Skip to main content

Wiskids Kennis- & inspiratieboek

Page 1

wiskids

KENNIS- & INSPIRATIEBOEK


inhoudsopgave Voorwoord . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 3

Het land van Ratjetoe . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 10

Sorteren en groeperen: Het ordenen van verzamelingen

Theoretisch kader . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 4

Wat is wiskunde?

4

Ontwikkelingsfasen

4

Horen, zien en doen

5

Leerstijlen

5

Begeleiding

6

Taalgebruik

6

Communiceer met kinderen

7

Open vragen

7

Controlevragen en doorvragen

7

‘Fouten’ horen erbij

7

Moedig aan tot samenwerking

8

Ouders en de methode Wiskids

9

Het land van Berg en Dal .. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 22 Grafieken en statistiek: Het verzamelen en gestructureerd weergeven van gegevens

Het land van Regelmaat . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 34

Patronen: het herhalen van vormen of eigenschappen

Het land van Oneindig .. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 46 Getallen: het ontwikkelen van getalbegrip en spelen met hoeveelheden

Het land van Achter en Hoeks . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 58 Ruimte en Geometrie: Vormen en de relatieve positie van figuren en de eigenschappen van de ruimte

Het land van Kilo en Meter . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 70 Wegen, meten en vergelijken: Een maat om lengte, gewicht, volume en tijd te vergelijken

Bijlagen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 82

tip!

enste onderdeel Klik in dit overzicht op het gew gebracht! rtoe naa h en je wordt er autmatisc Superhandig!

2


Voorwoord Wiskunde is getallen benoemen en vormen maken. Maar ook kralen sorteren op kleur of van klein naar groot of takken meten van kort tot lang. En wat betekent op, onder, in en naast de doos? En wat bedoel je als je zegt dat de appel zwaarder is dan de druif?

De wereld van jonge kinderen zit boordevol abstracte begrippen,

het Land van Regelmaat. Wiskids biedt pedagogisch medewerkers

die niet zo 1-2-3 te duiden zijn. De eerste concrete kennismaking

en kleuterleerkrachten allerlei prikkelende ideeën om op dagelijkse

met getallen, maten en ruimte, vormen een belangrijke basis die

activiteiten toe te passen, met Wiskikker én plezier in de hoofdrol.

in de opvang en kleuterklas wordt gelegd. Niet elk kind krijgt de kans om die sterke basis te ontwikkelen. Dat blijkt onder andere uit

De methode is ontwikkeld door Humankind en geïnspireerd

de zichtbare terugloop van de rekenvaardigheden in de voor- en

op de door de Duits-Amerikaanse pedagoge Nancy Hoenisch

vroegschoolse periode in de afgelopen jaren.

samengestelde Mathekings-tentoonstelling. Het gebruik van alledaagse materialen en de focus op praktische handvatten maakt

De Wereld van Wiskids beoogd die kansenongelijkheid te

toepassing van de methode laagdrempelig en voor kinderen in het

verkleinen. En heeft tot doel jonge kinderen op speelse wijze bezig

dagelijks leven herkenbaar.

te laten zijn met ‘wiskunde’ doormiddel van een praktisch en rijk ontwikkelingsaanbod, dat bruikbaar is voor zowel pedagogisch

Met Wiskids heeft de ontwikkeling van abstract denken haar

medewerkers als kleuterleerkrachten in de dagelijkse praktijk.

welverdiende plek gekregen in het rijke, pedagogisch krachtige aanbod van Humankind.

Wiskids is didactisch, theoretisch en pedagogisch onderbouwd. Zo raken jonge kinderen spelenderwijs thuis in het prille begin

Veel inspiratie en speelplezier met de Wereld van Wiskids!

van abstract denken. Themafiguur Wiskikker neemt ze mee op ontdekkingstocht naar zes landen, zoals het Land van Ratjetoe en

3


Zes wiskundige pijlers:

Theoretisch Kader

1. Sorteren en groeperen 2. Grafiek & statistiek 3. Patronen 4. Getallen

Wiskids is een praktische methode om kinderen vertrouwd te maken met de wereld om hen heen met behulp van wiskunde. Wiskids stimuleert het waarnemen, denken en kennis verwerven van kinderen, Met behulp van de alledaagse praktijk in de groep.

Met behulp van het Kennis- & Inspiratieboek en het Vertel- &

Ontwikkelingsfasen

5. Ruimte & geometrie 6. Wegen, meten & vergelijken

voorbeeld

Doeboek beweeg je je, samen met de kinderen, door verschillende wiskundige thema’s op een speelse, laagdrempelige manier. Door hen

Peuters en kleuters bouwen een ‘brug’ van concreet denken (tastbaar

Voorbeeld concrete fase

te stimuleren om zelf logisch te denken en hun eigen ideeën met

en waarneembaar) naar abstract denken (symbolen en getallen). Dit

Davy heeft een toren van drie grote

anderen uit te wisselen, worden kinderen uitgedaagd en tegelijkertijd

gebeurt in drie fasen:

blokken. Lefke heeft een toren van vijf

bevestigd dat hun ideeën ertoe doen.

kleinere blokken. Davy zegt: ‘Ik heb meer 1. Concrete fase: een kind speelt en legt verbanden tussen tastbare

blokken. Mijn toren is hoger.’

dingen. Bijvoorbeeld: het kind speelt met blokken.

Wat is wiskunde? Wiskunde is een manier van denken, ook al denken we niet in

2. Overgangsfase: abstracte dingen zoals letters, kleuren en getallen worden toegevoegd aan tastbare dingen. Kleuren en aantallen kunnen benoemd worden. Het aantal blokken in een toren kan

Voorbeeld overgangsfase

geteld worden.

Lefke vergelijkt haar toren met die van

formules en symbolen. Zet je het grote blok op het kleine, dan valt de

3. Abstracte fase: een kind kan met getallen en symbolen omgaan

toren om en als we het kleine blok op het grote zetten wordt de toren

en het zich in gedachten voorstellen. De blokken zijn niet fysiek

hoger. Door het doen en het ervaren, wordt wiskunde een manier van

nodig om zich een toren van vijf blokken voor te stellen. Ook zijn

denken zonder dat je eerst er een systeem van symbolen en formules

+ en - begrijpelijk.

Davy door de blokken één voor één te tellen. Lefke zegt: ‘Ik heb er meer.’

voor moet leren. Als we de ervaringen en inzichten van kinderen benoemen in ‘wiskundige’ termen raken ze daarmee vertrouwd.

Per fase is het belangrijk dat kinderen nadenken over oplossingen en

Voorbeeld abstracte fase

daarover praten. Zo leren ze verbanden leggen en logisch redeneren.

Lefke zegt: ‘Ik heb drie blokken, doe er vijf bij, dan heb ik er acht’. Ze heeft de blokken als hulpmiddel niet meer nodig. 3 + 5 = 8 heeft betekenis.

4


Horen, zien en doen

Leerstijlen

Kinderen leren vooral van wat ze zien en doen. Gebruik daarom de

Een belangrijk uitgangspunt bij het proces van leren is het model

combinatie van voordoen, zelf laten doen en uitleggen in woorden.

van David Kolb, een psycholoog die onderzoek gedaan heeft naar

Kinderen maken zo kennis met woorden en termen die bij bepaalde

de leerstijlen van mensen. Volgens hem zijn er vier leerstijlen, en

activiteiten horen. En dat mogen best woorden zijn die ze nog niet

ieder mens heeft een voorkeur. Wel is het zo dat alle mensen alle

kennen.

leerstijlen nodig hebben om het hele proces te doorlopen om het beste leerresultaat te behalen.

Vier leerstijlen volgens Kolb: 1. Concreet ervaren, door te voelen. 2. Waarnemen en nadenken over wat gezien is. 3. Abstracte begripsvorming, reflecteren en nadenken over de

Woorden als op, onder, achter, voor, naast, tussen, enzovoorts zijn makkelijk uit te leggen door het voor te doen of zelf te laten doen.

Ook kinderen gebruiken deze vier leerstijlen. Soms kun je zien

Als het kind het niet begrijpt, kun je het voordoen. Een ander kind

welke voorkeur een kind heeft. Er zijn kinderen die meteen overal

iets laten doen heeft nog meer effect. Kinderen kijken graag naar

aan zitten en alles willen voelen, vastpakken en uitproberen. Er zijn

leeftijdgenoten.

kinderen die wat meer afwachtend zijn en eerst van een afstandje

verschillende mogelijkheden en toepassingen. 4. Actief experimenteren, door te doen

staan te kijken. Door alle vier de stijlen in een activiteit te gebruiken Door te laten zien en daarbij te vertellen wat je doet kan het kind

sluit je bij alle kinderen aan.

een verband gaan leggen. Dit proces van verbanden leggen gebeurt in de hersenen en kunnen wij niet zien of horen. Als het kind op een gegeven moment een opdracht kan uitvoeren, kunnen we concluderen dat het verband gelegd heeft en dat het kind het begrijpt.

5


Begeleiding

Taalgebruik

Om de Wiskidsmethode goed uit te voeren moet je begrijpen hoe

Naast het voordoen en zelf doen is taal een belangrijk onderdeel

kinderen leren en hoe je dit proces begeleidt. Leren is een proces

van Wiskids. Wees je bewust van je eigen taalgebruik. De manier

dat gebeurt in de hersenen en is niet of nauwelijks waarneembaar.

waarop je iets zegt, je intonatie en ook de woordkeuze. Sluit aan

Je ziet alleen het resultaat van het proces. Met Wiskids gebruiken we

bij het taalniveau van het kind. Dat betekent overigens niet dat je

wiskundige termen en formules die bijdragen aan dit proces om zo

kinderachtig of met verkleinwoorden hoeft te praten. Kies woorden

manieren en strategieën te ontwikkelen in het brein van het kind om

waarvan je denkt dat het kind die begrijpt. Komt je vraag of

resultaten te halen. Deze manieren en strategieën zijn belangrijk om

boodschap niet over? Onderzoek dan waarom.

de wereld om ons heen te begrijpen en te beïnvloeden. Als je een kind vraagt om Wiskikker achter de doos te leggen en het kind Het wemelt van de wiskunde in de wereld om ons heen. Jonge

weet niet wat het woord ‘achter’ betekent, dan zal deze opdracht niet

kinderen ervaren dat (onbewust). Tijdens het spelen kijken ze welke

lukken.

toren hoger is, bij het opruimen sorteren ze blokken of bij het tafel dekken tellen ze hoeveel borden nodig zijn. Deze ontdekkingen en

Wat kun je doen in deze (of een vergelijkbare) situatie?

inzichten worden in de hersenen verwerkt tot een proces, structuur

• Communiceer met kinderen op zo’n manier dat ze gaan nadenken

of patroon. Jij hebt zelf een belangrijke rol in het stimuleren van

over de oplossing van een probleem.

dit proces door de begrippen (of ze die nu kennen of niet) zo vaak

• Stimuleer kinderen door open vragen te stellen. ‘Vertel eens wat

mogelijk te benoemen; ‘We gaan opruimen, laten we de blokken in

jullie aan het doen zijn … ’, ‘Hoe heb je dat gedaan?’, ‘hoe kan het

bakken sorteren’ of ‘Jij hebt een mooi patroon op je trui’.

ook anders?’ • Laat kinderen zelf denken en stimuleer ze om verder te zoeken naar oplossingen en mogelijkheden, draag geen eigen oplossingen

Kinderen leren door te kijken, te imiteren, te proberen, te experimenteren en het zelf te doen; door te luisteren, vragen te stellen, te vertellen wat ze doen en na te denken; door samen te delen, aan te raken, te bewegen, te proeven, te herhalen, te bedenken en te fantaseren.

aan. Door ze vrij te laten denken en geen oordeel te geven of het antwoord goed of slecht is, creëer je ruimte voor inzicht en creativiteit. • Sluit aan bij de ontwikkeling van het kind en zorg voor een veilig klimaat waar niks fout is en er veel herhaling is. Er wordt ingespeeld op de initiatieven en eigen ideeën van het kind. Creëer een uitdagende omgeving. • Sluit aan bij waar kinderen mee bezig zijn, wat ze leuk vinden en ga samen op ontdekkingsreis.

6


Communiceer met kinderen

Met een eenvoudige open vraag kun je als pedagogisch medewerker

voorbeeld

controleren wat iemand weet of nog niet begrijpt en stimuleer je het eigen vrije denken. Als vuistregel kun je zeggen dat een open vraag

Communiceer over de oplossing van een probleem. Dit richt de

altijd kan beginnen met wie, wat, waar, wanneer, waarmee, op welke

Voorbeeld open vragen

aandacht op het resultaat. En door aandacht te hebben voor het

wijze of hoe.

• Wie heeft deze toren gebouwd?

proces om dat resultaat te bereiken, begeleid je kinderen in het

• Wat heb je met de blokken gedaan?

ontdekken van manieren, strategieën om tot oplossingen te komen.

• Waar heb je de blokken vandaan?

Stimuleer kinderen door vragen te stellen. Breng het denkproces op

Controlevragen en doorvragen

• Wanneer heb je de blokken gepakt? • Waarmee heb je nog meer gebouwd?

gang en stimuleer het kind om over verschillende mogelijkheden na te denken en ze uit te proberen.

Controleer of een kind je instructie begrijpt aan de hand van de

‘Wat zijn jullie aan het doen? … ’. Geef een kind de tijd om antwoord

6 W’s + H. Wie? Wat? Waar? Wanneer? Waarmee? Hoe?

• Hoe heb je dat toen gedaan?

te geven. Tel in gedachten tot vijf in plaats van zelf direct het antwoord te geven. In een vertrouwde omgeving durven kinderen risico’s te nemen.

‘Fouten’ horen erbij

Voorbeeld gesloten vragen • Jij hebt deze toren gebouwd of niet? • Stapel je die blokken altijd zo op

Open vragen

Een belangrijke basis is een veilig klimaat waar niks fout is en er

elkaar?

veel herhaling is. Geef niet zelf de oplossing, maar laat kinderen zelf

• Heb je die blokken uit de doos gepakt?

denken. Laat fouten gebeuren. Elke ‘fout’ is een aanwijzing (ofwel

• Heb je die blokken in de pauze gepakt?

Gebruik open vragen in plaats van gesloten vragen. Op een

sleutel) om het kind en zijn manier van denken te begrijpen, het

• Denk je dat je het nu zelf kunt?

gesloten vraag kun je met ‘ja’ of ‘nee’ antwoorden, terwijl dit met

denkproces op gang te brengen en te houden. Ondersteun, begeleid

• Lukt het?

open vragen niet kan. Vragen als ‘Wat zou er gebeuren als … ’

en geef complimenten. Stimuleer kinderen om verder te zoeken naar

brengen het denkproces op gang en stimuleren het kind over

oplossingen en mogelijkheden.

verschillende mogelijkheden na te denken en ze uit te proberen. Voorbeeld compliment geven ‘Wat een knap plan, Job! Gewoon de auto’s dichter bij elkaar zetten en er dan een paar weghalen. Hoe kom je erop? Jij hebt Wiskikker goed geholpen!’

7


voorbeeld

Moedig aan tot samenwerking

Let op!:

Samenwerking met andere kinderen stimuleert ze tot zelfstandig

Waarom

Voorbeeld oplossing bespreken

denken. Als kinderen verschillende antwoorden op dezelfde vraag

Dit vraagt om een verklaring, om een uitleg, bijna om een

Als kinderen verschillende antwoorden

vinden, vormt dat een uitdaging om te vertellen hoe ze tot dat

verdediging van je handelen. Zeker als de waaromvraag met een

op dezelfde vraag vinden: ‘Hoe ben je aan

antwoord zijn gekomen. Ze worden aangespoord om bewijzen te

beetje strenge of afkeurende toon wordt gesteld. Door een hoe-vraag

dit antwoord gekomen?’ Omdat het veel

zoeken voor hun oplossing. Tegelijkertijd merken ze dat wiskunde

te stellen voorkom je dit en stimuleer je juist het denkproces. Hoe

te veel tijd kost ieder kind aan de beurt

niet willekeurig of onbegrijpelijk is.

kom je bij deze oplossing? Hoe heb je bedacht om dit te doen? Hoe

te laten komen, vraag je: ‘Heeft iemand

zie jij dat dan? Hoe komt het dat je dit doet?

anders deze oplossing ook gevonden? Heeft iemand een andere oplossing?

Niet

Hoe ben je erop gekomen? Vertel eens

Het woord ‘niet’ richt de aandacht op dat wat je juist wil voorkomen.

hoe je het probleem hebt aangepakt!

Bedenk daarom wat je wél wilt en vraag daarnaar. Zeker bij het

Wat heb je eerst gedaan? En wat toen?’

uitleggen van activiteiten en in het geven van opdrachten. Maar Gebruik ‘en’ in plaats van ‘maar’. Dit voorkomt dat alles wat je

Wanneer een kind vraagt: ‘Is dit goed?’,

daarvoor gezegd hebt of gezegd is door iemand anders, overbodig en

antwoord je: ‘Wat vind je? Wat zou je

irrelevant voelt.

kunnen doen om daar achter te komen?’

Eigenlijk Door het woord ‘eigenlijk’ te gebruiken in een zin maak je wat je zegt overbodig en het geeft veel onduidelijkheid. Voorbeeld: ‘Eigenlijk zouden we naar buiten gaan...’. Ga je nu wel of niet naar buiten? Proberen Het woord ‘proberen’ geeft ruimte om iets niet te doen of om iets te laten (mislukken). Je doet iets of je doet het niet. In beide gevallen levert het je een ervaring op waarvan je kan leren. En juist bij Wiskids gaat het om doen en ervaren.

8


Ouders en de methode Wiskids Voor ouders is het van belang dat kinderen een leuke dag hebben,

Met de Wiskids methode kun je beter aan ouders uitleggen wat

contacten hebben met andere volwassenen, kunnen spelen met

hun kind gedaan heeft op de opvang. In plaats van: ‘Het kind heeft

leeftijdgenoten en onderdeel uitmaken van een groep. Ouders

buiten gespeeld’, kun je nu zeggen: ‘We hebben samen ontdekt wat de

zien het ontwikkelen van sociale vaardigheden en aandacht voor

hoogste glijbaan is of de grootste zandbak’. Serie Wiskids video’s op YouTube

persoonlijke competenties en talenten steeds vaker ook als een taak van de kinderopvang.

tip!

De methode Wiskids laat heel duidelijk zien dat kinderen altijd en

Extra leuk voor ouders om te zien.

overal leren! Dit wordt gestimuleerd door veilige en leuke situaties te

Scan de QR-code en laat ze zien.

Spelenderwijs leren, zonder dat het schools wordt of aan ‘eindtermen’

creëren waarin het kind met dingen bezig gaat die aansluiten bij zijn

moet voldoen, is voor pedagogisch medewerkers een dagelijks

eigen belevingswereld.

terugkerend thema. Een ontwikkelingsgericht activiteitenaanbod is daarbij een belangrijk hulpmiddel. De kinderopvang is en blijft een aanvulling op de opvoedingssituatie thuis. Ook thuis doen er zich de hele dag door kansen voor om met Wiskids bezig te zijn. Denk aan samen de traptreden tellen, samen tafeldekken, tijdens het buitenspelen of een wandeling. De Wiskids logeerkoffer is een mooie aanvulling om in te zetten als je de participatie van ouders wilt verhogen.

