Skip to main content

Een nacht uit duizenden Inkijkexemplaar

Page 1

Een nacht uit duizenden


,

"

"

:

8

I

R

2

T

2

O

"

N

-

0

G

)

*

(

"

+

'

5

6

7

-

8

9

?

4

B

"

?

6

(

-

7

9

,

1

'

9

A

:

D

X

"

!

;

"

A

1

f

7

-

"

"

X

R

-

7

U

S

!

U

1

X

3

R

"

7

"

8

]

^

Y

f

"

0

f

"

1

;

-

6

Q

1

?

Z

-

2

Q

"

B

W

X

X

R

5

-

Z

4

\

6

1

7

"

B

-

8

8

9

?

2

C

4

M

5

6

?

9

H

7

9

P

P

N

9

8

0

_

Y

`

Z

\

Y

a

Y

[

Y

U

[

a

R

Z

Q

R

S

X

U

]

^

Y

Z

b

Z

c

U

S

T

S

Y

[

U

[

d

Y

e

Y

c

U

\

0

"

6

B

Z

#

\

Z

-

;

-

9

-

1

"

X

D

W

5

Q

"

5

5

[

L

O

f

Z

0

0

Y

?

-

"

X

0

-

5

"

5

;

&

0

7

"

%

3

$

3

"

#

!

W

5

0

"

V

7

5

S

9

5

U

2

C

0

S

#

<

F

#

>

5

C

Q

E

0

O

6

"

/

"

0

"

J

"

-

D

F

J

K

@

"

3

=

4

C

H

#

#

6

#

!

2

-

"

-

5

C

.

#

-

2

-

1

<

2

K

1

:

@

6

!

0

2

2

"

0

"

1

1

O

6

-

0

1

!

-

5

2

"

!

0

0

-

1

"

0

5

"

0

"

O

"

9

0

0

0

9

f

"

0

;

7

!

9


Hoofdstuk 1

Gespannen en met klamme handpalmen stapte Sapphire uit het koninklijke antizwaartekrachtvoertuig. De woning die de koning van Sari haar had gegeven was een klein paleis. Spierwit met ramen in verschillende felle kleuren, als een sprankelend juweel in de gouden zandheuvels. Terwijl vijf van haar mästares haar spullen uitlaadden, liep ze naar de voordeur. De hete bries die over haar huid blies was een prettige en welkome sensatie. Ze was de afgelopen vijf jaar het paleis niet uit geweest; ze had haar huid op kunstmatige wijze gebruind en alleen maar gezuiverde lucht geademd. Bij excursies met de koning had ze het koele antizwaartekrachtvoertuig altijd via een even zo koele landingsbasis betreden. Voor het eerst in jaren ademde ze de natuurlijke lucht in, en de licht zanderige smaak die ze in haar mond kreeg, deed haar glimlachen. Ze hield van het warme klimaat van Sari en genoot van het dunne zweetlaagje dat door de droge woestijnhitte direct op haar huid verdampte. Ze hield haar handpalm tegen de herkenningsplaat en wachtte even tot het systeem haar handafdruk had geregistreerd. Een fractie van een seconde later schoof de deur open. ‘Welkom, Meesteres,’ zei de huiscomputer met een melodieuze vrouwenstem. Sapphire liep haar nieuwe huis in en werd onmiddellijk overvallen door de gekoelde, gezuiverde lucht. ‘Opziener!’ ‘Jawel, Meesteres?’ 27


