Skip to main content

De magnolia dochter - Tessa Collins Inkijkexemplaar

Page 1


TESSA COLLINS

De magnolia dochter

Vertaling Jeannet Dekker

Voor het papieren boek is papier gebruikt dat onafhankelijk is gecertificeerd door FSC® om verantwoord bosbeheer te waarborgen.

Kijk voor meer informatie op www.harpercollins.co.uk/green.

HarperCollins is een imprint van Uitgeverij HarperCollins Holland, Amsterdam.

Copyright © 2026 Ullstein Buchverlage GmbH, Berlin

Oorspronkelijke titel: Die Magnolientochter

Copyright Nederlandse vertaling: © 2026 HarperCollins Holland

Vertaling: Jeannet Dekker

Omslagontwerp: BüroSüd

Omslagbewerking: Pinta Grafische Producties

Omslagbeeld: © BüroSüd

Zetwerk: Mat-Zet B.V.

Druk: ScandBook UAB, Lithuania, met gebruik van 100% groene stroom

isbn 978 94 027 1887 4

isbn 978 94 027 7689 8 (e-book)

nur 302

Eerste druk maart 2026

Originele uitgave verschenen in 2016 bij Ullstein Taschenbuch Verlag, Berlijn.

HarperCollins Holland is een divisie van Harlequin Enterprises ULC.

® en ™ zijn handelsmerken die eigendom zijn van en gebruikt worden door de eigenaar van het handelsmerk en/of de licentienemer. Handelsmerken met ® zijn geregistreerd bij het United States Patent & Trademark Office en/of in andere landen. www.harpercollins.nl

Elk ongeoorloofd gebruik van deze publicatie om generatieve kunstmatige-intelligentietechnologieën (AI-technologieën) te trainen is uitdrukkelijk verboden. De exclusieve rechten van de auteur en de uitgever worden hierbij niet beperkt. HarperCollins maakt tevens gebruik van de rechten onder Artikel 4(3) van de Digital Single Market Directive 2019/79 en het uitvoeren van tekst- en datamining op deze publicatie is niet toegestaan.

Niets uit deze uitgave mag openbaar worden gemaakt door middel van druk, fotokopie, internet of op welke andere wijze dan ook zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever. Het e-book is beveiligd met zichtbare en onzichtbare watermerken en mag niet worden gekopieerd en/of verspreid.

Alle in dit verhaal voorkomende personen zijn ontleend aan de fantasie van de schrijver. Elke gelijkenis met bestaande personen berust op toeval.

Stamboom

Rose (1938) en Albert Carter (1937)

Camellia Lilian Sage Cedar Nara (1973) (1972) (1968) (1960) (1988) en en en en en Ricardo Gunnar Isha Maia Amadou

Dalia Soley Lali Magnolia Welwitschie (1996) (1997) (2000) (1990) (2013)

Proloog

Rotorua, op het Noordereiland van Nieuw-Zeeland

Amiri stond op het terras van het huisje waarin ze al jaren woonde en leek geen adem meer te kunnen halen. De pijn die haar vandaag had getroffen, was zwaarder dan alles wat ze tot nu toe had gekend. En ze had al zoveel geleden.

Waarom? Die vraag spookte al uren door haar hoofd. Hoe had de man van wie ze ooit zoveel had gehouden, die haar hele wereld was geweest, haar zo voor de gek kunnen houden? Amiri kon het simpelweg niet bevatten. Wat ze zojuist had gehoord, was te verschrikkelijk voor woorden. Jarenlang had ze niets in de gaten gehad, ze had geen enkel vermoeden gekoesterd. Hoe had ze zo blind kunnen zijn?

Ze werd steeds kwader op zichzelf. Was ze naïef geweest? Ze wilde het uitschreeuwen, ze wilde al haar woede en teleurstelling en dat onmetelijke verdriet eruit gooien. Nog nooit had ze zich zo klein en hulpeloos gevoeld. Zo zwak en kwetsbaar. Ze was op een gruwelijke manier bedrogen. De situatie was zo onbegrijpelijk dat ze haar emoties op geen enkele manier kon beheersen. Haat vermengde zich met een intens verlangen naar wraak. Haar verdriet was zo immens dat ze het niet eens kon uiten.

Amiri wreef in haar ogen toen ze de tranen voelde opwellen. Deze hulpeloze onmacht leek haar bijna lichamelijk te verlammen. Hoe

kon ze verdergaan met leven nu ze dit wist? Had ze echt al die jaren met een leugen geleefd, zonder het te merken? Nee, beantwoordde ze meteen haar eigen vraag, zij was hier het slachtoffer. Niemand had haar ooit de kans gegeven om iets aan het tragische verloop van de gebeurtenissen te veranderen. Ze was voor voldongen feiten gesteld.

