Skip to main content

Dutch - The Book of Jubilees

Page 1


HOOFDSTUK1

1Enhetgeschieddeinheteerstejaarvandeuittochtvan deIsraëlietenuitEgypte,indederdemaand,opde zestiendedagvandemaand,[2450AnnoMundi]datGod totMozessprakenzei:‘KomnaarMijtoeopdeberg,en Ikzalutweestenentafelengevenmetdewetenhetgebod, dieIkhebgeschreven,opdatuzekuntonderwijzen.’

2MozesgingdebergvanGodop,endeheerlijkheidvan deHEERrustteopdebergSinaï,eneenwolkbedektedie zesdagenlang

3EnHijriepMozesopdezevendedagvanuithetmidden vandewolk,endeverschijningvandeheerlijkheidvande Heerwasalseenvlammendvuuropdetopvandeberg

4Mozesverbleefveertigdagenenveertignachtenopde berg,enGodleerdehemdevroegereendelatere geschiedenisvandeindelingvanalledagenvandeweten vanhetgetuigenis

5EnHijzei:‘NeigjeharttotelkwoorddatIktotjezal sprekenopdezeberg,enschrijfhetopineenboek,zodat hungeslachtenkunnenziendatIkhenniethebverlaten vooralhetkwaaddatzijhebbengedaandoorhetverbond teovertredendatIkhedenopdebergSinaïtussenMijen jouhebgeslotenvoorhungeslachten

6Enzozalhetgebeuren,wanneeraldezedingenhen overkomen,datzijzullenerkennendatIkrechtvaardiger bendanzijinalhunoordeleneninalhundaden,enzij zullenerkennendatIkwerkelijkmethenbengeweest.

7Schrijfaldezewoordendieikuhedenverkondigop, wantikkenhunopstandigheidenhunhalsstarrigheid, voordatikhenbinnenleidinhetlanddatikaanhun voorvaders,aanAbraham,IsaakenJakob,hebbeloofd, zeggende:‘Aanuwnageslachtzalikeenlandgevendat overvloeitvanmelkenhoning.’

8Enzijzullenetenenverzadigdworden,enzijzullenzich totvreemdegodenwenden,totgodendiehennietvanhun verdrukkingkunnenverlossen;enditgetuigeniszaltegen henwordengehoordWantzijzullenalMijngeboden vergeten,alleswatIkhungebied,enzijzullendeheidenen volgen,hunonreinheidenhunschande,enhungoden dienen,enditzalvoorheneenaanstoot,eenverdrukking, eenkwellingeneenvalstrikblijkentezijn

9Velenzullenomkomenengevangengenomenwordenen indehandenvandevijandvallen,omdatzijMijn verordeningenenMijngebodenhebbenverlaten,ende feestenvanMijnverbond,enMijnsabbatten,enMijn heiligeplaatsdieIkvoorMijzelfinhunmiddenheb geheiligd,enMijntabernakel,enMijnheiligdom,datIk voorMijzelfinhetmiddenvanhetlandhebgeheiligd, opdatIkMijnnaamdaaropzouvestigenenopdatHijdaar zouwonen

10Enzijzullenvoorzichzelfofferplaatsenenheilige bossenoprichtenenbeeldenmaken,eniederzalzijneigen beeldaanbidden,zodatzijzullenafdwalen,enzijzullen hunkinderenofferenaandemonenenaanaldewerkenvan dedwalingvanhunhart

11EnIkzalgetuigennaarhenzenden,opdatIktegenhen zalgetuigen,maarzijzullennietluisterenenzullenookde getuigendoden,enzijzullenhenvervolgendiedewet zoeken,enzijzullenallesafschaffenenveranderen,omzo kwaadtedoenvoorMijnogen

12IkzalMijnaangezichtvoorhenverbergenenIkzalhen overleverenindehandenvandeheidenen,alsgevangenen, alsbuitenalsverslondenIkzalhenuithetmiddenvanhet landverwijderenenhenonderdeheidenenverstrooien.

13EnzijzullenalMijnwetenalMijngebodenenalMijn voorschriftenvergeten,enzijzullenafdwalennaarnieuwe manen,sabbatten,feesten,jubelsenverordeningen 14EndaarnazullenzijzichtotMijwendenvanuitde heidenenmetheelhunhart,metheelhunzielenmetalhun krachtIkzalhenuitalleheidenenbijeenbrengen,enzij zullenMijzoeken,zodatIkdoorhengevondenzalworden, wanneerzijMijzoekenmetheelhunhartenmetheelhun ziel.

15EnIkzalhunovervloedigevredemetgerechtigheid openbaren,enIkzalvoorhendeplantvandeoprechtheid uitrukken,metheelMijnhartenmetheelMijnziel,enzij zullentoteenzegenzijnenniettoteenvloek,enzijzullen hethoofdzijnennietdestaart

16EnIkzalMijnheiligdominhunmiddenbouwen,enIk zalbijhenwonen;IkzalhunGodzijnenzijzullenMijn volkzijninwaarheidengerechtigheid

17Ikzalhennietverlatenenhennietindesteeklaten, wantIkbendeHeer,hunGod'

18Mozesvielopzijngezichtneerenbad:‘OHeer,mijn God,verlaatuwvolkenuwerfdeelniet,zodatzijnietinde dwalingvanhunhartzoudenverdwalenLeverhenniet overindehandenvanhunvijanden,deheidenen,opdatzij nietoverhenzoudenheersenenhenertoezoudenbrengen tegenUtezondigen’

19Laatuwbarmhartigheid,oHeer,opstijgenoveruwvolk, enschepinheneenoprechtegeest,enlaatdegeestvan BeliarnietoverhenheersenomhenvoorUte beschuldigenenhenvanallepadendergerechtigheidafte leiden,zodatzijvooruwaangezichtverlorengaan.

20MaarzijzijnUwvolkenUwerfdeel,datUmetUw grotemachtuitdehandenvandeEgyptenarenhebtbevrijd Schepinheneenreinharteneenheiligegeest,enlaathen vannuafaantotineeuwigheidnietverstriktrakeninhun zonden'

21EndeHEERzeitegenMozes:‘Ikkenhun tegendraadsheid,hungedachtenenhunhalsstarrigheid,en zijzullennietgehoorzaamzijntotdatzijhuneigenzonde endezondevanhunvoorvaderenbelijden.

22Endaarnazullenzijzichinalleoprechtheidenmetheel hunhartenmetheelhunzieltotMijwendenIkzalde voorhuidvanhunhartendevoorhuidvanhethartvanhun nageslachtbesnijden,enIkzalinheneenheiligegeest scheppen,enIkzalhenreinigen,zodatzijzichvandiedag aftotineeuwigheidnietvanMijzullenafwenden

23EnhunzielenzullenzichaanMijenaanalMijn gebodenhechten,enzijzullenMijngebodenvervullen;Ik zalhunVaderzijnenzijzullenMijnkinderenzijn.

24EnzijallenzullenkinderenvandelevendeGod genoemdworden,enelkeengelenelkegeestzalweten,ja, zijzullenwetendatditMijnkinderenzijn,endatIkhun Vaderbeninoprechtheidengerechtigheid,endatIkhen liefheb.

25Schrijfvoorjezelfaldezewoordenopdieikjeopdeze bergverkondig,deeersteendelaatste,diezullen geschiedeninalledelenvandedagenindeweteninhet getuigenisenindewekenendejubeljarentotin

eeuwigheid,totdatikneerdaalenbijhenwooninalle eeuwigheid.'

26EnHijzeitotdeengeldiebijdescheppingstond: SchrijfvoorMozesvanafhetbeginvandescheppingtot Mijnheiligdomonderhengebouwdzalzijn,vooralle eeuwigheid

27EndeHEERzalaanalleogenverschijnen,enallen zullenwetendatIkdeGodvanIsraëlben,deVadervan allekinderenvanJakob,enKoningopdebergSiontotin alleeeuwigheidEnSionenJeruzalemzullenheiligzijn'

28Endeengelvandetegenwoordigheid,dievoorhet legerkampvanIsraëluitging,namdetafelenmetde indelingvandejaren–vanafdetijdvandeschepping–vandewetenvanhetgetuigenisvandewekenvande jubeljaren,overeenkomstigdeafzonderlijkejaren, overeenkomstighettotaleaantaljubeljaren [overeenkomstigdeafzonderlijkejaren],vanafdedagvan de[nieuwe]schepping,wanneerdehemelendeaarde vernieuwdzullenwordenenheelhunschepping overeenkomstigdemachtenvandehemel,en overeenkomstigheeldescheppingvandeaarde,totdathet heiligdomvandeHEERinJeruzalemopdebergSion gebouwdzalworden,enallehemellichamenvernieuwd zullenwordentotgenezingentotvredeentotzegenvoor heelhetuitverkorenvolkvanIsraël,endathetzozalzijn vanafdiedagtotinalledagenvandeaarde

HOOFDSTUK2

1EndeengelvandetegenwoordigheidspraktotMozes overeenkomstighetwoordvandeHEERenzei:Schrijfhet volledigescheppingsverhaalop,hoedeHEERGodinzes dagenalZijnwerkenenalleswatHijgeschapenhad voltooidheeft,enopdezevendedagdesabbatgehouden heeftendietoteenheiligedagvooralleeeuwenheeft verklaardendietoteentekenvooralZijnwerkenheeft aangesteld.

2WantopdeeerstedagschiepHijdehemelendieboven zijn,deaardeenhetwater,enallegeestendievoorHem dienen:deengelenvandetegenwoordigheid,deengelen vandeheiliging,deengelenvandegeestvanhetvuuren deengelenvandegeestvandewinden,deengelenvande geestvandewolken,vandeduisternis,vandesneeuw,van dehagelenvanderijp,deengelenvandestemmen,vande donderenvandebliksem,deengelenvandegeestenvan dekouenvandehitte,vandewinter,vandelente,vande herfstenvandezomer,envanallegeestenvanzijn schepselendieindehemelenopdeaardezijn.Hijschiep deafgrondenendeduisternis,deavondendenacht,enhet licht,dedageraadendedag,dieHijheeftvoorbereidinde kennisvanzijnhart

3EntoenzagenwijZijnwerken,enprezenHem,en loofdenHemvanwegealZijnwerken;wantzevengrote werkenheeftHijopdeeerstedaggeschapen

4EnopdetweededagschiepHijhetfirmamenttemidden vandewateren,endewaterenwerdenopdiedagverdeeld: dehelftsteegopnaarbovenendeanderehelftdaaldeneer onderhetfirmament,datzichinhetmiddenvandehele aardebevondEnditwashetenigewerkdatGodopde tweededagschiep.

5EnopdederdedaggeboodHijdathetwatervandehele aardezouwegtrekkenenzichopéénplaatszouverzamelen, endathetdrogelandtevoorschijnzoukomen

6EndewaterendedenzoalsHijhenbevolenhad,enze trokkenzichterugvandeaardenaaréénplaatsbuitendit firmament,enhetdrogelandverscheen

7EnopdiedagschiepHijvoorhenallezeeën,elknaar huneigenplaats,enallerivieren,endewaterendiezichin debergenenopdeheleaardeverzamelden,enallemeren, enalledauwvandeaarde,enhetzaaddatgezaaidwordt, enalleuitlopendeplanten,envruchtbomen,enbomenvan hetwoud,endehofvanEdeninEden,enalleplantennaar hunsoort.

8DezeviergrotewerkenschiepGodopdederdedagEn opdevierdedagschiepHijdezon,demaanendesterren enplaatstezeaanhetfirmamentvandehemel,omlichtte gevenoverdeheleaarde,enomteheersenoverdedagen denacht,enomhetlichtvandeduisternistescheiden

9EnGodsteldedezonaanalseengroottekenopdeaarde, voordagenenvoorsabbattenenvoormaandenenvoor feestenenvoorjarenenvoorsabbattenvanjarenenvoor jubeljarenenvooralleseizoenenvandejaren.

10Enhetscheidthetlichtvandeduisternis,enhet bevordertdevoorspoed,zodatalleswatopdeaarde ontkiemtengroeit,voorspoedigzalzijn.

11DezedriesoortenschiepHijopdevierdedagEnopde vijfdedagschiepHijgrotezeemonstersindedieptevan hetwater,wantditwarendeeerstevleesgewordendingen diedoorzijnhandengeschapenwaren:devissenenalles watzichinhetwaterbeweegt,enalleswatvliegt,de vogelsenalhunsoortgenoten.

12Endezonreesbovenhenopomhenvoorspoedte schenken,enbovenalleswatopdeaardewas,alleswatuit deaardevoortkwam,enallevruchtdragendebomen,enal hetleven

13DezedriesoortenschiepHijopdevijfdedagEnopde zesdedagschiepHijalledierenvandeaarde,alhetveeen alleswatzichopdeaardebeweegt

14EnnaditallesschiepHijdemens,eenmaneneen vrouwschiepHijhen,engafhemheerschappijoveralles watopdeaardeis,enindezeeën,enoveralleswatvliegt, enoverdedierenenhetvee,enoveralleswatzichopde aardebeweegt,enoverdeheleaarde,enoverditallesgaf Hijhemheerschappij

15EndezeviersoortenschiepHijopdezesdedagEner warenintotaaltweeëntwintigsoorten.

16EnHijvoltooidealzijnwerkopdezesdedag:alleswat indehemelenopdeaardeis,indezeeëneninde afgronden,inhetlichtenindeduisternis,eninalles

17EnHijgafonseengrootteken,desabbatdag,datwij zesdagenzoudenwerken,maardezevendedag,desabbat, zoudenhoudenenvanallewerkzoudenonthouden.

18Enalleengelenvandetegenwoordigheid,enalle engelenvandeheiliging,dezetweegrotegroepen–Hij heeftonsgebodendesabbatmetHemtehoudeninde hemelenopaarde

19EnHijzeitotons:‘Zie,IkzalvoorMijeenvolkuitalle volkenafscheiden,enzijzullendesabbatdaghoudenIk zalhenvoorMijheiligenalsMijnvolkenIkzalhen zegenen.ZoalsIkdesabbatdagvoorMijzelfgeheiligdheb

enblijfheiligen,zozalIkhenzegenenZijzullenMijn volkzijnenIkzalhunGodzijn.’

20EnIkhebJakobuitalmijnnakomelingengekozenen hemalsMijneerstgeborenzoonopgeschrevenenhemvoor eeuwigaanMijzelfgeheiligd.Ikzalhundesabbatdagleren, zodatzijdiedaginerehoudenenvanallewerkonthouden

21EnzosteldeHijdaarineenteken,overeenkomstig welkezijdesabbatmetonszoudenhoudenopdezevende dag,omteetenentedrinkenenHemtezegenendiealle dingengeschapenheeft,zoalsHijeenvolkbovenalle volkengezegendengeheiligdheeft,endatzijdesabbat metonszoudenhouden

22EnHijlietZijnbevelenopstijgenalseenaangename geur,dieHemalledagenwelgevalligwas

23ErwarentweeëntwintigmensenvanAdamtotJakob,en erwerdentweeëntwintigsoortenwerkverrichttotde zevendedag;ditisgezegendenheilig;enhetvorigeisook gezegendenheilig;enditdientsamenmetdattotheiliging enzegen.

24Enaanhen(Jakobenzijnnakomelingen)werdgegeven datzijaltijddegezegendenenheiligenzoudenzijnvanhet eerstegetuigenisendeeerstewet,zoalsHijdesabbatdag opdezevendedaghadgeheiligdengezegend

25HijschiepdehemelendeaardeenalleswatHijschiep inzesdagen,enGodheiligdedezevendedagvooralZijn werken;daaromgeboodHijdatiederdieopdiedagenig werkverricht,zalsterven,endatiederdiededagontheiligt, zekerzalsterven.

26DaaromgebiedtudekinderenvanIsraëldezedagte gedenken,zodatzijhemheilighoudenenergeenwerkop verrichtenenhemnietontheiligen,wanthijisheiligerdan alleanderedagen

27Wiedezedagontheiligt,zalzekersterven,enwieerook maarenigwerkopverricht,zalzekervooreeuwigsterven, opdatdekinderenvanIsraëldezedaginalhungeneraties inachtnemenennietuithetlandwordenverdreven;want hetiseenheiligeengezegendedag.

28Eniederdiezichdaaraanhoudtendesabbatinacht neemtenvanalzijnwerkafziet,zalheiligengezegend zijngedurendealledagen,netalswij.

29VerkondigenzegaandekinderenvanIsraëldewetvan dezedag,datzijdaaropdesabbatmoetenhoudenendeze nietmogenverzakenvanwegededwalingvanhunhart;en dathetnietgeoorloofdisdaaroponfatsoenlijkwerkte verrichten,daaropnaareigengoeddunkentehandelen,en datzijdaaropnietsmogenbereidenomteetenofte drinken,en(dathetnietgeoorloofdis)daaropwaterte putten,ofdaaropdoorhunpoortengoedereninofuitte voerendiezijnietopdezesdedaginhunwoningenhadden klaargemaakt

30Enmenmagopdiedagnietsvanhuistothuis meenemenofbinnenbrengen;wantdiedagisheiligeren gezegenderdanwelkeanderejubeldagdanookOpdeze daghieldenWijindehemeldesabbat,voordathetaan enigmensbekendwerddatHijopdiedagookopaardede sabbatmoesthouden

31DeScheppervanalledingenzegendehet,maarHij heiligdenietallevolkenennatiesomdaaropdesabbatte houden,maaralleenIsraël:alleenhenstondHijtoeteeten entedrinkenendaaropdesabbattehoudenopaarde.

32EndeScheppervanalledingenheeftdezedag gezegend,dieHijgeschapenhadtotzegenenheiligheiden heerlijkheidbovenalledagen

33Dezewetenditgetuigeniswerdenaandekinderenvan Israëlgegevenalseenwetvooraltijd,vooralhun generaties

HOOFDSTUK3

1Enopdezesdedagvandetweedeweekbrachtenwij, overeenkomstighetwoordvanGod,alledieren,alhetvee, allevogelsenalleswatzichopdeaardeeninhetwater beweegt,naarhunsoortennaarhuntype:dedierenopde eerstedag,hetveeopdetweededag,devogelsopdederde dag,alwatzichopdeaardebeweegtopdevierdedagenal watzichinhetwaterbeweegtopdevijfdedag.

2EnAdamnoemdehenallenbijhunrespectievelijke namen,enzoalshijhennoemde,zoheettehetook

3EngedurendedezevijfdagenzagAdamaldezedieren, mannelijkenvrouwelijk,vanallesoortendieeropaarde waren,maarhijwasalleenenvondgeenlevensgezel

4EndeHeerzeitegenons:‘Hetisnietgoeddatdemens alleenis;latenwijeenhulpvoorhemmaken’

5EndeHEER,onzeGod,lieteendiepeslaapoverhem komen,enhijsliep.EnHijnamvoordevrouweenribuit zijnribben;endezeribwasdeoorsprongvandevrouw,uit zijnribbenEnHijbouwdehetvleesopindieplaats,en bouwdedevrouwop.

6EnHijwekteAdamuitzijnslaap,entoenhijwakker werd,stondhijopdezesdedagopHijbrachthaarbijzich, herkendehaarenzeitegenhaar:‘Ditisnubeenvanmijn beenderenenvleesvanmijnvlees;zijzalmijnvrouw genoemdworden,wantzijisvanhaarmanweggenomen’ 7Daaromzullenmanenvrouwéénzijn,endaaromzaleen manzijnvaderenzijnmoederverlatenenzichaanzijn vrouwhechten,enzijzullenéénvleeszijn

8IndeeersteweekwerdAdamgeschapen,enderib,zijn vrouwIndetweedeweektoondeHijhaaraanhem Daaromwerdhetgebodgegevenominhunonreinheidte blijven,vooreenmanzevendagenenvooreenvrouw tweemaalzevendagen

9NadatAdamveertigdageninhetlandhaddoorgebracht waarhijgeschapenwas,brachtenWijhemnaardehofvan EdenomdietebewerkenenteonderhoudenZijnvrouw brachtenWijpasopdetachtigstedagbinnen,endaarna gingzijdehofvanEdenbinnen.

10Endaaromishetgebodopdehemelsetafelen geschrevenmetbetrekkingtotdevrouwdiebaart:‘Alszij eenzoonbaart,zalzijzevendageninonreinheidblijven, volgensdeeersteweekvandagen,endrieëndertigdagen zalzijinhetbloedvanhaarreinigingblijven,enzijzal geengeheiligdvoorwerpaanraken,nochhetheiligdom betreden,totdatzijdezedagenheeftvolbrachtdie (voorgeschrevenzijn)vooreenzoon

11Maarinhetgevalvaneenmeisjezalzijtweewekenin haaronreinheidblijven,overeenkomstigdeeerstetwee weken,enzesenzestigdageninhetbloedvanhaar reiniging;intotaalzalhetdustachtigdagenzijn'

12Entoenzijdezetachtigdagenhadvolbracht,brachten wijhaarnaardehofvanEden,wantdieisheiligerdanalle andereaardeenelkeboomdieeringeplantis,isheilig

13Daaromwerdervoorhaardieeenjongenofeenmeisje baart,dewetvandiedagenvastgestelddatzijgeenheilige voorwerpenmochtaanrakenenhetheiligdomnietmocht betredentotdatdezedagenvoordegeboortevandejongen ofhetmeisjevoorbijwaren.

14DitisdewetenhetgetuigenisdatvoorIsraëlis opgeschreven,opdatzijdiealledagenzoudennaleven

15Enindeeersteweekvanheteerstejubeljaar[1-7uur's ochtends]warenAdamenzijnvrouwzevenjaarlanginde hofvanEdenbezigmethetbewerkenenonderhouden ervanWijgavenhemwerkengavenhemdeopdrachtom allestedoenwatgeschiktisvoordelandbouw

16Enhijbewerktedetuin,terwijlhijnaaktwasenhetniet wist,enhijschaamdezichnietHijbeschermdedetuin tegenvogels,wildedierenenvee,enhijpluktedevruchten ervanenatervan,enhijlegdederestapartvoorzichzelfen voorzijnvrouw

17Ennadevoltooiingvandezevenjaar,diehijdaar voltooidhad,precieszevenjaar,[8AM]enindetweede maand,opdezeventiendedag(vandemaand),kwamde slangennaderdedevrouw,endeslangzeitegendevrouw: ‘HeeftGodugebodentezeggen:Gijzultnietetenvanelke boomindetuin?’

18Enzijzeitegendeboom:‘Vanallevruchtenvande bomenindetuinheeftGodtegenonsgezegd:Eetervan! Maarvandevruchtvandeboomdieinhetmiddenvande tuinstaat,heeftGodtegenonsgezegd:Eeternietvanen raakdieooknietaan,anderszultusterven.’

19Endeslangzeitegendevrouw:‘Julliezullenzekerniet sterven,wantGodweetdatopdedagdatjullieervaneten, jullieogengeopendzullenwordenenjulliealsgoden zullenzijn,enjulliezullengoedenkwaadkennen

20Endevrouwzagdatdeboomermooienaangenaam uitzagendatdevruchtenervangoedwarenomteeten.

Daaromnamzeervanenatervan

21Entoenzijhaarschaamteeerstmetvijgenbladerenhad bedekt,gafzijdaarvanaanAdam,enhijatervan,enzijn ogenwerdengeopend,enhijzagdathijnaaktwas

22Enhijnamvijgenbladeren,naaidezeaanelkaaren maakteereenschortvanomzijnschaamtetebedekken.

23EnGodvervloektedeslangenwerdvooreeuwig toornigophaar

24EnHijwerdboosopdevrouw,omdatzijnaardestem vandeslanghadgeluisterdenervanhadgegetenEnHij zeitegenhaar:‘Ikzaljesmartenjepijnzeervermeerderen; insmartzuljekinderenbaren,enjezulttotjeman terugkeren,enhijzaloverjeheersen’

25EnooktotAdamzeiHij:‘Omdatjenaardestemvanje vrouwhebtgeluisterdengegetenhebtvandeboom waarvanIkjegebodenhaddatjeernietvanzoueten,zij zijvervloektomwillevanjou:doornenendistelszalzij voorjouvoortbrengen,enjijzultjebroodeteninhetzweet vanjegezicht,totdatjeterugkeertnaardeaardewaaruitje genomenbent;wantaardebenje,entotaardezulje terugkeren’

26EnHijmaaktevoorhenkledingvandierenhuiden, kleeddehenermeeenzondhenuitdeHofvanEden.

27EnopdiedagwaaropAdamuitdeHofvanEden vertrok,brachthij'smorgensbijzonsopgangeen welriekendoffer:wierook,galbanum,sacteenspecerijen, vanafdedagwaarophijzijnschandebedekte

28Enopdiedagwerddemondgeslotenvanalledieren, vanhetvee,vandevogels,vanalleswatlooptenalleswat beweegt,zodatzenietmeerkondenspreken;wantze haddenallemaalmetéénlipenmetééntongmetelkaar gesproken.

29EnHijzonduitdeHofvanEdenalhetlevendatinde HofvanEdenwas,enalhetlevenwerdverspreidnaarzijn soortennaarzijntypeoverdeplaatsendievoorhen bestemdwaren

30EnalleenaanAdamgafHij(demiddelen)omzijn schandeoveralledierenenrunderentebedekken

31Daaromishetopdehemelsetafelenvoorgeschreven voorallendiehetoordeelvandewetkennen,datzijhun schaamtemoetenbedekkenenzichnietmoetenontbloten zoalsdeheidenenzichontbloten

32Enopdenieuwemaanvandevierdemaandverlieten AdamenzijnvrouwdeHofvanEdenenvestigdenzichin hetlandElda,inhetlanddatzijgeschapenhadden

33EnAdamnoemdezijnvrouwEva.

34Enzehaddengeenzoontotheteerstejubileum,[8AM] endaarnakendehijhaar

35Nubewerktehijhetlandzoalshemwasopgedragenin deHofvanEden

HOOFDSTUK4

1Enindederdeweekvanhettweedejubeljaar[64-70AM] baardezijKaïn,enindevierde[71-77AM]baardezij Abel,enindevijfde[78-84AM]baardezijhaardochter Âwân

2Eninheteerste(jaar)vanhetderdejubeljaar[99-105 AM]dooddeKaïnAbel,omdatGodhetoffervanAbelhad aanvaardenhetoffervanKaïnniet

3Enhijdooddehemophetveld;enzijnbloedschreeuwde vanuitdeaardenaardehemel,klagendomdathijhem gedoodhad

4EndeHEERbestrafteKaïnvanwegeAbel,omdathij hemgedoodhad,enHijmaaktehemtoteenvluchtelingop aardevanwegehetbloedvanzijnbroer,enHijvervloekte hemopaarde.

5Endaaromstaateropdehemelsetafelengeschreven: ‘Vervloektishijdiezijnnaasteverraderlijkslaat,enlaat allendiehetgezienengehoordhebbenzeggen:Zozijhet; enwiehetgezienheeftenhetnietgezegdheeft,diezal vervloektzijnzoalsdeander’

6Daaromverkondigenwij,wanneerwijvoordeHeeronze Godverschijnen,aldezondendiebegaanzijnindehemel enopaarde,inhetlichtenindeduisternis,overal.

7AdamenzijnvrouwrouwdenvierwekenlangomAbel, [99-127AM]eninhetvierdejaar,indevijfdeweek[130 AM],werdenzeweerblijAdamhadopnieuw gemeenschapmetzijnvrouw,enzijbaardehemeenzoon. HijnoemdehemSeth,wanthijzei:‘Godheeftvoorons eentweedenageslachtopaardeverwektinplaatsvanAbel, wantKaïnheefthemgedood’

8Enindezesdeweek[134-40AM]verwektehijzijn dochterAzûrâ.

9EnKaïnnamzijnzusterÂwântotvrouw,enzijbaarde hemHenochaanheteindevanhetvierdejubeljaar[190196AM]Eninheteerstejaarvandeeersteweekvanhet vijfdejubeljaar[197AM]werdenerhuizenopdeaarde

gebouwd,enKaïnbouwdeeenstadennoemdedienaarde naamvanzijnzoonHenoch.

10AdamhadgemeenschapmetEva,zijnvrouw,enzij baardenognegenzonen.

11Enindevijfdeweekvanhetvijfdejubileum[225-31 AM]namSethAzûrâ,zijnzus,totvrouw,eninhetvierde jaar(vandezesdeweek)[235AM]baardezijhemEnos 12HijbegondenaamvandeHeeropaardeaanteroepen.

13Eninhetzevendejubileumjaar,indederdeweek[30915AM],namEnoszijnzusterNôâmtotvrouw,enzij baardehemeenzooninhetderdejaarvandevijfdeweek, enhijnoemdehemKenan

14Enaanheteindevanhetachtstejubileum[325,3863992AM]namKenanzijnzusMûalêlêthtotvrouw,enzij baardehemeenzooninhetnegendejubileum,indeeerste weekvanhetderdejaarvandezeweek,[395AM]enhij noemdehemMahalalel

15Enindetweedeweekvanhettiendejubeljaar[449-55 AM]namMahalalelDinatotvrouw,dedochtervan Barakiel,dedochtervandebroervanzijnvader,enzij baardehemeenzoonindederdeweekvanhetzesdejaar [461AM],enhijnoemdehemJared,wantinzijndagen warendeengelenvandeHEERopdeaardeneergedaald, dezogenaamdeWachters,omdemensenteonderwijzenen rechtengerechtigheidopaardetebewerkstelligen.

16Eninhetelfdejubeljaar[512-18AM]namJaredeen vrouw,Baraka,dedochtervanRasûjâl,eendochtervande broervanzijnvader,indevierdeweekvanditjubeljaar [522AM],enzijbaardehemeenzoonindevijfdeweek,in hetvierdejaarvanhetjubeljaar,enhijnoemdehem Henoch.

17Enhijwasdeeersteonderdemensendieopaarde geborenzijndieleerdeschrijven,kennisverwierfen wijsheidverwierf,endiedetekenenaandehemelvolgens devolgordevanhunmaandenineenboekopschreef,zodat demensendeseizoenenvandejarenzoudenkennen volgensdevolgordevanhunafzonderlijkemaanden.

18Enhijwasdeeerstedieeengetuigenisschreef,enhij getuigdeaandemensen,vangeslachttotgeslacht,enhij teldedewekenvandejubeljaren,enmaaktehundedagen vandejarenbekend,enhijordendedemaandenenteldede sabbattenvandejarenzoalswijdiehemhadden bekendgemaakt.

19Enwatwasenwatzalzijn,zaghijineenvisioentijdens zijnslaap,zoalshetzalgebeurenmetdekinderender mensen,vangeslachttotgeslacht,totdedagdesoordeels.

Hijzagenbegreepalles,schreefzijngetuigenisopen legdediegetuigenisopaardeneervoorallekinderender mensenenvooralhungeslachten

20Eninhettwaalfdejubeljaar[582-88],indezevende weekdaarvan,namhijeenvrouwtotzich,enhaarnaam wasEdna,dedochtervanDanel,dedochtervandebroer vanzijnvader,eninhetzesdejaar,indezeweek[587AM], baardezijhemeenzoon,enhijnoemdehemMethuselah

21Enhijverbleefbovendienzesjubeljarenbijdeengelen vanGod,enzijtoondenhemalleswatopaardeeninde hemelis,deheerschappijvandezon,enhijschreefallesop.

22EnhijgetuigdetegendeWachters,diegezondigd haddenmetdedochtersdermensen;wantzijwaren begonnenzichmetdedochtersdermensenteverenigen,

zodatzijonreinzoudenworden,enHenochgetuigdetegen henallen.

23Enhijwerduithetmiddenvandemensenweggenomen, enwijbrachtenheminmajesteiteneernaardeHofvan Eden,enzie,daarschrijfthijhetoordeelende veroordelingvandewereldop,enallegoddeloosheidvan demensen

24EndaarombrachtGoddevloedoverhethelelandvan Eden;wantHijwasdaaraangesteldalseentekenenomte getuigentegenallekinderendermensen,omalledaden vandegeslachtentevertellentotdedagvande veroordeling

25Enhijbranddehetreukwerkvanhetheiligdom,(ja) zoetespecerijendiewelgevalligwarenvoordeHEERop deberg

26WantdeHEERheeftvierplaatsenopaarde:deHofvan Eden,deberginhetoosten,dezebergwaaropuhedenbent, debergSinaïendebergSion,dieindenieuweschepping geheiligdzullenwordentotheiligingvandeaarde; daardoorzaldeaardegeheiligdwordenvanalhaarschuld enonreinheid,vangeslachttotgeslacht

27Eninhetveertiendejubeljaar[652AM]nam Methuselaheenvrouw,Edna,dedochtervanAzrial,de dochtervandebroervanzijnvader,indederdeweekvan heteerstejaarvandezeweek[701-7AM],enhijverwekte eenzoonennoemdehemLamech

28Eninhetvijftiendejubeljaar,indederdeweek,nam Lamecheenvrouwtotzich.HaarnaamwasBetenos,de dochtervanBaraki'il,dedochtervandebroervanzijn vaderIndieweekbaardezijhemeenzoon,diehijNoach noemde.Hijzei:‘Dezezalmijtroostbiedeninmijn verdrietenalmijnwerk,envoordegronddiedeHEER vervloektheeft’

29Enaanheteindevanhetnegentiendejubeljaar,inde zevendeweekvanhetzesdejaar[930AM]daarvan,stierf Adam,enalzijnzonenbegroevenheminhetlanddathij geschapenhad,enhijwasdeeerstedieindeaarde begravenwerd

30Hijmistezeventigjaarvandeduizendjaar,want duizendjaarzijnalsééndaginhetgetuigenisvandehemel. Daaromstaateroverdeboomderkennisgeschreven:‘Op dedagdatgijdaarvaneet,zultgijsterven’Omdiereden heefthijdejarenvandezedagnietvoltooid,wanthijstierf tijdensdezedag

31AanheteindevanditjubeljaarwerdKaïninhetzelfde jaarnahemgedood;wantzijnhuisstortteopheminenhij stierfmiddeninzijnhuis,enhijwerdgedooddoorde stenenervan;wantmeteensteenhadhijAbelgedood,en dooreensteenwerdhijgedoodinrechtvaardigoordeel 32Daaromishetopdehemelsetafelenvastgelegd:'Met hetinstrumentwaarmeeiemandzijnnaastedoodt,met datzelfdeinstrumentzalhijzelfgedoodworden;op dezelfdewijzewaarophijhemverwondde,zozalhemook behandeldworden'

33Eninhetvijfentwintigste[1205AM]jubeljaarnam Noacheenvrouw,enhaarnaamwasEmzar,dedochter vanRachel,dedochtervandebroervanzijnvader,inhet eerstejaarindevijfdeweek[1207AM]Eninhetderde jaardaarvanbaardezijhemSem,inhetvijfdejaardaarvan [1209AM]baardezijhemCham,eninheteerstejaarinde zesdeweek[1212AM]baardezijhemJafet

HOOFDSTUK5

1Enhetgeschiedde,toendekinderendermensenzich begonnentevermenigvuldigenopdeaardeenerdochters voorhengeborenwerden,datdeengelenvanGodhenin eenbepaaldjaarvanditjubeljaarzagen,datzijerprachtig uitzagen;enzijnamenzichvrouwen,allendiezijverkozen, enzijbaardenzonenvoorhun,endiewarenreuzen

2Endewetteloosheidnamtoeopdeaarde,enallelevende wezensverdorvendenhunwegen,zowelmensenalsveeen dierenenvogelsenalleswatopdeaardeloopt–allen verdorvenhunwegenenhungebruiken,enzijbegonnen elkaarteverslinden,endewetteloosheidnamtoeopde aarde,enelkegedachtevanallemensenwasvoortdurend zokwaad.

3EnGodkeeknaardeaarde,enzie,zijwasverdorven,en allelevendewezenshaddenhaarordeverdorven,enallen dieopdeaardewaren,haddenallerleikwaadgedaanvoor Zijnogen

4EnHijzeidatHijdemensenalhetlevenopdeaarde, dieHijgeschapenhad,zouvernietigen.

5MaarNoachvondgenadeindeogenvandeHeer

6EnHijwaszeertoornigtegendeengelendieHijopde aardehadgezonden,enHijgafhetbevelhenuitalhun heerschappijteverdrijven,enHijgeboodonsheninde dieptenvandeaardetebinden,enzie,zijzijngebondente middenvanhen,enworden(afgezonderd)gehouden.

7EnergingeenbeveluitvanvoorZijnaangezichttegen hunzonenuit,datzijmethetzwaardgeslagenzouden wordenenvanonderdehemelweggenomenzouden worden

8EnHijzei:‘MijnGeestzalnietaltijdindemensblijven, wantookzijzijnvleesenhundagenzullenhonderden twintigjaarzijn’

9EnHijzondZijnzwaardinhunmidden,opdatiederzijn naastezoudoden,enzijbegonnenelkaartedoden,totdat zijallendoorhetzwaardvielenenvandeaardewerden weggevaagd

10Enhunvaderenwarengetuigen(vanhunvernietiging), endaarnawerdenzijvooreeuwigindedieptenvande aardegebonden,totdedagvandegroteveroordeling, wanneerhetoordeelvoltrokkenzalwordenoverallendie hunwegenenhunwerkenvoordeHeerhebbenverdorven

11EnHijvernietigdeallenvanhunplaatsen,enerbleefer geenvanhenoverdieHijnietoordeeldenaaralhun goddeloosheid

12EnHijschiepvooralzijnscheppingeneennieuween rechtvaardigenatuur,zodatzijnietinhunhelewezenvoor altijdzoudenzondigen,maariedernaarzijneigenaard altijdrechtvaardigzoudenzijn

13Enhetoordeeloverallenisvastgesteldenopgeschreven opdehemelsetafeleningerechtigheid–ja,(hetoordeel over)allendieafwijkenvanhetpaddatvoorhenis vastgesteldomtebewandelen;enalszijdatpadniet bewandelen,ishetoordeelopgeschrevenvoorelkschepsel envoorelkesoort.

14Enerisnietsindehemelofopaarde,nochinhetlicht, nochindeduisternis,nochinhetdodenrijk,nochinde diepte,nochindeplaatsvandeduisternis(datniet

geoordeeldwordt);alhunoordelenzijnimmersvastgesteld, opgeschrevenengegraveerd.

15Hijzalallenoordelen:degrotennaarhungrootheid,de kleinennaarhunkleinheid,eniedernaarzijneigenweg.

16Hijzalgeenaanziendespersoonsaannemen,noch geschenkenaanvaarden,alsHijzegtdatHijoverieder rechtzalsprekenZelfsalsiemandalleswatopaardeis zougeven,zouHijgeenaanziendespersoonsaannemen, nochietsvanhemaanvaarden,wantHijiseen rechtvaardigerechter

17EnoverdekinderenvanIsraëlisgeschrevenenbepaald: AlszijzichingerechtigheidtotHembekeren,zalHijal hunovertredingenvergevenenalhunzonden kwijtschelden

18ErstaatgeschrevenenvastgestelddatHij barmhartigheidzaltonenaanallendiezicheenmaalper jaarvanalhunschuldafkeren

19Enwatbetreftaldiegenendievóórdevloedhunwegen engedachtenhaddenverdorven,niemandwerdaanvaard behalveNoachalleen;wantzijnpersoonwerdaanvaard vanwegezijnzonen,die(God)omwillevanhemuithet watervandevloedhadgered;wantzijnhartwas rechtvaardiginalzijnwegen,zoalshemwasgeboden,en hijwasnietafgewekenvanietswatvoorhemwas vastgesteld.

