Skip to main content

Het perfecte leven van mevrouw Parrish Inkijkexemplaar

Page 1

HET

PERFECTE LEVEN VAN MEVROUW

PARRISH LIV CONSTANTINE Vertaling Theo Horsten


Voor dit boek is papier gebruikt dat onafhankelijk is gecertificeerd door FSC™ ten behoeve van verantwoord bosbeheer. Kijk voor meer informatie op www.harpercollins.co.uk/green HarperCollins is een imprint van Uitgeverij HarperCollins Holland, Amsterdam Copyright © 2017 Lynn Constantine & Valerie Constantine Oorspronkelijke titel: The Last Mrs. Parrish Copyright Nederlandse vertaling: © 2018 HarperCollins Holland Vertaling: Theo Horsten Omslagontwerp: HarperCollins US Bewerking: DPS Design & Prepress Studio Omslagbeeld: plainpicture/ojo/Tom Merton Zetwerk: Mat-Zet B.V., Soest Druk: CPI books GmbH, Germany isbn 978 94 027 0095 4 isbn 978 94 027 5515 2 (e-book) nur 305 Eerste druk april 2018 Originele uitgave verschenen bij HarperCollins Publishers LLC, New York, U.S.A. Deze uitgave is uitgegeven in samenwerking met HarperCollins Publishers LLC HarperCollins Holland is een divisie van Harlequin Enterprises Limited ® en ™ zijn handelsmerken die eigendom zijn van en gebruikt worden door de eigenaar van het handelsmerk en/of de licentienemer. Handelsmerken met ® zijn geregistreerd bij het United States Patent & Trademark Office en/of in andere landen. www.harpercollins.nl Niets uit deze uitgave mag openbaar worden gemaakt door middel van druk, fotokopie, internet of op welke andere wijze dan ook zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever. Alle in dit verhaal voorkomende personen zijn ontleend aan de fantasie van de schrijver. Elke gelijkenis met bestaande personen berust op toeval.


Amber Patterson was het beu om onzichtbaar te zijn. Ze kwam nu al drie maanden elke dag naar dit fitnesscentrum – drie lange maanden kijken naar vrouwen die niets beters te doen hadden en daarom bezig waren met het enige waarin ze geïnteresseerd waren. Ze waren zo zelfingenomen dat ze haar laatste dollar erom had durven verwedden dat geen van hen haar zou hebben herkend als ze haar op straat waren tegengekomen, terwijl ze toch elke dag niet meer dan anderhalve meter van ze verwijderd was. Voor hen hoorde ze bij het meubilair – onbelangrijk, het niet waard om te worden opgemerkt. Maar dat kon haar niet schelen; ze gaf om geen van die vrouwen. Er was maar één reden waarom ze zich elke dag hierheen sleepte, steeds naar dit toestel, om klokslag acht uur. Ze werd doodziek van elke dag hetzelfde, om zich dag in dag uit in het zweet te werken en te wachten op het moment dat ze kon toeslaan. Vanuit haar ooghoek zag ze de gouden signature Nikes op het toestel naast haar stappen. Amber rechtte haar schouders en deed net of ze verdiept was in het magazine dat heel strategisch op het rek van haar eigen toestel lag. Ze draaide zich om en glimlachte verlegen naar de beeldschone blonde vrouw, wat een beleefd knikje in haar richting opleverde. Amber reikte naar haar flesje water, verplaatste haar voet weloverwogen naar de rand van het toestel en gleed uit waardoor het magazine op de grond viel, precies onder de pedaal van het toestel van haar buurvrouw. ‘O jee, neemt u me niet kwalijk,’ zei ze, blozend. Voordat ze kon afstappen, hield de vrouw op met trappen en raapte het voor haar op. Amber zag dat ze haar wenkbrauwen fronste. ‘Leest u dit?’ zei de vrouw, haar het blad teruggevend. 7


