Vertaling Angelique Verheijen
FSC English C021394 New MIX Paper Landscape BlackOnWhite
Voor het papieren boek is papier gebruikt dat onafhankelijk is gecertificeerd door FSC® om verantwoord bosbeheer te waarborgen. Kijk voor meer informatie op www.harpercollins.co.uk/green. HarperCollins is een imprint van Uitgeverij HarperCollins Holland, Amsterdam. Copyright © 2026 S.F. Williamson Oorspronkelijke titel: A War of Wyverns Copyright Nederlandse vertaling: © 2026 HarperCollins Holland Vertaling: Angelique Verheijen Omslagontwerp: © 2026 HarperCollinsPublishers Ltd Omslagillustraties: © 2026 Ivan Belikov Omslagbewerking: Pinta Grafische Producties Foto auteur: © Harry Williamson Zetwerk: Mat-Zet B.V. Druk: ScandBook UAB, Lithuania, met gebruik van 100% groene stroom isbn 978 94 027 1977 2 isbn 978 94 027 7695 9 (e-book) nur 285 Eerste druk februari 2026 Originele uitgave verschenen bij Harper Fire, een imprint van HarperCollins Children’s Books. HarperCollins Children’s Books is een divisie van HarperCollinsPublishers Ltd, Londen, UK. S.F. Williamson asserts the moral right to be identified as the author of the work. HarperCollins Holland is een divisie van Harlequin Enterprises ULC. ® en ™ zijn handelsmerken die eigendom zijn van en gebruikt worden door de eigenaar van het handelsmerk en/of de licentienemer. Handelsmerken met ® zijn geregistreerd bij het United States Patent & Trademark Office en/of in andere landen. www.harpercollins.nl Elk ongeoorloofd gebruik van deze publicatie om generatieve kunstmatige-intelligentietechnologieën (AI-technologieën) te trainen is uitdrukkelijk verboden. De exclusieve rechten van de auteur en de uitgever worden hierbij niet beperkt. HarperCollins maakt tevens gebruik van de rechten onder Artikel 4(3) van de Digital Single Market Directive 2019/79 en het uitvoeren van tekst- en datamining op deze publicatie is niet toegestaan. Niets uit deze uitgave mag openbaar worden gemaakt door middel van druk, fotokopie, internet of op welke andere wijze dan ook zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever. Het e-book is beveiligd met zichtbare en onzichtbare watermerken en mag niet worden gekopieerd en/of verspreid. Alle in dit verhaal voorkomende personen zijn ontleend aan de fantasie van de schrijver. Elke gelijkenis met bestaande personen berust op toeval.
1
de hemel is donker en vol draken. Ik haast me door de straten van Londen, met mijn paraplu zo gekanteld dat hij meer doet om mijn gezicht te verbergen dan om droog te blijven. Er zijn bijna evenveel Vredeswachters op de grond als Bulgaarse bolgoriths in de lucht. Een hoopje puin, overgebleven na de aanvallen van vorige week, blokkeert de straat. Geen idee of de verwoesting is aangericht door de bommen van de rebellen of door het leger van Ignacia, de drakenkoningin van Britannia. Beide partijen hebben onafhankelijk van elkaar de aanval ingezet tegen de premier. Die stenen pilaar daar is zo te zien door een drakenstaart van zijn sokkel geslagen, dus dit zullen Ignacia’s troepen wel zijn geweest. Tegen de tijd dat ik bij de metro ben aangekomen, piepen de eerste zonnestralen boven de grijze gebouwen uit. Het uitgaansverbod zit er weer op voor deze nacht. Rebelleren doe je tenslotte in het donker. Ik stap in de metro. Mijn vervalste klassenpas hangt om mijn nek. 7
Penelope Hollingsworth 17 jaar Eerste Klasse
Ik kies een plek tegenover een oude man die een jas vol schroeiplekken aanheeft. Hij neemt me wantrouwig op. De wanden boven de stoelen zijn beplakt met kleurige affiches waarop twee vrouwen in militair uniform gearmd voor twee gebouwen staan. Ik herken de witte gevel van Downing Street 10 en de rode bakstenen van de Academie voor Drakoonse Linguïstiek. Om de afbeelding heen staat tekst in een krullerig lettertype.
Wyvernmire en Hollingsworth verenigd in het gevecht tegen de rebellen Ik verschuil me achter de Pimlico Bulletin – een krant die niets moet hebben van de opstandelingen – en stuit op de zoveelste slogan. ‘De waarheid voor iedere klasse,’ mompel ik half binnensmonds terwijl ik de koppen scan. Premier sluit alliantie met Bulgaren Waar is koningin Ignacia? Bekijk de foto’s op pagina 3 Menselijke resten gevonden in tweede maag van verslagen westelijke draak op boerderij in Kent
Ik sla de voorpagina om en stuit op een zwart-witfoto van een bekend landhuis.
8
BLETCHLEY PARK: EEN NATIONAAL GEHEIM?
