een kennismaking
Een groen, waterrijk en relatief dunbevolkt eiland aan de westrand van Europa met vriendelijke en eigenzinnige bewoners: ziedaar Ierland in een notendop. Het eiland bestaat sinds de onafhankelijkheid van de Ierse Republiek uit twee delen. De republiek is met bijna 84% van het grondgebied het grootste deel, het veel kleinere NoordIerland behoort tot het Verenigd Koninkrijk. De Republiek Ierland is samen met Portugal en IJsland trouwens het enige Europese land dat in zijn geheel ten westen van de nulmeridiaan ligt.
< Fanad Lighthouse, Donegal.
? NATUUR
Landschap en ligging
Wat oppervlakte betreft schurken de Ierse Republiek en Noord-Ierland gezamenlijk tegen de middelgrote Europese landen aan. Het eiland is 84.128 km 2 groot, wat groter is dan Nederland (41.856 km 2) en België (30.528 km2) tezamen. Van die 84.128 km2 behoort 70.285 km2 (bijna 84%) tot de Republiek Ierland en 13.843 km2 (ruim 16%) tot Noord-Ierland. Het eiland is van noord naar zuid ongeveer 500 km lang, van oost naar west is het maximaal 300 km breed.
Aan de zuidwest-, west- en noordkant van het eiland beuken de golven van de Atlantische Oceaan op de kust. Aan de zuidoost- en oostzijde ligt Ierland aan de Ierse Zee. In het zuidoosten vormt het St. George’s Channel de overgang tussen oceaan en zee, in het noordoosten is dat het North Channel. Voor de natuur is deze geografische scheiding van geen enkel belang, want de wateren rond het eiland vormen gewoon eenzelfde ecosysteem. Rond het gehele eiland kom je baaien en zee-inhammen tegen, die soms diep het land
in lopen. Langs deze baaien en inhammen vind je behoorlijk wat zandstranden, hier en daar omzoomd met een duinengebied.
In het binnenland strekt zich een golvend en hier en daar redelijk vlak landschap uit met lage heuvels en een enkele iets hogere heuvelrij. Hoe zuidelijker, hoe vlakker het landschap in grote lijnen wordt in Centraal-Ierland. Langs de kusten ligt een reeks van bergketens, die maximaal tot 800 à 1000 m boven zeeniveau reiken. De hoogste berg van het eiland is de Carrantouhill (1042 m) in het zuidwesten.
De kleur groen overheerst op het eiland, in alle variaties. Niet voor niets wordt Ierland zeer sterk met deze kleur geassocieerd. Fifty shades of green, wordt er wel gekscherend over het Ierse landschap gezegd, met een knipoog naar het succesvolle boek Fifty Shades of Grey ( Vijftig tinten grijs ) van schrijfster E.L. James. Toch kunnen hier ook kleurentinten in bruin, grijs en blauw aan toegevoegd worden. In de uitgestrekte veengebieden kan de vegetatie buiten de zomermaanden namelijk een overheersend bruine of geelbruine indruk maken. Grijs en grijsbruin zijn de kleuren van de rotsen langs de kust en van bijvoorbeeld de kalksteenplateaus van The Burren, en blauw kom je tegen aan zee en bij de Ierse meren, zeker als de zon schijnt. Ierland is trouwens een zeer waterrijk eiland. Ongeveer een zevende van het landoppervlak bestaat uit waterpartijen, zoals Lough Neagh in NoordIerland, met een oppervlak van 391 km2 het grootste zoetwatermeer van het eiland, en de rivier de Shannon, met 368 km lengte de langste rivier van Ierland. Vooral in het midden, het westen en het noordwesten kom je nog veel meer meren tegen, vaak met allerlei grotere en kleinere eilanden erin, en overal zorgen stromen en rivieren voor de afvoer van het overvloedige regenwater naar de zee.
