Wiskikker in de Wereld van Wiskids
De methode
Wiskids
Van groei naar bloei
Colofon auteursgegevens Natasja Berendsen, Marianne Daamen, Ans Deneer, Esther Gessel, Eelco Maatman, Maartje van Trigt
eindredactie Mariët Remie
vormgeving Mariska van Ravesteyn, Marjolein Boer, Jolanda van Eek
uitgeverij swp Nancy Hoenisch, Paul Roosenstein
met dank aan de (pedagogisch) professionals van Humankind Allard Hauer, Gaby Moon, Joke van den Brand, Silke Verstijnen, Astrid van den Berg, Hettie van Eenbergen, Miriam Kessels, Rimke Mantjes, Gabrielle van Deursen, Corrine van Schaijk, Ans Vogelzang, Sandra Vierwind, Gerdien Borkes, Yvonne Eppink, Annemarie Derksen, Dianne Lieverdink, Kirsten Seegers, Irene Franssen, Inge Sloot, Dorine Raats, Sylvia Deneer, Anja Hol,
Dit project wordt mede gefinancierd door de Ministeries van SZW en OCW
Uitgave Wiskikker in de Wereld van Wiskids, peuters en kleuters spelen actief met wiskunde Humankind in samenwerking met EMC. december 2020 © 2020 Humankind Alle rechten voorbehouden.
2
Wiskikker in de Wereld van Wiskids Colofon
Voorwoord In de alledaagse praktijk doen zich voortdurend situaties voor waarbij kinderen al spelend sorteren, ordenen en rekenkundige begrippen gebruiken, zoals groter en kleiner, meer en minder, veel en weinig of langer en korter. Geïnspireerd door de Mathekingstentoonstelling in Berlijn met de bijbehorende catalogus heeft Humankind (toen nog Stichting Kinderopvang Humanitas) ter ere van haar 25-jarig jubileum het materiaal naar Nederland gehaald en een reizende doe-tentoonstelling samengesteld. Deze tentoonstelling heeft in iedere regio een aantal weken gestaan, zodat kinderen van onze kinderdagverblijven, peuteropvang locaties en centra voor buitenschoolse opvang (BSO’s), pedagogisch medewerkers en ook leerkrachten zelf konden ervaren hoeveel wiskunde er eigenlijk zit in de (speel)wereld van het jonge kind. Na alle aandacht in de afgelopen jaren voor taalstimulering in de voorschoolse periode is de methode Wiskids, waarin de ontwikkeling van rekenvaardigheden centraal staat, een logisch vervolg. Het idee om een speelse en praktische methode te ontwikkelen die bruikbaar is voor pedagogisch medewerkers in de dagelijkse praktijk, lijkt meer dan geslaagd. Door bewust gebruik te maken van deze methode kunnen peuters en kleuters op speelse wijze bezig zijn met ‘wiskunde’ en zich op een systematische en vooral natuurlijke wijze ontwikkelen.
Een rijk ontwikkelings-aanbod in onze kindercentra biedt kinderen een betere entree naar de basisschool. Een doorgaande ontwikkelingslijn bieden is een belangrijke opdracht aan de kinderopvang en Humankind neemt daar graag haar verantwoordelijkheid in. Hoewel de Mathekingstentoonstelling en catalogus de inspiratiebron waren, hebben we de methode didactisch en theoretisch onderbouwd. De uitgangspunten, werkwijze, suggesties voor werkvormen en materialen zijn concreet vormgegeven. De methode sluit aan bij onze pedagogische visie op de ontwikkeling en opvoeding van jonge kinderen en de rol die Humankind daarbij ziet voor haar medewerkers. We zijn er trots op dat de werkvormen en ook de aanpak en werkwijze voor een belangrijk deel gebaseerd zijn op de inbreng uit de dagelijkse situaties in onze kindercentra. Door pedagogisch medewerkers bedacht en uitgeprobeerd, ondersteund door hun locatiemanager en pedagoog. We wensen alle pedagogisch medewerkers, peuterspeelzaal-leidsters en leerkrachten van de onderbouw van de basisschool veel inspiratie en werkplezier toe met deze unieke methode Wiskids.
In de alledaagse praktijk doen zich voorturend kansen voor, waarbij kinderen al spelend bezig zijn met rekenkundige begrippen
Wiskikker in de Wereld van Wiskids Voorwoord
3
Inhoud inleiding . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 7 theoretisch kader . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 9
Wat is wiskunde?
9
Brug bouwen
9
Ontwikkelfasen
9
Basishouding
11
Horen, zien en doen
11
Begeleiden
13
Wat te doen?
14
Communiceer met kinderen
14
Sleutel in plaats van fout
16
Ouders en de methode Wiskids
17
Introductieverhaal
19
sorteren en groeperen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 21
Verhaal: Het Land van Ratjetoe
21 - 23
Introductie
25
Praktijkverhaal
26
Activiteitenkaarten
29
patronen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 43
4
Verhaal: Het Land van Regelmaat
43 - 45
Introductie
49
Praktijkverhaal
50
Activiteitenkaarten
51
Wiskikker in de Wereld van Wiskids Inhoud
getallen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 63
Verhaal: Het Land van Oneindig
63 - 65
Introductie
69
Praktijkverhaal
72
Activiteitenkaarten
73
ruimte en geometrie . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 87
Verhaal: Het Land van Achter en Hoeks
87 - 89
Introductie
93
Praktijkverhaal
94
Activiteitenkaarten
95
wegen, meten en vergelijken . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 109
Verhaal: Het Land van Kilo en Meter
109 - 111
Introductie
113
Activiteitenkaarten
115
grafieken en statistiek . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 127
Verhaal: Het Land van Berg en Dal
127 - 129
Introductie
131
Praktijkverhaal
132
Activiteitenkaarten
133
materialen en middelen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 145
Slotverhaal: Wiskikker op zoek naar de grote groene vijver 145 - 147
Praktijkverhaal 148 Materiaalkeuze
149
Index
151
155
Basisuitrusting Wiskids
Wiskikker in de Wereld van Wiskids Inhoud
5
Laat kinderen actief spelen met wiskunde en gebruik de methode ter inspiratie en ondersteuning
Inleiding De wereld om ons heen is mooi, uitdagend, avontuurlijk en er valt van alles te beleven en te leren. Iedereen leert op zijn of haar manier en je zou het op het eerste gezicht misschien niet zeggen, maar als je goed kijkt is wiskunde overal. Onbewust ben je al veel met wiskunde bezig en door met een andere bril naar deze dagelijkse praktijk te kijken. Als je kinderen betrekt bij het omgaan met de omgeving en de dingen om hen heen, door logisch handelen, nadenken en problemen spelenderwijs op te lossen, komt wiskunde er op de achtergrond toch altijd bij kijken, of de kinderen zich ervan bewust zijn of niet. Wiskids is een praktische methode bedoeld om die verborgen verbinding te activeren en daarmee kinderen vertrouwd te maken met de wereld om hen heen met behulp van wiskunde. Iedereen leert als je dingen aanraakt, als je beweegt, proeft, hoort, ziet en creëert. En voor kinderen is heel veel nieuw. Zij ontwikkelen hun eigen manier om de wereld te ontdekken, te ordenen en te structureren. Dat helpt om die wereld met vertrouwen tegemoet te kunnen treden. In de Wiskids methode maken we gebruik van de alledaagse praktijk in de kinderopvang om op een natuurlijke wijze en met plezier het waarnemen, denken en kennis verwerven door kinderen te stimuleren. Dit boek begint met het theoretisch kader met een beschrijving van de opzet, de werkwijze, de pedagogische basishouding en de koppeling met de speerpunten van de organisatie en de omgang met ouders. Vervolgens beschrijft het per aandachtsgebied een themaverhaal, een korte introductie op het onderwerp en praktijkervaringen van pedagogisch medewerkers. De werkvormen staan beschreven op activiteitenkaarten met alle benodigde informatie om het direct in de dagelijkse praktijk toe te passen. Bij elke werkvorm staat een korte toelichting per fase om aan te sluiten bij de ontwikkeling van het kind. Tot slot volgt op pagina 155 een basisuitrusting wiskids met voorafgaand een index met verwijzingen naar de verschillende aandachtsgebieden en activiteiten die daarmee uitgevoerd kunnen worden. Dat is handig als je vanuit het materiaal een keuze wilt maken.
Wiskikker/Wiskids De methode is opgebouwd rondom ‘Wiskikker in de Wereld van Wiskids’. Een themafiguur (Wiskikker) gaat op reis en de kinderen (Wiskids) helpen hem tijdens zijn avontuurlijke reis in zes verschillende landen. Elk land behandelt een eigen aandachtsgebied. Het themaverhaal vormt de rode draad van de methode om je te ondersteunen en te inspireren wiskunde in je dagelijkse praktijk in te zetten. De verschillende werkvormen kunnen ook los van het themaverhaal in praktijk worden gebracht. In de methode staan acht verhalen die je kunt inzetten om met Wiskids aan de slag te gaan. Het eerste verhaal is een introductieverhaal waarin Wiskikker in de Wereld van Wiskids terecht komt. Per aandachtsgebied volgt een avontuur van Wiskikker en ter afsluiting is er een slotverhaal waarin Wiskikker weer terug gaat naar de grote vijver.
Elk verhaal heeft twee versies:
2-3 jr
3+ jr
Kinderen gaan op ontdekkingsreis in de Wereld van Wiskids, waarbij ze Wiskikker helpen met zijn avonturen ... De verhalen zijn bedoeld om je als pedagogisch medewerker houvast te geven voor de verschillende activiteiten die je in een land kunt doen en om inspiratie op te doen om vooral je eigen verhalen en creatieve ideeën in te zetten. Tevens geeft de 3+ versie je een theoretische verdieping.
Wiskikker in de Wereld van Wiskids Inleiding
7
Wereld van Wiskids
Oneindig
Berg en Dal
Regelmaat
ter Kilo en Me Rijk
van de
R atje
Vierhoek
toe
Rijk
van de
Driehoek
Rijk
van de
Rechthoek
oe k s Achter en H
Het Land van Kilo en Meter Wegen, meten en vergelijken
Het Land van Oneindig Getallen
Het Land van Ratjetoe Sorteren en groeperen
Het Land van Achter en Hoeks Ruimte en geometrie
Het Land van Regelmaat Patronen
Het Land van Berg en Dal Grafieken en statistiek
Opzet Er worden zes wiskundige aandachtsgebieden onderscheiden. Elk aandachtsgebied vormt een eigen land in de Wereld van Wiskids met bijzondere inwoners en een eigen cultuur. Per land/ aandachtsgebied worden werkvormen beschreven voor je dagelijkse praktijk. Er is onderscheid gemaakt in dagelijkse activiteiten, groepsactiviteiten en keuzeactiviteiten.
zitten of naar aanleiding van een verhaal. Voor de groepsactiviteiten zijn niet veel benodigdheden nodig en het vergt weinig voorbereidingstijd.
keuzeactiviteiten Keuzeactiviteiten zijn vooral geschikt om in te zetten bij activiteitengericht werken en voor kleinere groepen kinderen. Voor de keuzeactiviteiten zijn vaak meerdere benodigdheden nodig en het vergt enige voorbereidingstijd.
dagelijkse activiteiten Bij de dagelijkse activiteiten gaat het bijvoorbeeld om eten/ drinken, opruimen, buiten spelen of naar bed gaan. Tijdens dit soort momenten kan een spelletje of werkvorm worden gedaan met een kind of een groepje kinderen. Voor de dagelijkse activiteiten zijn geen extra benodigdheden nodig en het vergt geen of weinig voorbereidingstijd.
groepsactiviteiten Groepsactiviteiten kunnen gedaan worden met de grotere groep kinderen, bijvoorbeeld als de kinderen in de kring
8
Wiskikker in de Wereld van Wiskids Inleiding
Wiskunde is een manier van denken. Het wemelt van de wiskunde in de wereld om ons heen. Jonge kinderen ervaren dat (onbewust) als ze bij het opruimen blokken sorteren of bij het tafel dekken de borden te tellen die nodig zijn. Tijdens het spelen kijken ze welke toren hoger is en hoe je een ketting kunt maken met een patroon van verschillende kralen. Al deze ontdekkingen en inzichten worden in de hersenen verwerkt tot een proces, structuur of patroon. Met deze informatie krijgt het kind inzicht in de wereld om zich heen.
Wat is wiskunde? Bijna al deze processen, structuren en patronen zijn te vertalen naar wiskundige formules en symbolen. Daardoor zou je kunnen zeggen dat wiskunde een manier van denken is, ook al denken we niet in formules en symbolen... Wat gebeurt er dan wel? Als we bijvoorbeeld het grote blok op het kleine zetten, valt de toren om en als we het kleine blokje op het grote zetten wordt de toren hoger. Door het doen en het ervaren, wórdt wiskunde een manier van denken zonder dat je eerst er een systeem van symbolen en formules voor moet leren. Als kinderen spelen doen ze dus allerlei ervaringen en inzichten. Als we die benoemen in ‘wiskundige’ termen raken ze daarmee vertrouwd. Door hen te stimuleren om zelf logisch te denken en hun eigen ideeën met anderen uit te wisselen, worden kinderen uitgedaagd en tegelijkertijd bevestigd dat hun ideeën ertoe doen. Dit vormt een goede basis voor het ontwikkelen van zelfvertrouwen en voor het gevoel van kinderen dat ze grip hebben/krijgen op de wereld om hen heen.
Nieuwsgierige peuters en kleuters bouwen een brug van het concrete naar het abstracte en maken kennis met wiskunde in hun eigen wereld.
Brug bouwen Kinderen denken anders dan volwassenen. Tijdens de ontwikkeling van kind tot volwassene verandert het denkproces en worden er verschillende fasen doorlopen van de zintuiglijk tastbare wereld naar de abstracte wiskunde. Nieuwsgierige peuters en kleuters bouwen als het ware een brug van het concrete denken (tastbaar en waarneembaar) naar het abstracte denken (symbolen en getallen) en maken spelenderwijs kennis met de alledaagse wetenschap van wiskunde. Bij het bouwen van een stevige brug onderscheiden we drie fasen: in fase 1 worden zintuiglijk waarneembare en tastbare dingen uit het dagelijks leven van een kind betrokken, in fase 2 komen er af en toe tekens en symbolen bij en in fase 3 heeft een kind zich de getallen en symbolen eigen gemaakt en gaat hij er als vanzelfsprekend mee om.
Kinderen zijn bruggenbouwers. Als ze hun brug niet zelf bouwen, kunnen ze niets met wiskunde.
De brug steunt op zes wiskundige pijlers: sorteren en groeperen; patronen; getallen; ruimte & geometrie; wegen, meten & vergelijken; en grafiek & statistiek. Stapje voor stapje bewandelt ieder kind zijn eigen pad en overbrugt het de kloof tussen de tastbare wereld en de abstracte wereld. Deze brug bestaat zoals gezegd uit drie bouwfasen:
Ontwikkelfasen
Elke fase heeft zo zijn eigen aandachtspunten. Het is voor kinderen belangrijk om na te denken over oplossingen en daarover te praten erover. Dat helpt met het leggen van verbanden en het logisch redeneren.
Wiskikker in de Wereld van Wiskids Wat is Wiskunde?
9
concrete fase In de eerste bouwfase werkt het kind alleen met voorwerpen. Het kind ontmoet de concrete, zintuiglijk waarneembare (tastbare) dingen die hem omringen. Hij speelt en legt verbanden tussen dingen.
Voorbeeld Davy heeft een toren van drie grote blokken. Iefke heeft een toren van vijf kleinere blokjes. Als ik vraag: ‘Wie heeft er meer?’, zegt Davy: ‘Ik heb meer blokken. Mijn toren is hoger.’ (uiterlijke schijn)
overgangsfase De tweede bouwfase is de overgang van concreet naar abstract. In deze fase werkt een kind met tastbare dingen en voegt abstracte dingen toe, zoals letters, kleuren en getallen.
Voorbeeld Iefke vergelijkt haar toren met die van Davy door de blokken één voor één te tellen. Iefke zegt: ‘Ik heb er meer.’ Ik vraag haar het cijfer 5 op te schrijven en aan Davy te geven.
abstracte fase In de derde bouwfase werkt een kind met symbolen en kan een kind zich ook iets voorstellen in gedachten. Hij kan dan bijvoorbeeld de blokken indelen aan de hand van symbolen en heeft uiteindelijk de torens niet meer nodig om zich twee torens voor te kunnen stellen. Ook kan hij de symbolen voor + en – construeren. De fundamenten van de pijlers worden gelijktijdig gelegd. Het kind maakt zich de wiskundige concepten dus niet één voor één eigen, maar bouwt aan alle pijlers tegelijk. Het ene moment verzamelt hij en een uurtje later telt hij of zoekt hij een driehoek. Als een kind de pijlers met elkaar verbindt, dan maakt hij een stevige brug.
Voorbeeld Als Iefke zegt: ‘Ik heb drie blokken, doe er vijf bij, dan heb ik er acht’, dan heeft zij de blokken als hulpmiddel niet meer nodig. 3 + 5 = 8 heeft voor haar betekenis.
10
Wiskikker in de Wereld van Wiskids Wat is Wiskunde?
Basishouding De methode Wiskids vraagt om een basishouding en competenties die aansluiten bij het profiel van pedagogisch medewerker. Werk je met Wiskids, dan pas je specifieke vaardigheden toe. Je oefent jezelf hierin. En je kunt aantonen: als pedagogisch medewerker beheers ik dit. Daarmee is de methode niet alleen een instrument dat past bij het ontwikkelingsgericht werken met kinderen, maar is het ook een ontwikkelinstrument voor de pedagogisch medewerker zelf. Als begeleider/volwassene/pedagogisch medewerker beïnvloed je de omgeving van het kind.
Wiskids ervaringen worden vertááld, worden omgezet in wiskundige termen. Zo kunnen dingen heel concreet en praktisch worden gemaakt. Het plus-teken snapt iedereen over de hele wereld. Sowieso wordt in de wereld om ons heen veelvuldig gebruikt gemaakt van wiskundige concepten. Daarmee sluit Wiskids dus heel erg aan op die praktijk. En daarmee wordt het de methode Wiskisds een methode om kinderen te leren om de wereld om hen heen te ervaren, te begrijpen en te beïnvloeden. Om de Wiskids methode goed uit te voeren, is het belangrijk dat je begrijpt hoe kinderen leren en hoe je dit proces kunt begeleiden. Hierbij is het goed om te beseffen dat leren een proces is dat gebeurt in de hersenen en dat het daardoor ook niet of nauwelijks waarneembaar is. Je ziet alleen het resultaat van dit proces terug in het gedrag dat vertoond wordt. Met Wiskids gebruiken we wiskundige termen en formules die bijdragen aan dit proces om zo manieren, strategieën te ontwikkelen in het brein van het kind om resultaten te halen. Deze manieren en strategieën zijn belangrijk om de wereld om ons heen te begrijpen en te beïnvloeden.
Horen, zien en doen In een vertrouwde omgeving durven kinderen risico’s te nemen.
Kinderen zijn van nature nieuwsgierig en leergierig. Ze leren door te kijken, te imiteren, te proberen, te experimenteren en het zelf te doen; door te luisteren, vragen te stellen, te vertellen wat ze doen en na te denken; door samen te delen, aan te raken, te bewegen, te proeven, te herhalen, te bedenken en te fantaseren. Het lijkt misschien dat Wiskids gaat over het leren van wiskunde aan kinderen. Dit is een misvatting. Wiskids gaat over kinderen stimuleren en ondersteunen in hun ontwikkeling in de meest brede zin. Het speciale is dat bij
Kinderen leren vooral van wat ze zien en doen. Als volwassene kunnen we van alles uitleggen maar voor kinderen zijn de woorden die we gebruiken (nog) niet verbonden met de betekenis die wij als volwassenen eraan geven. Dit maakt dat voordoen vaak een beter resultaat heeft dan bijvoorbeeld het verhaaltje herhálen. Je kunt dus eigenlijk ook Wiskids activiteiten aanbieden door ze voor te doen zónder uitleg... Maar de combi (en die gebruiken we bij de Wiskids methode) werkt het beste: uitleggen in woorden én voordoen is een hele sterke. Zo maken de kinderen kennis met de woorden en termen die bij bepaalde activiteiten horen. En dat mogen best woorden zijn die ze nog niet kenden, die nog niet in hun woordenschat zaten.
Wiskikker in de Wereld van Wiskids Basishouding
11
Een voorbeeld. Woorden als op, onder, achter, voor, naast, tussen, enzovoort zijn woorden die we best vaak gebruiken op een dag. Door met de kinderen deze woorden te benoemen en daarbij een handeling te verrichten die laat zien wat er bedoeld wordt met het woord, kan een kind het verband leggen. Als je aan een kind vraagt om de kikker achter de doos te leggen en het kind weet niet wat achter betekent dan zal het de opdracht ook niet kunnen uitvoeren. Door te laten zien, door zelf de kikker achter de doos te leggen en daarbij te vertellen wat je doet laat je zien en horen wat de bedoeling is en kan het kind het verband gaan leggen. Zoals we eerder al schreven: dit proces van verbanden leggen gebeurt in de hersenen en kunnen wij niet zien of horen. We kunnen alleen waarnemen dat het kind op een gegeven moment een opdracht kan uitvoeren en dan kunnen we concluderen dat het verband gelegd heeft en dat het kind het begrip achter begrijpt en kan gebruiken.
dat kind het dan ook nog eens wil doen om het zo aan de andere kinderen die het nog niet begrijpen te laten zien. En als je dit principe goed begrijpt dan weet je ook dat je te allen tijde het goede voorbeeld mag laten zien! Juist omdat kinderen meer leren van hoe het door anderen gedaan wordt en minder door de woordelijke uitleg. Door te laten zien hoe jij met iets omgaat, leren kinderen hoe ze dat ook kunnen doen. Naast het zien is het dóen een wezenlijk onderdeel van het leerproces. Juist door het doen ervaren kinderen direct resultaat van hun handelen. Ze kunnen vervolgens ook hun manier, hun strategie aanpassen als dat nodig is en een ander resultaat halen. Een voorbeeld hiervan is: je kan vertellen over het bouwen van een toren met grote en kleine blokken, je kan het voordoen, je kan het een ander kind laten voordoen, en dan nog leert het kind door het zelf ook nog te doen dat het een stuk makkelijker is om een toren te bouwen met het grote blok onder en de kleinere blokken daarboven op. En, en, en dus. Een belangrijk uitgangspunt bij het proces van leren is het model van David Kolb, een psycholoog die onderzoek gedaan heeft naar de leerstijlen van mensen. Volgens hem zijn er 4 leerstijlen, en ieder mens heeft een voorkeur. Wel is het zo dat alle mensen alle leerstijlen nodig hebben om het hele proces te doorlopen om het beste leerresultaat te behalen. Deze 4 leerstijlen zijn: • Concreet ervaren, door te voelen. • Waarnemen en erover na denken wat gezien is.
Een kind legt makkelijker een verband met een woord als ze de handeling kan zien en ervaren.
• Abstracte begripsvorming, reflecteren en nadenken over de verschillende mogelijkheden en toepassingen. • Actief experimenteren, door te doen.
Het principe van leren door zien en doen kun je heel goed gebruiken door het zelf voordoen en ook door andere kinderen het te laten voordoen. Zoals gezegd leren kinderen juist door te kijken naar anderen, daarbij kijken ze nog meer naar leeftijdgenootjes dan naar volwassenen. Dus een ander kind iets te laten voordoen heeft nog meer effect dan het zelf voordoen. Bij Wiskids kun je zelf een activiteit voordoen en uitleggen, dan vragen welk kind het heeft begrepen en of
12
Wiskikker in de Wereld van Wiskids Basishouding
Ook kinderen gebruiken deze 4 leerstijlen om zich iets eigen te maken. Het is leuk dat je soms al kunt zien welke voorkeur een kind heeft. Er zijn kinderen die meteen overal aan zitten en alles willen voelen, vastpakken en uitproberen. Er zijn kinderen die wat meer afwachtend zijn en eerst van een afstandje staan te kijken. Door wel alle 4 de stijlen in een activiteit te gebruiken sluit je bij alle kinderen aan.
Begeleiden Ook al gaat Wiskids over wiskunde, we moeten daarbij wel gebruik maken van taal. Ook taal is een belangrijk onderdeel van Wiskids. Taal zet je in als middel om kinderen uit te dagen, aan het denken te zetten, aan te zetten tot experimenteren en om hen te helpen zich daarbij veilig te voelen. Sluit aan bij het taalniveau van het kind. Dit betekent niet dat je kinderachtig gaat praten of met verkleinwoorden zoals, handjes of voetjes. Kies woorden waarvan je denkt dat het kind die begrijpt. Als je vraag of boodschap niet overkomt, ga dan onderzoeken of je woorden onbekend waren. Even terug naar het eerdere voorbeeld: als je een kind vraagt om de kikker achter de doos te leggen en het kind weet niet wat het woord achter betekent dan zal het je opdracht ook niet kunnen uitvoeren. In dit geval is het goed om te checken of het kind begrijpt wat er met het woord achter bedoeld wordt. Naast het voordoen en zelf doen is taal dus een wezenlijk onderdeel van Wiskids. Het is goed om je bewust te zijn van je eigen taalgebruik. De manier waarop je iets zegt, je intonatie en ook de woordkeuze.
Juist in de opvoeding heeft de waarom-vraag deze lading gekregen. Door een andere vraag te stellen voorkom je dit en stimuleer je juist het denkproces. Een makkelijke andere vraag is de hoe-vraag. Hoe kom je bij deze oplossing? Hoe heb jij dan bedacht om dit te doen? Hoe zie jij dat dan? Hoe komt het dat je dit doet?
niet Het woord ‘niet’ zorgt ervoor dat je er eerst wel aan moet denken om vervolgens te bedenken dat je dat dus niet wil. Een voorbeeld is de opdracht: ‘Denk niet aan de paarse zebra’. Je zult je eerst een voorstelling moeten maken van een paarse zebra om dan te bedenken dat je er niet aan moet denken... Dus wordt de aandacht gericht op dat wat je juist wil voorkomen. Je maakt het jezelf en ook de ander een stuk makkelijker door te bedenken wat je dan wél wilt en daar naar te vragen. Zeker bij het uitleggen van activiteiten en in het geven van opdrachten
maar Het woord ‘maar’ maakt alles wat je daarvoor gezegd hebt of gezegd is door iemand anders, overbodig en irrelevant. En het kan de ander het gevoel geven dat wat hij/zij zegt er niet toe doet of het gevoel geven niet gehoord te worden. Een eenvoudige manier om het woord ‘maar’ te voorkomen is om daarvoor in de plaats het woord ‘en’ te zeggen.
eigenlijk Het woord ‘eigenlijk’ lijkt wel een beetje op het vorige. Door het woord ‘eigenlijk’ te gebruiken in een zin maak je wat je zegt overbodig en het geeft veel onduidelijkheid. Voorbeeld: ‘Eigenlijk zouden we naar buiten gaan...’. Ga je nu wel of niet naar buiten?
proberen Tips voor woorden die je beter kunt vermijden.
waarom Dit vraagt om een verklaring, om een uitleg, bijna om een verdediging van je handelen. Zeker als de waarom-vraag met een beetje strenge of afkeurende toon wordt gesteld.
