Methodiek Sociaal Juridische Dienstverlening docent Eva Dumon studiegebied SAW bachelor in het Sociaal Werk campus Kortrijk academiejaar 2022-2023
1
Methodisch handelen in het sociaal werk
“De term “methode” komt van het Griekse methodos (de manier) en wordt over het algemeen gedefinieerd als de planmatige benadering om een specifiek doel te bereiken. Bij methodisch werken in het sociaal werk gaat het om de manier van werken waarmee beoogde doelen worden gerealiseerd.” (Metz et al. 2021) Ongeveer elk beroep kent een professionalisering waarbij methodisch werken in de betekenis van een doelgerichte en systematische manier van handelen een belangrijk uitgangspunt vormt. In de loop van de geschiedenis van het sociaal werk was er vaak sprake van een zekere weerstand tegen (het ontwikkelen van ) methodisch denken. De variatie van sectoren en werkgebieden biedt hier mogelijks een verklaring voor. Door die variatie zijn bepaalde methoden in de ene vorm van beroepsuitoefening niet altijd geschikt in een andere vorm van beroepsuitoefening. Ook bestond de vrees dat aandacht voor methodisch werken leidt tot ‘hyperspecialisatie’ en te star vasthouden aan protocollen, wat de afstand tot de doelgroep onnodig zou vergroten. Tenslotte zijn sommigen van mening dat methodiek haaks staat op intuïtief werken dat noodzakelijk zou zijn voor het maken van contact en het opbouwen van een ondersteunende werkrelatie. (Metz et al. 2021) Toch vormt methodisch werken de basis van de professionaliteit van sociaal werk. Methodisch werken is een kenmerk van professioneel handelen. Sociaal werk overstijgt het particuliere liefdadigheidswerk dat aan het ontstaan van het beroep lag. Sociaal werkers zijn competent in methodisch werken bij het ondersteunen van het sociaal functioneren van mensen. Methodisch handelen is een gedeelde werkwijze. Good practices worden doorgegeven en het lerend vermogen neemt toe. Methodisch handelen past ook in het streven naar rechtsgelijkheid of een gelijke behandeling bij gelijke problemen. Elke cliënt wordt op een gelijkwaardige manier, volgens eenzelfde methodiek geholpen. Methodisch handelen heeft 2 betekenissen (Scholte, 2010): 1. Professionals kunnen handelen volgens een bepaalde logica om een probleem op te lossen: • • • • •
Informatie verzamelen Interpreteren Hypothesen bedenken Plan om tot oplossing te komen Tussentijds evalueren
2. 2. Professionals werken volgens een omschreven methode die aangeeft bij welke problemen zij welke handelingen kunnen verrichten.
Methodisch handelen in het sociaal werk
1.1 Kenmerken van het methodisch handelen “Kenmerkend voor het methodisch werken van sociaal werkers is dat het doelgericht , systematisch, situationeel, relationeel, versterkend, moreel en tastend is”. (Metz et al. 2021) Judith Metz en Lisbeth Verharen (2021) specifiëren de kenmerken van sociaal werk in 7 karakteristieken:
1.1.1
Doelgericht
Dit verwijst naar het gegeven dat het doel richting geeft aan het handelen. In het sociaal werk wordt altijd doelgericht gewerkt, ofwel gericht op wat het handelen uiteindelijke moet opleveren. In dynamische contexten wordt bovendien vaak gewerkt met subdoelen die het hoofddoel concretiseren. Dit wordt ook omschreven als onderscheid tussen doelen op korte en lange termijn. Het is namelijk afhankelijk van de situatie, wensen en mogelijkheden van betrokkenen wat op dat specifieke moment de inzet van het methodisch handelen is (kortetermijndoel) om indien mogelijk ook het langetermijndoel te bereiken.
1.1.2
Systematisch
De handelingen van de professional houden met elkaar verband. Dit verwijst naar de achterliggende structuur, logica of systematiek van het methodisch werken, die als inzet heeft dat helder is wat de beoogde doelen zijn, dat deze aansluiten bij de behoeften van de doelgroep en dat de ingezette aanpak gericht is op het realiseren van die doelen. Kenmerkend voor systematisch zijn: een duidelijke doelstelling, planning en fasering EN een heldere werktheorie die voor de uitvoerder en de doelgroep een begrijpelijk verband legt tussen het kernvraagstuk, de doelen van de interventie en de activiteiten.
1.1.3
Situationeel
Dit verwijst naar het aanpassen van bestaande methodieken, methoden en instrumenten aan de situatie waar het om gaat. Een situatie is een specifiek moment in tijd en plaats. Methodisch werken grijpt in op bestaande situaties. Daarom vraagt het dat continu wordt afgestemd op wat er in die situatie aanwezig is aan ontwikkelingen (processen), personen, waardenkaders, groepsdynamiek en omgevingsfactoren. Situationeel overlapt voor een groot deel wat ook procesmatig werken genoemd wordt. Alleen al door af te stemmen op de aard en het tempo van de in de ander(en) en zijn (hun) omgeving aanwezige processen, kan de sociaal werker eventuele ongewenste ontwikkelingen afremmen en gewenste of beoogde ontwikkelingen versterken.
Methodisch handelen in het sociaal werk
1.1.4
Relationeel
Dit verwijst naar het relationele karakter van het sociaal werk. Het methodisch werken van sociaal werkers grijpt in op het sociaal functioneren van mensen of op de wisselwerking tussen mensen (individuen, groepen en gemeenschappen) en hun omgeving. De doelgroepen van het sociaal werk bestaan uit handelende subjectie die invloed uitoefenen op zichzelf en hun omgeving vanuit een eigen intentie. Sociaal werkers grijpen met hun methodisch handelen in op het sociaal functioneren van mensen door een werkrelatie op te bouwen met de leden van de doelgroep en hun omgeving en daarin af te stemmen op de subjectpositie van de leden van de doelgroep en van de omgeving. Uiteindelijk wordt in de interactie tussen de sociaal werker, de doelgroep en de omgeving de uitkomst van het methodisch werken bepaald. Het opbouwen en onderhouden van een samenwerkingsrelatie staat bekend als alliantievorming, waarbij onderscheid wordt gemaakt tussen de emotionele alliantie (klik of persoonlijke band) en de taakalliantie (overeenstemming over doelen en hoe deze te realiseren). Het afstemmen in het contact met de anderen(en) wordt ook wel een dialogische stijl van werken genoemd. Hierbij gaat het erom dat de communicatie – die allerlei vormen kan hebben – van twee kanten wordt gestuurd en er sprake is van een wederkerige beïnvloeding tussen de sociaal werkers en de doelgroep.
1.1.5
Versterkend
In de internationale definitie van het sociaal werk staat dat het sociaal werk gericht is op ‘the empowerment and liberation of people’ (International Federation of Social Workers, 2014). Hieruit volgt dat het methodisch handelen van sociaal werkers gericht is op een proces van versterking van individuen, groepen op gemeenschappen. Het proces van versterking is een gelaagd proces dat zich op twee niveaus voltrekt: (1) in de ander(en) en (2) in het systeem. In de ander(en) begint het proces van versterken met het vergroten van het bewustzijn over de eigen situatie en mogelijkheden. Systeemverandering is gericht op het herverdelen van macht en verantwoordelijkheden. De doelgroepen van sociaal werk kunnen hier op verschillende manier in staan: van het zich niet bewust zijn van wat er aan de hand is en het hebben van gevoelens van onmacht om iets aan de situatie te doen tot het beschikken over een kritisch bewustzijn en een gretigheid om aan de slag te gaan. De sociaal werker ziet waar de anderen en het omringende systeem zich in dit proces bevinden en begeleidt dit proces methodisch zodanig dat de anderen zich bewust worden van hun mogelijkheden, zich kunnen versterken en in staat zijn om de mogelijkheden te benutten terwijl binnen het systeem macht en verantwoordelijkheden worden herverdeeld.
1.1.6
Moreel
Dit verwijst naar het normatieve karakter van methodisch werken in contact met de anderen en hun omgeving. Durkheim (1957) stelt dat professionals, in vergelijking met burgers, ambtenaren en
Methodisch handelen in het sociaal werk
technici een eigen morele verantwoordelijkheid hebben: zij dienen het gemeenschappelijk belang. Flyvberg gebruikt Aristoteles’ phronêsis om aandacht te vragen voor de deugden en belangen die ten grondslag liggen aan menselijke verhoudingen en het beoordelingsvermogen om op basis daarvan in de dagelijkse praktijk de goede beslissingen te kunnen nemen. Dit wordt ook wel morele verstandigheid of praktische wijsheid genoemd. Universele waarheden en technische kennis geven onvoldoende houvast voor het handelen bij sociale problemen in specifieke omstandigheden
(Flyvberg 2001). Sociaal werk is een waardegeladen professie. Conform de definitie van sociaal werk van de International Federation of Social Workers (IFSW, 2014) vindt het sociaal werk zijn beroepsmatige legitimatie in de mensenrechten, collectieve verantwoordelijkheid en respect voor diversiteit. Deze vier waarden zijn belangrijke bakens die het handelen van sociaal werkers sturen. Het methodisch werken in contact met de anderen en hun omgeving is dus altijd moreel. In iedere situatie is er sprake van het leren begrijpen, samen met alle betrokkenen in die situatie, wat er aan de hand is en wat de opgave is. Zie ook versterkend als karakteristiek van het methodisch werken en socioprudentie, de praktische wijsheid die nodig is om met de genoemde normatieve kwesties, die eigen zijn aan het sociaal werk, te kunnen omgaan. De sociaal werker gebruikt hier zijn eigen professionele en persoonlijke bagage maar komt samen met anderen tot betekenisconstructie.
1.1.7
Tastend
Dit verwijst naar de noodzaak om in het methodisch werken uit te gaan van het ‘onzeker weten’ (Stam, 2013). Schön (1983) heeft het over ‘the swampy lowlands’. Hoewel er steeds meer bekend is over het sociaal functioneren en de mogelijkheden voor het sociaal werk om dat te beïnvloeden (bijvoorbeeld de algemeen werkzame factoren), is er ook nog heel veel wat we niet weten. De met onderzoek onderbouwde kennisbasis van het sociaal werk is beperkt ontwikkeld (Metz 2012, 2016). Ook wanneer wel bewezen is wat werkt (bijvoorbeeld de interventies in de databank effectieve interventies - https://www.movisie.nl/databank-effectieve-sociale-interventies ), blijft terughoudendheid met zeker weten geboden. Iedere situatie is uniek. Dit maakt het lastig om interventies op precies dezelfde manier uit te voeren als ze onderbouwd, onderzocht en erkend zijn. Ten slotte biedt onzeker weten de mogelijkheid voor ontwikkelen en leren. Stam stel met Sennet (2012), Nussbaum en Sen (1993) dat mensen in staat zijn tot complexer en rijker gedrag dan systemen toestaan. Sociaal werkers zoeken actief naar dat ‘tot meer in staat zijn’. Om die capaciteiten van mensen te kunnen benutten, moeten sociaal werkers zich volgens Stam losmaken van hun neiging tot zeker weten en in plaats daarvan de werkelijkheid benaderen vanuit ‘de tijd zal leren’. Of nog: leren het onzekere als uitgangspunt te nemen en niet het zekere. Dat betekent dat zij tastend te werk gaan: aftasten van het unieke van de situatie en de mogelijkheden die erin besloten liggen.
Methodisch werken kan globaal en specifiek zijn. (globaal: bijvoorbeeld fasenmodel, specifiek: bijvoorbeeld protocol binnen een bepaalde dienst). Naarmate methoden specifieker worden, neemt
Methodisch handelen in het sociaal werk
de kans toe dat ze niet zijn toe te passen op individuele afwijkende gevallen. Globale methoden met een breed bereik en weinig specifieke aanwijzingen noemen we ook wel basismethoden (bijv. Intake) (Winklaar 2001).
Oefening: methodisch handelen op jouw stageplaats
• • •
Welke kenmerken van methodisch handelen vind je terug op jouw stageplaats ? Illustreer met voorbeelden. Welke kenmerken zou je graag geïntegreerd zien in de werking van jouw stageplaats ? Welke kenmerken zijn voor jou als sociaal werker cruciaal ? Leg uit.