Skip to main content

Dutch - The Acts of Paul and Thecla

Page 1


DeHandelingen vanPaulusen Thecla

HOOFDSTUK1

1ToenPaulusnazijnvluchtuitAntiochiënaarIconium ging,werdenDemasenHermogeneszijnmetgezellen,die toenvolhypocrisiewaren.

2MaarPaulus,diealleenopdegoedheidvanGodlette, deedhengeenkwaadenhadhenzeerlief

3Daaromstreefdehijernaaromallewoordenen leerstellingenvanChristusendebedoelingvanhet evangelievanGodsgeliefdeZoonvoorhenaanvaardbaar temaken,enhenteonderwijzenindekennisvanChristus, zoalsdieaanhemgeopenbaardwas

4EneenzekereOnesiforus,diehoordedatPaulusin Iconiumwasaangekomen,ginghemsneltegemoet,samen metzijnvrouwLectraenzijnzonenSimmiaenZeno,om heminhunhuisuittenodigen

5WantTitushadhuneenbeschrijvinggegevenvanPaulus' persoon,terwijlzehemnognietpersoonlijkkenden,maar welvanzijnkarakterafwisten

6ZegingenoverdekoninklijkewegnaarLystraenbleven daarophemwachtenZevergelekeniedereendievoorbij kwammetdebeschrijvingdieTitushunhadgegeven

7Eindelijkzagenzeeenmanaankomen(namelijkPaulus), kleinvanstuk,kaal(ofgeschoren)aanhethoofd,kromme dijen,knappebenen,holleogen;hijhadeenkrommeneus; volgratie;wantsomshadhijdegedaantevaneenmens, somsdievaneenengelEnPauluszagOnesiforusenwas blij

8Onesiforuszei:Weesgegroet,dienaarvandegezegende GodPaulusantwoordde:DegenadevanGodzijmetuen uwfamilie

9MaarDemosenHermogeneswerdendoorafgunst bewogenen,ondereenschijnvanvroomheid,zeiDemas: 'ZijnwijdanookgeendienarenvandegezegendeGod? Waaromhebbenjullieonsnietgegroet?'

10Onesiforusantwoordde:Omdatikbijugeenvruchten vanrechtvaardigheidhebgezien;maaralsudaartoe behoort,bentuookwelkominmijnhuis.

11ToengingPaulusnaarhethuisvanOnesiforus,endaar heerstegrotevreugdeinhetgezinZewijddenzichaanhet gebed,hetbrekenvanhetbroodenhetluisterennaar Paulus'predikingvanhetwoordvanGodovermatigheid endeopstanding,opdevolgendewijze:

12Zaligzijndereinenvanhart,wantzijzullenGodzien

13Zaligzijnzijdiehunlichaamonbevlekt(ofrein) houden,wantzijzulleneentempelvoorGodzijn.

14Zaligzijndegematigden(ofkuissen),wantGodzal zichaanhenopenbaren

15Zaligzijnzijdiehunwereldsegenoegensopgeven, wantzijzullendoorGodaanvaardworden.

16Zaligzijnzijdievrouwenhebben,alsofzijergeen hadden,wantzijzullenengelenvanGodworden 17ZaligzijnzijdiesidderenvoorhetwoordvanGod, wantzijzullengetroostworden

18Zaligzijnzijdiehundoopreinbewaren,wantzijzullen vredevindenmetdeVader,deZoonendeHeiligeGeest. 19Zaligzijnzijdiedewijsheid(ofleer)vanJezusChristus nastreven,wantzijzullenkinderenvandeAllerhoogste genoemdworden.

20ZaligzijnzijdiedevoorschriftenvanJezusChristusin achtnemen,wantzijzulleninheteeuwigelichtwonen 21Zaligzijnzijdie,omwillevanChristus'liefde,de wereldseheerlijkhedenverzaken,wantzijzullenengelen oordelenenaanderechterhandvanChristusworden geplaatst,enzijzullendebitterheidvanhetlaatsteoordeel niethoeventelijden

22Zaligzijndelichamenenzielenvanmaagden,wantzij zijnGodwelgevalligenzullendebeloningvanhun maagdelijkheidnietverliezen;wanthetwoordvanhun (hemelse)Vaderzalkrachthebbentothunreddingopde dagvanzijnZoon,enzijzullenvooreeuwigrustgenieten.

HOOFDSTUK2

1TerwijlPaulusdezepreekhieldindekerkinhethuisvan Onesiforus,zateenzekeremaagd,genaamdThecla(wiens moederTheocliaheetteendieverloofdwasmeteenman genaamdThamyris),bijeenvensterinhaarhuis

2Vandaaruitkonzij,dankzijeenraaminhethuiswaar Paulusverbleef,zoweloverdagals'snachtsdeprekenvan PaulushorenoverGod,overnaastenliefde,overgeloofin Christusenovergebed;

3Ookweekzijnietvanhetvensterweg,totdatzijmet grotevreugdeonderworpenwasaandeleerstellingenvan hetgeloof.

4Toenzeuiteindelijkveelvrouwenenmaagdennaar Pauluszaggaan,verlangdezeervurignaardatzewaardig geachtzouwordenomvoorhemteverschijnenenhet woordvanChristustehoren;wantzehadPaulusnogniet persoonlijkgezien,maaralleenzijnprekengehoord,en nietsmeer.