‘Ja, het is het blad van de Cystic Fibrosis Stichting. Het verschijnt twee keer per jaar. Kent u het?’ ‘Inderdaad. Werkt u in de medische sector?’ vroeg de vrouw. Amber sloeg haar ogen neer, keek toen de vrouw weer aan. ‘Nee, dat niet. Mijn jongere zusje had cf.’ Ze liet haar woorden in de ruimte tussen hen in hangen. ‘Neemt u me niet kwalijk. Dat was onbeleefd van me. Het gaat me niet aan,’ zei de vrouw en ze stapte weer op de crosstrainer. Amber schudde haar hoofd. ‘Nee, het geeft niet. Kent u iemand met cystic fibrosis?’ De vrouw keek Amber met een verdrietige blik aan. ‘Mijn zusje. Die ben ik twintig jaar geleden kwijtgeraakt.’ ‘Wat erg voor u. Hoe oud was ze?’ ‘Nog maar zestien. We scheelden twee jaar.’ ‘Charlene was nog maar veertien.’ Amber vertraagde haar pas en veegde met de rug van haar hand langs haar ogen. Er was heel wat acteertalent voor nodig om te huilen om een zusje dat nooit had bestaan. De drie zussen die ze wel had, waren gezond en wel, al had ze ze in geen twee jaar gesproken. De vrouw stopte haar toestel. ‘Gaat het een beetje?’ vroeg ze. Amber snoof en schokschouderde. ‘Zelfs na al die jaren is het nog steeds moeilijk.’ De vrouw keek haar lang aan, alsof ze tot een besluit probeerde te komen, stak toen haar hand uit. ‘Ik ben Daphne Parrish. Wat zou je ervan zeggen als we hier weggingen om ergens onder het genot van een kopje koffie een praatje te maken?’ ‘Weet u het zeker? Ik wil uw work-out niet verstoren.’ Daphne knikte. ‘Ja, heel zeker. Ik wil werkelijk graag met je praten.’ Amber schonk haar een glimlach die naar ze hoopte een dankbare indruk zou maken en stapte af. ‘Dat lijkt me geweldig.’ Ze nam de 8


uitgestoken hand aan en zei: ‘Ik ben Amber Patterson. Aangenaam kennis te maken.’ Later die avond lag Amber in een bubbelbad, nipte aan een glas merlot en keek naar de foto in Entrepreneur Magazine. Glimlachend legde ze het blad neer, sloot haar ogen en liet haar hoofd op de rand van het bad rusten. Ze was erg tevreden over de manier waarop een en ander vandaag was verlopen. Ze was erop voorbereid geweest dat het nog langer zou gaan duren, maar Daphne had het haar gemakkelijk gemaakt. Na eerst wat prietpraat bij een kop koffie, waren ze al snel toegekomen aan de eigenlijke reden waarom ze Daphnes interesse had gewekt. ‘Voor iemand die geen ervaring met cf heeft, is het onmogelijk te begrijpen,’ had Daphne met een intense blik in haar blauwe ogen gezegd. ‘Julie was me nooit tot last, maar op de middelbare school drongen mijn vrienden er telkens weer bij me op aan om haar achter te laten en niet overal mee naartoe te sleuren. Ze begrepen niet dat ik nooit wist wanneer ze in het ziekenhuis zou worden opgenomen en of ze er dan ooit weer uit zou komen. Elk moment was kostbaar.’ Amber boog zich naar haar toe en deed haar best om geïnteresseerd te lijken terwijl ze probeerde uit te rekenen wat de totale waarde was van de diamanten aan Daphnes oren, de tennisarmband aan haar pols en de reusachtige diamant aan haar gebruinde en perfect gemanicuurde vinger. Ze moest toch minstens met honderdduizend dollar aan haar lichaam maatje tweeëndertig rondlopen en het enige wat ze deed was klagen over haar moeilijke jeugd. Amber onderdrukte een geeuw en glimlachte wat stijfjes naar Daphne. ‘Ik weet er alles van. Ik bleef vroeger thuis van school om bij mijn zusje te zijn zodat mijn moeder naar haar werk kon. Ze was haar baan bijna kwijtgeraakt omdat ze te veel vrij nam en het laatste wat we konden gebruiken was dat ze haar zorgverzekering zou ver9