Klimaat
Het Ierse klimaat leent zich niet voor een zonvakantie met lange, lome dagen aan het strand. Het land heeft een gematigd zeeklimaat met relatief koele zomers en milde winters, doorgaans zonder vorstdagen. Door de westelijke ligging in de Atlantische Oceaan vangt het eiland veel oceaandepressies op, wat betekent dat er veel regen valt en er vaak wind staat. Het weer kan daardoor op sommige dagen erg afwisselend zijn. Soms komt de regen met bakken uit de hemel, waarna het even later weer helemaal opentrekt en er felblauwe opklaringen zijn, soms is de kust gehuld in dichte mistwolken, waarna een opstekende zeewind opeens alles weer schoonblaast. Voordeel is dat je niet zelden kunt genieten van fraaie wolkenluchten en er opvallend vaak regenbogen aan de hemel staan. En op de dagen waarop het écht zonnig en warm is, spoeden de Ieren zich naar een strand of naar een meer om er volop van te kunnen genieten. De beste maanden om naar het eiland te gaan zijn mei en juni, omdat er dan gemiddeld de meeste zonuren zijn (6 per dag), en juli en augustus, omdat de
Ierland, mystiek en groen.
DE HONGERSTAKING VAN 1981
Bobby Sands (1954–1981) was de leider van een groep hongerstakers die de gemoederen in 1981 stevig bezighield. Sands was lid van de IRA en werd in 1976 opgepakt na een vuurgevecht met de Noord-Ierse politie. Hij werd tot 14 jaar cel veroordeeld en kwam terecht in de extra beveiligde Maze-gevangenis, niet ver van Belfast. Op 1 maart 1981 begon Sands een hongerstaking om meer rechten voor IRA-gevangenen af te dwingen. Nog 22 andere IRA-gevangenen sloten zich hierbij aan. Hun actie kwam niet uit de lucht vallen. In juli 1972 had een hongerstaking door 40 gevangenen van het Provisional Irish Republican Army ertoe geleid dat paramilitaire gevangenen een speciale status kregen, waardoor ze als krijgsgevangenen werden behandeld. Ze hoefden geen gevangenisuniformen meer te dragen en gevangeniswerk te doen, ze werden in barakken gehuisvest en hadden recht op minimaal één bezoek, één brief of één pakketje per week. In 1976 hief de Britse regering deze status weer op. Activitische IRA-gevangenen weigerden om weer gevangenisuniformen te gaan dragen. Ze hulden zich in lakens of dekens of droegen helemaal geen kleren. In 1978 volgde het ‘dirty protest’, waarin activisten weigerden zichzelf te wassen en hun cel bevuilden met de eigen ontlasting. In oktober 1980 begonnen 7 gevangenen in de Maze-gevangenis een eerste hongerstaking, die na 53 dagen werd beëindigd. De Britse regering onder premier Margaret Thatcher weigerde categorisch om de IRA-gevangenen weer de status van krijgsgevangene of politiek gevangene toe te kennen. In februari 1981 kondigde Bobby Sands daarom een nieuwe hongerstaking aan. De actie kreeg wereldwijd aandacht toen Sands bij tussentijdse verkiezingen in april 1981 werd gekozen als parlementslid voor Fermanagh en South Tyrone in het Britse Lagerhuis. Het nieuwe Lagerhuislid bleef echter achter de tralies en Thatcher bleef onvermurwbaar. Na 66 dagen overleed Sands, wat tot een golf van protesten in Noord-Ierland leidde. Na Sands overleden nog 9 andere hongerstakers door uithongering, totdat de staking op 3 oktober 1981 gestopt werd. Drie dagen later willigde de regering in Londen een van de eisen van de actievoerders in: het recht om eigen kleding te mogen dragen.