De mensen die voor haar het allerbelangrijkst waren geweest, hadden alles kapotgemaakt. Ze hadden haar op een vreselijke manier voorgelogen en bedrogen. En Amiri had jarenlang met het verkeerde idee geleefd. Een verkeerd idee dat niet pijnlijker had kunnen zijn. Zo voelde het op dit moment in elk geval.

Ze liet haar blik over de kleine, goed onderhouden huizen in haar buurt gaan. Hier woonden mensen die ze al jaren kende, maar niemand had enig idee van de tragedie die haar hoofd en haar hart in bezit had genomen. Wat was ze goedgelovig geweest! Maar hoe had ze ooit kunnen vermoeden dat de man die alles voor haar betekende zo gewetenloos en egoïstisch kon zijn? Had ze zich er maar eerder in verdiept, dan was alles misschien heel anders gelopen. Dan had ze een heel ander leven kunnen hebben.

Ze was onschuldig, ze had niets verkeerd gedaan. En ze had geen schijn van kans gehad om dit onontkoombare noodlot af te weren. Nu ze de waarheid kende, voelde ze zich hulpelozer dan ooit. Ja, nu wist ze alles. Maar daar had ze niets aan. Daardoor nestelde de pijn zich alleen maar dieper in haar hart. Tientallen jaren had ze gedacht dat haar verdriet en haar pijn niet groter konden zijn, maar dat bleek een bittere misvatting. De leugen was verschrikkelijk geweest, maar de waarheid was nog erger. Hoe had hij haar dit kunnen aandoen? En waarom had haar beste vriendin, of beter gezegd, de vrouw van wie Amiri altijd had gedacht dat ze haar beste vriendin was, hier nooit met een woord over gerept? Hoe was het mogelijk dat je je zo kon vergissen in de mensen die je goed dacht te kennen? Amiri begreep er niets meer van. Ze wist niet hoe ze na deze gruwelijke wending verder moest leven. Van nu af aan zou de waarheid haar bij elke stap vergezellen. En haar verdriet verder aanwakkeren.

Ze liep terug naar binnen en keek de woonkamer rond. Voortge-

dreven door innerlijke onrust begon ze te ijsberen. Het liefst had ze het op een brullen gezet, maar iets hield haar tegen.

Was het niet beter geweest als hij voor altijd zijn mond had gehouden? Als hij zijn smerige geheim mee het graf in had genomen? Dan had Amiri verder kunnen gaan met het leven dat ze dankzij de leugen had geleid. Kon een mens een tweede keer door zoveel leed worden getroffen zonder eraan kapot te gaan? Hoeveel kracht kon ze nog opbrengen? Hoeveel pijn kon ze nog verdragen?

Ze balde haar vuisten en bleef rondjes door de kamer lopen.

Vanaf nu zou ze haar verleden in een compleet nieuw licht zien.

Ze zou nooit meer onbevangen over vroeger kunnen praten, ze zou nooit meer in herinneringen kunnen zwelgen. Vanaf nu werd alles overschaduwd door een groot verraad.

Heden Londen

De dag had niet slechter kunnen beginnen. Die ochtend had haar koffiezetapparaat de geest gegeven. Vervolgens was haar metrolijn uitgevallen, vanwege onvoorziene reparaties aan de rails. Door de omweg die Magnolia daardoor noodgedwongen had moeten nemen, was ze meer dan een uur te laat op kantoor aangekomen, om daar te horen dat Jacob Miller, haar baas, thuis was gevallen en met een ambulance was afgevoerd. Magnolia moest zijn afspraken daarom voorlopig overnemen. Onder andere met een klant die Jacob eerder bijzonder lastig en hardleers had genoemd.

‘Ik help je wel.’ Karen Foster bleef voor Magnolia’s bureau staan. ‘Jacob heeft me vanuit het ziekenhuis gemaild dat we met ons tweeën met Brown moeten gaan praten.’

Robert Brown was eigenaar van een supermarktketen met filialen in het hele land. Hij had het adviesbureau waarvoor Magnolia als milieukundige werkte gevraagd hoe hij zijn bedrijf duurzamer kon maken. Helaas bleken ze, zoals Jacob ook al had gezegd, aan Brown een harde dobber te hebben. Er zou veel tijd nodig zijn om hem over te halen om ook maar de kleinste veranderingen door te voeren. Jacob had er maandenlang over gedaan om tot een eerste afspraak te komen.

Magnolia slaakte een zucht. ‘Ik heb het nare gevoel dat we vandaag alleen maar kunnen verliezen.’

Karen lachte. ‘Niet zo pessimistisch. Van nu af aan kan de dag alleen maar beter worden.’

‘Was Brown niet degene die er fel op tegen was om zijn wagenpark voor elektrische auto’s om te ruilen?’ Magnolia trok een gefrustreerd gezicht en stond op om naar hun kleine kantoorkeukentje te lopen. ‘Eerst een sterke bak koffie, wie weet is er dan nog iets te redden.’ Ze vertelde Karen, die met haar mee liep, hoe ellendig haar dag tot dan toe was verlopen.

