Skip to main content

De wens - Heather Morris Inkijkexemplaar

Page 1

VAN DE AUTEUR VAN DE TATOEËERDER VAN AUSCHWI T Z

HEATHER MORRIS

DE WENS Vertaling Karin de Haas


FSC English C021394 New MIX Paper Landscape BlackOnWhite

Voor het papieren boek is papier gebruikt dat onafhankelijk is gecertificeerd door FSC® om verantwoord bosbeheer te waarborgen. Kijk voor meer informatie op www.harpercollins.co.uk/green. HarperCollins is een imprint van Uitgeverij HarperCollins Holland, Amsterdam. Copyright © 2025 Kia Kaha Services Pty Limited Oorspronkelijke titel: The Wish Copyright Nederlandse vertaling: © 2026 HarperCollins Holland Vertaling: Karin de Haas Omslagontwerp: Villa Grafica Omslagbeeld: © Trevillion Zetwerk: Mat-Zet B.V. Druk: ScandBook UAB, met gebruik van 100 groene stroom isbn 978 94 027 1973 4 isbn 978 94 027 7674 4 (e-book) nur 302 Eerste druk februari 2026 Originele uitgave in de Engelse taal verschenen bij Zaffre, een imprint van Bonnier Books UK Limited, Londen. The moral rights of the Author have been asserted. HarperCollins Holland is een divisie van Harlequin Enterprises ULC. ® en ™ zijn handelsmerken die eigendom zijn van en gebruikt worden door de eigenaar van het handelsmerk en/of de licentienemer. Handelsmerken met ® zijn geregistreerd bij het United States Patent & Trademark Office en/of in andere landen. www.harpercollins.nl Elk ongeoorloofd gebruik van deze publicatie om generatieve kunstmatige-intelligentietechnologieën (AI-technologieën) te trainen is uitdrukkelijk verboden. De exclusieve rechten van de auteur en de uitgever worden hierbij niet beperkt. HarperCollins maakt tevens gebruik van de rechten onder Artikel 4(3) van de Digital Single Market Directive 2019/79 en het uitvoeren van tekst- en datamining op deze publicatie is niet toegestaan. Niets uit deze uitgave mag openbaar worden gemaakt door middel van druk, fotokopie, internet of op welke andere wijze dan ook zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever. Het e-book is beveiligd met zichtbare en onzichtbare watermerken en mag niet worden gekopieerd en/of verspreid. Alle in dit verhaal voorkomende personen zijn ontleend aan de fantasie van de schrijver. Elke gelijkenis met bestaande personen berust op toeval.


hoofdstuk 

‘H

oi, golven, hoe gaat het vandaag met jullie? Hebben jullie het zwaar? Ik ook.’ De vraag wordt in de wind geschreeuwd en de zee antwoordt door een golf tegen de uitstekende rots op het strand te slaan, waar de vijftienjarige Jesse op zit, bungelend met haar benen boven het water. Het is eind zomer, maar ondanks de hitte draagt ze een t-shirt met lange mouwen en een veel te ruime korte broek, die ze met een riem om haar smalle middel heeft gesnoerd. Een knalroze hoed met een brede slappe rand beschermt haar gezicht en haar hals tegen de zon. Ze is lang en heel slank, met grote bruine ogen in een bleek gezicht. Zachte druppeltjes sproeien tegen haar knieën en ze glimlacht terwijl ze het water weer terug ziet vloeien naar de zee. ‘Jullie weten waarom ik hier vandaag ben, toch? Waarom we moeten praten?’ Er klotst een nieuwe golf tegen de rots, en deze keer bereikt de zoute mist haar middel. ‘Dank jullie wel. Toen mama Sammy gisteren ging ophalen bij