De Noord-Ierse kwestie Nadat Ierland en Noord-Ierland in 1921 van elkaar gescheiden waren, bestierden de protestantse Unionisten (ook wel loyalisten genoemd, vanwege hun loyaliteit aan het Verenigd Koninkrijk) het nieuw ingestelde NoordIerse parlement met een comfortabele meerderheid. Ze lieten zich weinig gelegen liggen aan de belangen van de grote katholieke minderheid in de zes Noord-Ierse graafschappen. Als reactie ontwikkelde de IRA zich in NoordIerland meer en meer tot een terroristische beweging, gericht op aansluiting van Ulster bij het katholieke zuiden, maar in de Ierse Republiek was de IRA al in 1936 tot verboden organisatie verklaard. Na de Tweede Wereldoorlog begon de terreurbeweging een campagne met bomaanslagen op openbare gebouwen in Noord-Ierland. Onder invloed van linkse protestbewegingen in Europa en daarbuiten leefde de strijd in 1968 verder op. Het jaar erna kwam het tot een splitsing tussen de traditionele of rode IRA-leden en de provisionele of groene IRA-leden, die de zogenaamde Provisional IRA oprichtten. Steen des aanstoots waren hevige rellen in augustus 1969, waarbij de leiders van de IRA tégen de gewapende verdediging van katholieke buurten in Noord-Ierse steden besloten. De traditionals bleven actie voeren met traditionele middelen, oftewel met bomaanslagen, de provisionals radicaliseerden en begonnen een stadsguerrilla. Beide bewegingen zagen zich daarna weer geconfronteerd met verdere afsplitsingen van splintergroepen. De regering in Londen stuurde elitetroepen naar Noord-Ierland en het geweld nam navenant toe. In 1970 waren er in de wijk Lower Falls in Belfast bijvoorbeeld vuurgevechten tussen activisten en Britse troepen, en in 1971 werd een unionistische senator vermoord, de eerste politieke moordaanslag in NoordIerland sinds 1927.
Vanaf 1972 verhardde het conflict nog verder. Op zondag 30 januari van dat jaar was in de katholieke wijk Bogside in Derry (cq. Londonderry) een vreedzame, maar verboden demonstratie georganiseerd tegen het zonder proces opsluiten van activisten en voor meer burgerrechten voor de katholieken. Britse troepen openden het vuur en schoten 13 ongewapende jongens en mannen dood, sommige in de rug en sommige op een manier die aan standrechtelijke executies deed denken; een 14de betoger overleed enkele maanden later aan zijn verwondingen. De gebeurtenis ging bekendstaan als Bloody Sunday (de tweede Bloody Sunday, na die van 1921). Het werd het escalatiepunt van de decennialange burgeroorlog in Noord-Ierland, die ietwat eufemistisch wordt aangeduid als The Troubles.
Wat veel kwaad bloed zette bij de katholieke Noord-Ieren was het feit dat een Brits onderzoekstribunaal concludeerde dat de militairen niet schuldig waren aan de dood van de 14 burgers. Pas in 2010 verscheen een nieuw onderzoeksrapport dat het neerschieten van de betogers ‘onrechtvaardig en onverdedigbaar’ noemde, waarna de regering-Cameron eindelijk ex-
de 20ste eeuw; de film won op het filmfestival van Cannes in 2006 de Gouden Palm. In 2022 en 2023 viel de film The Banshees of Inisherin van Martin McDonagh op diverse festivals in de prijzen. De zwarte komedie met Colin Farrell en Brendan Gleeson kreeg in 2023 zelfs 8 Oscarnominaties. Martin McDonagh timmerde eerder aan de weg met zijn film In Bruges (2008), eveneens met Farrell en Gleeson, en met het in Amerika gedraaide Three Billboards Outside Ebbing, Missouri (2017), goed voor zes Oscarnominaties waarvan er twee werden gewonnen.
Ierland is verder ook regelmatig als filmdecor gebruikt. Zo zijn er op het eiland (delen van) films als The Quiet Man (John Ford, 1952, met John Wayne en Maureen O’Hara), Moby Dick (John Huston, 1956, met Gregory Peck), Ryan’s Daughter (David Lean, 1970), Barry Lyndon (Stanley Kubrick, 1975), The Crying Game (1992, Neil Jordan), Braveheart (Mel Gibson, 1995), Saving Private Ryan (Steven Spielberg, 1998) en Harry Potter and the Half-Blood Prince (David Yates, 2009) opgenomen.
