Skip to main content

Jessalinea nr 24

Page 1

“Hello robot” Da Vinci in Hasselt Limburgse urologen schrijven geschiedenis Antibioticabeleid Minder is meestal meer

MEDISCH INFORMATIEBLAD JESSA ZIEKENHUIS NR. 24 FEBRUARI 2017

JessaLinea


2 INHOUD

INTERVENTIONELE RADIOLOGIE

COLOFON

24

JessaLinea

nr. 24 - februari 2017

Het Jessa Ziekenhuis en het ZOL werken samen op het vlak van interventionele radiologische behandelingen, met het doel om afspraken te maken over welke activiteit gecentraliseerd wordt en welke aangeboden wordt op beide vestigingsplaatsen.

Verantwoordelijke uitgever: vzw Jessa Ziekenhuis, Salvatorstraat 20, 3500 Hasselt Hoofd- en eindredactie: dienst communicatie Jessa Ziekenhuis, Salvatorstraat 20, 3500 Hasselt tel. 011 33 53 50, jessalinea@jessazh.be Vormgeving: marjanwuyts Grafische Vormgeving Drukwerk: Drukkerij Haletra www.jessazh.be info@jessazh.be www.facebook.com/jessaziekenhuis www.twitter.com/jessaziekenhuis

Kliniek voor Urologie

8

Digitalisering van medische dossiers

13

Symposium Palliatieve Zorgen

18

Nieuw protocol voor ECMO

20

Taalzakboek logopedie

22

Terugkomdag neonatologie

29


3 INHOUD

JESSA & WETENSCHAP

30

00 14

Het nieuwe platform Jessa & Wetenschap bundelt (samen met externe partners) alle wetenschappelijke activiteiten binnen het Jessa Ziekenhuis. “We willen een euregionale broedplaats voor vooruitgang, onderzoek, ontwikkeling en innovatie in de gezondheidszorg worden”, aldus dr. Ingrid Arijs (LCRP) en Sandra Meijer (Jessa).

De antibiotherapiebeleidsgroep van het Jessa Ziekenhuis probeert paal en perk te stellen aan de overconsumptie van antibiotica. “Het doel is niet alleen om minder voor te schrijven, maar vooral om correcter voor te schrijven.”

ANTIBIOTICABELEID

Erkenning voor Jessaslaaplabo

32

De voordelen van NIPT

34

Cathlab Jessa vernieuwd

36

Multidisciplinair centrum voor hoofdhalsoncologie

38

Obesitas: feiten en fabels

41

De prikkelarme kamer

44


4 KORT NIEUWS

TOP IN VOEDSELVEILIGHEID OP VOLLE KRACHT

VOORUIT

Het Jessa Ziekenhuis heeft eind december een nieuw ISO 22000:2005-certificaat voor zijn voedselveiligheidsmanagementsysteem gekregen. “Een mooi nieuwjaarsgeschenk”, glundert Marleen Vermesen, kwaliteitscoördinator van de Jessa-voedingsdienst. “In 2009 waren we het allereerste ziekenhuis in België dat het internationale certificaat binnenhaalde en sindsdien hebben we het elk jaar opnieuw behaald. Het Federaal Agentschap voor de Voedselveiligheid stelt normen op waaraan we moeten voldoen, maar de normen van het ISO-certificaat gaan nog een stuk verder.” In het officiële ISO 22000:2005-normenboek staat daarover: “In deze internationale norm worden eisen gespecificeerd voor een managementsysteem voor voedselveiligheid, waarin de volgende hoofdelementen zijn samengebracht: interactieve communicatie, beheren van het systeem, basisvoorwaardenprogramma’s en het “Hazard Analysis and Cricital Control Point”-systeem.” Slotwoordje van Marleen Vermesen en voormalig voedingsdienstmanager Rita Olaerts (die eind vorig jaar met pensioen is gegaan): “Een heel grote dankjewel aan al onze medewer-

H

kers die zich hiervoor elke dag weer inzetten.” et fertiliteitscentrum van het Jessa Ziekenhuis heeft onlangs

versterking gekregen van dr. Sara Neyens en dr. Sofie Hulsbosch. Zij vervoegen dr. Marc Muyldermans als fertiliteitsarts. Ook na het plotse overlijden van dr. Arjoko Wisanto, de bezieler, gaat het fertiliteitscentrum volle kracht vooruit. Om zijn ambitie kracht bij te zetten, heeft het centrum een nieuwe brochure uitgebracht. “Een kinderwens wordt niet steeds vanzelf vervuld en dan is hulp van gespecialiseerde personen soms nodig.”

Jessa richt medisch investeringsfonds op Om patiënten ook in de toekomst de beste kwaliteit van zorg te kunnen aanbieden, heeft het Jessa Ziekenhuis beslist om een medisch investeringsfonds op te richten. De financiering van dit fonds wordt gedragen door een verhoging van de ereloonsupplementen op een eenpersoonskamer. De arts ontvangt geen extra inkomsten als gevolg van deze verhoging. Het geld wordt integraal aangewend voor de aankoop van hoogtechnologische medische apparatuur. Ter info: Limburg is de laatste provincie in België waar een verhoging van de ereloonsupplementen wordt doorgevoerd. Als referentieziekenhuis wil het Jessa Ziekenhuis – samen met zijn netwerkziekenhuizen – de toon zetten inzake deskundige en innovatieve patiëntenzorg. Dit vergt blijvende investeringen in kwaliteit en technologie. De reguliere financiering van de ziekenhuizen voorziet onvoldoende middelen om deze investeringen mogelijk te maken.


5

Website kinderobesitas

O

besitas treft niet enkel volwassenen, ook steeds meer kinderen en jongeren lijden aan de welvaartsziekte. Om deze problematische trend aan te pakken, zet de kinderafdeling van het Jessa Ziekenhuis een multidisciplinair team in, bestaande uit een kinderarts, een diĂŤtiste, een psychologe en een kinesiste. Op de website kinderobesitas van Jessa leer je als ouders hoe je de beste hulp voor je kind kunt krijgen. Nadat je een vragenlijst hebt ingevuld, word je uitgenodigd voor een eerste obesitasraadpleging. Na een onderzoek worden de mogelijkheden voor een verdere begeleiding besproken. www.jessazh.be/kinderobesitas

5


6 NIEUWS

JESSA BOUWT NIEUW ZIEKENHUIS IN HASSELT

H

et nieuwe Jessa Ziekenhuis wordt een van de grootste nieuwbouwprojecten van ziekenhuizen

in Vlaanderen. De kostprijs wordt geschat op 400 miljoen euro. Die investering is noodzakelijk om als geaccredi-

teerd referentieziekenhuis te kunnen blijven functioneren. De huidige infrastructuur op campus Virga Jesse en campus Salvator is verouderd. Na een grondige locatiestudie zijn twee sites in Hasselt weerhouden voor de inplanting van het nieuwe Jessa Ziekenhuis, namelijk de aangrenzende “Salvator+ site” en “Pietelbeek Zuid”. Beide sites, die voldoende ruimte bieden voor een groot acuut ziekenhuis met daarrond ook elementaire nevenfuncties zoals een huisartsenwachtpost, zorgwinkels, een zorghotel, ouderenvoorzieningen, zorgassistentiewoningen en onderzoeksfaciliteiten, worden in de komende maanden onderzocht op hun individualiteit en hun complementariteit. Algemeen directeur dr. Yves Breysem van het Jessa Ziekenhuis: “We hebben de ambitie als referentieziekenhuis om in een netwerk met de omliggende ziekenhuizen in Zuid-West Limburg te opereren, waarbij we meer en meer zullen samenwerken op het vlak van zorg en ondersteunende diensten. Dit strookt met de beleidsvisie van onze ministers van Sociale Zaken en Volksgezondheid Maggie De Block en Jo Vandeurzen. De nieuwbouw zal dan ook flexibel moeten zijn, opdat ruimtes eenvoudig omgevormd kunnen worden voor andere doeleinden en uitbreiding steeds mogelijk is.” Burgemeester van Hasselt Nadja Vananroye heeft het dossier (initieel als voorzitter van het Jessa Ziekenhuis) nauw opgevolgd: “Als hoofdstad van Limburg spelen we ook op het domein van zorg een sleutelrol. Daarom

PROF. DR. DIRK RAMAEKERS:

WAT WE MISSCHIEN

moeten we beschikken over een aantrekkelijk en goed bereikbaar zieken-

TE WEINIG DOEN,

huis, met een flexibele indeling. Dat ziekenhuis komt er nu!” De bedoeling

IS ZO NU EN DAN EVEN

is om de nieuwbouw in 2026 in gebruik te kunnen nemen.

TIJD MAKEN OM MET ELKAAR TE SPREKEN


7 COLUMN

DAG

Collega’s

GEVANGENIS

D

eze titel verwijst niet naar de ogenblikkelijke detentie van

tonveiligheid lineair toeneemt. In de multiple transities treden er

ondergetekende – het zwaard van Damocles dat boven

fouten op. Hoe minder overdrachten, hoe kleiner het risico dat het

elke hoofdarts hangt – maar wel naar de recente nieuwjaars-

in de soep draait.

receptie. Dit jaar deden de Herkenrode Huisartsenkring en de Jessaartsen het samen in de Oude Gevangenis van Hasselt.

Rik Torfs bracht nog iets anders aan. Voor samenwerking en interdisciplinariteit is er vooreerst vertrouwen nodig. We focussen te

De key note speaker van de avond was Rik Torfs. Waar hij zijn mosterd blijft halen, is een goed bewaard geheim, maar hij oreerde rake woorden. Zowel in de verdere inhoudelijke invulling van de samenwerkingsovereenkomst tussen Huisartsenkring en Jessa als in de concrete uitbouw van het ziekenhuisnetwerk Zuid-West Limburg zijn die relevant. Samenwerking en interdisciplinariteit zijn anno 2017 belangrijk in de zorg, maar ze mogen geen fetisj worden. Als het louter samenwerken is om het samenwerken, dan is dat nonsensicaal, aldus de geleerde kerkjurist. Even zo voor interdisciplinariteit. We passen dat in de praktijk al intens toe en gaan ervan uit dat dat leidt tot wederzijdse versterking en dus betere kwaliteit. Maar ook dat mag geen

sterk op compliantie. Vertrouwen is beter dan controle, luidde zijn boutade. Het ging dan wel over gegrond vertrouwen dat zich ook uit in concrete acties. Dat is iets dat artsen kennen. Verwijs- en terugverwijsgedrag is gebaseerd op vertrouwen tussen huisarts en specialist. Dat vertrouwen komt er pas na een aantal positieve ervaringen. Een afspraak op papier is daar geen substituut voor. Wat we misschien te weinig doen, is zo nu en dan even tijd maken om met elkaar te spreken. De telefoon blijft een favoriet communicatiemiddel, maar alsmaar meer verloopt de communicatie via elektronische transmissie. Niet alleen de patiënt heeft last van aliënatie door de toenemende digitalisatie en de wijdverspreide interdisciplinariteit. Ook wij lopen het risico om in onze eigen praktijk en digitale cocon opgesloten te raken.

dogma worden en is alleen zinvol als er effectief een meerwaarde kan aangetoond worden voor de patiënt.

De nieuwjaarsreceptie bracht naast het obligate glas de gelegenheid om elkaar beter leren kennen. Dat geeft vertrouwen en leidt

Ik dacht even aan de observatie dat met de toenemende, weleens

tot beter samenwerken voor onze patiënten. Voor zij die er niet bij

chaotische, complexiteit van de zorg van menig patiënt de patiën-

konden zijn, bij deze onze gegronde Beste Wensen.


8 UROLOGIE

LIMBURGSE UROLOGEN SCHRIJVEN

D

e medische diensten urologie van het

De nieuwe Limburgse associatie urologie, die onder de naam

Jessa Ziekenhuis (Hasselt), het Sint-

‘Kliniek voor Urologie’ opereert, wijst de weg naar de toekomst

Franciscusziekenhuis (Heusden-Zolder), AZ Vesalius (Tongeren) en Sint-Trudoziekenhuis (Sint-Truiden) hebben een verregaand samen-

van de geneeskunde in België. Koenraad Van Renterghem, diensthoofd urologie van het Jessa Ziekenhuis, legt uit: “Minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid Maggie De Block heeft in de visienota van de Federale Overheidsdienst Gezondheid een

werkingsakkoord afgesloten, dat hen een van

aantal fundamentele veranderingen in de gezondheidszorg aange-

de grootste urologiediensten in de Benelux

kondigd. In tijden van financiële nood eist ze meer efficiëntie.

maakt. “We werken niet meer in een zieken-

Daar heeft ze een punt. Een voorbeeld: waarom moet elk klein en

huis zoals we dat kennen, maar in een virtueel ziekenhuis van 2000 bedden.”

middelgroot ziekenhuis pakweg pancreas- en slokdarmchirurgie aanbieden? De Block wil onder andere dat ziekenhuizen zich verenigen in netwerken. Wij geven het goede voorbeeld.”


9 UROLOGIE

GESCHIEDENIS Ondanks de nood aan financiële matiging, blijft de kwaliteit

worden gelijkmatig verdeeld. Dat veronderstelt natuurlijk wel dat

centraal staan. Van Renterghem: “Het bundelen van onze expertise

iedereen zich voltijds engageert. Daar zijn duidelijke afspraken

biedt voordelen voor de patiënt én voor de betrokken ziekenhuizen.

over gemaakt.”

Patiënten hebben de zekerheid dat ze worden behandeld door een topexpert. Ook de ziekenhuizen halen profijt, want ze kunnen schit-

De Limburgse ‘Kliniek voor Urologie’ gooit hoge ogen in de rest

teren in hun expertisegebieden.”

van het land en zelfs over de landsgrenzen. Van Renterghem: “We zijn voorlopers. We geven richting aan de toekomst van de

Dreigen de kleine ziekenhuizen in het netwerk niet in de hoek te

geneeskunde. We houden niet vast aan de traditionele structuren

worden geduwd? Neen! Van Renterghem: “Alle twaalf partners

van een ziekenhuis, maar we creëren een platform en werken

in onze associatie staan op gelijke voet. We gaan geen latrelatie

voortaan samen in een virtueel ziekenhuis met een totaal van

aan, maar een volwaardig huwelijk. En daar zijn we consequent

2000 bedden. Stilaan begint het besef ook elders door te dringen

in: alle inkomsten van de associatie komen in één pot terecht en

dat we geschiedenis aan het schrijven zijn.”


10 UROLOGIE

KLINIEK VOOR UROLOGIE

H

et eerste wapenfeit van de gloednieuwe Limburgse asso-

ciatie van urologen is de aankoop van een robot voor het uitvoeren van kijkoperaties ‘van de volgende generatie’. De Da Vinci-robot belooft ongeëvenaarde trefzekerheid, een sneller herstel voor de patiënt en meer comfort voor de chirurg. Het is meteen de eerste medische robot die in België door verschillende ziekenhuizen gezamenlijk wordt ingezet.


11 UROLOGIE

Tegelijk versterkt de associatie zich met dr. Tom Tuytten, een ervaren pionier in de robotchirurgie. Koenraad Van Renterghem, diensthoofd urologie van het Jessa Ziekenhuis in Hasselt, is bijzonder verheugd over de komst van Tuytten: “Als je een F1-bolide aanschaft, maar geen piloot als Lewis Hamilton of Nico Rosberg hebt, sta je nergens. Wij hebben geïnvesteerd in een bolide én een piloot van topkwaliteit.”

Tom Tuytten: “Het grote voordeel van de robot is dat hij de commando’s van de chirurg met een ongekende precisie uitvoert. Geen mensenhand is zo stabiel als een robotarm. Een ingreep met behulp van de Da Vinci-robot is ook minimaal invasief. De patiënt heeft na afloop minder pijn en kan vaak daags na de operatie al naar huis. Nu, dat neemt niet weg dat hij nog enige tijd moet herstellen. Vandaar dat na minimaal invasieve ingrepen een goede samenwerking tussen het ziekenhuis en de huisarts uiterst belangrijk is.”

Niet enkel de patiënt wint, ook de chirurg wordt er beter van. De 3D-camera van de Da Vinci-robot toont beelden met dieptezicht, terwijl de chirurg tijdens een klassieke kijkoperatie genoegen moet nemen met tweedimensionale beelden. Een optimale zichtbaarheid verhoogt de precisie van de ingreep en verkleint het risico op beschadigingen aan het weefsel.