5Maartoenzenietvanhetraamwegwilde,stuurdehaar moedereenboodschappernaarThamyris,diemetgroot genoegenkwam,indehoopnumethaartekunnen trouwenDaaropvroeghijaanTheoclia:Waarismijn Thecla?

6Theocliaantwoordde:Thamyris,ikhebjeietsheel vreemdstevertellenDriedagenlangkomtTheclanietvan hetraamweg,zelfsnietomteetenoftedrinken,maaris zogeboeiddoordelistigeenmisleidendepraatjesvaneen zekerebuitenlander,datikhetvolkomenbewonder, Thamyris,dateenjongevrouwmethaarbekende bescheidenheidzichzolaatverleiden.

7WantdiemanheeftdehelestadIconium,enzelfsuw Thecla,onderanderen,inberoeringgebrachtAlle vrouwenenjongemannenstromennaarhemtoeomzijn leerteaanvaarden;hijvertelthunbovendiendatermaar éénGodis,diealleenaanbedenmoetworden,endatwein kuisheidmoetenleven.

8NietteminismijndochterThecla,alseenspinnenweb vastgehechtaanhetvenster,geboeiddoordewoordenvan Paulusenluistertermetgrotegretigheidenvreugdenaar; enzowordtdejongevrouw,doornaarhemteluisteren,

verleidGanunaarhaartoeenspreekmethaar,wantzijis aanjouverloofd.

9DaaropgingThamyrisnaarhaartoe,begroettehaaren zorgdeervoorhaarnietteverrassen.Hijzei:'Thecla,mijn echtgenote,waaromzitjeindezetreurigehouding?Wat voorvreemdeindrukmaaktditopje?Keerjenaar Thamyrisenbloos'

10Haarmoedersprakookopdezelfdemaniertothaaren zei:Kind,waaromzitjeerzotreurigbijengeefjegeen antwoord,alseenverbijsterde?

11Toenhuildenzebitter:Thamyria,omdathijzijn echtgenotehadverloren;Theoclia,omdatzijhaardochter hadverloren;endedienstmeisjes,omdatzijhunmeesteres haddenverloren;enerheerstealgemenerouwinhethele gezin

12MaaraldezedingenmaaktengeenindrukopThecla, zodatzijergeenaandachtaanzoubestedenenergeenacht opzouslaan;zijbleefimmersluisterennaardewoorden vanPaulus.

13ToenrendeThamyrisdestraatopomtezienwie degenenwarendienaarPaulustoewarengegaanenweer naarbuitenwarengekomen.Hijzagtweemannenineen hevigediscussieverwikkeldenzeitegenhen:

14Heren,watdoetuhier?Enwieisdiemanbinnen,die bijuhoort,diedegeestenvanmannen,zoweljonge mannenalsmaagden,misleidtdoorhenervanteovertuigen datzenietmoetentrouwen,maarmoetenblijvenzoalsze zijn?

15Ikbeloofueenaanzienlijkbedragtegeven,alsumij eeneerlijkverslagvanhemgeeft;wantikbende voornaamstepersoonindezestad.

16DemasenHermogenesantwoordden:Wekunnenniet precieszeggenwiehijis,maarditwetenwewel:hij berooftjongemannenvanhun(aanstaande)vrouwenen maagdenvanhun(aanstaande)mannendoorteleren:Er kangeentoekomstigeopstandingzijn,tenzijjulliein kuisheidblijvenenjullievleesnietbezoedelen.

HOOFDSTUK3

1ToenzeiThamyris:'Kommetmijmeenaarmijnhuisen verkwikjezelf'Zogingenzenaareenprachtigfeest,waar wijninovervloedwaseneenrijkelijkaanbodaanetenen drinken

2Zewerdennaareenrijkgedektetafelgebrachtendoor Thamyrisrijkelijktedrinkenaangeboden,vanwegezijn liefdevoorTheclaenzijnverlangenommethaarte trouwen.

3ToenzeiThamyris:Ikzougraagwillendatumijvertelt watdeleerstellingenvandezePauluszijn,zodatikzekan begrijpen;wantikmaakmegrotezorgenomThecla, omdatzijzogenietvandetoesprakenvandievreemdeling, datikhetrisicoloopmijnaanstaandevrouwteverliezen

4ToenantwoorddenDemasenHermogenessamen:‘Laat hemvoorgouverneurCastelliusbrengen,alsiemanddie hetvolkprobeerttebekerentothetnieuwechristendom,en hijzalhem,inopdrachtvanCaesar,terdoodbrengen.Op diemanierzultuuwvrouwterugkrijgen’

5Tegelijkertijdzullenwijhaarlerendatdeopstanding waaroverhijspreektreedsheeftplaatsgevondenenbestaat uithetkrijgenvankinderen;endatwijvervolgenszijn opgestaantoenwijGodleerdenkennen

6ToenThamyrisditvanhenhoorde,werdhijvervuldvan hevigeverontwaardiging:

7Enhijstondvroegindeochtendopengingnaarhethuis vanOnesiforus,vergezelddoordemagistraten,de gevangenbewaardereneengrotemenigtemensenmet stokken,enzeitegenPaulus:

8JijhebtdestadIconium,enonderanderenThecla,die metmijverloofdis,zoindewargebrachtdatzenuniet meermetmijwiltrouwenGadaarommetonsmeenaar gouverneurCastellius

9Endehelemenigteriep:Wegmetdezebedrieger (tovenaar),wanthijheeftdegedachtenvanonzevrouwen verdraaid,enalhetvolkluistertnaarhem.