Toen ze eindelijk haar eerste slok koffie nam, deed ze even haar ogen dicht om tot rust te komen. ‘Brown gaat nog wat beleven,’ verklaarde ze een paar tellen later vastberaden. Ze grijnsde. ‘Ik laat hem niet gaan voordat hij minstens de helft van zijn supermarkten van zonnepanelen heeft voorzien.’ Ze stak de wijsvinger van haar linkerhand op.

‘Daarom houden we van je, Magnolia.’ Karen lachte. ‘Altijd even realistisch. Ik denk dat we al blij mogen zijn als hij vandaag bereid blijkt om het woord “duurzaamheid” in de mond te nemen.’

Magnolia dronk met grote slokken haar koffie op. ‘Laten we ten strijde trekken. Ik pak even mijn papieren.’

Nog geen vijf minuten later zaten ze met de supermarkteigenaar in de vergaderruimte. Nadat Magnolia Robert Brown meerdere opties aan de hand had gedaan waarmee hij zijn onderneming duurzamer kon maken, viel er een gespannen stilte. Magnolia zag de radertjes in het hoofd van de vijftiger draaien. Uiteindelijk trok hij overdreven verveeld de brochure naar zich toe waarin uitgebreid beschreven stond welke voordelen groene stroom voor bedrijven en consumenten had.

‘We hebben het hier over enorme bedragen,’ zei hij sceptisch, met eerst een blik op Magnolia en daarna op Karen. Met een frons op zijn voorhoofd bekeek hij nogmaals de opzet die Magnolia hem eerder had laten zien.

‘En die kosten hebt u in vijftien jaar volledig terugverdiend,’ bracht Magnolia hem in herinnering.

Hij schudde zijn hoofd. ‘Vijftien jaar. Dan ben ik over de zeventig.’

‘Het is een investering in de toekomst van uw bedrijf,’ ging Magnolia onverstoorbaar verder. Ze wisselde een blik met Karen. ‘U bent een paar jaar geleden al grotendeels overgestapt op zelfscankassa’s. Dat was toch ook een grote investering waar u pas later de vruchten van plukt?’

Hij mompelde iets onverstaanbaars, en door zijn twijfelende gezichtsuitdrukking verloor ze steeds meer de hoop op een positief resultaat.

‘Met zelfscankassa’s bespaar ik op personeelskosten,’ zei hij beslist.

‘Met zonnepanelen op uw daken bespaart u op stroomkosten,’ kaatste Magnolia bijna triomfantelijk terug. Waarom zaten mensen altijd zo te dralen wanneer het om investeringen in de toekomst van de planeet ging?

‘Ik weet het niet…’ Hij perste zijn lippen opeen. ‘Vijftien jaar, dat is lang. Als ik er nu geld in steek, zie ik er dan pas iets van terug.’

Magnolia vloekte in gedachten, maar bleef beleefd. ‘U hebt kinderen, Mr Brown. Denkt u ook aan hun toekomst.’

Karen schudde bijna onmerkbaar haar hoofd.

Magnolia wist zelf ook heel goed dat ze in dit soort gesprekken niet aan emoties moest appelleren en zeker niet belerend moest zijn. Daar hielden de meeste ondernemers niet van. Maar ze kon niet anders, want ze zag de kans op succes tussen haar vingers door glippen. Brown zou zich niet laten overtuigen. Ze hadden twee uur lang uitgebreid en geduldig alle ingrepen met hem besproken die zijn bedrijf duurzamer konden maken, maar hij had bij geen enkel voorstel laten merken dat verantwoord ondernemen belangrijker voor hem was dan winst maken.

‘Mijn zonen hebben al een paar jaar een leidende functie in het bedrijf. Paul gaat over de logistiek en Harry over het personeel.’

‘Wat de logistiek betreft, daar kunnen we ook nog eens naar kijken…’ begon Magnolia met hernieuwd enthousiasme.

Maar Brown stak meteen zijn hand op. ‘Ik geloof dat u me vandaag genoeg hebt laten zien.’ Hij krabde aan zijn kin. ‘Ik moet hier eens

rustig mijn gedachten over laten gaan. En wat kan ik als kleine ondernemer nou veranderen aan de toestand in de wereld? Ik kan wel een paar panelen op mijn daken leggen, maar dat is een druppel op een gloeiende plaat.’

Magnolia voelde dat ze inwendig begon te koken van woede. ‘Dat argument is nu juist het grote probleem, Mr Brown. Iedereen schuift zijn eigen verantwoordelijkheid voor zich uit.’ Ze knikte grimmig.

‘Maar het gaat juist wél om wat we als individuen kunnen doen. Als we allemaal ons steentje bijdragen, al is dat nog zo klein, dan is het geen druppel meer en verandert er wel degelijk iets.’

