Jessa Ziekenhuis behaalt 3de NIAZ-accreditatie Evenwichtsstoornissen Samenwerking Herkenrode Huisartsenkring en Jessa Ziekenhuis
MEDISCH INFORMATIEBLAD JESSA ZIEKENHUIS NR. 22 JUNI 2016
JessaLinea
2 INHOUD
COLOFON JessaLinea nr. 22 - juni 2016
Verantwoordelijke uitgever: vzw Jessa Ziekenhuis, Salvatorstraat 20, 3500 Hasselt Hoofd- en eindredactie: dienst communicatie Jessa Ziekenhuis, Salvatorstraat 20, 3500 Hasselt tel. 011 30 82 21, jessalinea@jessazh.be
CARDIO-THORACALE CHIRURGIE CENTRE OF EXCELLENCE
46
Onze dienst cardio-thoracale chirurgie is internationaal toonaangevend. Cardiochirurgen van over heel de wereld volgen in Hasselt opleidingen over minimaal invasieve chirurgie en dat is ook de sector niet ontgaan. Jessa’s dienst cardiochirurgie werd dit voorjaar uitgeroepen tot Center of Excellence (CoE) en bevestigt zo het leiderschap binnen dit vakdomein.
Vormgeving: marjanwuyts Grafische Vormgeving Drukwerk: Drukkerij Haletra www.jessazh.be info@jessazh.be www.facebook.com/jessaziekenhuis www.twitter.com/jessaziekenhuis
Evenwichtsstoornissen
4
Fixatie-arm beleid
18
Samenwerking cardiale chirurgie en electrofysiologie
20
Psychiatrie: 5 jaar reling
24
Jessa behaalt 3de NIAZaccreditatie
28
Prof. dr. Paul Dendale president van EACPR
34
3 INHOUD
HET GEBRUIK VAN ROBOTICA BIJ REVALIDATIE
12 10
St.-Ursula, het topklinisch revalidatiecentrum van het Jessa Ziekenhuis, onderscheidt zich van andere centra in de brede regio door een doorgedreven integratie van robotica binnen revalidatie.
De PAAZ-afdeling van Jessa heeft geregeld een wachtlijst. Om nog sneller patiĂŤnten te kunnen helpen, krijgt de afdeling er nu 20 bedden bij en komt de totale capaciteit voortaan op 50 bedden.
20 EXTRA BEDDEN OP PAAZ
Herkenrode Huisartsenkring en Jessa werken samen
36
TeddyBear Hospital
40
Prostaatkanker op maat behandeld
41
Opinie: Fietshelm verplicht voor iedereen
44
Kwalitatief leven met pijn
49
4 NKO
DIENST NKO PRESENTEERT 2 PAPERS TIJDENS WERELDCONGRES ROND
EVENWICHTSSTOORNISSEN
H
et Jessa Ziekenhuis begeeft zich tussen de wereldspelers op het vlak
van evenwichtsstoornissen: onze dienst Neus-Keel-Oor helpt mee aan het verrui-
men van de kennis rond het vestibulaire systeem en gehoorverlies. Twee van hun recente papers – ‘vertigo bij de kinderen’ en ‘ernstig gehoorverlies door COCH-gen mutatie’ – worden nog dit jaar voorgesteld op de 29ste editie van de prestigieuze Bárány Society.
EEN ONDERZOEKSMETHODE VOOR VERTIGO BIJ KINDEREN - HIER OP DE FOTO GEBRUIKT DOOR DR. JANSSENS DE VAREBEKE WERD DOOR DR. JOSINE WIDDERSHOVEN GEÏNTRODUCEERD BINNEN DE DIENST ORL VAN HET JESSA ZIEKENHUIS.
6 NKO
Dr. Sebastien Janssens de Varebeke (ORL arts): “De Bárány Society DR. JOSINE WIDDERSHOVEN
organiseert tweejaarlijks een wereldcongres over vertigo. Iedereen die onderzoek verricht binnen het domein van evenwichtsproblematiek is er aanwezig om neus-, keel- en oorkennis te delen, nieuwe diagnostische criteria te leren kennen, en cursussen te volgen. Dit jaar gaat het congres door in Seoul, Zuid-Korea.”
Dokter Ihtijarevic, u presenteert dit jaar tijdens het congres in Seoul 2 papers. Nerveus? Dr. Berina Ihtijarevic (assistent ORL arts): “Dat valt best mee. (lacht) Ik ga overigens niet alleen. Ik word vergezeld door professor Wuyts die ook op de bijeenkomst zal spreken. Professor Wuyts is hoofd van het evenwichtscentrum van de universiteit van Antwerpen, waar we nauw mee samenwerken. Hij onderzoekt in het bijzonder welke invloed gewichtloosheid heeft op het evenwicht van astronauten en kosmonauten wanneer ze terugkomen uit de ruimte. Bijzonder boeiend.”
DR. BERINA IHTIJAREVIC
COCH-GEN MUTATIE IMAGING Een eerste paper gaat over COCH-gen mutatie imaging. Wat mogen we daaronder begrijpen? Dr. Sebastien Janssens de Varebeke: “Er zijn verschillende genen die een rol spelen bij dominante vormen van niet-syndromaal gehoorverlies. Het COCH-gen op de DFNA-9 locus van het chromosoom 14 is er daar één van. Slechthorendheid ten gevolge van een fout in het COCH-gen wordt gekenmerkt door een symmetrisch, dubbelzijdig gehoorverlies, samengaand met aftakeling van het evenwicht. Omdat we bij Jessa NKO al zo’n 10 jaar een cochleair implantcentrum hebben, komen we vaak in aanraking met patiënten met COCH-gen mutatie. Het is een groep die sterk in aanmerking komt voor een gehoorimplantaat. We werken voor zo’n implantatie intensief samen met radiologen Bruno Termote en Steven Schepers, beiden gespecialiseerd in NKO radiologie, en het is dankzij hun beelden dat we iets bijzonders ontdekten: we merkten dat een
DR. SEBASTIEN JANSSENS DE VAREBEKE
7 NKO
WANNEER EEN PATIËNT KLAAGT OVER GEHOORVERLIES, DENK ER DAN AAN OOK EVEN NAAR EVENWICHTSSTOORNISSEN TE PEILEN.
letsel ter hoogte van een onderdeel van het evenwichtsorgaan
onderzoeken. Of wanneer bij één iemand in een familie de
steeds gekoppeld is aan een bepaald stadium van de aandoening
COCH-gen mutatie wordt ontdekt, is het ook aangewezen om de
en we hebben hiermee een nieuw phenotypisch kenmerk ontdekt
andere familieleden te laten testen.”
bij deze COCH-mutatie. Die vaststelling hebben we in de paper ‘Focal sclerosis of semicircular canals with severe DFNA9 hearing impairment caused by a P51S COCH-mutation: is there a link?
Dr. Colpaert, ook verbonden aan Jessa’s NKO-afdeling,
onderbouwd. Voordien was dit nog nooit beschreven.”
won met de paper ‘COCH-gen mutatie imaging’ eerder al een belangrijke prijs? Dr. Sebastien Janssens de Varebeke: “Dat klopt. Vorig jaar werd
Hoe herkent men het ziektebeeld van een COCH-gen
Charlotte Colpaert dankzij deze research gelauwerd door de
mutatie?
Koninklijke Belgische Vereniging voor Oto-Rhino-Laryngologie.
Dr. Sebastien Janssens de Varebeke: “In tegenstelling tot andere
Ook waardevol was het verschijnen van een artikel rond dit
gen-mutaties is het ziektebeeld van iemand met COCH-gen
onderwerp in het prestigieuze Amerikaanse tijdschrift ‘Otology
mutatie vrij constant en goed voorspelbaar. De eerste tekenen
and Neurotology’, het officieel orgaan van de ‘American Otologi-
manifesteren zich vaak al rond de leeftijd van 40 jaar, waarbij de
cal Society’, de ‘American Neurotology Society’, en de ‘European
patiënt inmiddels al eerder aftakelende activiteit in beide even-
Academy of Otology and Neurotology’. Eerder was onze dienst
wichtsorganen vertoont. Het is ook een erfelijk overdraagbare
al medeauteur van een ander artikel in ditzelfde tijdschrift. Het
genmutatie - met een kans van 1 op 2 - waarvan de specifieke
betrof een onderzoek rond tinnitus, ontwikkeld en gecoördineerd
proline naar serine mutatie (P51S) voornamelijk in de lage lan-
door prof. Van de Heyning, dat in het Jessa Ziekenhuis wordt
den, België en Nederland, voorkomt.
geleid door dr. Cox. Aan dit onderzoek nemen tevens enkele
Jammer genoeg wordt deze aandoening momenteel nog niet snel
buitenlandse topcentra deel. Eerstdaags zullen wij trouwens
herkend. Daarenboven vertoont een deel van deze patiënten
nieuwe bevindingen uit dat onderzoek kenbaar maken in het
een klinisch beeld dat dikwijls doet denken aan de ziekte van
tijdschrift ‘Otology and Neurotology’.”
Ménière, en die dan als dusdanig jarenlang worden behandeld. Patiënten belanden vaak ‘met Ménière’ bij ons op de afdeling, waarna dan uit verder onderzoek blijkt dat het helemaal niet om Ménière gaat.”
VERTIGO BIJ KINDEREN
Dr. Josine Widdershoven (fellow ORL arts): “Tijdens het stellen van een diagnose is het daarom belangrijk om bij patiënten die
Dr. Widdershoven, u specialiseert zich al 2,5 jaar in
klagen over gehoorproblemen ook altijd naar mogelijke even-
evenwichtsstoornissen bij kinderen en leverde daarrond
wichtsproblemen te vragen. We weten uit ervaring dat ze deze
een paper in?
evenwichtsstoornissen zelf zelden ter sprake brengen. Meestal
Dr. Josine Widdershoven: “Ik doe inderdaad in divers teamver-
komen ze op consult omwille van gehoorverlies en leggen ze de
band al 2,5 jaar onderzoek naar vertigo bij kinderen, zowel in
link niet met eventuele duizeligheid. En er zijn nog aspecten die
het Jessa Ziekenhuis als op de universiteiten van Antwerpen en
je kan testen. Blikstabilisatie bijvoorbeeld. Mensen die last heb-
Maastricht. We testen op de drie locaties slechthorende kinderen
ben van de COCH-gen mutatie, hebben die stabilisatie niet meer.”
op hun evenwicht. Een domein waar nog maar weinig over is
Dr. Sebastien Janssens de Varebeke: “Wanneer gehoorverlies
gekend. Tot 2,5 jaar geleden werden evenwichtsstoornissen bij
en/of evenwichtsstoornissen al dan niet gecombineerd worden
kinderen uitsluitend in Parijs onderzocht. Dat wij ons daar nu ook
vastgesteld, is het belangrijk om je door een specialist te laten
in Hasselt, Antwerpen en Maastricht over buigen, is echt uniek.”
8 NKO
Kan u kort toelichten wat uw paper vertelt?
maken. Vestibulaire migraine is naast BPPV (Benigne Paroxis-
Dr. Josine Widdershoven: “Het is een neerslag van de onderzoeken
male Positie Vertigo, nvdr) de meest voorkomende oorzaak van
die we uitvoerden. We testten bij slechthorende kinderen hoe
duizeligheid.”
hun evenwicht is, en dan heb ik het over baby’s van drie maanden oud tot jongvolwassenen met de leeftijd van 18 jaar. Kinderen die
Dr. Sebastien Janssens de Varebeke: “Dat er binnen ons vakdomein
doof worden geboren, hebben een grote kans op evenwichtspro-
nog zoveel nieuws te ontdekken valt, maakt het net zo boeiend.
blemen want beide aspecten worden samen ontwikkeld tijdens de
Onze dienst bewijst dat je dankzij kwalitatief onderzoek van je
zwangerschap. Gelukkig ontdekken we afwijkingen snel dankzij
patiënten, een goed observatievermogen en de nodige inzet, zelfs
de screening van Kind & Gezin of pediaters en worden gehoor-
vandaag nog met middelen die veel beperkter zijn dan die van de
problemen vroeg ontdekt. Soms vertellen kinderen ook zelf dat
grote centra, in staat bent om bijdragen te leveren aan de medi-
ze duizelig zijn, of vaak vallen. Of merken de ouders op dat er iets
sche wetenschap, op een niveau dat je toelaat je ook eens tussen
scheelt.”
de grote wereldspelers te begeven.”
Hoe komt het dat er nog maar zo weinig onderzoek naar evenwichtsstoornissen bij kinderen is gevoerd? Dr. Josine Widdershoven: “Omdat het onderzoek heel moeilijk is. Elke diagnosebepaling moet worden aangepast aan de leeftijd van het kind. Dat vraagt veel ervaring, en die ervaring moet je opbouwen. Dit vraagt veel tijd om kennis op te doen en tijd om te observeren. Soms groeien kinderen nog uit evenwichtsstoornissen. Soms moet hun motorische ontwikkeling bijgestuurd worden door kinesitherapie.”
KWALITATIEF ONDERZOEK VAN PATIËNTEN, EEN GOED OBSERVATIEVERMOGEN EN DE NODIGE INZET STELLEN ONS IN STAAT EEN BIJDRAGE TE LEVEREN AAN DE MEDISCHE WETENSCHAP.
VESTIBULAIRE PAROXYSME Dr. Ihtijarevic, u heeft ook een stokpaardje: vestibulaire paroxysmieën? Dr. Berina Ihtijarevic: “Ik ontving dit jaar inderdaad de eerste prijs van de Koninklijke Belgische Verening voor Oto-Rhino-Laryngologie voor mijn studie rond vestibulaire paroxysmie. Dat is een pathologie waarbij een conflict tussen een bloedvat en een zenuw gelegen ter hoogte van de schedelbasis zorgt voor kortdurende aanvallen van duizeligheid, meerdere malen per dag. Ik vergeleek de vestibulaire paroxysmie met vestibulaire migraine
MEER INFORMATIE DR. SEBASTIEN JANSSENS DE VAREBEKE, ORL arts DR. BERINA IHTIJAREVIC, assistent ORL arts DR. CHARLOTTE COLPAERT
en ontdekte dat er toch enkele verschillen zijn die ons toelaten
DR. JOSINE WIDDERSHOVEN, fellow ORL arts
om een beter onderscheid tussen beide ziektebeelden te kunnen
tel. 011 30 90 81
9 COLUMN
DAG
O
Collega’s
nlangs, op zondagavond, passeerde op de VRT een aankondiging van een documentaire over ECT bij depressie. Mijn jongste zoon is weetgie-
rig. De vraag “Papa, wat is dat elektroshock?” wekte geen verbazing. Ik gaf een eerlijk antwoord over hoe dat technisch werkt. Ik pauzeerde even. Hij knutselt graag, dus ik wilde hem niet op ideeën brengen. Ik verifieerde nog even of hij zich gelukkig voelde. Mijn evidence-based homunculus werd toen wakker en ik kon niet laten om eraan toe te voegen dat ECT vaak even goed of misschien beter werkt dan pillen. Ik kon me met moeite bedwingen om niet te beginnen over NNT’s en NNH’s van SSRI’s en ECT. Kwestie van Cochrane de zondagavond niet te laten vergallen. Binnenkort brengt Domus een nieuwe evidence-based richtlijn uit over diagnose en behandeling van depressie. Absoluut lezenswaardig en goed afgestemd op de evoluties in het lokale zorgaanbod in Vlaanderen. Het enigma van de geestelijke gezondheidszorg blijft groot. Fysiopathologisch is er nog een lange weg te gaan. De aanhangers van de biologische psychiatrie blijven consequent in hun comfortzone. De anderen volgen de WHO-definitie van gezondheid, met als gevolg dat dr. Knock voor ons allen voortdurend over de schouder mee loert. De maatschappelijke impact van psychische klachten is enorm. Ze blijven overhands toenemen in de huisartsgeneeskunde. De eerstelijnspsycholoog lijkt een logische stap zodra de strijd gestreden is wie die gaat mogen betalen. Ook in de algemene ziekenhuizen is het patiëntenprofiel gewijzigd. Getuige de bijzondere nood die we ervaren aan opvang voor ‘acute psychiatrie’.
PROF. DR. DIRK RAMAEKERS:
In dit nummer van JessaLinea komen ook diverse niet-artsen aan bod die deel uitmaken van multidisciplinaire therapeutische teams of -netwerken. Ons zorgaanbod past zich aan aan de maatschappelijke realiteit. Meer dan ooit is daarbij een uitstekende samenwerking tussen eerstelijn en ziekenhuis essentieel als we samen met de patiënt de juiste beslissing willen nemen. Misschien dat we de patiënt daardoor wat meer kunnen behoeden tegen kwaks en allerhande onge-
PSYCHISCHE KLACHTEN BLIJVEN
schoolde stress-, gezondheids- of levenscoaches.
OVERHANDS TOENEMEN IN DE HUISARTSENGENEESKUNDE.
En natuurlijk weer zoveel meer nieuws over evoluties en innovaties in deze JessaLinea. Veel leesgenot!