20EndeHEERzeidatHijalleswatopdeaardewas,zou vernietigen:mensen,vee,wildedieren,vogelsenalleswat zichopdeaardebewoog.EnHijgeboodNoacheenarkte bouwen,zodathijzichzelfkonreddenvanhetwatervande vloed

21EnNoachvoltooidedearkinalleopzichtenzoalsHij hemhadopgedragen,inhetzevenentwintigstejubeljaar,in devijfdeweekvanhetvijfdejaar(opdenieuwemaanvan deeerstemaand).[1307AM]

22Enhijgingerininhetzesde(jaar)[1308AM],inde tweedemaand,opdenieuwemaanvandetweedemaand, totdezestiende;enhijgingerin,enalleswatwijhem haddengebracht,gingindeark,endeHeerslootdievan buitenafopdezeventiendeavond

23EndeHEERopendezevensluizenvandehemel,ende mondenvandebronnenvandegrotediepte,zevenmonden inaantal

24Endesluizenbegonnenveertigdagenenveertig nachtenlangwateruitdehemeltestorten,enookde bronnenvandedieptegavenwater,totdatdehelewereld volwaterwas.

25Enhetwatersteegbovendeaarde:vijftienellenhoog werdhetwater,bovenallehogebergenuit.Endearkwerd bovendeaardeverhevenendreefoverhetwater

26Enhetwaterbleefvijfmaandenlang,honderdvijftig dagen,opdeheleaardeaanwezig

27Endearkgingverderenkwamtotrustopdetopvan Lubar,eenvandebergenvanArarat

28En(bijdenieuwemaan)indevierdemaandwerdende bronnenvandegrotedieptegeslotenendesluizenvande hemeltegengehouden;enbijdenieuwemaanvande zevendemaandwerdenallemondenvandeafgrondenvan deaardegeopend,enhetwaterbegonneertedaleninde diepte

29Enbijdenieuwemaanvandetiendemaandwerdende bergtoppenzichtbaar,enbijdenieuwemaanvandeeerste maandwerddeaardezichtbaar

30Enindevijfdeweekvanhetzevendejaar[1309AM] verdweenhetwatervanbovendeaarde,enopde zeventiendedagvandetweedemaandwasdeaardedroog

31Enopdezevenentwintigstedagdaarvanopendehijde arkenlietdaaruitdieren,vee,vogelsenallelevende wezensvrij

HOOFDSTUK6

1Enopdenieuwemaanvandederdemaandverliethijde arkenbouwdeeenaltaaropdieberg

2Enhijbrachtverzoeningvoordeaarde,enhijnameen geitjeenbrachtdoordiensbloedverzoeningvooralle schuldvandeaarde;wantalleswateropwasgeweest,was verwoest,behalvedegenendiemetNoachindearkwaren

3Enhijlegdehetvetdaarvanophetaltaar,enhijnameen os,eengeit,eenschaapengeitenlammeren,enzout,eneen tortelduif,eneenduifjong,enlegdeeenbrandofferophet altaar,engootdaaropeenoffervermengdmetolie,en besprenkeldeallesmetwijnenwierook,enhetdeedeen heerlijkegeuropstijgen,welgevalligvoordeHeer

4EndeHEERrookdeheerlijkegeur,enHijslooteen verbondmethemdatergeenvloedmeerzoukomenomde aardeteverwoesten;datalledagenvandeaarde–zaaitijd enoogsttijd–nooitzoudenophouden;datkouenhitte, zomerenwinter,dagennachthunvolgordenietzouden veranderenennooitzoudenophouden

5‘Engij,vermeerderuenwordtalrijkopdeaarde,en weeseenzegenvoorhaarIkzalontzagvooruenvrees vooruinboezemenopalleswatopaardeenindezeeis

6Enzie,Ikhebualledierengegeven,allegevleugelde dieren,alleswatzichopdeaardevoortbeweegt,devissen inhetwater,enalleswattotvoedseldient,zoalsdegroene kruiden;Ikhebuallesteetengegeven.

7Maarvlees,methetlevenerin,methetbloed,datmaggij nieteten;wanthetlevenvanalhetvleesisinhetbloed, opdatuwbloednietvanuwlevengeëistwordt.Vanieder mens,vaniederdierzalIkhetbloedvandemenseisen

8Wiehetbloedvaneenmensdooreenmensvergiet,diens bloedzalvergotenworden,wantnaarhetbeeldvanGod schiepHijdemens

9Enjullie,vermeerderjeenlaatjegroeienopdeaarde'

10EnNoachenzijnzonenzwoerendatzijgeenbloed zoudenetendatinenigvleeszat,enhijslooteenverbond metdeHEERGodvooreeuwig,voorallegeslachtenop aarde,indezemaand

11DaaromheeftHijtotugesprokendatuindezemaand opdebergeenverbondmetdekinderenvanIsraëlzult sluitenondereeneed,endatubloedoverhenzult sprenkelenvanwegeallewoordenvanhetverbonddatde HEERvooreeuwigmethenheeftgesloten

12Enditgetuigenisisoveruopgeschreven,opdatuhet voortdurendinachtneemt,zodatuopgeenenkeledaghet bloedvandieren,vogelsofveezulteten,gedurendealle dagenvandeaardeEnwiehetbloedvandieren,vanvee ofvanvogelseet,gedurendealledagenvandeaarde,hijen zijnnakomelingenzullenuithetlandwordenverdelgd.

13EnbeveeldekinderenvanIsraëldatzijgeenbloedeten, zodathunnamenenhunnakomelingenvoortdurendvoor deHeer,onzeGod,mogenzijn

14Aandezewetisgeenmaximumaantaldagenverbonden, wantzijgeldtvooreeuwig.Zijmoetenhaarinachtnemen, vangeslachttotgeslacht,zodatzijvoortdurendmetbloed voorubiddenvoorhetaltaar;elkedag,'smorgensen's avonds,moetenzijvoortdurendvergevingvooruvragen bijdeHeer,opdatzijhaarwetnalevenennietuitgeroeid worden

15EnHijgafNoachenzijnzoneneentekendatergeen nieuwevloedmeeropdeaardezoukomen

16HijplaatsteZijnregenboogindewolkalstekenvanhet eeuwigeverbond,daternietmeereenvloedoverdeaarde zoukomenomhaartevernietigen,vooralledagenvande aarde.

17Omdezeredenishetbepaaldenopdehemelsetafelen geschrevendatzijindezemaandeenmaalperjaarhet Wekenfeestmoetenvieren,omhetverbondelkjaarte vernieuwen

18Endithelefeestwerdindehemelgevierdvanafdedag vandescheppingtotdedagenvanNoach–zesentwintig jubelsenvijfwekenvanjaren[1309-1659AM]:enNoach enzijnzonenvierdenhetzevenjubelsenéénweekvan jaren,totdedagvanNoachsdood,envanafdedagvan Noachsdoodschaftenzijnzonenhetaftotdedagenvan Abraham,enzijatenbloed

19MaarAbrahamhieldzicheraan,enIsaakenJakoben zijnkinderenhieldenzicheraantotinuwtijd,eninuwtijd vergatendeIsraëlietenhet,totdatuhetopnieuwopdeze bergvierde.

20EnbeveeldekinderenvanIsraëlditfeestinalle generatiestevieren,alseengebodvoorhen:ééndagper jaarindezemaandzullenzijhetfeestvieren.

21Wanthetishetfeestderwekenenhetfeestder eerstelingen;ditfeestistweevoudigenvaneendubbele aard;vierhetovereenkomstigwaterovergeschrevenen gegraveerdstaat

22WantIkhebinhetboekvandeeerstewet,indatwatIk vooruhebgeschreven,geschrevendatuhetopdejuiste tijd,ééndagperjaar,moetvierenEnIkhebudeoffers uitgelegd,opdatdekinderenvanIsraëlhetzouden gedenkenenvieren,vangeslachttotgeslacht,indeze maand,ééndagperjaar

23Enopdenieuwemaanvandeeerstemaand,enopde nieuwemaanvandevierdemaand,enopdenieuwemaan vandezevendemaand,enopdenieuwemaanvande tiendemaandzijndegedenkdagen,endedagenvande seizoenenindevierdelenvanhetjaarDezezijn opgeschrevenenvastgelegdalseengetuigenisvooreeuwig 24EnNoachsteldezevoorzichzelfinalsfeestenvooralle generaties,totineeuwigheid,zodatzedaardooreen gedenktekenvoorhemzijngeworden

25Enopdenieuwemaanvandeeerstemaandwerdhem opgedrageneenarkvoorzichzelftemaken,enopdiedag werddeaardedroogenhijopendedearkenzagdeaarde 26Enopdenieuwemaanvandevierdemaandwerdende mondenvandedieptenvandeafgrondgeslotenEnopde nieuwemaanvandezevendemaandwerdenallemonden vandeafgrondenvandeaardegeopend,enhetwater begonerinaftedalen

27Enopdenieuwemaanvandetiendemaandwerdende toppenvandebergenzichtbaar,enNoachwasblij.

28Endaaromheefthijzevoorzichzelfingesteldals feestenternagedachtenisvooraltijd,enzozijnzeingesteld.

29Enzijplaatstenzeopdehemelsegedenkstenen;ieder hadeenperiodevandertienwekenVandeeenopdeander ginghungedenktekenover,vandeeersteopdetweede, vandetweedeopdederdeenvandederdeopdevierde.

30Enalledagenvanhetgebodzullentweeënvijftigweken vandagenzijn,en(diezullen)hethelejaarcompleet makenZostaathetgegraveerdenvastgelegdopde hemelsetafelen

31Enmenmagditgebodnietverwaarlozen,nietvooréén enkeljaarennietvanjaartotjaar

32EnbeveeldekinderenvanIsraëldatzijdejareninacht nemenvolgensdezetelling:driehonderdvierenzestigdagen. Dezedagenzulleneenvolledigjaarvormen,enzijzullen detijdvandedagenendefeestdagennietverstorenAlles zalinhenovereenkomenmethungetuigenis,enzijzullen geendagoverslaanengeenfeestverstoren

33MaaralszijdieverwaarlozenennietvolgensZijn gebodnaleven,danzullenzijalhunseizoenenverstorenen dejarenuitdeze(orde)ontregeldraken,[enzijzullende seizoenenverstorenendejarenzullenontregeldraken]en zijzullenhunverordeningenverwaarlozen.

34EnallekinderenvanIsraëlzullenhetpadvandejaren vergetenennietmeervinden,enzijzullendenieuwemaan, deseizoenenendesabbattenvergeten,enzijzullende volgordevandejarenvolledigverkeerdkennen

35WantIkweethet,envannuafaanzalIkhetu bekendmaken,enhetisnietmijneigenverzinsel;wanthet boekligtvoorMijgeschreven,enopdehemelsetafelenis deindelingvandedagenvastgelegd,opdatzijdefeesten vanhetverbondnietvergetenennietvolgensdefeesten vandeheidenengaanwandelen,naarhundwalingennaar hunonwetendheid

36Wanterzullenerzekerzijndiedemaanobserveren–hoezijdeseizoenenverstoortenelkjaartiendagente vroegkomt

37Daaromzullenerjarenkomenwaarinzijdeordezullen verstoreneneenafschuwelijkedagtoteendagvan getuigeniszullenmaken,eneenonreinedagtoteen feestdag.Zijzullenalledagenverwarren,deheiligemetde onreine,endeonreinemetdeheilige;wantzijzullenzich vergissenwatbetreftdemaanden,desabbatten,defeesten endejubeldagen.

38Daaromgebiedengetuigiku,opdatuhunzultgetuigen; wantnauwdoodzullenuwkinderenheninberoering brengen,zodatzijhetjaarnietlanger driehonderdvierenzestigdagenzullentellen,endaarom zullenzijzichvergissenwatbetreftdenieuwemaan,de seizoenen,desabbattenendefeestdagen,enzijzullen allerleisoortenbloedmetallerleisoortenvleeseten

HOOFDSTUK7

1Enindezevendeweekvanheteerstejaar[1317AM],in ditjubeljaar,plantteNoachwijnstokkenopdebergwaarop dearkhadgerust,genaamdLubar,eenvandeAraratbergen,enzedroegenvruchtinhetvierdejaar[1320AM].

Hijbewaaktehunvruchtenenverzameldezeindezevende maandvanditjaar.

2Enhijmaakteerwijnvanendeeddieineenvat,en bewaardedietothetvijfdejaar,[1321AM]totdeeerste dag,opdenieuwemaanvandeeerstemaand.

3Enhijvierdededagvanditfeestmetvreugdeenbracht eenbrandofferaandeHEER:eenjongeoseneenram, zevenschapenvanelkeenjaaroud,eneengeitenbokje,om daardoorverzoeningtedoenvoorzichzelfenzijnzonen

4Enhijbereiddeeersthetgeitjevoorendeedwatvanzijn bloedophetvleesdatophetaltaarlagdathijhadgemaakt Alhetvetlegdehijophetaltaarwaarhijhetbrandoffer bracht,endeos,deramenhetschaap,enhijlegdealhun vleesophetaltaar

5Enhijlegdealhunoffergaven,vermengdmetolie, daarop.Daarnabesprenkeldehijhetvuurdathijdaarvoor ophetaltaarhadaangestokenmetwijn,enhijlegde wierookophetaltaar,zodatereenaangenamegeuropsteeg, diedeHeer,zijnGod,welgevalligwas.

6Enhijverheugdezichendronkvandezewijn,hijenzijn kinderenmetvreugde

7Hetwasavondgeworden,enhijgingzijntentbinnen. Dronkengewordenginghijliggenensliep,enhijlag onbedektinzijntentteslapen

8EnChamzagzijnvaderNoachnaakt,enhijgingnaar buitenenverteldehetaanzijntweebroers

9Semnamzijnkleedenstondop,hijenJafet,enzij legdenhetkleedophunschoudersenliepenachterwaarts omdeschandevanhunvadertebedekken,enhun gezichtenwarennaarachterengericht

10ToenNoachuitzijnslaapontwaakteenallesbegreep watzijnjongstezoonhemhadaangedaan,vervloektehij zijnzoonenzei:‘VervloektzijKanaän,eenslaafzalhij zijnonderzijnbroeders.’

11EnhijzegendeSemenzei:‘GezegendzijdeHEER,de GodvanSem,enKanaänzalzijndienaarzijn

12GodzalJafetvergroten,enGodzalindewoningvan Semwonen,enKanaänzalzijndienaarzijn'

13Chamwistdatzijnvaderzijnjongstezoonvervloekt had,enhijwaserontevredenover.Daaromverliethijzijn vader,samenmetzijnzonen:Kus,Mizraïm,PutenKanaän 14Enhijbouwdevoorzichzelfeenstadennoemdedie naardenaamvanzijnvrouwNe'elatama'uk.

15EnJafetzaghetenwerdjaloersopzijnbroerDaarom bouwdehijookeenstadvoorzichzelfennoemdedienaar denaamvanzijnvrouw,Adataneses.

16SemwoondebijzijnvaderNoachenbouwdeeenstad vlakbijzijnvaderopdeberg.Ookhijnoemdediestadnaar denaamvanzijnvrouwSedeqetelebab

17Enzie,dezedriestedenliggenvlakbijdebergLubar: Sedeqetelebabligttenoostenvandeberg,Na'eltama'ukten zuidenervanen'Adatan'esestenwestenervan.

18EnditzijndezonenvanSem:Elam,Assur,Arpacshad (dezezoonwerdtweejaarnadezondvloedgeboren),Lud enAram

19DezonenvanJafet:Gomer,Magog,Madai,Javan, Tubal,MeshechenTiras;ditzijndezonenvanNoach.

20Eninhetachtentwintigstejubeljaar[1324-1372AM] begonNoachzijnkleinzonendeverordeningenengeboden opteleggen,enallewettendiehijkende.Hijspoordezijn zonenaanomrechtvaardigheidtebetrachten,deschande

vanhunvleestebedekken,hunScheppertezegenen,vader enmoederteeren,hunnaastelieftehebbenenhunzielte behoedenvoorontucht,onreinheidenalleongerechtigheid 21Wantdoordezedriedingenkwamdezondvloedoverde aarde,namelijkdoordeontuchtwaarmeedeWachters, tegendewetvanhunverordeningenin,hoereerdenmetde dochtersvandemensenenzichtotvrouwennamenvan allendiezijverkozen;enzijgavendaarmeehetbeginvan deonreinheid

22Enzijverwektenzonen,deNafidim,enzijwarenallen verschillend,enzijverslondenelkaarEndereuzen dooddendeNafi,endeNafidooddendeEljo,endeEljo dooddendemensen,endeééndeander.

23Eniedervanhenverkochtzichomonrechttebedrijven enveelbloedtevergieten,endeaarderaaktevolonrecht 24Endaarnazondigdenzijtegendedierenendevogels, entegenalleswatzichbeweegtenlooptopdeaarde;ener werdveelbloedvergotenopdeaarde,enelkegedachteen elkverlangenvandemensenwasvoortdurendgerichtop ijdelheidenkwaad

25EndeHEERvernietigdeallesvandeaardbodem; vanwegedegoddeloosheidvanhundadenenvanwegehet bloeddatzijopaardehaddenvergoten,vernietigdeHij alles

26'Enwijblevenachter,ikenjullie,mijnzonen,enalles watmetonsdearkwasingegaanEnzie,ikziejullie werkenvoorme:julliewandelennietingerechtigheid, wantjulliezijndewegvandeverwoestingingeslagen, julliescheidenvanelkaarenzijnjaloersopelkaar,enjullie levennietinharmoniemetelkaar,mijnzonen,iedermet zijnbroer.

27Wantikzie,enzie,dedemonenzijnbegonnenmethun verleidingentegenuentegenuwkinderen,ennuvreesik vooru,datunamijndoodhetbloedvanmensenopde aardezultvergieten,endatookuvandeaardbodemzult wordenweggevaagd

28Wantiederdiemensenbloedvergieteniederdiehet bloedvaneendiereet,zalallenvandeaardeworden weggevaagd

29Enerzalniemandoverblijvendiebloedeetofhetbloed vaneenmensopdeaardevergiet,nochzalervoorhem enignageslachtofnakomelingenonderdehemel overblijven;wantzijzullennaarhetdodenrijkgaan,en naardeplaatsvanveroordelingzullenzijafdalen,eninde duisternisvandedieptezullenzijallendooreen gewelddadigedoodwordenweggevoerd.

30Ermaggeenbloedopuzichtbaarzijnvanalhetbloed datuhebtvergoten,vanalledagenwaaropudieren,veeof vliegendedierenopdeaardehebtgedoodDoeeengoede daadvooruwzieldoordatgenetebedekkenwatopde aardeisvergoten

31Engijzultnietzijnzoalshijdiemetbloedeet,maar hoedtuzelfervoordatniemandvooruwogenbloedeet; bedekhetbloed,wantzoismijgebodentegetuigen tegenoveruenuwkinderen,tezamenmetallevlees

32Enlaatniettoedatdezielmethetvleeswordtverteerd, opdatuwbloed,datuwlevenis,nietdooriemanddiehet opdeaardevergiet,opgeëistwordt

33Wantdeaardezalnietreinzijnvanhetbloeddatop haarvergotenis;want(alleen)doorhetbloedvanhemdie

hetvergotenheeft,zaldeaardegereinigdwordeninalle generaties.

34Ennu,mijnkinderen,luister:oefenrechten gerechtigheiduit,opdatgijgeplantzultwordenin gerechtigheidoverdeheleaarde,enuwglorieverhoogd zalwordenvoormijnGod,diemijgeredheeftuitde waterenvandevloed

35Enzie,julliezulleneropuittrekkenenstedenvoor jezelfbouwen,endaarinalleplantenplantendieopde aardegroeien,enbovendienallevruchtbomen

36Gedurendedriejaarzaldevruchtvanalleswatgegeten wordtnietgeoogstworden;eninhetvierdejaarzalde vruchtalsheiligbeschouwdworden[enmenzalde eerstelingenofferen],aanvaardbaarvoordeAllerhoogste God,diedehemelendeaardeenalledingengeschapen heeft.Laatmendeeerstelingenvandewijnendeoliein overvloedofferenophetaltaarvandeHeer,dieze ontvangt;enwatoverblijft,laatdedienarenvanhethuis vandeHeeretenvoorhetaltaardathetontvangt.

37Eninhetvijfdejaarmoetudeoogstvrijgeven,zodatu datopeenrechtvaardigeenoprechtemanierdoetDanzult urechtvaardigzijnenzalalleswatuzaaitvoorspoedigzijn.

38WantzogafHenoch,devadervanuwvader,bevelen aanMethuselah,zijnzoon,enMethuselahaanLamech, zijnzoon,enLamechgafmijbevelenvooralleswatzijn vadershemhaddenbevolen

39Enikzaljullieookeengebodgeven,mijnzonen,zoals Henochzijnzooneengebodgafindeeerstejubeljaren: terwijlhijnogleefde,dezevendeinzijngeneratie,gafhij eengebodengetuigdehijaanzijnzoonenaandezonen vanzijnzoontotdedagvanzijndood.'

HOOFDSTUK8

1Inhetnegenentwintigstejubileumjaar,indeeersteweek [1373AM],aanhetbegindaarvan,namArpachshadeen vrouwtotzich,enhaarnaamwasRasu'eja,dedochtervan Susan,dedochtervanElam,enzijbaardehemeenzoonin hetderdejaar,indezeweek[1375AM],enhijnoemde hemKainam.

2Dezoongroeideop,enzijnvaderleerdehemschrijven Hijgingopzoeknaareenplekwaarhijeenstadvoor zichzelfkonstichten.

3Enhijvondeenschriftdatvroegeregeneratiesinderots haddengebeiteld,enhijlaswatdaaropstond,enhijschreef hetoverenzondigdedaardoor;wanthetbevattedeleervan deWachters,overeenkomstigwelkezijdetekenenvande zon,demaanendesterreninallehemeltekenenplachtente observeren

4Enhijschreefhetopenzeiernietsover;wanthijwas bangomermetNoachovertepraten,uitvreesdatdieboos ophemzouworden.

5Eninhetdertigstejubeljaar[1429AM],indetweede weekvanheteerstejaar,namhijeenvrouwtotzich,en haarnaamwasMelka,dedochtervanMadai,dezoonvan JafetEninhetvierdejaar[1432AM]verwektehijeen zoon,diehijSjelanoemde,wanthijzei:‘Voorwaar,ikben gezonden’

6[Eninhetvierdejaarwerdhijgeboren],enShelah groeideopennameenvrouwtotzich,enhaarnaamwas Mu'ak,dedochtervanKesed,debroervanzijnvader,in

heteenendertigstejubeljaar,indevijfdeweek,inheteerste jaar[1499AM]daarvan.

7Enzijbaardehemeenzooninhetvijfdejaar[1503AM], enhijnoemdehemEber;enhijnameenvrouw,enhaar naamwasAzûrâd,dedochtervanNebrod,inhet tweeëndertigstejubeljaar,indezevendeweek,inhetderde jaar[1564AM]

8Eninhetzesdejaar[1567AM]baardezijhemeenzoon, enhijnoemdehemPeleg;wantindedagendathijgeboren werd,begonnendekinderenvanNoachdeaardeonder elkaarteverdelen:daaromnoemdehijhemPeleg 9Enzeverdeeldenhetinhetgeheimonderelkaaren verteldenhetaanNoach.

10Enhetgeschieddeaanhetbeginvanhetdrieëndertigste jubeljaar[1569AM]datzijdeaardeindrieënverdeelden, voorSem,ChamenJafet,overeenkomstigdeerfenisvan ieder,inheteerstejaar,indeeersteweek,toeneenvanons diegezondenwas,bijhenwas 11Enhijriepzijnzonen,enzijkwamennaarhemtoe,zij enhunkinderen,enhijverdeeldedeaardeinpercelen,die zijndriezoneninbezitzoudennemenEnzijstakenhun handenuitennamenhetschriftuitdeboezemvanNoach, hunvader

12EnerwerdopdegeschriftenvermelddatSemhet middenvandeaardealserfdeelzouontvangen,voor zichzelfenvoorzijnzonentotinallegeneratiesvan eeuwigheid,vanuithetmiddenvanhetRafagebergte,vanaf demondingvanderivierTina.Zijndeelstrektzichuitnaar hetwesten,doorhetmiddenvandezerivier,totaanhet watervandeafgrond,waaruitdezerivierontspringtenzijn waterindezeeMeatstort,endezerivierstroomtinde grotezeeAlwatnaarhetnoordenligt,behoortaanJafet, enalwatnaarhetzuidenligt,behoortaanSem

13EnhetstrektzichuittotaanKaraso:ditbevindtzichin deboezemvandetongdienaarhetzuidengerichtis

14Zijndeelstrektzichuitlangsdegrotezee,ineenrechte lijntotaandewestkantvandetongdienaarhetzuiden gerichtis;wantdezezeewordtdetongvandeEgyptische Zeegenoemd

15Envanhieruitbuigthijafnaarhetzuiden,naarde mondingvandegrotezee,naardeoeversvanzijnwateren, enhijstrektzichuitnaarhetwestentotAfra,enhijstrekt zichuittothijdewaterenvanderivierGihonbereikt,en tenzuidenvandewaterenvanGihon,totaandeoeversvan dezerivier

16Enhetstrektzichuitnaarhetoosten,tothetdeHofvan Edenbereikt,tenzuidendaarvan,[naarhetzuiden]en vanuithetoostenvanhethelelandvanEdenenvanhet heleoostenbuigthetzichafnaarhetoostenengaatverder tothetdeoostkantvandebergRafabereikt,enhetdaaltaf naardeoevervandemondingvanderivierTina

17DitdeelwerddoorlotingtoegewezenaanSemenzijn zonen,opdatzijhetvooreeuwiginbezitzoudenhebben, totinallegeneraties

18NoachverheugdezicheroverdatditdeelvoorSemen zijnzonenwasuitgekomen,enhijherinnerdezichalleswat hijmetzijnmondinprofetiehadgesproken;wanthijhad gezegd:‘GezegendzijdeHEER,deGodvanSem,en mogedeHEERwonenindewoningvanSem’

19EnhijwistdatdeHofvanEdenhetallerheiligsteis,de woonplaatsvandeHEER,endebergSinaïhetmiddenvan

dewoestijn,endebergSionhetmiddelpuntvandeaarde; dezedriewerdenalsheiligeplaatsentegenoverelkaar geschapen

20EnhijpreesdeGoddergoden,diehetwoordvande Heerinzijnmondhadgelegd,endeHeervooreeuwig.

21EnhijwistdatSemenzijnzoneneengezegenddeelen eenzegenwastoegekomen,totinallegeneratiesen eeuwigheid:hethelelandEdenenhethelelandvande RodeZee,enhethelelandvanhetoostenenIndia,enaan deRodeZeeendebergendaarvan,enhethelelandBasan, enhethelelandLibanonendeeilandenvanKaftur,enalle bergenvanSanirenAmana,endebergenvanAssyrinhet noorden,enhethelelandvanElam,Assyr,Babel,Susanen Ma'edai,enallebergenvanArarat,enhethelegebiedaan deoverkantvandezee,datzichuitstrektvoorbijdebergen vanAssyrinhetnoorden,eengezegendenruimland,en alleswatdaarinis,iszeergoed

22EnvoorChamkwamhettweededeel,voorbijdeGihon, naarhetzuiden,rechtsvandeHofvanEden,enhetstrekt zichuitnaarhetzuidenenhetstrektzichuittotalle vuurbergen,enhetstrektzichuitnaarhetwestentotdezee vanAtelenhetstrektzichuitnaarhetwestentothetdezee vanMa'ukbereikt-diezeewaarinalleswatnietvernietigd wordt,neerdaalt

23Enhetstroomtverdernaarhetnoorden,totaande grenzenvanGadir,enhetstroomtverdernaardekustvan dewaterenvandezee,naardewaterenvandegrotezee, tothetderivierGihonnadert,enhetstroomtlangsderivier GihontothetderechteroevervanEdenbereikt

24EnditishetlanddatvoorChambestemdwasalshet deeldathijvooraltijdinbezitzouhebben,voorzichzelfen voorzijnzonen,totinalhungeneraties,totineeuwigheid

25EnhetderdedeelvanhetgebiedvanJafetstrektezich uitvoorbijderivierTina,tennoordenvandeuitstroom ervan,enhetstrektezichuitinnoordoostelijkerichtingtot hethelegebiedvanGogentotalhetlandtenoosten daarvan.

26Enhetstrektzichuitnaarhetnoorden,totaandebergen vanQeltinhetnoorden,ennaardezeevanMa'uk,enhet gaattenoostenvanGadirtotaanhetgebiedvandewateren vandezee

27EnhetstrektzichuittothetdewestkantvanFaranadert enhetkeertterugnaarAferag,enhetstrektzichoostwaarts uittotdewaterenvandezeevanMeat

28EnhetstrektzichuittothetgebiedvanderivierdeTina innoordoostelijkerichting,tothetdegrensvanhaar waterennadertbijdebergRafa,enhetbuigtdanafnaar hetnoorden.

29DitishetlanddatJafetenzijnzonenalserfdeel toegewezenkregen,dathijvoorzichzelfenzijnzonenzou bezitten,vooralhungeneratiestotineeuwigheid:vijf groteeilandeneneengrootlandinhetnoorden.

30Maarhetiskoud,enhetlandvanChamisheet,enhet landvanSemisnochheetnochkoud,maarhetiseen mengelingvankouenhitte

HOOFDSTUK9

1EnChamverdeeldehetonderzijnzonen,enheteerste deelkwamtenoostenvanKus,tenwestendaarvanten zuidenvanMizraïm,tenwestendaarvantenwestenvan

Put,entenwestendaarvan[entenwestendaarvan]aande zeetenwestenvanKanaän.

2Semverdeeldehetgebiedonderzijnzonen,enheteerste deelwasvoorChamenzijnzonen,tenoostenvanderivier deTigris,totaandeoostkust,hethelelandIndia,ende RodeZeeaandekust,endewaterenvanDedan,enalle bergenvanMebrienEla,enheelhetlandSusan,enalles wataandekantvanPharnakligttotaandeRodeZeeende rivierTina

3EnvoorAsshurkwamhettweededeel,hethelelandvan AsshurenNineveenSineartotaandegrensvanIndia,en hetlooptlangsderivieromhoogenomzoomtdeze

4EnaanArpachshadwerdhetderdedeeltoegewezen,het helelandvanhetgebiedvandeChaldeeëntenoostenvan deEufraat,grenzendaandeRodeZee,enallewaterenvan dewoestijnvlakbijdezeetongdieuitkijktopEgypte,het helelandvanLibanonenSanirenAmanatotaandegrens vandeEufraat

5EnaanAramwerdhetvierdedeeltoegewezen,het gehelelandvanMesopotamiëtussendeTigrisende Eufraat,tennoordenvandeChaldeeën,totaandegrens vanhetgebergtevanAsshurenhetlandArara.

6EnhetvijfdedeelwerdaanLudtoegewezen,debergen vanAsshurenalleswatdaarbijhoorde,totaandeGrote ZeeentotaanhetoostenvanAsshur,zijnbroer.

7EnJafetverdeeldeookhetlanddathemgeërfdwasonder zijnzonen

8HeteerstedeelkwamvoorGomeruitinhetoosten,van denoordzijdetotaanderivierTina;eninhetnoorden kwamvoorMagoghethelebinnenstedeelvanhetnoorden uit,totaandezeevanMe'at.

9EnMadaiontvingalszijndeelhetgebieddathijzou bezitten,vanhetwestenvanzijntweebroerstotaande eilandenendekustenvandeeilanden.

10EnvoorJavankwamhetvierdedeeluit,elkeilandende eilandendieaandegrensvanLudliggen

11EnvoorTubalkwamhetvijfdedeelvoortinhetmidden vandetong,datzichuitstrekttotaandegrensvanhetdeel vanLud,totaandetweedetong,totaanhetgebiedvoorbij detweedetong,totaandederdetong.

12EnvoorMeshechkwamhetzesdedeeluit,hethele gebiedvoorbijdederdetaal,totaanhetoostenvanGadir 13EnvoorTiraskwamhetzevendedeeltevoorschijn,vier groteeilandenmiddenindezee,dietotaanhetdeelvan Hamreiken[endeeilandenvanKamaturiwerdendoor lotingtoegewezenaandezonenvanArpachshadalszijn erfdeel]

14ZoverdeeldendezonenvanNoachhunbezittingen onderhunzonenindeaanwezigheidvanhunvaderNoach, enhijlegdehenalleneeneedafensprakeenvloekuitover iederdietrachttehetdeeltebemachtigendathemnietdoor hetlotwastoebedeeld.

15Enzijallenzeiden:‘Zozijhet,zozijhet,’voorhenzelf enhunzonen,vooraltijd,vangeslachttotgeslacht,totde dagdesoordeels,waaropdeHEERGodhenzaloordelen meteenzwaardenmetvuurvanwegealhunonreine goddeloosheidendwalingen,waarmeezijdeaardehebben vervuldmetovertreding,onreinheid,ontuchtenzonde

HOOFDSTUK10

1Enindederdeweekvanditjubeljaarbegonnende onreinedemonendekinderenvandezonenvanNoachte misleiden,hentotdwalingtebrengenenhentevernietigen 2DezonenvanNoachkwamennaarhunvaderNoachen verteldenhemoverdedemonendiezijnkleinkinderen misleidden,verblinddenendoodden

3EnhijbadtotdeHEER,zijnGod,enzei:‘Godvande geestenvanallemensen,diemijbarmhartigheidhebt bewezenenmijenmijnzonenhebtgeredvandewateren vandevloed,enmijniethebtlatenomkomenzoalsUde zonenvanhetverderfhebtlatenomkomen;wantUw genadeisgrootgeweestjegensmij,engrootisUw barmhartigheidvoormijnziel.LaatUwgenadeoprijzen overmijnzonen,enlaatgeenbozegeestenoverhen heersen,opdatzijhennietvandeaardezoudenwegvagen’ 4Maarzegenmijenmijnzonen,opdatwijmogen toenemenenonsvermenigvuldigenendeaardemogen vullen

5EnUweethoeUwWachters,devoorvadersvandeze geesten,inmijntijdhebbengehandeldWatdezelevende geestenbetreft,sluitzeopenhoudzevastindeplaatsvan veroordeling,zodatzegeenverderfbrengenoverdezonen vanUwdienaar,mijnGod;wantdezezijnkwaadaardigen geschapenomtevernietigen

6Enlaathengeenmachthebbenoverdegeestenvande levenden,wantUalleenkuntoverhenheersenEnlaathen vannuafaanentotineeuwigheidgeenmachthebbenover dekinderenderrechtvaardigen.

7EndeHeer,onzeGod,geboodonsallentebinden 8Endevoornaamstevandegeesten,Mastêmâ,kwamen zei:‘Heer,Schepper,laatsommigenvanhenvoorMij blijven,enlaathennaarMijnstemluisterenenallesdoen watIkhunzeg;wantalssommigenvanhennietvoorMij overblijven,zalIknietinstaatzijndemachtvanMijnwil opdemensenuitteoefenen;wantzijzijntotverderfen misleidingvoorMijnoordeel,wantgrootisde goddeloosheidvandemensen.’

9EnHijzei:'LaathettiendedeelvanhenvoorHem blijven,enlaathetnegendedeelafdalennaardeplaatsvan veroordeling.'

10EnHijgaféénvanonsdeopdrachtomNoachalle geneeswijzenteleren;wantHijwistdatzijnietoprecht zoudenwandelenennietnaarrechtvaardigheidzouden streven

11EnwijhebbengedaanovereenkomstigalZijnwoorden: alleboosaardige,kwaadaardigemensenhebbenwij gevangengezetopdeplaatsvanveroordeling,eneentiende deelhebbenwijovergelaten,opdatzijonderworpenzouden zijnaanSatanopaarde

12EnwijhebbenNoachallegeneesmiddelenvoorhun ziektenuitgelegd,evenalsdeverleidingenwaarmeezete makenhadden,enhoehijhenkongenezenmetkruiden vandeaarde

13EnNoachschreefallesopineenboek,zoalswijhem haddenopgedragen,betreffendeallesoortenmedicijnen Zowerdendebozegeestenervanweerhoudendezonen vanNoachkwaadtedoen.

14EnhijgafalleswathijgeschrevenhadaanSem,zijn oudstezoon;wanthijhadhemmeerliefdanalzijnzonen 15EnNoachsliepinbijzijnvoorvaderenenwerd begravenopdebergLubarinhetlandArarat

16Negenhonderdvijftigjaarvoltooidehijinzijnleven, negentienjubileaentweewekenenvijfjaar.[1659AM]

17Entijdenszijnlevenopaardeovertrofhijallemensen, behalveHenoch,vanwegederechtvaardigheidwaarinhij volmaaktwas.WantHenochsambtwasingesteldalseen getuigenisvoordegeslachtenvandewereld,zodathijalle dadenvangeslachttotgeslachtzouvertellen,totdedagdes oordeels.

18Eninhetdrieëndertigstejubeljaar,inheteerstejaar,in detweedeweek,namPelegeenvrouwtotzich,Lomna,de dochtervanSinaï,enzijbaardehemeenzooninhetvierde jaarvandezeweek,enhijnoemdehemReu;wanthijzei: ‘Zie,demensenzijnslechtgewordendoorhungoddeloze voornemenomvoorzichzelfeenstadeneentorente bouweninhetlandSinaï’

19WantzijverlietenhetlandAraratentrokkenoostwaarts naarSinear;wantinzijndagenbouwdenzijdestadende torenenzeiden:‘Kom,latenwijdaardooropstijgennaarde hemel.’

20Enzebegonnentebouwen,enindevierdeweek maaktenzebakstenenmetvuurDezebakstenendienden henalsstenen,endekleiwaarmeezedebakstenenaan elkaarcementeerden,wasasfaltafkomstiguitdezeeenuit dewaterbronneninhetlandSinear

21Enzijbouwdenhet:drieënveertigjaar[1645-1688AM] warenzijbezigmetdebouwervan;debreedtewas203 stenen,endehoogte(vaneensteen)waseenderdevaneen steen;dehoogtebedroeg5433ellenen2handpalmen,en (delengtevanéénmuurwas)dertienstadiën(envande anderedertigstadiën)

22EndeHEER,onzeGod,zeitotons:Zie,zijzijnéén volk,enzijbeginnendittedoen,ennuzalnietshunmeer wordenonthoudenKom,latenwijafdalenenhuntaal verwarren,zodatzijelkaarsspraaknietmeerverstaanen zijverspreidrakenoverstedenenvolken,enzijtotdedag desoordeelsgeeneensgezindheidmeerzullenhebben

23EndeHeerdaaldeneer,enwijdaaldenmethemneer omdestadendetorenteziendiedemensenhadden gebouwd

24Enhijverwardehuntaal,zodatzeelkaarnietmeer verstondenDaarophieldenzeopmethetbouwenvande stadendetoren

25DaaromwordthethelelandSinearBabelgenoemd, omdatdeHEERdaaralletalenvandemensenverwarde, envandaaruitwerdenzeverspreidoverhunsteden,ieder naarzijneigentaalenzijneigenvolk.

