Lotto-Soudal renners getest Hartchirurgie op maat van de patiĂŤnt Sneller aan het werk na borstkanker
MEDISCH INFORMATIEBLAD JESSA ZIEKENHUIS NR. 20 DECEMBER 2015
JessaLinea
2 INHOUD
COLOFON
PATHOLOGISCHE ANATOMIE: SNELLERE RESULTATEN
38
JessaLinea
nr. 20 - december 2015
De dienst pathologische anatomie nam een nieuw toestel voor staalvoorbereiding in gebruik. Hierdoor kan men nog sneller werken zonder aan kwaliteit te moeten inboeten. Dit levert tijdswinst op voor de arts die zijn patiënt sneller een diagnose kan voorleggen.
Verantwoordelijke uitgever: vzw Jessa Ziekenhuis, Salvatorstraat 20, 3500 Hasselt Hoofd- en eindredactie: dienst communicatie Jessa Ziekenhuis, Salvatorstraat 20, 3500 Hasselt tel. 011 30 82 21, jessalinea@jessazh.be Vormgeving: marjanwuyts Grafische Vormgeving Drukwerk: Drukkerij Haletra www.jessazh.be info@jessazh.be www.facebook.com/jessaziekenhuis www.twitter.com/jessaziekenhuis
Lotto-Soudal renners getest
6
Live-sessie rectumcarcinoom
13
Mobiele apps voor de opvolging van hartpatiënten
14
Preoperatieve raadpleging anesthesie
20
Hartchirurgie op maat van de patiënt
23
3 INHOUD
STROOM ALS GENEESMIDDEL VOOR EEN HYPERACTIEVE BLAAS
10 36
Een groot deel van de bevolking heeft last van een overactieve blaas. Wanneer geneesmiddelen niet helpen, biedt sacrale neuromodulatie een uitkomst. Hierbij beĂŻnvloedt men met behulp van zwakke elektrische signalen de bezenuwing van de blaas om opnieuw meer controle te krijgen over de blaas.
Continue opleiding is levensbelangrijk voor een arts. Het Jessa Ziekenhuis investeert in een echocardiografie simulator met een anatomisch correct en realistisch 3D-computermodel van het hart. Dit systeem maakt een sterk doorgedreven en praktische training van de cardiale anatomie en cardiale aandoeningen mogelijk.
OPLEIDING ECHOCARDIOGRAFIE
Euthanasie: waarom niet?
26
Kwaliteitsnormen van de toekomst
28
Onderzoek respiratoire hygiĂŤne
32
5 vragen over maligne melanoom
34
Aan het werk na borstkanker
42
4 KORT NIEUWS
32/33 Deze zeer mooie score levert ons de eerste plaats op in België op vlak van ziekenhuishygiëne! Het recent vrijgegeven rapport van het Wetenschappelijk Instituut Volksgezondheid (WIV) toont de grote regionale verschillen en verschillen tussen ziekenhuizen aan. Het laatste decennium is er een sterke daling van het aantal MRSA-infecties opgetreden, maar in Wallonië is de kans 2 keer zo groot als in Vlaanderen (0,8 per duizend in Vlaanderen tegenover 1,8 per duizend in Wallonië). Met onze topscore zitten we ver boven het nationaal gemiddelde van 24/33. Op vlak van organisatie en middelen scoort het Jessa Ziekenhuis zelfs het maximum van de punten! Deze resultaten zijn dan ook een uitermate mooie beloning voor de blijvende inzet van het hele kwaliteitsteam ziekenhuishygiëne en van alle medewerkers van onze 3 campussen! Dr. Koen Magerman, ziekenhuishygiëne: “De gepubliceerde indicatoren geven een goed beeld van het belang dat de directie hecht aan ziekenhuishygiëne en de grote inzet van het team ziekenhuishygiëne. Dit is geen verworvenheid en het is onze plicht om hier verder hard voor te werken. Het heel laag aantal MRSA infecties in ons ziekenhuis is vooral te danken aan de inzet van alle medewerkers en artsen, en een
RECHTEN VAN HET KIND
O
streng beleid gebaseerd op goede handhygiëne, opsporen van dragerschap en toepassen van isolatiemaatregelen. Dit vraagt evenzeer blijvende motivatie van iedereen.” De resultaten voor alle ziekenhuizen in België zijn te bekijken via de
p 20 november was het de in-
website van het WIV.
ternationale dag van de rech-
ten van het kind. Dit jaar zette het Jessa Ziekenhuis het recht van kinderen op een eigen mening extra in de kijker. Elk kind in het ziekenhuis kreeg een ballon met een kaartje. Op het kaartje gaven kinderen hun eigen mening over het ziekenhuis, schreven ze over hun ervaring met en verwachtingen over het ziekenhuis, enzovoort. Op die manier kunnen we vanuit het Jessa Ziekenhuis ons beleid naar kinderen aanpassen en bijsturen waar nodig. Een onschuldige hand trok een naam uit de ingediende kaartjes. De gelukkige winnaar kreeg zijn prijs, filmtickets, ondertussen al opgestuurd.
az Vesalius kiest voor Jessa als referentieziekenhuis Eind oktober besliste de Raad van Bestuur van az Vesalius (Tongeren) om de gesprekken met het Jessa Ziekenhuis aan te vatten om te komen tot een formele samenwerkingsovereenkomst tegen einde 2015. Zowel ZOL als Jessa werden gevraagd om een voorstel voor brede samenwerking uit te werken. De voorstellen van beide partijen werden intern besproken door alle bevoegde organen. az Vesalius geeft aan dat het kiest voor een samenwerking die vandaag het meest aansluit bij de cultuur en werkwijze van het ziekenhuis, niet in het minst op het vlak van accreditatie. Deze belangrijke stap in de uitbouw van het netwerk Zuid-West Limburg kadert binnen de ambitie van het Jessa Ziekenhuis om duurzame relaties met de netwerkpartners op te bouwen. De derde lijnsamenwerking met ZOL op vlak van hoogtechnologische zorg blijft bestaan.
Zorginnovatieprijs voor halve deuren
I
nnovation To Care (I2C) bekroont de beste ideeën die het comfort, de leefbaarheid of de duurzaamheid van een zorginstelling verbeteren. In de categorie van I2C Tools gaan de organisatoren op zoek naar specifieke hulpmiddelen of vondsten die het verblijf van de bewoners of het werk van het personeel vergemakkelijken. In deze categorie ging het Jessa Ziekenhuis met zijn Halve Deur met de prijs van de vakjury lopen. De halve deur vermijdt wegloopgedrag, zonder een opgesloten gevoel te creëren. “Het idee van de halve deur wordt vandaag frequent gebruikt op de revalidatiecampus in Herk-de-Stad”, vertelt Luc Claes, zorgmanager. “Mensen met een wegloopgedrag worden onrustig als de kamerdeur dicht is. Vermits wij een fixatie-arme policy toepassen, zorgt de installatie van een halve deur voor een rustigere kameromgeving. De patiënt beleeft alles wat op de gang gebeurt en heeft geen opgesloten gevoel. Het wegloopgedrag vermindert sterk.” “Zowel het personeel, patiënten als familie profiteren van deze halve deur”, vult Gertie Ponet, hoofdverpleegkundige aan. “De patiënt is veel rustiger en heeft veel minder de neiging om de kamer te willen verlaten. Dit zorgt ook voor wat rust en is minder belastend bij het personeel. Voor de familie is dit concept ook veel leuker.”
PRO@HEART
TALENT LOTTO-SOUDAL GETEST
O
p vrijdag 27 november
Onder leiding van prof. dr. Hein Heidbu-
T1-mapping
kreeg het Jessa Zieken-
chel ondergingen de renners uitgebreide
Op de dienst radiologie werd de MRI van
cardiologische testen. Prof. dr. Heidbuchel:
het hart uitgevoerd en aangevuld met de
“Deze testen omvatten onder andere een
laatste nieuwe beeldvormingstechnieken
electrocardiogram (ECG), een maximale
zoals T1-mapping. “T1-mapping is poten-
huis hoog sportbezoek: een 20tal renners van het U23-team van Lotto-Soudal ondergingen
inspanningstest met meting van zuurstof-
tieel waardevol voor de kwantitatieve
de
consumptie en een echografie van het hart.
beoordeling van diffuse, interstitiële fibrose
dienst radiologie en cardiologie
Deze testen zijn trouwens verplicht door de
en kan gebruikt worden voor het detecteren
in samenwerking met de medi-
UCI. Maar wij voerden ook een bloedname
en evalueren van verschillende cardio-
uit voor nieuwe merkers, een MRI van het
myopathieën. T1-mapping kan daarom
hart, en een 24-uren registratie van het
nuttig zijn om de high-level duursporters
hartritme. Dit kan enkel dankzij het organi-
te identificeren die een risico lopen op het
satietalent en expertise van een hele groep
ontwikkelen van een fibrotische reactie
medewerkers die deze uitzonderlijke
op de hartspier”, zegt dr. Olivier Ghekiere,
logistieke en medische evaluatie op één
radioloog in het Jessa Ziekenhuis en extern
dag uitgevoerd hebben bij deze atleten.”
lid van de medische staf van Lotto-Soudal.
verschillende
testen
op
sche staf en sportieve leiding van Lotto-Soudal.
6 CARDIOLOGIE
KURT VAN DE WOUWER EN PROF. DR. HEIN HEIDBUCHEL
BIJ JESSA Cardiologische opvolging van atleten
Wetenschappelijk onderzoek
versterken we de volledigheid van het
“Dit onderzoek gebeurt in het kader van
“Vanaf dit seizoen wil de medische cel
Belgian Cycling Project en vormen we
de PRO@HEART-studie, die ik nog vanuit
van Lotto-Soudal zich nog intensiever
een verlengstuk op de talentdetectie van
Leuven als een internationale multi-
bezig houden met de U23 ploeg. Daarom
sportief manager Kurt Van De Wouwer”,
centrische studie mee opzette”, vervolgt
onderzoeken we alle renners grondig
voegt zijn collega dr. Servaas Bingé toe.
prof. dr. Heidbuchel. “Hierbij willen we
voor de start van het nieuwe seizoen
een groep jonge intensieve atleten
2016. Iedere renner moet verplicht een
langdurig opvolgen, tot wel 25 jaar. Het
sportmedische keuring ondergaan om
is bekend dat sportinspanningen leiden
zijn licentie te krijgen voor het nieuwe
tot veranderingen in volume en functie
seizoen. Als medische cel van Lotto-
van de hartkamers, het zogenaamde
Soudal dragen we wetenschappelijk
sporthart. Alleen is het niet bekend
onderzoek hoog in het vaandel en we zijn
welke veranderingen samenhangen met
ook trots te kunnen samenwerken met
enerzijds uitzonderlijke sportprestaties,
het Jessa Ziekenhuis”, zegt dr. Steven Bex
en anderzijds zeldzame problematiek van
van het Lotto-Soudal team. “Door vanaf
PROF. DR. HEIN HEIDBUCHEL, tel. 011 30 95 75
hartverzwakking of hartritmestoornissen.”
de U23 aan dossiervorming te doen,
DR. OLIVIER GHEKIERE, tel. 011 33 80 00
7 CARDIOLOGIE
MEER INFORMATIE
8 KORT NIEUWS
Dr. Marc Desmet Alfagen Alumnus van het Jaar 2015 Dr. Marc Desmet van de dienst palliatieve zorgen van het Jessa Ziekenhuis is uitgekozen als de 10de Alumnus van het jaar van de faculteit geneeskunde van de KU Leuven. Hij kreeg naast zijn artsenopleiding een opleiding als jezuĂŻet en maakte in 1988 kennis met palliatieve zorg in Engeland. Hij stond aan de wieg van de palliatieve zorg in ons ziekenhuis en publiceerde sindsdien zeven boeken die zich bevinden op het kruispunt van geneeskunde, ethiek, spiritualiteit, cultuur en management. Hij is tevens ethicus van ons Ethisch ComitĂŠ. Op woensdag 2 december 2015 werd dr. Desmet gevierd als Alumnus van het jaar 2015 in de Faculty Club in Leuven. Nadat in 2013 dr. Gillis verkozen was tot Alumnus van het jaar is het Jessa Ziekenhuis het enige dat de eer heeft om 2 verdiende Alumni van het jaar te hebben.
TOELAGE VAN DE PELICAN CANCER FOUNDATION VOOR DR. JOEP KNOL
N
aar aanleiding van de ontwikkeling van digitale teaching op het gebied van laparoscopische chirurgie werd dr. Joep Knol
van de dienst abdominale heelkunde onlangs beloond met een Educational Grant van de Pelican Cancer Foundation. Deze organisatie richt zich op de verbetering van de behandeling van darmkanker en reikt regelmatig toelages uit aan speciale projecten. Dr. Joep Knol probeert via medische illustraties, 3D-animaties en bewerkte operatiebeelden een beter inzicht te geven in verschillende soorten kijkoperaties. De toelage, ter waarde van 20.000 pond, wordt
PROF. DR. DIRK RAMAEKERS:
volledig gebruikt voor een project dat een beter beeld geeft van de behandeling van kanker van de endeldarm (rectum).
NIEMAND KAN ONTKENNEN
Aan dit project werkt o.a. prof. Bill Heald mee, de pionier die eind jaren
DAT ER EEN NIEUWE VISIE
80 de resultaten van de chirurgische behandeling van Rectumkanker
OP GEZONDHEIDSZORG
drastisch verbeterde. In de volgende JessaLinea volgt meer informatie
HEERST.
over dit project.
9 COLUMN
DAG
K3
Collega’s
blijft dan wel voor eeuwig en altijd voortbestaan,
Onze jarenlange samenwerking met het Sint-Franciskusziekenhuis
maar voor de rest is onze maatschappij aan het
geldt als een voorbeeld voor de ganse sector. De beslissing van
veranderen. En sta me toe dat ik het in deze column even niet heb
az Vesalius om Jessa te kiezen als referentieziekenhuis is nog pril,
over Parijs, Molenbeek en andere realiteiten waarmee we de voor-
maar de gesprekken voorlopen alvast voorspoedig. En hartelijk;
bije weken akelig wakker werden.
‘cultural fit’ is nog zo’n elementair begrip in samenwerking.
In de gezondheidszorg merken we dat er iets in beweging is. Het
Met de 6de Staatshervorming werd Vlaanderen bevoegd voor de
verbaast niet dat veranderingen in een conservatieve sector als
organisatie van de eerstelijnszorg. En ze laten er geen gras over
gezondheidszorg met een tempo verlopen, waarbij de Olifant uit
groeien, want in een recent BVR (Besluit Vlaamse Regering) wer-
1835 op een TGV lijkt. Bij de viering van 50 jaar RIZIV bleek al
den de krijtlijnen van de werking van een huisartsenkring vastge-
dat de tijd had stil gestaan sinds de Sint-Jansakkoorden. En of het
legd. Recent sprak ik in Gent op de Kringvergadering over één bepa-
nu komt door een ongeziene federale coalitie dan wel door onze
ling in dat BVR, namelijk de verplichting voor de huisartsenkring om
meest populaire politica en collega Maggie De Block, niemand kan
een samenwerkingsovereenkomst met ziekenhuizen af te sluiten
ontkennen dat er een nieuwe visie op gezondheidszorg heerst.
om de continuïteit van zorg te waarborgen. Wat daarin moet staan
Niet dat de anachronismen van het voorbije decennium plotsklaps
is vooralsnog vaag. Concreet zal dit onder meer gaan over de huis-
verdwenen zijn, maar de naturel van Maggie doet veel wegsmelten.
artsenwachtposten, maar het biedt ook de opportuniteit om over zoveel meer in de samenwerking tussen huisarts en ziekenhuisarts
Eén Titanic van onze gezondheidszorg is de Ziekenhuiswet. We
goede afspraken te maken. Waarom niet denken aan bijvoorbeeld
zoeken nu naar nieuwe juridische vormen voor samenwerking tus-
een gemeenschappelijk kwaliteit- en patiëntveiligheidsbeleid?
sen naburige ziekenhuizen in een regionaal netwerk. Er circuleren allerhande voorstellen waarbij vooral de machtsverhoudingen
In dit nummer van JessaLinea vindt u opnieuw een heleboel bijdra-
worden gewikt en gewogen. Dat het hierbij zou moeten gaan over
ges waaruit de gedrevenheid van de Jessa artsen en zorgverleners
klinische netwerken wordt gemakshalve al eens vergeten. Als de
blijkt om net dat ietsje meer te bieden voor onze patiënten. U zal in
artsen, medische raden en medische directies niet op één lijn staan,
een aantal bijdragen ook lezen dat samenwerking tussen huisarts
zal het niet lukken. Sommigen willen als feodale leenheer een stuk
en ziekenhuisarts of samenwerking tussen ziekenhuizen een
van het territorium opeisen. Anderen zien een netwerk veeleer als
meerwaarde inhoudt voor de patiënt. Feedback over uw ervaring
een samenwerking rond de patiënt, gebaseerd op respect, subsidia-
met Jessa is daarbij een belangrijke kwaliteitsindicator. Ook dat is
riteit en wederkerigheid. Jessa kiest resoluut voor dit laatste model.
samenwerken. We kijken er naar uit.