‘Zuiver de lucht, maar koel hem alleen in de slaapkamer.’ ‘Zoals u wenst.’ Terwijl ze met grote ogen haar nieuwe omgeving bekeek, zag ze haar mästares in twee rijen aan weerszijden van de lange entreehal opgesteld staan. Glimlachend merkte ze op hoe sterk de mannen op de koning leken: lang, blond, gespierd en allemaal uitzonderlijk knap. Ze liep tussen de rijen mannen door en draaide zich aan het eind van de hal fronsend om. ‘Dertien? Waar is de veertiende?’ De mästare die het dichtst bij haar stond liet zich op zijn knieën vallen. ‘Meesteres, mijn naam is Dalen.’ Ze legde een hand op zijn hoofd en haalde haar vingers door zijn zijdezachte haar. ‘Fijn je te leren kennen, Dalen.’ Met een jongensachtige glimlach op zijn gezicht stond hij op. ‘De veertiende mästare is nog steeds in de genezingscabine, Meesteres.’ Haar frons werd dieper. De genezingscabine deed er slechts enkele minuten over om oppervlakkige verwondingen te helen. ‘Nog stééds?’ ‘Hij was ernstig gewond toen hij hier aankwam. Hij is nu al een halfuur in de genezingscabine. Hoewel zijn verwondingen zo dadelijk geheeld zullen zijn, zal hij nog even moeten rusten voordat hij zijn taken op zich kan nemen. Maar de rest van ons staat voor u klaar. Wij zullen zijn absentie meer dan goedmaken.’ ‘Jullie zullen het me ongetwijfeld erg naar de zin maken, maar ik maak me zorgen om de gewonde mästare. Hoe heeft hij die verwondingen opgelopen? En waarom is hij in die toestand naar me toe gestuurd?’ ‘Ik zal u naar hem toe brengen, Meesteres. Ik heb geen ant28


woorden op uw vragen. U zult ze aan hem moeten stellen wanneer hij naar buiten komt.’ Dalen bood haar zijn arm aan en escorteerde haar door haar paleis. Vol verbazing en blijdschap nam ze de schoonheid en de enorme afmetingen van haar omgeving op. Niets anders dan dit bijzonder gulle cadeau had kunnen uitdrukken hoeveel ze waard was in de ogen van de koning. Ze doorkruisten de grote ontvangstkamer met zijn immense divan en liepen een gewelfde gang in tot ze een centraal gelegen atrium bereikten. Tot haar grote vreugde zag ze daar een groot bubbelbad omringd door weelderig gebladerte. In deze woning zou de rest van haar leven beginnen, en de gedachte aan de vrijheid die ze hier zou genieten deed haar bloed sneller stromen. Dalen bleef stilstaan voor een deur aan de rechterkant van de binnenhof en drukte zijn hand op de herkenningsplaat. De deur schoof open, en Sapphire stapte naar binnen. De glazen genezingscabine stond in het midden van de kleine kamer. Ze zag de bewusteloze man achter het glas, en haar instinctieve reactie op hem was zo hevig dat ze Dalen beval haar alleen te laten. Toen de deur achter de vertrekkende mästare dichtschoof, liep ze naar de cabine. De gewonde man was adembenemend. Lang, donker en zijn lichaam was overdekt met door zweepslagen veroorzaakte littekens, die vlak voor haar ogen aan het helen waren. Hij was een en al rauwe, potente mannelijkheid en leek in niets op de koning of op haar mästares. Hij leek op geen enkele man die ze ooit had gezien. Zijn dikke, glanzende haar wapperde zachtjes in zijn nek, terwijl de wervelende luchtdruk in de cabine hem overeind hield. Zijn gebruinde huid lag strak over zijn grote spierpartijen. Ze 29


had nog nooit een man gezien die zo machtig gespierd was; zelfs haar vader de krijger zag er niet zo krachtig uit. Zijn gelaatstrekken waren sterk en stevig, net als de rest van zijn lichaam. Hoge jukbeenderen en een arendsneus gaven hem een aristocratische uitstraling; krachtige kaken en sensuele lippen maakten hem gevaarlijk. Hij was niets minder dan grandioos. Ze vroeg zich af welke kleur zijn ogen hadden. Bruin misschien, net als die van haar? Of misschien zo blauw als die van de koning? Gruwend van de diepe wonden op zijn lichaam liep ze om de cabine heen. De man was vreselijk gemarteld. Aangezien hij zich al enige tijd in de cabine bevond, moest hij halfdood zijn geweest toen ze hem bij haar brachten. Wie zou zo’n man voor haar uitkiezen? Het verschil tussen hem en de andere mästares was net zo groot als het verschil tussen haar en de koningin. Deze man had zelfs in bewusteloze toestand de uitstraling van een heerser. Hij was geen mästare. Met verhitte interesse bekeek ze hem van top tot teen; haar tepels trokken zich samen en ze voelde begeerte door haar bloed stromen. Zijn brede, krachtige borst was nu bijna geheeld. Een smalle streep haar leidde haar ogen over zijn onderbuik naar zijn geslachtsdelen. Haar mond werd droog toen ze de zorgvuldig bijgewerkte krullen aan de basis van zijn penis en zijn zware, van alle haar ontdane balzak zag. Met haar ogen gefixeerd op zijn kruis ging ze dicht bij de cabine staan en drukte haar handen en borsten tegen het warme glas. Zelfs in slappe toestand zag zijn penis er indrukwekkend uit. Ze vroeg zich af hoe die er als hij opgewonden was uit zou zien. Opeens, alsof de man haar gedachten kon lezen, begon zijn pik te bewegen en te zwellen. Hij richtte zich langzaam op en 30