Brown snoof onwillig. ‘Zoals ik al zei, ik moet er nog eens over nadenken. Wilt u Miller de groeten van me doen en hem beterschap wensen?’ Niet bepaald onder de indruk pakte hij zijn papieren bij elkaar en stond op. Hij zei hen gedag en liep de kamer uit.

Magnolia balde haar rechterhand tot een vuist en zwaaide ermee. ‘Verdomme!’

‘Wind je niet op,’ zei Karen kalmerend. ‘We hebben ons best gedaan. En eigenlijk wisten we al dat hij niet zou happen.’

‘Hoe kan iemand zo naïef zijn! Die nieuwe kassa’s van hem hebben tonnen gekost. Hij kan toch op zijn minst op een paar filialen zonnepanelen leggen? Om te proberen.’

Samen liepen ze de kamer uit. Bij hun bureaus aangekomen zei Karen: ‘Onze kans was verkeken zodra je over zijn kinderen begon.’

Magnolia knikte. ‘En daarvoor eigenlijk ook al. We hadden de blaren op onze tong kunnen praten, hij had toch nergens ja op gezegd.’

‘Nou ja, hij heeft in elk geval naar ons geluisterd,’ zei Karen. ‘Hij weet nu wat zijn mogelijkheden zijn.’

‘Maar daar gaat hij geen gebruik van maken,’ merkte Magnolia mismoedig op. ‘In nog geen honderd jaar.’

‘Dan gaan we toch de volgende overhalen? Dit was niet onze laatste afspraak van vandaag.’

Magnolia ging achter haar bureau zitten. ‘We moeten ze allemáál overhalen, Karen! Stuk voor stuk! Anders zitten we straks met de gebakken peren.’

Karen, die twaalf jaar ouder was dan Magnolia, glimlachte toegeeflijk. ‘Jij wilt altijd alles veel te snel doen, lieverd. Je moet een beetje geduld hebben.’

Magnolia schudde haar hoofd. ‘Het duurt allemaal veel te lang, we hebben geen tijd meer. Ik snap gewoon niet dat de mensen niet zien wat er vlak voor hun ogen gebeurt. Alleen al in de afgelopen paar jaar. Overstromingen die onvoorstelbaar veel schade aanrichten, al die bosbranden overal ter wereld…’

‘Magnolia, we kunnen alleen maar zo goed mogelijk ons werk doen.’ Karen ging ook zitten. ‘En dat doen we uitstekend. Iedere klant die wel in duurzaamheid investeert, is winst. Voor dit bedrijf, maar vooral voor onze planeet.’

Het was een erg vermoeiende dag geweest. Ook de andere ondernemers met wie Magnolia had gesproken, had ze niet kunnen overhalen tot investeringen die goed waren voor het milieu. De hele dag kon ze als mislukt wegschrijven, zeker wanneer ze aan haar laatste afspraak van de dag dacht.

Magnolia wilde net het politiebureau in lopen toen haar telefoon ging. Ze glimlachte toen ze het nummer van haar moeder op het schermpje zag staan. ‘Hi, mum.’

‘Magnolia, lieverd, hoe is het?’

Magnolia ging met haar rug naar het politiebureau staan en keek naar de straat voor haar, die vol auto’s stond. ‘Goed,’ zei ze, zoals altijd wanneer haar moeder vroeg hoe het ging. ‘Met jou ook, hoop ik?’ voegde ze er een beetje gespannen aan toe. Het was nooit te voorspellen in welke stemming haar moeder verkeerde.

‘Ach…’ Haar moeder snoof.

‘Mum?’ Bij Magnolia gingen meteen de nodige alarmbellen af.

‘Ik heb een paar moeilijke dagen achter de rug,’ zei haar moeder, zo zacht dat Magnolia haar bijna niet kon verstaan.

‘Wat is er gebeurd?’ Ze wist dat er niet eens iets bijzonders hoefde te gebeuren om haar moeder in een diepe mentale crisis te storten. Maia had altijd al aan zware depressies geleden en was dan door niets of

niemand op te monteren. Ook haar werk – ze was universitair docent Internationaal Recht aan de University of California – kon haar dan niet uit haar sombere stemming halen. In het verleden had ze vaak meerdere weken achter elkaar niet kunnen werken. Magnolia had het vermoeden dat alleen de functie van haar vader, die aan dezelfde universiteit doceerde en daar de rechtenfaculteit leidde, had kunnen voorkomen dat zijn vrouw haar baan was kwijtgeraakt.

‘Niks bijzonders,’ antwoordde haar moeder, zoals ze al had verwacht. ‘De afgelopen week was alleen heel erg… vermoeiend.’

‘Het gaat vast snel beter.’ Magnolia wist niet wat ze anders moest zeggen. Het was elke keer hetzelfde liedje. Niemand kon Maia uit de neerwaartse spiraal van negatieve gevoelens halen.