12 UROLOGIE

KLINIEK VOOR UROLOGIE

Daar komt bij dat de armen van de robot

Tom Tuytten is niet enkel binnengehaald

even beweeglijk zijn als de polsen van de

door de associatie om robot-gestuurde

IDENTIKIT DR. TOM TUYTTEN

chirurg en zelfs 360 graden kunnen draai-

operaties uit te voeren en te begelei-

Dr. Tom Tuytten (1973) heeft Ge-

en. Een robotarm trilt bovendien nooit. Ook

den, maar ook om andere chirurgen én

neeskunde gestudeerd aan de Uni-

eventuele verschillen in vastheid tussen

verpleegkundigen te leren werken met de

versiteit van Leuven en liep tijdens

de linker- en rechterhand vallen weg. En

Da Vinci-robot. “Eerst leid ik verpleegkun-

zijn opleiding tot uroloog stage in

niet te vergeten: robotchirurgie biedt meer

digen op. Zij nemen een cruciale plaats

het Onze Lieve Vrouwenziekenhuis

comfort voor de chirurg dan een klassieke

in bij het uitvoeren van robotchirurgie.

in Aalst. Daar had hij naar eigen

kijkoperatie. Tom Tuytten: “Het uitvoeren

Daarna ga ik aan de slag met collega-chi-

zeggen “het voorrecht” om te mo-

van kijkoperaties is zeer belastend voor

rurgen. Dat opleidingstraject neemt zeker

gen werken onder leiding van op-

de nek en rug, dankzij de robot kunnen we

enkele maanden in beslag.” Is het dan

leider-arts Alexander Mottrie, een

zonder lichamelijke schade aan het werk

moeilijk om de robot te bedienen? Tuyt-

van de eerste chirurgen/urologen

blijven tot aan onze pensioenleeftijd.”

ten: “Neen, eigenlijk niet. De bediening

ter wereld die zich specialiseerde

Voor alle duidelijkheid: de Da Vinci-

is bijzonder intuïtief en gebruiksvriende-

in robotchirurgie. Onder impuls van

operatierobot opereert niet zelfstandig.

lijk. Na 20 à 25 keer proberen kan je als

Mottrie wist ook Tuytten zich te

Zijn vier armen worden aangestuurd door

chirurg al een kleine operatie uitvoeren.

ontwikkelen tot een specialist met

een chirurg die achter een bedienings-

Uit tests blijkt dat zelfs kinderen met de

zeer ruime ervaring. De voorbije ja-

paneel zit. Kortom: zelfs robotchirurgie is

robot overweg kunnen. De PlayStation-

ren heeft hij programma’s voor ro-

mensenwerk.

generatie. Waarmee ik uiteraard niet pleit

botchirurgie opgestart in het Aca-

voor twaalfjarige “specialisten” in de

demisch Ziekenhuis Maastricht en

operatiezaal! Integendeel, ik wil net meer

het Zuyderland Medisch Centrum

De naam Da Vinci schept hoge verwachtin-

expertise in de robotchirurgie brengen. Er

in Heerlen, beide in Nederlands

gen, maar kunnen we een robot verwijten

zijn tal van voorbeelden van ziekenhuizen

Limburg.

dat hij droomt over eeuwige roem en

waar de robot wordt bediend door chirur-

onsterfelijkheid? Het paradepaardje van de

gen met onvoldoende kennis en ervaring.”

Amerikaanse producent Intuitive Surgical heeft zijn waarde intussen ruimschoots bewezen. Wereldwijd zijn ruim 3700 exem-

Tot slot: wat vindt de patiënt? Is hij bereid

plaren van de robot in werking, waarvan

om zijn lot in handen van een machine

ongeveer 600 in Europa. Wat de Hasseltse

te leggen? Tom Tuytten: “Geloof me, de

robot uniek maakt: het is de eerste in Bel-

patiënt moeten we niet meer overtuigen.

gië die wordt gedeeld door verschillende

Hij is zelfs vragende partij voor robotchi-

ziekenhuizen en mede daardoor optimaal

rurgie. Bij sommige ouderen leeft mis-

wordt benut. Tom Tuytten: “Alle partners

schien nog enige twijfel, maar de jongere

in het ziekenhuisnetwerk zijn enthousiast

generatie heeft het volste vertrouwen

over de aankoop van de robot en hebben

in de nieuwe technologie. De resultaten

ook financieel bijgedragen. Doordat we de

zijn trouwens overduidelijk: robotchirurgie

kosten kunnen delen, zien alle betrokken

uitgevoerd door een goed opgeleid team

partijen dit als een goede investering.”

verhoogt de kwaliteit!”

MEER INFORMATIE DR. KOENRAAD VANRENTERGHEM

koenraad.vanrenterghem@jessazh.be tel. 011 33 76 70 DR. TOM TUYTTEN

tom.tuytten@jessazh.be tel. 011 33 76 70


PROF. BERT AERTGEERTS

DE TOEKOMST IS DIGITAAL

H

et globaal medisch dossier van patiënten

enige tijd met elektronische dossiers. Ze hoeven niet meer overtuigd

moet en zal verder worden gedigitali-

te worden van de voordelen. We vragen alleen dat er ons een klare en duidelijke terminologie voor codering wordt aangereikt, opdat we

seerd. De Vlaamse huisartsen zijn er alvast klaar

medische dossiers volledig volgens de regels kunnen opstellen én

voor, stelt prof. Bert Aertgeerts, verbonden aan de

goed kunnen lezen. Zoals ziekenhuizen een groot budget krijgen om

KU Leuven en het hoofd van het Academisch Cen-

die terminologie te leren integreren in dossiers, hopen wij daar ook

trum voor Huisartsgeneeskunde.

de nodige financiële middelen voor te krijgen.”

“De toekomst zal digitaal zijn. Of ze zal niet zijn. Het PDF-gestuurd

“De Vlaamse huisartsen zijn echt wel mee met hun tijd. Ze gebruiken

medisch dossier, dat nu opgang maakt, moet evolueren naar een

het elektronisch medisch dossier. Ik denk dat ze op de weg naar de

volledig digitaal dossier met uniforme coderingen voor diagnoses,

digitalisering al een stuk verder staan dan de meeste specialisten.

laboresultaten en voorschriften van geneesmiddelen. Enkel dan

Ook verder dan hun collega’s in andere landen. De National Health

zullen ziekenhuizen, specialisten en huisartsen in staat zijn om vlot

Service in Groot-Brittannië heeft uitstekende richtlijnen uitgeschre-

met elkaar te communiceren over patiënten. Enkel door middel van

ven, maar slaagt er niet in om die richtlijnen te implementeren. Ook in

een verregaande digitalisering zullen we ‘decision support’-syste-

Nederland bestaan goede standaarden, maar je moet bijbetalen om

men kunnen implementeren die zowel de huisarts als de specialist

ze te integreren in dossiersystemen.” EBMPracticeNet wordt door de

ten goede komen.”

overheid gefinancierd om dit mogelijk te maken in elk elektronisch patiëntendossier in België. Zo kan elke huisarts in één muisklik meer dan 1000 richtlijnen bereiken en beschikt hij over alle nationale informatie rond geneesmiddelen en aanbevelingen.”

“Die digitalisering is geen verre toekomst. Ze kan op korte termijn worden gerealiseerd. Alleen moet de overheid eerst formeel beslissen dat we de digitale weg opgaan en niet verder de oude systemen ondersteunen. Ik zie geen grote hindernissen, van prak-

“Een verdere digitalisering levert zeer concrete resultaten op:

tische noch van ethische aard. Ongeacht of we kiezen voor een

verbetering van zorg en opvolging, meer efficiëntie … Wanneer je als

PDF-gestuurd of een volledig digitaal gestuurd protocol, moeten

huisarts beschikt over goede elektronische medische dossiers waarin

we voldoende garanties inbouwen voor de privacy van de patiënt

alle voorschriften en laboresultaten zijn opgenomen, kan

en de autorisatie van een dossier. Daarover is er geen discussie of

je een ‘clinical audit’ uitvoeren van je eigen praktijk. Je kan ook popu-

onenigheid. Eigenlijk vergt het niet meer dan vijf minuten politieke

laties onderscheiden, zoals bijvoorbeeld: hoeveel diabetes-

moed om een verdere digitalisering in gang te zetten.”

patiënten hebben wij en hoeveel van die patiënten worden behandeld volgens de juiste criteria? Een prima instrument om de kwaliteit van de zorg binnen je praktijk te meten en zo nodig te verbeteren.”

“De huisartsen kijken de digitale toekomst alvast tegemoet. Ook de

MEER INFORMATIE

oudere generatie. Ik zie geen enkele vorm van terughoudendheid of tegenwerking bij hen. Veel huisartsen – jong en oud – werken al

DR. BERT AERTGEERTS - bert.aertgeerts@kuleuven.be

13 NIEUWS


DR. REINOUD CARTUYVELS

DR. LUC WAUMANS

antibioticabeleid Jessa

MINDER is meestal meer 14 INFECTIEZIEKTEN


DR. KOEN MAGERMAN

DR. JEROEN VAN DER HILST

B

elgië behoort tot de grootverbruikers van

banen te leiden. Het Jessa Ziekenhuis heeft van in het prille begin

antibiotica in Europa. Ook in het ziekenhuis

mee aan de kar getrokken. “Reeds in 2002 waren we als een van de eerste ziekenhuizen in ons land betrokken bij de proefprojecten

vormen antibiotica een belangrijke groep van medi-

die hebben geleid tot het wettelijk kader”, aldus dr. Koen Mager-

cijnen, zowel in volume als in kostprijs. De antibio-

man, klinisch bioloog microbiologie in het Jessa Ziekenhuis. “Onze

therapiebeleidsgroep van het Jessa Ziekenhuis pro-

antibioticabeleidsgroep bestaat uit deskundigen van verschillende

beert paal en perk te stellen aan overconsumptie.

disciplines, zoals microbiologen, infectiologen, internisten, inten-

“Het doel is niet alleen om minder voor te schrijven,

sivisten, spoedartsen, geriaters, pediaters en apothekers. Ook de

maar vooral om correcter voor te schrijven.”

medisch directeur maakt deel uit van de antibiotherapiebeleidsgroep. Daarnaast is er een team van microbiologen, infectiologen en apothekers dat elke week op verschillende afdelingen van het

Tot 50 procent van al het antibioticagebruik in ziekenhuizen is

ziekenhuis met de behandelende artsen de antibiotherapie van

mogelijk onjuist, zo blijkt uit onafhankelijk onderzoek. Ja, dat

concrete patiënten bespreekt.”

is wel even schrikken. Dr. Reinoud Cartuyvels, klinisch bioloog microbiologie en voorzitter van de antibiotherapiebeleidsgroep van het Jessa Ziekenhuis, legt uit: “Soms worden antibiotica

Het antibioticabeleid van het Jessa Ziekenhuis geldt als een voor-

onnodig voorgeschreven, soms wordt bij ernstig zieke patiënten

beeld voor andere ziekenhuizen en wordt regelmatig geciteerd als

te laat gestart met antibiotica, soms krijgt een patiënt een te

referentie. De nationale richtlijnen, die gelden voor iedereen, laten

hoge of te lage dosis en in sommige gevallen is de duur van de

ruimte voor eigen accenten. Dr. Jeroen van der Hilst, als infecti-

antibioticabehandeling te kort of te lang.” De oplossing: een goed

oloog betrokken bij het beleid, verklaart: “Weinig ziekenhuizen

antibioticabeleid!

besteden zoveel aandacht aan hun antibioticagebruik als wij doen. In heel wat ziekenhuizen beperkt de focus van het antibioticabeleid zich tot de afdeling intensieve zorgen, ons multidisciplinair

Sinds 2008 is er in elk Belgisch ziekenhuis een antibiotherapie-

team geeft ook advies aan verschillende andere afdelingen, zoals

beleidsgroep die probeert om het antibioticagebruik in goede

geriatrie, abdominale heelkunde, urologie en orthopedie.”

15 INFECTIEZIEKTEN


ANTIBIOTICABELEID

Voor de overconsumptie van antibiotica in België zijn zowel de

toedienen, dat doe je niet, tenzij het echt heel ernstig ziek is.”

patiënten, de huisartsen als de specialisten verantwoordelijk.

Reinoud Cartuyvels: “Het antibioticagebruik in de eerstelijnszorg

Bijna 90 procent van alle antibiotica in België wordt voorgeschre-

in België ligt drie keer hoger dan in Nederland. Meer nog, er zijn

ven door huisartsen, meestal voor luchtweginfecties. En dit is

weinig Europese landen waar zoveel antibiotica worden genomen

heel vaak overbodig! Maar ook de patiënten hebben boter op

als in België.”

hun hoofd. Ongeveer 40 procent van alle Europeanen denkt dat antibiotica helpen tegen een verkoudheid of een griep. Niet dus! “We stellen vast dat bepaalde patiënten hun huisarts onder druk

Baat het niet, dan schaadt het niet. Die volkswijsheid wordt te

zetten om antibiotica te krijgen”, aldus Koen Magerman. “Daarom

pas en te onpas opgeworpen als het om medicijnengebruik gaat.

werken we op twee fronten: we sensibiliseren de voorschrijver,

Voor antibiotica gaat dit niet op! Koen Magerman: “Antibiotica zijn

maar ook de patiënt die expliciet om antibiotica vraagt. De over-

zeker geen wondermiddel. Bovendien hebben ze nevenwerkingen

heid van haar kant vervult haar taak om informatie te versprei-

en vormen ze een hoge kost voor de maatschappij. Willen we

den over de gevaren van een verkeerd antibioticagebruik.”

bacteriën doeltreffend blijven bestrijden, dan zullen we omzichtiger moeten omspringen met de antibiotica die we tot onze beschikking hebben. Er worden relatief weinig nieuwe antibiotica

Om echt een verschil te kunnen maken, moeten huisartsen,

ontwikkeld, dus we moeten het stellen met wat we hebben. Een

ziekenhuizen en burgers hun gedrag aanpassen. En dat is nog

belangrijk gegeven, als je weet dat bacteriën steeds resistenter

niet alles! Ook in de veeteelt worden veel antibiotica gebruikt,

worden. Ons therapeutisch arsenaal wordt kleiner. We mogen ons

niet alleen om infecties te behandelen, maar vooral als groei-

kruit dus niet verschieten als dat niet nodig is.”

promotoren. De vee-industrie in ons land heeft onlangs onder impuls van minister van Volksgezondheid Maggie De Block een intentieverklaring getekend om minder antibiotica te gebruiken.

Een groot gevaar: op het moment dat bacteriën resistent zijn

Het is afwachten of de economische belangen zullen buigen voor

geworden, brengen ook antibiotica geen soelaas meer. Is er nog

de volksgezondheid. Koen Magerman: “De economische druk op

een weg terug? “Ja, die is er”, meent dr. Luc Waumans, klinisch

de boeren om antibiotica in hun veevoeder mengen is heel erg

bioloog microbiologie in het Jessa Ziekenhuis. “Als we minder an-

groot. Als zij geen antibiotica gebruiken, wordt hun vlees duurder

tibiotica gebruiken, zal de resistentie van bacteriën verminderen.

en worden ze weggeconcurreerd door veebedrijven uit andere

Dat heeft wetenschappelijk onderzoek aangetoond en hebben

regio’s, zoals Oost-Europa, waar er minder regels gelden.”

we proefondervindelijk vastgesteld op bepaalde ziekenhuisafdelingen. Ook voor bacteriën geldt: “survival of the fittest”. Welke bacteriën hebben een voordeel bij aanwezigheid van antibiotica?

Antibiotica maken zelfs deel uit van een scheve geneeskunde-

Zij die resistent zijn. Zodra de selectiedruk wegvalt, neemt ook de

“cultuur” in ons land. Zo zijn er verhalen bekend van crèches

resistentie af. Het kost immers energie van de bacterie om hun

die zieke kinderen enkel willen opvangen als hun ouders een

resistentiegenen in gang te houden. En als die genen niet meer

doktersvoorschrift voor antibiotica kunnen voorleggen. Vanuit

nodig zijn, kunnen ze weer verdwijnen of minder tot expressie

medisch oogpunt is dat totaal onverantwoord! Infectioloog Jeroen

komen.” Koen Magerman vult aan: “Alleen duurt het lang vooraleer

van der Hilst, een Nederlander, fronst de wenkbrauwen: “In

die resistentie afneemt. We mogen dus zeker niet bij de pakken

Nederland is zoiets ondenkbaar. Daar geldt: een kind antibiotica

blijven zitten.”

16 INFECTIEZIEKTEN


HOE KAN VERSTANDIG GEBRUIK VAN ANTIBIOTICA

De boodschap is duidelijk: we moeten minder antibiotica gebrui-

WORDEN BEVORDERD?

ken. Al is dat niet het enige opzet van het antibioticabeleid van

(bron: European Centre for Disease Prevention and Control)

het Jessa Ziekenhuis. Reinoud Cartuyvels: “Het gaat niet per se om het minder gebruiken, maar vooral om het correcter gebruik van

Permanente educatie, wetenschappelijk onderbouwde

antibiotica.”

richtlijnen, een antibioticabeleid, restrictieve maatregelen en overleg met infectiedeskundigen, microbiologen en apothekers kunnen tot betere voorschrijfpraktijken voor antibiotica leiden en antibioticaresistentie in ziekenhuizen verminderen. Monitoring van gegevens over antibioticaresistentie en -gebruik in ziekenhuizen geeft nuttige informatie die als richtsnoer voor empirische antibioticabehandeling bij ernstig zieke patiënten kan worden gebruikt. Als antibioticaprofylaxe voor chirurgie op het juiste moment en gedurende een optimale tijd wordt toege-

AANTAL DAGDOSISSEN ANTIBIOTICA

diend, is er een lagere kans op chirurgische infecties

(DAILY DEFINED DOSES OF DDD)

en antibioticaresistente bacteriën.

PER 1000 LIGDAGEN IN DE PERIODE 2010-2016

Onnodig antibioticagebruik kan vermeden worden

4.500

door microbiologische monsters te nemen vóór de 4.000

start van een empirische behandeling, de kweekresultaten te monitoren en de antibioticabehandeling con-

3.500

form de kweekresultaten te stroomlijnen.

3.000 2.500 2.000

MEER INFORMATIE

1.500

DR. REINOUD CARTUYVELS 1.000

reinoud.cartuyvels@jessazh.be - tel. 011 33 82 41 DR. KOEN MAGERMAN

500

koen.magerman@jessazh.be - tel. 011 33 82 42

0 201001 201003 201005 201007 201009 201011 201101 201103 201105 201107 201109 201111 201201 201203 201205 201207 201209 201211 201301 201303 201305 201307 201309 201311 201401 201403 201405 201407 201409 201411 201501 201503 201505 201507 201509 201511 201601 201603 201605

DR. LUC WAUMANS

DDD per 1000 verblijven

luc.waumans@jessazh.be - tel. 011 33 82 43 DR. JEROEN VANDERHILST

jeroen.vanderhilst@jessazh.be - tel. 011 30 94 85

Lineair (DDD per 1000 verblijven)

17 INFECTIEZIEKTEN


Van droom naar realiteit...

Symposium palliatieve

De woonkamer van de Palliatieve Eenheid van het Jessa Ziekenhuis. 18 PALLIATIEVE ZORGEN


T

er gelegenheid van de 25ste verjaardag van het Palliatief Support Team en het 20-jarig jubileum van de Palliatieve Eenheid van het Jessa Ziekenhuis

vond op zaterdag 4 februari het symposium “Van droom naar realiteit” plaats in de Oude Gevangenis van Hasselt. “Naast kwaliteit van het leven, streven we ook naar

zorgen

kwaliteit op weg naar de dood.” Verlenging, verbreding, verdieping. Dat zijn de pijlers waarop de Palliatieve Dienst (Eenheid én support team) van het Jessa Ziekenhuis haar werking heeft uitgebouwd. Het zijn ook waarden die centraal stonden tijdens het symposium “Van droom naar realiteit”. Marc Desmet, palliatieve-zorgarts in het Jessa Ziekenhuis en bevoorrecht getuige van het levenseinde, geeft tekst en uitleg: “Met verlenging bedoelen we dat we meer doen dan terminale zorgen toedienen tijdens de laatste levensdagen of -weken van een patiënt. We behandelen patiënten van wie we weten dat ze nooit nog zullen genezen, klopt, maar dat betekent nog niet dat hun leven voorbij is. Sommige patiënten kunnen na een opname op de Palliatieve Eenheid voor een korte of langere periode terug naar huis. Andere patiënten verblijven hier verschillende maanden. Ze komen dus niet per se naar hier om te sterven. Het verschil met andere diensten in het ziekenhuis is dat onze behandelingen er niet op gericht zijn om de patiënt te genezen, omdat genezing niet meer mogelijk is. Het comfort van de patiënt staat centraal.” “Met verbreding bedoelen we: palliatieve zorgen zijn er niet enkel voor kankerpatiënten, zoals tien jaar geleden misschien wel het geval was, maar evengoed voor patiënten met falende organen (vooral hart, nieren en longen) en patiënten met neurodegeneratieve aandoeningen (dementie, CVA, …). Vooral het support team ondersteunt ook niet-kankerpatiënten. Verdieping, ten slotte, gaat over zingeving. Onze patiënten stellen zich de vraag: wat is nog de zin van het leven wanneer ik een deel van mijn mogelijkheden of capaciteiten verloren heb? Op die vraag proberen wij mee een antwoord te formuleren. We leggen ons daarbij toe op spirituele zorg, niet noodzakelijk pastorale zorg.” Het moge duidelijk zijn: palliatieve zorgen is een totaalconcept. Marc Desmet heeft tijdens het symposium “Van droom naar realiteit” toegelicht wat er op dat vlak zoal veranderd is in de afgelopen 25 jaar. “Met onze palliatieve zorgen beschouwen we vier dimensies: het fysieke (medisch, technisch), het emotionele (het besef dat je gaat sterven), het sociale (het verlies van je job, etc.) en het spirituele (angst voor de dood, vergeven en vergeten). We behandelen niet enkel medische kwesties, maar ook persoonlijke en levensbeschouwelijke kwesties. De Palliatieve Eenheid maakt plaats en tijd voor iets waar op andere ziekenhuisdiensten weinig plaats voor is: levensverhalen.” De Vlaamse palliatieve zorg bekleedt een unieke plaats in Europa én de rest van de wereld. Paul Vanden Berghe, directeur van de Federatie Palliatieve Zorg Vlaanderen, ging daar tijdens “Van droom naar realiteit” uitgebreid op in. Marc Desmet: “Quasi nergens zijn palliatieve zorgen zo goed en structureel ontwikkeld als in België. Elk ziekenhuis beschikt over een palliatief support team, veel ziekenhuizen hebben zelfs een palliatieve eenheid en daarnaast telt Vlaanderen vijftien equipes voor palliatieve thuiszorgondersteuning. Nog iets waarmee we ons onderscheiden: we zijn een van de vier landen (Benelux en Canada) in de wereld waar euthanasie is toegelaten. We zijn pioniers in kwaliteitsvolle zorg op weg naar de dood.” Het symposium heeft zoveel mogelijk stemmen aan bod laten komen. Uit gesprekken binnen het support team en het team van de eenheid waren vijf thema’s gedistilleerd: medische beslissingen, families, interdisciplinariteit, eigen beleving en toekomst. Teamleden legden die thema’s voor aan tientallen medewerkers van Jessa. Daaruit werden quotes en ideeën gesynthetiseerd die door een panel zijn becommentarieerd. Zo zijn de vele gezichten van palliatieve zorg in het Jessa Ziekenhuis getoond tijdens dit symposium, letterlijk en figuurlijk. MEER INFORMATIE DR. MARC DESMET - marc.desmet@jessazh.be - tel. 011 33 72 51

19 PALLIATIEVE ZORGEN


20 CARDIOLOGIE

NIEUW PROTOCOL VOOR ECMO

WE ZIJN BETER GEWAPEND ECMO is een behandeling bij kritieke hart- en longpatiënten waarbij de hart- en longfunctie tijdelijk worden overgenomen door een machine. Dit geeft de eigen longen en/of het hart de kans om even te rusten en te genezen. Zowat 20 jaar geleden werd het gebruik van ECMO beperkt tot pasgeboren kinderen met longproblemen, maar tegenwoordig wordt de techniek ook meer en meer ingezet bij volwassenen met een ernstig longen/of hartfalen. “ECMO kan een ultiem reddingsmiddel zijn als er geen andere therapieën meer voorhanden zijn”, vertelt Philippe Timmermans Jr., die het initiatief nam voor het opstellen van een protocol. “De hartlongmachine, die de werking van het hart en/of de longen overneemt, wordt ingezet tijdens een hartoperatie. Ze kan ook gebruikt worden voor de opvang van een acuut hart- of longfalen, maar is niet geschikt voor langdurig gebruik. We kunnen er wel patienten mee stabiliseren, in afwachting van herstel van de eigen orgaanfunctie of, indien dit niet gebeurt, van een definitieve oplossing zoals een permanent steunhart (LVAD) of longtransDR. PHILIPPE TIMMERMANS JR.

plantatie”

Het is echter niet omdat je de juiste machine hebt, dat je die ook op de juiste

C

manier kan gebruiken. Timmermans: “In een crisissituatie hebben we geen tijd om

ardioloog Philippe Timmermans Jr. heeft samen met drie col-

na te denken over wat we eventueel kun-

lega’s in het Jessa Ziekenhuis een protocol uitgewerkt voor

nen doen. Wanneer een patiënt in shock

de start en opvolging van ‘extracorporele membraanoxygenatie’ of ECMO. “Dat is een levensreddende techniek, die we nu optimaal

gaat, moeten we binnen het half uur een oplossing hebben om te voorkomen dat er onherstelbare schade optreedt aan

kunnen gebruiken.” Het protocol is aan het begin van het nieuwe

weefsels en ook andere organen falen.

jaar officieel in gebruik genomen.

Dat impliceert dus dat alle noodzakelijke


21 CARDIOLOGIE

IN CRISISSITUATIES materialen en alle vereiste specialisten

Het ECMO-protocol in het Jessa Zieken-

beschikbaar moeten zijn. Ook de correcte

huis is nog maar net in voege getreden

indicaties en contra-indicaties dienen

en de resultaten zijn nu al merkbaar.

duidelijk te zijn voor verwijzende artsen.

Timmermans: “We hebben een nieuwe

Precies daarom is het belangrijk om een

dynamiek gecreëerd. Als er een patiënt

duidelijk protocol op te stellen voor een

op ECMO staat, komen de vier specialis-

optimaal gebruik van ECMO. Voor het beleid

ten meteen samen naast het bed van de

zijn er richtlijnen nodig inzake hemodyna-

patiënt om de situatie te evalueren.

miek, ventilatie, sedatie, anticoagulatie,

Efficiënt, in een open geest. We maken

weaningstrategie, … Mijn ervaring in andere

ook afspraken voor de volgende dag. Het

ziekenhuizen heeft me geleerd dat het

is niet evident om vier disciplines dage-

op veel plaatsen ontbreekt aan een vaste

lijks te verenigen voor ‘bedside’ overleg,

vooraf uitgestippelde werkwijze. Als we

maar daar ligt wel de toekomst. Steeds

kunnen terugvallen op een protocol, zijn

meer ziektebeelden worden interdiscipli-

we beter gewapend in crisissituaties.”

nair behandeld. Een grote vooruitgang!”

Tijdens zijn opleiding aan het universitair ziekenhuis in Zürich (Zwitserland) zag Timmermans hoe het wel moet. “Men had er niet enkel een protocol uitgeschreven, maar ook voorafgaandelijk een comité samengesteld – een chirurg, een specialist hartfalen, een intensivist en een perfusionist – dat alle aspecten van ECMO-therapie besprak en onderzocht. Daar hebben we ons in Hasselt aan gespiegeld. We hebben eind

HET ECMO-HANDBOEK

2015 een ECMO-team opgericht na een

Het ECMO-protocol is voorgesteld

vergadering met de betrokken disciplines.

tijdens een vergadering op

Dr. Michiel van Tornout (anesthesie), dr.

21 december 2016, waarop alle

Alaaddin Yilmaz (cardiochirurgie), Jeroen

betrokken disciplines waren uitge-

Lehaen (perfusie) en ik hebben vorig jaar

nodigd: cardiochirurige, cardiologie,

het protocol opgesteld. Het is voltooid in

anesthesie, pneumologie, urgentie-

september. Ons protocol moet ertoe bijdra-

geneeskunde en perfusie.

gen dat we de ECMO-techniek vaker, beter

Voor vragen of opmerkingen:

en ook wat vroeger kunnen gebruiken.

ecmo@jessazh.be

Zodanig dat we kunnen anticiperen op

ECMO HANDBOEK

1

eventuele problemen en er op zijn minst tijdig op kunnen inspelen. Dit verhoogt ongetwijfeld de overlevingskans van de meest kritieke van onze patiënten.”

MEER INFORMATIE DR. PHILIPPE TIMMERMANS JR. - philippe.jr.timmermans@jessazh.be - tel. 011 33 70 78


Taalzakboek logopedie

Beter communiceren met afasie D e dienst communicatie van het Jessa Ziekenhuis en de logopedisten van campus St.-Ursula in Herk-de-Stad hebben een taalzakboekje uitgebracht voor patiënten met afasie en andere revalidanten met taalstoornissen na een beroerte. Een waardevol hulpmiddel om hun taalvermogen weer op te krikken.

De ernst en het precieze karakter van afasie verschillen van persoon tot persoon, afhankelijk van het beschadigde hersengebied, het vroegere taalvermogen en de persoonlijkheid van de patiënt. Sara Noels, logopediste op de revalidatiecampus St.-Ursula: “De ene patiënt begrijpt wel goed wat je zegt, maar heeft moeite met het vinden van de juiste woorden of met de zinsopbouw, waardoor hij in telegramstijl praat. De andere spreekt veel, maar zonder veel samenhang in zijn woordgebruik en zinsopbouw, wat het moeilijk verstaanbaar maakt voor anderen.” Noels, co-auteur van het nieuwe taalzakboekje voor afasiepatiënten in het Jessa Ziekenhuis, ontwikkelde eerder (samen met klinisch psychologe Els Porrez) het communicatiespel “Praat je Weg” voor revaliderende patiënten. Dankzij logopedische therapie kunnen de taal- en spraakstoornissen bij afasiepatiënten voor een (belangrijk) deel worden hersteld. Logopediste Louisette Raymaekers: “Veel oefenen en volhouden is de boodschap. Een taalhandboek kan daarbij helpen, alleen zijn de bestaande voorbeelden doorgaans niet echt gebruiksvriendelijk. Daarom hebben de logopedisten samen met de communicatiedienst van het Jessa Ziekenhuis een gepersonaliseerd taalzakboek uitgewerkt voor de patiënten in ons revalidatiecentrum.” “De meeste taalzakboeken zijn te algemeen en de tekeningen zijn soms zo moeilijk of onduidelijk, dat ze voor revalidanten noch voor logopedisten praktisch zijn”, aldus St.-Ursula-logopediste Ingrid Castermans. “Daarom hebben we twee taalzakboeken uitgewerkt: één waarin we de combinatie maken tussen tekeningen en foto’s en één waarin we uitsluitend met foto’s werken. We hebben er ook een aantal pagina’s in verwerkt die de revalidant zelf kan invullen, zoals zijn stamboom. Zowel voor ons als logopedist als voor de revalidanten en hun familie biedt dit taalzakboek een grote ondersteuning voor de communicatie.” De reacties op het boekje zijn alvast unaniem enthousiast!

MEER INFORMATIE SARA NOELS - sara.noels@jessazh.be - tel. 013 55 06 45 INGRID CASTERMANS - ingrid.castermans@jessazh.be - tel. 013 55 06 42 LOUISETTE RAYMAEKERS - louisette.raymaekers@jessazh.be - tel. 013 55 06 28

22 NIEUWS


24

zo we

RADIOLOGIE

en wij aan rk

WARME EN WIN-WIN BETROKKEN SAMENWERKINGSZORG VERBANDEN

Jessa en ZOL werken samen voor

INTERVENTIONELE RADIOLOGISCHE BEHANDELINGEN

H

et Jessa Ziekenhuis en het Ziekenhuis Oost-Limburg werken sinds

2 augustus 2016 samen op het vlak van interventionele radiologische behandelingen. Bedoeling van de samenwerking is om afspraken te maken over welke activiteit gecentraliseerd wordt in het ZOL en welke aangeboden wordt op beide vestigingsplaatsen.


26 RADIOLOGIE

DR. GEERT SOUVERIJNS

De interventionele radiologen van de beide ziekenhuizen zullen in het kader van de samenwerking als één team werken, dat samen de wachtdiensten 24/7 voor acute stroke organiseert in Limburg, in nauwe samenwerking met de Limburgse partnerziekenhuizen en eventueel ook buiten Limburg. Ingrepen voor deze patiënten kunnen in de beide DR. THIERRY BOULANGER

ziekenhuizen plaatsvinden. De endovasculaire behandeling van aneurysmata of bloedvatuitstulpingen in de hersenen evenals van de andere bloedvataandoeningen in de hersenen blijft enkel plaatsvinden in het ZOL, aangezien de specifieke expertise met betrekking tot interventionele neuroradiologische behandelingen daar gecentraliseerd is. De perifere interventionele radiologische ingrepen worden verder ontwikkeld in

DR. MARTIJN GRIETEN

beide ziekenhuizen. De samenwerking kadert in de overeenkomst die ZOL en Jessa afsloten op 1 juli 2011 om hooggespecialiseerde expertfuncties samen uit te bouwen. Daarnaast komen beide ziekenhuizen met de overeenkomst tegemoet aan de vraag van minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid Maggie De Block om via netwerking en samenwerking te komen

PROF. DR. SAM HEYE

tot een efficiëntere benutting van de beschikbare middelen. ZOL en Jessa engageren zich om dit ook in de toekomst te blijven doen. In de praktijk ging de samenwerking reeds van start begin 2016. Met de ondertekening van de overeenkomst wordt

DR. LUC STOCKX

deze werking geofficialiseerd. Het betreft een overeenkomst van onbepaalde duur.


27 RADIOLOGIE

Tijdens een rondetafelgesprek verdui-

Hoe wordt de zorg concreet ingevuld?

belangrijke boost kan geven aan de ontwik-

delijken de radiologen hoe zij de samen-

Dr. Luc Stockx (ZOL): “Wat de interventi-

keling van bijvoorbeeld chemo-embolisaties

werking invullen. Voor het ZOL zijn dit

onele radiologie betreft zijn er groepen

en radio-embolisaties van levertumoren.”

dr. Martijn Grieten, diensthoofd Medische

van ingrepen. Ten eerste is er de endo-

Beeldvorming, dr. Luc Stockx en dr. Thierry

vasculaire behandeling van acute stroke.

“Ten slotte zijn er de niet-ischemische

Boulanger, interventioneel radiologen.

Patiënten die een beroerte krijgen door

neuroradiologische interventies. Dit zijn de

Voor het Jessa Ziekenhuis gaat het om dr.

een klontertje in een bloedvat van de

behandelingen van bloedvatafwijkingen

Geert Souverijns, diensthoofd Radiologie

hersenen. Deze behandeling gebeurt op

in de hersenen, zoals een gescheurd of

en prof. dr. Sam Heye, interventioneel

de sites van Genk en Hasselt. Want ‘time

toevallig gevonden intracranieel aneurys-

radioloog.

is brain’. We willen geen tijd verliezen

ma, een arterioveneuze malformatie of

met het verplaatsen van de patiënt. Het

durale arterioveneuze fistel. Meestal gaat

is beter dat hij onmiddellijk wordt behan-

het om zeer complexe ingrepen. Sinds onze

deld op de site waar hij binnenkomt.”

samenwerking hebben we de mogelijkheid

Waarom is deze samenwerking belangrijk en een meerwaarde

om deze ingrepen steeds met meerdere

voor de patiënt?

“We zijn momenteel met een team van

operatoren te kunnen uitvoeren; er staan

Dr. Souverijns (Jessa): “Minister De Block

drie experten die deze behandeling

ten minste twee experten samen aan tafel.

dringt er in haar hervormingsplannen van

kunnen uitvoeren en instaan voor de

Tijd speelt hier minder een rol. Hier hebben

de gezondheidszorg op aan om de zorg ef-

wachtdienst. Op ieder ogenblik kan 1 van

we de ruimte om de patiënt, na stabilisa-

ficiënter te organiseren en meer in te zet-

deze 3 artsen zich naar de desbetref-

tie, naar het gespecialiseerde centrum te

ten op netwerking. Dat is een belangrijke

fende site begeven en daar ter plaatse

transporteren.”

evolutie. In Limburg zijn er twee netwer-

de ingreep uitvoeren. Daar winnen we

ken van ziekenhuizen die georganiseerd

belangrijke tijd mee. En we zijn ook zeker

“Deze patiënten blijven we enkel in het ZOL

zijn rond enerzijds het Jessa Ziekenhuis en

dat de behandeling gebeurt door een

behandelen. Deze expertise is hier reeds

anderzijds het ZOL.”

expert. Moesten we ons als afzonderlijke

lange tijd aanwezig en ook beschikken we

centra organiseren, dan moesten we ook

met het nieuwe interventioneel centrum

“Maar er blijven functies bestaan die

een beroep doen op artsen met minder

over de nieuwste faciliteiten om deze pa-

zelfs binnen deze netwerken moeilijk

ervaring, waardoor de uitkomst voor de

tiënten te behandelen. Het is niet efficiënt

te organiseren zijn, omdat ze zodanig

patiënt minder is.”

deze activiteit op te splitsen en op beide

gespecialiseerd zijn en 24/7 wacht-

sites te gaan ontwikkelen.”

diensten vereisen. We hebben met de

“Ten tweede zijn er de perifere radiologi-

interventionele radiologen toenadering

sche interventies. Dit zijn endovasculaire

gezocht over de netwerken heen omdat

of percutane interventies van aandoenin-

Zijn er ook samenwerkingsverbanden

we deze hooggespecialiseerde zorg zo

gen van perifere organen zoals galweg-

met de andere Limburgse ziekenhui-

goed mogelijk willen invullen, in één groot

aandoeningen, levertumoren en slok-

zen?”

interventioneel centrum dat gelokaliseerd

darmvarices. Ook deze ingrepen zullen op

Dr. Grieten (ZOL): “Zowel ZOL als Jessa

is op twee sites.”

de beide sites blijven gebeuren en verder

hebben eigen geaffilieerde ziekenhuizen.

ontwikkeld worden. Hier werken we op

Het is de logica zelve dat we nauw met

Dr. Luc Stockx (ZOL): “Het belangrijkste

dit ogenblik onafhankelijk van elkaar,

hen samenwerken op dit vlak. Met deze

van de samenwerking is inderdaad de

maar toch in overleg en volgens dezelfde

supraregionale samenwerking bedienen

concentratie van expertise want enkel zo

gestandaardiseerde procedures. Met de

we de hele provincie Limburg maar behan-

is een efficiënte en optimale behandeling

komst van prof. Heye in Hasselt hebben

delen we ook patiënten over de provincie-

mogelijk voor elke patiënt.”

we er een expert bijgekregen die een

grenzen heen.”


28 RADIOLOGIE

INTERVENTIONELE RADIOLOGISCHE BEHANDELINGEN

Hoe ver staat de overheid met de

publicatie van de MR CLEAN trial en

Beschikken jullie ook over gespeciali-

erkenning van centra voor stroke-

nog andere studies. Hier werd immers

seerde verpleegkundige teams?

behandeling?

aangetoond dat de endovasculaire

Dr. Souverijns (Jessa): “Het is misschien

Dr. Stockx (ZOL): “Dit is nog in bespre-

behandeling de gouden standaard is

mooi om te zeggen dat onze verpleegkun-

king, er ligt nog niets vast. Daaraan

voor de behandeling van acute stroke,

digen die minder ervaring hadden met com-

gekoppeld is dit ook een behandeling

op voorwaarde uiteraard dat de patiënt

plexe ingrepen de mogelijkheid gekregen

die wij momenteel gratis verlenen, sa-

beantwoordt aan de criteria. We zijn

hebben om een opleiding te volgen bij dr.

men met de materialen die we daarbij

zowel in Hasselt als in Genk begin 2016

Stockx en zijn team. Niet alleen de artsen

gebruiken. Op dit ogenblik zitten we

actief met die behandeling gestart.”

zijn immers belangrijk, ook een goede verpleegkundige omkadering is cruciaal.”

in de laatste onderhandelingsronde met de overheid voor wat betreft de

“Wat het resultaat van de samenwer-

terugbetaling van de materialen. Ook

king betreft: sinds prof. Heye naar Has-

wat het honorarium van de arts betreft

selt gekomen is, hebben wij de samen-

Hoe kijken jullie persoonlijk naar de

zijn er besprekingen, maar hier is mo-

werking wederzijds op punt gesteld. Hij

samenwerking?

menteel weinig over geweten.”

werkt momenteel ook één dag per week

Prof. Heye (Jessa): “Ik kan alleen maar

mee met de neuro-interventies in Genk.

beamen wat hier al gezegd is. Persoonlijk

Vandaar dat wij altijd met twee en soms

vind ik het zeer aangenaam om in een open

Wat zijn de eerste ervaringen van

zelfs met drie artsen aan de angiotafel

en constructieve manier samen te werken.”

de samenwerking?

kunnen staan, wat de kwaliteit van de

Dr. Boulanger (ZOL): “Ik vind de samenwer-

Dr. Grieten (ZOL): “Ik denk dat de

behandeling ten goed komt.”

king en de groep enig in België. Dit type

eerste resultaten vrij spectaculair zijn.

van samenwerking is een grote meer-

We hebben de afgelopen twee jaar

“Ook de wachtdiensten verzekeren

waarde voor de kwaliteit van de zorg. Voor

een zeer sterke toename gezien van

we samen. Dat maakt dat er 24/7 een

een veilige behandeling van de patiënt met

de stroke-interventies. Er is ook een

expert van wacht is zowel in Hasselt als

specialisten die samen aan de tafel staan.”

meer systematische aanpak waarbij

in Genk. Dit is vrij uniek in België: er is

er een volledig pad uitgetekend is

steeds een ervaren neuro-interventie-

Dr. Souverijns (Jessa): “De samenwerking

voor de behandeling van acute stroke.

radioloog beschikbaar voor het

was misschien niet evident om op te

We zien dus niet alleen een toename

uitvoeren van een endovasculaire

zetten. Het is positief dat we nu op een

van de behandelingen, maar ook zeer

behandeling bij een acute stroke, daar

efficiënte manier kunnen verdergaan en

goede resultaten. Dat we die enorme

waar het moet. Deze wachtdienst loopt

het centrum verder uitbouwen, zoals de

groei op een zeer kwalitatieve manier

sinds begin 2016 en heeft bewezen te

radiotherapeuten in het LOC. Dit is een

hebben kunnen opvangen, is denk

werken”.

mooi, nieuw voorbeeld van samenwerking

ik het eerste resultaat is van deze

over de netwerken heen.”

samenwerking. Dit bewijst dat de weg

Dr. Grieten (ZOL): “Intussen wordt het

die we gekozen hebben ook de weg is

team ook ondersteund: naast dr. Stockx,

die we moeten verderzetten.”

dr. Boulanger en prof. Heye is er ook nog een fellow onder supervisie fulltime

MEER INFORMATIE

Dr. Stockx (ZOL): “2015 is inderdaad

bezig met interventionele radiologie.

een kanteljaar geweest voor de

Daarnaast zijn er nog twee andere art-

behandeling van acute stroke met

sen die interventies doen. Dus eigenlijk

DR. SAM HEYE

endovasculaire technieken door de

bestaat het team uit zes artsen.”

sam.heye@jessazh.be - tel. 011 33 55 77

DR. GEERT SOUVERIJNS

geert.souverijns@jessazh.be - tel. 011 33 55 55


29 RUBRIEK

WERELD PREMATURENDAG Niets dan blije gezichten tijdens de “terugkomdag” van jonge ouders en hun baby’s. “Zij gelukkig, wij gelukkig!” Alle medewerkers op de afdeling neonatologie van het Jessa Ziekenhuis houden er warme herinneringen aan over.

29 NIEUWS


30 RUBRIEK

JESSA & WETENSCHAP

JESSA, CENTRUM VOOR

WETENSCHAPPELIJK ONDERZOEK!

H

et nieuwe Jessa & Wetenschapsplatform

biedt een structureel kader om, al dan niet samen met externe partners, alle wetenschappe-

lijke activiteiten binnen het Jessa Ziekenhuis te bundelen. “We streven ernaar om een euregionale broedplaats voor vooruitgang, onderzoek, ontwikkeling en innovatie in de gezondheidszorg te worden”, vertellen dr. Ingrid Arijs van het LCRP en Sandra Meijer van het Jessa Ziekenhuis.

30 PLATFORM

SANDRA MEIJER EN DR. INGRID ARIJS


Binnen Jessa & Wetenschap worden

Wetenschappelijk onderzoek is de brand-

dit verder professionaliseren samen met

ongeveer 200 wetenschappelijke studies

stof voor vooruitgang in de geneeskunde.

onze netwerkpartners en in samenwerking

per jaar uitgevoerd, in alle moge-

Dr. Ingrid Arijs: “Zonder wetenschappelijk

met diverse universiteiten. Dat is goed

lijke medische domeinen. Prof. dr. Dirk

onderzoek zou de geneeskunde zich niet

voor onze patiënten en laat ons ook toe

Ramaekers, medisch directeur van het

verder kunnen ontwikkelen. Het doel van

om nog meer topartsen aan te trekken.”

Jessa Ziekenhuis: “Als je succesvolle

medisch-wetenschappelijk onderzoek is

onderzoeksresultaten wilt boeken, moet

steeds het verbeteren van de levenskwali-

je keuzes durven maken, duidelijke

teit van de patiënten. Ik geloof er daarom

DR. INGRID ARIJS, die tien jaar me-

onderzoekslijnen uitzetten en investeren

sterk in dat translationeel onderzoek

disch wetenschappelijk onderzoek

in excellente onderzoekers en topartsen.

pas succesvol kan zijn als er een nauwe

heeft uitgevoerd aan de KU Leuven

Dat doen we!”

samenwerking is tussen onderzoekers en

vooraleer te verhuizen naar Limburg,

clinici.”

is de perfecte schakel tussen onderzoekers en artsen. Als projectcoördinator van het Limburg Clinical

Jessa maakt ook deel uit van het Limburg Clinical Research Program (LCRP), zes

“In verschillende medische domeinen

Research Program (LCRP) werkt ze

jaar geleden opgericht met als doel om

hebben we met onderzoeks- en ontwik-

zowel voor het Jessa Ziekenhuis als

meer wetenschappelijk onderzoek naar

kelingsprojecten onze waarde al volop be-

voor UHasselt.

Limburg te halen. “Het LCRP zorgt er mee

wezen”, weet Sandra Meijer, projectcoördi-

voor dat we medisch-wetenschappelijk

nator transnationale en subsidieprojecten

SANDRA MEIJER heeft ruime ervaring

onderzoek van internationaal niveau kun-

binnen Jessa. “Een mooi voorbeeld zijn

in de coördinatie van subsidietra-

nen aantrekken in Limburg”, verduidelijkt

de telemonitoring-studies voor patiënten

jecten op gebied van Onderzoek,

dr. Ingrid Arijs, projectcoördinator LCRP

met hartfalen van prof. dr. Paul Dendale,

Ontwikkeling en Innovatie binnen

binnen het Jessa Ziekenhuis. “Dat komt

cardioloog binnen het Jessa Ziekenhuis.

het Jessa Ziekenhuis.

zowel onze provincie als onze ziekenhui-

De voordelen van telemonitoring voor de

zen én onze patiënten ten goede.”

patiënt zijn ondertussen overduidelijk: de

Sinds mei 2016 vormen Ingrid en

overlevingskansen van onze patiënten

Sandra een team met prof. dr. Dirk

stijgen samen met hun levenskwaliteit

Ramaekers en Thijs Nelis om het

Maar er gebeurt dus nog veel meer onder

en het aantal heropnames vermindert

JESSA & WETENSCHAPSPLATFORM

de vleugels van Jessa & Wetenschap.

drastisch. Dankzij telemonitoring kunnen

samen met de andere Jessa-onder-

Het Jessa Ziekenhuis verwerft steeds

we hen bovendien beter opvolgen en

zoekers verder uit te bouwen en

meer financiering vanwege openbare

kunnen we sneller ingrijpen bij eventuele

vorm te geven.

instanties zoals het FWO en het IWT.

problemen. Momenteel zijn we dit aan het

Zelfs gerenommeerde multinationals

integreren in de klinische praktijk.”

uit de farmaceutische industrie vinden intussen de weg naar ons ziekenhuis.

MEER INFORMATIE

Zo start binnenkort een samenwerking

“Onze core business is patiëntenzorg”, be-

met een groot farmaceutisch bedrijf om

sluit prof. dr. Dirk Ramaekers. “Maar tege-

screening van vrijwilligers voor klinisch

lijkertijd hebben we heel wat expertise in

fase I-onderzoek in Jessa uit te voeren.

wetenschappelijk onderzoek en willen we

31 PLATFORM

DR. INGRID ARIJS

ingrid.arijs@jessazh.be - tel. 011 33 82 65 SANDRA MEIJER

sandra.meijer@jessazh.be - tel. 011 33 51 32


32 SLAAPLABO

PLUIM OP DE HOED VAN HET JESSA-SLAAPLABO

EUROPESE ERKENNING ALS SOMNOLOOG IS BINNEN! D

r. Karolien Weytjens, de verantwoordelijke arts van het slaaplabo van het Jessa

Ziekenhuis, is onlangs door de gezaghebbende European Sleep Research Society (ESRS) erkend als somnoloog, na het succesvol afleggen van het “ESRS Examination for Sleep Experts”. Een erkenning door de ESRS is een Europees kwaliteitslabel. Meteen een primeur voor Limburg!

Slaapcentra in België zijn tot op heden niet onderworpen aan wettelijke kwaliteitsnormen. Dat heeft tot gevolg dat elke zelfverklaarde specialist de mogelijkheid heeft om patiënten met slaapproblemen te behandelen. Wat is dan het belang van een officiële Europese erkenning? Dr. Karolien Weytjens: “Er wordt volop gewerkt aan een wettelijk kader. Zowel het Riziv als de regering dringen aan op objectieve normen en criteria. De terugbetaling van de CPAP-behandeling (*), bijvoorbeeld, zal afhankelijk worden gemaakt van de kwalificaties van de behandelende arts. Wij hebben ervoor gekozen om de nieuwe

WE WACHTEN

regels niet af te wachten, maar om ze voor te zijn.”

DE NIEUWE REGELS NIET AF,

Het slaaplabo van het Jessa Ziekenhuis voert zowat 1600 slaap-

WE ZIJN ZE VOOR

“We hebben dus wel al enige expertise opgebouwd”, aldus Weyt-

studies per jaar uit en behandelt ongeveer 2000 CPAP-patiënten. jens. “Slaapgeneeskunde evolueert heel snel en strekt zich uit over verschillende disciplines. Om daar gepast op in te spelen, hanteren we in ons labo een multidisciplinaire aanpak, waarbij we naast een

TIPS VOOR EEN BETERE SLAAP:

Kijk GEEN TV en LEES NIET in bed.

Ga ONTSPANNEN naar bed. Maak eventueel gebruik van een ritueel voor het slapengaan (een boterham eten, een glas warme melk drinken, …).


33 SLAAPLABO

slaappsycholoog en een pneumoloog ook onder andere een NKO-arts en een tandarts (gespecialiseerd in mondprotheses tegen slaapapneu

DR. KAROLIEN WEYTJENS

of mandibulair repositie apparaat) en een neuroloog inschakelen, die allen zijn bijgeschoold in hun specifiek vakgebied van de slaapgeneeskunde.” Slaapstoornissen bestaan in verschillende vormen en gradaties. Ze kunnen een lichamelijke oorsprong hebben (slaapapneu, narcolepsie, bewegingsstoornissen, …), voortkomen uit psychologische problemen (angsten), te wijten zijn aan onze leefgewoonten, … Over hun ernst en omvang bestaat alvast geen twijfel: één op de drie volwassenen kampt met slaapproblemen, één op de tien lijdt aan chronische slapeloosheid. België behoort tot de koplopers in het gebruik van slaapmedicatie. Karolien Weytjens: “De meeste slaapmiddelen zijn echter verslavend en verliezen na langdurig gebruik hun effect. Bovendien worden de gevolgen van slaaptekort nog te vaak onderschat: een hoger risico op depressie, concentratie- en geheugenstoornissen, een hoger risico op hart- en vaatziekten, obesitas, diabetes, een hoger risico op verkeers- en arbeidsongevallen…” In het slaaplabo van het Jessa Ziekenhuis kunnen slechte slapers onder andere terecht voor een slaaponderzoek (polysomnografie), waarbij de kwaliteit van hun slaap en hun ademhaling wordt bestudeerd. De meeste onderzoeken worden uitgevoerd bij luide snurkers, die ’s nachts herhaaldelijk stoppen met ademen doordat hun luchtweg dichtklapt (apneu). Patiënten kunnen zich ook aanmelden voor slaaptraining (of cognitieve gedragstherapie voor insomnia), waarin ze onder meer inzicht verwerven in hun slaappatroon aan de hand van een slaapdagboek, technieken zoals stimuluscontrole en slaaprestrictie aanleren, verstandig leren omgaan met slaapmedicatie en advies krijgen over een gezonde slaap-waakhygiëne.

OPNAMES SLAAPEENHEID 2010

2011

2012

2013

2014

2015

2016*

651

786

1.150

1.200

1.632

1.651

1.746

* data tem 18 december ‘16

(*) de CPAP-behandeling (voluit continuous positive airway pressure) tegen slaapapneu maakt gebruik van een neusmasker, waarlangs ’s nachts lucht onder lichte druk via de neus in de keel wordt geblazen vanuit een kleine compressor die naast het bed staat.

Als je zenuwachtig of gefrustreerd bent omdat je niet kunt inslapen, doe je er goed aan om OP TE STAAN en in een ANDERE KAMER enige ontspanning op te zoeken (lezen, muziek luisteren, …).

MEER INFORMATIE DR. KAROLIEN WEYTJENS karolien.weytjens@jessazh.be - tel. 011 30 98 85

ISOLEER de slaapkamer

tegen lawaai en licht.

Drink ’s avonds GEEN ALCOHOL, want die verstoort de slaap. Vermijd ook CAFEÏNEHOUDENDE DRANKEN zoals koffie en cola alsook ROKEN voor het slapengaan.


MEDISCHE DOORBRAAK IN JESSA

De voordelen van

“NIPT” I

DR. BRIGITTE MAES

n het laboratorium voor Moleculaire Diagnostiek van

De NIPT – voluit Niet-Invasieve Prenatale

het Jessa Ziekenhuis kunnen zwangere vrouwen

Test – is een test waarbij het DNA van

sinds kort een niet-invasieve prenatale test ondergaan om te achterhalen of hun foetus het Downsyndroom, ook bekend als trisomie 21 (T21), heeft. Een diagnose van

de ongeboren baby wordt gemeten in het bloed van de moeder. Het DNA wordt meer bepaald onderzocht op trisomie 21 (Downsyndroom) en op de meer zeldzame

T21 in een vroeg stadium van de zwangerschap geeft

trisomie 13 (Patausyndroom) en trisomie

vrouwen de mogelijkheid om een geïnformeerd besluit te

18 (Edwardssyndroom). “Bij de klassieke

maken met betrekking tot de voortzetting of beëindiging

tests wordt ongeveer 15 procent van de

van de zwangerschap.

foetussen met T21 gemist”, aldus klinisch biologe Sara Vijgen, verantwoordelijk voor de hormonale eerste-trimesterscreening naar het Downsyndroom in het Jessa Ziekenhuis. “De NIPT heeft een gevoeligheid van meer dan 99 procent. Dat wil zeggen dat nagenoeg geen kinderen met het Downsyndroom gemist worden.”

Behalve gevoeliger is de NIPT ook specifieker, in die zin dat het aantal foute resultaten tot een minimum wordt beperkt. “We hebben bijna geen vals positieve resultaten meer”, verduidelijkt moleculair bioloog Guy Froyen, Next-Generation Sequencing-expert en verantwoorde-

34 GYNAECOLOGIE


SARA VIJGEN

BERT CRUYS

GUY FROYEN, PHD

lijk voor de validatie en de technische

rekenen we niet door aan de patiënt.” De

seren aan een betere prijs voor de patiënt.

opvolging van de NIPT. “Met de klassieke

NIPT kan niet worden aangeboden aan

Sinds mei 2016 hebben we al meer dan

eerste-trimesterscreening werden onge-

vrouwen die minder dan tien weken zwan-

500 stalen verzameld. Samen leggen we

veer vijf procent vals positieve resultaten

ger zijn, die een gekende chromosomale

een grote NIPT-databank aan, om ook op

bekomen waardoor onnodig veel vrucht-

afwijking hebben, zwanger zijn van een

langere termijn de performantie van de

waterpuncties moesten gebeuren om T21

twee- of meerling, zwanger zijn dankzij

test te kunnen opvolgen. We fungeren ook

uit te sluiten. Dankzij de NIPT kunnen

een eiceldonatie of recent radiotherapie,

als elkaars back-up. Een mooi voorbeeld

we vandaag die invasieve test voor veel

een bloedtransfusie, immuuntherapie,

van samenwerking tussen verschillende

zwangere vrouwen vermijden. Dat is een

stamceltherapie of een transplantatie heb-

ziekenhuizen, lijkt me zo.”

goede zaak, want zo’n invasieve test is

ben ondergaan.

niet zonder risico’s.” Toch nog één vraag: waarom precies deze De NIPT werd in België oorspronkelijk

vier ziekenhuizen? Brigitte Maes: “We

De NIPT is een niet-invasieve test: er

enkel uitgevoerd in de centra voor mense-

hebben ons alle vier gespecialiseerd in

moet enkel bloed worden afgenomen van

lijke erfelijkheid. “Wij zijn, samen met de

moleculaire DNA-technieken, in het bijzon-

de moeder. Anders dan bij de klassieke

klinische laboratoria van het AZ Sint-Jan

der in “next-generation sequencing”, de

invasieve tests loopt de foetus dus geen

Brugge-Oostende, het AZ Sint-Lucas in

techniek waarvan NIPT gebruik maakt. In

enkel risico. Zijn er ook nadelen? “In onge-

Gent en het AZ Delta Roeselare, het enige

dit werkdomein gelden we als referentie.”

veer vijf procent van de gevallen lukt de

niet-universitair ziekenhuis dat de test zelf

NIPT niet omdat er te weinig celvrij DNA

uitvoert”, stelt klinisch en moleculair bio-

van de foetus in het bloed van de moeder

loge Brigitte Maes, hoofdverantwoordelijke

zit”, aldus bio-informaticus Bert Cruys, die

voor de NIPT in het Jessa Ziekenhuis. “Met

instaat voor de analyse en het beheer

deze drie andere grote ziekenhuislabora-

van de NIPT-data. “In dat geval herhalen

toria vormen we samen het BELNIPT-con-

we de NIPT op een tweede bloedafname.

sortium. Door onze krachten te bundelen,

SARA VIJGEN

Voor alle duidelijkheid: die extra prestatie

kunnen we meer tests doen en data analy-

sara.vijgen@jessazh.be - tel. 011 33 82 22

35 GYNAECOLOGIE

MEER INFORMATIE DR. BRIGITTE MAES

brigitte.maes@jessazh.be - tel. 011 33 83 41 GUY FROYEN, PhD

guy.froyen@jessazh.be - tel. 011 33 83 48


36 CARDIOLOGIE


37 zo w e

CARDIOLOGIE

STATE-OF-THE-ART HARTINTERVENTIES

en wij aan rk

INNOVATIEVE EN BEWEZEN TOPKLINISCHE ZORG

Cathlab Jessa vernieuwd H

et cathlab van het Jessa Ziekenhuis, waar hartpatiënten meestal in crisissituaties worden behandeld, heeft een grondige vernieuwing ondergaan. “Een aanzienlijke investering, maar we behoren nu wel tot de absolute top met ons interventiecathlab,” weet Dr. Edouard Benit, kliniekhoofd invasieve/interventionele cardiologie. Het cathlab is een onderzoeks- en behandelingsafdeling binnen de dienst cardiologie, waar vaak dringende interventies gebeuren. Hier komen patiënten terecht na een acuut hartinfarct ten gevolge van verstopte of vernauwde bloedvaten. Deze vernauwingen moeten zo snel mogelijk behandeld worden door middel van trombusaspiratie, ballondilatatie, al dan niet met plaatsing van een stent. Er worden ook electieve ingrepen uitgevoerd zoals het vervangen van een hartklep (bv. TAVI), het sluiten van een PFO of een ASD, het sluiten van het linker hartoortje. Naast de interventionele en structurele interventies worden er in het cathlab ook electrofysiologische ingrepen uitgevoerd, zoals het plaatsen van een pacemaker of een defibrillator, al dan niet met cardiale resynchronisatie, en ablaties van diverse en complexe ritmestoornissen (het wegbranden van bepaalde zones of circuits in het hart die verantwoordelijk zijn voor ritmestoornissen). Kortom, het cathlab is het werkterrein van de interventiecardioloog (bloedvaten en hartkleppen) en van de elektrofysioloog (geleidings- en hartritmestoornissen). Het cathlab in het Jessa Ziekenhuis telt drie interventiezalen, alsook een hybride zaal in het operatiekwartier die twee dagen per week wordt gebruikt. Edouard Benit: “Er is een nieuwe state-of-the-art interventiezaal gebouwd. Daarnaast is één zaal volledig gerenoveerd, net zoals de ruimte waar de patiënten ontvangen worden voor en na de procedure. De troeven van het nieuwe lab? Een verbeterde beeldkwaliteit met lagere doses ioniserende straling en een integratie van functionaliteiten zoals hemodynamische monitoring, intravasculaire echografie (IVUS), optische coherentie tomografie (OCT), functionele evaluatie van de vernauwingen (FFR) en een integratie met het medisch dossier, alles op één groot scherm. Ook zijn 3D-systemen geïntroduceerd. Een operatie die flink wat geld heeft gekost, maar ons cathlab behoort nu weer tot de absolute top.” Wat betekent dit voor de patiënt? Elektrofysioloog Johan Vijgen: “Onze infrastructuur is dusdanig vernieuwd en verbeterd dat we onze patiënten een betere dienstverlening kunnen aanbieden. Door de volledige integratie van 3D analyse systemen met de radiografische apparatuur beschikken we tijdens de procedure over zeer gedetailleerde anatomische informatie van de verschillende hartkamers. Dit verbetert de accuraatheid van ablaties aanzienlijk, wat rechtstreeks leidt tot een betere outcome. De beschikbaarheid van de hybride zaal laat toe om implantaties in een zeer steriele omgeving uit te voeren, wat het risico op infecties reduceert. Door de infrastructuur kunnen ook delicate operaties uitgevoerd worden waarbij de cardioloog en hartchirurg samenwerken. De verhoogde aandacht voor straling komt er mede dankzij het Federaal Agentschap voor Nucleaire Controle (FANC), de overheidsinstelling die de bevolking, de werknemers en het leefmilieu tegen de gevaren van ioniserende straling moet beschermen. Johan Vijgen: “Het FANC keurt alle cathlabzalen in België. Iedereen die in een cathlab werkt, moet eerst een examen afleggen en een erkenning krijgen van het agentschap. Niet meer dan logisch, die strenge regels!”

MEER INFORMATIE DR. EDOUARD BENIT - edouard.benit@jessazh.be - tel. 011 33 70 24 DR. JOHAN VIJGEN - johan.vijgen@jessazh.be - tel. 011 33 70 25


38 ONCOLOGIE

NIEUW CENTRUM VOOR HOOFDHALSONCOLOGIE

MULTIDISCIPLINAIR IN

DR. JAN JACOBS

DR. JEROEN MEBIS

DR. ANNELIES MAES

DR. KRISTOF DEBEN


39 ONCOLOGIE

HET KWADRAAT

H

et pas opgerichte Centrum voor Hoofd-

radiotherapeut en een oncoloog aanwezig zijn. Daarnaast bespre-

halsoncologie, een uniek Limburgs initia-

ken we iedere hoofdhalstumorpatiënt die zich in een van de deelne-

tief, tilt patiëntenzorg naar een hoger niveau. “We brengen niet enkel verschillende diensten van ons eigen ziekenhuis samen, we brengen expertises

mende ziekenhuizen heeft aangemeld tijdens een Multidisciplinair Oncologisch Consult (MOC). Dat gebeurt via videoconferencing. Aan die MOC nemen ook andere specialisten deel: radiologen, pathologen, nucleairisten, … Het voordeel van een gezamenlijk consultatie-

samen die de grenzen van ziekenhuizen overschrij-

moment is dat we snel het meest opportune behandelingstraject

den.” Oftewel: multidisciplinair in het kwadraat.

kunnen uittekenen. Als we dat elk afzonderlijk proberen te doen, riskeren we het groter geheel te missen en verliezen we bovendien kostbare tijd. Voor een goede behandeling van een kankerpatiënt is het cruciaal dat we zo snel mogelijk de juiste diagnose stellen.

Hoofdhalstumoren zijn een complexe materie. Doordat ze in veel

We bewijzen de patiënt geen dienst als we hem naar drie of vier

gevallen veroorzaakt worden door overmatig en langdurig tabak- en

specialisten moeten doorverwijzen vooraleer we uitsluitsel hebben.

alcoholgebruik, komen ze vaak samen voor met aandoeningen als

Door het bundelen van onze krachten winnen we aan snelheid en

COPD en levercirrose. Tumoren in deze regio kunnen bovendien

efficiëntie.”

een zware impact hebben op belangrijke functies als onze spraak, smaak, speekselproductie en ons slikvermogen. Een therapie moet zich daarom niet enkel richten op het bestrijden van de tumor, maar

Het organiseren van een video-MOC tussen niet-gelieerde zieken-

moet ook het behoud van de genoemde functies nastreven én oog

huizen is uniek in Vlaanderen. Annelies Maes: “Dankzij het geza-

hebben voor de esthetische zorg. Dit alles maakt dat een patiënt

menlijk video-overleg tussen de Limburgse ziekenhuizen kunnen

idealiter behandeld wordt door een NKO-arts én een MKA-arts, een

we in korte tijd een groot aantal patiënten bespreken en bouwen

radiotherapeut, een medisch oncoloog, een logopedist, een sociaal

we waardevolle expertise op. Twee keer per jaar komen we voorts

verpleegkundige, een voedingsdeskundige … Uiteraard speelt ook

met alle ziekenhuizen uit de provincie samen om de richtlijnen voor

de huisarts een centrale rol inde begeleiding van de patiënt.

de behandeling van hoofdhalstumoren te actualiseren. Geneeskunde evolueert. We mogen niet zomaar vasthouden aan verworven inzichten.”

Uit die noodzaak is het nieuwe Centrum voor Hoofdhalsoncologie ontstaan. Dr. Annelies Maes, coördinator van het Centrum en als radiotherapeute verbonden aan het Limburgs Oncologisch Centrum

De multidisciplinaire aanpak van hoofdhalsoncologie is niet nieuw

(LOC), legt uit: “Ons doel is om de zorg voor de patiënt te optima-

in het Jessa Ziekenhuis. “In de dagdagelijkse praktijk vindt er al

liseren, de doorstroming en de omkadering beter te structureren

geruime tijd overleg plaats tussen verschillende diensten van ons

en een betere samenwerking tussen de verschillende betrokken

ziekenhuis”, aldus mond-, kaak- en aangezichtschirurg Jan Jacobs.

ziekenhuisdiensten én ziekenhuizen te bewerkstelligen.”

“Alleen was die samenwerking tot nog toe niet echt gestructureerd. Artsen, verpleegkundigen, psychologen, de sociale dienst en andere ondersteunende diensten boden hulp aan, maar deden dat

Hoe dat concreet in zijn werk gaat? Medisch oncoloog Jeroen Mebis:

een beetje langs elkaar heen. Dat was onoverzichtelijk voor alle

“Elke week is er een multidisciplinaire hoofdhalsraadpleging in het

betrokkenen, en niet in de laatste plaats voor de patiënt. Een betere

Jessa Ziekenhuis, waarop zowel een NKO-arts als een MKA-arts, een

interne werking garandeert een betere zorg voor de patiënt.”


40 ONCOLOGIE

De vorming van het Centrum voor Hoofdhalsoncologie

WAT ZIJN HOOFDHALSTUMOREN?

stemt overeen met de richtlijnen van het Federaal Ken-

Onder de term ‘hoofdhalstumoren’ verstaan we alle kwaadaardige

niscentrum voor de Gezondheidszorg (KCE). Jan Jacobs:

tumoren die uitgaan van de bovenste aerodigestieve tractus, zijnde

“De overheid wilt dat de zorg voor patiënten met zeld-

lip, orale caviteit, naso-, oro- en hypopharynx, larynx, nasale caviteit,

zame en complexe aandoeningen wordt gecentraliseerd.

paranasale sinussen, middenoor, schedelbasis en speekselklieren.

Het KCE schrijft voor dat we moeten kunnen aantonen

Het betreft eveneens halsklieren van onbekende primaire tumor.

dat we een bepaalde expertise in huis hebben én dat we een bepaald volume van patiënten behandelen. Daar komen we nu aan tegemoet.” FACTS & FIGURES - Annelies Maes: “We verbeteren onze dienstverlening aan de patiënt én we tonen aan de overheid dat we een ho-

37/100.000 mannen en 10,7/100.000 vrouwen -

gere efficiëntie nastreven. Op dat vlak staan we een heel eind verder dan veel andere ziekenhuizen in Vlaanderen.

Hoofdhalskanker is de vierde meest voorkomende tumor bij mannen (6 %) en de negende meest voorkomende tumor bij vrouwen (2,1 %)

-

Meer nog, we lopen vooruit op de evolutie in de oncologische zorg. Samenwerking, centralisatie, netwerking,

Incidentie van hoofdhalskanker in België:

Hoofdhalskanker is de vijfde meest voorkomende doodsoorzaak door kanker bij mannen (3,8 %)

-

De gemiddelde leeftijd bij diagnose is 62 jaar bij mannen en

multidisciplinaire zorg: dat is de weg naar de toekomst.

63 jaar bij vrouwen

We zijn er met enkele ziekenhuizen zelfs in geslaagd om onze concurrentiële belangen opzij te schuiven, in het belang van de zorg voor de patiënt.”

PRAKTISCH MULTIDISCIPLINAIRE HOOFDHALSRAADPLEGING WANNEER? elke maandagvoormiddag

Het Centrum voor Hoofdhalsoncologie is een goed begin, geen eindpunt. “Er is nog ruimte voor verbetering”, zegt Annelies Maes. “Als we meer middelen krijgen, hopen we

WAAR?

Jessa Ziekenhuis campus Virga Jesse,

gelijkvloers raadpleging oncologie

WIE?

DR. ANNELIES MAES (radiotherapie)

een dedicated verpleegkundige in ons centrum te kunnen

annelies.maes@jessazh.be - tel. 011 30 99 87

aanstellen. Iemand die de zorg coördineert en die bijko-

DR. KRISTOF DEBEN (NKO)

mende noden signaleert. Iemand die alle betrokken speci-

alisten – van de bestralingsafdeling, de sociale dienst, de

logopedie, de revalidatie … – vlot door het behandelings-

jan.jacobs@jessazh.be - tel. 011 30 98 90

traject loodst.” Ook de techniek gaat erop vooruit, weet

DR. JOHAN ORYE (MKA)

Kristof Deben, die als neus-, keel- en oorarts actief is in

johan.orye@jessazh.be - tel. 011 30 98 90

het Centrum voor Hoofdhalsoncologie. “De bedoeling is

DR. JEROEN MEBIS (medische oncologie)

om de video-MOC op termijn ook toegankelijk te maken

jeroen.mebis@jessazh.be - tel. 011 30 89 55

kristof.deben@jessazh.be - tel. 011 30 90 81 DR. JAN JACOBS (MKA)

voor huisartsen. Die zijn vragende partij om deel te nemen aan ons multidisciplinair overleg. Het is voor hen

VIDEO-MOC

echter praktisch moeilijk haalbaar om helemaal naar ons

WANNEER? afwisselend op dinsdag en donderdag om 18 uur

ziekenhuis te komen om deel te nemen aan de videocon-

WAAR?

ferencing. Daarom willen we hen de mogelijkheid bieden

(vergaderzaal oncologie) en ZOL (MOC-zaal)

om in te loggen vanuit hun thuispraktijk.”

inloggen kan ook vanuit de andere Limburgse ziekenhuizen

Jessa Ziekenhuis campus Virga Jesse,


41 ONDERZOEK

DR. DOMINIQUE HANSEN EN KENNETH VERBOVEN

BEWEGING IN OBESITAS

Feiten en fabels over

VETMOBILISATIE


42 ONDERZOEK

OBESITAS

B

ijna alles – of toch veel – van wat we dachten over het verband

in kleinere delen, verdeeld over de dag,

tussen obesitas en lichaamsbeweging, is verkeerd. Dat blijkt

genereert op lange termijn een even

uit een onderzoek van prof. Dominique Hansen en doctoraatsstudent Kenneth Verboven aan het Jessa Ziekenhuis en de Universiteit Has-

groot vetmassaverlies als één lange trainingssessie.

selt/Maastricht. “Obesitas is eigenlijk ongekend complex.” Opvallend: het voorspellen van vetverlies ten gevolge van fysieke training is haast onmogelijk, zelfs wanneer iedereen op exact dezelfde wijze zou trainen en een Obesitas is een van dé ziekten van de mo-

ning; lokale spierkrachttraining is nodig

even groot calorieverbruik genereert.

derne tijd. Liefst 45 procent van de Euro-

om lokaal verlies van vetmassa te krijgen;

Hansen: “Men heeft dat ook al vaak vast-

peanen kampt met overgewicht (BMI tus-

we moeten trainen in warmtecabines. Al

gesteld bij proefdieren. Wanneer je 100

sen 25-30 kg/m²), ongeveer 22 procent

deze adviezen leiden niét tot een groter

ratten zwaarlijvig maakt en hen vervol-

lijdt aan obesitas (BMI boven 30 kg/m²).

(lokaal) vetmassaverlies.”

gens onderwerpt aan hetzelfde voedingsen bewegingsprogramma, reageren ze

In België ligt deze prevalentie rond dit Eu-

stuk voor stuk anders op het vlak van vet-

ropese gemiddelde. Extra verontrustend is dat deze dramatische trend zich ook

Hadden we het dan allemaal mis? Domi-

verlies. Deze verschillen in vetverlies zijn

doorzet bij kinderen en jongeren. Eén op

nique Hansen: “Zelfs vele gezondheids-

onder andere te wijten aan individuele

de drie Europese kinderen van 11 jaar is

werkers geven zwaarlijvige patiënten

verschillen in vetopname en vetoxidatie-

volgens het WHO zwaarlijvig

capaciteit, genetische voorbe-

of obees. Overgewicht zet een

stemming, invloeden van het

zware hypotheek op onze gezondheid: het verhoogt het risico op cardiovasculaire ziektebeelden, bepaalde vormen van

ER CIRCULEREN VEEL MISVERSTANDEN OVER HOE WE PRECIES MOETEN BEWEGEN OM VET KWIJT TE SPELEN.

zenuwstelsel, de werking van het metabolisme in rust, … Het zijn deze factoren die obesitas zo complex maken.”

kanker, orthopedische aandoeningen, gastro-intestinale ziekverkeerde raad over lichaamsbeweging.

Om obesitas te doorgronden, moeten

Dé determinant voor vetmassaverlies

we dus weten hoe een vetcel werkt. Het

is het uiteindelijke calorieverbruik, gaat

verlies van vetmassa wordt opgewekt

In de behandeling van obesitas wordt vaak

Hansen verder. “Daarom moeten mensen

door het stimuleren van vetmobilisatie

gewezen op het belang van een gezond

met overgewicht streven naar een hoog

ter hoogte van de vetcel (lipolyse), wat

voedingspatroon, maar ook de impact

calorieverbruik, liefst meer dan 400 kcal

leidt tot het versnipperen van opge-

van lichaamsbeweging mag niet worden

per oefensessie. Dit kan worden bereikt

slagen triglyceriden tot vrije vetzuren

onderschat. Dominique Hansen: “Helaas

door langdurig te trainen (meer dan 45

en glycerol binnen de vetcel. Deze vrije

circuleren er veel misverstanden over hoe

minuten per sessie of per dag), frequent

vetzuren en glycerolmoleculen worden

we precies moeten bewegen om vet kwijt

te trainen over een langere periode, in-

door transporteiwitten uit de vetcel

te spelen. Enkele hardnekkige fabels: we

tens te trainen en bewegingsvormen te

verplaatst, waardoor de vetcel zal krim-

moeten in nuchtere toestand trainen (ge-

kiezen die een hoog calorieverbruik per

pen. Hansen: “We stellen echter vast dat

volgd door een ontbijt); we moeten aan

tijdseenheid genereren (eerder whole

zwaarlijvige mensen vaak een gebrek-

een lage intensiteit trainen (om de vet-

body-oefeningen dan lokale spieroefenin-

kige lipolyserespons vertonen tijdens een

verbranding aan te spreken); we moeten

gen). Het opsplitsen van een langdurige

lichamelijke inspanning, ook bij een lang-

beweging aanvullen met spierkrachttrai-

trainingssessie (bijvoorbeeld 60 minuten)

durige inspanning. Dat de lipolyse plots

ten, … Dat verlaagt de levensverwachting.


43 ONDERZOEK

zou normaliseren na bijvoorbeeld 45 tot 60 minuten aangehouden lichamelijke in-

Trainingsintensiteit

Liefst matig intens (55-70% maximale hartfrequentie of net onder anaerobe drempel) Hoger intens (70-85% maximale hartfrequentie) enkel onder directe (para)medische supervisie

Trainingsfrequentie

Opbouwen naar 5 dagen/week

Trainingsvormen

Whole-body oefeningen zoals roeien, steppen, langlaufen, nordic walking, etc

Programmaduur

>6 maanden

Sessievolume

>400 kcal/dag

Krachttraining

Voor grote spiergroepen: 10-15 herhalingen/oefening aan 3 reeksen op 65-70% van maximale spierkracht

spanning, is wederom een fabeltje.”

Heel wat problemen met die vetcellen hebben te maken met onze hormonenhuishouding. “De lipolyserespons tijdens een inspanning wordt nauw gecoördineerd door endocriene hormonen, met name adrenaline, groeihormoon en insuline. Adrenaline (tot op zekere hoogte) en groeihormoon stimuleren de lipolyse, insuline heeft een remmende werking. Deze fysiologie verklaart ook waarom lokale spiertraining niet leidt tot een lokaal vetverlies: de lokalisatie van het vetverlies wordt bepaald door endocriene hormonen. Is het je trouwens al opgevallen dat tennisspelers niet één dikke en één dunne arm hebben? Bij obese personen vertonen deze hormonen een afwijkend gedrag. Het is wel merkwaardig dat dergelijke endocriene afwijkingen vaak niet voorkomen in rusttoestand. Het wordt tijd dat we beseffen dat obesitas een bijzonder complexe aandoening is, bijna even complex als kanker.”

In het Jessa Ziekenhuis en de Universiteit Hasselt/Maastricht (met steun van FWO) wordt door ons onderzoeksteam de rol van ANP (atriaal natriuretisch peptide) in de vetcellipolyse in obese personen nader onderzocht, met hierin de impact van trainingsinterventie.

MEER INFORMATIE DR. DOMINIQUE HANSEN

dominique.hansen@jessazh.be

Trainingsschema


45 PSYCHIATRIE

Meer rust en comfort in … een prikkelarme kamer

D

e Psychiatrische Afdeling Algemeen Ziekenhuis (PAAZ), onderdeel van het Jessa Ziekenhuis, heeft een prikkelarme kamer in gebruik genomen, met de bedoeling om een veilige en rustgevende omgeving te creëren voor psychiatrische patiënten. Een prikkelarme kamer is een apart ingerichte ruimte op de psychiatrische afdeling van een ziekenhuis met een minimum aan interieurelementen. Het meubilair beperkt zich meestal tot een simpel bed en een stoel. Aan de muren en wanden vind je geen decoratie of zelfs kleur. Kortom, soberheid troef! De bedoeling is om patiënten met psychiatrische problemen hier even te verlossen van externe prikkels en te behoeden voor zintuiglijke overbelasting. “Bepaalde psychiatrische patiënten riskeren de pedalen te verliezen als ze aan veel zintuiglijke prikkels worden blootgesteld”, vertelt zorgmanager Anita Jans. “Hun hersenen hebben moeite om die prikkels goed te verwerken. In een sobere omgeving kunnen ze tot rust komen en weer orde in hun hoofd scheppen. Een prikkelarme kamer is een patiëntvriendelijk alternatief voor een isolatiekamer.” “De inspiratie voor het installeren van een prikkelarme kamer hebben we gehaald bij Sint-Annendael Grauwzusters in Diest, een ziekenhuis en een beschutte woonplaats voor mensen die nood hebben aan geestelijke gezondheidszorg.” De PAAZ van het Jessa Ziekenhuis bestaat uit één afdeling met 30 bedden en één afdeling met 20 bedden. Hier worden patiënten met acute psychiatrische problemen zoals depressie, angsten, burn-out en psychosomatische klachten behandeld. Anita Jans: “De gemiddelde opnametermijn op onze afdeling bedraagt twee weken. Patiënten met ernstige gedragsstoornissen of een mentale handicap worden doorverwezen naar meer gespecialiseerde centra.” De patiënten met burn-out worden opgenomen op de afdeling met 20 bedden voor 1 week diagnostiek en aanzet van behandeling via een klinisch pad, in samenwerking met de ambulante zorgverlening.

MEER INFORMATIE ANITA JANS - anita.jans@jessazh.be - tel. 011 33 51 85


46 VERBUM

VERBUM Gepubliceerd in J Sports Med Phys Fitness. 2016 Oct 20. [Epub ahead of print]

De Mits S1, Lenaerts J2, Vander Cruyssen B3, Mielants H1, Westhovens

ALTERED GAS-EXCHANGE AT PEAK EXERCISE IN OBESE

R4, Durez P5, Elewaut D1,6, Be-Raise study group.

ADOLESCENTS: IMPLICATIONS FOR VERIFICATION OF EFFORT

(1) Department of Rheumatology, Ghent University Hospital, Ghent, Belgium. (2) Depart-

DURING CARDIOPULMONARY EXERCISE TESTING.

ment of Rheumatology, Reuma-Instituut Hasselt, Leuven University Hospital, Leuven,

Marinus N1, Bervoets L, Massa G, Verboven K, Stevens A, Takken T,

Belgium. (3) Department of Rheumatology, Sint Jozef Hospital Bornem, OLV Hospital

Hansen D

Aalst, Aalst, Belgium. (4) Skeletal Biology and Engineering Research Center, Department

(1) REVAL, Rehabilitation Research Center, BIOMED-Biomedical Research Center, Faculty

of Development and Regeneration KU Leuven; Rheumatology, University Hospitals Leu-

of Medicine and Life Sciences, Hasselt University, Diepenbeek, Belgium - Dominique.han-

ven, Leuven, Belgium. (5) Department of Rheumatology, Université Catholique de Louvain

sen@uhasselt.be.

UCL, Louvain-la-Neuve, Belgium. (6) Laboratory of Molecular Immunology and Inflamma-

ABSTRACT

tion, VIB Inflammation Research Center, Ghent University, Ghent, Belgium.

BACKGROUND:

Cardiopulmonary exercise testing is advised ahead of

ABSTRACT

exercise intervention in obese adolescents to assess medical safety

OBJECTIVES:

of exercise and physical fitness. Optimal validity and reliability of test

of the cornerstones of current treatment strategies for the disease.

Biological treatment of rheumatoid arthritis (RA) is one

results are required to identify maximal exercise effort. As fat oxida-

Surprisingly little information exists on whether the route of admin-

tion during exercise is disturbed in obese individuals, it remains an un-

istration affects patients’ treatment satisfaction. It is equally un-

resolved methodological issue whether the respiratory gas exchange

clear whether rheumatologists are able to accurately perceive their

ratio (RER) is a valid marker for maximal effort during exercise testing

patients’ appreciation. Thus, the Belgian Be-raise survey aimed to

in this population.

examine whether RA patient’s experience of their current biological

METHODS:

RER during maximal exercise testing (RERpeak), and RER

treatment coincided with the treating physician’s perception.

trajectories, was compared between obese and lean adolescents and

METHODS:

relationships between RERpeak, RER slope and subject characteris-

Belgian rheumatologists providing data obtained from 550 RA pa-

tics (age, gender, body mass index (BMI), Tanner stage, physical ac-

tients. Patients under stable dose of biologics for at least 6 months,

tivity level) were explored. Thirty-four obese (BMI: 35.1±5.1 kg/m2)

were enrolled consecutively and all completed questionnaires. Sepa-

and 18 lean (BMI: 18.8±1.9 kg/m2) adolescents (aged 12-18 years)

rate questionnaires were completed by the treating rheumatologist

performed a maximal cardiopulmonary exercise test on bike, with

which evaluated their patient’s perception of the route of treatment

comparison of oxygen uptake (VO2), heart rate (HR), expiratory vol-

administration. This study therefore evaluates whether a treating

ume (VE), carbon dioxide output (VCO2), and cycling power output (W).

physician perceives the satisfaction with the route of administration

RESULTS:

RERpeak (1.09±0.06 vs. 1.14±0.06 in obese vs. lean ado-

A nationwide cross-sectional survey was conducted by 67

to the same degree as the patient.

lescents, respectively) and RER slope (0.03±0.01 vs. 0.05±0.01 per

RESULTS: Completed

10% increase in VO2, in obese vs. lean adolescents, respectively) was

patients who obtained treatment via the intravenous (IV) or subcu-

questionnaires were obtained from 293 and 257

significantly lower in obese adolescents, and independently related

taneous (SC) route of administration, respectively. 58.4% of patients

to BMI (p<0.05). Adjusted for HRpeak and VEpeak, RERpeak and RER

were in DAS28-CRP(3) remission. Patient satisfaction with disease

slope remained significantly lower in obese adolescents (p<0.05).

control was higher (44% scored ≥ 9) than that of the treating physi-

RER trajectories (in relation to %VO2peak and %Wpeak) were signifi-

cian (35%), regardless of the route of administration (p< 0.01). No dif-

cantly different between groups (p<0.001).

ferences were seen for the patients treated with an IV as opposed to

RERpeak is significantly lowered in obese adolescents.

a SC route of administration. The physician´s perception of patient’s

This may have important methodological implications for cardiopul-

satisfaction with disease control was markedly lower for IV treated

monary exercise testing in this population.

patients as opposed to SC treated patients (p< 0.001).