10 UROLOGIE
INWERKEN OP DE BEZENUWING VAN DE BLAAS
STROOM
als medicijn
voor een hyperactieve blaas
E
en groot deel van de bevolking heeft last van een overactie-
Overactief blaaslijden
ve blaas. Dat betekent dat men meer dan 8 keer per dag gaat
Dr. Peter Martens, uroloog: “In het geval
plassen en minstens 1 keer ‘s nachts. Meestal kan het probleem wel
van overactief blaaslijden (OAB) hebben
opgelost worden met geneesmiddelen in combinatie met blaascapaciteitstraining, maar voor de moeilijkere gevallen biedt sacrale neuro-
de patiënten een onweerstaanbare plasdrang (urgency), al dan niet gepaard met incontinentie. In dit geval spreken we van
modulatie een uitkomst. Met behulp van zwakke elektrische signalen
urge-incontinentie of aandrangsinconti-
beïnvloedt men de bezenuwing van de blaas en krijgt de patiënt op-
nentie. Deze patiënten moeten veelvuldig
nieuw meer controle over zijn blaas.
plassen overdag (meer dan 8 keer per dag) en moeten ook ’s nachts opstaan om te gaan plassen. Op deze manier kan OAB een enorme impact hebben op de levenskwaliteit van de patiënt met belangrijke beperkingen in het sociaal leven en het uitlokken van angstige en depressieve gevoelens tot gevolg. Bovendien is er een
In normale omstandigheden heeft onze
verwijderd moet worden. Onze blaas
belangrijke kost voor de patiënt verbon-
urineblaas 2 belangrijke functies. Een
heeft hiervoor een bepaalde capaciteit
den aan opvangsystemen zoals luiers.”
eerste is de reservoirfunctie, het opslaan
nodig zodat er voldoende tijd is tussen
van de urine die continu geproduceerd
de micties door. Heel dit proces vergt
wordt door de nieren. Ten tweede heeft
een complexe wisselwerking tussen de
Medicamenteuze behandeling
de blaas ook een ledigingsfunctie, d.w.z.
blaasspier, de sluitspier en ons centrale
“OAB komt vrij vaak voor zowel bij man-
dat de urine op een gepast moment
zenuwstelsel.
nen als vrouwen, en de frequentie stijgt
11 RUBRIEK
DR. PETER MARTENS: SACRALE NEUROMODULATIE IS EEN VEILIGE TECHNIEK VOOR DE BEHANDELING VAN EEN HYPERACTIEVE BLAAS. PATIËNTEN ZIJN OOK ZEER TEVREDEN NA DEZE INGREEP.
met de leeftijd. Meer dan 40% van de
teuze aanpak niet meer efficiënt is,
uroloog. “Deze techniek is veel minder
Belgische vrouwen ouder dan 40 heeft
stappen we over naar een tweedelijns-
bekend, maar leidt wel tot mooie resul-
OAB klachten”, zegt dr. Martens. “Per
behandeling. Naast de medicamenteuze
taten bij patiënten met zware klachten
maand zien we een 40-tal patiënten met
therapie kan botox gebruikt worden in
van OAB. Bij sacrale neuromodulatie
ernstige urgency-klachten. De behande-
de behandeling van OAB. Hierbij dienen
behandelen we functionele stoornissen
ling van OAB richt zich in de eerste plaats
we intrasvesicale injecties met botuline
van het blaasstelstel door middel van
op het aanpassen van de levensstijl en
toxine A toe in de blaaswand. Botuline
elektrische stroom. Ter hoogte van het
op blaascapaciteitstraining. Daarnaast
toxine blokkeert de vrijzetting van neu-
heiligbeen (foramen S3 links of rechts)
is een medicamenteuze behandeling
rotransmitters door de zenuwuiteinden
wordt de sacrale zenuw in de onderrug
mogelijk met anticholinergica of een β-3-
en resulteert in een tijdelijke paralyse
gestimuleerd met zwakke elektrische
receptoragonist. Maar heel wat patiënten
van de spiervezels. In de blaas is er
impulsen. Hierdoor krijgen we een
haken af omwille van de minder efficiënte
waarschijnlijk een gecombineerd effect
modulatie van de sacrale zenuwbanen.
werking van de medicatie bij langdurige
waarbij niet alleen de motorische func-
De aberrante signalen die vanuit het
inname en bijwerkingen zoals een droge
tie van de blaasspier wordt beïnvloed
centrale zenuwstelsel via de zenuw-
mond of obstipatie. Er wordt dan ook
maar ook de gevoeligheid van de blaas
banen naar de blaas lopen, kunnen
vaak afgewisseld tussen een behandeling
verandert. Deze behandeling met botox
hierdoor onderdrukt of gecorrigeerd
met de klassieke anticholinergica en een
is niet blijvend en moet elk half jaar
worden. Hierdoor krijgt de patiënt
β-3-receptoragonist om de bijwerkingen
herhaald worden.”
opnieuw meer controle over de blaas. Sinds 2011 is onze dienst urologie een
te beperken.”
erkend centrum voor het implanteren Sacrale neuromodulatie
van neurostimulatoren van de blaas. In
Botox
“Een andere mogelijke behandeling
België wordt deze procedure terugbe-
Dr. Martens: “Wanneer de medicamen-
is sacrale neuromodulatie”, vertelt de
taald via het ziekenfonds.”
12 UROLOGIE
C
A
A: schematische weergave van inplanting van sacrale neuromodulator B: sacrale neuromodulator C: frontaal zicht van een ingeplante sacrale neuromodulator B
D
D: lateraal zicht van een ingeplante sacrale neuromodulator
Behandeling in 2 stappen
fase van de procedure. Hierbij wordt
“Neuromodulatie is terugbetaald door het
“Wanneer de patiënt voldoet aan de
een definitieve electrode ter hoogte
ziekenfonds en blijkt ook op lange ter-
in- en exclusiecriteria van het RIZIV,
van S3 verbonden met een definitieve
mijn een kosteneffectieve behandeling
kunnen we starten met de behandeling
neurostimulator. Deze neurostimulator
te zijn in vergelijking met andere opties
met neuromodulatie. Deze behande-
wordt onderhuids geplaatst boven aan
voor tweedelijnsbehandeling. De techni-
ling verloopt steeds in 2 stappen.
de billen.“
sche aspecten van de techniek worden uiteraard steeds verder verbeterd. Zo
Tijdens de eerste stap voeren we een
zal het euvel van een lege batterij bin-
testsimulatie uit”, legt dr. Martens uit. “Hierbij plaatsen we ofwel een tijdelijke
Veilige ingreep
nenkort verholpen zijn als we toestellen
ofwel een definitieve elektrode in
Verschillende studies hebben aange-
inplanten die kunnen opgeladen worden
het foramen S3 links of rechts. Deze
toond dat patiënten zeer tevreden
via inductie. De huidige generatie stimu-
electrode wordt dan gekoppeld aan
zijn met het uiteindelijke resultaat. De
latoren is ook beduidend kleiner dan de
een extracorporele neurostimulator. Op
techniek is ook relatief veilig. Onge-
eerste generatie”, besluit de uroloog.
deze manier kan de patiënt gedurende
wenste neveneffecten blijven door-
meerdere dagen het effect van de
gaans beperkt. Pijn ter hoogte van de
neuromodulatie uittesten. Hij moet
implantatieplaats, infectie, lead-migra-
gedurende 3 dagen een plasdagboek
tie, disfunctie van de neuromodulator en
bijhouden waarin de mictiefrequentie
hinder van de elektrische impulsen bij
en het eventuele urineverlies nauwkeu-
stimulatie zijn enkele van de gedocu-
rig worden genoteerd.”
menteerde nevenwerkingen. Een lege batterij kan ook voorkomen. In dat geval
“Indien de testperiode succesvol is,
moet een nieuwe ingreep gebeuren om
kan overgegaan worden tot de 2de
deze te vervangen.
MEER INFORMATIE DR. PETER MARTENS, tel. 011 33 76 81
De dienst urologie van het Jessa Ziekenhuis vormt een associatie met het Sint-Franciskus Ziekenhuis (Heusden-Zolder)
13 NIEUWS
Live-sessie rectumcarcinoom op AIS Channel
A
IS Channel (Advances in Surgery Channel) is een gratis toegankelijk online platform. Het levert een nieuwe manier om inzicht te krijgen in diverse chirurgische technieken. Hoewel dit platform zich vooral richt op chirurgen is het ook zeer nuttig voor andere specialisten, huisartsen en verpleegkundigen. Op vrijdag 18 december 2015 wordt een live-event georganiseerd waarbij de diagnose, staging en behandeling wordt besproken van het rectumcarcinoom (endeldarmkanker). Tijdens deze live-uitzending zal dr. Joep Knol meer uitleg geven over de chirurgische behandeling en zal hij modereren tijdens een operatie die in Barcelona wordt uitgevoerd. Dr. Joep Knol van de dienst abdominale heelkunde is Belgisch coรถrdinator voor het AISChannel en werkt hiervoor nauw samen met prof. Antonio Lacy, Barcelona, de initiatiefnemer van het AISChannel. Voor meer informatie: www.AISChannel.com
Jessa Ziekenhuis zet in op mobiele applicaties voor opvolging van
HARTPATIËNTEN H
art- en vaatziekten veroorzaken in Europa jaarlijks meer dan 4 miljoen doden en vor-
DR. INES FREDERIX:
men wereldwijd één van dé voornaamste sterfte-
TELEREVALIDATIE HOUDT PATIËNTEN LANGER GEZOND
oorzaken. Na een hartinfarct moet de patiënt vaak
EN HET WERKT KOSTENBESPAREND VOOR DE
zijn levensstijl aanpassen om herval te vermijden. Maar slechts een minderheid van de hartpatiënten slaagt erin om een gezonde levensstijl op lange termijn vol te houden. Het Jessa Ziekenhuis ontwikkelt samen met de UHasselt mobiele applicaties om hierop een antwoord te bieden.
14 CARDIOLOGIE
GEZONDHEIDSZORG.
“Het Jessa Ziekenhuis startte enkele jaren geleden, als één van de touwtrekkers binnen Europa, met een grootschalig onderzoek naar alternatieve en innovatieve zorgmodellen zoals telerevalidatie of revalidatie op afstand”, vertelt dr. Ines Frederix, arts-onderzoeker bij het Fonds voor Wetenschappelijk Onderzoek en assistent cardiologie. “Kaderend in dit onderzoek hebben we een grote studie opgezet, genaamd Telerehab III. Deze studie onderzocht de lange termijn voordelen van cardiale telerevalidatie bij meer dan 100 hartpatiënten, zowel op klinisch alsook op economisch vlak.”
Revalidatie op afstand “Het principe van telerevalidatie of revalidatie op afstand is vrij eenvoudig”, zegt dr. Frederix. “Het betekent concreet dat de hartpatiënt revalideert ‘op afstand’ met behulp van zogenaamde sensoren zoals een stappenteller of een accelerometer. De parameters van de patiënt onder andere de fysieke activiteit, hartslag… worden opgemeten en deze gegevens worden automatisch doorgezonden naar een centraal platform. De patiënt krijgt dan feedback via e-mail, SMS of smartphone apps en wordt zo als het ware op afstand gecoacht. Via het centrale platform kan de arts alle patiënten opvolgen en op die manier een kwalitatief hoogstaande zorgverlening garanderen.”
Telerevalidatie houdt hartpatiënten langer gezond en uit het ziekenhuis Uit de studie blijkt dat hartpatiënten die opgevolgd werden met telerevalidatie het veel beter deden dan de patiënten die geen telerevalidatie kregen.
MOBIELE APPS VOOR OPVOLGING VAN HARTPATIËNTEN
Hun fysieke conditie ging er namelijk meer dan 10 keer zoveel op vooruit over een periode van 6 maanden, wat tevens resulteerde in een betere levenskwaliteit. “Wat nog veel belangrijker is”, geeft dr. Frederix aan, “is dat we vaststelden dat de patiënten die geen telerevalidatie kregen meer dan dubbel zo vaak heropgenomen werden wegens hartproblemen. Deze patiënten werden tevens gemiddeld 2 maanden vroeger heropgenomen in vergelijking met de patiënten die wel telerevalidatie kregen. Enkele duidelijke bevindingen die overtuigend aangeven wat de meerwaarde van telerevalidatie kan zijn.”
Kostenbesparend voor de gezondheidszorg Het succesverhaal van Telerehab III lijkt ook zeer relevant in het huidige landschap van budgettaire beperkingen binnen de gezondheidszorg. Telerevalidatie houdt namelijk niet alleen hartpatiënten langer gezond en uit het ziekenhuis, het kan ook de kosten van de gezondheidszorg drukken. “Iedere patiënt die via telerevalidatie werd opgevolgd, kostte meer dan 500 Euro minder voor de gezondheidszorg”, gaat dr. Ines Frederix verder. Telerevalidatie biedt op basis van de bevindingen van deze klinische studie dus de mogelijkheid om meer patiënten tegelijk op een efficiëntere manier te behandelen, zonder dat daarvoor het budget voor de gezondheidszorg zwaar moet verhogen.
Technologie “Toen we de studie begonnen stond de technologie nog niet op hetzelfde niveau als nu. De volgende stap in het grotere plaatje is de aanpassing van de technologische kant, met mobiele apps. De idee is om een state-of-the-art mobiele app te kunnen leveren aan de patiënt met een geheelomvattende aanpak”, zegt dr. Frederix. Prof. dr. Karin Coninx, decaan van de faculteit wetenschappen UHasselt: “Ongeveer 3 jaar geleden zijn we een samenwerking gestart met het Jessa Ziekenhuis. Zo bundelen we hun medische kennis met onze expertise op het vlak van technologie. Die samenwerking verloopt heel aangenaam en leidt tot mooie resultaten in onze gemeenschappelijke onderzoekslijn MobileHeart. We werken momenteel aan de ontwikkeling van verschillende apps.”
16 CARDIOLOGIE
MET ONZE FIETSAPP BEGELEIDEN WE
IEDEREEN HEEFT ALTIJD ZIJN
HET FEIT DAT DE APPS SAMEN
TELEFOON BIJ WAT ONS IN STAAT
MET DE MEDISCHE STAF
OP EEN PERSOONLIJKE MANIER CO-
STELT OM MEER GEGEVENS
ONTWIKKELD WORDEN
RONAIRE PATIËNTEN IN HUN REVALIDATIE
TE VERZAMELEN OVER DE
VERHOOGT HET VERTROUWEN
ZONDER DAT ZE NAAR HET REVALI-
PATIËNT.
VAN DE PATIËNT AANZIENLIJK.
DATIECENTRUM MOETEN KOMEN.
Mobiele apps
gedrag van de patiënt bij te sturen en hen nieuwe gewoonten aan
Eén van die apps bouwt verder op de bevindingen uit de Telerehab-
te leren. Hierbij proberen we technologie optimaal aan te wenden
studies, en zal de multifacettaire aanpak van de revalidatie verder
om patiënten en artsen te ondersteunen. Zij worden dan ook zo
uitdiepen. Supraja Sankaran, doctoraal onderzoekster aan de
snel mogelijk betrokken in de ontwikkeling om ervoor te zorgen
UHasselt, ontwikkelt de app. “Alles is gestart vanuit de idee dat
dat we de apps kunnen aanpassen aan het beoogde doel. De app
het moeilijk is voor zowel artsen als patiënten om de revalidatie op
moet echt afgesteld worden op de eindgebruiker. We merken dat
te volgen. We wilden iets ontwikkelen dat het wat gemakkelijker
het overhandigen van de app hier in het revalidatiecentrum het
maakt voor iedereen om deze verschillende facetten op te volgen.
vertrouwen heel sterk verhoogt bij de patiënt. De patiënt weet dat
Er zijn voldoende studies beschikbaar die aantonen dat mobiele
de app ontwikkeld is samen met medische professionals. Hierdoor
toestellen zoals smartphones hiervoor uitermate geschikt zijn.
kunnen we hun angst in belangrijke mate reduceren.”
Mensen dragen hun telefoon altijd bij hen en tegelijkertijd kunnen meer gegevens verzameld worden over de patiënt. Door gebruik te maken van sensoren die fysieke activiteit registreren, een bloed-
Fietsapp – Back on bike
drukmeter en een weegschaal kunnen we belangrijke gegevens
Een andere mobiele applicatie die momenteel ontwikkeld wordt is
over de patiënt op afstand opvolgen. Deze gegevens worden
‘Back on bike’, een fietsapp. Eva Geurts, doctoraal onderzoekster in
automatisch doorgestuurd naar de arts.”
het domein mens-machine interactie aan de UHasselt: “Met onze fietsapp begeleiden we coronaire patiënten. Ze revalideren in het Jessa Ziekenhuis, maar hun revalidatie stopt na 3 maanden. We
Volledig zorgsysteem
zouden uiteraard graag hebben dat deze patiënten niet stoppen
“We ontwikkelen niet alleen apps, maar streven naar een volledig
met bewegen en dat ze niet terug hervallen.”
zorgsysteem ter ondersteuning van het revalidatieproces. Er komt ook een specifiek platform waartoe de artsen en andere leden van het multidisciplinaire revalidatieteam toegang hebben zodat ze
Hartslagzones
het verloop van de revalidatie efficiënt kunnen opvolgen”, vertelt
“De app werkt op basis van de hartslag. Die wordt gemeten met
Supraja Sankaran.
een gebruiksvriendelijke horloge met een hartslagmeter. De app wordt afgestemd op de patiënt door rekening te houden met
“We maken er een communicatieve tool van met waarschuwingen
medische gegevens en de vooraf bepaalde, persoonlijke hart-
in de 2 richtingen. Als er iets mis gaat met de patiënt wordt de arts
slagzone. De patiënten worden begeleid tijdens het fietsen. Ze
verwittigd, maar andersom kan de arts boodschappen sturen naar
kunnen bijvoorbeeld een voorgedefinieerde fietsroute selecteren
de patiënt om hem aan te moedigen of bepaalde zaken te verbete-
op het knooppuntennetwerk of een vrij gekozen traject rijden.
ren. Het is een volledig zorgsysteem.”
Tijdens het fietsen wordt hun hartslag gemeten. Als ze boven hun hartslagzone komen, krijgen ze onmiddellijk een waarschuwing dat ze het wat rustiger aan moeten doen. Fietsen ze te traag
Vertrouwen geven aan de patiënt
(slaat hun hart te traag), dan krijgen ze een aanmoediging om wat
Prof. dr. Coninx: ”Onze onderzoeksgroep focust op de interactie tus-
sneller te trappen. Zo kunnen ze op een goede manier revalideren
sen mensen en computers, waarvoor we zogenaamde interactieve
en bewegen. De hartslagzone kan door de begeleidende cardio-
systemen onderzoeken en ontwikkelen. We proberen in de toepas-
loog worden aangepast in functie van het trainingsniveau van de
singen die we samen met het Jessa Ziekenhuis realiseren vooral het
patiënt“, vertelt Eva Geurts.
17 CARDIOLOGIE
MOBIELE APPS VOOR OPVOLGING VAN HARTPATIËNTEN
Telemonitoringcentrum Alle verzamelde gegevens worden bekeken in het revalidatiecentrum. Dr. Frederix: “We zijn volop bezig met de uitbouw van een telemonitoringcentrum. Voor hartfalenpatiënten zal er een specifieke hartfalenverpleegkundige die data bekijken. Bij de fietsapp en de app voor opvolging van de diverse facetten van de revalidatie zal dat een fysiotherapist zijn en voor sommige gegevens een cardioloog. Er zijn ook een aantal algoritmes in het telerevalidatiesysteem verwerkt die de patiënt laten verstaan dat hij misschien eens wat meer moet gaan trainen of een langer tochtje zou moeten maken bijvoorbeeld. Dus dat gebeurt automatisch.”
E-learning platform Ook om hartpatiënten meer inzicht te geven in hun ziekte zet het Jessa Ziekenhuis in op nieuwe technologie. Dr. Frederix: “Het principe is dat we patiënten educatie aanbieden op een interactieve manier in plaats van de klassieke les die ze nu krijgen. Het bestaat uit een platform waar verschillende filmpjes en getuigenissen te zien zijn van patiënten en artsen, psychologen enzovoort die hen uitleg geven over de verschillende factoren die belangrijk zijn in secundaire preventie, zoals sport, roken, familie en revalidatie. Het uiteindelijke doel is om dit mee te integreren in de totaalaanpak. De vorm waaronder dit zal gebeuren is echter nog niet afgelijnd.”
MEER INFORMATIE DR. INES FREDERIX, cardiologie, tel. 011 30 78 44 PROF. DR. KARIN CONINX, UHasselt, tel. 011 26 84 03 PROF. DR. PAUL DENDALE, cardiologie
De dienst cardiologie van het Jessa Ziekenhuis vormt een associatie met het Sint-Franciskus Ziekenhuis (Heusden-Zolder) en het Sint-Trudo Ziekenhuis (Sint-Truiden)
THERAPIETROUW IS ZEER BELANGRIJK VOOR PATIËNTEN MET VOORKAMERFIBRILLATIE.
THERAPIETROUW VERBETEREN
BIJ PATIËNTEN MET VOORKAMERFIBRILLATIE
V
oorkamerfibrillatie is de meest voorkomen-
kleinkinderen”, gaat ze verder. “Voor de patiënt betekent dit: ‘ik ga
de hartritmestoornis, ongeveer 25% van de
elke dag goed mijn bloedverdunner nemen en me daar aan houden’.
bevolking boven de 40 jaar zal ooit deze aandoening ontwikkelen. Door het onregelmatig samentrekken van de voorkamers van het hart bestaat de
Het kleinkind doet een andere gezonde belofte bijvoorbeeld: ‘ik ga elke dag een appel eten’. Ook het kleinkind moet dagelijks aangeven hoe goed hij zich aan de opdracht houdt. Zo kunnen ze samen vorderingen maken in het spel en krijgen ze een beloning.”
kans dat er zich hier bloedklonters vormen. Deze kunnen loskomen en elders in het lichaam voor problemen zorgen. Om het risico op het ontwikkelen van beroertes en embolieën tot een minimum te herleiden, wordt het bloed bij veel patiënten met voorkamerfibrillatie preventief verdund. Het is wel
Workshops De ontwikkeling van de app loopt in verschillende fasen via workshops. “In april hadden we een eerste workshop, waarbij een aantal patiënten met hun kleinkinderen naar hier zijn gekomen om te kijken wat ze leuk vonden voor de app (spelletjes, tips, quiz etc).
heel belangrijk dat deze patiënten hun bloedver-
In september was de eerste demoversie klaar en hebben we een
dunner dagelijks correct innemen. Therapietrouw
tweede workshop georganiseerd. De patiënten en de kleinkinde-
staat voorop bij deze patiënten.
ren konden daar de app uittesten en dat ging heel vlot”, vertelt Lien Desteghe. “Begin december zal de app uitgerold worden naar patiënten.”
“Daarom hebben we momenteel 2 projecten lopen rond therapietrouw”, vertelt prof. dr. Hein Heidbuchel, cardioloog. Het eerste project (in samenwerking met de firma’s Bayer, i-propeller en DAE
Intelligente medicatiepot
Studios) is de ontwikkeling van een nieuwe app. Deze app is opge-
“Het tweede project waaraan we momenteel werken is de intel-
vat als een sociale interactie, een spel dat patiënten met voorka-
ligente medicatiepot. In het deksel van die pot zit een chip die
merfibrillatie kunnen spelen samen met hun kleinkinderen.”
registreert wanneer de patiënt zijn medicatiefles opent om zijn bloedverdunner te nemen. Deze gegevens worden daarna doorgezonden naar ons via telemonitoring. Dagelijks volgen we zo
Verhogen van therapietrouw
ongeveer 50 patiënten in een proefproject om te zien of ze hun
“Deze app is een innovatieve manier om de therapietrouw te ver-
medicatie goed innemen. We voorzien hen ook van feedback indien
hogen. De patiënt wordt door de app gestimuleerd om de medicatie
ze zich niet aan het correcte medicatieschema houden. Dat levert
goed in te nemen. Als hij dat goed doet, krijgt hij weetjes over de
zeer mooie resultaten op met een mooie therapietrouw tot gevolg”,
ritmestoornis te zien, een quiz of foto’s van de kleinkinderen die
besluit Lien Desteghe.
hun deel van de app gebruiken. Zo proberen we hun kennis over hun aandoening te verhogen en ze gezonder te laten leven”, zegt
MEER INFORMATIE
Lien Desteghe, doctoraal onderzoekster aan de UHasselt. “In het begin wordt een ‘contract’ opgesteld door patiënten en hun
PROF. DR. HEIN HEIDBUCHEL, cardiologie
19 CARDIOLOGIE
20 ANESTHESIE
PREOPERATIEVE RAADPLEGING ANESTHESIE
Betere voorbereiding van patiënten
S
inds 2014 is het Jessa Ziekenhuis gestart met een preoperatieve raadpleging anesthesie.
Hierbij worden alle patiënten met een verhoogd perioperatief risico en patiënten die uitgebreide chirurgie moeten ondergaan zoals leverchirurgie, grote vasculaire ingrepen, enz op voorhand ge-
screend. Zij worden gezien door een anesthesist of een verpleegkundige gespecialiseerd in anesthesie onder supervisie van de anesthesist. De bedoeling is om na te gaan of er nog bijkomende onderzoeken nodig zijn die moeten uitgevoerd worden vóór de start van de ingreep.
DE PATIËNTEN ZIJN BETER VOORBEREID, HUN STRESSNIVEAU DAALT EN DE KANS OP ONAANGENAME VERRASSINGEN TIJDENS DE INGREEP VERKLEINT.
“Eigenlijk willen we met dit consult de patiënt zo volledig mogelijk klaar maken vóór de ingreep. We maken een preoperatief bilan op met de onderzoeken die nog op voorhand moeten gebeuren, overlopen de medicatie die al dan niet nog moet ingenomen worden op de ochtend van de ingreep en geven meer uitleg over de ingreep”, vertelt dr. Ester Geerts, anesthesiste. “Als we bijvoorbeeld verwachten op basis van het risicoprofiel van de patiënt dat hij na de ingreep op intensieve zorgen terecht zal komen, dan lichten we de patiënt daarover in. Op die manier streven we naar een preoperatieve risicostratificatie.” DR. ESTER GEERTS
ELS VANDERSTRAETEN
21 ANESTHESIE
met een verhoogd perioperatief risico Complicaties voorkomen
ASA-CLASSIFICATIE
“Zo hebben we al patiënten kunnen opsporen die intrinsieke hartpro-
De ASA-classificatie (ontwikkeld door de American
blemen hadden, patiënten met allergie tegen bepaalde anesthesie-
Society of Anesthesiology) wordt gebruikt als
middelen en anderen met longaandoeningen. Dan is het cruciaal om
leidraad om te bepalen welke bijkomende preope-
eerst die problemen op te lossen vooraleer de eigenlijke ingreep kan
ratieve onderzoeken wenselijk zijn:
doorgaan. Anders is de kans op complicaties tijdens de anesthesie te groot, met een mogelijke nefaste afloop”, legt dr. Geerts uit.
- -
genomen worden. De aandoening heeft
“Ook voor onze diensten is dit veel gemakkelijker”, zegt Els Vander-
echter geen invloed op het dagelijkse
straeten, verpleegkundige gespecialiseerd in anesthesie. “We kunnen welke en hoeveel patiënten op intensieve zorgen zullen verblijven.
leven (bv behandelde hypertensie, …). -
De aandoening heeft een lichte beperking
zijn immers beter voorbereid waardoor hun stressniveau daalt en de
op de dagelijkse activiteiten (bv behandelde
kans op onaangename verrassingen vermindert“.
diabetes mellitus, astma, …). -
een ernstige beperking inhoudt van het
sultatie de patiënt voor op de operatie, wordt er gescreend op multidoor de sociale dienst om zo het zorgtraject nog te verbeteren.”
ASA 4 een patiënt met een ernstige aandoening waarvoor medicatie wordt genomen en die
een heupoperatie moeten ondergaan. Hierbij bereiden we via de conresistente bacteriën en vindt er ook nog een sociale screening plaats
ASA 3 een patiënt met een ernstige aandoening waarvoor medicatie wordt genomen.
Heel dit systeem komt ook de patiëntveiligheid ten goede. Patiënten
Els Vanderstraeten: “Er loopt nu een proefproject met patiënten die
zonder langdurig medicatiegebruik.
ASA 2 een patiënt met een lichte aandoening, waarvoor eventueel medicatie moet
Beter voor patiëntveiligheid
alles beter inplannen want we krijgen op voorhand een zicht over
ASA 1 een perfect gezonde patiënt
dagelijkse leven (bv dialysepatiënt, …). -
ASA 5 zeer ernstig zieke patiënt waarvan verwacht wordt dat het overlijden zal volgen binnen de 24u (al dan niet met een opera-
Nog niet verplicht
tie).
Dr. Ester Geerts: “We streven ernaar om alle patiënten met een ASA-risicoscore van 3 of 4 te zien op onze preoperatieve raadpleging. Onze consultaties zijn niet vrij toegankelijk, maar verlopen via afspraak. We werken nu reeds 1 jaar met onze preoperatieve consultaties en onze werkwijze geraakt binnen het ziekenhuis steeds beter gekend. Momenteel is een preoperatieve raadpleging anesthesie nog niet verplicht, maar aangezien de kwaliteitsnormen steeds strenger worden, is dat slechts een kwestie van tijd.”
