Skip to main content

Jessalinea Nr 23

Page 1

Whole Body Diffusie beeldvorming voor oncologie Fertiliteitscentrum Hasselt breidt uit Digitale evolutie binnen mond-, kaak en aangezichtschirurgie

MEDISCH INFORMATIEBLAD JESSA ZIEKENHUIS NR. 23 NOVEMBER 2016

JessaLinea


2 INHOUD

COLOFON JessaLinea

nr. 23 - november 2016

30

HUISARTSENWACHTPOST Vanaf 1 juli 2016 verblijven huisartsen van de Herkenrode Huisartsenkring in ‘Huis 9’. Hoe beleefden de artsen van wacht hun eerste consultatie op deze nieuwe locatie?

Verantwoordelijke uitgever: vzw Jessa Ziekenhuis, Salvatorstraat 20, 3500 Hasselt Hoofd- en eindredactie: dienst communicatie Jessa Ziekenhuis, Salvatorstraat 20, 3500 Hasselt tel. 011 33 53 50, jessalinea@jessazh.be Vormgeving: marjanwuyts Grafische Vormgeving Drukwerk: Drukkerij Haletra www.jessazh.be info@jessazh.be www.facebook.com/jessaziekenhuis www.twitter.com/jessaziekenhuis

Whole Body Diffusie beeldvorming

6

(Psycho-)geriatrie: zorgrobot Zora helpt patiënten en therapeuten

10

Fertiliteitscentrum Hasselt breidt uit

12

Polikliniek Medisch Centrum Herk-de-Stad

14

Digitale evolutie binnen mond-, kaak- en aangezichtschirurgie

20


3 INHOUD

LUIDRUCHTIG ADEMHALEN BIJ ZUIGELINGEN EN JONGE KINDEREN

16 24

De oorzaak van luidruchtig ademhalen bij zuigelingen is niet altijd eenvoudig te achterhalen. Reutelen en piepen worden al eens verward. De NiNbl studie kan een oplossing bieden.

Onze dienst abdominale heelkunde licht de resultaten van 2015 toe.

TRANSPARANT JAARVERSLAG LEVER-, PANCREAS- EN GALWEGENCHIRURGIE

Wanneer burn-out-behandeling moeizamer loopt dan gepland

29

Fixatienurses

32

Artsen-specialisten in opleiding

34

Opnieuw ESMO accreditatie voor Oncologisch Centrum Hasselt

35

Pijnbestrijding bij kinderen

36

7 vragen over conflictbeheesing

42


4 KORT NIEUWS

Nieuwe bewegwijzering op campus Virga Jesse

Campus Virga Jesse rolde recent een nieuw eenvoudig concept van bewegwijzering uit: een combinatie van kleuren, letters en cijfers die je moeiteloos doorheen het gebouw loodst. Via de onthaalbalie krijgt elke patiënt of bezoeker een verwijskaartje waarop de te volgen route staat genoteerd. Patiënten die zich inschrijven via de kiosk, ontvangen ook een duidelijke richtlijn over de te volgen weg. Voortaan passeren ook de patiënten voor labo of radiologie dus eerst even langs de inschrijfkiosken alvorens naar de plaats van afspraak te gaan.

93,1% VOLLEDIGHEID GENEESMIDDELENVOORSCHRIFT ZORGT VOOR NOG VEILIGERE TOEDIENING In het Jessa Ziekenhuis hechten we veel belang aan volledige en correcte medicatievoorschriften, zodat onze patiënten kunnen rekenen op een veilige en kwaliteitsvolle toediening van hun geneesmiddelen. Om deze doelstelling te bereiken heeft het Jessa Ziekenhuis geïnvesteerd in een elektronisch medicatievoorschrift op de meerderheid van haar verpleegafdelingen. Een elektronisch voorschrift heeft heel wat voordelen in vergelijking met een voorschrift op papier. Zo kan er geen discussie zijn over de leesbaarheid van het voorschrift en moeten er verplicht heel wat velden worden ingevuld, zoals de dosis van het geneesmiddel en hoeveel keer per dag het geneesmiddel moet toegediend worden. Op deze manier hebben ook onze ziekenhuisapothekers een zicht op de ganse geneesmiddelentherapie van onze patiënten, zodat zij controles kunnen uitvoeren op de correctheid van het voorschrift en bijvoorbeeld interacties tussen verschillende geneesmiddelen kunnen opsporen. 90%

100% streefwaarde

Mediaan 82,1% 2015

93,1%

668

2014

93,4%

808

95% interval (2015)

Aantal voorschriften 0%

50% Percentage volledige voorschriftlijnen

100%


5 RUBRIEK

Evacuatie met Quicksave-matras kan levens redden

W

anneer er calamiteiten zijn in een gebouw, dan is er één prioriteit: zoveel mogelijk mensenlevens redden. Helaas verloopt de evacuatie van een ziekenhuis of zorgcentrum, in het bijzonder de evacuatie van bedlegerige patiënten, doorgaans moeizaam. Om dergelijke evacuaties sneller te kunnen laten verlopen, ontwikkelden Limburger Peter Van Kessel en het Jessa Ziekenhuis samen een unieke matras: de ‘Quicksave’. Deze unieke glijmatras laat toe mensen spoedig in veiligheid te brengen. Onderaan is deze matras voorzien van een aangehecht glijdeken met gladde coating. Aan de zijkanten zitten uitschuifbare riemen voor een veilige fixatie van de patiënt. Zowel hoofd- als voeteneinde bevatten stevige, dubbele handgrepen - met een breuksterkte tot maar liefst 570kg! – en waar vroeger 3 tot 4 personen nodig waren voor verplaatsing, volstaat nu één reddingsmedewerk(st)er om een persoon - op de matras gefixeerd - vlug, veilig en zonder gevaar voor blessures naar een veilige zone te slepen. De Quicksave is CE-gecertificeerd en beantwoordt aan de hoogste Europese en Amerikaanse brandveiligheids- en hygiënenormen. Uit testen die brandweer, ziekenhuispersoneel en leden van de Rampencoördinatie uitvoerden op de afdeling RX en in het operatiekwartier, blijkt dat bij evacuatie met de Quicksave matras tot 300% meer levens kunnen worden gered. Het Jessa Ziekenhuis past het gebruik van de Quicksave matras als eerste toe.


zo w e

en wij aan rk

INNOVATIEVE EN BEWEZEN TOPKLINISCHE ZORG

WHOLE BODY

DIFFUSIE

beeldvorming voor oncologie DR. GEERT SOUVERIJNS

6 RADIOLOGIE


7 RUBRIEK

D

iffusie gewogen MR-beeldvorming (DWI, alias Diffusion Weigh-

Wat zijn de voor- en nadelen

ted Imaging) is een MR-techniek waarbij niet naar de anatomi-

van deze techniek?

sche structuur wordt gekeken maar naar de thermodynamische beweging van watermoleculen. Deze techniek vond initieel zijn toepassing in de beeldvorming van herseninfarcten en bewijst nu ook zijn nut in de oncologische beeldvorming.

“De scanduur inperken is voorlopig nog de grootste uitdaging. Het is een tijdrovend onderzoek voor zowel patiënt als radioloog. Voor sommige scans moet de patiënt al anderhalf uur op voorhand ter plaatse zijn om ananassap te drinken ter voorbereiding van de scan. Nadien volgt het effectieve

Dr. Geert Souverijns (radioloog): “Sinds

Wordt bij ‘Whole Body’ ook effectief

scannen en moet de patiënt veertig tot

meer dan 10 jaar gebruiken we DWI in

het hele lichaam gescand?

vijftig minuten stil liggen. Geen evidentie

Hasselt voor het opsporen van meta-

“Neen. In geval van prostaattumoren

natuurlijk, maar de goede bevindingen zijn

stasen of voor het differentiëren tussen

scannen we van mid-femoraal tot en met

wèl het wachten waard. De beeldvorming

benigne en maligne pathologie. Sedert

de kruin. Voor de peritoneale metastasen

die we krijgen, is een onmiskenbaar voor-

enkele maanden puren we echter ook

scannen we het ganse abdomen en

deel bij de bepaling van verdere behande-

het maximum uit ons 3T MR-toestel en

nagenoeg de ganse thorax zodat de

ling.

gebruiken we deze techniek tijdens onco-

staging adequaat kan verlopen. Voorlopig is er echter geen terugbetaling

logische behandelingen voor visualisatie van zeer kleine metastasen.

Patiënten worden doorgaans na een

voor deze techniek voorzien en daarom

Globaal genomen zijn er hier 2 verschil-

grondige analyse door uroloog of oncoloog/

wordt slechts een klein onderdeel van het

lende invalshoeken mogelijk: enerzijds de

radiotherapeut doorverwezen, voor het

onderzoek aangerekend. We beseffen ten

skeletale indicatie, anderzijds de toepas-

nemen van een Whole Body MR scan.

volle dat de meerwaarde van deze techniek

sing voor peritoneaal gemetastaseerde

Afhankelijk van de juiste klinische ‘staging’

onmisbaar is voor de adequate behandeling

tumoren.” (zie kaderstuk op pag. 8)

beslist men dan of het relevant is om deze

van onze patiënten, dus ook al is deze tech-

scan te laten nemen of niet. Het verschilt

niek verlieslatend, binnen de kwaliteit die

namelijk per kanker in welke fase deze

wij onze patiënten bieden, mag de Whole

techniek een meerwaarde biedt.”

Body MR techniek in Jessa niet ontbreken.”

7 RADIOLOGIE


WHOLE BODY DIFFUSIE BEELDVORMING VOOR ONCOLOGIE

ZEG NOOIT WHOLE BODY MR TEGEN…

GERICHT ADVIES NA SKELETALE BEELDVORMING OF BEELDVORMING VAN PERITONEAAL GEMETASTASEERDE TUMOREN

… een full spine MR onderzoek:

Oncologische beeldvorming van het skelet:

Dr. Geert Souverijns: “Een full spine

Patiënten die behandeld werden voor een prostaatcarcinoma worden opgevolgd door

MR onderzoekt, beoordeelt het rug-

onder andere bloednames; bij vaststellen van een biochemisch tumorrecidief dient een

genmerg en reumatologische aandoe-

behandelplan opgesteld te worden. Dit kan bestaan uit bestraling of medicamenteuze

ningen op niveau van de wervelzuil.

behandeling. Het is dan ook belangrijk voor een behandelende arts om te weten of het

Een full spine MR onderzoek is geen

biochemisch tumorrecidief een locoregionale pathologie betreft dan wel botmetasta-

optimaal onderzoek voor oppuntstel-

sen aanwezig zijn.

ling van degeneratieve afwijkingen.

PSMA-scan, een soort PET-scan, is momenteel de meest sensitieve techniek om de

Hiervoor wordt best een gericht MR

klier-, botmetastasen of recidieven in de prostaatloge op te sporen betreft. Deze tracer

onderzoek aangevraagd.”

is evenwel niet overal beschikbaar waardoor er ook wachttijden zijn (sinds 2014 in KUL beschikbaar). Veelal dienen patiënten daarom een CT abdomen te ondergaan, al dan niet met bot-scintigrafie (vooral gebruikt bij hoge PSA waardes). Indien er echter

… een MR rugonderzoek:

geen aanwijzingen zijn voor adenopathieën, kan er tegenwoordig ook een Whole Body

“Een MR rugonderzoek duurt slechts

MR overwogen worden. Deze techniek kan de soms moeilijke differentiëring van goed-

een 20-tal minuten en maakt zeer

aardige dense botletsels versus botmetastasen van prostaattumoren beter maken.

gedetailleerde beelden van een kleine

Dergelijke dense botletsels zijn ook op botscintigrafie niet eenvoudig te differentiëren;

regio. De Diffusie techniek bij Whole

sommige goedaardige dense botletsels kunnen namelijk eveneens tekenen op derge-

Body MR maakt opnames van een grote

lijke scans. De DWI techniek blijkt dergelijke differentiëring beter te doen en is ook

regio met lagere ruimtelijke resolutie,

gevoeliger voor detectie van kleine botmetastasen.

maar hoge contrastresolutie zodat de

Naast de prostaattumor recidief-indicaties, kan deze Whole Body DWI techniek ook ge-

metastasen opvallen. Ook het bekken,

bruikt worden voor opvolging van ziekte van Kahler. De osteolytische letsels blijven

borstkas en hoofd/halsgebied kunnen

namelijk zichtbaar op RX of CT onderzoeken terwijl DWI techniek het verschil kan ma-

volgens indicatie worden meegescand

ken met actieve letsels.

bij een Whole Body onderzoek.” Oncologische beeldvorming van het abdomen: … een MR buikonderzoek:

Buikvlies-metastasen gaan vaak gepaard met ontwikkeling van ascites. Hierdoor zijn

“Onderzoeken van de hele buik wor-

deze peritoneale letsels iets makkelijker te detecteren op een CT onderzoek doch het

den niet uitgevoerd tenzij aanslui-

kleine volume van de letsels maakt een adequate oppuntstelling van het versprei-

tend op een Whole Body DWI MR bij

dingspatroon niet altijd eenvoudig. Wanneer deze letsels groot genoeg zijn (en vol-

oppuntstelling van peritoneale meta-

doende suikers verbruiken) worden ze zichtbaar op PET-CT, na een kijkoperatie (‘de

stasen. Om een hoge ruimtelijke reso-

gouden standaard’) tot enige tijd geleden beschouwd als de meest accurate techniek.

lutie te krijgen, dienen we langere tijd

Sinds enkele jaren duiken vele studies op die echter bewijzen dat de DWI-techniek

te investeren in een kleine regio. Om

een hogere gevoeligheid vertoont dan PET-CT voor dergelijke metastasen (cijfers). De

diezelfde reden is er geen gelijke ob-

meeste studies bekeken de uitzaaiingen van ovarium-tumoren.

jectivatie mogelijk van orgaan metas-

Voor behandeling van peritoneaal uitgezaaide ovarium-tumoren dient men een keuze

tering bij een Whole Body MR onder-

te maken tussen cytoreductieve chemotherapie met nadien debulking versus een om-

zoek versus een MR lever/pancreas/

gekeerd schema (eerst operatie, dan chemo). De DWI techniek kan accuraat adviseren

nier onderzoek.”

in de volgorde.