10 PSYCHIATRIE
20 EXTRA BEDDEN OP DE PAAZ-AFDELING
LANGE OPNAMES ZIJN VOORBIJGESTREEFD
WIJ BEHANDELEN GESPECIALISEERD Wat is het verschil met de aanpak in een psychiatrisch ziekenhuis? Dr. Sven Estercam (psychiater): “Een algemeen ziekenhuis is de meest geschikte plek voor crisisopame. We hebben alle specialismen in huis voor de biopsychosociale oppuntstelling op korte termijn. We werken vanuit een holistische visie en met een eclectisch behandelaanbod. Elke patiënt krijgt individueel aangepaste behandelopties aangeboden. Hierdoor kunnen we de opnameduur vaak beperkt
HOOFDVERPLEEGKUNDIGE FREDERIC ULBURGHS EN DR. SVEN ESTERCAM
houden en kwaliteitsvolle transmurale zorg bieden. Langdurige zorg en meer gespecialiseerde zorg per pathologie
D
sluiten beter aan bij de werking van een psychiatrisch ziekenhuis.”
e PAAZ-afdeling (associatie Jessa en Sint-Franciskusziekenhuis) van Jessa heeft geregeld een wachtlijst. Om nog sneller
patiënten te kunnen helpen, krijgt de afdeling er nu 20 bedden bij en komt de totale capaciteit van Jessa binnen de associatie voortaan op 50 bedden.
Hoe lang verblijft een patiënt gemiddeld op de PAAZ bij Jessa? Dr. Sven Estercam: “Een opname bij ons gaat van een paar dagen tot maximum 6 weken. De gemiddelde verblijfsduur op
De instroom naar de PAAZ-afdeling is
patiënt dus om zelf mee verantwoordelijk-
de PAAZ is 14 dagen. Lange opnames
groot en toont de hoge nood aan
heid te nemen tijdens de behandeling via
zijn voorbijgestreefd. Het gaat er om zeer
crisisopvang aan. Hoe gaan jullie te
een actieve deelname en betrokkenheid.
gespecialiseerd op korte termijn te han-
werk bij opname?
Na een korte observatieperiode wordt
delen, met aansluitend een behandelplan
Frederic Ulburghs (hoofdverpleegkun-
nagegaan of de patiënt zelf een aantal
dat ook extern en ambulant kan worden
dige PAAZ): “Reeds bij de eerste dag van
doelstellingen kan formuleren waaraan
gevolgd.”
opname start het behandeltraject van de
hij/zij zal werken tijdens het verblijf op de
Frederic Ulburghs: “We informeren
patiënt met het oog op goede nazorg. We
afdeling. Een patiënt die goed geïnfor-
patiënten ook grondig over wat ze mogen
verduidelijken het probleem, exploreren de
meerd is over de behandelingsmogelijk-
verwachten. Zo organiseert de verple-
hulpvraag en organiseren de nodige hulp,
heden, kan kiezen om zelf te beslissen of
ging wekelijkse infosessies voor recent
samen met eventuele netwerkpartners. In
om de beslissing samen met het team te
opgenomen patiënten waarop uitgebreid
de huidige maatschappij is het voor een
nemen. Het behandelplan maken we dus
wordt verteld over wat het verblijf op de
persoon van belang dat deze zoveel moge-
samen met de patiënt, die op deze manier
afdeling inhoudt, wat de behandelopties
lijk gestimuleerd wordt om zelf zijn of haar
een waardevolle inbreng heeft in het
zijn, wat mogelijk is qua nazorg, wat het
zorgproces te handhaven. We stimuleren de
vervolg van zijn klinisch pad.”
nut is van een behandelplan, en zo meer.’
11 PSYCHIATRIE
OP KORTE TERMIJN Welke pathologieën behandelen jullie het
derhoek bij, waar kinderen van patiënten
20 extra bedden betekent ook meer
meest?
hun mama of papa in een aangename
werk. Komt er versterking aan boord?
Frederic Ulburghs: “Het meest voorkomend
omgeving kunnen bezoeken. In tegenstel-
Dr. Sven Estercam: “Om patiënten de beste
zijn angst- en stemmingsstoornissen, psy-
ling tot de andere afdeling, waar we wel
zorgen te bieden, is het niet langer haalbaar
choses en alcoholafhankelijkheidsproblemen.
een isolatieruimte hebben, kiezen we op
met twee psychiaters. Binnen afzienbare
Maar iedere persoon met een psychisch
C1 voor een PAK (Prikkel Arme Kamer,
tijd vervoegt een derde dokter ons team.
probleem die in een crisissituatie verkeert,
nvdr). Deze kan gelden als eigen kamer
Deze nieuwe collega zal samen met ons
kan bij ons terecht. Voor elk van deze crisis-
en heeft tot doel de invloed van externe
en het PAAZ-team garant staan om onze
sen hebben we een klinisch pad uitgewerkt,
prikkels te beperken en de patiënt tot rust
expertise in urgente en kwaliteitsvolle
evidence based.”
te laten komen. Een afzondering in een
psychiatrische hulp verder uit te bouwen.
isolatieruimte willen we op de PAAZ zoveel
Iedereen kijkt nu al uit naar het extra paar
mogelijk vermijden.”
handen.”
Welke pathologieën behandelen jullie niet? Dr. Sven Estercam: “We behandelen geen loutere agressieproblematiek en we doen
PAAZ-OPNAMES VIA SPOED: EEN SIGNIFICANTE STIJGING
geen gedwongen opnames. We zijn een open
1000
afdeling dus moet het haalbaar zijn om op
882 900
stellen vast dat mensen die te lang moeten
800
wachten binnen de gehandicaptensector ook bij ons aankloppen, maar hiervoor hebben we niet voldoende expertise. Net daarom werken we samen met de psychiatrische ziekenhuizen die een aanbod dubbeldiagnose hebben. Uiteraard is het de bedoeling dat mensen in zekere mate mobiel zijn omdat we met groepstherapie werken en ze daar dus bij
AANTAL OPNAMES
een open afdeling te kunnen verblijven. We
811 740
777
700 600 500 400 300
406
379
416
405 361
361
200
betrokken moeten kunnen worden. Bedlege-
2012
2013
rige patiënten worden via de liaisondienst
via spoed
opgevolgd op somatische afdelingen waar ze
rechtstreeks op afdeling
dan de beste zorgen krijgen.”
totaal
2014
Nu jullie uitbreiden, vernieuwen jullie ineens ook de hele C1 afdeling op campus Virga Jesse. Wat mogen we verwachten naast een nieuwe, frisse look? Frederic Ulburghs: “We krijgen er een kin-
467 415
MEER INFORMATIE DR. SVEN ESTERCAM, psychiater, tel. 011 30 92 10, sven.estercam@jessazh.be FREDERIC ULBURGHS, hoofdverpleegkundige PAAZ,
tel. 011 30 92 18, frederic.ulburghs@jessazh.be
2015
12 REVALIDATIE
Herhaling & hersenen: cruciaal bij revalidatie
“ Het gebruik van
ROBOTS zorgt voor
BETER EN SNELLER S
t.-Ursula, het topklinisch revalidatiecentrum van het Jessa
Ziekenhuis, onderscheidt zich van andere centra in de brede regio door een doorgedreven integratie van robotica binnen revalidatie. Ziehier de
St.-Ursula-robots en
‘serious games’ die het dagelijks functioneren helpen verbeteren, dankzij herhaling en re-programmatie van het limbisch systeem.
YOUGRABBER
HERSTEL” YOUGRABBER Luc Claes (zorgmanager): “De YouGrabber ondersteunt patiënten met sensorische, motorische of cognitieve tekortkomingen tijdens hun herstel. Hij helpt bij een interactieve therapie die gefocust is op coördinatie-oefeningen van vinger, hand en arm. De patiënt geniet dankzij de YouGrabber van een aangename ervaring die zijn gebruik van vingers en hand op een speelse manier stimuleert.”
Hoe werkt de YouGrabber in praktijk? Marc Michielsen (paramedisch hoofd): “De patiënt krijgt een soort handschoen met bewegingssensoren aan, samen met een polsbandje dat de beweging van arm en hand registreert. Elke beweging die hij doet, wordt geprojecteerd naar een hand die op het scherm staat. Het toestel geeft ook opdrachten. Denk bijvoorbeeld aan een wijsvinger die wijst en de patiënt
14 RUBRIEK
LOCOMAT
bootst deze beweging dan na. De leukste
LOCOMAT
stap kan zetten, kan hij terecht in de
oefening vindt men echter unaniem ‘de
Luc Claes: “De Locomat helpt mensen om
Locomat. Mensen die niet (goed) meer
wortel en het konijn’: je moet wortels uit
opnieuw te stappen, zonder speleffect.
kunnen stappen, houden doorgaans
de grond plukken, maar ook het konijn re-
Het gaat vooral om de sensorische erva-
ontzettend van deze robot. Ze vragen
gelmatig opzij duwen of je bent je wortels
ring, de stapervaring opnieuw voelen.”
kwijt. De patiënt leert zo dus grijpen én een reikbeweging maken om het konijn weg te houden.”
meestal zèlf wanneer ze opnieuw mogen komen. Ze voelen weer hoe stappen aanvoelt, wat een aangename verwelko-
Is leren stappen moeilijker dan op-
ming is wanneer je bijvoorbeeld de rest
nieuw je hand of arm te gebruiken?
van de dag in een rolstoel zit.”
Marc Michielsen: “Integendeel. De prikkel Deden jullie al studies omtrent het
om te stappen krijg je via de lager gele-
gebruik van de YouGrabber?
gen hersencentra. Dat gaat makkelijker
Bieden jullie continu begeleiding
Marc Michielsen: “We stapten 3 jaren ge-
dan een hand/arm beweging aanleren,
wanneer mensen met de Locomat
leden in de Virtues-studie, waarin wordt
iets wat gebeurt in de cortex. Pas wan-
‘aan de stap’ zijn?
gemeten of oefeningen met virtuele
neer je heel precies moet stappen, op
Marc Michielsen: “Ja. En daarin maken
realiteit betere resultaten opleveren dan
een smalle richel bijvoorbeeld, komt de
wij het verschil. In theorie kan je een pa-
‘gewone’ oefeningen. St.-Ursula levert
cortex er ook weer bij kijken.”
tiënt in de Locomat plaatsen, de benen
voor deze studie 45 van de 120 patiën-
fixeren, een stuk van het lichaamsge-
ten aan. We kennen de resultaten binnen een half jaar.”
wicht wegnemen en de patiënt alleen Welke patiënten zijn geschikt om
zijn gang laten gaan. Dat is de passieve
stapervaring in de Locomat te
aanpak. Wij begeleiden liever actief: we
ervaren?
stimuleren de patiënt om bijvoorbeeld
Luc Claes: “Vanaf dat een patiënt één
een grotere stap te maken. Of om het
14 REVALIDATIE
15 RUBRIEK
ARMEO POWER
been te bewegen alsof je iets wegduwt.
kocht, in 2011. In Amerika en Zwitser-
Welke resultaten zien jullie sinds de
Je kan de Locomat zo instellen dat alle
land is er wel al veel literatuur over de
aanschaf van de Armeo Power?
rompactiviteit wegvalt, maar dat mag
Locomat te vinden en die overtuigde ons
Luc Claes: “Eigen verworven cijferma-
volgens ons niet de bedoeling zijn. Bij
ervan dat deze robot perfect binnen een
teriaal is er nog niet. Maar we zien nu
St.-Ursula blijven we de hele tijd bij de
expertisecentrum als St.-Ursula past.”
al dat het gebruik van de Armeo Power
patiënt in de Locomat. Het is één van
in combinatie met de klassieke therapie
onze specialisaties. Drie van onze men-
een opmerkelijk sneller en beter herstel oplevert, vergeleken met uitsluitend
sen hebben overigens ook het certificaat behaald om collega’s voor de Locomat te
ARMEO POWER
gebruik van conventionele therapie. De
mogen opleiden.”
Marc Michielsen: “De Armeo Power is
meerwaarde schuilt in meer soorten
de eerste gerobotiseerde exoskeleton
oefeningen, meer intensiteit. De robot
die armtraining mogelijk maakt in de
past zich ook automatisch, computer-
Hoe lang duurt een sessie in de
verschillende fasen van herstel na een
gestuurd, aan de mogelijkheden van de
Locomat?
neurologisch letsel. Het is momenteel het
patiënt aan.”
Marc Michielsen: “We rekenen op één
meest geavanceerde toestel op de markt
Marc Michielsen: “De Armeo Power kan
uur per patiënt, waarvan de patiënt zo’n
voor de revalidatie van arm en hand.”
gebruikt worden bij revalidanten met
40 à 45 minuten stapt. We kunnen nog
Luc Claes: “Het toestel ondersteunt de
een verschillend niveau van functio-
geen concrete cijfers voorleggen – da’s
volledige bewegingsketen, van schou-
neren: bij de low level revalidanten,
voor binnenkort, we plannen een aantal
der tot vinger. In de acute fase kunnen
die geen enkele beweging zelfstandig
studies – maar naast de stapervaring gaat
patiënten oefenen nog voor ze spontane
kunnen uitvoeren, neemt de Armeo
ook de conditie van de patiënt er dankzij
beweging hebben. In een later stadium
Power volledig over. Hersenen krijgen
de Locomat op vooruit. We hebben het
kan de aanwezige beweging versterkt en
zo opnieuw het bewegingsgevoel.
toestel uiteraard ook niet zomaar aange-
verfijnd worden.”
Bij de midlevelgroep zetten we de robot
15 REVALIDATIE
16 RUBRIEK
BALANCE PLATE
in gemiddelde of lage ondersteuning.
ik het weer’. De oefeningen zijn uitdagend
BALANCE PLATE
Voelt de computer dat de patiënt zelf een
en dat maakt competiviteit los: mensen
Luc Claes: “Het balansbord van Wii was de
eerste aanzet tot beweging doet, dan
proberen het beter te doen dan de vorige
eerste balance board die we bij St.-Ursula
zal hij even wachten met de beweging
keer. Per sessie lezen we dan achteraf in
gebruikten. Later werd dit balansbord verder
te ondersteunen om zo de menselijke
een rapport hoeveel activiteit er precies is
uitgediept door medische firma’s en zo’n
inzet te stimuleren. Het verschil tussen
geweest in schouder, pols,… en zo meer en
hoogtechnologische balance plate hebben
‘gemiddeld’ en ‘laag’ is dat de robot bij
zo volgen we heel concreet de evolutie.”
we nu aan boord. Het doel van de balance
‘gemiddeld’ nog ietsje langer wacht. In de
plate is posterale controle: de mogelijkheid
high level groep, waarin reeds gevorderde
je recht te houden tegen de zwaartekracht
bewegingspatronen mogelijk zijn, onder-
Hoeveel patiënten genieten bij St.-
steunt de robot door een deel van het
Ursula van de stimulans van de Armeo
gewicht van de arm over te nemen. Hier-
Power?
door is de revalidant in staat efficiënte
Marc Michielsen: “Anno vandaag volgen
Het gaat om een sensorische balance
bewegingspatronen uit te voeren.”
zo’n 10 à 12 patiënten per dag een sessie.
plate?
Wanneer je weet dat we eerst de indivi-
Marc Michielsen: “Inderdaad. De toege-
duele parameters van de patiënt ingeven
voegde sensoren laten ons toe veel meer
Wat ziet u – los van snellere resultaten
en dat de therapie-oefeningen zelf zo’n
te meten. Waar vroeger alleen een soort
– nog als voordeel?
25 minuten duren, dan zorgt dat voor een
voetafdruk mogelijk was om dingen uit af
Luc Claes: “De mensen doen de oefenin-
drukke agenda. Ondertussen zijn ook al
te leiden, kunnen we nu een ganganalyse
gen graag. Ze kunnen bepaalde bewegin-
onze therapeuten – en dat zijn zo’n 20 er-
of bewegingsanalyse van een deelaspect
gen opnieuw uitvoeren. Dat motiveert.
gotherapeuten en kinesisten – opgeleid om
doen. Het levert cijfermatig materiaal op
Patiënten zeggen vaak tevreden ‘nu voèl
met de Armeo Power aan de slag te gaan.”
dat ons helpt bij het verder uitdokteren van
16 REVALIDATIE
en dat evenwicht te bewaren.”
LUC CLAES, ZORGMANAGER
MARC MICHIELSEN, PARAMEDISCH HOOFD
DE ONDERSTEUNENDE FUNCTIE VAN ROBOTS Luc Claes: “Het gebruik van robots voert de intensiteit van een handeling op en stimuleert het repetitieve aspect op een automatische manier. Herhaling is belangrijk tijdens revalidatietherapie. Zo worden de hersenen opnieuw geprogrammeerd, krijgen ze opnieuw de ‘gewoonte’ een zekere handeling uit te voeren. De oefeningen dienen zo aangeboden te worden dat de neuroplasticiteit van de hersenen wordt getriggerd. Motivatie, dat vanuit het limbihet persoonlijke begeleidingstraject van de
sche systeem vertrekt, is in deze een belangrijke factor. Dat willen we
patiënt.”
dus bereiken met onze aanpak, mede ondersteund door de robots: in de hersenen aanwezige circuits versterken, zodanig dat versterking van die circuits leidt tot betere beweging.”
Gebruiken jullie de originele Wii ook nog? Marc Michielsen: “De Wii Sports heeft zeker
DE SPEERPUNTEN VAN ST.-URSULA
nog een nuttige rol. Door mensen te laten
St.-Ursula is een volledig revalidatiecentrum met 90 bedden. Alle ver-
tennissen of pingpongen, breng je hen weer
blijfspatiënten zijn revalidanten. De voornaamste groep revalidanten
op een automatisch niveau. Het limbische
hebben een neurologische aandoening. Naast hen is er ook een beperk-
systeem schiet opnieuw in actie. Mensen
tere groep orthopedische patiënten waarbinnen het aandeel van am-
presteren ook beter wanneer ze een wed-
putatiepatiënten groeit. Ook ambulante neurologische revalidatie wordt
strijdje tennis tegen een medepatiënt spe-
aangeboden.
len dan wanneer we hen simpelweg zouden vragen ‘zwaai eens met je arm’.”