Het woord ‘proberen’ geeft ruimte om iets niet te doen, geeft ruimte om iets te laten (mislukken). Je doet iets of je doet het niet. In beide gevallen levert het je een ervaring op waarvan je kan leren. En juist bij Wiskids gaat het om doen en ervaren. Dus je gaat de activiteiten doen en ervaren en daarmee ontdekken wat er allemaal te leren valt. Proberen kun je vaak vervangen door onderzoeken.
Wiskikker in de Wereld van Wiskids Basishouding
13
Wat te doen? • Communiceer met kinderen op een manier waardoor hun aandacht wordt gevestigd op de oplossing van een probleem. • Stimuleer kinderen door open vragen te stellen. (‘Vertel eens wat jullie aan het doen zijn … ’, ‘Hoe ben je daar op gekomen?’, ‘Kan het ook anders?’) • Laat kinderen zelf denken en stimuleer ze om verder te zoeken naar oplossingen en mogelijkheden, ga geen eigen oplossingen aandragen. Door ze vrij te laten denken en geen oordeel te geven of het antwoord goed of slecht is, creëer je ruimte voor inzicht en creativiteit. • Sluit aan bij de ontwikkeling van het kind en zorg voor een veilig klimaat waar niks fout is en er veel herhaling is. Er wordt ingespeeld op de initiatieven en eigen ideeën van het kind. Creëer een uitdagende omgeving. • Sluit aan bij waar kinderen mee bezig zijn, wat ze leuk vinden en ga samen aan de slag, waarbij je samen op ontdekkingsreis gaat.
Communiceer met kinderen Door te communiceren met kinderen over de oplossing van een probleem wordt hun aandacht gericht op het resultaat. En door aandacht te hebben voor het proces om dat resultaat te bereiken, begeleid je kinderen in het ontdekken van manieren, strategieën om tot oplossingen te komen. Het is belangrijk dat je kinderen stimuleert om vragen te stellen. Gebruik open vragen. Breng hierdoor het denkproces op gang en stimuleer het kind om over verschillende mogelijkheden na te denken en ze uit te proberen. ‘Vertel eens wat jullie aan het doen zijn … ’. Geef een kind de tijd om antwoord te geven. Tel in gedachten tot vijf in plaats van zelf direct het antwoord te geven. In een vertrouwde omgeving durven kinderen risico’s te nemen.
Voorbeeld ‘Is de toren van Vince even hoog als die van jou? Heeft zijn toren meer blokken dan die van jou? Hoeveel blokken?’ ‘Hoe ben je daarop gekomen?’
14
Wiskikker in de Wereld van Wiskids Basishouding
Voorbeeld
de ‘open’ vragen Een open vraag levert meer informatie op dan een gesloten vraag. Een open vraag laat zich niet zomaar met ja of nee beantwoorden. Vragen als ‘Wat zou er gebeuren als … ’, brengen het denkproces op gang en stimuleren het kind over verschillende mogelijkheden na te denken en ze uit te proberen. Met een eenvoudige open vraag kun je als pedagogisch medewerker controleren wat iemand weet of nog niet begrijpt en stimuleer je het eigen vrije denken. Als vuistregel kun je zeggen dat een open vraag altijd kan beginnen met wie, wat, waar, wanneer, waarmee en op welke wijze ofwel hoe.
gesloten vragen 1. Snap je het? 2. Denk je dat je het nu zelf kunt? 3. Lukt het? 4. Begrepen?
Vraag door, zodat je het denkproces van het kind op gang brengt en stimuleert en kan aansluiten bij het kind.
controlevragen en doorvragen Je hebt zojuist een instructie gegeven aan een kind. Om te controleren of hij jouw instructie heeft begrepen, kun je open vragen stellen in plaats van gesloten vragen. Doe het eens en ontdek het voor jezelf met de 6 W’s + H!
Voorbeeld open vragen 1. Kun jij aan Stijn vertellen wat we gaan doen? 2. Waardoor is deze toren het hoogst?
Wie?
3. Waar heb je dit al eens eerder gedaan?
Wat?
4. Hoe komt het dat de boeken nu niet meer passen op de plank? En waardoor kon het net wel?
Waar? Wanneer? Waardoor?
Waarmee? Hoe?
Praktijkverhaal ‘Na mijn eerste kennismaking met Wiskids besefte ik hoe weinig open vragen ik stelde. De kinderen hoefden geen antwoord meer te geven op mijn vragen, want dat had ik door mijn vraagstelling al gedaan. Door Wiskids ben ik bewuster bezig met het stellen van open vragen, niet alleen op het werk, maar ook privé. Ik sta regelmatig versteld van de antwoorden die ik krijg … ’
Wiskikker in de Wereld van Wiskids Basishouding
15
Sleutel in plaats van fout Een belangrijke basis voor kinderen is een veilig klimaat waar niks fout is en er veel herhaling is. Speel in op de initiatieven en eigen ideeën van het kind. De uitdaging voor de pedagogisch medewerker is de oplossing niet aan te dragen maar de kinderen zelf te laten denken en ze te stimuleren om verder te zoeken naar oplossingen en mogelijkheden. Door ze vrij te laten denken is er ook geen goed of fout antwoord. Het is belangrijk om de kinderen aan te moedigen om met hun leeftijdgenootjes over hun veronderstellingen en ideeën van gedachten te wisselen. De samenwerking met andere kinderen stimuleert ze tot zelfstandig denken. Als kinderen verschillende antwoorden op dezelfde vraag vinden, vormt dat een uitdaging om te vertellen hoe ze tot dat antwoord zijn gekomen. Ze worden aangespoord om bewijzen te zoeken voor hun oplossing. Tegelijkertijd merken ze dat wiskunde niet willekeurig of onbegrijpelijk is. Als volwassenen moeten we onze manier van denken veranderen. We moeten leren een foutje - iets dat een belangrijke stap in de ontwikkeling van het kind kan zijn te laten gebeuren, ook al strookt het niet met onze ideeën. Geef liever complimenten aan het kind, want ieder kind wil complimenten krijgen. We moeten leren dat ‘fout’ niets voor een kind betekent en aan ons de uitdaging om ons in zijn gedachtegang in te leven. Deze ons eigen te maken
16
Wiskikker in de Wereld van Wiskids Basishouding
en te zien als een indicatie van het ontwikkelingsniveau van het kind op dat moment.
Voorbeeld ‘Wat een knap plan, Job! Gewoon de auto’s dichter bij elkaar zetten en er dan een paar weghalen. Hoe kom je erop? Jij hebt Wiskikker goed geholpen!’
Elke ‘fout’ is een sleutel om het kind en zijn manier van denken te begrijpen, het denkproces op gang te brengen en te houden. Deze sleutel hebben we nodig om het kind beter te kunnen ondersteunen en begeleiden en samen op ontdekkingsreis te zijn!
Voorbeeld Als kinderen verschillende antwoorden op dezelfde vraag vinden: ‘Hoe ben je aan dit antwoord gekomen?’ Omdat het veel te veel tijd kost ieder kind aan de beurt te laten komen, vraag je: ‘Heeft iemand anders deze oplossing ook gevonden? Heeft iemand een andere oplossing? Hoe ben je erop gekomen? Vertel eens hoe je het probleem hebt aangepakt! Wat heb je eerst gedaan? En wat toen?’ Wanneer een kind vraagt: ‘Is dit goed?’, antwoord je: ‘Wat denk je zelf? Wat zou je kunnen doen om daarachter te komen?’ Of: ‘Vertel eens, hoe ben je daarop gekomen?’
Ouders en de methode Wiskids Ouders hebben de belangrijkste rol in de opvoeding van hun kinderen. De pedagogisch medewerkers zijn de partners van ouders bij de opvoeding als kinderen een of meerdere dagen naar de kinderopvang gaan. Voor ouders is het van belang dat kinderen een leuke dag hebben, contacten hebben met andere volwassenen, kunnen spelen met leeftijdgenootjes en onderdeel uitmaken van een groep. Het wordt steeds vanzelfsprekender dat ouders ook het ontwikkelen van sociale vaardigheden en aandacht voor persoonlijke competenties en talenten als een taak van de kinderopvang zien. Spelenderwijs leren, zonder dat het schools wordt of aan ‘eindtermen’ moet voldoen, is voor pedagogisch medewerkers een dagelijks terugkerend thema, waar een ontwikkelingsgericht activiteitenaanbod een belangrijk hulpmiddel bij is. Ook ouders waarderen deze opdracht die de kinderopvang zichzelf gesteld heeft en die vastgelegd is in de Wet Kinderopvang, als aanvulling op de opvoedingssituatie thuis.
Pedagogisch medewerkers halen nu meer uit de activiteiten, die met de kinderen gedaan worden. Het is een pedagogische verdieping. De methode Wiskids laat heel duidelijk zien dat kinderen altijd en overal leren! Dit wordt gestimuleerd door veilige en leuke situaties te creëren waarin het kind met dingen bezig gaat die aansluiten bij zijn eigen belevingswereld. Ouders wensen kindspecifieke informatie van de pedagogisch medewerker. Ouders willen niet alleen weten of de kinderen buiten hebben gespeeld, maar vooral wát hun kind buiten heeft gedaan en met wie het heeft gespeeld. Wiskids biedt een structuur die het makkelijker maakt om aan deze wens tegemoet te komen. Met Wiskids is het niet: ‘Hij heeft buiten gespeeld’ maar ‘We hebben samen ontdekt wat de hoogste glijbaan is of de grootste zandbak’. De methode helpt pedagogisch medewerkers om meer inhoud te geven aan thema’s en stimuleert de ontwikkeling van diverse competenties, wat de kwaliteit van de kinderopvang ten goede komt. Wiskids biedt kinderen, pedagogisch medewerkers, maar ook ouders de mogelijkheid om via een methode spelenderwijs op ontdekkingsreis te gaan in de wereld van wiskunde.
Praktijkverhaal ouderparticipatie ‘Met een groep kinderen ben ik op een dag aan de slag gegaan met Wiskids. We hadden het over vormen. Ik vroeg aan de kinderen of ze verschillende vormen kenden, konden benoemen en konden aanwijzen. De kinderen benoemden om beurten: cirkel, rondje, vierkant, rechthoek, driehoek. Ze gingen op zoek in de ruimte naar de verschillende vormen en wezen deze trots aan. Om de activiteit nog meer body te geven en de kinderen te laten ervaren hoe je vormen met je eigen lichaam kunt maken, vroeg ik of een groepje kinderen samen een cirkel konden maken, de andere kinderen mochten helpen of zeggen of ze het ‘goed of fout’ vonden en of zij het anders zouden doen. Een aantal dagen later kwam een vader van een kind bij mij, met de vraag wat wij met zijn kind hadden gedaan. Verbaasd vroeg ik waarom hij deze vraag stelde. De vader begon enthousiast te vertellen: zijn dochter had drie vriendinnetjes te spelen gehad en had ze de opdracht gegeven om samen een vorm te maken. Zo maakten ze samen een driehoek, een rondje en een vierkantje. Hij had gevraagd waar ze dat had geleerd en zijn dochter vertelde trots: op het kinderdagverblijf. Samen hebben we over het project Wiskids gesproken, waaruit bleek dat deze ouder het zeer positief vond dat wij spelen = leren op speelse wijze met wiskundige begrippen bezig zijn en dat het voor zijn dochter op een later tijdstip alleen maar voordelen op kan leveren.‘
Kinderen leren spelenderwijs
natasja
Wiskikker in de Wereld van Wiskids Ouders en de methode Wiskids
17
Praktijkverhaal introductie van wiskids: wiskikker is jarig! ‘Voor de allereerste introductie is het verhaal van Wiskikker aangepast. Wiskikker was helemaal naar Villa Vrolijk gesprongen en dat was zó ver dat hij de weg naar huis terug niet meer wist. Hij moest heel erg huilen. Mag Wiskikker bij Villa Vrolijk komen wonen? Ja natuurlijk! Wiskikker is bijna jarig. En: hij houdt van meten en tellen… De pedagogisch medewerkers zijn samen met een aantal kinderen boodschappen gaan halen om samen een verjaardagstaart te maken. Het wegen van de ingrediënten is een mooi Wiskids-aangrijpingspunt! ’s Middags is de verjaardag van Wiskikker gevierd, net zoals anders de verjaardagen van de kinderen worden gevierd. Wiskids-aangrijpingspunten daarbij waren: • Tellen van kinderen en verdelen van taartpunten; • Versje: hoeveel jaar ben jij? Steek je vingers op. En nu tellen wij: 1, 2, 3 … ; • Met de dobbelsteen gooien, ogen tellen en zoveel keren als je hebt gegooid mag je op de gong slaan; • Zingen: 1, 2, 3, 4 hoedje van papier. We hebben ook een thematafel gemaakt met daarop diverse materialen: de dobbelsteen op de 3; drie eendjes, drie frutsels, een muziekinstrumentje met een 3 erop en de vriendjes van Wiskikker: Sissy Slang, Pietje Panda, Boris Beer en Elly Eland. Er was voor Wiskikker een feestmuts en hij mocht in de verjaardagsstoel zitten. Er hingen ook slingers natuurlijk. Ook buiten de specifieke activiteiten zijn we steeds met Wiskikker bezig geweest; we hebben hem zoveel mogelijk overal mee naartoe genomen en laten meedoen. Zo kunnen kinderen vertrouwd met hem raken en heb je er zelf een ‘hulpmiddel’ bij als je Wiskids-bezigheden wilt doen. Een goed boek als hulp bij het tellen is: ‘Tellen gaat van 1 tot 10’ (Grote en Kleine Beer).’ hettie
18
Wiskikker in de Wereld van Wiskids Praktijkverhaal
2+ jr
Introductieverhaal Wiskikker in de Wereld van Wiskids Ergens hier heel veel sprongen vandaan woont een kikker die gek is op springen. Hij is niet alleen gek op springen, maar ook op tellen: ‘1 sprong, 2 sprongen, 3 sprongen…’, zo telt hij de hele dag. Daarom wordt hij Wiskikker genoemd. Wiskikker weet hoeveel sprongen het naar school is, hoeveel sprongen het naar de mooie vijver op de hoek is en hoeveel sprongen hij moet maken om bij zijn vriendje te komen.
doe idee Laat de kinderen tellen tot ze niet meer verder kunnen tellen.
doe idee Pak de koffer erbij en kijk samen wat er allemaal in zit.
Wiskikker weet zelfs hoeveel sprongen hij moet maken als hij eerst naar de vijver gaat en daarna naar zijn vriendje Kik. 3 sprongen naar de vijver, 4 sprongen naar zijn vriendje Kik … dat zijn 7 sprongen. Ze noemen dat rekenen …
Wiskids, willen jullie Wiskikker helpen bij zijn reis in de Wereld van Wiskids? Deze koffer zit vol met spulletjes die Wiskikker nodig heeft tijdens zijn reis. Wiskikker gebruikt de koffer ook om spullen in te doen die hij onderweg verzamelt.
Op een dag waarop de zon prachtig schijnt, wordt Wiskikker wakker. Hij is de hele dag vrij en heeft extra veel zin om te springen. ‘Vandaag ga ik naar de grote groene vijver in het bos en maak ik de mooiste en grootste sprongen die ik kan maken.’ Wiskikker gaat op pad en springt zo hoog en zo heerlijk dat hij de tel kwijtraakt. ‘1 sprong, 2 sprongen, 3 sprongen …’ zo telt hij door tot hij niet meer verder kan tellen … ‘Waar ben ik?’, denkt Wiskikker en hij kijkt om zich heen. Hij herkent niks of niemand meer … Hij is in de Wereld van Wiskids.
Wiskikker in de Wereld van Wiskids Introductieverhaal
19
2-3 jr
Het Land van Ratjetoe Wiskikker en de verzameleekhoorns Wiskikker kijkt om zich heen. ‘Hé, waar moet ik naartoe?’, denkt Wiskikker. ‘Overal waar ik kijk, liggen spullen. Ik kan niet meer springen, dit vind ik niet leuk.’ Hij ziet auto’s, blokken, knuffels en nog veel meer. ‘Hé, jij daar, wie ben jij?’ Wiskikker kijkt waar het stemmetje vandaan komt. Er kruipt een eekhoorn uit de boom naar beneden. ‘Ik ben Wiskikker’, zegt Wiskikker. ‘Ik ben verdrietig. Maar wie ben jij?’ ‘Ik ben de verzameleekhoorn. Dit is het land waar we dingen verzamelen. Waarom ben jij verdrietig?’ ‘Ik kan niet meer springen. Alles ligt vol met spullen,’ zegt Wiskikker. ‘Ik kan je daarmee helpen’, zegt de verzameleekhoorn. ‘Hoe dan?’, vraagt Wiskikker. ‘We leggen eerst alle auto’s bij elkaar, dan alle blokken en dan alle knuffels. We maken samen allerlei groepjes, dat heet sorteren. Als we klaar zijn, kun jij weer springen.’
Wiskids, willen jullie Wiskikker en de verzameleekhoorn helpen zodat Wiskikker weer kan springen?
Wiskikker in de Wereld van Wiskids Sorteren en groeperen
21
3+ jr
Het Land van Ratjetoe Wiskikker en de verzameleekhoorns
introductieliedje
Wiskikker kijkt om zich heen en ziet dat er helemaal geen plek meer is om te springen. Overal waar hij kijkt ligt wat: knuffels, boeken, stoelen, pennen, autootjes, schelpen en nog veel meer.
Wiskikker, Wiskikker,
Opeens hoort hij een klein stemmetje: ‘Hé jij daar, wie ben jij?’ Wiskikker ziet een klein eekhoorntje uit een boom naar beneden klimmen. ‘Ik ben Wiskikker en ik maak de mooiste sprongen van de wereld. Maar waar ben ik en wie ben jij?’ ‘Je bent in het Land van Ratjetoe’, zegt het eekhoorntje. ‘Het Land van Ratjetoe is een land waar van alles wat is en waar de verzameleekhoorns wonen, die gek zijn op verzamelen en sorteren. We verzamelen de hele dag en hebben allemaal onze eigen verzameling. Mijn naam is Steen. Ik verzamel de hele dag stenen en kijk welke stenen ik goed bij elkaar vind passen. De ene dag zoek ik grote stenen en kleine stenen en maak daarna een berg met de grote stenen en een berg met kleine stenen. De andere dag zoek ik gekleurde stenen. Ik maak een hoopje van de rode stenen, een hoopje van de witte stenen, een hoopje van de grijze stenen en een hoopje van de zwarte stenen. Dat noem je sorteren!’ Wiskikker zegt zachtjes tegen Steen: ‘Ik hou ook van verzamelen en sorteren, maar nog meer van springen en ik kan niet springen, omdat er overal wat ligt.’ ‘Nou, dat is toch geen probleem’, zegt Steen, ‘dan gaan we samen verzamelen en sorteren en dan kan jij weer verder springen!’
waar ben je nou? In het Land van Ratjetoe, kom maar gauw!
doe idee • Stenen zoeken en verzamelen en ze daarna sorteren • Met Pasen: eieren zoeken • In de herfst: blaadjes zoeken • Welke verzameling kan er in de koffer?
Wiskids, willen jullie Steen en Wiskikker helpen met verzamelen en sorteren, zodat Wiskikker weer verder kan springen? Wat een mooie verzamelingen en wat is het mooi schoon! Bedankt Wiskids!
Wiskikker in de Wereld van Wiskids Sorteren en groeperen
23
Door bewust spelenderwijs met sorteren en groeperen bezig te zijn, ontwikkelen kinderen zich in het: • waarnemen van eigenschappen; • logisch denken; • uitbreiden van woordenschat; • leggen van relaties; • vormen van categorieën.
Sorteren en groeperen Het ordenen van verzamelingen introductie Kinderen vinden het heerlijk om dingen te verzamelen om ze vervolgens te ordenen. Eerst leert een kind dingen in zijn omgeving een naam te geven: papa, mama, bal, etc. Vervolgens leert een kind wat hij ziet, hoort, proeft en voelt onder woorden te brengen; heet, hard, rood, etc. Op grond van overeenkomstige kenmerken en eigenschappen kunnen ze sorteren. Tegelijkertijd leren ze relaties en hoeveelheden te beschrijven. Bij het sorteren staan voor jonge kinderen de eigenschappen los van de soort objecten die bij elkaar horen. Als kinderen nog maar net bezig zijn met dingen te benoemen, zullen ze sorteren op soort of kleur en pas daarna op andere eigenschappen. Het maken van groepen op basis van kenmerken en daarbinnen onderscheid maken tussen de verschillende eigenschappen is een grote stap in de ontwikkeling. De volgende eigenschappen zijn meestal in groeperingen terug te vinden: kleur, tijd, ruimte, materie, vorm, afmetingen, structuur en proces.
bouwfasen
1
Concrete
fase
• Sorteren op naam: hier auto’s en daar geen auto’s • Sorteren op kleur: hier de blauwe auto’s, daar de rode
2 Overgangsfase • Sorteren op eigenschappen: raceauto’s, vrachtauto’s, bussen • Verdelen in twee categorieën: knopen met twee en vier gaten, ronde en vierkante knopen, rode en witte knopen • Benoemen van categorieën • Abstracte fase
wat is van belang bij sorteren en groeperen? Het is belangrijk dat kinderen: • plezier beleven aan het verzamelen van dingen met bepaalde eigenschappen; • zelf dingen kiezen die bij elkaar passen; • verschillende eigenschappen zien; • zichtbare eigenschappen beschrijven;
3 Abstracte fase • Een object kan in verschillende groepen ingedeeld worden: een knoop met twee gaten is rood of groen, dof of glimmend. • Verzamelingen die elkaar overlappen, horen wel bij elkaar door de kleur rood: vierkante, ronde, grote, kleine knopen.
• categorieën uit eigenschappen afleiden.
Wiskikker in de Wereld van Wiskids Sorteren en groeperen
25
Praktijkverhaal sorteren, vergelijken én tellen In de gymzaal had ik, met hoepel, matten en klimtoestellen, een school, een vijver en een plek waar Wiskikker en zijn vriendjes speelden gemaakt. De hoepels stonden voor het aantal sprongen dat Wiskikker maakte. Tijdens het eetmoment in de keuken kondigde ik, zoals we dat altijd doen, de activiteit aan. Ze wisten wel een beetje wat er ging gebeuren, omdat ik al een keer eerder eenzelfde soort activiteit had gedaan. Ook de wat oudere kinderen (7 en 8 jaar) wilden meedoen. Dit had ik niet verwacht. Diegenen die mee wilden doen, trokken hun schoenen uit en gingen mee naar de gymzaal, waar ik ze vroeg op de twee banken te gaan zitten. Zonder dat de kinderen het zelf doorhadden, verzonnen ze zelf de eerste opdracht. ‘Hier de meisjes en daar de jongens’, riep iemand en zoef, daar gebeurde het dat de jongens op het linkerbankje gingen zitten en de meisjes op de rechterbank. Kinderen die het niet meteen doorhadden of wat verlegen waren, werden geholpen. Geen probleem. Toen iedereen zat riep Björn verbolgen: ‘Hé, iets klopt er niet!’ En dat was ook zo, want Anne zat tussen de jongens. Maar hoe Björn en de andere kinderen ook bleven aandringen, zij bleef zitten waar ze zat. En Björn bleef het maar niets vinden. Ik vertelde ze het verhaal over Wiskikker die van sprongetjes maken hield. ‘Elke keer als hij sprongen maakte, telde hij 1 sprong, 2 sprongen, 3 sprongen … Als vanzelf telden alle kinderen mee. Ik liet ze tellen tot waar ze konden. Sommigen telden probleemloos door tot 100. Daarna werd het lastiger. De volgende activiteit was het spel waarin de kinderen van hoepel naar hoepel mochten springen, van de school tot aan de vijver, om vervolgens het aantal sprongetjes in te kleuren in de bolletjes op het blad. De oudere kinderen wilden graag helpen, maar in hun enthousiasme namen ze het helemaal over. Een volgende keer laat ik ze het aantal sprongen zelf op een blad invullen maar dan geen bolletjes inkleuren, maar cijfers opschrijven. De kinderen waren fanatiek. Opvallend is dat ze echt sprongen gingen maken. Ook de oudere kinderen. Zij hadden namelijk ook gewoon het aantal hoepels kunnen tellen. Daarna konden de kinderen bij het klimtoestel proberen hoe hoog ze konden springen. Dit deden ze door de sport waar ze bij konden aan te tikken. Hoe hoger, hoe meer sporten ze konden tellen. Op mijn vraag hoe het komt dat de een hoger springt dan de ander, kwamen de volgende twee antwoorden. • Omdat sommigen hoger kunnen springen. • Sommige kinderen zijn groter.
26
Wiskikker in de Wereld van Wiskids Sorteren en groeperen
Dus spontaan werd de volgende activiteit bedacht. ‘Hoe kun je meten wie er groter is?’ ‘Simpel’, zegt er een, ‘met je ruggen tegen elkaar gaan staan.’ Op een rijtje gaan staan van klein naar groot was een uitdaging. Hoe begin je? Een mooie taak voor de oudere kinderen die spontaan de kinderen gingen verplaatsen. Af en toe ruggen tegen elkaar en dan kijken wie er dan net wel of niet ietsje groter was. Uiteindelijk stond er een rij. Björn snapte er weer niets van. ‘Hoe kan dat nou? Ik ben 5 en ik ben groter dan hij en hij is 6. Dat kan toch niet?’ Snel een foto maken. ‘Ja maar, Fleur staat op haar tenen’, was de reactie van iemand toen hij de foto terug zag. Zijn conclusie: ‘Nou klopt het niet!’ Het opruimen van de hoepels gebeurde door de kinderen te laten sorteren. Ik gaf kinderen een hoepel en vroeg ze de hoepels te pakken die erbij hoorden. Uiteraard werden toen alle hoepels per kleur gesorteerd. Het grappige was dat toen ik vroeg: ‘Zijn de hoepels hetzelfde?’, ze erachter kwamen dat niet alle blauwe hoepels hetzelfde waren. Er waren geribbelde, hoekige en ronde hoepels. Toen alle hoepels op een stapel lagen, hebben we een lange slang van alle hoepels gemaakt. Ik zorgde dat de slang richting materialenhok ging. Ik ging verder met mijn verhaal over Wiskikker. Over dat hij veel verder springt dan zijn gebruikelijke sprongetjes naar school, de vijver en zijn vriendjes. Omdat hij dat doet, verdwaalt hij. Ik nodigde de kinderen uit om samen via de hoepels de sprongen van Wiskikker te maken om hem te zoeken. Samen telden we ondertussen het aantal sprongen. Toen ze bij de laatste hoepel waren, zagen ze Wiskikker met de koffer. Ze pakten de koffer met Wiskikker uit het hok. Enthousiast riepen ze dat ze een schatkist gevonden hadden en na het openen werd alles eruit gehaald en werd ermee gespeeld. Terwijl de kinderen met de inhoud van de kist aan het spelen waren, kwamen de ouders binnendruppelen om hun kind op te halen. De kinderen vertelden enthousiast over de kist en wilden eigenlijk nog niet mee. Ik legde uit wat Wiskids inhoudt. De ouders reageerden allemaal positief. ‘Oh, dat is leuk!’ of ‘Wat goed, zeg.’ Op een gegeven moment kwam de moeder van Björn binnen. Ook zij reageerde enthousiast. Toen ik haar vertelde over de verbazing van Björn, reageerde ze meteen: ‘Oh… ik weet al precies wat er is gebeurd. Dat kan er bij onze Björn niet in. Iemand van 6 is groter dan iemand van 5. En dat is voor hem zo en hij snapt er niets van als dat anders is.’ Remco komt de dag na de introductieactiviteit van Wiskids de groep in. Hij tikt mij aan en als ik kijk, wijst hij naar de kist. Waarop ik aan hem vraag: ‘Moet ik hem pakken?’ en hij gretig ja knikt. mirjam
Wiskikker in de Wereld van Wiskids Sorteren en groeperen
27
Sorteren en groeperen Activiteitenkaarten Afhankelijk van de leeftijd en de ontwikkeling van een kind kun je de activiteiten inzetten om kinderen spelenderwijs met sorteren en groeperen te laten werken.