Tegenwoordig timmert de Titanic Filmstudio in Belfast vooral op televisiegebied aan de weg. Hier en in het Noord-Ierse landschap zijn veel scènes opgenomen van de succesvolle fantasyserie Game of Thrones, waarin onder anderen de Nederlanders Carice van Houten en Michiel Huisman een rol hadden.
? BEELDENDE KUNST
In de beeldende kunst is Ierland minder opvallend aanwezig. Drie namen springen eruit wat de schilderkunst betreft. Dat zijn John Butler Yeats (1839–1922) en Jack Butler Yeats (1871–1957), respectievelijk de vader en de broer van dichter en schrijver William Butler Yeats, en de vermaarde expressionist Francis Bacon (1909–1992), met wiens werk je in de Hugh Lane Gallery in Dublin kunt kennismaken.
? MUZIEK
Ierland is het land van de traditionele folkmuziek, die een lange geschiedenis heeft en onlosmakelijk met het eiland verbonden is. Deze muziek, geworteld in oude Keltische tradities, kan vrolijk en optimistisch zijn maar ook weemoedig. Sommige songs zijn al honderden jaren oud en hebben teksten die vaak een aanklacht zijn tegen de eeuwenlange Engelse overheersing van Ierland. Andere songs gaan over de Ierse emigratie naar de Nieuwe Wereld en, uiteraard, over de liefde.

Van oudsher worden er in de folk instrumenten gebruikt als de fiddle (viool), tinwhistle (een eenvoudige dunne fluit, verwant aan de blokfluit), bodhrán (een lijsttrommel die met een drumstick met twee slageinden wordt bespeeld), trekharmonica, concertina (een eenvoudige zeskantige trekzak) en uilleann pipes (de Ierse doedelzak, die, in tegenstelling tot de Schotse, niet met de mond wordt aangeblazen maar aangepompt wordt met de ellebogen). Ook de gitaar, banjo en dwarsfluit doen regelmatig mee in de Ierse folk. De muziek is vaak te horen in pubs, waar je lokale amateurs maar ook professionele muzikanten kunt aantreffen. Sommige straatartiesten brengen soms ook verrassend goede traditionele muziek ten gehore.
Vanaf de jaren 60 en 70 hielden populaire bands als The Dubliners, The Chieftains, De Danann en The Fureys de traditionele Ierse folkmuziek op de grote podia in ere. Een band als Clannad uit Donegal borduurde eveneens voort op Keltische tradities, zij het met meer ingetogen en ijlere muziek, die ook wel tot de new age of de wereldmuziek wordt gerekend. Zangeres Enya, onder meer bekend van de hit ‘Orinoco Flow’, is een voormalig lid van Clannad. Een andere loot aan deze Keltische muziekstam zijn The Corrs, oorspronkelijk afkomstig uit Dundalk.
Expressionist Francis Bacon.
Superband U2 timmert al meer dan 50 jaar aan de weg.
Dublin
Het waterhoofd van de Republiek Ierland is de hoofdstad Dublin, gelegen aan de oostkust bij de monding van de rivier de Liffey. In de stad en de omliggende slaapsteden wonen ruim 1,1 miljoen mensen, bijna een kwart van de totale Ierse bevolking. Dublin is daarom, niet zo verwonderlijk, het bruisende culturele en politieke hart van het land. Bezoekers kunnen zich laven aan de culturele voorzieningen, de historische bezienswaardigheden en het uitgaansleven, dat zich voor een belangrijk deel in een van de vele authentieke pubs afspeelt. Als extraatje zijn er ten noorden en ten zuiden van de stad strandwandelingen te maken bij voorsteden als Malahide, Portmarnock en Dún Laoghaire. Alles bij elkaar is Dublin een erg leuke, interessante stad met een compact centrum vol attracties.