26EndeHEERzondeenmachtigewindtegendetorenen wierphemomveropdeaarde.Enzie,hijstondtussen AsshurenBabyloninhetlandSinear,enmennoemdehem 'Omvergeworpen'

27Indevierdeweekvanheteerstejaar[1688AM],aan hetbegindaarvan,inhetvierendertigstejubeljaar,werden zijuithetlandShinarverdreven

28EnChamenzijnzonengingennaarhetlanddathem wastoegewezen,dathijalszijndeelhadverworveninhet landinhetzuiden

29EnKanaänzaghetlandLibanontotaanderiviervan Egypte,dathetzeergoedwas,enhijgingnietnaarhetland vanzijnerfdeelinhetwesten(datwilzeggennaar)dezee, maarhijbleefinhetlandLibanonwonen,tenoostenenten

westenvandegrensvandeJordaanenvandegrensvande zee.

30EnCham,zijnvader,enKoestenMizraïm,zijnbroers, zeidentegenhem:‘Uhebtzichgevestigdineenlanddat nietvanuisendatonsnietdoorhetlotistoegewezen.Doe datniet,wantalsudatdoet,zullenuenuwzonenindat landtenondergaanenvervloektwordendooropstand Wantdooropstandhebtuzichdaargevestigd,endoor opstandzullenuwkinderentenondergaan,enuzultvoor eeuwigwordenuitgeroeid’

31VerblijfnietindewoningvanSem,wantSemenzijn zonenhaddendiewoningvolgenshunlotgekregen

32Vervloektzijtgij,envervloektzultgijzijnbovenalle zonenvanNoach,doordevloekwaarmeewijonszelf gebondenhebbendooreeneedindeaanwezigheidvande heiligerechterenindeaanwezigheidvanNoach,onze vader'

33Maarhijluisterdenietnaarhenenbleefinhetland Libanonwonen,vanHamathtotaandegrensmetEgypte, hijenzijnzonen,totopdedagvanvandaag

34EndaaromwordtdatlandKanaängenoemd

35EnJafetenzijnzonentrokkennaardezeeenvestigden zichinhetlanddathunwastoegewezenToenMadaihet landaandezeezag,bevielhethemnietHijvroegHam, AssyriëenArpacshad,debroervanzijnvrouw,omeen deelvanhetlandHijbleeftotopdedagvanvandaagin hetlandMediëwonen,vlakbijdebroervanzijnvrouw

36Enhijnoemdezijnwoonplaatsendewoonplaatsvan zijnzonenMedië,naardenaamvanhunvaderMadai

HOOFDSTUK11

1Eninhetvijfendertigstejubileum,indederdeweekvan heteerstejaar[1681AM]daarvan,namReueenvrouwtot zich,enhaarnaamwas'Ôrâ,dedochtervan'Ûr,dezoon vanKesed,enzijbaardehemeenzoon,enhijnoemdehem Sêrôh,inhetzevendejaarvandezeweekinditjubileum. [1687AM]

2EndezonenvanNoachbegonnenoorlogtegenelkaarte voeren,elkaargevangentenemenentedoden,enhetbloed vanmensenopdeaardetevergieten,enbloedteeten,en sterkesteden,murenentorenstebouwen,enindividuen (begonnen)zichzelfbovendenatieteverheffen,ende beginselenvankoninkrijkentestichten,enoorlogte voeren,volktegenvolk,natietegennatie,enstadtegen stad,enallen(begonnen)kwaadtedoen,enwapenste verwerven,enhunzonenoorlogteleren,enzijbegonnen stedenteveroverenenmannelijkeenvrouwelijkeslavente verkopen

3En'Ûr,dezoonvanKesed,bouwdedestad'Arader Chaldeeënennoemdehaarnaarzijneigennaamende naamvanzijnvader.Enzijmaaktenvoorzichzelfgegoten beeldenenaanbadeniederhetafgodsbeelddatzijvoor zichzelfhaddengemaaktEnzijbegonnengesneden beeldenenonreinenabootsingentemaken,enbozegeesten hielpenhenenverleiddenhentotovertredingenonreinheid 4EndevorstMastêmâspandezichinomditalleste bewerkstelligen,enhijzondanderegeestenuit,dieonder zijngezagstonden,omallerleikwaadenzondete bedrijven,enallerleiovertredingentebegaan,omte

verdervenentevernietigen,enombloedopdeaardete vergieten.

5DaaromnoemdehijSêrôhSerug,wantiedereendiezich totallerleizondenenovertredingenwendde.

6EnhijgroeideopenwoondeinUrderChaldeeën,vlakbij devadervandemoedervanzijnvrouw,enhijaanbad afgoden,enhijnameenvrouwtotzichinhet zesendertigstejubeljaar,indevijfdeweekvanheteerste jaardaarvan,[1744AM]enhaarnaamwasMelka,de dochtervanKaber,dedochtervandebroervanzijnvader 7EnzijbaardehemNahor,inheteerstejaarvandeze week,enhijgroeideopenwoondeinUrderChaldeeën,en zijnvaderleerdehemdeChaldeeuwsegeneeskundige beginselenomtevoorspellenentezienwatdetekenenaan dehemelwaren

8Eninhetzevenendertigstejubileum,indezesdeweek vanheteerstejaardaarvan,[1800AM]namhijeenvrouw totzich,enhaarnaamwasIjaska,dedochtervanNestag vandeChaldeeën.

9EnzijbaardehemTerahinhetzevendejaarvandeze week[1806AM]

10EndevorstMastêmâzondravenenvogelsuitomhet zaaddatinhetlandgezaaidwasteverslinden,omhetland teverwoestenendekinderendermensenvanhunarbeidte beroven.Voordatzehetzaadkondenploegen,piktende ravenhetalvandeoppervlaktevandegrond 11EndaaromnoemdehijhemTerah,omdatderavenen devogelshentotarmoedebrachtenenhunzaadverslonden.

12Endejarenwerdenonvruchtbaar,doordevogels,enzij atenalhetfruitvandebomenopHetkosttehenveel moeiteominhundagennogietsvanalhetfruitvande aardetebehouden

13Eninditnegenendertigstejubileumjaar,indetweede weekvanheteerstejaar,[1870AM]namTeracheen vrouwtotzich,enhaarnaamwasEdna,dedochtervan Abram,dedochtervandezusvanzijnvaderEninhet zevendejaarvandezeweek[1876AM]baardezijhemeen zoon,enhijnoemdehemAbram,naardenaamvande vadervanzijnmoeder;

14Wanthijwasgestorvenvoordatzijndochtereenzoon hadgekregen

15Enhetkindbegondedwalingenvandeaardete begrijpen,datallenafdwaaldennaarafgodsbeeldenennaar onreinheid,enzijnvaderleerdehemschrijven,enhijwas tweewekenoud,[1890AM]enhijscheiddezichafvan zijnvader,opdathijnietmethemafgodenzouaanbidden.

16EnhijbegontebiddentotdeScheppervanalledingen, datHijhemzoubehoedenvoordedwalingenvande mensen,endatzijndeelnietzouvervallentotdwaling, onreinheidenverdorvenheid

17Endetijdvanhetzaaienwasaangebroken,detijdom hetzaadophetlandtezaaien.Enallentrokkeneropuitom hunzaadtebeschermentegenderavenAbramgingmet henmee,enhetkindwaseenjongenvanveertienjaar

18Eneenzwermravenkwamomhetzaadteverslinden, enAbramsneldehentegemoetvoordatzeopdegrond landden,enriephentoe:‘Daalnietaf,keerterugnaarde plaatswaarjullievandaankomen,’enzekeerdenterug

19Enhijzorgdeervoordatdezwermenravendiedag zeventigkeerterugkeerden,envanalleraveninhethele

landwaarAbramwas,heefterzichgeenenkelemeer gevestigd.

20Enallendiemethemwareninhethelelandzagenhem roepen,enalleravenkeerdenterug,enzijnnaamwerd grootinhethelelandderChaldeeën.

21Enditjaarkwamenallendiewildenzaaiennaarhem toe,enhijgingmethenmeetotdezaaitijdvoorbijwasEn zijzaaidenhunlandin,endatjaarbrachtenzijgenoeg graanmeenaarhuisomteetenenverzadigdteraken 22Eninheteerstejaarvandevijfdeweek[1891AM] onderweesAbramdegenendiewerktuigenvoorossen maakten,dehoutbewerkers,enzijmaakteneenvatboven degrond,tegenoverhetframevandeploeg,omhetzaad erintedoenEnhetzaadvieldaaruitopdeploegschaaren werdindeaardeverborgen,enzijwarennietlangerbang voorderaven.

23Enopdezewijzemaaktenzij(vaten)bovendegrondop allespantenvandeploegen,enzijzaaidenenbewerktenal hetland,zoalsAbramhunhadgeboden,enzijwarenniet langerbangvoordevogels

HOOFDSTUK12

1Enhetgeschieddeindezesdeweekvanhetzevendejaar [1904AM]datAbramtegenTerach,zijnvader,zei: 'Vader!'

2Enhijzei:‘Zie,hierbenik,mijnzoon’Enhijzei: 'Welkehulpofvoordeelhebbenwijvandieafgodendieu aanbidt?'

Envoorwiebuigtuzichneer?

3Wanterisgeengeestinhen.

Wanthetzijnstommevormen,eenmisleidingvanhethart Aanbidzeniet:

4AanbiddeGodvandehemel, Wiezorgtervoordatderegenendedauwopdeaarde neerdalen?

Endoetallesopaarde, EnHijheeftallesgeschapendoorZijnwoord EnalhetlevenkomtvanvoorZijnaangezicht 5Waaromaanbiddenjulliedingendiegeengeestinzich hebben?

Wantzezijnhetwerkvan(mensen)handen Enopjullieschoudersdragenjullieze.

Enjulliekrijgengeenhulpvanhen

Maarzezijneengrotebronvanschaamtevoordegenendie zemaken.

Eneenmisleidingvanhethartvoorhendiehenaanbidden: Aanbidzeniet.'

6Zijnvaderzeitegenhem:‘Ookikweethet,mijnzoon, maarwatmoetikdoenmeteenvolkdatmijvoorzichheeft latendienen?’

7Enalsikhundewaarheidvertel,zullenzemijdoden, wanthunzielkleeftaanhenomhenteaanbiddenente eren

8'Zwijg,mijnzoon,opdatzijjenietdoden'Dezewoorden sprakhijtotzijntweebroers,enzijwerdenboosophem, waarophijzweeg.

9Eninhetveertigstejubileumjaar,indetweedeweekvan hetzevendejaardaarvan,[1925AM]namAbrameen vrouwtotzich,enhaarnaamwasSarai,dedochtervanzijn vader,enzijwerdzijnvrouw

10EnHaran,zijnbroer,naminhetderdejaarvandederde week[1928AM]eenvrouwtotzich,enzijbaardehemin hetzevendejaarvandezeweek[1932AM]eenzoon,en hijnoemdehemLot.

11EnNahor,zijnbroer,nameenvrouwtotvrouw.

12EninhetzestigstejaarvanAbramsleven,datwil zeggenindevierdeweekvanhetvierdejaar,stondAbram 'snachtsopenverbranddehethuisvandeafgoden,enhij verbranddealleswatinhethuiswas,enniemandwisthet 13Enzestonden'snachtsopenprobeerdenhungodente reddenuithetvuur

14EnHaranhaasttezichomhenteredden,maarhetvuur laaideopenhijwerdverbrandinhetvuur.HijstierfinUr derChaldeeën,voordeogenvanzijnvaderTerach,enze begroevenheminUrderChaldeeën

15EnTerachtrokweguitUrderChaldeeën,hijenzijn zonen,naarhetlandLibanonennaarhetlandKanaänHij woondeinhetlandHaran,enAbramwoondetweejaar langbijzijnvaderTerachinHaran.

16Enindezesdeweekvanhetvijfdejaardaarvan[1951 AM]bleefAbramdehelenachtwakkeropdenieuwe maanvandezevendemaandomdesterrenteobserveren, vandeavondtotdeochtend,omtezienwathetkarakter vanhetjaarzouzijnmetbetrekkingtotderegenval,enhij zatalleenteobserveren.

17Toenkwamereensteminzijnhart,enhijzei:Alle tekenenvandesterren,endetekenenvandemaanenvan dezon,zijnindehandvandeHEER.Waaromzouikze dannogonderzoeken?

18AlsHijwil,laatHijhetregenen,'smorgensen's avonds;

EnalsHijdatwenst,houdtHijhetachter Enallesisinzijnhand'

19Enhijbaddienachtenzei:

'MijnGod,deAllerhoogsteGod,UalleenbentmijnGod, EnUenUwheerschappijhebIkuitverkoren

EnUhebtalledingengeschapen.

Enalleswathetwerkvanuwhandenis

20Bevrijdmijuitdehandenvanbozegeestendie heerschappijhebbenoverdegedachtenindehartenvande mensen

EnlaathenmijnietvanUafleiden,mijnGod Enversterkmijenmijnnageslachtvooreeuwig.

'Opdatwijvanafnuentotinalleeeuwigheidniet afdwalen'

21Enhijzei:‘MoetikterugkerennaarUrderChaldeeën, diemijnaangezichtzoeken,opdatiktothenterugkeer,of moetikhierblijven?LaathetrechtepadvoorU voorspoedigzijnindehandenvanUwdienaar,opdathij hetvolbrengtenopdatiknietindebedrieglijkheidvan mijnhartwandel,omijnGod’

22Enhijhieldopmetsprekenenbidden,enzie,hetwoord vandeHEERwerddoormijtothemgezonden,zeggende: ‘Trekuituwland,uituwfamilieenuithethuisvanuw vadernaarhetlanddatIkuzalwijzen,enIkzalutoteen grootentalrijkvolkmaken 23EnIkzaluzegenen. EnIkzaluwnaamgrootmaken Engijzultgezegendwordenopaarde

EninUzullenallefamiliesderaardegezegendworden. Enikzalhenzegenendieuzegenen

Envervloekhendiejouvervloeken

24EnIkzaluwGodzijn,endievanuwzoon,endievan uwkleinzoon,endievanaluwnakomelingenWeesniet bevreesd,wantvannuafaantotinallegeslachtender aardebenIkuwGod.'

25EndeHEERGodzei:‘Openzijnmondenzijnoren, opdathijhoortenspreektmetzijnmond,indetaaldie geopenbaardis’,wantdietaalwasuitdemondenvanalle mensenweggeblevenvanafdedagvandeval(vanBabel)

26EnIkopendezijnmond,zijnorenenzijnlippen,enIk begonmethemtesprekeninhetHebreeuws,indetaalvan deschepping

27Enhijnamdeboekenvanzijnvoorvaderen,dieinhet Hebreeuwsgeschrevenwaren,enhijschreefzeover Vanafdatmomentbegonhijzetebestuderen,enikmaakte hembekendwathijnietkonbegrijpen,enhijbestudeerde zegedurendedezesregenmaanden

28Enhetgeschieddeinhetzevendejaarvandezesde week[1953AM]dathijtotzijnvadersprakenhem meedeeldedathijHaranzouverlatenomnaarhetland Kanaäntegaan,hettebekijkenendaarnanaarhemterugte keren.

29EnTerach,zijnvader,zeitegenhem:Gainvrede MogedeeeuwigeGoduwpadrechtmaken

EndeHeerzijmetuenbehoedeuvooralhetkwaad.

Enmogeugenade,barmhartigheidengunstontvangen voorhendieuzien

Enmogegeenenkelkinddermensenmachtoveruhebben omukwaadtedoen;

Gainvrede

30Enalsueenlandzietdatuwelgevalligisominte wonen,stadanopenneemmijmeenaarutoe,enneem Lot,dezoonvanHaran,uwbroer,metumeealsuweigen zoon.DeHEERzijmetu.

31EnjebroerNahor,blijfbijmijtotjeinvredeterugkeert, endangaanweallemaalsamenmetjou'

HOOFDSTUK13

1EnAbramvertrokuitHaranennamSarai,zijnvrouw,en Lot,dezoonvanzijnbroerHaran,meenaarhetland KanaänHijkwaminAssurengingverdernaarSichem, waarhijbijeenhogeeikgingwonen.

2Enhijzag,enzie,hetlandwaszeeraangenaamvanafde ingangvanHamathtotaandehogeeik

3EndeHEERzeitegenhem:‘Aanjouenaanje nakomelingenzalIkditlandgeven’

4Enhijbouwdedaareenaltaarenbrachtdaaropeen brandofferaandeHeer,dieaanhemverschenenwas

5EnhijtrokvandaarnaardebergBethelinhetwesten enAiinhetoosten,ensloegdaarzijntentop

6Enhijzag,enzie,hetlandwaszeeruitgestrekten vruchtbaar,energroeidevanallesop:wijnstokken, vijgenbomen,granaatappelbomen,eiken,steeneiken, terpentijnbomen,olijfbomen,ceders,cipressen, dadelpalmenenalleanderebomenvanhetveldEnerwas wateropdebergen.

7EnhijpreesdeHeerdiehemuitUrderChaldeeënhad geleidenhemnaarditlandhadgebracht

8Enhetgeschieddeinheteerstejaar,indezevendeweek, opdenieuwemaanvandeeerstemaand,[19:54AM]dat

hijeenaltaaropdezebergbouwdeendenaamvandeHeer aanriep:‘U,deeeuwigeGod,bentmijnGod.’

9EnhijbrachtophetaltaareenbrandofferaandeHEER, opdatHijmethemzouzijnenhemnietzouverlaten,alle dagenvanzijnleven.

10EnhijvertrokdaarvandaanengingnaarhetzuidenHij kwaminHebron,datindietijdgebouwdwasHijwoonde daartweejaarengingtoennaarhetlandinhetzuiden,naar Bealoth,waareenhongersnoodheerste

11EnAbramginginhetderdejaarvandeweeknaar Egypte,enhijverbleefdaarvijfjaar,totdatzijnvrouwvan hemwerdweggerukt

12TanaisinEgyptewerdindietijdgebouwd,zevenjaar naHebron

13Enhetgeschiedde,toendefaraoSarai,devrouwvan Abram,gevangennam,datdeHEERdefaraoenzijnhuis metzwareplagentrofvanwegeSarai,devrouwvanAbram 14EnAbramwaszeerroemrijkvanwegezijnbezittingen aanschapen,runderen,ezels,paarden,kamelen,knechten endienstmaagden,enbuitengewoonveelzilverengoud OokLot,dezoonvanzijnbroer,wasrijk

15EndefaraogafSarai,devrouwvanAbram,terugen liethemuithetlandEgyptevertrekkenHijgingterugnaar deplaatswaarhijinhetbeginzijntenthadopgeslagen, naardeplaatsvanhetaltaar,metAiinhetoostenenBethel inhetwesten,enhijpreesdeHeer,zijnGod,diehemin vredehadteruggebracht

16Enhetgeschieddeinheteenenveertigstejubeljaar,in hetderdejaarvandeeersteweek,[1963AM]dathijnaar dezeplaatsterugkeerdeendaareenbrandofferbracht,en denaamvandeHEERaanriepenzei:‘U,deallerhoogste God,bentmijnGodtotineeuwigheid’

17Eninhetvierdejaarvandezeweek[1964AM]verliet Lothem,enLotwoondeinSodom,endemannenvan Sodomwarenzeerzondig

18Enhetdeedhempijninzijnhartdatdezoonvanzijn broerhemhadverlaten,wanthijhadgeenkinderen.

19Indatjaar,toenLotgevangenwerdgenomen,zeide HeertegenAbram,nadatLotvanhemwasweggegaan,in hetvierdejaarvandezeweek:‘Slajeogenopvandeplaats waarjewoont,naarhetnoordenenhetzuiden,ennaarhet westenenhetoosten

20Alhetlanddatuziet,zalIkaanuenaanuwnageslacht vooreeuwiggevenIkzaluwnageslachttalrijkmakenals hetzandvandezee;alzoueenmenshetstofvandeaarde kunnentellen,uwnageslachtzalnietgeteldworden.

21Staop,trekdoorhetland,vandeenekantnaarde andere,enziehetgeheel;wantaanuwnageslachtzalIkhet geven'EnAbramgingnaarHebronenbleefdaarwonen

22EnindatjaarkwamenChedorlaomer,dekoningvan Elam,enAmraphel,dekoningvanSinear,enArioch,de koningvanSellasar,enTergal,dekoningdervolken,enzij dooddendekoningvanGomorra,endekoningvanSodom vluchtte,envelenvielendoorwondeninhetdalvan Siddim,bijdeZoutzee

23EnzijnamenSodom,AdamenZeboïmgevangen,en ookLot,dezoonvanAbramsbroer,enalzijnbezittingen, enzijtrokkennaarDan

24Eniemanddiewasontsnapt,kwamnaarAbramtoeen verteldehemdatdezoonvanzijnbroergevangenwas genomenDaaropbewapendeAbramzijnhuisbedienden

25voorAbramenzijnnakomelingen,eentiendevande eerstelingenvoordeHEER,endeHEERsteldehetalseen eeuwigdurendeverordeningvastdatzijhetzoudengeven aandepriestersdievoorHemgediendhadden,opdatzij hetvooraltijdzoudenbezitten.

26Aandezewetisgeentermijnverbonden,wantHijheeft dezevoorallegeslachtentotineeuwigheidvastgesteld,dat zijdeHEEReentiendedeelvanalleszoudengeven:van hetzaad,vandewijn,vandeolie,vanhetveeenvande schapen

27EnHijgafhetaanZijnpriestersomteetenente drinkeninZijnbijzijn

28ToenkwamdekoningvanSodomnaarhemtoe,boog zichvoorhemneerenzei:‘OonzeHeerAbram,geefons dezielendieuhebtgered,maardebuitmaguzelfhouden’ 29EnAbramzeitegenhem:‘Ikhefmijnhandenoptotde AllerhoogsteGod,datiknietsvanuzalnemen,vaneen draadjetoteenschoenveter,opdatunietzultzeggen:Ik hebAbramrijkgemaakt.’Behalvewatdejongemannen gegetenhebbenenhetdeelvandemannendiemetmij meegingen–Aner,EscholenMamreZijzullenhundeel krijgen.’

HOOFDSTUK14

1Nadezedingen,inhetvierdejaarvandezeweek,opde nieuwemaanvandederdemaand,kwamhetwoordvande HeertotAbramineendroom,zeggende:‘Weesniet bevreesd,Abram;Ikbenuwbeschermerenuwbeloning zalzeergrootzijn’

2Enhijzei:‘Heer,Heer,watzultUmijgeven,nuik kinderloosheenga?DezoonvanMaseq,dezoonvanmijn dienstmaagd,isDammasekEliezer;hijzalmijnerfgenaam zijn,enUhebtmijgeennageslachtgegeven.’

3Enhijzeitothem:‘Deze(man)zalnietuwerfgenaam zijn,maariemanddieuituweigenbinnenstevoortkomt; hijzaluwerfgenaamzijn.’

4EnHijleiddehemnaarbuitenenzeitegenhem:‘Kijk naardehemelenteldesterren,alsjezekunttellen’

5Enhijkeeknaardehemelenzagdesterren.EnHijzei tothem:‘Zotalrijkzaluwnageslachtzijn’

6EnhijgeloofdeindeHeer,endatwerdhemtot gerechtigheidgerekend.

7EnHijzeitothem:‘IkbendeHEER,dieuuitUrder ChaldeeënheeftgeleidomuhetlandderKanaänietente geven,zodatuhetvooraltijdinbezitkuntnemen;enIkzal uwGodzijn,endievanuwnageslacht’

8Enhijzei:‘Heer,Heer,hoezalikwetendatikhetzal erven?’

9EnHijzeitegenhem:‘NeemvoorMijeendriejarigekoe, eendriejarigegeit,eendriejarigschaap,eentortelduifen eenduif.’

10Enhijnamditallesmiddenindemaandmeeen vestigdezichbijdeeikvanMamre,dievlakbijHebronligt 11Enhijbouwdedaareenaltaarenofferdealdezedieren; enhijgoothunbloedophetaltaar,enverdeeldezeinhet middenenlegdezetegenoverelkaarneer;maardevogels verdeeldehijniet

12Enerkwamenvogelsopdestukkenneer,maarAbram joegzewegenstondniettoedatdevogelszeaanraakten.

13Enhetgeschiedde,toendezonwasondergegaan,dat Abraminextaseraakte,enzie,eengroteduisternis overvielhem,enerwerdtotAbramgezegd:‘Weetzeker datuwnakomelingenvreemdelingenzullenzijnineenland datnietvanhenis,endatmenhentotslavernijzalbrengen enhenvierhonderdjaarlangzalverdrukken

14Enookhetvolkaanwiezijinslavernijonderworpen zullenzijn,zalIkoordelen;endaarnazullenzijdaaruitmet veelbezittingenuittreden

15Engijzultinvredetotuwvoorvaderengaanenophoge leeftijdbegravenworden

16Maarindevierdegeneratiezullenzijhierheen terugkeren,wantdeongerechtigheidvandeAmorietenis nognietvol'

17Enhijontwaakteuitzijnslaap,enhijstondop,ende zonwasondergegaan;enerwaseenvlam,enzie!eenoven rookte,eneenvlamvanvuurgingtussendestukkendoor 18EnopdiedagslootdeHEEReenverbondmetAbram enzei:‘AanuwnakomelingenzalIkditlandgeven,vande riviervanEgyptetotaandegroterivier,derivierde Eufraat,deKenieten,deKenizzieten,deKadmonieten,de Perizzieten,deRefaïeten,dePhakorieten,deHivieten,de Amorieten,deKanaänieten,deGirgashietenende Jebusieten

19DedaggingvoorbijenAbramofferdedestukkenvlees, devogels,devruchtenoffersendedrankoffers,maarhet vuurverteerdeze

20EnopdiedagslotenwijeenverbondmetAbram,zoals wijindiemaandookeenverbondmetNoachhadden gesloten;enAbramvernieuwdehetfeestendeverordening voorzichzelfvooraltijd.

21Abramverheugdezichenverteldeditallesaanzijn vrouwSaraiHijgeloofdedathijkinderenzoukrijgen, maarzijbaardegeenkinderen.

22SarairaaddehaarmanAbramaanenzeitegenhem:‘Ga naarHagar,mijnEgyptischedienstmaagd;misschienzalik doorhaarnageslachtvooruverwekken.’

23AbramluisterdenaardestemvanSarai,zijnvrouw,en zeitegenhaar:‘Doe(zo)’EnSarainamHagar,haar dienstmaagd,deEgyptische,engafhaaraanAbram,haar man,totvrouw

24Enhijgingbijhaarin,enzijwerdzwangerenbaarde hemeenzoon,enhijnoemdehemIsmaël,inhetvijfdejaar vandezeweek[1965AM];enditwashetzesentachtigste jaarinhetlevenvanAbram

HOOFDSTUK15

1Eninhetvijfdejaarvandevierdeweekvanditjubileum, [1979AM]indederdemaand,middenindemaand,vierde Abramhetfeestvandeeerstelingenvandegraanoogst

2Enhijbrachtnieuweoffersophetaltaar,deeerstelingen vandeoogst,aandeHEER:eenjongekoe,eengeiteneen schaapalsbrandofferaandeHEER;hunvruchtenoffersen hundrankoffersbrachthijophetaltaarmetwierook

3EndeHEERverscheenaanAbramenzeitegenhem:‘Ik benGoddeAlmachtige;bewijsjezelfaanMijenwees volmaakt

4EnIkzaleenverbondsluitentussenMijenu,enIkzalu zeertalrijkmaken.'

5EnAbramvielopzijngezichtneer,enGodspraktothem enzei:

6Zie,mijnverordeningisbiju

Engijzultdevadervanvelevolkenzijn.

7EnuwnaamzalvoortaanAbramzijn.

Maaruwnaamzalvannuafaan,totineeuwigheid, Abrahamzijn

WantIkhebutotvadervanvelevolkengemaakt.

8EnIkzaluzeergrootmaken

EnIkzaljullietotvolkenmaken

Enuituzullenkoningenvoortkomen

9EnIkzalMijnverbondbevestigentussenMijenjou,en metjouwnageslachtnajou,totinallegeslachten,alseen eeuwigverbond,zodatIkeenGodvoorjouenvoorjouw nageslachtnajouzalzijn

10<EnIkzalaanjouenaanjenageslachthetlandgeven waarjealsvreemdelinghebtgewoond,hetlandKanaän, zodatjehetvooraltijdinbezitzulthebben;IkzalhunGod zijn.'

11EndeHEERzeitegenAbraham:‘Enwatjoubetreft, houdjeaanmijnverbond,jijenjenakomelingennajou Besnijdiedermannelijkgeslachtenbesnijdookde voorhuidDatzaleentekenzijnvaneeneeuwigverbond tussenMijenjou’

12Enopdeachtstedagmoetuhetkindbesnijden,ieder mannelijkgeslacht,zoweldegenendieinhethuisgeboren zijnalsdegenendieumetgeldvaneenvreemdelinghebt gekocht,dieuhebtverworvenendienietvanuweigen bloedis

13Hijdieinuwhuisgeborenwordt,zalzekerbesneden worden,enookzijdieumetgeldgekochthebt,zullen besnedenwordenMijnverbondzalinuwvleeszijnals eeneeuwigeverordening

14Endeonbesnedenman,dienietopdeachtstedag besnedenwordtinhetvleesvanzijnvoorhuid,diezalvan zijnvolkwordenafgesneden,wanthijheeftMijnverbond verbroken.'

15EnGodzeitegenAbraham:‘WatbetreftSarai,uw vrouw,zijzalnietlangerSaraiheten,maarSarazalhaar naamzijn.

16EnIkzalhaarzegenenenueenzoonbijhaarschenken; Ikzalhemzegenen,enhijzaleenvolkworden,en koningenvanvolkenzullenuithemvoortkomen.'

17Abrahamvielopzijngezichtneerenverheugdezich,en zeiinzijnhart:‘Zalhem,diehonderdjaaroudis,eenzoon geborenworden?ZalSara,dienegentigjaaroudis,een kindbaren?’

18AbrahamzeitegenGod:‘Och,datIsmaëltochvoorU zouleven!’

19EnGodzei:‘Ja,ookSarazalueenzoonbaren,enuzult hemIsaaknoemenIkzaleenverbondmethemsluiten, eeneeuwigverbond,enookvoorzijnnageslachtnahem.

20EnwatIsmaëlbetreft,IkhebUgehoord,enzie,Ikzal hemzegenenenhemgrootmakenenhemzeertalrijk maken,enhijzaltwaalfvorstenverwekken,enIkzalhem toteengrootvolkmaken

21MaarIkzaleenverbondsluitenmetIsaak,dieSarau zalbaren,indezedagen,inhetvolgendejaar'

22EnHijhieldopmethemtespreken,enGodgingvan Abrahamweg.

23AbrahamdeedzoalsGodhemhadgezegd,enhijnam Ismaël,zijnzoon,enallendieinzijnhuisgeborenwaren endiehijmetzijngeldhadgekocht,allemannelijkeleden vanzijnhuis,enbesneedhunvoorhuid.

24EnopdiezelfdedagwerdAbrahambesneden,enalle mannenvanzijnhuis,<enookdegenendieinhethuis geborenwaren>,enallendiehijmetgeldhadgekochtvan dekinderenvandevreemdeling,werdenmethem besneden

25Dezewetgeldtvoorallegeneraties,totineeuwigheid, enerisgeensprakevanhetoverslaanvaneendagvande achtdagen;wanthetiseeneeuwigeverordening, vastgesteldenopgeschrevenopdehemelsetafelen.

26Eniederdiegeborenwordtenwiensvoorhuidnietop deachtstedagbesnedenis,behoortniettotdekinderenvan hetverbonddatdeHEERmetAbrahamsloot,maartotde kinderenvandeverwoestingBovendieniserophemgeen enkeltekendathijvandeHEERis,maarhijis voorbestemdomvernietigdengedoodtewordenvande aarde,enomuitgeroeidteworden,wanthijheefthet verbondmetdeHEER,onzeGod,verbroken

27Wantalleengelenvandetegenwoordigheidenalle engelenvandeheiligingzijnzogeschapenvanafdedag vanhunschepping,envoordeengelenvande tegenwoordigheidendeengelenvandeheiligingheeftHij Israëlgeheiligd,opdatzijbijHemenbijZijnheilige engelenzoudenzijn

28EnbeveeldekinderenvanIsraëlenlaathenhetteken vanditverbondinachtnemen,vangeslachttotgeslacht, alseeneeuwigeverordening,enzijzullennietuithetland wordenverdreven.

29Wantditgebodisvastgesteldalseenverbond,opdat allekinderenvanIsraëlhetvooraltijdzoudennaleven

30WantIsmaëlenzijnzonenenzijnbroersenEsauheeft deHEERniettotZichlatennaderen,enHijheefthenniet uitgekozenomdatzijkinderenvanAbrahamzijn,omdat Hijhenkende,maarHijheeftIsraëluitgekozenomZijn volktezijn

31EnHijheiligdehetenverzameldehetuitallemensen; wanterzijnvelevolkenenvelenaties,enallenbehoren Hemtoe,enoverallenheeftHijgeestenaangesteldomhen vanHemafteleiden

32MaarHijheeftgeenengelofgeestoverIsraël aangesteld,wantHijalleenishunheerserHijzalhen beschermenenhenterbeschikkingstellendoormiddelvan ZijnengelenenGeesten,endoormiddelvanalZijn machten,opdatHijhenzalbeschermenenzegenen,en opdatzijvanHemzullenzijnenHijvanhen,vannuafaan totineeuwigheid

33EnnumaakikubekenddatdekinderenvanIsraëldeze verordeningnietzullennalevenenhunzonennietzullen besnijdenvolgensdezewet;wantinhetvleesvanhun besnijdeniszullenzijdezebesnijdenisvanhunzonen nalaten,enallen,zonenvanBeliar,zullenhunzonen onbesnedenlatenzoalszegeborenzijn

34EnerzalgrotetoornvandeHEERkomenoverde kinderenvanIsraël,omdatzijZijnverbondhebben verlatenenvanZijnwoordzijnafgeweken,enomdatzij Godhebbengetergdengelasterd,doordatzijde voorschriftenvandezewetnietnaleven.Wantzijhebben hunledenbehandeldalsdeheidenen,zodatzijuithetland

verdrevenenuitgeroeidzullenwordenEnerzalhungeen vergevingmeerwordenverleendvooraldezondevandeze eeuwigedwaling

HOOFDSTUK16

1Enopdenieuwemaanvandevierdemaandverschenen wijaanAbrahambijdeeikvanMamre,enwijsprakenmet hemenwijkondigdenhemaandathijeenzoonzou krijgenvanSara,zijnvrouw

2Saralachte,wantzehoordedatwijdezewoordenmet Abrahamhaddengesprokenendatwijhaarhaddenberispt Daaropwerdzebangenontkendezedatzeomdie woordenhadgelachen

3Enwijverteldenhaardenaamvanhaarzoon,zoalszijn naamisvastgelegdengeschrevenindehemelsetabletten (dwzIsaak)

4Endatzij,wanneerwijopeenvastgesteldetijdbijhaar terugkeerden,zwangerzouzijnvaneenzoon.

5EnindezemaandvoltrokdeHEERzijnoordeelover Sodom,Gomorra,Zeboïmenhethelegebiedrondde Jordaan.Hijverbranddehenmetvuurenzwavelen vernietigdehentotopdedagvanvandaag,zoalsIkual hunwerkenhebbekendgemaakt:datzijgoddeloosenzeer zondigzijn,datzijzichzelfonreinmakenenontucht plegeninhunvleesenonreinheidbedrijvenopdeaarde

6EnopdezelfdewijzezalGodoordeelvellenoverde plaatsenwaarzijhebbengehandeldnaardeonreinheidvan deinwonersvanSodom,zoalshetoordeeloverSodom

7MaarLothebbenwijgered,wantGoddachtaan Abrahamenleiddehemweguithetmiddenvandechaos.

8Enhijenzijndochtersbegingeneenzondeopaarde, zoalsersindsdedagenvanAdamtotaanzijntijdnog nooitopaardewasgeweest;wantdemanhad gemeenschapmetzijndochters

9Enzie,hetwasgebodenengegraveerdmetbetrekking totalzijnnakomelingen,opdehemelsetabletten,omhen teverwijderenenuitteroeien,enomoverheneenoordeel tevellenzoalshetoordeeloverSodom,enomopdedag vandeveroordelinggeennakomelingvandemensop aardeachtertelaten

10IndezemaandverlietAbrahamHebronengingwonen inhetgebergtevanGerar,tussenKadeshenShur.

11Enmiddenindevijfdemaandvertrokhijdaarvandaan envestigdezichbijdeBronvandeEed

12EnmiddenindezesdemaandbezochtdeHeerSaraen deedmethaarzoalsHijhadgezegd,enzijwerdzwanger

13Enzijbaardeeenzoonindederdemaand,enmiddenin demaand,ophettijdstipwaaroverdeHEERtotAbraham hadgesproken,ophetfeestvandeeerstelingenvande oogst,werdIsaakgeboren

14EnAbrahambesneedzijnzoonopdeachtstedag;hij wasdeeerstediebesnedenwerdvolgenshetverbonddat vooreeuwigisvastgesteld

15Eninhetzesdejaarvandevierdeweekkwamenwijbij Abraham,bijdeBronvandeEed,enwijverschenenaan hem[zoalswijSarahaddenbeloofddatwijnaarhaar zoudenterugkeren,enzijzoueenzoonontvangen

16Enwijkeerdenterugindezevendemaandenvonden Sarazwangervoorons.Wijzegendenhemenmaakten hemallesbekendwateroverhemwasbesloten:dathijniet

zoustervenvoordathijnogzeszonenzouverwekkenen henzouzienvoordathijstierf,maardatzijnnaamen nageslachtIsaakzoudenzijn

17Endatalhetnageslachtvanzijnzonenheidenenzouden zijnentotdeheidenengerekendzoudenworden;maaruit dezonenvanIsaakzouerééneenheilignageslachtworden, enniettotdeheidenengerekendworden 18WanthijzouhetdeelvandeAllerhoogsteworden,enal zijnnakomelingenzoudeninGodsbezitkomen,zodathet voordeHEEReenvolkzouzijn,eenbezitbovenalle volken,endatheteenkoninkrijkzouwordenmetpriesters eneenheiligenatie

19EnwijgingenheenenverteldenSaraalleswatwijhem haddengezegd,enzijbeidenverheugdenzichmetgrote vreugde

20EnhijbouwdedaareenaltaarvoordeHeer,diehem hadbevrijdendiehemvreugdegafinhetlandwaarhij verbleefEnhijvierdezevendagenlangeenfeestvan vreugdeindezemaand,vlakbijhetaltaardathijbijde BronvandeEedhadgebouwd

21Enhijbouwdetentenvoorzichzelfenvoorzijn dienarentijdensditfeest,enhijwasdeeerstediehet Loofhuttenfeestopaardevierde

22Engedurendedezezevendagenbrachthijelkedageen brandofferaandeHeerophetaltaar:tweerunderen,twee rammen,zevenschapenenéénbok,alszondoffer,omzo verzoeningtedoenvoorzichzelfenvoorzijn nakomelingen.