St.-Ursula streeft er naar om binnen het revalidatieveld top te zijn op het vlak van coma-bedden, arm/hand-revalidatie, cognitieve revalidatie, onderzoek en behandeling van slikproblematiek en de behandeling
MEER INFORMATIE LUC CLAES, tel. 011 33 51 82
luc.claes@jessazh.be MARC MICHIELSEN, tel. 013 55 06 57 marc.michielsen@jessazh.be
van Parkinson-patiënten. Binnen het groot aanbod therapieën staat de kwaliteit van de therapeuten voorop en wordt er gestreefd naar een dynamisch programma. Robotica en serious gaming worden ingeschakeld als meerwaarde voor de patiënt. Ze optimaliseren de kwaliteit van bewegen, de intensiteit van bewegen en de motivatie om te bewegen.
17 REVALIDATIE
18 PATIËNTVEILIGHEID
16% MINDER FIXATIES OP 1 JAAR TIJD
Jessa Ziekenhuis voert fixatie-arm beleid B
innen Jessa Ziekenhuis streven we naar kwaliteitsvolle, betrouwbare zorg. Patiënten fixeren, vastbinden of andere vrijheidsbeperkende maatregelen opleggen, gebeurt dus uitsluitend in zeer weloverwogen situaties en is eerder uitzondering dan regel. Om fixaties nog meer af te bouwen, werd er een ziekenhuisbreed beleid uitgetekend waarbij vallen en fixatie geïntegreerd worden behandeld. De dienst Kwaliteit & Patiëntveiligheid volgt elk kwartaal de puntprevalantie van de fixaties op. Dankzij het nieuwe beleid rond fixatie daalde het aantal fixaties op 1 jaar tijd al spectaculair van 28% naar 12%. Vermoed wordt dat de volgende resultaten een nog lager percentage laten optekenen.
Doel
%
Vrijheidsbeperking
0
18%
3069
558
1 maart 2015
0
28%
541
151
1 juni 2015
0
20%
497
99
1 september 2015
0
18%
630
116
1 december 2015
0
16%
663
103
1 maart 2016
0
12%
738
89
19 PATIËNTVEILIGHEID
Aantal observaties
Aantal volgens norm
20
zo w e
CARDIOLOGIE EN RADIOLOGIE
en wij aan rk
INNOVATIEVE EN BEWEZEN TOPKLINISCHE ZORG
Unieke samenwerking tussen cardiale radiologen en elektrofysiologen resulteert in deelname aan internationaal onderzoeksproject
INTEGRATIE VAN
CT- EN MRI-BEELDEN IN 3D-NAVIGATIESYSTEEM faciliteert ablatie van hartritmestoornissen
DR. JOHAN VIJGEN
DR. OLIVIER GHEKIERE
R
ecente ontwikkelingen in beeldvorming maken het mogelijk om littekenweefsel in de hartspier op een accurate manier te belichten. Dankzij intensieve
samenwerking tussen radiologen en hartritmespecialisten van het Jessa Ziekenhuis worden CT- en MRI-beelden voortaan geïntegreerd in het 3D-navigatiesysteem van de elektrofysioloog. Dit vereenvoudigt ablatie van ventriculaire ritmestoornissen epicardiaal én endocardiaal. Uniek in België!
21 RUBRIEK
CARDIALE RADIOLOGEN DR. BIJNENS EN DR. GHEKIERE EN CARDIOLOGEN/ELEKTROFYSIOLOGEN DR. DILLING–BOER EN DR. VIJGEN WERKEN SAMEN MET HET UNIVERSITAIR ZIEKENHUIS VAN BORDEAUX AAN HET BAANBREKENDE MUSIC-PROJECT.
Dr. Johan Vijgen (elektrofysioloog): “Ons
Dr. Dagmara Dilling-Boer (elektrofysio-
Maar dankzij een unieke samenwer-
hart wordt aangestuurd door elektrische
loog): “In de voorkamers ontstaat fibrose
king met de cardiale radiologen wordt
prikkels die zich verspreiden doorheen de
vaak door lang bestaande hypertensie of
de te behandelen regio nu gedetail-
hartspier. Deze prikkels volgen gespeciali-
door kleplijden, wat leidt tot voorkamerfi-
leerd in kaart gebracht?
seerde geleidingsbanen en worden dan van
brillatie. In de kamers ontstaan littekens
Dr. Eric Bijnens (radioloog): “Inderdaad.
hartspiercel tot hartspiercel doorgegeven.
onder meer na een infarct, na myocarditis
Het combineren van de beelden van CT
Wanneer de prikkel vlot en egaal doorheen
of bij cardiomyopathie. Het werk van
en MR is een grote stap vooruit om zowel
het hart verloopt, resulteert dit in een
de elektrofysiologen bestaat erin om
zeer gedetailleerde hartanatomie als
optimale samentrekking van de verschil-
met stuurbare katheters de abnormale
fibrotisch zones, littekenweefsel dus, in
lende hartkamers. Wanneer de normale
prikkelvorming of prikkelgeleiding op te
de hartkamers op zeer accurate manier
prikkelgeleiding wordt verstoord, ontwik-
sporen en te ableren, weg te branden. Het
weer te geven. De gecombineerde beelden
kelt de patiënt hartritmestoornissen. Deze
opzoeken van die regio’s met abnormale
worden naderhand geïntegreerd in het
verstoring ontstaat onder meer wanneer
geleiding gebeurde tot op heden aan de
3D-navigatiesysteem van de elektrofy-
gezonde hartspiercellen vervangen worden
hand van elektrische signalen en was
siologen en gebruikt tijdens de ablatie,
door littekenweefsel (fibrose). Zones van
vaak een zoektocht naar de spreekwoor-
wat een uitstekende inkijk geeft in het te
littekens bevatten naast fibrotisch weefsel
delijke naald in de hooiberg.”
behandelen gebied.”
ook enkele overlevende spiervezels, die
Dr. Dagmara Dilling-Boer: “De 3D-beeldvor-
vaak aan de basis liggen van het ontstaan
ming opent bovendien nieuwe toegangs-
van ritmestoornissen.”
wegen naar het hart. Waar vroeger
22 CARDIOLOGIE EN RADIOLOGIE
CARDIALE RADIOLOGIE EN ELECTROFYSIOLOGIE
ablaties standaard via het aanprikken
èn krijgt hij veel essentiële extra infor-
sturen we bij ter optimalisatie. Concreet:
van bloedvaten aan de binnenzijde van
matie die de ingreep veiliger maakt?
de patiënt krijgt voor de ablatie in het
het hart (endocardiaal) gebeurden, is
Dr. Johan Vijgen: “Het zichtbaar worden
Jessa Ziekenhuis een CT en een MRI. De
nu ook epicardiale toegang mogelijk.
van deze essentiële structuren in en
beelden worden elektronisch doorgestuurd
Punctietechnieken kunnen voortaan
rondom het hart - zoals de kransslagaders,
naar het lab van Prof. Cochet. De MUSIC-
ook gebeuren in de ruimte tussen het
de nervus phrenicus, de slokdarm,… - doet
software combineert de beelden tot een
hart en het hartvliesje (epicardiaal). Dat
de kans op complicaties inderdaad sterk
3D-reconstructie van de hartkamer en duidt
laat toe om in deze epicardiale ruimte
afnemen. Bij ablaties langs epicardiale
de zones van fibrotisch weefsel alsook
katheters te plaatsen, zodat ook ablaties
weg is bijvoorbeeld de informatie over de
overlevende spiervezels aan. Essentiële
aan de buitenkant van het hart kunnen
hoeveelheid epicardiaal vetweefsel van
structuren zoals kransslagaders en zenu-
gebeuren, waar vaak de oorzaak van de
belang, om het succes van de procedure te
wen worden duidelijk gevisualiseerd. Deze
ritmestoornis te vinden is.”
voorspellen. Ook die informatie verkrijgen
reconstructie wordt geïntegreerd in het 3D-
Dr. Olivier Ghekiere (radioloog): “Bij
we nu dankzij deze nieuwe beeldvormings-
navigatiesysteem van de elektrofysioloog.”
myocarditis is het probleem doorgaans
techiek.”
Dr. Olivier Ghekiere: “Op regelmatige basis
te lokaliseren aan de buitenkant van de
bespreken we met z’n allen de research-
hartspier (epicardiaal), waar dat bij hart-
resultaten en proberen we deze beeldvor-
infarcten de binnenkant (endocardiaal)
Het onderzoeksteam van Prof. Cochet
altijd aangetast is. De 3D MRI beeldvor-
(CHU Bordeaux) verricht op dit vlak
ming toont exact de juiste lokalisatie van
baanbrekend werk. Jessa is als enige
het littekenweefsel waar moet ingegre-
Belgische ziekenhuis gekozen om
Welke indruk laat de MUSIC-software
pen worden; de CT helpt dan weer om
bij te dragen aan het recente MUSIC-
tot nu na?
naast de eventuele wandverdunning van
project, dat betere beeldvorming voor
Dr. Johan Vijgen: “Een zeer positieve. De
de hartspier ook het verloop van de zenu-
cardiale ingrepen nastreeft?
3D-beeldvorming die dankzij de software
wen en bloedvaten in beeld te brengen
Dr. Dagmara Dilling-Boer: “Dat klopt en we
mogelijk wordt, biedt ons een uitstekende
zodat de topografie ervan steeds zicht-
zijn bijzonder trots dat we kunnen mee-
begeleiding tijdens de operatie. Het is alsof
baar is voor de elektrofysioloog tijdens
werken aan dit wereldwijde onderzoek.
we het licht aansteken in een ruimte waar
de procedure.”
Samen met 14 andere centra - waaronder
we eerder in het donker werkten. Ik ben
de Mayo Clinic, LUMC Leiden, Mount Sinaï
ervan overtuigd dat het gebruik van de
Hospital in New York en de University of
MUSIC-software een nieuwe stap vooruit
Kort samengevat: dankzij de 3D-
Pennsylvania – evalueren we de software
is voor patiënten met hartritmestoornis-
integratie van CT- en MRI-beelden
verbonden aan het MUSIC-project (waarbij
sen. Het gebruik van deze software zal
kan de elektrofysioloog zijn aandacht
MUSIC staat voor MUltimodal platform for
resulteren in een betere einduitkomst van
onmiddellijk richten op de juiste regio
Specific Imaging in Cardiology, nvdr) en
de ingreep, met verlaagde risico’s.”
ming nog performanter te maken.”
23 CARDIOLOGIE EN RADIOLOGIE
Een 3D-reconstructie van de linkerhartkamer door de MUSIC-software op basis van CT- en MRI- beeldvorming. Zones van littekens met vooral fibrotisch weefsel, en ook overlevende spiervezels (rode en gele zone) worden aangeduid. Verder wordt het verloop van de kransslagaders (rode bloedvaten) en kransaders (blauwe bloedvaten) ten opzichte van het littekengebied duidelijk gevisualiseerd. Deze reconstructie wordt geïntegreerd in het 3D-navigatiesysteem van de elektrofysioloog.
MRI BIJ MENSEN MET DEFIBRILLATOR
ABLATIE VAN HARTRITMESTOORNISSEN
OF PACEMAKER?
IN VOORKAMER OF KAMER
Dr. Olivier Ghekiere: “De technologie staat niet stil. Terwijl
Dr. Dagmara Dilling-Boer: “Onder ablatie van hartritmestoor-
enkele jaren geleden een MRI bij dragers van pacemakers of
nissen begrijpen we het wegbranden van afwijkende zones
inwendige defibrillatoren nog ondenkbaar was, zijn de meest
in het hart. Wij voeren in het Jessa Ziekenhuis meer dan 500
recente exemplaren van de nu geïmplanteerde systemen wel
ablaties per jaar uit. De meeste van de uitgevoerde ablaties
MRI-compatibel. Of een patiënt met een geïmplanteerd toestel
gebeuren voor ritmestoornissen in de voorkamers, die op zich
in aanmerking komt dient vooraf uitgeklaard te worden door
niet levensbedreigend zijn maar wel invaliderend voor de
de cardioloog. Specifieke programmatie van de toestellen is
patiënt. Ablaties in de kamers werden vroeger minder uitge-
nodig vlak voor de MRI. Na de MRI dient de werking van het
voerd omdat ze erg risicovol zijn maar het aantal patiënten die
toestel gecontroleerd te worden. Dit geldt zowel voor een car-
hier voor in aanmerking komt, groeit. Het gaat voornamelijk
diale als niet-cardiale MRI.
om patiënten die niet langer op medicatie reageren of waarbij de ritmestoornissen leiden tot frequente shocks van een
Een cardiale MRI wordt doorgaans genomen vòòr de implanta-
defibrillator. Van deze ablaties worden er een 100-tal per jaar
tie van een device, om metaal artefacten te vermijden. Tegen-
uitgevoerd. Door de nieuwe beeldvorming zijn deze ingrepen
woordig bestaan er speciale algoritmen om device artefacten
beter haalbaar met verhoogde kans op slagen en verminderde
te minimaliseren, zodat diagnostische beelden in de meerder-
kans op complicaties.”
heid van de patiënten kan worden bekomen. Gelukkig, want het zijn net die mensen, met hartritmestoornissen, die veel
Ablaties van hartritmestoornissen worden in het Jessa Zie-
voordeel zullen hebben bij de informatie die een MRI oplevert,
kenhuis uitgevoerd door een team van vijf electrofysiologen:
zoals het opsporen van littekenweefsel.
dr. Dagmara Dilling-Boer, prof. dr. Hein Heidbuchel, dr. Pieter Koopman, dr. Joris Schurmans en dr. Johan Vijgen.
Bij een MRI is er verder geen blootstelling aan röntgenstralen. Bij een CT wel, maar daar ligt de mediane stralendosis meer dan 90% lager dan in 2010. Deze radiologische onderzoeken gebeuren ambulant.”
MEER INFORMATIE DR. JOHAN VIJGEN, cardioloog
tel. 011 87 11 87, johan.vijgen@jessazh.be DR. DAGMARA DILLING-BOER, cardioloog tel. 011 87 11 87, dagmara.dilling.boer@jessazh.be DR. ERIC BIJNENS, radioloog tel. 011 33 55 55 eric.bijnens@jessazh.be DR. OLIVIER GHEKIERE, radioloog tel. 011 33 55 55, olivier.ghekiere@jessazh.be
24 PSYCHIATRIE
DE VERANKERING VAN PAAZ BINNEN 5 JAAR RELING
OOK PATIËNTEN MET GEESTELIJKE DIE NIET OPGENOMEN WORDEN,
JAAK PONCELET
DR. SVEN ESTERCAM
DAVID DOL
ANITA JANS
25 PSYCHIATRIE
GEZONDHEIDSPROBLEMEN KRIJGEN NU SNEL HULP
R
eling, het netwerk geestelijke gezond-
Er zijn 2 soorten mobiele teams bij Reling. Crisisteams,
heidszorg van West-Limburg, viert haar
A-teams, die ter plaatse komen wanneer acuut en
5de verjaardag. Het organisatienetwerk, waarvan het Jessa Ziekenhuis lid is, probeert maximaal te beantwoorden aan de noden in de geestelijke
gezondheidszorg voor volwassenen (18-65 jaar).
kortdurend ingrijpen nodig is. En B-teams komen aan huis wanneer langdurige thuisbehandeling vereist is. Aan welke pathologieën denken we, bij deze begeleiding op het thuisfront? Jaak Poncelet: “In principe richten de mobiele teams zich naar alle psychiatrische pathologieën. De mobiele B-teams hebben meestal te maken met patiënten met psychotische stoornissen en die langdurige opvolging vereisen. Bij de mobiele A-teams (acute en kortdurende psychiatrische zorg aan huis) zijn vooral
Reling focuste in haar startjaren op de uitbouw van de
mensen met angst- en stemmingsstoornissen aangemeld, soms
ambulante zorg binnen de geestelijke gezondheidszorg.
met suïcidale gedachten. In de hulpverlening worden we steeds
Omdat ambulante zorg de grootste nood is?
meer geconfronteerd met multiproblem-situaties en dubbele
David Dol: “Eerder omdat er bij opstart keuzes moeten worden
diagnoses. Vele mensen met een psychose kennen nu ook een
gemaakt. Onze 5 functies (zie kaderstuk, nvdr) zijn voor ons
afhankelijkheidsprobleem. Het gebruik van middelen kan een
gelijkwaardig belangrijk, maar in het aan huis werken binnen
psychose uitlokken en/of verergeren, maar patiënten gebruiken
geestelijke gezondheidszorg was er nog een grote leemte. Uit
soms net middelen om de psychose weg te duwen. Vroeger kwa-
de informatie die we van cliënten en familie ontvingen, bleek de
men deze dubbele diagnoses veel minder voor. Meer dan vroeger
vraag naar thuiszorg het grootst en dus zijn we daar prioritair mee
worden wij ook geconfronteerd met meer complexe problemen,
aan de slag gegaan.”
problemen die zich op meerdere domeinen voordoen. Het ziektebeeld van een psychiatrisch patiënt is dus op meerdere vlakken complexer geworden.”