8 RADIOLOGIE


9 COLUMN

DAG

E

Collega’s

r komen andere tijden. Het regent hervormingsplannen alom. “Och, het zal mijn tijd nog wel meegaan”, is een vaak gehoorde frase. Dat is be-

grijpelijk. Soms hoor je van een collega ook: “Ik doe dat al dertig jaar zo. De geneeskunde is de laatste decennia gelukkig blijven stilstaan. Evidence-based medicine een voorbijgaande hype ” Je kan er niet meer omheen. De nervositeit bij een aantal traditionele actoren in de gezondheidszorg neemt toe. Er zijn plannen over “geïntegreerde” - wat is dat? zorg, reorganisatie eerstelijn, hervorming ziekenhuisfinanciering, toekomstig ziekenhuislandschap, enzovoort. Op die plannen broedt men zowel federaal als Vlaams na de 6de staatshervorming. Er zit duidelijk iets belangrijks aan te komen. Het feit dat op de ontelbare vergaderingen steevast de gevestigde organen opduiken, is daar het bewijs van. Artsen zie je daar zelden trouwens. De retorische vraag is of we voldoende anticiperen op de maatschappelijke evoluties. De banksector is een pijnlijk voorbeeld van hoe het niet moet. We laten in het midden of historici over enkele decennia zich flink in hun haren krabben als ze naar onze huidige plannen terugkijken. Denk zelf maar even terug aan fameuze plannen van recente datum zoals het kankerplan, HIV-plan, tandzorgplan, alcoholplan en niet te vergeten het plan voor de sterilisatie van katten. Maar misschien dat we te veel naar al die plannen als een soort lichtbak kijken. De eerste tekenen van veranderingen in de dagdagelijkse praktijk zijn zichtbaar en die zijn erg hoopgevend. Telkens opnieuw zie je dat het alsmaar meer om kwaliteit en patiëntervaring begint te gaan. In dit nummer van JessaLinea vind je opnieuw vele innovatieve voorbeelden daarvan.

PROF. DR. DIRK RAMAEKERS:

ALLES KAN BETER

De digitalisering van de zorg is vrouwelijk en heeft een naam: Zora. Binnenkort lopen de MKA-chirurgen rond met een 3D-brilletje. Transparantie is geen modewoord als je het jaarverslag van lever-, pancreas- en galwegenchirurgie leest. Zeg niet langer piepen tegen reutelen bij zuigelingen. Een kind moet niet per se pijn ervaren bij een prik. Als het helemaal vast dreigt te lopen, biedt de PAAZ-afdeling enig soelaas. Zelfs matrassen en hoe die misschien levens kunnen redden, komen aan bod. Ik noem maar enkele onderwerpen van dit opnieuw rijk gevulde nummer. Jessa heeft de ambitie om in die nieuwe tijden vooraan in het peloton te blijven strijden. Dat bewijzen we al in diverse medische domeinen. Denk ook aan onze recente 3de ziekenhuisaccreditering. Voor onze patiënten willen we dag na dag ver gaan. En dat doen we niet alleen. We vinden trouwe bondgenoten bij de collega-huisartsen en bij onze netwerkpartners. Laat die veranderingen maar komen. We zijn er klaar voor.


10 RUBRIEK

Menselijke robot enthousiast onthaald op (psycho-)geriatrie

ZORA STIMULEERT

PATIËNTEN ÉN THERAPEUTEN

A

ls eerste Limburgs ziekenhuis

verwel-

komde Jessa Zora in de familie: de menselijke robot (it’s a girl!) die ingezet wordt tijdens de revalidatie, communicatie uitlokt en zorgt voor extra prikkels. Zora werkt momenteel op de afdelingen geriatrie en psychogeriatrie, waar ze tijdens groepsactiviteiten haar nut al bewees.

INGRID VANDEPUT EN TIZIANA LENAERS


11 GERIATRIE

Tiziana Lenaers, ergotherapeute psychoge-

Ze heeft voorgeprogrammeerde program-

riatrie: “Zora ondersteunt ons sinds enkele

ma’s - ze kan bijvoorbeeld uitstekend dan-

maanden bij de gymnastiektherapie die

sen en dan bewegen sommige patiënten

we geven aan groepen van zo’n 10 tot 20

spontaan mee - maar we kunnen haar ook

personen. Ze demonstreert bewegingsoe-

zelf programmeren. Zo kan Zora bijvoor-

feningen, praat, gaat interactief om met

beeld gestuurd worden om mensen uit te

patiënten, uit emoties. Haar aanwezigheid

nodigen van hun kamer naar de therapie,

zorgt ervoor dat wij als therapeuten onze

waarbij ze haar hand uitreikt: “Komen jullie

handen vrij hebben om tijdens de oefenin-

mee oefenen?”. Wij volgen dan elke stap

gen de meer hulpbehoevende patiënten te

van haar in een andere ruimte via een

begeleiden.”

systeem met beeld en geluid. Maar ze kan ook een quiz begeleiden. Of het weerbe-

Ingrid Vandeput, ergotherapeute geria-

richt voorlezen. Haar mogelijkheden zijn

trie 6: “Zora’s aanwezigheid verhoogt de

oneindig. Wat ons dan weer stimuleert om

motivatie van de patiënt. Zowel om naar

nieuwe activiteiten te bedenken.”

de therapie te komen, als om tijdens de therapie actief deel te nemen. Ze heeft een grote, activerende rol. De patiënten

Wat brengt de toekomst voor Zora?

zien haar als een enthousiaste gast, met

Ingrid Vandeput: “We zijn van plan om

een hoge aaibaarheidsfactor en laten zich

Zora, na haar geslaagde bijdrage tijdens

graag door haar mee op sleeptouw nemen.

groepsoefeningen, nu ook in te schakelen

Sommigen nemen haar ook op schoot. Ze

tijdens individuele therapieën. Het is voor

praten tegen haar, zeggen bijvoorbeeld

ons nog een zoek- en leerproces, dat we

zorgzaam dat ze zwaar is voor haar grootte.

trachten te verfijnen. Wanneer straks

Om precies te zijn: Zora is 57 centimeter

echter meerdere programma’s voor Zora

groot en weegt 12 kilo.”

geschreven zijn, is er ook mogelijkheid om programma’s met andere ziekenhuizen

Tiziana Lenaers: “Voor ons als therapeuten

en woonzorgcentra uit te wisselen. Zora

is Zora naast een échte hulp ook een

wordt absoluut onmisbaar, zowel voor ons

variatie in het therapieaanbod.

als voor de patiënten.”

ZORA’S BITS & BYTES Zora beschikt over 25 motoren, 2 camera’, 4 microfoons die de geluidsbron detecteren, detectiesensoren onder elke voet, een lichaam dat afstand meet en obstakels ontwijkt en draadloze bediening... Ze kan onder meer Gezichten herkennen, voetballen, dansen, praten, lachen, communiceren, muziek afspelen, voorwerpen vastnemen (elk hand heeft 3 vingers), presentaties geven, blad-steen-schaar spelen, het online nieuws en weerbericht voorlezen, happy birthday zingen, je aankijken en emoties uiten via computercommando...


12 FERTILITEIT

FERTILITEITSCENTRUM en zet levenswerk dr. Arjoko Wisanto voort

B

egin augustus kwam het nieuws van het overlijden van dr. Arjoko Wisanto als een donderslag bij

heldere hemel. Om de bezieler van het fertiliteitscentrum van het Jessa Ziekenhuis blijvend te eren, stuurden meer dan 600 mensen een babyfoto in, zodat een uniek kunstwerk kon worden gerealiseerd. Deze actie stak een hart onder de riem van familie, vrienden en collega’s. Het fertiliteitscentrum kijkt met dankbaarheid naar het verleden en zet het harde werk voort.


13 FERTILITEIT

HASSELT BREIDT UIT Dr. Marc Muyldermans en dr. Sofie Hulsbosch, beiden gespeciali-

Dit betekent dat de dossiers van patiënten door meerdere gynaeco-

seerd in gynaecologie, verloskunde en fertiliteit, besloten na het

logen zullen worden bekeken, waardoor we een bredere kijk krijgen

overlijden van dr. Wisanto de hoofden niet te laten hangen. Het

en meer kennis kunnen delen.”

levenswerk van dr. Wisanto wordt verder gezet; het centrum zal

Dr. Muyldermans: “Meer kennis betekent ook meer behandelingen.

blijven groeien. In dat kader haalde het fertiliteitscentrum ook een

Niet enkel inseminatie, maar ook IVF behandelingen worden in het

nieuwe kracht aan boord: dr. Sara Neyens, eveneens gespeciali-

Jessa Ziekenhuis uitgevoerd. De eicelstimulatie en de pick-up van

seerd in gynaecologie, verloskunde en fertiliteit.

de eicellen kunnen in ons ziekenhuis gebeuren. Voor de embryotransfer wordt er sinds kort niet alleen samengewerkt met het Ziekenhuis Oost-Limburg te Genk, maar ook met het Universitair

Hoe groot was de impact van het plotse overlijden van

Ziekenhuis te Leuven.”

dr. Wisanto op het fertiliteitscentrum? Dr. Hulsbosch: “Bijzonder groot. Het nieuws kwam totaal onverwacht. Het was voor ons als team de voorbije maanden niet evident om opnieuw het evenwicht te vinden, maar we zijn er in geslaagd. Dr. Wisanto was eigenlijk de bezieler, de oprichter van het fertiliteitscentrum hier in Hasselt. Zowel wij, collega’s, alsook heel wat patiënten die behandelingen bij hem ondergingen, hebben even moeten zoeken hoe het verder zou gaan. Gelukkig hebben we met het hele team alle patiënten kunnen opvangen. Onder meer door een rouwboek neer te leggen op de dienst waarin iedereen woorom het werk van dr. Wisanto met hart en ziel verder te zetten. Met

NIEUW IN HET FERTILITEITSCENTRUM: DR. SARA NEYENS

evenveel passie en drive als hij ons dagelijks voordeed.”

Dr. Sara Neyens studeerde geneeskunde aan de

Dr. Muyldermans: “Veel realisaties van dr. Wisanto kwamen er in

KU Leuven en behaalde haar diploma in 2009.

samenwerking met onze laboranten. Zij stonden samen garant

Aansluitend specialiseerde zij zich verder in de

voor de kwaliteitsvolle behandelingen die dit fertiliteitscentrum

Gynaecologie-Verloskunde in RZ Tienen, UZ

uitvoert. Die kennis gaat gelukkig niet verloren. Integendeel: we

Leuven en in het Imeldaziekenhuis in Bonhei-

blijven hier op verder bouwen.”

den. In 2014 startte dr. Neyens met een bijko-

den van afscheid kon noteren. We zijn met z’n allen vastberaden

mende opleiding reproductieve geneeskunde in het Leuvense Universitair Fertiliteitscentrum Dr. Wisanto schonk door de jaren heen kennis en

(LUFC) van UZ Leuven.

zelfvertrouwen aan de dienst. Krachtige eigenschappen die

Sinds 19 september vervoegt dr. Neyens het

jullie nu aanwenden voor de toekomst?

team van de gynaecologen, o.a. op het centrum

Dr. Hulsbosch: “Zo kan je het stellen, ja. We werken nu verder met

voor reproductieve geneeskunde.

een jonger team en dat zorgt voor een nieuwe, frisse kijk op de dingen. Dr. Neyens is een extra aanwinst voor het fertiliteitscentrum en het voordeel van een nieuwe generatie is ook dat we recente, jongere technieken zullen toepassen. We maken in feite de overstap van een solopraktijk naar een ruime dienst fertiliteit.

MEER INFORMATIE FERTILITEITSCENTRUM JESSA ZIEKENHUIS tel. 011 33 73 00


POLIKLINIEK OP CAMPUS ST.-URSULA

MEDISCH CENTRUM HERK-DE-STAD:

U

itstekend nieuws voor patiënten uit de regio van Herk-de-Stad. Naast revalida-

tie- en expertisecentrum voor comapatiënten biedt campus St.-Ursula nu ook de diensten van een volwaardige polikliniek aan. In het verlengde van het Medisch Centrum Herk-de-Stad kreeg het dagziekenhuis op 1 juli 2016 zijn officiële erkenning als niet-chirurgisch dagziekenhuis.

DR. DAAN WALGRAEVE

14 NIEUWS


BREED MEDISCH AANBOD Dr. Daan Walgraeve (gastro-enteroloog, diensthoofd gastro-enterologie): “Om een officiële erkenning als niet-chirurgisch dagziekenhuis te behalen, moet je aan een reeks door de overheid opgelegde voorwaar-

DE KLEINSCHALIGHEID VAN DE CAMPUS

den beantwoorden. Voldoende verplegende bestaffing, aanwezigheid

EN DE RUIME PARKEERGELEGENHEID

van een geneesheer voor bepaalde procedures, genoeg toezicht voor

ZIJN TROEVEN VAN HET MEDISCH CENTRUM

patiënten en zo meer. We hadden deze erkenning uiteraard al voor

HERK-DE-STAD.

campus Virga Jesse en campus Salvator, maar nu heeft ook Medisch Centrum Herk-de-Stad deze officiële erkenning verkregen.”

Wat betekent dat voor de patiënten?

FUNCTIEMETINGEN IN MEDISCH CENTRUM HERK-DE-STAD

“Dat is vooral uitstekend nieuws voor patiënten van pakweg regio Diest en Lummen, die dichter bij Herk-de-Stad wonen dan bij campus Virga Jesse of campus Salvator in Hasselt. Diverse raadplegingen

- Bloedafname

en onderzoeken zijn nu ook mogelijk in de polikliniek van campus

- EEG

St.-Ursula. Denk aan bloedafnames, transfusies, ijzerinfusen of een

- EMG

coloscopie of gastroscopie bijvoorbeeld. (Voor de volledige lijst, zie

- EKG

kaderstuk, nvdr).

- Audiometrie

Bovendien biedt campus St.-Ursula ruime parkeermogelijkheid. Vooral

- Strobscopie

oudere mensen - en St.-Ursula heeft momenteel een ouder publiek -

- Flexibele Endoscopische Evaluatie Slikbewegingen (FEES-onderzoek)

vermijden graag de parkeerstress van een drukke stadsomgeving. De kleinschaligheid van campus St.-Ursula spreekt hen aan. Ze lopen hier

- Echo-doppler

niet verloren.”

- Gastroscopie, coloscopie en proctologie - Spasticiteitsbehandeling (incl. Botuline toxine behandeling)

Jullie hebben niet bijgebouwd om de polikliniek te realiseren, maar wel verbouwd? “Inderdaad. Een voormalige vleugel van campus St.-Ursula is helemaal omgebouwd om optimaal als polikliniek te kunnen fungeren. Het gebouw stond er, de infrastructuur hebben we geïnstalleerd. (Geriatrische) patiënten kunnen in de dagkliniek nu bijvoorbeeld ook diverse

RADIOLOGISCHE METINGEN IN MEDISCH CENTRUM HERK-DE-STAD - CT-scan - Mammografie - Echografie - OPG

onderzoeken op één dag combineren zodat ze zich niet verschillende

- RX

keren moeten verplaatsen. Er zijn rustbedden waar ze tussen diverse onderzoeken in kunnen vertoeven. Indien blijkt dat ze na onderzoek verdere opvolging nodig hebben op campus Virga Jesse of campus Salvator, dan wordt dat ook snel en

MEER INFORMATIE

accuraat vanuit campus St.-Ursula geregeld. Zo krijgt ons breed

MEDISCH CENTRUM HERK-DE-STAD

medisch aanbod extra ondersteuning.”

