(daratumumab voor subcutane injectie) zelfinjectie
Een stapsgewijze handleiding voor patiënten en verzorgers
Scan de QR code of ga naar https://jjwm.link/video_zelfadmin om de video over zelfinjectie van daratumumab te bekijken voor een duidelijke uitleg van elke stap van het injectieproces.
Raadpleeg de achterzijde van deze brochure voor meer informatie over het melden van bijwerkingen.
Scan de QR‑code of ga naar https://bit.ly/4uFWP2a om de patiëntenbijsluiter van daratumumab te raadplegen.
De afbeeldingen maken gebruik van modellen en dienen enkel ter illustratie.
Wat u moet weten
U hebt deze informatiebrochure ontvangen omdat u en uw arts het erover eens zijn dat daratumumab zelfinjectie geschikt is voor u. Daratumumab wordt toegediend via een injectie onder de huid (subcutaan). In deze brochure wordt stap voor stap uitgelegd hoe u de injectie toedient. Elke stap wordt ondersteund met duidelijke afbeeldingen. Alle stappen kunnen worden uitgevoerd door uzelf, een verzorger, familielid of vriend. De meeste afbeeldingen in deze brochure tonen de injectie vanuit het oogpunt van de verzorger, omdat u de stappen zo duidelijker ziet. Dezelfde stappen zijn ook van toepassing als u zelf daratumumab injecteert.
U of uw verzorger zouden reeds een training hebben gekregen van uw zorgverlener over het klaarmaken en injecteren van daratumumab. Lees deze brochure vóór uw eerste zelfinjectie en raadpleeg ze opnieuw wanneer dat nodig is.
U kunt ook de bijsluiter raadplegen of de video ‘Daratumumab zelfinjectie’ bekijken door de link te bezoeken of de QR code te scannen die u kan terugvinden op de voorzijde van deze brochure.
Kies een schone, lichte en rustige plaats voor de injectie, zonder afleiding. De keuken of de woonkamer zijn vaak geschikte plekken. Ga zitten op een comfortabele stoel met een tafel in de buurt die netjes en opgeruimd is, zodat u al het materiaal kunt neerleggen en de injectieflacon rechtop kunt houden.
Zorg ervoor dat u voldoende tijd heeft voor het volledige proces, dat ongeveer 40 tot 50 minuten duurt. Dit omvat 3 delen: het wachten tot het geneesmiddel op kamertemperatuur is, de voorbereiding van de injectie en de injectie zelf. Uw injectiedag wordt in overleg met uw arts vastgelegd.
Uw zorgteam zal ervoor zorgen dat u het geneesmiddel en alles wat u nodig heeft ontvangt vóór uw geplande injectiedag. Daratumumab moet uit direct zonlicht worden gehouden en in de koelkast bij 2–8 °C bewaard worden, in de originele doos, tot 30 minuten vóór de injectie.
Zorg ervoor dat de doos buiten het bereik van kinderen wordt bewaard en informeer andere gezinsleden dat zij de doos niet uit de koelkast mogen halen. Haal de doos pas uit de koelkast wanneer u klaar bent om de injectie toe te dienen. 3
Stap 1
Leg het materiaal klaar1
Op de dag van uw injectie controleert u eerst of u alles bij de hand heeft wat u nodig heeft. Deze materialen krijgt u mogelijk samen met uw geneesmiddel mee, of u kunt ze eenvoudig verkrijgen bij uw lokale apotheek.
U heeft het volgende nodig:
1 x injectieflacon met geneesmiddel (inhoud 16,6 ml)
1 x 20 mL Luer lock-spuit
U heeft ook dit nodig:
Handschoenen
Ontsmettingsdoekjes
Wattenschijfje of gaasje
1 x 20 mm injectieflaconadapter in steriele blisterverpakking
1 x Luer lock 25G set voor onderhuidse toediening
Hechtpleister
Wegwerpbekertje
Naaldcontainer
Pleister
Vóór de injectie, terwijl de flacon in de koelkast wordt bewaard, kan het handig zijn om alle andere materialen op één plaats te leggen, bijvoorbeeld in een lade of kast. Zo vindt u alles snel terug wanneer u klaar bent om de injectie toe te dienen.
Stap 2 Controleer het geneesmiddel1
1
Haal de verpakking met de flacon uit de koelkast en kijk na of de houdbaarheidsdatum nog niet voorbij is.
Schud de verpakking of de flacon nooit.
Zodra de verpakking of flacon uit de koelkast is gehaald, mag deze niet meer in de koelkast worden teruggezet.
2
Laat de verpakking met de flacon ongeveer 30 minuten op de tafel staan. Hierdoor kan de vloeistof op een aangename temperatuur komen voor injectie (kamertemperatuur).
Stel een timer in op 30 minuten zodat u weet wanneer het geneesmiddel klaar is voor injectie.
Gebruik het geneesmiddel niet als de houdbaarheidsdatum voorbij is. 30 min
4 3
Maak de tafel of het oppervlak waarop u de injectiematerialen legt schoon met ontsmettingsdoekjes of een antibacteriële spray.
Haal de flacon uit de verpakking en bekijk de vloeistof zorgvuldig. Controleer of de vloeistof niet troebel is en of er geen deeltjes in zweven. De vloeistof in de flacon moet helder en kleurloos tot lichtgeel zijn.
Gebruik het geneesmiddel niet als de vloeistof verkleurd of troebel is of als er vreemde deeltjes in zitten. Neem dan contact op met uw zorgverlener voor hulp.
Stap 3
Voorbereiding op de injectie1
1
2
Was uw handen zeer goed met zeep en warm water, droog ze af met een schone handdoek en trek handschoenen aan.
3
Open de flacon door de dunne grijze dop omhoog te trekken en te verwijderen. Verwijder de rubberen stop niet.
Maak de rubberen stop schoon met een ontsmettingsdoekje. Zet de flacon op een vlakke ondergrond.
Haal de flaconadapter uit de verpakking zonder de binnenkant of de punt van de adapter aan te raken.
Raak de open kant van de flaconadapter niet aan om besmetting te voorkomen. 4
5
6
Zet de flacon op een vlakke ondergrond en houd deze bij de onderkant vast. Plaats de flaconadapter recht boven de grijze rubberen stop. Duw de flaconadapter recht naar beneden op de bovenkant van de flacon totdat deze stevig op zijn plaats klikt.
Plaats de flaconadapter niet scheef. Dan kan er namelijk vloeistof lekken bij het overbrengen naar de spuit.
Haal de spuit uit de verpakking om deze met lucht te vullen. Trek de zuiger naar beneden tot de bovenste lijn van de zwarte rubberen zuiger gelijk ligt met de markering van 15 mL (zie tekening)
Draai niet te hard aan, want dit kan het losmaken van de spuit later bemoeilijken. 7
Houd de onderkant van de flaconadapter stevig vast. Laat de zuiger naar achteren getrokken. Bevestig de spuit op de flaconadapter: draai de punt van de spuit met de klok mee op de flaconadapter.
8
Spuit alle lucht uit de spuit in de flacon door de zuiger naar beneden te duwen. Hierdoor gaat de vloeistof van de flacon makkelijker in de spuit.
Terwijl de spuit nog bevestigd is, draait u de flacon met de spuit ondersteboven. Houd de flacon en de spuit stevig vast. Trek dan de zuiger van de spuit naar achteren om alle vloeistof in de spuit te krijgen. Controleer of de flacon zo leeg mogelijk is voordat u doorgaat naar de volgende stap.
De vloeistof is dik, dus het is normaal dat u wat weerstand voelt tijdens het opzuigen.
Houd de spuit vast met de punt naar boven. Tik tegen de zijkant van de spuit totdat de luchtbellen naar boven gaan.
Duw de zuiger langzaam omhoog om de luchtbelletjes uit de spuit en terug in de flacon te duwen.
Herhaal stap 10 en 11 indien nodig om alle luchtbelletjes uit de spuit te verwijderen. 12
Zit alle vloeistof in de spuit en zijn de luchtbellen verwijderd?
Draai dan de spuit voorzichtig los van de flaconadapter.