liezen.’ Ze was blij te merken hoe gemakkelijk het liegen haar afging. ‘O, wat verschrikkelijk,’ kakelde Daphne. ‘Dat is een van de redenen waarom mijn stichting zo belangrijk voor me is. We verlenen financiële bijstand aan gezinnen die zich de zorg die ze nodig hebben niet kunnen veroorloven. Dat is van meet af aan een belangrijk onderdeel geweest van de taak die Julie’s Smile zich heeft gesteld.’ Amber deed net of ze verrast was. ‘Is Julie’s Smile jouw stichting? Is dat dezelfde Julie? Ik weet alles van Julie’s Smile, ik lees er al jaren over. Ik heb groot respect voor wat je doet.’ Daphne knikte. ‘Direct nadat ik afgestudeerd was, heb ik de stichting opgezet. Mijn man was zelfs mijn eerste begunstiger.’ Ze glimlachte wat verlegen. ‘Zo hebben we elkaar leren kennen.’ ‘Zijn jullie op dit moment niet bezig met de organisatie van een grote fundraiser?’ ‘Dat klopt. We hebben nog een paar maanden, maar er is nog erg veel te doen. Zeg, luister eens… Nee, laat ook maar.’ ‘Nee, wat?’ drong Amber aan. ‘Nou, ik stond eigenlijk op het punt om je te vragen of je misschien mee zou willen helpen. Het zou fijn zijn om iemand te hebben die begrijpt –’ ‘Ik wil heel graag helpen,’ viel Amber haar in de rede. ‘Ik verdien niet zo erg veel, maar ik kan een deel van mijn tijd als bijdrage leveren. Wat jullie doen, is belangrijk. Als ik bedenk wat voor een verschil het maakt –’ Ze beet op haar lip en verdrong haar tranen. Daphne glimlachte. ‘Geweldig.’ Ze haalde een kaartje tevoorschijn met haar naam en adres in fraaie letters. ‘Alsjeblieft. Het comité vergadert donderdagmorgen om tien uur bij mij thuis. Schikt je dat?’ Amber had breed geglimlacht en haar best gedaan om het te doen voorkomen alsof de ziekte het enige was waar ze aan dacht. ‘Ik zou het niet willen missen.’

10


Het ritmische geschommel van de zaterdagse trein van Bishops Harbor naar New York wiegde Amber in een zachte mijmering die een schril contrast vormde met de strakke discipline van de dagen in haar werkweek. Ze zat bij het raam, met haar hoofd tegen de rugleuning en deed zo nu en dan even haar ogen open om naar het voorbijtrekkende landschap te kijken. Ze dacht aan de eerste keer dat ze in een trein had gezeten; ze was toen zeven jaar oud geweest. Het was juli, wat in Missouri de warmste en meest drukkende maand van de zomer was, en de airconditioning van de trein was defect geweest. Zelfs nu nog kon ze zich haar moeder voor de geest halen zoals ze tegenover haar zat, in een zwarte jurk met lange mouwen, zonder een glimlach, rug recht, haar knieën preuts tegen elkaar gedrukt. Haar lichtbruine haar zat zoals gebruikelijk in een strak knotje, maar ze had oorknoppen in gehad, kleine paarlen knopjes die ze alleen bij speciale gelegenheden droeg en Amber nam aan dat de begrafenis van haar moeders moeder een speciale gebeurtenis mocht worden genoemd. Toen ze op het groezelige station van Warrensburg uit de trein stapten, was het buiten nog warmer dan het in de trein was geweest. Oom Frank, de broer van haar moeder, had hen op staan wachten en ze klauterden ongemakkelijk in zijn gedeukte blauwe pick-uptruck. Wat ze zich vooral herinnerde, was de geur – een mengeling van zweet en vuil en vocht – en de barsten in het leer van de zitting die zich in haar huid drukten. Ze reden langs eindeloze maisvelden en kleine boerderijen met vermoeid uitziende houten huizen en erven die bezaaid lagen met verroeste landbouwwerktuigen, oude auto’s op sintelblokken, banden zonder velgen en kapotte ijzeren kratten. Het 11


was zelfs nog deprimerender dan in de streek waar zij zelf woonden en Amber wenste dat haar moeder haar thuis had gelaten, net als haar zusjes. Die waren te jong voor een begrafenis, zei haar moeder, maar Amber was oud genoeg om mee op rouwbezoek te gaan. Ze had het merendeel van haar herinneringen aan dat afschuwelijke weekend verdrongen, maar het enige wat ze nooit zou vergeten, was de ontstellende sjofelheid waardoor ze omgeven was – de kleurloze woonkamer van haar grootouders’ huis met alleen maar bruin en roestig geel, haar grootvaders stoppelbaard terwijl hij in zijn leunstoel zat, grimmig en streng in zijn versleten onderhemd en een kaki broek vol met vlekken. Ze zag de oorsprong van haar moeders vreugdeloze houding en gebrek aan voorstellingsvermogen. Het was toen, op die jonge leeftijd, dat de droom van iets anders en iets beters in Amber werd geboren. Ze deed haar ogen open toen de man tegenover haar opstond en haar met zijn aktetas aanstootte en ze besefte dat ze op Grand Central Terminal aangekomen waren. Ze pakte snel haar handtas en jasje en voegde zich bij de stroom uitstappende reizigers. De wandeling van het perron naar de prachtige aankomsthal verveelde haar nooit en ze bedacht wat een verschil dit was met dat kleine station van al die jaren geleden. Ze liep op haar gemak langs de schitterende etalages van de winkels in het station, een perfect voorproefje van de beelden en de geluiden van de stad die buiten wachtte, verliet toen het gebouw en liep de korte afstand over Forty-Second Street naar Fifth Avenue. Deze maandelijkse pelgrimage was haar zo vertrouwd geworden dat ze het geblinddoekt had kunnen doen. Ze ging altijd eerst naar de grote leeszaal van de Openbare Bibliotheek van New York. Ze ging dan aan een van de lange leestafels zitten terwijl het zonlicht door hoge ramen naar binnen stroomde en liet de schoonheid van de fresco’s tegen het plafond tot haar doordringen. Vooral vandaag voelde ze zich bemoedigd door al die boe12