Kaart
Werkvorm
Soort activiteit
1.
Aan tafel
Dagelijkse activiteit
2.
Blokken opruimen
Dagelijkse activiteit
3.
Knuffels uit mand
Keuzeactiviteit
4.
Oma’s knopendoos
Keuzeactiviteit
5.
De keukenprins(es)
Keuzeactiviteit
6.
Cadeautjes
Keuzeactiviteit
7.
Allemaal auto’s
Keuzeactiviteit
8.
In de natuur
Groepsactiviteit
9.
Wie hoort bij wie?
Groepsactiviteit
10.
Foto’s van thuis
Groepsactiviteit
Wiskikker in de Wereld van Wiskids Sorteren en groeperen
29
Sorteren en groeperen kaart 1
Aan tafel 1
Concrete fase
Wat staat er op tafel? Laat de kinderen alles benoemen. Wat hoort bij elkaar? De bordjes, de mesjes, de vorkjes, de bekers, het zoete beleg, het hartige beleg…
Duur
2 Overgangsfase
10 minuten
Wat is verschillend, maar hoort eigenlijk wel bij elkaar? De bordjes en de bekers, want dat is het servies. De mesjes en de vorkjes, want dat is het bestek. De worst en de kaas, want dat is het hartige beleg.
Soort Dagelijkse activiteit
Nodig Gedekte tafel
3
Abstracte fase
Breid de subgroepjes nog verder uit. Combineer het met tafel dekken of afruimen. Geef bijvoorbeeld een aantal kinderen een taak. Bijvoorbeeld: Jij mag zo het servies naar de keuken brengen, of: Jij mag straks het bestek opruimen. (De tafel is zó leeg!)
! Tip Kinderen van de buitenschoolse opvang vinden het geweldig om om de beurt de taken te verdelen als er afgeruimd moet worden.
30
Wiskikker in de Wereld van Wiskids Sorteren en groeperen
Sorteren en groeperen kaart 2
Blokken opruimen 1
Concrete fase
Als kinderen zijn uitgespeeld, kun je het opruimen interessant maken door ze de blokken te laten sorteren. Welke blokken horen bij elkaar? Kinderen kunnen de blokken sorteren op eigenschappen (vorm, grootte of kleur). Zo kunnen de grote driehoeken bij elkaar en de kleine driehoeken bij elkaar.
2 Overgangsfase
Duur 10-15 minuten
Kan het ook nog op een andere manier? Kinderen kunnen de blokken nu op een andere wijze sorteren, door bijvoorbeeld te kijken naar één eigenschap, zoals wel dezelfde vorm, maar verschil in grootte en kleur.
Soort Dagelijkse activiteit
3
Abstracte fase
Zijn er nog meer manieren? Kinderen kunnen de blokken nu sorteren op verschillende eigenschappen, waardoor ze een overlap zien in categorieën. Bijvoorbeeld een grote groene, dikke driehoek kan bij de verzameling van grote driehoeken, maar ook bij de groene blokken of bij de dikke blokken.
Nodig Blokkendoos met verschillende soorten blokken van verschillende grootte, vorm en kleur
! Tip Opruimen gebeurt dagelijks. Door er een spel van te maken, vinden kinderen het leuk om je mee te helpen. Daag kinderen uit door ze elke keer op een andere manier te laten sorteren. Dit natuurlijk ook met andere materialen die opgeruimd moeten worden. Zing een liedje bij het opruimen. Bijvoorbeeld: De blokken in de doos, de blokken in de doos, hé, ho Victoria, de blokken in de doos.
Wiskikker in de Wereld van Wiskids Sorteren en groeperen
31
Sorteren en groeperen kaart 3
Knuffels uit de mand 1
Duur
Concrete fase
De knuffels zitten in een mand; ze willen er graag uit en zoeken vriendjes. Kunnen jullie daarbij helpen? Stimuleer kinderen om groepjes van knuffels te maken. Vaak sorteren ze in deze fase op soort en kleur. Als laatste blijft Wiskikker over, die vraagt aan de andere knuffels: ‘Wie wil mijn vriendje zijn?’ Kinderen roepen bijvoorbeeld de slangen, omdat die ook groen zijn. Andere combinaties zijn natuurlijk ook mogelijk.
20-30 minuten
Soort Keuzeactiviteit
Nodig Diverse soorten knuffels, bijvoorbeeld: - 3 slangen - 4 muizen (2 witte en 2 zwarte) - 3 olifanten - 3 herten - 3 honden - 3 schapen
2 Overgangsfase Prikkel de kinderen om ook te kijken of ze op een andere manier vriendjes bij elkaar kunnen zoeken. Laat kinderen in deze fase ervaren dat je knuffels ook op andere, minder voor de hand liggende eigenschappen kunt sorteren. Bijvoorbeeld enge en lieve knuffels. Ook kunnen ze de witte en zwarte muizen groeperen of de witte schapen en witte muizen bij elkaar leggen.
3
Abstracte fase
Kinderen kunnen vaststellen dat een knuffel in verschillende categorieën kan worden ingedeeld. Een muis kan bijvoorbeeld wit of zwart zijn. Ze zien de diverse overlappingen zonder daarvoor de knuffels al feitelijk neer te leggen in groepjes.
! Tip De verzameling knuffels vraagt natuurlijk om uitbreiding! Je kunt in plaats van knuffels ook andere voorwerpen gebruiken, maar zorg dat je van elke soort voldoende hebt en dat er gezamenlijke eigenschappen zijn. Denk hierbij aan kleur, grootte, hard, zacht, etc.
32
Wiskikker in de Wereld van Wiskids Sorteren en groeperen
Sorteren en groeperen kaart 4
Oma’s knopendoos 1
Concrete fase
Oma spaart knopen en die heeft Wiskikker gekregen. Nu wil Wiskikker zien wat voor knopen er allemaal in de doos zitten. ‘Kunnen jullie Wiskikker helpen om groepjes te maken van de knopen die bij elkaar horen?’ Kinderen zullen al snel op de eigenschap kleur sorteren, maar het kan ook zijn dat ze sorteren op een andere eigenschap, bijvoorbeeld grootte of doffe en glimmende knopen.
2 Overgangsfase Stimuleer kinderen die eraan toe zijn om te onderzoeken wat nog meer overeenkomstige eigenschappen kunnen zijn en laat ze daarop sorteren. Zij zullen meerdere eigenschappen ontdekken: de knopen hebben een verschillende grootte, sommige knopen hebben twee gaten of vier gaten. Er zijn glimmende en doffe knopen. De een is rond en de ander vierkant.
3
Abstracte fase
Laat kinderen die eraan toe zijn ook binnen een verzameling sorteren op eigenschappen. De rode knopen zijn misschien onder te verdelen in kleine, middelgrote en grote knopen. Deze zijn verder te verdelen in doffe en glimmende knopen en deze zijn weer onder te verdelen in knopen met twee gaten en met vier gaten. Een knoop met twee gaten kan rood of groen, dof of glimmend zijn.
Duur 15-30 minuten
Soort Keuzeactiviteit
Nodig Diverse soorten knopen met verschillende eigenschappen qua: - kleur - grootte - vorm - aantal gaten
! Tip Maak foto’s, zodat kinderen de verschillen zien en zelf ontdekken. Dit maakt het tevens inzichtelijk voor ouders, kinderen gaan hierover namelijk vast thuis vertellen!
Wiskikker in de Wereld van Wiskids Sorteren en groeperen
33
Sorteren en groeperen kaart 5
De keukenprins(es) 1
Concrete fase
Kinderen kunnen de materialen ordenen op soort: pannen bij pannen, lepels bij lepels, brood bij brood, etc.
2 Overgangsfase Duur 15-30 minuten
Soort
Vraag aan de kinderen wat Wiskikker gaat eten, welke spullen Wiskikker nodig heeft om te koken en met welke spullen Wiskikker aan tafel kan eten. Kijk hoe ze sorteren en stimuleer bijvoorbeeld: • kookgerei: pan, deksel, spatel, vergiet, etc. • serviesgoed: borden, bestek, beker, etc.
Keuzeactiviteit • etenswaren: brood, groente, fruit, drinken, etc.
Nodig
3
Materialen uit de ‘kookhoek’: - kookgerei: pannen, deksels, koekenpan, vergiet, schaal, pollepels, spatels, theepot, etc.
Abstracte fase
Wiskikker wil samen met een vriendje eten. Laat de kinderen voor twee personen de spullen van een menukaart bij elkaar zoeken, een lijst met benodigd serviesgoed en een lijst met kookgerei.
- servies en bestek: borden, bekers, kopjes en schotels, lepels, vorken, messen
! Tip
- eten: groenten, fruit, brood, eitjes, etc.
Richt een hoek in waar kinderen keukentje en restaurantje kunnen spelen, met een speelgoedfornuis, een tafeltje met stoelen, etc. Ter stimulering van de fantasie kun je kinderen zich laten verkleden als een kok met een schort en een koksmuts.
- eventueel menukaart, schort, etc. Bij wat oudere kinderen kun je ze gerechtjes laten samenstellen met de aanwezige spullen en misschien nog een menukaart laten maken.
34
Wiskikker in de Wereld van Wiskids Sorteren en groeperen
Sorteren en groeperen kaart 6
Cadeautjes 1
Concrete fase
De kinderen kunnen de verzameling cadeauversieringen groeperen. Dit zullen ze waarschijnlijk eerst doen op basis van kleur. Ook kun je de kinderen spulletjes laten inpakken, versieren en weer uitpakken … Kun je zien of voelen wat een ander heeft ingepakt?
2 Overgangsfase
Duur
Kan het ook nog op een andere manier? Laat kinderen ontdekken dat ze de versiering ook op andere manieren kunnen sorteren, bijvoorbeeld op grootte of versieringen voor jongens en voor meisjes of glimmend en dof.
30 minuten
3
Soort Keuzeactiviteit
Abstracte fase
Kinderen zien dat een versiering in diverse verzamelingen past op basis van één of een combinatie van eigenschappen. Zwarte strikjes kunnen bij zwarte strikjes maar ook bij zwart inpakpapier of bij inpaktasjes die wit zijn met zwarte nopjes.
Nodig Een grote hoeveelheid knutselmateriaal, zoals cadeauversieringen, inpakpapier, ballonnen en inpaklinten
! Tip Breid de verzameling uit met bijvoorbeeld inpaklinten, ballonnen, verschillende soorten pakpapier. Deze activiteit leent zich uitstekend om te koppelen aan een verjaardag, Moederdag of Sinterklaas.
Wiskikker in de Wereld van Wiskids Sorteren en groeperen
35
Sorteren en groeperen kaart 7
Allemaal auto’s 1
Concrete fase
Laat de kinderen de auto’s sorteren. Waarschijnlijk gebeurt dat eerst op kleur.
2 Overgangsfase
Duur 15-30 minuten
Soort
Bedenk varianten voor het sorteren. Dus niet alleen op kleur, maar ook op andere eigenschappen zoals type, hulpdiensten, alleen voor personen of alleen voor vrachtvervoer, mooi of niet mooi, of ze snel of langzaam rijden, op aantal raampjes, etc.
3
Abstracte fase
Keuzeactiviteit
Nodig Veel verschillende soorten en kleuren auto’s, zoals personenauto’s, vrachtauto’s, politieauto’s, brandweerauto’s, ambulances, tractors, hijskranen, bussen, etc.
Lok de kinderen uit om te bedenken in welke andere categorieën een auto ook kan vallen: qua kleur, auto’s van één kleur en auto’s met meerdere kleuren, open dak of geen open dak. Kinderen in deze fase zien, ook zonder auto’s te verplaatsen, al in welke andere categorie een auto ook nog thuishoort.
! Tip Dit werkt pas echt goed als je veel auto’s hebt! Vraag aan ouders of ze oude autootjes inleveren of kijk eens op een rommelmarkt; er zijn autootjes genoeg!
36
Wiskikker in de Wereld van Wiskids Sorteren en groeperen
Sorteren en groeperen kaart 8
In de natuur 1
Concrete fase
Ga met de kinderen naar buiten. Dat kan je eigen speelplein zijn, maar spannender is natuurlijk een wandeling naar het park, het bos of de heide. Laat de kinderen zoeken naar mooie blaadjes, takjes, steentjes, etc. Alles wat maar los ligt en ze mooi vinden mag mee. Als je terug bent, gooi je alles op een grote tafel en vraag je de kinderen om dat wat bij elkaar hoort bij elkaar te leggen. In het meest waarschijnlijke geval gaan de kinderen op soort sorteren, maar alles is goed, dus als een kind sorteert op hard of zacht is dat natuurlijk ook goed. Laat de kinderen vertellen hoe ze sorteren en waarom.
2
Duur 30-45 minuten
Soort
Overgangsfase
Groepsactiviteit Door het sorteren zijn er groepjes ontstaan. Praat met de kinderen over de mogelijkheden om verder te sorteren. Hoort dat groene takje niet bijvoorbeeld ook bij dat groene blaadje vanwege de kleur? En horen takjes en blaadjes niet bij elkaar omdat ze beide van een boom komen? Zo ontstaan er subgroepjes. Maak de groepjes niet alleen inzichtelijk door ze apart te leggen, maar maak het concreet door bijvoorbeeld alles op een groot stuk papier te leggen en er cirkels omheen te tekenen. Om de takjes en de blaadjes bijvoorbeeld een grote cirkel en in die cirkel weer twee kleinere om de blaadjes en de takjes te scheiden.
3
Nodig Plastic zakken om de gevonden dingen in mee te nemen
Abstracte fase
De subgroepen kunnen eindeloos variëren. Kunnen de kinderen zelf een manier bedenken om te laten zien wat bij elkaar hoort? De blaadjes en de takjes horen bij elkaar, maar zijn verschillende dingen.
lees verder >
Wiskikker in de Wereld van Wiskids Sorteren en groeperen
37
! Tip Is het sorteren klaar? Nu kan je alles vastplakken op het grote stuk papier. Je kunt ook stukken touw gebruiken die je om de groepjes heen legt.
38
Wiskikker in de Wereld van Wiskids Sorteren en groeperen
Sorteren en groeperen kaart 9
Wie hoort bij wie? 1
Concrete fase
Een groep kinderen verzamelt zich binnen of buiten. Je vraagt aan de kinderen: ‘Willen alle kinderen met een rood shirt bij elkaar gaan staan, willen alle kinderen met een blauw shirt bij elkaar gaan staan, enzovoort’. Zo kun je tal van groepjes vormen, kijkend naar wat kinderen voor kleren aan hebben, maar ook haarkleur, oogkleur, huidskleur, jongen/meisje, soort schoenen, bril, oorbellen.
2 Overgangsfase Prikkel kinderen om ook te kijken wat nog meer bij elkaar kan of wat overeenkomsten zijn, zodat ze zelf groepjes gaan maken. Heel voorzichtig kun je de stap maken om twee overeenkomsten te benoemen: jongens met een rode trui.
3
Duur 15 minuten
Soort Groepsactiviteit
Abstracte fase
In de overgangsfase heb je al voorzichtig de stap gemaakt met het sorteren/benoemen van twee overeenkomsten. Probeer nu de verzameling uit te breiden: meisjes met roze in de kleren én blauwe ogen én lang haar. Vraag kinderen zelf of ze groepjes kunnen maken met bepaalde overeenkomsten, en vraag aan de rest van de groep waarop zij denken dat dit kind heeft gesorteerd. Kinderen leren hierdoor verbanden te leggen.
! Tip Bij jonge kinderen maak je de verzameling niet te groot, oudere kinderen kunnen al gerichter kijken/onderzoeken. Prikkel de groep, maar overvraag ze niet. Als een kind het even niet begrijpt, laat andere kinderen helpen. Probeer zelf zo min mogelijk antwoorden te geven.
Wiskikker in de Wereld van Wiskids Sorteren en groeperen
39
Sorteren en groeperen kaart 10
Foto’s van thuis 1
Concrete fase
Vraag de kinderen (of hun ouders) een foto van thuis mee te nemen. Bijvoorbeeld een babyfoto, een vakantiefoto, een familiefoto, een foto van het huis, etc. Praat met de kinderen over deze foto’s. Je kunt het hebben over groot en klein, oud of jong, nu of vroeger, plaats waar de foto is genomen, de familie.
Duur
2 Overgangsfase
30 minuten
Soort Groepsactiviteit
Nodig - Foto’s van de kinderen - Foto’s van jezelf
Vooral foto’s van de kinderen zelf zijn geschikt om op volgorde te leggen. Groot en klein, oud en jong, etc.
3
Abstracte fase
Foto’s van een kind in verschillende leeftijden zijn geschikt om in een tijdslijn te zetten. Jaartallen corresponderend met de leeftijden geven een duidelijk overzicht. Je kunt dan verder praten over ‘toen ik er nog niet was’; of: ‘later als ik groot ben’. Ook plaatjes van beroepen kunnen soms in de tijdslijn geplaatst worden.
! Tip Bij de BSO is het leuk om met al je collega’s baby- of kinderfoto’s mee te nemen. De kinderen moeten dan raden wie wie is. Hoe oud was je toen en hoe lang is dat dan geleden?
40
Wiskikker in de Wereld van Wiskids Sorteren en groeperen
2-3 jr
Het Land van Regelmaat Wiskikker en Fladder de Vlinder Wiskikker springt verder met mooie, grote sprongen. ‘Waar ben ik nu?’ Wiskikker kijkt om zich heen en ziet alleen maar zand. ‘Wat is het hier mooi!’, roept Wiskikker.
doe idee • Kunnen jullie aanwijzen wat er hetzelfde is aan Fladder?
Dan ziet hij een bord. Er staat op: ‘Het Land van Regelmaat’. Opeens kriebelt er wat op Wiskikkers kop. Hé, wat is dat? Een mooie vlinder fladdert om hem heen. ‘Dag kikker, ik ben Fladder de vlinder.’ ‘Hallo, ik ben Wiskikker. Waarom fladder jij zo om me heen?’, vraagt Wiskikker. ‘Ik kijk of jij er aan allebei de kanten hetzelfde uitziet. Kijk, mijn vleugel ziet er aan die kant hetzelfde uit als aan die kant.’ Samen met Fladder gaat Wiskikker op zoek in het Land van Regelmaat. ‘Nu snap ik het’, zegt Wiskikker. ‘Ik kan zelf ook een patroon maken. Kijk, ik spring, ik spring, ik spring heel ver, ik spring, ik spring, ik spring heel ver, ik spring, ik spring en dan… (spring ik heel ver).
Wiskids, kunnen jullie ook een patroon springen?
Wiskikker in de Wereld van Wiskids Patronen
43
3+ jr
Het Land van Regelmaat Wiskikker en Fladder de Vlinder
introductieliedje
Plof, plof, plof, daar springt Wiskikker over het witte zandstrand. Soms wordt Wiskikker opgetild door de wind van zee en kan hij daardoor extra ver springen. ‘Wat is het hier prachtig!’, roept Wiskikker. Wiskikker woont zelf in het bos en heeft nog nooit zoveel zand bij elkaar gezien.
Wiskikker, Wiskikker, waar ben je nou? In het Land van Regelmaat, kom maar gauw!
Wiskikker leest op een bordje: ‘Het Zandstrand van Regelmaat’. Opeens kriebelt er wat op Wiskikkers kop. Hé, wat is dat? Een prachtige vlinder fladdert om hem heen. ‘Dag kikker, ik ben Fladder de vlinder en wie ben jij?’ ‘Ik ben Wiskikker’, zegt Wiskikker. Fladder fladdert om Wiskikker heen. ‘Wat ben je aan het doen?’, vraagt Wiskikker. ‘Ik ben op zoek naar je patroon. Je bent in het Land van Regelmaat. Wij zijn altijd op zoek naar patronen en symmetrie… naar regelmaat.’ Wiskikker knikt, maar hij snapt er eigenlijk helemaal niks van.
doe idee • Zoeken naar symmetrie bij blaadjes van de bomen • Patronen zoeken bij schelpen, lieveheersbeestjes of spinnen • Kijken naar elkaars kleren, wie heeft er eenpatroon?
Wiskids, kunnen jullie Wiskikker helpen met het zoeken naar patronen en symmetrie? Wiskikker roept: ‘Bedankt Wiskids, ik geloof dat ik het nu snap!’
Wiskikker in de Wereld van Wiskids Patronen
45
Samen met Fladder gaat Wiskikker op zoek in het Land van Regelmaat. Ze ontdekken van alles: schelpen die in een patroon liggen, zandkastelen die symmetrisch zijn, de patronen in de golven op de zee…
doe idee • Zelf patronen maken door om en om jongen/meisje te gaan staan in een rij • Ga met de kinderen naar buiten en laat ze om de beurt een patroon springen. De kinderen doen elkaar na. • Vouwblaadje dubbelvouwen en een halve kikker tekenen en uitknippen, sla het vouwblaadje open en je hebt een kikker. • Laat de kinderen met een spiegel symmetrie ontdekken.
46
Wiskikker in de Wereld van Wiskids Patronen
Wiskikker kijkt naar Fladder. ‘Nu zie ik jouw regelmaat. Drie rondjes boven en een rondje onder en aan de andere kant zie ik precies hetzelfde. Je bent symmetrisch!’ Fladder kijkt naar Wiskikker. ‘Tja, laat me eens naar jou kijken. Aan de ene kant van je lijf heb je een oog en twee poten om mee te springen, en aan de andere kant ook. Zie je, jij bent ook symmetrisch!’ Wiskikker is dolblij, zo blij dat hij een prachtig patroon springt.
Wiskids, Zien jullie welk patroon Wiskikker heeft gesprongen?
Regelmatigheden geven een gevoel van zekerheid en maakt dat kinderen gebeurtenissen beter kunnen voorspellen.
Patronen Herhaling van vormen of eigenschappen introductie Het vinden van regelmatigheden en verbanden is een belangrijk hulpmiddel bij het oplossen van problemen. Je kunt hierdoor iets meten en voorspellen wat er zal komen. In de natuur zijn ontelbaar veel patronen te vinden. Na de lente komt de zomer, dan de herfst en de winter. Kinderen zijn altijd op zoek naar verbanden en regelmatigheden, omdat ze de wereld willen begrijpen. Als kinderen dit soort verbanden zien, ontwikkelen ze al snel hun eigen patronen en logica. In de opbouw van een patroon zal een kind eerst de basiskenmerken gaan herkennen. Bijvoorbeeld: een streepjestrui in de kleuren blauw-geel. De regelmatigheid die daarin terug te vinden is, is goed te benoemen voor een jong kind. Ze herkennen relaties en kunnen steeds beter generaliseren. Na het spelen gaan we eten, na een nacht komt er weer een dag. Regelmatigheden geven een gevoel van zekerheid en maakt dat kinderen gebeurtenissen beter kunnen voorspellen.
bouwfasen
1
Concrete
fase
• Patronen met lichamen: eentje zit - eentje staat - eentje zit. Wat komt er nu? • Verbinden van patroon met ‘klappen en knippen’ • Appel - banaan - appel - banaan/A - B - A - B
2 Overgangsfase • Kinderen leren concrete patronen te abstraheren • Herkennen van relatie: appel - peer/rood - geel
Door bewust spelenderwijs met sorteren en groeperen bezig te zijn, ontwikkelen kinderen zich in het: • herkennen van herhaling van vormen of eigenschappen; • ontdekken en zelf maken van samenhangen en regelmatigheden; • begrijpen dat patronen de taal van de natuur is (mensen, vlinders, spinnen, bladeren).
wat is van belang bij patronen? Het is belangrijk dat kinderen:
• Het leggen van rode en gele blokjes onder het fruit
3 Abstracte fase • Pop - blok/rood - geel; A - B / 1 - 2 • Rijtje met patronen tekenen en er symbolen mee verbinden
• het leuk vinden om patronen te ontdekken; • experimenteren met patronen en er een systeem in ontdekken; • patronen ontdekken, beschrijven en aanvullen in voorwerpen, muziek en bewegingen.
Wiskikker in de Wereld van Wiskids Patronen
49
Praktijkverhaal wiskikker verovert harten Nadat we twee keer een activiteit met Wiskikker en zijn spannende koffer hebben gedaan, komt een drie en een half jarige peuter mij enigszins in verwarring ophalen! Zij spreekt Nederlands met daar doorheen ook wat Spaans. ‘Niet goed Wiskikker’, weet ze mij te melden. Ik laat me mee leiden en we komen uit bij de mandjes waaruit een Humankind-kikker steekt. Een ander kind heeft deze knuffel mee als bedknuffel. ’Wiskikker koffer’, weet ze me te vertellen, ‘niet goed mandje.’ Nu snap ik haar ongerustheid. Ze denkt dat Wiskikker door een ander kind mee naar huis wordt genomen! Hier moeten we even wat duidelijkheid scheppen. ‘Kom maar mee’, zeg ik en we lopen samen naar de Wiskids-koffer met daar bovenop de enige echte Wiskikker. De opluchting is van haar gezicht af te lezen. ‘Ik koes Wiskikker.’ Ja, dat lijkt me een heel goed plan. Wiskikker wordt innig omarmd en krijgt een dikke kus! Wiskikker blijkt in korte tijd harten te veroveren…! sandra
50
Wiskikker in de Wereld van Wiskids Patronen
Patronen Activiteitenkaarten Afhankelijk van de leeftijd en de ontwikkeling van een kind kun je de activiteiten inzetten om kinderen spelenderwijs met patronen te laten werken.
Kaart
Werkvorm
Soort activiteit
1.
Speelgoedpatroon
Keuzeactiviteit
2.
Zandpatronen
Keuzeactiviteit
3.
Slinger maken
Keuzeactiviteit
4.
De lichtbak
Keuzeactiviteit
5.
Torens bouwen
Keuzeactiviteit
6.
Mozaïek spiegelen
Keuzeactiviteit
7.
Patronen knippen
Keuzeactiviteit
8.
Fladder de vlinder
Keuzeactiviteit
9.
Patronen in je kleding
Groepsactiviteit
10.
