat de onderliggende opbouw onvoldoende zekerheid bood. Plaatselijk was de dekvloer bijvoorbeeld veel dunner dan Schalkwijk voor deze toepassing wenselijk vindt. Bovendien moest rekening worden gehouden met een omstandigheid die bij zwembadtegels nogal eens wordt onderschat: tegelwerk en voegen vormen op zichzelf geen gegarandeerd waterdichte constructie. “Na verloop van tijd komt er altijd vocht door voegen heen. Daarom zorg je ervoor dat de materialen eronder daartegen bestand zijn. Je moet niet proberen water met alleen een tegel en een voeg tegen te houden. De constructie erachter moet kloppen.” VANAF DE ONDERGROND OPNIEUW BEGINNEN Daarom koos Schalkwijk voor een systeemopbouw waarbij de bestaande betonconstructie eerst zorgvuldig werd voorbereid. Waar nodig werd beton weggeschaafd om voldoende ruimte te creëren voor een goede nieuwe vloeropbouw. Vervolgens werd met speciaal daarvoor geschikte, 29


30 jaargang 2026


Actueel kunststofveredelde mortels gewerkt. Daarboven kwam een waterdichte en ontkoppelende laag. Schalkwijk: “Die heeft een dubbele functie. Water dat op het perron terechtkomt, kan niet meer in de onderliggende constructie dringen, terwijl bewegingen en spanningen uit de betonvloer niet rechtstreeks naar het tegelwerk worden overgebracht.” Ook de details kregen veel aandacht. Bij aansluitingen op wanden werd randisolatie aangebracht, zodat de vloer enige bewegingsruimte houdt. Naden werden opnieuw waterdicht afgewerkt en bij de overgang naar de overloopgoten werd een fysieke barrière gemaakt om te voorkomen dat vocht via capillaire werking alsnog de vloeropbouw binnendringt. “Beton blijft werken. Je hebt warmte, massa, vocht en temperatuurverschillen. Dat kan ik niet tegenhouden. Wat ik wel kan doen, is een systeem bouwen waarin die beweging niet meer rechtstreeks in mijn tegelvloer terechtkomt.” Door deze totale opbouw kan Schalkwijk zekerheid bieden. “Wij werken veel met systeemgaranties. Ik accepteer de situatie die ik aantref, maar vervolgens bepalen wij hoe we daarop een opbouw maken die we kunnen garanderen. Bij dit werk hebben we tien jaar garantie gegeven.” TEGELS UIT HEEL EUROPA Ondertussen speelde nog een praktisch probleem. De bestaande tegels waren niet meer gewoon leverbaar. Om het herstel visueel zo dicht mogelijk bij het oorspronkelijke werk te houden, werd in heel Europa gezocht naar resterende partijen. Waar dat niet lukte, werd in overleg voor een passende nieuwe tegel gekozen. Ook de verwerking moest zekerheid bieden. Schalkwijk werkte volgens de butYJWNSL ‫ܫ‬TFYNSLRJYMTIJ IJ QNOR \TWIY zowel op de ondergrond als op de achterzijde van de tegel aangebracht. Zo ontstaat een zo volledig mogelijke lijmoverdracht en een sterke verbinding. Om daarbij snelheid én constante kwaliteit te bereiken, werkten de tegelzetters als een treintje. “De ene man smeert de baan in, de volgende smeert de tegel en legt hem. Zo kun je productie

maken zonder de kwaliteit uit het oog te verliezen.” Voor de onverwachte hersteloperatie waren op het hoogtepunt dertien tot veertien mensen nodig. Dat kon alleen dankzij het vaste netwerk van slopers, vloerleggers, tegelzetters, leveranciers en andere specialisten waarmee Schalkwijk samenwerkt. Marc Schalkwijk was de eerste weken zelf vrijwel dagelijks aanwezig om maatvoering, uitvoering en onverwachte beslissingen te bewaken. Ook de logistiek vroeg om een aparte operatie. Materieel, tegels en verwerkingsmaterialen moesten via de naastgelegen sporthal worden aangevoerd. Om de kwetsbare sportvloer te beschermen werd een platenbaan aangelegd. Ook minikranen en ander sloopmaterieel moesten langs deze route naar het zwembad. VAN CALAMITEIT NAAR GEPLANDE RENOVATIE Na het eerste herstel bleef het niet bij dat ene perron. Ook bij de grotere wedstrijd- en trainingsbaden bestond twijfel over de vloeropbouw. Die werkzaamheden konden gelukkig wél ruim van tevoren worden gepland. Schalkwijk kreeg de vervolgopdracht al in december vorig jaar, waarna de uitvoering buiten het wedstrijdseizoen werd ingepland. Daardoor konden zwemlessen en recreatieve activiteiten zoveel mogelijk doorgaan. Technisch werd dezelfde aanpak gevolgd: eerst de oorzaak aanpakken, vervolgens een betrouwbare ondergrond opbouwen, waterdicht maken, ontkoppelen en daarna het tegelwerk aanbrengen. En vooraf precies vastleggen wanneer iedere stap wordt uitgevoerd en wanneer het zwembad weer beschikbaar is. Volgens Schalkwijk geeft juist die voorbereiding de opdrachtgever zekerheid. “Je maakt aan de voorkant een plan van aanpak: wat gaan we doen, hoe gaan we het doen, wanneer kunnen we beginnen en wanneer zijn we klaar? Daarna volgt het stappenplan. De opdrachtgever weet dus niet alleen wat hij technisch krijgt, maar ook wanneer hij zijn zwembad weer kan gebruiken.” De aanpak in Hoofddorp heeft inmiddels tot vervolgwerk geleid. Schalkwijk

voert ook elders zwembadrenovaties uit. Voor Marc Schalkwijk zit de kern daarvan niet in het vervangen van zoveel mogelijk vierkante meters tegelwerk. Het gaat om het bieden van zekerheid. “Een pleister plakken kan soms nodig zijn om snel weer open te kunnen. Maar als je daarna echt gaat renoveren, moet je de oorzaak wegnemen. Dan wil ik een ondergrond en een systeem maken waarvan ik weet dat het goed zit. Onze naam hangt tenslotte aan die garantie.”

VEEL MEER DAN TEGELWERK

Schalkwijk Tegels & Natuursteen richt zich niet alleen op zwembadrenovaties. Het bedrijf voert een breed pakket aan afbouw- en renovatiewerkzaamheden uit, van kleine specialistische reparaties tot omvangrijke projecten voor gemeenten, bouwbedrijven en vastgoedbeheerders. Daarbij begint het werk ver vóór het tegelzetten. Schalkwijk beoordeelt en herstelt ondergronden, verzorgt stuc- en mortelwerk, maakt vloeren en wanden waterdicht en brengt waar nodig ontkoppelingssystemen aan. Daarna kunnen oppervlakken worden afgewerkt met keramische tegels, natuursteen of bijvoorbeeld terrazzo. Ook afschot, goten, putten en aansluitdetails kunnen in de werkzaamheden worden meegenomen. Bij zwembadprojecten gaat het behalve om bassins en perrons ook om douches, toiletten, kleedruimten, gangen en andere algemene ruimten. Daarbij wordt rekening gehouden met eisen aan onder meer stroefheid en waterbelasting. Ook buiten zwembaden is het werkterrein breed. Schalkwijk werkt aan natuursteengevels, entrees, trappen, badkamers en sanitaire ruimten en voert herstel- en onderhoudswerk uit. Waar nodig denkt het bedrijf mee over materiaalkeuze, maatvoering, detaillering en vormgeving. “We zijn groot geworden door klein te blijven”, zegt Marc Schalkwijk over deze brede aanpak. Groot project of kleine specialistische reparatie: de basis blijft volgens hem hetzelfde – eerst begrijpen wat de ondergrond en het gebruik vragen en vervolgens het juiste systeem kiezen waarop het bedrijf ook daadwerkelijk garantie durft te geven.