ken tegen de wanden. Ze gaven haar het vertrouwen dat alle kennis die ze wilde opdoen hier voor het grijpen lag. Hier ging ze dan zitten lezen en ontdekte al die dingen die haar plannen vorm konden geven. Nu bleef ze twintig minuten lang alleen maar stil zitten tot ze klaar was om terug te gaan naar de straat en over Fifth Avenue te lopen. Ze liep langzaam maar doelbewust langs de luxewinkels. Langs Versace, Fendi, Armani, Louis Vuitton, Harry Winston, Tiffany & Co., Gucci, Prada en Cartier – het hield niet op, de ene winkel na de andere, de duurste en meest prestigieuze boetieks van de wereld. Ze was overal binnen geweest, had de geur van duur leer en exotische parfums opgesnoven, had de fluweelachtige balsems en kostbare smeerseltjes uit de fraaie en verleidelijke testers op haar huid gewreven. Ze liep verder langs Dior en Chanel en bleef staan om een slanke japon van zilver en zwart te bewonderen die strak om de mannequin in de etalage paste. Ze keek naar de jurk en stelde zichzelf in die jurk voor terwijl ze met hoog opgestoken haar en perfecte make-up aan de arm van haar man de ballroom binnenkwam, afgunstig bekeken door iedere vrouw die ze passeerde. Ze liep door tot ze bij het luxe warenhuis Bergdof Goodman kwam en het tijdloze Plaza Hotel. Ze kwam in de verleiding om de met een rode loper belegde trap naar de grote lobby op te gaan, maar het was intussen één uur geweest en ze had honger. Ze had een klein lunchpakketje mee van huis genomen, want ze kon zich niet veroorloven om haar zuurverdiende geld aan zowel het museum als een lunch in Manhattan uit te geven. Ze stak Fifty-Eighth Street over naar Central Park, ging op een bankje met uitzicht op de drukke straat zitten en haalde een kleine appel en een zakje noten met rozijnen uit haar rugzak. Ze at langzaam terwijl ze naar de mensen keek die allemaal vreselijke haast hadden en bedacht voor de honderdste keer hoe dankbaar ze was dat ze uit het 13


droeve bestaan van haar ouders ontsnapt was, aan de platvloerse gesprekken en de voorspelbaarheid van alles. Haar moeder had Ambers ambities nooit begrepen. Die zei dat ze te ver boven zichzelf uit probeerde te stijgen en dat haar manier van denken haar alleen maar in de problemen zou brengen. Tot Amber er uiteindelijk genoeg van had en was vertrokken, zij het misschien niet op de manier zoals ze van plan was geweest. Ze was klaar met haar lunch en liep door het park naar het Metropolitan Museum of Art waar ze de verdere middag zou doorbrengen om daarna een vroege avondtrein terug naar Connecticut te nemen. In de afgelopen twee jaar had ze elke meter van het museum gezien, de kunstwerken bekeken, films gezien en lezingen bijgewoond over de werken en hun scheppers. Aanvankelijk had haar enorme gebrek aan kennis ontmoedigend geleken, maar op haar eigen methodische manier had ze kans gezien die achterstand stap voor stap in te lopen, mede door boeken over kunst, kunstgeschiedenis en de kunstenaars te lenen. Elke maand bezocht ze het museum gewapend met nieuwe kennis om dat wat ze had gelezen met eigen ogen te zien. Ze wist inmiddels dat ze zelfs met de best geïnformeerde kunstcriticus een redelijk intelligent gesprek kon voeren. Sinds de dag dat ze dat benauwde huis in Missouri had verlaten, was ze bezig geweest een nieuwe en betere Amber te creÍren, eentje die zich gemakkelijk tussen de zeer rijken kon bewegen. En tot dusver lag haar plan precies op schema. Na een poosje liep ze naar de galerij die gewoonlijk haar laatste stop was. Daar bleef ze een hele tijd voor een studie van Tintoretto staan. Ze wist werkelijk niet meer hoe vaak ze al naar die kleine schets had staan staren, maar de tekst op het kleine bordje eronder stond in haar geheugen gegrift – aan de collectie geschonken door jackson en daphne parrish. Ze draaide zich met tegenzin om en ging naar de nieuwe tentoonstelling van werken van Aelbert 14