23Enalsdankofferbrachthijzevenrammen,zeven geitenbokjes,zevenschapenenzevenbokken,methun vruchtenoffersenhundrankoffers;enhijverbranddealhet vetdaarvanophetaltaar,eenuitverkorenoffervoorde HEER,toteenwelriekendegeur

24'sMorgensen'savondsverbranddehijgeurigestoffen: wierook,galbanum,stackte,nardus,mirre,specerijenen costum;aldezezevenofferdehij,fijngemaleneningelijke delengemengd,zuiver.

25Enhijvierdeditfeestzevendagenlang,enhij verheugdezichmetheelzijnhartenmetheelzijnziel,hij enallendieinzijnhuiswaren,enerwasgeenvreemdeling bijhem,nochiemanddieonbesnedenwas

26EnhijloofdezijnSchepper,dieheminzijngeslachthad geschapen,wantHijhadhemgeschapennaarZijn welbehagen;wantHijwistenbegreepdatuithemdeplant vangerechtigheidzouvoortkomenvooralleeeuwen,enuit hemeenheiligzaad,zodathetzouwordenzoalsHemdie alledingenhadgemaakt

27Enhijzegendeenverheugdezich,enhijnoemdedit feesthetfeestvandeHeer,eenvreugdediede AllerhoogsteGodwelgevalligis

28Enwijhebbenhemvooreeuwiggeprezen,enalzijn nakomelingennahem,inallegeslachtenvandeaarde, omdathijditfeestopdejuistetijdheeftgevierd, overeenkomstighetgetuigenisvandehemelsestenen tafelen

29Omdezeredenishetopdehemelsetafelenbetreffende IsraëlvastgelegddatzijhetLoofhuttenfeestzevendagen langmetvreugdezullenvierenindezevendemaand,op eenwijzediedeHEERwelgevalligis–eenwetdieelk jaarvooralhungeneratieszalgelden.

30Enhieraanisgeenmaximumaantaldagenverbonden; wanthetisvoorIsraëlvooreeuwigvastgestelddatzijhet moetenviereneninhuttenmoetenwonen,enkransenop hunhoofdmoetendragen,entakkenmetbladerenen wilgentakkenuitdebeekmoetennemen.

31Abrahamnamtakkenvanpalmbomenenvruchtenvan mooiebomen,engingelkedagzevenkeerperdag's morgensrondhetaltaarmetdetakken,enpreesendankte zijnGodvoorallesmetvreugde

HOOFDSTUK17

1EninheteerstejaarvandevijfdeweekwerdIsaak gespeendinditjubeljaar,[1982AM]enAbrahamrichtte eengrootfeestmaalaanindederdemaand,opdedagdat zijnzoonIsaakgespeendwerd.

2EnIsmaël,dezoonvanHagar,deEgyptische,stondvoor Abraham,zijnvader,inzijnplaats,enAbrahamverheugde zichenpreesGodomdathijzijnzonenhadgezienenniet kinderlooswasgestorven

3EnhijherinnerdezichdewoordendieHijtothem gesprokenhadopdedagwaaropLotvanHemwas weggegaan,enhijverheugdezichomdatdeHEERhem nageslachtopaardehadgegevenomdeaardetebeërven, enhijzegendemetheelzijnmonddeScheppervanalle dingen

4SarazagIsmaëlspelenendansen,enAbrahamzich verheugen.ZewerdjaloersopIsmaëlenzeitegen Abraham:'Verjaagdezeslavinenhaarzoon,wantdezoon vandezeslavinzalgeenerfgenaamzijnmetmijnzoon Isaak.'

5EnhetwasAbrahameengroteschande,vanwegezijn dienstmaagdenvanwegezijnzoon,dathijhenvanzich wegstuurde.

6EnGodzeitegenAbraham:‘Laathetunietzwaarvallen vanwegehetkindenvanwegedeslavin;luisternaaralles watSarategenugezegdheeftendoeernaar,wantinIsaak zaluwnaamenuwnageslachtgenoemdworden’ 7Maarwatdezoonvandezeslavinbetreft,diezalIktot eengrootvolkmaken,omdathijvanuwgeslachtis.'

8Abrahamstond'smorgensvroegop,nambroodeneen fleswater,legdedieopdeschoudersvanHagarenhetkind, enstuurdehaarweg.

9EnzijvertrokenzwierfrondindewoestijnvanBeerseba, enhetwaterindeflesraakteop,enhetkindkreegdorsten konnietverder,envielneer.

10Zijnmoedernamhemenlegdehemondereen olijfboomneer.Zegingtegenoverhemzitten,opeen boogschotafstand,wantzezei:‘Laatikdedoodvanmijn kindnietzien,’enterwijlzedaarzat,huildeze

11EneenengelvanGod,eenvandeheiligen,zeitegen haar:‘Waaromweenje,Hagar?Staop,neemhetkinden houdhetinjehand,wantGodheeftjestemgehoordenhet kindgezien’

12EnzeopendehaarogenenzageenwaterputZeging ernaartoe,vuldehaarflesmetwaterengafhaarkindte drinken.Daarnastondzeopengingnaardewoestijnvan Paran

13Enhetkindgroeideopenwerdeenboogschutter,en Godwasmethem,enzijnmoedernamvoorhemeen vrouwuitdedochtersvanEgypte

14Enzijbaardehemeenzoon,enhijnoemdehem Nebaioth;wantzijzei:‘DeHEERwasmijnabijtoenik Hemaanriep’

15Enhetgeschieddeindezevendeweekvanheteerste jaardaarvan,[2003AM]indeeerstemaandvandit jubeljaar,opdetwaalfdevandezemaand,daterstemmen indehemelklonkenoverAbraham,dathijtrouwwas gebleveninalleswatHijhemhadgezegd,dathijdeHEER liefhadendathijinelkeverdrukkingtrouwwasgebleven 16ToenkwamdevorstMastêmânaarGodtoeenzei:‘Zie, AbrahamheeftIsaak,zijnzoon,liefenhijheeftbovenal behageninhemBeveelhemhemalsbrandofferophet altaartebrengen,enUzultzienofhijditbevelopvolgten UzultwetenofhijtrouwisinalleswaarinUhembeproeft’ 17EndeHEERwistdatAbrahamtrouwwasinalzijn beproevingen;wantHijhadhembeproefdinzijnlanden methongersnood,enHijhadhembeproefdmetderijkdom vankoningen,enHijhadhemopnieuwbeproefddoorzijn vrouw,toenzijvanhemwerdgescheiden,endoorde besnijdenis;enHijhadhembeproefddoorIsmaëlenHagar, zijndienstmaagd,toenHijhenwegstuurde

18EninalleswaarinHijhembeproefde,bleekhijtrouwte zijn,enzijnzielwerdnietongeduldig,enhijaarzeldeniet omtehandelen;wanthijwastrouweneenliefhebbervan deHeer.

HOOFDSTUK18

1EnGodzeitothem:‘Abraham,Abraham’,enhij antwoordde:‘Zie,hierbenik’

2Enhijzei:'Neemjegeliefdezoon,Isaak,enganaarhet hoogland,enofferhemopeenvandebergendieikjezal aanwijzen'

3Enhijstondvroegindeochtendop,zadeldezijnezel, namzijntweejongemannenenzijnzoonIsaakmee,hakte hethoutvoorhetbrandofferengingopdederdedagnaar deplaats.Hijzagdeplaatsalvanverre.

4Hijkwambijeenwaterputenzeitegenzijnknechten: ‘Blijfhierbijdeezel,enikendejongenzullendaarheen gaan.AlsweGodaanbedenhebben,zullenweweerbij jullieterugkomen’

5Enhijnamhethoutvoorhetbrandofferenlegdehetop Isaak,zijnzoon.Hijnamhetvuurenhetmesinzijnhand, enzijgingensamennaardieplaats

6Isaakzeitegenzijnvader:‘Vader!’Zijnvader antwoordde:‘Hierbenik,mijnzoon.’Zijnvaderzeitegen hem:‘Zie,daarishetvuur,hetmesenhethout,maarwaar ishetschaapvoorhetbrandoffer,vader?’

7Enhijzei:‘GodzalvoorZichzelfeenschaapvoorhet brandofferverschaffen,mijnzoon’Enhijnaderdede plaatsvandebergvanGod

8Enhijbouwdeeenaltaar,enhijlegdehethoutophet altaar,enhijbondIsaak,zijnzoon,vastenlegdehemop hethoutdatophetaltaarlag,enhijstrektezijnhanduitom hetmestenemenenIsaak,zijnzoon,tedoden

9EnikstondvoorhemenvoorvorstMastêmâ,endeHeer zei:‘Beveelhemdejongennietaanterakenenhemniets aantedoen,wantIkhebbewezendathijdeHeervreest’

10Enikriephemvanuitdehemelenzeitegenhem: ‘Abraham,Abraham!’Enhijwerddoodsbangenzei:‘Zie, hierbenik’

11Enikzeitegenhem:‘Leggeenhandopdejongenen doehemnietsaan,wantnuhebikbewezendatjedeHEER vreestenjejezoon,jeeerstgeborenzoon,nietaanmijhebt onthouden.’

12EndevorstMastêmâwerdteschandegemaakt;en Abrahamsloegzijnogenopenkeek,enzie,eenramwas bijzijnhoornsgegrepenEnAbrahamgingennamderam enofferdehemalsbrandofferindeplaatsvanzijnzoon.

13Abrahamnoemdedieplaats‘DeHEERheeftgezien’, zodatergezegdwordt:‘OpdebergheeftdeHEERgezien’, datisdebergSion

14EndeHEERriepAbrahamvoordetweedekeerbijzijn naamvanuitdehemel,enlietonsverschijnenominde naamvandeHEERtothemtespreken

15Enhijzei:‘BijMijzelfhebIkgezworen,zegtdeHEER, omdatuditgedaanhebtenuwgeliefdezoonnietaanMij hebtonthouden,datIkurijkelijkzalzegenenenuw nageslachttalrijkzalmaken,alsdesterrenaandehemelen alshetzandaandezee.Uwnageslachtzaldestedenvan zijnvijandenerven’

16Eninuwnageslachtzullenallevolkenderaarde gezegendworden,omdatunaarMijnstemhebtgeluisterd enIkaanallenheblatenziendatuMijtrouwbentinalles watIkugezegdheb:Gaheeninvrede'

17EnAbrahamgingnaarzijnjongemannen,enzij stondenopengingensamennaarBeerseba,enAbraham [2010AM]woondebijdeBronvandeEed

18Enhijvierdeditfeestelkjaarzevendagenlangmet vreugde,enhijnoemdehethetfeestvandeHeer,naarde zevendagenwaarinhijheengingeninvredeterugkeerde 19Enovereenkomstigishetbepaaldenopdehemelse tafelengeschrevenmetbetrekkingtotIsraëlenzijn nakomelingen,datzijditfeestzevendagenlangmet feestvreugdemoetenvieren.

HOOFDSTUK19

1Eninheteerstejaarvandeeersteweekvanhet tweeënveertigstejubeljaarkeerdeAbrahamterugen vestigdezichtegenoverHebron,datwilzeggenKirjatArba, gedurendetweewekenvanjaren

2Eninheteerstejaarvandederdeweekvanditjubeljaar warendedagenvanSara'slevenvoorbij,enzijstierfin Hebron

3Abrahamgingomoverhaarterouwenenhaarte begraven,enwijsteldenhemopdeproefomtezienofhij geduldigwasennietverontwaardigdinzijnwoorden;en hijbleekgeduldigtezijnenraaktenietvanstreek.

4WanthijhadgrotegeduldmetdekinderenvanHeth,met debedoelingdatzijhemeenplaatszoudengevenomzijn dodentebegraven

5EndeHEERschonkhemgenadeinhetbijzijnvanallen diehemzagen,enhijsmeektedezonenvanHeth vriendelijkomgenade,enzijgavenhemhetlandvande dubbelegrottegenoverMamre,datisHebron,voor vierhonderdzilverstukken

6Enzijsmeektenhemenzeiden:Wijzullenhetugratis geven!Maarhijwildehetnietgratisvanhenaannemen, wanthijgafdeprijsvoordeplaats,hetvolledigebedrag, enhijboogtweemaalvoorhenneer.Daarnabegroefhij zijndodenindedubbelegrot

7EndetotalelevensduurvanSarabedroeg honderdzevenentwintigjaar,datwilzeggentweejubeljaren, vierwekenenéénjaar;ditzijndedagenvandejarenvan Sara'sleven.

8DitwasdetiendebeproevingwaarmeeAbrahamwerd beproefd,enhijwerdgetrouwengeduldigbevonden 9Enhijsprakgeenwoordoverhetgeruchtdatinhetland rondging,namelijkdatGodhadgezegddatHijhetaan hemenzijnnakomelingenzougeven,endathijdaareen plaatshadgevraagdomzijndodentebegraven;wanthij wasbetrouwbaarbevondenenstondopdehemelse tablettenvermeldalseenvriendvanGod 10Eninhetvierdejaardaarvannamhijeenvrouwvoor zijnzoonIsaak,enhaarnaamwasRebekka[2020AM][de dochtervanBethuel,dezoonvanNahor,debroervan Abraham],dezustervanLabanendochtervanBethuel;en BethuelwasdezoonvanMelca,diedevrouwwasvan Nahor,debroervanAbraham

11Abrahamnameenderdevrouwtotzich,Ketura,uitde dochtersvanzijnhuisbedienden,wantHagarwasvóórSara gestorvenZijbaardehemzeszonen:Zimram,Jokshan, Medan,Midian,IshbakenShua,intweewekenvaneen jaar

12Enindezesdeweekvanhettweedejaarbaarde RebekkaaanIsaaktweezonen,JakobenEsau.

13En[2046AM]Jakobwaseenzachtaardigeenoprechte man,enEsauwaswoest,eenmanvanhetveld,enbehaard, enJakobwoondeintenten.

14Dejongensgroeidenop,enJakobleerdeschrijven; maarEsauleerdehetniet,wanthijwaseenmanvanhet veldeneenjager,enhijleerdeoorlogvoeren,enalzijn dadenwarenwreed

15AbrahamhadJakoblief,maarIsaakhadEsaulief

16AbrahamzagdedadenvanEsauenwistdatzijnnaam ennageslachtinJakobzoudenvoortkomenDaaromriep hijRebekkabijzichengafhembevelenbetreffendeJakob, wanthijwistdatzijJakobveelmeerliefhaddanEsau.

17Enhijzeitothaar:Mijndochter,waakovermijnzoon Jakob,wanthijzalmijnplaatsopaardeinnemen,toteen zegentemiddenvandemensen,toteenglorievanhethele nageslachtvanSem

18WantikweetdatdeHEERhemzaluitkiezenalseen volkdatZichzelftoebehoort,bovenallevolkendieopde aardezijn

19Enzie,mijnzoonIsaakheeftEsaumeerliefdanJakob, maarikziedatjijJakoboprechtliefhebt.

20Weeshemnogbeterdanooit,enlaatuwogenvolliefde ophemgerichtzijn;wanthijzalonstoteenzegenzijnop aarde,vannuafaantotinallegeslachtenderaarde

21Weessterkinjehandenenjubelinjehartoverjezoon Jakob,wantikhebhemliefgehadbovenalmijnandere zonen.Hijzalvooreeuwiggezegendzijnenzijn nageslachtzaldeheleaardevullen

22Alsiemandhetzandderaardekantellen,dankanmen ookzijnnakomelingentellen

23EnallezegeningenwaarmeedeHEERmijenmijn nageslachtheeftgezegend,zullenJakobenzijnnageslacht vooraltijdtoebehoren

24Eninzijnnageslachtzalmijnnaamgezegendworden, endenaamvanmijnvoorvaders:Sem,Noab,Henoch, Mahalalel,Enos,SethenAdam

25Dezezullendienenalsfundamentvoordehemel,als versterkingvoordeaardeenalsvernieuwingvooralle hemellichamenaanhetfirmament

26EnhijriepJakobbijzich,inhetbijzijnvanRebekka, zijnmoeder,enkustehem,zegendehemenzei:

27'Jakob,mijngeliefdezoon,diemijnzielliefheeft,moge Goduzegenenvanuitdehemel,enmogeHijualle zegeningengevenwaarmeeHijAdam,Henoch,Noachen Semgezegendheeft;enmogeHijalhetgeenHijmij gezegdheeft,enalhetgeenHijmijbeloofdheeft,aanuen uwnageslachtdoenhechtentotineeuwigheid,totdedagen vandehemelbovendeaarde

28EndegeestenvanMastêmâzullennietoveruofover uwnageslachtheersenomuvandeHeeraftekeren,die uwGodis,vannuafaantotineeuwigheid

29MogedeHEERGodeenvaderzijnvoorjouenvoorjou, deeerstgeborenzoon,envoorhetvolk,altijd

30Gainvrede,mijnzoon'Enzegingenbeidensamen wegvanAbraham.

31EnRebekkahieldvanJakobmetheelhaarhartenmet heelhaarziel,veelmeerdanvanEsau;maarIsaakhield veelmeervanEsaudanvanJakob.

HOOFDSTUK20

1Eninhettweeënveertigstejubeljaar,inheteerstejaarvan dezevendeweek,riepAbrahamIsmaël[2052(2045?)AM] enzijntwaalfzonen,enIsaakenzijntweezonen,endezes zonenvanKetura,enhunzonen

2EnhijgeboodhundatzijdewegvandeHEERzouden volgen;datzijrechtvaardigheidzoudenbetrachten,elkaar zoudenliefhebbenenzichopdezewijzezoudengedragen onderallemensen;datiederzometbetrekkingtothenzou wandelendathijrechtengerechtigheidopaardezou uitoefenen

3Datzijhunzonenzoudenbesnijden,overeenkomstighet verbonddatHijmethenhadgesloten,endatzijniet zoudenafwijkennaarrechtsofnaarlinksvanallewegen diedeHeeronshadgeboden;endatwijonszouden onthoudenvanalleontuchtenonreinheid,[enalleontucht enonreinheiduitonsmiddenzoudenverwerpen]

4Enalseenvrouwofmeisjeonderuoverspelpleegt, verbrandhaardanmetvuur,enlaathengeenoverspelmet haarplegen,nochmethunogen,nochmethunhart;enlaat hengeenvrouwennemenuitdedochtersvanKanaän,want hetnageslachtvanKanaänzaluithetlandworden uitgeroeid

5Enhijverteldehunoverhetoordeeloverdereuzenen hetoordeeloverdeinwonersvanSodom,hoezij geoordeeldwarenvanwegehungoddeloosheiden gestorvenwarenvanwegehunontucht,onreinheiden onderlingeverdorvenheiddoorontucht.

6'Enbewaaruzelfvooralleontuchtenonreinheid,envoor allebesmettingdoorzonde,opdatuonzenaamniettoteen vloekmaakt,enuwheleleventoteenspot,enaluwzonen nietdoorhetzwaardvernietigdworden,enunietvervloekt wordtzoalsSodom,enheeluwnageslachtzoalsdezonen vanGomorra

7Iksmeekjullie,mijnzonen,hebdeGodvandehemel liefenhoudjeaanalZijngeboden.Enwandelnietachter hunafgodenenachterhunonreinhedenaan

8Maakgeengegotenofgesnedengodenvooruzelf,want zijzijnijdelheidenerisgeengeestinhen.Zijzijnimmers hetwerkvanmensenhanden,enwieophenvertrouwt, vertrouwtopniets.

9Dienhennietenaanbidhenniet,maardiende allerhoogsteGodenaanbidHemvoortdurendVerwacht altijdZijnaangezichtenwerkoprechtenrechtvaardigvoor Hem,opdatHijbehageninuzalvindenenuZijn barmhartigheidzalschenkenEnHijzalregenopuzenden, 'smorgensen'savonds,enaluwwerkenzegenendieuop aardehebtverricht,enuwbroodenuwwaterzegenen,en devruchtvanuwschootendevruchtvanuwland,ende kuddenvanuwrunderenendeschapen.

10Julliezullentoteenzegenzijnopaarde,enallevolken vandeaardezullennaarjullieverlangenenjulliezonen zegeneninmijnnaam,opdatzijgezegendmogenworden zoalsik

11EnhijgafgeschenkenaanIsmaëlenzijnzonen,enaan dezonenvanKetura,enstuurdehenwegvanzijnzoon Isaak,enhijgafallesaanzijnzoonIsaak 12EnIsmaëlenzijnzonen,endezonenvanKeturaenhun zonen,trokkensamenwegenvestigdenzichinhetgebied vanParantotaandeingangvanBabylon,inhetheleland datinoostelijkerichtingaandewoestijngrenst

13Enzijvermengdenzichmetelkaar,enhunnaamwerd ArabierenenIsmaëlieten

HOOFDSTUK21

1Eninhetzesdejaarvandezevendeweekvandit jubeljaarriepAbrahamzijnzoonIsaakbijzichen[2057 (2050?)AM]gafhemhetbevel:‘Ikbenoudgewordenen weetnietwanneermijndoodzalplaatsvinden,enikben volvanmijndagen.

2Enzie,ikbenhonderdvijfenzeventigjaaroud,enalde dagenvanmijnlevenhebikdeHEERingedachten gehoudenenmetheelmijnharternaargestreefdZijnwilte doenenoprechttewandeleninalZijnwegen

3Mijnzielheeftafgodengehaat,enikhebhendiehen diendenveracht,enikhebmijnhartengeestgegevenom dewiltedoenvanHemdiemijgeschapenheeft

4WantHijisdelevendeGod,enHijisheiligengetrouw, enHijisbovenallesrechtvaardig,enbijHemisergeen aanziendespersoonsengeenaanvaardingvangaven;want Godisrechtvaardigenvoltrekthetoordeeloverallendie ZijngebodenovertredenenZijnverbondverachten.

5Engij,mijnzoon,zultZijngeboden,Zijnvoorschriften enZijnoordeleninachtnemen,enzultnietachterde gruwelen,degesnedenbeeldenendegegotenbeelden aanlopen

6Eneetingeenenkelopzichtbloedvandierenofvee, nochvanvogelsdieindeluchtvliegen.

7Enalsueenofferdierslachtalseenaanvaardbaar vredesoffer,slachthetdanengiethetbloedervanuitop hetaltaarBrengookalhetvetvanhetofferdierophet altaar,samenmethetfijnemeel,enhetvleesoffer vermengdmetolie,samenmethetdrankoffer–brengdit allestezamenophetbrandofferaltaarHetiseen aangenamegeurvoordeHeer

8Engijzulthetvetvanhetdankofferofferenophetvuur datophetaltaarbrandt,enhetvetdatopdebuikzit,enal

hetvetopdeingewandenendetweenieren,enalhetvet datdaaropzit,envandelendenenendeleverzultgij verwijderen,samenmetdenieren

9EnofferditallestoteenaangenamegeurvoordeHeer, methetbijbehorendegraanofferenhetbijbehorende drankoffer,toteenaangenamegeur,hetbroodvanhetoffer aandeHeer

10Eethetvleeservanopdiedagenopdevolgendedag, enlaatdezonopdetweededagernietopondergaan voordathetgegetenis,enlaatnietsovervoordederdedag; wanthetisnietaanvaardbaar[wanthetisnietgoedgekeurd] enmagnietlangergegetenworden,enallendieervaneten, zullenzondeoverzichzelfbrengen;wantzohebikhet geschrevengevondenindeboekenvanmijnvoorvaderen, enindewoordenvanHenoch,enindewoordenvan Noach.

11Enopaluwoffergavenmoetuzoutstrooien,enhet zoutvanhetverbondmagnietontbrekeninaluw offergavenvoordeHEER.

12Enwatbetrefthethoutvoordeoffers,pasopdatje naastdezesoortenhoutgeenanderhoutvoorhetaltaar meebrengt:cipres,laurier,amandel,spar,den,ceder,savin, vijg,olijf,mirre,laurier,aspalathus

13Legophetaltaaronderhetofferhouthoutdatopzijn uiterlijkisbeproefd,enlegdaargeengespletenofdonker houtop,maarhardenschoon,zondergebreken,gezonden nieuwgegroeidhout;enlegdaargeenoudhoutop,want degeurervanisverdwenen,wanthetheeftnietmeerde geurvanvroeger

14Behalvedezesoortenhoutmagjegeenandereophet altaarplaatsen,wantdegeurverspreidtzichendereuk stijgtnietoptotdehemel

15Houdjeaanditgebodendoehet,mijnzoon,opdatje oprechtzultzijninaljedaden.

16Weesteallentijdereinvanlichaamenwasuzelfmet watervoordatuhetaltaarnadertomeenoffertebrengen Wasookuwhandenenvoetenvoordatuhetaltaarnadert. Wasnahetofferenuwhandenenvoetenopnieuw

17Enlaatergeenbloedopuofopuwklerenverschijnen; weesopuwhoede,mijnzoon,voorbloed,weesuiterst waakzaam;bedekhetmetstof

18Eneetgeenbloed,wantdatisdeziel;eethelemaalgeen bloed.

19Enneemgeenoffergavenaanvoorhetbloedvaneen mens,opdathetnietongestraftenzonderoordeelvergoten wordt;wanthetishetvergotenbloeddatdeaardetot zondebrengt,endeaardekannietvanhetbloedvaneen mensgereinigdwordendandoorhetbloedvanhemdiehet vergotenheeft

20Enneemgeengeschenkofoffergaveaanvoorhetbloed vaneenmens;bloedvoorbloed,opdatuaanvaardzult wordenvoordeHEER,deAllerhoogsteGod,wantHijis debeschermervandegoeden,enopdatubewaardzult blijvenvoorallekwaad,enopdatHijuzalreddenvanelke vormvandood

21Ikzie,mijnzoon,datallewerkenvandekinderender mensenzondeengoddeloosheidzijn,enalhundaden onreinheideneengruweleneenverontreiniging,endater geenrechtvaardigheidbijhenis

22Weesopjehoede,opdatjenietinhunwegenwandelt enhunpadenbetreedt,eneenzondebegaatdietotdedood

leidtvoordeAllerhoogsteGodAnderszalHijZijn aangezichtvoorjeverbergenenjeteruggevenindehanden vanjeovertreding,enjeuitroeienuithetland,enje nageslachteveneensvanonderdehemel,enjenaamenje nageslachtzullenvandeheleaardeverdwijnen.

23Keeruafvanalhundadenenalhunonreinheid,en houduaandevoorschriftenvandeAllerhoogsteGod,en doeZijnwilenweesoprechtinalles.

24EnHijzaluzegeneninaluwdaden,enHijzaluitueen plantvangerechtigheiddoenopstaanoverdeheleaarde,in allegeslachtenderaarde,enmijnnaamenuwnaamzullen onderdehemelvooreeuwignietvergetenworden 25Gaheen,mijnzoon,invrede.MogedeAllerhoogste God,mijnGodenjouwGod,jesterkenomZijnwilte doen,enmogeHijaljenakomelingenenderestvanje nageslachttotinallegeneratieseneeuwigheidzegenenmet allerechtvaardigezegeningen,opdatjijeenzegenzultzijn voordeheleaarde'

26Enhijgingvolvreugdebijhemweg.

HOOFDSTUK22

1Enhetgeschieddeindeeersteweekvanhet vierenveertigstejubeljaar,inhettweedejaar,datwil zeggenhetjaarwaarinAbrahamstierf,datIsaakenIsmaël vandeBronvandeEedkwamenomhetWekenfeest–dat wilzeggenhetfeestvandeeerstelingenvandeoogst–te vierenbijAbraham,hunvader,enAbrahamverheugde zichomdatzijntweezonengekomenwaren

2IsaakhadveelbezittingeninBeerseba,enhetwasIsaak dieervaakheengingomzijnbezittingentebekijkenen daarnanaarzijnvaderterugkeerde

3IndiedagenkwamIsmaëlzijnvaderbezoeken,enzij kwamensamen.Isaakbrachteenbrandofferenlegdedat neerophetaltaarvanzijnvader,dathijinHebronhad latenmaken

4Enhijbrachteendankofferenrichtteeenfeestmaalaan voorIsmaël,zijnbroerEnRebekkabaktenieuwekoeken vanhetnieuwegraanengafdieaanJakob,haarzoon,om zenaarAbraham,zijnvader,tebrengen.Hetwarende eerstelingenvanhetland,zodathijervankonetenende Scheppervanalledingenkonzegenenvoordathijstierf

5EnIsaakzondook,doordehandvanJakob,een welgemeenddankoffernaarAbraham,zodathijkoneten endrinken

6Enhijatendronk,enloofdedeAllerhoogsteGod,Diede hemelendeaardegeschapenheeft,Dieallelevende wezensvandeaardegemaaktheeftenzeaandemensen gegevenheeft,opdatzijzoudenetenendrinkenenhun Schepperzoudenloofden

7'EnnudankikU,mijnGod,omdatUmijdezedaghebt latenzien:zie,ikbenhonderdachtenvijftigjaaroud,een oudeman,volvandagen,enalmijndagenzijnvoormij vredegeweest

8Hetzwaardvandetegenstanderheeftmijniet overwonneninalleswatUmijenmijnkinderenhebt gegeven,alledagenvanmijnleventotopdezedag.

9MijnGod,mogeUwbarmhartigheidenUwvrederusten opUwdienaarenophetnageslachtvanzijnzonen,opdat zijvoorUeenuitverkorenvolkeneenerfdeelmogenzijn

uitallevolkenderaarde,vannuafaantotinalledagender geslachtenderaarde,totinalleeeuwen.

10EnhijriepJakobenzei:‘MijnzoonJakob,mogede Godvanallenuzegenenenukrachtgevenom rechtvaardigtehandelenenZijnwilvoorHemtedoen.En mogeHijuenuwnakomelingenuitverkoren,zodatueen volkzultwordendatHemtoekomt,overeenkomstigZijn wil,altijd.

11Enkomdichterbij,mijnzoonJakob,enkusmij’Enhij kwamdichterbijenkustehem,enhijzei:‘Gezegendzij mijnzoonJakob,enallekinderenvanGoddeAllerhoogste, totinalleeeuwenMogeGodueennageslachtvan gerechtigheidgeven,enmogeHijsommigenvanuw kinderenheiligentemiddenvandeheleaardeMogen volkenudienen,enmogenallevolkenzichbuigenvoor uwnageslacht.

12Weessterkindeaanwezigheidvandemensenenoefen gezaguitoveralhetnageslachtvanSethDanzullenjouw wegenendewegenvanjezonengerechtvaardigdzijn, zodatzijeenheiligvolkzullenworden

13MogedeAllerhoogsteGoduallezegeningengeven waarmeeHijmijgezegendheeft,enwaarmeeHijNoachen Adamgezegendheeft;mogendierustenophetheilige hoofdvanuwnageslacht,vangeslachttotgeslacht,totin eeuwigheid.

14EnmogeHijureinigenvanalleongerechtigheiden onreinheid,zodatuvergevenwordtvooraluw overtredingendieuonwetendhebtbegaan.EnmogeHiju sterkenenzegenenEnmogeudeheleaardebeërven

15EnmogeHijZijnverbondmetuvernieuwen,opdatu voorHemeenvolkzultzijn,totZijnerfdeel,totinalle eeuwen,enopdatHijvooruenuwnageslachteenGodzal zijninwaarheidengerechtigheid,totinalledagenvande aarde.

16Enjij,mijnzoonJakob,denkaanmijnwoordenen houdjeaandegebodenvanAbraham,jevader:scheidjeaf vandevolkeneneetnietmethen.Doenietzoalszijdoen enganietmethenom,wanthunwerkenzijnonrein,alhun wegenzijneenverontreiniging,eengruweleneen onreinheid.

17Zijbrengenoffersaandedoden,enzijaanbiddenboze geesten,enzijetenbovendegraven,enalhunwerkenzijn ijdelheidenniets.

18Zehebbengeenhartomtebegrijpen,enhunogenzien nietwathunwerkenzijn,enhoezezichvergissendoor tegeneenstukhouttezeggen:'UbentmijnGod,'entegen eensteen:'UbentmijnHeerenUbentmijnbevrijder'[En zehebbengeenhart.]

19Enwatjoubetreft,mijnzoonJakob,mogede AllerhoogsteGodjebijstaan,endeGodvandehemelje zegenen,enjebevrijdenvanhunonreinheidenvanalhun dwaling.

20Pasop,mijnzoonJakob,datjegeenvrouwneemtuit hetgeslachtvandedochtersvanKanaän;wantalzijn nakomelingenzullenuitdeaardewordengerukt

21WantdoordeovertredingvanChamisKanaän afgedwaald,enalzijnnakomelingenzullenvandeaarde wordenweggevaagd,enalwatdaarvanoveris,enniemand dieuithemvoortkomt,zalopdedagdesoordeelsworden gered.

22Enwatbetreftalleafgodendienaarsendegoddelozen

(a)Erzalvoorhengeenhoopzijninhetlandderlevenden; (b)Enerzalopaardegeenherinneringaanhenzijn; (c)Wantzijzullenafdaleninhetdodenrijk

(d)Enzijzullennaardeplaatsvanveroordelinggaan, ZoalsdekinderenvanSodomvandeaardewerden weggevoerd,zozullenookallendieafgodenaanbidden, wordenweggevoerd

23Weesnietbevreesd,mijnzoonJakob,enweesniet ontmoedigd,zoonvanAbraham:MogedeAllerhoogste Godubehoedenvoordeondergang,enuverlossenvanalle dwalingen

24DithuishebIkvoorMijzelfgebouwd,opdatIkMijn naameropzouvestigenopaarde:[hetisaanjouenaanje nageslachtgegevenvooreeuwig],enhetzalhethuisvan Abrahamgenoemdworden;hetisaanjouenaanje nageslachtgegevenvooreeuwig,wantjijzultMijnhuis bouwenenMijnnaamvoorGodvooreeuwigvestigen; jouwnageslachtenjouwnaamzullenstandhoudeninalle geslachtenvandeaarde.'

25Enhijhieldophembevelentegevenenhemtezegenen

26Endetweelagensamenopéénbed,enJakobsliepinde schootvanAbraham,zijngrootvader,enhijkustehem zevenmaal,enzijnliefdeenzijnhartverheugdenzichover hem

27Enhijzegendehemvanharteenzei:‘DeAllerhoogste God,deGodvanallenenScheppervanallen,diemijuit UrderChaldeeënheeftgeleid,opdatHijmijditlandzou gevenomhetvooreeuwigtebezittenenopdatikeenheilig nageslachtzoustichten–gezegendzijdeAllerhoogste vooreeuwig’

28EnhijzegendeJakobenzei:‘Mijnzoon,overwieik mijmetheelmijnhartenmijnliefdeverheug,mogeuw genadeenuwbarmhartigheidaltijdophemenzijn nageslachtrusten.

29Enverlaathemniet,enachthemnietverachtvannuaf aantotinalleeeuwigheidEnmogeUwogengeopendzijn overhemenoverzijnnageslacht,opdatUhemzult beschermen,hemzultzegenenenhemzultheiligenalseen volktotUwerfdeel

30EnzegenhemmetalUwzegeningenvannuafaantot inalledagendereeuwigheid,envernieuwUwverbonden UwgenademethemenmetzijnnageslachtnaarUw welbehagen,totinallegeslachtenderaarde.'

HOOFDSTUK23

1EnhijlegdetweevingersvanJakobopzijnogen,enhij zegendedeGoddergoden,enhijbedektezijngezicht, strektezijnvoetenuitensliepdeslaapdereeuwigheid,en werdtotzijnvoorvaderenvergaderd

2EnondanksditalleslagJakobinzijnschootenwisthij nietdatAbraham,zijnvadersvader,gestorvenwas.

3EnJakobontwaakteuitzijnslaap,enzie,Abrahamwas ijskoudHijriep:‘Vader,vader!’Maarerwasniemanddie sprak,enhijwistdathijdoodwas

4EnhijstondopuitzijnschootenrendenaarRebekka, zijnmoeder,omhethaartevertellen.Rebekkaging's nachtsnaarIsaakenverteldehethemJakobgingsamen methenopweg,enhijhadeenlampinzijnhandToenze naarbinnengingen,vondenzeAbrahamdoodliggen.

5Isaakvielophetgezichtvanzijnvaderneer,huildeen kustehem.

6EnerwerdenstemmengehoordinhethuisvanAbraham, enIsmaël,zijnzoon,stondopengingnaarAbraham,zijn vader,enhuildeoverAbraham,zijnvader,enhijenheel Abrahamshuisgenoten,enzijhuildenmeteenluidgehuil 7ZijnzonenIsaakenIsmaëlbegroevenhemindedubbele grot,vlakbijzijnvrouwSara,enzerouwdenveertigdagen langomhem,allemannenvanzijnhuis,IsaakenIsmaël, enalhunzonen,enallezonenvanKeturaophunplaats;en dedagenvanhetrouwenomAbrahamwarenvoorbij

8Enhijleefdedriejubileaenvierweken, honderdvijfenzeventigjaar,envoltooidededagenvanzijn leven,oudenvolvandagen

9Wantdedagenvandevoorvaderen,vanhunleven, warennegentienjubeljaren;ennadezondvloedbegonnen zijminderdannegentienjubeljarenteleven,enhetaantal jubeljarennamaf,enzijwerdensneloudenhundagen werdenvervulddoordevelebeproevingenende goddeloosheidvanhunwegen,metuitzonderingvan Abraham

10WantAbrahamwasvolmaaktinalzijndadenvoorde HEER,enwelgevalligingerechtigheidaldedagenvan zijnleven;enzie,hijvoltooidegeenvierjubeljareninzijn leven,toenhijoudgewordenwasvanwegezijn goddeloosheidendejaren1950hadbereikt

11Enallegeslachtendievannuafaantotdedagvanhet groteoordeelzullenvoortkomen,zullensneloudworden, voordatzijtweejubeljarenhebbenvoltooid,enhunkennis zalhenverlatenvanwegehunouderdom;alhunkenniszal verdwijnen.

12Enindiedagen,alsiemandanderhalfjubeljaarleeft,zal menoverhemzeggen:‘Hijheeftlanggeleefd,maarhet grootstedeelvanzijndagenisgevuldmetpijn,verdrieten verdrukking,enerisgeenvrede’

13Wantrampspoedvolgtoprampspoed,wondopwond, beproevingopbeproeving,slechtnieuwsopslechtnieuws, ziekteopziekte,enallerleisoortenrampspoedenellende, deeennadeander:ziekteenondergang,sneeuwenvorst enijs,koortsenrillingen,lethargie,hongersnoodendood, zwaardengevangenschap,enallerleisoortenrampspoed enpijn

14Enditalleszalkomenovereenbozegeneratie,dieop aardeovertredingenbegaat;hunwerkenzijnonreinheiden hoererij,enverontreinigingengruwelen

15Danzullenzijzeggen:‘Dedagenvandevoorvaderen warenlang(ja),totduizendjaar,enzewarengoed;maar zie,dedagenvanonsleven,alsiemandoudis,zijn zeventigjaar,enalshijsterkis,tachtigjaar,endiezijn slecht,enerisgeenvredeindedagenvanditboze geslacht’

16Enindatgeslachtzullendezonenhunvadersen oudstenaanklagenvoorzondeenongerechtigheid,voorde woordenvanhunmondenvoordegrotegoddeloosheiddie zijbegaan,envoorhetverbrekenvanhetverbonddatde HEERmethengeslotenheeft,namelijkdatzijalZijn geboden,verordeningenenwettenzoudennalevenen uitvoeren,zondernaarrechtsofnaarlinksaftewijken

17Wantallenhebbenkwaadgedaan,enelkemondspreekt ongerechtigheid,enalhunwerkenzijnonreineneen

gruwel,enalhunwegenzijnverontreiniging,onreinheid enverderf.