Dansen en klappen
Groepsactiviteit
Wiskikker in de Wereld van Wiskids Patronen
51
Patronen kaart 1
Speelgoedpatroon 1
Concrete fase
Maak een patroon met verschillende gekleurde vormen. Laat de kinderen het patroon waarmee jij begon, afmaken. Je kunt hiervoor ook ander materiaal gebruiken, maar houd het bij deze stap nog eenvoudig. De vorm mag niet afleiden van de activiteit. En neem niet te veel voorwerpen; twee is voldoende om te beginnen.
Duur
2 Overgangsfase
15-30 minuten
Keuzeactiviteit
Maak op tafel weer een patroon van eenvoudige vormen. Vraag aan de kinderen om daaronder hetzelfde patroon te maken, maar dan met andere spullen, bijvoorbeeld (kleine) knuffels, badeendjes, autootjes in verschillende kleuren, boerderijdieren. Let er wel even op dat je van elk soort voldoende hebt om het patroon mee te maken…
Nodig
Soort
- Diverse soorten speelgoed - Speelgoedpatroon
3
Abstracte fase
Vraag de kinderen om een patroon in symbolen te tekenen op papier. Ze kunnen zelf verzinnen welk symbool ze willen nemen voor de blauwe vorm en welk voor de rode vorm, etc. Het gaat erom dat er hetzelfde ritme in zit als in het origineel dat op tafel ligt.
! Tip Herhaal het leggen van patronen, zodat een kind kan ontdekken dat er een systeem in zit.
52
Wiskikker in de Wereld van Wiskids Patronen
Patronen kaart 2
Zandpatronen 1
Concrete fase
In de zandtafel of in de zandbak kun je kinderen een patroon laten maken met allerlei verschillende materialen. Laat ze maar ontdekken wat voor patronen er ontstaan als ze met een zandvormpje of een hark of hun hand of schoen een afdruk maken en dat herhalen. Dat kan bijvoorbeeld met een afdruk van twee verschillende zandvormpjes. Laat ze om en om een afdruk maken en daarna hun gemaakte patroon bewonderen.
2 Overgangsfase Kinderen maken allemaal een afdruk van een vormpje of een schoen in het zand, bestuderen deze afdruk en vergelijken deze met het vormpje of de schoen. Als er meer afdrukken zijn gemaakt, kunnen ze proberen hun eigen afdruk te zoeken met het vormpje of de schoen in de hand om te kunnen vergelijken. Dit kun je uitbreiden met een moeilijker patroon, bijvoorbeeld twee keer een rondje en dan een driehoek. Of door meerdere vormen te gebruiken. Begin met een patroon en vraag aan de kinderen wat erna komt.
3
Abstracte fase
Kinderen herkennen de verschillende afdrukken zonder eerst een afdruk te hebben gemaakt. Laat ze met behulp van symbolen een patroon namaken. Bijvoorbeeld: A / BBB / A / BBB / A.
Duur 15-30 minuten
Soort Keuzeactiviteit
Nodig Zandtafel of zandbak Diverse materialen waar je patronen mee kunt maken, zoals: - zandvormpjes - harkjes - emmers - schoenen
! Tip Je kunt ook allerlei natuurlijke materialen gebruiken, zoals takjes, eikels, blaadjes, om een patroon te laten maken. Met de verschillende afdrukken kun je ook patronen maken in de sneeuw. Bij oudere kinderen kun je er een soort detectivespelletje van maken … Wat hoort bij welke afdruk?
Wiskikker in de Wereld van Wiskids Patronen
53
Patronen kaart 3
Slinger maken 1
Duur 20-30 minuten
Soort
Concrete fase
Laat de kinderen zien hoe je een strookje papier met de eindjes aan elkaar kunt plakken zodat er een ring ontstaat. Haal er een volgend strookje van een andere kleur doorheen en plak die ook weer met de eindjes aan elkaar. Vraag aan de kinderen welke kleur strookje er nu omheen moet. Er ontstaat een slinger van twee kleuren, om en om. Laat de kinderen dit zelf afmaken. Als laatste koppel je alle stukken aan elkaar, zodat er een lange slinger ontstaat.
2 Overgangsfase Varieer de reeks. Bijvoorbeeld twee om twee, of twee om één (nog steeds met twee kleuren).
Keuzeactiviteit
Nodig Gekleurde strookjes papier
3
Abstracte fase
Breid de kleurenreeks uit met drie of meer kleuren. Laat de kinderen hun eigen reeks maken en laat ze vertellen wat ze doen. Wat is jouw patroon?
! Tip Rond een verjaardag kun je allerlei activiteiten bedenken. Een taart versieren met mooie patronen, bijvoorbeeld.
54
Wiskikker in de Wereld van Wiskids Patronen
Patronen kaart 4
De lichtbak 1
Concrete fase
Je gaat aan de slag met de lichtbak: als je zand op de lichtbak doet, kun je verschillende patronen maken met verschillende voorwerpen, bijvoorbeeld een kam of een stokje. Laat de kinderen de verschillende patronen ontdekken. Het licht van de lichtbak maakt het geheel nog spannender en uitdagender. Als je geen zand wilt gebruiken, kun je gekleurde of doorzichtige vormen gebruiken. Laat kinderen patronen maken van verschillende vormen of kleuren.
Duur 15 minuten
2 Overgangsfase
Soort
In de overgangsfase kun je aan kinderen vragen patronen van vormen en kleuren te maken. Ook kun je patronen herkennen in röntgenfoto’s van bijvoorbeeld gewervelde dieren. Vraag of ze nu ook patronen herkennen.
Keuzeactiviteit
3
Abstracte fase
Laat kinderen verschillende patronen zien of leggen op de lichtbak. Ken er een symbool aan toe, bijvoorbeeld een stokje = 1, een blaadje = 2. Dat wordt 1, 2, 1, 2, enz.
Nodig - Lichtbak - Metselzand - Kammetjes/stokjes - Gekleurde/doorzichtige vormen - Röntgenfoto’s
! Tip Je kunt deze activiteit prima door een kind alleen laten doen of met een vriendje, zodat ze samen kunnen babbelen over wat ze ontdekken. Bijvoorbeeld een leuke activiteit als de kleinsten ’s middags slapen.
Wiskikker in de Wereld van Wiskids Patronen
55
Patronen kaart 5
Torens bouwen 1
Concrete fase
Duur
De kinderen zitten in een kring om een stapel blokjes. Jij neemt (bijvoorbeeld) een rood en een geel blokje en maakt daar een klein torentje van. Je vraagt de kinderen om dit na te bouwen; de kinderen pakken zelf de blokjes die ze daarbij willen gebruiken. Laat elk kind benoemen wat het heeft gebouwd. Je kunt daarbij bijvoorbeeld vragen: ‘Hoe ziet jouw torentje eruit? Welke kleur nam je eerst en welke zit er bovenop?’ Je kunt samen de kleuren opnoemen en zo het patroon ook ‘hoorbaar’ maken.
30 minuten
2 Overgangsfase
Soort Keuzeactiviteit
Nodig
Als kinderen daaraan toe zijn, kunnen ze een stapje verder. Je maakt, net als hiervoor beschreven, een voorbeeld-torentje en laat de kinderen dit namaken. Je vraagt een kind om nog een blokje bovenop het torentje te zetten; alle andere kinderen (en jijzelf) maken dit na. Een ander kind kiest een volgend blokje kiezen en zo wordt de toren hoger.
3
Abstracte fase
Duplo-blokken of Lego-blokjes De kinderen krijgen al doende veel plezier in het maken van patronen. Je kunt hen nu zelf patronen laten verzinnen en laten maken met de blokjes. Stimuleer dat ze elkaar helpen en dat ze tussendoor benoemen welke kleuren ze gebruikten. Probeer hen zelf te laten ontdekken of ze hun patroon consequent hebben volgehouden.
! Tip Bij deze activiteit is het erg belangrijk de kinderen de kleuren te laten benoemen. Het benoemen en horen ondersteunt het zien. Dit maakt dat kinderen goed zelf kunnen ontdekken of ze een patroon exact namaakten, zonder dat jij moet spreken in termen van goed of fout. Deze activiteit leent zich er ook goed voor om kinderen uit te nodigen elkaar te helpen. In de abstracte fase zouden ze de opdracht (zelf een patroon maken) ook goed in duo’s kunnen doen.
56
Wiskikker in de Wereld van Wiskids Patronen
Patronen kaart 6
Mozaïek spiegelen 1
Concrete fase
Gebruik met jonge kinderen in plaats van tegeltjes verschillende vormen en kleuren van plastic. Leg een patroon en laat de kinderen proberen dit na te leggen. Begin makkelijk.
2 Overgangsfase Gaat het de kinderen goed af, maak het patroon dan moeilijker. Je kunt de spiegel gebruiken, en samen patronen ontdekken door dingen te spiegelen. De kinderen proberen het hele patroon dat ze zien na te leggen.
3
Abstracte fase
Kinderen gaan zelf patronen maken aan de hand van een mozaïek werkstuk. Met de kleine stukjes tegels worden patronen gemaakt en vastgelijmd. Als het werkstuk klaar is, kun je weer spiegelen en praten over de bevindingen.
! Tip Praat met kinderen over patronen: wat zijn patronen, kun je patronen herkennen en benoemen? Bijvoorbeeld: de kleren die je aan hebt, patronen van dingen in de ruimte. Laat kinderen met een spiegel ontdekken dat een patroon een herhaling van iets is. Bijvoorbeeld van vormen of kleuren.
Duur 15-30 minuten
Soort Keuzeactiviteit
Nodig - Stukjes tegels in verschillende kleuren - Lijm - Voegsel - Tangetje - Spiegel
Wiskikker in de Wereld van Wiskids Patronen
57
Patronen kaart 7
Patronen knippen 1
Concrete fase
Kinderen krijgen een vouwblaadje. Je laat zien dat je dit in tweeën kunt vouwen of in drieën of misschien nog vaker. Er ontstaat een patroon van hokjes in het blaadje.
Duur 15-30 minuten
Soort
2 Overgangsfase Dan vraag je aan de kinderen wat er zal gebeuren als je in het dubbelgevouwen blaadje gaat knippen. Eerst een knipje in het midden, dan een knipje aan de zijkant. Etc.
3
Abstracte fase
Keuzeactiviteit
Nodig - Vouwblaadjes - Witte vellen papier - Potlood - Schaar
Kunnen de kinderen voorspellen wat er gaat gebeuren na elke knip? Kijk met elkaar naar de resultaten. Er zijn allerlei patronen ontstaan. Daarna kunnen de kinderen hun eigen patronenblaadje gaan maken.
! Tip Als kinderen eraan toe zijn, kun je een reep papier pakken. Deze vouw je op. Je tekent er bijvoorbeeld een poppetje, een poes of een huis op. Dit ga je uitknippen, maar zorg ervoor dat de vouwkanten op enkele plekken dicht blijven. Nadat je het uitgevouwen hebt, zie je een rij van figuren. Je kunt de kinderen de figuurtjes nog in laten kleuren, ook weer in een bepaald patroon. Bijvoorbeeld rood poppetje, blauw poppetje, rood poppetje, etc.
58
Wiskikker in de Wereld van Wiskids Patronen
Patronen kaart 8
Fladder de vlinder 1
Concrete fase
Fladder de vlinder vraagt aan de kinderen of ze weten wat een patroon is. Zij gaat de kinderen laten zien dat ook zij een patroon heeft. Je laat het plaatje van Fladder de vlinder zien en praat met de kinderen of ze overeenkomsten zien, vergelijk de helften met elkaar.
2 Overgangsfase
Duur
Fladder de vlinder heeft ook een spiegel meegenomen en laat aan de kinderen zien dat haar ene kant gelijk is aan de andere kant door te spiegelen.
15-30 minuten
3
Abstracte fase
De kinderen gaan nu zelf een vlinder knutselen. Laat ze op één kant van dubbelgevouwen papier een halve vlinder tekenen, tegen de vouwlijn aan. Laat ze vervolgens de vlinder uitknippen of prikken of scheuren. Vouw het blad nu open en je ziet een hele vlinder ontstaan.
! Tip
Soort Keuzeactiviteit
Nodig - Papier - Verf - Eventueel schaar (scheuren kan ook) - Spiegel - Plaatje van Fladder de vlinder
Je kunt de kinderen ook een klodder verf tussen een dubbelgevouwen blaadje laten doen. Openvouwen; ze zien nu dat hetzelfde patroon aan de andere kant van het blaadje is gedrukt.
Wiskikker in de Wereld van Wiskids Patronen
59
Patronen kaart 9
Patronen in je kleding 1
Duur
Concrete fase
Wat voor kleding hebben we vandaag aan? Kunnen we daar ergens een patroon in ontdekken? Bijvoorbeeld: een kind heeft een gestreepte trui aan. Wat voor kleuren hebben die strepen? Benoem ze eens om de beurt (eventueel voordoen door op te zeggen, bijvoorbeeld: blauw - wit - blauw, etc.) Doe dat met de hele groep tegelijk. Een ander kind heeft geruite sokken. Is dat ook een patroon? De ketting van de pedagogisch medewerker heeft ook een patroon …
10-15 minuten
Soort Groepsactiviteit
Nodig
2 Overgangsfase Knip uit papier een aantal T-shirts (of sokken) en laat de kinderen de patronen namaken met verf, stroken papier of stift. Kun je ook je eigen patroon maken?
3
- Neem zelf een streepjesshirt mee, voor het geval niemand een patroon heeft - Groot wit vel papier - Schaar - Papierstroken in verschillende kleuren - Verf - Stiften
60
Wiskikker in de Wereld van Wiskids Patronen
Abstracte fase
Als je de patronen een cijfer geeft, kun je een getallenreeks maken. Eerst op de shirts of sokken leggen en daarna in een reeks (naast elkaar).
Patronen kaart 10
Dansen en klappen 1
Concrete fase
Laat kinderen verschillende bewegingen herhalen: twee stappen vooruit, twee stappen achteruit. Als dit goed gaat, kun je uitbreiden en aan de stappen bijvoorbeeld twee keer klappen in je hand toevoegen. Dit kun je zo vaak herhalen als de kinderen zin hebben en dan met bewegingspatronen die de kinderen zelf mee verzinnen.
2 Overgangsfase
Duur 30 minuten
Je gaat nu voor de verschillende elementen in het patroon een symbool kiezen. Bijvoorbeeld: een banaan is klappen en een peer is stampen. Leg de stukken fruit in een patroon en ga daarbij de bewegingen en geluiden maken. Start met banaan - peer - banaan - peer. Als dit goed gaat, kun je gaan variëren. Bijvoorbeeld banaan - banaan - peer - banaan - banaan - peer, etc.
3
Soort Groepsactiviteit
Abstracte fase
Maak weer een patroon, maar dan met symbolen. Bijvoorbeeld gekleurde stukjes papier. Of (bij de oudere kinderen) letters of muzieknoten. Spreek af bij welk symbool welk geluid of welke beweging hoort. Leg dan de symbolen in een bepaalde volgorde en ga het patroon omzetten in de afgesproken geluiden of bewegingen. Als dit goed lukt en de kinderen vinden het leuk, kun je met de symbolen ingewikkelder patronen maken. Of je neemt er meer symbolen bij.
! Tip Bereid een paar dansjes voor, zodat je gelijk aan de slag kunt.
Wiskikker in de Wereld van Wiskids Patronen
61
2-3 jr
Het Land van Oneindig Wiskikker en de tellende fruitapen Wiskikker heeft honger gekregen van al dat springen. Hij hoort een geluid in zijn buik. Elke keer als hij springt, hoort hij: knor. Wiskikker ziet allemaal bomen waar fruit aan groeit. Hij ziet appelbomen, perenbomen, pruimenbomen en zelfs bananenbomen. Wiskikker plukt twee appels uit de appelboom. ‘Hé, wie ben jij, en wat ben jij aan het doen?’, vraagt een aapje. ‘Ik heb honger en ik vind fruit heel lekker’, zegt Wiskikker. ‘Ik ben een fruitaapje’, zegt het aapje. ‘Ik ben gek op fruit en vind tellen heel leuk. Jij hebt één, twee stukjes fruit’, telt het fruitaapje. ‘Ik moet voor al mijn vriendjes een stukje fruit meenemen. Tel je met me mee?’, vraagt het fruitaapje. ‘Ik heb drie vriendjes en ik wil zelf ook een stukje fruit’, zegt het fruitaapje. ‘Eén appel voor Stijn, Eén banaan voor Kiki, Eén peer voor Sem, en één pruim voor mezelf. Hoeveel stukjes fruit heb ik nu geplukt?’
Wiskids, willen jullie Wiskikker helpen met tellen?
Wiskikker in de Wereld van Wiskids Getallen
63
3+ jr
Het Land van Oneindig Wiskikker en de tellende fruitapen
introductieliedje
Wiskikker heeft heel erge trek gekregen van al dat springen. Bij elke sprong die hij maakt, knort zijn maag.
Wiskikker, Wiskikker,
Sprong - knor - sprong - knor - sprong - knor …
waar ben je nou? In het Land van Oneindig, kom maar gauw!
Wiskikker gaat op zoek naar eten. Langs de weg staan allemaal fruitbomen. Appelbomen, perenbomen, pruimenbomen en Wiskikker ziet zelfs bananenbomen! Van achter de bomen komt een groepje apen tevoorschijn. ‘Hallo, wij zijn de fruitapen en wij zijn gek op tellen.’ ‘Dag’, zegt Wiskikker, ‘dat is leuk, ik ben ook gek op tellen.’ De fruitapen vertellen dat ze alles tellen wat ze tegenkomen. Zo heeft deze appelboom zes appels en die daarnaast maar twee appels.
doe idee • Verhaal is goed te gebruiken voorafgaand aan het fruit eten. • Vraag of de kinderen thuis ook fruitbomen in de tuin hebben of gebruik een boekje met fruitbomen.
Wiskikker kijkt rond en ziet nu overal apen die tellen. Ze tellen blaadjes, fruit, maar ook de stippen op een lieveheersbeestje. Dan knort Wiskikkers maag heel hard en de fruitapen moeten erg lachen. ‘Kom jij maar snel met ons mee om te eten, maar dan moet je wel met ons meetellen!’ Wiskikker springt achter de fruitapen aan en samen klimmen ze in een grote boomhut boven in een sinaasappelboom. In de boomhut staat een tafel met stoeltjes, gedekt met bordjes. ‘Nu mag jij alles tellen!’, roepen de fruitapen enthousiast.
Wiskids, willen jullie Wiskikker helpen met tellen?
Wiskikker in de Wereld van Wiskids Getallen
65
Wiskikker telt vier fruitapen, vier bordjes, vier stoeltjes, vier boterhammen, vier bananen en vier heerlijke koeken.
doe idee
De fruitapen gaan op hun eigen stoeltje zitten en krijgen ieder een boterham, een banaan en een heerlijke koek. De fruitapen zien hoe Wiskikker beteuterd naar de fruitapen staat te kijken, omdat er niks voor hem is overgebleven.
• Tellen hoeveel kinderen er zijn • Tellen hoeveel fruit er op tafel ligt • Tellen hoeveel bordjes er zijn
De fruitapen beginnen te lachen. ‘Erg goed gedaan, Wiskikker. Als beloning krijg je van ons een stoeltje en een bordje.’ De kleinste fruitaap rent naar de keuken en komt terug met een boterham, een banaan en een heerlijke koek. ‘Zo, Wiskikker: voor jou.’
• Tellen hoeveel stoeltjes er zijn • Zet Wiskikker ook op een stoel en geef hem een bordje en een stukje fruit.
66
Wiskikker in de Wereld van Wiskids Getallen
Smakelijk eten Wiskikker, smakelijk eten fruitapen, smakelijk eten Wiskids!
Het is belangrijk dat kinderen plezier beleven aan het zoveel mogelijk tellen.
Getallen Bij getallen gaat het om het tellen van een eindig aantal dingen introductie Getallen roepen al vroeg de interesse op van jonge kinderen. Vaak kunnen de allerkleinsten al de getallen opzeggen als een uit het hoofd geleerd rijmpje. In verbinding met echte objecten komen de getallen pas tot leven en worden ze begrijpelijk. Het concept van een getal, bijvoorbeeld ‘3’, is moeilijk te begrijpen, omdat kinderen het niet met hun eigen ogen kunnen zien. Het is kennis die we niet kunnen aanleren, maar door een kind zelf moet
weetje
worden samengesteld en in een logisch geheel ingepast. Een kind construeren.
Er zijn heel veel liedjes en versjes waarbij je telt, bijvoorbeeld:
Het begrijpen van het concept ‘getal’ en het samenstellen van
1, 2, 3, 4, hoedje van papier
moet vaak drie voorwerpen tellen, voordat hij het concept ‘3’ kan
bijbehorende kennis is een ontwikkelproces dat grofweg in drie principes verloopt:
De zevensprong
1. insluiting;
Stapper de stap
2. één-op-één verband; 3. behoud van aantal.
insluiting Jonge kinderen tellen afzonderlijk en zien niet dat één en twee al in drie besloten ligt. Zij zien getallen alleen als namen voor cijfers die ze opzeggen als ze ergens naar wijzen. Ze moeten dan nog leren dat, hoe je de blokjes ook neerlegt of ordent, drie altijd één en twee omvat.
Voorbeeld Als ik de driejarige Max vraag hoeveel blokjes er op de grond liggen, zegt hij: ‘Een, twee, drie.’ Als ik zou vragen naar de drie, dan zou hij waarschijnlijk het derde blokje aanwijzen.
Wiskikker in de Wereld van Wiskids Getallen
69
één-op-één verband Als jonge kinderen tellen, slaan ze nog wel eens een cijfer over. Het kan ook voorkomen dat ze er één te veel tellen. Er liggen vier ballen, maar er worden er vijf geteld. Ze moeten dan nog leren dat ze moeten stoppen met tellen zodra ze bij het laatste object zijn aangekomen. Als een kind één getal aan één voorwerp toekent, heeft hij het principe van het één-op-één verband begrepen.
behoud van aantal Jonge kinderen beoordelen de wereld op uiterlijke schijn. Als een rij met vijf gele eendjes langer is dan de rij met vijf rode eendjes, dan is in hun logica de conclusie dat er meer gele eendjes zijn.
Door een rode eend te koppelen aan een gele eend, zien ze dat het evenveel is.
Als een kind snapt dat het aantal in een rij niet verandert, hoe lang of kort de rij ook is, dan weet hij dat zes eendjes altijd met zijn zessen zijn, ook al bedek je er twee met je hand. Dan begrijpt het kind het principe van behoud van aantal.
70
Wiskikker in de Wereld van Wiskids Getallen
wat is van belang bij getallen? Het is belangrijk dat kinderen plezier beleven aan het zoveel mogelijk tellen.
bouwfasen 1. Concrete fase
1
Concrete • Begrijpen dat een getalswaarde hoort bij elk ding dat wordt geteld. Dat kan door vaak te tellen! • Begrijpen dat als een getallenreeks met één wordt uitgebreid als er één element aan een bepaalde verzameling wordt toegevoegd (optellen).
2. Overgangsfase (met hoeveelheden van 1-8) • Zich voor kunnen stellen dat je van het laatstgenoemde getal naar het daarvoor genoemde getal moet teruggaan als er van een getelde verzameling één element wordt weggehaald (aftrekken). • Kunnen bepalen welke van de twee verzamelingen groter of kleiner is.
fase
• Paarsgewijs ordenen: tafel dekken voor drie kinderen of drie konijntjes voeren met drie wortels. • Getallen visualiseren: Het getal ‘4’ als een verzameling van vier punten/met verschillende materialen tellen = inprenting in het geheugen.
2 Overgangsfase • Kinderen kunnen verschillende combinaties zien tot vijf. 5 = 3 en 2; 4 en 1; 5 en 0, etc. Als ze meteen zien dat het om vijf gaat, ligt de weg naar abstracte voorstellingen open. • Kaarten met getallen neerleggen om de verschillende combinaties te laten zien (kaartspel pesten, hoger/lager).
3. Abstracte fase (met hoeveelheden groter dan 8) • Zich voor kunnen stellen dat je van het laatstgenoemde getal naar het daarvoor genoemde getal moet teruggaan als er van een getelde verzameling één element wordt weggehaald (aftrekken). • Kunnen bepalen welke van de twee verzamelingen groter of kleiner is. • Twee verzamelingen met elkaar in verband kunnen brengen, ze kunnen vergelijken en kunnen zeggen dat de ene verzameling twee of drie elementen minder of meer heeft dan de andere.
• Een kaart met een cijfer erop (1, 2, 3, etc.) wordt bij een hoeveelheid dingen gelegd. Bij twee spinnen wordt het cijfer 2 gelegd.
3 Abstracte fase • Vergelijken van meer of minder. • Kinderen kunnen werken met uitsluitend symbolen.
• Met symbolen kunnen werken.
Wiskikker in de Wereld van Wiskids Getallen
71
Praktijkverhaal
alles is goed! Nou, daar gaan we dan, de eerste echte activiteit. Ik heb het plan in mijn hoofd, we gaan de eendjes uit de kist ordenen en de kleuren benoemen en tellen. Wiskikker leidt de activiteit in, hij springt en spreekt de kinderen aan, ze vinden het reuzespannend. Dan komen de eendjes tevoorschijn, we tellen, sorteren op kleur en benoemen de kleuren. De kinderen helpen elkaar en wachten redelijk op hun beurt. Tja… het wordt nu wel wat saaier, de kinderen belanden in een fantasiespel met de eendjes, hmm, misschien toch wat minder aan mijn plan vasthouden, want ALLES IS GOED! Al zingend van ’Alle eendjes zwemmen in het water’ ontstaat er een nieuw spel. We vullen de grote afwasbak met water en de eendjes kunnen echt zwemmen!! Ik gooi de termen drijven en zinken erin. De steentjes uit de kist zinken, de bakjes drijven, er worden allerlei spullen getest, de lol is groot en de kinderen steeds natter …! Op mijn vraag of wij mensen kunnen drijven, antwoordt een echte Wiskid: ‘Alleen als je een zwemdiploma hebt!!’ Terugkijkend op deze activiteit is het mooi om te zien dat je, door niet te star aan je plan vast te houden, een hele leuke en inspirerende activiteit hebt waar de kinderen en jezelf van kunnen genieten! sandra
72
Wiskikker in de Wereld van Wiskids Getallen
Getallen Activiteitenkaarten Afhankelijk van de leeftijd en de ontwikkeling van een kind kun je de activiteiten inzetten om kinderen spelenderwijs met getallen te laten werken.
Kaart
Werkvorm
Soort activiteit
1.
Tafel dekken
Dagelijkse activiteit
2.
Bekers stapelen
Dagelijkse activiteit
3.
Fruit eten
Dagelijkse activiteit
4.
Welke schoen heb jij?
Dagelijkse activiteit
5.
Het bekerspel
Keuzeactiviteit
6.
Drinken: bekers tellen
Dagelijkse activiteit
7.
Schelpen dobbelen
Keuzeactiviteit
8.
Bouwblokken opruimen
Dagelijkse activiteit
9.
Babyeendjes
Groepsactiviteit
10.