De logeerkoffer is via Axxerion te bestellen.

9


het land van ratjetoe

Sorteren en groeperen: Het ordenen van verzamelingen

Introductie Kinderen vinden het heerlijk om dingen te verzamelen om ze

Wat is van belang bij sorteren en groeperen?

vervolgens te ordenen. Eerst leert een kind dingen in zijn omgeving

Het is belangrijk dat kinderen:

een naam te geven: papa, mama, bal, etc. Vervolgens leert een kind

• plezier beleven aan het verzamelen van dingen met

wat het ziet, hoort, proeft en voelt onder woorden te brengen; heet,

bepaalde eigenschappen;

hard, rood, etc. Door overeenkomstige kenmerken en eigenschappen

• zelf dingen kiezen die bij elkaar passen;

te herkennen kunnen ze sorteren. Tegelijkertijd leren ze relaties en

• verschillende eigenschappen zien;

hoeveelheden te beschrijven.

• zichtbare eigenschappen beschrijven; • categorieën uit eigenschappen afleiden.

Bij het sorteren staan voor jonge kinderen de eigenschappen nog los van de soort objecten die bij elkaar horen. Als kinderen nog maar net bezig zijn met dingen te benoemen, zullen ze sorteren op soort of kleur en pas daarna op andere eigenschappen. Het maken van groepen op basis van ken- merken en daarbinnen onderscheid maken tussen de verschillende eigenschappen is een grote stap in de ontwikkeling. De volgende eigenschappen zijn meestal in groeperingen terug te vinden: kleur, tijd, ruimte, materie, vorm, afmetingen, structuur en proces.

10


Ontwikkelingsfasen

het land van ratjetoe activiteitenkaarten

1. Concrete fase • Sorteren op naam: hier auto’s en daar blokken • Sorteren op kleur: hier de blauwe

Afhankelijk van de leeftijd en de ontwikkeling van een kind kun je de activiteiten inzetten om kinderen spelenderwijs met sorteren en groeperen te laten werken. Benieuwd naar de leerdoelen die in dit land aanbod komen? Zie de bijlage Leerdoelenschema.

auto’s en daar de rode

nr

activiteit

activiteitensoort*

1

Aan tafel

Dagelijks

2

Blokkendoos

Dagelijks

3

Wiskikker’s vrienden

Vrij

categorieën: Auto’s met 2 deuren en

4

Oma’s knopen

Vrij

4 deuren, auto’s met grote wielen en

5

Puinhoop

Vrij

kleine wielen

6

Verjaardagsfeest

Vrij

7

Allemaal auto’s

Vrij

8

Naar buiten

Groep

9

Wie hoort bij wie

Groep

10

Foto’s van thuis

Groep

2. Overgangsfase • Zelfde voorwerp, sorteren op eigenschappen: grote auto’s, lange auto’s en rode auto’s • Zelfde voorwerp, verdelen in twee

• Zelfde voorwerp, indelen in categorieën; auto’s, vrachtwagen, bussen, politie en graafmachine

3. Abstracte fase • Een object kan in verschillende groepen ingedeeld worden: een auto is blauw met 2 deuren, een auto heeft een zwaailicht en is wit, een auto heeft

tip!

grote wielen en een graafbak • Verzamelingen die elkaar overlappen, door bijvoorbeeld de kleur: rode auto, rode appel en een rode trui.

* E r zijn drie soorten activiteiten. Deze geven aan of je de activiteit toevoegt aan een dagelijkse handeling (dagelijks activiteit) zoals

lijk op je eigen manier, Je kan de activiteiten natuur de materialen die jij die bij jouw groep past en met sen. pas tot je beschikking hebt, aan

opruimen, je de activiteit op elk moment los van het programma kunt inzetten (vrije activiteit) of je eentje zoekt om met de hele groep samen te doen (groepsactiviteit).

11


#1

aan tafel

activiteitenkaart

Duur 10 minuten

Geef Wiskikker elke dag een plekje aan tafel. Wat staat er op tafel? Laat de kinderen alles benoemen wat er op de gedekte tafel staat. In dit land focussen we op het sorteren van de voorwerpen die op tafel staan.

Concrete fase

Nodig

Vraag de kinderen wat bij elkaar hoort. Kijk eerst wat er gebeurt.

Gedekte tafel met verschillende soorten

Als ze een tip nodig hebben, kies dan eerst voor voordehand liggende

servies (bestek, borden, bekers)

categorieën. Bijvoorbeeld: • De borden bij elkaar, de messen, de vorken, de bekers, het hartige beleg etc. Overgangsfase Vraag de kinderen wat verschillend is, maar toch bij elkaar hoort. Je combineert nu categorieën. •

De borden en de bekers, want dat is het servies.

•

Het mes en de vork, want dat is het bestek.

•

De groentespread en hummus, want dat is het hartige beleg.

Abstracte fase Maak nog meer verschillende indelingen. Kies nu categorieën die moeilijker zijn (niet enkel op uiterlijk). •

Eetbaar en niet eetbaar.

•

Lekker en niet lekker.

tip! Combineer de activiteiten met dekken en afruimen. Geef bijvoorbeeld een aantal het kinderen een taak: ‘Jij mag gen’ bren ken keu de r naa ies serv tek of: ‘Jij mag na het eten het bes are opruimen.’ Of ‘Jij mag alle eetb . voorwerpen op tafel leggen.’. checken Dit is ook een manier om te indt. in welke fase het kind zich bev zelf ze Als ze er aan toe zijn, kun je een categorie laten kiezen.

het land van ratjetoe Sorteren en groeperen: Het ordenen van verzamelingen

12


#2

Blokkendoos

activiteitenkaart

Duur 10~15 minuten

Wanneer de kinderen zijn uitgespeeld, kun je het opruimen interessant maken door ze de blokken te laten sorteren, samen met Wiskikker. Want met al die blokken op de grond kan hij ook moeilijk springen.

Concrete fase

Nodig

Kinderen in deze fase sorteren de blokken op eigenschappen (vorm,

Blokkendoos met verschillende soorten

grootte of kleur). Bijvoorbeeld:

blokken van verschillende grootten,

• Leg de grote driehoeken bij elkaar en de kleine driehoeken

vormen en kleuren

bij elkaar. Overgangsfase Kan het ook nog op een andere manier? Kies voor één overeenkomst en één verschil. Verdeel de kinderen in tweetallen en geef ieder een eigen taak. •

Deze blokken zijn allebei een rechthoek, maar groot en klein.

•

Of allebei rood, maar verschillend van vorm.

Abstracte fase Zijn er nog meer manieren? Kinderen kunnen de blokken nu sorteren op verschillende eigenschappen, waardoor ze een overlap zien in categorieën.

tip!

• Een grote, groene driehoek kan bij de verzameling van driehoeken, maar ook bij de grote blokken of bij de groene blokken.

ig Je bent meer met sorteren bez sen dan je denkt. Grijp deze kan at ze zod van l spe een er k Maa ! aan spelenderwijs leren. bij het Zing bijvoorbeeld een liedje de in opruimen: De grote blokken s, doo doos, de grote blokken in de ken hé, ho, hupsakee, de grote blok in de doos. r een

Groot kan je vervangen doo kleur of een vorm.

het land van ratjetoe Sorteren en groeperen: Het ordenen van verzamelingen

13


#3

Wiskikker’s vrienden

activiteitenkaart

Duur 20~30 minuten

Wiskikker speelt graag samen. Vrienden heeft hij nooit genoeg. Laat de kinderen de knuffels verzamelen en sorteren in groepen.

Concrete fase

Nodig

Vraag de kinderen bij welke groep knuffels Wiskikker zou passen.

Diverse soorten knuffels: honden, katten,

Kijk naar wat er vanzelf ontstaat. En als ze hebben gekozen vraag

beren, olifanten etc.

je door. Vaak sorteren kinderen in deze fase op soort en kleur. Bijvoorbeeld: • Wiskikker hoort bij de groep met de groene dieren. Waar zou hij nog meer bij passen? Overgangsfase Prikkel de kinderen om ook te kijken of ze op een andere manier sortering te maken van de knuffels. Laat kinderen in deze fase ervaren dat je knuffels ook op andere, minder voor de hand liggende eigenschappen kunt sorteren. Laat het ze zelf doen. •

Gemene en lieve knuffels.

•

Of de witte schapen en witte muizen bij elkaar.

Abstracte fase

tip!

Kinderen in deze fase kunnen vaststellen dat een knuffel in verschillende categorieën kan worden ingedeeld. Ze zien de diverse overlappingen zonder daarvoor de knuffels letterlijk neer te leggen in groepen. Een knuffel kan in verschillende groepen horen. •

Een muis kan lief én zwart én zacht zijn.

agt De verzameling knuffels vra kunt Je misschien om uitbreiding. ere and in plaats van knuffels ook zorg ar ma voorwerpen gebruiken, de dat je van elke soort voldoen jke hebt en dat er gezamenli bij eigenschappen zijn. Denk hier id, aan kleur, grootte, hardhe zachtheid, etc. om Je kunt ook hoepels inzetten ken ma te het sorteren makkelijker pel). hoe we (witte knuffels in de blau

het land van ratjetoe Sorteren en groeperen: Het ordenen van verzamelingen

14


#4

Oma’s knopen

activiteitenkaart

Duur 15~30 minuten

Oma spaart knopen en die heeft Wiskikker gekregen. Nu wil Wiskikker zien wat voor knopen er allemaal in de doos zitten.

Concrete fase

Nodig

Vraag de kinderen welke knopen bij elkaar horen. Kinderen kiezen 1

Diverse soorten knopen met verschillende

categorie, meestal kleur. Het kan ook zijn dat ze sorteren op andere

eigenschappen

kenmerken. Kijk wat er gebeurt. Bijvoorbeeld: •

Rode knopen bij de rode knopen.

•

Grote bij de grote en kleine bij de kleine knopen.

Overgangsfase Maak de categorieën meer abstract/fantasierijk. Als het nodig is kun je er eentje voordoen. Maar laat ze vooral zelf sorteren en stel daarna vragen, niks is fout. •

Gekke knopen en normale knopen.

•

Mooie en lelijke knopen.

Abstracte fase Laat kinderen die eraan toe zijn ook binnen een verzameling sorteren op meerdere eigenschappen. • De rode knopen zijn onder te verdelen in kleine, middelgrote en grote knopen. •

Grote knopen zijn te verdelen in doffe en glimmende knopen.

• Deze zijn weer onder te verdelen in knopen met twee gaten en met vier gaten.

tip! de Maak foto’s, zodat kinderen ken. dek verschillen zien en zelf ont voor lijk Dit maakt het ook inzichte thuis hier ouders wanneer kinderen over vertellen.

het land van ratjetoe Sorteren en groeperen: Het ordenen van verzamelingen

15


#5

Puinhoop

activiteitenkaart

Duur 15~30 minuten

Wiskikker heeft er een puinhoop van gemaakt. Alle spullen liggen door elkaar op de grond. De kinderen sorteren de spullen in een letterbak, schaal of op een bord.

Concrete fase

Nodig

Kinderen sorteren vrij. Ze mogen de categorieën zelf bepalen.

Bak met allerlei soorten materialen: rijst,

Ze mogen de voorwerpen in de letterbak of een eigen schaal

kurken, wattenstaafjes, ijsstokjes, rietjes,

verzamelen. Bijvoorbeeld:

schelpen, etc.

•

Schelpen bij de schelpen.

•

Alle pasta bij elkaar in de schaal.

•

Eetbare spullen bij elkaar in de schaal.

Overgangsfase In deze fase combineer je overeenkomsten met verschillen. Kijk hoe ze sorteren. Stel vragen. •

Schelpen sorteren op kleur. Welke kleuren hebben de schelpen?

• Rietjes sorteren op lengte. Zijn de spullen in jouw schaal hard of zachte spullen? Abstracte fase Nu kijk je of je subgroepen kunt maken. Het helpt om goed door

tip!

te vragen in deze fase. • Schelpen komen uit de natuur en bonen ook, dus die horen bij elkaar. •

Rijst en bonen kun je eten, schelpen en stokjes niet.

a als Gebruik voorwerpen in them oen er een feestdag of bepaald seiz voorbij komt. Zorg wel dat je dekken, genoeg categorieën kunt ont r is alleen kunnen sorteren op kleu niet genoeg. Deze activiteit is ook goed te zoals koppelen aan een personage rommelpiet als terugkerende activiteit. Of verzin zelf een personage ). (rommelrat, kapitein-rommel

het land van ratjetoe Sorteren en groeperen: Het ordenen van verzamelingen

16


#6

Verjaardagsfeest

activiteitenkaart

Duur 30 minuten

Wiskikker is jarig! We vieren feest. Maar alle spullen liggen door elkaar. Zet drie bakken klaar. Verzamel verschillende soorten spullen die te maken hebben met feestvieren. De kinderen gaan de feestspullen sorteren en groeperen.

Concrete fase

Nodig

Noem een kleur. Ieder kind pakt een item met die kleur. Dan mag

Drie bakken of meer. Spullen voor een

het in de bak. Je kunt hierbij ook een dobbelsteen met kleuren

feest. Denk aan: kroon, slinger, taart,

gebruiken. Bijvoorbeeld:

inpakpapier, strikken, linten, bekers,

•

borden, vorken.

Waarschijnlijk sorteren ze dezelfde kleuren bij elkaar.

Overgangsfase Kan het ook nog op een andere manier? Laat kinderen ontdekken dat ze de versiering ook op andere manieren kunnen sorteren. •

Bijvoorbeeld op grootte.

•

Of al iets moeilijker is glimmend en dof.

Abstracte fase Maak het moeilijker. Sorteer voorwerpen in een bak die er op een meer abstracte manier bij elkaar passen of overlappen. •

Bijvoorbeeld feestspullen van papier.

•

Feestspullen die zelfgemaakt zijn.

•

Feestspullen die klein en glimmend zijn.

tip! Breid de verzameling uit met bijvoorbeeld inpaklinten, rten ballonnen, verschillende soo n eige je ak ma Of etc. ier, pakpap pakpapier. Deze activiteit leent zich ook uitstekend om te koppelen aan Moederdag of Sinterklaas.

het land van ratjetoe Sorteren en groeperen: Het ordenen van verzamelingen

17


#7

Allemaal auto’s

activiteitenkaart

Duur 15~30 minuten

Auto’s zijn er niet in de vijver. De kinderen sorteren de auto’s zodat Wiskikker leert welke soorten er allemaal zijn. Maak met tape een ‘weg’ op de grond met verschillende grote parkeervakken en daarin kleinere smalle vakken (zo groot als een auto ongeveer). De kinderen gaan de auto’s in vakken parkeren (sorteren door ze in een vak te zetten). Hoe ze dat doen mogen ze zelf bepalen.

Concrete fase

Nodig

Kijk weer eerst wat er gebeurt. Welke keuzes maken ze? Niets is fout.

Schilders tape en veel verschillende

Bijvoorbeeld:

soorten en kleuren auto’s, zoals

•

personenauto’s, vrachtauto’s, politieauto’s,

Rode auto’s bij de rode, groene bij de groene etc.

brandweerauto’s, tractors, hijskranen, Overgangsfase

bussen, etc.

Bedenk varianten voor het sorteren. Dus niet alleen op kleur, maar ook op andere eigenschappen. •

Hulpdiensten.

•

Alleen voor personen.

•

Of ze snel of langzaam rijden, etc.

Abstracte fase Stimuleer de kinderen om te bedenken in welke andere (overlappende) categorieën een auto nog meer kan vallen. Kinderen in deze fase zien, ook zonder auto’s te verplaatsen, al in welke andere categorie een auto ook nog thuishoort. •

Auto’s van één kleur en met twee deuren.

•

Open dak én grote wielen.

•

Geel én groot.

tip! als je De activiteit werkt het best ouders veel auto’s hebt! Vraag aan kijk of ze oude auto’s inleveren of eens op een rommelmarkt.

het land van ratjetoe Sorteren en groeperen: Het ordenen van verzamelingen

18


#8

Naar buiten

activiteitenkaart

Duur 30~45 minuten

Wiskikker gaat graag op avontuur! Neem hem mee naar buiten. Dat kan je eigen speelplein zijn, maar spannender is een wandeling naar het park, het bos of een veldje in de buurt. Laat de kinderen zoeken naar bladeren, takken, stenen, etc. Alles mag mee. Als je terug bent gaat alles op een grote tafel.

Concrete fase

Nodig

Wat hoort bij elkaar? Schud de inhoud als je terug bent uit op

Een bak of zak om de gevonden dingen in

het plein. In deze fase sorteren kinderen op één eigenschap.

mee te nemen.

Waarschijnlijk sorteren de kinderen eerst op soort. Bijvoorbeeld: •

Bladeren bij de bladeren.

•

Takken bij de takken.

Overgangsfase Door het sorteren zijn er groepen ontstaan. Praat met de kinderen over de mogelijkheden om verder te sorteren. Welke groepen kan je nog meer maken? Maak het concreet door er cirkels omheen te tekenen met krijt. • Maak om de takken en de bladeren bijvoorbeeld een grote cirkel en in die cirkel weer twee kleinere om de bladeren en de takken te scheiden. •

Groepen die van dezelfde boom komen.

•

Groepen van dezelfde kleur en dezelfde grootte.

Abstracte fase

tip!

De subgroepen kunnen eindeloos variëren. Kunnen de kinderen zelf een manier bedenken om te laten zien wat bij elkaar hoort? Bedenk met elkaar zoveel mogelijk verschillende groepen. • De bladeren en noten komen van dezelfde boom en zijn groen maar zijn verschillende dingen. •

Deze bladeren zijn rood van kleur en hebben een patroon.

nen Je kunt de activiteit ook bin dan Leg l. tafe een uitvoeren op papier neer die de categorieën je alles aangeven. Uiteindelijk kun vel. ot gro een op n vastplakke lijk Ieder seizoen zijn er natuur . den vin te n rpe rwe andere voo n vel eige een oen seiz r Je kunt iede geven.

het land van ratjetoe Sorteren en groeperen: Het ordenen van verzamelingen

19


#9

Wie hoort bij wie?

activiteitenkaart

Duur 15 minuten

Wiskikker heeft zin in een spelletje. De kinderen verzamelen buiten. Je vraagt of alle kinderen met een rood shirt achter Wiskikker willen staan en de kinderen met een blauw shirt vóór hem willen staan, enzovoort. Zo kun je allemaal verschillende groepen maken.

Concrete fase

Nodig

Begin met kenmerken die makkelijk te herkennen zijn. Bijvoorbeeld:

Een groep kinderen

• Sorteer naar wat kinderen voor kleren aan hebben, maar ook haarkleur, oogkleur, soort schoenen, bril, oorbellen, lange kinderen of kleine kinderen. Overgangsfase Prikkel kinderen om ook te kijken wat nog meer bij elkaar kan of wat overeenkomsten zijn, zodat ze zelf groepen gaan maken. Voorzichtig kun je de stap maken om twee overeenkomsten te benoemen. •

Kinderen met zwarte schoenen en een rode trui.

