Skip to main content

Alicia Kopf - Een broer van ijs inkijkexemplaar

Page 1

A LICI A K OPF

EEN BROER VA N IJS Vertaald uit het Catalaans door Irene van de Mheen


Deze uitgave is mede tot stand gekomen dankzij een subsidie van het Institut Ramon Llull ®

MIX Papier van verantwoorde herkomst

www.fsc.org

FSC® C083411

Voor dit boek is papier gebruikt dat onafhankelijk is gecertificeerd door FSC™ ten behoeve van verantwoord bosbeheer. Kijk voor meer informatie op www.harpercollins.co.uk/green

HarperCollins is een imprint van Uitgeverij HarperCollins Holland, Amsterdam Germà de gel © 2015 by Imma Ávalos Marquès Oorspronkelijke titel: Germà de gel Copyright Nederlandse vertaling: © 2017 Irene van de Mheen Omslagontwerp: Marion Rosenthal Omslagbeeld: Vladimir Vladimirovich Zetwerk: Mat-Zet B.V., Soest Druk: CPI Books GmbH, Germany ISBN 978 94 027 0023 7 ISBN 978 94 027 5371 4 (e-book) NUR 302 Eerste druk december 2017 © Illustraties op pagina 2-3, 13, 87 en 217: Alicia Kopf (Imma Ávalos Marquès), uit de serie Diari de Conquestes, 2014 Illustratie pagina 18: Plate XLIII. The Symmes Theory of Concentric Spheres (Uit The Symmes Theory of Concentric Spheres, samengesteld door Americus Symmes, 1878) Originele uitgave verschenen bij L’Altra Editorial, Barcelona. De Nederlandse editie is tot stand gekomen door een overeenkomst met Alicia Kopf c/o MB Agencia Literaria S.L., door bemiddeling van Marianne Schönbach Literary Agency. HarperCollins Holland is een divisie van Harlequin Enterprises Limited ® en ™ zijn handelsmerken die eigendom zijn van en gebruikt worden door de eigenaar van het handelsmerk en/of de licentienemer. Handelsmerken met ® zijn geregistreerd bij het United States Patent & Trademark Office en/of in andere landen. www.harpercollins.nl Niets uit deze uitgave mag openbaar worden gemaakt door middel van druk, fotokopie, internet of op welke andere wijze dan ook zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever. Alle in dit verhaal voorkomende personen zijn ontleend aan de fantasie van de schrijver. Elke gelijkenis met bestaande personen berust op toeval.


I BEVROREN HELDEN


SYMZONIA

In de eerste decennia van de negentiende eeuw beweerde de militair John Cleves Symmes dat er in de Noord- en Zuidpool gaten zaten die met elkaar in verbinding stonden. Als een matroesjkapop verborg de aarde de toegang tot zeven werelden die allemaal in elkaar pasten. Er kwam voldoende licht door de gaten naar binnen om leven mogelijk te maken, wat Symmes met ingewikkelde berekeningen en grafieken probeerde aan te tonen. Als je een van de polen wist te bereiken, dan zou je toegang hebben tot een heel universum daarbinnen. Deze theorie vormde een vruchtbare voedingsbodem voor de literatuur: Symzonia, de roman waarin Symmes een ondergrondse wereld opvoerde en het hierop geïnspireerde De fantastische reis van Arthur Gordon Pym van Edgar Allan Poe, vormden op hun beurt een inspiratiebron voor De ijssfinx en Reis naar het middelpunt van de aarde van Jules Verne. Symmes’ overtuiging dat er zich binnen in de aarde een ijszee bevond die in verbinding stond met de zeven onder18


grondse werelden, had, voordat beide polen daadwerkelijk werden bedwongen, een heleboel aanhangers. Het was in de negentiende eeuw Sir John Barrow die de interesse voor de Noordpool bij een breed publiek wekte, toen hij Sir John Franklin en diens expeditieleden besloot op te sporen, die in 1845 waren verdwenen op hun zoektocht naar de noordwestelijke doorvaart. Dankzij zijn initiatief en de mislukte reddingsexpedities van Lady Franklin, die enorm tot de verbeelding spraken, begonnen de machtigste naties verschillende pogingen te ondernemen om de twee uiteinden van de aarde te veroveren, verborgen achter een geheimzinnig spoor van sneeuwstormen en ijs. Volgens de poolhistoricus Fergus Fleming1 nam de Noordpoolkoorts zulke extreme vormen aan dat er aan het begin van de twintigste eeuw in Europa en de Verenigde Staten al grappen over werden gemaakt. Stond er een paal op de Noordpool? Was hij van hout? Waren er soms rode en blauwe banen op geschilderd zoals bij een kapperspaal? Het feit dat de verovering van de Noordpool tot stand werd gebracht door een handjevol individuen die de elementen trotseerden, was voor velen moeilijk te bevatten. De strategische, economische of wetenschappelijke belangen waren niet duidelijk. Groot-BrittanniĂŤ aarzelde, terwijl andere grootmachten ondertussen hadden besloten dat het om een kwestie van nationale eer ging. Maar als men de gunstige morele aspecten van dergelijke expedities in beschouwing zou nemen, zouden die naar mijn over1 Fergus Fleming, Negentig graden noorderbreedte. De zoektocht naar de noordpool (Amsterdam: Uitgeverij Atlas, 2006. Vertaling Jan Allex de Roos)

19


tuiging een compensatie vormen voor de offers die moeten worden gebracht. Net zoals mensen die in hun dagelijkse leven moeten strijden om moeilijkheden te overwinnen en zich daardoor gesterkt weten tijdens confrontaties met nog grotere problemen, zou het een natie passen zich door het succes van haar zoons bemoedigd en aangespoord te voelen om te volharden in haar streven naar succes en voorspoed. Aldus de Italiaanse aristocraat Luigi Amadeo Giuseppe Maria Ferdinando Francesco de Savoia-Aosta, hertog der Abruzzen, die de eerste Italiaanse Noordpoolexpeditie leidde.

Circular No. 1, John Cleves Symmes, 10 april 1818.

20


MATROESJKA OF DE THEORIE VAN DE HOLLE VERTELSTER

Overeenkomstig met Symmes’ theorie wordt het ik-personage van deze roman voorgesteld door zeven verschillende figuren. De eerste loopt geheel in het zwart in de richting van het centrum. Ze is zo jong dat haar gelaatstrekken nog niet uitgekristalliseerd zijn: Als je over een loopband loopt ga je twee keer zo snel. Ongeveer honderd meter voor mijzelf loop ik over een band, ik sla de hoek om zonder mijn lichaam te draaien en kom bij de winkel aan. Daar leg ik mijn tas in de kast en ga achter de toonbank staan. Mijn hologram komt altijd stipt op tijd, jammer dat mijn chef dat nooit ziet. Aan de rechterkant van de straat honderd meter terug haast mijn fysieke ik zich om op tijd te komen. Ze legt haar tas in de kast en gaat achter de toonbank staan. Na wat stapels truien recht te hebben gelegd en de kleding op de rekken te hebben geordend, kijkt ze op momenten dat er niets te doen is door de etalage naar de voorbijgangers op straat. Binnen bekijkt ze een voor een de posters die op de schappen staan. Op het foamboard met de eerste foto poseert een stelletje voor een paard. Ik fantaseer over hun echte leven voor en na de foto. 21


De man staat met een triomfantelijke glimlach naast zijn vriendin. De aandacht gaat uit naar de pastelkleurige poloshirts die ze dragen. Zij heeft het geld niet nodig. Ze zal later met een belangrijke farmaceut trouwen, een familievriend. Tien jaar later heeft ze vier kinderen, is ze dik geworden en gaat haar man vreemd met een jongere vrouw. Zij besluit dan haar studie weer op te pakken enzovoort. Het is bij dit spel de bedoeling clichĂŠs te omzeilen. Dat lukt de ene keer beter dan de andere keer. De donkerblonde jongen met een klassiek gezicht komt uit een Belgische buitenwijk en is op zijn eenentwintigste ontdekt toen hij in een discotheek achter de bar stond. Nu verdient hij meer dan hij ooit had durven dromen. Soms wordt hij gevraagd om dames, maar ook heren op feesten en diners te vergezellen. Hij zal een keer verkracht worden door een modellenagent. Ten slotte zal zich een twintig jaar oudere zakenman over hem ontfermen, een man die hem tegen alle verwachtingen in gelukkig maakt. Ik ga verder met mijn spel waarbij ik de andere kant van de modellen verzin en spring van foto naar foto tot mijn oog valt op de Oxford-overhemden in allerlei schakeringen blauw. De mannen die ze kopen zijn anders dan mijn vader. Mijn ouders komen nooit in deze winkel. Zelf zou ik me er ook niet op mijn gemak voelen. Het jaar dat ik er als bijbaantje kerstcadeaus inpakte, gaf het bedrijf me een vaste betrekking en na een paar maanden werd ik overgeplaatst naar de hoofdvestiging. Het werk is leuker dan een baantje in de horeca, waar ik een bazin had die begon te schreeuwen als er veel klanten waren en ik niet hard genoeg rende met de borden. Links van de toonbank de dameskleding, kleuriger en gevarieerder wat betreft vorm en stof. De origineelste kleding, die ik zou hebben gekocht als ik het kon betalen, gaat niet erg snel. Hier wil iedereen bij dezelfde club horen, die van de ge22


luksvogels, de golfspelers en de zeilers. ‘Koop ons als je erbij wilt horen,’ fluisteren de geborduurde polospelers op de overhemden in koor. Ik ben niet zo’n enthousiaste verkoopster, maar de winkeleigenaar knijpt een oogje toe, in ruil voor mijn talent voor kleurencombinaties, het aankleden van etalagepoppen en mijn kennis van bekende ontwerpers. Als ik na vier uur ochtenddienst en vier uur middagdienst thuiskom, wacht ik eerst tot iedereen heeft gegeten om daarna de keukentafel te kunnen gebruiken (de tafel in mijn kamer is te klein en in de woonkamer is er altijd die herrie van de televisie). Nadat ik een vaatdoek over het tafelblad heb gehaald, leg ik mijn kunstgeschiedenisboeken erop. Zeitgeist, Weltanschauung, woorden met voetnoten in minuscule lettertjes. Na een poosje vallen mijn ogen dicht. Als je de eerste figuur bij het smalste gedeelte losdraait, verschijnt de volgende. Tien jaar later liggen haar gelaatstrekken vast: Ik geef les achter glazen wanden. Aan de andere kant van het glas kijken invloedrijke ouders, buitenlandse docenten en ondernemers toe, die zich zorgen maken over de toekomst van hun familiebedrijf. Allemaal waken ze over de excellente dienstverlening in een onberispelijke omgeving; een bevoorrechte omgeving. Het is een sfeer die de boventoon voert in chique stadswijken, daar waar de taal en de technologie van de toekomst liefdevol met de paplepel worden ingegoten. In dit milieu groeien ego’s doorgaans op met een sterk ontwikkeld zelfrespect – van jongs af aan bewierookt met applaus en medailles voor de kleinste verdiensten – al is de waardering voor anderen soms niet zo verfijnd. Want, dacht ik, als we de regels van het spel zouden veranderen en iedereen dezelfde kaarten 23


zou krijgen, of als er ten minste regels waren die de ongelijke verdeling wat evenwichtiger zouden maken; als het speelterrein neutraal zou zijn en genegenheid – op dure privéscholen het kostbaarste bezit, aangezien ze al het andere met geld kunnen betalen – en de rest van de middelen ook voor de anderen voorhanden waren, dan zouden degenen die nu buitenspel staan, misschien ook beter spelen. Ze gaf les op verschillende scholen in minder bevoorrechte wijken tot ze via via een vaste aanstelling op deze school bemachtigde. Ze had enorm veel talent zien verpieteren door gebrek aan juiste omstandigheden, talent dat in haar land kennelijk alleen bij voetballers op jonge leeftijd werd herkend. Terwijl ze nieuwe lesmethodes volgde, die gebaseerd waren op projectmatig samenwerken, zag ze hoe creatieve leerlingen bij groepsonderhandelingen soms niet uit de verf kwamen, omdat dominantere of extraverte leerlingen uiteindelijk alles naar zich toe trokken. Over het werken in teams bestaan veel misverstanden, concludeerde ik na een tijdje, de leerling zou zowel op zijn vermogen om samen te werken als op zijn individuele inbreng moeten worden beoordeeld, een inbreng die mogelijk is dankzij de voortlevende doden waaruit de traditie bestaat en voorkennis; een inbreng die gericht is op een voortdurende dialoog met zijn tijdgenoten. Een lezer werkt ook samen, zijn groep bestaat uit hemzelf, de auteur en alle invloeden die een bijdrage aan diens werk hebben geleverd. Wat er uit deze dialoog kan ontstaan is ook voor anderen beschikbaar, misschien niet meteen maar in de toekomst, in de vorm van werk, schriftelijke vaardigheden of kritisch vermogen: de motor van de vernieuwing waar iedereen het over heeft. Daar dacht ik allemaal aan en ik hield mijn mond, terwijl ik in die competitieve omgeving zo goed mogelijk mijn werk probeerde te 24


doen, omdat ik toch vooral figuur nummer drie was, waarvoor je er alleen maar nog een hoefde los te draaien: Werknemer x die, zoals haar werkgever heel goed had aangevoeld, geen problemen zou veroorzaken als ze werd ontslagen. Want ‘je zult wel iets verkeerd hebben gedaan als je straf hebt gekregen,’ zei mijn moeder, en ‘you are not a team player…’ zei mijn vader, die werkloos was en al met zijn derde lerares Engels uitging. The Play, the Team, de Straf; de regels van dit vooraf bepaalde spel… Het spel waarbij ze haar beste kaart zelf had getekend en uitgeknipt. Het was het beste als ze zich concentreerde op iets waarbij ze haar ei kwijt kon, ook al voerde het naar onbekend terrein, en ondertussen haar parttime baantje aanhield. Ze voelde zich er eigenlijk meer op haar gemak dan bij de uitgeverij, waar de redacteur van haar verwachtte dat ze na een boekenbeurs met hem ging eten, etentjes waar geen einde aan kwam, en daarna moesten ze nog samen terug naar het hotel. En dat alles voor achthonderd euro per maand. Dus gaf ze de voorkeur aan haar baan als lerares, terwijl ze vrijwel al haar vrije tijd besteedde aan iets waar Schoonheid, Waarheid, Spel en Vindingrijkheid samen moesten komen. Al haar energie in het Project stoppen hielp niet mee om de eindjes aan elkaar te knopen, iets wat haar familie haar telkens weer verweet. Ten langen leste gaf ze zich gewonnen: ze zou fulltime gaan werken. Maar de roep van het Project verstomde niet, dus werkte ze er ’s nachts, in de weekenden en tijdens de zomervakantie aan. Doordat er minder tijd voor het Project overbleef, moest ze zich andere dingen ontzeggen. Het werd een vicieuze cirkel: enerzijds werkte ze aan het Project omdat ze niemand had om mee te praten, anderzijds had ze niemand om mee te praten omdat ze zich meestal afzijdig hield om aan haar Project te werken. Het was voor haar de enige ma25


nier om zich op een complexe manier uit te drukken. Als een schipbreukeling werkte ze op haar ijsberg-eiland terwijl ze geen idee had waar ze naartoe ging of hoelang ze het nog vol zou houden. Ze was al veel van de benodigde vastberadenheid kwijt om te streven naar dat ongemakkelijke, enigszins belachelijke woord vanwege de vele betekenissen die het inhield, van intellectueel tot vedette, betekenissen die meestal neerkwamen op een leven van lang leve de lol, een leven van onwaarschijnlijke hoogtepunten en waarschijnlijke schipbreuk. Een schipbreuk waarbij niemand me een reddingsboei zou toewerpen. De vierde figuur reist naar de hoofdstad om een master te doen. Ze wordt verliefd op haar charismatische universitaire docent en dankzij diens geraffineerde pose van teleurgestelde marxist waarmee hij de honger naar zingeving van deze veel te nieuwsgierige vrouw voedt, weet hij haar met haar hele volwassen instemming te verleiden. Het is een geschiedenis die aan Nietzsches eeuwige terugkeer van hetzelfde doet denken, een theorie die hij haar zelf heeft onderwezen. Ze wordt smoorverliefd op de melancholieke docent, of op zijn personage, daar zal ze nooit achterkomen, een personage dat haar eerst in de theorie en vervolgens de praktijk van het leven inwijdt. Na erectieproblemen neemt hij haastig en per telefoon afscheid van haar. Plotsklaps zijn alle feministische retoriek, welbespraaktheid en tact verdwenen, waarvan hij zich aanvankelijk bediende om haar en anderen te verleiden. ‘Je hebt er geen spijt van, toch?’ Als je een drenkeling probeert te redden, loop je het gevaar zelf kopje onder te gaan; het gespartel uit overlevingsdrang kan behoorlijk 26


agressief zijn. Bij mijn plotselinge onderdompeling in het ijskoude water valt de elektriciteit uit in de metropool die het brein van een drieëntwintigjarige is, en de stroom van gedachten die zich eerder razendsnel aaneenschakelden en vermenigvuldigden, bevriest. Deze algehele stroomstoring vertroebelt mijn eerst glanzende ogen. Mijn gezichtsuitdrukking verstart. Zes keer per dag dreun ik hetzelfde verhaal op aan steeds andere toeristen. Dezelfde woorden, keer op keer uitgesproken, verliezen hun betekenis. De werkelijkheid lost op. Ik begrijp niet wat er is gebeurd. In mijn geheugen zitten hiaten. Het water dat me omhult dringt mijn lichaam binnen, waardoor ik opzwel. Waar komt de duisternis vandaan die me in zijn armen dreef? Zit het in de familie? Ik zal wel iets verkeerd hebben gedaan dat mij dit overkomt. Aan het einde van deze eenzame en verdrietige periode – de beginjaren van een twintiger kunnen erg eenzaam zijn – komt er door een late acne en een zodanige bijziendheid dat ik een bril nodig heb een volgende figuur tevoorschijn, met minder verfijnde trekken. Figuur nummer vijf denkt dat de grootste macht bestaat uit onzichtbaar zijn en niet altijd krijgen wat je wilt. Vijf kilo overgewicht en kortgeknipt haar schrikken eventuele vriendjes af, wat haar vier jaar lang problemen bespaart, jaren waarin ze goed wordt in de waarheid liegen. Het meisje dat altijd bij anderen over de tong gaat, dat graag Bolaño, Franzen en Zweig leest, en Duras, Némirovsky en Yourcenar bewondert, leert dat het je dood kan betekenen als je je verhaal niet kunt delen. Want een slachtoffer is iemand die zijn eigen verhaal niet kan vertellen of die de mond wordt gesnoerd. Deze nieuwe stem praat met kennis van zaken over de ideeën die haar bezighouden, 27


ideeën die haar volkomen in hun greep hebben. Want goed beschouwd was ik dom geweest, zo dom dat ik niet eerder doorhad dat de wereld wreed was, dat mensen slecht waren door hun zwakheid en hun zucht naar macht. Naast manipuleren en roddelen – de wapens van de zwakkelingen – had ik de weinige voordelen van mijn sekse kunnen gebruiken, trucjes die gênant en frivool waren, zo werd mij geleerd. Haar moeder was erg streng voor haar geweest, alsof het kwaad alleen uit haarzelf kon komen. Dus had ze zich enorm ingespannen om haar ziel te zuiveren en deed ze haar best om net zo naïef en dom als haar broer te worden. Je kon hem op straat staande houden en rustig zijn portefeuille leeghalen. Er gaat niets boven domheid om anderen uitgebreid gade te slaan. Zo kun je zien hoe het in de praktijk met hun principes is gesteld, principes die tegenover naïevelingen, simpele zielen zoals wij, gemakkelijk uit het oog worden verloren. En in die rustige periode zonder noemenswaardige gebeurtenissen, verscheen, opnieuw door de smalle omvang van de taille los te draaien, figuur nummer zes: Regieassistente bij een filmproductie. Het meisje dat stiekem een camera bij zich had, de acteurs konden zich dus niet van hun beste kant laten zien, want die was naar de Regisseur gericht. Op haar opnamen zag je de hooggehakte schoenen van de held, die eigenlijk een onderdeurtje was, de ritssluiting van het monster en de bloedmooie actrice die zich niet laat redden, maar zelf het script herschrijft. Ze filmde dat tegenshot niet omdat ze een rekening te vereffenen had en ook niet omdat ze beroemd wilde worden – alleen geld biedt tegenwoordig nog verlossing en kunst levert maar weinig op –, maar omdat ze wist dat hetgeen buiten beeld bleef juist voor veel mensen interessant was, 28


mensen die bang waren geweest voor het monster, de held hadden bewonderd of op een redding hadden gehoopt die nooit kwam. Ze was van mening dat het pas interessant werd als dingen ongemakkelijk waren of niet getoond mochten worden. Dat was het punt waarop er geen weg meer terug was, het punt dat je moest zien te bereiken en dat je alleen bereikte door verder te gaan dan wat al gezegd en al gezien was. Het was daar koud. Volhouden en doorgaan tot het blinde punt waar alles om je heen wit was, het punt waar je niets meer zag en niet wist welke kant je op moest, vanaf dat moment was het zaak om maatregelen te treffen, het gebied af te bakenen en nauwkeurig, al was het op de tast, de herkomst en richting van de voetstappen te bepalen. En door dat spoor te volgen, liep ik een stuk verder in de sneeuw het kleinste figuurtje van de reeks tegen het lijf, het figuurtje dat niet meer hol maar massief was, de mal die door uit te zetten de rest van de figuren en situaties had voortgebracht.

29


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
Alicia Kopf - Een broer van ijs inkijkexemplaar by HarperCollins Holland - Issuu