7


zijn vriendje, heb ik Kelly gebeld, mijn maatschappelijk werker. Ze is er al voor me sinds het allemaal begon – nou ja, jullie weten hoelang ze al in mijn leven is. Een paar weken geleden hebben we gepraat en toen heb ik haar verteld wat ik wilde, als het zover zou zijn. En gisteren heb ik haar gevraagd om het in gang te zetten.’ De volgende golf slaat zo hard tegen de rots dat ze helemaal nat wordt van het zeewater. Lachend veegt ze haar gezicht af. ‘Doe nou niet zo, jullie wisten dat dit eraan kwam.’ Wanneer de volgende golf de onderkant van de rots bereikt, breekt hij in tweeën en spoelt aan beide kanten om haar heen, alsof hij haar probeert te omarmen. ‘Bedankt. Het komt goed, en belangrijker nog, het komt goed met mijn familie. Maar nu moet ik gaan zorgen dat mijn wens uitkomt.’ ‘Jesse! Kom op, lieverd, het is tijd om te gaan.’ Jesse draait zich niet om wanneer ze haar naam hoort roepen. Ze weet dat het een beetje raar is om tegen de golven te praten, maar ze heeft altijd een band gevoeld met de zee, zeker wanneer ze op dit plekje zit, met haar favoriete uitzicht. De druppels van een nieuwe golf slaan in haar gezicht en doorweken haar. Ze wringt het water uit haar korte broek en merkt op hoe los die rond haar benen zit. Benen die een paar jaar geleden te lang waren geworden om door te gaan met haar grote passie: turnen. Ze was balletlessen gaan volgen, maar daar bleken haar voeten te klunzig voor. Friemelend met haar tenen glimlacht ze. ‘Maar jullie hebben me nooit vertraagd, hè?’ zegt ze lachend. Toen ze eenmaal had geaccepteerd dat ze nooit een prima ballerina zou worden, had ze zich volledig op atletiek gericht. Onder andere omstandigheden zou ze dit jaar hebben meegedaan aan wedstrijden onder de zestien, en wie weet waar dat toe zou hebben geleid?

8


Een felle windvlaag tilt haar doorweekte hoed van haar hoofd, maar ze grijpt hem vast voordat hij weg kan vliegen. Ze wrijft met haar hand over haar schedel, genietend van het gevoel van de nieuwe donshaartjes. Tot haar verrukking had het nieuwe haar de kleur die ze als kind had gehad, een roodblonde tint waar haar vriendinnen jaloers op waren geweest. Toen ze in de puberteit kwam, was het muisbruin geworden, en zij en haar moeder hadden verwacht dat het in die kleur terug zou groeien. ‘Jesse, alsjeblieft, we moeten nu echt weg.’ Jesse zucht en haar glimlach verdwijnt. Haar moeder Mandy staat onderaan de rots en wenkt dat ze omlaag moet komen. Ze kijkt naar haar en voelt een pijnlijk steekje in haar hart. Al van jongs af aan hoort ze van iedereen dat zij en haar moeder sprekend op elkaar lijken. Jesse moest daar altijd om lachen. In haar ogen is haar moeder de mooiste vrouw van de wereld, en die schoonheid ziet ze niet in zichzelf terug. Een stukje verderop speelt haar achtjarige broertje Sam in het zand. Hij heeft hetzelfde roodblonde haar als zij, gebleekt door de zon. Ook hij lijkt hun moeder te negeren. Hij vult een emmertje met zand en kiepert dat lukraak om, zonder iets te bouwen wat ook maar in de verste verte op de uitgebreide kastelen lijkt die ze vroeger samen maakten. Jesse is gek op Sam – echt een beschermende oudere zus – en ze vindt het vreselijk dat haar situatie zo’n schaduw werpt over zijn kindertijd. Door haar krijgt hij niet het hondje dat hij zo graag zou hebben, en moet hij de vakanties en de uitstapjes missen die ze vroeger als gezin ondernamen. Ze klimt omlaag naar haar moeder en omhelst haar. ‘Sam, kom op!’ roept Mandy naar haar zoon. Sam doet net alsof hij haar niet heeft gehoord en blijft zand in bergjes schuiven. ‘Sam!’ roept Mandy, wat luider deze keer.