Abstracte fase In de overgangsfase kunnen de kinderen groeperen op twee overeenkomsten, maar misschien kan er nog wel één bij. Daag de kinderen uit om zelf groepen te maken met bepaalde

tip!

overeenkomsten. Vraag de rest van de groep op basis waarvan zij denken dat er is gesorteerd. Kinderen leren hierdoor verbanden te leggen. •

Kinderen met iets groens én bruine ogen én kort haar.

de Bij jonge kinderen maak je ere oud ot, gro te niet g elin am verz en kijk r kinderen kunnen al gerichte ep, of onderzoeken. Prikkel de gro een maar overvraag ze niet. Als laat t, rijp beg niet n eve het kind f zelf zo andere kinderen helpen. Gee min mogelijk antwoorden. Elk seizoen kun je andere kenmerken uitlichten. Denk nen in bijvoorbeeld aan: handschoe herfst de winter, regenlaarzen in de en hoeden in de zomer.

het land van ratjetoe Sorteren en groeperen: Het ordenen van verzamelingen

20


#10 Foto’s van thuis activiteitenkaart

Duur 30 minuten

Wiskikker is benieuwd naar de kinderen. Hij zou wel meer van ze willen weten. Vraag de kinderen (of hun ouders) een foto van thuis mee te nemen. Bijvoorbeeld een vakantiefoto of een foto van waar je woont of je huis, etc. Laat Wiskikker vragen stellen over wat er op de foto te zien is.

Concrete fase

Nodig

Praat met de kinderen over de foto. Bijvoorbeeld:

Foto’s van thuis

• Over wie er op de foto staan, over nu of vroeger, de plaats waar de foto is genomen etc. Overgangsfase Probeer de foto’s te sorteren. •

Foto’s waar geen mensen op staan.

•

Foto’s met de kleur blauw.

Abstracte fase Laat de kinderen zelf sorteren naar keuze. En laat Wiskikker goed doorvragen. •

Waarom heb je dit zo gesorteerd?

•

Hoe kun je het nog anders sorteren?

tip! ega’s Het is leuk om met al je coll de is r Waa en. nem te foto’s mee een in foto de t Pas n? ome foto gen ? niet rom waa , ieën gor cate van de Waarom wel?

het land van ratjetoe Sorteren en groeperen: Het ordenen van verzamelingen

21


het land VAN BERG EN DAL

Grafieken en statistiek: Het verzamelen en gestructureerd weergeven van gegevens

Introductie Kinderen verzamelen graag veel informatie, die ze sorteren en

Wat is bij grafieken en statistiek van belang?

rangschikken tijdens het spelen. Door er een overzichtelijke grafische

Het is belangrijk dat kinderen:

voorstelling van te maken kun je in één oog- opslag zien wat je wilt

• het leuk vinden om informatie over allerlei voorwerpen en

weten en vergelijkingen maken. Je maakt eigenlijk een grafiek. Bij kinderen begint dat met concrete objecten en geleidelijk gaan ze naar meer abstracte vormen over.

gebeurtenissen te verzamelen; • informatie gestructureerd weergeven in grafieken en vergelijkingen maken; • leren informatie te verwerken in grafieken of rasters, op grote vellen papier of op de computer.

22


Ontwikkelingsfasen

het land VAN BERG EN DAL activiteitenkaarten

1. Concrete fase • Sorteren van concrete objecten naar aanleiding van een vraag: welke kleur

Afhankelijk van de leeftijd en de ontwikkeling van een kind kun je de activiteiten inzetten om kinderen spelenderwijs met grafieken en

ogen hebben de kinderen in de groep

statistieken te laten werken. Benieuwd naar de leerdoelen die in dit land aanbod komen? Zie de bijlage Leerdoelenschema.

van welke kleur is er het meest?

nr

activiteit

activiteitensoort*

1

Weerman

Dagelijks

2

Vogel spotten

Dagelijks

3

Stenen stapelen

Vrij

4

Torens bouwen

Vrij

• Overgang van concrete objecten naar

5

Fruit sorteren

Vrij

meer abstracte vormen: schrijven in

6

Hamsteren!

Vrij

7

Taartpunt

Groep

8

Vervoersmiddel

Groep

9

Vies en lekker

Groep

10

Verlanglijst

Groep

2. Overgangsfase • Verwerken van de sortering in een plat vak, eventueel met plaatjes: tellen van de kleuren ogen en leggen met blokken of tekenen op papier. (3x bruin, 1x groen, 5x blauw).

getallen.

3. Abstracte fase • Informatie zelf ordenen en verwerken in een plat vlak. • Informatie schematisch samenvatten: Stel met elkaar een vraag, bijvoorbeeld ‘Wat is de kleur van de ogen van alle kinderen uit de groep?’ Laat ze zelf een manier verzinnen om het jou te laten zien wat de uitkomst is.

* E r zijn drie soorten activiteiten. Deze geven aan of je de activiteit toevoegt aan een dagelijkse handeling (dagelijks activiteit) zoals opruimen, je de activiteit op elk moment los van het programma kunt inzetten (vrije activiteit) of je eentje zoekt om met de hele groep samen te doen (groepsactiviteit).

23


#1

Weerman

activiteitenkaart

Duur 20~30 minuten

Op avontuur kwam Wiskikker allerlei soorten weer tegen; regen, zon, wind etc. Hoe zit dat bij jullie? Maak een weekkalender met plaatjes over het weer. Bespreek dit dagelijks met de kinderen. Schijnt de zon? Is het bewolkt? Of regent het? Vul per dag het vakje in dat past bij het weer. Aan het eind van de week (of een andere periode) heb je samen in kaart gebracht wat het weer was de afgelopen week. Hoe je dit doet is afhankelijk van de ontwikkelingsfase.

Concrete fase

Nodig

In deze fase kunnen de kinderen het over het weer hebben.

Kalender of groot vel papier, regenmeter,

Houd het simpel. Welke soorten weer zijn er? Wat hebben de

thermometer, windvaantje, afbeeldingen

kinderen vaak gezien? Bijvoorbeeld:

met zon, regen, wolk, etc.

• Kijk naar buiten, regent het? Is het zonnig? En vul dit in op de weekkalender. • Welk weer ken je? Zon, regen en zelfs misschien een storm of een tornado? Overgangsfase Houd samen bij hoeveel regen er is gevallen in een week met een meetinstrument. Zet een potje/ emmer buiten. Kijk dagelijks met de kinderen of er water in zit. Is er veel regen gevallen? Bewaar het regenwater in een potje waarop de dag staat en bespreek de hoeveelheden (meer en minder). •

Maandag viel de meeste regen.

•

Dinsdag viel er minder regen dan maandag.

Abstracte fase

tip!

Nu breng je het weer in kaart op een vel papier. Zet de dagen van de week op de Y-as en de soorten weer op de X-as (zon, regen, wind, sneeuw). •

Je kunt dit ook een maand of seizoen lang doen.

• Laat de kinderen het weer ook voorspellen, wat zou het weerbericht voor morgen kunnen zijn?

LAND VAN BERG EN DAL Grafieken en statistiek: Het verzamelen en gestructureerd weergeven van gegevens

en Je kunt deze activiteit niet alle is bas op ook ar ma n, doe n met rege van temperatuur of wind. hebben Grijp ook de kans om het te eren kind de als en oen seiz over de zon l vee er Zou . zijn toe daar aan of wel rom Waa ter? win de zijn in d kou het als je ag dra wat niet? En is of als het regent?

24


#2

Vogels spotten

activiteitenkaart

Duur 10 minuten

Wiskikker kwam een vogel tegen in het land van Berg in Dal. Die vogel was blauw met geel en wit. Zo zijn er nog veel meer verschillende vogels. Wiskikker gaat buiten op avontuur. De kinderen brengen samen in kaart hoeveel vogels ze zien. Je kunt zelfs een voedertafel maken om de vogels te verwelkomen. Maak (of zoek) foto’s van de meest voorkomende vogels in de omgeving en neem deze erbij bij de activiteit, zodat de kinderen de vogels makkelijker kunnen herkennen.

Concrete fase

Nodig

Neem elke dag of elke week één moment om te kijken welke

Voedertafel met vetbollen, drinkbak,

vogels je kunt zien. Je kunt ook bespreken welke kleur ze hebben.

vel papier

Bijvoorbeeld: • Vraag of ze vogels zien van dezelfde kleur; Vandaag twee rode vogels en één zwarte. Overgangsfase Nu houd je de aantallen bij met stickers. Plak een sticker op de juiste vogel op het blad als je er eentje hebt gezien. Bespreek aan het eind van de week op welke dag er de meeste/minste vogels waren. • De merel heeft de meeste stickers, die hebben we het vaakst gezien. Abstracte fase Laat de kinderen bijhouden welke soorten vogels ze hebben gezien. Nu in kolommen. Waren er meer mussen of mezen? Breid de grafiek uit. • Hiervan kun je samen met de kinderen een grafiek maken en naast aantallen ook onderscheid maken in verschillende soorten.

LAND VAN BERG EN DAL Grafieken en statistiek: Het verzamelen en gestructureerd weergeven van gegevens

25


#3

Stenen stapelen

activiteitenkaart

Duur 20~30 minuten

Wiskikker duikt elke dag in de vijver naar stenen. Hij heeft er al honderden verzameld. Hoe ziet jullie verzameling eruit? De kinderen sorteren de stenen en brengen ze in kaart als een staafdiagram. Eventueel kun je de stenen schilderen om ook kleur bij het maken van de diagrammen betrekken.

Concrete fase

Nodig

De kinderen sorteren de stenen en leggen ze op een rij.

Stenen van verschillende grootte,

Bijvoorbeeld:

eventueel met verschillende kenmerken

•

De grote stenen op een rij.

(gaten, strepen, kleuren etc.)

•

De gekleurde stenen op een rij.

Overgangsfase De kinderen tellen de stenen in elke rij en vergelijken. •

De rij gekleurde stenen in het langst.

•

De rij gestreepte stenen is het kleinst.

Abstracte fase Nu breng je de rijen in kaart op papier. Maak kolommen en laat de kinderen weer rijen leggen. Haal de stenen één voor één weg en zet een kruis in plaats van de steen. Hierna ga je vergelijken. •

Kolom 1 is het hoogst.

•

Kolom 4 is het laagst.

LAND VAN BERG EN DAL Grafieken en statistiek: Het verzamelen en gestructureerd weergeven van gegevens

26


#4

Torens bouwen

activiteitenkaart

Duur 15~20 minuten

Wiskikker kan heel goed stapelen. Kunnen de kinderen hem helpen? Geef de kinderen verschillende materialen die ze makkelijk kunnen stapelen. Geef ze van elk soort dezelfde hoeveelheid (vijf blokken, vijf vellen papier, vijf bekers). Laat ze torens van materialen naast elkaar bouwen.

Concrete fase

Nodig

Laat de kinderen twee torens naast elkaar bouwen met verschillend

Stapelbare voorwerpen blokken,

materiaal maar zelfde aantal. Bijvoorbeeld:

schuursponzen, Kapla

•

Eén toren van blokken en één toren van auto’s.

Overgangsfase Laat de kinderen verschillende torens bouwen van hetzelfde aantal maar van verschillend materiaal. •

Wat zijn de verschillen?

•

Welke toren is het hoogst? Hoe weet je dat?

• Hoe kan je de toren hoger maken? Hoe kan je de toren lager maken? Abstracte fase Geef de kinderen stapels materiaal om torens te bouwen. Laat ze van tevoren voorspellen welke toren het hoogste wordt. •

Klopte de voorspelling? Hoe kan je alle torens even hoog maken?

• Geef de kinderen nieuw materiaal en stel vragen als: Hoeveel denk je dat je er nodig hebt om een even hoge toren te maken als de anderen? En hoe weet je dat?

LAND VAN BERG EN DAL Grafieken en statistiek: Het verzamelen en gestructureerd weergeven van gegevens

27


#5

Fruit sorteren

activiteitenkaart

Duur 10~15 minuten

Wiskikker vindt fruit lekker zoet, vooral bananen. De kinderen sorteren samen met Wiskikker het fruit. Hoeveel hebben jullie van elk?

Concrete fase

Nodig

Leg in een aantal vakken verschillend fruit naast elkaar, per vak één

Groot fotokarton met blokkenpatroon,

stuk fruit. Stel vragen. Bijvoorbeeld:

speelgoedfruit of echt fruit

• Welk fruit ligt er? Hoeveel van elk fruit? Je kan ook sorteren op kleur. •

Hoeveel bananen, sinaasappels en aardbeien zijn er?

•

Hoeveel zijn geel, oranje, rood?

Overgangsfase Praat samen over hoe de aantallen zich tot elkaar verhouden. •

Wat is meer, wat is minder, wat is evenveel?

•

Haal één banaan weg: hoeveel zijn er dan nog over?

Abstracte fase Maak meerdere categorieën. Leg in rijen naast elkaar (als een grafiek) vijf bananen, drie appels, twee peren, etc. • Van welke zijn er het meest/minst? Hoe maak je alle rijen gelijk? Wat moet je doen om de meeste peren over te houden? Hoeveel peren heb je nodig om de rij peren net zo lang te maken als de rij bananen?

tip! ere Je kunt dit ook doen met and ken voorwerpen die in de vak aal. passen, zoals kosteloos materi , kun zijn er Als de kinderen wat oud er en ken je ze zelf vakken laten ma . nen voorwerpen in laten teke

LAND VAN BERG EN DAL Grafieken en statistiek: Het verzamelen en gestructureerd weergeven van gegevens

28


#6

Hamsteren!

activiteitenkaart

Duur 30 minuten

Wiskikker heeft nog niet genoeg verzameld. Hij wil ontdekken wat er in de zandbak te vinden is. Vraag de kinderen om buiten allerlei soorten materiaal te zoeken en naar hem toe te brengen. In de zandbak maak je grote kolommen; dit kan ook met stoepkrijt op de stoep. Als kinderen voorwerpen komen brengen, bekijk je met hen samen in welke kolom het hoort.

Concrete fase

Nodig

Je telt hoeveel er in elke kolom ligt en sorteert op soort. Bijvoorbeeld:

Materialen uit de natuur, stoepkrijt,

•

Takken bij takken.

zandbak

•

Stenen bij stenen.

•

Bladeren bij bladeren.

Overgangsfase In deze fase doe je hetzelfde, maar bespreek je ook van welk materiaal er het meeste is gevonden. Je stelt vragen die de kinderen laten nadenken over andere mogelijkheden. Bijvoorbeeld: •

Wat gebeurt er als het blad wegwaait?

•

Wat gebeurt er als je maar spullen blijft toevoegen?

•

Hoe verandert het aantal in de kolom?

•

In welke ligt het meeste? En in welke het minste?

Abstracte fase Na een korte tijd ga je al samen tellen en bespreken in welke kolom het meeste ligt en waar het minste. Dan ga je de spullen anders ordenen, je verandert de criteria.

tip!

• Nu komen de stenen bij de takken, want stenen en takken zijn allebei hard. In welke kolom ligt nu het meeste? • Wat gebeurt er als je op kleur sorteert? Waar ligt nu het meeste? En hoeveel bladeren zijn er in de kolom van de bladeren nog over? •

Als je kolommen gelijk wilt maken wat heb je dan nodig?

len Deze activiteit kun je goed spe Elk en. oen seiz van d han aan de rpen seizoen zul je andere voorwe en. In vinden. Je kunt ook vergelijk ste de herfst vind je vast de mee en. not en bladeren je Rondom de feestdagen kun de en pen top vers n rpe voorwe kinderen ze laten zoeken.

LAND VAN BERG EN DAL Grafieken en statistiek: Het verzamelen en gestructureerd weergeven van gegevens

29


#7

Taartpunt

activiteitenkaart

Duur 15 minuten

Wiskikker neemt de kinderen mee naar buiten. Teken samen een paar grote cirkels met krijt op de grond. Met acht kinderen teken je er twee, maak er meer als dat nodig is. Ieder kind krijgt een stuk van de taart. Welk stuk ga je samen bepalen.

Concrete fase

Nodig

Vraag de kinderen met een bepaald kenmerk in de ene taart te staan

Krijt, een plein

en de kinderen die dat niet hebben in de andere taart. Bijvoorbeeld: •

Kinderen met blauwe kleren staan in de eerste taart.

•

Kinderen met een andere kleur kleren staan in de tweede taart.

Overgangsfase Nu mogen de kinderen met een bepaald kenmerk een deel van de taart inkleuren. Verdeel de taart eerst in parten, begin met vier delen. Laat een groep van vier kinderen bij een taart met vier delen staan. Geef ze een krijtje met een eigen kleur. Kijk samen naar wat er ontstaat. • De kinderen met donker haar mogen een taartpunt inkleuren. Dat zijn er twee van de vier. De helft van de taart is gekleurd. Is dat veel of is dat weinig? • De kinderen die houden van chocolade mogen een punt inkleuren. De taart is vol. Wat betekent dat? Abstracte fase In deze fase kun je de kinderen zelf een kenmerk laten bedenken. Teken de taarten opnieuw. Laat de kinderen er zelf mee stoeien en stel vragen. • De kinderen met blauwe ogen kleuren één punt blauw, de kinderen met bruine ogen kleuren één punt bruin etc. • Welk deel van de taart is nog niet gevuld? Hoeveel stukken zouden hier nog in passen?

LAND VAN BERG EN DAL Grafieken en statistiek: Het verzamelen en gestructureerd weergeven van gegevens

30


#8

Vervoersmiddel

activiteitenkaart

Duur 20~30 minuten

Wiskikker springt heel wat rond in de vijver en van land naar land. Hoe komen de kinderen naar de locatie? Komen ze met de auto of met de fiets, lopend of zelfs springend? Gebruik voorwerpen of afbeeldingen die verbeelden wat de kinderen kiezen.

Concrete fase

Nodig

Vraag de kinderen om te gaan staan bij het vervoersmiddel dat

Blokken en verschillende vellen papier

op hen van toepassing is. Je krijgt nu twee groepen en misschien

met daarop een afbeelding van een

zelfs drie. Laat ze een rij vormen zodat er kolommen ontstaan.

vervoersmiddel: auto, fiets, scooter,

Bijvoorbeeld:

vliegtuig, benen

• Er ontstaan twee rijen kinderen; één groep is te voet en één is met

(Eventueel een paar gekke: luchtballon,

de auto.

zeppelin, tandem, tractor, ruimteschip, boot, draak etc.).

Overgangsfase Opnieuw kijk je naar hoe de kinderen naar de locatie zijn gekomen. Deze keer mogen ze een blok gebruiken om hun keuze aan te geven. Laat ze de blokken in een rij achterelkaar leggen zodat er kolommen ontstaan. Tel de blokken en bekijk waar de minste en meeste liggen. Bespreek mogelijke situaties. Neem blokken weg of voeg die blokken toe. • Wat gebeurt er als een van de kinderen vakantie heeft of als een kind dat er toevallig niet is? •

Wat gebeurt er als een kind toch zou zijn gekomen?

Abstracte fase Breng het vervoer in kaart op een groot vel papier. Maak een grafiek met vervoersmiddelen en de namen van de kinderen. Zet een kruisje voor elk blok. Tel de blokken op en schrijf het getal eronder. Eventueel maak je een tabel voor het begin van de dag en een

tip!

wanneer ze naar huis gaan en bekijk je later het verschil. Probeer ook samen te voorspellen. • Als kind x zo meteen wordt opgehaald en de ouder komt met de auto, wat verandert er dan in die kolom?