18Zie,deaardezalvergaanvanwegealhunwerken,ener zalgeenzaadvandewijnstokzijn,engeenolie;wanthun werkenzijnvolkomenonbetrouwbaar,enzijzullenallen tezamenvergaan,dedierenenhetveeendevogels,enalle vissenvandezee,vanwegedekinderendermensen 19Enzijzullenmetelkaarstrijden,dejongenmetde oudenendeoudenmetdejongen,dearmenmetderijken, degeringstenmetdegrotenendebedelaarsmetdevorsten, vanwegedewetenhetverbond;wantzijhebbenhetgebod, hetverbond,defeesten,demaanden,desabbatten,de jubeldagenenallevoorschriftenvergeten.

20Enzijzullenstandhouden<metbogenen>zwaardenen oorlogomhenterugtedrijvenopdeverkeerdeweg;maar zijzullennietterugkerenvoordaterveelbloedopdeaarde isvergoten,deeendoordeander

21Enzijdieontkomenzijn,zullenzichnietvanhun goddeloosheidafkerentotdewegvandegerechtigheid, maarzijzullenzichallenverheffentotbedrogenrijkdom, zodatiederalleskannemenwatvanzijnnaasteisEnzij zullendegrotenaamaanroepen,maarnietinwaarheiden nietingerechtigheid,enzijzullenhetheiligederheiligen ontwijdenmethunonreinheidendeverderfelijkheidvan hunonreinheid.

22EndedadenvanditgeslachtzullendoordeHEER zwaarwordengestraft;Hijzalhenoverleverenaanhet zwaard,aanhetoordeel,aangevangenschap,enom geplunderdenverslondenteworden

23EnHijzaltegenhenopstaan,dezondaarsuitde heidenen,diegeenbarmhartigheidnochmedelijdenkennen endiegeenaanziendespersoonszullenhebben,nochoud nochjong,nochiemandanders,wantzijzijngoddelozeren sterkerinhetdoenvankwaaddanallekinderender mensenEnzijzullengeweldgebruikentegenIsraëlen overtredingentegenJakobEnerzalveelbloedvergoten wordenopdeaarde,enerzalniemandzijnomte verzamelenenniemandomtebegraven

24Indiedagenzullenzijluidroepenensmekenenbidden datzijgeredmogenwordenuitdehandvandezondaren, deheidenen;maarniemandzalgeredworden

25Dehoofdenvandekinderenzullenwitwordenmetgrijs haar,eneenkindvandriewekenoudzaleruitzienalseen manvanhonderdjaar,enhungestaltezalworden vernietigddoorverdrukkingenonderdrukking

26Enindiedagenzullendekinderendewettengaan bestuderen,degebodengaanzoekenenterugkerenophet padvandegerechtigheid.

27Endedagenzullentalrijkwordenentoenemenonder diekinderendermensen,totdathundagenbijnaduizend jaaroudzijnEnhetaantaljarenzalgroterzijndan voorheen.

28Enerzalgeenoudemanmeerzijn,nochiemanddie niettevredenismetzijndagen,wantallenzullenals kinderenenjongerenzijn

29Enalhundagenzullenzijvolbrengeneninvredeen vreugdeleven.ErzalgeenSatanofandereboosdoenerzijn, wantalhundagenzullendagenvanzegenengenezingzijn

30EnindietijdzaldeHEERzijndienarengenezen,enzij zullenopstaanengrotevredezien,enhuntegenstanders verdrijvenEnderechtvaardigenzullenhetzienen

dankbaarzijn,enzichverheugenmetvreugdetotin eeuwigheid,enzijzullenalhunoordelenenalhunvloeken overhunvijandenzienkomen

31Hunbeenderenzullenrustenindeaarde,enhungeest zalzichverheugen.ZijzullenwetendathetdeHEERisdie rechtspreektenbarmhartigheidbetoontaanhonderdenen duizendenenaanallendieHemliefhebben

32Enjij,Mozes,schrijfdezewoordenop;wantzostaanze geschreven,enzewordenopgetekendopdehemelse stenentafelenalseengetuigenisvoordegeslachten,totin eeuwigheid

HOOFDSTUK24

1EnhetgeschieddenadedoodvanAbraham,datde HEERzijnzoonIsaakzegende,enhijstondopuitHebron engingwonenbijdeBronvanhetVisioeninheteerste jaarvandederdeweek[2073AM]vanditjubeljaar,zeven jaarlang.

2Eninheteerstejaarvandevierdeweekbegonereen hongersnoodinhetland,[2080AM]naastdeeerste hongersnood,dieerwasgeweestindedagenvanAbraham.

3Jakobmaaktelinzensoep,enEsaukwamhongerigvan hetveldHijzeitegenJakob,zijnbroer:‘Geefmijwatvan dezerodesoep.’Jakobantwoordde:‘Verkoopmijje eerstgeboorterecht,dangeefikjebroodenookwatvan dezelinzensoep’

4EnEsauzeiinzijnhart:‘Ikzalsterven;watbaatmijdit eerstgeboorterecht?’

5'EnhijzeitegenJakob:'Ikgeefhetje'EnJakobzei: 'Zweerhetmijvandaag,'enhijzwoerhethem.

6EnJakobgafzijnbroerEsaubroodenpap,enhijattot hijverzadigdwas,enEsauverachttezijn eerstgeboorterecht;daaromwerdEsauEdomgenoemd, vanwegederodepapdieJakobhemalseerstgeboorterecht hadgegeven

7EnJakobwerddeoudste,enEsauwerdvanzijnaanzien ontnomen

8Enerkwamhongersnoodoverhetland,enIsaakvertrok inhettweedejaarvandezeweeknaarEgypte,engingnaar dekoningderFilistijneninGerar,naarAbimelech

9EndeHEERverscheenaanhemenzeitegenhem:‘Ga nietnaarEgypte,maarblijfwoneninhetlanddatIkjezal aanwijzen,enverblijfinditlandIkzalmetjezijnenje zegenen’

10WantaanjouenaanjenakomelingenzalIkalditland geven,enIkzalMijneedbevestigendieIkaanAbraham, jevader,hebgezworen,enIkzaljenakomelingentalrijk makenalsdesterrenaandehemel,enIkzalaanje nakomelingenalditlandgeven

11Eninuwnageslachtzullenallevolkenderaarde gezegendworden,omdatuwvadernaarMijnstemheeft geluisterdenMijngeboden,Mijnwetten,Mijn verordeningenenMijnverbondheeftnageleefd;ennu moetuooknaarMijnstemluistereneninditlandwonen' 12EnhijverbleefdriewekenvanjareninGelar

13EnAbimelechgafdevolgendeopdrachtmetbetrekking tothem[2080-2101AM]enalleswatvanhemwas, zeggende:‘Iedereendiehemofietswatvanhemis aanraakt,zalzekersterven.’

14IsaakwerdmachtigonderdeFilistijnenenverwierfveel bezittingen:runderen,schapen,kamelen,ezelseneengroot huishouden

15EnhijzaaideinhetlandvandeFilistijnenenoogstte honderdmaalzoveel,enIsaakwerdzeermachtig,ende Filistijnenbenijddenhem

16AlleputtendiededienarenvanAbrahamtijdens Abrahamslevenhaddengegraven,haddendeFilistijnenna Abrahamsdooddichtgegooidenmetaardegevuld

17AbimelechzeitegenIsaak:‘Gawegvanons,wantjij bentveelmachtigerdanwij’Isaakvertrokdaarvandaanin heteerstejaarvandezevendeweekenvestigdezichinde valleienvanGerar.

18Enzegroevenopnieuwdewaterputtendiededienaren vanAbraham,zijnvader,haddengegravenendiede FilistijnennadedoodvanAbraham,zijnvader,hadden dichtgemaaktEnhijnoemdezezoalsAbraham,zijnvader, zehadgenoemd

19DedienarenvanIsaakgroeveneenputinhetdalen vondenlevendwaterDeherdersvanGerartwisttenmetde herdersvanIsaakenzeiden:‘Hetwaterisvanons!’Isaak noemdedeput‘Perversiteit’,omdatzijonszohadden lastiggevallen

20Enzegroeveneentweedeput,enookdaaroverstreden ze,enhijnoemdedie'Vijandschap'.Toenstondhijopen zegroevennogeenput,endaaroverstredenzeniet,enhij noemdedie'Ruimte'EnIsaakzei:'NuheeftdeHEER ruimtevooronsgemaakt,enwijhebbenonsinhetland vermenigvuldigd'

21EnhijgingvandaarnaardeBronvandeEedinhet eerstejaarvandeeersteweekvanhet[2108AM] vierenveertigstejubeljaar

22EndeHEERverscheenhemdienacht,opdenieuwe maanvandeeerstemaand,enzeitegenhem:‘Ikbende GodvanAbraham,uwvaderWeesnietbevreesd,wantIk benmetuenIkzaluzegenenenuwnakomelingentalrijk makenalshetzandderaarde,omwillevanAbraham,mijn dienaar’

23Enhijbouwdedaareenaltaar,datAbraham,zijnvader, eersthadgebouwd,enhijriepdenaamvandeHEERaan enbrachteenofferaandeGodvanAbraham,zijnvader 24Enzegroeveneenputenvondenlevendwater 25DedienarenvanIsaakgroevennogeenput,maar vondengeenwaterZegingennaarIsaaktoeenvertelden hemdatzegeenwaterhaddengevondenIsaakzei:‘Ikheb vandaageeneedgezworenaandeFilistijnen,enditisons ookbekendgemaakt’

26EnhijnoemdedieplaatsdeBronvandeEed,wantdaar hadhijeeneedgezworenaanAbimelech,aanAhuzzath, zijnvriend,enaanPhicol,deprefect,ofaanzijngastheer

27Isaakwistdiedagdathijonderdwangaanhenhad gezworenvredemethentesluiten.

28EnIsaakvervloekteopdiedagdeFilistijnenenzei: ‘VervloektzijdeFilistijnentotdedagvantoornen verontwaardiging,uithetmiddenvanallevolken!Moge Godhentoteenvoorwerpvanspoteneenvloekmaken,tot eenvoorwerpvantoornenverontwaardigingindehanden vandezondaren,deheidenen,enindehandenvande Kittim

29Enwieontkomtaanhetzwaardvandevijandende Kittim,mogehetrechtvaardigevolkinhetoordeelvan

onderdehemelwordenuitgeroeid;wantzijzullende vijandenentegenstandersvanmijnkinderenzijn,van geslachttotgeslacht,opdeaarde

30Enerzalvoorhengeenoverblijfseloverblijven,noch iemanddiegeredzalwordenopdedagvandetoornvan hetoordeel;wantvernietiging,uitroeiingenverdrijving vandeaardeishethelenageslachtvandeFilistijnen (voorbestemd),enerzalvoordezeKaptoriumgeennaam ofnageslachtmeeroverblijvenopaarde

31Wantalstijgthijopnaardehemel,daarzalhij neergehaaldworden;almaakthijzichsterkopaarde,daar zalhijvandaangesleeptworden;alverbergthijzichonder devolken,ookdaarzalhijuitgeroeidworden;aldaalthij afnaarhetdodenrijk,daarzalzijnstrafzwaarzijn,enook daarzalhijgeenrustvinden

32Enalshijingevangenschapgaat,zullenzijhem onderwegdodendoordehandenvanhendiehemnaarhet levenstaan,enerzalvanhemgeennaamofnageslacht overblijvenopdeheleaarde;wanthijzalnaardeeeuwige vervloekinggaan'

33Zostaateroverhemgeschrevenengegraveerdopde hemelsetafelen,watermethemmoetgebeurenopdedag desoordeels,zodathijuitdeaardezalwordengerukt

HOOFDSTUK25

1Eninhettweedejaarvandezeweek,inditjubeljaar,riep RebekkahaarzoonJakobbijzichenspraktothem:‘Mijn zoon,neemgeenvrouwuitdedochtersvanKanaän,zoals Esau,jebroer,dietweevrouwenuitdedochtersvan Kanaännam,enzijhebbenmijnzielverbitterdmetalhun onreinedaden;wantalhundadenzijnontuchtenwellust, enerisgeenrechtvaardigheidbijhen,want(hundaden) zijnkwaad.

2Enik,mijnzoon,hebjezeerlief,enmijnhartenmijn genegenheidzegenenjeelkuurvandedagenelke nachtwake.

3Ennu,mijnzoon,luisternaarmijnstemendoedewil vanjemoederNeemgeenvrouwuithethuisvanmijn vader,maaralleenuithethuisvanmijnvaderenzijn verwantenJezulteenvrouwuithethuisvanmijnvader nemen,endeAllerhoogsteGodzaljezegenen,enje kinderenzulleneenrechtvaardiggeslachteneenheilig nageslachtzijn'

4ToensprakJakobtotRebekka,zijnmoeder,enzeitegen haar:‘Moeder,ikbennegenwekenoudenikkengeen vrouwenhebookgeenvrouwaangeraakt,nochbenikaan eenvrouwverloofd,enikdenkerzelfsnietaanomeen vrouwuitdeKanaänitischedochterstenemen

5Wantikherinnerme,moeder,dewoordenvanAbraham, onzevader,wanthijgeboodmijgeenvrouwtenemenuit dedochtersvanKanaän,maareenvrouwtenemenuithet geslachtvanmijnvaderenuitmijnverwanten

6IkhebeerdergehoorddatLaban,uwbroer,dochters heeftgekregen,enikhebmijnvoornemenopgedrageneen vrouwuithunmiddentekiezen

7Endaaromhebikmijinmijngeestbehoedvoorzondeen verdorvenheidinalmijnwegen,gedurendealdedagenvan mijnleven;wantmetbetrekkingtotlustenontuchtheeft Abraham,mijnvader,mijvelegebodengegeven.

8Enondanksalleswathijmijheeftbevolen,heeftmijn broerdeafgelopentweeëntwintigjaarmetmijgestredenen mijherhaaldelijktoegesprokenengezegd:‘Mijnbroer, trouwmeteenvanmijntweevrouwen’;maarikweigerte doenzoalshijheeftgedaan.

9Ikzweerbiju,moeder,datikderestvanmijnlevengeen vrouwzalnemenuithetgeslachtvanKanaän,endatikniet zoslechtzalhandelenalsmijnbroerheeftgedaan.

10Weesnietbevreesd,moeder;weetdatikuwwilzal doenenoprechtzalwandelen,enmijnwegennooitzal verdorven'

11Daarophiefzijhaargezichtopnaardehemel,strekte haarhandenuit,opendehaarmondenzegendede AllerhoogsteGod,diedehemelendeaardehadgeschapen, enzijdankteenpreesHem

12Enzijzei:‘GeprezenzijdeHEERGod,enmogeZijn heiligenaamtotineeuwigheidgeprezenworden,diemij Jakobalseenreinezooneneenheiligzaadheeftgegeven; wanthijisvanU,enzijnnageslachtzalvanUzijn,inalle geslachten,totineeuwigheid

13Zegenhem,Heer,enlegdezegenvangerechtigheidin mijnmond,opdatikhemmagzegenen.'

14Enopdatuur,toendeGeestvangerechtigheidinhaar mondneerdaalde,legdezijhaarhandenophethoofdvan Jakobenzei:

15GezegendzijtGij,HeerdergerechtigheidenGodder eeuwen,enmogeHijUzegenentotinallegeslachtender mensen.MogeHiju,mijnZoon,hetpaddergerechtigheid gevenengerechtigheidopenbarenaanuwnageslacht

16EnmogeHijuwzonentalrijkmakengedurendeuw leven,enmogenzijopstaannaarhetaantalmaandenvan hetjaarEnmogenhunzonentalrijkenmachtigworden, talrijkerdandesterrenaandehemel,enhunaantalgroter danhetzandvandezee.

17EnmogeHijhunditprachtigelandgeven–zoalsHij gezegdheeftdatHijhetaanAbrahamenaanzijn nageslachtnahemzougeven–enmogenzijhetvooraltijd alsbezitbehouden

18Enmogeik,mijnzoon,tijdensmijnlevengezegende kinderenvooruziengeborenworden,enmogealuw nakomelingeneengezegendenheilignageslachtzijn

19Enzoalsudegeestvanuwmoedertijdenshaarleven hebtverkwikt,zozegentdeschootvanhaardieubaardeu, [mijngenegenheid]enmijnborstenzegenenu,enmijn mondenmijntongprijzenuuitvoerig

20Vermeerderjeenverspreidjeoverdeaarde,enmogeje nageslachtvolmaaktzijnindevreugdevanhemelenaarde totineeuwigheid;enmogejenageslachtzichverheugen, enopdegrotedagvanvrede,mogehetvredehebben

21Enmogeuwnaamenuwnageslachtvoortbestaantotin alleeeuwen,enmogedeAllerhoogsteGodhunGodzijn, enmogedeGodvangerechtigheidbijhenwonen,enmoge doorhenZijnheiligdomgebouwdwordentotinalle eeuwen

22Gezegendzijhijdieuzegent,enallemensendieuvals vervloeken,zijvervloekt'

23Enzijkustehemenzeitegenhem:‘MogedeHeervan dewerelduliefhebbenzoalshethartvanuwmoederen haargenegenheidzichinuverheugenenuzegenen’Enzij hieldopmetzegenen.

HOOFDSTUK26

1EninhetzevendejaarvandezeweekriepIsaakEsau, zijnoudstezoon,enzeitegenhem:‘Ikbenoud,mijnzoon, enzie,mijnogenzijnzwakgeworden,enikweetniet wanneerikzalsterven

2Neemnujejachtwapens,jepijlkokerenjeboog,enga hetveldin,enjaagenvangmij(hert),mijnzoon,enmaak mijeensmakelijkemaaltijd,zoalsmijnzieldieliefheeft, enbrengdienaarmijtoe,zodatikkanetenenmijnzielje kanzegenenvoordatiksterf'

3MaarRebekkahoordeIsaakmetEsaupraten

4EnEsaugingvroegindeochtendhetveldinomtejagen, tevangenenhetvleesnaarzijnvadertebrengen

5EnRebekkariepJakob,haarzoon,enzeitegenhem:‘Zie, ikhoordeIsaak,jevader,tegenEsau,jebroer,zeggen:“Ga voormijopjachtenmaakvoormijeensmakelijkemaaltijd, enbrengdievoormij

6IkzaletenenuzegenenvoordeHeervoordatiksterf.En nu,mijnzoon,gehoorzaammijnsteminwatikugebied: Ganaaruwkuddeenhaaltweegoedegeitenbokjesvoor mij,enikzalzetotsmakelijkvoedselvooruwvader bereiden,zoalshijhetgraageet,enuzultzenaaruwvader brengen,zodathijzekanetenenukanzegenenvoorde Heervoordathijsterft,enopdatugezegendzultworden.

7EnJakobzeitegenRebekka,zijnmoeder:‘Moeder,ik zalmijnvadernietsonthoudenwathijwiletenenwathem bevalt.Ikbenalleenbang,moeder,dathijmijnstemzal herkennenenmijzalwillenaanraken’

8Enuweetdatikgladgeschorenben,terwijlEsau,mijn broer,behaardis.Ikzalvoorzijnogenverschijnenalseen boosdoenereneendaadverrichtendiehijmijnietheeft opgedragenHijzaldanwoedendopmijwordenenikzal eenvloekovermezelfafroepen,inplaatsvaneenzegen.'

9EnRebekka,zijnmoeder,zeitegenhem:‘Mijnzoon,uw vloekrusteopmij;luisteralleennaarmijnstem’

10JakobgehoorzaamdedestemvanRebekka,zijnmoeder, engingtweegoede,vettegeitenlammetjeshalenenbracht zenaarzijnmoederZijnmoedermaakteereensmakelijk gerechtvan,zoalshijhetgraaghad.

11EnRebekkanamdemooieklerenvanEsau,haaroudste zoon,diebijhaarinhuiswas,enzekleeddeJakob,haar jongstezoon,ermeeaan,enzelegdedegeitenhuidenom zijnhandenenomdeblotedelenvanzijnhals

12Enzijgafhetvleesenhetbrooddatzijhad klaargemaaktaanhaarzoonJakob.

13Jakobgingnaarzijnvaderenzei:‘Ikbenuwzoonenik hebgedaanzoalsumijhebtopgedragen.Staop,gazitten eneetvanwatikgevangenheb,vader,opdatuwzielmij totzegenzalzijn’

14Isaakzeitegenzijnzoon:‘Hoehebjehetzosnel gevonden,mijnzoon?’

15'EnJakobzei:'OmdatdeHeer,uwGod,mijheeftlaten vinden'

16Isaakzeitegenhem:'Komdichterbij,mijnzoon,zodat ikjekanvoelen,ofjemijnzoonEsaubentofniet'

17JakobgingnaarIsaak,zijnvader,toe,betasttehemen zei:‘DestemisJakobsstem,maardehandenzijnde handenvanEsau’

18Enhijherkendehemniet,omdatheteengoddelijke beschikkingwasomzijnwaarnemingsvermogente

ontnemenIsaakherkendehemniet,wantzijnhanden warenbehaardzoalsdievanzijnbroerEsau,daarom zegendehijhem

19Enhijzei:‘BenjijmijnzoonEsau?’Enhijantwoordde: ‘Ikbenuwzoon.’Toenzeihij:‘Komdichterbij,mijnzoon, zodatikkanetenvanwatjegevangenhebt,enmijnzielje zalzegenen’

20Enhijkwamdichterbij,enhijat,enhijbrachthemwijn, enhijdronk

21EnIsaak,zijnvader,zeitegenhem:‘Komdichterbijen kusmij,mijnzoon

22EnhijkwamdichterbijenkustehemEnhijrookde geurvanzijnkleren,enhijzegendehemenzei:‘Zie,de geurvanmijnzoonisalsdegeurvaneenvolvelddatde HEERgezegendheeft

23MogedeHEERugevenvandedauwdeshemelsenvan dedauwderaarde,envanovervloedaangraanenolie Laatvolkenudienenenmensenzichvoorubuigen

24Weesheeroveruwbroeders,enlaatdezonenvanuw moederzichvooruneerbuigen;enmogenallezegeningen waarmeedeHEERmijenAbraham,mijnvader,gezegend heeft,aanuenuwnageslachtvooreeuwigwordengegeven. Vervloektzijhijdieuvervloekt,engezegendzijhijdieu zegent

25Enhetgeschiedde,zodraIsaakzijnzoonJakobhad gezegendenJakobbijzijnvaderIsaakvandaanwasgegaan, dathijzichverborg,enzijnbroerEsaukwamterugvande jacht.

26Enhijmaakteooksmakelijkvleesklaarenbrachthet naarzijnvaderenzeitegenhem:‘Laatmijnvaderopstaan envanmijnwildbraadeten,opdatuwzielmijtotzegen mogezijn’

27EnIsaak,zijnvader,zeitegenhem:‘Wiebenjij?’En hijantwoordde:‘Ikbenjeeerstgeborene,jezoonEsau.Ik hebgedaanzoalsjemehebtopgedragen’

28Isaakwaszeerverbaasdenzei:‘Wieishetdiedit gejaagdengevangenheeftenhetnaarmijgebrachtheeft? Ikheberalvangegetenvoordatjijkwamenikhebhem gezegendHijzalgezegendzijn,enalzijnnakomelingen totineeuwigheid.’

29EntoenEsaudewoordenvanzijnvaderIsaakhoorde, begonhijmeteenluidenbittergehuilteroepenenzei tegenzijnvader:‘Zegenmij,vader.’

30Enhijzeitegenhem:‘Uwbroerismetlistgekomenen heeftuwzegenweggenomen’Enhijzei:‘Nubegrijpik waaromhijJakobheet:zie,hijheeftmijtweemaal verdrongen,eerstmijneerstgeboorterechtennuookmijn zegen.’

31Enhijzei:‘Hebtudangeenzegenvoormijinpetto, vader?’IsaakantwoorddeEsau:‘Zie,ikhebhemtotuw heergemaakt,enalzijnbroershebikhemtotdienaren gegeven,enikhebhemmetovervloedaangraan,wijnen olieversterktWatzaliknuvoorudoen,mijnzoon?’

32EnEsauzeitegenIsaak,zijnvader:‘Hebtudanmaar éénzegen,vader?Zegenmij,vader’

33EsauverhiefzijnstemenbegontehuilenIsaak antwoorddeenzeitegenhem:‘Zie,uwwoonplaatszalver vandedauwderaardezijn,envervandedauwderhemel

34Endoorjezwaardzuljeleven,enjezultjebroeder dienen.Enhetzalgebeuren,wanneerjemachtigwordten zijnjukvanjenekafschudt,datjeeenvolkomenzonde

zultbegaantotdedood,enjenageslachtzalvanonderde hemelwordenuitgeroeid.'

35EnEsaubleefJakobbedreigenvanwegedezegen waarmeezijnvaderhemhadgezegend,enhijzeiinzijn hart:‘Laatdedagenvanrouwommijnvadernuaanbreken, zodatikmijnbroerJakobkandoden’

HOOFDSTUK27

1EndewoordenvanEsau,haaroudstezoon,werdenin eendroomaanRebekkaverteld,enRebekkastuurde iemandomJakob,haarjongstezoon,telatenkomen

2Enhijzeitegenhem:‘Zie,jebroerEsauzalwraakopje nemenenjedoden

3Nudan,mijnzoon,luisternaarmijnstem,staopen vluchtnaarLaban,mijnbroer,naarHaran,enblijfdaareen paardagenbijhemtotdatdewoedevanjebroerisbedaard enhijzijntoornvanjeafwendtenalleswatjehebtgedaan vergeet;danzalikiemandsturenomjedaarvandaante halen'

4EnJakobzei:‘Ikbennietbang;alshijmijwildoden,zal ikhemdoden.’

5Maarzijzeitegenhem:‘Laatmijnietopééndagbeide zonenverliezen’

6JakobzeitegenzijnmoederRebekka:‘Zie,uweetdat mijnvaderoudisgewordenenslechtziendis,omdatzijn ogenzwakzijnAlsikhemverlaat,zaldathemkwaad doen,wantalsikhemverlaatenbijuwegga,zalmijn vaderbooswordenenmijvervloekenIkzalnietgaan;pas wanneerhijmijzendt,zalikgaan’

7RebekkazeitegenJakob:‘Ikzalnaarbinnengaanenmet hemspreken,enhijzaljewegsturen’

8RebekkagingnaarbinnenenzeitegenIsaak:‘Ik verafschuwmijnlevenvanwegedetweedochtersvanHeth, dieEsautotvrouwheeftgenomenEnalsJakobeenvrouw neemtuitdedochtersvandatland,zoalsdeze,waarvoor hebikdannogteleven?WantdedochtersvanKanaänzijn slecht’

9IsaakriepJakobbijzich,zegendehemenvermaande hem:‘NeemgeenvrouwuitdeKanaänitischedochters; 10StaopenganaarMesopotamië,naarhethuisvan Bethuel,devadervanjemoeder,enneemdaareenvrouw uitdedochtersvanLaban,debroervanjemoeder.

11EndeAlmachtigeGodzegeneuenvermeerderdeu, zodatutoteenvolkenvolkzultbehorenEnHijgeveude zegeningenvanmijnvaderAbraham,aanuenaanuw nageslachtnau,opdatuhetlandzultervenwaaruhebt gewoondenalhetlanddatGodaanAbrahamheeft gegevenGaheen,mijnzoon,invrede'

12IsaakstuurdeJakobweg,enhijgingnaarMesopotamië, naarLaban,dezoonvanBethueldeSyriër,debroervan Rebekka,Jakobsmoeder.

13Enhetgeschiedde,nadatJakobwasopgestaanomnaar Mesopotamiëtegaan,datdegeestvanRebekkabedroefd werdomhaarzoon,enzijhuilde

14IsaakzeitegenRebekka:‘Zuster,treurnietomJakob, mijnzoon,wanthijgaatinvredeheenenzalinvrede terugkeren

15DeAllerhoogsteGodzalhembeschermentegenalhet kwaadenzalmethemzijn,wantHijzalhemnietverlaten alzijndagen

16Wantikweetdatzijnwegeninallesvoorspoedigzullen zijn,waarhijookgaat,totdathijinvredetotonsterugkeert enwijheminvredeweerzien

17Weesnietbevreesdomwillevanhem,mijnzuster,want hijisophetrechtepadenhijiseenvolmaakteman;hijis trouwenzalnietvergaanHuilniet'

18IsaaktroostteRebekkavanwegehaarzoonJakoben zegendehem.

19EnJakobgingvandeBronvandeEednaarHaranin heteerstejaarvandetweedeweekvanhetvierenveertigste jubeljaar,enhijkwaminLuz,datwilzeggenBethel,inhet gebergte,opdenieuwemaanvandeeerstemaandvandeze week.Hijkwam'savondsopdieplaatsaanenweekdie nachtvandewegafnaarhetwestenDaarsliephij,want dezonwasondergegaan

20Enhijnameenvandestenenvandieplaatsenlegdedie onderdeboombijzijnhoofdHijreisdealleenverderen sliep

21Enhijdroomdedienacht,enzie,eenladderstondopde aarde,endetopervanreiktetotaandehemelEnzie,de engelenvandeHEERstegenopendaaldenneerlangsde ladder,enzie,deHEERstonderop.

22EnHijspraktotJakobenzei:‘IkbendeHEER,deGod vanAbraham,uwvader,endeGodvanIsaakHetland waaropunuslaapt,zalIkugeven,enuwnageslachtnau.

23Uwnageslachtzaltalrijkzijnalshetstofderaarde,enu zultzichuitbreidennaarhetwestenennaarhetoosten,naar hetnoordenennaarhetzuiden.Inueninuwnageslacht zullenallegeslachtendervolkengezegendworden 24Enzie,Ikzalmetuzijnenubeschermenwaaruook heengaat,enIkzaluinvredeterugbrengennaarditland; wantIkzalunietverlatenvoordatIkalleshebgedaanwat Ikuhebopgedragen'

25Jakobontwaakteuitzijnslaapenzei:‘Ditiswerkelijk hethuisvandeHEER,enikwisthetniet’Hijwerd bevreesdenzei:‘Verschrikkelijkisdezeplaats,wanthetis hethuisvanGod,enditisdepoortvandehemel.’

26Jakobstond'smorgensvroegop,namdesteendiehij onderzijnhoofdhadgelegdenzettedierechtopalseen gedenkteken.Hijgooterolieover.Hijnoemdedieplaats Bethel,maardeplaatsheetteeerstLuz

27JakobdeedeengelofteaandeHEERenzei:‘Alsde HEERmetmijzalzijnenmijzalbeschermenopdezeweg dieikga,enmijbroodteetenenkledingtetrekkenzal geven,zodatikinvredenaarhethuisvanmijnvader terugkeer,danzaldeHEERmijnGodzijn,endezesteen dieikhieralsgedenksteenhebopgericht,zalhethuisvan deHEERzijn,envanalleswatUmijgeeft,zalikUhet tiendedeelgeven,mijnGod’

HOOFDSTUK28

1Enhijvervolgdezijnreisenkwaminhetlandinhet oosten,bijLaban,debroervanRebekka,enhijbleefbij hemendiendehemeenweeklangindeplaatsvanzijn dochterRachel

2Eninheteerstejaarvandederdeweek[2122AM]zeihij tegenhem:‘Geefmijmijnvrouwterug,voorwieiku zevenjaargediendheb’EnLabanzeitegenJakob:‘Ikzal uuwvrouwgeven.’

3LabanrichtteeenfeestmaalaanennamLea,zijnoudste dochter,engafhaaraanJakobtotvrouw.Hijgafhaarook Zilpa,zijndienstmaagd,alsdienstmaagdJakobwisthet niet,wanthijdachtdathetRachelwas.

4Enhijgingnaarhaartoe,enzie,hetwasLea.Jakobwerd boosopLabanenzeitegenhem:‘Waaromhebjemedit aangedaan?HebikjenietgediendomwillevanRachelen nietomwillevanLea?Waaromhebjemeonrecht aangedaan?’

5Neemjedochtermee,dangaikweg,wantjehebtmij kwaadgedaan'WantJakobhadRachelmeerliefdanLea; Leahadzwakkeogen,maareenzeeraantrekkelijkfiguur; Racheldaarentegenhadprachtigeogeneneenmooien zeeraantrekkelijkfiguur

6LabanzeitegenJakob:‘Zohoorthetinonslandniet,de jongstedochtervoordeoudstetegeven.’Hetisookniet juistomdattedoen,wantzostaathetvoorgeschrevenen geschrevenindehemelsestenentafelen:niemandmagzijn jongstedochtervoordeoudstegeven,maareerstdeoudste, endaarnadejongsteEnwiedatdoet,diewordtinde hemelschuldigbevonden,wantniemanddiedatdoetis rechtvaardig,wantdiedaadiskwaadindeogenvande

HEER

7EnbeveeldekinderenvanIsraëldatzijditnietdoen;zij mogennochhetjongstekindnemennochgevenvoordatzij hetoudstekindhebbengegeven,wanthetiszeer goddeloos

8LabanzeitegenJakob:‘Laatdezevendagenvanditfeest voorbijgaan,endanzalikjeRachelgeven,zodatjemij nogzevenjaarkuntdienenenmijnschapenkunthoeden zoalsjedeafgelopenweekhebtgedaan.’

9EnopdedagdatdezevendagenvanhetfeestvanLea voorbijwaren,gafLabanRachelaanJakob,opdathijhem nogzevenjaarzoudienen,enhijgafRachelBilha,de zustervanZilpa,alsdienstmaagd

10Enhijdiendenogzevenjaarindegevangenisvoor Rachel,wantLeawashemvoornietsgegeven.

11EndeHEERopendedebaarmoedervanLea,enzij werdzwangerenbaardeJakobeenzoon,enhijnoemde hemRuben,opdeveertiendedagvandenegendemaand, inheteerstejaarvandederdeweek[2122AM]

12MaardebaarmoedervanRachelwerdgesloten,wantde HeerzagdatLeagehaatwerdenRachelgeliefd.

13EnJakobgingopnieuwnaarLeatoe,enzijwerd zwangerenbaardeJakobeentweedezoonHijnoemde hemSimeon,opdeeenentwintigstevandetiendemaand, inhetderdejaarvandezeweek[2124AM]

14EnJakobgingopnieuwnaarLeatoe,enzijwerd zwangerenbaardehemeenderdezoonHijnoemdehem Levi,indenieuwemaanvandeeerstemaandvanhetzesde jaarvandezeweek[2127AM]

15EnJakobgingopnieuwbijhaarin,enzijwerdzwanger enbaardehemeenvierdezoonHijnoemdehemJuda,op devijftiendevandederdemaand,inheteerstejaarvande vierdeweek[2129AM]

16EndaaromwerdRacheljaloersopLea,omdatzijgeen kinderenbaarde,enzijzeitegenJakob:‘Geefmij kinderen!’EnJakobzei:‘Hebikudandevruchtenvanuw schootonthouden?Hebikuverlaten?’

17ToenRachelzagdatLeavierzonenaanJakobhad gebaard–Ruben,Simeon,LevienJuda–zeizetegenhem:

‘GanaarBilha,mijndienstmaagd,enzijzalzwanger wordenenmijeenzoonbaren.’(EnzijgafBilha,haar dienstmaagd,totvrouw)

18Enhijgingbijhaarin,enzijwerdzwangerenbaarde hemeenzoon,enhijnoemdehemDan,opdenegendevan dezesdemaand,inhetzesdejaarvandederdeweek[2127 AM]

19EnJakobgingopnieuwgemeenschapmetBilha,enzij werdzwangerenbaardeJakobnogeenzoonRachel noemdehemNaftali,opdevijfdevandezevendemaand, inhettweedejaarvandevierdeweek[2130AM]

20ToenLeazagdatzijonvruchtbaarwasgewordenen geenkinderenmeerkreeg,werdzijjaloersopRachel.Zij gafhaardienstmaagdZilpaaanJakobtotvrouw,enzij werdzwangerenbaardeeenzoonLeanoemdehemGad, opdetwaalfdevandeachtstemaand,inhetderdejaarvan devierdeweek[2131AM]

21Enhijgingweerbijhaarin,enzijwerdzwangeren baardehemeentweedezoon.LeanoemdehemAser,opde tweedevandeelfdemaand,inhetvijfdejaar,indevierde week[2133AM]

22JakobgingnaarLeatoe,enzijwerdzwangerenbaarde eenzoonZijnoemdehemIssachar,opdevierdevande vijfdemaand,inhetvierdejaarvandevierdeweek,[2132 AM]enzijgafhemaaneenvoedster.

23EnJakobgingweerbijhaarin,enzijwerdzwangeren baardetweekinderen,eenzooneneendochterZijnoemde dezoonZabulonendedochterDina,indezevendevande zevendemaand,inhetzesdejaarvandevierdeweek [2134AM]

24EndeHeerwasRachelgenadig,enHijopendehaar baarmoeder,enzijwerdzwangerenbaardeeenzoon,en zijnoemdehemJozef,opdenieuwemaanvandevierde maand,inhetzesdejaar,indevierdeweek.[2134AM]

25EnindedagendatJozefgeborenwerd,zeiJakobtegen Laban:‘Geefmijmijnvrouwenenzonen,enlaatmijnaar mijnvaderIsaakgaan,zodatikdaareenhuiskanbouwen. Wantikhebdejarenwaarinikvooruwtweedochtersheb gewerkt,volbracht,enikzalnaarhethuisvanmijnvader gaan.’

26LabanzeitegenJakob:‘Blijfbijmijinafwachtingvan jeloon,enweidmijnkuddeweervoormij,enneemdanje loonaan.’

27Enzekwamenmetelkaarovereendathijhemalsloon delammerenengeitenbokjeszougevendiezwart,gevlekt ofwitgeborenwaren;(deze)zoudenzijnloonzijn.

28Enalleschapenbrachtengevlekt,gespikkeldenzwart voort,metallerleiverschillendekenmerken,enzebrachten opnieuwlammerenvoortdieophenleken;enallegevlekte lammerenwarenvanJakobendeniet-gevlektelammeren warenvanLaban

29EnJakobsbezittingennamenzeertoe,enhijbezat runderen,schapen,ezelsenkamelen,enknechtenen dienstmeisjes

30LabanenzijnzonenwarenjaloersopJakob,enLaban namzijnschapenvanhemterugenbekeekhemmetkwade bedoelingen.