Diestsesteenweg 8, 3540 Herk-de-Stad, tel. 013 55 17 11

15 NIEUWS


16 KINDER- EN JEUGDGENEESKUNDE

Nieuwe LCRP studie opgestart binnen Jessa

“ De diagnose van

LUIDRUCHTIG BIJ ZUIGELINGEN EN VERBETEREN. Dat is het doel.”

I

n het kader van het Limburg Clinical Research Program (LCRP) loopt binnen Jessa momenteel

een studie rond luidruchtig ademhalen bij zuige-

lingen. Dit onderzoek, de NiNbI studie, wordt uitgevoerd in samenwerking met het VITO (Vlaamse Instelling voor Technologisch Onderzoek) en wordt mee gefinancierd door de Provinciale en Vlaamse overheden.


ADEMHALEN JONGE KINDEREN


18 KINDER- EN JEUGDGENEESKUNDE

Dr. Raes, bij luidruchtig ademhalen denken we aan ‘reutelen’

onderzoek. Verder willen we de diagnose van luidruchtig ademen

en ‘piepen’. Hoe wordt het onderscheid gemaakt? Want vaak

optimaliseren met behulp van geluidsanalyse van de ademhaling.

zullen beide termen door ouders door elkaar worden gebruikt.

Deze methode werd al in verschillende onderzoeken gebruikt maar

Dr. Raes, kinderarts Jessa Ziekenhuis en promotor: “Epidemiologisch

heeft de weg naar de klinische praktijk nog niet gevonden. De NiNbI

onderzoek toont aan dat bijna de helft van alle kinderen voor de

studie zal bovengenoemde methodes voor diagnose van luidruch-

leeftijd van 2 jaar minstens 1 periode vertoont waarin ze luidruch-

tig ademen vergelijken met de huidige standaard procedure in de

tig ademen. Bijna 1 op 4 van deze kinderen heeft zelfs vaker een

klinische praktijk, namelijk auscultatie en palpatie van de borstkas

luidruchtige ademhaling. Er kunnen hierbij verschillende vormen

door de pediater. We hopen dat deze studie leidt tot een snellere en

(fenotypes) van luidruchtig ademen worden onderscheiden, met

objectieve diagnose waardoor snel de juiste behandeling voorge-

verschil in ontstaansmechanisme, in subjectieve last, in medicatie-

schreven kan worden en de levenskwaliteit van het kind toeneemt.”

nood en in evolutie. Eén van die luidruchtige ademhalingsvormen kunnen we omschrij-

Waarom biomerkers in de uitgeademde lucht en het nasaal

ven als ‘reutelen’ (Engels woord: rattling). Reutelen wordt veroor-

mucus?

zaakt door overproductie van slijm in de onderste luchtwegen en

Dr. Gudrun Koppen, wetenschappelijk onderzoeker VITO: “De ver-

kan, indien nodig, worden behandeld met anticholinergica. Het kind

schillende vormen van luidruchtig ademen reageren verschillend op

ondervindt hiervan meestal weinig ongemak en deze vorm van

medicatie en evolueren anders bij het ouder worden van het kind,

luidruchtige ademhaling is van voorbijgaande aard over verloop van

wat dus verschillende onderliggende pathofysiologische mecha-

enkele jaren.

nismen laat vermoeden. Dit suggereert dat er andere biomerkers

‘Piepen’ (Engels woord: wheezing) daarentegen, een andere luid-

betrokken zijn of dat ze in andere verhoudingen aanwezig zijn. We

ruchtige ademhalingsvorm, wordt veroorzaakt door obstructie van

verwachten dat kinderen met piepende of reutelende ademhaling

de onderste luchtwegen en wordt meestal behandeld met cortico-

een karakteristiek biomerkerprofiel hebben. We richten ons specifiek

steroïden en bronchodilatoren. Evolutie naar astma is mogelijk.

op de uitgeademde lucht en het nasaal mucus omdat beide reflecteren wat zich in de luchtwegen afspeelt en op een niet-invasieve

Ik zie op het spreekuur per week meerdere kinderen waarbij de

manier kunnen worden verzameld. Het kind ondervindt weinig

ouders de ademhalingsgeluiden bij hun jonge kinderen omschrijven

ongemak en een bijkomend voordeel is dat het kind niet actief moet

met de veel gebruikte term ‘piepen’, wetende dat de rapportering

meewerken om deze stalen te verzamelen. De uitgeademde lucht

door de ouders niet altijd objectief is en het evengoed eerder

wordt opgevangen via een masker dat over de neus en de mond

om een reutelende ademhaling kan gaan. Door deze verkeerde

wordt geplaatst tijdens rustademhaling. De vluchtige organische

beschrijving ligt de weg open voor een verkeerde diagnosestelling

componenten (VOC’s), die geanalyseerd worden, worden verzameld

en een verkeerde therapeutische aanpak. Er is op dit moment geen

op absorberende cartridges in het ‘breath sampling’ toestel. Nasaal

objectieve, niet-invasieve techniek om beide entiteiten of fenoty-

mucus wordt verzameld door middel van zachte steriele sponsjes

pes van mekaar te onderscheiden. Het grote aantal kinderen dat

die gedurende 2 minuten in de neusgaten worden geplaatst en

zich met deze problematiek zowel bij de huisarts als de kinderarts

daar het slijm absorberen. Deze stalen zullen voorafgaand aan de

presenteert maakt verder onderzoek meer dan noodzakelijk.”

proteïne-analyse worden bewaard volgens de procedures van de Universitaire Biobank Limburg.”

Wat wil de studie concreet als uitkomst bieden? Gitte Slingers, doctoraatsstudente LCRP: “De NiNbI (Non-invasive

Waar zitten jullie nu in het proces van de studie?

Noisy breathing Infants) studie is opgezet om de diagnose van

Gitte Slingers: “We zijn volop bezig met het opstarten van de

luidruchtig ademen bij zuigelingen en jonge kinderen te optima-

studie. Het idee kwam van dr. Raes en hij heeft het studieconcept

liseren. We willen dit in de eerste plaats doen door een objectief

bedacht samen met dr. Koppen. Het is nu aan mij om alles in gang

onderscheid te maken tussen piepende en reutelende kinderen

te zetten, startend met de goedkeuring van de ethische commissie

aan de hand van biomerkers in de uitgeademde lucht en het nasaal

en het optimaliseren van de technieken. Mijn promotoren dr. Raes,

mucus. Hiervoor werken we samen met het VITO dat over de nodige

dr. Koppen en de LCRP-projectcoördinator dr. Arijs zorgen voor de

expertise beschikt op het vlak van ademluchtanalyse en biomerker-

dagelijkse begeleiding. In het najaar starten we met de rekrutering


19 KINDER- EN JEUGDGENEESKUNDE

van kinderen voor onze pilootstudie. Deze pilootstudie moet een antwoord geven op de vraag ‘Welke biomerkers zijn typisch voor piepende en reutelende ademhaling?’. Daarna zullen we in een opvolgstudie nagaan hoe bruikbaar deze biomerkers zijn en of ze kunnen voorspellen wanneer een kind zal beginnen piepen of reutelen. Hiervoor zullen we de kinderen opvolgen vanaf de geboorte

DR. MARC RAES

tot ze 2 jaar zijn.” GITTE SLINGERS

Wanneer mogen we de eindresultaten verwachten? Gitte Slingers: “De onderzoeksresultaten van de pilootstudie kunnen we ten vroegste binnen 1 jaar verwachten, maar dit is afhankelijk van hoe vlot de rekrutering zal verlopen. De eindresultaten van de opvolgstudie kunnen we verwachten binnen 4 jaar wanneer ik mijn doctoraat zal afronden. Hopelijk kan er in een toekomstig LCRP-project verder gebouwd worden op de resultaten van de NiNBI studie om de nieuwe techniek voor objectieve diagnose van luidruchtig ademen bij zuigelingen en jonge kinderen verder vorm te geven.”

LCRP: VOOR OPTIMALISATIE VAN PREVENTIE, DETECTIE, BEHANDELING EN ZORG Dr. Ingrid Arijs, projectcoördinator LCRP - Jessa: “Om het medisch-wetenschappelijk onderzoek in Limburg verder uit te bouwen, bundelen de Faculteit Geneeskunde en Levenswetenschappen van de UHasselt en de 2 grootste Limburgse ziekenhuizen Jessa Ziekenhuis Hasselt en ZOL Genk de krachten in het ‘Limburg Clinical Research Program’ (LCRP). Binnen dit intensief samenwerkingsverband wordt translationeel wetenschappelijk onderzoek verricht in diverse medische domeinen om zo betere preventie, detectie, behandeling en zorg te ontwikkelen. Meer informatie over LCRP en andere lopende studies vind je www.uhasselt.be/LCRP.”

MEER INFORMATIE DR. MARC RAES, medisch diensthoofd kinder- en jeugdgeneeskunde Jessa Ziekenhuis, marc.raes@jessazh.be, tel. 011 30 98 68 MSc GITTE SLINGERS, PhD student UHasselt, gitte.slingers@uhasselt.be, tel. 011 30 84 65 DR. GUDRUN KOPPEN, wetenschappelijk onderzoeker VITO, gudrun.koppen@vito.be, tel. 014 33 51 65 DR. INGRID ARIJS, projectcoördinator LCRP-Jessa, ingrid.arijs@jessazh.be, 011 33 82 65

DR. GUDRUN KOPPEN

DR. INGRID ARIJS


20 MAXILLO-FACIALE HEELKUNDE

DIGITALE EVOLUTIE BINNEN MOND-, KAAK- EN AANGEZICHTSCHIRURGIE

“ Dankzij 3D-PLANNING kennen we de outcome

D

r. Bart Falter stapte eerder dit jaar aan boord bij Jessa als mond-, kaak- en aange-

zichtschirurg. Hij doctoreert momenteel met een proefschrift over de 3D-geplande uitvoering van maxillo-faciale chirurgie: mond-, kaak- en aangezichtsoperaties worden daarbij voorbereid met behulp van driedimensionale computermodellen. Het resultaat wordt zo zeer goed voorspelbaar.

Dr. Bart Falter: “De technologie van 3D-beeldvorming en dataverwerking ontwikkelt zich steeds verder. Met de hoogtechnologische computerprogramma’s van vandaag kunnen we operaties aan de schedel en het aangezicht gedetailleerd en grondig voorbereiden. Vroeger moest dat gebeuren door een analyse van de gelaatsopbouw, tweedimensionale röntgenfoto’s, klinische foto’s en gebitsmodellen. Nu kunnen we alles in 3D simuleren. Zo bepalen we op voorhand de gewenste outcome van de operatie en printen we op maat gemaakte 3D-malletjes in biocompatibele kunststoffen.”

Hoe ziet het behandelpad van zo’n driedimensionale aanpak eruit? “Op basis van een 3D-scan van het aangezicht, een CBCT-scan van het hoofd en zo nodig een digitale scan van het gebit wordt een 3D-model van het hoofd van de patiënt gecreëerd. Dat model is hoog gedetailleerd en biedt de mogelijkheid om de onderkaak en DR. BART FALTER

schedel los van elkaar te bekijken. Je kan aan de schedel de huid van het gelaat toevoegen en het beeld in alle richtingen draaien. Dit laat toe de middellijnen van het gezicht en de tanden te bepalen en zo het resultaat van de ingreep op voorhand vast te leggen.


21 MAXILLO-FACIALE HEELKUNDE

op voorhand “ Uit diezelfde beelden ontvangen we ook veel extra diagnostische informatie: hoe het neusseptum staat, of de sinussen vrij zijn, of de keel vernauwd is, hetgeen soms de oorzaak is van een snurkprobleem bijvoorbeeld. Al deze gegevens nemen we mee in het voortraject van de behandeling, zodat we tijdens de ingreep meerdere knelpunten simultaan kunnen oplossen, mocht dat wenselijk zijn. De operatie wordt op voorhand volledig in 3D gesimuleerd. Op het 3D-model leggen we exact dezelfde zaagsnedes aan als tijdens de operatie op de schedel worden aangebracht. We controleren of de tanden goed op elkaar gaan passen, en of de gezichtsprofiel-aanpassing klopt. Vroeger bestond de voorbereiding uit het manueel boetseren van modellen of tandmallen. Nu worden de berekeningen van de computer snel en accuraat in 3D uitgeprint in biocompatibele kunststof. Die mal wordt zo nodig tijdens de operatie ingeplant bij de patiënt. Wanneer het echter over de stand van de tanden gaat, gebruiken we een occlusieplaat. Dat is een kunstofplaatje, waarop de ideale beet voor de patiënt staat. Die occlusieplaat wordt gebruikt om tijdens de ingreep de beet te bepalen en te fixeren. Deze hulpmiddelen verkorten uiteraard de duurtijd van de voorbereiding en de ingreep, vergeleken met voorheen.”

Naast een kortere operatietijd, wat zijn nog bijkomende voordelen? “De chirurgische risico’s worden grondig op voorhand ingeschat. De ingreep verloopt aansluitend vlotter en creëert minder nalast, wat betreft zwelling, bloeduitstorting, gevoelsstoornis en pijn. Voor de patiënt - en voor de arts - is het eindresultaat dankzij de 3D-beelden op voorhand heel duidelijk. We kunnen dankzij deze aanpak zorgen voor een perfecte symmetrie, en voor een voorspelbare outcome.

3D-beeld van de schedel Bewerking op het scherm


22 MAXILLO-FACIALE HEELKUNDE

DIGITALE VOORBEREIDING VAN MOND-, KAAK- EN AANGEZICHTSCHIRURGIE

Aanduiding van het benodigde implantaat.

Bovendien kunnen we dankzij de diagnostische informatie die we op voorhand kennen bijkomende problemen tijdens éénzelfde operatie aanpakken. Resultaten kunnen achteraf goed worden opgevolgd: de röntgenfoto van de voorbereiding wordt nadien steeds vergeleken met de röntgenfoto van na de ingreep. Over deze resultaten, en over de rol van de 3D-planning hierbij, gaat mijn doctoraat.”

Zijn er ook nadelen aan deze aanpak? “Het realiseren van de prints voor chirurgische ingrepen zit grotendeels bij gespecialiseerde softwarebedrijven. We zijn nog sterk afhankelijk van ingenieurs, van computerfirma’s. Ik denk echter dat dit in de toekomst zal verschuiven naar een meer lokale, eigen aanpak zodat we ook daar meer controle over hebben.”