LAND VAN BERG EN DAL Grafieken en statistiek: Het verzamelen en gestructureerd weergeven van gegevens

t Fantaseer over hoe je het liefs en kom len wil zou tie loca de naar hoe en voeg opties toe, hoe gekker t, boo n, peli zep , llon tba luch beter; tractor of op een draak etc.

31


#9

Vies en lekker

activiteitenkaart

Duur 10 minuten

Wiskikker speelt het spelletje ‘Vies en lekker’. Wat vinden de kinderen lekker? Teken een lange lijn buiten op het speelplein. Of speel het spel tussen muren. De ene kant van de lijn (of muur) is vies, de andere is lekker.

Concrete fase

Nodig

Stel vragen. De kinderen kiezen zelf een kant. Bijvoorbeeld:

Groepje kinderen, krijt

•

Zijn bananen vies of lekker?

•

Zijn spruiten vies of lekker?

Overgangsfase Stel opnieuw vragen. Nu bekijk je samen hoeveel kinderen aan elke kant staan. •

Waar staan de meeste kinderen? Of evenveel?

Abstracte fase Teken met krijt vakken in een rij, zodat er een kolom ontstaat; één vies en één lekker. Laat de kinderen in een eigen vak staan wanneer ze de keuze maken. Tel samen hoeveel kinderen kiezen voor vies en hoeveel voor lekker. •

Welke kolom heeft de meeste kinderen?

•

Laat de kinderen zelf ook vragen stellen.

tip! een Maak het spel moeilijker met . den mid tikker in het

LAND VAN BERG EN DAL Grafieken en statistiek: Het verzamelen en gestructureerd weergeven van gegevens

32


#10 Verlanglijst activiteitenkaart

Duur 30~45 minuten

Wiskikker is dol op speelgoed. Als er nieuw speelgoed mag worden aangeschaft, wil hij wel meedenken. Probeer de kinderen bij de keuze te betrekken wanneer je nieuw speelgoed aanschaft. Druk af en knip afbeeldingen uit van het materiaal waaruit de kinderen kunnen kiezen.

Concrete fase

Nodig

Bij kinderen in deze fase is een keuze voor twee (of hoogstens drie)

Schaar, groot vel papier

opties al voldoende. Laat twee keuzes zien en laat de kinderen staan bij het voorwerp van hun keuze. Bekijk samen waar de meeste kinderen staan en welk item zal worden gekozen. Bijvoorbeeld: •

Twee kinderen kiezen voor een nieuwe bal.

•

Drie kinderen kiezen voor een springtouw.

Overgangsfase Kinderen in deze fase kunnen meer keuzes maken. Laat ze uit meerdere plaatjes kiezen. Je pakt dan de nabespreking iets anders aan. Sorteer keuzes samen op een groot vel in kolommen. Het kind plakt een sticker bij zijn/haar keuze. Vraag aan de kinderen wat zij hebben gestemd. Haal de afbeelding van zijn of haar keuze weg. Is de uitslag nu anders? •

Welk materiaal kreeg de meeste stemmen?

•

Welk speelgoed kreeg minder stemmen?

Abstracte fase In deze fase doe je hetzelfde als in de voorgaande fasen, maar probeer je wat meer op de achtergrond te blijven. Laat de kinderen zelf de kolommen tekenen en ‘spelen’ met de uitslag. • Als een kind er niet zou zijn geweest en dus niet zou hebben gestemd, hoe zou dan de uitslag zijn geweest? • Je kunt ook vragen of ze zich hebben bedacht en toch anders willen stemmen: verandert er dan iets? In welke kolom liggen er nu meer of minder afbeeldingen?

LAND VAN BERG EN DAL Grafieken en statistiek: Het verzamelen en gestructureerd weergeven van gegevens

33


het land van REGELMAAT

Patronen: het herhalen van vormen of eigenschappen

Introductie

Wat is van belang bij patronen?

Het vinden van regelmatigheden en verbanden is een belangrijk

Het is belangrijk dat kinderen:

hulpmiddel bij het oplossen van problemen. Je kunt hierdoor iets meten en je kunt voorspellen wat er zal komen.

•

het leuk vinden om patronen te ontdekken;

In de natuur zijn ontelbaar veel patronen te vinden. Na de lente

•

experimenteren met patronen en er een systeem in ontdekken;

komt de zomer, dan de herfst en de winter. Kinderen zijn altijd op

• patronen ontdekken, beschrijven en aanvullen in voorwerpen,

zoek naar verbanden en regelmatigheden, omdat ze de wereld willen

muziek en bewegingen.

begrijpen. Als kinderen dit soort verbanden zien, ontwikkelen ze al snel hun eigen patronen en logica. In de opbouw van een patroon zal een kind eerst de basiskenmerken gaan herkennen. Bijvoorbeeld: een gestreepte trui in de kleuren blauw-geel. De regelmatigheid die daarin terug te vinden is, is goed te benoemen voor een jong kind. Ze herkennen relaties en kunnen steeds beter generaliseren. Na het spelen gaan we eten, na een nacht komt er weer een dag. Regelmatigheden geven een gevoel van zekerheid en maakt dat kinderen gebeurtenissen beter kunnen voorspellen. Door bewust spelenderwijs met patronen bezig te zijn, ontwikkelen kinderen zich in het: •

herkennen van herhaling van vormen of eigenschappen;

•

ontdekken en zelf maken van samenhangen en regelmatigheden;

•

begrijpen dat patronen de taal van de natuur is.

34


Ontwikkelingsfasen

het land van REGELMAAT activiteitenkaarten

1. Concrete fase • Patronen maken met je lichaam: Eén kind zit, de volgende staat,

Afhankelijk van de leeftijd en de ontwikkeling van een kind kun je de activiteiten inzetten om kinderen spelenderwijs met patronen te laten

de volgende zit, de volgende staat,

werken. Benieuwd naar de leerdoelen die in dit land aanbod komen? Zie de bijlage Leerdoelenschema.

wat komt daarna?

nr

activiteit

activiteitensoort*

1

Speelgoedpatroon

Vrij

2

Zandpatronen

Vrij

3

Slinger maken

Vrij

streepje, rondje, streepje rondje.

4

De lichtbak

Vrij

• Herkennen van relatie: rood blok

5

Torens bouwen

Vrij

hoort bij rode appel, geel blok bij

6

Spiegelen

Vrij

7

Strepen en stippen

Vrij

8

Patronen leggen

Vrij

3. Abstracte fase

9

Patronen in kleding

Groep

• Patronen maken/ tekenen/ leggen

10

Klappen en springen

Groep

2. Overgangsfase • Concrete patronen abstraheren: patroon van een kind zit, de volgende staat, de volgende zit, de volgende staat kunnen vertalen naar een;

gele peer.

van voorwerpen en de voorwerpen vervangen door symbolen: autootje, appel, banaan = rechthoek, cirkel, maan. • Aan de hand van een patroon een abstracte omschrijving maken: Een patroon van pop - blok - pop blok kan je ook schrijven als rood (pop) - geel (blok), rood, geel.

* E r zijn drie soorten activiteiten. Deze geven aan of je de activiteit

Of A (pop) - B (blok), A, B of

toevoegt aan een dagelijkse handeling (dagelijks activiteit) zoals

1 (pop) - 2 (blok), 1, 2.

opruimen, je de activiteit op elk moment los van het programma kunt inzetten (vrije activiteit) of je eentje zoekt om met de hele groep samen te doen (groepsactiviteit).

35


#1

Speelgoedpatroon

activiteitenkaart

Duur 15~30 minuten

Wiskikker speelt graag met zoveel mogelijk verschillende soorten speelgoed. Dieren, blokken, ballen, auto’s, poppen en nog veel meer. Het liefst sorteert hij ze. Al het speelgoed op een rijtje. Maar wat ontstaat er ondertussen? Een patroon!

Concrete fase

Nodig

Maak met materiaal uit de groep een patroon met verschillende

Diverse soorten speelgoed,

gekleurde vormen. Laat de kinderen het patroon waarmee jij

speelgoedpatroon

begint, afmaken. Als het gemakkelijk gaat breng je variatie aan door een derde element toe te voegen of door variatie in aantallen. Bijvoorbeeld: •

Een auto, een blok, een auto, een auto een blok.

•

Twee blokken, één auto, twee blokken, één auto, twee blokken.

Overgangsfase Maak op tafel een patroon van eenvoudige vormen. Vraag aan de kinderen om daaronder hetzelfde patroon te maken, maar dan met andere spullen. • Knuffels, bad eenden, auto’s in verschillende kleuren, boerderijdieren. •

Hoe gaan ze dat doen? Waar beginnen ze en wat hebben ze nodig?

Abstracte fase Vraag de kinderen om een patroon in symbolen te tekenen op papier. Het gaat er nu om dat er hetzelfde ritme in zit als in het origineel dat op tafel ligt. Ze kunnen zelf verzinnen welk symbool ze willen nemen. •

De knuffel is een hartje, de knoop is een cirkel, etc.

tip! ronen, Herhaal het leggen van pat dat ken dek ont kan kind zodat een zit. in eem er een syst

het land van REGELMAAT Patronen: het herhalen van vormen of eigenschappen

36


#2

Zandpatronen

activiteitenkaart

Duur 15~30 minuten

Als Wiskikker springt, drukken zijn poten in het zand. Na een paar sprongen zie je een patroon van pootafdrukken. Wat zien de kinderen als ze afdrukken namaken? Met hun vingers, voeten of met een voorwerp? In de zandtafel of in de zandbak laat je kinderen een patroon maken met allerlei verschillende materialen.

Concrete fase

Nodig

Laat de kinderen ontdekken wat voor patronen er ontstaan als ze

Zandtafel of zandbak, diverse materialen

met een zandvormpje, een hark, hun hand of schoen een afdruk

waar je patronen mee kunt maken, zoals:

maken en de handeling herhalen. Laat ze om en om een afdruk

zandvormen, harken, emmers, schoenen

maken en daarna hun gemaakte patroon bewonderen. Stel vragen. Bijvoorbeeld: •

Wat hebben ze gemaakt? Hoe kan je het nog langer maken?

Overgangsfase Kinderen maken allemaal een afdruk van hun schoen of een andere vorm in het zand. Die vergelijken en bestuderen ze. Daarna kunnen ze proberen hun eigen afdruk te zoeken. Kinderen vergelijken de afdrukken van een vormpje met het vormpje van de andere kinderen. Begin met een patroon en vraag de kinderen het af te maken. • Welke is hetzelfde en welke is anders? Ze maken schoenafdrukken. Lijken ze op elkaar? • Kunnen de kinderen nu ook met een patroon beginnen dat iemand anders kan afmaken?

tip!

Abstracte fase Kinderen herkennen de verschillende afdrukken zonder eerst een afdruk te hebben gemaakt. Laat ze met behulp van symbolen een patroon namaken. Spreek met elkaar de symbolen af. •

Een rondje is bijvoorbeeld A en een vierkantje is B.

•

Teken het figuur dat hoort bij: A/ B/ A/ B/ A.

e Je kunt ook allerlei natuurlijk en, takk ls zoa en, ruik geb materialen n roo pat een om , eren blad eikels of e lend chil vers de Met . te maken en afdrukken kun je ook patron . euw sne de maken in een Bij oudere kinderen kun je er ken ma van tje elle esp ctiv soort dete k wel bij ruk afd ke wel en vragen rt. hoo dier of voorwerp

het land van REGELMAAT Patronen: het herhalen van vormen of eigenschappen

37


#3

Slinger maken

activiteitenkaart

Duur 20~30 minuten

De kinderen maken samen met Wiskikker een mooie slinger. Laat de kinderen zien hoe je een strook papier met de eindjes aan elkaar kunt plakken zodat er een ring ontstaat. Haal er een volgende strook van een andere kleur doorheen en plak die ook weer met de eindjes aan elkaar. Vraag aan de kinderen welke kleur strook er nu omheen moet. Er ontstaat een slinger van twee kleuren, om en om. Je kunt ook kralen gebruiken.

Concrete fase

Nodig

Laat de kinderen de slinger zelf afmaken. Als laatste koppel je alle

Kralen, gekleurde stroken papier

stukken aan elkaar, zodat er een lange slinger ontstaat. Bijvoorbeeld: •

Doe dit op kleur rood - geel - rood - geel.

Overgangsfase Varieer de reeks om het moeilijker te maken. •

Twee om twee, of twee om één (nog steeds met twee kleuren).

Abstracte fase Breid de kleurenreeks uit. Laat de kinderen hun eigen reeks maken en laat ze vertellen wat ze doen. •

Maak een slinger met drie of meer kleuren.

•

Of een zelfbedacht patroon.

tip! lijk Deze activiteit kun je makke dag aar verj een dom inzetten ron te ruim de je r nee wan g, of feestda tje. fees een r voo aankleedt

het land van REGELMAAT Patronen: het herhalen van vormen of eigenschappen

38


#4

De lichtbak

activiteitenkaart

Duur 15 minuten

Met zijn poot kan Wiskikker mooi in het zand tekenen, maar dat kan ook met een kam, een stok of een veer. Je gaat aan de slag met de lichtbak. Als je zand op de lichtbak doet, kun je verschillende patronen maken met verschillende voorwerpen, bijvoorbeeld een kam of een stok. Als je geen zand wilt gebruiken, kun je gekleurde of doorzichtige vormen gebruiken.

Concrete fase

Nodig

Laat de kinderen de verschillende patronen ontdekken. Het licht

Lichtbak, zand, kam, stokken, gekleurde,

van de lichtbak maakt het geheel nog spannender en uitdagender.

doorzichtige vormen

Bijvoorbeeld: • Teken in het zand met verschillende voorwerpen, wat zie je? Hoe komt dat? Overgangsfase In de overgangsfase pak je verschillende voorwerpen erbij die een moeilijkere vorm hebben. •

Teken met een dennenappel of een blaadje.

Abstracte fase Laat kinderen verschillende patronen zien of leggen op de lichtbak. Spreek een symbool af. Leg een patroon en vraag de kinderen het op te schrijven. •

Een dennenappel is een rondje, een blaadje is een driehoek.

•

Laat ze voor jou een patroon opschrijven dat jij moet leggen.

tip! door Je kunt deze activiteit prima of n doe n late en alle een kind ze samen met een ander, zodat ze wat r ove ten pra nen samen kun . ontdekken

het land van REGELMAAT Patronen: het herhalen van vormen of eigenschappen

39


#5

Torens bouwen

activiteitenkaart

Duur 30 minuten

Wiskikker houdt ervan om dingen te bouwen. De kinderen zitten in een kring om Wiskikker heen. Hij heeft al een toren gebouwd met twee groene en twee gele blokken. Je vraagt de kinderen om dit na te bouwen; de kinderen pakken zelf de blokken die ze daarbij willen gebruiken.

Concrete fase

Nodig

Laat elk kind benoemen wat het heeft gebouwd. Stel vragen.

Duplo-blokken of Lego-blokken

Bijvoorbeeld: • Hoe ziet jouw toren eruit? Welke kleur nam je eerst en welke zit er bovenop? • Je kunt samen de kleuren opnoemen en zo het patroon ook ‘hoorbaar’ maken. Overgangsfase Je laat de kinderen om de beurt blokken aan de toren van Wiskikker toevoegen. De rest maakt dit na. Vraag een kind om een blok boven op de toren te zetten. Een ander kind kiest een volgende blok en zo wordt de toren hoger. • Vergelijk de torens, hoe ziet jouw patroon eruit? Zijn ze hetzelfde? Abstracte fase Je kunt de kinderen nu zelf patronen laten verzinnen en laten maken met de blokken. Stimuleer dat ze elkaar helpen en dat ze tussendoor

tip!

benoemen welke kleuren ze gebruiken. Probeer hen zelf te laten ontdekken of ze hun patroon consequent hebben volhouden. • Maak de patronen langer: rood - blauw - groen - rood - blauw - groen.

Bij deze activiteit is het erg ren belangrijk de kinderen de kleu en. oem te laten ben Het benoemen en horen akt ondersteunt het zien. Dit ma nen kun zelf d goe dat kinderen exact ontdekken of ze een patroon t moe jij dat der zon namaakten, fout. of d goe van en term spreken in

het land van REGELMAAT Patronen: het herhalen van vormen of eigenschappen

40


#6

Spiegelen

activiteitenkaart

Duur 15~30 minuten

Wiskikker herkent overal patronen. Kun jij ze ook ontdekken? Begin met één spiegel. Zet Wiskikker ervoor en kijk wat je kan zien. Verplaats Wiskikker en kijk wat er verandert. Neem dan twee spiegels, zet deze tegen elkaar in een hoek. Elk voorwerp dat tussen de spiegels komt te staan zal zich herhalen. Zo ontstaat er een patroon. Zet Wiskikker weer voor de spiegels, hoeveel kikkers zie je?

Concrete fase

Nodig

In deze fase laat je de kinderen vrij ontdekken. Laat elk kind

Twee spiegels, kleine voorwerpen

een voorwerp bij de spiegel leggen en kijk wat er gebeurt. Begin

verschillend van vorm cirkel,

makkelijk met één vorm en laat ze er voorzichtig een toevoegen.

driehoek, rechte stok etc.), plaatjes van

Gaat het de kinderen goed af, maak het patroon dan moeilijker.

voorbeeldpatronen uitgeprint.

Bijvoorbeeld: •

Er ligt één vierkant, maar hoe vaak zie je de vorm in de spiegel?

Overgangsfase Nu geef je de kinderen een voorbeeld in de vorm van een plaatje. Laat ze in groepen ontdekken hoe ze het patroon kunnen namaken. Laat ze de vormen tellen zodat ze kunnen checken of hun patroon compleet is. • Maak een patroon met twee cirkels en twee vierkanten. Hoe doe je dat? Hoeveel cirkels en vierkanten gebruik je? Abstracte fase Kinderen bedenken nu zelf een patroon en maken elkaars patroon na. Als dat ze makkelijk af gaat kunnen ze meerdere patronen maken. •

het land van REGELMAAT Patronen: het herhalen van vormen of eigenschappen

Patronen met veel verschillende vormen of kleuren.

41


#7

Strepen en stippen

activiteitenkaart

Duur 15~30 minuten

Wiskikker kwam de bij tegen op avontuur. Die had mooie zwarte en gele strepen. Wiskikker wil ook wel een mooi patroon. Welke dieren hebben nog meer een patroon? Leg het vel met dierenpatronen in het midden van de groep.

Concrete fase

Nodig

Welke dieren zouden bij welk patroon horen? Pak de speelgoeddieren

Afbeeldingen van dierenpatronen,

erbij en laat de kinderen ze op het juiste patroon neer zetten. Stel

speelgoeddieren, papier, tekenspullen

vragen. Bijvoorbeeld: •

Welk dier heeft strepen? Waar zou die dan horen?

Overgangsfase Bespreek met de kinderen welke patronen ze nog meer kennen. Ga op zoek naar dingen met een patroon. Laat de kinderen een patroon natekenen. Je kunt ze ook een plaatje geven met een voorbeeld. Bekijk ook moeilijkere patronen. •

Bloemen, ruiten, sterren, etc.