HOOFDSTUK4

1ToensprakThamyris,staandevoorderechterstoelvande gouverneur,metluidestemopdevolgendewijze

2Ogouverneur,ikweetnietwaardezemanvandaankomt, maarhijisiemanddieleertdathethuwelijkonwettigis Beveelhemdaaromvooruteverklarenwaaromhijzulke leerstellingenverkondigt.

3Terwijlhijditzei,fluisterdenDemasenHermogenes tegenThamyris:Zegdathijeenchristenis,enhijzal onmiddellijkterdoodwordengebracht.

4MaardegouverneurwasbedachtzamerenriepPaulusbij zich:'Wiebenjij?Watleerje?Zelijkenjezwaremisdaden tenlasteteleggen.'

5Paulusspraktoenmetluidestemenzei:Nuikgeroepen benomrekenschapafteleggenvanmijnleer,o gouverneur,wilikgraagnaaruluisteren.

6God,dieeenGodvanwraakisennietsandersnodig heeftdandereddingvanzijnschepselen,heeftmij gezondenomhenterugtebrengenvanhungoddeloosheid enverdorvenheid,vanalle(zondige)genoegensenvande dood,enomhenertoetebewegennietmeertezondigen 7OmdezeredenzondGodzijnZoonJezusChristus,dieik predikeninwieikdemensenopdraaghunhoopte vestigen,alsinHemdiealsenigezoveelmedelijdenhad metdedwalendewereld,datzij,ogouverneur,niet veroordeeldzouworden,maargeloof,ontzagvoorGod, kennisvandegodsdienstenliefdevoordewaarheidzou hebben.

8Alsikdusalleendiedingenonderwijsdieikdoor openbaringvanGodhebontvangen,waarisdanmijn misdaad?

9Toendegouverneurdithoorde,bevalhijPauluste bindenenindegevangenistezetten,totdathijmeertijd zouhebbenomhemuitgebreideraantehoren

10Maar'snachtsdeedTheclahaaroorbellenafengafze aandecipiervandegevangenis,dievervolgensdedeuren voorhaaropendeenhaarbinnenliet;

11Entoenzijdegevangenbewaardereenzilverenspiegel cadeaugaf,mochtzijdekamerbinnengaanwaarPaulus was;toengingzijaanzijnvoetenzittenenluisterdevan hemnaardegrotedingenvanGod

12EntoenzijmerktedatPaulusnietbangwasvoorlijden, maardathijdoorgoddelijkehulpmoedighandelde,werd haargeloofzosterkdatzijzijnketenenkuste

1UiteindelijkwerdTheclagemistenwerderdoorde familieendoorThamyrisinelkestraatnaarhaargezocht, alsofzeverdwaaldwas,maareenvandebediendenvande portierverteldehendatze'snachtsnaarbuitenwasgegaan 2Toenondervroegenzedeportier,enhijverteldehendat zenaardegevangeniswasgegaan,naardievreemdeman.

3Zegingendaaromopzijnaanwijzingenvondenhaar daarToenzenaarbuitenkwamen,verzameldenzeeen menigteengingennaardegouverneuromhemalleste vertellenwatergebeurdwas

4DaaropbevalhijdatPaulusvoorzijnrechterstoel gebrachtzouworden

5Theclalagondertussentewentelenopdegrondinde gevangenis,opdezelfdeplekwaarPaulushadgezetenom haarlestegeven;daaropbevaldegouverneurhaarvoor zijnrechterstoeltebrengen;dezeoproepontvingzemet vreugdeenzegingernaartoe.

6ToenPaulusdaarheenwerdgebracht,riepdemenigte metnogmeergeweld:'Hijiseentovenaar,laathem sterven!'

7Nietteminluisterdedegouverneurmetgenoegennaar Paulus'toesprakenoverdeheiligewerkenvanChristus;en nadatereenraadbijeengeroepenwas,riephijTheclabij zichenzeitegenhaar:WaaromtrouwjenietmetThamyris, zoalsdewetvandeIconiërsvoorschrijft?

8Zebleefroerloosstaan,methaarogenopPaulusgericht.

ToenPaulusgeenantwoordgaf,riepTheoclia,haar moeder,uit:'Laatdatonrechtvaardigeschepselverbrand worden!Laathaarmiddeninhettheaterverbrandworden, omdatzeThamyrisheeftafgewezen,zodatallevrouwen vanhaarlerenzulkepraktijkentevermijden'

9Toenwerddegouverneurzeerbezorgdenbevalhijdat PaulusuitdestadgegeseldzouwordenenTheclaverbrand zouworden

10Degouverneurstondopengingmeteennaarhettheater, enallemensenstroomdentoeomhetsombereschouwspel teaanschouwen

11MaarTheclakeek,netalseenlamindewoestijn,alle kantenopomzijnherdertezien,enzokeekookomzich heennaarPaulus;

12Enterwijlzenaardemenigtekeek,zagzedeHeer JezusindegedaantevanPaulusenzeibijzichzelf:Paulus isgekomenommijinmijnbenauwdeomstandighedente bezoeken.Enzekeekhemrechtindeogen,maarhijsteeg onmiddellijkopnaardehemel,terwijlzehemnogaankeek

13Toenbrachtendejongemannenen-vrouwenhouten strovoordeverbrandingvanTheclaToenzijnaaktnaarde brandstapelwerdgebracht,dwongzijdegouverneurtot tranen,omdathijverbaasdwasoverdegrootheidvanhaar schoonheid.