Wat is het voordeel van bij de patiënt aan huis komen? Jaak Poncelet: “Je wandelt iemands wereld binnen. Je ziet, voelt, ruikt de context van de problematiek, meer dan een intramurale
Wanneer beslis je dat iemand toch een opname nodig
opname alleen ooit kan bewerkstelligen. In iemands thuisomge-
heeft?
ving zijn, biedt onmiddellijk inzicht in factoren die de problematiek
Jaak Poncelet: “Dat is inderdaad een moeilijke. Bedden zou-
versterken of soms andersom: voor een goede mantelzorg kunnen
den het laatste redmiddel moeten zijn, niet één van de eerste
zorgen.”
mogelijkheden waar je naar grijpt. Er vindt enkel een opname
Dr. Sven Estercam: “Die ambulante zorg maakt ook voor Jessa
plaats wanneer het niet anders kan en de opname duurt ook niet
verschil. We denken na over hoe onze bedden zo efficiënt mogelijk
langer dan nodig. De vermaatschappelijking van zorg nodigt ons
in te zetten. Wanneer blijkt dat de patiënt toch een opname nodig
juist uit gebruik te maken van andere modules van behandeling,
heeft, zijn wij gespecialiseerd in crisisopname en kortdurige
met name zoveel mogelijk ambulant of thuis. Een residentiële
behandelingen – een gemiddelde opnameduur bij ons is zo’n
opname heeft uiteraard ook nut, vooral in situaties waarbij
13 dagen. We merken dat door het Reling-verhaal meer mensen
intensieve en gespecialiseerde behandeling is vereist, wanneer
bereikt worden en ook de vraag naar crisisbehandelingen is
de behandeling ambulant of in de thuissituatie ontoereikend of
toegenomen.”
onmogelijk blijkt te zijn.”
26 PSYCHIATRIE
5 JAAR RELING
Anita Jans: “Opname is in regel nodig wanneer het risico bestaat
laagdrempelig. De huisarts kan ons rechtstreeks contacteren, we
dat iemand schade aan zichzelf of de familie toebrengt, wanneer
werken niet met intakes en vaak zijn we de eerste doorverwijzing
het leven in de thuissituatie niet meer mogelijk is. Maar wat is
na spoed.”
‘schade’? Dat is niet altijd afgetekend duidelijk. Je moet dus elke keer, per individuele case, een inschatting maken.” Dr. Sven Estercam: “Een opname gunt de omgeving van de patiënt
We hadden het daarnet al over die belangrijke eerstelijns-
eveneens wat ademruimte. Die mensen zijn dikwijls zwaar belast
hulp van de huisarts. Voor welke signalen moet hij of zij
en hebben ook begeleiding nodig. Bij de nazorg spelen de mobiele
alert zijn?
teams ook een rol: wanneer een patiënt thuis wordt opgevolgd,
Dr. Sven Estercam: “Dat is sterk case-gebonden. Ongeveer 1
kan een intramurale opname ingekort worden. Mobiele hulp kan
persoon op 5 heeft psychische problemen. Uiteraard hebben al
dus opnamevermijdend èn opnameverkortend zijn.”
deze mensen geen intensieve en gespecialiseerde geestelijke gezondheidszorg nodig. Volgens de WGO (Wereld Gezondheids Organisatie, nvdr) dient de self-care en de social-care gestimu-
Gebeuren er veel gedwongen opnames?
leerd en verder uitgebouwd te worden. Vele mensen kunnen
Jaak Poncelet: “Limburg scoort hoog wat betreft het aantal
worden ondersteund door bijvoorbeeld een mantelzorger (meer) in
gedwongen opnames, die ook alsmaar toenemen. In het psychi-
te schakelen. Sommige mensen moeten bijvoorbeeld gestimuleerd
atrische ziekenhuis Asster werden in 2015 zo’n 350 personen
worden tot meer sociale contacten. Familie en vrienden kunnen
gedwongen opgenomen. Met diverse partners wordt binnen
hierbij een belangrijke rol spelen, door met de hulpvrager te gaan
SPIL nagegaan welke factoren hierbij een rol spelen en welke
wandelen of een tas koffie te gaan drinken in de buurt. Op die ma-
maatregelen er kunnen worden genomen om dit hoge cijfer naar
nier kan weer een eerste stap richting buitenwereld worden gezet.
beneden te krijgen.”
‘Welzijn op recept’ moet meer mogelijk gemaakt worden. Ter info: enkele huisartsen – die uiteraard een belangrijke rol spelen in een eerste diagnosestelling en behandeling - experimenteren hier
Mantelzorg, eerstelijnshulp, mobiele teams, psychiatrisch
ondertussen mee. Laat ons hopen dat de resultaten bevredigend
ziekenhuis,… Waar bevindt zich de PAAZ-afdeling op deze
zijn en nationaal gevolg krijgen.”
ladder? Anita Jans: “Ergens tussen het algemeen ziekenhuis en het psychiatrisch ziekenhuis in. Met één verschil: de PAAZ-afdeling heeft
Reling viert ondertussen haar 5de verjaardag. Wat hebben
geen gedwongen opnames.”
jullie geleerd uit de afgelopen 5 jaar?
Dr. Sven Estercam: “De PAAZ is in feite een schakel tussen wat
David Dol: “Dat de mobiele teams stilaan verzadigd geraken. Onze
ambulant of net op langere termijn nodig is. Wij streven steeds
2 B-teams volgen zo’n 120 mensen langdurig op. De A-teams,
naar een zo kort mogelijke opnameduur, waarin we de situatie
de crisisteams grijpen in bij zo’n 800 à 900 patiënten per jaar.
goed inschatten door uitgebreide observatie. We stellen vervol-
De middelen die vrijkomen door minder chronische bedden te
gens, samen met de patiënt, een multidisciplinair behandelplan
gebruiken, zouden moeten worden ingezet voor meer ambulante
op, liefst in de regio van de patiënt. We hebben eveneens als alge-
toepassingen.”
meen ziekenhuis het voordeel dat we beschikken over deskundige
Anita Jans: “Bij Jessa voelen we die verzadiging van de mobiele
somatici die ons kunnen helpen bij co-morbide problemen en ver-
teams ook. Er zijn steeds meer chronische patiënten die naar het
dere biologische oppuntstelling. De PAAZ-afdeling is ook bijzonder
ziekenhuis terugkeren. We staan dus op een scharnierpunt in onze
27 PSYCHIATRIE
ONZE PAAZ AFDELING IS GESPECIALISEERD IN CRISISOPNAME EN KORTDURIGE BEHANDELINGEN.
samenwerking. De onderlinge relaties tussen de partners zitten
DE 5 FUNCTIES VAN RELING
goed, de eerste ideeën zijn uitgewerkt, nu komt het er op aan de werking – ook van onze middelen - te herbekijken en verder te groeien.” Dr. Sven Estercam: “We focussen nog meer op crisisopnames en willen binnen het netwerk hier de nadruk op leggen. Doorverwijzing naar de verschillende functies binnen het netwerk zou nog vlotter moeten kunnen maar iedereen beseft dat de middelen beperkt zijn. Ik hoop dat de overheid meer wil investeren in de
1 Activiteiten organiseren inzake PREVENTIE en PROMOTIE van geestelijke gezondheidszorg, vroegdetectie, screening en diagnosestelling.
geestelijke gezondheidszorg.” Jaak Poncelet: “We moeten nog meer switchen van een voorzieningsgerichte aanpak naar een netwerkgerichte aanpak: de patiënt en zijn noden centraal stellen en daar een netwerk rond uitbouwen.”
2 Het inzetten van AMBULANTE INTENSIEVE BEHANDELTEAMS voor zowel ACUTE als CHRONISCHE PSYCHISCHE PROBLEMEN.
Netwerk breder dan Limburg? David Dol: “Uiteraard. Er zijn 19 gelijkaardige netwerken als Reling binnen België. We wisselen ervaringen uit en vergroten zo de gezamenlijke kennis. Stap per stap bieden we steeds meer een antwoord op de vraag ‘wat is goede organisatie van zorg?’. We zijn
3 Het inzetten van REHABILITATIETEAMS die werken rond herstel en SOCIALE INCLUSIE.
er nog niet, maar we komen er wel.”
4 Voorzien VAN INTENSIEVE RESIDENTIËLE BEHANDELUNITS voor zowel acute als chronische psychische problemen wanneer een opname noodzakelijk is. MEER INFORMATIE JAAK PONCELET, algemeen directeur van psychiatrisch ziekenhuis Asster
en voorzitter van Reling DR. SVEN ESTERCAM, medisch coördinator PAAZ afdeling Jessa Ziekenhuis ANITA JANS, zorgmanager geriatrie, neurolocomotoriek en psychiatrie Jessa Ziekenhuis DAVID DOL, netwerkcoördinator Reling
www.reling.be Reling staat voor REgionaal LImburgs INitiatief Geestelijke gezondsheidszorg. In symboliek betekent het ‘een houvast voor psychiatrische patiënten’.
5 Voorzien van SPECIFIEKE WOONVORMEN waarin zorg kan worden aangeboden indien het thuismilieu of het thuisvervangend milieu hiertoe niet in staat is.
28 KWALITEIT
JESSA ZIEKENHUIS BEHAALT
3DE NIAZ-ACCREDITATIE
OP RIJ K
waliteitsverbetering gaat hand in hand met
het behalen van de NIAZ-accre-
ditatie. Het Jessa Ziekenhuis ontving met vlag en wimpel deze waardevolle erkenning voor de derde keer op rij.
30 KWALITEIT
3DE NIAZ-ACCREDITATIE
Een accreditatietraject is een opportuniteit om Ludo Meyers (directeur patiëntenzorg): “Wanneer je als ziekenhuis luidop zegt dat je kwaliteit biedt, dan moet die kwaliteit ook objectief worden beoordeeld door een onafhankelijke partij. Die evaluatie kan in Vlaanderen gebeuren via de Vlaamse overheid en via een accreditatietraject dat de werking van een ziekenhuis aftoetst aan op voorhand gedefinieerde normen.” Kristel Marquet (coördinator dienst kwaliteit en patiëntveiligheid): “Er zijn in België 2 mogelijke partijen als accreditatiepartner: JCI – Joint Commission on Accreditation of Healthcare Organizations, aangestuurd vanuit een Amerikaans consortium – of NIAZ, het Nederlands Instituut voor Accreditatie in de Zorg. Onze keuze viel op NIAZ, dat vandaag gebruik maakt van het internationale accreditatieprogramma Qmentum. Daarbij staat de Q voor kwaliteit, en ‘mentum’ voor momentum. In functie van de disciplines die het ziekenhuis aanbiedt, worden normenset toegevoegd aan het profiel. Wij hebben 19 normensets (zie kaderstuk, nvdr) die zeer nauwkeurig getoetst worden aan de realiteit binnen het ziekenhuis.” Ludo Meyers: “We houden ons dus op alle vlakken een spiegel voor, om zo ons LUDO MEYERS EN KRISTEL MARQUET
verbeterpotentieel te bepalen en aansluitend verbeteringen door te voeren.
31 KWALITEIT
continu te verbeteren. Het spreekt dan ook voor zich dat een
1 week. Deze auditoren - medisch of
een NIAZ-accredidatie heeft, weet de
accreditatietraject geen einde kent. Het
paramedisch geschoold - zijn collega’s
doorverwijzende arts - of de patiënt zelf
is een continue route naar steeds beter,
van andere Vlaamse en Nederlandse
- dat de patiënt er in goede handen is. Er
steeds kwalitatiever presteren.”
ziekenhuizen. Zij toetsen de patiënten en
wordt gestreefd naar zeer degelijke zorg,
organisatorische processen door obser-
binnen een werkcultuur die gericht is op
vaties, interviews en aan de hand van ad
continue verbetering. Het is een signaal
Hoe vaak gebeurt het dat een zieken-
hoc gesprekken met bestuurders, artsen,
dat patiënten, verwijzers, overheden,…
huis voor de derde keer op rij het NIAZ-
verpleegkundigen, paramedici en patiën-
kunnen rekenen op een kwaliteitsvol en
kwaliteitslabel krijgt?
ten. Een auditeur loopt heel zelfstandig
veilig georganiseerd ziekenhuis.
Ludo Meyers: “Dat is zeer uitzonderlijk. Wij
rond. Het traject dat een patiënt doorloopt,
Voor ons als Jessa Ziekenhuis is de accre-
zijn het enige Vlaamse ziekenhuis dat de
wordt grondig van A tot Z doorgenomen,
ditatie dan weer een erkenning van onze
NIAZ-accreditatie al 3 keer na elkaar heeft
aan de hand van de normen. De focus ligt
pioniersrol en ons dagelijkse werk.”
behaald.”
op hoe de patiënt het traject beleeft. Wat
Kristel Marquet: “Want laat er geen twijfel
gaat er goed, wat kan er beter?”
over bestaan: wij zijn dagelijks bezig met
Kristel Marquet: “Elke accreditatie geldt
het optimaliseren van kwaliteit. Kwaliteit
voor 4 jaar. We verwierven onze eerste ac-
Ludo Meyers: “Denk bijvoorbeeld aan
zit in ons DNA. We hebben binnen het
creditatie voor periode 2008-2012, nadien
de identificatiearmband die een patiënt
ziekenhuis 19 kwaliteitsteams – voor elke
voor 2012-2016 en zopas ontvingen we
draagt. Deze armband bouwt bij correct
NIAZ normenset een team – die het hele
dit kwaliteitslabel opnieuw voor de periode
gebruik zekerheden in: hoe verzeker je dat
jaar door rond verbeterpunten werken.
2016-2020. Deze rijke accreditatiegeschie-
een patiënt de juiste medicatie krijgt, de
Elk kwaliteitsteam heeft een medicus en
denis is kenmerkend voor de patiëntveilig-
juiste ingreep ondergaat, het juiste bloed
paramedici aan het hoofd, als voorzitter
heidscultuur in het Jessa Ziekenhuis. Dat
krijgt toegediend?”
of ondervoorzitter. De artsen en de mede-
blijkt uit de cultuurmeting, een bevraging
werkers zijn dus sterk betrokken.
bij 1285 medewerkers en artsen in 2015,
Kristel Marquet: “NIAZ checkt dus heel
Intern communiceren we cascade-gewijs
en uit de bevindingen van de auditoren. Zij
concreet of we handelen als een goede
binnen deze kwaliteitsteams èn nog
geven aan dat ze doorheen heel de organi-
huismoeder/huisvader. Welke opleidingen
dieper dankzij kwaliteitsborden. Zo heb-
satie een cultuur ervaren die gefocust is op
geven we? Hoe volgen we de normen? Het
ben we patiënten en medewerkersborden
kwaliteit. Een groot compliment.”
is een sterke graadmeter van onze flow en
om onze patiënt en medewerker verder te
onze kwaliteit.”
informeren. Daarnaast zijn er verbeterborden om projecten te structureren. Dat cre-
Hoe verloopt een audit door NIAZ?
ëert bewustzijn. Het indicatorendashboard
Kristel Marquet: “Tijdens onze audit waren
Wat is de meerwaarde van een NIAZ-
met administratieve, financiële, personeel
er 8 auditoren dagelijks in huis van 8 uur ’s
accreditatie?
en kwaliteitsgerelateerde indicatoren
ochtends tot 19u ’s avonds gedurende
Ludo Meyers: “Wanneer een ziekenhuis
werd ook gepresenteerd aan de auditoren.
32 KWALITEIT
3DE NIAZ-ACCREDITATIE
De transparantie en de koppeling met de
de samenwerkingsovereenkomst tussen
patiënt. Hij moet nog meer de regie in
kwaliteitsborden werd gesmaakt door
de Herkenrode Huisartsenkring en Jessa
eigen handen kunnen nemen. Dat ver-
de auditoren. We blikken dankzij deze
Ziekenhuis is daar een mooi voorbeeld
eist ook van de medewerkers en artsen
visualisatie dus niet alleen vooruit naar
van.”
een andere aanpak. We moeten ons
wat we nog willen doen, we kijken ook
steeds de vraag stellen: in hoeverre is
achterom en zien dat we al een indruk-
de patiënt al geïnformeerd over wat hij
wekkend parcours hebben afgelegd. Op
Kan je nog enkele verwezenlijkingen
gaat meemaken, over wat er op zijn pad
regelmatige tijdstippen komen we met
uit het verleden benoemen?
komt? Bijvoorbeeld: heup- en knieope-
alle voorzitters en ondervoorzitters van
Ludo Meyers: “Op het vlak van medicatie-
raties zijn vrij frequent. Orthopedie or-
de kwaliteitsteams samen om resultaten
verificatie hebben we stappen gezet zo-
ganiseert nu al informatiesessies voor
en ideeën te delen.”
dat mensen het juiste medicament krijgen
kleine groepen van pakweg 5 personen
op het juiste moment in de juiste dosis
– mensen wiens operatie al is inge-
Ludo Meyers: “Het mooie aan de NIAZ-ac-
en mèt de juiste uitleg. Welke weg ze ook
pland - en hen vertelt over de voor- en
creditatie is dat iedere Jessa-medewerker
mogen afleggen binnen het ziekenhuis:
nadelen, de mogelijke complicaties, het
en arts zich hier bij betrokken voelt. Het
dubbel-medicatie wordt uitgesloten en de
verloop van de ingreep. Hiermee win-
is geen kwestie van ‘moeten’ aan normen
thuismedicatie gecheckt. Dit verbeterpro-
nen we op diverse vlakken. De patiënt
voldoen. Iedereen wìl de opgelegde norm
ces is zeker nog niet op zijn eindpunt. Of
is grondig en persoonlijk geïnformeerd
halen. Ontelbare collega’s delen hun idee
wanneer het om patiënten met een delier
waardoor hij rustiger en voorbereid
of initiatief op de borden. Dat is hartver-
gaat: we hebben een ziekenhuisbreed
binnen komt. Wij winnen tijd omdat we
warmend om te zien.”
beleid uitgetekend waar vallen, fixatie
geen individuele uitleg moeten geven.
geïntegreerd besproken worden. Door dit
Uit deze kleine groepsgesprekken halen
Kristel Marquet: “En uniek! De accreditatie
gezamenlijk, ziekenhuisbreed beleid is
wij eveneens waardevolle informatie
is geen verplichting maar een opportuni-
het aantal fixaties op 1 jaar van 28 % tot
over de toestand van de patiënt, over
teit. Het is een mooie kapstok om al onze
12% gedaald. Het aantal fixaties is dus
zijn huidige medicatie, en zo meer. Een
verbeterpunten aan op te hangen. Vele
gedaald met de helft.”
absolute win-win situatie.”
mensen zijn hier terecht trots op hun Kristel Marquet: “Dit systeem willen
verwezenlijkingen. Tijdens onaangekondigde veiligheidsrondes merken we dat
Jullie hebben recent de resultaten van
we nu nog doortrekken naar andere
werken aan kwaliteit een constante is.
de laatste accreditatie ontvangen.
disciplines binnen het ziekenhuis. Om
Artsen en medewerkers nemen spontaan
Welke opmerkelijke verbetering staat
opnieuw een voortrekkersrol binnen
hun verantwoordelijkheid op. We zetten
er aan te komen in de volgende jaren,
het Vlaamse ziekenhuislandschap te
daarnaast ook sterk in op het transmurale
binnen Jessa Ziekenhuis?
spelen. De normen die NIAZ ons hierbij
aspect. Auditoren bevestigen dit tijdens
Ludo Meyers:: “We gaan nog harder
voorlegt, zijn daarbij een fantastische
hun audit. De recente ondertekening van
streven naar het centraal stellen van de
leidraad.”