HOOFDSTUK29

1Enhetgeschiedde,toenRachelJozefgebaardhad,dat Labanzijnschapengingscheren;wantzewarendrie dagenreisvanhemverwijderd

2JakobzagdatLabanzijnschapengingscheren,enJakob riepLeaenRachelensprakhunvriendelijktoe,zodatze methemmeezoudengaannaarhetlandKanaän

3Wanthijverteldehunhoehijallesineendroomhad gezien,zelfsalleswatGodtegenhemhadgezegd, namelijkdathijnaarhethuisvanzijnvadermoest terugkerenEnzijzeiden:‘Waarheenjeookgaat,wij zullenmetjemeegaan’

4EnJakobzegendedeGodvanIsaak,zijnvader,ende GodvanAbraham,zijngrootvader.Hijstondop,besteeg zijnvrouwenzijnkinderen,namalzijnbezittingenmee, stakderivieroverenkwaminhetlandGileadJakobhield zijnvoornemengeheimvoorLabanenverteldehethem niet

5Eninhetzevendejaar,indevierdeweek,keerdeJakob zichindeeerstemaand,opdeeenentwintigste,naarGilead. [2135AM]LabanachtervolgdehemenhaaldeJakobinop debergGileadindederdemaand,opdedertiende

6EndeHEERstondniettoedathijJakobkwaaddeed, wantHijverscheenhem'snachtsineendroomEnLaban spraktotJakob

7EnopdevijftiendevandiedagengafJakobeen feestmaalvoorLabanenvoorallendiemethem meegekomenwarenJakobzwoerdiedagaanLaban,en LabanzwoerookaanJakob,datgeenvanbeidendeberg Gileadzouoverstekenomdeandermetkwadebedoelingen teovervallen

8Enhijmaaktedaareenhoopalsgetuige;daaromwordt dieplaats'DeHoopvanGetuigen'genoemd,naardeze hoop

9MaarvroegernoemdenzehetlandGileadhetlandvan deRefaïeten;wanthetwashetlandvandeRefaïeten,ende Refaïetenwerdendaargeboren,reuzenvantien,negen, achttotzevenellenhoog.

10Hunwoongebiedstrektezichuitvanhetlandvande AmmonietentotdebergHermon,endezetelsvanhun koninkrijkwarenKarnaim,Ashtaroth,Edrei,Misuren Beon

11EndeHEERvernietigdehenvanwegedeslechtheidvan hundaden;wantzijwarenzeerkwaadaardig,ende Amorietenwoondeninhunplaats,goddeloosenzondig,en erisgeenvolkmeerdatalzijnzondentenvolleheeft begaan,enzijhebbengeenlanglevenmeeropaarde.

12EnJakobstuurdeLabanweg,enhijvertroknaar Mesopotamië,hetlandinhetoosten,enJakobkeerdeterug naarhetlandGilead

13Enhijtrokindenegendemaand,opdeelfde,overde JabbokOpdiedagkwamEsau,zijnbroer,naarhemtoe, enhijverzoendezichmethem.Daarnavertrokhijnaarhet landSeïr,maarJakobbleefintentenwonen

14Eninheteerstejaarvandevijfdeweekvanditjubeljaar [2136AM]stakhijdeJordaanoverenvestigdezichaande overkantvandeJordaanHijlietzijnschapengrazenvan deZeevandeBergtotBethshan,entotDothanentothet woudvanAkrabbim

15EnhijstuurdenaarzijnvaderIsaakalzijnbezittingen: kleding,voedsel,vlees,drank,melk,boter,kaasendadels uithetdal

16EnookaanzijnmoederRebekka,viermaalperjaar, tussendemaanden,tussenhetploegenenhetoogsten, tussendeherfstenhetregenseizoen,entussendewinteren delente,naardetorenvanAbraham.

17IsaakwasteruggekeerdvandeBronvandeEedenwas naardetorenvanzijnvaderAbrahamgegaan,enhij woondedaar,afgezonderdvanzijnzoonEsau

18WantindetijddatJakobnaarMesopotamiëging,nam EsauMahalath,dedochtervanIsmaël,totvrouwHij verzameldeallekuddenvanzijnvaderenzijnvrouwen, trokdebergSeïropenvestigdezichdaarHijlietzijn vaderIsaakalleenachterbijdeBronvandeEed 19IsaakgingvandeBronvandeEedomhoogenwoonde indetorenvanAbraham,zijnvader,opdebergenvan Hebron

20EnJakobstuurdedaarheenalleswathijvantijdtottijd naarzijnvaderenmoederstuurde,alleswatzenodig hadden,enzijzegendenJakobmetheelhunhartenmet heelhunziel.

HOOFDSTUK30

1Eninheteerstejaarvandezesdeweek[2143AM]ging hijinvredenaarSalem,tenoostenvanSichem,inde vierdemaand.

2EndaarontvoerdenzijDina,dedochtervanJakob,naar hethuisvanSichem,dezoonvanHamor,deHiviet,de vorstvanhetland,enhijsliepmethaarenontuchtmethaar; zijwasnogeenkleinmeisje,eenkindvantwaalfjaar

3Enhijsmeektezijnvaderenhaarbroersdatzijaanhem totvrouwgegevenmochtworden.EnJakobenzijnzonen warenboosopdemannenvanSichem,wantzijhadden Dina,hunzuster,ontuchtigd,enzijhaddenhenmetkwade bedoelingentoegesprokenenhenbedrogenenmisleid.

4SimeonenLevikwamenonverwachtsnaarSichemen voltrokneenstrafonderallemannenvanSichemZe dooddenallemannendiezedaaraantroffenenlietener geenenkeleinlevenZebrachtenhenallenindepijn, omdatzehunzusterDinahaddenonteerd

5Enzozalhetvoortaannietmeergebeurendateen dochtervanIsraëlonreinwordt;wanterisindehemeleen oordeeloverhenbevolen,datzijmethetzwaardalle mannenvanSichemzullenvernietigen,omdatzijschande overIsraëlhebbengebracht

6EndeHEERleverdehenoverindehandenvandezonen vanJakob,opdatzijhenmethetzwaardzoudenuitroeien enrechtoverhenzoudenvoltrekken,enopdathetinIsraël nietmeerzougebeurendateenmaagdvanIsraëlonrein zouworden

7EnalserinIsraëleenmanisdiezijndochterofzijnzus wiluithuwelijkenaaneenmanuithetgeslachtder heidenen,danzalhijzekersterven,enmenzalhem stenigen,wanthijheeftschandeoverIsraëlgebrachtEn menzaldevrouwmetvuurverbranden,omdatzijdenaam vanhethuisvanhaarvaderheeftonteerd,enzijzaluit Israëlwordenuitgeroeid

8EnlaaterinIsraëlgeenoverspeligevrouwofonreinheid gevondenworden,inalledagenvandegeslachtender aarde;wantIsraëlisheiligvoordeHEER,eniederdiehet onreinheeftgemaakt,zalzekersterven:menzalhem stenigen

9Wantzoishetbepaaldenopgeschrevenindehemelse stenentafelenbetreffendealhetnageslachtvanIsraël:wie hetonreinmaakt,zalzekerstervenenmetstenengestenigd worden.

10Aandezewetisgeentermijnvandagenverbonden, geenuitstelmogelijkengeenverzoeningMaardemandie zijndochteronreinheeftgemaakt,zaluithetmiddenvan heelIsraëlwordenuitgeroeid,omdathijzijnnageslachtaan Molochheeftgegevenengoddeloosheeftgehandeld, waardoorhijhetheeftonreingemaakt

11Engij,Mozes,gebiedtdekinderenvanIsraëlenspoort henaanhundochtersnietaandeheidenenuittehuwenen geendochtersvandeheidenentotzoontenemen,wantdit iseengruwelvoordeHEER

12Daaromhebikvooru,indewoordenvandeWet,alde dadenvandeinwonersvanSichemopgeschreven,diezij tegenDinahebbenbegaan,enhoedezonenvanJakob sprakenenzeiden:‘Wijzullenonzedochternietaaneen onbesnedenmangeven,wantdatzouonstotschande strekken’

13EnhetiseenschandevoorIsraël,voorhendielevenen voorhendiededochtersvandeheidenentotzichnemen; wantditisonreineneengruwelvoorIsraël

14Israëlzalnietvandezeonreinheidvrijzijnalsheteen vrouwuiteenheidensgeslachtheeft,ofalsheteenvanzijn dochtersaaneenmanuiteenheidensgeslachtheeft uitgehuwelijkt

15Wanterzalplaagopplaagzijn,envloekopvloek,en elkoordeelenelkeplaagenvloekzaloverhemkomen:als hijditdoet,ofzijnogensluitvoorhendieonreinheid bedrijven,ofvoorhendiehetheiligdomvandeHEER ontheiligen,ofvoorhendieZijnheiligenaamontheiligen, (dan)zalhethelevolktezamengeoordeeldwordenvooral deonreinheidenontheiligingvandezeman.

16Enerzalgeenaanziendespersoonszijn[engeen achtingvoorpersonen]enmenzalvanhemgeenvruchten, offers,brandoffersofvetaannemen,nochdegeurvan welriekendestoffen,omdieteaanvaardenZozalhetook metiedermensinIsraëlvergaandiehetheiligdomontwijdt 17Daaromhebikubevolenengezegd:‘Getuigditaan Israël:ziehoehetdeSichemietenenhunzonenverging, hoezijwerdenovergeleverdindehandenvantweezonen vanJakob,enhoezijhenondermartelingdoodden,enhet werdhuntotgerechtigheidgerekend,enhetstaathunals gerechtigheidtoegerekend

18EnhetnageslachtvanLeviwerduitverkorentot priesterschapentotLevieten,opdatzij,netalswij, voortdurendvoordeHEERzoudendienenenopdatLevi enzijnzonenvooreeuwiggezegendzoudenworden;want hijwasijverigomgerechtigheid,rechtenwraakte voltrekkenoverallendietegenIsraëlopstonden 19Enzoschrijvenzijalseengetuigenistengunstevan hemopdehemelsetabletten:zegenengerechtigheidvoor deGodvanallen

20Enwijgedenkenderechtvaardigheiddiedezeman gedurendezijnlevenheeftgetoond,inalleperiodenvan hetjaar;totduizendgeneratieslangzalmenhetoptekenen, enhetzaltothemenzijnnakomelingennahemkomenHij isopgetekendopdehemelsetablettenalseenvriendeneen rechtvaardigeman.

21Ditalleshebikvooruopgeschrevenenikhebu opgedragenhetaandekinderenvanIsraëltevertellen,dat zijgeenzondemogenbegaan,devoorschriftennietmogen overtredenenhetverbonddatvoorhenisgeslotenniet mogenverbreken,maardatzijhetmoetennakomenenals vriendenvanIsraëlmoetenwordenbeschouwd

22Maaralszijovertredenenopallerleimanieren onreinheidbedrijven,zullenzijalstegenstandersopde hemelsetablettenwordenopgetekend,enzijzullenuithet boekdeslevenswordengeschrapt,enzijzullenworden opgetekendinhetboekvanhendievernietigdzullen wordenenmethendieuitdeaardezullenwordengerukt

23EnopdedagdatdezonenvanJakobSichemdoodden, werderindehemeleenlofredeophenuitgesproken, waarinstonddatzijrechtvaardigheid,oprechtheiden wraakopdezondaarshaddenbetracht.Hetwerdalseen zegenopgetekend

24EnzebrachtenDina,hunzus,uithethuisvanSichem, enzenamenalleswatinSichemwasgevangen:hun schapen,hunrunderenenhunezels,alhunbezittingenen alhunkudden,enbrachtendatallesnaarJakob,hunvader 25Enhijverweethendatzedestadmethetzwaard haddengedood,wanthijvreesdedeinwonersvanhetland, deKanaänietenendePerizzieten

26EndevreesvoordeHEERkwamoverallesteden rondomSichem,enzijstondennietopomdezonenvan Jakobteachtervolgen,wantdeangstwasoverhen gekomen.

HOOFDSTUK31

1EnopdenieuwemaanvandemaandsprakJakobtotal zijnhuisgenotenenzei:‘Reinigjullieentrekanderekleren aan,latenweopstaanennaarBethelgaan,waarikHem eengeloftehebafgelegdopdedagdatikvluchttevoor mijnbroerEsau,omdathijmetmijisgeweestenmijin vredenaarditlandheeftgebracht.Endoedevreemde godendieonderjullieronddwalenweg’

2Enzijgavendevreemdegodenendatgenewatinhun orenenomhunnekzat,endeafgodendieRachelvan Laban,haarvader,hadgestolen,helemaalaanJakobEn hijverbranddeenverbrijzeldezeenvernietigdeze,en verborgzeondereeneikinhetlandSichem.

3Enhijgingopdenieuwemaanvandezevendemaand naarBethelEnhijbouwdeeenaltaaropdeplaatswaarhij hadgeslapen,enhijrichttedaareengedenksteenop.Hij lietzijnvaderIsaakenzijnmoederRebekkaoproepenom naarhemtoetekomenvoorzijnoffer.

4Isaakzei:‘LaatmijnzoonJakobkomen,zodatikhem kanzienvoordatiksterf’

5EnJakobgingnaarzijnvaderIsaakennaarzijnmoeder Rebekka,naarhethuisvanzijnvaderAbraham,enhijnam tweevanzijnzonen,LevienJuda,metzichmee,enhij kwambijzijnvaderIsaakenbijzijnmoederRebekka

6EnRebekkakwamuitdetorennaarvorenomJakobte kussenenhemteomhelzen,wanthaargeestwas opgeknapttoenzehoorde:‘Zie,uwzoonJakobis gekomen!’Enzekustehem

7Enzijzagzijntweezonen,enzijherkendehen,enzijzei tegenhem:‘Zijndituwzonen,mijnzoon?’Enzij omhelsdehen,kustehenenzegendehen,zeggende:‘In

julliezalhetnageslachtvanAbrahamroemvergaren,en julliezulleneenzegenzijnopaarde.’

8JakobgingnaardekamervanzijnvaderIsaak,waarhij lag.Zijntweezonenwarenbijhem.Jakobnamdehand vanzijnvader,boogzichvooroverenkustehem.Isaak klemdezichvastaandehalsvanJakobenhuildetegen hemaan

9DeduisternisverdweenuitdeogenvanIsaak,enhijzag detweezonenvanJakob,LevienJuda,enhijzei:‘Zijndit uwzonen,mijnzoon?Wantzijlijkenopu’

10Enhijzeitegenhemdatzijwerkelijkzijnzonenwaren: ‘Enuhebtwerkelijkgeziendatzijwerkelijkmijnzonen zijn.’

11Enzijkwamennaarhemtoe,enhijkeerdezichom, kustehenenomhelsdehenbeidentegelijk

12Endegeestvandeprofetiedaaldeneerinzijnmond,en hijnamLevibijzijnrechterhandenJudabijzijn linkerhand

13EnhijwenddezicheersttotLevienbegonhemals eerstetezegenen,enzeitegenhem:MogedeGodvan allen,deHeervanalleeeuwen,uenuwkinderenzegenen totinalleeeuwen.

14EnmogedeHEERuenuwnageslachtgrootheiden groteheerlijkheidschenken,enuenuwnageslachtuitalle vleesdoennaderentotHemominzijnheiligdomtedienen alsengelenindetegenwoordigheidenalsheiligenZoals zij,zozalhetnageslachtvanuwzonenzijntotheerlijkheid, grootheidenheiligheid,enmogeHijhengrootmakentot inalleeeuwen

15Enzijzullenrechtersenvorstenzijn,enleidersoveral hetnageslachtvandezonenvanJakob.Zijzullenhet woordvandeHEERingerechtigheidspreken,enalZijn oordelenzullenzijingerechtigheidvellenEnzijzullen MijnwegenaanJakobbekendmakenenMijnpadenaan IsraëlDezegenvandeHEERzalinhunmondgegeven worden,totzegenvanalhetnageslachtvandegeliefde 16UwmoederheeftuLevigenoemd,enterechtheeftziju zogenoemdUzultbijdeHEERhorenendemetgezelzijn vanallezonenvanJakobZijntafelzaldeuwezijn,enu enuwzonenzullendaarvaneten.Uwtafelzalvolzijntot inallegeneraties,enuwvoedselzalnooitontbreken,totin alleeeuwen

17Laatallendieuhatenvooruneervallen,enlaataluw tegenstanderswordenuitgeroeidenvergaanZaligzijhij dieuzegent,envervloektzijelkvolkdatuvervloekt

18EntegenJudazeihij:‘MogedeHEERukrachten machtgevenomallendieuhatentevertrappen;uzulteen vorstzijn,ueneenvanuwzonen,overdezonenvanJakob; mogeuwnaamendenaamvanuwzonenuitgaanendoor allelandenenstrekentrekkenDanzullendeheidenen vooruvrezen,enallevolkenzullensidderen

19InuzaldehulpvanJakobzijn,eninuzalderedding vanIsraëlgevondenworden

20Enwanneeruopdetroonvaneervanuwgerechtigheid zit,zalergrotevredezijnvooralhetnageslachtvande zonenvandeGeliefdeGezegendzijhijdieuzegent,en allendieuhatenenukwellenenuvervloeken,zullenvan deaardewordenuitgeroeidenvernietigdenvervloektzijn 21Enhijkeerdezichom,kustehemopnieuwenomhelsde hem,enhijverheugdezichzeer,wanthijhaddezonenvan Jakob,zijnzoon,inwerkelijkheidgezien

22Enhijgingwegvantussenzijnvoetenenvielneeren boogzichvoorhemneer,enhijzegendehenenrusttedaar dienachtuitmetIsaak,zijnvader,enzijatenendronken metvreugde.

23EnhijlietdetweezonenvanJakobinslaapvallen,de eneaanzijnrechterhandendeandereaanzijnlinkerhand, endatwerdhemtotgerechtigheidgerekend

24EnJakobverteldezijnvaderdehelenachtalles,hoede Heerhemgrotebarmhartigheidhadbewezen,hoeHijhem inalzijnwegenvoorspoedhadgegevenenhemvooralle kwaadhadbeschermd

25EnIsaakpreesdeGodvanzijnvaderAbraham,diezijn barmhartigheidenzijnrechtvaardigheidniethad onthoudenaandezonenvanzijndienaarIsaak

26DevolgendeochtendverteldeJakobaanzijnvader IsaakoverdegeloftediehijaandeHeerhadafgelegd,over hetvisioendathijhadgezien,endathijeenaltaarhad gebouwdendatallesgereedwasvoorhetofferdatvoorde Heergebrachtzouworden,zoalshijhadbeloofd,endathij gekomenwasomhemopeenezeltezetten

27IsaakzeitegenJakob,zijnzoon:‘Ikkannietmetje meegaan,wantikbenoudenkandereisnietmeeraan.Ga, mijnzoon,invrede,wantikbenvandaag honderdvijfenzestigjaaroudenkannietmeerreizenZetje moederopeenezelenlaathaarmetjemeegaan.’

28Enikweet,mijnzoon,datjeomwillevanmijgekomen bent,enmogedezedaggezegendzijnwaaropjemijlevend hebtgezienenikjouookhebgezien,mijnzoon.

29Mogehetjegoedgaanenjegeloftenakomen,dieje hebtafgelegdSteljegeloftenietuit,wantjezultter verantwoordinggeroepenwordenwatbetreftdegelofte. Haastjedaaromomdienatekomen,enmogeHijdiealle dingenheeftgemaakt,aanwiejediegeloftehebtafgelegd, erbehageninscheppen.

30EnhijzeitegenRebekka:‘GametJakob,jezoon’En RebekkagingmetJakob,haarzoon,enDeboragingmet haarmee,enzijkwameninBethelaan.

31EnJakobherinnerdezichhetgebedwaarmeezijnvader hemenzijntweezonen,LevienJuda,hadgezegend,enhij verheugdezichenpreesdeGodvanzijnvaderen,Abraham enIsaak

32Enhijzei:‘Nuweetikdatikeeneeuwigehoopheb,en mijnzonenook,voordeGodvanallen.’Enzoishetvoor henbeidenbepaald;enzijschrijvenhetopalseeneeuwig getuigenisopdehemelsetabletten,hoeIsaakhenzegende HOOFDSTUK32

1EnhijbleefdienachtinBethel,enLevidroomdedat menhemenzijnzonenvooreeuwigtotpriestervande AllerhoogsteGodhadaangesteld;enhijontwaakteuitzijn slaapenpreesdeHeer.

2EnJakobstond'smorgensvroegop,opdeveertiende vandezemaand,enhijgafeentiendevanalleswatmet hemmeegekomenwas,zowelvanmensenalsvanvee,van goudenvanallevoorwerpenenkledingstukken,ja,hijgaf tiendenvanalles.

3IndiedagenwerdRachelzwangervanhaarzoon BenjaminJakobteldezijnzonenvanafhemenLeviviel toeaanhetdeelvandeHEER.Zijnvaderbekleeddehem metpriestergewadenenvuldezijnhanden

4Enopdevijftiendevandezemaandbrachthijveertien runderen,achtentwintigrammen,negenenveertigschapen, zevenlammereneneenentwintiggeitenbokjesnaarhet altaaralsbrandoffer,eenofferdatGodwelgevalligwasen eenaangenamegeurhad.

5Ditwaszijnoffer,overeenkomstigdegeloftediehijhad afgelegddathijeentiendezougeven,samenmethun vruchtenoffersenhundrankoffers.

6Entoenhetvuurhethadverteerd,branddehijwierookop hetvuur,enalsdankofferbrachthijtweeossen,vier rammen,vierschapen,vierbokken,tweeeenjarigeschapen entweegeitenbokjes;enzodeedhijdagelijks,zevendagen lang.

7Enhijenalzijnzonenenzijnmannenatendaarzeven dagenlangmetvreugdeenzegendenendanktendeHeer, diehemuitalzijnbeproevingenhadverlostenhemzijn geloftehadgegeven

8Enhijgaftiendenvanallereinedierenenbrachteen brandoffer,maardeonreinedierengafhijnietaanLevi, zijnzoon,enhijgafhemallezielenvandemensen 9EnLevivervuldehetpriesterambtinBethelvóórzijn vaderJakob,bovenzijntienbroers,enhijwasdaarpriester. Jakoblegdezijngelofteaf:zogafhijdetiendeweeraande Heerenheiligdedie,endiewerdheiligvoorHem

10Endaaromishetopdehemelsetafelenvastgelegdals eenwetvoordetiende,diejaarlijksvoordeHEERgegeten moetwordenopdeplaatsdieisuitverkorenomZijnnaam telatenwonen.Aandezewetisgeentijdslimiet,totin eeuwigheid

11Dezeverordeningisopgetekendopdatzijjaarlijks vervuldkanwordendoorhetetenvandetweedetiende voordeHeeropdeplaatsdiedaarvoorisuitgekozen,ener magnietsvanoverblijvenvanditjaartothetvolgendejaar 12Wantbinnendatjaarzalhetzaadgegetenwordentotde dagenvandeoogstvanhetzaadvandatjaar,endewijntot dedagenvandewijn,endeolietotdedagenvanzijn seizoen.

13Enalwatdaarvanoverblijftenoudwordt,moetals onreinwordenbeschouwd;hetmoetmetvuurworden verbrand,wanthetisonrein.

14Zomoetenzehetsameninhetheiligdomopeten,enze moetenervoorzorgendathetnietbederft

15Enalletiendenvanderunderenenschapenzullenheilig zijnvoordeHEERenzullentoebehorenaanzijnpriesters, diezejaarnajaarvoorHemzulleneten;wantzoishet bepaaldengegraveerdmetbetrekkingtotdetiendenopde hemelsetafelen

16Enindedaaropvolgendenacht,opdetweeëntwintigste dagvandezemaand,beslootJakobomdieplaatste herbouwen,devoorhofmeteenmuurteomringenendiete heiligenenvooraltijdheiligtemaken,voorzichzelfen zijnkinderennahem.

17EndeHEERverscheen'snachtsaanhem,zegendehem enzeitegenhem:'UwnaamzalnietlangerJakobzijn, maarIsraëlzalunoemen'

18EnHijzeiopnieuwtothem:‘IkbendeHEER,diede hemelendeaardegeschapenheeft,enIkzaluzeertalrijk makenenuenormdoentoenemen,enkoningenzullenuit uvoortkomen,enzijzullenrechtsprekenoveralwaarde voetvandemensenheeftgetreden.

19EnIkzalaanuwnakomelingendeheleaardegevendie onderdehemelis,enzijzullenallevolkenoordelennaar hunwil,endaarnazullenzijdeheleaardeinbezitnemen endievooreeuwigbezitten.'

20EnHijsprakmethemaf,enHijgingvanhemweg.En JakobkeektoetotdatHijnaardehemelwasopgestegen

21Enhijzagineennachtelijkvisioen,enzie,eenengel daaldeuitdehemelneermetzevenstenentafeleninzijn handenHijgafzeaanJakob,enhijlaszeenbegreepalles watdaaringeschrevenstond,wathemenzijnzoneninalle eeuwenzouoverkomen

22Enhijliethemalleszienwatopdestenentafelen geschrevenstondenzeitegenhem:‘Bouwdezeplaatsniet, maakergeeneeuwigheiligdomvanenblijfhierniet wonen,wantditisnietdejuisteplaatsGanaarhethuis vanAbraham,jevader,enwoonbijIsaak,jevader,totde dagvandedoodvanjevader’

23WantinEgyptezuljeinvredesterven,eninditlandzul jemeteerbegravenwordeninhetgrafvanjevoorvaderen, samenmetAbrahamenIsaak

24Weesnietbevreesd,wantzoalsjehethebtgezienen gelezen,zozalhetookgebeuren;enschrijfallesopzoals jehethebtgezienengelezen'

25Jakobzei:‘Heer,hoekanikmeallesherinnerenwatik gelezenengezienheb?’Hijantwoorddehem:‘Ikzalje allesinherinneringbrengen’

26Enhijgingbijhemvandaan,enhijontwaakteuitzijn slaap,enhijherinnerdezichalleswathijhadgelezenen gezien,enhijschreefallewoordenopdiehijhadgelezen engezien

27Enhijvierdedaarnogeendag,enhijbrachtdaarop offerszoalshijdatopdevoorgaandedagenhadgedaan,en hijnoemdediedag'Toevoeging',wantdezedagwas toegevoegdendevoorgaandedagennoemdehij'HetFeest'.

28Zowerdhetgeopenbaarddathetzomoestzijn,enhet staatgeschrevenopdehemelsetafelen:daaromwerdhem geopenbaarddathijhetmoestvierenenhetmoest toevoegenaandezevendagenvanhetfeest

29Endenaamervanwerd'Toevoeging'genoemd,omdat hetwerdopgenomenindelijstvanfeestdagen, overeenkomstighetaantaldagenvanhetjaar

30Enindenachtvandedrieëntwintigstevandezemaand stierfDebora,devoedstervanRebekka,enzijbegroeven haarbenedenindestad,onderdeeikvanderivierHij noemdedezeplaats'DeriviervanDebora'endeeik'Deeik vanderouwomDebora'.

31Rebekkagingterugnaarhaarhuis,naarhaarvader Isaak,enJakobstuurdehaarrammen,schapenenbokken, zodatzeeenmaaltijdvoorzijnvaderkonbereidenzoalshij diewenste

32Enhijgingachterzijnmoederaantothijinhetland Kabratankwam,enhijvestigdezichdaar.

33EnRachelbaarde'snachtseenzoonennoemdehem 'Zoonvanmijnsmart',wantzijleedbijdebevallingMaar zijnvadernoemdehemBenjamin,opdeelfdevande achtstemaand,indeeerstevandezesdeweekvandit jubeljaar.[2143AM]

34RachelstierfdaarenwerdbegraveninhetlandEfrath, datisBethlehemJakobbouwdeeengedenksteenophet grafvanRachel,opdewegbovenhaargraf.

HOOFDSTUK33

1JakobgingnaarhetgebiedtenzuidenvanMagdaladra'ef envestigdezichdaar.HijgingnaarzijnvaderIsaak,samen metzijnvrouwLea,opdenieuwemaanvandetiende maand

2EnRubenzagBilha,dedienstmeidvanRachel,de bijvrouwvanzijnvader,zichineenverborgenplaatsinhet waterbaden,enhijwerdverliefdophaar

3Enhijverborgzich'snachtsenginghethuisvanBilha binnen,enhijtrofhaaralleenslapendaanopeenbedin haarhuis

4Enhijsliepmethaar,enzijwerdwakkerenzag,enzie, RubenlagmethaarinbedEnzijmaaktedezoomvanhaar dekenlos,greephemvastenriepuit,enontdektedathet Rubenwas.

5Enzijschaamdezichvoorhem,enzijtrokhaarhandvan hemaf,enhijvluchtte

6Enzetreurdehieromzeer,maarverteldehetaanniemand.

7ToenJakobterugkeerdeenhaarzocht,zeizijtegenhem: ‘Ikbennietreinvooru,wantikbendooruonrein geworden;Rubenheeftmijonreingemaaktenheeft's nachtsmetmijgeslapen,terwijliksliepIkhebhetniet ontdekttotdathijmijnmantelontblootteenmetmijsliep’ 8JakobwaszeerboosopRuben,omdathijgemeenschap hadgehadmetBilhaenomdathijdemantelvanzijnvader hadontbloot

9EnJakobgingnietmeernaarhaartoe,omdatRubenhaar hadontwijdEniederdiedemantelvanzijnvaderontbloot, diensdaadisbuitengewoonslecht,wanthijiseengruwel voordeHeer.

10Daaromstaateropdehemelsetafelengeschrevenen vastgelegddateenmannietmetdevrouwvanzijnvader magslapenendemantelvanzijnvadernietmagontbloten, wantditisonreinZijzullenzekersamensterven,deman diemetdevrouwvanzijnvaderslaaptendevrouwook, wantzijhebbenonreinheidopaardegebracht.

11EnerzalnietsonreinszijnvooronzeGodinhetvolk datHijvoorZichzelfheeftuitverkorenalszijneigendom 12Enerstaatvoordetweedekeergeschreven:‘Vervloekt zijhijdiegemeenschapheeftmetdevrouwvanzijnvader, wanthijheeftdeschandevanzijnvaderonthuld’Enalle heiligenvandeHeerzeiden:‘Zozijhet,zozijhet.’

13Engij,Mozes,gebiedtdekinderenvanIsraëlditwoord inachttenemen,wanthetbrengtdedoodstrafmetzich mee;hetisonrein,enerisgeeneeuwigeverzoeningvoor degenedieditheeftgedaan,maarhijmoetterdood gebrachtengedoodworden,engestenigd,enuitgeroeid wordenuithetmiddenvanhetvolkvanonzeGod

14WantniemandinIsraëldiezoietsdoet,magookmaar ééndagopaardeinlevenblijven,wanthijiseengruwelen eenonreinmens.

15Enzijzullennietzeggen:Rubenkreeglevenen vergevingnadathijgemeenschaphadgehadmetde bijvrouwvanzijnvader,enhaarook,hoewelzijeen echtgenoothadenhaarechtgenootJakob,zijnvader,nog inlevenwas.

16Wanttotdietijdwasdeverordening,hetoordeelende wetnognietinhaargeheelvooriedereengeopenbaard, maarinuwdageniszijgeopenbaardalseenwetvantijden envandagen,eneeneeuwigewetvoorallegeneraties

17Envoordezewetisgeeneindederdagenengeen verzoening,maarbeidemoetenuithetmiddenvanhetvolk wordenuitgeroeid:opdedagwaaropzijhethebbenbegaan, zullenzijwordengedood.

18Enjij,Mozes,schrijfhetopvoorIsraël,zodatzijhetin achtnemenenernaarhandelen,engeenzondebegaandie totdedoodleidt;wantdeHEER,onzeGod,isrechter,die geenaanziendespersoonsheeftengeengavenaanneemt.

19Envertelhundezewoordenvanhetverbond,opdatzij zehoreneninachtnemen,eneropwaken,enniet vernietigdenuitgeroeidwordenuithetland;want onreinheid,gruwel,besmettingenverontreinigingzijnal diegenendieditopaardedoenvooronzeGod.

20Erisgeengroterezondedandeontuchtdiezijopaarde bedrijven;wantIsraëliseenheiligenatievoordeHEER, zijnGod,eenerfgenaam,eenpriesterlijkenkoninklijkvolk, enhetisZijneigendom;enzulkeonreinheidmagniet voorkomeninhetmiddenvandeheiligenatie

21Eninhetderdejaarvandezezesdeweek[2145AM] gingenJakobenalzijnzonennaarhethuisvanAbraham enwoondendaar,vlakbijIsaak,zijnvader,enRebekka, zijnmoeder.

22DitwarendenamenvandezonenvanJakob:de eerstgeboreneRuben,Simeon,Levi,Juda,Issachar, Zebulon,dezonenvanLea;endezonenvanRachel,Jozef enBenjamin;endezonenvanBilha,DanenNaftali;ende zonenvanZilpa,GadenAser;enDina,dedochtervanLea, deenigedochtervanJakob.

23EnzijkwamenenknieldenneervoorIsaakenRebekka, entoenzijhenzagen,zegendenzijJakobenalzijnzonen Isaakverheugdezichzeer,wanthijzagdezonenvanJakob, zijnjongstezoon,enhijzegendehen

HOOFDSTUK34

1Eninhetzesdejaarvandezeweekvandit vierenveertigstejubeljaar[2148AM]zondJakobzijn zonenuitomhunschapenteweiden,enzijndienarenmet hennaardeweidenvanSichem

2EndezevenkoningenvandeAmorietenverzamelden zichomhentedoden,zichverschuilendonderdebomen, enhunveealsbuittenemen

3Jakob,Levi,JudaenJozefwareninhuismethunvader Isaak,wanthijwasdiepbedroefdenzekondenhemniet verlatenBenjaminwasdejongsteenbleefdaarombijzijn vader.

4Endekoning(en)vanTaphuendekoning(en)vanAresa, endekoning(en)vanSeragan,endekoning(en)vanSelo, endekoning(en)vanGaas,endekoningvanBethoron,en dekoningvanMaanisakir,enaldiegenendieindeze bergenwonen(en)dieindebossenvanhetlandKanaän wonen,kwamen.

5EnzijbrachtenJakobhetvolgendebericht:‘Zie,de koningenvandeAmorietenhebbenuwzonenomsingeld enhunkuddengeroofd’

6Enhijstondopuitzijnhuis,hijenzijndriezonenenal dedienarenvanzijnvader,enookzijneigendienaren,en hijtroktegenhenopmetzesduizendman,diezwaarden droegen

7EnhijdooddehenindeweidenvanSichem,enhij achtervolgdedegenendievluchtten,enhijdooddehenmet

hetscherpezwaard,enhijdooddeAresaenTaphuen SareganenSeloenAmanisakirenGaga'as,enhij heroverdezijnkudden

8Enhijoverwonhenenlegdehuneenbelastingop, namelijkvijfsoortenvruchtenvanhunland,diezijhem moestenbetalenEnhijbouwdeRobelenTamnatares 9Enhijkeerdeinvredeterugenslootvredemethen,enzij werdenzijndienaren,totdedagdathijenzijnzonennaar Egypteafdaalden

10Eninhetzevendejaarvandezeweek[2149AM]zond hijJozefuitomteinformerennaarhetwelzijnvanzijn broersvanuitzijnhuisnaarhetlandSichem,enhijvond heninhetlandDothan.

11Enzeberaamdeneenlisttegenhemensmeeddeneen complotomhemtedoden,maarzebedachtenzichen verkochtenhemaanIsmaëlitischekooplieden.Die brachtenhemnaarEgypteenverkochtenhemaanPotifar, deeunuchvandefarao,dechef-kokenpriestervandestad Elew.

12DezonenvanJakobslachtteneengeitje,dooptende mantelvanJozefinhetbloedenstuurdendieopdetiende vandezevendemaandnaarJakob,hunvader.

13Enhijrouwdedehelenacht,wantzehaddenhethem's avondsgebracht,enhijwerdkoortsachtigvanverdrietom zijndood,enhijzei:'EenbeestheeftJozefverslonden';en alleledenvanzijnhuis[rouwdendiedagmethemmee,en zij]treurdenenrouwdendeheledagmethemmee 14Zijnzoonenzijndochterstondenopomhemtetroosten, maarhijwildezichnietlatentroostenvanwegezijnzoon 15OpdiedaghoordeBilhadatJozefwasomgekomen,en zijstierfinrouwomhem.ZijwoondeinQafratef,enook Dina,zijndochter,stierfnadatJozefwasomgekomen 16EndezedrierouwperiodestroffenIsraëlinéénmaand EnmenbegroefBilhategenoverhetgrafvanRachel,en ookDina,zijndochter,begroefmendaar

17EnhijrouwdeeenjaarlangomJozef,enhieldnietop, wanthijzei:‘Laatmijinrouwommijnzoonnaarhetgraf gaan’

18DaaromishetvoordekinderenvanIsraël voorgeschrevendatzijzichopdetiendevandezevende maand–opdedagdatJakob,zijnvader,hetnieuws ontvingdathemtottranentoebewoogomJozef–zouden verzoeningdoenvoorhunzondendooropdetiendevande zevendemaand,eenmaalperjaar,eenjongegeitteofferen WantzijhaddendegenegenheidvanhunvadervoorJozef, zijnzoon,gekrenkt.

19Dezedagisvastgesteldalsdagwaaropzijrouwenom hunzonden,omalhunovertredingenenomalhun dwalingen,zodatzijzichopdiedageenmaalperjaar kunnenreinigen

20EnnadatJozefwasomgekomen,namendezonenvan Jakobvrouwen.DenaamvanRubensvrouwisAda;de naamvanSimeonsvrouwisAdlbaa,eenKanaänietische; denaamvanLevi'svrouwisMelka,eendochtervanAram, eennakomelingvandezonenvanTerach;denaamvan Juda'svrouwisBetasuël,eenKanaänietische;denaamvan IssacharsvrouwisHezaqa;denaamvanZabulonsvrouw isNiiman;denaamvanDansvrouwisEgla;denaamvan Naftali'svrouwisRasuu,afkomstiguitMesopotamië;de naamvanGadsvrouwisMaka;denaamvanAser'svrouw

isIjona;denaamvanJozefsvrouwisAsenath,de Egyptische;endenaamvanBenjaminsvrouwisIjasaka. 21Simeonkreegberouwennameentweedevrouwuit Mesopotamië,netalszijnbroers.

HOOFDSTUK35

1Eninheteerstejaarvandeeersteweekvanhet vijfenveertigstejubeljaar[2157AM]riepRebekkahaar zoonJakobbijzichengafhemdeopdrachtzijnvaderen zijnbroerteeren,alledagenvanzijnleven

2EnJakobzei:‘Ikzalallesdoenzoalsumijhebt opgedragen;wantditzalmijtoteerenaanzienstrekken,en totgerechtigheidvoordeHEER,datikheneerbewijs

3Enookjij,moeder,weetvanafmijngeboortetotopde dagvanvandaag,almijndadenenalleswaterinmijnhart is,datikaltijdhetgoedeinzieinalles

4HoezouikdannietdoenwatUmijhebtopgedragen, namelijkmijnvaderenmijnbroerteeren!