14Entoenzehethoutopdejuisteplekhaddengelegd, bevalhetvolkhaareroptegaanstaan;endatdeedze, nadatzeeersthetkruishadgeslagen

15Toenstakendemensendebrandstapelinbrand;hoewel devlamzeergrootwas,raaktediehaarnietaan,wantGod hadmedelijdenmethaarenlieteengroteuitbarstingvan deaardebenedeneneenwolkvanbovenafneerdalendie grotehoeveelhedenregenenhageldeedneerkomen;

16Omdatdoordeaardbreukveleningrootgevaar verkeerdenensommigenomkwamen,werdhetvuur geblustenTheclagespaard

HOOFDSTUK6

1IntussenvasttePaulussamenmetOnesiforus,zijnvrouw enkinderenineengrot,diezichbevondopdewegvan IconiumnaarDaphne

2Toenzeeenaantaldagenhaddengevast,zeidende kinderentegenPaulus:Vader,wehebbenhongerenwe hebbengeengeldombroodtekopen,wantOnesiforushad alzijnbezittingenachtergelatenomPaulusmetzijngezin tevolgen

1.Toegangtotdekrochtenvandehel.

2Charoninzijnboot

3DeMinotaurusdiebrultbijhetnaderenvande veroordeeldezielen.

4Zielendieinberoeringzijngebrachtdoordeonzuivere ademvanbozegeesten

5.Cerberusverslindtdezielenvanfijnproevers.

6Dehebzuchtigenenverkwisterszijnveroordeeldtothet dragenvanlasten

7.DejaloersenenbozemensenwordenindeStyx geworpen

8Torenenmuurvandebozestad

9.Indezegrachtbevindenzichzijdietegenhunnaasten gezondigdhebben;centaurenschietenpijlenophenaf

10Zijdietegenzichzelfgezondigdhebben,wordenhier doorharpijengekweld.

11RegenvanvuurvoorhendietegenGodgezondigd hebben

12.DezielvandetiranGerionindevlammengeworpen.

13Losbandigejongerenenverderversvandejeugd wordendoorduivelsgegeseld

14.Giftigeafgrondwaarinvleierswordengestort.

15MeervanvuurindeketelswaarinSimonaïciworden geworpen

16.Tovenaarsenwaarzeggers,methungezichtennaar achterengekeerd

17Moerasmetkokendepekvoorbedriegers,dievenen misleiders.

18Huichelaargekruisigd

19Verraderlijkeadviseursstorttenzichineenbrandende gracht.

20Voorschandaligepersonen:menhoudtzijnhoofdin zijnhanden.

21Roversenanderecriminelenwordengeteisterddoor eencentaurdiegewapendismetslangen

22Alchemistenenkwakzalverszijnvatbaarvoorlepra

23.IJsput,voorverradersenondankbaren.

24Plutotemiddenvaneengletsjerdiedeverdoemden verslindt

25DeheiligestadJeruzalem

3ToentrokPauluszijnjasuitenzeitegendejongen:Ga, jongen,enkoopbrood,enbrenghethierheen

4Maarterwijldejongenbroodkocht,zaghijzijn buurvrouwTheclaenwasverbaasd.Hijvroeghaar: "Thecla,waargajeheen?"

5Zeantwoordde:IkbenPaulusaanhetzoeken,nadatik uitdevlammenbengered.

6Dejongenzeitoen:Ikzaljenaarhemtoebrengen,want hijmaaktzichgrotezorgenomjouenheeftdeafgelopen zesdagengebedenengevast.

7ToenTheclabijdegrotkwam,trofzePaulusdaaropzijn knieënaan,biddendenzeggend:OheiligeVader,oHeer JezusChristus,zorgervoordathetvuurTheclaniettreft, maarweeshaarhelper,wantzijisuwdienstmaagd

8Thecla,dieachterhemstond,rieptoenuit:Osoevereine Heer,Scheppervanhemelenaarde,Vadervanuwgeliefde enheiligeZoon,ikprijsUdatUmijvanhetvuurhebt gered,zodatikPaulusweerkanzien.

9Paulusstondtoenopentoenhijhaarzag,zeihij:OGod, diehethartdoorgrondt,VadervanmijnHeerJezus Christus,ikprijsUdatUmijngebedhebtverhoord.

10Enerheersteonderhenindegroteengrote genegenheidvoorelkaar;Paulus,Onesiforusenallendie methenwaren,warenvervuldvanvreugde.

11Zehaddenvijfbroden,watkruidenenwater,enze troosttenelkaarmetoverdenkingenoverdeheiligewerken vanChristus.

12ToenzeiTheclategenPaulus:Alsudatgoedvindt,zal ikuvolgenwaaruookheengaat

13Hijantwoorddehaar:‘Mensenzijntegenwoordigerg geneigdtotontucht,enomdatuknapbent,vreesikdatuin eengrotereverleidingzultkomendanvoorheen,endatu dienietzultkunnenweerstaan,maarerdoorzultbezwijken.’