De cijferslang
Keuzeactiviteit
Wiskikker in de Wereld van Wiskids Getallen
73
Getallen kaart 1
Tafel dekken 1
Concrete fase
Tijdens de lunch of met een drinkmoment kun je kinderen laten meehelpen om de tafel te dekken. Geef elk kindje een beker. Laat het kind meetellen en vraag: ‘Hoeveel bekers hebben we nu?’. Dit kun je doen met borden, lepels, vorken, etc.
Duur
2 Overgangsfase
10 minuten
Hoeveel kinderen hebben we? Laat het kind daarna het benodigde aantal bekers, borden en bestek pakken en uitdelen.
Soort
3
Abstracte fase
Dagelijkse activiteit
Nodig - Borden - Bekers - Bestek
74
Wiskikker in de Wereld van Wiskids Getallen
Laat een kind de tafel dekken aan de hand van een lijst. Teken of schrijf bijvoorbeeld: 5 borden, 5 bekers, 1 brood, 1 pak melk, etc.
! Tip Begin met kleine aantallen en breid daarna uit.
Getallen kaart 2
Bekers stapelen 1
Concrete fase
Na het drinken zetten de kinderen zelf hun bekers weg. Tel met de kinderen hoeveel bekers er in één stapel staan of kunnen.
2 Overgangsfase Dezelfde handelingen als hierboven, maar laat de kinderen dan de bekers stapelen op kleur. Ga met de kinderen tellen. Tel het aantal kleure of stapels. En tel het aantal bekers per kleur of stapel.
3
Abstracte fase
Duur 5-10 minuten
Soort Dagelijkse activiteit
Geef voor het drinken bekers van verschillende hoogte. Laat de kinderen hun beker wegzetten. Daarbij stapelen ze soort bij soort. Vraag welke stapel de meeste bekers heeft. Ga daarna tellen. Is de hoogste stapel ook de stapel met de meeste bekers? Of zijn het minder bekers, maar wel heel grote? En staan er meer bekers in de stapel met de kleintjes, terwijl deze minder hoog is?
Nodig Bekers in verschillende kleuren
Wiskikker in de Wereld van Wiskids Getallen
75
Getallen kaart 3
Fruit eten 1
Concrete fase
Als je het fruit schilt en snijdt waar de kinderen bij zijn, kun je hiermee ontzettend veel: tellen, sorteren en vergelijken. Bijvoorbeeld:
Duur
• Houd appels omhoog en vraag hoeveel dit er zijn. • Idem met ander fruit.
10 minuten
Soort Dagelijkse activiteit
• Laat zien dat je van één stuk fruit meerdere blokjes kunt maken. Tel deze. En vraag: hebben we nu genoeg voor alle kinderen? • Tijdens het fruit eten, als de schaal rondgaat of een kind uitdeelt: vraag of er nog genoeg is voor alle kinderen. Of moet er nog fruit worden schoongemaakt? • Hierbij kun je ook perfect vergelijken en sorteren: welke typen fruit hebben we? Welke kleuren appels? Zijn ze verschillend van grootte?
! Tip Door het fruit aan tafel te schillen met de kinderen erbij, in plaats van apart in de keuken, zien je collega’s je aanpak en wat het oplevert. Door het gewoon te doen leer je van elkaar in de praktijk.
76
Wiskikker in de Wereld van Wiskids Getallen
Getallen kaart 4
Welke schoen heb jij? 1
Concrete fase
Als jullie van plan zijn naar buiten te gaan, grijp je de gelegenheid aan om te tellen. Je kunt daarbij het type schoen als onderwerp nemen. Kinderen gaan even in een kring staan (hieraan hoeven niet alle kinderen uit de groep mee te doen) en je gaat samen tellen: hoeveel sandalen zien jullie? En hoeveel slippers of schoenen met veters? Dit kun je ook doen met mutsen, sjaals, wanten, jassen of vesten, etc. Het gaat om het zien van de verschillende typen en om het tellen.
Duur 10 minuten
2 Overgangsfase Als jullie naar buiten gaan, ga je weer typen schoenen tellen. Je kunt bijvoorbeeld aan de kinderen met sandalen vragen om alvast bij de deur te gaan staan. Je telt, samen met de kinderen, hoeveel kinderen sandalen dragen en al bij de deur staan.
Soort Dagelijkse activiteit
Dan wend je je tot de kinderen met een ander soort schoenen. Vraag elk kind met een ander soort schoenen om een sandalen-kind een hand te geven, zodat ze twee-aan-twee naar buiten kunnen. Blijven er kinderen over? Zijn er dan meer kinderen mét sandalen of zijn er meer kinderen met een ander soort schoenen? En als jij (als pedagogisch medewerker) jezelf meetelt, hoe zien de groepen er dan uit?
3
Abstracte fase
Stel, het is heel mooi weer en de kinderen gaan zonder schoenen in de zandbak spelen. Groepeer met de kinderen die daar zin in hebben, de uitgetrokken schoenen. Dit kan op kleur, maar ook op soort schoenen. Maak twee groepen, bijvoorbeeld sandalen aan de ene kant en aan de andere kant alle andere schoenen. Welke groep is het grootst? En wat zou er gebeuren als je de slippertjes toch bij de sandalen zet? En wat gebeurt er als kind X naar huis gaat en haar schoenen aantrekt?
Wiskikker in de Wereld van Wiskids Getallen
77
Getallen kaart 5
Het bekerspel 1
Concrete fase
Bepaal met welk getal de kinderen gaan spelen, bijvoorbeeld 3. Bij 1 wordt er een blokje in de transparante beker gedaan, bij 2 het volgende blokje en bij 3 het laatste blokje. Dek de beker af en vraag: ‘Hoeveel blokjes zitten er in de beker?’ Draai de beker om en kijk of de kinderen het goed hebben.
Duur 10-15 minuten
Soort
Leg de drie blokjes op de doorzichtige beker. Leg dan 1 blokje onder de beker en vraag: ‘Hoeveel liggen er op?’ En vervolgens: ‘Hoeveel liggen er onder?’ Bij elkaar zijn het er nog steeds 3. Je kunt zo alle varianten laten zien. Laat de kinderen het ook zelf doen en ervaren. Het gaat er bij deze activiteit om aantallen te visualiseren. Wat is nu eigenlijk de hoeveelheid 3? Waar bestaat dat uit?
Keuzeactiviteit
Nodig - Twee bekers: één transparant en één ondoorzichtig - Klein materiaal, bijvoorbeeld blokjes, fiches en knopen
2 Overgangsfase Pak nu een beker waar je niet doorheen kunt kijken en herhaal hetzelfde spelletje. Nu wordt het ineens een stuk moeilijker. In plaats van het concreet te zien, moeten ze zich het nu gaan verbeelden.
3
Abstracte fase
Laat kinderen werken met getallen. Schijf op een vel papier het getal 3 en splits daaronder alle mogelijkheden.
! Tip Afhankelijk van het niveau van het kind kun je een stapje verder met de werkvorm en een groter getal nemen.
78
Wiskikker in de Wereld van Wiskids Getallen
Getallen kaart 6
Drinken: bekers tellen 1
Concrete fase
De bekers staan op tafel. Ze zijn nog leeg. Pak drie bekers en zet die naast elkaar. Vraag aan de kinderen: ‘Hoeveel bekers staan er naast elkaar?’ Let erop hoe het tellen bij de verschillende kinderen gaat: • Gaat het wijzen en tellen wel of niet tegelijk?
Duur
• Ziet het kind misschien al zonder te tellen dat er drie bekers staan?
10-15 minuten
2 Overgangsfase
Soort
Als het kind zonder te tellen ziet dat er drie bekers staan, kun je gaan uitbereiden. Doe er een beker bij en vraag opnieuw hoeveel bekers er staan. Gaat het kind opnieuw tellen of ziet het nu ook meteen dat er vier staan? Je kunt nu ook de dobbelsteen pakken en vragen waar de drie stippen staan.
Dagelijkse activiteit
3
Nodig - Bekers (bijv. aan tafel tijdens het drinkmoment) - Eventueel dobbelsteen
Abstracte fase
Als een kind de hoeveelheid ‘3’ snapt, kun je er een symbool voor gebruiken; in dit geval het cijfer 3.
lees verder >
Wiskikker in de Wereld van Wiskids Getallen
79
! Tip Ga niet te snel met te hoge getallen werken. Als kinderen van 1 tot 10 kunnen tellen, lijkt het vaak dat ze ook snappen wat dat betekent, maar vaak is het niet meer dan een opzegversje voor ze. Een goede maatstaf is als kinderen in één keer zien dat er twee, drie of meer bekers staan. Snappen ze de hoeveelheid, dan kun je ook gaan optellen en aftrekken door materialen toe te voegen of weg te halen. Als oefening kun je wel altijd de dobbelsteen of getekende stippen laten zien en het getal dat erbij hoort. Herhaal dit waar je kunt ook met andere materialen: • in de poppenhoek: drie poppen; • met de Duplo: drie blokjes; • met de auto’s, etc.
80
Wiskikker in de Wereld van Wiskids Getallen
Getallen kaart 7
Schelpen dobbelen 1
Concrete fase
Doe een spelletje: wie de meeste schelpen heeft, wint! Ga met kinderen aan tafel zitten. Gooi om de beurt met de dobbelsteen. Tel de ogen van de dobbelsteen. Elk kind neemt evenveel schelpen als het ogen heeft gegooid. Als alle schelpen op zijn, kijk je wie er heeft gewonnen.
2 Overgangsfase
Duur 15-30 minuten
Elk kind krijgt 10 schelpen. Elk kind gooit met de dobbelsteen en legt zoveel schelpen in een doos als het ogen heeft gegooid met de dobbelsteen. Bespreek wat de stand van zaken is na één rondje: wie heeft de meeste over? Hoeveel? Wie de minste? Dit is te herhalen na een tweede rondje met de dobbelsteen.
3
Abstracte fase
Elk kind krijgt 10 schelpen. Elk kind gooit met de dobbelsteen en legt het aantal gegooide ogen/schelpen in de doos. Iedereen moet uiteindelijk op 0 schelpen uitkomen! Dus heb je er nog 3 en gooi je 4, dan kun je de 3 resterende schelpen niet in de doos leggen. Want 4 is meer dan 3. Heb je er nog 5 en gooi je dan 4, dan kun je er wel 4 in de doos leggen. Dit spel kun je ook doen met de getallendobbelsteen om het getalsbegrip te oefenen.
Soort Keuzeactiviteit
Nodig - Schelpen - Doos - Dobbelsteen
! Tip Met het dobbelen kun je allerlei variaties bedenken. Bijvoorbeeld: als je 6 gooit, moet je de schelpen juist uit de doos halen, in plaats van ze erin te leggen. In plaats van schelpen kun je dit met allerlei materialen doen, zoals blokjes, knopen, bonen, etc.
Wiskikker in de Wereld van Wiskids Getallen
81
Getallen kaart 8
Bouwblokken opruimen 1
Concrete fase
Stapel met de kinderen samen de bouwstenen op elkaar en zet ze in kolommen tegen de muur. Terwijl je dit met de kinderen doet, tel je samen.
Duur 5-10 minuten
Soort Dagelijkse activiteit
Nodig Grote Lego-blokken
2 Overgangsfase Dezelfde manier van stapelen of opruimen, waarbij je de opdracht geeft van elke kleur één kolom te maken. Tel ook hier weer de blokken. Vergelijk de kolommen qua aantal blokken en qua hoogte. Waar zijn er meer van? Van welke zijn er evenveel? En de minste? Je kunt ze in oplopende en aflopende volgorde tegen de muur zetten. Je kunt ook als opdracht geven verschillende kolommen te maken: eentje met tien witte; eentje met veertien rode; drie van elk acht blauwe, etc.
3
Abstracte fase
Sorteer de blokken weer op kleur en plaats ze tegen de muur. Wat moet er gebeuren als je alle kolommen even hoog wilt maken? Waar moet er iets bij? Waar moet er iets af?
! Tip In plaats van bouwstenen kun je ook andere materialen gebruiken.
82
Wiskikker in de Wereld van Wiskids Getallen
Getallen kaart 9
Babyeendjes 1
Concrete fase
In de kring staat een mand met grote en kleine eendjes. Je vraagt aan een kind: ‘Kun jij 1 mama-eend pakken en in het midden neerzetten?’. Het volgende kind mag 5 kleine eendjes achter moeder neerzetten. Nu kun je samen gaan tellen, je hebt in dit voorbeeld 1 + 5 = 6 eenden totaal. Dit kun je samen met de kinderen gaan tellen (groep of individu).
Duur
2 Overgangsfase
15-30 minuten
In deze fase kun je eendjes weghalen (aftrekken) of erbij doen (optellen). Bijvoorbeeld: 2 eendjes zwemmen weg (haal ze ook weg), hoeveel eendjes staan er nu?
Soort Groepsactiviteit
Je kunt ook spelen met begrippen als naast/voor/achter.
3
Nodig
Abstracte fase
De kinderen zien in dit voorbeeld 1 moeder en 5 kleine eendjes. Je vraagt nu aan een kind: 3 eendjes zwemmen weg (maar laat ze staan zoals het stond), hoeveel eendjes heb ik nu totaal? De begrippen kunnen in deze fase nog moeilijker: links of rechts van de moeder zwemmen 6 kleine eendjes.
- Kleine badeendjes - Grotere eend(en) (mama-/papa-eend)
lees verder >
Wiskikker in de Wereld van Wiskids Getallen
83
! Tip Je kunt dit ook doen met spinnen, slippers, ijsjes, nestje met vogeleitjes, placemats/kaarten met bijvoorbeeld het heelal, gras. enz. Door gebruik te maken van bijvoorbeeld een plaat en 6 vogeleitjes, kun je op speelse wijze met de groep begrippen en cijfers oefenen. Bijvoorbeeld: er liggen 3 vogeleitjes in het gras. Je had er in totaal 7. Hoeveel eitjes liggen niet in het gras? Uit het eitje dat op het gras lag, komt een vogeltje. Hoeveel eitjes liggen er nu nog in het gras?
Met oudere kinderen kun je gebruik gaan maken van symbolen (1, 2, 3, 4, 5, 6, enz.). Door verschillende materialen te gebruiken, maak je het extra leuk en uitdagend voor de kinderen.
84
Wiskikker in de Wereld van Wiskids Getallen
Getallen kaart 10
De cijferslang 1
Concrete fase
Een kind pakt een kaart met stippen. Hoeveel stippen staan erop? Kunnen we de verschillende kaarten op volgorde leggen? Je kunt de kinderen op de kaart ook evenveel dingen laten leggen (bijvoorbeeld blokjes) als er stippen op staan. Dit maakt het nog concreter.
2 Overgangsfase
Duur 20–30 minuten
Daarna kun je de kaarten met de cijfers pakken. Laat de kinderen de cijferkaarten bij de juiste stippenkaarten leggen. Een kind pakt een kaart en laat de andere kinderen benoemen welk getal erop staat. Eerst tot 10. Daarna kijken of er kinderen zijn die na de 10 ook nog cijfers kunnen benoemen. Je kunt ze ook een cijferkaart laten pakken en daar de juiste hoeveelheid steentjes (of andere voorwerpen) op laten leggen. Of omgekeerd. Daarna mogen ze op de grond de cijfers neerleggen in de juiste volgorde. Ze maken een lange slang door de ruimte.
3
Abstracte fase
Soort Keuzeactiviteit
Nodig - - - -
Blokjes of steentjes Kaarten met stippen Kaarten met afbeeldingen van cijfer Dobbelstenen (met ogen en cijfers)
De kinderen zijn in dit spel zelf de pionnen. Ze gaan dus allemaal voor de 1 staan. Je laat de kinderen met de dobbelsteen gooien. Ze lopen het gegooide aantal ogen vooruit in het spel. Aan bepaalde cijfers kun je een opdracht verbinden. Dit hoeft niet. 5: 10: 15: 20: 25:
Je mag nogmaals gooien. Doe een dansje. Ga 3 plaatsen terug. Zing een liedje. Je mag 2 plaatsen vooruit.
Het spel is afgelopen als je precies op 29 terecht komt. Dus, moet je nog 2 plekjes verder lopen, dan moet je precies 2 gooien.
Wiskikker in de Wereld van Wiskids Getallen
85
2-3 jr
Het Land van Achter en Hoeks Wiskikker en de stuiterballen Wiskikker springt en springt. Over het gras, over harde wegen, over zand. Hij springt en hij springt. ‘Attentie, attentie!’ hoort hij opeens. ‘Wie doet er met ons mee?’
Wiskikker ziet opeens een heleboel ballen. ‘Dag kikker’, zegt een rode bal. Wij stuiteren naar boven. En we stuiteren naar onderen. We stuiteren naar voren. En naar achteren. We maken vierkanten, driehoeken en cirkels. ‘Ik kan dat ook’, zegt Wiskikker. ‘Kijk maar!’ Wiskikker springt zo hoog als hij maar kan. Hij springt naar voren en weer naar achteren. Hij maakt allerlei vormen. ‘Wat kun je dat goed!’, zegt de rode bal. De ballen vinden het leuk dat er een kikker met hen heeft meegedaan. De zon gaat onder. Alle ballen gaan naar huis. Wiskikker gaat wat eten en een plek zoeken om te slapen. Wiskids,
Wiskids, wat zijn vierkanten, driehoeken en cirkels?
Wiskids, kunnen jullie naar boven, naar onderen, naar achteren en naar voren springen?
Wiskikker in de Wereld van Wiskids Ruimte en Geometrie
87
3+ jr
Het Land van Achter en Hoeks Wiskikker en de stuiterballen Wiskikker springt en springt, over gras, over wegen, over zand… hij springt maar door. Opeens ziet Wiskikker in de verte een drukte van jewelste. Ballen in alle kleuren en maten stuiteren door elkaar heen. Boven het gestuiter uit hoort Wiskikker dat er iets wordt omgeroepen: ‘Attentie, attentie, iedereen die mee wil doen aan de boven-, onder-, voor-, achtertocht moet hier verzamelen!’ Vanuit de verte komt er een knalrode bal naar Wiskikker toegestuiterd. ‘Dag kikker’, roept de rode bal enthousiast. ‘Doe je ook mee met de boven-, onder-, voor-, achtertocht? Wij ballen vieren één keer per jaar dat we rond zijn. In plaats van rond rollen in rondjes, stuiteren we vandaag van boven naar onder en van voor naar achter. Zo maken we prachtige driehoeken, vierkanten en rechthoeken. Doe je mee?’ Wiskikker wil graag meedoen, maar vindt het ook erg spannend. Want hoe spring je nou een vierkant, een driehoek en een rechthoek? En hoe ga je nu van boven naar onder, en van voor naar achter?
introductieliedje Wiskikker, Wiskikker, waar ben je nou? In het Land van Achter en Hoeks, kom maar gauw!
doe idee • Gebruik een rode bal of elke andere bal die aanwezig is.
Wiskids, willen jullie Wiskikker helpen zodat hij mee kan doen met de boven-, onder-, voor-, achtertocht?
Bedankt Wiskids! Wiskikker is blij dat hij nu mee kan doen met de boven-, onder-, voor-, achtertocht!
Wiskikker in de Wereld van Wiskids Ruimte en Geometrie
89
Wiskikker springt van boven naar onder en van onder naar boven en maakt tijdens de tocht allerlei vierkanten, driehoeken en rechthoeken. Grote en kleine. Soms springt Wiskikker vóór een bal en dan weer springt hij erachter, omdat sommige ballen snel zijn en andere weer langzaam.
doe idee • Zing het liedje ‘Van voor naar achter, van links naar rechts’. • Ontdek samen met de kinderen wanneer de bal voor een kind ligt, wanneer erachter en wanneer erboven en eronder. • Maak met stoepkrijt een vierkant, rechthoek en driehoek en laat de kinderen van de ene punt naar de andere punt springen. Roep daarbij samen: ‘naar boven, naar onder, opzij’. • Laat kinderen vierkanten, driehoeken en rechthoeken zoeken. • Gebruik een bal en de Wiskikker knuffel voor het uitbeelden van ‘Soms springt Wiskikker vóór een bal en dan weer springt hij erachter, omdat sommige ballen snel zijn en andere weer langzaam.’
90
Wiskikker in de Wereld van Wiskids Ruimte en Geometrie
Wiskikker heeft er heel veel plezier in en de ballen vinden het erg leuk dat er dit jaar een kikker meedoet aan de tocht. Ze juichen en stuiteren op en neer. De zon zakt langzaam achter de bergen en de tocht is ten einde. Alle ballen gaan moe van het stuiteren naar huis. En Wiskikker? Hij gaat op zoek naar wat te eten en een lekkere slaapplek…
Door geometrische vormen te herkennen beginnen kleine kinderen de wereld om hen heen beter te begrijpen.
Ruimte en Geometrie Vormen en de relatieve positie van figuren en de eigenschappen van de ruimte bouwfasen introductie
1
Kinderen ervaren geometrische vormen als ze kijken, bouwen, vormen en tekenen. Als kleine kinderen geometrische vormen (vierkant, cirkel, driehoek en rechthoek) herkennen, beginnen ze de wereld om hen heen te begrijpen. Ze worden zich bewust van hun positie in verhouding tot andere mensen en de ruimte. Ze leren begrippen als onder, boven, naast, etc. Kinderen die zich goed ontwikkelen op ruimtelijke oriëntatie, zullen later ook betere wiskundigen zijn.
Concrete
fase
wat is van belang bij ruimte en geometrie?
2 Overgangsfase
• Vormen ontdekken in de ruimte • Vormen maken met je lichaam • Simpele begrippen: onder, boven, naast
Het is belangrijk dat kinderen: • Torens nabouwen en vergelijken • het leuk vinden vormen te ontdekken; • Begrippen als evenveel, hetzelfde als, hoger/ lager • tijdens het bouwen/ puzzelen ruimtelijke samenhangen met woorden als voor, achter, onder, boven, tussen, naast beschrijven;
3 Abstracte fase
• objecten kunnen vinden met bijvoorbeeld een kaart; • Kaarten en plattegronden kunnen ‘lezen’ • simpele en meer gecompliceerde constructies nabouwen; • geometrische vormen identificeren, beschrijven en uitbeelden.
Wiskikker in de Wereld van Wiskids Ruimte en geometrie
93
Praktijkverhaal
Als ik klaar ben met een activiteit, mogen de kinderen altijd nog even spelen met de inhoud van de kist. Op een gegeven moment zie ik Niek van 7 uitleg geven aan Susanne van 4. Hij heeft een spelletje bedacht met het materiaal van de kist. Samen met Susanne heeft hij alle vormen uit de kist gehaald. In elke vorm hebben ze dieren gezet. In het ene vormpje staat 1 dier, in het andere 3, dan weer 2. Daarna doet hij het spelletje voor. Hij gooit met de dobbelsteen. Hij gooit 2. Vervolgens zegt hij tegen Susanne: ‘Pak maar een bakje met 2 dieren’. Op een gegeven moment gooit hij 6. Maar er zijn geen bakjes met 6 dieren. Hij zegt tegen Susanne: ‘Maar je mag ook meer bakjes pakken.’ Susanne pakt een bakje met 3 dieren. Hij laat Susanne tellen en pakt een ander bakje erbij met 3 dieren. Hij laat Susanne het aantal van de twee bakjes tellen. En ja hoor, het zijn er 6. Zo zijn ze samen nog even doorgegaan. Het was heel moeilijk voor Susanne, maar ze was onder de indruk van Niek en liet hem haar helpen. En het idee voor een nieuw spelletje was geboren. mirjam
94
Wiskikker in de Wereld van Wiskids Ruimte en geometrie
Ruimte en geometrie Activiteitenkaarten Afhankelijk van de leeftijd en de ontwikkeling van een kind kun je de activiteiten inzetten om kinderen spelenderwijs met ruimte en geometrie te laten werken.
Kaart
Werkvorm
Soort activiteit
1.
De doos
Keuzeactiviteit
2.
Samen vormen maken
Keuzeactiviteit
3.
Foto’s maken
Keuzeactiviteit
4.
Bouwsels maken
Keuzeactiviteit
5.
Schat zoeken
Groepsactiviteit
6.
De vormenspelletjes
Keuzeactiviteit
7.
Cirkel van vormen
Groepsactiviteit
8.
Stoepkrijt
Keuzeactiviteit
9.
Stempelen
Keuzeactiviteit
10.
Vormen zoeken
Keuzeactiviteit
Wiskikker in de Wereld van Wiskids Ruimte en geometrie
95
Ruimte en geometrie kaart 1
De doos 1
Concrete fase
Plaats een doos in het midden. Vraag aan een kind om Wiskikker ín de doos, óp de doos, vóór de doos, áchter de doos, etc. te leggen.
2 Overgangsfase Duur 15-30 minuten
Soort
Als kinderen de bovenstaande begrippen begrijpen, kun je het een stukje moeilijker maken. Gebruik meerdere dozen. De begrippen worden lastiger (ietsje ‘abstracter’): naast de doos, onder de doos. Maar je kunt ook oefenen met opdrachtjes als: ‘Leg jouw knuffel hoger dan Wiskikker’ of ‘Leg jouw knuffel naast Wiskikker’.
3
Abstracte fase
Keuzeactiviteit
Nodig - Doos - Verschillende knuffels
De begrippen worden nog abstracter, denk aan de begrippen links van de doos, rechts van de doos. Kinderen leren nu ook al kaarten en plattegronden ‘lezen’. De doos kun je gebruiken bij een activiteit die hierbij aansluit. Teken daarvoor een aantal dozen, die je naast en op elkaar groepeert, na op papier. Een kind verstopt Wiskikker in de doos en geeft dan op de tekening met een kruisje aan, in (of achter of onder) welke doos Wiskikker ligt. De andere kinderen beredeneren op basis van de tekening waar hij is en gaan checken of dit klopt.
! Tip Let er goed op of de kinderen de begrippen begrijpen. Als een kind het fout doet, zal een ander kind vaak reageren. Je kunt op dergelijke reacties inspelen door te vragen: ‘Hoe zou jij het doen?’. In een variant voor buiten kun je hoepels gebruiken: in de hoepel, uit de hoepel, naast de hoepel, voor de hoepel, achter de hoepel, enz. Denk ook aan de stoeptegels of teken zelf cirkels met stoepkrijt.
96
Wiskikker in de Wereld van Wiskids Ruimte en geometrie
Ruimte en geometrie kaart 2
Samen vormen maken 1
Concrete fase
Vraag aan kinderen of ze verschillende vormen zien. Driehoek, cirkel, vierkant, rechthoek. Laat kinderen de vormen aanwijzen. Daarop kun je verder borduren door te zeggen dat je met alle kinderen in een driehoek (die je op de grond hebt getekend) gaat staan. En in het (ook op de grond getekende) vierkant staan, of in de cirkel. Vraag of een groepje kinderen de vorm na kan maken. Bijvoorbeeld: drie kinderen maken samen een driehoek.
Duur
2 Overgangsfase
10-15 minuten
Vraag of kinderen verschillende vormen kunnen benoemen. Voorzichtig kun je het begrip cirkel benoemen. Kinderen zullen een cirkel in eerste instantie een rondje noemen. Evenals het begrip vierkant en rechthoek. Vraag kinderen of ze verschillende vormen in de ruimte zien en laat ze deze aanwijzen en namaken (met blokken bijvoorbeeld).