< Temple Bar is hét uitgaanscentrum van Dublin.
Dublin. Ga je van hier (of vanaf Grafton Street) westwaarts, dan kom je onder meer Dublin Castle, St. Patrick’s Cathedral en de Christ Church Cathedral tegen, drie historische gebouwen van formaat. Nog verder naar het westen is onder meer het Guinness Storehouse te vinden, uiteraard gelieerd aan de brouwerij van Ierlands bekendste bier. 600
Aan de oostkant van Grafton Street bevinden zich tussen St. Stephen’s Green en Merrion Square onder meer het National Museum of Ireland, het Natural History Museum en de National Gallery; bezienswaardigheden die ook heel geschikt zijn om te bezoeken als het regent. Tevens is hier het Ierse parlement gevestigd.
Dublin
pareren. In de toren is een James Joyce Museum ondergebracht. Dat is niet toevallig, want de toren is het vertrekpunt voor Joyces beroemde roman Ulysses. Net als in het James Joyce Centre in het centrum van Dublin kun je hier onder meer een dodenmasker van de beroemde schrijvende zoon van Ierland zien. Onder Dalkey is Killiney de laatste voorstad in het graafschap Dublin. Er ligt een strand langs de baai, de steile rotsen zijn favoriet bij rotsklimmers en de plaats zelf is vanwege zijn mooie ligging woonoord voor de rich and famous . Bekende artiesten als Van Morrison, Enya en Bono en The Edge van U2 hebben er bijvoorbeeld een optrekje. De plaats verdient ook een voetnoot in de filmgeschiedenis, want er werden scènes opgenomen van de film My Left Foot uit 1989, goed voor twee Oscars, waaronder die voor beste mannelijke hoofdrol voor Daniel Day-Lewis.
In het binnenland kijkt Kippure Mountain, 752 m hoog en precies op de grens met het graafschap Wicklow, over de Ierse hoofdstad en zijn voorsteden uit.
TOP 3: NIET TE MISSEN IN DUBLIN
1 Snuif de culturele sfeer van Dublin op en bezoek de gratis toegankelijke nationale musea
2 Neem het ervan en ga aan de zwier in Temple Bar
3 Ga terug in de tijd met het Book of Kells in het Trinity College
TIPS EN ADRESSEN
TOERISTENINFORMATIE
• In het centrum van Dublin zijn twee hoofdvestigingen van de toerismeorganisatie Discover Ireland. Beide hebben alle brochures, kaarten, boekjes en andere informatie die je je maar kunt wensen, en je kunt er een Dublin Pass aanschaffen waarmee je voordeliger of gratis bezienswaardigheden kunt bezoeken; zie ook visitdublin.com. Het ene toeristenbureau is aan de noordkant van de Liffey te vinden in Upper O’Connell Street op nummer 14. Het andere bevindt zich ten zuiden van de Liffey in Suffolk Street. De toerismeorganisatie heeft ook in beide terminals van Dublin Airport een balie.
• Andere sites met informatie over de stad zijn totallydublin.ie (uitgaan), dublin.ie (algemeen) en dublin-eventguide.com en entertainment.ie (voor muziek- en andere evenementen).
VERVOER
Bus
• Vanaf Dublin Airport (dublinairport.com) gaan de hele dag bussen naar de stad, bijvoorbeeld Airlink Express Coach bus 747 (dublinbus.ie) en bussen van de privéonderneming Aircoach (aircoach.ie).