31


U wilt een ideaal binnenklimaat realiseren?

A49/? B,? @ 9:/42 300c op www.nbd-online.nl

32 jaargang 2026


Tekst: Harmen Weijer

Actueel

Jaarlijks komt bij het Rijk tussen de 500 en 600 ton afgedankte werkkleding en uniformen vrij. In plaats van die kleding te verbranden, is er nu een hoogwaardige nieuwe bestemming voor gevonden: bouwpanelen. Na een aanbesteding die in de eerste ronde stukliep op de brandveiligheid, is inmiddels een producent geselecteerd die 120 ton rijkstextiel omzet in circa 3.700 bouwpanelen voor binnen én buiten. Het Rijksvastgoedbedrijf (RVB) wil die vervolgens in verschillende rijksgebouwen toepassen. Projectleider Jos Arts: “Als je zo’n paneel ontwikkelt maar het vervolgens nergens gebruikt, heb je er natuurlijk nog niets aan.”

Afgedankte uniformen hergebruikt als bouwpanelen in rijksgebouwen

Circa 120 ton afgedankte rijksuniformen, zoals van Defensie, wordt opgehaald, in kleine stukken versnipperd en vervolgens tot bouwpanelen verwerkt.

33


Deze bouwplaten, waarvan hier een demo-model wordt getoond, hebben na overleg met bouwbedrijven een formaat van ongeveer 2,70 bij 1,20 meter en 1 cm dik. Dat is conform de afmetingen in het huidige Bouwbesluit, zeker als het gaat om de hoogte van wanden in gebouwen.

Wie politieagenten, douaniers, brandweerlieden of militairen ziet, zal niet direct denken dat hun uniformen zouden kunnen dienst doen als gevel- of interieurpanelen. Dat gaat echter wel LJGJZWJS \FSY JJS ‫ܫ‬NSP IJJQ [FS IJ enorme berg kleding die de Rijksoverheid jaarlijks afdankt, komt terug als bouwpanelen. Naar schatting gaat het jaarlijks om zo’n 600 ton, oftewel 600.000 kilogram textiel. De gedachte om met uniformen en andere werkkleding iets hoogwaardigers te doen dan verbranden, ontstond bij Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO), vertelt projectleider Jos Arts. Hij leidde op interimbasis voor RVO het project en de aanbesteding, en is daarnaast als interim-projectleider actief voor het Rijksvastgoedbedrijf (RVB). “Je kunt 34 jaargang 2026

die 500 ton ieder jaar naar de verbrandingsoven brengen. Dan worden we daar met z’n allen even lekker warm van, maar dat is natuurlijk helemaal niet circulair, iets wat we wel graag willen zijn”, zegt Arts. De afdeling Afvalzorg en Grondstoffenmanagement van RVO zoekt namelijk naar manieren om de afvalstromen van het Rijk een nieuwe bestemming te geven. Dat gebeurt bijvoorbeeld al met autobanden en bouwmaterialen, en nu dus ook met afgedankte rijkskleding. Defensie is daarbij een belangrijke partner: het leverde een groot deel van het textiel JS IWTJL TTP ‫ܪ‬SFSHNJJQ GNO FFS MJY project. BRANDVEILIG Recycling van textiel is op zichzelf niet

nieuw. Van oud textiel kan opnieuw garen worden gemaakt, maar dat is economisch toch minder interessant, stelt Arts. “Het produceren van nieuw garen is goedkoper dan het herproduceren van gebruikt textiel. Uit een marktverkenning kwam een andere mogelijkheid naar voren: versnipper het textiel en verwerk het tot plaatmateriaal.” Omdat verschillende bedrijven aangaven dat te kunnen, besloot RVO de markt via een aanbesteding uit te dagen. “Als overheid moet je natuurlijk niet zomaar met één bedrijf in zee gaan. De inkoopregels gelden gewoon, dus hebben we het in een aanbesteding gezet. De beste kandidaat zou de opdracht krijgen.” Daarbij ging het nadrukkelijk niet alleen om de vraag óf van textiel een


Actueel paneel kon worden geperst. Het materiaal moest daadwerkelijk bruikbaar zijn in gebouwen. Vooral brandveiligheid was daarbij een harde voorwaarde. De aangeboden panelen moesten als eerste stap naar een brandlaboratorium. En daar liep de eerste aanbestedingsronde vast, want geen enkel paneel doorstond de brandtest, blikt Arts terug. “Daarop hadden andere geplande proeven weinig zin meer, zoals op doorbuiging, treksterkte en praktische bewerkbaarheid. Toen dachten wij: wat nu? Misschien is de markt hier nog niet helemaal rijp voor. Of misschien zijn onze eisen te hoog.” TWEEDE KANS RVO besloot het project niet af te blazen. De markt kreeg een tweede kans. “Voordat je dat allemaal opnieuw hebt geregeld, ben je minstens weer zes maanden verder. Vervolgens hebben we in feite dezelfde aanbesteding opnieuw in de markt gezet in de hoop dat de markt inmiddels al wat verder was in de innovatieve ontwikkeling hiervan.” Die tweede ronde leverde wél resultaat op. Eén kandidaat doorstond de brandtest: Agricon Nederland. Vervolgens werden de panelen door Kiwa op verschillende andere eigenschappen beproefd, waaronder waterabsorptie, doorbuiging, treksterkte en sterkte. Ook die tests werden succesvol afgerond. In februari van dit jaar is daarop het contract met Agricon getekend voor de eerste levering. Die eerste productieopdracht voor Agricon is meteen aanzienlijk. Arts: “Ze gaan 120 ton afgedankte rijkskleding omzetten in 3700 panelen, samen circa 12.000 vierkante meter plaatmateriaal.” Het textiel wordt opgehaald, in kleine stukken versnipperd en vervolgens tot platen verwerkt. Die vervangen daarmee gipsplaten (voor binnenwanden) en Trespa-platen (voor gevels). Het RVB bespaart zo grondstoffen én het vermindert de (4ҫ ZNYXYTTY Om de productie zo opschaalbaar mogelijk te maken heeft Arts nauw overleg gevoerd met de bouwsector over de afmetingen van de panelen.

“Bouwbedrijven gaven aan dat een paneel ongeveer 2,70 bij 1,20 meter zou moeten zijn. Dat is conform de afmetingen in het huidige Bouwbesluit, zeker als het gaat om de hoogte van wanden in gebouwen. Verder zijn ze 1 centimeter dik.” De eerste serie wordt dit najaar nog verwacht; de tweede helft moet voor 1 december gereed zijn. Daarna begint misschien wel de belangrijkste fase: zorgen dat het materiaal daadwerkelijk zijn weg vindt naar gebouwen. Daar komt de dubbele rol van Arts goed van pas. “Ik heb de aanbesteding en testfase bij RVO geregeld. Maar die panelen moeten ook worden toegepast, want anders heb je er gewoon niks aan.” Vanuit zijn werkzaamheden voor het Rijksvastgoedbedrijf kon hij collega-projectleiders en het management bij het RVB bij het initiatief betrekken. De belangstelling is volgens hem groot. Bij voorkeur worden de panelen over meerdere projecten verdeeld. Arts mikt op acht tot tien locaties. “We konden de hele eerste voorraad al kwijt in Rotterdam in een pand van de Koninklijke Marechaussee, maar we willen het graag over meerdere projecten verdelen. Als je alles op één plek toepast, wordt het ook maar op één plek gezien”, zegt Arts. “We willen eigenlijk een steen in het water gooien, met kringen eromheen, zodat het zich verspreidt.” ROADSHOW Om die reden organiseerden RVO en RVB na de aanbesteding ook een roadshow. Van overgebleven testpanelen maakte producent Agricon een informatiestand met onder meer een informatie scherm. Daarbij werd zowel versnipperd textiel als het uiteindelijke paneel getoond. “Die stand heeft bij zeker 8 rijksgebouwen gestaan, juist om te laten zien: wat kun je ermee en hoe ziet het eruit? Je moet het tastbaar en herkenbaar maken.” Als de eerste toepassingen aanslaan, kan het project bovendien een veel groter vervolg krijgen. Het Rijksvastgoedbedrijf wil bij een volgende fase

vooraf projecten aanwijzen waarin het materiaal kan worden toegepast. “Daarmee ontstaat een gegarandeerde afname en wordt voorkomen dat een circulair product wel wordt ontwikkeld en geproduceerd, maar vervolgens op de plank blijft liggen”, besluit Arts. Foto’s: door Rijksvastgoedbedrijf.