Cuyp. Ze had het enige boek over Cuyp dat de bibliotheek in Bishops Harbor op de plank had staan helemaal gelezen. Ze had voordien nog nooit van de schilder Cuyp gehoord en was verrast geweest te lezen hoe productief en beroemd hij was. Ze slenterde door de tentoonstelling en kwam bij het schilderij dat ze in het boek zo had bewonderd en waarvan ze had gehoopt dat het deel zou uitmaken van de tentoonstelling – De Maas bij Dordrecht tijdens een storm. Het was zelfs nog indrukwekkender dan ze had gedacht. Naast haar stond een ouder echtpaar dat eveneens in de ban van het schilderij leek te zijn. ‘Verbazingwekkend, vindt u ook niet?’ zei de vrouw tegen Amber. ‘Zelfs nog meer dan ik me had voorgesteld,’ antwoordde ze. ‘Heel anders dan zijn landschappen,’ voegde de man daar nog aan toe. Amber bleef naar het schilderij staren terwijl ze zei: ‘Dat is zo, maar hij heeft veel prachtige Hollandse havengezichten geschilderd. Wist u overigens dat hij ook Bijbelse scènes en portretten schilderde?’ ‘Werkelijk? Dat wist ik niet.’ Misschien zou je eerst het een en ander moeten lezen voordat je naar een tentoonstelling gaat, dacht Amber, maar ze glimlachte naar ze en liep verder. Ze vond het heerlijk als ze haar grote kennis tentoon kon spreiden en ze geloofde dat een man als Jackson Parrish, een man die prat ging op zijn culturele esthetiek, dat ook prachtig zou vinden.

15


Amber stikte bijna van jaloezie toen het elegante huis aan de Long Island Sound in zicht kwam. De witte hekken bij de ingang van het vele miljoenen kostende landgoed stonden open en gaven toegang tot het welige groen en de rozen waarachter de omheining verborgen ging. Het huis was een uitgestrekt, grijs met wit gebouw van twee verdiepingen. Het deed haar denken aan de foto’s van de prachtige zomerverblijven in Nantucket en Martha’s Vineyard. Het huis strekte zich majestueus uit langs de oever, helemaal op zijn plaats hier aan de waterkant. Dit was het soort huis dat veilig verborgen lag voor de ogen van hen die zich een dergelijke levenswijze niet konden veroorloven. Dat is wat rijkdom je kan geven, dacht ze. Het geeft je de mogelijkheden en de macht om voor de wereld verborgen te blijven als je dat wilt – of moet. Amber parkeerde haar tien jaar oude blauwe Toyota Corolla die aardig uit de toon zou vallen bij de nieuwste Mercedessen en bmw’s die hier straks ongetwijfeld zouden staan. Ze sloot haar ogen en bleef nog even zitten, langzaam en diep ademhalend terwijl ze alle informatie die ze in de afgelopen paar weken in haar geheugen had geprent in gedachten nog eens doornam. Ze had zich vanmorgen heel zorgvuldig gekleed, haar sluike bruine haar met een bruine haarband uit haar gezicht gehouden en een minimum aan make-up – niet meer dan een vleugje blush op haar wangen en heel licht gekleurde balsem op haar lippen. Ze droeg een keurig gestreken beige twill rok met een witkatoenen T-shirt met lange mouwen, beide besteld uit de catalogus van L.L. Bean. Haar sandalen waren stevig en eenvoudig; goeie, degelijke wandelschoenen waar helemaal niets 16