• In de stad heten de stadsbussen simpelweg Dublin Bus (dublinbus.ie). Een handige busverbinding is die tussen Parnell Square en St. Stephen’s Green, en er zijn natuurlijk ook tal van andere lijnen. Als je kaartjes in de bus koopt, moet je gepast betalen, dus hou munten bij de hand. Er zijn ook oplaadbare smartcards en ov-passen voor één of drie dagen verkrijgbaar waarmee je in alle vormen van het openbaar vervoer terechtkunt. Zulke ov-passen zijn te koop bij de toeristenbureaus en bij het hoofdkantoor van Dublin Bus, Upper O’Connell Street 59. Verder kun je bij de toeristenbureaus kaarten kopen voor de toeristenbus, waarmee je ‘hop on, hop off’ langs de belangrijkste bezienswaardigheden wordt gevoerd en waar je naar eigen voorkeur in en uit kunt stappen. Ook zijn er georganiseerde busexcursies, bijvoorbeeld met de Vikingamfibibus waar je er gratis een plastic Vikinghelm bij krijgt. En voor wie het laat maakt, zijn er op sommige nachten nachtbussen vanuit het centrum naar de buitenwijken beschikbaar.
• Wie verder het land in wil trekken, vindt het hoofdbusstation, Busáras, net ten noorden van Custom House Quay achter het Custom House en vlak bij Connolly Station. Hiervandaan vertrekken langeafstandsbussen naar alle grotere plaatsen in de republiek en Noord-Ierland (buseireann.ie).
Zuidoost-Ierland
Zuidelijk van Dublin en de Wicklow Mountains begint Zuidoost-Ierland. Het zuidoosten bestaat uit een cluster van vijf graafschappen: Carlow, Wexham, Kilkenny, Waterford en Tipperary. Historisch gezien behoorden Carlow, Wexford en Kilkenny tot de provincie Leinster. Waterford en Tipperary waren deel van de provincie Munster.
Het zuidoosten van Ierland wordt wat minder bezocht dan bijvoorbeeld het zuidwesten en westen van Ierland, maar toch valt er méér dan voldoende te zien. In het vriendelijke, glooiende landschap liggen interessante plaatsen als Kilkenny en Waterford, er zijn de nodige historische bezienswaardigheden te vinden, vooral uit de Normandische tijd, en langs de Ierse Zee liggen vele kilometers aan ongerepte zandstranden.
< Hook Lighthouse in de herfstnevel.
? GRAAFSCHAP KILKENNY
Ten westen van het graafschap Carlow en ten noorden van het graafschap Waterford beland je in het graafschap Kilkenny. Het afficheert zichzelf als het creatieve hart van Ierland, vanwege de vele ambachtelijke kunstnijverheidswerkplaatsen, galeries en studio’s. Het toeristenbureau van Kilkenny heeft daarom ook een ‘Made in Kilkenny Craft Trail’ in de aanbieding, en de stad Kilkenny herbergt de National Craft Gallery. Tot de producten die de kunstnijverheidsindustrie vervaardigt, behoren aardewerk, juwelen, glas en wollen doeken.
Kilkenny
De stad Kilkenny , inclusief voorsteden ruim 22.000 inwoners groot, is het kloppend hart van de regio. De plaats, gelegen langs de oevers van de rivier de Nore, bood in de 14de eeuw een tijd lang onderdak aan het Ierse parlement en bestaat tegenwoordig uit een mix van gerestaureerde middeleeuwse bebouwing en modernere stadsdelen. Op een heuvel boven de Nore is Kilkenny Castle het prominentste gebouw van de stad. De Normandiërs begonnen vanaf 1192 met de bouw van het enorme kasteel, dat in de 19de eeuw stevig werd verbouwd en victoriaanse stijlkenmerken kreeg. Twee vleugels zijn toegankelijk voor bezichtiging, en in de oude kasteelkeuken in de River Wing bevinden zich een galerie voor moderne kunst en een tearoom. Aan de achterzijde nodigt een enorm kasteelpark, met onberispelijk gemaaide grasvelden en majestueuze bomen erin, uit tot wandelen.
> KILKENNY CASTLE, kilkennycastle.ie
Ga je vanaf het kasteel richting stadscentrum, dan kun je rechts naar beneden Rose Inn Street volgen naar de rivier. Aan de linkerkant is het toeristenbureau van Kilkenny gevestigd. Net vóór de rivier is de voetgangersstraat St. Kieran’s Street, links, een aardige winkelstraat; halverwege is de Kyteler’s Inn, sinds 1324, de oudste pub in de stad.