Er kan een klein beetje vloeistof in de flacon achterblijven, dit is normaal.
Stap 3
Haal de Luer lock 25G set voor onderhuidse toediening uit de verpakking. Draai het open uiteinde op de punt van de spuit om deze met elkaar te verbinden. Verwijder de naaldbeschermkap op dit moment nog niet.
Houd de spuit vast met de punt naar boven. Duw de zuiger langzaam in totdat de bovenste lijn van de zwarte rubberen zuiger gelijk ligt met de markering van 15 ml. Zo stelt u een dosis van 15 ml in.
Het is normaal dat er een kleine hoeveelheid vloeistof uit de naald komt.
Houd de naald boven een naaldcontainer of wegwerpbeker om eventueel vrijkomende vloeistof op te vangen.
Wanneer de dosis is ingesteld op 15 mL, leg de spuit op een vlak oppervlak.
Duw de zuiger niet voorbij 15 mL, anders krijgt u niet de volledige dosis.
Stap 4
Injecteer het geneesmiddel1
1
Kies een plaats op de buik waar de injectie zal worden toegediend. De injectieplaats moet zich op de onderbuik bevinden en minstens 7,5 cm van de navel verwijderd zijn.
Gebruik bij elke injectie een andere plaats. Injecteer niet in huid die gevoelig, rood, schilferig, dik of hard is of met blauwe plekken. Ook niet in gebieden met littekens of striemen injecteren.
Aanbevolen injectieplaatsen: minstens 7,5 cm verwijderd van de navel.
2
Veeg de gekozen injectieplaats af met een ontsmettingsdoekje en laat deze drogen.
Raak de injectieplaats niet aan, wapper er niet over en blaas er niet op na het schoonmaken.
3
Houd de basis van de Luer lock 25G set voor onderhuidse toediening vast en trek de beschermdop recht van de naald af.
Let erop dat u de naald niet aanraakt en laat de naald niets anders raken.
4
5
Knijp de huid op de gekozen injectieplaats voorzichtig
samen en breng de naald in onder een hoek van 45 graden. Hierbij zorgt u ervoor dat de vleugels, van de set voor onderhuidse toediening, plat op de huid liggen.
Het is belangrijk om voldoende huid samen te knijpen zodat de injectie onder de huid gebeurt en niet in de spier.
Wanneer de naald op zijn plaats zit, kunt u de huidplooi loslaten en de naald met een hechtpleister vastzetten zodat deze goed blijft zitten.
Bekeken vanuit patiën
Bekeken vanuit patiënt
keken vanuit verzorg
Dien het geneesmiddel toe door de zuiger van de spuit langzaam en gelijkmatig in te drukken totdat de volledige dosis uit de spuit is afgegeven.
Dit proces duurt ongeveer 3 tot 5 minuten.
Het is normaal dat u wat weerstand voelt terwijl u de zuiger indrukt.
3-5 min
Voelt u pijn op de injectieplaats? Wacht dan heel even met injecteren of injecteer langzamer. Houdt de pijn aan? Stop dan met de injectie en neem contact op met uw zorgverlener.
De injectie is voltooid wanneer de zuiger volledig is ingedrukt en niet verder kan.
Na de injectie1
1
2
Verwijder de naald voorzichtig uit de buik.
Plaats de naaldbeschermkap niet terug op de naald vóór het weggooien. Dit helpt om te voorkomen dat u zich per ongeluk kwetst.
Er kan een kleine hoeveelheid vloeistof zichtbaar zijn op de injectieplaats. Dit is normaal.
Druk gedurende ongeveer 10 seconden zachtjes een wattenschijfje of gaasje op de injectieplaats.
Wrijf niet over de huid, omdat dit de huid kan irriteren.
5 4 3
U kunt de injectieplaats afdekken met een pleister om het gebied te beschermen.
De gebruikte spuit, set voor onderhuidse toediening en flacon met flaconadapter moeten in een prikbestendige container worden gedaan, zoals een naaldcontainer.
Plaats de naaldbeschermkap niet terug op de naald vóór het weggooien. Dit helpt om onbedoeld letsel te voorkomen.