vrouwelijks aan was. De afschuwelijke bril met grote glazen had ze op het laatste moment gevonden en die completeerde de look die ze wilde uitstralen. Toen ze voordat ze haar appartement verliet voor de laatste keer in de spiegel keek, was ze tevreden geweest. Ze zag er eenvoudig en zelfs een beetje kleurloos uit. Iemand die in geen duizend jaar een bedreiging voor wie dan ook zou vormen en al helemaal niet voor iemand als Daphne Parrish. Hoewel ze wist dat het misschien onbeleefd zou lijken, was Amber met opzet iets te vroeg gekomen. Zodoende zou ze niet alleen wat tijd met Daphne alleen hebben, maar er ook zijn voordat de andere vrouwen verschenen, wat altijd een voordeel was als ze aan elkaar voorgesteld werden. Ze zouden haar als jong en onbeduidend zien, gewoon een werkbij die door Daphne waardig was bevonden om te worden gezalfd als helper bij haar liefdadige werken. Ze deed het portier open en stapte op de met grind bedekte oprijlaan. Het was alsof de steentjes waarop haar voeten steunden stuk voor stuk waren geselecteerd op gelijke grootte en zuiverheid, waarna ze perfect aangeharkt en gepoetst waren. Terwijl ze naar het huis toe liep, nam ze de tijd om het terrein en de gebouwen te bekijken. Ze begreep dat ze via de achterkant naar binnen zou gaan – de voorkant zou uiteraard op het water uitkijken – maar desondanks was ook dit een heel vriendelijk aandoende façade. Links stond een wit prieel bedekt met de laatste blauweregen van de zomer met erachter twee lange banken. Amber had over dergelijke rijkdom gelezen en talloze foto’s gezien in tijdschriften en bij online bezoeken aan de huizen van filmsterren en de superrijken, maar dit was de eerste keer dat ze het ook werkelijk van nabij zag. Ze ging de brede stenen trap naar de deur op en drukte op de bel. De deur was groter dan normaal, met grote ruiten van geslepen glas die Amber een blik gunden op de lange gang die naar de voorkant van het huis liep. Vanaf de plaats waar ze stond, kon ze het schitte17


rende blauwe water zien. En toen stond Daphne daar opeens die de deur openhield en naar haar lachte. ‘Wat heerlijk om je te zien. Ik ben zo blij dat je kon komen,’ zei ze, en ze pakte Ambers hand in de hare en voerde haar mee naar binnen. Amber glimlachte bedeesd naar haar zoals ze dat die morgen voor de spiegel in de badkamer had geoefend. ‘Bedankt voor de uitnodiging, Daphne. Ik verheug me er echt op om je te kunnen helpen.’ ‘En ik ben ontzettend blij dat je met ons gaat samenwerken. Kom verder. We vergaderen in de serre,’ zei Daphne terwijl ze een grote, achthoekige kamer binnengingen met ramen die van de vloer tot het plafond reikten, met zomerse chintz gordijnen in levendige kleuren. De tuindeuren stonden open en Amber ademde de bedwelmende zilte zeelucht in. ‘Kom, ga zitten. We hebben nog even voordat de anderen komen,’ zei Daphne. Amber ging op de dik gestoffeerde sofa zitten en Daphne tegenover haar in een van de gele leunstoelen die perfect bij de andere meubels pasten in deze met een onverschillige élégance ingerichte kamer. De vanzelfsprekende manier waarop Daphne met deze rijkdom en haar bevoorrechte positie omging, de houding die ze uitstraalde alsof dit haar geboorterecht was, ergerde Amber. In haar perfect gesneden grijze broek en zijden blouse zou ze zo uit Town & Country gestapt kunnen zijn. Ze droeg alleen de grote paarlen oorknoppen en haar blonde haar viel in losse golven om haar aristocratische gezicht. Amber schatte dat alleen haar kleren en oorknoppen minstens drie mille waard waren, om nog maar niet te spreken van de diamant aan haar vinger en het Cartier Tank-horloge aan haar pols. Zo had ze er waarschijnlijk nog wel een stuk of tien boven liggen in een juwelenkistje. Amber keek op haar eigen horloge – een goedkoop model uit een warenhuis – en zag dat ze nog ongeveer tien minuten samen hadden. 18