33 KWALITEIT
14 SPECIFIEKE NORMENSETS
5 ORGANISATIEBREDE NORMENSETS GOVERNANCE: BESTUUR VAN ORGANISATIE
LEIDERSCHAP
HYGIËNE EN INFECTIEPREVENTIE
MEDICATIEBEHEER
VOORBEREID ZIJN OP NOODSITUATIES EN RAMPEN
14 SPECIFIEKE NORMENSETS
AMBULANTE ZORG
BLOEDBANK- EN TRANSFUSIEDIENSTEN
DIAGNOSTISCHE BEELDVORMING
GEESTELIJKE GEZONDHEIDSZORG
KRITIEKE ZORG
MEDISCHE ZORG
ONCOLOGISCHE ZORG
OPERATIEKAMERS
OPERATIEVE ZORG
PALLIATIEVE- EN LEVENSEINDEZORG
REINIGING EN STERILISATIE VAN MEDISCHE HULPMIDDELEN
REVALIDATIEZORG
SPOEDEISENDE HULP
VERLOSKUNDIGE ZORG
ZORGCONTINUÜM Voor de accreditatie vertrekken we vanuit 19 normensets. Aan elke normenset koppelden we een kwaliteitsteam dat verbeteracties voorstelt, uitwerkt en opvolgt.
MEER INFORMATIE KRISTEL MARQUET, coördinator dienst kwaliteit en patiëntveiligheid
tel. 011 33 51 11, kristel.marquet@jessazh.be LUDO MEYERS, directeur patiëntenzorg, tel. 011 33 51 00, ludo.meyers@jessazh.be
PROF. DR. PAUL DENDALE
35 KORT NIEUWS
Prof. dr. Paul Dendale verkozen tot president van EACPR
O
nze welgemeende felicitaties aan Jessa-arts prof. dr. Paul Dendale. Dr. Dendale - gespecialiseerd in cardiologie en cardiale revalidatie - werd verkozen tot president van de EACPR, de European Association for Cardiovascular Prevention & Rehabilitation. Recent ontwikkelde dr. Dendale in samenwerking met UHasselt nog 2 apps om hartpatiënten via de smartphone te volgen.
Dr. Paul Dendale: “EACPR is de Europese wetenschappelijke vereniging die zich bezighoudt met cardiovasculaire preventie en revalidatie. Het is één van de 6 grote onderafdelingen van de Europese Vereniging voor Cardiologie, die ongeveer 100.000 leden telt. De EACPR telt er op dit moment zo’n 6.000. Doel van de vereniging is het verbeteren van de kwaliteit van cardiale preventie en revalidatie in Europa door het plannen van symposia en opleidingscursussen, het bijeen brengen van revalidatie- en preventiespecialisten, het promoten van onderzoek in deze domeinen, het uitwerken van accreditering en kwaliteitscontrole en het promoten van preventie en revalidatie bij de Europese beleidsmakers. Ik was de afgelopen 4 jaar secretaris van deze vereniging en ben sinds mei ‘president-elect’: een soort vicepresidentschap dat me voorbereid op de taak van ‘president’ die in 2018 start voor een duur van 2 jaar. Op dat moment zal ik ook deel uitmaken van het hoofdbestuur van de Europese Vereniging voor Cardiologie.” Wat wordt er bij deze benoeming van u verwacht? Dr. Paul Dendale: “Als ‘president-elect’ krijg ik er als voormalig secretaris nog extra bevoegdheden bij. Ik ondersteun de huidige voorzitter professor Rik Grobbee en samen zorgen we voor het algemene beleid van de vereniging. Binnen twee jaar, als ‘president’, word ik verantwoordelijk voor onder meer ons jaarlijks Europrevent congres, een congres dat ongeveer 1.200 cardiologen en paramedici bijeenbrengt die met cardiovasculaire preventie bezig zijn. Naast het congres geven we ook het belangrijkste tijdschrift uit in ons domein (de European Journal of Preventive Cardiology), beheren we een e-learning platform en een website* die voornamelijk naar artsen is gericht, zetten we sportcardiologie in de kijker en organiseren we sensibiliseringscampagnes en diverse cursussen. Ik zit dus nu in feite mee aan het stuur van een belangrijke vereniging die mensen wil aanzetten tot gezond leven om op die manier hart en vaatziekten te vermijden. Een missie waar ik graag mijn schouders onder zet.”
* http://www.escardio.org/The-ESC/Communities/European-Association-for-Cardiovascular Prevention-&-Rehabilitation (EACPR)/European-Association-for-Cardiovascular-Prevention-Rehabilitation)
36
zo we
SAMENWERKING
en wij aan rk
WARME EN WIN-WIN BETROKKEN SAMENWERKINGSZORG VERBANDEN
HERKENRODE HUISARTSENKRING EN JESSA ZIEKENHUIS
WERKEN SAMEN Voor het eerst is de rol van huisarts en specialist binnen de ketenzorg bindend vastgelegd
H
uisartsenkringen moeten samenwerkingsovereenkomsten met ziekenhuizen afsluiten
DR. RIK CARLIER
Heren, wat regelt de samenwerkingsovereenkomst tussen HAK Herken-
om de continuïteit van de zorg te verzekeren. Dat
rode en Jessa Ziekenhuis?
staat te lezen in het Besluit van de Vlaamse rege-
Dr. Rik Carlier (voorzitter Herkenrode
ring van 26 juni 2015. Huisartsenkring Herkenrode en het Jessa Ziekenhuis zetten in dit kader een grote stap voorwaarts: ze sloten een samenwerkingsover-
Huisartsen, de vereniging die huisartsen van Hasselt, Diepenbeek en Zonhoven verenigt): “De overeenkomst legt duidelijk vast welke rol de huisarts en zieken-
eenkomst die bindende afspraken voor huisartsen
huisarts hebben binnen het zorgtraject
en specialisten vastlegt.
van de patiënt, wanneer er door beide partijen wordt samengewerkt. Het zegt wat we van elkaar mogen verwachten.” Dr. Jos Vandekerkhof (voorzitter medische raad Jessa Ziekenhuis): “Bij het opstellen van de samenwerkingsovereenkomst zijn we vertrokken vanuit gemeenschappelijke waarden. Die geven de zorg voor de patiënt duidelijke inhoud.
37 RUBRIEK
DR. JOS VANDEKERKHOF
THIJS NELIS
We streven er samen naar om de kwaliteit,
Kan u het effect voor de patiënt tast-
brief voorzien, met de actuele stand
continuïteit en efficiëntie van de zorg te
baar benoemen?
van medicatie, eventuele codes om wel
verbeteren, afgestemd op de vraag en de
Dr. Rik Carlier: “De overeenkomst stipu-
of niet te reanimeren, en zo meer. De
behoefte van de patiënt. De ketenzorg die
leert bijvoorbeeld concreet hoe huisarts
ziekenhuisarts neemt de patiënt over
de patiënt doorloopt, willen wij nog beter
en ziekenhuisarts gaan samenwerken
zodra die in het ziekenhuis toekomt en
maken.”
bij een verwijzing naar het ziekenhuis.
houdt de huisarts voortdurend èn op tijd
Dr. Rik Carlier: “Bij het opstellen van deze
Welke informatie wordt meegegeven
op de hoogte van het vervolg van de be-
samenwerkingsovereenkomst hebben wij
bij een ambulant consult? In welke
handeling, eventuele datum van ontslag,
ons laten leiden door het respect voor
omstandigheden is er contact tussen
medicatie-aanpassing, et cetera.
elkaars deskundigheid, functie en de
ziekenhuisarts en huisarts tijdens een
Het hele concept van deze overeenkomst
gemeenschappelijke waarden die huisart-
ziekenhuisopname? Wat is de taak van
is dus opgehangen aan elkaars plaats en
sen en ziekenhuisartsen hanteren in hun
de huisarts in het voortraject, wat is de
deskundigheid in de gezondheidszorg.
contact met patiënten. Samen vormen zij
opdracht van de ziekenhuisarts? Krijgt de
Huisartsgeneeskunde is ook een speci-
de deontologische basis voor het akkoord
huisarts op tijd de nodige informatie om
alisme. Een huisarts beheert het globaal
(zie kaderstuk, nvdr). Deze erkenning van
met de patiënt het traject na ontslag uit
medisch dossier en beschikt dankzij zijn
competentie en taak is voor de huisartsen
het ziekenhuis verder uit te werken?”
helikopterview over een schat van infor-
een belangrijk element in de overeen-
Dr. Jos Vandekerkhof: “Zo zal de huisarts
matie voor de specialist in het ziekenhuis
komst.”
bij verwijzing altijd een goede verwijs-
die doorgaans alleen tijdens een korte
38 SAMENWERKING
SAMENWERKINGSOVEREENKOMST HERKENRODE HUISARTSENKRING EN JESSA ZIEKENHUIS
momentopname contact heeft met de
nieuwe samenwerkingsprojecten uit te
directeur Jessa Ziekenhuis, nvdr) en zijn
patiënt.”
werken. Het is een levend document,
input waren een uitstekende leidraad
dat fungeert als startpunt om de
en we voelden tijdens het opstellen van
transmurale zorg op een kwaliteitsvolle
de tekst een grote bereidheid van beide
manier verder uit te bouwen.”
partijen om samen te werken. Dat was
Deze overeenkomst is een unicum?
extra stimulerend.”
Dr. Jos Vandekerkhof: “Bij mijn weten
Dr. Rik Carlier: “Als er bij het opstellen
zijn we de eersten in Vlaanderen die deze afspraken in een tekst hebben
Dat jullie voor elkaar kozen
van de samenwerkingsovereenkomst al
gegoten. De waarden en de basisaf-
als partners in dit verhaal
gediscussieerd werd, ging het voor-
spraken liggen nu gebundeld vast op
is vast geen toeval?
namelijk over definities van termen
papier en zijn bindend. Dat betekent
Dr. Rik Carlier: “Huisartsenkring
zoals ‘netwerking’ en ‘transmuraal’. Wij
dus dat afspraken daadwerkelijk
Herkenrode en Jessa werken al zo’n
geven deze termen een invulling vanuit
moeten worden nagekomen en dat
30 jaar goed samen. Dit uitte zich
onze basisprincipes: samen zorgpaden
er wordt bekeken of dat ook correct
onder andere in de ‘ContactCommissie
uitwerken en zorg verlenen. Naarge-
gebeurt. Concreet zullen we dit elke 3
Huisartsen-Ziekenhuisartsen Hasselt’.
lang het ziektebeeld en de plaats waar
maanden onder de loep nemen, in de
Daar werden oplossingen gezocht voor
patiënt zich in zijn traject bevindt. kan de
coördinatiecommissie.”
problemen die vaak opdoken tussen
klemtoon meer liggen op de huisarts, het
Dr. Rik Carlier: “Onze ervaringen kun-
de eerste en de tweede lijn, zoals ver-
ziekenhuis of andere partners in de zorg.”
nen helpen om het wettelijk kader,
wijzing, terugverwijzing, ontslagbrief,
dat momenteel door de beleidsmakers
samenwerking met spoed.” Een eerste uitwerking van de
wordt gecreëerd, in te kleuren. Wij stellen het document voor alle huisart-
Dr. Jos Vandekerkhof: “De contactcom-
samenwerking is een afsprakenplan
senkringen beschikbaar. Het staat op
missie was toen echt revolutionair. En
tussen de huisartsen en de
de website van Domus Medica en kan
onze huidige samenwerkingsovereen-
spoedgevallendienst?
andere regio’s inspireren.”
komst is dat op een zekere manier ook.
Thijs Nelis: “Om de doorstroming van
Thijs Nelis (stafmedewerker medische
Het is voor het eerst dat afspraken
patiënten tussen huisartsen en spoedge-
directie Jessa Ziekenhuis): “Het mooie
in een bindende overeenkomst zijn
vallen, en vice versa, te verbeteren, leek
is ook dat dit document geen eindpunt
gegoten. De academische achtergrond
het beide partijen nuttig om afspraken
is. Het is een basis, de grondslag om
van prof. dr. Dirk Ramaekers (medisch
te maken. Zo vermijden we dat patiën-
GEMEENSCHAPPELIJKE WAARDEN Elke zorgverlener die
De patiënt staat centraal
Alle patiënten mogen rekenen
De keuzevrijheid
betrokken is in het zorgproces
in het zorgproces en wordt
op kwaliteitsvolle en veilige
van de patiënt
van de patiënt handelt
benaderd vanuit een bio-
zorg, geen enkele patiënt
wordt zoveel mogelijk
professioneel en deskundig.
psychosociaal model.
wordt uitgesloten.
gewaarborgd.
39 SAMENWERKING
DE VERHUIS VAN DE HUISARTSENWACHTPOST NAAR CAMPUS VIRGA JESSE BEVORDERT INTEGRATIE TUSSEN HUISARTSEN EN SPECIALISTEN.
ten die zich eerst bij de huisarts of
Stel dat we elkaar binnen een jaar
en meten, zal daar zeker bij helpen.”
wachtpost aanmelden een tweede keer
opnieuw spreken. Welke resultaten
Dr. Jos Vandekerkhof: “We zijn echter
moeten wachten op de spoedgevallen-
hopen jullie dan – naast een nog
ook mede afhankelijk van de overheid.
dienst. Specifieke maatregelen hiervoor
kwalitatiever ketentraject voor de
Onze overeenkomst streeft naar elek-
worden momenteel uitgewerkt.”
patiënt - te kunnen voorleggen?
tronische informatieoverdracht als norm,
Dr. Rik Carlier: “Binnenkort, op 2 juli,
Dr. Rik Carlier: “Dat de huidige tekortko-
maar wanneer de systemen van hubs
verhuist onze huisartsenwachtpost
mingen zijn weggewerkt. Ik denk dan bij-
niet met elkaar kunnen spreken, kunnen
naar een locatie in de gebouwen van
voorbeeld aan de informatie-overdacht bij
gegevens niet doorstromen. Tegen-
het Jessa Ziekenhuis, campus Virga
verwijzing, in beide richtingen. Daarnaast
woordig is geneeskunde ook IT. (lacht)
Jesse (Stadsomvaart 9, nvdr). Ook dit is
hoop ik ook dat meer patiënten de juiste
Wat het belang van mondeling overleg
een concrete eerste uitloper van onze
zorg op de juiste plaats ontvangen door
nog maar eens onderstreept.”
samenwerking. De beslissing om de
een betere afstemming van de werking
Dr. Rik Carlier: “Ik kijk ook uit naar de
huisartsenwachtpost nabij de spoedaf-
van spoed en huisartsenwachtpost.”
opstart van nieuwe projecten en con-
deling onder te brengen, kadert ook in
Thijs Nelis: “Dat is inderdaad een ge-
cepten, waarbij de huisartsen voortaan
het beleid van Maggie De Block (minis-
meenschappelijke betrachting. Dat we
vanaf stap 1 zullen betrokken zijn. Sa-
ter van Sociale Zaken en Volksgezond-
nu een kader hebben, waarbinnen we
men een traject uittekenen, zorgt altijd
heid, nvdr). Het biedt ons eensgezind
duidelijke indicatoren kunnen opstellen
voor het meest gedragen resultaat.”
de kans om de samenwerking tussen spoedgevallen en huisartsen verder te optimaliseren.” Dr. Jos Vandekerkhof: “De overheid werkt nog aan nieuwe richtlijnen omtrent de samenwerking van huisartsenwachtposten en spoeddiensten. Dankzij
DE 10 TOPICS VAN DE OVEREENKOMST
de stap die wij nu al zetten, verwachten
1. DOELSTELLING
6. PARTNERS
we proactief klaar te zijn om ons de
2. TAAKVERDELING
7. BESCHRIJVING GRONDGEBIED
nieuwe richtlijnen snel eigen te maken.
3 COMITÉ (OVERLEG, BESLUITVORMING)
8. DUUR/OPZEGGING
Meer zelfs: we zullen onze eigen weg al
4. JURIDISCHE BASIS
9. FINANCIËLE AFSPRAKEN
een stuk gevonden hebben.”
