Skip to main content

bachelor agro- en biotechnologie op afstand - groenmanagement - plant en habitat

Page 1

Plant en habitat studiegebied biotechniek bachelor in de agro- en biotechnologie afstandsonderwijs academiejaar 2022-2023


36

Vaste planten Acaena STEKELNOOTJE zodevormend liggend halfwintergroen kegeltjes

Dit is een aardig zodenvormend plantje met liggende, vaak wortelende stengels. De samengestelde bladeren zijn oneven geveerd, de blaadjes zelf zijn langwerpig en gezaagd. De bloemetjes zijn onbetekenend, vaak groenachtig wit van kleur en staan in een kegel- of cilindervormige bloeiwijze (juni-juli). De sierwaarde wordt naast het fraaie blad vooral bepaald door de opvallende kelkstekels die zich aan de vruchten ontwikkelen (stekelnootje). In niet al te strenge winters blijft dit plantje uit de rozenfamilie groen. Alle soorten Acaena groeien uitstekend zowel in volle zon als op halfbeschaduwde plaatsen. Aan de bodem stellen ze geen bijzondere eisen. Te zware grond en te veel vocht in de winterperiode hebben een ongunstige invloed.

A. microphylla STEKELNOOTJE

10 cm

rode bloei

10 cm

6 -8

Z –HS

Goed waterdoorlatend, kalkrijk

8-12

Deze soort bezit groene bladeren. De kelkstekels zijn mooi bruinrood en vallen sterk op.

bruin blad

'Kupferteppich' heeft mooi bruin blad. Een van de meest gevraagde en toegepaste stekelnootjes. Hoogte ca. 10 cm.

_______________________________________________

Acanthus ACANTHUS aar sierblad gevoelig bij harde winters

Dit is een zeer statige en decoratieve plant. Ze komt vooral in de meer zuidelijk gelegen gebieden waaronder het Middellandse-Zeegebied voorkomt. Daardoor heeft de plant als voorbeeld gediend voor de kapitelen van de Corintische zuilen. De bladeren zijn groot en diep ingesneden. De bloemen, die zich in aren bevinden, zijn wit of lila van kleur en hebben minder sierwaarde dan de getande schutbladeren, die de bloemen voor een deel overheersen. Het zijn echte zomerbloeiers (juni-augustus), maar ze blijven na de bloei een lange periode decoratief. Acanthus groeit bij voorkeur op zonnige plaatsen. 's Zomers bij voorkeur voldoende vochtig grond, te veel water in de winterperiode kan de planten laten afsterven. De planten hebben sneller last van te veel vocht dan van zeer lage temperaturen. Toch is het best dat ze licht afgedekt worden met bladeren of stro.

Docent: Yves.Dehondt

Plantenkennis 2


37

A. mollis 175 cm

60 cm

6-9

Z

Kalkrijk

3-5

hoge toorts

Deze plant heeft bladeren die veerspletig zijn. In de bloemblaadjes komen vaak paarse bloei

wat purperen aderen voor. Hij wordt hoger dan A. hungaricus, soms wel tot 175 cm. Deze soort is licht vorstgevoelig, ze komt immers in het MiddellandseZeegebied voor. A. mollis ‘Rue Ledan’ is een witte cultivar.

_______________________________________________

Achillea DUIZENDBLAD droge zandgrond licht woekerend tuilvormige bloei geur

zonnig

Dit is een zeer uitgebreid plantengeslacht (ca. 100 soorten) dat vooral voorkomt in de gematigde zone van de oude wereld. A. millefolium (duizendblad) is vooral in Vlaanderen en Nederland zeer verspreid op droge zandgrond. In cultuur zijn ze gemakkelijk te kweken, soms hebben ze de neiging tot woekeren. Er bestaan ook weinig voorkomende alpiene soorten die moeilijk te kweken zijn. De groeihoogte van de duizendbladsoorten loopt uiteen van 10 cm tot wel 150 cm. De bladeren zijn vaak geveerd, meestal groen, soms ook zijdeachtig behaard waardoor ze grijsachtig overkomen. Bij de meest gangbare soorten bestaat de bloeiwijze uit een dichte compacte tuil. De kleuren wit en geel komen het vaakst voor. Opvallend is de sterke geur die vooral A. filipendulina verspreidt. In het algemeen stellen de planten weinig eisen aan de grondsoort. Een zonnige standplaats is noodzakelijk. Sommige soorten en cultivars leven betrekkelijk kort. Om ze jong te houden moeten ze om de twee tot drie jaar worden gerooid, gedeeld en opnieuw uitgeplant. Enkele hogere soorten hebben wat slappe stengels en ondersteuning is dan wenselijk of vaak noodzakelijk. Duizendblad is niet gevoelig voor ziekten.