Vanaf het kasteel rechtdoor voert naar High Street. Ga links vooral even de steeg in naar The Hole in the Wall, een bijzondere pub die hier al sinds 1582 in een oud binnenhuis is gevestigd. De bijzonder sfeerrijke drinkgelegenheid bestaat uit een piepkleine bar, een binnenplaatsje en een gelagkamer in een oude slaapkamer waar bier uit blik wordt geschonken. In het verlengde van High Street leidt Parliament Street naar St. Canice’s Cathedral , die zijn 13de-eeuwse uiterlijk grotendeels behouden heeft. De anglicaanse kathedraal is vernoemd naar St. Canice, een monnik die volgens de annalen in de 6de eeuw n.Chr. de eerste nederzetting stichtte op de plek waar nu de stad ligt. Kilkenny is in het Gaelic dan ook vernoemd naar de heilige: Cill Chainnigh, ‘de kerk van Canice’. De kathedraal die later dus te zijner ere werd gesticht, bezit onder meer mooie glas-in-loodramen. Pal naast het gebedshuis priemt een fraai exemplaar van de merkwaardige Ierse round towers omhoog. Kloosterlingen bouwden de toren al in de 9de eeuw; tegen een kleine entreeprijs kun je hem beklimmen en de stad plus omgeving van bovenaf bekijken.
> ST. CANICE’S CATHEDRAL & TOWER, stcanicescathedral.com
Kilkenny Castle.
St. Canice’s Cathedral & Tower.
Zuidwest-Ierland
In het zuidwesten van Ierland is veel toeristisch geweld samengebald. Wie voor de eerste keer naar Ierland gaat, spoedt zich doorgaans snel naar dit deel van het land, vanwege de Keltische sferen, de prachtige natuur en de gezellige pubs. Vooral de grillige kustlandschappen spreken tot de verbeelding. In het zuidwesten steken vijf bergachtige schiereilanden de oceaan in, die allemaal baaien, rotsen, kliffen en hier en daar een zandstrand te bieden hebben. De Ring of Kerry, een route over het schiereiland Iveragh, is misschien wel de bekendste toeristische attractie van Ierland, maar de routes over het Dingle-schiereiland en het Beara-schiereiland doen er beslist niet voor onder, terwijl ook de zuidkust en het berggebied bij Killarney meer dan de moeite waard zijn. Wie zich meer aangetrokken voelt tot het stadsleven kan in het zuidwesten ook nog eens naar Cork, de tweede stad van het land.
< Het weggetje naar Dunquin Harbour.
Noordwest-Ierland
Noordwest-Ierland is dunner bevolkt en wordt veel minder bezocht dan het zuidwesten en westen van het land. Dit neemt niet weg dat er net zulke mooie kusten en berggebieden te vinden zijn. Sterker nog, het noordelijke graafschap Donegal grossiert in prachtige kliffen, stille baaien, verlaten zandstranden en ongerepte berggebieden. Het is een gebied waar voor de toerist nog veel te ontdekken valt en waar je ’s zomers niet struikelt over de andere vakantiegangers. Graafschap Sligo is verder het thuisland van dichter en Nobelprijswinnaar William Butler Yeats en heeft boeiende overblijfselen uit de steentijd, terwijl de graafschappen Leitrim, Cavan en Monaghan, bij de bovenloop van de Shannon, vol liggen met verstilde meren.
Benbulben is een klassieke tafelberg.
drie bekendste bergen in Ierland. De berg kan vanaf de zuidoostzijde beklommen worden; boven wacht een mooi uitzicht over ‘Yeats Country’ en over de oceaan. Het hoogste punt bevindt zich trouwens op 526 m boven zeeniveau. Langs de kust van het noordelijk deel van het graafschap Sligo tref je verder enkele baaien met zandstranden aan, waar surfers, kitesurfers, windsurfers en ruiters op af komen.