14Theclaantwoordde:Geefmijalleenhetzegelvan Christus,engeenenkeleverleidingzalmijtreffen 15Paulusantwoordde:Thecla,hebgeduld,enjezultde gavevanChristusontvangen

HOOFDSTUK7

1ToenstuurdePaulusOnesiforusenzijnfamilieterugnaar huis,engingzelfmetTheclameenaarAntiochië; 2Zodrazijdestadbinnenkwamen,zageenzekereSyriër, Alexandergeheten,eenmagistraatindestad,dietijdens zijnambtsperiodevelegoededienstenvoordestadhad bewezen,TheclaenwerdverliefdophaarHijprobeerde Paulusmetvelerijkegeschenkenvoorzichtewinnen

3MaarPauluszeitegenhem:Ikkendevrouwoverwieu spreektniet,enzijbehoortookniettotmij

4Maarhij,dieeenmachtigmaninAntiochiëwas,greep haaropstraatenkustehaar.Theclakonditnietverdragen, maarkeekomzichheennaarPaulusenriepmetluide, angstigestem:"Dwingmijniet,ikbeneenvreemdeling! Dwingmijniet,ikbeneendienstknechtvanGod!Ikben eenvandevoornaamstepersonenvanIconiumenikmoest diestadverlatenomdatiknietmetThamyriswilde trouwen!"

5ToengreepzeAlexandervast,scheurdezijnjasennam zijnkroonvanzijnhoofd,enmaaktehembelachelijkvoor hethelevolk

6MaarAlexander,deelsomdathijvanhaarhieldendeels omdathijzichschaamdevoorwatergebeurdwas,bracht haarnaardegouverneur,entoenzijbekendewatzehad gedaan,veroordeeldedezehaaromtussendewildedieren geworpenteworden.

HOOFDSTUK8

1Toendemensenditzagen,zeidenze:Deoordelendiein dezestadwordengeveld,zijnonrechtvaardig.MaarThecla smeektedegouverneuromhaarkuisheidnietteschenden, maartebewarentotzevoordewildedierenzouworden geworpen

2Degouverneurvroegvervolgenswiehaaronderdakzou willenbiedenDaaropverzochteenzeerrijkeweduwe, Trifinageheten,wierdochteronlangswasoverleden,ofzij voorhaarmochtzorgenZebegonhaarinhaarhuiste behandelenalshaareigendochter

3Eindelijkbrakdedagaanwaaropdedierenvoordeogen vanhetpubliektevoorschijngebrachtzoudenworden;en Theclawerdnaarhetamfitheatergebrachtenineenhol geplaatstwaarinzicheenbuitengewoonwoesteleeuwin bevond,inhetbijzijnvaneenmenigtetoeschouwers

4TrifinavergezeldeThecla,zonderenigeverbazing,ende leeuwinliktedevoetenvanThecla.Detiteldiehaar misdaadaanduidde,luidde:HeiligschennisToenriepde vrouwuit:OGod,deoordelenvandezestadzijn onrechtvaardig.

5Nadatdedierenwarengetoond,namTrifinaTheclamee naarhuisengingenzenaarbedEnzie,dedochtervan Trifina,diegestorvenwas,verscheenaanhaarmoederen zei:'Moeder,laatdejongevrouwThecladoorualsuw dochterinmijnplaatswordenbeschouwd,enverzoekhaar voormijtebidden,opdatiknaareenstaatvan gelukzaligheidmagwordenovergebracht'

6DaaropzeiTrifinameteenbedroefdeblik:Mijndochter Falconillaisaanmijverschenenenheeftmijbevolenuin haarkamerteontvangenDaaromverzoekiku,Thecla,te biddenvoormijndochter,opdatzijmagworden opgenomenineenstaatvangelukzaligheidenheteeuwige leven

7ToenThecladithoorde,badzeonmiddellijktotdeHeer enzei:OHeerGodvanhemelenaarde,JezusChristus, ZoonvandeAllerhoogste,geefdathaardochterFalconilla vooreeuwigmaglevenTrifinahoordeditenkreunde opnieuwenzei:Oonrechtvaardigeoordelen!Oonredelijke goddeloosheid!Datzo'nschepsel(opnieuw)voordedieren geworpenwordt!

8Devolgendedag,bijhetaanbrekenvandedag,kwam AlexandernaarhethuisvanTrifinaenzei:Degouverneur enhetvolkwachten;brengdemisdadigernaarbuiten 9MaarTrifinastormdezoheftigophemafdathijschrok enwegrendeTrifinawaseenlidvandekoninklijkefamilie; enzijuittehaarverdrietalsvolgt:‘Ach!Ikhebtwee problemeninmijnhuis,enerisniemanddiemijkan helpen,nochdoorhetverliesvanmijndochter,nochomdat ikTheclanietkanreddenMaarnu,oHeerGod,weesde helpervanThecla,uwdienstmaagd.’

10Terwijlzehiermeebezigwas,stuurdedegouverneur eenvanzijneigenofficierenomTheclatehalenTrifina namhaarbijdehandenzei,terwijlzemethaarmeeging: IkbenmetFalconillanaarhaargrafgegaan,ennumoetik metTheclanaardedieren.

11ToenThecladithoorde,smeektezehuilend:OHeer God,totwieikmijnvertrouwenentoevluchthebgesteld, beloonTrifinavoorhaarmedelevenmetmijenvoorhet bewarenvanmijnkuisheid

12Daaropontstondereengrootrumoerinhetamfitheater; dedierenbruldenenhetvolkriep:Brengdemisdadiger binnen!