Abstracte fase Welk patroon zouden de kinderen zelf wel willen hebben? Laat ze hun eigen patroon tekenen. Hoe fantasierijker hoe beter. Blijf samen in gesprek over de patronen die er ontstaan. • Een kind tekent bijvoorbeeld strepen zoals de zebra, maar dan in het paars.

het land van REGELMAAT Patronen: het herhalen van vormen of eigenschappen

42


#8

Patronen leggen

activiteitenkaart

Duur 30 minuten

Wiskikker ziet in de natuur ook hele mooie vormen en patronen. Ga buiten op zoek naar materiaal uit de natuur en leg samen een patroon.

Concrete fase

Nodig

Eerst leg je de materialen alleen neer en kijk je naar de patronen die

Natuurlijke materialen

de kinderen zelf leggen of ontdekken. Bijvoorbeeld: •

Een blad, een tak, een blad, een tak en zo verder.

•

Wissel ook van kleur.

Overgangsfase Maak samen het patroon ingewikkelder. Laat de kinderen zelf een patroon verzinnen. • Een blad, een tak, een tak, een blad, een kastanje, een blad, een tak, een tak, een blad, een kastanje en zo verder. Abstracte fase Vraag de kinderen zelf een patroon te leggen en laat ze symbolen er aan toekennen. Als ze dat kunnen, kunnen ze voor elkaar symbolenreeksen opschrijven die een ander kind moet leggen. •

Een streep staat voor een tak, een rondje staat voor een blad etc.

tip! maak Pak er een vel papier bij en pel stem een alen teri van de ma op door ze te beschilderen en ze elk r Doo n. kke dru te het papier materiaal een kleur te geven patroon. ontstaat er weer een ander

het land van REGELMAAT Patronen: het herhalen van vormen of eigenschappen

43


#9

Patronen in je kleding

activiteitenkaart

Duur 10~15 minuten

Wiskikker heeft het een beetje fris. Hij kan wel een trui of een jas gebruiken. Hij houdt ook wel van gekke kleuren en patronen. Kunnen de kinderen Wiskikker helpen?

Concrete fase

Nodig

Bekijk eerst wat voor kleren er allemaal zijn. Stel vragen en aan de

Neem zelf een gestreept shirt mee (voor

hele groep tegelijk. Bijvoorbeeld:

het geval niemand een patroon heeft),

• Wat voor kleding hebben we vandaag aan?

groot wit vel papier, schaar, papierstroken

Kunnen we daar ergens een patroon in ontdekken?

in verschillende kleuren, verf, stiften

• Een kind heeft een gestreepte trui aan. Wat voor kleuren hebben die strepen? Benoem ze eens om de beurt: blauw - wit - blauw, etc. •

Een ander kind heeft geruite sokken. Is dat ook een patroon?

Overgangsfase Maak met de kinderen papieren kledingstukken met patronen. Knip uit papier een aantal truien (of sokken) en laat de kinderen de patronen namaken met verf, stroken papier of stift. •

Maak een trui met stippen, groen en rood, dit maken ze na.

Abstracte fase Als je de patronen een cijfer geeft, kun je een getallenreeks maken. Laat de kinderen een cijferreeks omzetten in een patroon op papieren shirt of sokken. •

het land van REGELMAAT Patronen: het herhalen van vormen of eigenschappen

1 zijn strepen, 2 zijn stippen, 3 zijn ruiten etc.

44


#10 Klappen en springen activiteitenkaart

Duur 30 minuten

Wiskikker houdt van spelletjes waarbij hij lekker mag springen. Hij springt en de kinderen doen hem na.

Concrete fase

Nodig

Laat kinderen verschillende bewegingen herhalen. Als dit goed gaat,

Groepje kinderen en blokken verschillend

kun je uitbreiden met een tweede beweging. Herhaal dit vaak, zodat

van kleur.

ze het patroon beginnen te herkennen. Bijvoorbeeld: •

Twee sprongen vooruit, twee sprongen achteruit.

•

Twee sprongen vooruit en twee keer klappen in je hand.

Overgangsfase Je kiest nu voor elke beweging een symbool (de blokken). Leg blokken van verschillende kleuren in een patroon en koppel ze aan een bewegingen en een geluid. •

Een geel blok is klappen en een rood blok is stampen.

•

Start met geel - rood - geel - rood.

Abstracte fase Spreek weer af bij welk symbool welk geluid of welke beweging hoort bij welke kleur blok. Leg dan de blokken in een moeilijkere volgorde en herhaal het patroon in de afgesproken geluiden of bewegingen. Voeg meer blokken en bewegingen toe als het goed gaat. • Geel - geel - rood - geel - geel - rood etc. = klap - klap - stamp - klap klap - stamp.

tip! Gebruik bij oudere kinderen zijn. symbolen die iets moeilijker ken blok de leur gek In plaats van noten of bijvoorbeeld letters, muziek ronen pat r paa een eid woorden. Ber ct dire je at zod r, voo (of dansjes) t. kun aan de slag

het land van REGELMAAT Patronen: het herhalen van vormen of eigenschappen

45


het land van oneindig

Getallen: het ontwikkelen van getalbegrip en spelen met hoeveelheden

Introductie

Behoud van aantal

Kinderen leren al heel jong de telwoorden. Ze zitten in liedjes en

Jonge kinderen beoordelen de wereld op uiterlijke schijn. Als een rij

volwassenen bieden ze vaak aan (‘nog 1 keer’, ‘je mag 2 mandarijnen’,

met vijf gele eenden langer is dan de rij met vijf rode eenden, dan is

‘ben je al 3 jaar’, etc.). Vaak kunnen de allerkleinsten al de getallen

in hun logica de conclusie dat er meer gele eenden zijn.

opzeggen als een uit het hoofd geleerd rijmpje. Later komt pas de

Door een rode eend te koppelen aan een gele eend, zien ze dat het

verbinding met echte voorwerpen die je kan tellen. Dan ontstaat

evenveel is.

getal begrip.

Als een kind snapt dat het aantal in een rij niet verandert, hoe lang of kort de rij ook is, dan weet hij dat zes eenden altijd met zijn zessen zijn, ook al bedek je er twee met

Stappen die in deze ontwikkeling passen:

je hand. Dan begrijpt het kind het principe van behoud van aantal.

Één-op-één verband Als jonge kinderen tellen, slaan ze nog wel eens een cijfer over. Het kan ook voorkomen dat ze er één te veel tellen. Er liggen vier

Wat is van belang bij getallen?

ballen, maar er worden er vijf geteld. Ze moeten dan nog leren dat

Het is belangrijk dat kinderen plezier beleven aan het zoveel

ze moeten stoppen met tellen zodra ze bij het laatste object zijn

mogelijk tellen.

aangekomen. Als een kind één getal aan één voorwerp toekent, heeft hij het principe van het één-op-één verband begrepen.

46


Ontwikkelingsfasen 1. Concrete fase

het land van oneindig activiteitenkaarten

• Kinderen leren de telwoorden: 1, 2, 3, 4, 5, 6, 7, 8, 9, 10. • Kinderen leren dat je met de telwoorden voorwerpen kunt tellen:

Afhankelijk van de leeftijd en de ontwikkeling van een kind kun je de activiteiten inzetten om kinderen spelenderwijs met getallen te laten

wijst voorwerpen aan en telt mee.

werken. Benieuwd naar de leerdoelen die in dit land aanbod komen? Zie de bijlage Leerdoelenschema.

2. Overgangsfase

nr

activiteit

activiteitensoort*

1

Tafelen

Dagelijks

2

Appels en peren

Dagelijks

3

Welke schoen heb jij?

Dagelijks

4

Balletje, balletje

Vrij

5

Dobbelen

Vrij

6

Blokkentoren

Vrij

7

De cijferslang

Vrij

in opdracht een hoeveelheid

8

Buitenspelen

Vrij

voorwerpen verzamelen:

9

Cijfer springen

Groep

pak 8 knuffels.

10

Familie eend

Groep

• Kinderen kunnen voorwerpen tellen: met hoeveelheden van 1-8 • Kinderen weten dat het getal verandert als er een voorwerp in een rij afgaat of als er één bijkomt: één knuffel minder? Dan tel één getal terug. 3. Abstracte fase • Kinderen weten dat een getal een hoeveelheid aangeeft ze kunnen

• Kinderen weten wanneer ze tellen kunnen gebruiken om een opdracht te vervullen: Pak voor iedereen in de groep een bordje. • Kinderen kunnen verzamelingen vergelijken: dit groepje knopen is meer dan dit groepje stenen of minder of evenveel. • Met symbolen kunnen werken.

* E r zijn drie soorten activiteiten. Deze geven aan of je de activiteit

Ze leren welk symbool bij welk getal

toevoegt aan een dagelijkse handeling (dagelijks activiteit) zoals

hoort: Eén klinkt zo en schrijf je zo:

opruimen, je de activiteit op elk moment los van het programma kunt

1 etc.

inzetten (vrije activiteit) of je eentje zoekt om met de hele groep samen te doen (groepsactiviteit).

47


#1

Tafelen

activiteitenkaart

Duur 10 minuten

Wiskikker houdt van tellen én van opruimen. Kan dat ook tegelijk? Tijdens de lunch of met een drinkmoment kun je kinderen laten meehelpen om de tafel te dekken en weer op te ruimen.

Concrete fase

Nodig

Geef elk kind een beker. Laat het kind meetellen. Tel met de kinderen

Borden, bekers, bestek

hoeveel bekers er in één stapel staan of kunnen. Bijvoorbeeld: •

Borden, lepels, vorken en bekers tellen.

•

Vraag bijvoorbeeld: Hoeveel bekers hebben we nu?

Overgangsfase Laat het kind het benodigde aantal bekers, borden en bestek pakken en uitdelen voor een bepaalde hoeveelheid kinderen. Vraag de kinderen met hoeveel ze aan tafel zitten. Tel ook samen de bekers. Laat de kinderen wijzen naar de bekers tijdens het tellen. Let erop hoe het tellen bij de verschillende kinderen gaat.

tip!

Stel vragen. •

Gaat het wijzen en tellen wel of niet tegelijk?

• Ziet het kind misschien al zonder te tellen dat er drie bekers staan? • Hoeveel borden en bekers zijn er dan nodig om de tafel te dekken? •

Waar heb je de meeste van? En heb je genoeg voor iedereen?

Abstracte fase Laat een kind de tafel dekken aan de hand van een lijst. Bij het opruimen moeten dezelfde aantallen opnieuw worden verzameld. •

Vijf borden, vijf bekers, één brood, drie messen, één kan water, etc.

llen Ga niet te snel met te hoge geta en tall aan werken. Begin met kleine en breid daarna uit. Als kinderen van één tot tien dat kunnen tellen, lijkt het vaak kent, ze ook snappen wat dat bete een dan r maar vaak is het niet mee opzegversje voor ze. is Gelijk tellen en iets aanwijzen n nge veel lastiger. Twee handeli tegelijk is moeilijk. eren Een goede maatstaf is als kind drie e, in één keer zien dat er twe n ze of meer bekers staan. Snappe ook je de hoeveelheid, dan kun door gaan optellen en aftrekken weg of materialen toe te voegen te halen.

het land van ONEINDIG Getallen: het ontwikkelen van getalbegrip en spelen met hoeveelheden

48


#2

Appels en peren

activiteitenkaart

Duur 10 minuten

Wiskikker houdt van fruit en wil alles eerlijk verdelen. Als je het fruit schilt en snijdt waar de kinderen bij zijn, kun je hiermee ontzettend veel: tellen, sorteren en vergelijken. Zet een schaal met fruit in het midden.

Concrete fase

Nodig

Tel eerst samen hoeveel kinderen er zijn en tel dan het fruit. Houd elk

Fruit (appels, druiven, peren, bessen etc.),

stuk fruit om de beurt omhoog en tel hardop. Leg dezelfde soorten

mes en snijplank of bord

bij elkaar. Bijvoorbeeld: •

Houd appels omhoog en tel ze samen.

•

Leg de appels bij de appels en de druiven bij de druiven.

Overgangsfase Neem een mes om het fruit te snijden. Laat zien dat je van één stuk fruit meerdere stukken kunt maken. Tel deze. • Snijd de appel in vijf stukken en vraag of je nu genoeg hebt voor alle kinderen. Abstracte fase Voeg meer fruit toe en vergelijk de soorten. • Van welk soort heb je het meest of het minst? Welke zijn het lekkerst? • Als een kind een druif krijgt en een ander een appel, is dat dan eerlijk? Hoeveel druiven zou het kind dan moeten krijgen? • Hoeveel kinderen kunnen er van een grote meloen eten? En hoe verdelen we het zo dat iedereen evenveel krijgt?

tip! fruit Maak gebruik van exotisch een met n ake nism zodat ze ken cht. nieuwe vru

het land van ONEINDIG Getallen: het ontwikkelen van getalbegrip en spelen met hoeveelheden

49


#3

Welke schoen heb jij?

activiteitenkaart

Duur 10 minuten

Wiskikker grijpt elke kans aan om te tellen. Betrek hem erbij als jullie van plan zijn naar buiten te gaan. Kinderen gaan in een kring of op een rij staan en je gaat samen tellen.

Concrete fase

Nodig

Stel makkelijke vragen. Het gaat om het zien van de verschillende

Niets

typen en om het tellen. Bijvoorbeeld: • Hoeveel sandalen zien jullie? En hoeveel slippers of schoenen met veters? Overgangsfase Als jullie naar buiten gaan, ga je weer typen schoenen tellen. Je vraagt aan de kinderen met een bepaald type schoen om alvast bij de deur te gaan staan. Je telt, samen met de kinderen, hoeveel kinderen die schoen dragen en al bij de deur staan. Dan wend je je tot de kinderen met een ander soort schoenen. • Vraag elk kind met een ander soort schoenen om een kind met sandalen een hand te geven, zodat ze twee-aan-twee naar buiten kunnen. • Blijven er kinderen over? Zijn er dan meer kinderen mét sandalen of zijn er meer kinderen met een ander soort schoenen? En als jij jezelf meetelt, hoe zien de groepen er dan uit? Abstracte fase Als je in de zandbak speelt of gaat gymmen en de schoenen uit mogen, groepeer je met de kinderen de uitgetrokken schoenen. Dit kan op kleur, maar ook op soort schoenen. Maak twee groepen, bijvoorbeeld sandalen aan de ene kant en aan de andere kant alle

tip!

andere schoenen. • Van welke soort is er het meest/ minst? En wat zou er gebeuren als je de slippers bij de sandalen zet? En wat gebeurt er als kind x naar huis gaat en haar schoenen aantrekt?

het land van ONEINDIG Getallen: het ontwikkelen van getalbegrip en spelen met hoeveelheden

t ook Stel makkelijke vragen. Je kun jassen met mutsen, sjaals, wanten, t om of vesten, etc. tellen. Het gaa typen e lend chil vers de van het zien en om het tellen.

50


#4

Balletje, balletje

activiteitenkaart

Duur 10~15 minuten

Wiskikker is dol op spellen. Dit keer spelen we met balletjes en bekers. Je verstopt een bepaald aantal balletjes onder de beker. Begin met een klein getal en laat het de kinderen weten (ik verstop één balletje bijvoorbeeld). Dek de beker af en vraag: Hoeveel ballen zitten er in de beker? Draai de beker om en kijk of de kinderen het goed hebben.

Concrete fase

Nodig

In deze fase kun je een transparante beker gebruiken, zodat de

Twee bekers: één transparant en één niet,

kinderen het balletje kunnen zien. Je kunt verschillende varianten

kleine ballen en plaatjes met stippen (van

laten zien. Laat de kinderen het ook zelf doen en ervaren. Het gaat

één tot en met vijf)

er bij deze activiteit om aantallen te visualiseren. Laat de kinderen steeds meetellen. Bijvoorbeeld: •

Twee balletjes zijn verstopt, waar zouden ze zitten?

•

Hoe zie je dat?

Overgangsfase Pak een beker waar je niet doorheen kunt kijken en herhaal hetzelfde spelletje. Nu wordt het ineens een stuk moeilijker. In plaats van het te zien, moeten ze zich het nu gaan verbeelden. Varieer nu meer met de aantallen en draai de opdracht om. Vraag een kind drie blokken in de beker te doen. • Drie balletjes mogen onder de beker, we halen eentje weg, hoeveel liggen er nog? Abstracte fase Zorg nu ook voor plaatjes van cijfers met stippen van één tot en met vijf. Laat de kinderen de plaatjes zien en benoemen. Hoeveel balletjes

tip!

liggen er onder de beker? De kinderen wijzen het juiste plaatje aan. Haal er één af, hoeveel is het nu? Kunnen ze het getal aanwijzen? • Laat drie stippen zien, liggen er ook drie balletjes? Kijk onder de beker. Er liggen er twee. Hoeveel balletjes moeten er bij om er drie van te maken?

het land van ONEINDIG Getallen: het ontwikkelen van getalbegrip en spelen met hoeveelheden

van het Afhankelijk van het niveau met kind kun je een stapje verder getal de werkvorm en een groter r goed nemen. Deze activiteit is wee lende aan te passen naar de verschil seizoenen: eikels met herfst, pelen bloemen in de zomer of te kop aan een feestdag.

51


#5

Dobbelen

activiteitenkaart

Duur 15~30 minuten

Wiskikker houdt van tellen én van spellen, misschien kan hij wel meedoen met schelpen dobbelen. Leg een verzameling schelpen of andere kleine voorwerpen in de groep. Neem een dobbelsteen.

Concrete fase

Nodig

Laat een kind de dobbelsteen gooien. Tel samen de stippen en pak

Schelpen, doos, dobbelsteen

voor elke stip een schelp. Bijvoorbeeld: •

Drie stippen op de dobbelsteen = drie schelpen.

Overgangsfase Elk kind krijgt tien schelpen. Elk kind gooit met de dobbelsteen en legt zoveel schelpen in een doos als het ogen heeft gegooid met de dobbelsteen. Bespreek wat de stand van zaken is na één rondje. • Wie heeft de meeste over? Hoeveel? Wie de minste? Dit is te herhalen na een tweede rondje met de dobbelsteen. Abstracte fase Elk kind krijgt tien schelpen. Elk kind gooit met de dobbelsteen en legt het aantal gegooide ogen/schelpen in de doos. Iedereen moet uiteindelijk op nul schelpen uitkomen! In deze fase kun je het spel ook doen met de getallendobbelsteen om het getalsbegrip te oefenen.

tip!

• Heb je er nog drie en gooi je vier, dan kun je de drie resterende schelpen niet in de doos leggen. Want vier is meer dan drie. Heb je er nog vijf en gooi je dan vier, dan kun je er wel vier in de doos leggen.

rlei Met het dobbelen kun je alle en. enk bed es iati var moet Bijvoorbeeld: als je zes gooit, s je de schelpen juist uit de doo te halen, in plaats van ze erin n kun elpe sch van ats pla In en. legg doen, je dit met allerlei materialen etc. zoals blokken, knopen, bonen, In de herfst kun je bladeren en. gebruiken en in de lente eier

het land van ONEINDIG Getallen: het ontwikkelen van getalbegrip en spelen met hoeveelheden

52


#6

Blokkentoren

activiteitenkaart

Duur 5~10 minuten

Wiskikker wil een grote toren bouwen. Gelukkig zijn er genoeg blokken te vinden. Laten we een blokkentoren maken!