9


‘Ik haal hem wel, mama,’ zegt Jesse. ‘Ga jij maar alvast, wij komen zo.’ Mandy kijkt haar dochter aan en schudt haar hoofd. ‘Ik wist wel dat je doorweekt zou raken. Bij de achterdeur liggen schone kleren.’ Jesse knielt naast haar broertje in het zand. Zachtjes tilt ze Sams kin op. Eerst stribbelt hij tegen, maar dan geeft hij toe. Als ze in zijn ogen kijkt, ziet ze hoe bezorgd hij is. Ze weet dat hij het onvermijdelijke wil uitstellen, dat hij hier op zijn geliefde strand wil blijven, in de hoop dat het dan misschien allemaal weg zal gaan. Ze snapt het, want ooit had zij precies hetzelfde gevoel. ‘We moeten gaan, Sam,’ fluistert ze. ‘Ik wil nog niet,’ zegt Sam koppig. ‘Ik weet het, ik weet het. Ik ook niet. Maar het is tijd.’ Ze trekt hem overeind en met tegenzin laat hij zich wegleiden van hun toevluchtsoord: het strand, het water, de schelpen, het drijfhout dat hij zo graag verzamelt, de geur van de zee. Een vredige plek. ‘Waarom kan ik hier niet wonen?’ had hij hun moeder gevraagd toen Jesse net ziek was geworden. Ze lopen naar het hek dat hun perceel van het strand scheidt. Wanneer ze erdoorheen stappen, geeft Mandy hun allebei een baddoek. Ze spoelen hun voeten af onder de buitenkraan, drogen ze af en trekken de sandalen aan die hun moeder hun overhandigt. Dan lopen ze langzaam over het pad naar de veranda aan de achterkant van hun huis. De hangmat, die ooit Jesses favoriete plekje was om te lezen, een dutje te doen of naar de golven te staren, is nu leeg. Nog iets wat ze achter zal moeten laten. Ze volgt haar moeder naar binnen, het bescheiden huis in. Er hangt geen troostrijke geur van avondeten dat bereid wordt, er staan geen versgebakken koekjes af te koelen die Sam kan pikken. De tafel is leeg en ongedekt. Als

10


Mandy en Sam straks thuis zullen komen, zullen ze een diepvriesmaaltijd opwarmen, of misschien wordt het gewoon een broodje, als het al bijna tijd is voor Sam om te gaan slapen. ‘Kleed jij je maar om, lieverd,’ zegt haar moeder. ‘De rest van je spullen ligt in de auto, wij wachten daar op je.’ Sam volgt haar door het huis naar de auto, die op de oprit staat te wachten. Een paar minuten later volgt Jesse hen naar buiten. Voordat ze in de auto stapt, kijkt ze om naar haar thuis. Haar blik glijdt naar het raam van de slaapkamer waar ze meer tijd heeft doorgebracht dan een meisje van haar leeftijd zou moeten doen. ‘Ik kom terug,’ fluistert ze. Ze weet niet zeker of het een belofte is aan het huis, of aan zichzelf. De dromenvanger die achter het raam hangt wiebelt zachtjes. Kennelijk heeft ze de ventilator in haar slaapkamer aan laten staan. Ze overweegt om nog even naar boven te lopen en hem uit te zetten, maar ze weet dat Mandy toch wel naar haar kamer zal gaan zodra Sam slaapt. Ze zal op Jesses bed gaan zitten, een van de knuffelbeesten tegen zich aan trekken en huilen. Alleen al de gedachte aan hoe het zal gaan, het besef dat ze niets kan doen om het makkelijker te maken voor haar moeder, maakt dat ze slap tegen de auto leunt. Het hete metaal brandt door haar dunne kleren en ze springt naar achteren. Met haar hoofd omlaag gaat ze op de bijrijdersstoel zitten. Op de achterbank kruist Sam nukkig zijn armen voor zijn borst en staart door het raampje terwijl Mandy hun rustige straat uit rijdt. Even later draaien ze de boulevard langs het strand op, met huizen en appartementen aan de ene kant en het gras dat naar het strand leidt aan de andere. Buiten de auto, badend in het warme gouden licht van de vroege avond, gaan mensen hun dagelijkse gangetje. Stelletjes lopen hand in hand, ouders volgen kleine kind-