MEER INFORMATIE DIENST ANESTHESIE, tel. 011 33 98 52 DR. ESTER GEERTS - DR. LIESBETH HEREMANS - DR. YASMINE HOYDONCKX ANN NASSEN - ELS VANDERSTRAETEN, tel. 011 33 98 80
22 RUBRIEK
DR. MARC HENDRIKX , DR. ALAADDIN YILMAZ EN DR. URBAIN MEES
23 CARDIOCHIRURGIE
ONZE DOELSTELLING IS OM BINNEN HET JAAR IEDEREEN DIE HARTCHIRURGIE MOET ONDERGAAN MINSTENS 90% KANS TE GEVEN OP MINIMAAL INVASIEVE TECHNIEK. EN DAT IS PERFECT HAALBAAR.
HARTCHIRURGIE OP MAAT VAN DE PATIテ起T
H
et domein van de hartchirurgie is テゥテゥn van de laatste disciplines die instapt in het verhaal van
minimaal invasieve technieken via endoscopie. Het Jessa Ziekenhuis kan zich met trots voorloper noemen in het ontwikkelen en gebruik van de endoscopische technie-
ken. De doelstelling is om binnen het jaar minstens 90% van de patiテォnten die aangemeld zijn voor hartchirurgie te behandelen via een minimaal invasieve techniek. En we zijn goed op weg om die doelstelling te behalen!
24 CARDIOCHIRURGIE
“Patiënten met kransslagaderlijden worden vaak behandeld via dotter of een percutane coronaire interventie met plaatsen van een stent. Maar sommige letsels zijn moeilijk te behandelen via deze techniek. Sommige letsels worden beter behandeld via chirurgie. Daarom worden we vaak aangesproken om die mensen te opereren, en dat proberen we zoveel mogelijk minimaal invasief te doen”, zegt dr. Urbain Mees, cardiothoracaal chirurg in het Jessa Ziekenhuis.
DE INGREEP VOLLEDIG ENDOSCOPISCH
Openen van borstbeen
UITVOEREN RESULTEERT IN EEN
“Bij een 3-takslijden, een aantasting van de 3 hoofdslagaders, is een
SNELLER HERSTEL VAN DE PATIËNT
ingreep waarbij het borstbeen wordt geopend (de klassieke manier)
EN MINDER COMPLICATIES.
tot op zekere hoogte verdedigbaar. Heel veel mensen hebben 1- of 2-takslijden en dan is het zeker zonde om de mensen zo’n zware operatie op te leggen. Het borstbeen doorzagen is immers een zeer zware ingreep voor de patiënt. Hierop volgt meestal 3 tot 6 maanden revalidatie. De bypass ingreep zelf is niet zo zwaar”, vervolgt dr. Mees.
Endoscopische aanpak “We hebben enkele endoscopische technieken ontwikkeld met een minimale impact op de borstkas van de patiënt. De eerste mogelijkheid is de endo-ACAB (endoscopic atraumatic coronary artery bypass). Die wordt toegepast na een 1-taks coronair lijden waarbij de borstslagader op de voorste grote kransslagader wordt geplaatst via een kleine incisie van 3 tot 4 cm. Ongeveer 2,5 jaar geleden zijn we hiermee gestart in het Jessa Ziekenhuis met zeer goede resultaten. We zijn het enige centrum in België dat deze techniek kan aanbieden. Tot nu toe hebben we reeds 160 patiënten geholpen met endoacab, één van de grootste reeksen in de wereld”, vertelt zijn collega, cardiothoracaal chirurg dr. Alaaddin Yilmaz. “Bij de patiënten die we doorverwezen kregen, zagen we dan af en toe toch ook 2-takslijden. We zijn dan beginnen nadenken over hoe we deze patiënten konden helpen met een minimaal invasieve aanpak. Daarop is de techniek endo-CABG (endoscopic coronary artery bypass grafting) ontwikkeld door dr. Yilmaz”, legt dr. Mees uit.
Ontwikkeling hartpomp “In tegenstelling tot endo-ACAB gebruiken we bij endo-CABG tijdens de ingreep wel een hartlongmachine die aangesloten wordt via de lies”, verklaart dr. Yilmaz. “We hebben deze unieke pomp zelf ontwikkeld in samenspraak met een aantal producenten. Ze heeft minder bijwerkingen dan de klassieke systemen. Met deze pomp kunnen we het hart op een minimalistische manier stilleggen. We geven ook trainingssessies om onze machine te gebruiken zodat deze ook ingang kan vinden in andere centra. Perfusionisten van de hele wereld komen nu naar ons voor opleiding met dit systeem”.
25 CARDIOCHIRURGIE
Endo-CABG
“Een intensieve samenwerking met de cardiologen is dan ook zeer
“Ook bij endo-CABG maken we een incisie van 3 à 4 cm, zonder dat
belangrijk. We willen zoveel mogelijk streven naar een patiënt-
de ribben daarbij gespreid worden. De enige additionele bijwer-
gerichte aanpak, een chirurgie op maat van de patiënt. Het Jessa
king die een patiënt zou kunnen ondervinden ten opzichte van
Ziekenhuis zal niet alleen in België, maar ook internationaal een
endo-ACAB is de bijwerking van de hart-long machine. Maar die is
referentiecentrum worden voor hartchirurgie. De laatste weken zijn
zo miniem, dat er eigenlijk bijna geen verschil is in resultaat tussen
er dan ook al heel wat buitenlandse chirurgen op bezoek geweest
beide ingrepen. Doordat het hart kan stilgelegd worden, is het
om deze technieken aan te leren.”
ook gemakkelijker om de zijkant en de onderkant van het hart te bereiken.” Robotchirurgie “Via endo-CABG hebben we ondertussen reeds een 100-tal patiën-
“In de literatuur wordt vaak gesproken over robotchirurgie”, zegt dr.
ten behandeld, met een gemiddelde van 2,5 bypassen per patiënt
Yilmaz. “Tot nu toe was de robot de enige manier om de bypassope-
per ingreep. Dat is de grootste serie ter wereld met deze techniek”,
ratie met volledig gesloten borstkas te verrichten. Dat kan echter in
benadrukt dr. Mees. “We slagen er ook steeds in om deze techniek
een zeer beperkt aantal centra in de wereld. Wij gebruiken bewust
nog verder te verfijnen. Het enige nadeel is dat we nog fijnere in-
geen robot voor deze ingreep omwille van verschillende redenen. Er
strumenten zouden nodig hebben voor dit soort ingrepen, maar die
is uiteraard het aspect van de kostprijs, niet alleen voor ziekenhuis,
bestaan voorlopig nog niet. We zijn momenteel in gesprek met een
maar ook voor de patiënt en de samenleving. Daarnaast speelt ook
aantal partners in de industrie om samen met ons dit materiaal te
de tijdsdruk een belangrijke rol. Een operatie met een robot duurt nu
ontwikkelen. Eens dit beschikbaar is, zal het allemaal nog soepeler
eenmaal veel langer en levert uiteindelijk inferieure resultaten op.
en vlotter verlopen. Dat vergt wel wat tijd, maar er is progressie.”
Wij werken met eenvoudig materiaal met zeer goede resultaten.”
Totaal endoscopische aanpak “Soms hebben we patiënten die een bypass nodig hebben aan de
HET JESSA ZIEKENHUIS ZAL NIET ALLEEN IN BELGIË, MAAR OOK
voorkant en aan de achterkant van het hart. We kregen dan de
INTERNATIONAAL EEN REFERENTIECENTRUM WORDEN
vraag van de cardioloog om dat minimaal invasief op te lossen.
VOOR HARTCHIRURGIE.
Toen is de idee geboren om de ingreep volledig endoscopisch uit te voeren, de zogenaamde TECAB (totally endoscopic coronary artery bypass). Hierdoor kunnen we nu de hele ingreep uitvoeren met enkele gaatjes van slechts 5-tal mm”, verklaart dr. Yilmaz.
Sneller weer aan het werk na ingreep
“De eerste patiënt die we enkele maanden geleden behandeld
Dr. Yilmaz: “Door onze minimaal invasieve aanpak is er tijdswinst
hebben met tecab had een probleem aan de zijkant van het hart.
voor de maatschappij en voor de patiënten: zij gaan immers tot 30%
Die ingreep is toen zeer goed verlopen. Tot nu zijn er 10 patiënten
sneller weer naar huis en kunnen dus sneller weer aan het werk.
behandeld met deze techniek, zonder complicaties. En na 4 à 5
Complicaties kunnen altijd optreden, maar die zijn niet anders dan
dagen zijn die patiënten weer terug thuis. Hierdoor is alles nu in
bij klassieke ingrepen. Ze zijn dan ook snel oplosbaar op dezelfde
een stroomversnelling gekomen. Elke patiënt die wordt aangebo-
manier. Er zijn geen extra risico’s verbonden aan onze techniek. Het
den voor een bypassoperatie screenen we dadelijk om na te gaan
bijkomend voordeel van onze ingreep is dat als er toch iets mis zou
welke minimaal invasieve operatie we kunnen toepassen om deze
gaan, we nog altijd de borstkas kunnen openen om in te grijpen. Tot
patiënt zo goed mogelijk te helpen.”
nu toe hebben we dat niet moeten doen, maar je weet maar nooit”.
90% minimaal invasief Dr. Marc Hendrikx: “We streven er dan ook naar om iedere patiënt die bij ons binnenkomt te helpen zonder het borstbeen te openen, tenzij het echt niet anders kan. Onze doelstelling is om binnen het jaar minstens 90% van iedereen die hartchirurgie moet ondergaan (voor coronair lijden, een hartklepfalen of een combinatie van beide) te behandelen met een minimaal invasieve techniek. En dat is perfect haalbaar.”
MEER INFORMATIE SECRETARIAAT CARDIOCHIRURGIE , tel. 011 30 90 60 DR. ALAADDIN YILMAZ DR. URBAIN MEES DR. MARC HENDRIKX
DR. MARC DESMET:
SOLIDARITEIT SPEELT EEN SLEUTELROL IN EUTHANASIE.
EUTHANASIE: WAAROM NIET?
W
e beseffen het niet altijd, maar Vlaanderen is progressief
naal, vbn: patiënten met hartfalen, kanker
liberaal op bio-ethisch vlak. Ondertussen gebeurt ongeveer
of Parkinson met prognoses van jaren), dat
5% van de overlijdens in Vlaanderen via euthanasie. In zijn meest recente boek: ’Euthanasie: waarom niet?’ houdt dr. Marc Desmet, een jezuïet, vanuit de palliatieve zorgen een pleidooi voor nuance in het euthanasiedebat. Ook de huisarts kan een rol spelen in euthanasie.
is redelijk objectief vast te stellen”, geeft dr. Desmet aan. “Daarnaast is er het meer subjectieve criterium ‘ondraaglijk lijden’. In de media worden die gevallen opgevoerd waarbij men telkens een nieuw soort ondraaglijk lijden ontdekt. Bijvoorbeeld een transgender die geopereerd wordt waarbij
Dr. Desmet: “In Vlaanderen hebben we een
ding. Wij vinden dat we moeten openstaan
het niet zo goed gelopen is. Vorig jaar heb-
hele traditie van euthanasie. We zijn vrij
voor euthanasievragen, want dat is een
ben we een zaak gehad rond de geïnter-
uitzonderlijk op dat vlak. Vlaanderen is
teken dat iemand met een probleem zit.
neerde psychopaat die in de gevangenis zit
progressief liberaal op bio-ethisch vlak. Denk
Als euthanasie dan uitgevoerd wordt, dan
bij gebrek aan gespecialiseerde opvang.”
maar aan de holebi-rechten, IVF, abortus,
vinden we dat het beter gebeurt in een
euthanasie. Wij zijn echte voorlopers. Zo zijn
context van palliatieve zorg. We noemen
“Er is ook nog de groep van mensen die
er wereldwijd maar 3 landen die een eutha-
dat ‘euthanasie ingebed in de palliatieve
levensmoe zijn, of die een zogenaamd
nasiewetgeving hebben, de Benelux, ik zou
zorg’. Dat is relatief uniek. Vanuit een
voltooid leven hebben. Denk maar aan
zelfs van een ‘Beneluxe’ durven spreken.”
internationale hoek bekeken is dat hele-
mensen in woonzorgcentra die zitten te
maal niet vanzelfsprekend. Ook vanuit de
wachten op hun levenseinde. Ze hebben
katholieke doctrine is dat niet evident, al
geen grote medische problemen, ze hebben
Relatie tussen euthanasie
passen zowat alle katholieke ziekenhuizen
bijvoorbeeld geen partner of kinderen meer
en palliatieve zorgen
in Vlaanderen euthanasie-ingebed-in-
en vragen zich af wat ze zitten te doen. We
“Wat nog origineel is in Vlaanderen, is dat
palliatieve-zorg toe.“
moeten natuurlijk wel opletten met de rol
palliatieve zorg er radicaal voor geko-
van depressie of een rouwproces in een eu-
zen heeft om zich bezig te houden met
thanasievraag. Een Antwerpse huisarts is
euthanasie”, legt dr. Desmet uit. “In de
Euthanasie in de media
onlangs naar het gerecht verwezen omdat
meeste landen is euthanasie de vijand van
“Momenteel zijn er 2 grote basiscriteria
hij deze criteria al te lichtzinnig toepaste bij
palliatieve zorg. Wij zien die relatie eerder
voor euthanasie: ongeneeslijk ernstig ziek
een voornamelijk levensmoe persoon.”
als buren. Dat is een totaal andere verhou-
zijn (medisch uitzichtloos, al dan niet termi-
Solidariteit in het euthanasieproces
26 PALLIATIEVE ZORGEN
WERKING VAN DE PALLIATIEVE EENHEID Er zijn 4 palliatieve eenheden in Limburg. Elke palliatieve eenheid functioneert natuurlijk op een eigen manier”, vertelt dr. Marc Desmet, hoofd van de palliatieve dienst van het Jessa Ziekenhuis. “In het Jessa Ziekenhuis werken we daarnaast met een supportteam bestaande uit 6 mensen (2 artsen, 2 psychologen en 2 verpleegkundigen). Zij geven extra advies voor het geheel van het ziekenhuis (de 3 campussen) bij problemen met pijn- en symptoomcontrole, maar ook bij ethische problemen, ondermeer bij euthanasievragen. Bijna alle euthanasievragen gebeuren in ons ziekenhuis met de betrokkenheid van het palliatief supportteam, waardoor we heel wat ervaring hebben opgebouwd. We gebruiken ook een checklist om na te gaan of alles in orde is, zowel wettelijk als praktisch (bijvoorbeeld: wie wil de euthanasie uitvoeren, is dat duidelijk of niet, is de huisarts op de hoogte, enz). Dat gaat dus echt over de voorbereiding tot en met de uitvoering.”
“Solidariteit speelt een belangrijke rol in
Begeleiding van de huisarts
geruststellend gevoel omdat ze weten dat
euthanasie”, zegt dr. Desmet. “Solidariteit
bij euthanasie
het juridisch en qua begeleiding in orde is.”
met de ondraaglijk lijdende patiënt bijvoor-
“Wanneer huisartsen geconfronteerd
beeld, maar er zijn nog andere vormen van
worden met een euthanasievraag, hebben
solidariteit, zoals met de omgeving. Er zijn
ze ook support nodig”, legt dr. Desmet uit.