CONCLUSION:

CONCLUSIONS:

Patients’ satisfaction with biological treatment is high,

but there is a considerable mismatch between patients´ and rheumatologists´ appreciation on the route of administration of biological Gepubliceerd in PLoS One. 2016 Nov 28;11(11):e0166607. doi: 10.1371/journal.

therapy in RA. Physicians consistently consider IV biological therapy

pone.0166607. eCollection 2016.

to be less satisfactory. Patient´s appreciation is largely dependent on

A NATIONWIDE SURVEY ON PATIENT’S VERSUS PHYSICIAN´S

disease control, irrespective of the route of administration. Therefore,

EVALUATION

RHEUMATOID

and encouraging shared decision making, we suggest that physicians

ARTHRITIS IN RELATION TO DISEASE ACTIVITY AND ROUTE OF

and patients discuss the route of administration of biologicals in an

ADMINISTRATION: THE BE-RAISE STUDY.

open way.

OF

BIOLOGICAL

THERAPY

IN


47 VERBUM

Gepubliceerd in Rheumatology (Oxford). 2016 Aug;55(8):1431-6. doi: 10.1093/rheuma-

Gepubliceerd in Arthritis Res Ther. 2016 Jun 7;18(1):130. doi: 10.1186/s13075-016-

tology/kew198. Epub 2016 Apr 19.

1030-1.

AUTOANTIBODIES TO TWO NOVEL PEPTIDES IN SERONEGATIVE

THE ISOTYPE REPERTOIRE OF ANTIBODIES AGAINST NOVEL UH-

AND EARLY RHEUMATOID ARTHRITIS.

RA PEPTIDES IN RHEUMATOID ARTHRITIS.

De Winter LM1, Hansen WL1, van Steenbergen HW2, Geusens P3, Le-

De Winter LM1, Geusens P1,2,3, Lenaerts J4,5, Vanhoof J2, Stinissen P1,

naerts J4, Somers K1, Stinissen P1, van der Helm-van Mil AH2, Somers V5

Somers V6.

(1) Hasselt University, Biomedical Research Institute, and transnationale Universiteit

(1) Biomedical Research Institute, Hasselt University, and School of Life Sciences, trans-

Limburg, School of Life Sciences, Hasselt, Belgium. (2) Department of Rheumatology,

national University Limburg, Martelarenlaan 42, 3500, Hasselt, Belgium. (2) ReumaClinic,

Leiden University Medical Center, Leiden, The Netherlands. (3) Hasselt University, Biome-

Genk, Belgium. (3) Rheumatology, Maastricht University Medical Center, Maastricht, The

dical Research Institute, and transnationale Universiteit Limburg, School of Life Sciences,

Netherlands. (4) Reuma Instituut, Hasselt, Belgium. (5) Jessa Hospitals, Hasselt, Belgium.

Hasselt, Belgium Department of Rheumatology, Reuma Clinic, Genk, Belgium Rheumatolo-

(6) Biomedical Research Institute, Hasselt University, and School of Life Sciences, trans-

gy, Maastricht University Medical Center, Maastricht, The Netherlands. (4) Department of

national University Limburg, Martelarenlaan 42, 3500, Hasselt, Belgium. veerle.somers@

Rheumatology, Reuma Instituut Department of Rheumatology, Jessa Hospitals, Hasselt,

uhasselt.be.

Belgium. (5) Hasselt University, Biomedical Research Institute, and transnationale Uni-

ABSTRACT

versiteit Limburg, School of Life Sciences, Hasselt, Belgium veerle.somers@uhasselt.be.

BACKGROUND:

ABSTRACT

(UH-RA.1 and UH-RA.21) were identified as candidate biomarkers for

Recently, autoantibodies against novel UH-RA peptides

Despite recent progress in biomarker discovery for RA di-

patients with rheumatoid arthritis (RA) who are seronegative for the

agnostics, still over one-third of RA patients-and even more in early

current diagnostic markers rheumatoid factor and anticitrullinated

OBJECTIVES:

disease-present without RF or ACPA. The aim of this study was to

protein antibodies. Previously, screening for anti-UH-RA autoantibod-

confirm the presence of previously identified autoantibodies to novel

ies was based on measuring the immunoglobulin (Ig) G response. We

Hasselt University (UH) peptides in early and seronegative RA.

aimed to investigate whether measurement of other isotypes could

Screening for antibodies against novel UH peptides UH-

improve the performance of diagnostic testing. In addition, assign-

RA.1, UH-RA.9, UH-RA.14 and UH-RA.21, was performed in two large

ing the isotype profile might provide valuable information on effector

independent cohorts. Peptide ELISAs were developed to screen for

functions of the antibodies.

the presence of antibodies to UH-RA peptides. First, 292 RA patients

METHODS:

(including 39 early patients), 90 rheumatic and 97 healthy controls

RA.21 was studied. The IgG, IgM, and IgA classes, together with the

from UH were studied. Antibody reactivity to two peptides (UH-RA.1

4 different IgG subclasses, were determined in 285 patients with RA,

METHODS:

The isotype profile of antibodies against UH-RA.1 and UH-

and UH-RA.21) was also evaluated in 600 RA patients, 309 patients

88 rheumatic control subjects, and 90 healthy control subjects.

with undifferentiated arthritis and 157 rheumatic controls from the

RESULTS:

Leiden Early Arthritis Clinic cohort.

and twice as prevalent as IgG (IgG3-dominated) and IgA. RA sensitiv-

Anti-UH-RA.1 antibodies were primarily of the IgM isotype

In both cohorts, 38% of RA patients were seronegative for

ity when testing for anti-UH-RA.1 IgM was shown to be higher than

RF and ACPA. Testing for autoantibodies to UH-RA.1 and UH-RA.21

when testing for the IgG isotype: 18 % versus 9 % sensitivity when

reduced the serological gap from 38% to 29% in the UH cohort (P =

RA specificity was set to 90 %. Within antibodies against UH-RA.21,

0.03) and from 38% to 32% in the Leiden Early Arthritis Clinic cohort

IgG and IgA were more common than IgM. Different anti-UH-RA.21 IgG

(P = 0.01). Furthermore, 19-33% of early RA patients carried anti-

subclasses were found, with the highest prevalence found for IgG2.

bodies to these peptides. Specificities in rheumatic controls ranged

Combined testing for IgG and IgA slightly increased RA sensitivity of

from 82 to 96%. Whereas antibodies against UH-RA.1 were related to

UH-RA.21-specific antibody testing to 27 % compared with solely

remission, anti-UH-RA.21 antibodies were associated with inflamma-

testing for IgG (23 %). Notably, a higher number of anti-UH-RA.21

tion, joint erosion and higher tender and swollen joint counts.

antibody isotypes was related to increased levels of erythrocyte sedi-

RESULTS:

CONCLUSION:

This study validates the presence of antibody reactivity

mentation rate. Finally, for both antibody responses, the full antibody

to novel UH-RA peptides in seronegative and early RA. This might re-

isotype use was demonstrated in early and seronegative disease.

inforce current diagnostics and improve early diagnosis and interven-

CONCLUSIONS:

tion in RA.

RA.21 antibodies was successfully outlined, and, for antibodies

The isotype distribution of anti-UH-RA.1 and anti-UH-

against UH-RA.1, we found that isotype-specific testing might have implications for diagnostic testing. The exact mechanisms by which the different antibody isotypes act still have to be unraveled.


48 VERBUM

Gepubliceerd in Ann Rheum Dis. 2016 Jul 18. pii: annrheumdis-2016-209212. doi:

randomised to MTX tight step-up (MTX-TSU) or COBRA Slim. Primary

10.1136/annrheumdis-2016-209212. [Epub ahead of print]

outcome was the proportion of patients in 28 joint disease activity

EFFECTIVENESS OF METHOTREXATE WITH STEP-DOWN GLUCO-

score calculated with C-reactive protein remission at week 52 in an

CORTICOID REMISSION INDUCTION (COBRA SLIM) VERSUS OTHER

intention-to-treat analysis. Secondary outcomes were safety and ef-

INTENSIVE TREATMENT STRATEGIES FOR EARLY RHEUMATOID

fectiveness (ClinicalTrial.gov identifier NCT01172639).

ARTHRITIS IN A TREAT-TO-TARGET APPROACH: 1-YEAR RESULTS

RESULTS:

OF CARERA, A RANDOMISED PRAGMATIC OPEN-LABEL SUPERIO-

Avant Garde, 47 MTX-TSU and 43 COBRA Slim (low risk) patients were

RITY TRIAL.

evaluated. Remission was achieved in 64.3% (63/98) COBRA Clas-

Verschueren P1, De Cock D2, Corluy L3, Joos R4, Langenaken C3, Tael-

sic, 60.2% (59/98) COBRA Slim (high risk) and 62.4% (58/93) COBRA

man V5, Raeman F4, Ravelingien I6, Vandevyvere K7, Lenaerts J3, Geens

Avant Garde patients at W52 (p=0.840); and in 57.4% (27/47) MTX-

E4, Geusens P8, Vanhoof J9, Durnez A7, Remans J10, Vander Cruyssen B6,

TSU and 67.4% (29/43) COBRA Slim (low risk) patients (p=0.329).

Van Essche E11, Sileghem A12, De Brabanter G13, Joly J14, Meyfroidt S2,

Less adverse events occurred per patient with COBRA Slim (high

Van der Elst K15, Westhovens R1.

risk) compared with COBRA Classic or COBRA Avant Garde (p=0.038).

Author information

Adverse events were similar in MTX-TSU and COBRA Slim (low risk)

(1) KU Leuven Department of Development and Regeneration, Skeletal Biology and

patients (p=0.871). At W52, 76.0% patients were on DMARD mono-

Engineering Research Center, Leuven, Belgium Department of Rheumatology, Univer-

therapy, 5.2% used GCs and 7.5% biologicals.

sity Hospitals Leuven, Leuven, Belgium. (2) KU Leuven Department of Development and

CONCLUSIONS:

Regeneration, Skeletal Biology and Engineering Research Center, Leuven, Belgium. (3)

scheme (COBRA Slim) seems an effective, safe, low-cost and feasible

Reuma-instituut Hasselt, Hasselt, Belgium Jessa Ziekenhuis Hasselt, Hasselt, Belgium. (4)

initial treatment strategy for patients with ERA regardless of their

98 COBRA Classic, 98 COBRA Slim (high risk), 93 COBRA

MTX with a moderate-dose GC remission induction

ZNA Jan Palfijn Antwerpen, Antwerp, Belgium. (5) Heilig Hart Ziekenhuis Leuven, Leu-

prognostic profile, provided a treat-to-target approach is followed.

ven, Belgium. (6) Rheumatology Department, Onze-Lieve-Vrouw Ziekenhuis Aalst, Aalst,

TRIAL REGISTRATION NUMBERS:

Belgium. (7) AZ Groeninge Hospital Kortrijk, Kortrijk, Belgium. (8) ReumaClinic Genk &

NCT01172639; Results.

EudraCT-number 2008-007225-39 and

UHasselt, Genk, Belgium Maastricht UMC, Maastricht, The Netherlands. (9) ReumaClinic Genk & UHasselt, Genk, Belgium. (10) Reuma-instituut Genk, Genk, Belgium. (11) Imeldaziekenhuis Bonheiden, Bonheiden, Belgium. (12) ReumaClinic Hasselt, Hasselt, Belgium. (13) AZ Sint Lucas Brugge, Bruges, Belgium. (14) Department of Rheumatology, Univer-

Gepubliceerd in Rheumatology (Oxford). 2016 Jul 13. pii: kew230. [Epub ahead of print]

sity Hospitals Leuven, Leuven, Belgium. (15) Department of Rheumatology, University

PARTIAL REMISSION IN ANKYLOSING SPONDYLITIS AND NON-

Hospitals Leuven, Leuven, Belgium KU Leuven Department of Public Health and Primary

RADIOGRAPHIC AXIAL SPONDYLOARTHRITIS IN TREATMENT

Care, Skeletal Biology and Engineering Research Center, Leuven, Belgium.

WITH INFLIXIMAB PLUS NAPROXEN OR NAPROXEN ALONE:

ABSTRACT

ASSOCIATIONS BETWEEN PARTIAL REMISSION AND BASELINE

OBJECTIVES:

Combining

disease-modifying

antirheumatic

drugs

DISEASE CHARACTERISTICS.

(DMARDs) with glucocorticoids (GCs) is an effective treatment strate-

Sieper J1, Rudwaleit M2, Lenaerts J3, Wollenhaupt J4, Myasoutova L5,

gy for early rheumatoid arthritis (ERA), yet the ideal schedule and fea-

Park SH6, Song YW7, Yao R8, Huyck S9, Govoni M10, Chitkara D11, Vas-

sibility in daily practice are debated. We evaluated different DMARD

tesaeger N12.

combinations and GC remission induction schemes in poor prognosis

(1)

patients; and methotrexate (MTX) with or without GC remission induc-

ogy, Charité, University Medicine Berlin, Berlin, Germany joachim.sie-

tion in good prognosis patients, during the first treatment year.

per@charite.de. (2) Department of Gastroenterology, Infectiology, and

METHODS:

The Care in ERA (CareRA) trial is a 2-year investigator-in-

Department of Gastroenterology, Infectiology, and Rheumatol-

Rheumatology, Charité, University Medicine Berlin, Berlin, Germany.

itiated randomised pragmatic open-label superiority trial comparing

(3) Department

of Rheumatology, REUMA Instituut, Hasselt, Belgium.

remission induction regimens in a treat-to-target approach. DMARD-

(4) Department

Rheumatology and Clinical Immunology, Schön-Klinik,

inexperienced patients with ERA were stratified into a high-risk or

Hamburg, Germany

(5)

Department of Rheumatology, Kazan State

low-risk group based upon presence of erosions, disease activity,

Medical University, Kazan, Russia.

rheumatoid factor and anticitrullinated protein antibodies. High-risk

partment of Internal Medicine, Seoul St. Mary’s Hospital, Catholic Uni-

(6)

Division of Rheumatology, De-

patients were randomised to a COBRA Classic (MTX + sulfasalazine +

versity of Korea. (7) Division of Rheumatology, Department of Internal

prednisone step-down from 60 mg), COBRA Slim (MTX + prednisone

Medicine, Seoul National University Hospital, Seoul, South Korea.

step-down from 30 mg) or COBRA Avant Garde (MTX + leflunomide +

Division of Rheumatology, Department of Internal Medicine.

prednisone step-down from 30 mg) scheme. Low-risk patients were

partment of Biostatistics, Merck & Co, Kenilworth, NJ, USA. (10) Depart-

(9)

(8)

De-


49 VERBUM

ment of Immunology, MSD Italy, Global Medical Affairs, Rome, Italy.

ing the deficiency of healing.

(11) Department

of Clinical Research, Merck & Co, Kenilworth, NJ, USA.

METHODS AND RESULTS: In

(12) Department

of Medical Affairs, MSD Belgium, Brussels, Belgium

label study, OCT examinations were performed at three months in 45

a prospective, multicentre, single-arm, open-

ABSTRACT

patients (47 lesions). Per protocol, 24 lesions which had not reached

OBJECTIVES: To evaluate partial remission during treatment with inflixi-

adequate vascular healing according to study criteria were scheduled

mab (IFX) + naproxen (NPX) vs NPX alone in patients from the two

for OCT examination at six months. The HS was calculated at two

subgroups of SpA and explore baseline predictors of partial remission.

time points. Serial OCT imaging demonstrated that the proportion

Infliximab as First Line Therapy in Patients with Early Ac-

of covered stent struts increased from a median of 87.1% at three

tive Axial Spondyloarthritis Trial was a double-blind, randomised con-

months to 98.6% at six months (p<0.001). The neointimal thickness

trolled trial of IFX in biologic-naïve patients with early, active axial

increased from a median of 82.8 µm to 112.2 µm (p<0.001), whereas

SpA. Patients were randomised (2:1) to receive 28 weeks of treat-

the median percentages of malapposed struts were 0.2% and 0.0%

ment with i.v. IFX 5 mg/kg (weeks 0, 2, 6, 12, 18 and 24) + NPX 1000

at the two respective time points. Neointimal volume obstruction in-

mg/day or i.v. placebo (PBO) + NPX 1000 mg/day. The current post

creased from 6.3% to 12.8%, and the HS decreased from a median of

hoc analysis evaluated outcomes in patients who did or did not meet

28.1 at three months to 2.4 at six months.

modified New York radiographic criteria for AS.