11


jes door de ondiepe golven, honden rennen achter stokken of ballen aan die voor hen worden weggeworpen. Iets in Jesses gezichtsveld trekt haar aandacht en ze schuift haar hoed wat naar achteren om het beter te kunnen zien. Het gebaar roept een herinnering op. Ze heeft de hoed van haar vader gekregen nadat ze haar lievelingshoed bij hun laatste vakantie in de hotelkamer had laten liggen, ook al had haar vader nog zo gewaarschuwd dat ze hem niet moest vergeten. In de etalage van een winkel had ze de perfecte vervanging gezien. Enthousiast had ze haar vader mee naar binnen gesleept, waar hij met zijn lange, grijzende gestalte nogal uit de toon viel tussen de fleurige dameskleding. ‘Staat hij me een beetje?’ had hij aan de winkeljuffrouw gevraagd, terwijl hij de hoed op zijn eigen hoofd zette en hem showde. Daarna drukte hij hem grijnzend op Jesses hoofd. Ze herinnert zich zijn glimlach nog goed; ze wist dat hij haar had vergeven. Altijd. Mijn laatste vakantie, denkt ze even. Was dat mijn laatste vakantie ooit? Dan weet ze weer wat haar aandacht had getrokken: een felgekleurde luchtballon die laag boven het water hangt. Hij is zo dichtbij dat Jesse de mensen in het mandje kan zien. Ze lachen en omhelzen elkaar. Ze zwaait naar hen, maar ze zwaaien niet terug – ze kunnen haar niet zien. ‘Ik zou nooit in zo’n ding durven,’ zegt Mandy, die haar blik even van de weg afwendt om te zien waar haar dochter naar kijkt. ‘Mij lijkt het geweldig. Het moet heerlijk zijn om zo vrij als een vogel te vliegen,’ zegt Jesse verlangend. ‘En jij, Sam?’ Er klinkt niet eens gebrom van de achterbank. Jesse en haar moeder wisselen een blik, dan worden hun gezichten weer ernstig. ‘We zijn er,’ fluistert Mandy even later. Wanneer ze een parkeerplek heeft gevonden, haalt ze de koffer uit de achterbak. Ondertussen opent Jesse het achterportier en steekt haar hand

12


uit naar Sam, die haar negeert. Voorzichtig buigt ze zich naar voren, klikt zijn gordel los en trekt hem met zachte dwang uit de auto. Hand in hand volgen ze Mandy het gebouw in. Ze nemen de lift, opgelucht als de andere passagiers onderweg naar hun verdieping uitstappen. Wanneer de deur openschuift en ze de lift verlaten, blijven ze alle drie staan en kijken naar het bord dat voor hen hangt. kinderoncologie, 6 oost

13


hoofdstuk 

D

e deuren gaan automatisch open en nodigen hen uit om de plek te betreden die Jesses tweede thuis is geworden. ‘Diep inademen,’ zegt Mandy, met een kneepje in Jesses hand. Jesse knijpt op haar beurt in Sams hand, maar hij reageert niet en staart in plaats daarvan nors naar zijn sandalen. Op de afdeling worden ze hartelijk begroet door het personeel, de andere patiënten en hun familieleden. Dit warme welkom tovert een oprechte glimlach op hun gezicht. Niemand wil hier zijn, maar iedereen houdt zich groot. De muren zijn in vrolijke kleuren geverfd en licht stroomt door de ramen naar binnen. Met z’n drieën lopen ze door de gang, langs een muurschildering van een onderwatertafereel van vriendelijk kijkende vissen, haaien, octopussen en dolfijnen die bezoekers begroeten. Bij de verpleegpost blijven Mandy en Sam staan om Jesse aan te melden, terwijl zijzelf doorloopt naar haar vaste kamer. In de deuropening blijft ze staan en kijkt naar een meisje van haar eigen leeftijd dat met gekruiste benen op een ziekenhuisbed zit en helemaal opgaat in haar Switch.

14


‘Aarde aan Amy,’ zegt ze, en ze grijnst als het meisje opkijkt. ‘Jesse!’ De console landt op het bed wanneer Jesse zich erop laat ploffen. Lachend omhelzen de twee meisjes elkaar. Amy is vier maanden ouder, maar Jesse is een halve kop langer. Amy’s Schotse afkomst is terug te zien in haar lichte huid met sproeten, en haar opvallende groene ogen contrasteren prachtig met wat er nog over is van haar vuurrode haar. Ze trekt Jesses hoed van haar hoofd en onthult de toefjes haar die te kort zijn om een kapsel in aan te brengen. Speels wrijven de meisjes over elkaars met dons bedekte schedel. De twee bedden staan dicht bij elkaar, en naast elk bed staat een nachtkastje waarin de meisjes de paar dierbare spulletjes kunnen opbergen die ze bij zich hebben. Op beide kastjes staat een kan met water en een glas. Twee stoelen naast de bedden vormen het enige andere meubilair in de kamer. De muren hangen vol met grote prikborden. Foto’s, posters, brieven, droogbloemen en tekeningen voorzien de verder saaie kamer van kleur. ‘O, Jesse, waarom ben je er nou weer?’ zegt Amy vol genegenheid. ‘Jij bent de laatste persoon met wie ik een kamer wil delen – als je snapt wat ik bedoel.’ ‘Ik miste je. Ik wilde bij je zijn, en als dit de enige plek is waar dat kan, dan moet het maar zo. Oké?’ ‘Je liegt dat je barst, maar ik heb jou ook gemist. Ik bedoel, Ryan en Luke zijn oké, maar ze kunnen zo irritant doen.’ ‘Ja, mijn moeder zei al dat zij ook terug zijn. Nou ja, laten we het positief bekijken: het dreamteam is weer bij elkaar, en de rest mag wel op zijn tellen passen.’ De meisjes lachen en omhelzen elkaar opnieuw. ‘Weten ze dat ik terug ben?’ vraagt Jesse. ‘Ja, ze waren hier daarstraks om mij lastig te vallen en toen zagen ze de foto’s. Je vader is eerder vandaag geweest.’