5. GESCHILLENREGELING
10. VERZEKERINGEN
Professionele zorg- en hulpverstrekkers
Het omgaan met medische informatie en sociale en
In geval van incidenten en
beogen een optimale samenwerking
familiale gegevens van de patiënt gebeurt met
problemen zullen de betrokkenen
met respect voor de rol van elke
inachtneming van het beroepsgeheim (art. 458 SWB),
in alle openheid zoeken naar een
betrokken zorgverlener.
de wet op de privacy en de wet op de patiëntenrechten.
verbetering in het zorgproces.
TEDDYBEREN-INVASIE OP SPOED
O
p zaterdag 16 april werden meer dan
“Ik wil later graag in de gipskamer van een ziekenhuis werken. Het
tweehonderd teddyberen met hoge urgen-
is al de derde keer dat ik naar het TeddyBear Hospital kom en ik vind het altijd even fijn”, vertelt Ella. Voor haar broer Wannes was
tie opgenomen in het Jessa Ziekenhuis! Een team
het een eerste kennismaking. Jammer genoeg moest hij nadien de
van gespecialiseerde teddybeerdokters verzorgde
daad bij het woord voegen en kwam hij terug naar Jessa voor een
deze opname met de grootste professionaliteit.
echte opname. Lieve van Hoof, moeder van Ella en Wannes, is enthousiast over dit iniatief. “Wannes wordt binnen enkele dagen geopereerd en stelt
De kinderafdeling van het Jessa ziekenhuis en de geneeskunde-
zich hierbij toch wel enkele vragen. Vandaag kan hij op een aange-
studenten van de Uhasselt organiseren jaarlijks het TeddyBear Hos-
name manier kennis maken met het ziekenhuis. Ik ben kinderpsy-
pital om kinderen van 4 t.e.m. 6 jaar in contact te brengen met een
chologe en vind het belangrijk dat ouders deze informatie krijgen.”
ziekenhuis. Spelenderwijs wil men zo de angst voor een ziekenhuis of dokters wegnemen en hun nieuwsgierigheid prikkelen.
De kinderen van Annelies Sergeant, zelf ook dokter, zijn gefascineerd door het TeddyBear Hospital. “De kinderen meenemen naar
De kinderen maakten kennis met het operatiekwartier, de apotheek,
een omgeving waar ik zelf werk, is best bijzonder. Mijn dochter heb
de röntgenafdeling en het labo. De ouders woonden ondertussen
ik alvast kunnen inspireren, zij wil later oogarts worden. Bij mijn
een lezing bij waar ze duidelijke informatie kregen over het begelei-
twee zonen heeft het minder effect gehad denk ik, maar ze amuse-
den van een kind bij een ziekenhuisopname.
ren zich hier wel”, vertelt Annelies lachend.
40 NIEUWS
41 UROLOGIE
Oncologie binnen urologie
Prostaatkanker wordt bij elke patiĂŤnt
OP MAAT BEHANDELD
V
an het kleinste nefron tot het topje van de urethra: overal kan zich een
maligne gezwel ontwikkelen. Oncologische problemen komen in urologie erg frequent voor. Vaak is een curatief beoogde therapie mogelijk dankzij vroegtijdige diagnose. Dr. Patrick Willemen, uroloog, licht toe hoe DR. PATRICK WILLEMEN
41 RUBRIEK
de multidisciplinaire samenwerking het verschil maakt.
42 UROLOGIE
PROSTAATKANKER OP MAAT BEHANDELEN
Dr. Patrick Willemen: “Oncologische problemen binnen urologie
Blaastumoren: hoog recidief risico, vaak agressief
worden behandeld door chirurgie, door radiotherapie of medi-
“Blaastumoren zijn dikwijls oppervlakkig in de mucosa of submu-
camenteus. Doorgaans gaat het om een combinatie. Een goede
cosa van de blaas. In dat geval kunnen ze volledig endoscopisch
samenwerking tussen urologen, oncologen en radiotherapeuten
worden verwijderd via een TUR, een transurethrale resectie. Maar
is dan ook vereist. Ook oncologisch opgeleide prostaatverpleeg-
omdat ze - afhankelijk van hun agressiviteit - veel kans hebben
kundigen, continentie- en stomaverpleegkundigen, kinesisten en
om te recidiveren, passen we bijkomend vaak blaasspoelingen met
oncologische psychologen maken een belangrijk deel uit van het
chemotherapie (Mitomycine of Farmarubicine) of immunothera-
team.”
pie (BCG) toe en dit gedurende een jaar. Nadien blijven regelmatige controles aangewezen. Opvallend is verder dat blaaskanker bij vrouwen steeds meer voorkomt. Het verband met roken is hier al
Chirurgische ingreep bij niertumoren
aangetoond.
“Grote niertumoren moeten in toto worden verwijderd, met het omgevende vetweefsel binnen de fascia van Gerota. Vaak moet
Bij spierinvasieve blaastumoren, of bij oppervlakkige maar erg
ook de nabijgelegen bijnier worden weggehaald en - indien aan-
agressieve tumoren, moet de blaas worden verwijderd. Om de tumor
getast - ook de lymfeklieren die gelegen zijn rond de nierhilus en
zo breed mogelijk te kunnen weghalen, moet bij de man de prostaat
de abdominale vaten.
en soms ook de urethra wor-
Dankzij de medische beeld-
den weggenomen. Bij een
vorming – denk aan echo, CT-scan of MRI - worden deze tumoren steeds vaker en in een vroeger stadium
EEN KLASSIEKE OPEN PARTIËLE NEFRECTOMIE IS GUNSTIGER DAN EEN LAPAROSCOPISCHE TOTALE NEFRECTOMIE.
vrouw voeren we een ‘voorste exenteratie‘ uit waarbij de uterus en de adnexen mee worden verwijderd.
gevonden. De tumoren zijn dan meestal nog klein, wat
Wanneer we de blaas weg-
ons toelaat alleen de tumor te verwijderen en de nier te sparen.
nemen, moet de urine uiteraard langs een andere weg worden
Studies tonen aan dat zo’n partiële nefrectomie even curatief is,
gedevieerd. Meestal isoleren we hiervoor een kort stukje dundarm
met het bijkomende voordeel dat de patiënt nog steeds een nier
waarbij we dan de ureters inplanten aan het proximale uiteinde er-
op reserve heeft.
van. Het distale deel wordt als een stoma aan de huid gebracht waarbij de urine door de darmperistaltiek naar buiten wordt ge-
Net zoals een totale nefrectomie klassiek operatief of laparosco-
duwd en daar wordt opgevangen in een zakje. We noemen dit een
pisch kan gebeuren, kunnen beide toegangswegen ook worden
Bricker-operatie, genoemd naar de bedenker van deze techniek.
toegepast voor een partiële nefrectomie. Waar er in principe een
Bij patiënten in goede conditie - en bij wie de oncologische situatie
voorkeur is voor de laparoscopische methode - omdat de wonden
het toelaat - creëren we een substitutieblaas. Hierbij wordt zo’n
kleiner zijn en het herstel van de patiënt sneller verloopt - kan
60 cm ileum geïsoleerd op zijn vaatsteel. Door deze grotendeels te
een open chirurgische ingreep toch nog noodzakelijk zijn wanneer
detubuleren (= in de lengte open maken waardoor de peristaltiek
de tumor te groot is. Zo is het aangewezen om een open partiële
wordt onderdrukt) kunnen we een nieuw reservoir (pouch) maken.
nefrectomie uit te voeren wanneer dit laparoscopisch niet meer
De ureters worden aansluitend ingepland in het proximale stuk van
mogelijk zou zijn en we langs deze weg zouden genoodzaakt zijn
de dundarm dat niet werd gedetubuleerd, zodat hier de peristaltiek
de nier volledig weg te nemen.
dienstdoet als antirefluxmechanisme. In het distale deel van het reservoir wordt een opening gemaakt waar de pouch op de urethra
In geval van metastasen werken we samen met onze collega’s van
wordt geanastomoseerd zodat de patiënt langs natuurlijke weg kan
oncologie, maar ook bij metastasen heeft een nefrectomie vaak
plassen. We noemen deze operatie een ‘Studer-pouch’ omdat deze
nog belang.”
Zwitserse chirurg deze techniek op punt heeft gesteld.
43 UROLOGIE
Deze ingreep is wel wat complexer en vergt meer nazorg zodat ook
om uitgebreidere tumoren te opereren, voeren we ook vaker een
hier het teamwerk belangrijk is. Patiënten moeten opnieuw leren
lymfeklierevidement uit.
plassen maar het voordeel om een stoma te kunnen vermijden en
Heelkunde voor deze grote tumoren geeft een beter resultaat op
te kunnen plassen langs de normale weg is enorm.
overleving en voorkomt latere lokale problemen. In tegenstelling
Ook bij blaastumoren werken we vaak samen met het LOC voor
tot colonchirurgie, waar men een ruime chirurgische marge kan ne-
neo-adjuvante (preoperatief) of adjuvante (postoperatief) chemo-
men, kan er hier alleen het prostaat-zaadblaasjes complex worden
therapie en radiotherapie wanneer de tumor het chirurgische sta-
verwijderd. Vandaar het belang van het onderzoek van de snede-
dium voorbij is of bij pijnlijke metastasen.”
randen. Wanneer deze de aanwezigheid van tumorcellen aantonen, dient radiotherapie te worden overwogen.
Prostaatkanker screenen bij risicofactoren
Doordat de prostaat vlak voor de sluitspier ligt, is er wel altijd ge-
“Dankzij PSA (Prostaat Specifiek Antigen) dosages ontdekken we
vaar voor urineverlies. Ook het risico op impotentie moet in reke-
prostaatkanker steeds in een vroeger stadium. De discussie over het
ning worden gebracht, door de nabijheid van de nerveus plexus die
nut van screenen gaan we hier niet voeren maar we stellen toch vast
instaat voor de erectie. Het spreekt voor zich dat de ingreep dus
dat de sterftecijfers ten gevolge van prostaatkanker sterk gedaald
een belangrijke impact kan hebben op de levenskwaliteit van de
zijn de laatste jaren. We we-
patiënt. Een nauwgezette
ten wel ook dat prostaatkan-
operatietechniek is dan ook
ker niet bij iedereen nefast verloopt. Er sterven meer mensen mèt prostaatkanker dan vàn prostaatkanker,
DE BRICKER-OPERATIE EN DE STUDER-POUCH ZIJN VAAK TOEGEPASTE INGREPEN.
cruciaal en bepalend voor het slagen van de ingreep. Om alles voor de operatie piekfijn uit te leggen aan de patient doen we beroep
maar toch: er sterven nog
op onze prostaatverpleeg-
steeds te veel mannen door deze aandoening. Gericht screenen binnen een subgroep lijkt daarom
kundige. Ook onze kinesisten worden reeds voor de ingreep inge-
geen overbodige luxe: bij mannen boven 50 jaar, vanaf 40 jaar indien
schakeld om het risico op urineverlies te beperken.
vader of een broer een geschiedenis van prostaatkanker heeft.” Bij een gemetastaseerde prostaatkanker, met uitzaaiingen vooral ter hoogte van botten en klieren, gaan we meer werken met horBehandeling van een prostaatcarcinoma
moontherapie, al dan niet in combinatie met chemotherapie.
“Een prostaatcarcinoma wordt telkens ‘op maat‘ behandeld, afhan-
Recente studies tonen dat de combinatie van beide van in het be-
kelijk van de grootte van de tumor, het risico op progressie en de
gin bij botgemetastaseerde tumoren de overleving sterk kan ver-
eventuele aanwezigheid van metastasen.
lengen. De laatste jaren vindt hier ook een snelle evolutie plaats
Bij lokaal beperkte en goed gedifferentieerde letsels, met een be-
met het ontwikkelen van secundaire hormoontherapieën, secun-
perkt risico op uitbreiding, kunnen we wachten om een behande-
daire chemotherapieën waardoor de survival toeneemt.
ling in te stellen en monitoren we de situatie actief.
Dit gebeurt telkens in een multidisciplinair bepaald ‘step up’-
In geval van een lokaal uitgebreid en/of een agressiever letsel is
schema na onderling overleg.”
wel een behandeling aangewezen, hetzij door heelkunde, hetzij door radiotherapie, of beide. Bij een totale prostatectomie worden prostaat en zaadblaasjes in toto verwijderd. De blaas wordt naar beneden gebracht en aan de urethra geanastomoseerd. Omdat er steeds meer een tendens is
MEER INFORMATIE DR. PATRICK WILLEMEN, uroloog
tel. 011 33 76 84, patrick.willemen@jessazh.be De dienst urologie van het Jessa Ziekenhuis vormt een associatie met het Sint-Franciskusziekenhuis (Heusden-Zolder)
OPINIE MAAK DE FIETSHELM VERPLICHT Als arts, wetenschapper, vader en fietser vind ik het belangrijk om te pleiten voor het verplicht maken van de fietshelm voor alle fietsers. Het is een standpunt dat tot mijn verrassing emotionele tegenreacties oproept maar het is het enig wetenschappelijk correcte standpunt en het is een middel om de verkeersveiligheid te verbeteren zonder dat het veel kost. Jaarlijks sterven veel te veel mensen in België in het verkeer. We doen het hier beduidend slechter dan de buurlanden. Vaak wordt gezegd dat we in Europa ‘in de middenmoot’ zitten maar dit is enkel zo omdat we ook de ‘nieuwe’ Europese landen meetellen. Eigenlijk is het gewoon dramatisch slecht in vergelijking met Nederland, Verenigd Koninkrijk, Duitsland en zeker de Scandinavische landen. Extra pijnlijk is dat het aantal letselongevallen met zwakke weggebruikers eigenlijk niet daalt, het zijn de letselongevallen bij autobestuurders die verbeterd zijn de laatste twee decennia. Alle flitscamera’s en BOB-campagnes ten spijt daalt het aantal dodelijke ongevallen met fietsers niet. Elk van die ongevallen is een catastrofe voor de omgeving met pijn die decennia kan duren. Als orthopedisch traumachirurg zie ik veel ongevallen in het ziekenhuis en gelukkig is het zo dat de geneeskunde zeer veel kan doen voor traumaslachtoffers. Wat mijn specialiteit betreft: eigenlijk sterft niemand meer aan een perifeer botletsel. Ook abdominale en thoracale letsels kunnen we veel beter behandelen dan vroeger en we hebben fantastisch goede intensieve zorgendiensten die patiënten ‘erdoor halen’ waar dit vroeger ondenkbaar was. Dat alles maakt dat het nu meestal door hersenletsels is dat we traumapatiënten verliezen. DR. GERRIT DE WACHTER, ORTHOPEDISCH CHIRURG
44 OPINIE
ONDANKS FLITSCAMERA’S EN BOB-CAMPAGNES DAALT HET AANTAL DODELIJKE ONGEVALLEN MET FIETSERS NIET.
VOOR IEDEREEN! Als traumatoloog is het dan ook voor mij wetenschappelijk evident
Er komen ook heel emotionele en filosofische tegenargumenten:
dat hersenletsel het domein bij uitstek is waar we traumaslachtof-
de fietshelm zou ‘blaming the victim’ zijn. Het is De Boze Auto die
fers beter kunnen beschermen en dat betekent dus: de fietshelm.
in fout is en dus moet de fietser toch niet gestraft worden met een helm? Een surrealistisch standpunt. In die redenering moet je
Het lichaam van een fietser die aangereden wordt zwiept heen en
ook reddingsboten, kogelvrije vesten voor de politie, helmen op de
weer en het hoofd wordt tegen de auto gekwakt. De kinetische
werf en nooduitgangen afschaffen.
energie hiervan kan veel beter geabsorbeerd worden door een fietshelm die de energie verdeelt. Het is evident dat je kans om
En als we dan toch de filosofische toer opgaan: wat voor samen-
als fietser een aanrijding door een auto te overleven beter is als je
leving zijn wij eigenlijk? Tal van volwassenen stappen dagelijks
een fietshelm draagt.
in een zware machine, de auto, waarmee zij zeer snel kunnen rijden en enorme hoeveelheden kinetische energie opwekken. In
Ik besef ook zeer goed dat het geen wondermiddel is. Als je
die machine worden zij beschermd door een stalen kooi, gordels,
onder de achterwielen van een vrachtwagen terechtkomt bij
airbags en allerlei elektronica. Diezelfde volwassenen laten hun
een dodehoekongeval zal de helm je niet redden. Maar sommige
kind fietsen op nog geen meter van die razende machines en dan
slachtoffers zouden zeer zeker hun ongeval kunnen overleven met
zouden we pleiten om die kinderen niet te beschermen?!
een fietshelm.
Wij moeten heel dringend collectief de fietsinfrastructuur verbeteren èn de helmplicht invoeren om in de mate van het mogelijke de zwakke te beschermen.
België is een beetje een uitzonderlijk land waardoor een fietshelmverplichting extra nuttig zou zijn. Er zijn bij ons relatief veel fietsers in vergelijking met andere landen en bovendien rijden ze
Eén week per jaar lukt het wel. Dan gaan we skiën en op de piste
vaak heel dicht bij het verkeer. Iedereen weet dat in Nederland de
draagt iedereen een helm. Dan vinden we dat allemaal normaal,
fietspaden op een afstand van de rijweg liggen. In België jammer
zelfs cool. De andere 51 weken van het jaar laten we onze kinde-
genoeg niet. Die twee factoren (veel fietsers en weinig aparte
ren in de steek voor ons eigen grote gelijk.
fietspaden) maken dat er heel veel ‘contactmomenten’ zijn tussen auto en fietser. We hebben statistisch dan ook relatief veel kans MEER INFORMATIE
dat we ooit betrokken raken bij een ongeval auto-fietser waardoor het extra nuttig is de bescherming van de fietshelm te voorzien.