Palliatieve sedatie
heel veel mensen betrokken bij euthana-
“Huisartsen krijgen daarvoor ondersteu-
“Die solidariteit vind je vaak terug in onze
sie, niet alleen de patiënt. Ook familie en
ning vanuit Pallion (palliatieve thuiszorg
werking. Ook in geval van palliatieve
vrienden zijn er nauw bij betrokken. Strikt
equipes). Of ze kunnen LEIF-artsen
sedatie bij strikt terminale patiënten gaan
wettelijk moeten we daar geen aandacht
contacteren. Daarnaast kan een huisarts
we praten met familieleden, bijvoorbeeld
aan besteden, maar vanuit de palliatieve
ook bij ons terecht voor een advies. Als
om hen duidelijk te maken dat er niet meer
zorg doen we dat wel.”
wij van onze kant uit geconfronteerd wor-
kan gepraat worden met de patiënt. Dat
den met een euthanasievraag, proberen
betekent dus dat je geen gesprek meer
we altijd een gesprek te hebben met de
kan voeren met die persoon en je je dus
Leven we niet te lang?
huisarts omdat die de patiënt het beste
moet afvragen wie eventueel nog langs
Dr. Desmet: “De euthanasieproblematiek
kent. Ze kunnen de vraag het best situ-
moet komen. Lijkt allemaal logisch maar
komt natuurlijk niet uit de lucht gevallen.
eren. Meestal zit dat in de geschiedenis
is het niet in zo’n heel intensief moment.
Eén van de oorzaken is dat we langer en
van de patiënt verweven, heeft de vraag
Daarom is het belangrijk dat mensen die
beter leven, maar ook langer lijden en langer
diepere wortels en is het geen bevlieging.
gespecialiseerd zijn in palliatieve zorg zich
sterven. We hebben een aantal patiënten
Ook voor de huisarts is het belangrijk om
hiermee bezig houden”, besluit dr. Desmet.
die al zo lang in behandeling zijn dat ze
te weten dat die vraag gekomen is. We
mentaal en fysisch op zijn, zonder dat ze
vragen ook of de huisarts de euthanasie
zelfs pijn hebben. In onze geneeskunde is
eventueel zelf wil uitvoeren, want dit is
dat een zware schaduwzijde. We houden de
uiteraard niet evident. Zeker wanneer het
patiënt veel langer in leven, maar uitein-
voor een arts een eerste keer is, moet
delijk is hij helemaal opgebrand. Op een
hij goed begeleid worden zodat hij niet
bepaald moment moeten we ook kunnen
over zijn eigen grenzen gaat. Dat is ook
stoppen met behandelen. De levenskwaliteit
een vorm van solidariteit, in dit geval met
en de zinvolheid van een langer leven in
de arts. Die mogelijkheid is vrij uniek
EUTHANASIE: WAAROM NIET. PLEIDOOI VOOR NUANCE EN NIET-WETEN.
vraag stellen is ook goede geneeskunde.”
in Vlaanderen. Dat geeft hen vaak een
Verschenen bij Uitgeverij Lannoo
27 PALLIATIEVE ZORGEN
MEER INFORMATIE DR. MARC DESMET, palliatieve zorgen
Jessa Ziekenhuis bereidt zich voor op
de kwaliteitsnormen VAN DE
TOEKOMST Kwaliteitsteam
DR. ANN HENDRICKX:
KWALITEIT WORDT ECHT EEN GEZONDE GEWOONTE. DAT KOMT IEDEREEN TEN GOEDE, NIET IN HET MINST DE PATIËNT.
Dr. Veerle Peeters: “Uit de antwoorden
BLOEDBANK EN TRANSFUSIEDIENSTEN
die we kregen, konden we heel wat nuttige informatie distilleren. Zo wisten we direct rond welke normen er een probleem was en welke zaken niet helemaal duidelijk waren. Op basis hiervan stelden we een actieplan op voor elk van deze tekortkomingen. In totaal kwamen we tot 5 actieplannen. We stelden vast dat er in het ziekenhuis al veel procedures bestonden in het kader van deze normen, maar dat sommige procedures onvoldoende gekend waren bij het personeel.
H
We moesten dus niet vanaf nul beginnen.
et kwaliteitsteam bloedbank en transfusiediensten werkt ziekenhuisbreed aan de
implementatie van de NIAZ-Qmentum normen. Het
De meeste actieplannen draaiden dus vooral rond communicatie, het kenbaar maken van de bestaande richtlijnen en bijkomende opleiding voorzien.”
team ging van start met een zelfevaluatie. Dr. Ann Hendrickx: “Voor ieder kwaliteitsteam is er een zelfevaluatie opgesteld om deNIAZ-Qmentum normen na te gaan. Onze zelf-evaluatie werd uitgestuurd naar iedereen die bij het transfusieproces betrokken is in het ziekenhuis: artsen, verpleegkundigen en medisch laboratorium technologen.”
Informatie voor de patiënt ”Een typisch voorbeeld is de norm dat de patiënt op voorhand informatie moet krijgen, liefst in een geschreven vorm”, vertelt dr. Hendrickx. “Er bestonden al informatiebrochures over bloedtrans-
28 KWALITEIT
DR. VEERLE PEETERS:
DE CORRECTE IDENTIFICATIE AAN BED BIJ DE BLOEDNAME VÓÓR TRANSFUSIE IS EEN ESSENTIËLE STAP IN TRANSFUSIEVEILIGHEID.
fusie, maar ze waren al lange tijd op en
rig gekozen afdelingen. Dat brengt wel
leerd of de juiste eenheid zal toegediend
waren nooit herdrukt. De verpleegkun-
op. Als we merken dat er wat zwaktes
worden aan de juiste patiënt, worden
digen waren er dan ook niet meer mee
zitten op een afdeling, bespreken we dit
alle wettelijke verplichte parameters
vertrouwd. Onze actie bestond er heel
achteraf tijdens de dienstvergadering en
en transfusiereacties geregistreerd.
eenvoudig in om deze brochures opnieuw
scholen we opnieuw bij zodat iedereen
De feedback en opvolging van transfu-
te laten drukken en met een woordje uit-
aandachtig blijft voor de desbetreffende
siereacties wordt nu toegevoegd aan
leg te verspreiden bij het verpleegkundig
normen. Anderzijds voeren we ook 2
Cybertrack. Cybertrack biedt bovendien
personeel. Zo was iedereen opnieuw op
keer per maand een interne observatie
een helpfunctie, waarin we afbeeldingen
de hoogte van het bestaan en het doel
(een soort procesaudit) uit. Hierbij wordt
gaan plaatsen van symptomen van trans-
van deze brochures.”
een verpleegkundige gevolgd vanaf het
fusiereacties. Hierdoor zullen verpleeg-
moment dat deze bloed komt afhalen tot
kundigen sneller kunnen inschatten wat
en met de toediening van het bloed aan
er eventueel aan de hand is, zonder dat
Correcte identificatie
de patiënt, om na te gaan of alle stap-
ze eerst een ellenlange tekst moeten
Dr. Peeters: “Een andere norm gaat over
pen correct verlopen volgens de geijkte
doorlezen.“
de correcte identificatie aan bed bij de
procedures.”
bloedname vóór transfusie. Dit is een essentiële stap in transfusieveiligheid. Ondanks de nadruk die hierop reeds
CyberTrack
gelegd werd tijdens de opleidingen, had-
Dr. Hendrickx: “Enkele normen gaan over
den we hier toch een tekortkoming. We
de registratie en opvolging van transfu-
kaarten dit punt nu opnieuw aan tijdens
siereacties. Hiervoor biedt CyberTrack
de bijscholingen. Ook volgen we dit ver-
mogelijke oplossingen. In het ziekenhuis
der op met interne audits. Enerzijds doen
gebruiken we dit programma voor de
we dit door het systematisch 1 keer per
elektronische monitoring van bloedtrans-
maand uitvoeren van een veiligheidsron-
fusie aan bed. Met dit programma wordt
KRISTEL MARQUET,
de (een soort systeemaudit) op willekeu-
o.a. vóór de bloedtoediening gecontro-
coördinator dienst kwaliteit & patiëntveiligheid
29 KWALITEIT
MEER INFORMATIE DR. ANN HENDRICKX, klinisch bioloog DR. VEERLE PEETERS, klinisch bioloog HEIDI CARDINAELS,
referentiepersoon hemovigilantie
JESSA ZIEKENHUIS BEREIDT ZICH VOOR OP DE KWALITEITSNORMEN VAN DE TOEKOMST:
HUGO CORSTJENS:
HET IS FIJN OM TE ZIEN HOE HARD IEDEREEN WERKT EN DAT WE EFFECTIEF PROGRESSIE BOEKEN.
Kwaliteitsteam
Hugo Corstjens vormt samen met dr.
OPERATIEVE ZORG
Urbain Mees, diensthoofd cardiothoracale heelkunde, een sterke tandem binnen de kwaliteitsgroep operatieve zorg. “Bij de start werden alle hoofdverpleegkundigen en medische diensthoofden van operatieve zorg aangeschreven”, blikt Hugo Corstjens terug. “We hebben iedereen die langer dan zes maanden in dienst was bevraagd. Daar stootten we op een eerste probleem: medewerkers scoorden bepaalden vragen rood of geel, terwijl wij vonden dat we daar groen op scoorden. Bepaalde vragen van NIAZ-Qmentum waren blijkbaar soms zo moeilijk geformuleerd, dat je ze op meerdere manieren kon interpreteren.
H
Daarom overliep elke dienst met zijn medewerkers de items die ‘foutief’ gescoord
et staat in ons Jessa DNA: bijdragen tot de
werden. We gaven niet alleen extra infor-
gezondheid en het welzijn van mensen is de
matie, maar probeerden ook duidelijk aan
mooiste job ter wereld. Kwalitatief hoogstaande en veilige zorg is daarbij onontbeerlijk! Daarom heeft
te tonen waarom iets volgens ons wel een groene score zou moeten krijgen.”
het Jessa Ziekenhuis er bewust voor gekozen om in 2016 opnieuw voor een accreditatie te gaan. Hoe
Bibliotheek
pakt het kwaliteitsteam operatieve zorg dat aan?
Voor alle andere items werd een actieplan
30 KWALITEIT
DR. URBAIN MEES:
WIJ VERTREKKEN VANUIT DE FILOSOFIE ‘PATIENT FIRST’: ONZE PATIËNTEN VERDIENEN ALTIJD DIE GOEDE ZORG, VEILIGHEID EN KWALITEIT, OOK NA HET BEHALEN VAN DE ACCREDITATIE.
opgesteld. Dr. Mees: “Toen we de verge-
ken die we sowieso moeten doen, op een
delijken van een aantal andere kwaliteits-
lijking maakten tussen de punten uit ons
rijtje te zetten. Die mindset is volgens ons
teams. “Een aantal zaken zijn gelijkaardig
normenkader waarvoor actie nodig was
toch wel cruciaal in het hele verhaal.”
voor bijvoorbeeld kritieke diensten, de operatiezaal en operatieve zorg; het is dus
en de punten uit de bibliotheek van de
interessant om dan eens de koppen bij
veiligheidsrondes die regelmatig plaatsvinden bij Jessa, merkten we dat er veel
Raakvlakken
elkaar te steken. Denk maar aan overdrach-
overlappingen waren. Omdat de vragen
De vragenbibliotheek telt meerdere rubrie-
ten en goede briefings, twee punten die
uit de bibliotheek niet alleen duidelijk en
ken en het kwaliteitsteam van operatieve
toch wel extra aandacht vragen. Door al die
herkenbaar, maar ook makkelijker te be-
zorg vroeg aan elke hoofdverpleegkundige
verschillende insteken en zoveel verschil-
grijpen zijn, kozen we ervoor om met die
om per rubriek een verantwoordelijke aan
lende personen in het verhaal te betrek-
vragen te werken. Onze focus ligt eerder
te duiden. “Zo betrekken we meer mensen
ken, is er een heel fijne dynamiek en veel
op hoe wij de zorg op onze afdelingen
en leeft het meer binnen de groep. We
interactie. Het is fijn om te zien hoe hard
kunnen organiseren zodat we de nodige
brachten bijvoorbeeld ook alle medische
iedereen werkt, en natuurlijk ook om te
kwaliteit en veilige zorg behalen, dan op
diensthoofden van de operatieve zorg
zien dat we effectief progressie maken.”
de accreditatie zelf. Het eindresultaat is
samen. Als je alle criteria overloopt, dan
vergelijkbaar, maar de insteek verschilt.
merk je namelijk dat er toch ook een grote
Wij vertrekken ook vanuit de filosofie
verantwoordelijkheid bij de artsen ligt.
‘patient first’: onze patiënten verdienen
Zij bekijken op hun beurt samen met de
altijd die goede zorg, veiligheid en kwali-
verpleegkundige diensthoofden welke
teit, ook na het behalen van de accredita-
raakvlakken er zijn en hoe ze daar samen
tie. Dat hangt trouwens nauw samen met
aan kunnen werken. In december zitten
onze beroepsfierheid. Je kiest niet voor
we opnieuw samen met de medische
een job in de zorgsector als je niet inzit
diensthoofden voor een evaluatie.”
met de patiënt. In feite kan je stellen dat de vereisten van NIAZ-Qmentum voor
Verder plant het kwaliteitsteam opera-
ons een houvast of een tool zijn om za-
tieve zorg een overleg met de verantwoor-
31 KWALITEIT
MEER INFORMATIE HUGO CORSTJENS DR. URBAIN MEES KRISTEL MARQUET,
coördinator dienst kwaliteit & patiëntveiligheid
32 PNEUMOLOGIE
HOESTEN IN DE HOESTTANK
De impact van respiratoire hygiĂŤne op de transmissie van TBC en
33 PNEUMOLOGIE
andere luchtweginfecties
S
inds 14 september werkt dr. Koen Vanden
hoesten.” Doordat het masker de grotere druppels tegenhoudt,
Driessche in het Jessa Ziekenhuis als kinder-
zouden er dus ook veel minder kleinere deeltjes gevormd worden.
arts waar hij zich toelegt op kinderinfectieziekten en kinderlongziekten. Hij combineert deze klinische activiteiten met een doctoraatsonderzoek
Meer en meer centra in in ons land raden mucoviscidosepatiënten nu aan een mondmasker te dragen wanneer ze naar de raadpleging komen.
naar de impact van respiratoire hygiëne op de verspreiding van TBC en andere ziektekiemen die via
Verspreiding van TBC
de lucht verspreid kunnen worden.
“Ons apparaat verhuist nu naar Kaapstad in Zuid-Afrika, waar we het effect van verschillende hoesttechnieken en middelen zoals in de arm hoesten, in een papieren zakdoek, een masker enzovoort bestuderen om na te gaan of we zo de verspreiding van de meest
In Canada onderzocht dr. Vanden Driessche of het dragen van een
beruchte airborne longziekte, TBC, kunnen voorkomen.“
chirurgisch mondmasker de verspreiding van luchtweginfecties bij patiënten met mucoviscidose kan tegengaan. “We hebben daar-
“Wereldwijd is TBC in opmars, met name die vormen die resistent
voor een setup met 2 grote hoesttanks”, vertelt dr. Vanden Dries-
geworden zijn aan de middelen die we gebruiken om tuberculose
sche. “Vrijwilligers moeten voor het onderzoek op verschillende
te behandelen”, vertelt dr. Vanden Driessche. “De ontwikkeling
manieren hoesten in deze tanks, bijvoorbeeld in de arm, in een
van een vaccin loopt niet van een leien dakje, want het beschermt
papieren zakdoek, met een mondmasker enz. Na de hoestsessie
nauwelijks tegen longtuberculose, de meest voorkomende en
wordt de lucht in de tank gemixt en afgevoerd naar een impactor.
besmettelijke vorm. Het zou dan ook mooi zijn als we konden
Dat is een opeenstapeling van filters met steeds kleinere gaatjes
aantonen dat we via een heel gemakkelijke ingreep, namelijk het
verbonden met kweekplaten. In functie van de druppelgrootte
bijsturen van de manier van hoesten, de verspreiding kunnen
kunnen we dan meten hoeveel en welke ziektekiemen aanwezig
tegen gaan.”
zijn in de lucht.” Hoestetiquette Airborne ziektekiemen
“We lopen trouwens in België ook achter wat de hoestetiquette
“Ziektekiemen zoals griep- en verkoudheidsvirussen kunnen
betreft. In verschillende Westerse landen wordt kinderen een
verspreiden via kleine druppels die vrijkomen bij het hoesten.
zekere hoestetiquette aangeleerd waarbij het hoesten in de arm
Zulke druppels zijn eigenlijk nog vrij grote partikels die men zelfs
i.p.v. in de hand gepromoot wordt, maar bij ons is er nog werk aan
kan filmen met een camera. Sommige andere ziektekiemen zijn
de winkel”, concludeert dr. Vanden Driessche.
echter airborne en kunnen lang in lucht blijven rondzweven tot dat ze door iemand worden ingeademd of worden afgevoerd via luchtstromen. Ze verspreiden zich via heel kleine druppels die zeer moeilijk meetbaar zijn met conventionele methodes”, zegt dr. Vanden Driessche. “Ons onderzoek in Vancouver toont aan dat meer dan 80% van
MEER INFORMATIE
die heel kleine (airborne) ziektekiemen wordt tegengehouden
DR. KOEN VANDEN DRIESSCHE, pediatrie, tel. 011 33 73 78
wanneer mucoviscidosepatiënten in een chirurgische mondmasker
DR. MARC RAES
5 34
ONCOLOGIE
vragen over...
