Skip to main content

Gevaarlijk dichtbij - Elle Kennedy inkijkexemplaar

Page 1


Vertaling Ed van Eeden

Vertaling Henske Marsman

HarperCollins is een imprint van Uitgeverij HarperCollins Holland, Amsterdam.

Copyright © 2011 Leeanne Kenedy

Oorspronkelijke titel: Millionaire’s Last Stand

Copyright Nederlandse vertaling: © 2026 HarperCollins Holland

Vertaling: Ed van Eeden

Omslagontwerp: Designs by Lotte

Omslagbeeld: © freepik / envato elements

Zetwerk: Crius Group, Hulshout

isbn 978 94 027 2028 0 isbn 978 94 027 7683 6 (e-book)

nur 302

Eerste druk maart 2026

Originele uitgave verschenen bij Harlequin Enterprises ULC, Toronto, Canada.

Deze uitgave is uitgegeven in samenwerking met Harlequin Enterprises ULC. HarperCollins Holland is een divisie van Harlequin Enterprises ULC.

® en ™ zijn handelsmerken die eigendom zijn van en gebruikt worden door de eigenaar van het handelsmerk en/of de licentienemer. Handelsmerken met ® zijn geregistreerd bij het United States Patent & Trademark Office en/of in andere landen.

Alle rechten voorbehouden inclusief het recht op gehele of gedeeltelijke reproductie in welke vorm dan ook.

www.harpercollins.nl

Elk ongeoorloofd gebruik van deze publicatie om generatieve kunstmatigeintelligentietechnologieën (AI-technologieën) te trainen is uitdrukkelijk verboden. De exclusieve rechten van de auteur en de uitgever worden hierbij niet beperkt. HarperCollins maakt tevens gebruik van de rechten onder Artikel 4(3) van de Digital Single Market Directive 2019/79 en het uitvoeren van tekst- en datamining op deze publicatie is niet toegestaan.

Niets uit deze uitgave mag openbaar worden gemaakt door middel van druk, fotokopie, internet of op welke andere wijze dan ook zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever. Het e-book is beveiligd met zichtbare en onzichtbare watermerken en mag niet worden gekopieerd en/of verspreid.

Alle in dit verhaal voorkomende personen zijn ontleend aan de fantasie van de schrijver. Elke gelijkenis met bestaande personen berust op toeval.

Beste lezer,

Ik heb altijd in een klein stadje willen wonen. Ik woon al mijn hele leven in een grote stad en meestal vind ik dat prettig. Toronto is schoner en minder druk dan veel andere grote steden, er zijn veel mooie gebouwen, een heleboel boetiekjes en winkelcentra, een prachtig meer en de cn Tower. Maar hoe dol ik er ook op ben, ik denk dat ik beter pas bij het leven in een klein stadje.

Knusse winkeltjes, een dorpsplein, prachtige oude huizen, een plek waar iedereen je naam kent… Voor mij klinkt dat als de hemel, en daarom heb ik dit boek gesitueerd in het fictieve stadje Serenade. Helaas gaat het er in dit stadje niet zo idyllisch aan toe. Cole is een miljonair die ervan wordt beschuldigd zijn ex-vrouw te hebben vermoord, Jamie is de fbi-profiler die erheen is gestuurd om hem te ondervragen. Voeg daar een moordenaar op vrije voeten en een verboden aantrekkingskracht aan toe en dit kleine stadje is misschien wel spannender dan veel andere steden!

Ik hoop dat je geniet van het verhaal van Cole en Jamie. En houd vooral ook Finns verhaal in de gaten, dat binnenkort verschijnt. Zoals altijd hoor ik graag van je.

Veel leesplezier!

Elle

Proloog

We hebben een lijk.

Het telefoontje was op zijn mobiel binnengekomen en had hem uit een onrustige slaap gerukt. Toen hij zijn kale boerderij had verlaten en hierheen was gereden, had hij de angst die in hem omhoogkwam niet kunnen wegdrukken. Nu zat die angst achter in zijn keel vast en weigerde te verdwijnen. Een voorteken dat zijn rustige stadje op het punt stond om… nou ja, niet meer zo rustig te worden.