5Zegmij,moeder,welkeverdorvenheidhebtuinmij gezien,danzalikmijervanafkerenenzaler barmhartigheidovermijkomen.'

6Enzijzeitothem:‘Mijnzoon,ikhebinalmijndagen geenenkelslecht,maaralleenmaarrechtvaardigedaden gezien.Entochzalikjedewaarheidzeggen,mijnzoon:ik zalditjaarsterven,enikzalditjaarvanmijnlevenniet overleven;wantikhebineendroomdedagvanmijndood gezien,datiknietouderzouwordendan honderdvijfenvijftigjaar;enzie,ikheballedagenvanmijn levendieiknogtelevenheb,voltooid’

7EnJakoblachteomdewoordenvanzijnmoeder,want zijnmoederhadtegenhemgezegddatzezousterven Maarzezattegenoverhem,volkrachtenzondergebreken; zegingimmersinenuitenzag,haartandenwarensterken geenenkeleziektehadhaarooitgetroffen

8EnJakobzeitegenhaar:‘Zaligbenik,moeder,alsmijn dagendedagenvanuwlevennaderenenmijnkrachtmij evenveelkrachtgeeftalsdievanu,enunietsterft,wantu maakteendwaasgrapjemetmijoveruwdood’

9EnzijgingnaarIsaakenzeitegenhem:‘Eénverzoek doeiku:laatEsauzwerendathijJakobgeenkwaadzal doenenhemnietvijandigzalbehandelen;wantuweetdat Esauvanjongsafaanverdorvenisengeengreintje goedheidinhemheeft;wanthijwilhemnauwdooddoden 10Enuweetalleswathijgedaanheeft,vanafdedagdat Jakob,zijnbroer,naarHarangingtotopdezedag:hoehij onsmetheelzijnhartverlatenheeftenonskwaadheeft gedaan;uwkuddenheefthijtoegeëigendenaluw bezittingenvooruwogenweggevoerd

11Entoenwijhemsmeektenenvroegenomwatons toebehoorde,handeldehijalsiemanddiemedelijdenmet onshad.

12Enhijisverbitterdtegenu,omdatuJakob,uw volmaakteenrechtschapenzoon,hebtgezegend;wanteris geenkwaad,maaralleengoedheidinhem,ensindshijuit Haranisgekomentotopdedagvanvandaagheefthijons nietsontnomen,wanthijbrengtonsaltijdallesopzijntijd, enhijverheugtzichmetheelzijnhartwanneerwijhemiets aannemenenhijonszegent,enhijisnietvanons gescheidensindshijuitHaranisgekomentotopdedag

vanvandaag,enhijblijftvoortdurendbijonsthuisomons teeren.'

13Isaakzeitegenhaar:‘Ookikkenenziededadenvan Jakob,diebijonsis,hoehijonsmetheelzijnharteert. VroegerhadikEsaumeerliefdanJakob,omdathijde eerstgeborenewasMaarnuhebikJakobmeerliefdan Esau,wanthijheeftveelkwaadgedaanenerisgeen rechtvaardigheidinhem,wantalzijnwegenzijn onrechtvaardigengewelddadig,enerisgeen rechtvaardigheidomhemheen’

14Ennuismijnhartverontrustvanwegealzijndaden,en nochhij,nochzijnnakomelingenzullengeredworden, wantzijzullenvandeaardewordenverdelgdenvanonder dehemelwordenuitgeroeid,omdathijdeGodvan Abrahamheeftverlatenenachterzijnvrouwenis aangegaan,enachterhunonreinheidenachterhundwaling, hijenzijnkinderen

15EnubeveeltmijhemtelatenzwerendathijJakob,zijn broer,nietzaldoden;zelfsalshijzweert,zalhijzichniet aanzijneedhoudenenzalhijalleenmaarkwaaddoen, maargeengoed

16MaaralshijJakob,zijnbroer,wildoden,zalhijin Jakobshandenwordenuitgeleverd,enhijzalnietaandiens handenontkomen,[wanthijzalindienshanden terechtkomen.]

17WeesnietbevreesdvanwegeJakob,wantde beschermervanJakobisgroot,machtig,geëerdenmeer geprezendandebeschermervanEsau.

18RebekkastuurdeiemandomEsauteroepen,enhij kwambijhaarZezeitegenhem:‘Ikhebeenverzoekaan je,mijnzoon,enbeloofmedatjehetzultdoen,mijnzoon.’ 19Enhijzei:‘Ikzalallesdoenwatumijzegt,enikzaluw verzoeknietafwijzen’

20Enzijzeitegenhem:‘Ikvraagudatumijopdedagdat iksterf,inuwhuisopneemtenmijbegraaftnaastSara,de moedervanuwvader,endatuenJakobelkaarliefhebben endatgeenvanbeidenkwaadtegendeanderbegeert,maar alleenwederzijdseliefde,en(zo)zullenjullievoorspoedig zijn,mijnzonen,engeëerdwordeninhetland,engeen vijandzalzichoverjullieverheugen,enjulliezulleneen zegeneneengenadezijnindeogenvanallendiejullie liefhebben’

21Enhijzei:‘Ikzalallesdoenwatumijhebtopgedragen, enikzaluopdedagvanuwdoodbegravennaastSara,de moedervanmijnvader,zoalsuhebtgewenstdathaar beenderendichtbijuwbeenderenzullenzijn.

22EnJakob,mijnbroer,zalikbovenallemensen liefhebben,wantikhebgeenanderebroeropdeheleaarde danhemalleenEnhetisvoormijgeengroteverdiensteals ikhemliefheb,wanthijismijnbroer,enwijzijnsamenin uwlichaamverwektensamenuituwschootvoortgekomen Alsikmijnbroernietliefheb,wiezalikdanliefhebben?

23EniksmeekudaaromJakobaantesporenmet betrekkingtotmijenmijnzonen,wantikweetdathijzeker koningzalzijnovermijenmijnzonenWantopdedagdat mijnvaderhemzegende,steldehijhemhogeraanenmij lager.

24Enikzweerudatikhemzalliefhebbenengeenkwaad tegenhemzalverlangen,alledagenvanmijnleven,maar alleenhetgoede.'

25EnhijzwoerhaareeneedoverdezehelezaakEnzij riepJakobbijzichinhetbijzijnvanEsauengafhem bevelenovereenkomstigdewoordendiezijtotEsauhad gesproken.

26Enhijzei:‘Ikzaluwwildoen;geloofme,erzalgeen kwaadvanmijofvanmijnzonentegenEsauuitgaan,enik zalinnietsdeeerstezijn,behalveindeliefde’

27Enzijenhaarzonenatenendronkendienacht,enzij stierf,driejubileaeneenweekeneenjaaroud,indienacht, enhaartweezonen,EsauenJakob,begroevenhaarinde dubbelegrotbijSara,demoedervanhunvader

HOOFDSTUK36

1Eninhetzesdejaarvandezeweek[2162AM]riepIsaak zijntweezonenEsauenJakobbijzich,enzijkwamennaar hemtoeHijzeitegenhen:‘Mijnzonen,ikgadewegvan mijnvoorvaderenvolgen,naarheteeuwigehuiswaarmijn voorvaderenzijn.

2BegraafmijdaarombijAbraham,mijnvader,inde dubbelegrotinhetveldvanEfrondeHethiet,waar Abrahameengrafkochtominbegraventeworden;begraaf mijinhetgrafdatikvoormezelfhebgegraven

3Enditgebiedikjullie,mijnzonen:datjullie rechtvaardigheidenoprechtheidindepraktijkbrengenop aarde,zodatdeHEERallesoverjulliebrengtwatdeHEER gezegdheeftdatHijmetAbrahamenzijnnakomelingen zoudoen.

4Enhebelkaarlief,mijnzonen,julliebroeders,zoals iemandzijneigenzielliefheeft,enlaatiederernaarstreven zijnbroedertotnuttezijn,enlatenzijsamenwerkenop aarde;enlaathenelkaarliefhebbenalshuneigenziel

5Enwatdeafgodenbetreft,gebiedenvermaanikuzete verwerpenentehaten,enzenietlieftehebben,wantze zijnvolbedrogvoorhendiezeaanbiddenenvoorhendie zichvoorhenneerbuigen

6Gedenk,mijnzonen,deHEER,deGodvanAbraham, uwvader,enhoeikHemookaanbedenengediendhebin gerechtigheidenvreugde,opdatHijuzou vermenigvuldigenenuwnageslachtzoudoentoenemenals desterrenaandehemelinaantal,enuzouvestigenopde aardealsdeplantvangerechtigheid,dienietuitgeroeidzal worden,totinallegeslachten,totineeuwigheid.

7EnnuzalIkueengroteeedlatenzweren–wanteris geeneeddiegroterisdandiebijdenaamvandeglorieuze engeëerdeengroteenschitterendeenwonderbaarlijkeen machtige,diedehemelendeaardeenalledingentezamen heeftgeschapen–datuHemzultvrezenenHemzult aanbidden

8Endatiederzijnbroedermetgenegenheiden rechtvaardigheidzalliefhebben,endatniemandvannuaf aankwaadtegenzijnbroederzalbegeren,aldedagenvan uwleven,opdatuvoorspoedigzultzijninaluwdadenen niettenonderzultgaan

9Enalseenvanjulliekwaadberaamttegenzijnbroeder, weetdandatvoortaaniederdiekwaadberaamttegenzijn broederinzijnhandenzalvallenenzalwordenuitgeroeid uithetlandderlevenden,enzijnnageslachtzalworden vernietigdvanonderdehemel

10Maaropdedagvanonrust,verachting, verontwaardigingentoorn,meteenvlammend,verterend

vuurzoalsHijSodomverbrandde,zozalHijookzijnland, zijnstadenalleswathemtoebehoortverbranden.Hijzal wordenuitgewistuithetboekdertuchtigingdermensenen nietwordenopgetekendinhetboekdeslevens,maarinhet boekdatbestemdisvoordevernietiging.Hijzalweggaan naardeeeuwigeverachting,zodathunveroordelingsteeds opnieuwzalwordenuitgesprokeninhaat,verachting,toorn, kwelling,verontwaardiging,plagenenziektes,totin eeuwigheid

11Ikzegengetuigu,mijnzonen,overeenkomstighet oordeeldatzalkomenoverdemandiezijnbroerkwaad wildoen

12Enhijverdeeldealzijnbezittingenopdiedagtussende tweeengafhetgrootstedeelaandeeerstgeborene,ende torenenalleswateromheenwas,enalleswatAbraham bezatbijdeBronvandeEed.

13Enhijzei:‘Ditgrootstedeelzalikaandeeerstgeborene geven’

14EnEsauzei:‘IkhebaanJakobverkochtenmijn eerstgeboorterechtaanJakobgegeven;laathethem gegevenworden,enikhebergeenwoordovertezeggen, wanthetisvanhem.’

15EnIsaakzei:Mogeervandaageenzegenrustenop jullie,mijnzonen,enopjullienageslacht,wantjullie hebbenmijrustgegeven,enmijnhartisnietgekweldover heteerstgeboorterecht,opdatjulliegeenkwaadzouden doenvanwegedateerstgeboorterecht

16MogedeAllerhoogsteGoddemandierechtvaardigheid bedrijftzegenen,hemenzijnnakomelingentotin eeuwigheid'

17Enhijgafhenbevelenenzegendehen,enzijatenen dronkensamenvoorhemHijverheugdezichomdatzij eensgezindwarenDaarnagingenzijvanhemwegen rusttendiedaguitensliepen.

18Isaaksliepdiedagvolvreugdeopzijnbed;enhijsliep deeeuwigeslaapenstierfophonderdachtjarigeleeftijd Hijhadvijfentwintigwekenenvijfjaargeleefd;enzijn tweezonenEsauenJakobbegroevenhem

19EnEsaugingnaarhetlandEdom,naarhetgebergtevan Seïr,envestigdezichdaar.

20JakobwoondeindebergenvanHebron,indetorenvan hetlandwaarzijnvaderAbrahamhadverbleven,enhij aanbaddeHEERmetheelzijnhartenvolgensdezichtbare geboden,zoalsHijdedagenvanzijngeslachtenhad verdeeld

21EnLea,zijnvrouw,stierfinhetvierdejaarvande tweedeweekvanhetvijfenveertigstejubeljaar[2167AM] Hijbegroefhaarindedubbelegrot,vlakbijRebekka,zijn moeder,linksvanhetgrafvanSara,demoedervanzijn vader

22Enalhaarzonenenzijnzonenkwamenommethemte rouwenomLea,zijnvrouw,enomhemtetroosten,want hijtreurdeomhaar,omdathijhaarzeerliefhadnadedood vanRachel,haarzus

23Wantzijwasvolmaaktenoprechtinalhaarwegenen eerdeJakob,engedurendealledagendatzijmethem samenleefde,heefthijuithaarmondgeenhardwoord gehoord,wantzijwaszachtmoedig,vredig,oprechten eerbaar

24Enhijdachtaanalhaardadendiezetijdenshaarleven hadverrichtenhijtreurdezeeromhaar,wanthijhadhaar liefmetheelzijnhartenmetheelzijnziel

HOOFDSTUK37

1EnopdedagdatIsaak,devadervanJakobenEsau, stierf,[2162AM]hoordendezonenvanEsaudatIsaakhet erfdeelvandeoudsteaanzijnjongstezoonJakobhad gegeven,enzijwerdenzeerboos

2Enzetwisttenmethunvaderenzeiden:‘Waaromheeft jevaderJakobheterfdeelvandeoudstegegevenenjou overgeslagen,terwijljijdeoudstebentenJakobde jongste?’

3Enhijzeitegenhen:‘Omdatikmijneerstgeboorterecht aanJakobverkochthebvooreenpaarlinzen,enomdat mijnvadermijopdedagdathijeropuitstuurdeomte jagenentevangenenhemietstebrengenomteetenenmij tezegenen,kwamhijmetlistenbrachtmijnvaderetenen drinken,enmijnvaderzegendehemennammijonderzijn hoede

4Ennuheeftonzevaderons,hemenmij,latenzwerendat wegeenkwaadzullenberamen,nochtegenzijnbroer, nochtegenhem,endatweinliefdeenvredemetelkaar zullenblijvenenonzewegennietzullenverdorven.'

5Enzijzeidentothem:‘Wijzullennietnaaruluisteren omvredemethemtesluiten,wantwijzijnsterkerdanhij enwijzijnmachtigerdanhij.Wijzullentegenhem optrekkenenhemdodenenhemenzijnzonenvernietigen Enalsunietmetonsmeegaat,zullenwijuookkwaad doen.’

6Luisternunaarons:LatenweAram,Filistijnen,Moaben Ammonuitsturen,enlatenwevooronszelfuitverkoren mannenkiezendiestrijdlustigzijn,enlatenwetegenhen optrekkenenmethenstrijden,enlatenwehenvande aardewegvagenvoordatzemachtigworden'

7Enhunvaderzeitegenhen:'Ganietheenenvoergeen oorlogtegenhem,anderszullenjullievoorhemtenonder gaan'

8Enzijzeidentothem:‘Ookditisprecieshoejejevanaf jejeugdtotopdedagvanvandaaggedraagt,enjelegtje nekonderzijnjuk

9'Wijzullennietnaardezewoordenluisteren.'Enzij stuurdeneenboodschappernaarAramennaar'Aduram, naardevriendvanhunvader,enzijhuurdensamenmet henduizendstrijdersin,uitverkorenkrijgers.

10EnerkwamenduizenduitMoabenuitAmmonnaar hentoe,dieingehuurdwaren,enduizenduitverkoren mannen,enduizenduitverkorenkrijgers,enduizenduit EdomenuitHorieten,enduizenduitverkorenstrijders,en uitKittim,dapperekrijgers

11Enzijzeidentegenhunvader:'Gamethenmeeenleid hen,anderszullenwijjedoden'

12Enhijwerdwoedendenverontwaardigdtoenhijzagdat zijnzonenhemdwongenomvoorhenuittegaanenhen tegenzijnbroerJakobaantevoeren

13Maarlaterherinnerdehijzichalhetkwaaddathijin zijnhartkoesterdetegenzijnbroerJakob;enhijvergatde eeddiehijaanzijnvaderenmoederhadgezworen,dathij alzijndagengeenkwaadzouberamentegenzijnbroer Jakob

14EnondanksditalleswistJakobnietdatzetegenhem tenstrijdetrokken,enhijrouwdeomLea,zijnvrouw, totdatzemetvierduizendkrijgersenuitverkorenmannen heeldichtbijdetorenwarengekomen.

15EndemannenvanHebronstuurdenhemeenboodschap: ‘Zie,uwbroeristegenuopgetrokkenomtegenute strijden;vierduizendmanzijnmethetzwaardomgorden zedragenschildenenwapens.’WantzijhaddenJakob meerliefdanEsauDatverteldenzehem,wantJakobwas eenvrijgevigerenbarmhartigermandanEsau

16MaarJakobwildehetpasgeloventoenzeheeldichtbij detorenwarengekomen

17Enhijslootdepoortenvandetoren;enhijgingopde kantelenstaanenspraktotzijnbroerEsauenzei:‘Edelis detroostwaarmeejemijkomttroostenomdedoodvan mijnvrouw.Isditdeeeddiejeaanjevaderenvervolgens aanjemoederhebtgezworenvoordatzijstierven?Jehebt deeedgebroken,enophetmomentdatjedeeedaanje vaderaflegde,werdjeveroordeeld.’

18ToenantwoorddeEsauhem:‘Nochdemensen,nochde dierenopaardehebbeneeneedvanrechtvaardigheid afgelegddievooreeuwiggeldigis,maarelkedagberamen zekwaadtegenelkaarenhoeiederzijntegenstanderen vijandkandoden

19Enjijhaatmijenmijnkinderenvooreeuwig.Eneris geensprakemeervaneenbroederbandmetjou

20Luisternaardezewoordendieikuverkondig:Alshet everzwijnzijnhuidkanveranderenenzijnborstelharenzo zachtalswolkanmaken,ofalshethoornsopzijnkopkan latengroeienzoalsdehoornsvaneenhertofvaneen schaap,danzalikdebroederbandmetuinerehouden.En alsdeborstenzichvanhunmoederzoudenscheiden, omdatugeenbroedervoormijbentgeweest

21Enalsdewolvenvredesluitenmetdelammeren,zodat zehennietverslindenofgeweldaandoen,enalshunharten hengoedgezindzijn,danzalervredeinmijnhartzijn jegensjou.

22Alsdeleeuwdevriendvandeoswordtenvredemet hemsluit,enalshijsamenmethemonderéénjukwordt gebondenenploegt,danzalIkvredemetjousluiten.

23Enwanneerderaafwitwordtalsderaaf,weetdandat IkjehebliefgehadenvredemetjezalsluitenJijzult wordenuitgeroeid,enjezonenzullenwordenuitgeroeid, enerzalgeenvredemeervoorjezijn'

24ToenJakobzagdathijzokwaadaardigtegenhemwas ingesteldmetzijnhartenmetheelzijnziel,dathijhem wildedoden,endathijwaskomenaanstormenalseenwild zwijndatopdespeerafstormtdiehemdoorboortendoodt, enernietvoorterugdeinst;

25Toensprakhijtotzijneigenmensenentotzijndienaren enbevalhenhemenalzijnmetgezellenaantevallen

HOOFDSTUK38

1EndaarnasprakJudatotJakob,zijnvader,enzeitegen hem:‘Spanjeboog,vader,enschietjepijlenafenveltde tegenstanderneerendoodtdevijand;enmogejijdemacht hebben,wantwijzullenjebroernietdoden,wanthijis zoalsjij,enalshijopjoulijkt,latenwijhemdezeeer bewijzen.’

2ToenspandeJakobzijnboogenschootdepijlaf, waarmeehijEsau,zijnbroer,trof(inzijnrechterborst)en hemdoodde

3EnopnieuwschoothijeenpijlafentrofAdorande Arameeërindelinkerborst,waardoorhijachterovervielen stierf

4ToengingendezonenvanJakobnaarbuiten,zijenhun dienaren,enverdeeldenzichingroepenaandevierzijden vandetoren

5Judatrokvooruit,samenmetNaftalienGadenvijftig dienaren,aandezuidkantvandetoren,enzijdoodden allendiezijvoorzichaantroffen,enniemandontkwam 6Levi,DanenAsertrokkenuitaandeoostkantvande toren,envijftigmannenmethen,enzijdooddende strijdersvanMoabenAmmon

7Ruben,IssacharenZebulontrokkennaardenoordzijde vandetoren,samenmetvijftigmannen,enzijdooddende strijdersvandeFilistijnen

8Simeon,BenjaminenHenoch,dezoonvanRuben, trokkenuitaandewestkantvandetoren,envijftigmannen methen,enzijdooddenvierhonderddapperekrijgersvan EdomenvandeHorieten;zeshonderdvluchtten,envier zonenvanEsauvluchttenmethenmee,enlietenhunvader doodachter,zoalshijgevallenwasopdeheuvelin 'Aduram.

9DezonenvanJakobachtervolgdenhentotinhet gebergtevanSeïrJakobbegroefzijnbroeropdeheuvelin Aduramenkeerdeterugnaarhuis.

10EndezonenvanJakobverdrongendezonenvanEsau inhetSeïrgebergte,enbogenhunnekkenzodatzij dienarenvandezonenvanJakobwerden.

11Enzijstuurdeneenboodschappernaarhunvader(omte vragen)ofzijvredemethenmoestensluitenofhen moestendoden.

12Jakobstuurdeeenboodschapnaarzijnzonendatze vredemoestensluiten,enzijslotenvredemethenen legdenhetjukvanslavernijophen,zodatzeJakobenzijn zonenaltijdbelastingzoudenbetalen

13EnzeblevenbelastingbetalenaanJakobtotdedagdat hijnaarEgyptevertrok.

14EndezonenvanEdomzijntotopdedagvanvandaag nietverlostvanhetjukvanslavernijdatdetwaalfzonen vanJakobhunhaddenopgelegd.

15DitzijndekoningendieinEdomregeerdenvoordater eenkoningoverdekinderenvanIsraëlregeerde[totopde dagvanvandaag]inhetlandEdom.

16EnBalaq,dezoonvanBeor,regeerdeinEdom,ende naamvanzijnstadwasDanaba.

17EnBalaqstierf,enJobab,dezoonvanZarauitBoser, regeerdeinzijnplaats

18Jobabstierf,enAsam,uithetlandTeman,regeerdein zijnplaats.

19EnAsamstierf,enAdath,dezoonvanBarad,die MidianophetveldvanMoabhadgedood,regeerdeinzijn plaats,endenaamvanzijnstadwasAvith

20EnAdathstierf,enSalmanuitAmaseqaregeerdeinzijn plaats.

21EnSalmanstierf,enSaulvanRa'aboth(aande)rivier, regeerdeinzijnplaats

22EnSaulstierf,enBa'elunan,dezoonvanAchbor, regeerdeinzijnplaats

23EnBa'elunan,dezoonvanAchbor,stierf,en'Adath regeerdeinzijnplaats,endenaamvanzijnvrouwwas Maitabith,dedochtervanMatarat,dedochtervan Metabedza'ab.

24DitzijndekoningendieinhetlandEdomhebben geregeerd

HOOFDSTUK39

1EnJakobwoondeinhetlandwaarzijnvaderhad verbleven,inhetlandKanaänDitzijndegeslachtenvan Jakob

2JozefwaszeventienjaaroudtoenzehemnaarEgypte brachten,enPotifar,eeneunuchvandefarao,dechef-kok, kochthem

3EnhijsteldeJozefaanoverzijnhelehuis,endezegen vandeHEERkwamoverhethuisvandeEgyptenaar vanwegeJozef,endeHEERgafhemvoorspoedinalles wathijdeed.

4DeEgyptenaarvertrouwdeallestoeaanJozef,wanthij zagdatdeHeermethemwasendatdeHeerhem voorspoedgafinalleswathijdeed.

5Jozefzagerknapuit,endevrouwvanzijnheersloeg haarogenopenzagJozef,enzewerdverliefdophemen smeektehemommethaarteslapen.

6Maarhijgafzijnzielnietover,enhijdachtaandeHEER enaandewoordendieJakob,zijnvader,plachtvoorte lezenuitdewoordenvanAbraham,datniemandoverspel magplegenmeteenvrouwdiegetrouwdis;datvoorhem dedoodstrafisvastgesteldindehemelvoorde AllerhoogsteGod,endatdezondetegenhemzalworden opgetekendindeeeuwigeboekenvoordeHEER 7Jozefherinnerdezichdezewoordenenweigerdemet haarteslapen.

8Enzesmeektehemeenjaarlang,maarhijweigerdeen wildenietluisteren

9Maarzijomhelsdehemenhieldhemstevigvastinhet huisomhemtedwingenmethaarteslapen,enslootde deurenvanhethuisenhieldhemstevigvast;maarhijliet zijnklereninhaarhandenachter,brakdoordedeuren vluchttenaarbuiten,wegvanhaaraanwezigheid

10Toendevrouwzagdathijnietmethaarwildeslapen, belasterdezehemindeaanwezigheidvanzijnheerenzei: ‘UwHebreeuwsedienaar,dieuliefhebt,heeftmij gedwongenommetmijteslapenToenikmijnstem verhief,vluchttehijenlietzijnkleedinmijnhandenachter toenikhemvasthield,enhijbrakdoordedeur’

11DeEgyptenaarzaghetkleedvanJozefendegebroken deur,enhoordedewoordenvanzijnvrouw,enwierpJozef indegevangenis,indeplaatswaardekoninggevangen hield

12Enhijbevondzichindegevangenis;endeHEERgaf Jozefgunstindeogenvandehoofdbewakerenhad medelijdenmethem,wanthijzagdatdeHEERmethem wasendatdeHEERalzijndadendeedslagen 13Enhijgafallesineigenhanden,endehoofdbewaker wistnietsvanwaterbijhemgebeurde,wantJozefdeed alles,endeHeervoltooidehet

14EnhijbleefdaartweejaarIndiedagenwerddefarao, dekoningvanEgypte,woedendopzijntweeeunuchen,op deopperkamerheerenopdeopperbakker,enhijliethen

gevangenzetteninhethuisvandeopperkok,inde gevangeniswaarJozefwerdvastgehouden.

15DehoofdbewakersteldeJozefaanomhentedienen,en hijdiendevoorhen.

16Enbeidendroomdeneendroom,deopperkamerheeren deopperbakker,enzeverteldendieaanJozef

17Enzoalshijhethunhaduitgelegd,zogeschieddehet ook:defaraohersteldedeopperkamerheerinzijnambten lietde(opper)bakkerdoden,zoalsJozefhethunhad uitgelegd

18MaardeopperkamerheervergatJozefindegevangenis, hoewelhijhemhadverteldwathemzouoverkomen,enhij vergataandefaraotevertellenhoeJozefhethemhad verteld,wanthijwashetvergeten

HOOFDSTUK40

1Indiedagendroomdedefaraoinéénnachttweedromen overeenhongersnooddieoverhethelelandzoukomen.

Hijontwaakteuitzijnslaapenriepalledroomuitleggersen magiërsvanEgyptebijeenenverteldehunzijntwee dromen,maarzijkondenzenietverklaren.

2ToenherinnerdedeopperkamerheerzichJozefensprak overhemmetdekoning,endezeliethemuitde gevangenishalenenverteldehemzijntweedromen.

3EnhijzeitegenFaraodatzijntweedromenéénwaren, enhijzeitegenhem:‘Erzullenzevenjaarkomenwaariner overvloedzalzijninheelEgypte,endaarnazevenjaarvan hongersnood,eenhongersnoodzoalsernognooitinhet helelandisgeweest

4LaatdefaraonuopzichtersaanstelleninheelEgypte,en laatheninelkestadvoedselvoorradenaanleggenvoorde jarenvanovervloedDanzalervoedselzijnvoordezeven jarenvanhongersnood,enhetlandzalniettenondergaan doordehongersnood,wantdiezalzeerernstigzijn

5EndeHEERschonkJozefgunstengenadeindeogen vandefarao,endefaraozeitegenzijndienaren:'Wij zullennergensanderszo'nwijsenverstandigmanvinden alsdeze,wantdeGeestvandeHEERismethem'

6Enhijsteldehemaanalstweedeinheelzijnkoninkrijk engafhemgezagoverheelEgypte,enlietheminde tweedestrijdwagenvandefaraorijden

7Enhijbekleeddehemmetbyssusgewaden,enhijdeed eengoudenkettingomzijnhals,en(eenheraut)riepvoor hemuit:‘El‘Elwa‘Abirer,’enhijschoofeenringomzijn handensteldehemaanalsheerseroverheelzijnhuis,en verheerlijktehem,enzeitegenhem:‘Alleenopdetroon zalikmachtigerzijndanjij.’

8JozefheersteoverheelEgypte,enallevorstenvande farao,alzijndienarenenallendiedezakenvandekoning deden,haddenhemlief,wanthijwandeldein rechtvaardigheid,hijwasvrijvantrotsenarrogantie,hij hadgeenaanziendespersoonsennamgeengeschenken aan,maarhijsprakrechtvaardigrechtoveralleinwoners vanhetland

9EnhetlandEgyptewasinvredebijdefaraovanwege Jozef,wantdeHEERwasmethemengafhemgunsten barmhartigheidvooralzijngeneraties,voorallendiehem kendenenoverhemhoordenEnhetkoninkrijkvande faraowasgoedgeordend,enerwasgeenSatanengeen kwaadaardigpersoon(daarin)

10DekoningnoemdeJozefSephantiphansengafhemde dochtervanPotifar,dedochtervandepriestervan Heliopolis,tevensdechef-kok,totvrouw

11EnopdedagdatJozefvoordefaraostond,washij dertigjaaroud[toenhijvoordefaraostond].

12EnindatjaarstierfIsaakEnhetgeschieddezoalsJozef hadgezegdindeuitlegvanzijntweedromen, overeenkomstigwathijhadgezegd:erwarenzevenjaar vanovervloedoverheelhetlandEgypte,enhetland Egyptebrachtovervloedigvoort,éénmaat(bracht) achttienhonderdmatenvoort

13EnJozefverzameldevoedselvoorelkestad,totdatze volgraanwarenenzehetnietmeerkondentellenenmeten vanwegedegroteaantallenmensen

HOOFDSTUK41

1Eninhetvijfenveertigstejubeljaar,indetweedeweek, eninhettweedejaar,[2165AM]namJudavoorzijn eerstgeborenzoonEreenvrouwuitdedochtersvanAram, genaamdTamar

2Maarhijhaattehaarenhadgeengemeenschapmethaar, omdatzijnmoederuitdeKanaänitischestaatkwamenhij graageenvrouwuitdefamilievanzijnmoederwilde, maarJuda,zijnvader,stondhethemniettoe.

3EndezeEr,deeerstgeborenevanJuda,wasgoddeloos, endeHEERdooddehem

4JudazeitegenOnan,zijnbroer:‘Ganaardevrouwvanje broerenvervuldeplichtvaneenzwagerjegenshaar,en verweknakomelingenvoorjebroer’

5EnOnanwistdathetzaadnietvanhemzouzijn,maar vanzijnbroerDaaromginghijhethuisvandevrouwvan zijnbroerbinnenenmorstehetzaadopdegrondHijwas goddeloosindeogenvandeHeer,enHijdooddehem.

6JudazeitegenTamar,zijnschoondochter:‘Blijfinhet huisvanjevaderalsweduwetotdatmijnzoonSela volwassenis,endanzalikjeaanhemtotvrouwgeven.’

7Enhijgroeideop;maarBedsuël,devrouwvanJuda, stondhaarzoonSelaniettoetetrouwenEnBedsuël,de vrouwvanJuda,stierf[2168AM]inhetvijfdejaarvan dezeweek

8EninhetzesdejaargingJudanaarTimnaomzijn schapentescheren.[2169AM]EnzeverteldenTamar:'Zie, uwschoonvadergaatnaarTimnaomzijnschapente scheren'

9Enzijlegdehaarweduwenkledingaf,deedeensluierop, versierdezichengingzittenindepoortdieaandeweg naarTimnagrensde.

10ToenJudaverderliep,vondhijhaarendachtdatzeeen hoerwasHijzeitegenhaar:‘Laatmijbijubinnenkomen’ Zijzeitegenhem:‘Kombinnen,’enhijgingnaarbinnen 11Enzijzeitegenhem:‘Geefmijmijnloon.’Enhijzei tegenhaar:‘Ikhebnietsandersbijmedanmijnringom mijnvinger,mijnhalskettingenmijnstafdieikinmijn handheb’

12Enzijzeitegenhem:‘Geefzeaanmijtotdatumijmijn loonstuurt.’Enhijzeitegenhaar:‘Ikzalueengeitenbokje sturen’Enhijgafzehaar,enhijgingbijhaarnaarbinnen, enzijwerdzwangervanhem

13Judagingnaarzijnschapen,enzijgingnaarhethuis vanhaarvader

14Judastuurdeeengeitenbokjemetzijnherder,een Adullamiet,oppad,maarhijvondhaarniet.Hijvroegde mensenvandieplaats:‘Waarisdehoerdiehierwas?’En zijantwoordden:‘Erishiergeenhoerbijons.’

15Enhijkeerdeterugenbrachthemopdehoogte,enzei tegenhemdathijhaarniethadgevonden:‘Ikhebde mensenvandieplaatsgevraagd,enzijzeidentegenmij: “Hierisgeenhoer.”’

16Enhijzei:‘Laathaarzehouden,anderswordenwij voorspotvatbaar’Toenzijdriemaandenzwangerwas, werdhetduidelijkdatzijzwangerwas,enzijvertelden Juda:‘Zie,Tamar,uwschoondochter,iszwangerdoor overspel.’

17Judagingnaarhethuisvanhaarvaderenzeitegenhaar vaderenhaarbroers:‘Brenghaarnaarbuitenenlaathen haarverbranden,wantzijheeftonreinheidinIsraël bedreven’

18Enhetgeschiedde,toenzijhaarnaarbuitenbrachtenom haarteverbranden,datzijdering,dehalskettingendestaf naarhaarschoonvaderzondenzei:‘Onderzoekwiedeze zijn,wantdoorhembenikzwanger’

19Judabeaamdeditenzei:‘Tamarisrechtvaardigerdan ik’

20Endaarommogenzehaarnietverbranden’Enomdie redenwerdzenietaanShelahgegeven,enhijisnietmeer naarhaartoegekomen

21Endaarnabaardezijtweezonen,Perez[2170AM]en Zerah,inhetzevendejaarvandezetweedeweek.

22Endaarmeewarendezevenvruchtbarejarenvoorbij, waaroverJozeftegendefaraohadgesproken

23Judaerkendedatdedaaddiehijhadbegaanslechtwas, wanthijhadgemeenschapgehadmetzijnschoondochter, enhijachttehetafschuwelijkHijerkendedathij gezondigdenafgedwaaldhad,omdathijdezoomvanzijn zoonhadontbloot,enhijbegonteklagenentotdeHeerte biddenvanwegezijnovertreding

24Enwijhebbenhemineendroomvertelddathethem vergevenwas,omdathijernstiggebedenhad,hadgerouwd enhetnietmeerhadgedaan

25Enhijontvingvergeving,omdathijzichbekeerdevan zijnzondeenvanzijnonwetendheid,wanthijhadzwaar gezondigdtegenoveronzeGodEniederdiezohandelt, iederdiegemeenschapheeftmetzijnschoonmoeder,laat henhemverbrandenmetvuur,opdathijdaarinverbrandt, wanterisonreinheidensmetophen,laathenhenmetvuur verbranden.

26EnbeveeldekinderenvanIsraëldatergeenonreinheid onderhenzalzijn,wantiederdiegemeenschapheeftmet zijnschoondochterofmetzijnschoonmoeder,heeft onreinheidbegaanLaatmendemandiegemeenschapmet haarheeftgehad,enevenzodevrouw,metvuur verbranden,enHijzaldetoornendestrafvanIsraël afwenden

27EnwijzeidentegenJudadatzijntweezonengeen gemeenschapmethaarhaddengehad,endatdaaromzijn nageslachttotindetweedegeneratiewasgevestigdenniet zouwordenuitgeroeid.

28Wantmeteenonverdeeldeblikwashijeropuitgegaan omstraftezoeken,namelijkJuda,overeenkomstighet oordeelvanAbrahamdathijzijnzonenhadopgedragen,te verbranden

HOOFDSTUK42

1Eninheteerstejaarvandederdeweekvanhet vijfenveertigstejubeljaarbegondehongersnoodoverhet landtekomen,enderegenweigerdeopdeaardetevallen, wantervielhelemaalgeenregen

2Endeaardewerdonvruchtbaar,maarinhetlandEgypte waservoedsel,wantJozefhadindezevenjarenvan overvloedhetzaadvanhetlandverzameldenbewaard

3DeEgyptenarenkwamennaarJozefomhemtevragen hunvoedseltegevenHijopendedevoorraadschurenwaar hetgraanvanheteerstejaarlagopgeslagenenverkochthet aandeinwonersvanhetlandvoorgoud

4<DehongersnoodwaszeerheviginhetlandKanaän>,en JakobhoordedatervoedselinEgyptewas.Hijstuurdezijn tienzoneneropuitomdaarvoedselvoorhemtehalen; Benjaminstuurdehijniet,endetienzonenvanJakob kwameninEgypteaanmetdegenendiedaarheengingen.

5Jozefherkendehen,maarzijherkendenhemnietHij spraktothenenondervroeghen:‘Zijnjulliegeenspionnen enzijnjullienietgekomenomdeomgevingvanhetlandte verkennen?’Enhijlietheninbewaringnemen

6Daarnaliethijhenweervrij,maarhieldSimeonalleen vastenlietzijnnegenbroersweggaan.

7Enhijvuldehunzakkenmetgraan,enhijdeedhungoud inhunzakken,enzijwistenhetniet

8Enhijbevalhenhunjongerebroertebrengen,wantze haddenhemvertelddathunvadernogleefdeendathun jongerebroererooknogwas

9EnzijtrokkenweguithetlandEgypteenkwameninhet landKanaänEnzijverteldenhunvaderalleswathenwas overkomen,enhoedeheervanhetlandhenruwhad toegesprokenenSimeonhadlatenarresterentotdatzij Benjaminzoudenbrengen

10EnJakobzei:‘Julliehebbenmijvanmijnkinderen beroofd!Jozefisernietmeer,Simeonookniet,enjullie zullenBenjaminookwegnemenJullieboosheidisopmij gekomen’

11'Enhijzei:'Mijnzoonzalnietmetjulliemeegaan,opdat hijnietziekwordtZijnmoederheeftimmerstweezonen gebaard,enéénisgestorvenOokdezewillenjullievan mijafnemen.Alshijonderwegkoortskrijgt,zullenjullie mijnouderdommetsmarttotdedoodbrengen'

12Wanthijzagdatiederzijngeldinzijnzakterughad gekregen,endaaromdurfdehijhemniettelatengaan.