PROGRAMMA GROENE INNOVATIE

Het project om afgedankte rijkskleding te verwerken tot bouwpanelen wordt onderXYJZSI [FSZNY MJY࣢ 5WTLWFRRF ,WTJSJ .SST[FYNJ 5,. ࣢ [FS MJY 7NOPX[FXYLTJIGJIWNOK 7;' -JY NSYJWSJ UWTLWFRRF LJ‫ܪ‬SFSHNJWI door het ministerie van BZK, stimuleert innovaties die bijdragen aan de verduurzaming van het Rijksvastgoed. “Waar duurzaamheid om de hoek komt kijken, komt eigenlijk ook al vrij snel innovatie erbij”, zegt programmamanager Maria Hänsch. PGI richt zich op vier thema’s: energietransitie, circulariteit, natuurinclusiviteit en klimaatadaptatie. Hänsch: “Momenteel lopen rond de dertig projecten, variërend van haalbaarheidsonderzoeken tot complete renovaties die als leerproject fungeren. “We willen altijd bijdragen aan verduurzaming en stimuleren dat we een stap verder kunnen komen.” Belangrijk is dat innovaties uiteindelijk toepasbaar worden in reguliere RVB-projecten. Daarom worden vooraf haalbaarheid, risico’s en schaalbaarheid onderzocht. “Dan weten we: werkt het of werkt het niet? Op welke schaal kunnen we het inzetten? Is het klaar voor toepassing in onze projecten?” Dat gebeurt vrijwel altijd samen met marktpartijen. Daarmee wil het RVB niet alleen zelf leren, maar ook innovaties in de bouwmarkt aanjagen. Hänsch: “Wij willen echt een ontwikkeling in de markt teweegbrengen. Dat willen we ook graag doen met mensen die juist dit soort innovaties en werk interessant vinden. Dus we nodigen ook nadrukkelijk experts en andere geïnteresseerden uit ons te contacten. Want met het vele werk dat ons te wachten staat, kunnen we alle expertise en hulp gebruiken.”

35


Historische steen krijgt nieuwe plek in project Twee Getuigen Brielle Tijdens een bijzondere bijeenkomst is in project Twee Getuigen te Brielle een historische steen van het voormalige Huys te Rugge ingemetseld. Ontwikkelaar en bouwer ABB Bouwgroep markeert met deze ceremonie de verbinding tussen verleden en toekomst. De steen, met een rijke geschiedenis, geschonken door de oud-bewoners, heeft nu een prominente plaats in het nieuw gerealiseerde woonproject en symboliseert het respect voor het erfgoed van deze locatie. Met de inmetseling van de historische steen op een prominente plek in het project onderstreept ABB het belang van zorgvuldig omgaan met de historie van de locatie. Het project Twee Getuigen is niet alleen een eigentijdse toevoeging aan Brielle, maar ook een eerbetoon aan de verhalen die deze plek gevormd hebben. Het Huys te Rugge was eeuwenlang een markante en betekenisvolle plek in Brielle. Door de tijd heen kende de locatie diverse functies en bewoners, waaronder slotzusters en later een bisschop. Vanaf het begin van de 19e eeuw leefde het breed gedragen idee dat de Martelaren van Gorcum in het achterhuis van de toenmalige boerderij om het leven waren gebracht, waarna deze ruimte werd ingericht als kapel. Toen deze veronderstelling later werd weerlegd, verloor de kapel haar functie. In 1968 werd het Huys te Rugge uiteindelijk afgebroken, maar de historische steen bleef behouden als tastbare herinnering aan deze bijzondere plek. WONEN IN TWEE GETUIGEN De realisatie van nieuwbouwproject Twee Getuigen is bijna afgerond. Ontwikkelen op een locatie met zo’n rijke historie brengt onvermijdelijk uitdagingen met zich mee. Er is een karaktervolle wijk ontstaan die een waardevolle toevoeging vormt voor Brielle.

Foto’s: door ABB

36 jaargang 2026


Project in beeld

37


U gaat bestaande bouw duurzaam renoveren?

A49/? B,? @ 9:/42 300c op www.nbd-online.nl

38 jaargang 2026


Vakbeurs Energie 2026 Vakbeurs Energie is met zo’n 250 exposanten ‘s lands grootste en meest complete zakelijke netwerkevenement in het kader van duurzame opwekking en besparing van energie in de gebouwde omgeving. De vakbeurs vindt dit jaar plaats van dinsdag 6 t/m donderdag 8 oktober in de Brabanthallen te Den Bosch.

Veel nieuws op Vakbeurs Energie Tijdens het evenement leer je meer over nieuwe energieprestatie-eisen voor utiliteitsgebouwen, datagedreven gebouwbeheer, het voorkomen van oververhitting en de juiste

regeling van warmtepompsystemen. Het thema ‘binnenklimaat’ kent op Vakbeurs Energie een eigen praktijktheater met daarin dagelijks verschillende sessies.

Kortom: een mooie gelegenheid om te netwerken, maar ook een mooie kans om nieuws uit de markt tot je te nemen. Onderstaand tref je een greep uit het nieuws van de exposanten.

DEHN: denk bij batterijopslag ook aan bliksem- en overspanningsbeveiliging De snelle groei van batterijopslag biedt volop kansen voor de energietransitie, maar brengt ook nieuwe

veiligheidsvraagstukken met zich mee. Batterijen vormen steeds vaker het hart van lokale energiesystemen

waarin zonnepanelen, laadinfrastructuur en energiemanagement samenkomen. Daarmee groeit ook de

39


hoeveelheid waardevolle elektrische apparatuur die bescherming nodig heeft. Volgens Erwin Ooyman van DEHN begint die bescherming al in de ontwerpfase, met aandacht voor bliksem- en overspanningsbeveiliging. MEER DAN EEN BLIKSEMAFLEIDER DEHN houdt zich al ruim een eeuw bezig met de bescherming van mensen, gebouwen en installaties. Dat varieert van productielijnen in fabrieken tot batterijopslagsystemen in bijvoorbeeld ziekenhuizen. Het principe is volgens Ooyman steeds hetzelfde: een beschermende schil rond een installatie creëren. Die bescherming bestaat uit verschillende onderdelen. Bij externe bliksembeveiliging zorgen opvangstangen en afgaande leidingen ervoor dat een blikseminslag gecontroleerd naar de aarde wordt afgevoerd. De norm NENEN-IEC 62305 beschrijft de uitgangspunten hiervoor. Maar daarmee is het risico niet verdwenen. Een bliksemstroom wordt niet simpelweg door de aarde opgenomen. De stroom kan zich ook een weg zoeken via andere verbindingen, zoals voedingskabels, waterleidingen en installaties die met het gebouw zijn verbonden. Daar kunnen gevaarlijke overspanningen ontstaan. OVERSPANNING ALS STILLE SCHADEVEROORZAKER Juist deze indirecte effecten van blikseminslag worden volgens Ooyman regelmatig onderschat. Een gebouw hoeft daarvoor niet eens rechtstreeks te worden getroffen. Een inslag op enkele honderden meters afstand kan al voldoende zijn om schade te veroorzaken. De elektromagnetische puls die bij een blikseminslag ontstaat, kan door kabels worden opgepikt en via de elektrische installatie naar binnen komen. Een aardlekschakelaar is niet ontworpen om dergelijke zeer snelle spanningspieken af te vangen. Daarvoor is overspanningsbeveiliging nodig, die in zeer korte tijd kan reageren. 40 jaargang 2026