nam een bewonderenswaardig formaat aan. Opgewonden wreef Sapphire haar borsten tegen het glas, maar ze versteende toen ze zag dat de verbluffende fallus nog meer groeide, alsof hij reageerde op haar wellust. Geschrokken bracht ze haar blik omhoog en keek recht in een paar sprankelend groene ogen. De heldere smaragden gleden hongerig over haar lichaam, dat door de doorzichtige stof van haar jurk heen duidelijk zichtbaar was. Terwijl de man haar met adembenemende vrijmoedigheid bestudeerde, voelde ze haar huid tintelen en warmer worden. Zo naakt als hij was, voelde hij zich duidelijk niet eens een beetje kwetsbaar; zijn houding bleef onmiskenbaar hautain. De vreemdeling met het gehavende lichaam en het knappe gezicht wond haar zo ontzettend op dat ze het gevoel had in brand te staan. Voor het eerst in haar leven voelde Sapphire de aantrekkingskracht van echte begeerte, en die was bedwelmend en overweldigend. â&#x20AC;&#x2DC;Wie ben jij?â&#x20AC;&#x2122; fluisterde ze, hoewel ze wist dat hij haar niet kon horen. Hij bracht een hand omhoog en zette zijn handpalm tegen het glas op de plek waar zij aan de andere kant haar hand ertegenaan gedrukt hield. Haar huid gloeide bij de gedachte aan zijn handen op haar lichaam. Ze wilde haar vingers krommen en ze tussen zijn lange vingers door schuiven. Ze verlangde ernaar hem te strelen en te ontdekken of zijn gebronsde huid net zo zacht aanvoelde als hij eruitzag. Hij was bijna helemaal geheeld. Zo dadelijk zou hij uit de cabine stappen. Intensieve, langdurige genezingssessies waren uitputtend. Hij zou waarschijnlijk aan haar voeten neerstorten. Met een teleurgestelde zucht deed Sapphire een stap naar achteren, en ze schrok toen hij zich opeens tegen het glas aan wierp, alsof hij haar wilde pakken. 31


Zijn lippen vormden de onhoorbare woorden: ‘Blijf hier.’ De smekende blik in zijn ogen vloog haar naar de keel. ‘Opziener!’ Haar stem was een hese fluistering. ‘Wie is de man in de genezingscabine?’ ‘Kroonprins Wulfric van D’Ashier.’