13Endehongersnoodnamtoeenwerdheviginhetland Kanaäneninallelanden,behalveinEgypte.Wantveel Egyptenarenhaddenzaadverzameldalsvoedsel,vanafhet momentdatzeJozefzaadzagenverzamelenenin voorraadkamersbewarenvoordejarenvanhongersnood

14EndeEgyptenarenvoeddenzichdaarmeegedurende heteerstejaarvanhunhongersnood

15MaartoenIsraëlzagdatdehongersnoodinhetland zeerernstigwasendatergeenreddinginzichtwas,zeihij tegenzijnzonen:'Gaterugenzorgvoorvoedselvoorons, zodatwenietomkomen.'

16Enzijzeiden:‘Wijzullennietgaan,tenzijonzejongste broermetonsmeegaat’ 17Israëlzagindatalshijhemnietmethenmeezond,zij allenzoudenomkomendoordehongersnood

18Rubenzei:‘Geefheminmijnhanden,enalsikhemniet naaruterugbreng,dooddanmijntweezoneninplaatsvan zijnziel’

19Enhijzeitegenhem:‘Hijzalnietmetumeegaan.’

ToenkwamJudadichterbijenzei:‘Stuurhemmetmijmee, enalsikhemnietbijuterugbreng,laatmijdandeschuld dragenvooru,alledagenvanmijnleven’

20Enhijzondhemmethenmeeinhettweedejaarvan dezeweek,opdeeerstedagvandemaandZijkwamenin hetlandEgypteaan,samenmetallendiemeegingen,enzij haddengeschenkeninhunhanden:sacte,amandelen, terpentijnnotenenpurehoning

21EnzijgingennaarJozeftoeenhijzagBenjamin,zijn broer,enhijherkendehemHijzeitegenhen:'Isditjullie jongstebroer?'Enzijantwoordden:'Ja,hijishet'Enhij zei:'DeHeerzijugenadig,mijnzoon!'

22Enhijzondhemnaarzijnhuis,enhijbrachtSimeon naarhentoeHijbereiddeeenfeestmaalvoorhen,enzij bodenhemdegeschenkenaandiezijinhunhanden haddenmeegebracht

23Enzeatenvoorhemenhijgafhunalleneenportie, maardeportievanBenjaminwaszevenmaalgroterdandie vaniedervanhen

24Enzeatenendronken,stondenopenblevenbijhun ezels.

25Jozefbedachteenplanomteachterhalenofervrede onderhenheersteHijzeitegenderentmeesterdieover zijnhuiswasaangesteld:‘Vulalhunzakkenmetvoedsel, geefhunhungeldteruginhuneigenzakken,enmijn zilverenbeker,waaruitikdrink,doedieindezakvande jongste,enlaatzevertrekken.’

HOOFDSTUK43

1EnhijdeedzoalsJozefhemhadgezegd,envuldealhun zakkenmetvoedsel,deedhungeldindezakkenenlegde debekerindezakvanBenjamin.

2Vroegindeochtendvertrokkenzij,entoenzij daarvandaanwegwaren,zeiJozeftegenderentmeestervan zijnhuis:‘Achtervolghen,renengrijphen,zeggende: “Julliehebbenmijvoorhetgoedemethetkwadevergeldd; julliehebbendezilverenbeker,waaruitmijnheerdrinkt, vanmijgestolen.”Enbrenghunjongstebroerterug,en haalhemsnelopvoordatiknaarmijnrechterstoelga’

3Enhijrendehenachternaensprakdevolgendewoorden tothen.

4Enzijzeidentothem:‘Godverhoededatuwdienarendit zoudendoenenuithethuisvanuwheerenigvoorwerp zoudenstelen,enookhetgelddatwijdeeerstekeerin onzezakkenvonden,datwij,uwdienaren,uithetland Kanaänhaddenmeegebracht

5Hoezoudenwijdanenigvoorwerpkunnenstelen?Zie, hierzijnwijenonzezakken;doorzoekze,enwaaruook debekerindezakvaniemandonderonsvindt,laathem gedoodworden,enwijenonzeezelszullenuwheer dienen'

6Enhijzeitegenhen:‘Nee,demandieikaantref,diezal ikalsslaafmeenemen,enjulliezulleninvredenaarhuis terugkeren’

7Entoenhijinhunvaartuigenzocht,tebeginnenbijde oudsteeneindigendbijdejongste,vondhijhetindezak vanBenjamin

8Enzijscheurdenhunkleren,laaddenhunezelsen keerdenterugnaardestadenkwamenbijhethuisvan Jozef,enallenbogenzichvoorhemneerophungezicht

9Jozefzeitegenhen:‘Julliehebbenkwaadgedaan’Enzij zeiden:‘Watmoetenwezeggenenhoemoetenweons verdedigen?Onzeheerheeftdeovertredingvanzijn dienarenontdekt;zie,wijzijndedienarenvanonzeheer, enonzeezelsook

10Jozefzeitegenhen:‘OokikvreesdeHEER;watjullie betreft,ganaarhuisenlaatjulliebroermijndienaarzijn, wantjulliehebbenkwaadgedaanWetenjullienietdateen mensbehagenscheptinzijnbeker,zoalsikindezebeker? Entochhebbenjulliehemvanmijgestolen.’

11Judazei:‘Omijnheer,laatuwdienaartocheensinhet oorvanmijnheerspreken:tweebroersheeftdemoeder vanuwdienaaronzevadergebaard;deeneisweggegaan enverdwenen,enisnietmeerteruggevondenHijisde enigedievanzijnmoederovergeblevenis,enuwdienaar, onzevader,heefthemlief,enzijnlevenisookverbonden methetlevenvandezejongen’

12Enhetzalgebeuren,wanneerwijnaaruwdienaar,onze vader,gaan,endejongennietbijonsis,dathijzalsterven, enwijzullenonzevadermetverdriettotdedoodbrengen

13Laatmij,uwdienaar,lieverinplaatsvandejongenals lijfeigenebijmijnheerblijven,enlaatdejongenmetzijn broersmeegaan,wantikhebborgvoorhemgestaanbijuw dienaar,onzevader,enalsikhemnietterugbreng,zaluw dienaarvooreeuwigdeschuldvanonzevaderdragen.'

14EnJozefzagdatzeallemaaleensgezindwarenin goedheidjegenselkaar,enhijkonzichnietinhoudenen verteldehundathijJozefwas.

15EnhijsprakmetheninhetHebreeuws,vielhenomde halsenhuilde

16Maarzijherkendenhemnietenbegonnentehuilen. Toenzeihijtegenhen:‘Huilnietommij,maarhaastuen brengmijnvadernaarmijtoe;uzultziendathetmijn mondisdiespreektendeogenvanmijnbroerBenjamin zien’

17Wantzie,ditishettweedejaarvandehongersnood,en erzullennogvijfjaarverstrijkenzonderoogst,zonder vruchtenvandebomenenzonderploegen

18Komsnelnaarbeneden,gijmetuwgezinnen,opdatgij nietomkomtdoordehongersnood,enweesnietbedroefd omuwbezittingen,wantdeHEERheeftmijvooruuit gezondenomallesinordetemaken,zodatveleninleven kunnenblijven

19Enzegtegenmijnvaderdatiknogleef,enzie,jullie ziendatdeHEERmijtoteenvadervoordefaraoheeft gemaakt,totheerseroverzijnhuisenoverheelhetland Egypte

20Envertelmijnvaderoveralmijnglorie,overalle rijkdomenheerlijkheiddiedeHEERmijheeftgegeven' 21Enopbevelvandefaraogafhijhunstrijdwagensen proviandvoordereis,enhijgafhunallenveelkleurige kledingenzilver

22Enhijzondkleding,zilverentienezelsdiegraan droegennaarhunvader,endiezondhenweg.

23EnzegingennaarhunvaderenverteldenhemdatJozef nogleefdeengraanafmatvoorallevolkenvandeaarde,en dathijheerserwasoverheelEgypte

24Hunvadergeloofdehetniet,wanthijwasbuitenzinnen.

MaartoenhijdewagenszagdieJozefhadgestuurd,werd hijweerhoopvolenzei:‘HetisgenoegvoormijalsJozef leeft;ikzalhemnoggaanzienvoordatiksterf’

HOOFDSTUK44

1EnIsraëlvertrokuitHaran,uitzijnhuis,opdenieuwe maanvandederdemaand,enhijgingopwegnaardeBron vandeEed,enhijbrachteenofferaandeGodvanzijn vaderIsaakopdezevendevandiemaand

2JakobherinnerdezichdedroomdiehijinBethelhad gehad,enhijwasbangomnaarEgypteaftedalen.

3EnterwijlhijoverwoogJozeftelatenwetendathijnaar hemtoemoestkomenendathijnietnaarbenedenzougaan, bleefhijdaarzevendagen,indehoopeenvisioente ontvangenoverdevraagofhijmoestblijvenofnaar benedenmoestgaan

4Enhijvierdehetoogstfeestvandeeerstelingenmetoud graan,wantinheelhetlandKanaänwasgeenhandvolzaad meertevinden,wantdehongersnoodhadalledieren, runderenenvogelsgetroffen,enookdemensen.

5EnopdezestiendeverscheendeHEERaanhemenzei: ‘Jakob,Jakob’Enhijantwoordde:‘HierbenIk’EnHij zeitegenhem:‘IkbendeGodvanuwvoorvaderen,de GodvanAbrahamenIsaakWeesnietbevreesdomnaar Egyptetegaan,wantIkzaludaartoteengrootvolkmaken Ikzalmetumeegaanenuweerterugbrengen.Inditland zultubegravenworden,enJozefzalzijnhandenopuw ogenleggen’

6Weesnietbevreesd;ganaarEgypte.'

7Enzijnzonenstondenop,enookzijnkleinzonen,enzij laaddenhunvaderenhunbezittingenopwagens

8EnIsraëltrokopdezestiendevandezederdemaandop uitdeBronvandeEedengingnaarhetlandEgypte

9IsraëlzondJudavooruitnaarzijnzoonJozefomhetland Gosenteonderzoeken,wantJozefhadzijnbroersgezegd datzedaarmoestenkomenwonen,zodatzedichtbijhem zoudenzijn

10EnditwashetbestelandinhetlandEgypte,enhetlag dichtbijhem,voorhenallenenookvoorhetvee

11DitzijndenamenvandezonenvanJakobdiemet Jakob,hunvader,naarEgyptezijngegaan.

12Ruben,deeerstgeborenevanIsraël;enditzijndenamen vanzijnzonen:Henoch,Pallu,HezronenKarmi-5.

13Simeonenzijnzonen;enditzijndenamenvanzijn zonen:Jemuel,Jamin,Ohad,Jachin,ZoharenShaul,de zoonvandeZefatitischevrouw–zeven

14Levienzijnzonen;enditzijndenamenvanzijnzonen: Gershon,KohathenMerari-vier 15Judaenzijnzonen;enditzijndenamenvanzijnzonen: Sela,PerezenZerah-vier

16Issacharenzijnzonen;enditzijndenamenvanzijn zonen:Tola,Phua,JasubenShimron-vijf.

17Zebulonenzijnzonen;enditzijndenamenvanzijn zonen:Sered,ElonenJahleel-vier

18DitzijndezonenvanJakobenhunzonendieLeain MesopotamiëaanJakobbaarde,zesintotaal,enhunene

zus,Dina,enallezonenvanLeaenhunzonendiemethun vaderJakobnaarEgyptegingen,negenentwintigintotaal, enJakob,hunvader,wasmethenmee,duszijwarenmet dertig.

19EndezonenvanZilpa,dedienstmaagdvanLea,de vrouwvanJakob,dieGadenAshuraanJakobbaarde

20Enditzijndenamenvanhunzonendiemethemnaar Egyptegingen.DezonenvanGad:Ziphion,Haggi,Shuni, Ezbon,Eri,ArelienArodi-acht

21EndezonenvanAser:Imna,Isva,Ishvi,BeriahenSera, hunzeszussen

22Intotaalwarenerveertienzielen,enintotaal vierenveertigzielenvanLea.

23EndezonenvanRachel,devrouwvanJakob:Jozefen Benjamin

24EnJozefwerdinEgyptegeborenvoordatzijnvader naarEgyptekwam:Asenath,dedochtervanPotifar,de priestervanHeliopolis,diehembaarde,Manasseen Efraïmdrie.

25EndezonenvanBenjaminwaren:Bela,Becher,Ashbel, Gera,Naaman,Ehi,Rosh,Muppim,HuppimenArd-eleven 26EnRachelhadveertienzielen.

27EndezonenvanBilha,dedienstmaagdvanRachel,de vrouwvanJakob,diezijaanJakobbaarde,warenDanen Naftali.

28Enditzijndenamenvanhunzonendiemethennaar EgyptegingenDezonenvanDanwarenHusim,Samon, Asudi,IjakaenSalomon6.

29EnzijstierveninhetjaarwaarinzijEgypte binnengingen,enDanHushimbleefalleenover

30EnditzijndenamenvandezonenvanNaftali:Jahziel, Guni,Jezer,ShallumenIV

31EnIV,dienadejarenvanhongersnoodgeborenwas, stierfinEgypte.

32EnallezielenvanRachelwarenzesentwintig

33EnallezielenvanJakobdienaarEgyptegingen,waren zeventigzielen.Ditzijnzijnkinderenenzijn kindskinderen,intotaalzeventig,maarvijfstiervenin EgyptevóórJozefenhaddengeenkinderen

34InhetlandKanaänstierventweezonenvanJuda,Eren Onan,enzijhaddengeenkinderenDeIsraëlieten begroevendeoverledenen,enzijwerdengerekendtotde zeventigheidensevolken.

HOOFDSTUK45

1EnIsraëltrokhetlandEgyptebinnen,hetlandGosen,op denieuwemaanvandevierde[2172AM]maand,inhet tweedejaarvandederdeweekvanhetvijfenveertigste jubeljaar

2JozefgingzijnvaderJakobtegemoetinhetlandGosen, enhijvielzijnvaderomdehalsenhuilde.

3EnIsraëlzeitegenJozef:‘Laatmijnusterven,nuiku gezienheb,enmogedeHEER,deGodvanIsraël, gezegendzijn,deGodvanAbrahamendeGodvanIsaak, diezijnbarmhartigheidengenadenietaanzijndienaar Jakobheeftonthouden.

4Hetismijgenoegdatikuwgezichthebgezienterwijlik nogleef;ja,hetvisioendatikinBethelzag,iswaar GeprezenzijdeHEER,mijnGod,totinalleeeuwigheid, engeprezenzijzijnnaam

5Jozefenzijnbroersatenbroodinhetbijzijnvanhun vaderendronkenwijn.Jakobverheugdezichzeer,omdat hijJozefmetzijnbroerszagetenendrinkeninzijnbijzijn HijpreesdeScheppervanalledingen,diehemhad gespaardenzijntwaalfzonenvoorhemhadbewaard.

6Jozefhadzijnvaderenzijnbroershetrechtgegevenom tewoneninhetlandGoseneninRamesesenindehele omliggendestreek,waaroverhijvoordefaraoheerste. IsraëlenzijnzonenwoondeninhetlandGosen,hetbeste deelvanEgypte,enIsraëlwashonderdveertigjaaroud toenhijnaarEgyptekwam

7Jozefvoorzagzijnvaderenzijnbroersenookhun bezittingenvanbrood,zoveelalsnodigwasvoordezeven jaarvandehongersnood

8HetlandEgypteleedonderdehongersnood,enJozef verwierfheelEgyptevoordefaraoinruilvoorvoedsel.Hij kreegdemensen,hunveeenalleswatdefaraobezatin bezit

9Endejarenvandehongersnoodwarenvoorbij,enJozef gafhetvolkinhetlandzaadenvoedsel,zodatzijhetland kondenbezaaieninhetachtstejaar,wantderivierhadheel Egypteoverstroomd.

10Wantindezevenjaarvandehongersnoodwasderivier nietoverstroomdenhadhijslechtsenkeleplaatsenaande oeversvanderiviervanwatervoorzien,maarnuwashij weloverstroomdendeEgyptenarenhaddenhetland bezaaid,enhetdroegdatjaarveelgraan

11Enditwasheteerstejaarvan[2178AM]devierde weekvanhetvijfenveertigstejubileum

12Jozefnamvandegraanoogsteenvijfdedeelvoorde koningenlietvierdelenovervoorhenalsvoedselenals zaadJozefsteldedittoteenverordeningvoorhetland Egypte,dietotopdedagvanvandaaggeldt

13IsraëlwoondezeventienjaarinhetlandEgypte,enalde dagendiehijleefdewarendriejubeljaren, honderdzevenenveertigjaar,enhijstierfinhetvierde [2188AM]jaarvandevijfdeweekvanhetvijfenveertigste jubeljaar

14EnIsraëlzegendezijnzonenvoordathijstierfen verteldehunalleswatheninhetlandEgyptezou overkomen;enhijmaaktehunbekendwaterindelaatste dagenmethenzougebeuren,enhijzegendehenengaf Jozeftweedelenvanhetland.

15Enhijsliepinbijzijnvoorvaderen,enhijwerd begravenindedubbelegrotinhetlandKanaän,vlakbij Abraham,zijnvader,inhetgrafdathijvoorzichzelfhad gegravenindedubbelegrotinhetlandHebron 16Enhijgafalzijnboekenendeboekenvanzijn voorvaderenaanLevi,zijnzoon,opdathijzezoubewaren envernieuwenvoorzijnkinderentotopdedagvan vandaag

HOOFDSTUK46

1Enhetgeschiedde,nadatJakobgestorvenwas,datde IsraëlietenzichvermenigvuldigdeninhetlandEgypte,en zijwerdeneengrootvolk,enzijwareneensgezindvanhart, zodatbroederbroederliefhadeniederzijnbroederhielp, enzijnamenovervloedigtoeenvermenigvuldigdenzich zeer,tien[2242AM]wekenvanjaren,alledagenvanhet levenvanJozef

2EnerwasgeenSatannochenigkwaadgedurendealle dagenvanJozefsleven,dathijnazijnvaderJakobleefde, wantalleEgyptenareneerdendekinderenvanIsraël gedurendealledagenvanJozefsleven.

3Jozefstierfophonderdentienjarigeleeftijd;zeventien jaarwoondehijinhetlandKanaän,tienjaarwashijslaaf, driejaargevangenentachtigjaarwashijonderdekoning enregeerdehijoverheelEgypte.

4Enhijstierf,enalzijnbroersenheeldatgeslacht

5EnhijgebooddeIsraëlieten,voordathijstierf,datzijzijn beenderenmetzichmeezoudendragenwanneerzijuithet landEgyptezoudenwegtrekken

6Enhijliethenzwerenoverzijnbeenderen,wanthijwist datdeEgyptenarenhemnietopnieuwzoudenopgravenen begraveninhetlandKanaänMakamaron,dekoningvan Kanaän,hadnamelijk,terwijlhijinhetlandAssyrië verbleef,indevalleimetdekoningvanEgyptegevochten enhemdaargedood,endeEgyptenarenachtervolgdtot aandepoortenvanErmon.

7Maarhijkonnietbinnenkomen,wanteenanderekoning, eennieuwekoning,waskoningvanEgyptegeworden Dezewassterkerdanhij,enhijkeerdeterugnaarhetland KanaänDepoortenvanEgyptewerdengesloten,en niemandgingEgypteuitenniemandkwamEgyptebinnen

8EnJozefstierfinhetzesenveertigstejubeljaar,inde zesdeweekvanhettweedejaar,enzebegroevenhemin hetlandEgypte,en[2242AM]alzijnbroersstiervenna hem.

9EndekoningvanEgyptetroktenoorlogtegendekoning vanKanaän[2263AM]inhetzevenenveertigstejubeljaar, indetweedeweekvanhettweedejaar,endeIsraëlieten brachtenallebeenderenvandekinderenvanJakobnaar buiten,behalvedebeenderenvanJozef,enbegroevenzein hetveldindedubbelegrotindeberg.

10DemeestenvanhenkeerdenterugnaarEgypte,maar enkelenblevenachterindebergenvanHebron,enAmram, uwvader,bleefbijhen.

11DekoningvanKanaänbehaaldedeoverwinningopde koningvanEgypteenslootdepoortenvanEgypte 12Enhijbedachteenkwaadaardigplantegende Israëlietenomhentekwellen,enhijzeitegende Egyptenaren:‘Zie,deIsraëlietenzijntalrijkergeworden danwij.

13Kom,latenweverstandigmethenomgaanvoordatzete talrijkworden,enlatenwehentotslaafmakenvoordatde oorlogoveronsuitbreektenvoordatzeooktegenons strijden;anderszullenzezichbijonzevijandenaansluiten enuitonslandwegtrekken,wanthunhartenenblikken zijngerichtophetlandKanaän'

14Enhijsteldeopzichtersoverhenaanomhentot slavernijtedwingen;enzijbouwdensterkestedenvoor Farao,PithomenRaamses,enzijherbouwdenallemuren enallevestingwerkendieindestedenvanEgyptewaren ingestort

15Enzedwongenhentotstrengearbeid,enhoeslechter zehenbehandelden,hoemeerzezichvermenigvuldigden 16EndeEgyptenarenverachttendeIsraëlieten. HOOFDSTUK47

1Enindezevendeweek,inhetzevendejaar,inhet zevenenveertigstejubeljaar,trokuwvader[2303AM]uit hetlandKanaän,enuwerdgeborenindevierdeweek,in hetzesdejaardaarvan,inhet[2330AM]achtenveertigste jubeljaar;ditwasdetijdvanverdrukkingvoordekinderen vanIsraël

2Endefarao,dekoningvanEgypte,gafhetbeveldatzij alhunpasgeborenzoonsinderiviermoestenwerpen.

3Enzijhebbenhenzevenmaandenlangvastgehouden,tot dedagdatugeborenwerd

4Enuwmoederverborgudriemaandenlang,enmen verteldeoverhaarEnzijmaakteeenarkvooru,en bedektediemetpekenasfalt,enzettedieopdeoevervan derivierZijlegdeuerzevendagenin,enuwmoeder kwam'snachtsenzoogdeu,enoverdagbewaakteMirjam, uwzus,utegendevogels.

5IndiedagenkwamTharmüt,dedochtervandefarao, badeninderivierZijhoordeuwstemroepenengafhaar dienstmeisjesopdrachtutehalen.Enzijbrachtenunaar haartoe

6Enzijnamuuitdeark,enzijhadmedelijdenmetu

7Enuwzuszeitegenhaar:‘ZalikeenvandeHebreeuwse vrouwengaanhalenomditkindjevoorutevoedenente zogen?’

8Enzijzeitegenhaar:‘Ga.’Enzijgingenriepjemoeder Jochebed,enzijgafhaarloon,enzijverzorgdeje 9Endaarna,toenjevolwassenwasgeworden,brachtenze jenaardedochtervandefarao,enjewerdhaarzoon.Je vaderAmramleerdejeschrijven,ennadatjedrieweken haddoorgebracht,brachtenzejenaarhetkoninklijkhof 10Enuwasdriewekenvanjarenaanhethof,totdetijd [2351-]datuhetkoninklijkhofverlietenzaghoeeen Egyptenaaruwvriend,die[2372AM]eenvandekinderen vanIsraëlwas,sloeg.Udooddehemenverborgheminhet zand

11EnopdetweededagkreegjijruziemettweeIsraëlieten, enjezeitegenhemdieonrechtdeed:‘Waaromslajeje broer?’

12Enhijwerdboosenverontwaardigdenzei:‘Wieheeft joutotvorstenrechteroveronsaangesteld?Denkjesoms datjemijkuntdodenzoalsjegisterendeEgyptenaarhebt gedood?’Enjijwerdbangenvluchttevanwegedeze woorden.

HOOFDSTUK48

1Eninhetzesdejaarvandederdeweekvanhet negenenveertigstejubeljaarvertrokuenverbleefuinhet landMidiangedurendevijfwekeneneenjaarEnukeerde terugnaarEgypteindetweedeweekvanhettweedejaar vanhetvijftigstejubeljaar

2EnjijweetzelfwatHijtotjousprakopdebergSinaï,en watvorstMastêmâmetjouwildedoentoenjeterugkeerde naarEgypte<onderwegtoenjehemontmoetteinde verblijfplaats>

3Heefthijnietmetalzijnmachtgeprobeerdutedodenen deEgyptenarenuituwhandentebevrijden,toenhijzagdat uwasgestuurdomrechttesprekenenwraaktenemenop deEgyptenaren?

4EnIkhebuuitzijnhandbevrijd,enuhebtdetekenenen wonderenverrichtdieuwarenopgedragenominEgyptete

verrichtentegenFarao,tegenheelzijnhuisgezin,tegenzijn dienarenentegenzijnvolk.

5EndeHEERvolbrachtgrotewraakophenomwillevan Israël,enHijtrofhenmetplagenvanbloedenkikkers, luizenenvliegen,enkwaadaardigezwerendieuitbrakenin blaren;enhunveedoordedood;endoorhagelstenen, waardoorHijallesvernietigdewatvoorhengroeide;en doorsprinkhanendiehetrestantvandehagelverslonden, endoorduisternis;endoordedoodvandeeerstgeborenen vanmensenendieren,enopalhunafgodennamdeHEER wraakenverbranddezemetvuur

6Enalleswerddooruwhanduitgezonden,opdatu(deze dingen)zoubekendmakenvoordatzegebeurdwaren,enu sprakmetdekoningvanEgypteinhetbijzijnvanalzijn dienarenenzijnvolk

7Enallesgeschieddeovereenkomstiguwwoorden;tien groteenverschrikkelijkeoordelenkwamenoverhetland Egypte,opdatuwraakzounemenopdatlandvoorIsraël

8EndeHEERdeedallesvoorIsraël,overeenkomstigzijn verbondmetAbraham,datHijzouvergeldenomdatzijhen metgeweldtotslavernijhaddengebracht

9EndevorstMastêmâkwamtegenuinopstanden probeerdeuindehandenvandefaraotewerpen,enhij hielpdeEgyptischetovenaars

10Enzijstondenopenverrichttenvooruwogendekwade dadendieWijhenhaddentoegestaan,maardeverbetering dieWijhenhaddenlatenbewerkstelligen,haddenWijniet toegestaan.

11EndeHEERsloeghenmetkwaadaardigezweren,zodat zijnietkondenstaan,wantWijvernietigdenhen,zodatzij geenenkelwondertekenmeerkondenverrichten.

12Enondanksaldezetekenenenwonderenwerddevorst Mastêmânietteschandegemaakt,omdathijmoedvatteen deEgyptenarenoprieputeachtervolgenmetalhunmacht, methunstrijdwagens,methunpaardenenmetallelegers vandeEgyptischevolkeren

13EnIkstondtussendeEgyptenarenenIsraëlin,enWij bevrijddenIsraëluitzijnhandenuitdehandvanzijnvolk, endeHeerleiddehendwarsdoordezeealsofhetdroog landwas.

14EnaldevolkendieHijhadgestuurdomIsraëlte achtervolgen,wierpdeHEER,onzeGod,henindezee,in dedieptevandeafgrond,onderdekinderenvanIsraël, zoalsdeEgyptenarenhunkindereninderivierhadden geworpenHijwreektezichop1000000vanhen,en duizendsterkeenenergiekemannenwerdengedood vanwegeéénzuigelingvandekinderenvanuwvolkdiezij inderivierhaddengeworpen.

15Enopdeveertiendedag,enopdevijftiende,enopde zestiende,enopdezeventiende,enopdeachttiendedag werdvorstMastêmâgebondenengevangengezetachterde kinderenvanIsraël,zodathijhennietzoukunnen aanklagen

16Enopdenegentiendelietenwehenvrij,zodatzede EgyptenarenkondenhelpenendeIsraëlietenkonden achtervolgen

17EnHijverharddehunhartenenmaaktehenkoppig,en deHeeronzeGodbedachteenplanomdeEgyptenarente treffenenhenindezeetewerpen

18Enopdeveertiendehebbenwijhemgebonden,zodat hijdeIsraëlietennietzoubeschuldigenopdedagdatzijde

Egyptenarenomvatenenkleding,zilveren,goudenen bronzenvatenzoudenvragen,omdeEgyptenarente berovenalsvergeldingvoordeslavernijwaarinzijhen haddengedwongen.

19EnwijhebbendekinderenvanIsraëlnietmetlege handenuitEgypteweggeleid

HOOFDSTUK49

1DenkaanhetgeboddatdeHeeruheeftgegeven betreffendehetPascha,datuhetopdejuistetijdmoet vierenopdeveertiendevandeeerstemaand,datuhet moetslachtenvoordathetavondis,endatmenhet'snachts moetetenopdevijftiende,gerekendvanafzonsondergang

2Wantindezenacht–hetbeginvanhetfeestenhetbegin vandevreugde–atenjulliehetPaschainEgypte,terwijl allemachtenvanMastêmâwarenlosgelatenomalle eerstgeboreneninhetlandEgyptetedoden,vande eerstgeborenevandefaraototdeeerstgeborenevande gevangendienstmaagdindemolen,entothetvee

3EnditishettekendatdeHeerhungaf:Inelkhuis waarvanzijopdebovendrempelhetbloedvaneeneenjarig lamzagen,moestenzijnietbinnengaanomteslachten, maarmoestenzijvoorbijgaan,opdatallendieinhethuis waren,geredzoudenworden,omdathettekenvanhet bloedopdebovendrempelwas

4EndemachtenvandeHEERdedenalleszoalsdeHEER hethungebodenhad,enzijtrokkenvoorbijaanalle kinderenvanIsraël,endeplaagtrofhennietomookmaar éénzieltedoden,nochvee,nochmensen,nochhonden

5DepestwaszeerheviginEgypte,enerwasgeenhuisin Egyptewaarnietééndodewas,enwaarnietgeweeklaag engeklaagwas

6EnheelIsraëlathetvleesvanhetpaaslamendronkde wijn,enzijprezen,zegendenendanktendeHEER,deGod vanhunvaderen,enzijstondenklaaromuithetjukvan Egypteenuitdevreselijkeslavernijtetrekken.

7Engedenkdezedagalledagenvanjeleven,enhoudhem elkjaarinacht,alledagenvanjeleven,eenmaalperjaar, opdedagervan,overeenkomstigdevoorschriftenervan, enstelhemnietuitvandagtotdagofvanmaandtot maand

8Wanthetiseeneeuwigeverordening,gegraveerdopde hemelsetafelen,betreffendeallekinderenvanIsraël,datzij dezeelkjaaropdevastgesteldedag,eenmaalperjaar,inal hungeslachten,inachtmoetennemen;enerisgeen maximumaantaldagen,wantditisvooreeuwig vastgesteld.

9Endemandiereinisennietkomtomhetfeestopde vastgesteldedagtevieren,zodathijgeenaanvaardbaar offervoordeHeerbrengtennietvoordeHeereetendrinkt opdefeestdag,diemandiereinisendichtbij,zalworden uitgeroeidOmdathijhetoffervoordeHeernietopde vastgesteldetijdheeftgebracht,zalhijdeschuldopzich nemen

10LaatdekinderenvanIsraëlkomenenhetPaschavieren opdevastgesteldedag,deveertiendedagvandeeerste maand,tussendeavonden,vanhetderdedeelvandedag tothetderdedeelvandenacht,wanttweedelenvandedag zijnbestemdvoorhetlichteneenderdedeelvoordeavond.

11DitiswatdeHeerugebodenheeft,datuhettussende avondeninachtmoetnemen.

12Hetisniettoegestaanhetdieroverdagteslachten,maar alleenindeperiodedieaandeavondgrenst.Menmoethet vlees'savondseten,tothetderdedeelvandenacht.Enwat ervanhetvleesoverblijftvanafhetderdedeelvandenacht, moetmenverbranden

13Enzijmogenhetnietinwaterkoken,nochrauweten, maarbovenhetvuurroosterenZijmoetenhetmetzorg eten,dekopmetdeingewandenendepotenmoetenboven hetvuurgeroosterdworden,enzijmogengeenbotbreken, wantvandekinderenvanIsraëlmaggeenbotgebroken worden.

14DaaromheeftdeHEERdekinderenvanIsraëlgeboden hetPaschatevierenopdevastgesteldedag,enzijmogen geenbotvanhetPaschabreken;wanthetiseenfeestdag, eengebodendag,enmenmaghetnietvandagtotdagof vanmaandtotmaandoverslaan,maarhetmoetgevierd wordenopdefeestdagzelf.

15EnbeveeldekinderenvanIsraëlomhetPaschate vieren,hunhelelevenlang,elkjaar,eenmaalperjaaropde vastgesteldedag.Hetzaleengedenktekenzijndatde HEERwelgevalligis,enerzalgeenplaagoverhenkomen diehendoodtoftreftinhetjaarwaarinzijhetPascha vierenopdevastgesteldetijd,geheelvolgensZijngebod.

16EnzijmogenhetnietbuitenhetheiligdomvandeHeer eten,maarvoorhetheiligdomvandeHeer,enheelhet volkvandegemeenteIsraëlmoethetvierenopde daarvoorvastgesteldetijd

17Eniederdiedeleeftijddaarvoorbereiktheeft,zalhet eteninhetheiligdomvanuwGod,voordeHeer,vanafde leeftijdvantwintigjaarenouder;wantzostaater geschrevenenbepaalddatzijhetinhetheiligdomvande Heermoeteneten.

18EnwanneerdeIsraëlietenhetlandbinnengaandatzijin bezitzullennemen,hetlandKanaän,enzijdetabernakel vandeHEERinhetmiddenvanhetlandineenvanhun stammenoprichten,totdathetheiligdomvandeHEERin hetlandgebouwdis,danmoetenzijhetPaschavierenin hetmiddenvandetabernakelvandeHEERenhetjaarlijks voordeHEERslachten

19Enindedagendathethuisgebouwdisindenaamvan deHEERinhetlanddathunerfdeelis,zullenzijdaarheen gaanenhetPaschaslachtenindeavond,bijzonsondergang, inhetderdedeelvandedag

20Enzijzullenzijnbloedofferenopdedrempelvanhet altaar,enzijzullenzijnvetophetvuurleggendatophet altaarbrandt,enzijzullenzijnvleeseten,geroosterdboven hetvuur,indevoorhofvanhethuisdatgeheiligdisinde naamvandeHeer

21EnzijmogenhetPaschanietviereninhunsteden,noch openigeandereplaatsdanvoordetabernakelvandeHeer, ofvoorZijnhuiswaarZijnnaamheeftgewoond;enzij mogennietvandeHeerafdwalen

22Engij,Mozes,gebiedtdekinderenvanIsraëlde voorschriftenvanhetPaschainachttenemen,zoalsaanu isgeboden;verkondighunelkjaarenopdedagvanhet Pascha,enhetfeestvandeongezuurdebroden,datzij zevendagenlangongezuurdbroodmoeteneten,endatzij hetfeestmoetenvierenendatzijgedurendediezeven

dagenvanvreugdeelkedageenoffergavevoordeHEER moetenbrengenophetaltaarvanuwGod.

23Wantjulliehebbenditfeesthaastiggevierdtoenjullie uitEgyptevertrokken,totdatjulliedewoestijnvanSur ingingen;enaandekustvandezeehebbenjulliehet voltooid

HOOFDSTUK50

1Ennadezewethebikudedagenvandesabbatten bekendgemaaktindewoestijnvanSinaï,dietussenElim enSinaïligt

2Ikhebuverteldoverdesabbattenvanhetlandopdeberg Sinaï,enikhebuverteldoverdejubeljarenindesabbatten derjaren;maarhetjaardaarvanhebikuniet bekendgemaakt,totdatuhetlandbinnengaatdatuinbezit zultnemen

3Enhetlandzalookzijnsabbatteninerehoudenzolang zijerwonen,enzijzullenhetjubeljaarkennen.

4DaaromhebIkvoorudejaarweken,dejarenende jubeljarenvastgesteld:erzijnnegenenveertigjubeljaren vanafdedagenvanAdamtotopdezedag,[2410AM]en éénweekentweejaar;enerzijnnogveertigjaartegaan (letterlijk:'ver')omde[2450AM]gebodenvandeHeerte leren,totdatzijhetlandKanaänbinnengaanendeJordaan inhetwestenoversteken

5Endejubeljarenzullenvoorbijgaan,totdatIsraël gereinigdisvanalleschuldvanontucht,onreinheid, verontreiniging,zondeendwaling,enmetvertrouwenin hethelelandwoont,energeenSatanofeniganderkwaad meerzalzijn,enhetlandzalvandietijdafvooreeuwig reinzijn

6Enzie,hetgebodbetreffendedesabbatten–ikhebhet vooruopgeschreven–enallevoorschriftenvandewetten.

7Zesdagenzultgijarbeiden,maardezevendedagisde sabbatvandeHEER,uwGodOpdiedagzultgijgeen enkelwerkverrichten,gijenuwzonenenuwknechtenen uwdienstmeisjesenaluwveeenookdevreemdelingdie bijuis

8Enwieopdiedagenigwerkverricht,zalsterven;wiedie dagontheiligt,wiegemeenschapheeftmetzijnvrouw,of wiezegtdathijopdiedagietszaldoen,dathijopdiedag opreiszalgaanomtekopenofteverkopen;enwieopdie dagwaterputdathijnietvoorzichzelfhadklaargemaakt opdezesdedag,enwieeenlastopzichneemtomdieuit zijntentofuitzijnhuistedragen,zalsterven.

9Gijzultopdesabbatdaggeenenkelwerkverrichten, behalvedatgenewatgijvooruzelfopdezesdedaghebt voorbereid,namelijkomteeten,tedrinkenenterusten,en omdesabbattehoudenenopdiedagvanallewerkte onthouden,enomdeHEERuwGodtezegenen,dieueen feestdageneenheiligedagheeftgegeven;endezedagis eendagvanhetheiligekoninkrijkvoorheelIsraël,eendag dietotineeuwigheidbehoort

10WantgrootisdeeerdiedeHEERaanIsraëlheeft gegeven,datzijopdezefeestdagmogenetenendrinkenen verzadigdzijn,endaaropmogenrustenvanallearbeiddie totdearbeidvandemensenbehoort,behalvehetbranden vanwierookenhetbrengenvanoffergavenenandere offersvoordeHEER,zowelvoordefeestdagenalsvoorde sabbatten

11Ditwerkalleenzalopdesabbatdagengedaanwordenin hetheiligdomvandeHEER,uwGod;opdatzijvoorIsraël voortdurend,vandagtotdag,verzoeningzullendoenmet offers,toteengedenktekendatdeHEERwelgevalligis,en opdatHijhenaltijd,vandagtotdag,zalontvangenzoalsu gebodenis

12Eniederdiedaaropenigwerkverricht,ofopreisgaat, ofzijnakkerbewerkt,hetzijinzijnhuisofelders,enieder dieeenvuuraansteekt,ofopeendierrijdt,ofoverzeereist, eniederdieietsslaatofdoodt,ofeendierofeenvogel slacht,ofiederdieeendier,eenvogelofeenvisvangt,of iederdievastofoorlogvoertopdesabbat:

13Demandieeenvandezedingenopdesabbatdoet,zal sterven,zodatdekinderenvanIsraëldesabbattenzullen houdenvolgensdegebodenbetreffendedesabbattenvan hetland,zoalsgeschrevenstaatopdestenentafelendieHij mijinhandengaf,opdatikvoorudewettenvande seizoenenendeseizoenennaardeindelingvanhundagen zouopschrijven.Hiermeeishetverslagvandeindeling vandedagenvoltooid

Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook