Praktijkinitiatie didactische vaardigheden 1
Inhoud – hoofdstuk ‘Presenteren’ Presenteren............................................................................................................................................3 1.1
“Elke leraar is een taalleraar”.................................................................................................4
1.2
Presentatievaardigheden........................................................................................................4
1.2.1
Stemtaal..........................................................................................................................4
1.2.2
Stemvolume....................................................................................................................4
1.2.3
Intonatie en toonhoogte.................................................................................................5
1.2.4
Spreektempo en pauzes.................................................................................................5
1.2.5
Articulatie en verzorgde uitspraak..................................................................................5
1.3
Een persoonlijke presentatiestijl?...........................................................................................6
1.3.1
Houding en durf..............................................................................................................6
1.3.2
Lichaamstaal...................................................................................................................7
1.3.3
Oogcontact en alertheid.................................................................................................7
Bibliografie.............................................................................................................................................8
Praktijkinitiatie didactische vaardigheden 2
Presenteren Goed presenteren is voor elke leerkracht een belangrijke vaardigheid. Hoe breng je met impact een boodschap over naar je publiek? Wat bepaalt of je jouw leerlingen meeneemt in je verhaal? Of een presentatie slaagt, hangt niet alleen van de inhoud van jouw verhaal af, maar ook van de manier waarop je de boodschap overbrengt. Op tal van momenten in het lesgebeuren zijn jouw presentatievaardigheden van belang. Spannend, zeker als je weinig ervaring hebt. In dit hoofdstuk staan we stil bij een aantal aandachtspunten en praktische tips waarmee je zelf aan de slag kunt om jouw presentatievaardigheden te trainen.
Leerdoelen Na het bestuderen van dit hoofdstuk kan je o
aandachtspunten en tips voor een goede mondelinge taalvaardigheid als leerkracht geven;
o
de tips voor een goede mondelinge taalvaardigheid toepassen;
o
aandachtspunten en tips voor een persoonlijke presentatiestijl geven;
o
de tips voor een boeiende presentatiestijl toepassen;
o
reflecteren over eigen en geobserveerde presentatievaardigheden;
o
op basis van observaties en eigen ervaringen concrete werkpunten i.v.m. presentatievaardigheden als op te volgen persoonlijke doelen opstellen.
Dit hoofdstuk biedt ondersteunde kennis en inzichten bij volgende rollen en beroepstaken (competenties): Rol 1: ‘De leraar als begeleider van leer- en ontwikkelingsprocessen’ Rol 2: ‘De leraar als opvoeder’ T 7: een positief leefklimaat creëren met aandacht voor attitudevorming (persoonlijke lesstijl) Rol 3: De leraar als inhoudelijk expert T 9: correcte taal hanteren
een korte en heldere uiteenzetting geven en daarbij flexibel gebruik maken van ondersteuning in schrift en beeld
Praktijkinitiatie didactische vaardigheden 3
1.1
“Elke leraar is een taalleraar”
Het besluit van de Vlaamse Regering betreffende de basiscompetenties van de leraren, zegt het volgende over het gebruik van Standaardnederlands in de klas: “De leerkracht kan het leer- en ontwikkelingsproces adequaat begeleiden in Standaardnederlands en daarbij rekening houden met en gericht inspelen op de diverse persoonlijke en maatschappelijke taalachtergronden van de leerlingen” (Vlaamse Regering, 2008). Ook al ben je geen vakleraar Nederlands, als leerkracht heb je een voorbeeldfunctie op vlak van taal. Het
is
belangrijk dat je correct Nederlands spreekt. Verzorg je uitspraak. Gebruik de juiste bewoording in een correcte zinsbouw. Vermijd wel gekunsteld klinkende zinnen. Maak gebruik van spreektaal en eenvoudige zinsconstructies. Zorg ervoor dat jouw boodschap logisch is opgebouwd. Besteed aandacht aan een heldere lijn waardoor je je leerlingen geleidelijk kan meenemen in jouw verhaal.
1.2
Presentatievaardigheden
1.2.1
Stemtaal
Spreken en presenteren is niet alleen het op elkaar laten volgen van woorden. Meestal willen we ook iets bereiken met wat we zeggen: iets uitleggen, iets duidelijk maken, vertellen waarover het gaat met de bedoeling om een reactie te krijgen van de leerlingen met wie we communiceren. Wat we zeggen moet daarom goed overkomen en daarvoor is het nodig dat de woorden niet alleen gesproken taal zijn. Stemtaal helpt daarbij. Er zijn verschillende factoren die je stem en daarmee haar effect beïnvloeden: het volume, de intonatie, de snelheid waarmee je spreekt, het ritme van de woorden, de toonhoogte en of je stiltes laat vallen. We bespreken deze factoren en geven tips voor een goed stemgebruik.
1.2.2
Stemvolume
Je past je stemvolume aan de ruimte en het aantal leerlingen aan. Als je voor een groep spreekt, is het aangewezen om iets luider te spreken dan normaal. Je stemvolume is afhankelijk van de kracht waarmee je spreekt. Zorg ervoor dat je genoeg kracht achter jouw stem zet om achteraan in het Praktijkinitiatie didactische vaardigheden 4
lokaal goed verstaanbaar te zijn. Dit betekent niet dat je hoger moet gaan spreken. De leerkracht die luider wil praten om gehoord te worden, spreekt vaak op een hogere toonhoogte of begint sneller te spreken. Wie snel spreekt, wordt moeilijker verstaanbaar. Hoewel dit een normale reflex is, moet je dit proberen te vermijden. Het is belangrijk om af te wisselen in volume. Dit zorgt ervoor dat de aandacht van de leerlingen gemakkelijker wordt vastgehouden. Je kan ook variëren in volume om het onderscheid tussen hoofden bijzaken duidelijk te maken. Spreek bijvoorbeeld met een luidere stem als je iets wil benadrukken.
1.2.3
Intonatie en toonhoogte
Een goede spreker zorgt voor een levendige intonatie, legt accenten en spreekt dus niet monotoon. De variatie in stemgeluid helpt om de aandacht van de leerlingen vast te houden. Verder kan je er ook belangrijke informatie mee onderstrepen. Laat met behulp van een goede intonatie merken wat de hoofdzaken zijn. Varieer je stemgeluid door klemtonen te leggen en afwisselend hoog en laag te spreken. Doe dit natuurlijk ook niet te nadrukkelijk, maar zorg voor een natuurlijke en levendige intonatie.
1.2.4
Spreektempo en pauzes
Als je voor een groep het woord neemt, spreek je over het algemeen best iets langzamer dan je gewoon bent. Het is natuurlijk niet de bedoeling om continu traag te spreken want dit is bijzonder slaapverwekkend. Zorg dus ook voor afwisseling in tempo. Spreek bijvoorbeeld extra langzaam bij ernstige of belangrijke fragmenten en iets sneller bij een anekdote. Houd jezelf ook voor om na iedere zin heel even te zwijgen. Plak de zinnen niet aan elkaar met ‘dus’, ‘eh’ en andere stopwoorden. Bouw functionele pauzes in. Soms zegt een korte pauze of een stilte in een gesprek of een verhaal zoveel meer dan duizend woorden. Er is een spreekwoord dat luidt “Stilte is luidruchtiger dan woorden”… Tevens kan door stiltes de aandacht van de leerlingen geprikkeld worden en de rest van de boodschap weer beter doordringen. Je kan een pauze ook inzetten nadat je iets belangrijks hebt gezegd of iets nieuws hebt aangebracht, om die boodschap te laten doordringen bij je leerlingen zodat ze de kans krijgen om de inhoud te verwerken.
1.2.5
Articulatie en verzorgde uitspraak
Naast een gepast stemvolume en een aangepast spreektempo is ook een goede articulatie noodzakelijk om voor iedereen verstaanbaar te zijn. Mompel niet en open je mond voldoende als je spreekt. Spreek met voldoende pit en zorg dat je het verschil hoort tussen verschillende klanken. Opdracht/Oefening Heb je het moeilijk met articuleren? Doe dan regelmatig enkele articulatieoefeningen. Spreek bijvoorbeeld onderstaande zinnen eerst traag met Praktijkinitiatie didactische vaardigheden 5
overdreven mond-, tong- en lipbewegingen uit. Herhaal de oefeningen daarna vlug en met een pittige articulatie. Controleer je ademhaling en druk niet op je stem. Acht aardige aardmannetjes aten achtentachtig aardappels achter allerlei appelbomen. Zeven Schotse schalkse schaatsers schaatsen scheef. Rik Craps raspt rap rode ronde radijsjes. Trillend trippelde de tandeloze tante Trien naar de treiterende tandarts toe. De koetsier poetst met roestpoets zijn roestige postkoets. Knappe kappers kappen knap, maar de knecht van de knappe kapper kapt nog knapper dan de knappe kapper kappen kan. De domme dokter duwde de dikke dame door de draaiende draaideur. Pieter Blomme bakt een plak bakbloedworst. Zeven zwemmers zwommen zes zonnige zondagen zonder zwarte zwembroek aan.
1.3
Een persoonlijke presentatiestijl?
Spreken voor een groep bezorgt veel mensen spanning en stress. Dit is normaal maar de zenuwachtigheid mag niet de bovenhand nemen. Probeer daarentegen wel beheerst over te komen en zelfvertrouwen uit te stralen. Zorg ervoor dat je een ontspannen, zelfbewuste indruk geeft. Dit zal hoogstwaarschijnlijk niet lukken als je de eerste keer voor een groep spreekt, maar geef jezelf de tijd en de kans om te groeien in een persoonlijke lesstijl. In wat volgt geven we een aantal tips voor een boeiende en motiverende lesstijl. Jouw uitstraling beïnvloedt namelijk in grote mate het creëren van een positief en gestructureerd leerklimaat!
1.3.1
Houding en durf
Let op een goede houding: sta rechtop, schouders naar achteren, voeten een beetje uit elkaar, knieën lichtjes geknikt. Neem verder een open en vriendelijke houding aan, naar de leerlingen gericht. Steek bijvoorbeeld je handen niet constant in je zakken, houd ze niet achter je rug, kruis je armen niet over elkaar of wrijf niet nerveus in je handen. Vermijd ook spelen met een pen, een sieraad, of friemelen met je vingers want dit leidt de aandacht af van je boodschap. Onthoud dat enthousiasme aanstekelijk werkt. Laat je leerlingen dus zeker merken dat je zelf geboeid bent door de leerstof. Lesgeven met de glimlach helpt om dit enthousiasme uit te stralen. Praktijkinitiatie didactische vaardigheden 6
Durf de ruimte te gebruiken en te bewegen. Dit brengt dynamiek in je presentatie. Blijf niet op één plaats staan, maar zorg er ook voor dat je niet gaat ijsberen. Als je het gevoel hebt dat de aandacht wat verzwakt, kan je een aantal passen naar je leerlingen toelopen.
1.3.2
Lichaamstaal
De expressiviteit van een leerkracht is heel belangrijk om de aandacht van de leerlingen vast te houden. Een leerkracht kan hiertoe zijn lichaamstaal (mimiek en gebaren) inzetten om de verbale communicatie te ondersteunen en te versterken. Wees je bewust van jouw gezichtsuitdrukkingen om emoties uit te drukken tijdens je spreken en je verhaal levendig te maken. Ook het belang van natuurlijke gebaren kan niet genoeg benadrukt worden. Ondersteunende gebaren helpen om je verhaal boeiend en overtuigend over te brengen. Gebruik je armen en handen. Het advies hierbij is je handen vrij te houden, niet in elkaar te laten grijpen en gewoon losjes naast je lichaam te houden. Je zult merken dat je bijna vanzelf bewegingen gaat maken. Versterk deze bewegingen en laat je handen spreken.
1.3.3
Oogcontact en alertheid
Oogcontact met je leerlingen is essentieel. Voordat je begint met praten, kun je het best oogcontact met je leerlingen zoeken. Neem even de tijd, kijk aandachtig de groep rond en begin dan pas met spreken. Zo krijg je de aandacht. Kijk ook tijdens je les de leerlingen regelmatig echt aan om die aandacht vast te houden. Kijk zo min mogelijk naar je papieren, het projectiescherm… Oogcontact houden, heeft twee voordelen. Enerzijds stimuleer je de leerlingen om de aandacht erbij te houden. Anderzijds zie je hoe je leerlingen reageren op jouw verhaal (opgetrokken wenkbrauwen, instemmend geknik, afwijzende gebaren, …) en voel je zo beter aan wat er in je leerlingen omgaat. Je vangt signalen van je leerlingen op en kan er direct gepast op reageren.
Praktijkinitiatie didactische vaardigheden 7
Bibliografie Bolle, T. & van Meelis, I. (2017). Taalbewust beroepsonderwijs. Vijf vuistregels voor effectieve didactiek. Bussum: uitgeverij coutinho. Decoster, W., Schaerlaekens, A., Timmermans, B., & Debruyne, F. (2000). Cahiers voor didactiek 9 Verzorg je stem. Vademecum voor de professionele stemgebruiker. Mechelen: Wolters Plantyn. Hajer, M. et al. (2013). Werken aan vaktaal. Enschede: SLO / Platform Taalgericht Vakonderwijs. Hajer, M. & Meestringa, T. (2015). Handboek taalgericht vakonderwijs. Bussum: uitgeverij coutinho Knispel, K., & Bemelmans, R. (2010). Presenteren. Pearson Education Benelux. Vlaamse Regering (2018). Besluit van de Vlaamse Regering betreffende de basiscompetenties van de leraren. Geraadpleegd op 1 september 2023 via https://data-onderwijs.vlaanderen.be/edulex/document.aspx?docid=13952 van Eerde, D., Hacquebord, H., Hajer, M., Pulles, M., & Raymakers, C. (2006). Kijkwijzer voor taalgericht vakonderwijs. Enschede: SLO / Platform Taalgericht Vakonderwijs. https://taalunie.org/dossiers/11/taalcompetenties-van-leraren http://taalgerichtvakonderwijs.nl/ https://pro.katholiekonderwijs.vlaanderen/#!/taalgericht-vakonderwijs/aan-de-slag-in-je-school
Praktijkinitiatie didactische vaardigheden 8