32


Hoofdstuk 2

Geschrokken deinsde Sapphire achteruit. Wulfric bleef zich tegen het glas aan drukken en haar met een doordringende, alerte blik aankijken. De kroonprins van D’Ashier. Sari weigerde de macht van D’Ashier te erkennen en was daarom vaak met het buurland in oorlog verwikkeld. De generaal van het Sarische Leger was een paar jaar eerder een nationale held geworden na zijn overwinning in de D’Ashier-Confrontaties. De adembenemende man die ze voor zich had was een legendarische krijger en de zoon van de huidige koning van D’Ashier. Wulfric was de oudste, de troonopvolger. Hij stond bekend om zijn meedogenloosheid en zijn geniale militaire inzicht. Er werd gefluisterd dat hij degene was die over D’Ashier heerste en dat zijn vader grotendeels een stroman was. De verwarring deed haar stem trillen. ‘Waarom is hij hier?’ ‘Hij is een van uw mästares.’ Ze schudde haar hoofd. ‘Dat kan niet. Deze man heerst over een land. Hij kan hier niet blijven. Zijn aanwezigheid in Sari zou een nieuwe oorlog kunnen veroorzaken.’ ‘Zijn landgenoten denken dat hij dood is.’ Hij bestudeerde haar met zijn felle intelligente ogen en wist precies wanneer ze zich realiseerde wie hij was. Zijn blik werd harder en hij perste zijn lippen op elkaar. Sapphire greep naar haar keel. ‘Ik kan hem niet houden.’ Dat wilde ze echter wel. Met een primitieve hunkering die ze 33


nog nooit had gevoeld. Ze had vuur in haar bloed, net als waar haar moeder haar over had verteld. En de manier waarop hij naar haar keek… Het zweet brak haar uit. Die blik kende ze. Hij wilde haar ook. Prins Wulfric was echter in elk opzicht levensgevaarlijk. Hij was een meester waar zij een slavin was, een prins waar zij een concubine was. Van dat leven was ze net bevrijd, en ze zou er nooit meer naar terugkeren. ‘Hoe word ik geacht hem hier te houden, en waarom? Wie heeft hem voor me uitgekozen?’ ‘Hij is een geschenk van de koningin, Meesteres. Ze verzoekt u om hem te temmen zoals u de koning hebt getemd.’ Ze lachte een hees lachje. Deze man was geen geschenk. Hij was een rancuneuze straf die ze kreeg omdat ze het hart van de koning had gestolen. De koningin hoopte waarschijnlijk dat de prins haar zou doden. Of dat zij hem eerst zou doden. ‘De koningin heeft zeven van haar persoonlijke bewakers ter beschikking gesteld om u te assisteren.’ ‘Aha.’ Sapphire likte haar droge lippen en zag een smeulend vuur in de ogen van Wulfric oplichten. Er ging een vreemd, diep gevoel van spijt door haar heen. Ze zou nooit van hem kunnen genieten zoals ze wilde. Ze stonden zonder een woord gewisseld te hebben op gespannen voet met elkaar. Hij was een gevangene en zij zijn gevangenbewaarder, maar die rollen zou hij zonder aarzelen omkeren als hij de kans kreeg. Hij was vurig; haar weerstand zou smelten. En hoewel ze er hoogstwaarschijnlijk intens van zou genieten, wist Sapphire dat ze dat niet kon laten gebeuren. Ze schonk hem een weemoedige glimlach. Een van Wulfrics mondhoeken krulde omhoog, en de brandende begeerte in zijn 34


blik werd een vurige uitdaging. Ze zag zijn reactie op haar naderende aftocht in zijn ogen. Weerbarstig en meedogenloos waren de woorden waarmee hij in de media werd beschreven. Hij kreeg altijd wat hij wilde, en hij wilde haar. ‘Opziener, wat als ik hem zou willen laten gaan?’ vroeg ze. ‘Dat wilt u niet. Uw bloeddruk en hartslag geven aan dat –’ ‘Ik weet wat mijn bloeddruk en hartslag aangeven. Dat is precies waarom hij niet kan blijven.’ ‘Jawel, Meesteres. Er is niet gezegd dat u verplicht was hem te houden. Daaruit concludeer ik dat de keuze aan u is.’ Sapphire bleef de prins aankijken. Er gebeurde iets tussen hen, iets wat met de seconde sterker werd. Hoe kon ze dit voelen voor een man die ze nog nooit had aangeraakt of gesproken? Voor hetzelfde geld kon hij een wrede en egoïstische man zijn. Toch voelde ze dat hij dat niet was. Zijn oogopslag was te open. Hij liet haar alles zien wat hij voelde: aantrekkingskracht, begeerte, opstandigheid, vastberadenheid. Ze zuchtte. ‘De koningin weet dat ik hier geen ruchtbaarheid aan zal geven. We lopen allebei kans wegens hoogverraad geëxecuteerd te worden. Brenna moet wel bijzonder verbitterd zijn om haar toevlucht te nemen tot zo’n roekeloze en ondoordachte wraakactie.’ ‘Zoals u zegt, Meesteres.’ ‘Hoe kon ze mijn reactie op deze man voorspellen?’ vroeg ze zich hardop af. Zelfs zij was geschrokken van de dingen die er door haar heen gingen. Hoe kon een vreemde weten wat zij zou voelen? ‘Mijn conclusie is dat ze had verwacht dat u hem zou haten, gezien de positie van uw vader.’ Sapphire verstrakte. Haar vader. Als hij ontdekte dat Wulfric hier was… 35