DR. GERRIT DE WACHTER, orthopedisch chirurg,
tel. 01130 90 53, gerrit.dewachter@jessazh.be
45 OPINIE
46 RUBRIEK
Dienst cardio-thoracale chirurgie bekroond tot
CENTER OF EXCELLENCE
47 CARDIOCHIRURGIE
O
nze dienst cardio-thoracale chirurgie is internationaal toonaangevend. Cardiochirurgen van over heel de wereld volgen in Hasselt opleidingen over minimaal invasieve chirurgie en dat is ook de sector niet ontgaan. Jessa’s dienst cardiochirurgie werd dit voorjaar uitgeroepen tot Center of Excellence (CoE) en bevestigt zo het leiderschap binnen dit vakdomein.
Wat betekent deze erkenning voor de dienst? Dr. Alaaddin Yilmaz (cardiothoracaal chirurg): “Dankzij de titel Center of Excellence gaan wij een nog sterker internationaal commitment aan. We gaan extra studies uitvoeren, publicaties realiseren, en zo meer. We lopen nu voor op anderen, en die voorsprong willen we behouden door voortdurende verbetering. Een ander speerpunt is dat we die verbeteringen zo vaak mogelijk willen delen met andere specialisten.”
Actueel in dit succesverhaal is het minisysteem, ook advanced perfusiesysteem genoemd, dat door artsen en medewerkers van het operatiekwartier en cardiale heelkunde werd ontworpen? Dr. Alaaddin Yilmaz: “Ons zelf bedachte minisysteem overtreft de vooropgestelde uitkomsten van de internationale literatuur. Wat wij vandaag dankzij dit systeem realiseren, was drie jaar geleden nog ondenkbaar. Toen was ik ook nog van mening dat minisystemen op bepaalde vlakken tekort kwamen. Maar we verzamelden ondertussen de sterkste eigenschappen van diverse systemen van andere minimaal invasieve centra uit Europa en ontwierpen zo ons eigen minisysteem.”
Jessa
Dat is goed nieuws voor de patiënten? Dr. Alaaddin Yilmaz: “De outcome voor zelfs de meest risicovolle patiënten ligt aanzienlijk hoger. Patiënten verliezen minder bloed en herstellen sneller. Met een verblijfsduur van doorgaans 9,5 dagen zitten we qua verblijf in het ziekenhuis onder het nationale gemiddelde.”
Ook de globalistische aanpak is uniek? Dr. Alaaddin Yilmaz: “Die onderscheidt ons inderdaad van alle anderen. Wij kiezen als minimaal invasief centrum zeer bewust voor een team approach waarbij tijdens een operatie niet alleen de chirurgen centraal staan, maar ook de perfusionisten en anesthesisten. Dat sluit aan bij onze ambitie om de patiënt centraal te stellen, en het hele team maximaal te betrekken ten voordele van de patiënt. Ook bijzonder fijn: we merken dat ook verpleegkundigen zich zo nog sterker betrokken voelen. Deze aanpak geeft ook hen nog extra drive en engagement.”
48 KORT NIEUWS
BELGISCHE NEFROLOGEN DELEN EXPERTISE IN BHUTAN
T
himphu, één van de kleinste hoofdsteden ter wereld, verwelkomde in
april nefrologen Tom Cornelis (Jessa Ziekenhuis) en Sven Smets (Sint-Trudo). De koning van het Aziatische bergstaatje en de Bhutan Kidney Foundation riepen de expertise van de Belgische artsen in om de nierbehandelingen ter plaatse naar een hoger niveau te tillen.
Dr. Tom Cornelis: “Collega Smets en ik hebben tijdens onze twee weken in Bhutan zo’n 300 patiënten onderzocht. Verkeerde eetgewoonten en een ongezonde leefstijl zorgen er voor heel wat nieraandoeningen onder de bevolking. Jammer genoeg staat de behandeling in Bhutan nog niet op het niveau dat wij hier kennen. De meeste verzorging gebeurt er door verpleegkundigen, en het land heeft pas recent zijn eerste nefroloog aangeworven. Wie er een niertransplantatie nodig heeft, moet nog steeds naar Indië reizen om de ingreep te laten uitvoeren.”
trent een lokaal transplantatiecentrum?
a.z. Vesalius en Jessa Ziekenhuis verenigen krachten
Dr. Tom Cornelis: “We hebben inderdaad
a.z. Vesalius uit Tongeren kiest voor het Jessa Ziekenhuis als refe-
aanbevelingen gedaan voor een transplan-
rentieziekenhuis. Met een recent getekend samenwerkingsakkoord
tatiecentrum, maar dat is een project op
willen beide partijen een geïntegreerd medisch aanbod creëren voor
lange termijn. Op korte termijn willen we
Midden- en Zuid-Limburg. Patiënten uit de regio kunnen blijven reke-
graag een buikspoelingprogramma opstar-
nen op kwalitatieve zorg dicht bij huis. Welbepaalde gespecialiseerde
ten. De lokale nefroloog en aanwezige ver-
onderzoeken en ingrepen die specifieke expertise of apparatuur ver-
pleegkundigen kunnen daarmee concreet
eisen, worden uitgevoerd in het Jessa Ziekenhuis door artsen van het
mee aan de slag. We bekijken nu welke
a.z. Vesalius of van het Jessa Ziekenhuis waarna de patiënt zo snel
opleidingen er nog mogelijk zijn. Misschien
mogelijk terug in Vesalius terecht kan voor verdere nabehandeling en
kunnen we in een afwisselingsprogramma
opvolging. De samenwerking kadert in de uitbouw van het netwerk
met andere nefrologen elke 6 maanden
Zuid-West-Limburg, in overeenstemming met de beleidsplannen van
terugkeren en zo onze kennis blijven delen.”
de overheid.
Er werd jullie ook advies gevraagd om-
AANPAK VAN CHRONISCHE PIJN IN HET MULTIDISCIPLINAIR PIJN CENTRUM (MPC)
KWALITATIEF LEVEN met chronische PIJN vraagt een biosociale aanpak
I
n de vorige editie van JessaLinea werd uitge-
functioneren in het dagelijks leven? Op die vragen formuleren
legd ‘wat is pijn, wat is chronische pijn en wat
wij samen met de patiënten een antwoord.”
zijn de gevolgen van chronische pijn op de levenskwaliteit?’. De ‘gele vlaggen’ helpen om het ont-
Jullie gaan bij het MPC verder dan louter pijnbestrijding?
staan chronische pijn snel te dedecteren.
Rosita Jakers: “Zeker. Chronische pijn uitsluitend medisch
De belangrijkste taak van het Multidisciplinaire
benaderen, is te beperkt. Pijn is een alarmsignaal bij een letsel.
Algologische team (MAT) binnen het ziekenhuis is
Maar wanneer pijn blijft aanhouden, en pijn en schade niet
sensibilisering van en vorming geven aan gezond-
meer in verhouding staan tot elkaar, dan doet dat iets met ons brein. Pijn werkt naast sensorisch ook cognitief en emotioneel.
heidsmedewerkers. Het MAT draagt bij aan de pre-
Aanhoudende pijn doet ondermeer de concentratie verminde-
ventie van chronische pijn bij de gehospitaliseerde
ren. Een patiënt is vaker moe, voelt zich geremd of angstig door
patiënten.
de pijn en dat reflecteert op zijn dagelijks functioneren. Het
Wat doet het MPC dan? ‘Chronische pijn erkennen.
werk, het gezin, de sociale activiteiten,… Die gang van zaken
Een vertrouwensrelatie opbouwen. Helpen bij het
verandert, net zoals de relaties met de mensen om de patiënt heen. De kwaliteit van leven en het functioneren neemt daar-
optimaliseren van een leven met chronische pijn.
door op diverse vlakken af. De effecten van pijn en de gevolgen
Dat is wat ons team hier doet’, vertellen Rosita Ja-
van pijn verdienen naast de pijnbestrijding eveneens de nodige
kers en Nathalie Millen van het MPC. Samen met
aandacht en behandeling.”
hun collega’s werken ze volgens een biosociale aanpak.
Vandaar de vereiste biosociale aanpak. Hoe zit die precies in elkaar? Rosita Jakers: “We werken interdisciplinair vanuit 5 invalshoe-
Rosita Jakers (pijnpsychologe, gedrags- en ACT-therapeute):
ken. Geen enkel chronisch pijnverhaal is hetzelfde. Het advies
“Wanneer pijn langer dan 3 maanden aanhoudt, spreken we van
en de coaching door elke discipline is belangrijk. Vandaar
‘chronische pijn’. Die term zegt iets over de duur van de pijn,
starten we bij het begin van het behandelproject met psycho-
maar niets over het functioneren en de toekomst van de patiënt.
educatieve informatiesessies. Hier belicht elke discipline
Wat kan ik straks nog? Wat zijn naast mijn beperkingen ook
vanuit zijn invalshoek alle aspecten van chronische pijn. (zie
mijn mogelijkheden op langere termijn? Hoe kan ik ondanks pijn
kaderstuk, nvdr)
49 PIJNCENTRUM
DE BIOSOCIALE AANPAK EN INTERDISCIPLINAIRE WERKING: 5 INVALSHOEKEN
1. MEDISCH De opvolging van de chronische pijnpatiënt gebeurt door het ARTSENTEAM (fysisch geneesheer, anesthesisten, neurochirurgen, psychiaters). Er worden geen medische diagnoses gesteld. Het team overlegt MULTIDISCIPLINAIR rond medicatie, interventionele behandelingen en revalidatie. Opvolging en evaluatie gebeurt systematisch.
2. PSYCHOLOGISCH Begeleiding door PIJNPSYCHOLOOG/ GEDRAGSTHERAPEUT.
Met pijn leren omgaan is een proces. In dit proces wordt de patiënt gecoacht in het DURVEN TOELATEN VAN PIJN IN ZIJN LEVEN.
Verder wordt hij gestimuleerd om ook met pijn te durven functioneren en nieuwe ervaringen aan te gaan. Andere mogelijkheden in zijn functioneren durven verkennen kan wanneer er cognitief en emotioneel rond angsten en vermijdingsgedrag therapeutisch wordt gewerkt. Gedragstherapeutische interventies en ACT (Acceptance and Commitment Therapy) staan centraal.
Doorgaans begeleiden we de patiënt zo’n 3 maanden in dit interdisciplinair revalidatieprogramma. Daarna bieden we na een evaluatie meestal nog de mogelijkheid aan om het programma met 3 maanden te verlengen. Dan komt de focus meer te liggen op hoe de patiënt straks ook het functioneren met pijn zelfstandig kan verder zetten. Want je functioneren met pijn optimaal houden, is zoals je conditie op peil houden: je moet er continu aan werken. De chronische pijnpatiënt moet hierbij zijn eigen verantwoordelijkheid leren opnemen en gestimuleerd worden om zijn eigen functioneren te managen.”
Jullie gaan soms ook ècht fysiek mee aan de slag? Nathalie Millen (ergotherapeute): “Dat gebeurt, zeker wanneer er sprake is van kinesiofobie. Voor het eerst terug gaan wandelen. Weer gaan fietsen of de trein nemen. De stad intrekken
HOE SNELLER WE
ondanks de angst om extra pijn te ervaren of de angst om meer
CHRONISCHE PIJN KUNNEN AANPAKKEN,
schade toe te brengen aan ons lichaam. Patiënten worden
HOE BETER DE RESULTATEN.
soms letterlijk stap per stap hierin begeleid. Al verloopt het advies uiteraard op meerdere gebieden: hoe kan je je hobby
50 PIJNCENTRUM
3. WERKEN AAN EEN
4. SOCIALE ASPECTEN
GEZONDE LEVENSSTIJL Begeleiding door PIJNVERPLEEGKUNDIGE en ERGOTHERAPEUT. Patiënten worden gestimuleerd om BEWUST STIL TE STAAN BIJ HUN LEVENSSTIJL. Hoe gaan ze om met hun dagstructuur, medicatie, voeding, slaappatroon,...? Dit alles wordt besproken tijdens individuele sessies. Aan de hand van een activiteitenweger, voedingsdagboek, slaapdagboek,… wordt de volledige daginvulling van de patiënt in kaart gebracht. Op die manier wordt de patiënt zich hiervan bewust en kunnen we samen aan de slag gaan.
EN BEGELEIDING IN ARBEIDSHERINTEGRATIE Begeleiding door SOCIAAL ASSISTENT en samenwerking met GTB waar nodig. (GTB: Gespecialiseerde dienst voor TrajectBegeleiding voor personen met een arbeidsbeperking.) Hier wordt de patiënt gestimuleerd om SOCIAAL en PROFESSIONEEL zijn mogelijkheden qua functioneren opnieuw te verkennen. De patiënt kan bij de sociaal assistente terecht met vragen omtrent mutualiteit, ziekte- en invaliditeitsuitkeringen, werkloosheid, werkhervatting, tegemoetkomingen,… Zij zal samen met de patiënt op zoek gaan naar antwoorden op al deze vragen en indien nodig doorverwijzen naar de gespecialiseerde instanties (RVA, VDAB, GTB, mutualiteit,…). Omdat er in het MPC veel aandacht wordt besteed aan de arbeidsreïntegratie van de chronische pijnpatiënt, is er in de loop der jaren een goede samenwerking met GTB uitgebouwd. Hierdoor verloopt de doorverwijzing en begeleiding vlot en wordt de patiënt door beide instanties nauw opgevolgd.
5. BEWEGING Begeleiding door KINESIST en ERGOTHERAPEUT.
Centraal in het revalidatieprogramma staan reconditionering en refunctioneren in ADL (Activiteiten Dagelijks Leven). Door middel van hydrotherapie, relaxatie, stabilisatieoefeningen en een individueel gradueel opgebouwd oefenprogramma wordt het functioneren en de kinesiofobie van de chronische pijnpatiënt aangepakt. Het sociale aspect van terug durven bewegen en functioneren met pijn heeft een belangrijke meerwaarde voor de patiënt.
weer uitoefenen? Wat is voor jou de beste slaapergonomie?
den aan het moederschap? Zo kan ze emotioneel en cognitief
Welke invloed hebben voeding, bepaalde gewoontes of roken
haar moederschap anders invullen. Je moederschap aangepast en
op je situatie en hoe kan het beter? We merken dikwijls dat
anders invullen betekent niet minder goed. Het gaat er om gedrag
chronische pijnpatiënten op goede dagen doorgaans teveel
te stellen dat trouw is aan je doel. En dat kan je op verschillende
willen doen en op slechte dagen minder actief zijn. We proberen
manieren invullen.”
daar een balans in te brengen dankzij de ‘activiteitenweger’. Een soort puntensysteem waarbij elke activiteit een waarde krijgt toegekend. Dit helpt om een evenwicht te vinden tussen
Wat is het slaagpercentage van het MPC?
belasting en belastbaarheid.”
Rosita Jakers: ‘Wij slagen er in om een positieve respons te krijgen bij de meerderheid van onze patiënten. Zij geven aan dat hun
Rosita Jakers: “Mensen krijgen bij ons inzicht in hun problematiek
functioneren verbeterd is na het programma.
èn kapstokken om er zelf mee aan de slag te gaan. Een doelstel-
Ik denk dat we dat succes boeken dankzij onze interdisciplinaire
ling die aansluit bij onze ACT-aanpak (Acceptance & Commit-
werking en het feit dat wij sàmen werken met de patiënt, dat
ment Therapy, nvdr). Vertrekkend vanuit acceptatie trachten we
we alle aspecten van zijn leven bekijken en samen oplossingen
mensen te motiveren om naar verandering toe te werken in hun
bedenken.
leven. Neem bijvoorbeeld een vrouw die zichzelf een minder
Het doel van het MPC is dus niet om de pijn volledig weg te wer-
goede moeder vindt omdat ze door haar chronische pijn niet
ken. Het gaat er om anders om te gaan met je pijn zodat je leven
meer de activiteiten met haar kinderen kan doen die ze wenst.
weer kwalitatiever wordt en je kan functioneren in het dagelijks
Wij praten dan over wat het voor haar betekent, een ‘goede’
leven. En hoe sneller iemand met chronische pijn naar ons wordt
moeder zijn. Welke waarden en normen zijn voor haar verbon-
doorverwezen, hoe optimaler het eindresultaat.”
51 PIJNCENTRUM
CHRONISCHE PIJN
HET MPC VAN LINKS NAAR RECHTS: TINE BROUX (SOCIAAL ASSISTENTE), ILSE REYCKERS (KINESITHERAPEUT), ROSITA JAKERS (PSYCHOLOGE), MIEKE MELOTTE (SECRETARESSE), DR. MAAIKEN VANDER PLAATSE (ARTS), NATHALIE MILLEN (ERGOTHERAPEUTE), ALÈNE VERHEYEN (PIJNVERPLEEGKUNDIGE)
MULTIDISCIPLINAIR
PIJNCENTRUM (MPC) WANNEER VERWIJS IK EEN PATIËNT NAAR HET MULTIDISCIPLINAIR PIJNCENTRUM?