Patrick ‘Finn’ Finnegan zette de motor van zijn jeep uit en staarde door de voorruit naar de imposante villa verderop. Het huis lag op de rand van een klif en leek op een kleinere versie van een middeleeuws kasteel. Volgens de geruchten had Cole Donovan het gebouw van hout willen maken, zodat het zou passen bij de rustieke huizen die zo kenmerkend waren voor de streek, maar zijn vrouw had geëist dat het huis van steen werd gebouwd.

Dat verbaasde Finn niet. Teresa Donovan gedroeg zich altijd als een koningin, dus waarom zou ze niet als een koningin wonen?

Een tik op het raam van het portier rukte hem uit zijn gedachten. Finn keek op en zag Anna Holt, zijn meest toegewijde hulpsheriff. In Anna’s alerte bruine ogen was onbehagen te zien; de stijfheid van haar slanke lichaam verraadde wat Finn waarschijnlijk in het extravagante huis zou aantreffen.

‘Hoe erg is het?’ vroeg hij in plaats van haar te groeten, terwijl hij van de bestuurdersstoel kwam.

Anna aarzelde. ‘Erg,’ antwoordde ze uiteindelijk.

Samen liepen ze over het kalkstenen pad naar de entree met de pilaren. Ze gingen door de sierlijke dubbele deuren, die fijn bewerkt waren met brons en meer pasten bij de ingang van een kathedraal dan bij een huis in Noord-Carolina. Binnen, in de ruime hal, strekte een witte marmeren vloer zich uit onder Finns zwarte laarzen, ook al heel anders dan de granieten buitenkant van het huis. Teresa Donovan had kennelijk eerder gekozen voor vertoon van rijkdom dan voor consistentie.

‘Hier ligt ze.’ Anna gebaarde naar de boogvormige deuropening links van hen.

Toen ze over de drempel stapten, wreef Finn over de stoppels op zijn kin. Hij liet zijn vermoeide blik door de weelderig ingerichte woonkamer gaan, waar zijn tweede hulpsheriff, Max Patton, bij de enorme open haard van zwart leisteen stond en de ingelijste foto’s van de schouw controleerde op vingerafdrukken. Finns blik bleef hangen bij één foto, waarop een stralende Teresa in trouwjurk stond, naast een lange man met een olijfkleurige huid en donkere ogen.

Cole Donovan, vastgoedtycoon, ex-man en mogelijke moordverdachte.

Finn onderdrukte een kreun. Verdomme. Dit was het laat-

ste wat zijn stad nodig had. In zijn vijf jaar als sheriff van Serenade was er geen enkele moord gepleegd. Hier werden gewoon geen mensen vermoord.

Met een zucht wist Finn zich eindelijk op de hoofdzaak te richten: het levenloze lichaam van Teresa Donovan.

Zelfs dood was ze een mooie vrouw, met haar zwarte haar als strengen fijne zijde uitgespreid op de parketvloer. De wijd uit elkaar staande ogen onder haar gesloten oogleden waren ooit stormachtig zilverkleurig geweest, maar hij wist dat ze nu levenloos grijs waren. Haar huid, ooit melkwit, had een blauwige zweem. Ze droeg een wijnrode badjas, kort genoeg om haar stevige onderbenen en mooie kuiten te laten zien.

Lang was ze niet, maar haar foutloze schoonheid had haar altijd meer dan levensgroot doen lijken.

Net als haar explosieve karakter.

‘Er zit iets onder haar nagels,’ meldde de nasale stem van de lijkschouwer.

Finn fronste. ‘Heeft ze hem gekrabd?’

Len Kirsch haalde zijn schouders op; zijn bril met metalen montuur zakte langs de brug van zijn lange, smalle neus. ‘Misschien. Maar je kunt ook huidcellen onder je nagels hebben als je alleen maar iemand over zijn arm streelt. Ik onderzoek het lichaam op het lab grondiger om te kijken of er duidelijke verdedigingswonden zijn.’

Een volgende zucht bleef steken in Finns borst. Jezus. Waarom moest het nou net déze vrouw zijn? Het zou lastig worden om zelfs maar één persoon in het stadje te vinden die Teresa had gemogen. En mensen die een hekel aan haar hadden? Nou, dat waren er zoveel dat het de meeste inwoners van het stadje verdacht maakte.

Hij staarde naar het nette kleine gaatje in Teresa’s nachthemd. Precies in het hart. Iemand had dit serieus aangepakt. Dit schot was bedoeld om te doden.