‘Nogmaals bedankt dat ik mee mag helpen, Daphne.’ ‘Ik ben degene die dankbaar moet zijn. We komen altijd handen tekort. Ik bedoel, de andere vrouwen doen allemaal ontzettend hun best en werken hard, maar jij begrijpt het omdat je het zelf hebt meegemaakt.’ Daphne ging verzitten. ‘We hebben die morgen bij de koffie veel over onze zussen gepraat, maar heel weinig over onszelf. Ik weet dat je niet hier uit de buurt komt, maar ik meen me te herinneren dat je zei dat je in Nebraska geboren was?’ Amber had haar verhaal zorgvuldig gerepeteerd. ‘Ja, dat klopt. Ik kom oorspronkelijk uit Nebraska, maar na het overlijden van mijn zusje ben ik weggegaan. Mijn beste vriendin van de middelbare school studeerde hier. Toen ze voor de begrafenis van mijn zus naar huis kwam, zei ze dat verandering misschien goed voor me zou zijn, een nieuw begin maken, waarbij we bovendien elkaar zouden hebben. Ze had gelijk. Dat heeft me enorm geholpen. Ik woon nu bijna een jaar in Bishops Harbor, maar ik denk nog elke dag aan Charlene.’ Daphne keek haar strak aan. ‘Ik vind het heel erg voor je. Iemand die het zelf niet heeft meegemaakt, weet niet hoe pijnlijk het verlies van een broer of zus is. Ik denk ook nog elke dag aan Julie. Soms is het bijna ondraaglijk. Daarom is mijn werk voor cystic fibrosis zo belangrijk voor me. Ik ben gezegend met twee gezonde dochters, maar er zijn nog altijd veel gezinnen die door deze vreselijke ziekte gekweld worden.’ Amber pakte een zilveren lijstje met een foto van twee kleine meisjes. Ze waren beiden blond en gebruind, droegen hetzelfde badpak en zaten met gekruiste benen en een arm om elkaar heen geslagen op een steiger. ‘Zijn dit je dochters?’ Daphne keek even naar de foto, glimlachte blij en wees. ‘Ja, dat is Tallulah en dit is Bella. Die foto is vorig jaar genomen, bij het meer.’ ‘Ze zijn schattig. Hoe oud zijn ze?’ ‘Tallulah is tien en Bella is zeven. Ik ben blij dat ze elkaar hebben,’ 19


zei Daphne en ze kreeg vochtige ogen. ‘Ik bid dat dit altijd zo zal blijven.’ Amber herinnerde zich dat acteurs aan het droevigste dat ze zich herinneren denken om op commando te huilen. Ze probeerde een beeld uit het verleden op te roepen dat haar aan het huilen zou maken, maar het droevigste dat ze kon bedenken was het feit dat zij niet degene was die in Daphnes stoel zat, de eigenares van dit ongelofelijke huis. Toch deed ze haar best om het te doen voorkomen alsof ze terneergeslagen was terwijl ze de foto weer terugzette. Op dat moment ging de bel en Daphne stond op om open te doen. Terwijl ze de kamer uit ging, zei ze: ‘Schenk jezelf een kop koffie of thee in. Er is ook wat lekkers. Alles staat op het buffet.’ Amber stond op en zette haar handtas op de stoel naast die van Daphne om aan te geven dat die bezet was. Terwijl ze zich een kop koffie inschonk, kwamen de anderen met veel opgetogen welkomstkreten en knuffels de kamer binnen. Amber haatte het gekwetter van een groep vrouwen, alsof het een stel kakelende kippen was. ‘Hallo, iedereen,’ klonk Daphnes stem boven alles uit en het werd stil. Ze liep op Amber toe en sloeg een arm om haar heen. ‘Ik wil jullie een nieuw lid van het comité voorstellen, Amber Patterson. Amber zal een heel waardevolle aanvulling zijn op onze groep. Dat komt helaas doordat ze een ervaringsdeskundige is – Ambers zus is gestorven aan cystic fibrosis.’ Amber sloeg haar ogen neer en onder de vrouwen klonk een gezamenlijk gemompel van medeleven. ‘Laten we gaan zitten, dan kunnen we de kring rondgaan om jullie aan Amber voor te stellen,’ zei Daphne. Ze ging zitten, haar kop en schoteltje in de hand. Ze keek even naar de foto van haar dochters en Amber zag dat ze die een heel klein stukje verplaatste. Amber keek de kring rond terwijl ze haar een voor een glimlachend aankeken en hun naam zeiden – Lois, Bunny, Faith, Meredith, Irene en Neve. Ze 20


waren allemaal mooi opgetut, maar twee ervan trokken Ambers aandacht. De ene was Bunny. Die had hooguit een maatje tweeëndertig, lang, sluik blond haar en grote groene ogen die zo waren opgemaakt dat haar schoonheid maximaal geaccentueerd werd. Ze was in alle opzichten volmaakt en dat wist ze. Amber had haar in het fitnesscentrum gezien in haar korte broekje en sportbeha, trainend als een bezetene, maar Bunny keek haar aan alsof ze haar nooit eerder had gezien. Amber kreeg de neiging om haar daaraan te herinneren. Ja, ik ken je. Jij bent degene die er bij je meidengroepje altijd over opschept dat je vreemdgaat. En dan was er Meredith die totaal niet bij de rest paste. Ze was duur, maar ingetogen gekleed, niet opzichtig zoals de anderen. Ze droeg kleine, gouden oorringen en een enkel snoertje vergeelde parels op haar bruine sweater. Haar tweedrok was niet lang genoeg, maar ook niet kort genoeg om modieus te zijn. Naarmate de vergadering vorderde, werd het duidelijk dat ze in meer dan alleen maar haar verschijning anders was. Ze zat rechtop in haar stoel, schouders naar achteren en haar hoofd geheven, een toonbeeld van rijkdom en opvoeding. En als ze sprak, deed ze dat met een heel licht kostschoolaccent, net genoeg om haar woorden veel inzichtelijker te doen klinken dan die van de anderen terwijl ze de stille veiling bespraken en de prijzen die ze tot dusver hadden weten te vergaren. Exotische vakanties, diamanten sieraden, bijzonder goede wijnen – de lijst ging maar door, het ene item nog duurder dan het andere. Nadat het officiële gedeelte van de vergadering afgelopen was, kwam Meredith naast Amber zitten. ‘Welkom bij Julie’s Smile, Amber. Ik vind het heel naar van je zusje.’ ‘Dank je,’ zei Amber alleen. ‘Kennen Daphne en jij elkaar al lang?’ ‘O, nee. We hebben elkaar nog maar net ontmoet. In het fitnesscentrum.’ 21


‘Wat een toeval,’ zei Meredith op vrijblijvende toon. Ze keek Amber aan met een blik alsof ze dwars door haar heen kon kijken. ‘Het was voor ons beiden een gelukkige dag.’ ‘Ja, dat mag je wel zeggen.’ Meredith zweeg even en nam Amber van boven tot onder op. Er speelde een flauw glimlachje om haar mond en ze stond op. ‘Het was heel leuk kennis te maken. Ik verheug me erop om je beter te leren kennen.’ Amber kreeg het gevoel dat er gevaar dreigde, niet door wat ze zei, maar door iets in Merediths manier van doen. Misschien verbeeldde ze zich het alleen maar. Ze zette haar lege kopje op het buffet en liep door de openslaande deuren naar buiten, het terras op. Daar bleef ze staan en keek uit over de uitgestrektheid van de Long Island Sound. In de verte zag ze een zeilboot met bolle zeilen, werkelijk een prachtig schouwspel. Ze liep naar het andere eind van het terras van waaraf ze een beter uitzicht had op het strand daarbeneden. Toen ze zich omdraaide om weer naar binnen te gaan, hoorde ze de onmiskenbare stem van Meredith vanuit de serre komen. ‘Eerlijk, Daphne, hoe goed ken je dit meisje? Je hebt haar in het fitnesscentrum ontmoet? Weet je iets van haar achtergrond?’ Amber bleef stilletjes naast de deur staan. ‘Kom nou toch, Meredith. Het enige wat ik hoefde te weten, is dat haar zus aan cf is gestorven. Wat wil je nu nog meer? Ze heeft er alle belang bij om geld in te zamelen voor de stichting.’ ‘Heb je haar nagetrokken?’ vroeg Meredith, haar toon nog steeds sceptisch. ‘Je weet wel, haar familie, opleiding, dat soort dingen?’ ‘Dit is vrijwilligerswerk en geen nominatie voor het hooggerechtshof. Ik wil haar in het comité hebben. Ze zal een grote aanwinst zijn, let maar op.’ Amber hoorde de irritatie in Daphnes stem. ‘Goed dan, het is jouw comité. Ik zal er niet weer over beginnen.’ Amber hoorde hun voetstappen op de tegelvloer terwijl ze de ka22


mer verlieten, ging naar binnen en stopte snel haar portfolio onder een kussen op de sofa zodat het zou lijken alsof ze die vergeten was. Er zaten aantekeningen van de vergadering in en in een van de aparte vakken zat een foto. Omdat er verder niets in zat waaruit kon worden afgeleid wie ze was, zou Daphne echt moeten zoeken om de foto te vinden. Amber was dertien toen die foto genomen werd. Dat was een goede dag geweest, een van de weinige dagen waarop haar moeder vrij had kunnen nemen van de stomerij om met hen naar het park te gaan. Ze duwde Trudy, haar kleine zusje, op de schommel. ‘Amber en Charlene,’ had Amber achter op de foto geschreven. Meredith zou lastig worden. Ze had gezegd dat ze zich erop verheugde om Amber beter te leren kennen, maar Amber zou ervoor zorgen dat ze zo min mogelijk aan de weet kwam. Ze was niet van plan om zich door de een of andere societysnob te laten belazeren. Ze had ervoor gezorgd dat de laatste die dat had geprobeerd, haar verdiende loon had gekregen.

23


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
Het perfecte leven van mevrouw Parrish Inkijkexemplaar by HarperCollins Holland - Issuu