Bij een conventionele elektrische installatie kan een overspanning leiden tot defecte apparatuur. Bij batterijopslag kunnen de gevolgen groter zijn. Beschadiging van de isolatie of andere componenten van een batterij kan onder bepaalde omstandigheden bijdragen aan het ontstaan van thermal runaway: een zichzelf versterkend proces waarbij een batterij steeds verder opwarmt en uiteindelijk kan ontbranden. Daarmee krijgt overspanningsbeveiliging bij grotere batterijopslagsystemen een extra veiligheidsdimensie. ELEKTRIFICATIE VRAAGT OM EEN ANDERE BLIK )J XSJQQJ JQJPYWN‫ܪ‬HFYNJ [FS LJGTZwen en infrastructuur vraagt volgens Ooyman om meer aandacht voor de beveiliging van elektrische installaties. Naarmate gebouwen meer afhankelijk worden van elektriciteit en meer gevoelige elektronica bevatten, neemt ook de potentiële schade door overspanning toe. In NEN 1010 wordt overspanningsbeveiliging inmiddels nadrukkelijk geadviseerd. Toch is het onderwerp volgens Ooyman nog niet bij iedereen voldoende bekend. Een directe blikseminslag in een woning is relatief zeldzaam, maar ook indirecte inslagen kunnen schade veroorzaken. Dat risico wordt groter naarmate installaties complexer worden. Zonnepanelen, warmtepompen, laadpunten, omvormers, batterijen en energiemanagementsystemen vormen samen één steeds uitgebreider elektrisch systeem. AANVULLENDE MAATREGELEN VOOR BATTERIJOPSLAG Ook de regelgeving rond batterijopslag ontwikkelt zich. De praktijkrichtlijn PGS 37 beschrijft veiligheidsmaatregelen voor de opslag van lithiumhoudende energiedragers vanaf 20 kWh. Vooral bij grote batterijopslagsystemen kunnen de gevolgen van een incident aanzienlijk zijn. Een batterijcontainer van bijvoorbeeld één megawattuur bevat een grote hoeveelheid

opgeslagen energie. Wanneer een batterij eenmaal in brand staat, is deze volgens Ooyman moeilijk te beheersen. Koelen is dan een belangrijke maatregel om verdere escalatie te voorkomen. Daarom worden grotere batterijprojecten in de praktijk steeds vaker ontworpen met de uitgangspunten van PGS 37 als basis. Voor installaties die vergunningplichtig zijn vanwege milieu- en omgevingsaspecten kunnen de eisen uit de richtlijn bovendien een belangrijke rol spelen. BALANS TUSSEN INNOVATIE EN VEILIGHEID De energietransitie brengt nieuwe technologieën in hoog tempo naar de markt. Tegelijkertijd ontwikkelen normen en regelgeving zich verder en groeit de praktijkervaring. Volgens Ooyman is dat geen reden om nieuwe technologie af te remmen, maar wel om veiligheid vanaf het begin mee te nemen. ‘We introduceren veel nieuwe technieken die bijdragen aan verduurzaming. Dat is positief, maar we moeten tegelijkertijd nadenken over hoe we die veilig toepassen. We beschikken nog niet over tientallen jaren praktijkdata. Daarom zoeken wij als fabrikant al naar oplossingen voor mogelijke risico’s en helpen we mee aan de ontwikkeling van normen.’ Die balans tussen innovatie en veiligheid staat ook centraal tijdens Vakbeurs Energie. DEHN informeert daar bezoekers over de ontwikkelingen op het gebied van bliksem- en overspanningsbeveiliging voor batterijopslag, laadinfrastructuur en andere elektrische installaties. ‘We zitten midden in de energietransitie en zijn met elkaar nog aan het ontdekken wat alle nieuwe technieken in de praktijk betekenen. Dat is geen onwil, maar onwetendheid. Er is absoluut geen reden voor paniek. Wel willen we het bewustzijn vergroten. Wat kunnen bliksembeveiliging en overspanningsbeveiliging voor jouw installatie betekenen? Daarover gaan we graag met bezoekers in gesprek op de beurs.’


Vakbeurs Energie 2026

NIBE: slimme energiesturing wordt steeds belangrijker De ontwikkeling van warmtepompen draait al lang niet meer alleen om rendement en technische prestaties. Ook software speelt een steeds grotere rol. Door het moment waarop een warmtepomp verwarmt, koelt of warmtapwater produceert af te stemmen op energieprijzen, zonnestroom en de belasting van het elektriciteitsnet, kan de NSXYFQQFYNJ JK‫ܪ‬HNएSYJW \TWIJS NSLJ_JY Een voorbeeld hiervan is Smart Energy Management van NIBE. De warmtepompen van de fabrikant zijn standaard voorzien van dit platform, waarin verschillende functies voor energiebeheer samenkomen. Het systeem gebruikt onder meer informatie over het weer, zoninstraling, dynamische energietarieven en de opbrengst van zonnepanelen om de werking van de installatie automatisch aan te passen. Daarmee sluit de technologie aan op ontwikkelingen zoals netcongestie, de groei van dynamische energiecontracten en het einde van de salderingsregeling. Ook AI-functies worden ingezet om de energievraag en het comfort in de woning op elkaar af te stemmen. ‘Met Smart Energy Management zorgen we dat onze warmtepompen niet alleen duurzaam, maar ook slim wer-

ken. Gebruikers kunnen besparen op energie en kosten, terwijl installateurs beschikken over een online monitoringssysteem,’ vertelt Alex Bout, Senior Product Manager van NIBE. MEER DAN ALLEEN VERWARMEN Slimme energiesturing kan verschillende functies van een warmtepompinstallatie met elkaar verbinden. Zo kan de software ervoor kiezen om extra warmte te produceren wanneer de elektriciteitsprijs laag is of wanneer zonnepanelen veel stroom leveren. De woning fungeert daarmee in feite tijdelijk als een thermische buffer. Ook de beschikbare netcapaciteit kan worden meegenomen. Met Load Balancing kan het energiegebruik bijvoorbeeld worden afgestemd op de capaciteit van de aansluiting. Dat kan relevant zijn voor woningen waar meerdere elektrische systemen, zoals een warmtepomp, laadpaal en zonnepanelen, tegelijkertijd actief zijn. Bij hybride installaties kan de software bovendien bepalen welke energiebron op een bepaald moment het voordeligst is. Via koppelingen met andere systemen en Smart Grid-functionaliteit kan de warmtepomp daarnaast onder-

deel worden van een groter energiesysteem. SOFTWARE ALS ONDERDEEL VAN DE INSTALLATIE Een belangrijk verschil met traditionele installatietechniek is dat software na de installatie kan blijven veranderen. Nieuwe functies kunnen via online updates worden toegevoegd, waardoor bestaande installaties nieuwe mogelijkheden krijgen zonder dat daarvoor direct nieuwe hardware nodig is. Voor gebruikers betekent dit dat zij hun installatie via een app kunnen volgen en beheren. Installateurs kunnen installaties op afstand monitoren en analyseren en, waar nodig, instellingen optimaliseren. Daarmee verschuift een deel van de innovatie rond warmtepompen van hardware naar software. De warmtepomp wordt niet langer alleen gezien als een apparaat dat warmte produceert, maar steeds meer als een actief onderdeel van het energiesysteem. Door de werking af te stemmen op eigen opwekking, energieprijzen en de beschikbare netcapaciteit kan slimme energiesturing helpen om elektrische NSXYFQQFYNJX JK‫ܪ‬HNएSYJW NS YJ _JYYJS 41