Hij kwam overeind terwijl de enige forensisch technicus die het politiebureau van Serenade had foto’s maakte van de plaats delict. De rest van de woonkamer was onaangeroerd. Geen omgegooide meubels, geen sporen van een worsteling. Het enige teken van een misdrijf was het lichaam dat op de vloer naast de bruine leren bank lag, en de onheilspellende plas bloed die stolde op de hardhouten vloer.

Verdomme, Cole Donovan. Sinds hij twee jaar geleden naar Finns stadje was verhuisd, had hij alleen maar ellende veroorzaakt. Hij had de papierfabriek gesloten en er een hotel voor in de plaats gezet. Hij was getrouwd met Serenades ultieme bad girl. Hij was van haar gescheiden.

En het was heel goed mogelijk dat hij haar vermoord had.

Dit was een rustig stadje. Serenade had een kleine vijfduizend inwoners: aardige, hardwerkende mensen. Ze leefden rustig hun eigen leven, ze voedden hun gezinnen op en gingen elk jaar in augustus naar het jaarlijkse kunst- en ambachtenfestival, ze runden de knusse winkeltjes aan Main Street en bedienden de toeristen die naar hun pittoreske stadje kwamen.

Cole Donovan hoorde daar niet bij. Hij was een man van de grote stad. Hij had zijn vastgoedimperium opgebouwd in Chicago en vervolgens uitgebreid langs de Atlantische kust, waarbij hij projecten ontwikkelde in kleine plaatsen die zijn komst niet op prijs stelden.

Met groeiende vermoeidheid dwaalde Finns blik opnieuw naar Teresa’s lichaam. Toen hij keek naar de plakkerige, kar-

mozijnrode plas bloed naast haar, kwam er maar één gedachte bij hem op.

Straks breekt de hel los.

Twee weken later

‘Weet je zeker dat je niet wilt dat ik blijf?’ vroeg Ian Macintosh, die aarzelend in de deuropening van Cole Donovans afgelegen huis bleef staan.

‘Ga terug naar Chicago,’ antwoordde Cole met een zucht. Hij stak zijn hand op voordat zijn assistent bezwaar kon maken. ‘Het komt goed, Ian. Het ergste wat de sheriff zal doen, is me arresteren.’

Ian keek somber. ‘Ik snap niet hoe je zo kalm kunt blijven, baas. Als ik ten onrechte van iets beschuldigd werd, zou ik uitvallen tegen het hele verdomde korps.’ Hij bloosde. ‘Vertel mijn moeder alsjeblieft niet dat ik dit gezegd heb. Ze probeert me al vijfentwintig jaar goede manieren bij te brengen.’

O, o, Ian maakte zich blijkbaar echt zorgen om hem, als zijn Britse accent weer zo doorklonk. Cole had de jongen aangenomen tijdens een zakenreis naar Londen, waar Ian hem op een congres apart had genomen en had verteld dat hij niets liever wilde dan bij Donovan Enterprises komen werken. In

het begin had Cole zijn bedenkingen gehad – de jongen was nog maar net van de universiteit af – maar in de afgelopen vijf jaar had Ian bewezen van onschatbare waarde te zijn.

Daarom moest Cole hem terug hebben in Chicago, om alles te regelen op het hoofdkantoor van het bedrijf nu hij zelf probeerde om een einde te maken aan deze rotzooi waarin hij verzeild was geraakt.

Die vervloekte Teresa. Hoewel een deel van hem nog steeds van slag was door de dood van zijn ex-vrouw, dacht een ander klein deel van hem: opgeruimd staat netjes. Die vrouw had hem de afgelopen twee jaar alleen maar ellende bezorgd. Ze had hem pijn gedaan, vernederd, hem niet alleen geld gekost, maar ook zijn trots.

En nu was ze er niet meer, en sheriff Finnegan stond met handboeien loerend te wachten op het moment dat hij Cole kon arresteren.

Cole onderdrukte een kreun en weerstond de neiging om zijn haren uit zijn hoofd te trekken. Hij moest deze situatie de kop indrukken voordat het helemaal uit de hand liep. De kranten hadden al lucht gekregen van het verhaal, en het laatste wat hij nu nodig had, was negatieve publiciteit. Donovan Enterprises had door de recessie al een klap gehad op de markt, en hij kon het zich niet permitteren dat potentiële projecten zouden afketsen omdat de sheriff van Serenade had besloten dat hij een moordenaar was.