Magnolia had in Californië op de middelbare school gezeten en zich daarna afgevraagd of ze de grote stap moest zetten en in Engeland moest gaan studeren. Toen ze dat ten slotte had gedaan, had ze het gevoel gehad dat ze haar moeder in de steek had gelaten en zelfs had verraden. Maar Cedar, haar dad, en haar granny Rose en grandpa Albert, hadden haar verzekerd dat ze er goed aan deed. Magnolia had de eerste acht jaar van haar leven in Cornwall gewoond, voordat haar ouders hun aanstellingen aan de universiteit in Californië aangeboden hadden gekregen, en hoewel ze er nu niet meer zo vaak voor haar moeder kon zijn, had ze nooit spijt gehad van haar terugkeer naar Engeland. Ze voelde zich thuis in Londen, waar ze nu al bijna tien jaar voor Jacob Miller werkte. Tijdens haar studie ecologie en milieukunde had ze een grote vrienden- en kennissenkring opgebouwd, en ze kon er altijd even tussenuit naar Blooming Hall, de kwekerij die haar grootouders waren begonnen en nu door haar tante Lilian werd bestierd. Ze was dol op haar grote, gezellige familie. Haar vader was een van de vijf kinderen in hun gezin, maar helaas was zijn zus Camellia al op jonge leeftijd overleden. Magnolia kon zich haar amper herinneren, want ze was nog erg klein geweest toen Camellia de geboorte van haar dochter Dalia niet had overleefd. Naast Lilian waren er ook nog Sage, de vader van haar nichtje Lali, en Nara, die meer dan dertig jaar geleden door granny en grandpa was geadopteerd.

Magnolia had altijd veel steun gehad aan haar familie, die haar een houvast had geboden waartoe haar eigen moeder door haar ziekte niet in staat was geweest. Juist tijdens de zomervakantie, die Magnolia zonder uitzondering met haar nichtjes op Blooming Hall had doorgebracht, had haar granny als een tweede moeder voor haar gevoeld.

‘Ik hou van je, Magnolia, en ik mis je heel erg,’ zei haar moeder op dat moment.

‘Ik mis jou ook, mum,’ antwoordde Magnolia droevig. ‘En ik hou ook heel veel van jou. Met kerst komen jullie naar Blooming Hall, dan zien we elkaar weer.’ Het was begin november, dus ze hadden tot aan de feestdagen nog een paar weken te gaan.

‘Ja, kerst,’ zei Maia langzaam. ‘Ik zal je nu niet langer ophouden. Ik wilde alleen even je stem horen.’

‘Doe dad de groeten van me. En de wereld ziet er morgen vast wel weer een beetje beter uit.’

Magnolia wist dat haar woorden niet meer dan een cliché waren. De ziekte van haar moeder werd niet beïnvloed door omstandigheden van buitenaf of door het weer, maar ze had na al die jaren geen idee wat ze nog kon zeggen.

Na het telefoontje liep ze het politiebureau in. Na deze dag rekende ze op het ergste. Zes weken geleden was ze gearresteerd toen ze zich met een stel mededemonstranten had vastgeketend aan een openbaar gebouw in Londen, waar op dat moment meerdere regeringsfunctionarissen bijeen waren gekomen om de bouw van nieuwe kerncentrales te bespreken. ‘Verstoring van de openbare orde,’ luidde de aanklacht. Het was haar een raadsel waarom ze zich vandaag op het bureau moest melden. Normaal gesproken kreeg ze te horen wanneer ze voor de rechter moest verschijnen, dat was tot nu toe altijd het geval geweest. Dit was niet de eerste keer dat Magnolia de wet had overtreden en het zou hoogstwaarschijnlijk niet de laatste zijn.

‘Ik moet me melden bij officer Nichols,’ zei ze tegen de agente aan de balie. ‘Ik ben Magnolia Carter.’

‘Momentje.’ De jonge vrouw, die Magnolia tien jaar jonger dan

haarzelf schatte, pakte de telefoon en voerde op zachte toon een gesprek.

Twee minuten later liep er een politieman in uniform naar Magnolia toe. Hij stak zijn hand uit. ‘Ms Carter?’

Magnolia beantwoordde zijn stevige handdruk. ‘Dat ben ik.’

‘Officer Nichols. Als u mij wilt volgen?’ Hij ging haar voor naar een kamer zonder ramen, rechts van de entree.

‘Gaat u zitten.’ Hij legde een map op de tafel en wachtte totdat Magnolia was gaan zitten. Daarna schoof hij zijn eigen stoel aan. ‘U weet waarom u hier bent?’ Hij keek haar belangstellend aan.

Magnolia schudde haar hoofd. ‘Niet echt. Ik neem aan dat het te maken heeft met het protest tegen de kerncentrales?’