B
ijna iedereen heeft pigmentvlekken. Meestal zijn die on-
schuldig, maar de kans bestaat dat ze veranderen in kwaadaardige kankercellen, zogenaamde maligne melanomen. De belangrijkste risicofactor is UV-licht. Verstandig omspringen met je zonnekapitaal is dus aangewezen. Maar hoe herken je een maligne me-
DR. AN TIMMERMANS EN DR. JEROEN MEBIS
lanoom? En hoe kunnen we het behandelen?
35 ONCOLOGIE
maligne melanoom
1
Wat is maligne melanoom?
melanoom wordt ook wel het fammm
heel er uitgesneden, met een klein randje
Een (maligne) melanoom is een kwaadaar-
syndroom (Familial Atypical Multiple Mole
(2-3 mm) extra weefsel eromheen om er
dige huidtumor en wordt beschouwd als
Melanoma) of het Familiair Dysplastisch
zeker van te zijn dat alles er uit is. Als na
de meest agressieve vorm van huidkan-
Nevus syndroom genoemd.
onderzoek van de patholoog blijkt dat het
ker. Deze huidtumor ontwikkelt zich uit
een melanoom is, dan moet dezelfde plek
de pigmentcellen, melanocyten genaamd,
er nog een keer uitgesneden worden met
die zich bevinden onderaan onze opperhuid. Het is net dat pigment, melanine, dat onze huid beschermt tegen de schadelijke
3
een veiligheidsmarge van 1 of 2 cm, een
Hoe kan je een maligne melanoom herkennen?
zogenaamde therapeutische excisie. Het wordt niet in één keer gedaan omdat het
De kans dat een moedervlek zich tot een
wegsnijden van een moedervlek met een
natuurlijke filter. Onder invloed van zon-
melanoom ontwikkelt, is klein, maar men
rand weefsel van 1 of zelfs 2 cm er om-
licht neemt de hoeveelheid pigment toe
moet er steeds alert voor blijven! Een me-
heen een groot litteken achterlaat en op
en zien we dat de huid een iets donkere
lanoom is te herkennen aan verschillende
sommige plekken lastig is.
kleur gaat aannemen (het bruinen). Op
symptomen zoals jeuk of pijn aan het op-
zich is dit bruiningsproces niks anders dan
pervlak van de moedervlek, bloeden uit de
een noodzakelijke bescherming tegen een
moedervlek, of het ontstaan van korstjes
teveel aan UV-zonlicht. Door een teveel
op de moedervlek. Ook een vorm- of kleur-
aan UV-zonlicht kunnen deze pigment-
verandering van de pigmentvlek kan wij-
cellen zodanig beschadigd worden dat ze
zen op melanoomvorming. Je kunt het een-
veranderen in kwaadaardige kankercellen.
voudig beoordelen door de ABCDE-regel
blootstelling aan zonlicht of andere ultra-
toe te passen. Is het vlekje asymmetrisch
violette (UV) stralingsbronnen zoals zon-
(Asymmetric), heeft het een onregelma-
nebanken. Vooral zonverbranding op jonge
tige rand (Border), heeft het meerdere
leeftijd (kinderen onder de 5 jaar) is een
kleuren (Colour), is het groter dan 6 mm
risicofactor, zeker als je een licht huidtype
(Diameter), is het vlekje veranderd (Evolu-
hebt. Verstandig zonnen dus, niet te lang in
Erfelijkheid speelt slechts zelden een rol
tion)? In geval van twijfel doet men er best
de zon, niet verbranden, goede zonnebrand-
bij het ontstaan van melanomen, onge-
aan om de pigmentvlek te laten evalueren
crèmes gebruiken en speciaal opletten voor
veer bij 5% à 10% van de tumoren is dat
door een huisarts of dermatoloog.
kleine kinderen.
stralen van de zon: het fungeert als een
2
Is het erfelijk?
5
Hoe voorkom je huidkanker?
De grootste risicofactor is overmatige
het geval. Als er meerdere mensen in één familie een melanoom hebben (gehad) kan dit wijzen op erfelijkheid. Mensen uit zo’n familie hebben vaak ook atypische moedervlekken. Atypische moedervlekken zijn vlakke moedervlekken die er wat
4
Wat zijn de mogelijke behandelingen van een maligne melanoom?
MEER INFORMATIE DR. JEROEN MEBIS, oncoloog DR. AN TIMMERMANS, dermatoloog
Als er een verdenking bestaat dat het
‘rommeliger’ uitzien dan gewone moeder-
een melanoom zou kunnen zijn, dan is het
vlekken. Ze zijn vaak ongelijkmatig van
nodig om de plek in zijn geheel te verwij-
vorm en niet egaal bruin gekleurd. De
deren. DIt gebeurt onder lokale verdoving.
meeste van deze moedervlekken blijven
Het wegsnijden gebeurt in 2 stappen. De
rustig, maar sommige kunnen kwaadaar-
eerste stap is een diagnostische excisie.
dig (een melanoom) worden. Het erfelijk
Hierbij wordt de moedervlek in zijn ge-
MINISYMPOSIUM MINISYMPOSIUM ‘HET MALIGNE MELANOOM: EEN MULTIDISCIPLINAIRE AANPAK’
donderdag 18 februari 2016, 19u30-21u, Jessa Ziekenhuis
DR. LIEVEN HERBOTS, DR. MICHIEL VAN TORNOUT EN DR. DIDIER STROOBANTS
Uniek opleidingstoestel voor
S
inds begin oktober beschikt het Jessa Zieken-
Trainingslaboratorium
huis over een Heartworks-systeem, uniek in
Dr. Stroobants: “Met dit systeem kan een trainingslaboratorium in het Jessa Ziekenhuis worden opgezet, zonder de inzet van patiënten. Op
België. Dit systeem is een volledig interactieve
een levensgrote pop kan een transoesophagale (TEE) en transthora-
transoesophagale (TEE) en transthoracale echocar-
cale echocardiografie (TTE) worden uitgevoerd waarbij echobeelden
diografie (TTE) simulator gebaseerd op een anato-
geprojecteerd worden, naast de 3D anatomische beelden met juiste
misch correct en realistisch 3D-computermodel van
indicatie van snijvlakken en snijrichtingen. De volledige trainingsmo-
het hart. Op een unieke manier laat het 3D-model
dule is verplaatsbaar en dus mobiel inzetbaar. Trainingslaboratoria
een sterk doorgedreven en praktische training toe
binnen de geneeskunde zijn uiteraard niet nieuw en bestaan reeds voor robotchirurgie, pacemakerplaatsing, cardiale heelkunde, enz.
van de normale cardiale anatomie en van talrijke
Maar dit systeem is echter het instrument bij uitstek voor de specia-
cardiale pathologieën.
listen van het Jessa Ziekenhuis om de eigen kunde bij te spijkeren en om training te geven aan derden op het vlak van echocardiografie.”
Iedereen moet leren. Voor echocardiografie gebeurde dat tot nu toe
“Dit trainingslaboratorium zal voor het Jessa Ziekenhuis een verdere
uit noodzaak bij patiënten, onder begeleiding van de supervisor,
bekwaming toelaten van de stafleden van de drie participerende
met het risico op ongemakken voor de patiënt. Dat is nu verleden
diensten, namelijk cardiologie, anesthesie en cardiale heelkunde”,
tijd. Dr. Didier Stroobants, cardioloog: “Het toestel kan best verge-
vertelt dr. Lieven Herbots, cardioloog. “Gebieden waar deze kennis
leken worden met een vluchtsimulator die gebruikt wordt voor de
uitgerekend van pas komt zijn de klepheelkunde, het plaatsen van oc-
training van jonge piloten in opleiding maar eveneens als bijkomen-
cluders ter hoogte van VSD, ASD, paravalvulaire lekken, enz. Bij het
de training voor piloten met al heel wat ervaring.”
plannen van speciale ingrepen kan dit toestel zijn waarde hebben om
36 ECHOCARDIOGRAFIE
echocardiografie de 3D-verhoudingen op de echobeelden tijdens de procedure beter
ophangt, maar met dit toestel kan je veel beter leren om die referentie-
in te schatten en te plannen.”
kaders vast te leggen en te onderzoeken wat er allemaal tussen zit.”
“Specialisten van andere ziekenhuizen zullen uitgenodigd worden voor trainingssessies onder leiding van de stafleden cardiale heel-
Naar Angelsaksisch model
kunde, anesthesie of cardiologie”, zegt dr. Herbots. “Het trainingsla-
“Het is een trend die overkomt vanuit de Angelsaksische wereld. Daar
boratorium zal dé plaats bij uitstek worden waar artsen-specialisten
is het ondertussen deontologisch vanzelfsprekend geworden dat
in opleiding hun eerste stappen kunnen zetten in het aanleren van
assistenten in opleiding enkel aan een echocardiografisch onderzoek
echocardiografie (TTE, TEE), los van een patiënt. Studenten genees-
bij patiënten starten na een uitgewerkte en gedegen opleiding in het
kunde van de UHasselt nodigen we ook uit naar het Jessa Zieken-
trainingslaboratorium”, zegt dr. Michiel Van Tornout, anesthesist. “Er
huis voor praktische hands-on trainingen in cardiale anatomie.”
moet immers zoveel mogelijk geoefend worden, maar het liefst zonder echte patiënten die men anders pijn zou kunnen doen. Zo gebeurt de training van verpleegkundigen om injecties toe te dienen tegen-
Referentiekader
woordig ook al op levensechte poppen in plaats van op mensen.”
Dr. Herbots: “Ondanks een jarenlange ervaring in het domein van MEER INFORMATIE
echocardiografie is mijn kennis de afgelopen weken gigantisch toegenomen dankzij dit nieuwe toestel. De grote moeilijkheid bij een TEE
DR. LIEVEN HERBOTS, cardiologie en ICCU, tel. 011 30 95 79
is dat je zeer dicht bij het hart zit, maar dat je tegelijkertijd eigenlijk
DR. DIDIER STROOBANTS, cardiologie en ICCU
niet beschikt over een goed referentiekader. Je kijkt in het hart,
DR. MICHIEL VAN TORNOUT, anesthesiologie
maar heel vaak weet je dus niet exact waar je je bevindt. Er zijn een
De dienst pathologische anatomie vormt een associatie met az Vesalius (Tongeren) en Sint-Franciskus Ziekenhuis (Heusden-Zolder)
aantal vaste punten waarop je je baseert en waaraan je je onderzoek
37 ECHOCARDIOGRAFIE
38 PATHOLOGISCHE ANATOMIE
NOG SNELLERE DIENSTVERLENING
op pathologische H
et zijn drukke tijden voor de medewerkers van de dienst pathologische anatomie van het Jessa Zieken-
huis. Recent werd een nieuw toestel gevalideerd en geĂŻntegreerd in het werkproces. Dit toestel met een nog snellere en hoogstaande analyse van de stalen maakt het mogelijk om op een andere manier te werken. En vanaf 1 januari zullen de diensten pathologische anatomie van het Jessa Ziekenhuis en het az Vesalius in Tongeren associĂŤren.
39 RUBRIEK
ALÈNE VERHEYEN
anatomie
40 PATHOLOGISCHE ANATOMIE
NOG SNELLERE DIENSTVERLENING OP PATHOLOGISCHE ANATOMIE
In de dienst pathologische anatomie vindt het onderzoek van weefsels en cellen plaats. Een dergelijk onderzoek wordt doorgaans aangevraagd door clinici om tot een juiste diagnose te komen, maar kan ook kaderen in screeningsonderzoek of, wanneer de juiste diagnose al bekend is, gebeuren uit prognostische overwegingen. De resultaten van het pathologisch onderzoek vormen een essentieel element in de klinische besluitvorming, maar worden steeds DR. KATRIN WOUTERS:
geïntegreerd met de bevindingen van het klinische onderzoek, de beeldvorming en de laboratoriumdiagnostiek.
DIT NIEUWE SYSTEEM LEVERT TIJDSWINST OP
Gecentraliseerde aanpak
VOOR DE CLINICUS DIE DE PATIËNT SNELLER
Dr. Katrin Wouters, afdelingshoofd pathologische anatomie: “Met
ZIJN DIAGNOSE KAN
onze 7 pathologen vormen wij een vrij grote afdeling. Binnenkort
VOORLEGGEN.
vervoegt ook dr. Dubin van az Vesalius (Tongeren) ons team. Elk van onze artsen heeft zijn eigen subspecialiteit, zoals bijvoorbeeld lymfoom- of borstpathologie.” “Onze dienst analyseert de stalen uit ons eigen ziekenhuis, het az Diest, az Vesalius Tongeren (vanaf 1 januari 2016), Sint-Franciskusziekenhuis (Heusden-Zolder), Practimed (het medisch centrum Tessenderlo/Bree) en van verschillende huisartsen in de regio. Typisch aan ons laboratorium is dat we alles hier gecentraliseerd doen. Daardoor kunnen we een zeer sterke kwaliteit leveren gekoppeld aan een grote efficiëntie. Alle investeringen in toestellen kunnen op deze manier op één plaats gebeuren.” ROY CLOOTS:
WE STAAN GARANT VOOR DEZELFDE HOOGSTAANDE
Kwaliteit Sinds 2013 is Roy Cloots aan de slag in het team als kwaliteits-
KWALITEIT VOOR ALLE
coördinator. Hij waakt over de praktische werking van de dienst
BEHANDELDE STALEN,
en werkt volop aan het kwaliteitshandboek. “Tegen 2018 zal het
INTERN OF EXTERN.
60.000
35.000
het aantal stalen dat per jaar
hiervan zijn weefsel-
geanalyseerd wordt.
biopsies.
41 PATHOLOGISCHE ANATOMIE
verplicht zijn voor elke afdeling pathologische anatomie om een
Verdere automatisering
kwaliteitshandboek te hebben anders behoud je de erkenning
“De dienst pathologische anatomie werkt zeer nauw samen met
niet”, vertelt hij. “We zitten mooi op koers om dit tijdig op punt
de dienst klinische biologie op gebied van moleculaire diagnos-
te stellen. Tot nu toe hebben we trouwens ook alle audits goed
tiek. Ook in deze samenwerking is tijdswinst belangrijk”, vertelt
doorstaan!”