Dé distributeur van Eastron kWh-meters in Nederland en België Met de kWh meters van Eastron leveren wij

SPEC SP SPECIFICATIES ECIF EC IFIC IF ICAT IC ATIE AT IESS IE

SDM630 Series •

Direct uit voorraad leverbaar

•

• •

1, 2 of 3 fase 100A, -/5A i.c.m. Stroomtrafo’s of Rogowski Coils Meet kWh Kvarh, KW, Kvar, KVA, P, F, PF, Hz, dmd, V, A, etc. Bidirectionele meting, import en export RS485 Modbus, TCP

u betrouwbare meetoplossingen direct uit ondersteuning teuning. voorraad en met de juiste ondersteuning.

Neem contact met ons op voor meer informatie: info@kwhmeter.nl +31-6-45737811

Of ga naar www.kwhmeter.nl

E&S Electrading

Distributeur van Eastron energie en kWh meters voor de Benelux

EXCELLENTE LUCHT PAST OVERAL

RENOVATIE

•

NIEUWBOUW

•

HOOGBOUW

•

KLIMATISERING

Renovatie, nieuwbouw of hoogbouw: compacte, efficiënte en praktisch toepasbare ventilatieoplossingen maken het verschil. Met bewezen systemen en voortdurende innovatie ondersteunt Brink installateurs en adviseurs bij elke opgave. Excellente lucht past overal. Scan voor meer info

42 jaargang 2026


Vakbeurs Energie 2026

Stiebel Eltron: all-electric verwarmen vraagt om een integrale aanpak Warmtepompen worden steeds krachtiger en slimmer. Hogere vermogens, modulerende systemen, slimme energiesturing en natuurlijke koudemiddelen maken de techniek geschikt voor een groeiend aantal toepassingen. Volgens Marc Emmen van Stiebel Eltron is de warmtepomp inmiddels een volwassen techniek. De grootste uitdagingen liggen volgens hem vooral bij het gebouw zelf en bij de beschikbare capaciteit van het elektriciteitsnet. Stiebel Eltron richt zich al meer dan vijftig jaar op all-electric warmtepompen. Die keuze gaat terug tot 1976, toen het bedrijf zijn eerste warmtepompen ontwikkelde. In Duitsland was elektrisch verwarmen destijds al gebruikelijker dan in Nederland. ‘Wij zijn honderd jaar geleden begonnen met elektrische verwarming en in 1976 met warmtepompen. In Duitsland was daar toen al een markt

voor, omdat aardgas daar nooit zo vanzelfsprekend is geweest als in Nederland. Veel gebouwen werden verwarmd met olie of gas dat ter plaatse in een tank werd opgeslagen. *JS ‫ܪ‬OSRF_NL LFXSJY\JWP _TFQX NS Nederland was er niet. Daardoor was de stap naar volledig elektrische systemen logischer.’ EERST DE WARMTEVRAAG BEPERKEN Nederland heeft volgens Emmen een andere uitgangspositie. De beschikbaarheid van aardgas maakte verwarmen lange tijd eenvoudig en relatief goedkoop. Dat heeft ook invloed gehad op de manier waarop gebouwen werden ontworpen. ‘We zijn verwend geraakt met aardgas. Een cv-ketel levert direct twintig kilowatt wanneer je daarom vraagt. Bij een warmtepomp werk je anders. Je kiest juist voor een kleiner vermo-

gen en slaat energie op in een buffervat of boiler. Dat vraagt een andere manier van denken, ontwerpen en gebruiken.’ Daarbij blijft één uitgangspunt volgens Emmen overeind: beperk eerst de warmtevraag. De principes van de Trias Energetica vormen daarvoor een belangrijke basis. Isolatie is daarbij een eerste stap, maar ook luchtdicht bouwen, zonwering, warmteterugwinning uit ventilatielucht en het gedrag van bewoners hebben invloed op het energiegebruik. ‘De grootste energiewinst zit nog altijd in het verminderen van de warmtebehoefte.’ Daarmee verandert volgens Emmen ook de discussie over de toepassing van warmtepompen in bestaande gebouwen. ‘Vroeger was vaak de vraag of een bestaand gebouw wel geschikt was. Inmiddels is de techniek zover dat vrijwel ieder gebouw in potentie geschikt kan worden gemaakt

43


wanneer je eerst de warmtevraag terugbrengt. De vraag is steeds vaker MTJ OJ JQJPYWN‫ܪ‬HFYNJ RTLJQNOP RFFPY ѣ MODULERENDE WARMTEPOMPEN BIEDEN MEER FLEXIBILITEIT De ontwikkeling van modulerende warmtepompen vergroot het toepassingsgebied verder. Moderne systemen kunnen hun vermogen voortdurend aanpassen aan de actuele warmtevraag, in plaats van alleen op vol vermogen te draaien of uit te schakelen. ‘De warmtepomp levert alleen het vermogen dat op dat moment nodig is. Daardoor zijn systemen veel eenvoudiger in te passen, ook in bestaande gebouwen.’ Ook energiemanagement speelt daarbij een steeds grotere rol. De warmtepomp 44 jaargang 2026

kan bijvoorbeeld worden aangestuurd op basis van de beschikbaarheid van duurzame elektriciteit of de actuele stroomprijs. Daarnaast groeit de behoefte aan koeling. Daardoor wordt het volgens Emmen belangrijk om niet alleen naar de warmtepomp te kijken, maar naar het gebouw als geheel. Zonwering, groen rondom het gebouw, ventilatie en warmteterugwinning beïnvloeden allemaal de energievraag. ‘Je moet het hele systeem optimaliseren.’ De beschikbaarheid van elektriciteit en netcapaciteit vormt inmiddels een belangrijke beperking voor verdere JQJPYWN‫ܪ‬HFYNJ ;TTWFQ GNO LWTYJWJ ZYNQNteitsgebouwen speelt netcongestie al langer een rol, maar inmiddels krijgen ook woningbouwprojecten hiermee te maken. ‘Tot voor kort konden woningen hun aansluiting

vaak nog zonder problemen laten verzwaren, terwijl utiliteitsgebouwen al op wachtlijsten terechtkwamen. Inmiddels zien we dat ook woningen steeds vaker moeten wachten.’ Dat betekent dat ontwerpers ef‫ܪ‬HNएSYJW RTJYJS TRLFFS RJY IJ beschikbare elektrische capaciteit. Een lagere warmtevraag, een passend warmtepompvermogen en slim energiemanagement kunnen helpen om een zwaardere netaansluiting te voorkomen. NETCONGESTIE WORDT EEN BEPALENDE FACTOR In sommige situaties betekent dat ook dat gebruikers hun energiegebruik iets moeten aanpassen. ‘Misschien kunnen niet vier mensen direct achter elkaar lang douchen, maar blijft de woning wel volledig