Welke patiënten komen in aanmerking? “We zien 2 grote groepen, die voornamelijk door tandartsen en orthodontisten worden doorverwezen. Enerzijds 14 tot 18-jarigen met kaakmalformaties die niet met blokjes kunnen worden rechtgezet. Deze groep dient voor de 15de verjaardag een 3D-print, met het uitneembare benodigde implantaat.

aanvraag voor terugbetaling van de orthodontie in te dienen. De operatie kan dan nog op een latere leeftijd - wanneer de schedel en kaakbeenderen zijn volgroeid - doorgaan. Anderzijds zien we ook patiënten op oudere leeftijd die hun kaakmalformatie alsnog willen of moeten laten corrigeren. Een aanpassing van de benige delen van het aangezicht kan ook nodig zijn omwille van problemen van de luchtwegen, zoals snurken en slaapapneu. Voor functionele doeleinden wordt de ingreep bij kaakmalformaties overigens terugbetaald. Bij Jessa voeren we zo’n 50 van deze ingrepen uit per jaar.”


23 MAXILLO-FACIALE HEELKUNDE

NICE TO MEET YOU, DR. BART FALTER Dr. Bart Falter (° 28 augustus 1984) studeerde geneeskunde

Inplanting van het implantaat.

aan Uhasselt en vervolledigde zijn studies in Leuven, waar hij promoveerde als arts in 2009. Daarna volgde hij, ook aan de KU Leuven, de opleiding tandheelkunde, die hij in 2012 voltooide. Tussen 2012 en 2016 specialiseerde dr. Falter zich in de mond-, kaak- en aangezichtschirurgie. Hij genoot zijn opleiding in het UZ Leuven (bij prof. Schoenaers en prof. Politis), in het Rijnstate ziekenhuis Arnhem (bij dr. Hoppenreijs) en in het AZ Sint Jan Brugge (bij prof. Swennen). Dr. Falter behaalde zijn erkenning stomatologie in 2014 en de bijzondere beroepstitel van geneesheer-specialist in de mond-, kaak- en aangezichtschirurgie in 2016. Sinds 2016 werkt hij als mond-, kaak- en aangezichtschirurg in het Jessa Ziekenhuis Hasselt en in de privĂŠpraktijk in de Toekomststraat 2. Hij is geassocieerd met dr. De Troyer, dr. Jacobs, dr. Henquet en dr. Orye en is consulent orthognathische chirurgie aan het UZ Leuven. Zijn specifieke interessegebieden:

Pre-operatief

- orthognatische (kaakcorrectieve) chirurgie - dentale implantologie - preprothetische chirurgie - traumatologie

Post-operatief

MEER INFORMATIE DR. BART FALTER

bart.falter@jessazh.be, bart.falter@mkahasselt.be tel: 011 22 14 79 (MKA Hasselt)


TRANSPARANT JAARVERSLAG VAN DE AFDELING LEVER-, PANCREAS- EN GALWEGENCHIRURGIE

OPEN COMMUNICATIE

zorgt voor verdere

24 ABDOMINALE HEELKUNDE


OVER ONZE RESULTATEN

kwaliteitsverbetering

A

bdominaal chirurg Gregory Sergeant is in

pleegkundigen en hospitalisatieafdeling. Deze ingrepen vereisen

zijn vrije tijd een fervent fietser. Een fietser

een hoge techniciteit en brengen een significant complicatierisico

mét een voorliefde voor open communicatie. Hij

met zich mee. Hoe meer ervaring tijdens operaties, hoe beter de

schakelt dus vlot een versnelling hoger wanneer

outcome.

het gaat om transparantie vanuit de dienst abdo-

We zien in diezelfde cijfers ook dat het aantal ingrepen voor zowel

minale heelkunde. In teamverband. Want net als

pancreas- als leverchirurgie ruim boven de 20 per jaar ligt, waarmee

wielersport, is chirurgie een ploeggebeuren.

een ziekenhuis voldoende kwaliteit kan garanderen. Ziekenhuizen met minder dan 5 ingrepen per jaar in deze disciplines hebben een

Gregory Sergeant: “In het Jessa Ziekenhuis leggen we ons sinds 3

grotere kans die kwaliteitsnorm niet te halen.

jaar toe op de verdere uitbouw van de laparoscopische en complexe

Daarnaast zijn we trots op een lage perioperatieve mortaliteit

lever-, pancreas-en galwegenchirurgie in Limburg. Onze expertise

en morbiditeit. In de komende jaarverslagen zullen we overigens

verder uitbouwen, kunnen we echter niet alleen. Daarom zijn er

streven naar het weergeven van ‘risk-adjusted outcomes en patient

regionale samenwerkingsakkoorden opgezet met het St.-Francis-

reported outcomes’, om nog genuanceerdere informatie te kunnen

kusziekenhuis (Heusden-Zolder), het AZ Vesalius (Tongeren), het

verlenen aan onze verwijzers en patiënten.”

Sint-Trudo (Sint-Truiden) en sinds kort ook het Mariaziekenhuis van Overpelt. We trachten zo samen deze complexe chirurgie binnen Limburg te centraliseren in Jessa. De bijdrage van de huisartsen,

U vindt het belangrijk om de resultaten van jullie ingrepen

gastro-enterologen en oncologen, die patiënten naar ons doorverwij-

aan alle spelers uit de gezondheidszorg terug te koppelen.

zen, is daarbij van onschatbare waarde.”

Waarom is dat? Gregory Sergeant: “Ik streef een directe communicatie na, zowel met de patiënt als met de betrokken (huis)artsen, omdat goede informa-

Jullie centrum zet excellente resultaten neer. Wat leren we uit

tie-uitwisseling in ieders belang is. Wanneer je een hechte band met

de cijfers van het jaarverslag van 2015?

de patiënt - of de betrokken arts – uitbouwt, is er meer vertrouwen.

“Het jaarverslag bevestigt onder meer de verdere groei in het

De drempel om dingen aan te kaarten of te vragen, komt zo lager

aantal pancreas-, lever- en galweg-ingrepen uitgevoerd in het Jessa

te liggen en bezorgt me waardevolle feedback. Die feedback wend

Ziekenhuis. Het merendeel van deze ingrepen gebeurt binnen een

ik aan om onze zorgprocessen nog verder te finetunen. We willen

oncologisch, multidisciplinair behandelplan. In dat kader werd ook

binnen onze dienst de allerbeste zorg bieden: persoonlijk, gedreven

de multidisciplinaire raadpleging opgestart; een nieuw initiatief om

en wetenschappelijk onderbouwd. We hebben al een uitstekend

de arts-patiënt communicatie te verbeteren en een aantal nodeloze

zorgpad uitgestippeld, maar dingen kunnen altijd beter, zeker ge-

artsencontacten voor patiënten met complexe problematiek van

zien de logistieke uitdaging een ziekenhuis met 2 campussen soms

lever, pancreas en galwegen te verminderen.

met zich meebrengt.

De stijging van het aantal ingrepen biedt ons de mogelijkheid onze

Ik vind het dus niet meer dan logisch om iedereen die meewerkt aan

expertise verder uit te bouwen. Door concentratie van zorg in het

deze continue verbeteringen – of dat nu patiënten of collega-artsen

Jessa Ziekenhuis en verregaande standaardisatie van ons zorgpro-

zijn – inkijk te geven in wat we met de ontvangen informatie doen

ces verbetert de kwaliteit van de ingreep en van het perioperatief

en welke resultaten we neerzetten. Kwaliteit mag en moet gemeten

verloop en kunnen we steeds meer gecompliceerde ingrepen aan.

worden. Transparantie zorgt voor verdere optimalisatie, daar ben ik

Denk hierbij ook aan het noodzakelijke leerproces voor operatiever-

van overtuigd.”

25 ABDOMINALE HEELKUNDE


JAARVERSLAG 2015 LEVER - PANCREAS - GALWEGENCHIRURGIE

LEVER: 36 Majeure leverresecties (≥3 leversegmenten) Linker hemihepatectomie Rechter hemihepatectomie Centrale hepatectomie Linker trisectionectomie Multipele wigresecties Andere

8,3% (3/36)

22,2% (8/36)

MEDIANE HOSPITALISATIEDUUR:

1

2,8% (1/36)

PERIOPERATIEVE TRANSFUSIE

MAJEURE COMPLICATIES Clavien-Dindo score ≥ 3a3

12 5 3 3 1 13 11

90-DAGEN MORTALITEIT alle ingrepen 2015

4 dagen (alle leveringrepen)

2

GEMIDDELDE HOSPITALISATIEDUUR: 6 dagen (range: 1-40) MEDIANE (RANGE) LEEFTIJD:

66 jaar (27 – 87) voor alle patiënten 66 jaar (55 – 80) voor CRLM

INDICATIES:

APPROACH:

Colectorale levermetastasen (n=22), HCC (n=5), CC (n=2), BCLM (n=1), Beninge (n=6) Laparoscopie: 89%, n=32 Laparotomie: 11%, n=4

3

VERWIJSPATROON: Jessa Ziekenhuis (n=22), Sint-Trudo (n=1),

St-Franciskusziekenhuis (n=11), Vesalius (n=2)

GEOGRAFISCHE

Het IMA (InterMutualistisch Agentschap) en KCE (Kenniscentrum) stellen in hun recente rapporten 20 ingrepen per jaar op als ondergrens voor een minimaal aantal uitgevoerde ingrepen als kwaliteitsgarantie voor pancreas- en slokdarmchirurgie.

1

VERDELING

Dit omvat dus ook het uitvoeren van een gastroscopie voor het plaatsen van een jejunale sonde voor enterale voeding, het plaatsen van een centrale veneuze katheter en het puncteren onder lokale verdoving van intra-abdominale collecties.

26

4

LIMBURG: 2.422 km2 oppervlakte (SVR) 859.681 inwoners (RR 2015)

4

8 1

1 1 1

1 1

3 Dindo D et al. Classification of Surgical Complications. Ann Surg 2004

1

Ook majeure leverresecties (rechter en linker hemihepatectomie) kunnen aan het Jessa Ziekenhuis vaak laparoscopisch worden uitgevoerd.

2

Een korte hospitalisatieduur en een versneld herstel kan bereikt worden dankzij het gebruik van minimaal invasieve technieken en de introductie van een klinisch pad voor leverchirurgie sinds oktober 2014. (De klinische paden vindt u op www.jessazh.be/abdominale heelkunde)

3

De dienst Abdominale Heelkunde van Jessa Ziekenhuis is de enige abdominale dienst in Limburg waar laparoscopische leverresecties worden uitgevoerd.

Deze cijfers liggen volledig in de lijn van de recente chirurgische literatuur. (Grant F et al. Ann Surg 2016)

ABDOMINALE HEELKUNDE

1

7

2

Een majeure complicatie wordt hier gedefinieerd volgens de Clavien-Dindo classificatie als een complicatie waar een interventie voor noodzakelijk is die hetzij onder lokale verdoving, algemene verdoving of noodzaak tot heropname op intensieve zorgen vereist of tenslotte tot het overlijden van de patiënt leidt.

HASSELT: 102,24 km2 oppervlakte (SVR) 76.281 inwoners (RR 2015)

1

LEVERCHIRURGIE: 2


27 RUBRIEK

PANCREAS: 24

GALWEGEN: 394

Whipple Totale pancreatectomie Distale pancreatectomie Pancreassparende pancreasprocedures Videogeassisteerd Retroperitoneaal Debridement (VARD)

16 1 5 1 1

Lap galwegexploraties Mediane operatietijd

6

39 7 108 min (range: 45 – 240)

4 25% (6/24)

8,2% (2/24)

MAJEURE COMPLICATIES Clavien-Dindo score ≥ 3a3

PERIOPERATIEVE TRANSFUSIE

MEDIANE HOSPITALISATIEDUUR:

10% (4/39)

4,1% (1/24)

90-DAGEN MORTALITEIT alle ingrepen 2015

14 dagen

97% (38/39)

MAJEURE COMPLICATIES Clavien-Dindo score ≥ 3a3 IIIb: n=2 (gallek) IVa: n=2 (cholangitis met AKI, pancreatitis)

0% (0/39)

SUCCES Succes (n=38), Therapiefalen (n=1)

90-DAGEN MORTALITEIT alle ingrepen 2015

MEDIANE PREOPERATIEVE HOSPITALISATIEDUUR: 1 dag (range 0 - 6)

GEMIDDELDE HOSPITALISATIEDUUR: 17 dagen (range 5 - 72)

MEDIANE TOTALE HOSPITALISATIEDUUR (DAGEN): 4 dagen (range 1 - 18)

MEDIANE (RANGE) LEEFTIJD: 70 jaar (35 – 88) voor alle patiënten

MEDIANE (RANGE) LEEFTIJD: 65 jaar (15 – 92)

70 jaar (46 – 88) voor niet-pancreatitis

INDICATIES:

APPROACH:

EVOLUTIE AANTAL INGREPEN 2013 - 2015:

St-Franciskusziekenhuis (n=2)

EVOLUTIE

40

AANTAL INGREPEN

30

30

24

0

Choledochotomie n=17 Transcystisch n=22

5

Heusden-Zolder (n=2) 40

39

30 2013 - 2015:

20 10

CDL (n=38) Poliep (n=1)

VERWIJSPATROON: Jessa Ziekenhuis (n=34), Vesalius (n=3),

VERWIJSPATROON: Jessa Ziekenhuis (n=20), Sint-Trudo (n=2),

INDICATIES:

PDAC (n=7), PNET (n=3), IPMN (n=4), Ampullair carcinoma (n=3), Cholangiocarcinoma (n=2), Duodenale poliep, Pancreatitis (n=4)

20 17

2013

10 0

2014

1 2013: Whipple (n=7), distale pancreatectomie (n=7) 2 2014: Whipples (n=19), totale pancreatectomie (n=1), distale pancreatectomie (n=5)

4

Nationaal gemiddelde mortaliteit ligt op 8.4% en de mediane ligduur op 21.6 (range 3 – 117 dagen). (Topal B et al. BJS 2007) Gecumuleerd voor de periode 09/2013 – 9/2016 zitten we momenteel onder de 3% mortaliteit.

5

24 ingrepen dankzij de samenwerking met het AZ Vesalius, het St.-Franciskusziekenhuis, en Sint-Trudo Ziekenhuis.

14 4 2013

2014

4 cumulatieve aantallen voor Jessa + Vesalius + Heusden-Zolder 5 onvolledig jaar

6

Sinds september 2013 werden bijna 100 patiënten met galwegstenen behandeld door middel van een laparoscopische galwegexploratie met steenextractie. De resultaten van onze ervaring werden voorgesteld op de Belgian Surgical Week 2016 en tijdens het tweejaarlijks congres van de European-African Hepato-Pancreato-Biliary Association in 2015.

7

Het Jessa Ziekenhuis is het enige ziekenhuis in Limburg waar deze single-stage techniek voor de behandeling van galweg-stenen wordt aangeboden.