A. cultivars 80 cm

30 cm

6-9

Z

Goed doorlatend, warm

5-7

In de loop der tijd zijn er veel waardevolle cultivars ontstaan die niet bij een bepaalde soort zijn onder te brengen. Zo hebben we: 'Coronation Gold', minder hoog (80-90 cm) dan de cultivars van A. filipendulina en langer doorbloeiend (juni-september) met opvallend mooie gele bloeiwijzen.

A. filipendulina 120 cm

40 cm

6-9

Z

Goed doorlatend, warm

5-7

Een sterke, onverwoestbare vaste plant uit de Kaukasus. Een zomerbloeier waarvan een aantal cultivars bestaat, die onderling weinig van elkaar verschillen. Ze hebben

Docent: Yves.Dehondt

Plantenkennis 2


38

sterke plant

alle, gele bloemen die in gewelfde tuilen zijn verzameld. Ze worden, afhankelijk van de grondsoort, 120-150 cm hoog en bloeien in juli tot september.

geel zonneklopper

'Cloth of Gold': uit zaad geteeld, 'Parker's Variety': vegetatief vermeerderd

A. millefolium GEWOON DUIZENDBLAD

80 cm inheems

40 cm

6-9

Z

5-7

Deze inheemse soort treffen we aan met vuilwitte tot lilaroze bloemen in dichte tuilen, waarbij de witte veruit het meest voorkomen. Sinds lang worden cultivars

steun nodig

als 'Cerise Queen' (purperroze) geteeld. Een nadeel is dat de bloemen aan het eind van de bloei grauwwit verkleuren. De laatste jaren zijn een aantal nieuwe rassen ontstaan. De meeste worden 75-100 cm hoog en hebben vaak steun nodig. De bloeiperiode loopt van juni tot september. 'Summerwine': diep wijnrood en niet verkleurend

A. ptarmica WILDE BERTRAM

60 cm

50 cm

6-9

Z

5-7

inheems

Deze inheemse soort komt op vochtige plaatsen voor. Het is een wat slordig

vochtige grond

wit hartje. In cultuur zijner vooral gekend:

groeiende plant met wittebloempjes ter grootte van een madeliefje, maar met een 'Perry's White': gevuldbloemig, wit, 75 cm ‘White Pearl’: uit zaad gekweekt, halfgevuld, 75 cm De bloei begint in juni en duurt tot in augustus.

Alchillea millefolium

A. filipendulina

A. ptarmica ‘White Pearl’

_______________________________________________

Docent: Yves.Dehondt

Plantenkennis 2


39

Aconitum aantrekker voor bijen

knolvormige wortel afwatering is !

Deze plant komen vooral in bergachtige gebieden voor. De bloemen van monnikskappen zijn heel bijzonder. Van de kelkbladeren, die eruitzien als kroonbladeren, heeft de achterste de vorm van de helm van een hellebaardier. Deze overhuift twee smalle, langgespoorde kroonbladeren die nectar produceren. Ze lijken speciaal te zijn ingericht voor hommels, die dan ook vaak een bezoek aan de bloemen brengen. Veel soorten hebben blauwe of purperkleurige bloemen, maar geelachtig bloeiende soorten komen ook voor. In cultuur zijn bovendien monnikskappen bekend die min of meer wit of roze van kleur zijn. Er is zelfs een tweekleurige: Aconitum x cammarum 'Bicolor' (blauw met wit). De bloei vindt soms al in de voorzomer plaats, maar enkele bloeien nog in oktober! De bladeren zijn drie-, vijf- of zevendelig, de stengels zijn stevig. De hoogte verschilt sterk nl. van 75 tot ruim 200 cm. In de grond bevinden zich veelal knolvormige wortelstokken. Monnikskappen houden van een koele, voedselrijke grond. Water dat niet snel verdwijnt, vooral in winter, zal vaak problemen geven. Vooral het optreden van een verwelkingsziekte kan daardoor worden bevorderd.