‘Zorg dat je contact opneemt met Kurt Hanson zodra je binnen bent,’ instrueerde Cole, nu hij Ian volgde naar de veranda die rondom het huis liep. ‘Neem hem mee uiteten, giet hem vol wijn en zelfvertrouwen. We kunnen niet hebben dat hij zich terugtrekt uit die deal aan het water.’

Ian tikte de instructies meteen in op zijn BlackBerry, efficiënt als altijd. Hij keek op; zijn bruine ogen stonden ernstig. ‘En hoe zit het met het Warnerhotel? Kendra Warner heeft besloten de prijs van het perceel te verdubbelen. Gaan we dat nieuwe bedrag betalen?’

Cole wreef over zijn kin terwijl ze samen naar Ians huurauto liepen. ‘Nee,’ antwoordde hij uiteindelijk. ‘Dat is het perceel niet waard. Doe een miljoen boven op het bod, en als ze moeilijk doet, zeg je tegen Margo dat ze een andere locatie moet zoeken.’

Ians vingers vlogen over het toetsenbord van de BlackBerry. ‘Oké. Ik bel je als ik er ben.’ De jongere man deed het portier aan de bestuurderszijde van de gehuurde personenauto open en wierp een bezorgde blik over zijn schouder. ‘Ik kan blijven,’ stelde hij opnieuw voor.

‘Ga,’ zei Cole beslist. ‘Ik kan deze rotzooi zelf wel aan.’

Met een berustende glimlach schoof Ian achter het stuur en startte de motor. Cole liep terug naar de veranda, zwaaide stijfjes toen Ian wegreed, en ging toen weer naar binnen. Op het moment dat de deur achter hem dichtviel, liet hij zijn schouders zakken; hij voelde het gewicht van de stress en de shock van de afgelopen twee weken.

Teresa was dood.

De vrouw met wie hij twee jaar getrouwd was geweest, was dóód.

Waarom voelde hij dan niets anders dan opluchting?

Hij toetste de code in op het paneel bij de deur om het alarmsysteem in te schakelen, liep de woonkamer in en ging naar de bar in de hoek van de kamer. Zijn handen trilden irritant toen hij een glas pakte en er een paar ijsblokjes in

liet vallen, gevolgd door een flinke scheut bourbon. Hij keek naar de sierlijke houten staande klok aan de andere kant van de ruime kamer. Vier uur. Fantastisch. Hij was midden op de middag aan het drinken. Sowieso: drínken! Hij dronk nooit alcohol, niet meer sinds de dag van zijn afstuderen, toen hij voortijdig weg moest om zijn moeder naar de afkickkliniek te brengen.

Coles benen voelden net zo zwaar als zijn schouders. Hij liep naar een van de twee zwarte leren banken en liet zich erop zakken, waarna hij het glas naar zijn lippen bracht. De alcohol prikte in zijn keel en gleed naar zijn maag, waardoor het brandde in zijn binnenste.

Hij dronk zwijgend, en niet voor het eerst wenste hij dat hij

Teresa Matthews nooit had ontmoet. Eén nacht, meer was er niet nodig geweest om voor haar te vallen. Zes maanden later waren ze getrouwd.

Een jaar daarna vroeg hij de scheiding aan.

Hij dronk net zijn glas leeg toen het geluid van een auto klonk door het open raam. Ian was de enige andere persoon die de code kende van het stalen hek aan het eind van de oprit, dus betekende dit dat zijn assistent terugkwam. Waarschijnlijk iets vergeten.

Zuchtend zette Cole zijn glas op de salontafel en stond op.

Hij fronste toen er in zijn ooghoek iets zwarts voorbijflitste. Bij het raam kneep hij zijn ogen samen toen hij een onbekende suv over de lange, onverharde oprijlaan het terrein op zag komen.

Verdomme, Ian. Het was al de tweede keer dat zijn assistent vergat het hek in te schakelen bij zijn vertrek. Wat had het voor zin om te betalen voor een belachelijk duur beveili-

gingssysteem als zijn eigen personeel verdomme niet eens een hek op slot kon doen?