Concrete fase

Nodig

Stapel met de kinderen samen de bouwstenen op elkaar en zet ze in

Grote blokken

torens tegen de muur. Bijvoorbeeld: • Het kind maakt een lange toren. Steeds als er een bij komt tel je hardop mee ‘één blok, twee blokken, drie blokken’. Overgangsfase Dezelfde manier van stapelen of opruimen, waarbij je de opdracht geeft van elke kleur één kolom te maken. Tel ook hier weer de blokken. Vergelijk de torens qua aantal blokken en qua hoogte. •

Waar zijn er meer van? Van welke zijn er evenveel? En de minste?

• Je kunt ze in oplopende en aflopende volgorde tegen de muur zetten. Van hoog naar laag of van laag naar hoog. Abstracte fase Sorteer de blokken weer op kleur en plaats ze tegen de muur. Maak het vergelijken en redeneren moeilijker. • Wat moet er gebeuren als je alle torens even hoog wilt maken? Hoeveel blokken moeten er dan bij? Blijf samen tellen.

tip! ook In plaats van blokken kun je en. ruik geb alen teri andere ma en Je kunt ook als opdracht gev : ken ma te ns tore e verschillend met tje een te; wit tien eentje met t veertien rode; drie van elk ach blauwe, etc.

het land van ONEINDIG Getallen: het ontwikkelen van getalbegrip en spelen met hoeveelheden

53


#7

De cijferslang

activiteitenkaart

Duur 20~30 minuten

We maken een lange slang van stippenkaarten. Leg de stippenkaarten neer in de vorm van een slang. Hoeveel stippen telt de slang?

Concrete fase

Nodig

Laat de kinderen een slang maken van de kaarten en tel samen (niet

Blokken of stenen, kaarten met stippen,

hoog, tot drie bijvoorbeeld). Kijk wat er gebeurt, grijp elke kans om te

kaarten met afbeeldingen van cijfer,

tellen. Bijvoorbeeld:

dobbelstenen (met ogen en cijfers)

•

De eerste kaart heeft één stip, de tweede kaart twee etc.

Overgangsfase Laat de kinderen een blok leggen bij het aantal stippen. Hiermee oefen je naast tellen ook heel voorzichtig het begrip evenveel of hetzelfde. Je kunt ze ook een cijferkaart laten pakken en daar de juiste hoeveelheid stenen (of andere voorwerpen) op laten leggen. Of omgekeerd. •

Drie stippen = drie blokken.

• Hoelang is de slang nu? Tel de kaarten bij elkaar op. Maak het niet te moeilijk, houd de getallen klein. Abstracte fase Haal nu de kaarten weg zodat je alleen de stippen overhoudt. Laat de kinderen de juiste kaart bij de juiste hoeveelheid blokken leggen. Gaat dat makkelijk? Pak dan de kaarten met de cijfers. Leg de cijfers in een lange rij. Laat de kinderen de cijferkaarten bij de juiste stippenkaarten leggen. Daarna kunnen ze samen controleren of iedereen hetzelfde aantal heeft gelegd. Probeer eerst tot tien te tellen. Kijk daarna of er kinderen zijn die na de tien ook nog cijfers kunnen benoemen.

tip!

• De kinderen tellen vijf blokken, daar hoort een kaart met vijf stippen of een kaart met het getal vijf bij. rpen Gebruik verschillende voorwe en, bon len, kra ls: zoa ken naast blok noten etc.

het land van ONEINDIG Getallen: het ontwikkelen van getalbegrip en spelen met hoeveelheden

54


#8

Buitenspelen

activiteitenkaart

Duur 15~20 minuten

Wiskikker is dol op de natuur. Het liefst is hij buiten. Laat de kinderen Wiskikker meenemen naar buiten en verzamel samen takken, stenen, bladeren enz.

Concrete fase

Nodig

Leg samen soort bij soort (als dat te moeilijk is begin je bij kleur)

Buiten; toegang tot natuurlijke

en tel samen hoeveel er van elk soort is. Begin met twee soorten.

materialen

Bijvoorbeeld: •

Vier bladeren, drie takken etc.

Overgangsfase Laat de kinderen meerdere soorten bij elkaar leggen. Stel vragen. • Hoeveel van elke soort hebben ze verzameld? Van welke soort is er het meest/minst? •

Ze hebben de meeste grijze stenen, de minste eikels.

Abstracte fase Nu maak je de vragen iets moeilijker. Praat over meer minder en probeer op te tellen en af te trekken. • Van welke soort is er het meest denk ze? Hoe weten ze dat? Hoe kan je dat controleren? •

Wat kunnen ze doen om van elke soort evenveel te krijgen?

• De stenen zijn meer dan de bladeren. Als we nog vijf vinden, zijn ze evenveel.

het land van ONEINDIG Getallen: het ontwikkelen van getalbegrip en spelen met hoeveelheden

55


#9

Cijfer springen

activiteitenkaart

Duur 10~15 minuten

Wiskikker telt zijn sprongen altijd ‘1 sprong, 2 sprongen, 3 sprongen’ en ga zo maar door. De kinderen gaan ook hun sprongen tellen. Verzamel een groep kinderen laat ze allemaal naast elkaar staan. Leg een paar hoepels op een rijtje, of vrij verspreid in de ruimte.

Concrete fase

Nodig

Ieder kind mag in een hoepel staan. Ze maken een grote

Hoepels

kikkersprong en tellen hardop mee. Geef de kinderen steeds een nieuwe opdracht. Bijvoorbeeld: •

Spring eerst binnen de hoepel, dan buiten de hoepel.

•

Spring van hoepel naar hoepel.

• Stel vragen als: Hoeveel sprongen kun je maken? Kun je ook kleine sprongen maken? Lage sprongen? Hoge sprongen? Overgangsfase Nu staan de kinderen niet in de hoepel, maar op een rij ertegenover. Noem een aantal en laat de kinderen lopen, springen of huppelen etc. Je kunt kinderen ook zelf een getal en een beweging laten verzinnen. Blijf hardop tellen. • Laat een deel van de kinderen drie sprongen maken en een ander deel bijvoorbeeld vijf sprongen. Welke groep komt het verst? Abstracte fase Laat de kinderen een getal zien (op een kaartje of schrijf met krijt) laat ze zoveel sprongen maken als het getal dat je laat zien. Je kunt

tip!

het nog moeilijker maken door alle kinderen een ander getal en te geven en daarna de sprongen te vergelijken. Stel dan weer vragen en laat de kinderen zelf tellen. •

Wie heeft het meeste stappen gezet en hoe weet je dat?

• Hoeveel stappen moet je nog maken om in een andere hoepel te komen?

kan Als er tegels buiten zijn dan r de voo je die gebruiken als maat ken vak t stappen of je kunt met krij t. heb dat je tekenen op het plein als Je kunt ook de kinderen een het dobbelsteen laten rollen en de aantal stappen zetten wat dobbelsteen aangeeft.

het land van ONEINDIG Getallen: het ontwikkelen van getalbegrip en spelen met hoeveelheden

56


#10 Familie eend activiteitenkaart

Duur 15~30 minuten

In Wiskikkers vijver zwemmen ook eenden. Samen ga je deze tellen. In de kring staat een bak met water (binnen of buiten) met grote en kleine eenden. Je stelt vragen en de kinderen zetten de steeds eenden neer. Voeg een schaal met zand toe zodat je ook een ‘strand’ hebt.

Concrete fase

Nodig

Je telt samen de eenden. Dit kun je samen met de kinderen doen

Verschillende badeenden groot en klein,

(groep of individu). Je vraagt de kinderen een moedereend in de

dienblad met zand, bak met water

vijver te zetten en een paar eenden erachter, in een rij. Nu kun je samen gaan tellen. Bijvoorbeeld: •

Eén vadereend en twee kleine eenden. 1 + 2 = 3 eenden totaal.

Overgangsfase In deze fase kun je eenden weghalen (aftrekken) of erbij doen (optellen). Je kunt ook spelen met begrippen als naast/voor/achter. • Twee kleine eenden zwemmen weg (haal ze ook weg), hoeveel eenden staan er nu? • Vadereend gaat even uitrusten naast de vijver op het strand, hoeveel zijn er nu? • Er komen twee moedereenden bij, vóór de vadereend.

tip!

Hoeveel zijn er in totaal? Abstracte fase De begrippen kunnen in deze fase nog moeilijker. Ze moeten het zich nu verbeelden en maken de som in hun hoofd. Ze moeten zich voorstellen dat de eenden weg worden gehaald zoals eerder, maar je doet het niet. •

Links van de moedereenden zwemmen zes kleine eenden.

• Je vraagt nu aan een kind: de moedereenden zwemmen weg (maar laat ze staan zoals het stond), hoeveel eenden zou ik dan in totaal hebben?

De eenden en de vijver kun r je makkelijk vervangen doo dieren. en alen teri ma e verschillend s in ken var : aan ld bee Denk bijvoor een op ien koe der, mod een bak met het in rs urië osa din s, gra stukje nep zand etc. Ook kun je de materialen de aanpassen aan de hand van ter, win de in ijs bak een seizoenen: fst her de in eren blad een bak met etc. te Door verschillende materialen leuk a extr het je ak ma gebruiken, . en uitdagend voor de kinderen

het land van ONEINDIG Getallen: het ontwikkelen van getalbegrip en spelen met hoeveelheden

57


het land van ACHTER EN HOEKS

Ruimte en Geometrie: Vormen en de relatieve positie van figuren en de eigenschappen van de ruimte

Introductie Kinderen ervaren geometrische vormen als ze kijken, bouwen,

Wat is van belang bij ruimte en geometrie?

vormen en tekenen. Als kleine kinderen geometrische vormen

Het is belangrijk dat kinderen:

(vierkant, cirkel, driehoek en rechthoek) herkennen, beginnen

•

ze de wereld om hen heen te begrijpen. Ze worden zich bewust

• tijdens het bouwen/ puzzelen ruimtelijke samenhangen met

van hun positie in verhouding tot andere mensen en de ruimte.

het leuk vinden vormen te ontdekken; woorden als voor, achter, onder, boven, tussen, naast beschrijven;

Ze leren begrippen als onder, boven, naast, etc. Kinderen die zich

•

objecten kunnen vinden met bijvoorbeeld een kaart;

goed ontwikkelen op ruimtelijke oriëntatie, zullen later ook betere

•

simpele en meer gecompliceerde constructies nabouwen;

wiskundigen zijn.

•

geometrische vormen identificeren, beschrijven en uitbeelden.

58


Ontwikkelingsfasen

het land van ACHTER EN HOEKS activiteitenkaarten

1. Concrete fase • Vormen ontdekken in de ruimte: deze tafel is vierkant. • Vormen maken met je lichaam:

Afhankelijk van de leeftijd en de ontwikkeling van een kind kun je de activiteiten inzetten om kinderen spelenderwijs met ruimte en geometrie te laten werken. Benieuwd naar de leerdoelen die in dit land aanbod komen? Zie de bijlage Leerdoelenschema.

zo maak je een cirkel met je armen. • Simpele begrippen hanteren:

nr

activiteit

activiteitensoort*

1

Waar is Wiskikker?

Vrij

2

Vormen maken met je lijf

Vrij

3

Bouwsels maken

Vrij

maar ook met klei of zand.

4

Cirkel van vormen

Vrij

• Begrippen begrijpen: evenveel,

5

Stempelen

Vrij

6

Vormen van klei

Vrij

7

3D vormen

Vrij

3. Abstracte fase

8

Het kringspel

Groep

• Kaarten en plattegronden begrijpen

9

Schat zoeken

Groep

en interpreteren: op de plattegrond

10

Het vormenspel

Groep

onder, boven, naast.

2. Overgangsfase • Iets construeren en ook nabouwen: bouwen met blokken, Duplo of Knex,

hetzelfde als, hoger/lager.

bevindt het huis zich links, is dat ook zo? • Een bouwwerk of constructie nabouwen (ook als deze als foto is afgebeeld of als stappenplan wordt weergegeven): torens bouwen aan de hand van een plaatje.

* E r zijn drie soorten activiteiten. Deze geven aan of je de activiteit toevoegt aan een dagelijkse handeling (dagelijks activiteit) zoals opruimen, je de activiteit op elk moment los van het programma kunt inzetten (vrije activiteit) of je eentje zoekt om met de hele groep samen te doen (groepsactiviteit).

59


#1

Waar is Wiskikker?

activiteitenkaart

Duur 15~30 minuten

Wiskikker springt het liefst alle kanten op, nu mag hij zich verstoppen. Waar is Wiskikker? Je verstopt Wiskikker achter dozen en de kinderen zoeken hem.

Concrete fase

Nodig

Laat de kinderen in een rij zitten. Zet de doos voor hen neer.

Doos, Verschillende knuffels

Plaats Wiskikker erachter zodat ze hem niet meer zien. Vraag aan de kinderen waar hij zich bevindt. Bijvoorbeeld: • ín de doos, óp de doos, naast de doos, áchter de doos etc. Herhaal dit vaak. Overgangsfase Als kinderen de bovenstaande begrippen begrijpen, kun je het een stukje moeilijker maken. Gebruik meerdere dozen waar Wiskikker zich achter kan verstoppen. Laat om de beurt een kind Wiskikker verstoppen. De begrippen worden nu lastiger. •

Wiskikker zit achter de tweede doos.

•

Wiskikker zit onder de derde doos.

Abstracte fase De begrippen worden nog abstracter. Kinderen leren nu ook al

tip!

kaarten en plattegronden ‘lezen’. Zet de dozen in een patroon op de grond. Teken na wat je gebouwd hebt, als een plattegrond. Een kind verstopt Wiskikker en geeft dan op de tekening met een kruisje aan, in (of achter of onder) welke doos Wiskikker ligt. De andere kinderen zoeken op basis van de tekening waar hij is en kijken of dit klopt. Geef daarbij aanwijzingen. •

Wiskikker zit ergens achter of meer naar links.

de Let er goed op of de kinderen kind begrippen begrijpen. Als een kind het ‘fout’ doet, zal een ander gelijke vaak reageren. Je kunt op der gen: reacties inspelen door te vra ‘Hoe zou jij het doen?’. je In een variant voor buiten kun uit pel, hoepels gebruiken: in de hoe r voo de de hoepel, naast de hoepel, . Denk hoepel, achter de hoepel, enz n zelf ook aan de stoeptegels of teke cirkels met stoepkrijt.

het land van ACHTER EN HOEKS Ruimte en Geometrie: Vormen en de relatieve positie van figuren en de eigenschappen van de ruimte

60


#2

Vormen maken met je lichaam

activiteitenkaart

Duur 10~15 minuten

Wiskikker kent al veel vormen. Hij laat verschillende vormen zien. Hij maakt ze met zijn armen of vingers en laat daarna het plaatje zien dat erbij hoort; een driehoek, cirkel, vierkant, rechthoek (één tegelijk). Dan mogen de kinderen zelf aan de slag.

Concrete fase

Nodig

Vraag aan kinderen of ze weten hoe de vorm heet en of ze de vorm

Krijt, plein of verschillende grote vormen

nog ergens anders om zich heen zien. Laat kinderen de vormen

van papier

aanwijzen. Kunnen ze de vorm ook tekenen met hun vinger of maken met hun armen? Je kunt ze ook samen een vorm laten maken. Bijvoorbeeld: • Teken een grote cirkel en vraag ze op de rand naast elkaar te gaan staan. Nu hebben ze samen de vorm nagemaakt. Overgangsfase Laat de kinderen verschillende vormen zien. Vraag of de kinderen de verschillende vormen kunnen benoemen. Vraag kinderen of ze verschillende vormen in de ruimte zien en laat ze deze aanwijzen en namaken met hun armen. Vraag ze of ze ook samen de vorm kunnen maken door naast elkaar te gaan staan of op de grond te gaan liggen • Kunnen ze met z’n drieën in een driehoek gaan liggen? En kan dat ook met vier? Abstracte fase Vraag de kinderen een driehoek of een cirkel, rechthoek te tekenen. Geef ze stoepkrijt. Waarom heet dit een driehoek? Bespreek met

tip!

ze of ze kunnen bedenken waarom de vorm zijn naam heeft. Laat de kinderen de vorm namaken aan de hand van de tekening. Stel vragen. • Vraag ze om een achthoek te tekenen, of misschien kunnen ze zelf nog een vorm verzinnen. • Hoe heet die vorm? En kunnen ze die ook namaken? Hoeveel kinderen heb je dan nodig?

het land van ACHTER EN HOEKS Ruimte en Geometrie: Vormen en de relatieve positie van figuren en de eigenschappen van de ruimte

Ontdek buiten verschillende els vormen, bijvoorbeeld; stoepteg lijk kke ma er t kun Je t. zijn vierkan alle n gaa ‘nu ; ken ma een spel van ek in kinderen met een blauwe bro met eren kind alle en n de cirkel staa het r naa ek bro r kleu een andere vierkant’ etc.

61


#3

Bouwsels maken

activiteitenkaart

Duur 15~30 minuten

We gaan torens bouwen. Wiskikker doet er alvast een voor. Maak een grote toren en laat de kinderen die na bouwen.

Concrete fase

Nodig

In deze fase bouwen ze alleen de toren na. Bouw er steeds meer

Materiaal om torens mee te bouwen,

torens bij van verschillende kleuren. Laat ze zelf ook een kleur kiezen

Foto’s van verschillende bouwsels

en hun eigen toren maken. Bijvoorbeeld: •

Wiskikker’s toren is groen.

Overgangsfase Maak foto’s van simpele en moeilijkere bouwwerken en laat deze door de kinderen met blokken nabouwen. Plak het plaatje tegen de muur en laat ze de blokken ernaast opstapelen. Abstracte fase Laat kinderen aan de hand van een bouwtekening een constructie nabouwen. Nu is het perspectief van het voorbeeld een stapje moeilijker. •

Een tekening van boven bijvoorbeeld.

tip! ouwd Maak van de torens die geb een at zod worden ook een foto kan ander kind die nog eens na d je op vin en ing maken. Bouwteken internet.

het land van ACHTER EN HOEKS Ruimte en Geometrie: Vormen en de relatieve positie van figuren en de eigenschappen van de ruimte

62


#4

Cirkel van vormen

activiteitenkaart

Duur 15~30 minuten

Wiskikker houdt van sorteren. We gaan vormen sorteren. Lamineer vormen of gebruik kleine ballen, blokken of andere voorwerpen die je ter beschikking hebt. Met stoepkrijt maak je een paar grote vormen waar de kleine ingelegd kunnen worden. Als het niet met stoepkrijt kan, kun je ook hoepels gebruiken.

Concrete fase

Nodig

Gebruik het stoepkrijt om twee vormen te tekenen. De kinderen

Allerlei verschillend materiaal in dezelfde

mogen de blokken en ballen in het juiste vak sorteren. Bijvoorbeeld:

kleuren als je vormen, dobbelstenen

•

Alle vierkanten blokken komen in het grote vierkant.

•

Alle ballen komen in de cirkel.