15


Jesse kijkt naar het bed dat op haar wacht. De muur ertegenover hangt vol met familiefoto’s, haar poster van Taylor Swift en een poster van haar andere favoriete artiest, Harry Styles. Haar vader is langs geweest en heeft het allemaal voor haar opgehangen. Ze glimlacht. Het is inmiddels de gewoonste zaak van de wereld dat ze thuis een koffertje met haar favoriete spullen heeft klaarstaan dat ze mee kan nemen naar het ziekenhuis. Amy en zij maken er vaak grapjes over. ‘Hebben niet alle tieners een ingepakt koffertje klaarstaan voor de dag dat ze terug moeten naar het ziekenhuis?’ ‘Ik zie dat je nog steeds gek bent op Harry,’ zegt Amy grijnzend. ‘Ja, joh, ik bedoel, moet je hem zien! En hij heeft een fantastische stem.’ ‘Voor een vent is het niet slecht. Heb je gehoord dat Chappell Roan misschien weer gaat touren?’ ‘Dat zou vet zijn!’ Amy ziet Mandy en Sam voorzichtig de kamer binnenkomen. ‘Hoi, Mrs Morgan,’ roept ze. ‘Hoi, Sammy, alles goed?’ ‘Hallo, Amy, hoe gaat het met jou?’ vraagt Mandy. ‘Top!’ antwoordt Amy, en dan werpt ze een schuldbewuste blik naar Jesse. ‘Ik bedoel, u weet wel, het gaat oké, Mrs Morgan.’ Sam reageert niet op Amy’s begroeting en staart nog steeds naar zijn voeten. Jesse kijkt vlug van haar moeder naar Sam en pakt dan het videospelletje dat Amy op het bed heeft laten vallen. ‘Wat ben je aan het spelen?’ Voordat Amy antwoord kan geven, heeft Jesse het spel al aangezet. ‘Dit is voor kinderen, kom op, ik maak je in.’ ‘Bluf!’ roept Amy, terwijl ze de console uit Jesses handen trekt. ‘Ik ben aan de beurt.’ Mandy legt de koffer op Jesses bed, haalt hem leeg en bergt de

16


inhoud op in de laatjes van het nachtkastje. De meest recente familiefoto zet ze erbovenop. Sam gaat met opgetrokken benen op het bed van Jesse zitten. ‘Wanneer komt papa?’ vraagt hij nukkig. ‘Die komt zo, hij moest eerst nog naar zijn werk,’ zegt Mandy, woelend door het haar van haar zoon. ‘Hij moet altijd naar zijn werk,’ moppert Sam. Hij gaat opgekruld op het bed liggen en kijkt naar de meisjes die aan het spelen zijn. Hij ziet ze lachen en elkaar plagerig aanstoten, en langzaam verzacht zijn blik en lichten zijn ogen op.

17


hoofdstuk 

‘I

nspireer een Wens.’ Een hand slaat Alex Daniels met gespeelde loyaliteit op de schouder. Alex zit op zijn werkplek over zijn console gebogen, omringd door schermen. Op elk scherm staan panelen vol met code en animatiebeelden die meelopen met de tijdlijn onderaan het beeld. De schermen aan de zijkant tonen referentiedocumentatie en aantekeningen, die allemaal overwogen, toegevoegd of verwijderd moeten worden. Voor het ongetrainde oog is datgene waar Alex aan werkt onbegrijpelijk. Hij brengt elke dag in dit raamloze vertrek door, waar hij samen met een aantal andere mannen en vrouwen een virtuele omgeving creëert die wereldwijd op de schermen van gebruikers verschijnt. Hij negeert de woorden van zijn baas en schudt de hand van zijn schouder, zonder zijn blik van zijn scherm af te wenden. Op zijn volgende verjaardag wordt hij dertig, maar hij ziet er veel jonger uit. Hij weet niet van wie hij zijn lange gestalte heeft geërfd, maar in elk geval niet van zijn moeder: op de paar foto’s die hij van hen