Ten westen en ten zuiden van de stad Sligo is het niet Yeats wat de klok slaat, maar zijn het graven en grafvelden uit de steentijd die bezoekers trekken. Het grootste grafveld, de Carrowmore Megalithic Cemetry , ligt ten westen van de stad; het is zelfs het grootste in zijn soort in heel Ierland. Het grafveld bestaat uit ongeveer 60 verschillende steencirkels met dolmen (tomben en portaalgraven) erin, vergelijkbaar met de hunebedden in Noord-Nederland. Ze zijn 5000 tot 6000 jaar oud. De cirkels liggen in een ovaal gebied van ongeveer 1 bij 6 km, met in het midden een cairn, een grafmonument van gestapelde stenen met weer een dolmen erin. Dit centrale monument heet Listoghil en is vrij recent geheel gerestaureerd. Archeologen hebben verder 30 andere cirkels blootgelegd, de rest is in de loop der eeuwen onder een laag aarde verdwenen en wacht nog op opgraving. Het terrein is te bezoeken, aanmelden bij het bezoekerscentrum. Westelijk van het grafveld uit het stenen tijdperk steekt de Knocknarea boven het landschap uit, een merkwaardige kalkstenen puist van 328 m hoog. Bovenop zijn weer enkele graven uit de steentijd te vinden, waaronder een forse cairn, een stenen grafheuvel, die met een hoogte van 10 m en
WILLIAM BUTLER YEATS
William Butler Yeats, meestal alleen
W.B. Yeats genoemd, behoort tot de grote Ierse literatoren, wiens naam in één adem wordt genoemd met bijvoorbeeld Oscar Wilde en George Bernard Shaw. Yeats werd in 1853 in Sandymount bij Dublin geboren. Zijn vader John kwam uit Sligo en was schilder, zijn broer Jack verwierf ook bekendheid als schilder. William zelf legde zich toe op het schrijven van dichtbundels en theaterstukken, waarvan hij er bijna 40 heeft gepubliceerd. Hij hield zich op latere leeftijd ook bezig met politiek en werd in de jaren 20 van de 20ste eeuw senator. In 1923 ontving hij de Nobelprijs voor de Literatuur.
W.B. Yeats stierf in 1939 in Zuid-Frankrijk, waarna zijn lichaam na de Tweede Wereldoorlog naar de begraafplaats van zijn grootvaders parochie in Drumcliffe – net ten noorden van Sligo - werd herbegraven. Het graf is een pelgrimsoord voor literatuurliefhebbers geworden. Erop staan de volgende dichtregels van de maestro zelf: Cast a Cold Eye / On Life, on Death / Horseman pass by!
een doorsnee van 55 m na die in de Boyne Valley de op-één-na-grootste van Ierland is. De grafheuvel ligt als een extra puistje boven op het hoogste deel van de Knocknarea. Vanaf de berg heb je vanzelfsprekend ook een mooi uitzicht over de omgeving.
Ten noordwesten van de Knocknarea ligt het regionale vliegveld van Sligo, eronder is het brede zandstrand bij het kustplaatsje Strandhill favoriet bij surfers en andere watersporters. De golven komen hier heel mooi Sligo Bay binnenrollen, wat ervoor zorgt dat Strandhill een van de beste surflocaties in heel Ierland is. Strandhill heeft ook leuke horecagelegenheden, gekleurde puien en aan de zuidkant een ongerept duinengebied.
Langs de kust westelijk van Sligo en Strandhill is verder niet zo gek veel te beleven. Er zijn nog wat baaien, zandstranden en ’n enkele kasteelruïne (bij Easky). Inniscrone, helemaal in het westen van het graafschap, heeft het beste strand en de meeste voorzieningen.
In het binnenland van westelijk Sligo kunnen wandelaars de Ox Mountains verkennen, een verlaten heuvelgebied met hoogveengronden, toppen tot 400 à 500 m en enkele bosgebieden.