3
Abstracte fase
Laat kinderen zelf vormen tekenen of bouwen en vraag hoe ze heten en waarom. Bijvoorbeeld: een driehoek heeft drie hoeken. Een vierkant heeft vier hoeken en alle kanten zijn gelijk. Een rechthoek heeft ook vier hoeken, maar niet alle kanten zijn gelijk.
Soort Keuzeactiviteit
Nodig Verschillende vormen (driehoek, cirkel, vierkant, rechthoek), getekend met krijt of als matten
! Tip Voor buiten: • Verschillende vormen ontdekken, stoeptegels zijn vierkant. • Vormen tekenen op de stoep met stoepkrijt. • Spel: nu rennen we met alle kinderen in de cirkel, in het vierkant. • Ga zitten in een kring op de grond. Kunnen we ook in een vierkant zitten? Of een rechthoek of driehoek?
Wiskikker in de Wereld van Wiskids Ruimte en geometrie
97
Ruimte en geometrie kaart 3
Foto’s maken 1
Concrete fase
Vraag de kinderen (of hun ouders) een foto van thuis mee te nemen. Bijvoorbeeld een babyfoto, een vakantiefoto, een familiefoto, een foto van het huis, etc. Praat met de kinderen over deze foto’s. Je kunt het hebben overgroot en klein, oud of jong, nu of vroeger, de plaats waar de foto is genomen, de familie.
Duur
Laat kinderen een foto maken en bekijk samen de foto. Waar heb je een foto van gemaakt? Op welke plek stond je toen?
15-30 minuten
Soort Keuzeactiviteit
Nodig - Foto’s - Digitaal fototoestel
2 Overgangsfase Vooral foto’s van de kinderen zelf zijn geschikt om op volgorde te leggen. Groot en klein, ouder en jonger, etc. Maak foto’s van verschillende plekken in de locatie en druk deze af. Laat een kind aan de hand van de foto zoeken waar deze is gemaakt. Je kunt ook kinderen zelf deze foto’s laten maken.
3
Abstracte fase
Foto’s van een kind in verschillende leeftijden zijn geschikt om bijvoorbeeld in een tijdslijn te zetten. Jaartallen corresponderend met de leeftijden geven een duidelijk overzicht. Je kunt dan verder praten over ‘toen ik er nog niet was’ of ‘later als ik groot ben’. Ook plaatjes van beroepen kunnen soms in een tijdslijn geplaatst worden. Laat kinderen een fototocht maken van tien foto’s van plekken op de locatie. Aan het eind van de tocht mogen ze een schat verstoppen. Laat de andere kinderen de tocht lopen aan de hand van de foto’s.
lees verder >
98
Wiskikker in de Wereld van Wiskids Ruimte en geometrie
! Tip Bij de BSO is het leuk om met al je collega’s baby- of kinderfoto’s mee te nemen. De kinderen moeten dan raden wie wie is. Hoe oud was je toen en hoe lang is dat dan geleden?
Wiskikker in de Wereld van Wiskids Ruimte en geometrie
99
Ruimte en geometrie kaart 4
Bouwsels maken 1
Concrete fase
Maak een toren en laat die door de kinderen nabouwen. Je kunt je bouwwerken natuurlijk steeds moeilijker maken …
2 Overgangsfase Duur
Maak foto’s van simpele en moeilijkere bouwwerken en laat deze door de kinderen met blokken nabouwen.
15-30 minuten
Soort
100
3
Abstracte fase
Keuzeactiviteit
Laat kinderen aan de hand van een bouwtekening een constructie nabouwen. Dit kan met Lego of ander constructiemateriaal.
Nodig
! Tip
- Materiaal om torens mee te bouwen - Foto’s van verschillende bouwsels
Laat kinderen een mooie toren bouwen en zet deze op de foto, zodat een ander kind die nog eens na kan maken.
Wiskikker in de Wereld van Wiskids Ruimte en geometrie
Ruimte en geometrie kaart 5
Schat zoeken 1
Concrete fase
Verstop de schat in het lokaal of buiten en laat ze de schat zoeken en de ruimte om hen heen verkennen. Als ze de schat hebben gevonden, kun je het spel herhalen door Wiskikker te laten verstoppen door een kind. Het andere kind mag geblinddoekt of even buiten het lokaal wachten en daarna op zoek gaan naar Wiskikker. De andere kinderen mogen niks verklappen, maar wel helpen door te zeggen of het warm (hij zoekt in de goede richting) of koud is (hij zoekt in de verkeerde richting).
Duur 15-30 minuten
2 Overgangsfase Als de schat gevonden is, vraag je aan de kinderen of ze een manier weten om de weg naar de schatkist te kunnen onthouden. De kinderen kunnen dan bijvoorbeeld een spoor maken naar de schat of een route maken met het aantal stappen naar voren, naar links en naar rechts.
3
Soort Groepsactiviteit
Nodig Een schatkist
Abstracte fase
Maak een plattegrond van het lokaal en markeer de plek waar de schat ligt. De kinderen kunnen dan aan de hand van de plattegrond op zoek gaan naar de schat. Met wat oudere kinderen kun je ook de plattegrond van de locatie gebruiken, zodat het zoeken wat moeilijker is.
! Tip Maak twee groepjes. Laat de ene groep de schat verstoppen en deze markeren op de plattegrond voor de andere groep.
Wiskikker in de Wereld van Wiskids Ruimte en geometrie
101
Ruimte en geometrie kaart 6
De vormenspelletjes 1
Concrete fase
Laat de kinderen in een kring zitten. Leg in het midden alle vormen uit de kist. Vraag elk kind of het een vorm kan pakken, bijvoorbeeld: ‘Pak maar eens een driehoek’. Of ‘Pak nu maar een cirkel’.
Duur
Om het een spannende activiteit te maken kun je de vormen laten stapelen. Ga door totdat de stapel valt (het wordt een soort Jenga).
15-30 minuten
Ook is het leuk om muziek aan te zetten. Tijdens de muziek lopen de kinderen om een mat waarop de vormen liggen. Je geeft steeds een opdracht. Bijvoorbeeld: ‘Als de muziek stopt, pak je een vierkant.’
Soort
2 Overgangsfase
Keuzeactiviteit
Vraag de kinderen of ze kunnen vertellen hoe de vormen heten. Je pakt bijvoorbeeld een cirkel en vraagt: ‘Hoe noem je deze?’ Vraag kinderen of ze de verschillende vormen in de groepsruimte herkennen en laat ze deze aanwijzen en benoemen welke vorm het is.
Nodig - Vormen - Mat - CD-speler met muziek CD(‘s) - Papier - Kleurpotloden
Je kunt nu weer de spellen uit de concrete fase spelen, maar dan met een kind als ‘leider’ die de opdrachten geeft in plaats van jouzelf.
3
Abstracte fase
De kinderen zitten om de tafel. Leg steeds een vorm neer of laat een van de kinderen dat doen. Laat ze de vorm op een papiertje natekenen. Laat ze ook benoemen hoe het komt dat een driehoek een driehoek is.
! Tip Je kunt opdrachten ook combineren met andere elementen. Bijvoorbeeld: ‘Als de muziek stopt, pak je een róde cirkel’. Leg verschillende vormen op tafel. Haal er telkens één weg en vraag welke vorm er weg is.
102
Wiskikker in de Wereld van Wiskids Ruimte en geometrie
Ruimte en geometrie kaart 7
Cirkel van vormen 1
Concrete fase
Vraag de kinderen om beurten om bijvoorbeeld de rode pionnen op de rode vormen te leggen. Of de blauwe pionnen op de blauwe vormen. Etc.
2 Overgangsfase Vraag de kinderen om bijvoorbeeld drie gele pionnen op een gele driehoek te zetten. Of vier groene pionnen op een vierkant. Etc.
3
Abstracte fase
Laat de kinderen met twee dobbelstenen gooien; één dobbelsteen met cijfers, de andere met gekleurde vlakken. Als er bijvoorbeeld ‘2’ en ‘geel’ wordt gegooid, dan mogen kinderen twee pionnen op een geel figuur zetten.
! Tip Verzamel speelgoed in verschillende vormen en laat de kinderen het vormenspeelgoed op dezelfde vormen zetten. De vormenkring kan ook gebruikt worden om kinderen makkelijk in een kring te krijgen voor een ander kringspel. Buiten ook als verzamelplaats voor bijvoorbeeld het naar binnen gaan. Maak voor de abstracte fase nog een dobbelsteen met vormen.
Duur 15-30 minuten
Soort Groepsactiviteit
Nodig - Kring met vier basisvormen in basiskleuren maal vier - Grote gekleurde pionnen in de kleuren van de vormen - Allerlei ander materiaal in dezelfde kleuren als je vormen - Dobbelstenen Buiten kun je het met stoepkrijt doen of als je het definitief wilt hebben, in betonverf.
Wiskikker in de Wereld van Wiskids Ruimte en geometrie
103
Ruimte en geometrie kaart 8
Stoepkrijt 1
Concrete fase
Praat met kinderen over verschillende vormen: driehoeken, cirkels, rondjes, vierkanten, rechthoeken. Je vraagt aan de kinderen of ze deze vormen herkennen en of ze de verschillende vormen in de ruimte zien.
Duur
2 Overgangsfase
15-30 minuten
Vraag of de kinderen een driehoek kunnen tekenen, binnen op papier of buiten met stoepkrijt.
Soort
3
Keuzeactiviteit Binnen en/of buiten
Nodig - Verschillende kleuren stoepkrijt - Touw - Voorbeeldvormen
Abstracte fase
Benoem of vraag waarom een driehoek een driehoek heet, enz. Om het nog moeilijker te maken kun je de verschillende vormen door de kinderen met verschillende kleuren laten inkleuren. Je geeft in spelvorm de kinderen opdrachten zoals: ‘We gaan nu met z’n allen op het gele vierkant staan.’
! Tip Je kunt ze ook vormen laten maken met touw.
104
Wiskikker in de Wereld van Wiskids Ruimte en geometrie
Ruimte en geometrie kaart 9
Stempelen 1
Concrete fase
De kinderen gaan stempelen met voorwerpen die geometrische vormen opleveren. Je kunt aardappelstempels maken, maar bijvoorbeeld ook cirkels stempelen met wc-rolletjes, of driehoekjes met in vorm geknipte schuursponsjes. Benoem de vormen en vraag de kinderen de vormen te benoemen. Je kunt beginnen met één vorm en na een tijdje een tweede toevoegen.
2
30 minuten
Overgangsfase
Als kinderen de vormen kennen, kun je hiermee gaan spelen. Bijvoorbeeld in een grote driehoek allemaal kleine driehoekjes laten stempelen. Of in een grote cirkel kleine cirkels. Of in een vierkant cirkels, enzovoort. Vraag kinderen ook om andere voorwerpen in de ruimte te zoeken waarin de vorm van een cirkel of driehoek herkenbaar is.
3
Duur
Abstracte fase
Soort Keuzeactiviteit
Nodig - Papier - Verf - Voorwerpen om mee te stempelen
Zorg weer voor stempels met verschillende geometrische vormen. Vraag dan om er een afbeelding mee te maken, bijvoorbeeld een huis of een mannetje of een bus.
! Tip Kinderen vinden het stempelen op zich al zo boeiend, dat dit hun hele aandacht in beslag kan nemen. Het kan zijn dat ze niet meteen erg geïnteresseerd zijn in de vormen waarmee ze bezig zijn. Het is dan een kwestie van vaker aanbieden en herhalen.
Wiskikker in de Wereld van Wiskids Ruimte en geometrie
105
Ruimte en geometrie kaart 10
Vormen zoeken 1
Concrete fase
Van elke vorm heb je een voorbeeld. Dit kan papier zijn, blokken of iets anders. Je legt de vier vormen op tafel en je luistert wat de kinderen ervan zeggen. Benoemen ze de vormen, dan kun je verder gaan.
Duur
2 Overgangsfase
30 minuten
Pak een stapel van alle vormen en laat kinderen die sorteren. Vervolgens vraag je aan de kinderen of ze nog meer vormen kunnen vinden in de ruimte waarin je zit. Dat kan van alles zijn.
Soort Keuzeactiviteit
Nodig Afbeeldingen van verschillende vormen: driehoek, vierkant, rechthoek en cirkel
3
Abstracte fase
Je vraagt of de kinderen bijvoorbeeld een driehoek kunnen maken met hun lichaam. Dan leg je er een papieren driehoek naast. Je vraagt of ze een driehoek kunnen springen en kijkt wat er dan gebeurt.
! Tip Deze activiteit kan buiten en binnen gedaan worden. Hieraan kun je ook sorteren en tellen toevoegen.
106
Wiskikker in de Wereld van Wiskids Ruimte en geometrie
2-3 jr
Het Land van Kilo en Meter Wiskikker en de politieagent Wiskikker springt steeds hoger en verder. Opeens staat er een politieagent op de weg, die hem tegenhoudt. ‘Stop’, zegt de agent, ‘je mag niet verder.’ ‘Waarom niet?’, vraagt Wiskikker. ‘Omdat je in het Land van Kilo en Meter moet weten hoe zwaar je bent en hoe ver je kunt springen.’ Wiskikker kijkt om zich heen en ziet in de wei een koe staan. Overal in de wei liggen koeienflatsen. Wiskikker springt. Hij springt over drie koeienflatsen heen.
Wiskids, wie kan er verder springen, Koe of Wiskikker?
Koe ziet dit en denkt: dit kan ik ook. Koe springt … en flats, Koe komt boven op de eerste koeienflats neer. Dan ziet Wiskikker een haas huppelen in de wei. Wiskikker springt en springt boven op Haas. ‘Au’, roept Haas, ‘dat doet pijn!’ ‘Oh sorry’, zegt Wiskikker, ‘ik had je niet gezien.’
Wiskids, wie is er het zwaarst, Wiskikker of Vlinder?
Er gaat een vlinder boven op de kop van Haas zitten. Wiskikker zegt: ‘Niet doen, Vlinder, dat doet pijn bij Haas!’ Haas zegt: ‘Nee hoor, ik voel niks, wie zit er op mijn kop?’ Wiskikker snapt er niks van … Nu neemt Wiskikker een sprong en springt boven op de rug van Koe. Hij fluistert in het oor van Koe: ‘Hey Koe, weet jij hoe zwaar ik ben?’ Koe antwoordt: ‘Nou, niet zwaar, want ik voel je niet eens, zo licht ben je.’
Wiskikker in de Wereld van Wiskids Wegen, meten en vergelijken
109
Wiskikker springt van de rug van Koe, boven op de rug van Haas. ‘Auw’, roept Haas, ‘dat doet pijn!’ Wiskikker is helemaal gelukkig. Hij bedankt Koe en Haas en springt vrolijk naar de politieagent. ‘Agent, ik weet het, ik weet het! Ik kan verder springen dan Koe en minder ver dan Haas. En ik ben heel erg licht, want Koe kan me niet eens voelen als ik op hem spring. Maar ik weeg wel iets, want als ik op Haas spring, doe ik hem pijn.’ ‘Helemaal goed, Wiskikker’, zegt de politieagent. ‘Nu mag je erdoor. Maar denk eraan: alles moet gewogen en gemeten worden!’
110
Wiskikker in de Wereld van Wiskids Wegen, meten en vergelijken
3+ jr
Het Land van Kilo en Meter Wiskikker en de politieagent Wiskikker springt steeds hoger en verder. Totdat hij niet meer verder kan; er staat een politieagent op de weg die hem tegenhoudt. ‘Dag Wiskikker’, zegt de agent, ‘mag ik vragen hoe zwaar je bent?’ ‘Dat weet ik niet’, zegt Wiskikker. ‘Dan weet je toch zeker wel hoe ver je springt?’ ‘Nee’, zegt Wiskikker, ‘ik weet alleen dat ik heeeel ver kan springen!’ ‘Sorry, dan mag je niet verder’, zegt de agent. ‘In het land van Kilo en Meter moet alles gemeten en gewogen worden.’ Wiskikker kijkt om zich heen en denkt na. Hij ziet een koe in de wei staan. ‘Dag Koe, wil je met me springen?’ Wiskikker neemt een grote sprong en springt over drie koeienflatsen heen. ‘Kom Koe, spring maar naar mij toe.’ De koe neemt een aanloop en… flats! De koe komt boven op de eerste koeienflats neer!
introductieliedje Wiskikker, Wiskikker, waar ben je nou? In het Land van Kilo en Meter kom maar gauw!
doe idee • Kinderen zichzelf laten wegen • Elkaar op laten tillen • Weegschaal
‘Ik kan verder springen dan jij’, zegt Wiskikker. ‘Ik spring drie koeienflatsen verder dan jij, Koe!’ Nieuwsgierig huppelt er een haasje naar Koe en Wiskikker. ‘Mag ik meedoen?’, vraagt hij. ‘Ik kan echt heel ver springen’. De haas neemt een aanloop en springt over vier koeienflatsen heen. ‘Wauw Haas, wat kan jij ver springen!’
Wiskids, kunnen jullie Wiskikker helpen en hem laten zien hoe je moet wegen en meten? Bedankt, Wiskids!
Wiskikker in de Wereld van Wiskids Wegen, meten en vergelijken
111
Wiskikker weet nu hoe ver hij kan springen, maar hoe komt hij er nu achter hoe zwaar hij is?
doe idee Laat de kinderen op papier de flatsen • tekenen en kijk samen hoeveel flatsen Wiskikker, Koe en Haas ver springen. • Laat de kinderen bedenken wie er lichter is dan Wiskikker en wie zwaarder. Doe ditzelfde bij Haas en Koe. Gebruik hierbij de Wiskikker knuffel en spring hiermee op het hoofd van een kind. Wie is er zwaarder? Wiskikker of het kind?
Wiskikker denkt na. Hij ziet een plank liggen. Hij legt de plank op een grote steen. Nu heeft hij een wip. Hij gaat op het uiteinde van de wip staan. ‘Kom Koe’, zegt Wiskikker, ‘stap jij op het andere uiteinde.’ Koe gaat op de wip staan en op datzelfde moment vliegt Wiskikker door de lucht. Hoe zou dat komen? Dan vraagt Wiskikker aan Haas om op de wip te gaan staan. Wiskikker gaat weer op de plank staan. ‘Kom Haas, jij moet op de andere kant gaan staan.’ Wiskikker vliegt nu niet van de wip af, maar de plank aan zijn kant staat wel omhoog. Er komt een vogel aanvliegen. ‘Wat zijn jullie aan het doen?’, vraagt hij. ‘Wij zijn aan het wegen’, zegt Wiskikker. ‘Mag ik meedoen?’, vraagt Vogel. ‘Natuurlijk!’, zegt Wiskikker. ‘Ga maar op het uiteinde van de wip staan.’ Vogel gaat op het uiteinde van de wip staan. Wiskikker springt op het andere uiteinde. De plank ligt nu helemaal recht. ‘Hoera!’, zegt Wiskikker. ‘Vogel en ik zijn even zwaar!’ ‘Bedankt, Koe, Haas en Vogel. Ik weet nu dat Koe veel zwaarder is dan ik, Haas een beetje zwaarder dan ik en Vogel even zwaar als ik. Gauw terug naar de politieagent om het hem te vertellen.’ Blij springt Wiskikker naar de agent. ‘Agent, ik weet het, ik weet het! Ik kan verder springen dan Koe en minder ver dan Haas. Ik weet dat Koe veel zwaarder is dan ik, Haas een beetje zwaarder en Vogel even zwaar als ik.’ ‘Helemaal goed’, zegt de agent. ‘Nu mag je erdoor. Maar denk eraan: alles moet gewogen en gemeten worden.’
112
Wiskikker in de Wereld van Wiskids Wegen, meten en vergelijken
Wegen, meten en vergelijken Een maat om lengte, gewicht, volume en tijd te vergelijken introductie
bouwfasen
Je kunt op heel wat manieren meten, wegen en vergelijken. De lengte en de omtrek van onszelf, het volume van water, het gewicht van allerlei dingen, tijd en geld.
Concrete
Het is belangrijk om met de kinderen een maateenheid af te spreken, zodat ze lengtes, gewichten en volumes van allerlei dingen met elkaar kunnen vergelijken. Gebruik hiervoor concrete dingen, zoals: • voorwerpen om de lengte te meten (bijvoorbeeld voeten, lint, blokken); • bakjes, bekers, emmers om volume te meten; • zakjes gevuld met bonen om te wegen.
wat is van belang bij meten en wegen? Het is belangrijk dat kinderen;
1
fase
• Lengte en omtrek: wie is langer? Hoeveel paperclips zijn er nodig om de omtrek van je hoofd te bepalen? • Gewicht en volume: waar zit meer in? Welke is groter? • Tijd: dagritme; eerst fruit eten en dan gaan we buiten spelen. • Geld: kleine kinderen hebben nog geen besef van de waarde van geld (1 grote munt is meer dan 1 kleine).
2 Overgangsfase • Gewicht en volume: twee voorwerpen vergelijken met een derde in verschillende eigenschappen bijvoorbeeld gewicht.
• het leuk vinden om te meten, te wegen en te vergelijken; • twee objecten met elkaar vergelijken: lengte, hoogte, gewicht, volume; • twee gebeurtenissen met elkaar in verband brengen en woorden gebruiken: later dan, vroeger dan, langer dan, zwaarder dan; • zich kunnen voorstellen dat tijd vergaat en dat met woorden beschrijven zoals seconde, minuut, uur, dag, week, maand en jaar.
• Tijd en geld: dagen, weken, maanden krijgen vorm (bijvoorbeeld: 7 dagen = 1 week).
3 Abstracte fase • Gewicht en volume: inschatten van volumes. Iets kunnen wegen. • Tijd en geld: verjaardagskalender, weekkalender, inzicht in verleden, heden, toekomst, tijdsindeling (bijvoorbeeld: 1 kleine munt is meer waard dan 2 grotere).
Wiskikker in de Wereld van Wiskids Wegen, meten en vergelijken
113
Het is belangrijk dat kinderen het leuk vinden om te meten, te wegen en te vergelijken.
Wegen, meten en vergelijken Activiteitenkaarten Afhankelijk van de leeftijd en de ontwikkeling van een kind kun je de activiteiten inzetten om kinderen spelenderwijs met wegen, meten en vergelijken te laten werken.
Kaart
Werkvorm
Soort activiteit
1.
Limonade schenken
Dagelijkse activiteit
2.
Klok met foto’s
Dagelijkse activiteit
3.
Meten met bakjes
Keuzeactiviteit
4.
Wegen
Keuzeactiviteit
5.
Groenteboer
Keuzeactiviteit
6.
Meten met lintjes
Keuzeactiviteit
7.
In het zand
Keuzeactiviteit
8.
Erwten en bonen
Keuzeactiviteit
9.
Op de wip-wap
Keuzeactiviteit
10.
Op de weegschaal
Groepsactiviteit
Wiskikker in de Wereld van Wiskids Wegen, meten en vergelijken
115
Wegen, meten en vergelijken kaart 1
Limonade schenken 1
Duur
Concrete fase
Voordat je gaat drinken met de kinderen, vraag je wie jou wil helpen met het klaar maken van het drinken. Je laat het kind dat jou wil helpen water in de kan te doen. Vraag of het kind het zwaar vindt. Laat het de beker(s) vullen en vraag wederom of de gevulde beker zwaar is. Je kunt ook vragen stellen: waar zit meer/minder in?
15 minuten
2 Overgangsfase
Soort
In deze fase vraag je aan het kind of het kan inschatten hoeveel bekers drinken in de grote kan zitten. Het kind zegt bijvoorbeeld 5 en gaat dan uitproberen of het klopt.
Dagelijkse activiteit
Nodig - Waterkan - Bekers
Je kunt ook de inhoud van verschillende bekers vergelijken; begrippen als meer en minder komen dan aan de orde.
3
Abstracte fase
Het kind moet nu het aantal kinderen tellen; dat is dus gelijk aan het aantal bekers. Hoeveel grote kannen met limonade heb ik nodig om alle bekers te vullen?
! Tip Deze activiteit zou je ook tijdens de afwas kunnen doen. Zo laat je kinderen op speelse wijze kennis maken met volume en gewicht.
116
Wiskikker in de Wereld van Wiskids Wegen, meten en vergelijken
Wegen, meten en vergelijken kaart 2
Klok met foto’s 1
Concrete fase
Je maakt diverse foto’s (of pictogrammen) van de activiteiten die je op een dag doet. Je plakt ze op de klok (ongeveer) bij het tijdstip waarop de activiteit plaatsvindt. Zo kun je aan de hand van activiteiten de tijd ‘meten’. Als je een activiteit afrondt of je begint met een nieuw onderdeel van de dag, wijs je het moment aan op de klok.
2 Overgangsfase
Duur 1 uur voorbereidingstijd
Als dat zo uitkomt door vragen van kinderen of als je het zelf op een geschikt moment ter sprake kunt brengen, vestig je de aandacht op de klok. Je bespreekt in welk deel van de dag je nu zit. Je bespreekt wat daarvóór kwam en wat het volgende onderdeel zal zijn.
Soort Dagelijkse activiteit
3
Abstracte fase
In deze fase kun je grotere sprongen in de tijd maken. Je kijkt halverwege de dag bijvoorbeeld terug naar het begin en naar wat jullie tussen dat moment en ‘nu’ allemaal hebben gedaan. Of: wat je nog gaat doen tussen ‘nu’ en het moment van vertrek.
Nodig - Grote klok - Foto’s van activiteiten zoals fruit eten, brood eten, slapen, buiten spelen, ophalen door de ouders
! Tip Houd het bij de illustraties die je maakt bij de grote lijnen, bijvoorbeeld: ouders komen kinderen brengen, fruit eten, brood eten, slapen, buiten spelen, activiteiten, ophalen/einde dag. In plaats van een klok kun je ook een lijn gebruiken waaraan je met wasknijpers de illustraties vastmaakt. In de BSO kun je een lijn maken die meerdere dagen beslaat en daarin belangrijke ‘evenementen’ aangeven (een soort kalender dus).
Wiskikker in de Wereld van Wiskids Wegen, meten en vergelijken
117
Wegen, meten en vergelijken kaart 3
Meten met bakjes 1
Concrete fase
Zet één kind tegen de muur, vraag een ander kind of meerdere anderen bakjes te stapelen net zo hoog als het andere kind groot is. Laat het kind dat tegen de muur stond zien hoeveel bakjes hij of zij groot is.
Duur 20-30 minuten
Soort
2 Overgangsfase Bij de overgangsfase ga je iets verder. Nu vraag je aan het kind: ‘Hoeveel bakjes ben jij groot?’ Dit kind is bijvoorbeeld 15 bakjes groot. Een ander kind is 13 bakjes hoog. Stel nu vragen als: ‘Wie is de meeste bakjes groot?’