Roy Cloots. “Alles zal sneller kunnen en moeten, zeker ook op vlak van gepersonaliseerde therapie waarbij de patiënt wacht op zijn
“Het is natuurlijk wel zo dat die audits veel inspanning en inves-
diagnose vooraleer een specifieke therapie gestart kan worden.
teringen vragen”, vertelt Roy Cloots. “Aangezien we een groot
Hoe minder lang hij moet wachten, hoe beter uiteraard.”
centrum zijn, zijn we in staat om tijd, mensen en middelen vrij te maken om aan de kwaliteitseisen te voldoen. Verdere schaalver-
“We hebben de voorbije jaren dan ook veel geïnvesteerd in de mo-
groting zal dan ook de toekomst zijn.”
dernisatie van ons laboratorium”, vult dr. Wouters aan. ”We hebben sterk ingezet op de traceerbaarheid van stalen door de werking met
“Onze kwaliteitsvolle en snelle service induceert ook meer aan-
barcodes en automatisering van het hele proces. Door zoveel moge-
vragen”, zegt dr. Wouters. “Artsen merken dat we snel een kwali-
lijk te automatiseren ligt de foutenlast steeds lager. In de toekomst
teitsvol antwoord kunnen leveren op hun vraag. Zij kunnen dus op
willen we trouwens verder automatiseren zodat we onze capaciteit
hun beurt heel snel een antwoord geven aan hun patiënten zodat
nog kunnen verhogen. We willen streven naar een zo kort mogelijke
de stress van de onwetendheid bij de patiënt afneemt.”
‘turn around time’ met dezelfde hoogstaande kwaliteit.”
Minder belasting voor het personeel en tijdswinst voor de
Aanlevering stalen
patiënt
“Een teer punt blijft het correct aanleveren van stalen. Dat is
Dr. Wouters: “Ons nieuw toestel voor staalvoorbereiding stelt ons
cruciaal voor een kwalitatief goed resultaat. Meer informatie over
in staat om nog sneller te werken zonder dat we aan kwaliteit
het aanleveren van stalen kunnen huisartsen steeds vinden op
moeten inboeten. Vroeger werden onze stalen overnacht in bulk
onze website (www.jessazh.be/pathologie) of ze kunnen ons
voorbereid voor analyse. ’s Morgens lagen er dan stalen klaar voor
altijd bellen voor meer informatie in geval van twijfel”, besluit dr.
verwerking tijdens de dag. Nu kunnen we continu stalen voorbe-
Wouters.
reiden, zodat we op een meer constante manier kunnen werken en de pieken en dalen in het werk eruit kunnen halen. Zo daalt de piekbelasting voor het personeel aanzienlijk en tegelijkertijd levert dit tijdswinst op voor de clinicus die de patiënt sneller zijn diagnose kan voorleggen.” MEER INFORMATIE DIENST PATHOLOGISCHE ANATOMIE , tel. 011-33 83 70, fax 011-33 83 78
25.000 hiervan zijn vochtonderzoeken.
Door de samenwerking met az Vesalius Tongeren komen er jaarlijks nog eens
5.000 weefselbiopsies en 3.000 vochtonderzoeken bij.
DR. RUTH ACHTEN - DR. LIEVE CAPELLE - DR. MARLEEN DUBIN DR. MARIA DRIJKONINGEN - DR. MICHEL VANBOCKRIJCK DR. JACQUES VANWING - DR. ERIKA WISANTO DR. KATRIN WOUTERS, diensthoofd - ROY CLOOTS, kwaliteitscoördinator
De dienst pathologische anatomie vormt een associatie met az Vesalius (Tongeren) en Sint-Franciskus Ziekenhuis (Heusden-Zolder)
SNELLER OPNIEUW AAN HET WERK NA BORSTKANKER MET BEHULP VAN ERGOTHERAPIE
I
n september is het Jessa Ziekenhuis, met de
Gezondheid eerst
steun van de KULeuven en Kom op tegen kan-
“Voor artsen is het niet altijd evident om een antwoord te bieden op werkgerelateerde vragen. In het ziekenhuis gaat de aandacht
ker, gestart met een studie bij vrouwen met borst-
eerst en vooral naar de gezondheid van de patiënt. Deze focus
kanker. De bedoeling van het onderzoek is om na
zorgt soms voor een barrière als de patiënt met vragen over zijn/
te gaan of de toevoeging van een ergotherapeut
haar werk zit. Eerst werken aan gezondheid en daarna pas aan-
aan het oncoteam vrouwen met borstkanker snel-
dacht besteden aan alle andere zaken – zoals werk – maakt voor
ler opnieuw aan het werk kan brengen.
patiënten de drempel naar werk nodeloos hoger”, zegt Huget Désiron, een ergotherapeute die betrokken is bij het onderzoek. “Uit het voorbereidend werk blijkt dat ergotherapeuten daar een rol hebben om een brug te slaan tussen het ziekenhuis en het werk.”
42 ONCOLOGIE
Levenskwaliteit verbeteren
de uitvoering van taken omwille van ziekte, een ongeval of een
“Deze studie kadert binnen een project van de KULeuven, het
aangeboren beperking”, vertelt Huget Désiron.
Jessa Ziekenhuis en Kom op tegen kanker”, zegt Elke Smeers, die in het borstcentrum werkt als BRUG-begeleider (BRUG staat
“In deze studie bestuderen we de context van de patiënt. Wat kan
voor: Borstkanker Reïntegratie vanUit Gezondheidszorg). “Onze
zij, wat wil zij, wat mag zij? We peilen ook naar de betrachtingen
hypothese is dat de levenskwaliteit van borstkankerpatiënten
en verwachtingen van de patiënt”, legt Elke Smeers uit. “Tegelij-
mee wordt ondersteund door te kunnen terugkeren naar hun werk
kertijd gaan we de brug over naar de werkgever om te vragen hoe
en dat dit het beste gaat als we een ergotherapeut toevoegen
die de situatie ziet en hun bezorgdheden te bevragen. Zo worden
aan het oncoteam. De meerwaarde van ergotherapie als het gaat
alle puzzelstukjes samengelegd om tot een oplossing te komen.
om ondersteuning bij werkhervatting is al aangetoond in andere
De bedoeling is dat iedereen, alle stakeholders, dit uiteindelijk
doelgroepen, maar nog niet bij patiënten met borstkanker.”
zien zitten.” Huget Désiron: “Het gaat vaak over een aantal kleine praktische zaken die mensen tegenhouden om opnieuw aan het werk te
Intensieve begeleiding van ergotherapeute
gaan. Dat kan meestal vrij goed opgelost worden. We willen zo
Huget Désiron: “Patiënten die deelnemen aan onze studie worden
vermijden dat kleine knelpunten (muizen) grote obstakels (olifan-
via toeval aan één van de twee onderzoeksgroepen toegewe-
ten) worden.”
zen. De patiënten in de interventiegroep krijgen een intensieve begeleiding van Elke, de ergotherapeute/BRUG-begeleider in dit
“Ik werk dan ook vaak bij de patiënten thuis of bij de werkgever
onderzoek. De controlegroep werkt aan het onderzoek mee door
om te observeren hoe de zaken lopen. De bedoeling in de inter-
op regelmatige tijdstippen hun ervaringen te delen met de onder-
ventiegroep van de studie is na te gaan welke mogelijkheden er
zoekers. Zij worden, zoals dat nu ook al het geval is, begeleid door
zijn voor patiënten in de thuissituatie, op de werkvloer, hoe die
de borstverpleegkundige die hen een informatiebrochure van Kom
persoon functioneert enzovoort, en hoe we dat kunnen rijmen met
Op Tegen Kanker overhandigt. De communicatie naar patiënten
hun werksituatie”, vertelt Elke Smeers.
legt de nadruk op de zoektocht naar een zo goed mogelijke aanpak, zodat vermeden wordt dat participanten hun toewijzing aan Interesse van andere borstcentra
één van beide onderzoeksgroepen betreuren.”
“Dit is een kleine studie om na te gaan of het systeem werkt. Het “We richten ons specifiek naar vrouwen met borstkanker tussen
onderzoek loopt nu enkel in het Jessa Ziekenhuis maar er is al veel
25 en 60 jaar met een arbeidscontract die opnieuw aan het werk
interesse vanuit andere borstcentra. Die interesse is er uiteraard
willen na hun ziekte of aan het werk willen blijven tijdens hun
omdat we veel voorbereidend werk hebben gedaan, we willen im-
ziekte. Zo kunnen we de vrouwen die willen blijven werken tijdens
mers zoveel mogelijk evidence based te werk gaan. Als de resulta-
hun behandeling ondersteunen”, zegt Elke Smeers. “De studie is
ten van deze studie goed zijn, willen we hierna een grote klinische
begin september gestart en moet klaar zijn tegen eind 2017. We
studie opstarten om de effectiviteit ervan te onderzoeken, waarbij
hopen in elke groep minstens 50 patiënten te kunnen includeren.”
het de bedoeling is dat het Jessa Ziekenhuis de trekker wordt van een multicenter studie”, besluit Huget Désiron.
Elke Smeers: “In het begin van de therapie, na 6 maanden en 9 maanden krijgen de patiënten een vragenlijst die ze moeten invullen. Die vragenlijsten polsen naar levenskwaliteit, hoe zij hun werk beleven, hoe zij hun ziekte beleven, enzovoort. De bedoeling
VRIJWILLIGERS GEZOCHT
is om na te gaan of de levenskwaliteit verbeterd is door de extra
Voor deze studie zijn we nog steeds op zoek naar
begeleiding van een ergotherapeut. Tegelijkertijd peilen we ook
deelnemers. Bent u tussen 25 en 60 jaar en is bij u
naar de tevredenheid van onze aanpak bij de zorgverleners.”
recent borstkanker vastgesteld en heeft u vast werk? Neem dan contact op met de onderzoekers.
Rol van ergotherapeuten “Ergotherapeuten zorgen ervoor dat mensen de zaken die voor hen betekenisvol zijn in hun dagelijks leven kunnen uitvoeren, MEER INFORMATIE
zoals zelfzorg, werken, boodschappen doen, sporten. Het gaat dus om het opnieuw mogelijk maken van dagelijkse handelingen.
ELKE SMEERS, BRUG-begeleider: tel. 011 30 96 88 of 0478 90 53 76 DR. JEROEN MEBIS, Borstcentrum
Ergotherapie is zinvol waar mensen een probleem hebben met
43 ONCOLOGIE
44 NIEUWS
NIEUWE
artsen DR. ISABELLE DE WERGIFOSSE REUMATOLOOG
DR. VEERLE SCHWAGTEN URGENTIE-ARTS
Dr. Isabelle de Wergifosse studeerde
Dr. Veerle Schwagten studeerde genees-
geneeskunde aan de KULeuven waar zij
kunde aan het toenmalige RUCA (Rijks-
in 2009 promoveerde als arts. Zij genoot
universitair Centrum Antwerpen) en aan
haar opleiding in het UZ Leuven en in het
de UA (universiteit Antwerpen) waar ze in
Jessa Ziekenhuis in Hasselt. Zij werd reu-
1985 promoveerde als doctor in de alge-
matoloog in 2015. Op 1 december 2015
mene heel-, genees- en verloskunde.
start dr. de Wergifosse als toegelaten arts
Ze volgde een opleiding algemene heel-
in Jessa. Haar interesse gaat vooral uit
kunde en een bijkomende bekwaming
naar de diagnostiek en behandeling van
in abdominale heelkunde in het UZ Gent
reumatoĂŻde artritis, spondylartropathieĂŤn,
(1991-1992). In 1994 volgde ze een bij-
systeemziekten, artrose en metabole bot-
zondere bekwaamheid in de urgentiege-
ziekten (waaronder osteoporose). Zij is
neeskunde in het UZ Antwerpen, waar ze
verder ook werkzaam in het Reuma Insti-
gedurende meer dan 20 jaar op de dienst
tuut te Hasselt.
spoedgevallen werkte. Vanaf 1 november 2015 vervoegt dr. Schwagten het team van de spoedgevallendienst in het Jessa Ziekenhuis.
45 VERBUM
VERBUM Gepubliceerd in EuroIntervention. 2015 Aug 13;11(4).
LEFT MAIN OR PROXIMAL LEFT ANTERIOR DESCENDING CORONARY ARTERY DISEASE LOCATION IDENTIFIES HIGH-RISK PATIENTS DERIVING POTENTIALLY GREATER BENEFIT FROM PROLONGED DUAL ANTIPLATELET THERAPY DURATION. Costa F, Adamo M, Ariotti S, Ferrante G, Navarese EP, Leonardi S, Garcia-Garcia H, Vranckx P, Valgimigli M. ABSTRACT
It is currently unclear if the location of coronary artery disease affects decision making with regard to dual antiplatelet therapy (DAPT). We investigated if the presence of at least 30% luminal narrowing in the left main (LM) and/or proximal left anterior descending (pLAD) coronary arteries on angiography is an outcome modifier with respect to DAPT duration. METHODS AND RESULTS: In the Prolonging Dual Antiplatelet Treatment After Grading Stent-Induced Intimal Hyperplasia (PRODIGY) study, 953 (54.3%) patients with and 801 (45.7%) without LM/pLAD lumen narrowing at the qualifying coronary intervention were randomised to six or 24 months of DAPT. Twenty-four month as compared to sixmonth DAPT reduced the occurrence of definite, probable or possible stent thrombosis by 50% in patients with (2.8% vs. 5.6%; HR 0.45, 95% CI: 0.23-0.89; p=0.02) but not in those without LM/pLAD lumen narrowing, with a highly significant interaction testing (PINT= 0.002). This result remained consistent irrespective of whether stenting was (PINT: 0.01) or was not (PINT: 0.02) performed in the LM/pLAD. CONCLUSIONS: Left main and/or proximal LAD lumen narrowing may be a treatment modifier with respect to the duration of DAPT. Patients fulfilling these angiographic characteristics seem to benefit from a prolonged dual antiplatelet treatment. TRIAL REGISTRATION: ClinicalTrials.gov Identifier: NCT00611286. AIMS:
Twenty women undergoing laparoscopic hysterectomy were prospectively randomized to have during surgery with a control or a full-conditioned pneumoperitoneum as well as the instillation of 1000 mL of Ringer’s lactate or icodextrin 4% at the end of surgery. Fluid volumes remaining after 24, 48, and 72 hours were measured by ultrasound testing. RESULTS: The peritoneal volumes of Ringer’s lactate and icodextrin 4% both decreased exponentially over time. Following a pneumoperitoneum with CO2, the resorption rate of Ringer’s lactate was faster than for icodextrin 4%. After 24, 48, and 72 hours 11.7±1.0% versus 38.2±9.5% (p=0.009), 5.3±0.6% versus 14.9±4.8% (NS), and 4.2±0.7% versus 12.1±4% (p=0.03), respectively of the initial 1 L remained. Conditioning decreased the resorption rate of Ringer’s lactate and after 24, 48, and 72 hours 25.2±3.4, 13.2±1.3 and 6.0±0.5% remained (p=0.03, 0.009, and NS versus the control group), respectively Conditioning did not affect the resorption rate of icodextrin. CONCLUSIONS: The absorption of both Ringer’s lactate and of icodextrin 4% from the peritoneal cavity was fast and exponential in this pilot study. In the control group, the resorption rate of icodextrin 4% was slightly slower than that of Ringer’s lactate. After conditioning, the resorption rate of Ringer’s was slower and became comparable to that of icodextrin 4%. MATERIALS AND METHODS:
Gepubliceerd in Int J Clin Exp Med. 2015 Jul 15;8(7):10938-10946.
REDUCTION IN PULMONARY FUNCTION AFTER CABG SURGERY IS RELATED TO POSTOPERATIVE INFLAMMATION AND HYPERCORTISOLEMIA. Roncada G1, Dendale P2, Linsen L3, Hendrikx M4, Hansen D2. (1) Jessa Hospital, Heart Centre Hasselt Hasselt; Belgium, (2) Jessa Hospital, Heart Centre Hasselt Hasselt, Belgium; REVAL-Rehabilitation Research Centre, BIOMED-Biomedical
Gepubliceerd in Journal of Gynecologic Surgery. June 2015, 31(3): 139-143.