Hij knikte langzaam en sloeg de map open. ‘Dat klopt.’

‘Maar ik snap niet wat ik vandaag hier doe. Wanneer word ik voorgeleid?’

Hij glimlachte flauwtjes. ‘Dat gaat niet gebeuren, Ms Carter.’

Magnolia fronste haar wenkbrauwen.

‘Dit is niet de eerste keer, Ms Carter, dat u zich niet aan de wet hebt gehouden.’

Daar zei ze niets op. Hij sprak immers de waarheid.

‘U bent in de afgelopen vijf jaar… in totaal zes keer gearresteerd.’

Magnolia zei nog steeds niets.

De politieman keek op van het dossier en wierp haar een onderzoekende blik toe.

‘Als u dat zegt, zal het wel kloppen,’ antwoordde ze onaangedaan.

‘We hebben besloten om dit keer van vervolging af te zien, of beter gezegd, dat heeft de officier van justitie besloten. Het leek ons beter om een persoonlijk gesprek met u te voeren.’

Ze begreep nog steeds niet waar de man op uit was.

‘Ms Carter, uw inzet is bewonderenswaardig, maar u pleegt wel elke keer strafbare feiten.’

‘Soms moet je naar middelen grijpen die pijn doen. Die de aandacht trekken. Die de mensen duidelijk maken wat er aan de hand is.’ Magnolia trok haar wenkbrauwen op. ‘De bouw van nieuwe kern-

centrales is de verkeerde keuze. Er is nog steeds geen goede oplossing gevonden voor het gevaarlijke afval. En hebben we niks geleerd van Tsjernobyl en Fukushima? Ik snap niet wat er verder nog moet gebeuren om de mensen eindelijk wakker te schudden.’

De politieman glimlachte. ‘Ik snap het.’ Hij knikte. ‘En ik ben het met u eens. Dit zijn beslissingen waarover te twisten valt, maar…’

‘Niks te maren,’ viel Magnolia hem in de rede. ‘We moeten eindelijk iets doen. We moeten de daad bij het woord voegen. We moeten degenen die de beslissingen nemen laten zien dat we het er niet mee eens zijn.’

‘Ms Carter! Eigenlijk waren we van plan om hier geen werk van te maken, op voorwaarde dat u in de toekomst niet opnieuw dergelijke acties pleegt. We hebben vernomen dat u bij meerdere demonstraties een van de drijvende krachten was.’

Magnolia perste haar lippen opeen. ‘Heb ik een advocaat nodig?’

Hij keek haar een paar tellen lang aan en schudde toen zijn hoofd. ‘Zoals ik al zei, de officier van justitie heeft besloten om u dit keer niet te vervolgen. Mij werd vervolgens gevraagd om u over te halen om het in toekomst niet meer zo ver te laten komen.’ Weer glimlachte hij flauwtjes. ‘En dat doe ik nu. Meer gaat er niet gebeuren.’ Hij liet een korte stilte te vallen. ‘Dit keer in elk geval niet. Hoe het eruit zal zien als u in de toekomst nog een keer het verkeer stillegt of “degenen die de beslissingen nemen”…’ Hij vormde met zijn vingers aanhalingstekens in de lucht. ‘…op een andere manier laat merken dat u het niet met hen eens bent, daar kan ik niks over zeggen. Misschien kunt u het een volgende keer iets onschuldiger aanpakken. Met een spandoek, bijvoorbeeld.’

Magnolia beantwoordde zijn blik. ‘Met een spandoek haal je tegenwoordig niet eens meer het journaal, officer Nichols. Met een spandoek verander je geen moer.’

Hij slaakte een theatrale zucht. ‘Ik merk het al, dit is waarschijnlijk niet de laatste keer dat we elkaar spreken.’

Magnolia haalde lachend haar schouders op. ‘Daar hebt u denk ik gelijk in, officer.’

‘Ik ben zo blij dat het gelukt is om af te spreken!’ riep Soley uit. Ze omhelsde Magnolia enthousiast.

Nadat ze elkaar hadden losgelaten, duwde Magnolia haar jongere nichtje een stukje van zich af, zodat ze haar beter kon bekijken. ‘Nou, ik ben anders niet degene die ervoor koos om naar een dunbevolkt eiland in het hoge noorden te verhuizen.’ Ze glimlachte. ‘Je ziet er stralend uit, Soley. De IJslandse kou doet je goed.’

Ze gingen zitten. Toen Soley haar had verteld dat ze spontaan had besloten om naar Londen af te reizen, had Magnolia voorgesteld om in haar favoriete bistro af te spreken.

‘Ach kom, het is daar niet altijd koud,’ zei Soley. Ze rolde lachend met haar ogen. ‘Maar momenteel dus wel, en het is er akelig donker.’

Nadat ze hun drankjes hadden besteld, wendde Magnolia zich nieuwsgierig tot Soley. ‘Hoe gaat het met Jón? En met het zingen?’