3
Abstracte fase
Keuzeactiviteit
Nodig - Bakjes (Kan ook met grote blokken of lege dozen) - Eventueel behangpapier
Kinderen gaan nu zelfstandig het bovenstaande uitvoeren. Laat ze het aantal bakjes tellen en opschrijven. Kunnen kinderen nog niet schrijven, dan kun je streepjes zetten op een rol behangpapier. Van ieder kind (naam noteren) wordt genoteerd hoeveel bakjes groot hij is. Praat samen over de bevindingen die je hebt opgeschreven: Peter is 15 bakjes groot, Anne is 13 bakjes groot, Tina is 14 bakjes groot en Theo is 14 bakjes groot. Peter is de grootste, Anne de kleinste, Tina en Theo zijn even groot. Kinderen kunnen dit terugzien aan de streepjes die je gezet hebt op het behangpapier.
! Tip Laat kinderen zoveel mogelijk zelf doen. Jij luistert naar hun bevindingen en speelt daarop in. Laat kinderen zelf vergelijken en er samen over praten. Dit kun je ook met andere materialen doen, zoals meetlatten, rolmaat, schakels. Ook andersoortig materiaal, zoals WC-papier, is erg leuk om te gebruiken: ‘Hoeveel stukjes WC-papier ben jij groot?’
118
Wiskikker in de Wereld van Wiskids Wegen, meten en vergelijken
Wegen, meten en vergelijken kaart 4
Wegen 1
Concrete fase
Neem twee soorten voorwerpen. Welke is lichter/zwaarder? Eerst zelf proberen te raden. Hang ze aan een weegschaal gemaakt van een klerenhanger om te vergelijken.
2 Overgangsfase Laat ze proberen om beide kanten even zwaar te maken. Hoeveel knuffels moeten er in een zakje om dit even zwaar te maken als de auto?
3
Abstracte fase
Duur 15-20 minuten
Soort Keuzeactiviteit
Laat ze werken met een weegschaal. Vraag bijvoorbeeld om een zakje met 100 gram bonen te wegen en een zakje met 100 gram rijst. Laat het aan de kleerhanger hangen om te kijken of het even zwaar is. Je kunt kinderen ook zich zelf laten wegen op een personenweegschaal. Kijk ook eens hoeveel het kind weegt als het de doos met blokken vast heeft.
! Tip
Nodig - Kleerhanger - Zakjes - Diverse materialen om te wegen, bijvoorbeeld: blokjes, steentjes, auto’s, knuffels, bonen, rijst, etc. - Keukenweegschaal - Personenweegschaal
Wegen en vergelijken kan met diverse materialen en je kunt verschillende opdrachten bedenken.
Wiskikker in de Wereld van Wiskids Wegen, meten en vergelijken
119
Wegen, meten en vergelijken kaart 5
Groenteboer 1
Concrete fase
Leg twee verschillende soorten fruit of groente naast elkaar. In dit voorbeeld een kokosnoot en een kool. Laat kinderen om beurten ervaren hoe zwaar de verschillende voorwerpen zijn. Vraag welke zwaarder is. En welke is de grootste? De kleinste? Laat ze er samen over praten en zelf ervaren.
Duur
2 Overgangsfase
20-30 minuten
Soort Keuzeactiviteit
Nodig
Nu kun je een stap verder gaan uitbreiden met meer stukken fruit of groente: welke denk je dat het zwaarst is? Kinderen zullen al snel de grootste aanwijzen, maar is dat ook de zwaarste? Laat het ze ervaren door het voorwerp in de hand te wegen. Leg ze op volgorde van gewicht. Vraag aan de andere kinderen of ze het ermee eens zijn.
3
2, 3 of 4 voorwerpen van verschillend gewicht en verschillende grootte
Abstracte fase
In deze fase kun je er een weegschaal bij gebruiken. Weeg het stuk fruit of groente en onderzoek of de volgorde zoals het kind het bedacht had, juist is.
! Tip Kinderen vinden het erg leuk natuurlijke materialen te gebruiken. Deze activiteit zou je ook buiten kunnen doen. Laat kinderen bijvoorbeeld eerst stenen zoeken en doe dan het bovenstaande.
120
Wiskikker in de Wereld van Wiskids Wegen, meten en vergelijken
Wegen, meten en vergelijken kaart 6
Meten met lintjes 1
Concrete fase
Laat de kinderen een lintje uitkiezen. Vraag ze om in de groep iets te zoeken dat net zo lang of net zo breed is als het lintje.
2 Overgangsfase Knip een lintje af op maat van de omtrek van het kind (of van een arm of bovenbeen). Laat het kind iets zoeken dat dezelfde omtrek heeft. Daarbij gebruikt het kind het stukje lint dat je op maat knipte.
3
Abstracte fase
Laat de kinderen iets opmeten met een lintje en knip het op die lengte af. Leg het lintje langs de meetlat om te zien hoe lang het is.
! Tip Deze activiteit kun je ook buiten doen. Je kunt je de ene keer concentreren op grote dingen, maar ook een keer heel kleine of dunne dingen proberen te meten.
Duur 30 minuten
Soort Keuzeactiviteit
Nodig - Stoffen lintjes van verschillende lengtes - Meetlint
Wiskikker in de Wereld van Wiskids Wegen, meten en vergelijken
121
Wegen, meten en vergelijken kaart 7
In het zand 1
Duur 30 minuten
Soort Keuzeactiviteit
Nodig
Vul samen met de kinderen de bak met zand. Egaliseer het zand samen met de kinderen, zodat ze echt voelen of het al vol is. Samen met de kinderen doe je de inhoud van de gevulde bak in een andere bak met een andere vorm en grootte. Zal al het zand van de ene bak in de andere passen? Als het zand niet in de gekozen bak past, is die dan groter of kleiner?
2 Overgangsfase Schep een bak halfvol. Wat moet je doen om de bak vol te krijgen? Hoeveel scheppen moeten er nog bij? Tel samen met de kinderen het aantal hardop. Begrippen als meer, minder, groter, kleiner worden zo geleerd. Deze activiteit begeleid je door mee te spelen en reacties uit te lokken. Experimenteer samen met de kinderen.
3
- Bakken van verschillende vorm en grootte - Zand
Concrete fase
Abstracte fase
Je kunt kinderen twee bakjes van verschillende vorm en grootte met zand laten vullen en optillen. Welke is het zwaarst? En hoe komt dat?
! Tip Het is ook leuk om dit met warm weer te doen en dan met bakken en emmers en vormpjes die je gaat vullen met water. Dan is vol echt vol! Extra tip: doe dit in de zandbak. Het zand wordt dan lekker vochtig, zodat je daarna taartjes kunt bakken met vormpjes. Die je vervolgens weer kunt tellen …
122
Wiskikker in de Wereld van Wiskids Wegen, meten en vergelijken
Wegen, meten en vergelijken kaart 8
Erwten en bonen 1
Concrete fase
Laat de kinderen eerst een beetje spelen met de bakjes, de peulvruchten en/of het zand. Kijk wat ze ermee doen en ga dan vragen stellen. Spelenderwijs leren ze met volumes om te gaan. Vullen, leeg maken, halfvol, vol, etc.
2 Overgangsfase
Duur
Je vraagt aan de kinderen hoeveel bakjes er nodig zijn om de grote bak met bonen te vullen. Je telt samen met de kinderen. Maak eens alle bakjes even vol. Past wat er in het grote bakje zit, ook in het kleine bakje?
20 minuten
3
Soort Keuzeactiviteit
Abstracte fase
Bij het tellen van de kleine bakjes leg je er cijfers naast en benoem je deze. Je kunt ook kijken hoeveel schepjes er in een klein bakje passen.
! Tip
Nodig - Kleine en grote bakjes - Lepels, schepjes - Spliterwten, bonen, zand
Als je dit buiten doet, kun je ook een zeef gebruiken. Zand kan er wel doorheen, maar spliterwten niet.
Wiskikker in de Wereld van Wiskids Wegen, meten en vergelijken
123
Wegen, meten en vergelijken kaart 9
Op de wip-wap 1
Concrete fase
Ga met de kinderen naar een speeltuin in de buurt waar ook een wip is. Laat de kinderen in verschillende combinaties op de wip zitten en bespreek met elkaar wat er gebeurt. Wie zit hoog in de lucht, wie zit bij de grond, wanneer is de wip in evenwicht? Wat gebeurt er als je meer naar het midden schuift? Benoem wat je ziet gebeuren.
Duur
2 Overgangsfase
30 minuten
Soort Keuzeactiviteit
Nodig Speeltuin met wip
Neem een rugzak met daarin een bepaald gewicht dat bij te stellen is (bijvoorbeeld stenen of aardappelen). Laat de kinderen bij wie het verschil in gewicht groot was weer op de wip gaan zitten, en vraag wie de rugzak met stenen om moet hangen om in evenwicht te komen. Wat gebeurt er als je meer stenen erbij doet, wat als dit minder wordt? Wat als je met de rugzak meer naar voren schuift? Probeer verschillende situaties uit en bespreek deze met de kinderen.
3
Abstracte fase
Laat de kinderen van te voren inschatten hoe de wip zal staan als de kinderen er in verschillende combinaties op gaan zitten. Bij welke combinatie van kinderen is er evenwicht? Hoeveel kinderen zijn er nodig om met jou in evenwicht te komen? Wat is ervoor nodig om iemand hoog in de lucht te laten komen? Laat ze dit van te voren bedenken en inschatten.
124
Wiskikker in de Wereld van Wiskids Wegen, meten en vergelijken
Wegen, meten en vergelijken kaart 10
Op de weegschaal 1
Concrete fase
Je laat de kinderen om de beurt op de weegschaal staan en kijkt waar de schaal op staat. Wat is nu 1 kilo? Vul een plastic bak met steentjes tot 1 kilo. Laat de kinderen ervaren hoe zwaar dat is als je dat in je handen hebt. Weeg je 14 kilo? Dan pak je 14 bakjes om te laten zien hoeveel dat dan is.
2 Overgangsfase
Duur 15-30 minuten
Je vraagt aan de kinderen wat er zou gebeuren als ze met een pompoen op de weegschaal gaan staan. Ben je dan zwaarder geworden of lichter?
3
Soort Groepsactiviteit
Abstracte fase
Je vraagt aan de kinderen om op de weegschaal te gaan staan. Je noteert het gewicht. Dan laat je dit kind de pompoen in zijn armen nemen en noteert dan het gewicht. Vraag aan de kinderen of dit meer of minder is en hoeveel meer of minder. Kijk of ze dan erachter komen hoeveel de pompoen weegt.
! Tip
Nodig - Personenweegschaal - Grote pompoen of ander zwaar voorwerp - Eventueel plastic bakjes en steentjes - Eventueel een pak suiker
Bij de concrete fase kun je vragen wie er meer of minder weegt. Of meer of minder bakjes heeft. Heb je niet heel veel bakjes en steentjes tot je beschikking? Neem een pak suiker en teken op een groot vel zoveel suikerpakken als het kind zwaar is.
Wiskikker in de Wereld van Wiskids Wegen, meten en vergelijken
125
2-3 jr
Het Land van Berg en Dal Wiskikker en Freddie de Groenterups Wiskikker springt over grote bergen heen. Plotseling komt hij een dier tegen. ‘Wie ben jij?’, vraagt Wiskikker. ‘Ik ben Freddie de groenterups’, antwoordt het dier. ‘Wat ben jij aan het doen?’ vraagt Wiskikker. ‘Ik ga groentesoep maken. Even kijken op het lijstje wat ik nodig heb voor de groentesoep’, zegt Freddie. ‘Twee tomaten, vier wortels, één komkommer, drie uien en twee bonen.’ Freddie lacht en zegt: ‘Ik gebruik mijn vakkenkistje, zodat ik niks vergeet. Er is een vakje voor de tomaten, een vakje voor de wortels, eentje voor de uien, een voor de komkommer en een vakje voor de bonen.’ ‘Nu leg je twee tomaten in het vakje voor de tomaten’, zegt Freddie. Wiskikker plukt de tomaten één voor één af. Hij telt: ‘één, twee’. Hij legt in elk vakje één tomaat. ‘Goed gedaan, Wiskikker!’ zegt Freddie. ‘Even kijken op mijn lijstje. Je mag nu vier wortels in het vakkenkistje doen.’ Wiskikker telt weer hardop: ‘één, twee, drie, vier’ en legt de wortels onder elkaar in het vakkenkistje. ‘Nu drie uien’, zegt Freddie. Wiskikker telt weer hardop: ‘één, twee, drie’ en legt de uien onder elkaar in het vakkenkistje.
Wiskids, willen jullie Wiskikker helpen om zijn vakkenkistje te vullen?
Wiskids, kunnen jullie Wiskikker vertellen in welk vakje de meeste groenten liggen?
Bedankt, Wiskids!
Wiskikker in de Wereld van Wiskids Grafieken en statistiek
127
‘Hoeveel komkommers moet ik plukken?’, vraagt Wiskikker. ‘Eén’, zegt Freddie. Wiskikker legt de komkommer in het kistje. ‘Goed gedaan, Wiskikker’, zegt Freddie. ‘Nu nog twee bonen’, zegt Freddie, ‘en dan kunnen we de soep maken.’ Wiskikker zoekt twee bonen en telt weer hardop: ‘één, twee’ en dan is hij klaar. Freddie vraagt aan Wiskikker: ‘weet jij van welke groente wij het grootste aantal hebben in het vakkenkistje?’ Freddie vindt het fijn dat Wiskikker heeft geholpen met het maken van de soep. Daarom mag Wiskikker groentesoep blijven eten en slapen bij Freddie thuis.
128
Wiskikker in de Wereld van Wiskids Grafieken en statistiek
3+ jr
Het Land van Berg en Dal Wiskikker en Freddie de Groenterups
introductieliedje
Wiskikker springt over grote bergen en door diepe dalen. Op en neer en op en neer. Wat is alles hier groen en kleurrijk!
Wiskikker, Wiskikker,
Wiskikker ziet weilanden vol met bloemen in alle kleuren en maten. Wiskikker stopt even om zijn neus in een prachtige roos te steken om de rozengeur op te snuiven. Maar net wanneer zijn neus de roos raakt, wordt hij in zijn neus geknepen. ‘Hey, hey, hey, ga eens weg, dit is mijn bloem!’ Wiskikker moet goed kijken voor hij ziet wie dit zegt. Een hele lange rups met een hoedje op en een vriendelijk gezicht kijkt Wiskikker verschrikt aan. ‘Wie ben jij?’, vraagt de rups. ‘Ik schrok me een hoedje’ en hij tilt zijn hoedje omhoog. ‘Ik was net een paar rozenblaadjes aan het plukken voor in mijn groentesoep.’ ‘Ik ben Wiskikker… en wie ben jij?’, antwoordt Wiskikker verlegen. Hij is ook geschrokken en kijkt hoe de rups zijn hoedje recht zet en rustig tegen een rozenblaadje aanleunt. ‘Ik ben Freddie de groenterups. Je bent hier in het Land van Berg en Dal en hier wonen de groenterupsen en de bloemenrupsen. Wij zorgen ervoor dat de groentes en bloemen prachtig groeien en bloeien.’ ‘Wat wil je ook alweer gaan maken?’, vraagt Wiskikker. ‘Groentesoep met rozenblaadjes. Niemand kan deze soep zo lekker maken als Freddie!’, roept Freddie enthousiast. ‘Wil je me meehelpen?’ Dat wil Wiskikker wel… hij is erg nieuwsgierig geworden naar de soep. ‘Kijk’, vertelt Freddie. ‘In het Land van Berg en Dal zorgen we ervoor dat iedereen zijn lievelingsgroente kan eten, zoveel als hij wil. Daarvoor moeten we weten wat iedereen het lekkerst vindt en hoeveel de rupsen eten. Dit kunnen we nooit allemaal onthouden. Daarom hebben we daarvoor een oplossing bedacht, kom maar mee!’
waar ben je nou? In het Land van Berg en Dal, kom maar gauw!
doe idee Teken een klein vierkantje met een blauw huisje en een heel groot vierkant met een geel huisje. Vraag de kinderen in elk tuintje bloemen te kleuren in de juiste kleur. Van welke kleur zijn de meeste bloemen nodig?
Wiskids, willen jullie Wiskikker helpen de kistjes te vullen?
Wiskikker in de Wereld van Wiskids Grafieken en statistiek
129
Freddie kruipt heel snel langs de rozenstengel naar beneden en brengt Wiskikker naar een dorpje met allemaal kleine rupsenhuisjes. Elk huisje heeft een andere kleur en elk tuintje staat vol met bloemen in dezelfde kleur. Wiskikker ziet rode tuintjes en groene en gele tuintjes. Het is prachtig.
doe idee Stel een controlevraag: hoeveel zaadjes • had Freddie in het kistje met tomaten moeten stoppen wanneer hij vier tomaten per dag zou eten? Maak een vergelijking met de kinderen zelf wanneer ze het niet begrijpen: hoeveel voeten heb je? Hoeveel schoenen heb je dan nodig? • Laat de kinderen vertellen hoeveel zaadjes er in de kistjes moeten. • Laat de kinderen benoemen wat hun lievelingsgroente is en hoeveel ze daarvan eten. Teken kistjes en laat kinderen er zelf zaadjes in tekenen. • Ga met de kinderen naar een bloemenveld en laat ze bloemen plukken. Laat ze vertellen welke bloemen ze het mooist vinden en verdeel daarna samen met de kinderen de bloemen.
‘Ja’, vertelt Freddie, ‘met de bloemen doen we precies hetzelfde. We moeten weten wat de lievelingskleur van een rups is en hoe groot de tuintjes zijn, zo kunnen we genoeg bloemen planten in een bepaalde kleur.’ Freddie en Wiskikker lopen verder. Dan stopt Freddie: ‘Kijk, hier houden we alles bij.’ Freddie laat Wiskikker een hele rij met houten kistjes zien. Op elke kist staat een soort groente of een kleur. Wiskikker ziet een kistje met een tomaat erop, een kistje met een komkommer en kistjes met een rode sticker, een blauwe sticker en ga zo maar door. Elke kist is gevuld met zaadjes. ‘Kijk, het werkt zo’, vertelt Freddie. ‘Elke rups geeft dus aan welke groente hij wil eten en hoeveel. Ik ben gek op tomaten en eet er twee op een dag. Daarom heb ik twee zaadjes in de kist met de tomaat gedaan. Mijn lievelingskleur is geel en ik heb een klein tuintje. Daarom heb ik in het gele kistje net zoveel zaadjes gedaan als ik gele bloemen wil.’ Freddie zegt: ‘Ik ben een groenterups en verzorg de tomaten in het Land van Berg en Dal. Ik zorg ervoor dat er heerlijke tomaten groeien en dat ik de tomaten, wanneer het tijd is om geplukt te worden, verdeel over alle rupsen. Ik zorg ervoor dat iedereen net zoveel tomaten krijgt als hij nodig heeft. Wiskikker, wil je me helpen de kistjes te vullen? Ik heb besloten om elke dag groentesoep te maken. Ik vertel je wat erin moet en jij vult de kistjes, oké?’ Freddie pakt een groot boek en begint te lezen: ‘twee tomaten, vier wortels, een komkommer, een ui, blaadjes van een roos en vier lange groene bonen.’ Wiskikker denkt diep na en begint de kistjes te vullen met zaadjes. Twee zaadjes in de kist met de tomaat erop, vier zaadjes in de kist met de wortel erop … en ga zo maar door. Wanneer ze klaar zijn, neemt Freddie Wiskikker mee naar zijn huisje. ‘Ik heb de groentesoep al klaar. Ik moet alleen nog de rozenblaadjes erin doen, even roeren en eten maar.’ Freddie schenkt twee grote kommen met soep in en samen genieten ze van de heerlijkste groentesoep die Wiskikker ooit gegeten heeft.
130
Wiskikker in de Wereld van Wiskids Grafieken en statistiek
Grafieken en statistiek Verzamelen en gestructureerd weergeven van gegevens introductie Kinderen verzamelen graag veel informatie, die ze sorteren en rangschikken tijdens het spelen. Door er een overzichtelijke grafische voorstelling van te maken kun je in één oogopslag zien wat je wilt weten en vergelijkingen maken. Ook bij grafieken beginnen kinderen met concrete objecten en gaan ze geleidelijk naar meer abstracte vormen over.
Je kunt beginnen met het sorteren van bijvoorbeeld fruit op een kleed met een blokjespatroon. Van welk soort fruit is er het meest? En van welke het minst? Kinderen kun je verder laten ingaan op aantallen, vorm en kleur. Je hebt bijvoorbeeld drie appels, vijf bananen en één kiwi. Leg deze in een vakkenveld onder elkaar. Stel vervolgens vragen aan de kinderen die te maken hebben met de begrippen als: meer dan, minder dan, gelijk aan, etc.
bouwfasen
1
Concrete
fase
• Sorteren van concrete objecten naar aanleiding van een vraag (bijvoorbeeld: welke kleur ogen hebben alle kinderen?)
2 Overgangsfase • Verwerken van de sortering in een plat vak, eventueel met plaatjes (bijvoorbeeld: 3x bruine ogen, 1x groene ogen en 5x blauwe ogen) • Overgang van concrete objecten naar meer abstracte vormen
Voorbeeld:: Appel
Banaan
Appel
Banaan
Appel
Banaan
Banaan
Banaan
Kiwi
3 Abstracte fase • Informatie zelf ordenen en verwerken in een plat vlak
Wiskikker in de Wereld van Wiskids Grafieken en statistiek
131
Ditzelfde kun je doen met schoenen, door te zoeken op schoenen met veters en schoenen met klittenband. Waar zijn er meer van? Hoeveel schoenen met veters zijn er en hoeveel met klittenband? Hoeveel zijn het er bij elkaar?
Praktijkverhaal werken met wuppies Omdat het WK Voetbal plaatsvindt, zoekt Wiskikker vandaag vriendjes die van voetballen houden. Hij zoekt kinderen met een oranje voetbalshirt. Dan gaan we samen tellen. Wiskikker wil ook een oranje shirt aan. In de klas hangt er eentje, maar die is veel te groot. Of is kikker te klein voor het shirt? Bij het WK voetbal horen de Nederlandse kleuren: oranje en rood-wit-blauw. Alle peuters hebben rood-wit-blauwe schmink op hun wangen of hun armen. Wiskikker heeft iets meegebracht in zijn schatkist: een mandje met Wuppies in de kleuren oranje, rood, wit en blauw. De kinderen mogen om de beurt een Wuppie pakken. Ze leggen alle oranje Wuppies bij elkaar. We tellen hoeveel het er zijn. Aan de andere kant van de tafel leggen de kinderen de kleuren van de vlag bij elkaar: rood, wit en blauw. Daarna vullen ze de Wuppies aan met Beesies in de kleuren oranje, rood, wit en blauw. Zo kunnen ze sorteren op soort én op kleur, waardoor de kinderen zien dat de verzamelingen elkaar overlappen. joke
132
Wiskikker in de Wereld van Wiskids Grafieken en statistiek
Vier- en vijfjarigen kun je vertrouwd maken met grafieken/ statistieken door middel van concrete voorwerpen. Door er bijvoorbeeld bonen bij te betrekken, kun je laten zien hoe je een grafiek moet lezen en wat een grafiek je kan vertellen. Gebruik daarbij begrippen als meer dan, minder dan, gelijk aan. Oudere kinderen kun je een ‘opiniepeiling’ laten uitvoeren. Ze vragen bijvoorbeeld aan alle andere kinderen: ‘Lust je kaas?’ Laat de kinderen met een lijst rondgaan waarop ze bijhouden of de andere kinderen kaas lusten. Zo ja, schrijf je naam links, zo nee, schrijf je naam rechts. Hoeveel kinderen lusten kaas?
wat is bij grafieken en statistiek van belang? Het is belangrijk dat kinderen: • het leuk vinden om informatie over allerlei voorwerpen en gebeurtenissen te verzamelen; • informatie gestructureerd weergeven in grafieken en vergelijkingen maken; • leren informatie te verwerken in grafieken of rasters, op grote vellen papier of op de computer.
Grafieken en statistiek Activiteitenkaarten Afhankelijk van de leeftijd en de ontwikkeling van een kind kun je de activiteiten inzetten om kinderen spelenderwijs met grafieken en statistieken te laten werken.
Kaart
Werkvorm
Soort activiteit
1.
Weerman
Dagelijkse activiteit
2.
Vogels spotten
Dagelijkse activiteit
3.
Kinderenquête
Groepsactiviteit
4.
Verlanglijstje
Groepsactiviteit
5.
Fruit sorteren
Keuzeactiviteit
6.
Verspringen
Keuzeactiviteit
7.
Pizza
Keuzeactiviteit
8.
Hamsteren!
Keuzeactiviteit
9.
Hoe ben jij gekomen?
Groepsactiviteit
Wiskikker in de Wereld van Wiskids Grafieken en statistiek
133
Grafieken en statistiek kaart 1
Weerman 1
Concrete fase
Laat kinderen een bepaalde periode kijken en bijhouden wat voor weer het is. Schijnt de zon? Is het bewolkt? Of regent het? Geef op een vel papier of een kalender met een afbeelding of tekening aan wat voor weer het is.
Duur
2 Overgangsfase
20-30 minuten
Kinderen kunnen met één meetinstrument het weer in een periode van een week bijhouden. Kijk bijvoorbeeld dagelijks met een regenmeter hoeveel regen er is gevallen en bewaar het regenwater in een potje waarop de dag staat. Aan het eind van de week wordt er gekeken op welke dag de meeste regen viel en op welke dag géén regen viel. Kijk ook hoeveel regen er in totaal is gevallen door het regenwater bij elkaar te doen in een maatbeker en te bepalen hoeveel het is.
Soort Keuzeactiviteit
Nodig - Kalender of groot vel papier - Regenmeter - Thermometer - Windvaantje - Afbeeldingen met zon, regen, wolk, etc.
3
Abstracte fase
Kinderen kunnen met meerdere meetinstrumenten het weer in kaart brengen. Een regenmeter voor de neerslag, thermometer voor de temperatuur, windvaantje voor de wind en het aantal dagen zon/ bewolkt. Deze gegevens kunnen ze dagelijks bijhouden en over langere periode in grafieken zetten. Kijk bijvoorbeeld na een periode van een maand hoeveel regen er is gevallen is die maand, hoe warm het is geweest, wat de warmste dag was, etc.
! Tip Laat de kinderen een weerbericht maken voor morgen en kijken of het klopt. Eventueel kun je hun weerbericht vergelijken met dat van de echte weerman!
134
Wiskikker in de Wereld van Wiskids Grafieken en statistiek
Grafieken en statistiek kaart 2
Vogels spotten 1
Concrete fase
Maak met de kinderen een voedertafel voor de herfst en maak op het papier een overzicht waarop je dagelijks het aantal vogels kunt bijhouden. Kijk elke dag vijf minuten samen met de kinderen of er vogels op de voedertafel zitten. Voor elke vogel die de kinderen hebben gezien, plakken ze een sticker op het overzicht.
2 Overgangsfase Als vogels gevoerd kunnen worden: elke keer/regelmatig/als ze er zin in hebben ... Laat de kinderen bijhouden hoeveel vogels ze in tien minuten bij de voedertafel zien. Over langere termijn kun je hiervan met de kinderen samen een leuke grafiek maken.
Duur 10 minuten per dag
Soort Keuzeactiviteit
3
Abstracte fase
Laat de kinderen ook bijhouden welke soorten vogels ze hebben gezien. Waren er meer mussen of mezen?