13Maardevrouwschreeuwdehetuitenzei:Laatdehele stadlijdenvoorzulkemisdaden;enbeveelonsallen,o gouverneur,totdezelfdestrafOonrechtvaardigoordeel!O wredeaanblik!

14Anderenzeiden:Laatdehelestadverwoestworden vanwegedezeafschuwelijkedaadDoodonsallemaal,o gouverneurOwredeaanblik!Oonrechtvaardigoordeel

HOOFDSTUK9

1ToenwerdTheclauitdehandenvanTrifinagenomen, ontkleed,kreegzeeengordelomenwerdzeindedaarvoor bestemderuimtegeworpenommetdewildedierente vechten;endeleeuwenendeberenwerdenophaar losgelaten

2Maareenleeuwin,diedemeestwoestevanallemaalwas, rendenaarTheclaenvielaanhaarvoetenneerDaarop juichtedemenigtevrouwenluid

3Toenrendeeenberinwoestophaaraf,maardeleeuwin kwamdebeertegenenverscheurdehaar

4Opnieuwrendeeenleeuwin,dieerombekendstond mensenteverslindenendievanAlexanderwas,ophaaraf; maardeleeuwinkwamdeleeuwintegenenzedoodden elkaar

5Toenwarendevrouwennogbezorgder,omdatde leeuwindieTheclahadgeholpen,doodwas

6Daarnabrachtenzenogveelanderewildedieren tevoorschijn,maarTheclableefstaanmethaarhandennaar dehemelgestrektenbadToenzeklaarwasmetbidden, keerdezezichomenzageenwaterputZezei:Nuishetde juistetijdvoormijomgedooptteworden.

7Daaropwierpzijzichinhetwaterenzei:Inuwnaam,o mijnHeerJezusChristus,wordikopdezelaatstedag gedoopt.Devrouwenendemensenzagenditenriepen: Werpunietinhetwater!Ookdegouverneurzelfriepuit, omdathijdachtdatdevissen(zeekalveren)zo'n schoonheidzoudenverslinden.

8OndanksditalleswierpTheclazichinhetwater,inde naamvanonzeHeerJezusChristus

9Maardevissen(zeekalveren),toenzijdebliksemenhet vuurzagen,werdengedoodenzwommendoodophet wateroppervlakEenvuurwolkomhuldeThecla,zodat, zoalsdedierennietbijhaarkondenkomen,demensenhaar naaktheidnietkondenzien

10Maarzelietenanderewildedierenophaarlos,waarop zeeenzeerjammerlijkgeschreeuwlietenhorenSommigen strooidennardus,anderencassia,weeranderenamomus (eensoortnardus,ofJeruzalemseroos,ofvrouwenroos),en anderenzalf.Dehoeveelheidzalfwasdusgroot,in verhoudingtothetaantalmensenDaaroplagenalledieren alsofzediepinslaapwarengeweestenraaktenTheclaniet aan

11DaaropzeiAlexandertegendegouverneur:Ikhebeen paarvreselijkestieren;latenwehaardaaraanvastbinden. Degouverneurantwoorddebezorgd:Umagdoenwatu goeddunkt

12ToenbondenzeeentouwomThecla'smiddel,waarmee zeookhaarvoetenvastbonden,endaarmeebondenzehaar vastaandestierenAanhungeslachtsdelenbevestigdenze

gloeiendheteijzers,zodatdestieren,diedaardoornogmeer gekweldzoudenworden,Thecladesteheftigerzouden kunnenrondtrekken,totdatzehaarhaddengedood

13Destierenraasdenvervolgenswildomzichheenen maakteneenafschuwelijklawaai;maardevlamdieThecla omringde,verbranddedetouwenwaarmeedeledenvande stierenvastzaten,enzestondmiddenophettoneel,zo onbezorgdalsofzenietgebondenwasgeweest.

14MaarondertussenvielTrifina,dieopeenvandebanken zat,flauwenstierf;dehelestadwashierdoorzeerbezorgd 15Alexanderzelfwasbangensmeektedegouverneur:Ik smeeku,hebmedelijdenmetmijendestadenlaatdeze vrouwvrij,diemetdewildedierenheeftgevochten;anders zullenuenikendehelestadtenondergaan

16WantalsCaesarrekenschapzoumoetenafleggenvan waternugebeurdis,zouhijdestadzekeronmiddellijk verwoesten,omdatTrifina,eenvrouwvankoninklijke afkomsteneenfamilielidvanhem,ophaartroonis gestorven.

17DaaropriepdegouverneurTheclabijzich,dietussende dierenstond,enzeitegenhaar:Wiebenjij?Enwatisjouw lot,datgeenenkeldierjedurftaanteraken?

18Theclaantwoorddehem:Ikbeneendienstmaagdvande levendeGod,enwatmijnpositiebetreft,ikgeloofinJezus Christus,zijnZoon,inwieGodeenwelbehagenheeft;en daaromkangeenenkeldiermijaanraken

19Hijalleenisdewegtoteeuwigezaligheidenhet fundamentvanheteeuwigeleven.Hijiseentoevluchtvoor menseninnood,eensteunvoordeverdrukten,hoopen beschermingvoordehopelozen;en,kortom,allendieniet inhemgeloven,zullennietleven,maardeeeuwigedood lijden

20Toendegouverneurdithoorde,gafhijopdrachthaar klerentebrengenenzeitegenhaar:trekjeklerenaan.