18


samen heeft, staat een kleine, tengere vrouw. Afgaande op de foto’s heeft hij zijn licht getinte huid en zijn wilde donkere lokken wel van haar. Zijn golvende haar weigert zich te laten temmen en na een dag achter zijn bureau staat het doorgaans alle kanten op, zoals nu. Hij herinnert zich nog vaag dat zijn moeder hem haar Alexander de Grote noemde, wat hem het idee geeft dat hij een connectie heeft met Griekenland. Afgezien daarvan is zijn afkomst een raadsel, net als de vader die hij nooit heeft gekend. ‘Vervul een Wens, Alex, hoorde je me?’ ‘Ik wens dat je teruggaat naar je kantoor en mij verder laat gaan met het werk waar je me voor betaalt. Kun je daar iets mee?’ Ian Williams, de schoonzoon van de eigenaar van TriOptic Studios – je reinste nepotisme – draait de stoel van Alex naar zich toe en buigt zich naar voren, zodat zijn gezicht veel te dicht bij dat van Alex komt. ‘De stichting, sufferd. Vervul een Wens, weet je wel? Zij helpen zieke kinderen om een bezoekje te brengen aan Disneyland of hun favoriete voetballer te ontmoeten, wat het ook is waar ze vrolijker van worden. Daar heb ik het over.’ ‘Oké. Maar ik heb geen idee wat je wilt, en ik moet verder met mijn werk.’ Resoluut draait Alex zijn stoel weer terug. Met zijn muis verplaatst hij een animatiebeeld naar een levend personage in hetzelfde spel en kijkt toe terwijl de tijdlijn op het ene scherm langer wordt en op het andere scherm korter. Ian kijkt om zich heen en fluit, een showtje voor de anderen in het vertrek, die allemaal aandachtig meeluisteren terwijl ze naar hun scherm staren en doen alsof ze opgaan in hun werk. ‘Eerlijk gezegd verrast het me niet dat je dit eerbiedwaardige instituut niet kent, Alex. Moet je jezelf nou zien, helemaal terugge-

19


trokken in je eigen wereldje. Geen foto’s, niets persoonlijks… Je bent echt een einzelgänger, hè? Of misschien heb je wel een duister geheim.’ Het lukt Alex niet meer om zich te concentreren. Hij kijkt naar de werkplekken van zijn collega’s. Ze hebben hem allemaal foto’s laten zien van hun partners en kinderen, en hij reageert altijd gepast wanneer een van hen weer eens vol trots een tekening toont die zijn vierjarige op de kleuterschool heeft gemaakt. ‘Dat wordt een tweede Picasso, Steve, als ik jou was zou ik hem op tekenles doen.’ Hij had gul gedoneerd voor het huwelijkscadeau dat Sarah had gekregen toen ze een paar maanden geleden met Claire was getrouwd. Zelf heeft hij nooit zulke dingen te vieren. Hij denkt niet dat iemand het ziet zitten om een cadeau voor zijn hond te kopen, de enige die hem thuis gezelschap houdt. Ian weet dit. Hij probeert Alex te stangen door er in het bijzijn van het hele team over te beginnen. Alex balt zijn vuisten en klemt zijn kaken op elkaar. Maar hij weigert Ian te laten zien hoezeer zijn opmerking hem raakt. Hij ademt diep in, beheerst zich en schuift dan zijn stoel zo ver mogelijk naar voren, om wat ruimte tussen hem en zijn aanmatigende baas te scheppen. Hij zou kunnen opstaan en hem recht in de ogen kunnen kijken – in feite zou hij dan neerkijken op Ians kale kop. Maar vandaag is hij in een milde bui en dus eist hij slechts wat extra persoonlijke ruimte op door zijn lange benen uit te strekken, waardoor Ian een stap naar achteren moet doen en licht struikelt. Hij mag dan de baas zijn, maar iedereen weet dat hij die positie alleen heeft omdat hij met de dochter van Frank is getrouwd. ‘Ian, wat wil je? Ik ben bezig de animatiebeelden te combineren met het live-acteerwerk in de definitieve versie van Stingrays Rule the Ocean.’

20


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
De wens - Heather Morris Inkijkexemplaar by HarperCollins Holland - Issuu