Overgangsfase Voer bovenstaande activiteit uit en bespreek het na. Breid daarna het aantal vormen uit. •

Hoeveel vierkanten hebben we in het vierkant gelegd?

•

Waarom horen de ballen hier niet?

•

Voeg bijvoorbeeld een rechthoek toe.

Abstracte fase Voer bovenstaande activiteit uit en gebruik hierbij een paar nieuwe vormen bij. Laat kinderen met een dobbelsteen gooien met cijfers erop en een dobbelsteen met verschillende vormen erop. Nu tellen ze hoeveel vormen er in een grote vorm moeten komen te liggen. •

Er komen 4 vierkanten in het grote vierkant.

het land van ACHTER EN HOEKS Ruimte en Geometrie: Vormen en de relatieve positie van figuren en de eigenschappen van de ruimte

63


#5

Stempelen

activiteitenkaart

Duur 30 minuten

Wiskikker is dol op vormen. De kinderen gaan stempelen met geometrische vormen. Je kunt aardappelstempels maken, maar bijvoorbeeld ook cirkels stempelen met wc-rollen, of driehoeken met in vorm geknipte schuursponzen.

Concrete fase

Nodig

Benoem de vormen en vraag de kinderen de vormen te benoemen.

Papier, verf, voorwerpen om mee te

Je kunt beginnen met één vorm en na een tijdje een tweede

stempelen

toevoegen. Bijvoorbeeld: •

Het wc-rolletje laat een vorm achter, welke vorm is dat?

Overgangsfase Als kinderen de vormen kennen, kun je hiermee gaan spelen. • Bijvoorbeeld in een grote driehoek allemaal kleine driehoeken laten stempelen. • Of in een grote cirkel kleine cirkels. Of in een vierkant cirkels, enzovoort. Abstracte fase Het wordt een stapje moeilijker. Vraag de kinderen om iets na te stempelen. •

Bijvoorbeeld een huis, een mens, een dier of een bus.

tip! n op Kinderen vinden het stempele hele hun dit dat , iend boe zich al zo en. nem kan lag bes in aandacht een erg Het kan zijn dat ze niet met men vor de in zijn rd geïnteressee dat In . zijn ig bez ze waarmee vaker geval is het een kwestie van en. hal her en aanbieden

het land van ACHTER EN HOEKS Ruimte en Geometrie: Vormen en de relatieve positie van figuren en de eigenschappen van de ruimte

64


#6

Vormen van klei

activiteitenkaart

Duur 30 minuten

Als Wiskikker springt laat hij een pootafdruk achter. Wat een gekke vorm is dat! We gaan vormen en figuren maken in klei. Doe het eerst met Wiskikker voor. Maak een afdruk van zijn poot in klei en bespreek met de kinderen wat je ziet.

Concrete fase

Nodig

Laat de kinderen in deze fase met de vormen spelen en ontdekken in

Klei, verschillende vormen, kleikaarten

de klei en stel vragen. Bijvoorbeeld: •

Een kind maakt een afdruk van een blok.

•

Welke vorm ontstaat er? Hoeveel hoeken heeft de vorm?

Overgangsfase De kinderen kleien een vorm na. Ze mogen er zelf een kiezen. Waar lijkt de vorm op? Wat zou het kunnen zijn? •

Het kind kleit een cirkel, dat lijkt wel een koekje.

•

Waar lijkt het nog meer op?

Abstracte fase De kinderen mogen zelf bedenken wat ze kleien of een kaart gebruiken met een plaatje, dat ze kunnen namaken. Welke vormen kunnen ze herkennen? •

Klei een bij, herken je cirkels, vierkanten of rechthoeken?

tip! elzand Deze activiteit kan ook in spe je kun ine Onl d. zan of in kinetisch . den vin rten genoeg kleikaa en Het is ook leuk om de seizoen en; ekk betr te bij hier of feestdagen de in ei een ld bee maak bijvoor lente en een regenboog of een vlieger etc.

het land van ACHTER EN HOEKS Ruimte en Geometrie: Vormen en de relatieve positie van figuren en de eigenschappen van de ruimte

65


#7

3D Vormen

activiteitenkaart

Duur 30 minuten

Wiskikker houdt ook van hele grote vormen. We hebben al eerder vormen nagemaakt, maar nu gaan we een stapje groter. Maak met tape of stoepkrijt vormen op de grond. De kinderen moeten blokken leggen op de vorm zodat er in plaats van een 2D een 3D vorm ontstaat.

Concrete fase

Nodig

Laat de kinderen de vormen namaken en zelf ontdekken wat past

Tape, blokken

en wat niet en benoem de vormen die je ziet samen. Bijvoorbeeld: • Wat is dit voor vorm? Welke blokken passen op de lijn? Hoe leg je ze? Overgangsfase Gebruik steeds kleinere blokken met moeilijkere vormen. Laat de kinderen ontdekken welke blokken passen. Tel ook samen hoeveel blokken je nodig hebt. • Gebruik bijvoorbeeld een aantal kleine driehoeken of cirkels, die zijn moeilijker recht te leggen. Abstracte fase Laat nu de kinderen zelf vormen maken met tape en deze nabouwen. Dit kan ook aan de hand van plaatjes die je vooraf maakt. Die kunnen ze dan namaken.

het land van ACHTER EN HOEKS Ruimte en Geometrie: Vormen en de relatieve positie van figuren en de eigenschappen van de ruimte

66


#8

Het kringspel

activiteitenkaart

Duur 30 minuten

Wiskikker speelt graag. Deze keer spelen we het kringspel. Laat ieder kind achter hun stoel staan. Neem Wiskikker als voorbeeld. Die zet je ook achter de stoel. Dan geef je aanwijzing.

Concrete fase

Nodig

Je begint met de makkelijkste begrippen en doet het met Wiskikker

Één stoel per kind, één knuffel per kind

voor. Bijvoorbeeld: •

Sta achter je stoel, kruip onder je stoel, sta naast je stoel etc.

Overgangsfase Ieder kind neemt een voorwerp. Dit kan bijvoorbeeld een knuffel zijn. Zet Wiskikker op een stoel in het midden. Vertel de kinderen waar zij moeten staan en waar hun voorwerp moet staan. Jij doet het voor. •

Jij staat naast de stoel en Wiskikker zit eronder.

• Stuur de kinderen aan om te vergelijken, zit je hoger of lager dan je voorwerp? • Zit Wiskikker op dezelfde plek als jouw knuffel? Moet je hem verplaatsen? Abstracte fase Laat een kind zelf een instructie geven. De rest van de kinderen doen het na. Bespreek samen wat er gebeurt. • Het kind geeft instructie om de knuffel op de stoel te zetten, dat is hoger dan net. • Of het kind gaat ergens staan en jij vraagt ‘waar staat … nu? Onder, op of naast?’

tip! Geef Wiskikker een actieve rol. en. Hij kan ook opdrachten gev

het land van ACHTER EN HOEKS Ruimte en Geometrie: Vormen en de relatieve positie van figuren en de eigenschappen van de ruimte

67


#9

Schat zoeken

activiteitenkaart

Duur 15~30 minuten

Wiskikker heeft een schat verstopt. De kinderen gaan die zoeken. Verstop een schat in het lokaal of buiten en laat ze de schat zoeken en de ruimte om hen heen verkennen. Als ze de schat hebben gevonden, kun je het spel herhalen door het te laten verstoppen door een van de kinderen. De rest van de groep mag in een andere ruimte wachten en daarna zoeken.

Concrete fase

Nodig

In deze fase verstop jij met Wiskikker de schat en zoeken de kinderen.

Een schatkist

Je geeft veel hints. Bijvoorbeeld: •

De schat ligt dicht bij de bank.

•

De schat ligt ergens bij het raam.

Overgangsfase Je laat een kind de schat verstoppen. De andere wachten in een andere ruimte. Het kind mag niks verklappen, maar wel helpen door te zeggen of het warm (… is al dichtbij) of koud is (… is nog ver weg van de schat). • Help het kind een beschrijving te geven als dat nodig is; het is niet binnen, niet in de zandbank, ga maar opzoek, waar zou die dan liggen. • Bespreek het ook na; Lag hij op de bladeren, naast de bladeren? Hij was verstopt in of naast …? Abstracte fase Maak een plattegrond van het lokaal en markeer de plek waar de schat ligt. De kinderen kunnen aan de hand van de plattegrond op zoek gaan naar de schat. Met wat oudere kinderen kun je ook de

tip!

echte plattegrond van de locatie gebruiken, zodat het zoeken wat moeilijker is. spel is Een leuke uitbreiding van dit e twe in ep gro de het verdelen van at sch de ep gro of meer. Laat de ene de op en rker ma e verstoppen en dez ep. gro ere and de plattegrond voor vraagt Gebruik de begrippen als je naast, t: top vers waar de schat was r. onder, achter, in, voo

het land van ACHTER EN HOEKS Ruimte en Geometrie: Vormen en de relatieve positie van figuren en de eigenschappen van de ruimte

68


#10 Het vormenspel activiteitenkaart

Duur 15~30 minuten

Wiskikker springt ook graag op muziek. We doen een spelletje met muziek en vormen. De vormen liggen in de ruimte. Als de muziek stopt gaan de kinderen zitten bij de juiste vorm.

Concrete fase

Nodig

Koppel in deze fase de kleur aan een vorm. Bijvoorbeeld:

Vormen, muziek

•

Gele driehoeken, rode vierkanten, blauwe cirkels.

•

De muziek stopt en iedereen gaat bij de rode driehoek zitten.

Overgangsfase Nu laat je de kleuren weg. Voordat je begint stel je eerst een paar vragen. Vraag de kinderen of ze kunnen vertellen hoe de vormen heten. Vraag kinderen of ze de verschillende vormen in de groepsruimte herkennen en laat ze deze aanwijzen en benoemen welke vorm het is. Dan begint het spel opnieuw. •

Pak een cirkel en vraag welke vorm het is.

•

Wanneer de muziek stopt en iedereen moet bij de cirkel staan.

Abstracte fase Kennen we nog meer vormen? Speel het spel opnieuw. •

Voeg bijvoorbeeld een ruit, vijfhoek, achterhoek toe.

•

Als de muziek stopt pak je een vierkant, wie dat niet doet is af.

tip! Je kunt opdrachten ook enten. combineren met andere elem t, stop ziek mu de ‘Als ld: Bijvoorbee de ‘als of el’ cirk e ród pak je een het muziek stopt hinkel je naar vierkant’.

het land van ACHTER EN HOEKS Ruimte en Geometrie: Vormen en de relatieve positie van figuren en de eigenschappen van de ruimte

69


het land van KILO EN METER

Wegen, meten en vergelijken: Een maat om lengte, gewicht, volume en tijd te vergelijken

Introductie Je kunt op heel veel manieren meten, wegen en vergelijken. Hoe

Wat is van belang bij meten en wegen?

lang ben je? Wat is de omtrek van je pols? Hoeveel water zit er in

Het is belangrijk dat kinderen;

een beker? Hoe zwaar is een steen en een knuffel? Wanneer/ hoe laat

•

spelen we buiten? Wat is geld?

• Twee objecten met elkaar vergelijken: lengte, hoogte, gewicht,

Het leuk vinden om te meten, te wegen en te vergelijken; volume;

Het is belangrijk dat de kinderen uiteindelijk de namen van de maten

• Twee gebeurtenissen met elkaar in verband brengen en woorden

leren (cm, kilo’s, liters) en dat ze weten dat deze met elkaar kunnen

gebruiken: later dan, vroeger dan, langer dan, zwaarder dan;

vergelijken. Gebruik hiervoor concrete dingen, zoals:

• Zich kunnen voorstellen dat tijd vergaat en dat met woorden beschrijven zoals seconde, minuut, uur, dag, week, maand en jaar.

• Voorwerpen om de lengte te meten (bijvoorbeeld voeten, lint, blokken); •

Bakken, bekers, emmers om volume te meten;

•

Zakken gevuld met bonen om te wegen.

70


Ontwikkelingsfasen 1. Concrete fase • Vergelijkingen maken: nu - straks,

het land van KILO EN METER activiteitenkaarten

groter - kleiner, hoog - laag, zwaar - licht, snel - langzaam,. • Zicht op het dagritme: eerst fruit, daarna buiten spelen.

Afhankelijk van de leeftijd en de ontwikkeling van een kind kun je de activiteiten inzetten om kinderen spelenderwijs met wegen, meten en vergelijken te laten werken. Benieuwd naar de leerdoelen die in dit land aanbod komen? Zie de bijlage Leerdoelenschema.

2. Overgangsfase

nr

activiteit

activiteitensoort*

1

Water schenken

Dagelijks

2

Dagritme

Dagelijks

3

Hoe lang ben jij?

Vrij

zingen, buitenspelen. Wat is geweest

4

Boodschappentas

Vrij

en wat gaan we nu nog doen?

5

Fruitboer

Vrij

6

Meetlint

Vrij

7

Bakken vol zand

Vrij

8

Erwten en bonen

Vrij

voordat je de kinderen laat meten/

9

Zandloper

Vrij

wegen/ voelen, vraag je welk voorwerp

10

Op de wip

Groep

• Beredeneren over wegen en meten: wie is de langste/ grootste? Hoe weet je dat? Waar zit meer in? Hoe weet je dat? Wat is zwaar, ver, veel, enzovoort. • Nadenken over (volgorde van) de dagindeling: spelen, fruit, voorlezen,

3. Abstracte fase • Voorspellingen kunnen maken:

ze het zwaarst schatten. Waarom denk je dat? Wat is verder weg? Waarom denk je dat? • Verder vooruit kunnen denken over tijd: verjaardagskalender, weekkalender, inzicht in verleden, heden, toekomst, tijdsindeling. • Beginnen met het ‘concept van geld’: Als ik een brood ruil voor een tv, is

* E r zijn drie soorten activiteiten. Deze geven aan of je de activiteit

dat dan eerlijk? Wanneer heb je geld

toevoegt aan een dagelijkse handeling (dagelijks activiteit) zoals

nodig? Welk speelgoed is heel duur

opruimen, je de activiteit op elk moment los van het programma kunt

en welk speelgoed niet? Waarom denk

inzetten (vrije activiteit) of je eentje zoekt om met de hele groep samen

je dat?

te doen (groepsactiviteit).

71


#1

Water schenken

activiteitenkaart

Duur 15 minuten

Voordat je gaat drinken met de kinderen vraag de kinderen wie jou en Wiskikker wil helpen met het klaar maken van het drinken.

Concrete fase

Nodig

Je laat het kind dat jou wil helpen water in de kan te doen. Stel

Waterkan en bekers/ koppen, bakken

hierbij vragen. Bijvoorbeeld: •

Vraag of het kind het zwaar vindt.

• Laat ze het verschil voelen tussen een gevulde kan en een lege kan. •

Vul samen een beker, welke is zwaarder de lege of de volle beker?

Overgangsfase In deze fase vraag je aan het kind wat minder en meer is. In de kan zit water en in de beker er naast ook. In welke zit meer? Hoe weet je dat? •

Schenk in verschillende bekers/ glazen/ bak water.

•

Waar zit meer/ minder in? Hoe weet je dat?

Abstracte fase In deze fase vraag je aan het kind of het kan inschatten hoeveel bekers drinken in de grote kan zitten. •

Het kind zegt vijf en probeert dan uit of het klopt.

• Geef ze een andere maat beker of kop of bak en stel de vraag opnieuw.

tip! ens Deze activiteit zou je ook tijd je laat Zo n. doe nen de afwas kun nis ken ze wij else spe kinderen op . maken met volume en gewicht

LAND VAN KILO EN METER Wegen, meten en vergelijken: Een maat om lengte, gewicht, volume en tijd te vergelijken

72


#2

Dagritme

activiteitenkaart

Duur 1 uur voorbereiden 15 minuten

Wiskikker is benieuwd naar wat de kinderen doen in een dag. Samen met de kinderen breng je de dag in kaart doormiddel van foto’s, pictogrammen of dagritmekaarten.

Concrete fase Leg de pictogrammen samen met de kinderen in de volgorde zoals

Nodig

de dag er voor de kinderen uitziet. Bepaal het samen en laat ze zoveel

Grote klok, foto’s van activiteiten zoals

mogelijk zelf tot een conclusie komen. Bijvoorbeeld:

fruit eten, brood eten, slapen, buiten

• Eerst komen ze aan, dan gaan ze in de kring, dan lezen ze een

spelen, ophalen door de ouders

boek etc. Overgangsfase Kijk nu of je de dag in ochtend en middag kunt verdelen. Bespreek in welk deel van de dag je je nu bevindt. Je bespreekt wat daarvóór kwam en wat het volgende onderdeel zal zijn. •

Nu is het middag, wat gaan we nog doen?

Abstracte fase In deze fase kun je grotere sprongen in de tijd maken.

tip!

• Kijk halverwege de dag bijvoorbeeld terug naar het begin en naar wat jullie tussen dat moment en ‘nu’ allemaal hebben gedaan. Of wat je nog gaat doen tussen ‘nu’ en het moment van vertrek.

uikt bij Houd de plaatjes die je geb ouders ld: de grote lijnen, bijvoorbee t eten, frui komen kinderen brengen, len, spe brood eten, slapen, buiten . dag activiteiten, ophalen /einde n. arte eka Gebruik hierbij de dagritm het at Hang ze op in de groep zod en altijd zichtbaar is. Plak de dag een t van de week erbij. Je kun lijn gebruiken waaraan je met tmaakt. wasknijpers het plaatje vas

zijn via De Wiskids dagritmekaarten n. telle bes Axxerion te

LAND VAN KILO EN METER Wegen, meten en vergelijken: Een maat om lengte, gewicht, volume en tijd te vergelijken

73


#3

Hoe lang ben jij?

activiteitenkaart

Duur 20~30 minuten

Wiskikker heeft de smaak te pakken en wilt nog meer dingen meten. Deze keer gaan we de kinderen meten en doen we dat met blokken (dozen of bakken). Zet eerst Wiskikker tegen de muur, hoeveel blokken is Wiskikker lang?

Concrete fase

Nodig

Zet één kind tegen de muur, vraag een ander kind om meerdere

Blokken (Kan ook met dozen of bakken)

blokken te stapelen net zo hoog als het andere kind groot is. Laat het kind dat tegen de muur stond zien hoeveel blokken hij of zij groot is. Bijvoorbeeld: •

Wiskikker is drie blokken lang. Hoeveel blokken lang ben jij?

Overgangsfase Vraag het kind zelf na te denken en voorspellen. Hoeveel blokken denkt het kind nodig te hebben? Bespreek samen wat er gebeurt. • Het kind schat dat ze vier blokken nodig heeft. Dat is te weinig merkt ze. Hoe zou dat komen? Hoeveel blokken missen er? • Een kind is vijf blokken lang en een ander zes. Wie heeft de meeste blokken? Dan is dat kind met langst? En wie is het langste van de groep? Abstracte fase Kinderen gaan nu zelfstandig het bovenstaande uitvoeren. Laat ze het aantal blokken tellen en opschrijven. Als iedereen is gemeten kun je verschillende voorwerpen gebruiken (tafel, stoel, knuffel etc.). Praat samen over de bevindingen die je hebt opgeschreven. • Het kind is vijf dozen groot, een ander kind is zeven dozen groot.

tip!