21Theclaantwoordde:MogedieGod,diemijkleeddetoen iknaaktwastemiddenvandedieren,opdedagdes oordeelsookuwzielbekledenmethetgewaadvande verlossingToennamzijhaarklerenentrokzeaan;ende gouverneurvaardigdeonmiddellijkeenbeveluitmetde volgendewoorden:IklaatThecla,dedienstmaagdvanGod, vrij

22Daaropriependevrouwenluidkeelseneensgezindlof aanGod,enzeiden:ErismaaréénGod,deGodvan Thecla,deGoddieTheclaheeftbevrijd

23Hunstemmenwarenzoluiddatdehelestadleekte beven;enTrifinazelfhoordehetgoedenieuws,stondop enrendemetdemenigtenaarTheclatoe;enhijomhelsde haarenzei:Nugeloofikdatereenopstandingderdoden zalzijn;nubenikervanovertuigddatmijndochterleeft Komdaarommetmijmeenaarhuis,mijndochterThecla, enikzalalleswatikbezitaanjougeven

24ZogingTheclametTrifinameeenwerddaarenkele dagentegastgehoudenZeonderweeshaarhetwoordvan deHeer,waardoorvelejongevrouwenzichbekeerden;en erheerstegrotevreugdeinhetgezinvanTrifina 25MaarTheclaverlangdeernaarPaulustezienenvroeg overalomhulpenstuurdemensenomhemtevinden.Toen zeuiteindelijkvernamdathijinMyrainLyciëwas,namze veeljongemannenenvrouwenmetzichmee,deedeen gordelom,trokeenmannenkleedaanengingnaarhemtoe inMyrainLyciëDaartrofzePaulusaan,diehetwoord

vanGodpredikte,enzegingnaasthemstaantemidden vandemenigte.

HOOFDSTUK10

1MaarhetwasvoorPauluseengroteverrassingtoenhij haarendemensendiebijhaarwarenzag;hijvermoedde namelijkdatereennieuwebeproevingophenafzou komen

2ToenThecladithoorde,zeizetegenhem:Ikbengedoopt, Paulus,wanthijdieuhelptbijhetprediken,heeftmijook geholpenbijhetdopen

3ToennamPaulushaarmeeenbrachthaarnaarhethuis vanHermes;enTheclaverteldePaulusalleswathaarin Antiochiëwasoverkomen,zodatPauluszichzeer verwonderdeenallendiehethoorden,gesterktwerdenin hetgeloofenbadenvoorTrifina'sgeluk

4ToenstondTheclaopenzeitegenPaulus:Ikganaar Iconium.Paulusantwoorddehaar:Gaheenenverkondig hetwoordvandeHeer

5MaarTrifinahadPaulusgrotegeldsommengeldgestuurd, enookkledingdoorThecla,omdearmentehelpen.

6ZogingTheclanaarIconiumEntoenzebijhethuisvan Onesiforuskwam,vielzeneeropdeplekwaarPaulushad gezetenengepreekt,en,terwijlzehaartranenmethaar gebedenvermengde,preesenverheerlijktezeGodmetde volgendewoorden:

7OHeer,deGodvandithuis,waarinikvoorheteerst doorUverlichtwerd;oJezus,ZoonvandelevendeGod, diemijnhelperwasvoordebeul,mijnhelperinhetvuur enmijnhelpertemiddenvandedieren;UalleenbentGod ineeuwigheidAmen

8ToenTheclaterugkeerde,trofzeThamyrisdoodaan, maarhaarmoedernoginleven.Zeriephaarmoederenzei tegenhaar:'Theoclia,mijnmoeder,zouutothetgeloof kunnenkomendatermaaréénHeerGodis,dieinde hemelwoont?Alsugroterijkdommenbegeert,zalGoddie udoormijgeven;alsuuwdochterterugwilt,danbenik hier'

9Dezeenveleanderedingenverteldezeaanhaarmoeder, (ineenpoging)haarteovertuigen(vanhaareigenmening) MaarhaarmoederTheocliageloofdenietsvanwatde martelaresTheclahadgezegd.

10ToenTheclamerktedatzenutteloossprak,maakteze methaarhelelichaamhetteken(vanhetkruis),verliethet huisengingnaarDaphine.Toenzedaaraankwam,gingze naardegrotwaarzePaulusmetOnesiforushadgevonden, vielopdegrondneerenhuildevoorGod.

11Toenzijdaarvandaanvertrok,gingzijnaarSeleuciaen onderweesvelenindekennisvanChristus

12Eneenhelderewolkleiddehaarophaarreis

13EntoenzeinSeleuciawasaangekomen,gingzenaar eenplaatsbuitendestad,opongeveereenfurlongafstand, omdatzebangwasvoordeinwoners,aangezienzij afgodenaanbaden

14Enzijwerd(doordewolk)naareenberggeleid, genaamdCalamonofRodeon.Daarverbleefzijvelejaren enondergingzijvelezwarebeproevingenvandeduivel, diezijopeenwaardigewijzeverdroeg,dankzijdehulpdie zijvanChristusontving.

15Uiteindelijkhoordenenkeleedelvrouwenoverde maagdTheclaengingennaarhaartoeZijonderweeshen

indeorakelsvanGod,envelenvanhenverlietendeze wereldenleiddeneenkloosterlevenmethaar.