TEAM ACHTER DE MULTIDISCIPLINAIRE RAADPLEGING: DR. CHRISTOPHE BALLIAUW, DR. GREGORY SERGEANT, DR. FILIP JANSSENS EN DR. WIM JACOBS

MULTIDISCIPLINAIRE RAADPLEGING LEVER - PANCREAS - GALWEGEN DOEL

PATHOLOGIE

Concentratie van bepaalde (zeldzame) pathologie op één

- IPMN: benigne (premaligne) pathologie met noodzaak tot

raadpleging teneinde de zorg te stroomlijnen voor de pa-

langdurige follow-up

tiënt. Hierbij gaat het vooral om pathologie die behandeld

- Acute (necrotiserende) pancreatitis:

wordt door gastro-enterologie en abdominale heelkunde.

bij uitstek multidisciplinaire pathologie

Gezien de specificiteit van de pathologie en de patiënten

- Chronische pancreatitis: idem, noodzaak tot langdurige follow-up

regelmatig externe beeldvorming meebrengen is radiolo-

- Complexe galwegproblematiek: iatrogene galwegtraumata, gallek-

gische ondersteuning essentieel.

ken, failed ERCP en galwegexploraties voor choledocholithiasis - Preoperatieve planning chirurgie voor:

DEELNEMERS

- pancreas-chirurgie (zeker indien borderline resecteerbaar of locally advanced)

- DR. CHRISTOPHE BALLIAUW (radiologie) - DR. WIM JACOBS (gastro-enterologie)

- colorectale levermetastasen (zeker indien synchroon)

- DR. FILIP JANSSENS (gastro-enterologie)

- hepatocellulair carcinoom

- DR. GREGORY SERGEANT (abdominale heelkunde)

- perihilair cholangiocarcinoom (Deze raadpleging vervangt de klassieke follow-up van

CONTACTGEGEVENS

patiënten met cirrhose of oncologische follow-up van colorectale tumoren niet.)

dr. Wim Jacobs, gastro-enteroloog:

- intrahepatisch cholangiocarcinoom

tel. 011 33 76 00, wim.jacobs@jessazh.be prof. dr. Gregory Sergeant, abdominale heelkunde:

MEDISCHE COÖRDINATIE

tel. 011 33 75 15, gregory.sergeant@jessazh.be

dr. Wim Jacobs en dr. Gregory Sergeant RAADPLEGING - Elke dinsdag tussen 10u00 en 12u00 op campus Salvator - Een afspraak maken kan via het secretariaat van abdominale heelkunde, tel. 011 33 75 00

28 ABDOMINALE HEELKUNDE


29 PAAZ

Jessa biedt een antwoord met vernieuwde C1-afdeling

WANNEER DE BURN-OUT BEHANDELING DREIGT VAST TE LOPEN...

B

urn-out is een fenomeen dat steeds meer aandacht krijgt en terecht. Burn-out duurt het langst van alle werk-gerelateerde psychische klachten. Opvallend is de grote spreiding in duur van burn-out:

van drie maanden tot meer dan een jaar. Dit geeft aan dat een tijdige en juist afgestemde behandeling van groot belang is om verdere chronificatie te vermijden. De PAAZ-afdeling (associatie Jessa en Sint-Franciskusziekenhuis) wil antwoord bieden op de burn-out behandeling die ambulant moeizamer loopt dan gepland.

Burn-out specialisten nationaal en internationaal hebben de PAAZ-

De vernieuwde afdeling C1 in Jessa is ideaal om burn-out

afdeling van Jessa bijgestaan om tot gedegen medische kennis en

patiënten te behandelen. Het is een rustige en comfortabele

een actueel therapeutisch kader te komen. Denk aan de onder-

afdeling met een twintigtal bedden. Het burn-out aanbod start

zoeken van Jean Philippe Blankert PhD, overleg met de KU Leuven

in september 2016.

en testonderzoek dat steunt op de MBI. Verder werden de noden

Aanmelding kan door de ambulante zorgverlener of patiënt.

binnen Limburg in kaart gebracht door overleg met onze ambulante

De opname, indien aangewezen, volgt binnen een week.

partners. De één-week-opname omvat de volgende stappen: Doorheen overlegmomenten en gebruik makend van opgedane toegepaste kennis, is zo een transmuraal zorgpad ontstaan. Het

- Een testonderzoek waarin differentiaal diagnostisch wordt gekeken.

werd duidelijk dat het ziekenhuis een meerwaarde kan betekenen

- Een psychiatrisch consult en individuele begeleidingen.

door een korte opname van één week aan te bieden met als doel

- Een groepsprogramma op maat met afwisseling tussen inzicht-

differentiaal diagnose, het bijstellen van het behandelplan en zicht geven op een mogelijke nazorgtraject.

gevende, energiegevende en bewegingsgerichte sessies. - Een evaluatiegesprek waarin, samen met patiënt, gezocht wordt naar de aangewezen nazorg.

Wanneer is opname nodig?

Nazorg start ten laatste na twee weken bij één van onze ambu-

Een burn-out kan moeizaam beginnen lopen wanneer de leefsitu-

lante zorgpartners. Dit is sneller dan wanneer een patiënt zelf

atie ongunstig is voor herstel. Denk aan:

contact legt. Informatie-overdracht wordt voorzien na toestem-

- Drukke en overprikkelende omstandigheden, mentale of fysieke

ming van de patiënt.

overbelasting, aanhoudende stressoren, enz. - Moeizaam een passende manier vinden om met de beperkingen vanuit vermoeidheid om te gaan: door persoonskenmerken en andere factoren. - Bio-psychologische veranderingen: bijv. slaapstoornissen, stem-

MEER INFORMATIE FREDERIC ULBURGHS - praktische vragen: tel. 011 33 95 01 ELS FROYEN - inhoudelijke vragen: tel. 011 30 97 98

mingsstoornissen en een veranderd functioneren als gevolg van

DR. SVEN ESTERCAM - medische vragen: tel. 011 33 95 00

neuro-hormonale veranderingen.

VRAAGUUR PSYCHOLOGEN voor inhoudelijke vragen:

- Een combinatie met psychiatrische problemen.

elke dinsdag van 14u-15u: tel. 011 30 97 91


De eerste reacties van de huisartsen van wacht:

HUISARTSENWACHTPOST IN ‘HUIS 9’

V

anaf 1 juli 2016 verblijven huisartsen van de Herkenrode Huisartsenkring in ‘Huis 9’ van het Jessa Ziekenhuis in Hasselt. De wachtpost is geopend op weekend- en feestdagen en

dient voor alle dringende medische problemen die niet kunnen wachten tot de reguliere huisarts van de patiënt opnieuw spreekuur heeft. De verhuis van de huisartsenwachtpost naar ‘Huis 9’ kadert in de samenwerkingsovereenkomst van HAK Herkenrode en het Jessa Ziekenhuis, waarbij bindende afspraken voor huisartsen en specialisten werden vastgelegd. JessaLinea polst naar de ervaringen van enkele huisartsen, die als eersten de wachtpost bemanden.

30 HUISARTSENWACHTPOST


DR. PIETER MERTENS (ZONHOVEN):

“Ik was aangenaam verrast toen ik voor het eerst op onze nieuwe wachtpost kwam werken. De wacht-

PATIËNTEN VINDEN

ook gemakkelijk hun weg. Ik vermoed dat de centrale ligging van het onthaal hier een cruciale rol speelt.

MAKKELIJK HUN WEG

De inrichting zit gewoon goed in elkaar. Ik heb tot nu toe weinig patiënten moeten doorsturen naar de

post is ruim en steekt in een fris nieuw interieur. Het automatisch oproepsysteem, waardoor met een druk op de knop de volgende patiënt vanzelf naar het kabinet komt, werkt efficiënt. De patiënten vinden

spoedgevallen. De urgentie is dikwijls laag. Veel mensen komen met rugpijn, luchtweginfecties of bijvoorbeeld snijwonden. Een eerste doorverwijzing vanuit de spoedgevallendienst, kreeg ik nog niet. In het kabinet van de wachtpost heb ik wel één keer de MUG moeten laten komen voor een acuut infarct, maar dat is uitzonderlijk. Het bestaan van een huisartsenwachtpost in Hasselt vind ik een grote verbetering ten opzichte van vroeger, toen patiënten eerst moesten zoeken naar de praktijk van de wachtdoende arts.”

DR. DIRK PEETERS (HASSELT):

“De nieuwe werkplek beantwoordt aan de verwachtingen van een hedendaagse wachtpost. Brede, rus-

EEN RECHTSTREEKSE

de wachtarts zijn comfortabel en beveiligd toegankelijk. De wachtzaal is open en straalt rust uit. Structu-

‘HOTLINE’ NAAR DE ARTSEN VAN SPOED, LIJKT ME HANDIG

tige gangen zorgen nu voor een buffer. Je kan uit je kabinet komen zonder onmiddellijk in de wachtzaal te belanden. De kabinetten zijn ruim, aangenaam ingericht en ergonomisch. De keuken en het sanitair voor reel is het een grote verbetering vergeleken met de vorige locatie. Het is fijn dat er zoveel aandacht werd besteed aan het comfort en de omgeving, want een wachtdienst haalt een huisarts toch steeds een beetje uit zijn of haar comfortzone. Doorgaans werken we met gekende patiënten, meestal gekaderd in een chronische opvolging. Context, voorgeschiedenis en EMD vallen tijdens de wachtdienst weg. Bij een ‘er is iets niet pluis’-gevoel wordt er meestal doorverwezen naar de spoeddienst, waarmee een vlotte communicatie mogelijk is. Ik weet niet of er een rechtstreekse ‘hotline’ bestaat naar de artsen van spoed maar dat lijkt mij wel handig voor de toekomst. Omdat we in shiften werken, en de patiënten meestal enkel zijn gezien door 1 arts, is het niet zo evident om de opvolging (van aangevraagde technische onderzoeken) te doen van patiënten over de shiften heen. De cijfers van stijgend gebruik van medische consulten buiten de gewone uren maken mij als huisarts wel bezorgd omdat dit enerzijds een kwaliteitsverlies van zorg impliceert en anderzijds de werkbelasting verhoogt.”

MEER INFORMATIE DR. RIK CARLIER (voorzitter HAK Herkenrode, de vereniging die

31 HUISARTSENWACHTPOST

huisartsen van Hasselt, Diepenbeek en Zonhoven verenigt) www.herkenrodehuisartsen.be


33 FIXATIEBELEID

Fixatienurses adviseren verpleegkundigen F

ixatie is een thema dat leeft bij patiënten, hun familieleden en verpleegkundigen. Daarenboven is het in volle evolutie en zijn er steeds meer alternatieven beschikbaar. Om daarop sneller in te spelen, en om de fixatie-arme omgeving te ondersteunen, heeft het Jessa Ziekenhuis voortaan fixatienurses in het team: Jessa-medewerkers die helemaal mee zijn met de laatste stand van zaken, de mogelijke alternatieven en die alle collega’s op eender welke campus met raad en daad kunnen bijstaan. Als specialisten ter zake reiken fixatienurses alternatieven voor fixatie aan. Verpleegwanten, wanneer iemand zijn katheters lostrekt bijvoorbeeld. Of antislipmatjes waarmee patiënten in hun zetel niet meer onderuit kunnen zakken. Fixatie is enkel een optie wanneer er geen alternatieven meer mogelijk zijn. Er bestaat een heuse checklist om na te gaan of fixatie echt nog de enige oplossing is. Wanneer het tot fixatie komt, waken de fixatienurses ook over de correcte toepassing en houden ze rekening met het plan vrijheidsbeperking. Nieuwe verpleegkundigen krijgen sowieso steeds een uitgebreide toelichting over het fixatiebeleid bij Jessa. Zo streven we samen naar een fixatie-arme omgeving.

MEER INFORMATIE tel. 011 33 94 01 (tijdens kantooruren)


NIEUWE ARTSEN-SPECIALISTEN

in opleiding 2016-2017

B

egin augustus breidde het Jessa-team uit

Bral (anesthesie), dr. Michiel Bronswijk (interne geneeskunde),

met 60 arts-specialisten in opleiding, ook

dr. Evelien Claesen (medische beeldvorming), dr. Guido Claessen (cardiologie), dr. Valerie Dekoninck (anesthesie), dr. Ilja Depoor-

wel gekend als ASO’s. Zij hebben hun diploma ge-

tere (klinisch labo), dr.Thomas De Sutter (urologie), dr. Annelies

neeskunde op zak en zullen zich nu verder speciali-

Dionys (anesthesie), dr. Evelyne Dubois (inwendige geneeskunde),

seren. Via een strenge selectieprocedure werd be-

dr. Julie Eelen (pediatrie), dr. Ward Exelmans (heelkunde), dr. Rob

paald wie tot welk specialisme wordt toegelaten.

Geelen (inwendige geneeskunde), dr. Dorien Geusens (interne

Uiteraard worden de arts-specialisten in opleiding

geneeskunde), dr. Helena Helsen (urgentiegeneeskunde), dr.

niet zomaar voor de leeuwen gegooid, maar leg-

Maarten Hendrickx (anesthesie), dr. Paulien Hilven (heelkunde), dr. Xavier Hoste (medische beeldvorming), dr. Berina Ihtijarevic (neus-,

gen ze onder supervisie van een erkend specialist

keel- en oorziekten), dr. Emily Jamaer (gynaecologie), dr. Pieter

een heel traject af. In het begin is dat vooral door

Janssen (urologie), dr. Nathalie Jouret (pediatrie), dr. Kristof Kempe-

te kijken, maar uiteraard leren ze alles pas echt

neers (fysische geneeskunde & revalidatie), dr. Carmen Kerkhofs

door het te doen. Hoe verder de arts-specialisten

(gynaecologie), dr. Dorien Laenens (interne geneeskunde), dr. Han-

in opleiding in hun leertraject staan, hoe meer ze

nelore Liessens (neurologie), dr. Yannick Mandeville (heelkunde),

zelfstandig ingrepen mogen uitvoeren. Sowieso

dr. Freya Mulders (resident) (anesthesie), dr. Kristof Nijs (anesthesie), dr. Davina Paredis (gynaecologie), dr. Ben Pellens (acute

kunnen ze altijd terugvallen op hun stagemeester.

geneeskunde), dr. StĂŠphanie Petermans (gynaecologie), dr. Renee Proost (pediatrie), dr. Sofie Rosier (urgentiegeneeskunde), dr. Nikkie Schils (gastro-enterologie), dr. Wim Schuermans (klinisch labo), dr. Karel Smeyers (abdominale heelkunde), dr. Guus Storken (resident) (orthopedie), dr. Jeroen Van Besien (urologie), dr. Tim Van den Abeele (klinische biologie), dr. Katrien Vandendriessche (heelkunde), dr. Katrien Van de Steen (heelkunde), dr. Winand

Artsen-specialisten in opleiding 2016-2017:

Van Rompaey (pneumologie), dr. Femke Vanwetswinkel (urgen-

dr. Torab Al Hatawe (cardiologie), dr. Jan Ardui (gynaecologie),

tiegeneeskunde), dr. Gerd Vercruysse (anesthesie), dr. Sietske

dr. Julie Bastin (medische oncologie), dr. Evert Baten (urologie), dr.