TEAM MULTIDISCIPLINAIR PIJNCENTRUM? Artsen
DR. GUIDO CLAES
DR. MAAIKEN VANDER PLAETSE
DR. STEFAN EVERS
DR. CAROLINE HENS
DR. NOOR BERENDS
DR. YASMINE HOYDONCKX
DR. HEIDI SCHRUERS
DR. WIM DUYVENDAK
Psychologe
ROSITA JAKERS
Kinesitherapeut
ILSE REYCKERS
Ergotherapeute
NATHALIE MILLEN
Pijnverpleegkundige
ALÈNE VERHEYEN
Sociaal assistente
TINE BROUX
Secretaresse
MIEKE MELOTTE
- De patiënt heeft een chronisch pijnprobleem met een duidelijke weerslag op zijn/haar functioneren. - Bij de patiënt, met een chronisch pijnprobleem, is er sprake van een dreigende arbeidsongeschiktheid of huidige arbeidsongeschiktheid is momenteel nog minder dan 6 maanden. - Bij twijfel: Verwijs de patiënt naar een specialist(e) verbonden aan het pijncentrum (anesthesiste, neurochirurg, psychiater, revalidatiearts). Deze kan, indien geïndiceerd, doorverwijzen naar het Multidisciplinaire Team. WANNEER VERWIJS IK NIET DOOR NAAR HET MULTIDISCIPLINAIR PIJNCENTRUM? - Uitsluitend voor diagnostiek. - Uitsluitend voor medicatie-advies
of interventionele behandeling.
- Indien er een andere acute poblematiek op de voorgrond
CONTACTGEGEVENS MPC
staat, dan eerst een consultatie bij het meest betrokken
- Tel. 011 33 88 90
specialisme.
- secretariaat.mpc@jessazh.be
HOE VERWIJZEN? - Verwijzing door huisarts of arts-specialist. - Evaluatie chronisch pijnprobleem vanuit vragenlijsten en intakegesprek (arts en psycholoog tezamen). - Opstellen en opvolgen van multidisciplinair behandelplan via halfmaandelijks multidisciplinair teamoverleg.
52 PIJNCENTRUM
53 VERBUM
VERBUM Gepubliceerd in Clin Sci (Lond) 2016 jul 1;130(13):1105-14. doi: 10.1042/CS20160220.
TERY BYPASS GRAFT: IMPLICATIONS FOR REHABILITATION
Epub 2016 Apr 4.
Hansen D, Roijakkers R, Jackmaert L, Robic B, Hendrikx M, Yilmaz A,
ATTENUATED ATRIAL NATRIURETIC PEPTIDE-MEDIATED LIPOLY-
Frederix I, Rosseel M, Dendale P.
SIS IN SUBCUTANEOUS ADIPOCYTES OF OBESE TYPE 2 DIABETIC
ABSTRACT
MEN.
OBJECTIVE:
Verboven K, Hansen D, Moro C, Eijnde BO, Hoebers N, Knol J, Bouckaert
cardiopulmonary exercise tolerance is better preserved early after
The purpose of this work was to test the hypothesis that
W, Dams A, Blaak EE, Jocken JW.
endoscopic atraumatic coronary artery bypass graft (endo-ACAB) sur-
ABSTRACT
gery versus coronary artery bypass graft (CABG) surgery.
Catecholamines and atrial natriuretic peptide (ANP) are major regula-
DESIGN:
tors of adipocyte lipolysis. Although obesity is characterized by cat-
tients, and 15 healthy subjects executed a maximal cardiopulmonary
echolamine resistance in subcutaneous adipose tissue (SCAT), data on
exercise test, with assessment and comparison of cycling power out-
ANP lipolytic response and sensitivity in different adipose tissue (AT)
put, O2 uptake, CO2 output, respiratory gas exchange ratio, end-tidal
depots of metabolically distinct humans are scarce. Ex vivo catecho-
O2 and CO2 pressures, equivalents for O2 uptake and CO2 output,
lamine- and ANP-induced lipolysis was investigated in adipocytes
heart rate, O2 pulse, expiratory volume, tidal volume, respiratory rate,
derived from SCAT and visceral AT (VAT) depot of lean (n=13) and
at peak exercise and ventilatory threshold. In patients, forced expira-
obese men, with (n=11) or without (n=18) type 2 diabetes (HbA1c
tory volume and forced vital capacity were measured.
< or ≥ 6.5%). Underlying molecular mechanisms were examined by
RESULTS:
looking at functional receptors in the NP signalling pathway at the
equivalents for O2 uptake and CO2 output, end-tidal O2 and CO2 pres-
mRNA and protein level. Maximal ANP- and catecholamine-induced
sures at peak exercise (matched peak respiratory gas exchange ratio
lipolysis in SCAT was blunted in obese type 2 diabetics compared
between patient groups), and ventilatory threshold were significantly
with age-matched lean men whereas non-diabetic obese subjects
worse in patients versus healthy controls (P < 0.05; observed power,
showed intermediate responses. This blunted ANP-mediated lipolytic
>0.80). All these parameters, and lung function, were, however, com-
response was accompanied by lower mRNA and protein expression
parable between CABG and endo-ACAB surgery patients (P > 0.10).
of the type-A natriuretic peptide (NP) receptor and higher mRNA but
CONCLUSIONS: Exercise
reduced protein expression of the scavenging type-C receptor. Maxi-
cise seems, in contrast to expectation, equally compromised early af-
mal ANP-induced lipolysis was lower in VAT compared with SCAT but
ter endo-ACAB surgery as opposed to after CABG surgery. These data
not different between groups. Collectively, our data show that both
may signify the need for exercise-based rehabilitation intervention
ANP- and catecholamine-mediated lipolysis is attenuated in SCAT of
early after endo-ACAB surgery.
Twenty endo-ACAB surgery patients, 20 CABG surgery pa-
Oxygen uptake, CO2 output, expiratory and tidal volume,
tolerance and ventilatory function during exer-
obese men with type 2 diabetes, and might be partially explained by NP receptor defects. Therefore, improving maximal ANP responsiveness in adipose tissue might be a potential novel strategy to improve
Gepubliceerd in Expert Rev Respir Med. 2016 Feb 22. [Epub ahead of print]
obesity-associated metabolic complications.
CHANGES IN STRUCTURAL AND METABOLIC MUSCLE CHARACTERISTICS FOLLOWING EXERCISE-BASED INTERVENTIONS IN PATIENTS WITH COPD: A SYSTEMATIC REVIEW.
Gepubliceerd in Am J Phys Med Rehabil. 2016 May 12. [Epub ahead of print]
De Brandt J, Spruit MA, Derave W, Hansen D, Vanfleteren LE, Burtin C.
COMPROMISED CARDIOPULMONARY EXERCISE CAPACITY IN PA-
ABSTRACT
TIENTS EARLY AFTER ENDOSCOPIC ATRAUMATIC CORONARY AR-
Patients with COPD suffer from lower-limb muscle dysfunction char-
54 VERBUM
acterized by lower muscle oxidative capacity and muscle mass. Exer-
St-Maarten, Mechelen, Belgium. (10) Medisch Sociaal Opvangcentrum Limburg, Genk,
cise-based training is expected to attenuate lower-limb intramuscu-
Belgium. (11) Center for Statistics (CenStat), Hasselt University, Belgium. (12) Free
lar characteristics, but a detailed systematic approach to review the
Clinic, Antwerp, Belgium. (13) Department of Public Health and Primary Care KU Leu-
available evidence has not been performed yet. PUBMED and PEDro
ven, Leuven, Belgium. (14) Department of General Practice, KU Leuven, Belgium and
databases were searched. Twenty-five studies that implemented an
Maastricht University, The Netherlands. (15) Department of Gastroenterology and He-
exercise-based training program (aerobic and/or resistance training,
patology, Ghent University Hospital, Belgium. (16) Department of Gastroenterology and
high intensity interval training, electrical or magnetic stimulation)
Hepatology, UZ Antwerp, Antwerp, Belgium. (17) Department of Hepatology, University
and reported muscle biopsy data of patients with COPD were criti-
Hospitals KULeuven, Belgium. (18) Department of Gastroenterology, Hepatopancreato-
cally appraised. The coverage of results includes changes in muscle
logy and Digestive Oncology, CUB Hôpital Erasme, Université Libre de Bruxelles, Belgium.
structure, muscle protein turnover regulation, mitochondrial enzyme
(19) Department of Gastroenterology and Hepatology, Jessa Hospital, Hasselt, Belgium.
activity, oxidative and nitrosative stress, and inflammation after
ABSTRACT
exercise-based training interventions. Study design and training mo-
No data have been reported yet on treatment outcome in persons
dalities varied among studies, which partly explains the observed het-
who inject drugs (PWID) infected with hepatitis C virus treated with
erogeneous response in muscle characteristics. Gaps in the current
boceprevir or telaprevir in combination with peginterferon (Peg IFN)
knowledge are identified and recommendations for future research
and ribavirin (RBV). Additionally, there are concerns about the safety
are made to enhance our knowledge on exercise training effects in
of boceprevir and telaprevir in some subgroups of patients with hepa-
patients with COPD.
titis C (HCV). In a cohort of HCV patients infected with genotype 1 in Belgium, treatment outcome of patients infected due to IV drug use was analyzed and compared with patients who have no history
Gepubliceerd in J Med Virol. 2016 Jan;88(1):94-9. Epub 2015 Jul 21.
of substance use. The study population consisted of 179 patients: 78
BELGIAN EXPERIENCE WITH TRIPLE THERAPY WITH BOCEPRE-
PWID and 101 controls treated with boceprevir (n = 79) or telaprevir
VIR AND TELAPREVIR IN GENOTYPE 1 INFECTED PATIENTS WHO
(n = 100) additional to Peg IFN and RBV; 53 (30%) had advanced dis-
INJECT DRUGS.
ease (F3, F4) and 79 (44%) had an antiviral therapy previously. There
Arain A1,2, Bourgeois S3, de Galocsy C4, Henrion J5, Deltenre P5,6,
were no significant differences in the baseline characteristics be-
d’Heygere F7, George C7, Bastens B8, Van Overbeke L9, Verrando R10,
tween both groups, except that PWID patients were more frequently
Bruckers L11, Mathei C12,13, Buntinx F14, Van Vlierberghe H15, Francque
infected with genotype 1a (67% vs 21%), were younger and were
S , Laleman W , Moreno C , Janssens F , Nevens F , Robaeys G
.
predominantly male. Psychiatric complaints during follow-up occurred
(1) Department of Gastroenterology and Hepatology, Ziekenhuis Oost-Limburg, Genk,
more frequently in the PWID patients: 24% versus 11% (P = .02).
Belgium. (2) Faculty of Medicine and Life Sciences, Hasselt University, Martelarenlaan
Treatment failure for other reasons than absence of viral response
42, 3500 Hasselt, Belgium. (3) Department of Gastroenterology and Hepatology, ZNA
was 70% and 64% in PWID and non-PWID respectively. The sustained
Stuyvenberg, Antwerp, Belgium. (4) Department of Gastroenterology and Hepatology,
viral response (SVR) rates were similar in both groups (71% in PWID vs
Hôpitaux Iris Sud Bracops, Brussels, Belgium. (5) Department of Gastroenterology and
72% in non-PWID); with a non-inferiority test with -5% margin there
Hepatology, Hôpital de Jolimont, Haine-Saint-Paul, Belgium. (6) Division of Gastroente-
is a difference of -1% (95% CI [-15%, 13%]) and P = 0.30. There are no
rology and Hepatology, Centre Hospitalier Universitaire Vaudois, Lausanne, Switzerland.
reasons to exclude PWID from treatment with boceprevir, telaprevir
(7) Department of Gastroenterology and Hepatology, AZ Groeninge, Kortrijk, Belgium.
and novel antiviral therapies.© 2015 Wiley Periodicals, Inc.
(8) Department of Gastroenterology and Hepatology, Clinique Saint-Joseph, Clinique de
KEYWORDS:
l’Espérance, Liège, Belgium. (9) Department of Gastroenterology and Hepatology, AZ
who inject drugs; telaprevir
16
17
18
19
17
1,2,17
boceprevir; direct acting antivirals; hepatitis C; persons
55 VERBUM
Gepubliceerd in Acta Cardiol 2016; 71 (2): 135-143 doi: 10.2143/AC.71.2.3141842
Gepubliceerd in PLoS One 2016 Apr 21;11(4):e0154038. doi: 10.1371/journal.
LEFT ATRIAL APPENDAGE OCCLUSION WITH THE AMPLATZER
pone.0154038. eCollection 2016
CARDIAC PLUG COULD IMPROVE SURVIVAL AND PREVENT
VALIDATION AND APPLICATION OF A CUSTOM-DESIGNED TAR-
THROMBO-EMBOLIC AND MAJOR BLEEDING EVENTS IN ATRIAL FI-
GETED NEXT-GENERATION SEQUENCING PANEL FOR THE DIAG-
BRILLATION PATIENTS WITH INCREASED BLEEDING RISK
NOSTIC MUTATIONAL PROFILING OF SOLID TUMORS
Budts W, Laenens D, Van Calenbergh F, Vermeersch P, De Potter T,
Guy Froyen1, An Broekmans1, Femke Hillen1, Karin Pat2, Ruth Achten3,
Aminian A, Benit E, Stammen F, Kefer J.
Jeroen Mebis4, Jean-Luc Rummens1, Johan Willemse1,5, Brigitte Maes1
ABSTRACT
(1) Department
of Clinical Biology, Jessa Hospital, Hasselt, Belgium.
Literature suggests a beneficial effect of percutaneous left atri-
(2) Department
of Pneumology, Jessa Hospital, Hasselt, Belgium.
al appendage occlusion (LAAO) to prevent thrombo-embolic events in
(3) Department
of Pathology, Jessa Hospital, Hasselt, Belgium.
patients with non-rheumatic atrial fibrillation (AF). We compared out-
(4) Department
of Medical Oncology, Jessa Hospital, Hasselt, Belgium.
come of LAAO versus ‘suboptimal standard’ treatment in AF patients
(5) Department
of Clinical Biology, AZ Turnhout, Turnhout, Belgium.
with high bleeding risk.
ABSTRACT
AIMS:
Patients with sufficient follow-up data (n =
The inevitable switch from standard molecular methods to next-gen-
125) who underwent LAAO with the Amplatzer Cardiac Plug (ACP)
eration sequencing for the molecular profiling of tumors is challenging
were selected from the Belgian ACP database. AF patients who sur-
for most diagnostic laboratories. However, fixed validation criteria for
vived intracranial haemorrhage were recruited from the Leuven Neu-
diagnostic accreditation are not in place because of the great variabil-
rosurgical Registry (LNR, n = 113). After propensity score adjustment,
ity in methods and aims. Here, we describe the validation of a custom
the outcome of both groups was compared for the combined end point
panel of hotspots in 24 genes for the detection of somatic mutations
(death, stroke, transient ischaemic attack, systemic emboli, and major
in non-small cell lung carcinoma, colorectal carcinoma and malignant
bleeding event). The LAAO group did not differ from the LNR group for
melanoma starting from FFPE sections, using 14, 36 and 5 cases, re-
mean age and gender (74 ± 7 versus 75 ± 10 years, P = 0.29; female
spectively. The targeted hotspots were selected for their present or
39% versus 48%, P = 0.18). However, the CHA2DS2-VASc and HAS-
future clinical relevance in solid tumor types. The target regions were
BLED scores were both higher in the LAAO group (4.8 ± 1.7 versus 3.9
enriched with the TruSeq approach starting from limited amounts of
± 1.7, P = 0.0001; 3.5 ± 1.4 versus 3.2 ± 1.4, P = 0.036). After pro-
DNA. Cost effective sequencing of 12 pooled libraries was done us-
pensity score adjustment, the risk for the primary end point was sig-
ing a micro flow cell on the MiSeq and subsequent data analysis with
nificantly higher for the LNR group (HR 2.012, 95% CI 1.113-3.638).
MiSeqReporter and VariantStudio. The entire workflow was diagnosti-
METHODS AND RESULTS:
LAAO with ACP seems to improve the combination of
cally validated showing a robust performance with maximal sensitiv-
survival and the prevention of thrombo-embolic and major bleeding
ity and specificity using as thresholds a variant allele frequency >5%
events in patients with atrial fibrillation and increased bleeding risk.
and a minimal amplicon coverage of 300. We implemented this method
CONSLUSION:
Amplatzer Cardiac Plug; Left atrial appendage; WATCH-
through the analysis of 150 routine diagnostic samples and identified
MAN; atrial fibrillation; cerebral haemorrhage; closure; high bleeding
clinically relevant mutations in 16 genes including KRAS (32%), TP53
risk; occlusion
(32%), BRAF (12%), APC (11%), EGFR (8%) and NRAS (5%). Importantly,
KEYWORDS:
the highest success rate was obtained when using also the low quality DNA samples. In conclusion, we provide a workflow for the validation of targeted NGS by a custom-designed pan-solid tumor panel in a molecular diagnostic lab and demonstrate its robustness in a clinical setting.
SYMPOSIA
2016
SYMPOSIUM HET CHIRURGISCH DAGZIEKENHUIS 2.0 - IS KORTER BETER? DATUM: zaterdag 24 september 2016 LOCATIE: Jessa Ziekenhuis, aula campus Salvator, Hasselt SYMPOSIUM PIJN BIJ KINDEREN DATUM: zaterdag 19 november 2016 LOCATIE: Jessa Ziekenhuis, aula campus Salvator, Hasselt
SYMPOSIUM LOC DATUM: zaterdag 26 november 2016 LOCATIE: Jessa Ziekenhuis, aula campus Salvator, Hasselt
SYMPOSIUM ENDOMETRIOSECENTRUM DATUM: zaterdag 11 februari 2017 LOCATIE: Jessa Ziekenhuis, aula campus Salvator, Hasselt
Dit is een voorlopige lijst van symposia. Voor een up-to-date overzicht kan u terecht op www.jessazh.be/symposia.