Ze moest hem verbergen. Dat idee verwierp ze net zo snel als ze het had bedacht. Wat bezielde haar om de prins te willen beschermen? Er waren in haar leven maar twee mannen geweest die belangrijk voor haar waren: haar vader en haar koning. De prins was hun vijand. Waarom maakte ze zich eerst zorgen om zijn welzijn? ‘Opziener!’ Sapphire rechtte haar schouders en draaide zich van hem weg. ‘Laat hier drie bewakers naartoe komen. De verwondingen van zijne hoogheid zijn bijna geheeld; hij zal zo dadelijk uit de genezingscabine stappen.’ De deur schoof open toen ze ervoor stond. Ze stapte naar buiten en voelde Wulfrics ogen branden in haar rug totdat de deur weer dichtging. Ze weigerde zijn blik te beantwoorden. ‘Wat wilt u dat er met Prins Wulfric gebeurt?’ ‘Hij moet aangekleed worden en te eten krijgen. Laat hem daarna opsluiten in zijn kamer, zodat hij kan slapen. Laat het me weten wanneer hij ontwaakt. Zoek ondertussen alle informatie die je over hem kunt vinden en breng verslag uit. Ik wil weten waar ik mee te maken heb.’ ‘Begrepen, Meesteres.’ ‘Ik wil ook de plattegrond van dit paleis hebben. Ik moet weten hoe en waar ik hem kan vastzetten.’ ‘U zou hem kunnen ringen.’ Ze dacht aan de enkelband. De onschuldig ogende, maar dodelijke metalen ring werd rond een van de enkels van een gevangene aangebracht. Zolang het geringde individu binnen een bepaald gebied bleef, was er niets aan de hand. Mocht hij zich echter daarbuiten begeven, dan zou de ring exploderen en de drager ervan liquideren. Met het beeld van Wulfrics viriele schoonheid nog vers in het 36


geheugen, rilde Sapphire bij de gedachte hem te doden. ‘Nee. Zover wil ik niet gaan. Als hij ontsnapt, ga ik zelf wel achter hem aan.’ ‘Zoals u wilt. Wenst u verder nog iets?’ ‘Ja. Stuur de koningin mijn dank voor haar attentie.’ Wulfric kwam met een stapel net gewassen handdoeken de ontvangstkamer in lopen. Door al het werk dat hij deed, begon hij wat meer waardering te krijgen voor zijn eigen bedienden. Het was niet eenvoudig om een huishouden draaiende te houden. Als hij de huishoudelijke taken niet zelf had uitgevoerd, zou hij daar nooit bij hebben stilgestaan. Het drukke takenpakket hield zijn gedachten bovendien ook af van zijn recente gevangenschap en marteling. Hij sliep niet goed en werd geplaagd door nachtmerries. Hard werken was de enige afleiding die hij had. Toen hij vanuit zijn ooghoek de schittering van edelsteenachtige kleuren zag, draaide hij zijn hoofd en zag nog net zijn bruinharige gevangenbewaarster de ruimte verlaten. Werk was eigenlijk niet zijn enige afleiding. Hij was gefascineerd door de vrouw die in de genezingskamer als een wellustige engel voor hem had gestaan. Het lukte hem maar niet om haar tegen het lijf te lopen. Wat ook al niet hielp, was dat ze hem ontweek. In de afgelopen drie dagen had hij alleen wat glimpen van haar schaars geklede gestalte opgevangen. Korte, tergende glimpen. Nadat hij op de rand van de dood had gebalanceerd, was de manier waarop ze zijn zintuigen weer tot leven bracht een wonder dat hij graag verder wilde verkennen. Wulf hield zijn ongeduld echter in toom. Hun tijd kwam nog 37