! Tip
Nodig - Voedertafel met vetbollen, drinkbak, etc. - Verrekijker - Vel papier - Stickers
Dit is echt een activiteit voor de herfst en de winter. In de lente en de zomer kun je denken aan alternatieven zoals op verschillende plaatsen op het buitenterrein graven en per plek tellen hoeveel diertjes/wormen er in de grond leven en dat verwerken in een overzicht.
Wiskikker in de Wereld van Wiskids Grafieken en statistiek
135
Grafieken en statistiek kaart 3
Kinderenquête 1
Concrete fase
Verzamel informatie over de kinderen door ze allerlei vragen te stellen. Bijvoorbeeld: wie is er een jongen en wie is er een meisje? Elke jongen geeft een hand aan een meisje … Blijft er iemand over? Hoeveel minder?
Duur
2 Overgangsfase
15-30 minuten
Stel de kinderen een vraag met meer keuzen, bijvoorbeeld: wat is je lievelingskleur? Laat de kinderen een blokje pakken van hun lievelingskleur. Vervolgens worden dezelfde kleuren bij elkaar gelegd. Wat is de meest geliefde kleur? En wat de minst geliefde?
Soort Groepsactiviteit
3
Nodig Papier en pennen
Abstracte fase
Kinderen die al wat ouder zijn, kunnen vragen bedenken met twee of meer keuzen of er een vragenlijst van maken. Kinderen kunnen hun mening geven over zaken als: wat vind ik leuker: computeren of buiten spelen? Gezamenlijk wordt er een overzicht gemaakt van de antwoorden.
! Tip Je kunt allerlei vragen bedenken, bijvoorbeeld: wie lust er liever een waterijsje en wie liever een softijsje? Hoeveel waterijsjes hebben we dan nodig? En hoeveel softijsjes? Bij zo’n vraag hoort natuurlijk ijs, zodat kinderen een ijsje kunnen uitzoeken. Probeer kinderen bij veel zaken te betrekken. Bijvoorbeeld als er over een idee van jou of van een collega of van een kind of de Kinderraad gestemd moet worden. Of bij verkiezingen voor de Kinderraad. Of bij welke uitstapjes er in de zomervakantie gedaan zullen worden. Je kunt de stemmen gewoon tellen, maar je kunt ze ook zichtbaar maken in een grafiek.
136
Wiskikker in de Wereld van Wiskids Grafieken en statistiek
Grafieken en statistiek kaart 4
Verlanglijstje 1
Concrete fase
Als er nieuw speelgoed kan worden aangeschaft, kun je bij de keuze de kinderen betrekken. Knip afbeeldingen uit van het materiaal waaruit de kinderen kunnen kiezen. Houd hierbij de leeftijd van de kinderen in de gaten; bij peuters is een keuze uit 2 (of op z’n hoogst 3) opties al voldoende. Laat elk kind de afbeelding van het speelgoed van zijn of haar keuze inleveren. Daarna ga je samen tellen hoeveel stemmen elk materiaal heeft gekregen. Je rondt het af door af te spreken wat er nu aangeschaft gaat worden.
Duur 30-45 minuten
2 Overgangsfase Als de kinderen daaraan toe zijn, kun je ditzelfde herhalen, bijvoorbeeld op een later moment in het jaar. Je pakt dan de nabespreking wel iets anders aan. Laat kinderen uit afbeeldingen hun keuze maken. Sorteer deze samen met de kinderen op een groot vel in kolommen. Je telt hoeveel afbeeldingen er in elke kolom liggen en bepaalt zo samen welk materiaal de meeste stemmen kreeg. Welk speelgoed kreeg minder stemmen? En bijvoorbeeld: waarop is maar één stem uitgebracht? Vraag aan een kind wat hij of zij heeft gestemd. Als het kind er niet zou zijn geweest en dus niet zou hebben gestemd, hoe zou dan de uitslag zijn geweest? Neem de afbeelding van zijn of haar keuze weg en tel opnieuw. Is de uitslag nu anders?
3
Soort Groepsactiviteit
Nodig - Speelgoedcatalogi - Schaar - Groot vel papier
Abstracte fase
In deze fase doe je hetzelfde als in de voorgaande fasen, maar probeer je wat meer op de achtergrond te blijven. Laat de kinderen zelf de kolommen tekenen bijvoorbeeld, en ‘spelen’ met de uitslag door bijvoorbeeld ook jouw stem erbij te tellen en weer weg te halen. Of aan kinderen te vragen of ze zich hebben bedacht en toch anders willen stemmen: verandert er dan iets? In welke kolom liggen er nu meer afbeeldingen of minder?
Wiskikker in de Wereld van Wiskids Grafieken en statistiek
137
Grafieken en statistiek kaart 5
Fruit sorteren 1
Concrete fase
Leg in een aantal vakken verschillend fruit naast elkaar, per vak één stuk fruit. Bijvoorbeeld: drie bananen, twee sinaasappels en één aardbei. Welk fruit ligt er? Hoeveel van elk fruit? Welke kleur?
Duur
2 Overgangsfase
15-30 minuten
Wat is meer, wat is minder, wat is evenveel? Haal bijvoorbeeld één banaan weg: hoeveel zijn er dan nog over? Etc.
Soort
3
Abstracte fase
Keuzeactiviteit
Nodig - Groot fotokarton met blokjespatroon - Speelgoedfruit of echt fruit
Leg in de vakken vijf bananen, drie appels, twee peren, etc. Als ik één banaan weghaal, hoeveel zijn er dan nog over? Etc.
! Tip Je kunt het ook doen met andere voorwerpen die in de vakjes passen, zoals kosteloos materiaal. Als de kinderen wat ouder zijn, kun je ze zelf vakken laten maken en er voorwerpen in laten tekenen.
138
Wiskikker in de Wereld van Wiskids Grafieken en statistiek
Grafieken en statistiek kaart 6
Verspringen 1
Concrete fase
De kinderen gaan kijken hoe ver iedereen kan springen. Iedereen mag verschillende pogingen doen. Om alles bij te houden, maak je met de kinderen een papier waarop de gegevens worden verwerkt. Naam kind
Hoeveel voeten?
Of: hoe vaak het stuk touw
Jan
Duur
Thijs
30 minuten
Links komen de namen en naast de namen dus kolommen voor de eerste, tweede en derde poging. Je spreekt ook af hoe je de gesprongen afstand gaat meten. Dat kan met voeten (voetlengtes), met stappen, met een lint, een stuk touw, een stok of een meetlint. Na elke sprong meet je de afstand, bijvoorbeeld met voetlengtes. Op het papier legt elk kind achter zijn of haar naam in de kolom van de eerste poging het aantal Lego-blokjes: evenveel als het aantal voetlengtes dus. Bijvoorbeeld: 10 voeten/voetlengtes = 10 Lego-blokjes. Ditzelfde doen jullie na de tweede en de derde poging. Wie heeft de meeste Lego-blokjes bij de eerste sprong? En wie bij de tweede? Etc. Om het duidelijk te kunnen zien, kun je de Lego-blokjes laten stapelen. Wie heeft de hoogste toren? Wie de kleinste? En: als je de torens naast elkaar zet of legt, heb je al een 3D grafiek!
Soort Keuzeactiviteit
Nodig - Zandvlakte - Groot papier of karton voor het noteren van de uitslagen - Iets om de afstanden te meten, bijvoorbeeld een stukje lint, ‘voeten’, stappen - Lego-blokken
2 Overgangsfase Je gaat weer verspringen en maakt ook weer een papier waarop de afstanden worden genoteerd. Deze keer doe je dat bij elke sprong in cijfers. Wie heeft het allerverste gesprongen? En wie maakte de allerkleinste sprong? Per kind: welke van de pogingen was de grootste sprong? lees verder > Wiskikker in de Wereld van Wiskids Grafieken en statistiek
139
3
Abstracte fase
De kinderen gaan verspringen en je laat ze weer meten hoe ver iedereen springt. Laat de kinderen het zelf bijhouden op papier. Je maakt hier nog een kolom bij waarin bij elk kind de verste sprong kan worden geschreven. Als iedereen drie pogingen heeft gedaan, ga je bij elk kind kijken hoe ver de verste sprong was en vul je dit in, in de betreffende kolom. Dan ga je een grafiek maken met op de y-as de namen en op de x-as de afstanden. Elk kind zet een stipje op de hoogte van de eigen naam en bij zijn of haar verste afstand. Als alles is ingevuld, kun je zien welk puntje het verst naar rechts staat. Het kind dat dit puntje intekende, heeft dus het verste gesprongen. Bij welke afstand staan de meeste puntjes? En wiens puntje staat helemaal links bij de kortste sprong?
! Tip Maak het papier waarop je de gegevens ‘opbouwt’ of opschrijft en ook de grafiek samen met de kinderen. Als jij dit van tevoren zelf helemaal klaar maakt, is het voor hen namelijk veel lastiger om te zien hoe het in elkaar zit.
140
Wiskikker in de Wereld van Wiskids Grafieken en statistiek
Grafieken en statistiek kaart 7
Pizza 1
Concrete fase
Teken een cirkel (de ‘pizza’) op de grond. Vraag de jongens om aan jouw ene kant te gaan staan en de meisjes om aan jouw andere kant te gaan staan (de meisjes daar en de jongens daar). Dan gaan jullie kijken welke groep groter is: de jongens of de meisjes. Dit doe je door het lint te gebruiken als scheidingslijn. Snijdt het lint de cirkel/ pizza in twee gelijke helften? Of is het stuk met de jongens groter? Of het stuk met meiden?
Duur
2 Overgangsfase
15 minuten
Knip uit een cirkel evenveel blauwe pizzapunten als er jongens in de groep zijn en roze voor de meisjes. Laat de kinderen hun punt op het pizzakarton leggen. Als je alle roze tegen elkaar aanlegt en datzelfde ook doet met alle blauwe, hoe is de pizza dan verdeeld? Loopt de scheiding tussen blauw en roze in het midden of helemaal niet?
3
Abstracte fase
In deze fase kun je verschillende zaken combineren. Bak een pizza, verdeeld in acht stukken. Op de helft van de pizza zit kaas (als je met een papieren versie werkt, zouden dit gele parten zijn). Op een kwart zit paprika (groene punten) op een achtste zit salami (rood). Welk deel van de pizza is nog niet gevuld? En hoe groot is het deel dat hierin zal passen? Leg daarvoor kwarten en achtste stukjes ernaast. Laat de kinderen eerst bedenken en beredeneren wat zou passen voordat ze het ontbrekende stuk erin gaan schuiven.
Soort Groepsactiviteit
Nodig - Krijt om een cirkel te tekenen - Lint - Pizza- of taartkarton - Papier om pizzapuntjes uit te knippen
! Tip Deze activiteit kun je zodanig aanpassen dat je hem ook buiten kunt doen. Gebruik dan stoepkrijt, waarmee je pizza’s en pizzapunten kunt tekenen. Laat kinderen pizzapunten inkleuren, zo ervaren ze en zien ze het verdelen van de pizza in parten.
Wiskikker in de Wereld van Wiskids Grafieken en statistiek
141
Grafieken en statistiek kaart 8
Hamsteren! 1
Duur 30 minuten
Soort Keuzeactiviteit
Nodig
Vraag aan de kinderen om buiten allerlei soorten materiaal te zoeken en naar één plek te brengen. In de zandbak maak je flinke kolommen; dit kan ook met stoepkrijt op de stoep. Als kinderen voorwerpen komen brengen, bekijk je met hen samen in welke kolom het hoort: takjes bij takjes; stenen bij stenen; blaadjes bij blaadjes. Je telt hoeveel er in elke kolom ligt.
2 Overgangsfase In deze fase doe je hetzelfde, maar bespreek je ook van welk materiaal er het meeste is gevonden. En: wat gebeurt er als er een blaadje wegwaait? En als kinderen die van geen ophouden weten, almaar spulletjes blijven brengen? Hoe verandert dan het aantal in de kolom? In welke ligt het meeste? En in welke het minste?
3
- Materialen uit de natuur - Eventueel: stoepkrijt
142
Wiskikker in de Wereld van Wiskids Grafieken en statistiek
Concrete fase
Abstracte fase
Kinderen verzamelen net als in de bovenstaande fasen; teken weer kolommen op de grond. Na een tijdje (5 tot 10 minuten) ga je al samen tellen en bespreken in welke kolom het meeste ligt en waar het minste. Dan ga je de spullen anders ordenen; je verandert de criteria. Nu komen de stenen bij de takken, want stenen en takken zijn allebei hard. In welke kolom ligt nu het meeste? En wat gebeurt er als je op kleur sorteert? Dan komen de bruine blaadjes in de kolom bij de takken. Waar ligt nu het meeste? En hoeveel blaadjes zijn er in de kolom van de blaadjes nog over?
Grafieken en statistiek kaart 9
Hoe ben jij gekomen? 1
Concrete fase
Je gaat met de kinderen bekijken hoe ze die ochtend of middag naar de locatie zijn gekomen. Gebeurde dat met de auto of met de fiets? Vraag de kinderen om te gaan staan bij het vervoermiddel dat op hen van toepassing is. Hiervoor kun je een speelgoedauto, -fiets en poppetje gebruiken. Je krijgt nu twee groepen en misschien zelfs drie als er ook kinderen bij zijn die lopend zijn gekomen. Tel samen het aantal kinderen per vervoerswijze.
Duur
2 Overgangsfase
20-30 minuten
Je bekijkt weer met de kinderen hoe ze naar de locatie zijn gekomen. Dit keer houd je de gegevens bij op een vel papier met daarop twee of drie kolommen. In de ene kolom zetten de kinderen die met de auto werden gebracht, een speelgoedauto. In de andere kolom plaatsen de kinderen die op de fiets kwamen, een speelgoedfietsje (of een afbeelding daarvan). De derde kolom is dan voor de voetgangers; daar kunnen afbeeldingen van benen of voeten worden neergelegd. Bespreek wat er gebeurt als een van de kinderen vakantie heeft. Of als een kind dat er toevallig niet is, toch zou zijn gekomen (van de meeste kinderen weet je wel hoe ze worden gebracht).
3
Soort Groepsactiviteit
Nodig Speelgoedauto, -fiets, poppetje of afbeeldingen
Abstracte fase
Ga het ‘vervoer’ in kaart brengen als kinderen naar huis gaan. Doe dat dan in het platte vlak. Maak op een vel papier twee (of drie) kolommen met bovenin afbeelding van een auto, een fiets en benen of voeten. Je kunt dit vel invullen aan het einde van de dag, dus als de ouders binnen zijn om kinderen op te halen. Van elk kind schrijf je de naam in de kolom met het vervoermiddel waarmee hij of zij naar huis gaat. De stand verandert dan voortdurend (met elk kind dat vertrekt) en met de kinderen die wel nog in de groep zijn, kun je deze wisselingen bijhouden en steeds opnieuw tellen. Je kunt ook gaan voorspellen: als kind x zo meteen wordt opgehaald en de ouder komt met de auto, wat verandert er dan in die kolom?
Wiskikker in de Wereld van Wiskids Grafieken en statistiek
143
3+ jr
Wiskikker op zoek naar de grote groene vijver ‘Wat een bijzondere wereld is de Wereld van Wiskids toch’, denkt Wiskikker. ‘Ik heb al zoveel gezien en zoveel meegemaakt! Maar ik mis wel mijn papa en mama en mijn vriendje Kik. Waar is toch de grote groene vijver in het bos?’
doe idee Vraag de kinderen welke landen ze kunnen opnoemen uit de Wereld van Wiskids en wat Wiskikker hier heeft meegemaakt.
Wiskikker wordt er een beetje verdrietig van, door zijn tranen kan hij niet meer zien waar hij springt. Boem… hij springt zo op een paddenstoel. Een kaboutertje komt geschrokken de paddenstoel uitgerend. ‘Hey, kijk uit waar je springt!’ Dan ziet de kabouter de tranen van Wiskikker. ‘Ach kikker, wat is er?’ Wiskikker vertelt van zijn zoektocht naar de grote groene vijver en wat hij onderweg allemaal heeft meegemaakt. De kabouter begint te lachen. ‘Ik weet wat je moet doen, kom maar achter me aan.’ Met zijn kleine kabouterbeentjes rent de kabouter richting een klein paadje. ‘Als je dit paadje helemaal uitloopt, kom je bij een berg en op die berg staat een grote toren. Als jij nu boven op die toren klimt en zo hoog springt als je kunt, dan kun je heel ver kijken en kun je vast de grote groene vijver vinden.’ Wiskikker veegt zijn tranen weg en springt het pad af. Hij klimt op de grote toren. Boven op de toren kan hij echt heel ver kijken. Hij ziet het Land van Kilo en Meter, het Land van Achter en Hoeks, het Land van Berg en Dal, het Land van Ratjetoe, het Land van Regelmaat en het Land van Oneindig … maar niet de grote groene vijver. Wiskikker haalt diep adem en springt zo hoog als hij kan… Ja, daar achter het Land van Ratjetoe ziet hij het bos waar hij vandaan komt! Wiskikker springt nog een keer heel hoog… en ja, daar naast die grote eikenboom ziet hij de grote groene vijver.
Wiskids, willen jullie Wiskikker helpen om de grote groene vijver te vinden?
Wiskikker in de Wereld van Wiskids Slot
145
Wiskikker springt en springt en kijkt goed zodat hij weet waar hij naartoe moet springen. Hij klimt naar beneden en begint te springen in de richting van de grote groene vijver.
doe idee • Teken samen met de kinderen een landkaart met een groene vijver erop en laat elk kind een oefening bedenken. Bijvoorbeeld eerst tien sprongen rechtdoor, dan van de glijbaan, dan een driehoek springen. Je kunt hierbij alle oefeningen inzetten. Neem de landkaart mee naar buiten en loop in een rijtje achter elkaar aan en doe de oefeningen van de landkaart, tot ze bij de grote groene vijver zijn. • Om de beurt mag een kind met groen stoepkrijt buiten een vijver tekenen op de grond, daarna gaan de kinderen de vijver zoeken, samen met Wiskikker.
146
Wiskikker in de Wereld van Wiskids Slot
Wiskikker gaat steeds sneller springen, want hij ruikt de grote groene vijver en hoort bekende vogeltjes zingen. Wiskikker springt en springt en dan… plons, met een prachtige duik springt Wiskikker in de grote groene vijver. Hij is moe maar heel erg gelukkig… en weten jullie wie Wiskikker langs de kant ziet staan, als hij zijn kop weer boven water steekt? Kik, zijn vriendje Kik! Wat zijn de twee vrienden blij om elkaar weer te zien! Wiskikker laat Kik trots de koffer zien met de prachtige spullen. Daarna springen ze samen naar huis. Heel langzaam, want Wiskikker heeft veel te veel te vertellen…
2-3 jr
Wiskikker op zoek naar de grote groene vijver Wat een mooie wereld is de Wereld van Wiskids toch, denkt Wiskikker. Maar ik mis wél mijn papa en mama en mijn vriendje Kik. Waar is de grote groene vijver in het bos?’ Wiskikker wordt er verdrietig van, door zijn tranen kan hij niet zien waar hij springt. Boem… hij springt zo op een paddenstoel. Een kaboutertje komt geschrokken de paddenstoel uitgerend. De kabouter ziet de tranen van Wiskikker. ‘Kikker, wat is er?’ Wiskikker vertelt dat hij de grote groene vijver niet kan vinden. De kabouter begint te lachen. ‘Ik weet wat je moet doen, kom maar achter me aan. Loop maar naar die berg. Op die berg staat een toren. Klim op die toren en je kunt heel ver kijken. Dan zie je vast de grote groene vijver.’ Wiskikker veegt zijn tranen weg en springt naar het pad. Boven op de toren kan hij heel ver kijken. Hij ziet alle landen waar hij is geweest. Wiskikker ziet de landen, maar hij ziet geen grote groene vijver. Dan springt hij heel hoog. En dan ziet hij de grote groene vijver! Wiskikker is erg blij en begint te springen. Wiskikker gaat sneller springen, want hij ruikt de grote groene vijver. Wiskikker springt en springt en dan… plons, met een duik springt Wiskikker in de grote groene vijver.
Wiskids, weten jullie in welke landen Wiskikker is geweest?
En weten jullie wie Wiskikker langs de kant ziet staan?... Papa, mama en Kik... zijn vriendje Kik. Moe maar heel gelukkig geeft Wiskikker ze allemaal een dikke knuffel!
Wiskikker in de Wereld van Wiskids Slot
147
Praktijkverhaal brief De reacties van de ouders die deze brief kregen, waren verschillend. Maar de meeste mensen waren erg verrast. Ze hadden er nooit bij stilgestaan dat je met peuters al wiskunde kunt doen... Dat we het op een heel speelse manier gingen aanpakken, vonden ze wel geruststellend. In ieder geval was het resultaat een hele berg spullen waar we nog heel lang heel veel activiteiten mee konden doen: een kast kon van boven tot beneden worden gevuld met doosjes en mandjes met allerlei materialen. gaby
Beste ouders/verzorgers, Zoals jullie weten zijn we vorig jaar met de 3+ kinderen naar de Mathekings tentoonstelling geweest. De kinderen vonden dit een superleuke ervaring. Graag zouden we hiermee op de groep door willen gaan. Veel van de materialen die we daarvoor nodig hebben, heeft u wellicht thuis liggen zonder dat u er iets mee doet. Maar wij zouden er heel blij mee zijn. Met uw spullen kunnen we nog meer uit Mathekings halen en de kinderen spelenderwijs kennis laten maken met wiskunde. De dingen die wij nodig hebben zijn: schelpen schoenendozen oud keukengerei vergrootglazen oude sleutels steentjes knopen wasknijpers plastic dieren
ballonnen dobbelstenen schoenveters oude speelgoedauto’s veren bollen wol moeren en bouten meetlinten lapjes stof
Heeft u thuis een van deze dingen en kunt u ze missen? Neem ze mee, wij zijn er blij mee. Met vriendelijke groet, Team Klein Drakenstein
148
Wiskikker in de Wereld van Wiskids Materialen en middelen
Materiaalkeuze Kleine kinderen zijn dol op goed wiskundig materiaal en het prikkelt hun fantasie. Dergelijk materiaal is minstens zo fascinerend en verleidelijk als het speelgoed dat de kinderen normaliter thuis hebben liggen, zo niet verleidelijker.
pakken, dan vinden de kinderen het een stuk leuker al die spinnetjes, dino’s en kevertjes te sorteren, te tellen en er patronen van te leggen, dan de buurman aan het schrikken te maken.
Het beste materiaal bestaat uit de schatten die de kinderen zelf verzamelen: beestjes, auto’s of figuurtjes van materiaal dat prettig aanvoelt. Daardoor wordt hun fantasie geprikkeld en kunnen ze wiskundige concepten spelenderwijs begrijpen, onthouden en toepassen.
In de index (p. 151) staan de middelen die zijn gebruikt voor de methode, de kist en de tentoonstelling. Voor elk middel wordt aangegeven voor welke wiskundige pijler het is ingezet (l), maar de meeste middelen zijn op meerdere wiskundige pijlers van toepassing.
Kinderen moeten wel genoeg tijd krijgen om het stadium van ontdekkingen te kunnen doorlopen, om alles te onderzoeken en uit te pluizen. Hebben ze eenmaal de smaak te
Bij deze methode hoort voor elke locatie een kist met basismateriaal voor Wiskids (p. 155). De kist kan aangevuld of uitgebreid worden met materialen naar eigen inzicht.
Wiskikker in de Wereld van Wiskids Materiaalkeuze
149
De kist kan aangevuld of uitgebreid worden met materialen naar eigen inzicht.
Index Middel A Auto’s Afwasborstels B Boerderijdieren Blokken
Sorteren en groeperen
Patronen
Getallen
Ruimte en geometrie
Wegen, meten en vergelijken
Grafieken en statistiek
• • • • •
Bonen
• Ballonnen • • • • • Bekers • • •
(splitbonen)
C Cubix (stapelblokken)
D Dobbelsteen
• •
Duimstok Dozen (karton)
•
• •
Dieren
E
• • Eendjes • (klein, plastic)
• •
F Fruit Flessen
• G Groente • • H Horloges • K Kleding • Knuffels • Knopen •
(plastic)
Wiskikker in de Wereld van Wiskids Index
151
Middel
Sorteren en groeperen
Keukengerei
•
Patronen
Getallen
Ruimte en geometrie
Wegen, meten en vergelijken
Keuken-
• Klei • • Klok • L Lint • Loep •
weegschaal
M Muziek instrumenten
•
Meetlinten
•
(IKEA gratis)
Maatbekers
•
(setje)
P Poppen Pollepels
• • • •
R Rolmaat S Strikjes (verpakking)
Steentjes Schelpen
• • •
• Stokjes • Sleutels • Sokken • Spiegels • T Touw • Takjes • • Stroken papier
152
Wiskikker in de Wereld van Wiskids Index
Grafieken en statistiek
Middel V Veren
Sorteren en groeperen
Patronen
Getallen
Ruimte en geometrie
Wegen, meten en vergelijken
Grafieken en statistiek
• • • •
Veters Vergrootglazen W Wasknijpers
•
• Weegschaal • Washandjes • Z Zand • • Zandlopers • Wc-papier
Zakjes
(katoen, linnen)
•
Wiskikker in de Wereld van Wiskids Index
153
Basisuitrusting Wiskids Materiaal
Aantal
Nuttig om te weten
Wiskikker
Per groep peuters/kleuters: 1
Via Humankind portal
Grote dobbelsteen (cijfers)
1
Via Heutink
Grote dobbelsteen (stippen)
1
Via Heutink
Zakjes (klein/groot, stof/jute)
10
Voor verzamelen
Zand(bak)vormen geometrisch
2 sets
Via Heutink
Kleine knuffels of speelgoeddieren etc.
Verschillende soorten, aantallen en kleuren
o.a. Ikea; assortiment wisselt
Bekers, met én zonder cijfers
Tenminste 10
Voor verzamelen, sorteren en tellen
Mandjes, met én zonder cijfers
Tenminste 10
Voor verzamelen, sorteren en tellen
Humankind dobbelsteen
Maatbekers Zandloper(s)
Via Heutink
Houten weegschaal, personenweegschaal en keukenweegschaal
1 of 2
De houten via Heutink
Kleerhangers
Tenminste 2
Met inkeping aan de uiteinden om er zakjes aan te hangen om te wegen
(Meet)linten
Genoeg voor een groepje kinderen
Diverse meetlinten, maar ook gewoon stevig touw, lint, schakelketting
Cadeaustrikken
Veel
Knopen (of flessendoppen, of ...)
Veel, in verschillende grootte, vormen, kleuren en met verschillend aantal gaten
Badeendjes
Veel en in verschillende varianten
Via Bol.com/Hema
Auto’s, duplo, blokken, bordjes en bestek, ballen en hoepels, pittenzakjes, etc.
Zoveel als nodig voor een activiteit
Je eigen groep!
Een open kast om op te bergen en een kist of koffer om spullen mee te nemen als er een activiteit is
Dozen/bakken/kisten om het materiaal gesorteerd in op te bergen
Wiskikker in de Wereld van Wiskids Basisuitrusting
155
Bedankt Wiskids!