‘Met Jón gaat het goed,’ antwoordde Soley met stralende ogen. ‘Hij wilde aanvankelijk met me mee naar Engeland, maar omdat ik maar een paar dagen blijf en hij overmorgen een afspraak op de universiteit heeft, leek het hem beter om daar te blijven.’

‘Klinkt spannend,’ vond Magnolia. Ze keek vol belangstelling naar haar nichtje. Het was al een hele tijd geleden dat ze Soley zo kalm en

evenwichtig had meegemaakt. Het was voor Soley duidelijk de juiste beslissing geweest om haar carrière als popzangeres aan de wilgen te hangen, of in elk geval een tijdje op een laag pitje te zetten.

‘Dat is het ook. En ik heb vanavond een afspraak met een agent die belangstelling heeft voor mijn eerste nummers in het IJslands.’ Soley nam een slok van haar koffie, die de bediening net voor haar had neergezet. Magnolia deed hetzelfde.

‘Ik laat me liever door een IJslander vertegenwoordigen, maar…’ Soley haalde haar schouders op. ‘Het telefoontje met Hawkins ging veel beter dan ik dacht gedacht. Erg goed zelfs, om eerlijk te zijn. Daarom wilde ik graag persoonlijk met hem afspreken. En nu kan ik meteen bij mum en dad langs.’ Ze lachte.

Magnolia dacht aan haar eigen moeder en werd meteen overvallen door weemoed.

‘Wat is er?’ Soley keek haar vragend aan. ‘Is er iets gebeurd?’

Magnolia schudde haar hoofd. ‘Nee, niet echt. Alleen… Mijn moeder belde gisteren…’ Ze viel stil.

‘Ja?’

‘Het gaat niet zo goed met haar,’ bekende Magnolia bezorgd.

‘Wat vervelend.’ Soley wist natuurlijk van de ziekte van haar tante.

‘Wist ik maar hoe ik haar kan helpen.’ Magnolia liet haar schouders hangen. In haar werk liet ze zich niet snel uit het veld slaan, maar als het om haar moeder ging, voelde ze zich hulpeloos en zwak.

Soley legde haar rechterhand op Magnolia’s linker. ‘Cedar is bij haar.’

‘Dad weet net zomin wat hij moet doen als ik als het om die… die verrekte depressies gaat.’ Magnolia ademde diep in. ‘Mum is… Ik denk altijd dat ze alles heeft wat ze zich maar kan wensen. Haar werk, dad, en dan ook nog zo’n mooi huis.’ Ze keek Soley aan. ‘Waarom is ze dan toch zo ongelukkig?’

‘Ik denk dat de oorzaken daarvoor veel dieper liggen,’ zei Soley.

Magnolia knikte. ‘Ja, dat weet ik. Maar ze verdient het om eindelijk rust te vinden.’

‘Dat is waar, Magnolia,’ viel Soley haar zacht bij. ‘En ik hoop dat het ooit zover komt voor haar.’

Magnolia slikte. Het gesprek met haar moeder had haar meer aangegrepen dan ze wilde toegeven. Hoewel ze dit vaker had meegemaakt, kon de sombere stemming van haar moeder haar nog altijd heel erg raken.

‘Hoe is het met je werk?’ veranderde Soley van onderwerp, nadat ze een tijdje niets hadden gezegd.

Magnolia rechtte haar schouders, dankbaar voor de afleiding. ‘Gisteren is besloten om me niet te vervolgen door strafbare feiten.’

Soley schoot in de lach. ‘Dat bedoelde ik niet toen ik naar je werk vroeg, maar het is goed nieuws.’

Magnolia gniffelde. ‘Mijn baas was ook erg opgelucht. Tot nu toe liep het gelukkig elke keer met een sisser af, en afgezien van een paar geldboetes heb ik niks op mijn kerfstok. Dit keer bleef het dus bij een preek.’

‘Je baas heeft blijkbaar stalen zenuwen,’ merkte Soley op, vlak voordat de bediening kwam vragen wat ze wilden eten.

Ze besloten allebei een broodje te nemen.

‘Jacob weet dat hij me moet nemen zoals ik ben of me moet laten gaan.’ Magnolia haalde haar schouders op. ‘En iemand moet het doen.’

‘Je doet toch al heel veel goeds in je “echte baan”?’ Soley vormde aanhalingstekens met haar vingers.

‘Niet genoeg,’ wierp Magnolia tegen. ‘Je kunt je gewoon niet voorstellen hoe onwetend de mensen nog steeds zijn. De hele planeet gaat overal om hen heen naar de gallemiezen, maar klimaatverandering? Wat is dat?’

‘Ik denk dat het de aard van ons mensen is om abstracte gevaren te verdringen.’ Soley trok een spijtig gezicht.