Vakbeurs Energie 2026 gasloos zonder netverzwaring. Dat soort maatwerk zal steeds belangrijker worden.’ NATUURLIJKE KOUDEMIDDELEN IN OPMARS Ook de koudemiddelen in warmtepompen zijn volop in ontwikkeling. Europese regelgeving stuurt steeds meer richting koudemiddelen met een lage klimaatimpact. Propaan is daarbij een belangrijke optie. ‘De ontwikkeling gaat duidelijk richting

natuurlijke koudemiddelen zoals propaan. Dat heeft een zeer lage klimaatbelasting, maar is wel brandbaar.’ De uitdaging is daarom om systemen te ontwikkelen met een zo klein mogelijke koudemiddelvulling. Daarmee kunnen de veiligheidsrisico’s worden beperkt en kunnen installaties eenvoudiger worden geïntegreerd in gebouwen. Volgens Emmen verschuift de innovatie daarmee steeds meer van de warmtepomp als afzonderlijk appa-

raat naar de complete installatie en de interactie met het gebouw. Vooral bij bestaande woningen ligt daar volgens hem nog een belangrijke opgave. ‘Juist voor het volledig gasloos maken van bestaande woningbouw zal de komende jaren veel vraag ontstaan. Daarvoor zijn slimme, compacte systemen nodig die ook binnen de beperkingen van het elektriciteitsnet goed functioneren. Daar ligt de XQJZYJQ [TTW [JWIJWJ JQJPYWN‫ܪ‬HFYNJ ѣ

Inventum Technologies: de warmtepomp wordt onderdeel van een slim energiesysteem Warmtepompen worden steeds veelzijdiger. Ze kunnen hogere temperaturen leveren, zijn geschikt voor meer woningtypen en worden steeds slimmer aangestuurd. Tegelijkertijd verschuift de aandacht van de warmtepomp zelf naar de totale energievoorziening van een woning. Volgens Jorn van Strien van Inventum Technologies ligt daar de volgende ontwikkelstap. Inventum Technologies is een Nederlandse fabrikant van warmtepompen en ontwikkelt en produceert de systemen in eigen land. In 2025 bracht het bedrijf de achtste generatie van zijn ventilatiewarmtepomp op de markt. Die ontwikkeling is ook een belangrijke reden voor de aanwezigheid van Inventum op Vakbeurs Energie. ‘De aandacht voor deze techniek is de laatste jaren enorm gegroeid, maar voor ons is het een product dat we al decennialang ontwikkelen. Op de beurs laten we zien welke stappen we hebben gezet, maar minstens zo belangrijk is dat we met klanten in gesprek blijven. De energiemarkt verandert razendsnel. Dan wil je weten waar installateurs, adviseurs, woningcorporaties en bouwers in de praktijk tegenaan lopen.’ VENTILATIELUCHT ALS WARMTEBRON Een ventilatiewarmtepomp onder-

scheidt zich van veel andere warmtepompen doordat de afgevoerde ventilatielucht als warmtebron wordt gebruikt. Dat levert niet alleen energie op, maar kan ook bijdragen aan een goed binnenklimaat. Nu woningen steeds beter worden geisoleerd, neemt het belang van goede ventilatie toe. Tegelijkertijd ziet Inventum dat bewoners soms geneigd zijn hun ventilatiesysteem uit te schakelen uit angst voor een hogere energierekening. Dat kan juist leiden tot vochtproblemen, schimmelvorming en een minder gezond binnenklimaat. ‘Wij proberen ventilatie juist onderdeel van de oplossing te maken. Je kunt dan eigenlijk spreken van ventilatiewinst in plaats van ventilatieverlies.’ De nieuwste generatie ventilatiewarmtepomp, de BEN Dual-AIR, combineert ventilatielucht met buitenlucht als warmtebron. Een buitenunit is daarbij niet nodig. Door beide bronnen te combineren kan het systeem meer vermogen leveren en wordt het toepasbaar in een groter aantal woningen. ‘Onze eerste generatie ventilatiewarmtepompen was vooral geschikt voor goed geïsoleerde nieuwbouwwoningen met een beperkte warmtevraag. Door ventilatielucht en buitenlucht te combineren kunnen we meer vermogen leveren. Daarmee wordt de techniek ook interessant voor reno-

vatieprojecten en woningen met een grotere warmtevraag.’ MEERDERE FUNCTIES IN ÉÉN INSTALLATIE De ontwikkeling van warmtepompen gaat steeds meer richting systemen waarin verschillende functies samenkomen. Verwarmen, koelen, ventileren en de productie van warmtapwater kunnen onderdeel zijn van één geïntegreerde installatie. Volgens Van Strien sluit dat aan bij de behoefte aan overzichtelijke en JK‫ܪ‬HNएSYJ NSXYFQQFYNJX Ѣ-TJ RNSIJW losse installaties je nodig hebt, hoe overzichtelijker het systeem wordt. We proberen functies zoveel mogelijk te integreren. Dat helpt niet alleen bij de installatie, maar ook bij het beheer van de woning.’ Toch blijft maatwerk noodzakelijk. Woningen verschillen onder meer in afgiftesysteem, ventilatie en warmtevraag. De ene woning heeft vloerverwarming, terwijl een andere met radiatoren of luchtverwarming werkt. ‘De ene woning heeft vloerverwarming, de andere radiatoren of verwarming via de lucht. Ook de ventilatieoplossing verschilt per project. Er is geen bouwer die precies hetzelfde vraagt. Daarom kijken we steeds hoe alle onderdelen van het systeem goed op elkaar aansluiten.’ 45


kan het energiegebruik beter worden afgestemd op de omstandigheden. Die ontwikkeling is relevant bij actuele uitdagingen zoals netcongestie, stijgende energiekosten en het tekort aan technisch personeel. Hoe slimmer installaties zelfstandig kunnen functioneren en op afstand kunnen worden beheerd, hoe minder handmatige interventie nodig is.

SLIMME ENERGIESTURING Niet alleen de hardware ontwikkelt zich. Ook software krijgt een steeds belangrijkere rol. Warmtepompen worden onderdeel van een bredere energiehuishouding waarin verschillende installaties met elkaar communiceren. ‘De volgende stap is dat de warmtepomp slim wordt aangestuurd. We kunnen installaties op afstand monitoren en instellingen aanpassen, maar uiteindelijk gaat het erom dat de warmtepomp samenwerkt met een energiemanagementsysteem.’ Zo’n systeem kan bijvoorbeeld rekening houden met de beschikbaarheid van elektriciteit, het gebruik van andere apparaten en de totale energievraag van een woning. Daarmee

RENOVATIE ALS GROEIMARKT Naast nieuwbouw ziet Inventum steeds meer mogelijkheden in renovatie. Vooral voor woningcorporaties kan een stapsgewijze aanpak aantrekkelijk zijn. Een woning hoeft niet in één keer volledig te worden verduurzaamd. ‘Een hybride systeem kan direct een groot deel van de warmtevraag overnemen, terwijl de cv-ketel als back-up beschikbaar blijft. Naarmate een woning beter wordt geïsoleerd, kan dezelfde warmtepomp uiteindelijk volledig all-electric worden ingezet.’ Volgens Van Strien kan zo’n aanpak de investeringsdrempel verlagen en tegelijkertijd een duidelijk verduurzamingspad bieden. ZONNESTROOM SLIMMER BENUTTEN De integrale benadering beperkt

zich niet tot de warmtepomp. Ook warmtapwater kan worden ingezet om opgewekte zonnestroom beter te benutten. Met het einde van de salderingsregeling wordt het immers interessanter om elektriciteit van zonnepanelen direct zelf te gebruiken. ‘We ontwikkelen al bijna een eeuw boilers. Nu zien we dat slimme elektrische boilers ook een rol kunnen spelen bij het vergroten van het eigen verbruik van zonnestroom. Op het moment dat zonnepanelen meer elektriciteit produceren dan wordt gebruikt, kan die energie worden opgeslagen als warm tapwater.’ Daarmee ontstaat een relatief eenvoudige manier om meer van de zelf opgewekte elektriciteit binnen de woning te benutten. Voor Van Strien past die ontwikkeling bij de bredere verandering in de installatietechniek. Niet één apparaat bepaalt uiteindelijk hoe energiezuinig een woning is, maar de manier waarop de verschillende onderdelen samenwerken. ‘De warmtepomp kan zeker het verschil maken, maar alleen als hij onderdeel is van een goed afgestemd totaalconcept. Daar ligt volgens ons de grootste stap die de energietransitie nu maakt.’