Research Centre, Faculty of Medicine and Life Sciences, Hasselt University Diepenbeek,
CLEARANCE RATES OF RINGER’S LACTATE AND ADEPT AND THE EFFECT OF FULL CONDITIONING: A RANDOMIZED CONTROLLED TRIAL Verguts J1,2, Corona R1,3, Timmerman D1 ,Craessaerts M1 ,Koninckx Ph R±
Belgium; (3) REVAL-Rehabilitation Research Centre, BIOMED-Biomedical Research Centre,
(1) Department of Obstetrics and Gynecology, Katholieke Universiteit Leuven, Leuven,
ABSTRACT
Belgium, (2) Department of Obstetrics and Gynecology, Jessa Hospital, Hasselt, Belgium,
Pulmonary function is significantly reduced in the acute phase after coronary artery bypass graft (CABG) surgery. Because pulmonary function partly depends on respiratory muscle strength, we studied whether reductions in pulmonary function are related to postoperative alterations in circulatory factors that affect muscle protein synthesis. METHODS: Slow vital capacity (SVC) was assessed in 22 subjects before and 9 ± 3 days after CABG surgery. Blood testosterone, cortisol, insulin-like growth factor-1 (IGF-1), growth hormone, sex-hormone binding globulin (SHBG), glucose, insulin, c-peptide, c-reactive protein (CRP) content, and free androgen index, cortisol/testosterone ratio, HOMA-IR index were assessed before surgery and during the first
(3) Centre for Reproductive Medicine, Free University Brussels, Belgium,(±) Emeritus ABSTRACT
Instillation of crystalloid flotation agents, such as Ringer’s lactate has been suggested for preventing adhesion formation after abdominal surgery, but the efficacy of this approach remains controversial. OBJECTIVE: The aim of this pilot study was to evaluate the resorption rates of Ringer’s lactate and icodextrin 4% following a pneumoperitoneum with CO2 and humidification (control) in comparison with a pneumoperitoneum with 86%CO2+10%N2O+4%O2 together with cooling and humidification (full conditioning). BACKGROUND:
Faculty of Medicine and Life Sciences, Hasselt University Diepenbeek, Belgium; Laboratory of Experimental Hematology, Jessa Hospital Hasselt, Belgium; University Biobank Limburg Hasselt, Belgium; (4) Jessa Hospital, Heart Centre Hasselt Hasselt, Belgium; Department of Cardiothoracic Surgery, Jessa Hospital Hasselt, Belgium.
46 VERBUM
three days after surgery. Intubation, surgery time and cumulative chest tube drainage were measured. Correlations between changes in SVC and blood parameters after surgery or subject characteristics were studied. This was a prospective observational study. RESULTS: After CABG surgery SVC decreased by 37 ± 18% (P < 0.01). Free androgen index, blood SHBG, testosterone and IGF-1 content decreased, while HOMA-IR index, cortisol/testosterone ratio, blood growth hormone, insulin and CRP content increased (P < 0.0025) in the first three days after surgery. Decrease in SVC was independently (P < 0.05) related to higher preoperative SVC (SC β = 0.66), and greater increase in blood cortisol (SC β = 0.54) and CRP (SC β = 0.37) content after surgery. CONCLUSIONS: Larger reductions in pulmonary function after CABG surgery are present in patients experiencing greater postoperative increases in blood CRP and cortisol levels. Decrements in pulmonary function after CABG surgery are, at least in part, thus related to alterations in circulatory factors that affect muscle protein synthesis.
Gepubliceerd in PLoS One. 2015 Sep 29;10(9)
HIGH INTENSITY EXERCISE IN MULTIPLE SCLEROSIS: EFFECTS ON MUSCLE CONTRACTILE CHARACTERISTICS AND EXERCISE CAPACITY, A RANDOMISED CONTROLLED TRIAL. Wens I, Dalgas U, Vandenabeele F, Grevendonk L, Verboven K, Hansen D, Eijnde BO. ABSTRACT INTRODUCTION: Low-to-moderate intensity exercise improves muscle contractile properties and endurance capacity in multiple sclerosis (MS). The impact of high intensity exercise remains unknown. METHODS: Thirty-four MS patients were randomized into a sedentary control group (SED, n = 11) and 2 exercise groups that performed 12 weeks of a high intensity interval (HITR, n = 12) or high intensity continuous cardiovascular training (HCTR, n = 11), both in combination with resistance training. M.vastus lateralis fiber cross sectional area (CSA) and proportion, knee-flexor/extensor strength, body composition, maximal endurance capacity and self-reported physical activity levels were assessed before and after 12 weeks. RESULTS: Compared to SED, 12 weeks of high intensity exercise increased mean fiber CSA (HITR: +21±7%, HCTR: +23±5%). Furthermore, fiber type I CSA increased in HCTR (+29±6%), whereas type II (+23±7%) and IIa (+23±6%,) CSA increased in HITR. Muscle strength improved in HITR and HCTR (between +13±7% and +45±20%) and body fat percentage tended to decrease (HITR: -3.9±2.0% and HCTR: -2.5±1.2%). Furthermore, endurance capacity (Wmax +21±4%, time to exhaustion +24±5%, VO2max +17±5%) and lean tissue mass (+1.4±0.5%) only increased in HITR. Finally self-reported physical activity levels increased 73±19% and 86±27% in HCTR and HITR, respectively. CONCLUSION: High intensity cardiovascular exercise combined with resistance training was safe, well tolerated and improved muscle contractile characteristics and endurance capacity in MS.
Gepubliceerd in World J Clin Urol 2014 July 24; 3(2): 144-151
ALTERNATIVE MECHANISMS FOR PROSTATE-SPECIFIC ANTIGEN ELEVATION: A PROSPECTIVE ANALYSIS OF 222 TRANSURETHRAL RESECTIONS OF PROSTATE PATIENTS Koenraad van Renterghem1, JJMCH de la Rosette2, Herbert Thijs3, Erika Wisanto1, Ruth Achten1, Jean-Paul Ory1, Gommert van Koeveringe4. (1) Koenraad van Renterghem, Department of Urology, Jessa Hospital, 3500 Hasselt, Belgium; (2) JJMCH de la Rosette, Department of Urology, Academic Hospital Amsterdam, 1105 AZ Amsterdam, The Netherlands; (3) Herbert Thijs, Interuniversity Institute for Biostatistics and Statistical Bioinformatics, Hasselt University, 3500 Hasselt,Belgium, (1) Herbert Thijs, Interuniversity Institute for Biostatistics and Statistical Bioinformatics, KULeuven, 3000 Leuven, Belgium; (1) Erika Wisanto, (1) Ruth Achten, Department of Pathology, Jessa Hospital, 3500 Hasselt, Belgium; (1) Jean-Paul Ory, Department of Anesthesiology, Jessa Hospital, 3500 Hasselt, Belgium; (4) Gommert van Koeveringe, Department of Urology, University Hospital Maastricht, 6229 HX Maastricht, The Netherlands. ABSTRACT AIM: To investigate the relationship between prostatespecific antigen (PSA) levels and bladder outlet obstruction (BOO) and the severity of prostate inflammation. METHODS: Two hundred and twenty-two consecutive patients undergoing transurethral resection of the prostate (TURP) were prospectively included. Patients with proven urinary tract infection and/or known prostate cancer were excluded. PSA levels, International Prostate Symptoms Score (IPSS), prostate weight, post residual volume and pressure flow parameters were determined. A histopathological assessment of the presence and severity of inflammation was also performed. RESULTS: Patients had a mean age of 69.1 ± 8.6 years (45-90 years old), with mean preoperative PSA levels of 4.7 ± 5.4 ng/mL (0.2-32.5 ng/mL) and IPSS of 15.7 ± 6.9 (0-32). Mean PdetQmax was 96.3 ± 34.4 cmH2O (10-220 cmH2O). The mean resected prostate weight was 39.4 ± 27.3 g (3-189 g). Correlations were observed between PSA (logarithmic) and resected prostate weight (r = 0.54; P < 0.001), PSA (logarithmic) and PdetQmax (r = 0.17; P = 0.032), and resected prostate weight and PdetQmax (r = 0.39; P < 0.001). Furthermore, low correlations were observed between PSA (logarithmic) and active (r = 0.21; P < 0.0001) and chronic (r = 0.19; P = 0.005) inflammation. CONCLUSION: In this study we showed a correlation between BOO (PdetQmax) and PSA (logarithmic). Furthermore, we demonstrated a weak correlation between PSA (logarithmic) and active as well as chronic prostatic prostatic inflammation. KEY WORDS: Transurethral resection of the prostate; Prostate-specific antigen; Bladder outlet obstruction; Lower urinary tract symptoms; Prostate inflammation.
47 VERBUM
Gepubliceerd in The Journal of Urology 2014, 191(4),e526.
INCREASED RHOKINASE 2 AND AN INCREASE OF SYNTHETIC SMOOTH MUSCLE-SPECIFIC MARKER EXPRESSION IS OBSERVED IN THE CORPUS CAVERNOSUM OF PATIENTS WITH SEVERE ERECTILE DYSFUNCTION. Albersen, M, Bivalacqua, T, Hannan, J, Linsen,L, Weyne, E, Tinel, H, Sandner, P, Uvin, P, van Renterghem, K. NO ABSTRACT AVAILABLE.
Gepubliceerd in Tijdschr. Voor Geneeskunde 2015;71(11):756
ERECTIELE DISFUNCTIE: VROEGTIJDIGE PARAMETER VOOR CARDIOVASCULAIR LIJDEN M. Falter, B. Brone, P. Dendale, K. Van Renterghem. SAMENVATTING: Erectiele disfunctie (ED) en cardiovasculair (CV) lijden zijn twee manifestaties van dezelfde endotheliale aandoening. Centraal in de pathways voor relaxatie van gladde spiercellen in de vaatwand staat stikstofmonoxide (NO), hetgeen via cyclisch guanosinemonofosfaat (cGMP) en cyclisch adenosinemonofosfaat (cAMP) een daling in intracellulair Ca2+ teweegbrengt. Defect endotheel verliest de capaciteit om het relaxerende NO aan te maken, hetgeen zich manifesteert in cardiovasculaire aandoeningen en ED. Risicofactoren als leeftijd, hypertensie, roken, diabetes, obesitas en metabool syndroom zijn gelijk voor beide aandoeningen. ED gaat CVaandoeningen meestal vooraf, vaak met een drietal jaar. Verder is er een correlatie tussen de ernst van ED en de uitgebreidheid van CV-lijden. Verklaringen voor deze relatie en het voorafgaan van CV-ziekte door ED zijn divers. Een eerste factor is het verschil in diameter tussen de grotere coronairen en de kleinere penisarteriën, waardoor problemen eerder in de penis optreden. Ontsteking is een tweede factor die meespeelt en daling in androgenen (testosteron) een derde. ED is dus een belangrijk middel om comorbiditeiten en risicofactoren voor CV-ziekte vroegtijdig op te sporen en te behandelen.
Gepubliceerd in J Sex Med. 2015 Nov 9.
IDIOPATHIC PARTIAL THROMBOSIS (IPT) OF THE CORPUS CAVERNOSUM: A HYPOTHESIS-GENERATING CASE SERIES AND REVIEW OF THE LITERATURE. Weyne E, Schillebeeckx C, Jamaer C, D’Hulst P, Bozzini G, Grunert R, d’Hondt F, Hoebeke P, Müller A, Van Renterghem K, Joniau S, Albersen M. ABSTRACT INTRODUCTION: Idiopathic
partial thrombosis (IPT) of the corpus cavernosum is a rare condition. The etiology is not fully understood; however, the presence of an either or not congenital web in these patients may contribute to the development of IPT. AIM: The aim of this study was to describe 18 new IPT cases and compare these with 38 cases found in the literature. METHODS: A multicenter retrospective analysis was performed. Descriptive statistics are given.
MAIN OUTCOME MEASURES: The main outcome measures used were clini-
cal presentation, clinical and radiographical diagnostics, treatment and resolution of symptoms. RESULTS: Patients most frequently presented with perineal swelling (10/18; 56%) and pain (13/18; 72%), unilateral (12/18; 67%) or bilateral (4/18; 22%), and pain during erection (10/18; 72%). Penile curvature, dysuria or fever (each 1/18; 6%) were uncommon presenting symptoms. In our series, magnetic resonance imaging demonstrated a fibrous web in the corpus cavernosum in 100% of cases and was more bilaterally (11/18; 61%) than unilaterally (7/18; 39%) diagnosed. Cycling was found to be a provocative factor for IPT occurrence in patients at risk as 61% (11/18) of patients reported being a frequent cyclist with the episode of IPT occurring immediately after or during cycling activity in 8 out of 18 patients (8/18; 44%). In five centers, 15 patients were treated conservatively, the majority being treated with therapeutic doses of low molecular weight heparin and simultaneous anti-aggregant therapy. In one center, all three patients were treated with a surgical approach. Complete resolution of symptoms was noted in only 50% of cases. CONCLUSION: IPT is a condition that presents typically with perineal pain and swelling. Cycling is often seen as a provocative factor, while the presence of a fibrous web at the level of the crurocavernosal junction is the underlying disorder allowing for entrapment of blood in the crura. Conservative treatment provides a reasonably good outcome in most cases. For therapy resistant cases, surgery can be considered. Keywords: Corpus Cavernosum; Partial Priapism; Penis; Perineal Mass; Perineal Swelling; Priapism; Thrombus; Venous Outflow; Web.
Gepubliceerd in Eur Urol Sup 04/2015; 14(2)
SYNERGISTIC EFFECTS OF THE RHO KINASE INHIBITOR Y-27632 ANDVARDENAFIL ON RELAXATION OF CORPUS CAVERNOSUM OF PATIENTS WITH ERECTILE DYSFUNCTION AND CLINICAL PHOPHODIESTERASE INHIBITOR FAILURE. Uvin P, Albersen M, Bollen I, Falter M, Linsen L, Tinel H, Sandner P, Bivalacqua T, De Ridder D, Van Der Aa F, Brone B, van Renterghem K. NO ABSTRACT AVAILABLE.
SYMPOSIA
2016
WETENSCHAPPELIJKE LUNCHSESSIE LCRP @ JESSA & ZOL PLATFORM UNIVERSITY BIOBANKING LIMBURG DATUM: vrijdag 8 januari 2016 LOCATIE: Jessa Ziekenhuis, aula campus Virga Jesse, Hasselt SYMPOSIUM UP-TO-DATE IN INFECTIEZIEKTEN DATUM: zaterdag 16 januari 2016 LOCATIE: Jessa Ziekenhuis, aula campus Salvator, Hasselt
MINI SYMPOSIUM HAAST EN SPOED – OP HET EINDE SOMS GOED DATUM: dinsdag 19 januari 2016 LOCATIE: Jessa Ziekenhuis, aula campus Salvator, Hasselt
WETENSCHAPPELIJKE LUNCHSESSIE LCRP @ JESSA & ZOL ANESTHESIE/UROLOGIE DATUM: vrijdag 5 februari 2016 LOCATIE: ZOL, Vergaderzaal SJ06, Genk MINI SYMPOSIUM HET MALIGNE MELANOOM: EEN MULTIDISCIPLINAIRE AANPAK DATUM: donderdag 18 februari 2016 LOCATIE: Jessa Ziekenhuis, aula campus Salvator, Hasselt
Dit is een voorlopige lijst van symposia. Voor een up-to-date overzicht kan u terecht op www.jessazh.be/symposia.