De ramen van de suv waren geblindeerd, dus kon hij de bestuurder niet zien, maar wie het ook was, reed naar voren en parkeerde pal naast zijn pick-up. De motor sloeg af, en toen ging het portier aan de bestuurderskant open en stapte er een uitzonderlijk aantrekkelijke roodharige vrouw uit. Ze droeg een strak zwart broekpak dat haar lange, slanke gestalte goed liet uitkomen, met een broek die strak om haar lange benen sloot en een jasje dat openhing zodat het knisperend witte overhemd met kraag eronder te zien was. Heel professioneel, afgezien van het roodbruine haar dat nonchalant over haar schouders viel en tot ruim onder haar borsten reikte.

Coles ademhaling stokte even toen de vrouw begon te lopen. Ze had een lange, zelfverzekerde pas. Ze liep met rechte schouders en opgeheven kin, alsof ze zich nergens iets van aantrok en als ze zich ergens iets van zou aantrekken, dan zou ze het nog een schop onder de kont geven ook.

Ze verdween uit zicht toen ze de veranda op liep, en Cole verbande het korte, felle vonkje lust meteen uit zijn kruis. Hij beende naar de hal en dook een kleine kamer rechts in, waar hij vliegensvlug de code intoetste om het hek dicht en op slot te doen. Daarna keek hij naar de twaalf beveiligingsmonitoren waarop verschillende delen van het terrein te zien waren. Op de schermen zag hij niets bijzonders, behalve de beeldschone roodharige vrouw die op zijn veranda stond.

Zodra de deurbel ging, zat hij weer in zijn huidige staat van wantrouwen en woede. Grote kans dat deze vrouw gewoon weer een journaliste was, die net als haar voorgangers een sappig interview probeerde los te krijgen.

Nou, laat maar. Hij was het zat dat vreemden antwoorden eisten en in zijn zaken wroetten.

Met een stijve rug rukte hij de voordeur open en zette een dodelijke frons op voor de roodharige. ‘Geen commentaar,’ snauwde hij.

Ze knipperde verbaasd. Toen glimlachte ze. ‘Heb ik om commentaar gevraagd?’

Heel even was Cole van zijn stuk gebracht. Die glimlach… verdomme, die wierp licht over haar hele gezicht. En niet alleen dat: er zat alleen warmte en oprechtheid in, en niets van het zelfingenomen eigenbelang dat de meeste verslaggevers uitstraalden.

‘O, je denkt dat ik een journaliste ben,’ zei ze met een veelbetekenende blik. De glimlach werd breder, en toen gingen haar volle rode lippen uiteen en liet ze een melodieus lachje horen. ‘Sorry dat ik je teleurstel. En sorry dat ik niet op dat intercomknopje bij het hek heb gedrukt. Het hek stond open, dus dacht ik dat ik wel naar binnen kon rijden.’

Hij opende zijn mond om iets te zeggen, maar er kwam niets uit. Hij was te gefascineerd door haar ogen, waarvan hij de kleur nu pas opmerkte: een donkere violette tint. Ze was mooi, maar op een onconventionele manier. Haar ogen gingen aan de buitenkant licht omhoog, waardoor ze iets exotisch had, maar haar rechte, aristocratische neus en haar perfect gevormde mond gaven haar juist weer iets elegants. De sproetjes op haar wangen maakten haar dan weer onschuldig. Exotisch, elegant en onschuldig. Een merkwaardige combinatie. En dan was er ook nog dat lange, bloedmooie lichaam. Zo vormde deze vrouw, wie ze ook was, een verbluffend en interessant geheel.

‘Wie ben jij?’ vroeg hij, toen hij zijn stem weer terugvond.

Ze glimlachte opnieuw. ‘Jamie Crawford.’ Ze stak haar hand in de zak van haar jasje, haalde er een klein leren legitimatie-etui uit en klapte het open. ‘fbi.’

Tja, hij óógt in elk geval niet als een moordenaar, dacht Jamie wrang terwijl ze zichzelf dwong niet te gaan kwijlen vanwege de ongelooflijke man die voor haar stond. Man? Filmster eerder. Hij had een olijfkleurige huid, donkere, bijna zwarte ogen en chocoladebruin haar dat licht krulde onder zijn oren. En het blauwe t-shirt en de vaal geworden spijkerbroek die laag op zijn smalle heupen hing, lieten een gespierd, strak lichaam zien dat totaal niet leek te passen bij een machtige vastgoedmagnaat.

Ze had Donald Trump verwacht en kreeg Johnny Depp.

Zodra dat onwelkome besef zich aandiende, drukte ze het snel de kop in.

Dit was geen blind date, verdomme. Ze was hier om een verdachte te ondervragen. Een moordverdachte bovendien.

Die herinnering werd alleen maar sterker toen de ogen van de man voor haar donkerder werden, tot een woedend houtskoolgrijs. ‘fbi,’ herhaalde hij. ‘Geweldig. Dus de sheriff stuurt de federale politie op me af.’

Jamie negeerde de botte opmerking en zei: ‘Ik zou graag even binnenkomen en een paar vragen stellen, als u tijd hebt.’

‘Ik heb mijn verklaring al aan Finnegan gegeven.’ Coles perfect gevormde kaak spande aan. ‘Ik heb niets meer toe te voegen.’

Ze voelde zich niet beledigd door deze afwijzing. Finn had haar al gewaarschuwd dat Cole misschien niet zou mee -

werken. Toch was Jamie vastbesloten zijn vertrouwen te winnen. Toen Finn haar gisteravond had gebeld en vroeg of ze bereid was naar Serenade te komen om hem bij een zaak te helpen, had ze geen moment geaarzeld. Ze had toch al vakantiedagen in het vooruitzicht – verplicht, omdat haar leidinggevende geloofde in wat hij ‘het verfrissen van je geest’ noemde. Tegen die vrije tijd had ze opgezien, omdat ze niet wist wat ze in hemelsnaam met zichzelf moest doen, drie volle weken lang. Dus was Finns telefoontje een geschenk uit de hemel.

En zelfs als ze zich op die vakantie had verheugd, kon ze geen nee zeggen tegen Finn. Ze waren al vier jaar bevriend, sinds hij een conferentie voor wetshandhaving in Raleigh had bijgewoond waar Jamie een lezing gaf over de kunst van profileren. Finn had haar apart genomen nadat ze van het podium was gestapt, onder de indruk van haar verhaal en verbaasd over hoe jong ze eruitzag. Ze had hem nog meer verbijsterd toen ze haar leeftijd noemde – destijds achtentwintig, en al zes jaar bij de fbi. Ze hadden samen koffiegedronken in het restaurant van het hotel, en daar was een vriendschap uit ontstaan die al die tijd had standgehouden.

Er was nooit iets romantisch geweest tussen haar en Finn. Ze waren als broer en zus, en ze beschouwde hem als haar beste vriend; daarom had ze aangeboden hem te helpen. Bovendien kon ze niet ontkennen dat deze zaak enorm intrigerend was. Lieve hemel, elke zaak die de kop vastgoedmagnaat betrokken bij dood ex-vrouw! in de Raleigh Tribune waard was, moest wel sappig zijn. Er stond zelfs een uitroepteken achter.

‘Ik hoop dat u zich bedenkt, meneer Donovan.’ Ze wierp

hem een scheve blik toe. ‘Ik heb het gevoel dat u het een stuk makkelijker zult vinden om met mij te spreken dan met sheriff Finnegan.’

Ze meende dat de hoek van zijn mond heel even omhoogging in een halve glimlach. ‘Dat heb je goed.’

‘Alstublieft,’ voegde Jamie eraan toe, op een smekende toon. ‘Geef me een halfuur. Anders dan veel van mijn collega’s kan ik met een open blik kijken. Ik ben hier niet om u in de val te laten lopen. Ik wil alleen uw kant van het verhaal horen.’

Hij veranderde van houding; hij leek te aarzelen, maar zij wist dat ze hem had overgehaald. En ze loog ook niet. Ze had een open blik, anders dan Finn, die zo goed als overtuigd was van Donovans schuld. Maar daar was Jamie nog niet zo zeker van. Wat zij van Cole Donovan wist, wees er niet op dat hij een moordenaar was. Hij was pas vierendertig en al multimiljonair. Hoewel hij erfgenaam was van het zeer succesvolle software-imperium van zijn vader, had Cole blijkbaar besloten zijn hele erfenis aan een goed doel te schenken en zijn eigen imperium vanaf nul op te bouwen. Bewonderenswaardig, zouden sommigen zeggen.

En natuurlijk pleegden rijke en belangrijke mannen voortdurend misdrijven, maar Jamie kreeg niet bepaald een moordenaarsgevoel bij Cole Donovan.

Ze verborg een glimlach toen hij uiteindelijk toegaf. Hij deed de deur verder open, gebaarde dat ze binnen mocht komen. Ze nam even de tijd om het interieur van het huis te bewonderen: zichtbaar hout en kalksteen, houten balken en hoge plafonds waardoor ze zich piepklein voelde. Ze wierp een stiekeme blik door een deuropening links en zag een enorme

leefruimte met een gigantische erker die uitzicht bood op de voortuin. O ja, deze man was beslist rijk. Met Jamies salaris zou het meerdere levens duren om zoiets te kunnen betalen.

‘Ik wist niet dat de politie samenwerkt met de federale recherche,’ zei Cole, die haar door een brede, met hout beklede gang leidde.

Jamie schrok even toen ze een grote keuken in boerderijstijl binnenliepen. Ze keek naar de cederhouten werkbladen, de mahoniehouten kastjes en de zonnig gele muren, en moest glimlachen om de groen-geel geblokte gordijnen voor het raam dat op de achtertuin uitkeek. Ze had op de een of andere manier een meer… steriele omgeving verwacht, aangezien deze man rijker was dan koning Midas.

‘Dit is echt heel knus,’ merkte ze op, zonder moeite te doen haar verbazing te verbergen. ‘En het ziet er zelfs naar uit dat de apparaten echt gebruikt worden.’

‘Ik kook graag,’ reageerde hij nors. Hij knikte naar de ovale cederhouten tafel aan de andere kant van de keuken. ‘Ga zitten. Wil je koffie?’

‘Graag,’ zei ze en ze maakte het zich gemakkelijk op een van de stoelen met hoge rug.

‘Melk en suiker?’

‘Zwart.’ Ze aarzelde even. ‘En om uw vraag te beantwoorden: ik ben hier niet officieel.’

Ze liet weg dat ze technisch gezien ook geen operationeel agent was. Ze was hier vooral om een profiel op te stellen van degene die Teresa Donovan had vermoord, maar had het gevoel dat Cole het niet zou waarderen als een getrainde psycholoog zijn psyche kwam openpeuteren.

Als profiler bij de Behavioral Analysis Unit van de fbi

bracht ze het grootste deel van haar dagen door met het bestuderen van dossiers en denken als een moordenaar. Daderprofilering was veel moeilijker dan tv-series het deden voorkomen. Het was langzaam, methodisch werk, waarbij de analyse van het misdrijf centraal stond, vooral de keuzes die een dader maakte vóór, tijdens en na het misdrijf.

Jamie keek naar alle aspecten van de misdaad: wat die mogelijk had uitgelokt, de manier waarop die was uitgevoerd, en wat er met het lichaam was gedaan. In dit geval had ze weinig om op terug te vallen, behalve de kale details die Finn haar had gegeven.

Ze keek toe hoe Cole door de keuken bewoog, twee keramieken mokken uit het kastje pakte en het koffiezetapparaat aanzette. Toen hij zich omdraaide, keek hij haar wantrouwig aan. ‘Waarom ben je hier dan?’

‘Finn heeft me gevraagd te komen. Onofficieel,’ voegde ze eraan toe. ‘Ik ben bang dat hij niet echt opschiet met de zaak.’

Het koffiezetapparaat klikte. Cole tilde de kan op en schonk de hete koffie in beide mokken. Hij liep naar de tafel, gaf haar een mok en ging tegenover haar zitten. ‘Misschien zou hij verder komen als hij er eens mee ophield om mij als zijn nummer één verdachte te zien,’ zei hij geïrriteerd.

Jamie haalde haar schouders op. ‘Misschien.’ Ze legde haar onderarmen op de tafel en vouwde haar handen ineen. ‘Vertel me eens, hoe hebt u uw ex-vrouw ontmoet?’

Die vraag leek hem te verrassen. Hij had waarschijnlijk verwacht dat ze zou beginnen met: ‘Hebt u uw ex-vrouw vermoord?’ Maar zo’n agressieve aanpak paste meer bij Finn dan bij haar.

Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
Gevaarlijk dichtbij - Elle Kennedy inkijkexemplaar by HarperCollins Holland - Issuu