CONCLUSIONS:

METHODS:

RESULTS:

The analysis included 94 patients who met AS criteria and

56 with non-radiographic axial SpA (nr-axSpA). At week 28, Assess-

In patients who had inadequate vascular healing three

months after polymer-free SES implantation, serial OCT showed almost complete vascular healing at six months.

ment of SpondyloArthritis international Society (ASAS) partial remission was greater with IFX + NPX than PBO + NPX for both the AS group (70.5 vs 33.3%, respectively) and the nr-axSpA group (50.0 vs 37.5%, respectively). A similar pattern occurred with several efficacy

Gepubliceerd in Acta Cardiol. 2016 Apr;71(2):135-43. doi: 10.2143/AC.71.2.3141842.

measures. Larger treatment effects occurred in the AS group than the

LEFT ATRIAL APPENDAGE OCCLUSION WITH THE AMPLATZER

nr-axSpA group, possibly due to baseline differences in disease char-

CARDIAC PLUG COULD IMPROVE SURVIVAL AND PREVENT

acteristics. Multivariable analyses identified the type of treatment,

THROMBO-EMBOLIC AND MAJOR BLEEDING EVENTS IN ATRIAL FI-

age and HLA-B27 status as predictors of ASAS partial remission in

BRILLATION PATIENTS WITH INCREASED BLEEDING RISK.

the total study population. MRI sacroiliac joint scores were associated

Budts W, Laenens D, Van Calenbergh F, Vermeersch P, De Potter T,

with partial remission during IFX + NPX treatment.

Aminian A, Benit E, Stammen F, Kefer J.

CONCLUSION: Patients

ABSTRACT

with AS had greater partial remission with IFX +

NSAID than NSAID therapy alone; patients with nr-axSpA had a small-

AIMS: Literature

er treatment effect. Baseline disease characteristics and age were as-

al appendage occlusion (LAAO) to prevent thrombo-embolic events in

sociated with partial remission with IFX therapy.

patients with non-rheumatic atrial fibrillation (AF). We compared out-

suggests a beneficial effect of percutaneous left atri-

come of LAAO versus ‘suboptimal standard’ treatment in AF patients with high bleeding risk. METHODS AND RESULTS:

Patients with sufficient follow-up data (n =

Gepubliceerd in EuroIntervention. 2016 Aug 5;12(5):e574-83. doi: 10.4244/EIJV12I5A97.

125) who underwent LAAO with the Amplatzer Cardiac Plug (ACP)

EVALUATION OF VASCULAR HEALING OF POLYMER-FREE SIROLI-

were selected from the Belgian ACP database. AF patients who sur-

MUS-ELUTING STENTS IN NATIVE CORONARY ARTERY STENOSIS:

vived intracranial haemorrhage were recruited from the Leuven Neu-

A SERIAL FOLLOW-UP AT THREE AND SIX MONTHS WITH OPTICAL

rosurgical Registry (LNR, n = 113). After propensity score adjustment,

COHERENCE TOMOGRAPHY IMAGING.

the outcome of both groups was compared for the combined end point

Suwannasom P1, Onuma Y, Benit E, Gach O, von Birgelen C, Hofma SH,

(death, stroke, transient ischaemic attack, systemic emboli, and major

Sotomi Y, Bo X, Zhang YJ, Gao R, García-García HM, Wykrzykowska JJ,

bleeding event). The LAAO group did not differ from the LNR group for

de Winter RJ, Serruys PW.

mean age and gender (74 ± 7 versus 75 ± 10 years, P = 0.29; female

(1) Thoraxcenter, Erasmus Medical Center, Rotterdam, The Netherlands.

39% versus 48%, P = 0.18). However, the CHA2DS2-VASc and HAS-

ABSTRACT

BLED scores were both higher in the LAAO group (4.8 ± 1.7 versus 3.9

Our aim was to assess vascular response after polymer-free

± 1.7, P = 0.0001; 3.5 ± 1.4 versus 3.2 ± 1.4, P = 0.036). After pro-

sirolimus-eluting stent (SES) implantation by using an optical coher-

pensity score adjustment, the risk for the primary end point was sig-

ence tomography (OCT)-derived vascular healing score (HS), quantify-

nificantly higher for the LNR group (HR 2.012, 95% CI 1.113-3.638).

AIMS:


50 VERBUM

LAAO with ACP seems to improve the combination of

him R12, Danna PL13, Benit E14, Budts W15, Stammen F16, De Potter T17,

survival and the prevention of thrombo-embolic and major bleeding

Tichelbäcker T18, Gloekler S4, Kanagaratnam P19, Costa M20, Cruz-Gon-

events in patients with atrial fibrillation and increased bleeding risk.

zalez I21, Sievert H22, Schillinger W18, Park JW23, Meier B4, Omran H24.

CONCLUSION:

Amplatzer Cardiac Plug; Left atrial appendage; WATCH-

(1) Cliniques universitaires Saint-Luc, Brussels, Belgium. Electronic address: joelle.kefer@

MAN; atrial fibrillation; cerebral haemorrhage; closure; high bleeding

uclouvain.be. (2) Interbalkan European Medical Center, Thessaloniki, Greece. (3) Hospital

risk; occlusion

Clinic of University of Barcelona, Barcelona, Spain. (4) University Hospital of bern, Bern,

KEYWORDS:

Switzerland. (5) CardioVascular Center Frankfurt, Frankfurt, Germany; Seattle Heart and Vascular, Seattle, WA, USA. (6) Aarhus University Hospital, Skejby, Denmark. (7) Heart Hospital, Fondazione C.N.R. Regione Toscana, Massa, Italy. (8) Ospedale Careggi di FireGepubliceerd in Acta Clin Belg. 2016 Feb 3:1-3. [Epub ahead of print]

nze, Florence, Italy. (9) Centre Hospitalier Universitaire de Charleroi, Charleroi, Belgium.

HEMOLYSIS AFTER PERCUTANEOUS PARAVALVULAR LEAK RE-

(10) University Hospital of Zurich, Zurich, Switzerland. (11) University Hospital of bern,

PAIR.

Bern, Switzerland; University Hospital of Zurich, Zurich, Switzerland. (12) Montreal Heart

De Bruyn A1, Dendale P2,3, Benit E2

Institute, Montreal, Canada. (13) Ospedale Luigi Sacco, Milan, Italy. (14) Jessa Ziekenhuis,

(1a) University

of Leuven, Belgium. (2b) Cardiology, Heartcenter, Jessa

Hasselt, Belgium. (15) UZ Leuven, Leuven, Belgium. (16) AZ Delta Roeselare, Roeselare,

hospital , Hasselt , Belgium. (3c) Cardiology, University of Hasselt , Bel-

Belgium. (17) OLV Ziekenhuis, Aalst, Belgium. (18) Universitätsmedizin Göttingen, Göt-

gium.

tingen, Germany. (19) Imperial College Healthcare NHS Trust, London, United Kingdom.

Paravalvular leak is a common complication after surgical

(20) Coimbra University Hospital Centre, Coimbra, Portugal. (21) University Hospital of

mitral valve replacement. Surgically implanted prosthetic valves are

Salamanca, Salamanca, Spain. (22) CardioVascular Center Frankfurt, Frankfurt, Germany.

ABSTRACT

complicated with paravalvular leaks in 17%.1 Surgical closure of para-

(23) Asklepios Hospital Hamburg, Hamburg, Germany. (24) University Hospital of Bonn,

valvular leaks is the most common therapy for these defects. Percuta-

Bonn, Germany.

neous closure is an alternative to repeat surgery for a selected high-

ABSTRACT

risk population. We present a case of a patient who developed severe

BACKGROUND:

haemolytic anaemia and secondary renal failure after partially suc-

platzer cardiac plug (ACP) is a preventive treatment of atrial fibrilla-

cessful percutaneous closure of paravalvular leakage of a prosthetic

tion related thromboembolism.

mitral valve. The assumption is that the combination of a metallic for-

AIM:

eign body and high shear stress caused haemolysis by damaging red

ic kidney disease (CKD).

blood cells. KEYWORDS:

To assess the safety and efficacy of LAAO in patients with chron-

METHODS:

Haemolysis; Mitral valve; Paravalvular leak; Percutaneous

repair

Left atrial appendage occlusion (LAAO) using the Am-

Among the ACP multicentre registry, 1014 patients

(75±8yrs) with available renal function were included. RESULTS:

Patients with CKD (N=375, CHA2DS2-VASc: 4.9±1.5, HAS-

BLED: 3.4±1.3) were at higher risk than patients without CKD (N=639, CHA2DS2-VASc: 4.2±1.6, HASBLED: 2.9±1.2; p<0.001 for both). Procedural (97%) and occlusion (99%) success were similarly high in Gepubliceerd in Acta Cardiol. 2016 Feb;71(1):75-6. doi: 10.2143/AC.71.1.3132101.

all stages of CKD. Peri-procedural major adverse events (MAE) were

CARDIAC INVOLVEMENT IN HYPEREOSINOPHILIC SYNDROME.

observed in 5.1% of patients, 0.8% of death, with no difference be-

Frederix I, Benit E, Verwerft J, Herbots L, Dendale P.

tween patients with and those without CKD (6.1 vs 4.5%, p=0.47).

KEYWORDS:

Hypereosinophilic syndrome | cardiac thrombus | cardiac

MRI.

In patients with complete follow-up (1319 patients years), the annual stroke+transient ischaemic attack (TIA) rate was 2.3% and the observed bleeding rate was 2.1% (62 and 60% less than expected, similarly among patients with and those without CKD). Kaplan-Meier analysis showed a lower overall survival (84 vs 96% and 84 vs 93%

Gepubliceerd in Int J Cardiol. 2016 Mar 15;207:335-40. doi: 10.1016/j.ijcard.2016.01.003.

at 1 and 2yrs. respectively; p<0.001) among patients with an eGFR

Epub 2016 Jan 9.

<30ml/min/1.73m(2).

IMPACT OF CHRONIC KIDNEY DISEASE ON LEFT ATRIAL APPEN-

CONCLUSION: LAAO using the ACP has a similar procedural safety among

DAGE OCCLUSION FOR STROKE PREVENTION IN PATIENTS WITH

CKD patients compared to patients with normal renal function. LAAO

ATRIAL FIBRILLATION.

with ACP offers a dramatic reduction of stroke+TIA rate and of bleed-

Kefer J1, Tzikas A2, Freixa X3, Shakir S4, Gafoor S5, Nielsen-Kudsk JE6,

ing rate persistent in all stages of CKD, as compared to the expected

Berti S7, Santoro G8, Aminian A9, Landmesser U10, Nietlispach F11, Ibra-

annual risk.


51 VERBUM

KEYWORDS:

Amplatzer cardiac plug; Bleeding; Left atrial appendage;

Renal failure; Stroke

Gepubliceerd in Gynecol Obstet Invest. 2017 Jan 4. doi: 10.1159/000455044. [Epub ahead of print]

VENOUS AIR EMBOLISM DURING HYSTEROSCOPIC MYOMECTOMY: AN ANALYSIS OF 7 CASES.

Van Dijck C1, Rex S, Verguts J, Timmerman D, Van de Velde M, TeunGepubliceerd in Eur J Clin Microbiol Infect Dis. 2017 Jan;36(1):43-48. doi: 10.1007/

kens A.

s10096-016-2768-8. Epub 2016 Sep 9.

(1) Department of Cardiovascular Sciences, KU Leuven, Department of Anesthesiology,

INFLUENCE OF CONTRACEPTIVE CHOICE ON VAGINAL BACTERIAL

University Hospitals Leuven, Leuven, Belgium.

AND FUNGAL MICROFLORA.

ABSTRACT

Donders G1,2,3,4, Bellen G5, Janssens D6, Van Bulck B7, Hinoul P7,

complication of hysteroscopic myomectomy. The symptoms of VAE

Verguts J8,9.

range from mild and clinically insignificant to complete cardiovascular

(1) Femicare vzw, Clinical Research for Women, Gasthuismolenstraat 31, B-3300, Tienen,

collapse during surgery. Anesthesiologists and surgeons should be

Belgium. gilbert.donders@femicare.net. (2) Departments of Obstetrics and Gynaecology,

aware of the clinical characteristics and predisposing factors of this

General Regional Hospital Heilig Hart Tienen, Tienen, Belgium. gilbert.donders@femicare.

possible adverse event. This report analyzes 7 cases of VAE, which

net. (3) General Regional Hospital Heilig Hart Tienen, Tienen, Belgium. gilbert.donders@

occurred at the University Hospitals Leuven, in patients undergoing

femicare.net. (4) University Hospital Antwerpen, Antwerp, Belgium. gilbert.donders@

hysteroscopic myomectomy from April 2009 to April 2011. Patient

femicare.net. (5) Femicare vzw, Clinical Research for Women, Gasthuismolenstraat 31,

and myoma characteristics were compared to a control group of 27

B-3300, Tienen, Belgium. (6) Private gynaecological practice, Turnhout, Belgium. (7) Al-

patients who underwent uneventful hysteroscopic myomectomy dur-

gemeen Ziekenhuis St Jan, Genk, Belgium. (8) University Hospital Gasthuisberg, Leuven,

ing the same period of time. Analysis of baseline data including myo-

Belgium.(9) Jessa Ziekenhuis, Hasselt, Belgium.

ma size failed to identify predisposing factors. Clinical events in this

Venous air embolism (VAE) is a rare but potentially fatal

The influence of contraception on vaginal microflora can

series were classified according to their severity as minor (causing

have a major impact on the risk of developing acute or recurrent vagi-

respiratory symptoms in 2 cases), moderate (accompanied by hemo-

nal infections, but also may influence the risk of acquiring sexually

dynamic instability in 5 cases), or severe (requiring resuscitation in

transmissible infections (STI) such as HIV. A cohort of 248 women

no cases). Case characteristics and therapeutic strategies in all cases

presenting for levonorgestrel-releasing intrauterine system (LNG-IUS)

were compared to reports from recent literature.

ABSTRACT

insertion or reinsertion were stratified according to their current contraceptive method. Information concerning their menstrual pattern and data about the medical history were collected. The composition of their vaginal microflora was studied by detailed phase contrast microscopy of fresh vaginal fluid, and aerobic cultures were taken to detect enteric bacterial growth and fungal colonisation. LNG-IUS and progesterone-only-pill (POP) users had significantly lower blood loss (p < 0.001) than other women. Regardless of the type of contraception used, all women reported similar rates of symptomatic lower genital tract infection during the preceding year. Women using combined oral contraception (COC) and long-term LNG-IUS had the same bacterial composition of vaginal microflora as non-contraceptive users, even when infections were combined. Both hormonal and non-hormonal intrauterine device users had an increased tendency to have more vaginal colonisation with Candida. Women on POPs or subcutaneous implants had a tendency towards increased vaginal atrophy, but had a lower Candida carriage rate compared to IUCD users (LNG-IUS and Copper-IUCD, p = 0.037). Women with an increased risk of acquiring STIs or recurrent BV could benefit from LNG-IUS or COC due to a well-preserved vaginal bacterial flora. Women with a susceptibility for RVVC should prefer POPs, and avoid intrauterine contraception.


SYMPOSIA

2017

SYMPOSIUM ENDOMETRIOSECENTRUM DATUM: zaterdag 11 februari 2017 LOCATIE: Jessa Ziekenhuis, aula campus Salvator, Hasselt SYMPOSIUM DIGITALISERING IN DE EERSTE LIJN DATUM: zaterdag 11 maart 2017 LOCATIE: Jessa Ziekenhuis, aula campus Salvator, Hasselt SYMPOSIUM STILSTAAN BIJ PARKINSON DATUM: donderdag 23 maart 2017 LOCATIE: Jessa Ziekenhuis, Revalidatiecentrum, Herk-de-Stad SYMPOSIUM HEMATOLOGIE ikv LEVENSLOOP DATUM: zaterdag 6 mei 2017 LOCATIE: Jessa Ziekenhuis, aula campus Salvator, Hasselt SYMPOSIUM MR SAFETY SYMPOSIUM DATUM: zaterdag 20 mei 2017 LOCATIE: Jessa Ziekenhuis, aula campus Salvator, Hasselt SYMPOSIUM INFOAVOND PROSTAATKANKER DATUM: donderdag 1 juni 2017 LOCATIE: Cultuurcentrum, Hasselt SYMPOSIUM LCRP SYMPOSIUM: mHEALTH: VISIONS ON THE FUTURE DATUM: donderdag 1 juni 2017 LOCATIE: Jessa Ziekenhuis, aula campus Salvator, Hasselt SYMPOSIUM LIVE SURGERY UROLOGIE DATUM: zaterdag 25 november 2017 LOCATIE: Jessa Ziekenhuis, aula campus Salvator, Hasselt

Dit is een voorlopige lijst van symposia. Voor een up-to-date overzicht kan u terecht op www.jessazh.be/symposia.


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
Jessalinea nr 24 by Jessa Ziekenhuis - Issuu