16Hierdoorverspreiddezichoveraleengoedberichtover Thecla,enzijverrichtteverschillende(wonderbaarlijke) genezingen,zodatdehelestadendeomliggendegebieden hunziekennaardiebergbrachten,envoordatzedeingang vandegrotbereikten,warenzeonmiddellijkgenezenvan welkeziektezeookhadden.

17Deonreinegeestenwerdenmetveellawaaiuitgedreven; allenontvingengenezenziekenterugenverheerlijktenGod, diezulkemachtaandemaagdTheclahadverleend;

18DeartsenvanSeleuciawarennuimmersnietsmeer waardenverlorenalhuninkomsten,omdatniemandmeer naarhenluisterdeDaaropwerdenzejaloersenbegonnen zeplannentesmedenomdezedienaarvanChristuste straffen.

HOOFDSTUK11

1Deduivelbrachthenvervolgensslechtadviesin gedachten;entoenzeopeenbepaaldedagbijeenkwamen omteoverleggen,redeneerdenzealsvolgt:Demaagdis eenpriesteresvandegrotegodinDiana,enalleswatzevan haarvraagt,wordthaarverhoord,omdatzeeenmaagdis endaaromgeliefdisbijallegoden.

2Latenwenueenpaarlosbandigekerelszoeken,ennadat wezevoldoendedronkenhebbengevoerdeneenflinke somgeldhebbengegeven,zullenwezebevelenomdeze maagdteontuchtigen,metdebeloftedatze,alszedatdoen, eengroterebeloningzullenontvangen

3(Wantzijhebbenonderlinggeconcludeerddatalszijhaar zoudenkunnenontuchtigen,degodenhaarnietmeer zoudenrespecterenenDianageenziekenmeervoorhaar zougenezen.)

4Zehandeldenvolgensditbesluit,endemannengingen debergopenstormden,zowoestalsleeuwen,degrot binnenenkloptenopdedeur.

5DeheiligemartelaresThecla,vertrouwendopdeGodin wiezijgeloofde,opendededeur,hoewelzijvantevorenop dehoogtewasvanhunbedoeling,enzeitegenhen: Jongemannen,watkomenjulliedoen?

6Zevroegen:IseriemandbinnenwiensnaamTheclais? Zijantwoordde:Watzoudenjulliemethaarwillen?Ze zeiden:Wewillengraagmethaarslapen

7DegezegendeTheclaantwoordde:Hoewelikeen nederigeoudevrouwben,benikdedienstmaagdvanmijn

HeerJezusChristus;enhoeweljullieeensnodebedoeling tegenmijhebben,zullenjulliedienietkunnenvolbrengen. Zijantwoordden:Datisonmogelijk,maarwemoetenmet julliekunnendoenwatwevanplanzijn

8Enterwijlzeditzeiden,grepenzehaarmetgeweldvast enwildenhaarverkrachten.Toenzeizemetdegrootste zachtmoedigheidtegenhen:Jongemannen,hebgedulden ziedeheerlijkheidvandeHeer

9Enterwijlzijhaarvasthielden,keekzijopnaardehemel enzei:OallerhoogsteGod,metwieniemandtevergelijken is,dieUzelfverheerlijktbovenuwvijanden,diemijuithet vuurhebtgeredenmijnietaanThamyrishebtuitgeleverd, diemijnietaanAlexanderhebtuitgeleverd,diemijvande wildedierenhebtgered,diemijindediepewaterenhebt bewaard,diemijoveralhebtbijgestaanenuwnaaminmij hebtverheerlijkt;

10Verlosmijnuookuitdehandenvandezegoddelozeen onredelijkemannen,enlaathenmijnkuisheid,dieiktotnu toetererevanUhebbewaard,nietontheiligen;wantik hebUliefenverlangnaarU,enikaanbidU,Vader,Zoon enHeiligeGeest,totineeuwigheid.Amen.

11Toenklonkereenstemuitdehemel,diezei:Weesniet bevreesd,Thecla,mijntrouwedienstmaagd,wantIkben metje.Kijkenziedeplaatsdievoorjougeopendis:daar zaljeeeuwigeverblijfplaatszijn,daarzuljedezalige aanschouwingontvangen

12DegezegendeTheclazagdatderotszichzoveropende dateenmenserinkongaan;zedeedwathaarwas opgedragen,vluchttedappervoordegemenebendeenging derotsin,diezichonmiddellijkzoslootdatergeenenkele scheurmeertezienwaswaarhijwasgeopend

13Demannenstondenvolkomenverbijsterddoorzo'n wonderbaarlijkwonderenkondendedienstmaagdGods niettegenhouden;zegrepenhaarsluierofkapvasten scheurdenereenstukvanaf.

14EnzelfsdatwasmetGodstoestemming,totbevestiging vanhungeloof,zijdiedezeeerbiedwaardigeplaatszouden komenbezoeken,enomzegeningenovertebrengenaan henindekomendegeneraties,diemeteenzuiverhartin onzeHeerJezusChristuszoudengeloven 15ZoheeftThecla,deeerstemartelaarenapostelvanGod, enmaagd,geledenZijkwamopachttienjarigeleeftijduit Iconiumenleefdedaarna,deelsinreizenendeelsineen kloosterlevenindegrot,tweeënzeventigjaar.ToendeHeer haartotzichnam,waszijnegentigjaaroud 16Zoeindigthaarleven

17Dedagdieaanhaarnagedachtenisisgewijd,is24 september,totglorievandeVader,deZoonendeHeilige Geest,nuentotineeuwigheidAmen

Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook