Zorgsituatie perfusie/transfusie graduaat verpleegkunde campus Kortrijk module: 5 GO academiejaar 2022-2023
Inhoudsopgave
INHOUDSOPGAVE DEEL 1 : PERFUSIES 1.
Omschrijving
2.
Inleidende begrippen
2.1
De waterhuishouding en vochtbalans
2.2
De elektrolytenbalans
2.3
Het zuur-base evenwicht
3.
Indicaties + doelstellingen
3.1
Hypovolemie
3.2
Toestanden waarin de patiënt zelf niet aan zijn normale voedingsbehoefte kan of wil voldoen
3.3
Stoornissen in de elektrolytenbalans of in het zuurbase evenwicht
3.4
Toediening van geneesmiddelen
3.5
Intoxicatietoestanden
3.6
Waakinfuus
3.7
Bepaalde radiografische onderzoeken : toediening van een infuus met contraststof
3.8
Drukmeting
4.
Soorten oplossingen
4.1
Volgens osmotische druk
4.1.1 Isotonische/isotone oplossingen 4.1.2 Hypertonische/hypertone oplossingen 4.1.3 Hypotonische/hypotone oplossingen 4.2
Volgens de samenstelling of werking van de oplossing
Zorgsituatie perfusie/transfusie
2
Inhoudsopgave
4.2.1 Suikeroplossingen 4.2.2 Elektrolytenoplossingen 4.2.3 Elektrolytenoplossingen met calorieënaanbreng 4.2.4 Alcoholoplossing 4.2.5 Aminozurenoplossingen 4.2.6 Vetoplossingen 4.2.7 Alkaliserende oplossingen 4.2.8 Aanzurende of acidifiërende oplossingen 4.2.9 Diuretische oplossingen 4.2.10Plasmavervangingsmiddelen 4.2.11 T.P.N. of T.P.V. = Totale parenterale nutritie of voeding 5.
Toegangswegen
6.
Infuustherapie via een perifere vene
6.1
Voorbereiding van een infuus
6.1.1 Gegevens verzamelen en ordenen 6.1.2 Doelstellingen 6.1.3 Planning 6.1.4 Actie 6.2
Het overschakelen van een perfusieoplossing
6.2.1 Gegevens verzamelen en ordenen 6.2.2 Doelstellingen 6.2.3 Planning 6.2.4 Actie 6.3
Procedure bij het niet meer indruppelen van de perfusievloeistof
perfusie/transfusie
3
Zorgsituatie
Inhoudsopgave
6.4
Procedure bij aanwezigheid van lucht in het toedieningssysteem.
6.5
Opstarten van een perfusie via een niet-bevloeide katheter
6.6
Medicatietoediening
6.6.1 Toedienen van medicatie verdund 6.6.2 Toedienen van medicatie geconcentreerd 6.7
Plaatsen van een perifere IV katheter
6.7.1 Gegevens verzamelen en ordenen 6.7.2 Doelstellingen 6.7.3 Planning 6.7.4 Actie 6.7.5 Evaluatie 6.8
Het verwijderen van een perifeer infuus
6.8.1 Gegevens verzamelen en ordenen 6.8.2 Doelstellingen 6.8.3 Planning 6.8.4 Actie 6.8.5 Evaluatie 6.9
Aandachtspunten bij de verzorging van een patiënt met een perifeer infuus
6.9.1 Controle of het aanpriksysteem nog veneus steekt en doorgankelijk is. 6.9.2 Opsporen van infuusflebitis met de Van Dijck observatieschaal 6.9.3 Verzorging van de punctieplaats 6.9.4 Observatie door de verpleegkundige 6.9.5 Behoud van het gesloten systeem 6.9.6 Vernieuwen van het toedieningsysteem Zorgsituatie perfusie/transfusie
4
Inhoudsopgave
6.10 Medisch rekenen bij voorbereiden en toedienen van perfusies ...... 7.
Verpleegdiagnosen
7.1
Weefselbeschadiging : haematoomvorming
7.2
Infiltratie
7.3
Ontsteking van de aderwand: flebitis
7.4
Het niet meer indruppelen van de perfusievloeistof
8.
Multidisciplinaire problemen
8.1
Allergie (Anafylactische reactie)
8.2
Overvulling : circulatoire overbelasting
8.3
Luchtembolie
8.4
Sepsis = septicemie (bloedvergiftiging)
9.
Subcutane perfusie
9.1
Bepaling
9.2
Punctieplaats
9.3
Methodes
9.4
Verpleegdiagnose : slechte resorptie !
DEEL 2 : TRANSFUSIES 1.
Omschrijving
2.
Bloedgroepen zie anatomie module MVB
3.
Doel van het bepalen van bloedgroepen
3.1
Het bepalen van de bloedgroep
3.2
Het Resus-systeem
3.2.1 Bepalen van de Resus-factor 3.3
Het H.L.A.-systeem
3.4
Kruisproef
4.
Indicaties voor transfusie
Zorgsituatie perfusie/transfusie
5
Inhoudsopgave
4.1
Ernstig bloedverlies
4.2
Anemie
4.3
Stollingsstoornissen
4.4
Hypoproteïnemie
4.5
Infectie
4.6
Resusincompatibiliteit
5.
Bloed en bloedcomponenten
5.1
Rodebloedcelconcentraten
5.1.1 Gedeleucocyteerd erythrocytenconcentraat 5.1.2 Gedeleucocyteerd erythrocytenconcentraat gewassen 5.2
Trombocyten
5.2.1 Gedeleucocyteerd bloedplaatjesconcentraat 5.3
Plasmapreparaten
5.3.1 Vers ingevroren menselijk plasma 5.3.2 Gelyofiliseerd (gedroogd na invriezen) plasma 5.4
Plasmaderivaten
5.4.1 Albumineoplossingen 5.4.2 Stollingsfactoren 5.4.3 Immunoglobulinen 6.
Verpleeginterventies bij transfusie
6.1
Gegevens verzamelen en ordenen
6.2
Doelstellingen
6.3
Planning
6.4
Actie
7.
Multidisciplinaire problemen
7.1
Hemolytische reacties
Zorgsituatie perfusie/transfusie
6
Inhoudsopgave
7.1.1 Bloedgroep en/of Resusincompatibiliteit 7.1.2 Hemolyse t.g.v. externe factoren 7.2
Allergische reactie op eiwitten van de gever
7.2.1 Verschijnselen 7.2.2 Behandeling 7.3
Circulatoire overbelasting
7.4
Emboolvorming
7.5
Infectieuze verwikkelingen
7.6
Besmet bloed
7.7
Pyrogene reacties
Zorgsituatie perfusie/transfusie
7
Inleiding
INLEIDING Intraveneuse therapie is een courante handeling bij patiënten op elke afdeling van het ziekenhuis. De verpleegkundige heeft daarbij een belangrijke taak en een grote verantwoordelijkheid.
Eerst en vooral moet zij/hij
kennis hebben van de fysiologische
handhaving van de vocht- en elektrolytenbalans, alsook van het zuurbase-evenwicht.
Zij/hij moet op de hoogte zijn van de mogelijke indicaties, de soorten perfusie-oplossingen, alsook van de eventuele complicaties.
In deze zorgsituatie komt ook de bloedtransfusie aan bod. Kennis rond de samenstelling van het bloed en bloedgroepen is noodzakelijk.
Bij de perfusietherapie en de bloedtransfusie wordt men vaak geconfronteerd
met
verpleegdiagnosen
en
multidisciplinaire
problemen. De verpleegkundige moet deze herkennen en op gepaste wijze kunnen handelen in samenspraak met andere teamleden.
Er wordt speciale aandacht besteed aan het medisch rekenen o.a. het berekenen van de druppelsnelheid, de vochtbalans enz.
Bij deze therapieën wordt ook de beleving van de patiënt niet uit het oog verloren.
Zorgsituatie perfusie/transfusie
8
Inleiding
Vanwege een geloofsovertuiging weigeren patiënten soms een therapie. De verpleegkundige moet hier op een gepaste en verantwoorde manier mee omgaan
Zorgsituatie perfusie/transfusie
9
Inleiding
6 INFUUSTHERAPIE VIA EEN PERIFERE VENE Het IV aanprikken en het aanschakelen van NaCl 0,9% is een B1-handeling.: een handeling waarbij geen voorschrift van de arts nodig is. Alle andere interventies met betrekking tot perfusie zijn B2-handelingen : dit zijn verpleegkundige handelingen die enkel op voorschrift van de arts uitgevoerd mogen worden, afhankelijk van de medische diagnose en behandeling.
6.1 Voorbereiding van een infuus 6.1.1
Gegevens verzamelen en ordenen
Patiënt
•
Identificatie
•
raadpleeg het patiëntendossier
•
Reden van opname,
•
beluister aandachtig de
diagnose
overdracht •
indien nodig: vraag bijkomende uitleg
•
Controle punctieplaats
•
ga naar de patiënt zien -
aangeprikt: ◊
Van Dijck-observaties doen
-
◊
veneuze indruppeling
◊
fixatie
niet aangeprikt : zie verder : plaatsen van perifeer infuus
Zorgsituatie perfusie/transfusie
10
Inleiding
Verpleegkundige handeling
•
Reden van infuustherapie
•
Medische voorschrift
•
toe te dienen vloeistof?
•
concentratie?
•
hoeveelheid?
•
inlooptijd?
•
aanvangstijd?
•
Eventuele additieven
Zorgsituatie perfusie/transfusie
11
Inleiding
Materiaal • ⇒ Perfusievloeistof
controle verpakking : fles of plastiekverpakking
⇒ Het toedieningsysteem ( perfusieleiding + toebehoren )
Perfusieleiding •
leiding met antimicrobiële luchtfilter
Zorgsituatie perfusie/transfusie
12
Inleiding
perforatiepunt=insteekpunt druppelopening=druppelteller debietklem=rolklem Y-injektiestuk=bijspuitpunt
Bij flesverpakking: steeds leiding met antimicrobiële luchtfilter Antimicrobiële luchtfilter altijd droog houden ! ( natte filter verliest zijn werking en is ingangspoort voor bacteriën )
•
leiding met driewegkraan
Zorgsituatie perfusie/transfusie
13
•
buretteleiding
•
leiding aangepast aan het infuuspompsysteem
Toebehoren -
Debietregelaar vb dial-a-flo
-
Meerwegkraan: tweewegkraan, driewegkraan, kranenblok
-
Perfusiepomp
Algemeenheden bij gebruik van een perfusiepomp -
Gebruik het juiste toedieningssysteem
-
Plaats het systeem op de juiste wijze in de pomp
-
Druppelteller op druppelkamer plaatsen
-
Gegevens instellen: volume, debiet
-
Rolklem volledig openen en starten
•
Verlengleiding
•
In-stop
•
Steriel afsluitdop
•
Waterslot=microclave
Voorbereiding van het waterslot: De microclave wordt gepurgeerd met 2 ml NaCl 0.9% en na aansluiten op de katheter wordt de resterende hoeveelheid NaCl 0.9% ingespoten
Het priksysteem •
de vleugelnaald
•
de katheter : zie verder plaatsen van een infuus
Het afdekverband •
Bedekt de insteekplaats van
•
het afdekverband moet altijd steriel
het priksysteem
zijn, liefst doorzichtig
Het fixatiemateriaal •
Fixeer de leiding met
•
het fixatiemateriaal wordt
toebehoren ( niet steriele
altijd aangebracht om tractie
kleefband vb. Mefix, Fixomull)
op het priksysteem te vermijden
•
Spalk en verband
•
immobiliteit: inloopsnelheid behouden bij risicopatiënten (demente bejaarden, kinderen, woelige patiënten)
•
buiten de risicopatiënten is deze methode zeker niet aan
te raden, mindere observatie van de punctieplaats
6.1.2 Doelstellingen •
Correct gegevens verzamelen over de patiënt, verpleegkundige handeling en materiaal.
•
•
Het nodige materiaal correct hanteren: -
steriel en hygiënisch
-
veilig en comfortabel voor de patiënt
-
aanvaardbaar tempo
-
economisch, ergonomisch en ecologisch verantwoord
Juist en snel de druppelsnelheid berekenen.
6.1.3 Planning Is afhankelijk van de indicatie: -
geïntegreerd in de totaalzorg
-
afzonderlijke interventie
6.1.4 Actie 6.1.4.1
Voorbereiding
Voorbereiding Patiënt •
Inlichten, indien infuus nog moet geplaatst worden.
Verpleegkundige •
Handhygiëne
•
Voorkom kruisinfectie
•
Juist medische voorschrift (zie
Materiaal •
Infuusvloeistof
pt.dossier) •
Toedieningsysteem
6.1.4.2
•
Juiste keuze doen in functie van: -
medisch voorschrift
-
toestand van de patiënt
Uitvoering
•
Proper werkblad
•
hygiëne in acht nemen
•
Druppelfactor van de leiding
•
nodig voor het juist berekenen
nagaan, zie verpakking •
De leiding voorbereiden: klem in de nabijheid van de druppelkamer brengen en sluiten
van de druppelsnelheid •
vlot, steriel, ergonomisch het systeem luchtvrij maken
Toebehoren: altijd droog
•
monteren en in gereedheid brengen voor het purgeren Purgeren van het
•
toedieningsysteem gebeurt bij plastiekverpakking meestal in de dienstkamer, bij flesverpakking nooit in de dienstkamer.
•
Eenmaal het
•
een natte luchtfilter is een toegangspoort voor micro-
toedieningsysteem
organismen
gepurgeerd, nooit de druppelkamer omkeren of plat houden (enkel indien druppelkamer met luchtfilter)
Hoe purgeren? ⇒ Bij plastiekverpakking Insteekpunt van de
•
perfusieleiding steriel verbinden met de perfusieoplossing T.h.v. het aansluitingsgedeelte
•
naar de patiënt bevindt zich een steriele filterbescherming
-
Indien het toedieningsysteem onmiddellijk aangeschakeld wordt bij de patiënt , blijft deze filterbescherming ter
•
filter moet steriel en droog blijven: de antimicrobiële
-
plaatse om het systeem te
werking gaat verloren
purgeren
wanneer de filter nat wordt
Wordt het toedieningsysteem niet onmiddellijk aangeschakeld dan wordt de filterbescherming verwijderd om te purgeren
Procedure purgeren van de leiding voor rechtshandige. •
Uiteinde van het toedieningsysteem in de rechterhand nemen tussen ringvinger en pink
•
Met de linkerhand
•
wet van de communicerende vaten
perfusievloeistof voldoende hoog houden •
Met de rechterduim en
•
vlotheid bij purgeren
•
opeenstapeling van kleine
rechterwijsvinger de druppelkamer tot 1/2 of 1/3 vullen door op de druppelkamer beurtelings te drukken en los te laten •
Vervolgens met de rechterduim en de rechterwijsvinger de klem openen, zodat het toedieningsysteem luchtvrij kan gemaakt worden
•
Indien één of meerdere meerwegkra(a)n(en) aan het
luchtbellen worden hierdoor
toedieningsysteem
vermeden
gemonteerd zijn, wordt de
hoofdweg gepurgeerd en daarna zijweg na zijweg •
Na het purgeren van het gehele toedieningsysteem wordt de klem van de leiding volledig gesloten.
•
Eventueel de steriel gehouden filterbescherming terug op het aansluitingsgedeelte naar de patiënt aanbrengen.
•
De aangesloten toebehoren
•
de indruppeling kan
worden in de juiste positie
onmiddellijk gebeuren als de
gebracht
klem van de leiding geopend wordt
⇒ Bij flesverpakking:
•
Het toedieningsysteem wordt atijd in de kamer van de patiënt gepurgeerd terwijl de perfusieoplossing ophangt aan de perfusiestaander
•
Dezelfde procedure van het purgeren wordt gevolgd als hierboven mits inachtneming van volgende items: -
De druppelkamer wordt geconnecteerd met gesloten luchtinlaat
-
Bij het openen van de luchtinlaat vult de
•
natte filter verliest zijn antimicrobiële werking
druppelkamer zich spontaan -
Het toedieningsysteem wordt gepurgeerd met open luchtinlaat
-
Eenmaal het
•
een natte luchtfilter wordt een
toedieningsysteem
toegangspoort voor micro-
gepurgeerd is, nooit de
organismen en verliest zijn
druppel- kamer omkeren
werking.
of plat houden
Indien een perfusieoplossing
•
in plastiekverpakking overgeschakeld wordt op een leiding met luchttoevoer, dan wordt de luchtinlaat gesloten
Tekenen van het infuus
•
•
inloopsnelheid
over het aantal uren :
-
hulpmiddel bij controle van de
begin- en einduur met tussenverdeling per uur, 2 uur, 3 uur, de tussenverdeling maken -
Identificatie van de patiënt
-
Eventuele additieven •
toediening aan verkeerde patiënt uitsluiten
•
Inloopsnelheid wordt berekend:
-
in druppels per minuut :
Hoeveelheid ml perfusieoplossing x druppelfactor = dr / min Aantal minuten
Druppelfactor staat vermeld op de verpakking van de perfusieleiding , is het aantal druppels per ml , vb. 20 dit betekent 20 druppels = 1 ml
Toepassing :
gewone perfusieleiding bij eerste maal aanschakelen v.debietregelaar (ter controle)
-
in milliliter per uur :
Hoeveelheid ml perfusieoplossing = ml / uur Aantal uur
Toepassing : debietregelaar vb. perfusiepomp, dial-a-flo