Socomec: de slimme regie achter batterijopslag Een batterij plaatsen is relatief eenvoudig. De echte uitdaging zit in het optimaal inzetten van energieopslag. Hoe laat je een batterij slim samenwerken met zonnepanelen, laadpalen, warmtepompen en het elektriciteitsnet? Volgens Tony Selwa Vreman van Socomec ligt daar momenteel de belangrijkste ontwikkeling. Niet de batterij zelf, maar het energiemanagementsysteem (EMS) bepaalt uiteindelijk hoeveel waarde energieopslag oplevert. VAN LOSSE BATTERIJ NAAR SLIMME REGIE Een batterij wordt nog vaak gezien als een grote powerbank: energie opslaan 46 jaargang 2026

en die later weer gebruiken. Dat beeld klopt volgens Vreman maar ten dele. ‘Het gebruik van een powerbank waarmee je alleen een telefoon oplaadt, is eenvoudig. Maar zodra je die powerbank tegelijkertijd wilt opladen, er meerdere apparaten op aansluit en ook nog wilt bepalen wanneer dat gebeurt, wordt het ingewikkelder. Dat is precies wat er bij bedrijven speelt. Daar lopen de bedrijfsprocessen gewoon door en kun je je niet altijd aanpassen aan de beperkingen van een batterij.’ Daarom wordt een EMS steeds belangrijker. ‘De batterij is uiteindelijk maar een onderdeel van het systeem. Het EMS is de dirigent die bepaalt

wanneer je laadt, wanneer je ontlaadt en hoe alle onderdelen met elkaar samenwerken.’ EERST METEN, DAN DIMENSIONEREN Socomec levert elektrotechnische oplossingen, van schakelaars en UPS-systemen tot meetapparatuur en batterijopslagsystemen. Het bedrijf richt zich onder meer op kritische toepassingen, zoals ziekenhuizen, stations en productiebedrijven waar een stroomonderbreking grote gevolgen kan hebben. Bij batterijprojecten begint het advies daarom niet met de vraag welke batterij nodig is. ‘De eerste stap is altijd


Vakbeurs Energie 2026 bemeteren. We willen precies weten hoe een locatie functioneert en waar het energieverbruik vandaan komt. Vervolgens kijken we naar de groeiplannen. Komen er extra laadpalen? Wordt het hele wagenpark elektrisch? Hoe ontwikkelen de bedrijfsactiviteiten zich? Op basis van die gegevens bepalen we welke batterijcapaciteit echt nodig is.’ Ook zonnepanelen, seizoensinvloeden en de lokale netsituatie spelen een rol. ‘In de zomer heb je vaak een groot overschot aan zonnestroom, terwijl je in de winter juist veel meer elektriciteit nodig hebt. Daarnaast verschilt netcongestie sterk per regio. Het EMS moet al die factoren meenemen om IJ GFYYJWNO _T JK‫ܪ‬HNएSY RTLJQNOP NS YJ zetten.’ OPSLAG ALS ANTWOORD OP NETCONGESTIE Steeds vaker wordt de omvang van een batterij niet alleen bepaald door het eigen energieverbruik, maar ook door de beschikbare netcapaciteit. Vreman noemt een project dat binnenkort wordt gerealiseerd. ‘Een bedrijf wilde aanvankelijk een batterij van 600 kWh plaatsen. Tijdens gesprekken met de gemeente bleek dat de congestie in dat gebied de komende jaren verder zal toenemen. Uiteindelijk is gekozen voor een grotere batterij, zodat het bedrijf ook in de YTJPTRXY [TQITJSIJ ‫ܫ‬J]NGNQNYJNY MJJKY ѣ Daarbij moet volgens Vreman niet het bedrijfsproces zich aanpassen aan de batterij, maar juist andersom. ‘Bij mij thuis kan ik de vaatwasser best op een ander moment aanzetten. Maar een distributiecentrum van bijvoorbeeld DHL moet zijn voertuigen gewoon op tijd kunnen laden. Daar is het de batterij die zich moet aanpassen aan het bedrijfsproces, niet andersom.’

JQJPYWN‫ܪ‬HFYNJ TK \NQQJS NSXUJQJS TU dynamische elektriciteitsprijzen en ‫ܫ‬J]NGNQNYJNYXRFWPYJS ‘Je ziet dat bedrijven verschillende inkomstenbronnen combineren. Een deel van de batterij wordt gebruikt voor eigen verbruik, een deel om slim in te spelen op prijsverschillen op de energiemarkt en soms ook voor diensten op de onbalans- of frequentiemarkt. Daardoor verandert de optimale strategie voortdurend.’ Als de batterij niet volledig nodig is voor het eigen bedrijfsproces, kan de resterende capaciteit volgens Vreman commercieel worden ingezet. ‘Je kunt bijvoorbeeld goedkoop laden wanneer er veel wind- of zonne-energie beschikbaar is en later weer ontladen als de prijzen hoger zijn.’ Bij grotere batterijprojecten speelt daarnaast de keuze van leverancier een belangrijke rol. ‘Steeds meer partijen kiezen voor grotere leveranciers vanwege de garantie en ondersteuning. Batterijprojecten hebben vaak garanties van minimaal vijf of tien jaar en ook het onderhoud speelt een grote rol. Het kiezen van de juiste partner is dan ook essentieel voor de continuïteit van het bedrijfsproces.’ ZEKERHEID ALS BELANGRIJKSTE OPBRENGST -TJ\JQ ‫ܪ‬SFSHNएQJ TUYNRFQNXFYNJ [JJQ aandacht krijgt, blijft leveringszeker-

heid volgens Vreman een belangrijke reden om energieopslag toe te passen. ‘Met een batterij koop je uiteindelijk zekerheid. Je weet dat je ook bij een beperkte netaansluiting voldoende energie beschikbaar hebt wanneer je die nodig hebt. Dat is voor veel bedrijven minstens zo belangrijk FQX MJY ‫ܪ‬SFSHNएQJ WJSIJRJSY ѣ Die behoefte gaat volgens hem steeds verder. Organisaties willen in toenemende mate ook tijdens een netstoring kunnen blijven functioneren. ‘Daarvoor moet een batterij zelfstandig een stabiel elektriciteitsnet kunnen vormen. Normaal gesproken volgt alle apparatuur de sinus van het openbare net. Valt dat weg, dan moet de batterij zelf die referentie kunnen opbouwen en later weer synchroniseren zodra het openbare net terugkomt.’ )FY [WFFLY TR XUJHN‫ܪ‬JPJ YJHMSTQTLNJ zoals een grid-forming-functionaliteit, en om een veilige ontkoppeling van het gebouw van het openbare net. Daarmee ontwikkelt batterijopslag zich volgens Vreman van een losse technische installatie tot een integraal onderdeel van het energiesysteem. ‘De batterij zelf is belangrijk, maar de echte waarde ontstaat pas wanneer alle onderdelen intelligent samenwerken.’ Beeldmateriaal: door Stockphoto