‘Abstract? Soley, dit kun je niet langer “abstract” noemen. Kijk maar naar die vreselijke overstromingen van het afgelopen jaar. Naar die bosbranden in Zuid-Europa en in de Verenigde Staten. Praat eens met degenen die daar het slachtoffer van zijn geworden.

Die hebben aan den lijve ondervonden wat de opwarming van de aarde voor ons betekent.’ Het ontging Magnolia niet dat de school-

juffrouw weer in haar naar boven kwam, maar ze kon het niet tegengehouden. Wanneer ze eraan dacht hoeveel verder de mensheid vandaag de dag had kunnen zijn als de feiten niet waren genegeerd en er passende maatregelen waren genomen, kwam haar woede opnieuw naar boven.

‘Daar kun je nog zo’n gelijk in hebben, Magnolia, ik vrees dat dat voor veel mensen te ver van hun bed is. Zolang ze de effecten niet zelf ondervinden, weigeren ze zulke problemen aan te pakken. Jón ziet elke dag met eigen ogen wat de gevolgen van klimaatverandering zijn, volgens hem merk je dat nergens zo goed als op zee. Het water is te warm geworden, veel dieren kunnen dat niet verdragen. De balans raakt ernstig verstoord, maar we kunnen nog niet bevatten wat dat voor ons gaat betekenen.’

‘Die Jón van je is een slimme vent.’

De broodjes werden gebracht. Ze aten zwijgend, ieder in hun eigen gedachten verzonken.

Ze waren net klaar toen Magnolia’s telefoon ging. ‘Het is Nara.’ Ze nam op. ‘Dag, lieverd.’

‘Hoi, Magnolia. Hoe is het met je?’

‘Goed.’ Ze vertelde haar tante met wie ze aan het lunchen was.

‘Ja, Lilian kijkt er zo naar uit dat Soley weer naar Blooming Hall komt. Ze hoorde het gisteravond en was door het dolle heen.’

‘Dat geloof ik graag.’

‘Magnolia, waarvoor ik bel… Heb je zin om met Soley mee te komen?’

Magnolia fronste haar wenkbrauwen. ‘Dit weekend, bedoel je?’ Ze keek naar haar nicht, die geestdriftig knikte.

‘Ja, dan kunnen jullie samen reizen.’

‘Dan moet ik een treinrit plannen.’ In gedachten ging Magnolia haar plannen voor het weekend na. Er stond niets in haar agenda.

‘Ik ga met een huurauto,’ mengde Soley zich in het gesprek.

‘Een huurauto?’

‘Ja, dat gaat een stuk sneller dan met de trein,’ verdedigde Soley haar keuze.

Magnolia aarzelde even. ‘Goed dan,’ zei ze ten slotte. ‘Oké, ik ga mee.’

‘Wat fijn,’ zei Nara blij. ‘Dat vinden Dalia en Pablo vast ook erg leuk. En we willen je nog iets laten zien.’

‘Iets laten zien?’ Magnolia begreep niet wat ze bedoelde.

‘Ja, maar dat heeft geen haast. We willen je alleen iets vragen,’ zei Nara. ‘Niks om je zorgen over te maken.’

‘Nu maak je me wel erg nieuwsgierig.’ Magnolia lachte.

‘Het is niet zo spannend, hoor.’

Ze zeiden elkaar gedag en Magnolia hing op. Toen vertelde ze Soley wat haar tante tegen haar had gezegd.

‘Nog meer geheimzinnigdoenerij van granny?’ Haar nicht trok haar wenkbrauwen op.

‘Welnee, er zijn toch bij ons geen geheimen?’ zei Magnolia. Toch kriebelde het in haar buik van opwinding. Wat had Nara voor haar in petto?

Ze leunde achterover. ‘Maar ik kijk er wel naar uit om naar Blooming Hall te gaan, daar ben ik al maanden niet meer geweest. Het is weliswaar november, dus we kunnen niet van die zomerse kleurenpracht genieten, maar het is voor mij altijd bijzonder om in Cornwall te zijn. Dan voelt het alsof ik nog steeds dicht bij granny en grandpa ben.’ Ze schudde haar hoofd. ‘Dat klinkt dom, ik weet het, maar voor mij blijft de kwekerij het hart van onze familie.’

‘Dat klinkt helemaal niet dom. Ik voel het net zo. Als ik de oprijlaan van Blooming Hall op rij, is het bijna alsof ik een heel andere wereld betreed. Eentje waarin granny en grandpa heel dicht bij ons zijn.’

Magnolia knikte. ‘Ja, dat is het. Een heel andere wereld. Een wereld waarin alles zo lijkt te zijn als het moet zijn.’ Vol weemoed dacht ze aan vroeger. ‘O, ik heb er zo’n zin in, Soley. We gaan naar Blooming Hall.’

Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
De magnolia dochter - Tessa Collins Inkijkexemplaar by HarperCollins Holland - Issuu