Vermaning (pediatrie), dr. Dirk Vrancken (anesthesie), dr. Matthias

Philippe Bertrand (cardiologie), dr. Charlotte Billiet (radiotherapie)

Weemaes (klinische biologie), dr. Bieke Wellens (urgentiege-

dr. Lukas Boomgaert (medische beeldvorming), dr. Michiel Boon

neeskunde), dr. Wen Wen (heelkunde), dr. Melvin Willems (acute

(anesthesie), dr. Saskia Bos (inwendige geneeskunde), dr. Philippe

geneeskunde)

34 NIEUWS


35 RUBRIEK

Opnieuw Esmo accreditatie voor ONCOLOGISCH CENTRUM HASSELT

E

en mooie opsteker voor de dienst oncologie

zijn geheel te beschouwen. We kijken niet enkel naar het ziek

van het Jessa Ziekenhuis. De Europese Ver-

orgaan. We schenken aandacht aan de nevenwerkingen van

eniging voor Oncologie kent de afdeling opnieuw

therapie en proberen de patiënt en zijn of haar omgeving op diverse vlakken te helpen. Zo maken patiënten bijvoorbeeld

de Esmo accreditatie toe. De Esmo accreditatie

nog te weinig gebruik van de psychologische ondersteuning die

wordt jaarlijks uitgereikt aan kankercentra met

wordt geboden. Dit is nochtans voorzien in het kankerplan en

geïntegreerde oncologische en palliatieve zorg

wordt volledig terugbetaald.”

van een hoog niveau. Welke invloed heeft deze vernieuwde accreditatie op de organisatie van de dienst? Dr. Mebis, hoe verkrijg je deze accreditatie?

Dr. Jeroen Mebis: “Het verkrijgen en behouden van deze ac-

Dr. Jeroen Mebis (diensthoofd medische oncologie): “Er is vooral veel

creditatie is een bevestiging dat we voor de juiste, kwalitatieve

ervaring met het behandelen van kankerpatiënten voor nodig én een

aanpak gaan. We blijven dus focussen op deze werkwijze, die

integratieve aanpak. Dat betekent dat de behandeling niet enkel op

we steeds zullen optimaliseren waar nodig. We zetten blijvend

medisch, maar ook op psycho-sociaal gebied wordt gemeten. Het Jessa

in op het kwaliteitsaspect, zoals de Europese richtlijnen dat

Ziekenhuis was één van de eerste ziekenhuizen in Vlaanderen die dit

voorschrijven.”

Esmo label ontving.”

ESMO Zorgen voor de holistische aanpak is een groepsgebeuren

ESMO is de grootste vereniging in medische oncologie binnen Europa en heeft een programma waarbij ziekenhuizen geaccrediteerd kunnen worden voor het aanbod van palliatieve zorg aan oncologiepatiënten. De accreditatie wordt verleend op basis van strikte criteria die zijn gebaseerd op de aanbevelingen in de richtlijnen van de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO). Meer informatie is te vinden op www.esmo.org.

binnen het ziekenhuis? Dr. Jeroen Mebis: “Alle medici en paramedici dragen hiertoe bij. Het is een continue samenwerking tussen oncologen en radiotherapeuten, psychologen, de sociale dienst, de verpleegkundigen, diëtisten en indien nodig ook de palliatieve artsen. Bij integratieve zorg zijn veel mensen betrokken, maar dat is ook langs patiënt-zijde zo. Kanker heeft een grote impact op de patiënt en zijn of haar naasten”

MEER INFORMATIE

Binnen Limburg blijven jullie het grootste oncologisch centrum. Wat maakt jullie uniek?

MULTIDISCIPLINAIR ONCOLOGISCH CONSULT JESSA ZIEKENHUIS

Dr. Jeroen Mebis: “We streven al sinds dag 1 na om de patiënt in

tel. 011 30 99 60

35 ONCOLOGIE


Kinderpijnteam

AANDACHT VOOR

PIJNBESTRIJDING BIJ DE 36 KINDER- EN JEUGDGENEESKUNDE


‘En waar doet het pijn?’

‘E

en vraag

veel

gestelde

binnen

de

geneeskunde, maar hoe antwoord je daar accuraat op wanneer je een baby, peuter of kleuter bent? En hoe zorg je ervoor dat kinderen niet bang worden van dokters of ziekenhuizen, wanneer pijn deel uitmaakt van hun behandeling? Het Kinderpijnteam van het Jessa Ziekenhuis brengt deze kennis in kaart en reikt oplossingen aan.

KLEINSTEN ONDER ONS 37 KINDER- EN JEUGDGENEESKUNDE


PIJNBESTRIJDING BIJ KINDEREN

Kinny Seron (verpleegkundige afdeling kinder- en jeugdgeneeskunde Jessa): “Het Kinderpijnteam bij Jessa heeft als doel om alle kinderen binnen het ziekenhuis geen of zo weinig mogelijk pijn te laten beleven. Ons team bestaat uit een arts, pediater Wendy Werckx, en 5 verpleegkundigen. Wij passen diverse technieken toe om pijn bij kinderen te minimaliseren en delen onze kennis en ervaringen met alle afdelingen die ook kinderen behandelen. Elk van de betrokken diensten heeft een eigen referentiepersoon omtrent pijn bij kinderen aan boord, met wie wij in contact staan. Pijn bij kinderen bestrijden is immers teamwork.” Dr. Wendy Werckx (pediater): “Behalve preventieve of acute pijnvermindering bij kinderen zorgt het Kinderpijnteam ook voor het wegnemen van angst. Pijn en angst liggen – zeker bij kinderen – dicht bij elkaar. Door onze aanpak hopen we dat kinderen op jonge leeftijd geen afkeer krijgen van dokters of ziekenhuizen. We tonen hen net dat we er alles aan doen om het voor hen zo comfortabel en pijnloos mogelijk te maken. Die boodschap geven we ook steeds mee aan de ouders of familieleden. We informeren hen en het kind goed over wat er gaat gebeuren en hoe veel – en bij voorkeur hoe weinig – pijn het zal doen.”

Welke concrete doelen heeft het Kinderpijnteam zich gesteld? Kinny Seron: “Allereerst hebben we het huidige pijnbeleid in kaart gebracht en hebben we dat waar mogelijk geoptimaliseerd. Ik denk dan bijvoorbeeld concreet aan de invoering van de Leuvense neonatale pijnschaal op materniteit of een lokaal verdovende zalf gebruiken als verdoving voor een prik. Verder zien we het ook als onze taak om procedures uit te schrijven, artikels of informatie rond nieuwe medicatie te bundelen en te verspreiden, opleidingen en bijscholingen te volgen, en kennis en KINNY SERON

DR. WENDY WERCKX

38 KINDER- EN JEUGDGENEESKUNDE


GRATIS SYMPOSIUM ‘PIJN BIJ KINDEREN’ ZATERDAG 19 NOVEMBER 2016 – 8u45-16u00 Op 19 november kan je in de aula van het Jessa Ziekenhuis campus Salvator terecht voor een boeiend symposium over pijn bij kinderen. Inschrijven kan tot maandag 14 november via een mailtje naar symposia@jessazh.be of tel. 011 30 89 19. Locatie: Jessa Ziekenhuis, campus Salvator, Salvatorstraat 20 te Hasselt

resultaten met andere ziekenhuizen te delen. Zo bevorderen we

PROGRAMMA:

de deskundigheid en vaardigheid ook op een grotere schaal.”

08.45u Verwelkoming dr. Marc Raes, medisch diensthoofd kinder- & jeugdgeneeskunde, Jessa Ziekenhuis

Dr. Wendy Werckx: “Onze werking richtte zich tot vandaag sterk op de aanpak van acute pijnen bij kinderen. Pijn die opduikt na een trauma of handeling. Rond chronische pijn bij kinderen is in

DEEL I: ACADEMISCH GEDEELTE

België nog te weinig geweten, maar we zijn net in een werkgroep gestapt om ook op dat vlak meer expertise te verwerven.”

09.00u

Procedure gebonden pijn en angst bij kinderen: complexe zorg voor simpele dingen dr. Piet Leroy, kinderarts UMC Maastricht

10.00u

Van acute naar chronische pijn dr. Peter Aerssens, kinderarts Jessa Ziekenhuis

om pijn te bestrijden goed op. Er zijn er die al pro-actief voor een

10.45u

Koffiepauze

prik naar een glucose oplossing vragen. Verder werken we ook

11.15u

Niet medicamenteuze begeleiding van kinderen bij procedures Ann Roete, pijnverpleegkundige UZA Antwerpen

12.00u

Pijnbeleid in de praktijk: hoe begin je eraan? dr. Gerlant van Berlaer, kinder- & spoedarts UZ Brussel

12.45u

Slotwoord dr. Wendy Werckx, kinderarts Jessa Ziekenhuis

13.00u

Middaglunch

Welke resultaten merken jullie sinds het Kinderpijnteam in actie trad? Kinny Seron: “Vooral patiënten en familieleden pikken manieren

aan het nog bekender maken van het Kinderpijnteam. Er zijn al veel collega’s die onze praktische tips en tricks gebruiken, maar het kunnen er nog altijd meer zijn. Het Kinderpijnteam raadplegen wanneer het om pijn bij kinderen gaat, moet een automatische reflex worden.”

En wat brengt de toekomst? Kinny Seron: “Op lange termijn dromen we van een aparte pijn-

DEEL II: WORKSHOPS (aantal deelnemers is beperkt tot 100, apart inschrijven is nodig)

raadpleging voor kinderen. Een raadpleging waar kinderen met bijvoorbeeld chronische hoofd- of buikpijn terecht kunnen om ook hun pijn adequaat en op maat te bestrijden. Maar dat is nog

14.00u Workshops - Meopa, praktische aanpak - Verzorging van brandwonden Frans Vanwingh, hoofdverpleegkundige UZ Leuven - Lokale anesthesie - Concrete situaties vs pijnbeleid

toekomstmuziek. Op korte termijn kijken we uit naar ons symposium van 19 november aanstaande. Een gratis symposium over pijn bij kinderen waar huisartsen, verpleegkundigen of studenten meer over pijn bij kinderen zullen vernemen. Van harte welkom!”

16.00u

39 KINDER- EN JEUGDGENEESKUNDE

Einde workshops


40 NIEUWS

PROF. DR. SAM HEYE RADIOLOGIE

Prof. dr. Sam Heye studeerde genees-

Tijdens zijn loopbaan in het UZ Leuven

kunde aan de KU Leuven en behaalde zijn

ontwikkelde hij een bijzonder interesse

diploma in 1998. Aansluitend speciali-

in de diagnostische en interventionele

seerde hij zich in verder in radiologie in de

neuroradiologie en heeft zich dan ook

Europaziekenhuizen in Ukkel en in het UZ

hier verder in verdiept, onder andere met

Leuven onder leiding van prof. Marchal. Hij

een bijkomende opleiding in het Alfried

behaalde zijn erkenning in 2003. Daarna

Krupp Krankenhaus in Essen Duitsland

werd hij staflid Radiologie in het UZ Leu-

bij prof.dr. R. Chapot. Als interventionele

ven, initieel voor vasculaire en interven-

(neuro)radioloog was hij nauw betrokken

tionele radiologie. In 2012 behaalde hij

bij het verder uitwerken van het acute

de graad van doctor in de Biomedische

ischemische stroke zorgprogramma voor

Wetenschappen door met succes zijn

wat betreft de intracraniĂŤle mechanische

proefschrift over diagnostische en percu-

thrombectomie.

tane interventionele technieken voor de preventie en behandeling van dysfuncti-

Sinds 1 augustus 2016 vervoegt prof. dr.

onele hemodialysefistels en – greffen te

Sam Heye het team van radiologie in het

verdedigen.

Jessa Ziekenhuis om de interventionele radiologie binnen Jessa verder te ontwikkelen en dit in samenwerking met het Ziekenhuis Oost-Limburg. Meer hierover leest u in het volgende nummer van JessaLinea.


41 RUBRIEK NIEUWS

NIEUWE

DR. TOM TUYTTEN UROLOGIE

artsen

DR. NATHALIE VAN DEN RUL GYNAECOLOGIE

Dr. Tom Tuytten volgde zijn geneeskun-

Vanaf 1 januari 2013 was hij werkzaam

Dr. Nathalie Van den Rul behaalde de Ba-

de-opleiding aan de Katholieke Universi-

in het topklinische Atrium Ziekenhuis

chelor in de Geneeskunde aan de Univer-

teit Leuven en behaalde zijn diploma in

te Heerlen (nu Zuyderland ziekenhuis),

siteit Hasselt in 2007 en vervolgens de

1999.

waar hij in korte tijd opnieuw een volle-

Master in de Geneeskunde aan de Katho-

dig robotprogramma kon uitbouwen met

lieke Universiteit Leuven in 2011.

Na een 3-jarige basistraining in de heel-

aandacht voor kwaliteit en veiligheid.

kunde, bracht hij vervolgens zijn oplei-

Tevens was hij actief in het opzetten van

Aansluitend specialiseerde ze in de gy-

dingsjaren urologie door op de dienst

oncologische en multidisciplinaire zorg-

naecologie-verloskunde. Twee jaren van

urologie in het O.L.V.-ziekenhuis te Aalst,

programma’s met speciale aandacht voor

haar opleiding deed ze in het Universitair

waar hij naast een brede algemene uro-

prostaat-, blaas- en nierkanker.

Ziekenhuis te Leuven onder leiding van

logische opleiding ook een specifieke op-

Naast het klinische werk hield hij zich als

prof. dr. I. Vergote in de subdisciplines

leiding kreeg in laparoscopische en vooral

erkend opleider ook bezig met de vorming

gynaecologische oncologie, senologie,

robot-geassisteerde behandelingsmetho-

van arts-specialisten in Nederland.

verloskunde en echografie. Verdere opleidingsjaren vonden plaats in het Jessa Zie-

des van urologische problemen, onder begeleiding van de intussen internationaal

Vanaf 1 september 2016 vervoegt dr.

kenhuis en het Ziekenhuis Oost-Limburg

befaamde Dr A. Mottrie.

Tom Tuytten het urologische team in het

in Genk, evenals een jaar hoog-risico ver-

Jessa Ziekenhuis om vanuit zijn ruime

loskunde in Cardiff, Wales. Dr. Van den Rul

Vanuit deze expertise is hij in 2005 als

ervaring op een gestructureerde en

behaalde haar erkenning in 2016.

voltijds staflid gestart met het opzetten

verantwoorde wijze de robotchirurgie te

van een minimaal invasief programma op

introduceren en uit te bouwen.