Zodra de naaldcontainer is afgesloten, kan deze niet meer worden geopend. Sluit de container alleen wanneer deze vol is en klaar is om weggegooid te worden.
De doekjes en andere materialen mogen bij het gewone huisvuil.
Na het opruimen kunt u de handschoenen uittrekken en deze ook bij het gewone huisvuil weggooien.
Behandelschema1
Uw behandelschema hangt af van uw type aandoening en van het feit of u daratumumab alleen krijgt voorgeschreven of in combinatie met andere geneesmiddelen. Uw behandelschema is vóór uw eerste injectie al met u besproken.1 Neem contact op met uw arts als u hierover vragen heeft.
Dit geneesmiddel wordt toegediend in ‘cycli’, die elk meerdere weken duren. Het totale aantal cycli hangt opnieuw af van de specifieke behandelingscombinatie.
Tijdens de eerste cycli zult u daratumumab vaker toegediend krijgen. U kunt dit geneesmiddel alleen krijgen of in combinatie met andere geneesmiddelen als onderdeel van uw behandeling voor multipel myeloom, AL‑amyloïdose (Lichte keten (AL) amyloïdose) of smouldering multipel myeloom. Bespreek met uw arts hoe u eventuele andere noodzakelijke geneesmiddelen zult krijgen.
Persoonlijke notities
Gebruik dit gedeelte om eventuele notities, vragen of injectiedata te noteren.
Reacties op de injectieplaats1
Na een injectie met daratumumab kunnen huidreacties optreden op of vlakbij de injectieplaats. Dit komt vaak voor (bij tot 1 op de 10 mensen), maar ernstige reacties zijn niet gemeld.
Klachten kunnen bestaan uit roodheid van de huid, jeuk, zwelling, pijn, blauwe plekken, huiduitslag, bloeding.
Andere bijwerkingen1
Naast reacties op de injectieplaats zijn de meest voorkomende bijwerkingen die u kunt merken (bij meer dan 1 op de 10 mensen):
Vermoeidheid, bleekheid en duizeligheid als gevolg van een laag aantal rode bloedcellen
Hoesten
Diarree en/of verstopping
Koorts
Misselijkheid
Gezwollen handen, enkels of voeten
Gevoelloosheid, pijn of een tintelend gevoel in de handen of voeten
Zich erg moe voelen
Overmatige bloedingen of blauwe plekken door een laag aantal bloedplaatjes
Infecties van de luchtwegen, zoals neus, bijholtes (sinussen) of keel
Raadpleeg de bijsluiter voor een volledig overzicht van mogelijke bijwerkingen.
Melden van bijwerkingen
Krijgt u last van bijwerkingen, neem dan contact op met uw arts of verpleegkundige. Dit geldt ook voor mogelijke bijwerkingen die niet in deze bijsluiter staan. U kunt bijwerkingen ook rechtstreeks melden via:
Federaal Agentschap voor Geneesmiddelen en Gezondheidsproducten www.fagg.be, Afdeling Vigilantie, Website: www.eenbijwerkingmelden.be E mail: adr@fagg afmps.be
Als u zich onwel voelt of vragen heeft voor, tijdens of na de injectie, aarzel dan niet om contact op te nemen met uw arts, verpleegkundige of apotheker.
Contactgegevens ziekenhuis:
Door bijwerkingen te melden, kunt u ons helpen meer informatie te verkrijgen over de veiligheid van dit geneesmiddel.
Referentie:
1. Daratumumab voor subcutane injectie, bijsluiter: informatie voor de patient.
Meer informatie? Medical information team 0800 93 377 info_belux@its.jnj.com www.innovativemedicine.jnj.com/belgium
Deze informatie is bestemd voor patiënten die behandeld worden met Darzalex (daratumumab) en is bedoeld om hen en hun verzorgers grondig te infomeren over het thuis injecteren van daratumumab . Deze informatie ontvangt u via uw arts, verpleegkundige of apotheker. Let op! Deze brochure is geen vervanging voor training, een medisch advies of de bijsluiter. Neem bij vragen over de behandeling contact op met je arts.