Het eerste kind is het grootst, het andere kind is het kleinst. Gebruik behangpapier om de pen. lengtes bij te houden met stre eel zov er verd Laat de kinderen eren mogelijk zelf doen. Laat kind en sam er zelf vergelijken en hun over praten. Jij luistert naar in. rop daa elt bevindingen en spe

LAND VAN KILO EN METER Wegen, meten en vergelijken: Een maat om lengte, gewicht, volume en tijd te vergelijken

74


#4

Boodschappentas

activiteitenkaart

Duur 15~20 minuten

Wiskikker kan best wel wat dragen. Hoe sterk zijn de kinderen? Je vult twee tassen met verschillende voorwerpen om het gewicht te vergelijken.

Concrete fase

Nodig

Neem twee even grote tassen en vul ze met twee verschillende

Twee even grote tassen, zakjes,

voorwerpen, een zware en een lichte. Begin makkelijk. Laat de

keukenweegschaal, personenweegschaal,

kinderen de tassen optillen en vasthouden. Welke is lichter en

diverse materialen om te wegen,

welke is zwaarder? Laat ze zelf de tassen vullen met materiaal en

bijvoorbeeld: blokken, stenen, auto’s,

vergelijken. Bijvoorbeeld:

knuffels, bonen, rijst, etc.

•

Eén gevuld met blokken en één gevuld met knuffels.

Overgangsfase Maak het iets moelijker, kies voorwerpen die iets dichter bij elkaar in de buurt komen. Welke is het zwaarst? Laat de kinderen proberen de tassen even zwaar te maken. Hoeveel moeten er in of er uit om ze zwaar te maken? Eerst zelf proberen te raden. •

Grote en kleine knuffels.

•

Haal een knuffel uit de tas. Voelen de kinderen het verschil?

Abstracte fase Pak de weegschaal erbij. Laat de kinderen de tas vullen en wegen. Laat ze een zak vullen met verschillende materialen zodat ze evenveel wegen. Of laat ze uitzoeken wat evenveel weegt als een blok of een boek. Schrijf ook samen op hoeveel alles weegt. •

Het boek weegt 200 gram en het blok ook.

LAND VAN KILO EN METER Wegen, meten en vergelijken: Een maat om lengte, gewicht, volume en tijd te vergelijken

75


#5

Fruitboer

activiteitenkaart

Duur 20~30 minuten

Wiskikker eet graag fruit. Hoeveel zou het wegen? Samen ga je verschillende soorten fruit vergelijken. Zorg voor fruit dat veel verschilt in gewicht (meloen, blauwe bes, kokosnoot, kers).

Concrete fase

Nodig

Leg twee verschillende soorten fruit naast elkaar. Laat kinderen om

Verschillende soorten fruit

beurten ervaren hoe zwaar de verschillende voorwerpen zijn en stel vragen. Bijvoorbeeld: • Geef ze een druif en een kokosnoot. Welke is zwaarder? Hoe merk je dat? Overgangsfase Nu kun je een stap verder gaan uitbreiden met meer stukken fruit. Nadat de kinderen het fruit in hun handen hebben gehad, Leg je ze op volgorde van gewicht. Laat een deel van de groep de keuze maken en vraag aan de andere kinderen of ze het ermee eens zijn. Stel hierbij weer vragen. •

De druif ligt aan het einde van de rij naast de meloen.

• Welke denk je dat het zwaarst is? Kinderen zullen al snel de grootste aanwijzen, maar is dat ook de zwaarste? Abstracte fase In deze fase kun je er een weegschaal bij gebruiken. Laat de kinderen voorspellen welke het zwaarst en welke stukken fruit het lichtst zijn. Leg ze samen op volgorde. Weeg het stuk fruit en onderzoek of de volgorde zoals het kind het bedacht had, juist is. Laat ze zelf kiezen, maar stel vragen over de keuzes die ze maken. •

tip!

Is de kokosnoot het zwaarst? Of de meloen? Waarom denk je dat? Kinderen vinden het erg leuk ruiken. natuurlijke materialen te geb ten bui ook je zou it Deze activite kunnen doen. Laat kinderen ken en bijvoorbeeld eerst stenen zoe . nde taa ens bov doe dan het

LAND VAN KILO EN METER Wegen, meten en vergelijken: Een maat om lengte, gewicht, volume en tijd te vergelijken

76


#6

Meetlint

activiteitenkaart

Duur 10 minuten

Er valt nog veel meer te meten in de ruimte. Dat vindt Wiskikker wel interessant. Neem een stoffen lint en laat Wiskikker verschillende voorwerpen meten.

Concrete fase

Nodig

Laat de kinderen een lint uitkiezen. Dan mogen zij ermee gaan

Gedekte tafel met verschillende soorten

meten. Houd het simpel en laat ze vrij ontdekken. Kunnen ze iets

servies (bestek, borden, bekers)

vinden dat net zo lang is als het lintje? Herhaal de begrippen: korter, langer, kleinst, grootst etc. Bijvoorbeeld: •

De stoel is korter dan het lint. Wat zou wel even lang zijn?

Overgangsfase Geef ze nu een moeilijkere opdracht. Kunnen ze iets vinden dat korter is dan het lintje of langer? Stel hierbij vragen. •

Waarom is de kast kleiner dan het lint? Hoe kun je dat zien?

Abstracte fase Laat de kinderen iets opmeten met een lint en knip het op die lengte af. Leg het lint langs de meetlat om te zien hoe lang het is. Kunnen de kinderen iets vinden van dezelfde maat? • Meet bijvoorbeeld de tafel, die is één meter, is de andere kant van de tafel even lang?

tip! ten Deze activiteit kun je ook bui r kee ene de doen. Je kunt je , de concentreren op grote dingen of ne klei l hee je andere keer kun en. met te n bere dunne dingen pro

LAND VAN KILO EN METER Wegen, meten en vergelijken: Een maat om lengte, gewicht, volume en tijd te vergelijken

77


#7

Bakken vol zand

activiteitenkaart

Duur 30 minuten

Wiskikker is dol op zand, daar is in de vijver heel veel van. Wiskikker heeft geluk want, deze keer gaan we wegen met zand. Vul samen met de kinderen een bak met zand.

Concrete fase

Nodig

Pak een bak die duidelijk groter of kleiner is. Laat de kinderen

Bakken van verschillende vorm en

verschillende groottes ontdekken. Wat past er in deze bak? En in

grootte, zand of zandtafel

die? Deze activiteit begeleid je door mee te spelen en reacties uit te lokken. Experimenteer samen met de kinderen. Bijvoorbeeld: • Het zand van deze bak is te veel voor deze kleine. Wat gebeurt er als je het toch doet? Probeer samen verschillende dingen uit. Overgangsfase Schep een bak halfvol met zand. Wat moet je doen om de bak vol te krijgen? Hoeveel scheppen moeten er nog bij? Tel samen met de kinderen het aantal hardop. Benoem begrippen als meer, minder, groter en kleiner. • In deze bak zitten al twee scheppen zand, in de ander vier en die is vol, er moeten er nog twee bij. Abstracte fase Geef kinderen twee bakken van verschillende vorm en grootte. Blijf vragen stellen terwijl de kinderen ontdekken. • In welke vorm past het meeste zand? Hoe weet je dat? Hoe kan je de grootste vorm het snelst vullen? Hoeveel keer past de kleinste

tip!

in de grootste? d Doe dit in de zandbak. Het zan je at zod , htig voc er wordt dan lekk met ken bak t kun daarna taarten vormen. de Je kunt deze activiteit ook in ers en emm , ken bak met zomer doen er. wat met t vul je vormen die

LAND VAN KILO EN METER Wegen, meten en vergelijken: Een maat om lengte, gewicht, volume en tijd te vergelijken

78


#8

Erwten en bonen

activiteitenkaart

Duur 20 minuten

Wiskikker heeft allerlei leuk materiaal ontdekt: spliterwten, bonen, rijst en maïs. Hij is nieuwsgierig. Hoeveel zouden deze kleine korrels wegen? Zet verschillende peulvruchten, rijst en ander klein, natuurlijk materiaal op tafel. De kinderen ontdekken zelf hoeveel wat weegt.

Concrete fase

Nodig

Laat de kinderen eerst spelen met de materialen. Kijk wat ze ermee

Kleine en grote bakken, lepels,

doen en stel dan vragen. Spelenderwijs leren ze met volumes om te

spliterwten, bonen, maïs, rijst

gaan. Bijvoorbeeld: • Ze vullen bakken, maken ze leeg, halfvol, vol, voegen materiaal samen etc. Overgangsfase Vraag aan de kinderen hoeveel bakken er nodig zijn om de grote bak met bonen te vullen. Je telt samen met de kinderen. Maak alle bakken even vol. •

Past wat er in een grote bak zit ook in een kleine?

Abstracte fase Bij het tellen van de bakken leg je er cijfers naast en benoem je deze. •

In deze bak passen twee kleine bakken met rijst.

•

In deze bak passen drie lepels bonen.

tip! ook Als je dit buiten doet, kun je dtafel. zan een en een zeef gebruiken ar ma en, rhe doo Zand kan er wel spliterwten niet.

LAND VAN KILO EN METER Wegen, meten en vergelijken: Een maat om lengte, gewicht, volume en tijd te vergelijken

79


#9

Zandloper

activiteitenkaart

Duur 30 minuten

Wiskikker heeft iets geks gevonden. Het is zand in een klein dun potje en het valt naar beneden. Wat is dit voor iets? De kinderen vertellen Wiskikker dat het een zandloper is, maar hoe werkt dat eigenlijk? Dat ontdekken ze samen.

Concrete fase

Nodig

Zet eerst verschillende zandlopers naast elkaar. Bekijk ze samen en

Zandlopers in verschillende grootte, met

bespreek wat je ziet. Bijvoorbeeld:

verschillende kleuren

•

De rode zandloper gaat snel, zou die het eerst klaar zijn?

•

De gele zandloper gaat langzaam.

•

Welke kleur duurt het langst?

Overgangsfase Nu kies jij een zandloper en laat je de kinderen een opdracht uitvoeren. • Zeg bijvoorbeeld dat de kinderen niet mogen lachen in tijd dat de gele zandloper loopt. • Of moeten lopen zolang de rode zandloper loopt. Hoelang houden ze dat vol? Abstracte fase De kinderen kiezen een zandloper en kiezen zelf een opdracht. • Ze springen zolang hun zandloper loopt. Maar die loopt zolang dat ze moe worden. Deze duurt te lang! Welke zandloper zouden we dan kunnen pakken?

tip! dloper Je kunt in plaats van de zan it een vite acti e of aanvullend op dez en. kookwekker gebruik

LAND VAN KILO EN METER Wegen, meten en vergelijken: Een maat om lengte, gewicht, volume en tijd te vergelijken

80


#10 Op de wip

activiteitenkaart

Duur 30 minuten

Wiskikker neemt de kinderen mee naar buiten. We gaan op de wip. Samen ontdekken de kinderen wanneer de wip naar beneden en naar boven gaat.

Concrete fase

Nodig

Laat de kinderen in verschillende combinaties op de wip zitten en

Speeltuin met wip

bespreek met elkaar wat er gebeurt. Bijvoorbeeld: •

Wie zit hoog in de lucht, wie zit bij de grond?

Overgangsfase Probeer nu meer uit en gebruik hierbij voorwerpen. Zet bijvoorbeeld Wiskikker op de wip en stel vragen aan de kinderen. Neem een rugzak met daarin een bepaald gewicht dat bij te stellen is (bijvoorbeeld stenen of aardappelen). •

Wanneer zit Wiskikker hoog en de andere kant van de wip laag?

•

Wat gebeurt er als Wiskikker de rugzak om krijgt?

Abstracte fase Nu maak je een voorspelling. Laat de kinderen van te voren inschatten hoe de wip zal staan als de kinderen er in verschillende combinaties op gaan zitten. Bij welke combinatie van kinderen is er evenwicht? Blijf vragen stellen. • Wat denken de kinderen dat er gebeurt er als je aan één kant met twee kinderen gaat zitten? • Hoeveel kinderen zijn er nodig om dan weer in evenwicht te komen? •

Wat is ervoor nodig om iemand hoog in de lucht te laten komen?

LAND VAN KILO EN METER Wegen, meten en vergelijken: Een maat om lengte, gewicht, volume en tijd te vergelijken

81


bijlagen groeipagina wiskids

Losse dieren

overzicht leerdoelen

Op Groei vind je alles over Wiskids. Naast een introductie

Op de volgende pagina zie je een overzicht van alle

Een volledig overzicht van alle leerdoelen per land is te

video, webinar en werkwijzer vind je er ook:

losse dieren die je kunt gebruiken. Op Groei vind je een

vinden vanaf pagina 84.

• een actuele lijst Basisuitrusting Wiskids

printversie van alle Wiskids dieren op groter formaat.

• een printversie van alle Wiskids dieren

82


overzicht losse dieren

83


overzicht leerdoelen Land van Ratjetoe Sorteren en groeperen: het ordenen van verzamelingen

Land van Berg en Dal Grafieken en statistiek: het verzamelen en gestructureerd weergeven van gegevens

Concrete fase • Sorteren op naam: hier auto’s en daar blokken.

Concrete fase

• Sorteren op kleur: hier de blauwe auto’s, daar de rode, hier de blauwe auto’s, daar de

• Sorteren van concrete objecten naar aanleiding van een vraag:

rode.

Welke kleur ogen hebben de kinderen in de groep? Van welke kleur is er het meest?

Overgangsfase • Zelfde voorwerp sorteren op eigenschappen: grote auto’s, lange auto’s, rode auto’s.

Overgangsfase

• Zelfde voorwerp, verdelen in twee categorieën: auto’s met 2 deuren en 4 deuren, auto’s

• Verwerken van de sortering in een plat vak, eventueel met plaatjes: tellen van de

met grote wielen en kleine wielen. • Zelfde voorwerp indelen in categorieën: auto’s, vrachtwagens, bussen, politie, graafmachine

kleuren ogen en leggen met blokken of tekenen op papier (3x bruin, 1x groen, 5x blauw). • Overgang van concrete objecten naar meer abstracte vormen: schrijven in getallen.

Abstracte fase

Abstracte fase

• Een object kan in verschillende groepen ingedeeld worden: een auto is blauw met

• Informatie zelf ordenen en verwerken in een plat vlak.

2 deuren, een auto heeft een zwaailicht en is wit, een auto heeft grote wielen en een graafbak. • Verzamelingen die elkaar overlappen: door bijvoorbeeld de kleur rode auto, rode

• Informatie schematisch samenvatten: Stel met elkaar een vraag, bijvoorbeeld ‘Wat is de kleur van de ogen van alle kinderen uit de groep?’ Laat ze zelf een manier verzinnen om het jou te laten zien wat de uitkomst is.

appel, rode trui.

84


overzicht leerdoelen Land van Regelmaat Patronen: het herhalen van vormen of eigenschappen

Land van Oneindig Getallen: het ontwikkelen van getalbegrip en spelen met hoeveelheden

Concrete fase

Concrete fase

• Patronen maken met je lichaam: Eén kind zit, de volgende staat, de volgende zit, de

• Kinderen leren de telwoorden: 1, 2, 3, 4, 5, 6, 7, 8, 9, 10.

volgende staat, wat komt daarna?

• Kinderen leren dat je met de telwoorden voorwerpen kunt tellen: wijst voorwerpen aan en telt mee.

Overgangsfase • Concrete patronen abstraheren: patroon van een kind dat zit, de volgende staat, de

Overgangsfase

volgende zit, de volgende staat kunnen vertalen naar een: streepje, rondje, streepje,

• Kinderen kunnen voorwerpen tellen: met hoeveelheden van 1-8.

rondje.

• Kinderen weten dat het getal verandert als er een voorwerp in een rij afgaat of als er

• Herkennen van relatie: de rode blok hoort bij de rode appel, de gele blok bij de gele

één bijkomt: één knuffel minder? Tel dan één getal terug.

peer. Abstracte fase Abstracte fase • Aan de hand van een patroon een abstracte omschrijving maken: Een patroon van pop – blok – pop – blok kan je ook schrijven als rood (pop) – geel (blok) – rood – geel. Of A = pop – B = blok of 1 = pop en 2 = blok.

• Kinderen weten dat een getal een hoeveelheid aangeeft ze kunnen in opdracht een hoeveelheid voorwerpen verzamelen: pak acht knuffels. • Kinderen weten wanneer ze tellen kunnen gebruiken om een opdracht te vervullen: Pak voor iedereen in de groep een bordje. • Kinderen kunnen verzamelingen vergelijken: dit groepje knopen is meer dan dit groepje stenen of minder of evenveel. • Kinderen kunnen met symbolen werken en leren welk symbool bij welk getal hoort: Eén klinkt zo: drie en schrijf je zo: 3 etc.

85


overzicht leerdoelen Land van Achter en Hoeks Ruimte en geometrie: vormen en de relatieve positie van figuren en de eigenschappen van de ruimte

Land van Kilo en Meter Wegen, meten en vergelijken: een maat om lengte, gewicht, volume en tijd te vergelijken

Concrete fase

Concrete fase

• Vormen ontdekken in de ruimte: deze tafel is vierkant.

• Vergelijkingen maken: groter/ kleiner, hoog/ laag, zwaar/ licht, snel/ langzaam, nu/

• Vormen maken met je lichaam: zo maak je een cirkel met je armen.

straks.

• Simpele begrippen hanteren: onder, boven, naast.

• Zicht op het dagritme: eerst fruit, daarna buiten spelen.

Overgangsfase

Overgangsfase

• Iets construeren en ook nabouwen: bouwen met blokken, Duplo of Knex, maar ook

• Beredeneren over wegen en meten: wie is de langste/ grootste? Hoe weet je dat? Waar

met klei of zand. • Begrippen begrijpen: evenveel, hetzelfde als, hoger/lager.

zit meer in? Hoe weet je dat? Wat is zwaar, ver, veel, enzovoort. • Nadenken over (volgorde van) de dagindeling: spelen, fruit, voorlezen, zingen, buitenspelen. Wat is geweest en wat gaan we nu nog doen?

Abstracte fase • Kaarten en plattegronden begrijpen en interpreteren: op de plattegrond bevindt het huis zich links, is dat ook zo? • Een bouwwerk of constructie nabouwen (ook als deze als foto is afgebeeld of als stappenplan wordt weergegeven): torens bouwen aan de hand van een plaatje.

Abstracte fase • Voorspellingen kunnen maken: voordat je de kinderen laat meten/wegen/ voelen vraag je welk voorwerp ze het zwaarst schatten. Waarom denk je dat? Wat is verder weg? Waarom denk je dat? • Verder vooruit kunnen denken over tijd: verjaardagskalender, weekkalender, inzicht in verleden, heden, toekomst, tijdsindeling. • Beginnen met het ‘concept van geld’: ‘Als ik een brood ruil voor een tv, is dat dan eerlijk?’ Wanneer heb je geld nodig? Welk speelgoed is heel duur en welk speelgoed niet? Waarom denk je dat?

86


Gedrukt met duurzaam en milieuvriendelijk geproduceerd papier • versie 1123

www.humankind.nl


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
Wiskids Kennis- & inspiratieboek by humankind-nl - Issuu