Tijdens haar opleiding tot gynaecoloog

de dienst urologie van het Academisch

ontwikkelde ze een speciale interesse

Ziekenhuis Maastricht, waarbij met suc-

voor senologie en verloskunde.

ces zowel de klassieke laparoscopische als de robot-geassisteerde technieken

Vanaf 1 oktober 2016 vervoegt zij het

werden uitgebouwd. Gedurende deze

team van gynaecologen in het Jessa Zie-

periode was hij ook kliniekhoofd en hield

kenhuis waar ze actief zal zijn op verlos-

hij zich vooral bezig met de oncologische

kundig gebied, alsook in het Borstcen-

urologie en met de training van collega’s

trum.

in binnen- en buitenland.


42 CONFLICTBEHEERSING

7vragen over

E

en aanvaring met een collega, een misverstand tussen dok-

ter en patiënt, een meningsverschil dat uitmondt in ruzie met een leidinggevende. Dagdagelijkse conflictueuze situaties worden vaak moeizaam opgelost. Hoe ga je daar het best mee om? Waarom reageert iedereen anders? De HR-werkgroep artsen van het Jessa Ziekenhuis organiseert in oktober en november enkele workshops over conflictbeheersing met Gerrit Van Aken, communicatie consultant en Executive Professor aan de UAMS. Hij geeft alvast enkele tips.

1

Welke soorten conflicten bestaan er?

Gerrit Van Aken: “Er zijn instrumentele en

2

Hoe vind je de ware kern van het conflict?

“Allereerst is het nodig om enkele zaken

belangenconflicten. Instrumentele con-

in vraag te stellen over het belangencon-

flicten gaan over de inhoud van het werk,

flict. Waarover gaat het precies? Wat is

zoals verschil in inzicht, visie, strategie,

het exacte probleem? Welke relatie heb

procedures en regels. Een instrumenteel

ik met de tegenpartij, wat is het belang

conflict is doorgaans makkelijker op te los-

van een oplossing op lange termijn? De

sen of te bemiddelen dan een conflict dat

antwoorden op deze vragen helpen om

tegen onze persoonlijke waarden indruist.

het probleem te benoemen. Dit kan enkel

In het laatste geval komen er emoties bij

door empathisch te luisteren naar de ge-

kijken en dat maakt het moeilijker. Bij be-

sprekspartner en door te vragen naar de

langenconflicten is er een strijd over het

gedragsmotieven van de ander. Het be-

eigen belang aan de orde, zoals verschil

lang van communicatievaardigheden zijn

van mening over de verdeling van macht,

hierbij van groot belang. Binnen de medi-

tijd, geld en positie.”

sche sector kunnen er belangenverschillen zijn tussen ziekenhuis en arts, arts en verpleegkundige, arts en diensthoofd, maar ook tussen arts en patiënt. Ik spreek persoonlijk niet graag over conflicten maar wel over conflictueuze situaties. Het is zo subjectief allemaal. Wat voor één persoon

GERRIT VAN AKEN

een conflict is, daarover vraagt de ander zich af waarover het gaat.”


43 CONFLICTBEHEERSING

CONFLICTBEHEERSING 3

“De belangrijkste belemmerende factor bij

stijlkeuze afhangt van de situatie of van

6

conflictgedrag is het feit dat mensen zich

de omgeving. Respect voor elkaar behou-

vraag aan de tegenpartij. Het is belang-

vaak één bepaalde conflictstijl eigen heb-

den en een dialoog in stand houden zijn

rijk niet naar het verleden toe te werken,

ben gemaakt. Mensen hebben een voor-

alvast belangrijke onderdelen van een

maar te focussen op wat in de toekomst

keurstijl in conflictueuze situaties, afhan-

goede aanpak.”

anders moet verlopen. Reflecteren over

Hoe kan je reageren op een conflict?

dat er niet één beste manier is om met conflicten om te gaan, maar dat de beste

Hoe kom je tot een akkoord?

“Stel een positieve en toekomstgerichte

kelijk van de persoonlijkheid. De ene gaat

gevoelens en emoties van de gespreks-

zich meer dwingend opstellen, de ander

partner is ook een goede manier om ap-

gaat conflicten vermijden of zal meer op-

preciatie te tonen. Onder voorwaarde dat

lossingsgericht denken en nog iemand anders zal zich aanpassen of genoegen nemen met een vaag compromis. Dit laatste

5

je niet opgeslokt wordt door appreciatie

Hoe communiceer je tijdens een conflict?

natuurlijk. Een oplossing bereiken kan ook door op zoek te gaan naar zoveel mogelijk

“We moeten ons realiseren hoe we op el-

ja-antwoorden. Bijvoorbeeld: ‘Zijn wij het

notatie. Omdat dit een waterige oplossing

kaar overkomen als we in discussie gaan.

erover eens dat een goede samenwerking

is op lange termijn. Je moet uiteindelijk met

Communiceren doen we met onze woord-

in het voordeel van ons beiden is?’ of ‘Kan

z’n tweeën zijn om een oplossing te willen

keuze, intonatie en lichaamstaal. Denk aan

ik ervan uitgaan dat u uw verdere mede-

vinden, anders gaat het nooit lukken. Be-

oogcontact, glimlachen of non-verbale

werking blijft verlenen?’”.

wustwording is uiteindelijk de eerste stap

communicatie met onze lichaamshouding.

in ieder veranderingsproces.”

Het speelt ook mee welke relatie je hebt

geval heeft zelfs een licht negatieve con-

met de persoon. Het is altijd belangrijk om zoveel mogelijk informatie te krijgen over

4

wat de andere persoon denkt en voelt. Zorg aan het begin van een dialoog voor

7

Waarmee hou je rekening bij het afsluiten van een conflict?

Welke conflictstijl is de beste?

een positieve insteek, een compliment of een waardering. Dit zal de stemming

atie is het zeer cruciaal om samen afspra-

“Het doel moet zijn om de ideale uitkomst

van beide partijen positief beïnvloeden.

ken te maken of de gemaakte afspraken

van het conflict voor ogen te houden. Om

Leg ook steeds de nadruk op het belang

samen te vatten. Vraag stuk voor stuk of

dat effect te creëren kan het bijvoorbeeld

van het gesprek en communiceer op een

de overeengekomen punten kloppen aan

zijn dat mensen soms dwingend, aanpas-

directe, maar niet agressieve manier. Zin-

de hand van gesloten vragen. Dit zorgt

send of oplossingsgericht moeten reage-

nen beginnen met ‘ik heb het gevoel dat..’

ervoor dat oude problemen vermeden

ren. Bij effectief gebruiken van deze con-

of ‘ik heb gemerkt dat..’ of ‘ik vind dat..’ zijn

kunnen worden om uiteindelijk tot een

flictstijlen is het van belang te beseffen

aan te raden.”

oplossing komen.”

“Als afsluiter van een conflictueuze situ-


44 VERBUM

VERBUM Gepubliceerd in Gynecol Surg. 2016;13:115-123. Epub 2016 Jan 26.

between the two studies precluded a meta-analysis. Based on small

LAPAROSCOPIC VERSUS ROBOTIC-ASSISTED SACROCOLPOPEXY

randomized studies, with surgeons less experienced in RAS than in

FOR PELVIC ORGAN PROLAPSE: A SYSTEMATIC REVIEW.

laparoscopic surgery, robotic surgery significantly increases the cost

Callewaert G1, Bosteels J2, Housmans S3, Verguts J4, Van Cleynen-

of a laparoscopic sacrocolpopexy. RASC would be more sustainable

breugel B5, Van der Aa F5, De Ridder D5, Vergote I6, Deprest J1.

if its costs would be lower. Though RASC may have other benefits,

(1) Department of Development and Regeneration, Cluster Organ Systems, Faculty of

such as reduction of the learning curve and increased ergonomics or

Medicine, Group Biomedical Sciences, KU Leuven, 3000 Leuven, Belgium ; Department

dexterity, these remain to be demonstrated.

of Obstetrics and Gynaecology, University Hospitals Leuven, 3000 Leuven, Belgium. (2)

KEYWORDS

Belgian Center for Evidence Based Medicine (CEBAM), Belgian Branch of the Cochrane Col-

colpopexy; Vault prolapse

Costs; Laparoscopy; Pelvic organ prolapse; Robotics; Sacro-

laboration, 3000 Leuven, Belgium. (3) Department of Obstetrics and Gynaecology, University Hospitals Leuven, 3000 Leuven, Belgium. (4) Department of Obstetrics and Gynaecology, University Hospitals Leuven, 3000 Leuven, Belgium ; Department of Obstetrics and

Gepubliceerd in Med Sci Sports Exerc. 2016 Jul;48(7):1415-1424.

Gynaecology, Jessa Hospital, 3500 Hasselt, Belgium. (5) Department of Development and

THE EFFECT OF DIET OR EXERCISE ON VISCERAL ADIPOSE TISSUE

Regeneration, Cluster Organ Systems, Faculty of Medicine, Group Biomedical Sciences,

IN OVERWEIGHT YOUTH.

KU Leuven, 3000 Leuven, Belgium ; Department of Urology, University Hospitals Leuven,

Vissers D1, Hens W2, Hansen D3, Taeymans J4

Leuven, Belgium. (6) Department of Obstetrics and Gynaecology, University Hospitals

(1) Faculty of Medicine and Health Sciences, University of Antwerp, Antwerp, Belgium. (2)

Leuven, 3000 Leuven, Belgium ; Department of Gynaecologic Oncology, Leuven Cancer

Lunex International University of Health, Exercise and Sports, Differdange, Luxembourg.

Institute, University Hospitals Leuven, KU Leuven, 3000 Leuven, Belgium.

(3) Faculty of Medicine and Life Sciences, Biomed/Reval-Rehabilitation Research Center,

The use of robot-assisted surgery (RAS) has gained popu-

Hasselt University, Diepenbeek, Belgium. (4) Faculty of Sport and Rehabilitation Sciences,

larity in the field of gynaecology, including pelvic floor surgery. To

Vrije Universiteit Brussel, Brussels, Belgium. (5) Faculty of Health, Bern University of Ap-

assess the benefits of RAS, we conducted a systematic review of

plied Sciences, Bern, Switzerland.

randomized controlled trials comparing laparoscopic and robotic-as-

ABSTRACT:

sisted sacrocolpopexy. The Cochrane Library (1970-January 2015),

OBJECTIVE: Excess visceral adipose tissue (VAT) in children with obesity

MEDLINE (1966 to January 2015), and EMBASE (1974 to January

is associated with the development of cardiovascular and metabolic

2015) were searched, as well as ClinicalTrials.gov and the Interna-

disease. This meta-analysis investigated if lifestyle interventions can

tional Clinical Trials Registry Platform. We identified two randomized

reduce VAT in overweight and obese youth.

trials (n = 78) comparing laparoscopic with robotic sacrocolpopexy.

METHODS:

The Paraiso 2011 study showed that laparoscopic was faster than ro-

trials that objectively assessed VAT and included study arms with

botic sacrocolpopexy (199 ± 46 vs. 265 ± 50 min; p < .001), yet in the

supervised diet, exercise, or a combination of both. If there was a

ABSTRACT:

Pubmed, Cochrane, and PEDro were searched for clinical

ACCESS trial, no difference was present (225 ± 62.3 vs. 246.5 ± 51.3

no-therapy control group, the data of the control group and the in-

min; p = .110). Costs for using the robot were significantly higher in

tervention groups were used to meta-analyze the data. In all other

both studies, however, in the ACCESS trial, only when purchase and

cases, the preintervention and the postintervention data were used

maintenance of the robot was included (LSC US$11,573 ± 3191 vs.

to meta-analyze. Effect sizes were calculated as standardized mean

RASC US$19,616 ± 3135; p < .001). In the Paraiso study, RASC was

differences or changes of VAT and expressed as Hedges’ g.

more expensive even without considering those costs (LSC US$

RESULTS:

14,342 ± 2941 vs. RASC 16,278 ± 3326; p = 0.008). Pain was report-

ed interventions was -0.69 (95% confidence interval [CI] = -0.90 to

edly higher after RASC, although at different time points after the

-0.48) (P < 0.001). Subgroup analysis showed that the overall weight-

operation. There were no differences in anatomical outcomes, pelvic

ed mean effect size of diet-only interventions on VAT was 0.23 (95%

floor function, and quality of life. The experience with RASC was

CI = -0.22 to 0.68) (P = 0.311). Interventions that combined diet and

tenfold lower than that with LSC in both studies. The heterogeneity

exercise showed a pooled effect size on VAT of -0.55 (95% CI = -0.75

The overall weighted mean effect size on VAT of all includ-


45 VERBUM

to -0.39) (P < 0.001). The pooled effect size of exercise-only interven-

Gepubliceerd in J Neurol Sci. 2016 Aug 15;367:107-21. doi: 10.1016/j.jns.2016.05.050.

tions on VAT was -0.85 (95% CI = -1.20 to -0.57) (P < 0.001).

Epub 2016 May 26.

Supervised exercise-only or combined diet and exercise

MUSCULAR, CARDIAC, VENTILATORY AND METABOLIC DYSFUNC-

interventions can reduce VAT in overweight and obese children and

TION IN PATIENTS WITH MULTIPLE SCLEROSIS: IMPLICATIONS

adolescents. The strongest effect was found in exercise-only groups.

FOR SCREENING, CLINICAL CARE AND ENDURANCE AND RESIS-

However, high-quality randomized controlled trials describing the ef-

TANCE EXERCISE THERAPY, A SCOPING REVIEW.

fect of supervised dietary interventions on VAT in children are lacking.

Wens I1, Eijnde BO2, Hansen D3

CONCLUSIONS:

(1) REVAL - Rehabilitation Research Center, BIOMED- Biomedical Research Center, Faculty of Medicine and Life Sciences, Hasselt University, Diepenbeek, Belgium. Electronic Gepubliceerd in Am J Phys Med Rehabil. 2016 Jun 29. [Epub ahead of print]

address: Inez.wens@uhasselt.be. (2) REVAL - Rehabilitation Research Center, BIOMED-

HIGH INTENSITY AEROBIC AND RESISTANCE EXERCISE CAN IM-

Biomedical Research Center, Faculty of Medicine and Life Sciences, Hasselt University,

PROVE GLUCOSE TOLERANCE IN PERSONS WITH MULTIPLE SCLE-

Diepenbeek, Belgium. (3) REVAL - Rehabilitation Research Center, BIOMED- Biomedical

ROSIS: A RANDOMIZED CONTROLLED TRIAL.

Research Center, Faculty of Medicine and Life Sciences, Hasselt University, Diepenbeek,

Wens I, Dalgas U, Vandenabeele F, Verboven K, Hansen D, Deckx N,

Belgium; Jessa Hospital, Heart Centre Hasselt, Hasselt, Belgium.

Cools N, Eijnde BO.