VERSCHILLENDE VERDIENMODELLEN De redenen om in batterijopslag te investeren lopen sterk uiteen. Sommige bedrijven willen vooral meer van hun eigen zonnestroom benutten. &SIJWJ _TJPJS J]YWF ‫ܫ‬J]NGNQNYJNY [TTW 47


Kom jij ons Team versterken? TEGELZETTER - WERKVOORBEREIDERS - CALCULATOR Mail naar info@schalkwijktotaalafbouw.nl Of bel 0348-401145

www.schalkwijkkamerik.nl

48 jaargang 2026


VAKBEURS PREFAB

PREFAB platform voor kennis en innovatie van industrieel bouwen PREFAB is de vakbeurs en het kennisplatform voor professionals die zich bezighouden met industrieel en modulair bouwen en renoveren. De beurs biedt volop ruimte voor kennisdeling, ontmoeting en business en draagt daarmee bij aan de verdere ontwikkeling van prefabricatie en industrialisatie in de bouw- en installatiesector. Kennis en inspiratie staan centraal. Bezoekers krijgen inzicht in nieuwe innovaties, praktische oplossingen en best practices. Daarnaast biedt PREFAB een inhoudelijk programma met actuele thema’s en ontwikkelingen binnen industrieel en modulair bouwen. PREFAB vindt gelijktijdig plaats met Vakbeurs Energie en de vakbeurzen Zero Emission | Ecomobiel en Industrial Heat & Power. De evenementen worden op dezelfde locatie georganiseerd, waardoor bezoekers verschillende ontwikkelingen binnen de bouw, energie, mobiliteit en industrie kunnen combineren. Op de beursvloer en in het kennisprogramma zijn drie hoofdsegmenten vertegenwoordigd: Ontwerp & Engineering, Componenten & Modules en Logistiek & Assemblage. Naast

afzonderlijke producten en oplossingen voor ontwerp en logistiek, laat PREFAB ook zien hoe deze onderdelen samenkomen in volledig geïntegreerde toepassingen. Zo biedt PREFAB een breed overzicht van de technieken, oplossingen en werkwijzen die bijdragen aan een verdere industrialisatie van de bouw- en installatiesector. PREFAB VERBINDT BOUW EN INSTALLATIE Op PREFAB komen bouw en installatie nadrukkelijk samen. De vakbeurs richt zich op de verdere industrialisatie van de bouw en laat zien hoe prefabcomponenten en installatietechniek in de praktijk kunnen worden geïntegreerd. Op de beursvloer is onder meer aandacht voor geïntegreerde vloer- en gevelelementen, duurzame dakcon-

structies en installatie- en energiemodules. Ook prefab badkamers, verbindingstechnieken en geïndustrialiseerde componenten zoals schoorstenen en balkons zijn vertegenwoordigd. Naast de producten en oplossingen staat kennisdeling centraal. Experts bespreken actuele ontwikkelingen binnen industrieel en modulair bouwen, terwijl bedrijven hun nieuwste toepassingen en technieken presenteren. Daarmee biedt de beurs aan bezoekers de mogelijkheid om zich in korte tijd te verdiepen in ontwikkelingen die relevant zijn voor de bouw- en installatiesector. Het inhoudelijke programma is verdeeld over twee beurstheaters. Daar vinden workshops, lezingen, debatten en seminars plaats over uiteenlopende onderwerpen. Deelname aan deze sessies kan worden gecombineerd met een bezoek aan de beursvloer. Aanmelden voor het kennisprogramma verloopt via de bezoekersregistratie. Beeldmateriaal: door Stockphoto.

49


Vakbeurs Energie 6 – 8 oktober

Nederland staat voor uitdagingen en is volop in transitie. Technologische ontwikkelingen maken het voorheen onmogelijke mogelijk. Vernieuwers plukken daar de vruchten van met innovatieve concepten. In 2030 wil Nederland, volgens de Nederlandse klimaatwet, 55% minder broeikasgassen uitstoten vergeleken met 1990. En in 2050 moet Nederland klimaatneutraal zijn. De broeikasgassen die Nederland in 2050 nog uitstoot, worden gecompenseerd met koolstofverwijdering. Hierdoor is er netto geen uitstoot meer. De beurs is een schakel in de energietransitie, als bindend element en ter bevordering van kennisdeling. Gelijktijdig, onder de vlag van de Nationale Energie Week, met de vakbeurzen PREFAB, Zero Emission | Ecomobiel en Industrial Heat & Power. Locatie: Brabanthallen, Den Bosch

Vakbeurs PREFAB 6 – 8 oktober

PREFAB is de vakbeurs en het kennisplatform voor professionals in industrieel en modulair bouwen en renoveren. Draagt bij aan kennisdeling en business en ondersteunt zo de doorontwikkeling van prefabricatie en industrialisatie in de bouw- en installatiesector. PREFAB brengt innovaties, oplossingen, best practices en een sterk inhoudelijk programma. Locatie: Brabanthallen, Den Bosch

50 jaargang 2026

Agenda Chillventa 13 – 15 oktober

Internationale vakbeurs op het gebied van koeling, airconditioning, ventilatie en warmtepompen. Chillventa is wereldwijd ongeëvenaard vanwege het uitgebreide overzicht inzake koel- en isolatietechnologieën, industriële - en commerciële automatisering, airconditioning, ventilatie en warmtepompen. De onderscheidende focus trekt toonaangevende experts, belangrijke spelers en brancheverenigingen naar Neurenberg. Locatie: Messezentrum Nürnberg (DE)

DigiBouw

25 – 26 november

Het platform voor bouwprofessionals uit de OBT-keten die alles willen weten over de next step in digitalisering van het bouwproces. DigiBouw is de kans om jouw product, dienst en oplossing te presenteren aan de juiste professionals uit de branche. Met een plek op de beursvloer en/of met een sessie in een van de theaters, deel jij als koploper uit de markt jouw kennis en ervaring. Locatie: Jaarbeurs, Utrecht.


Project De Componist Kerkrade Realisatie in uitvoering van H-GBM met Aliplast Aluminium Systems Render: Brix Visuals

STAR 75 - KOZIJNEN Een strakke vormgeving in combinatie met de performante isolatie zijn ideaal voor lage energiewoningen of gebouwen, zowel nieuwbouw als renovatie.

Bouwen en verbouwen wil je in stijl doen. Met oerdegelijke materialen die je gebouw FUTUREPROOF maken. In een matchende kleur en hedendaagse uitvoering. De Aliplast aluminium systemen openen een warme wereld van mogelijkheden voor architecten en constructeurs. Het resultaat van onze TECHNISCHE EXPERTISE en

•

Zeer goede isolatiewaarde

investeringen in INNOVATIE EN DESIGN.

•

Beschikbaar in 4 isolatieniveaus

Veranderende woningbehoeften, daar

•

Geschikt voor energiezuinige woningen en gebouwen

•

spelen wij op in. www.aliplast.com - info@aliplast.com

Ook mogelijk met verborgen vleugel

51


Ook alle soorten MONUGLAS ®

Extra dun isolerend glas voor monumenten ɣ Historic, Classic of Modern ɣ Karakteristiek ɣ Comfortverhogend ɣ Energiebesparend

EDE | EINDHOVEN | HEESCH | HELMOND | LOENEN | NIEUWEGEIN | WERKENDAM

52 jaargang 2026


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
NBD magazine editie 3 van 2026 by Jetvertising b.v. - Issuu