A. x cammarum 100 cm

50 cm

6-8

Z

Goed waterdoorlatend

5-7

Deze monnikskap is ontstaan uit een kruising van A. napellus met A. variegatum. ‘Bicolor': blauw met wit, 100 cm hoog en bloeit in juli-augustus.

A. henryi 120 cm

Spark’sVariety

70 cm

7 - 10

Z

Goed waterdoorlatend

5-7

Alleen de cultivar 'Spark's Variety' heeft (grote) betekenis. De bloeiwijze is sterk vertakt en in de maanden juli en augustus bezet met diepblauwe bloemen. De groeihoogte bedraagt ongeveer 80-100 cm.

A. napellus 100 cm

60 cm

7 - 10

Z

Goed waterdoorlatend

5-7

Deze plant komt in de Alpen in het wild voor en er zijn nogal wat ondersoorten bekend. Hij heeft blauwe bloemen die uit vertakte bloeiwijzen bestaan. Ze bloeien in juli-augustus en zijn ca. 100 cm hoog.

A. cultivar 70 cm

40 cm

5 -7

Z

Goed waterdoorlatend

5-7

A. ‘Stainless Steel’: Recent soort met bijzondere blauwgrijze bloemkleur in juni-juli, heeft tijd nodig om zich te ontwikkelen. Bloeit grijsblauw en wordt tot 70 cm hoog.

Docent: Yves.Dehondt

Plantenkennis 2


40

_______________________________________________

Actaea CHRISTOFFELKRUID drievoudig geveerd blad bessen halfschaduw

Dit zijn typische bosplanten die nauw verwant zijn aan Cimicifuga. Er zijn maar weinig soorten bekend. Ze komen van nature alleen voor in de gematigde zones van het noordelijk halfrond. De bladeren zijn twee- tot driemaal geveerd, de witte bloemen staan in korte gedrongen trosjes. De fraai gekleurde bessen vertegenwoordigen de meeste sierwaarde en zorgen ervoor dat hij vaak aangeplant wordt. Humusrijke grond en een (licht) beschaduwde plaats geven de beste groeiresultaten.

A. rubra 60 cm

40 cm

5-6

Z

3-5

In tegenstelling tot de inheemse A. spicata heeft deze uit oostelijk Noord-Amerika afkomstige soort vrij donkere, bloedrode bessen, die vaak in augustus al aanwezig zijn. De groeihoogte bedraagt 40 à 60 cm. Een heel stuk hoger wordt de forma neglecta die witte bessen produceert.

A. simplex 175 cm zeer hoog

80 cm

8 - 10

HS

5-7

Deze vaste plant bloeit met een witte bloeiwijze van augustus tot laat in oktober. Zowel de soort als alle cultivars vragen halfschaduw.

late bloei

‘Brunette’: heeft paarse bladeren.

_______________________________________________

Aegopodium ZEVENBLAD woekerend uitlopers bosplant

Zevenblad wordt tot de lastigste onkruiden gerekend. De plant, die zowel in Europa als in Azië in het wild voorkomt, vermeerdert zich vooral door worteluitlopers. Elk stukje wortel dat in de grond achterblijft, ontwikkelt zich tot een nieuw plantje. Deze plant groeit overal, zowel op zonnige als op beschaduwde plaatsen, maar vooral in bossen.