ABSTRACT:

ABSTRACT:

is now considered a cornerstone. However, most clinicians tend to focus

In the treatment of multiple sclerosis (MS), exercise training

The prevalence of impaired glucose tolerance (IGT) is

on neurologic deficits only, and thus prefer to prescribe rehabilitation

higher in persons with multiple sclerosis (MS) compared to healthy

programs specifically to counteract these deficits. However, the pre-

controls, indicating metabolic deficits that may increase comorbidity.

sent comprehensive review shows that patients with MS (pwMS) also

In other populations, IGT can, at least partly, be reversed by intense

experience significant muscular, cardiac, ventilatory and metabolic dys-

physical exercise, but this is never investigated before in MS.

function, which significantly contribute, next to neurologic deficits, to

AIM: To

investigate the effect of high intensity aerobic and resistance

exercise intolerance. In addition, these anomalies also might increase

training on glucose tolerance and skeletal muscle GLUT4 content in

the risk for frequent hospitalization and morbidity and can reduce life

MS.

expectancy. Unfortunately, the impact of exercise intervention on

INTRODUCTION:

Thirty-four persons with MS (aged 45 ± 3 years, EDSS 2.5

these anomalies in pwMS are mostly unknown. Therefore, it is suggest-

± 1.07) were randomized into three groups, including a (1) sedentary

ed that pwMS should be screened systematically for muscular, cardiac,

control group (SED, n = 11), (2) 12-week high intensity interval plus

ventilatory and metabolic function during exercise testing. The detec-

resistance training group (HITR, n = 12), or (3) 12-week high intensity

tion of such anomalies should lead to adaptations and optimisation of

continuous aerobic training plus resistance training group (HCTR, n =

exercise training prescription and clinical care/medical treatment of

11). Before and after 12 weeks, glucose tolerance and skeletal muscle

pwMS. In addition, future studies should focus on the impact of exer-

GLUT4 content were determined by an oral glucose tolerance test and

cise intervention on muscular, cardiac, ventilatory and metabolic (dys)

analysis of a m.vastus lateralis biopsy, respectively.

function in pwMS, to contribute to improved treatment and care.

METHODS:

RESULTS:

There were no significant changes for subjects of SED. From

pre- to post-intervention, total area under the glucose curve (tAUC) decreased significantly in both HITR (-6.9 ± 6.2%) and HCTR (-11.0 ±

Gepubliceerd in Point of Care 2016.15/ 59-60

7.7%) (P < 0.05). Insulin tAUC decreased (-12.3 ± 14.7%) within HCTR

WHITE BLOOD CELL COUNT IN PRIMARY CARE

and muscle GLUT4 content increased (+6.6 ± 4.5%) in HITR.

COMPARISON OF MANUAL MICROSCOPIC COUNT TO A POINT-OF-

CONCLUSION: Twelve weeks of high intensity aerobic exercise in combi-

CARE INSTRUMENT AND A CENTRAL LABORATORY ANALYZER

nation with resistance training improved glucose tolerance in persons

Sophie Van Aelst1, MSPharm2, Marie-Paul Verjans3, Marc Raes3, MD and

with MS.

Alex Mewis1, MD


46 VERBUM

(1) Department of Laboratory Medicine, Jessa Hospital. (2) Pediatric Private practice. (3) Department of Paediatrics, Jessa Hospital, Hasselt, Belgium

ABSTRACT PURPOSE:

To investigate the diagnostic confidence of Coronary Com-

In primary care, our local pediatricians still perform white

puted Tomography Angiography (CCTA) and the effect of patient-

blood cell (WBC) count obtained by manual microscopy. The goal of

related factors on CCTA image quality using a second-generation

this study was to compare microscopic WBC count and HemoCue WBC

320-slice scanner.

System point-of-care device in reliability and clinical use. We found

METHODS AND RESULTS:

a slope of 0.93 (95% confidence interval [CI], 0.79 to 1.14) and an

60±12years; 109 men) prospectively underwent CCTA. The mean

intercept of 0.12 (95% CI, −2.21 to 1.61) for the comparison of ADVIA

body mass index (BMI) was 27.1±4.9kg/m2; the median heart rate

2120i and HemoCue WBC system (n = 14), a slope of 1.09 (95% CI,

(HR) was 60.0 (interquartile range (IQR), 53.9-66.1) beats per min-

0.94 to 1.26) and an intercept of −1.08 (95% CI, −2.46 to 0.07) for

ute (bpm). The median segment’s diameter was 2.8 (IQR, 2.2-3.4) mm.

the comparison of ADVIA 2120i and microscopic WBC count (n = 52),

For each coronary segment ≥1.5mm in diameter, two readers scored:

and a slope of 1.00

diameter narrowing as < or ≥50%, overall diagnostic confidence and

(95% CI, 0.89 to 1.14) and an intercept of −0.50 (95% CI, −1.51 to

motion-related image quality, with interobserver agreement kappa-

0.34) for the comparison of microscopic WBC count and HemoCue sys-

values of 0.89, 0.91 and 0.61 respectively. Seventy-nine of the 2505

tem (n = 40). We can conclude that microscopic WBC count is still a reli-

evaluated segments (3.2%) had non-diagnostic image quality be-

able alternative for obtaining the WBC count in primary care practices.

cause of coronary calcifications (66/79; 83.5%), stent- (6/79; 7.5%),

ABSTRACT:

KEY WORDS:

WBC count, primary care, POC, microscopy

200 consecutive patients (mean age

pacemaker- (2/79; 2.5%) or motion-related artifacts (5/79; 6.5%). The effect of patient-related factors on motion-related image quality was investigated by multinomial logistic regression in 181 patients

Gepubliceerd in Int J Cardiol. 2016 Jul 9;221:970-976. doi: 10.1016/j.ijcard.2016.07.141.

with calcium score (IQR, 0-446.5). Increasing coronary diameter was

[Epub ahead of print]

the most improving image quality factor (odds ratio (OR), 1.8637;

CORONARY COMPUTED TOMOGRAPHY ANGIOGRAPHY: PATIENT-

p<0.001), marginally followed by lower HR (OR, 0.9547; p<0.001) and

RELATED FACTORS DETERMINING IMAGE QUALITY USING A SE-

calcium score (OR, 0.9997; p=0.04). Gender (p=0.70), age (p=0.24)

COND-GENERATION 320-SLICE CT SCANNER.

and BMI (p=0.45) did not affect image quality.

Ghekiere O1, Nchimi A2, Djekic J3, El Hachemi M2, Mancini I3, Hansen D4,

CONCLUSION:

Vanhoenacker P5, de Roos A6, Dendale P7.

agnostic confidence is predominantly affected by coronary calcifica-

(1) Department of Radiology, Centre Hospitalier Chrétien (CHC), Rue de Hesbaye, 75,

tions, whereas motion-related image quality is non-diagnostic only in

B-4000 Liège, Belgium; Department of Radiology, Jessa Hospital, Stadsomvaart 11,

exceptional cases and mainly influenced by the coronary diameter. For

B-3500 Hasselt, Belgium; Faculty of Medicine and Life Sciences, Biomed and Reval, Has-

future developments, our study findings therefore suggest greater re-

selt University, Agoralaan, Building A and C, B-3500 Hasselt, Belgium. Electronic address:

quirements concerning spatial resolution and calcium-related artifact

olivierghekiere@gmail.com. (1) Liège University (ULg), GIGA Cardiovascular Sciences, Do-

removal than concerning temporal resolution, especially to improve di-

maine Universitaire du Sart Tilman, Rue de l’hôpital, 1, B-4000 Liège, Belgium. (3) Depart-

agnostic confidence in patient groups with smaller coronary diameters.

Using a second-generation 320-slice scanner, CCTA di-

ment of Radiology, Centre Hospitalier Chrétien (CHC), Rue de Hesbaye, 75, B-4000 Liège, Belgium. (4) Faculty of Medicine and Life Sciences, Biomed and Reval, Hasselt University, Agoralaan, Building A and C, B-3500 Hasselt, Belgium. (5) Department of Radiology, OLV

Gepubliceerd in Sports Med. 2016 Jul 26. [Epub ahead of print]

Hospital Aalst, Moorselbaan 164, B-9300 Aalst, Belgium. (6) Department of Radiology,

IMPACT OF ENDURANCE EXERCISE TRAINING IN THE FASTED STA-

Leiden University Medical Center, Albinusdreef, 2, NL-2333 ZA Leiden, The Netherlands.

TE ON MUSCLE BIOCHEMISTRY AND METABOLISM IN HEALTHY

(7) Faculty of Medicine and Life Sciences, Biomed and Reval, Hasselt University, Agora-

SUBJECTS: CAN THESE EFFECTS BE OF PARTICULAR CLINICAL BE-

laan, Building A and C, B-3500 Hasselt, Belgium; Heart Center Hasselt, Jessa Hospital,

NEFIT TO TYPE 2 DIABETES MELLITUS AND INSULIN-RESISTANT

Stadsomvaart, 11, B-3500 Hasselt, Belgium.

PATIENTS?


47 VERBUM

Hansen D1,2, De Strijcker D3, Calders P3.

3500 Hasselt, Belgium. (2) Limburg Oncology Center, Stadsomvaart 11, 3500 Hasselt,

(1) Faculty of Medicine and Life Sciences, Rehabilitation Research Center, Hasselt Uni-

Belgium. (2) Faculty of Medicine and Life Sciences, Hasselt University, Agoralaan 1,

versity, REVAL, Agoralaan, Building A, 3590, Diepenbeek, Belgium. Dominique.hansen@

B3590 Diepenbeek, Belgium

uhasselt.be. (2) Heart Centre Hasselt, Jessa Hospital, Hasselt, Belgium. Dominique.han-

ABSTRACT

The aim of this study was to assess the effectiveness and

sen@uhasselt.be. (3) Department of Rehabilitation Sciences and Physiotherapy, Ghent

PURPOSE:

University, Ghent, Belgium

acceptability of photobiomodulation using MLS® laser therapy (LT) in

ABSTRACT: Exercise training intervention is a cornerstone in the care of

the management of acute radiation dermatitis (RD).

type 2 diabetes mellitus (T2DM) and insulin resistance (IR), and it is

METHODS:

pursued in order to optimize exercise interventions for these patients.

tients undergoing identical radiotherapy regimens post-lumpectomy.

In this regard, the nutritional state of patients during exercise (being

Both groups received our standard skin care but the second group re-

in the fed or fasted state) can be of particular interest. The aim of

ceived six additional LT-sessions (beam area 19.635 cm², 0.168 W/

the present review is to describe the impact of endurance exercise

cm², 4 J/ cm2), starting at fraction 20 of radiotherapy (control and LT

(training) in the fasted versus fed state on parameters of muscle bio-

group, N = 41 and 38, respectively). The clinical outcomes were the

chemistry and metabolism linked to glycemic control or insulin sen-

severity of RD (using the Radiation Therapy Oncology Group [RTOG]

sitivity in healthy subjects. From these data it can then be deduced

criteria and the Radiotherapy-Induced Skin Reaction Assessment

whether exercise training in the fasted state may be relevant to pa-

Scale [RISRAS]) and dermatology-specific quality of life (Skindex-16)

tients with T2DM or IR. In healthy subjects, acute endurance exercise

before the start of LT and at the end of radiotherapy. Secondary out-

in the fasted state is accompanied by lower blood insulin and elevated

comes were patients’ ratings of skin care or LT (pleasantness, sooth-

blood free fatty acid concentrations, stable blood glucose concentra-

ing effect, and global satisfaction).

tions (in the first 60-90 min), superior intramyocellular triacylglycerol

RESULTS:Skin

oxidation and whole-body lipolysis, and muscle glycogen preserva-

start of LT but significantly differed at the end of radiotherapy, with

tion. Long-term exercise training in the fasted state in healthy sub-

an aggravation in the control but not in the LT group (e.g., 29% versus

jects is associated with greater improvements in insulin sensitivity,

3% of RTOG grade 2 RD, respectively, P < 0.005). We found no signifi-

basal muscle fat uptake capacity, and oxidation. Therefore, promising

cant group differences with respect to quality of life. However, the

results of exercise (training) in the fasted state have been found in

RISRAS subjective score decreased in the LT group only, implying a

healthy subjects on parameters of muscle biochemistry and metabo-

decreased impact of RD on patients’ quality of life. Finally, patients’

lism linked to insulin sensitivity and glycemic control. Whether exer-

ratings were significantly higher for LT than for standard care.

We compared two successive groups of breast cancer pa-

toxicity was equivalent between the groups before the

cise training intervention in which exercise sessions are organized in

CONCLUSIONS:These

the fasted state may be more effective in improving insulin sensitivity

manage acute RD and warrant further research.

findings suggest that LT might be effective to

or glycemic control in T2DM patients and insulin-resistant individuals

CLINICAL TRIAL NUMBER: NCT01932073.

warrants investigation.

KEYWORDS:

Breast neoplasms, Low level laser therapy, Photobio-

modulation, Radiation dermatitis, Radiation oncology, Radiotherapyinduced skin reactions Gepubliceerd in Supportive Care in Cancer 2016; 24: 3925-3933

PHOTOBIOMODULATION FOR THE MANAGEMENT OF RADIATION DERMATITIS: THE DERMIS TRIAL, A PILOT STUDY OF MLS® LASER THERAPY IN BREAST CANCER PATIENTS.

Sandrine Censabella, PhD1; Stefan Claes, RN1,2; Jolien Robijns3; Paul Bulens, MD1,2; and Jeroen Mebis, MD, PhD1,2,3 (1) Division of Medical Oncology, Jessa Hospital, Campus Virga Jesse, Stadsomvaart 11,


SYMPOSIA

2016 2017

SYMPOSIUM PIJN BIJ KINDEREN DATUM: zaterdag 19 november 2016 LOCATIE: Jessa Ziekenhuis, aula campus Salvator, Hasselt

SYMPOSIUM LOC DATUM: zaterdag 26 november 2016 LOCATIE: Jessa Ziekenhuis, aula campus Salvator, Hasselt SYMPOSIUM 20 JAAR PALLIATIEVE EENHEID - 25 JAAR PALLIATIEF SUPPORT TEAM DATUM: zaterdag 4 februari 2017 LOCATIE: Jessa Ziekenhuis, aula campus Salvator, Hasselt SYMPOSIUM ENDOMETRIOSECENTRUM DATUM: zaterdag 11 februari 2017 LOCATIE: Jessa Ziekenhuis, aula campus Salvator, Hasselt SYMPOSIUM LIVE SURGERY UROLOGIE DATUM: zaterdag 25 november 2017 LOCATIE: Jessa Ziekenhuis, aula campus Salvator, Hasselt

Dit is een voorlopige lijst van symposia. Voor een up-to-date overzicht kan u terecht op www.jessazh.be/symposia.


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
Jessalinea Nr 23 by Jessa Ziekenhuis - Issuu