wel. Als hij daar niet zo zeker van was geweest, was hij allang ontsnapt. Hij keek om zich heen, zag de andere mannen bezig met verschillende taken en benaderde de man die het dichtst bij hem stond, en die ook het minst terughoudend was. Wulf vond ze allemaal op elkaar lijken: lang, blond en met een pezige bouw, heel anders dan zijn grote spiermassa’s. Waarom deze mannen ervoor kozen mästares te zijn begreep hij niet. Zo knap als ze waren zouden ze iedere vrouw kunnen krijgen die ze wilden. Hij snapte niet waarom ze ervoor kozen hun leven te wijden aan één vrouw die ze met elkaar moesten delen. ‘Mästare.’ ‘Jawel, hoogheid?’ Wulf grinnikte; hij vond het maar grappig dat ze hem bij zijn aanspreektitel noemden, alsof hij niet net als zij aan het zwoegen was. Het ontzag dat ze hem toonden was door háár afgedwongen, daar twijfelde hij niet aan. Sommige mästares koesterden een nauwverholen haat voor hem, en hij begreep wel waarom. Het was een triest feit dat een aantal van hen tijdens de Confrontaties een vriend of familielid moest hebben verloren. Hoewel hij niet de aanstichter van de oorlog was, had hij meedogenloos meegevochten en gedaan wat hij moest doen om zijn volk te beschermen. Maar zo zouden de burgers van Sari het natuurlijk niet zien. ‘Ik wil je wat dingen vragen.’ ‘Prima. En mijn naam is Dalen.’ Wulfric knikte. ‘Dalen, wat weet je over de meesteres van dit huishouden?’ ‘Ik weet alles over Meesteres Sapphire.’ Met sceptisch opgetrokken wenkbrauwen liet Wulf haar naam door zijn hoofd gaan. Sapphire. 38


‘Echt waar,’ zei Dalen met klem. ‘Het is in haar voordeel als we haar begrijpen. Hoe meer we over haar weten, des te beter we haar kunnen dienen.’ ‘Een man als jij zou zelf bediend kunnen worden.’ ‘Uw reputatie op het gebied van vrouwen is u voorgegaan, hoogheid. U vindt dat ik veel meer dan één vrouw zou moeten hebben.’ ‘Die gedachte is wel bij me opgekomen,’ beaamde Wulf op droge toon. ‘Honderd vrouwen zouden me nog niet het prestige kunnen geven dat ik in dienst van Meesteres Sapphire ontvang. Haar waarde doet die van mij toenemen, en in het verlengde daarvan ook de waarde van mijn familie.’ ‘Wat maakt haar zo belangrijk?’ ‘Ze is de karisette van de koning.’ ‘De kóning?’ Wulf kreeg een knoop in zijn maag. ‘Dat werpt een interessant licht op uw positie, nietwaar? De koning weet vast niet dat u hier bent.’ ‘Ik word vroeg of laat nog aangegeven.’ Wulfric keek argwanend de kamer door. ‘Een aantal van deze mästares zou graag zien dat ik gearresteerd werd.’ ‘Toen ik ontdekte wie u was, was ik ook van plan u aan te geven. Mijn oudste broer is bijna omgekomen tijdens de Confrontaties. Generaal Erikson heeft hem het leven gered. Als hij dat niet had gedaan…’ Dalen perste zijn lippen op elkaar; het idee werd hem duidelijk even te machtig, maar hij schudde het weer van zich af. ‘De andere mästares en ik hebben gezworen Meesteres te dienen. Ze mag dan de karisette van de koning zijn, maar zij is onze eerste verantwoordelijkheid, en het zou haar in gevaar brengen als we u aangaven.’ 39


‘Wat is een karisette in vredesnaam?’ vroeg Wulf geërgerd. De manier waarop het woord werd uitgesproken deed hem vermoeden dat de betekenis ervan hem niet zou bevallen. Dalen dempte zijn stem. ‘De liefde van de koning.’ ‘Een concubine?’ ‘Meer dan een concubine. Zijne majesteit is verliefd op haar.’ Wulf klemde zijn kaken op elkaar. Zijn engel was zijn grootste vijand. ‘Onze meesteres is een nationale bekendheid,’ legde Dalen uit. ‘Het volk van Sari weet wat ze voor de koning waard is, en dat maakt mijn positie als haar mästare erg prestigieus.’ ‘Waarom stuurt hij haar hiernaartoe, als hij van haar houdt? Waarom houdt hij haar niet in het paleis, waar hij haar bij de hand zou hebben?’ Door de bittere relatie en de altijd aanwezige dreiging van oorlog tussen de twee landen had Wulf alles geleerd over het Sarische Leger en de koninklijke familie, maar met de concubines van de koning had hij zich niet beziggehouden. Nu was hij erg geïnteresseerd in een koninklijke concubine die hem, slechts door zich aan hem te laten zien, weer tot leven had gewekt. Het was lang geleden dat hij zich zo tot een vrouw aangetrokken had gevoeld. Zo lang geleden dat hij het zich niet kon herinneren. ‘U weet dat de koning geen kinderen heeft, hoogheid, en Sari heeft een troonopvolger nodig. Het koninklijk nageslacht moet op natuurlijke wijze worden verwekt. De koning moet de koningin rechtstreeks bevruchten. Kunstmatige inseminatie is hun niet toegestaan; alleen de gewone bevolking mag zich bij de bevruchting laten assisteren.’ ‘In D’Ashier is dat ook zo.’ ‘De koning was niet in staat die taak met de koningin te ver40


vullen zolang Meesteres Sapphire in het paleis was. Daarom heeft hij haar weggestuurd.’ Het verhaal was duidelijk, maar Wulfric begreep de motieven van de koning niet. ‘Heeft hij al zijn vrouwen weggestuurd?’ Dalen schudde zijn hoofd. ‘Vanaf Meesteres Sapphires eerste nacht in het paleis, vijf jaar geleden, heeft de koning alleen haar in zijn bed gehad. Een jaar nadat ze aan de seraglio was toegevoegd, heeft zijne majesteit zich gerealiseerd dat de begeerte die hij ooit voor zijn andere concubines voelde niet meer zou terugkeren, dus heeft hij hun allemaal aangeboden hun contracten te beëindigen. Een paar van hen hebben zijn aanbod aangenomen, de rest is gebleven. De overgebleven vrouwen worden bediend door de mästares in het paleis, aangezien de koning geen beroep op hen doet. Daarom maakte het hem niet uit of de andere mätresses bleven of gingen, maar Meesteres moest gaan. Haar aanwezigheid maakte het hem onmogelijk het bed met de koningin te delen.’ Wulf was er even stil van. ‘Jullie koning heeft Sapphire exclusief in zijn bed gehad? Vijf jaar lang? Onafgebroken?’ ‘Ik kan aan uw gezicht zien,’ zei Dalen grinnikend, ‘dat u nog nooit verliefd bent geweest.’ Vijf jaar lang het bed met dezelfde vrouw delen was iets wat Wulfric zich niet kon voorstellen. Als hij een vaste bedpartner wilde, zou hij wel trouwen. Gelukkig was hij aan niemand gebonden. ‘Misschien snapt u nu,’ vervolgde Dalen, ‘waarom Meesteres dit paleis en ons mästares cadeau heeft gekregen. Het is geen toeval dat we allemaal een fysieke gelijkenis vertonen met de koning; daar zijn we op uitgekozen.’ Heel slim van de monarch, dacht Wulf, om haar omringd te 41


houden door mannen die haar constant aan haar voormalige minnaar zouden doen denken. De koning had Sapphire echter alleen maar imitaties te bieden. Wulf was hier in hoogsteigen persoon.

42


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
Een nacht uit duizenden Inkijkexemplaar by HarperCollins Holland - Issuu