A. podograria 40 cm

20 cm

6-8

Z

5-7

Enkel de cv. ‘Variegatum’ wordt in de handel aangeboden. De bontbladige vorm van zevenblad is minder agressief en komt in cultuur regelmatig voor. De bladeren zijn dubbel drietallig, ook vaak zeventallig. De blaadjes zijn eirond tot langwerpig, gezaagd en witbont gevlekt. De min of meer witte bloemen bevinden zich in

Docent: Yves.Dehondt

Plantenkennis 2


41

veelstralige schermen (juni-augustus). Tijdens de bloei is deze bonte cultivar ca. 40 à 50 cm hoog.

_______________________________________________

Agapanthus AFRIKAANSE LELIE winterdek nodig

kale stengel met tuilvormige bloemen in bol

Dit is een vaste plant met wat op bollen lijkende wortelstokken, vlezige wortels en tweerijig geplaatste, sierlijk gebogen smalle bladeren die al dan niet wintergroen zijn. De bloemstengels kunnen wel tot 2 m hoog worden. Aan de top van de kale stengels staan trechtervormige bloemen, verzameld in een scherm. De bloeitijd in onze streken strekt zich uit over de maanden juli en augustus. De bloemen zijn blauw, violet of wit in allerlei nuances. Er zijn slechts een tiental soorten, maar wel bijna 400 cultivars bekend. Alle Agapanthus-soorten hebben een zonnige standplaats nodig, ze zijn immers afkomstig uit Zuid-Afrika. Tijdens de groei- en bloeiperiode moet de grond voldoende vochtig zijn. Daarom is het beter jaarlijks wat humusrijk materiaal rond de planten aan te brengen. Veel vocht in de winterperiode is slecht. Zorg voor een zwaar winterdek van blad, stro of riet. Bij voorkeur koop je best de planten in de (voor)zomer.

A. africanus AFRIKAANSE LELIE

120 cm

blauwe bloei

30 cm

7-8

Z

Goed waterdoorlatend

5-7

Onder deze groep vallen veel bekende cultivars. Onder de naam A. africanus wordt op kwekerijen een Agapanthus aangeboden met mooie blauwe bloemen op tot 100 cm lange stelen. Het gaat daarbij eigenlijk altijd om zaailingen. ‘Blue Triumphator': violetblauw, zeer groot aantal bloemen per steel, 75-100 cm

_______________________________________________

Agastache DROPPLANT, ANIJSNETEL geur

droog en zonnig

Opvallende, sterk geurende planten die pas de laatste decennia opgang hebben gemaakt. Er komen zowel in Azië (China en Japan) als in NoordAmerika (Texas) soorten in het wild voor. De bloemen van deze lipbloemige plant staan dicht opeen en vormen een dikke 'kaars'. Het blad is eirond en de bladstand tegenoverstaand. De planten zijn matig winterhard. Een zeer droge standplaats waar overtollig regenwater vlot wegzakt het meest geschiktst. Een zonnige standplaats is een vereiste.

A. cultivars 100 cm

60 cm

Docent: Yves.Dehondt

6-8

Z

5-7

Plantenkennis 2


42

‘Blue Fortune’: tot 100 cm hoog en bloeit in juli-september met purperblauwe bloemen. De bloei houdt zeer lang aangezien er geen zaad gevormd wordt.. Naast ‘Blue Fortune’ bestaat eveneens ‘White Fortune’ met een onzuiver geelwitte bloei.

_______________________________________________

Ajuga ZENEGROEN kruipend wintergroen

vochtig

Dit zijn meestal kruipende, wintergroene vaste planten. De uitlopers groeien, afhankelijk van de soort, boven- of ondergronds. De vierkante bloemstengels dragen tegenoverstaande bladeren. De lipbloemen bevinden zich in schijnaren of schijnkransen; ze zijn vaak blauw van kleur en hebben grote opvallende schutbladeren. De bloeiperiode loopt van (april)-mei tot juni. Ajuga-soorten houden in het algemeen van vochtige grond (vooral A. reptans). Ook een beetje schaduw is welkom. De groei is vaak onstuimig.

A. reptans KRUIPEND ZENEGROEN

20 cm inheems

10 cm

5-6

Z tot HS

Vochtig

8-12

Inheemse soort die men het meest in tuinen terugvind.De bovengrondse uitlopers wortelen gemakkelijk waardoor snel hele matten gevormd worden. De

vochtige gazon onopvallende bloei

bloemstengels zijn tot 25 cm lang. De schutbladeren zijn violetblauw van kleur maar minder opvallend dan bij A. pyramidalis. Ze bloeien in mei-juni . In cultuur zijn er heel wat cultivars die vooral verschillen in bladkleur, en ook soms ook in bloemkleur: 'Burgundy Glow': blauwe bloemen, lilapaars bontgekleurd blad; 'Catlin's Giant': blauwe bloemen, bruingroen grof blad, sterke groeier, vrij hoog (25 cm); ‘Jungle Beauty’: paarsblauwe bloemen, groen-paars blad,15 à 20 cm

_______________________________________________

Alchemilla VROUWENMANTEL

woekerend

veelvoorkomend sterke bodembedekker

Deze planten vormen met enkele honderden soorten een groot plantengeslacht. Ze zijn heel ruim verspreid en beperken zich niet tot de noordelijke en gematigde streken van Europa, Azië en Noord-Amerika. In België komt A. vulgaris in het wild voor. De soorten zijn moeilijk van elkaar te onderscheiden, bovendien zijn er veel ondersoorten bekend. De meeste soorten hebben dikke wortelstokken. De bladeren zijn veellobbig, de bloemen heel klein en veelal groenachtig geel van kleur maar doordat ze in grote pluimen verenigd zijn, maken ze toch veel indruk.

Docent: Yves.Dehondt

Plantenkennis 2


43

Het zijn zeer sterke vaste planten die het best groeien op matig vochtige grond die wat klei bevat, maar ook op andere grondsoorten is de groei veelal voortreffelijk. Ze doen het zowel goed in de volle zon als in de halfschaduw.

A. alpina ALPENVROUWENMATEL

15 cm rotsplant

10 cm

6-9

Z

8-12

Een kleine soort, afkomstig uit de Europese bergen. Groeihoogte 10 à 20 cm. De bloempluimpjes zijn geelachtig van kleur Bloeiperiode van juni tot september. Het blad is diep gedeeld, donkergroen en aan de onderzijde behaard.

A. erythropoda 30 cm minder sluitend

20 cm

6-9

Z

8-12

Deze planten hebben een lange bloeiperiode.g doorbloeiende soort (mei-augustus). De bloemstengels worden tot 20 à 30 cm hoog, de bloempluimpjes zijn geelgroen. Het blad is aan beide zijden voorzien van zachte haartjes. Een goede vervanger op plaatsen waar A. mollis te veel ruimte vraagt.

A. mollis 40 cm

25 cm

5-9

Z-HS

5-7

Veruit de bekendste soort. Een compact groeiende plant met waaiervormige, veellobbige behaarde bladeren, die extra decoratief zijn als er regen- of dauwdruppels op parelen. De pluimvormige bloeiwijze is tot 40 cm lang en geelgroen van kleur. De hoofdbloei vindt plaats in mei-juni, maar er is een redelijke nabloei. Er zijn verschillende selecties op de markt, maar de verschillen zijn klein.

_______________________________________________

Allium (SIER-)UI bollen en vaste planten

Het geslacht Allium, waartoe niet alleen zeer mooie sierplanten behoren maar ook diverse consumptiegewassen, kent vooral soorten die in het bezit zijn van bollen. De bollen worden verderop deze cursus beschreven. Van Allium zijn bijna 300 soorten in het wild bekend, die vooral thuishoren in de gematigde zone van Europa, Azië en Noord-Amerika. Slechts enkele soorten kunnen tot de vaste planten worden gerekend die verdikte stengels hebben onder de oppervlakte. Dit geslacht houdt van vochtige grond en groeit best in de schaduw.

A. schoenoprasum FIJN BIESLOOK

30 cm

25 cm

Docent: Yves.Dehondt

5 -6

Z

7-10

Plantenkennis 2


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
bachelor agro- en biotechnologie op afstand - groenmanagement - plant en habitat by hogeschoolvives - Issuu