Met een brok in mijn keel gooi ik de krant op de grond. De herinneringen komen weer naar boven: het pistoolschot, het bloed onder mijn vingernagels, het gezicht in de krans van dode bladeren. Mijn hand gaat naar het houten zwaluwtje om mijn nek. Atlas zou de premier vierkant hebben uitgelachen omdat ze denkt dat ze haar macht kan vergroten door de agressiefste draken van Europa te manipuleren. Ze gelooft dat Britannia zal buigen voor draken die hun eigen menselijke bevolking hebben afgeslacht. Als Atlas hier was, zou hij van kroeg naar kroeg gaan om nieuwe rekruten te werven voor de zaak van de rebellen, en daarvoor zou hij niets anders nodig hebben dan zijn moed en zijn scheve glimlach. Maar hij is hier niet. Want hij is dood. Voor mij zit er niets anders op dan voortzetten wat hij op Bletch ley Park is begonnen door te doen wat ik kan om te zorgen dat de Mens-Draak Coalitie de oorlog wint. Alleen iemand met veel kennis van talen kan het geheime wapen bemachtigen dat de rebellen nodig hebben. En als ik daarmee Atlas’ nagedachtenis kan eren, dan ben ik bereid om desnoods nog honderd talen bij te leren. De zon is helemaal op als ik aankom bij Claridge House, het huis van Rita Hollingsworth. Ze woont in Mayfair, op een paar straten afstand van de Academie voor Drakoonse Linguïstiek, die ze heeft opgericht toen ze pas vijfendertig was. Ik steek mijn sleutel in het slot van de personeelsingang. De dikke, stekelige staart van Clementius, de westelijke draak op het dak, hangt langs de muur naar beneden. Hij is een van de weinige Britse draken die niet zijn gevlucht voor het groeiend aantal Bulgaren in Londen en hij werkt voor de rebellen als Hollingsworths geheime lijfwacht. Ik ga direct naar boven en terwijl ik de trappen beklim tel ik de gele ruiten op het tapijt. Hollingsworth staat erop dat ik ruim voor 9
de ochtendspits naar haar huis kom. Ik ga door voor een nichtje dat op bezoek is, dus ik mag niet herkend worden. Aan de muren hangen portretten van Hollingsworths uitgebreide familie; knappe neven en nichten en stokoude ooms staren voor zich uit in het stille huis. Zo te horen is het keukenmeisje bezig om de haarden aan te steken en ergens op de bovenste verdieping kraakt iets. Ik stel me voor dat de rectrix van de Academie voor Drakoonse Linguïstiek met een hoofd vol krulspelden uit bed stapt. Het is zo’n belachelijk idee dat ik er hardop om moet lachen. Ik doe de deur van het kantoor zachtjes open en sluit hem weer achter me. De ruimte is groot, met hoge ramen die uitkijken op de straat. Boven een imposant bureau hangt een schilderij van een paar zanddraken die ontspannen liggen te dutten op het strand in paarlemoeren maanlicht dat overtuigend is vastgelegd in subtiele penseelstreken. Daarnaast hangt een bewerkte spiegel. Ik blijf een paar seconden naar mezelf staren. Mijn dikke haar is zo kort dat het nauwelijks tot mijn sleutelbeen komt, en door de donkere kringen onder mijn ogen lijk ik nog bleker dan normaal. Ik loop over de bruine tapijten naar de deur in de hoek en kom langs Hollingsworths bureau, dat vol ligt met lege sigarettenpakjes en boeken over Bulgaarse draken. Een van de boeken ligt open en ik lees de woorden ‘bloed’, ‘blauwe diamant’ en ‘bolgorith’ voordat mijn oog op iets anders valt. Een schets in zwarte inkt, half verborgen onder de Remington-type machine. Dat ben ik, en de tekening heeft een onderschrift.
Vivien Featherswallow, vertaler van drakentalen Aarzelend strek ik mijn vingers uit naar de schets, maar ik raak hem niet aan. Ik heb moeite om mijn ogen te geloven. Het is een ander portret dan dat op de opsporingsposters van de regering, die 10
Hollingsworth iedere ochtend laat verzamelen en verbranden zodat niemand ze zal zien. Mijn gezicht is mooier en ik heb grote hertenogen. Op de opsporingsposters sta ik met een slappe, vette vlecht en een diepe frons. De schetsen zijn geen van beide echt goed getroffen. Ze vertellen allebei een verhaal dat niet helemaal klopt. ‘Voor de kranten van de Coalitie.’ Ik draai me met een ruk om. Hollingsworth staat in de deuropening. Ze draagt een blauwe zijden jurk met een ceintuur waarop zilveren draken zijn geborduurd en neemt me van top tot teen op, zoals ze de afgelopen drie maanden iedere ochtend heeft gedaan. Haar blik glijdt onderzoekend over mijn herenregenjas en mijn tweedehandse leren brogues, alsof ze had verwacht dat ik zou komen opdagen met maar één been of brandend haar. Ze kan er nog steeds niet bij dat ik zelf woonruimte heb gezocht en niet bij haar ben komen wonen. ‘Morgen.’ Mijn wangen beginnen te gloeien als ik besef dat ze waarschijnlijk denkt dat ik aan het rondsnuffelen was op haar bureau. ‘Ik dacht dat ik undercover was. Waarom laat u de rebellenkranten een tekening van mij afdrukken?’ Ze glimlacht kil. ‘Een opstand moet toch een gezicht hebben? De mensen moeten weten dat ze in goede handen zijn.’ Ik trek verrast mijn wenkbrauwen op. Ik, het gezicht van de opstand? Is ze soms vergeten dat ik nog maar een paar maanden geleden probeerde om het Koinamens, een geheime ultrasone drakentaal, te vertalen voor premier Wyvernmire? ‘We publiceren hem pas als je veilig uit Londen bent vertrokken.’ Haar lage stem is zoet als stroop. Als ik veilig uit Londen ben vertrokken. Zou ze eindelijk vinden dat ik er klaar voor ben? Ik staar weer naar de woorden onder de schets en zucht. Vertaler van drakentalen. Zo heb ik mezelf al mijn hele leven willen 11
noemen. Het geeft een vreemde voldoening om zwart-op-wit te zien staan wat ik ben. Een duidelijke definitie. Mijn leven is op dit moment een chaos, maar dit is een keurig hokje waar ik precies in pas. Mijn eigen werkplek is achter de deur in de hoek; een klein kantoortje in dat van Hollingsworth. Vroeger was het een kast. Ik zet mijn tas op het bureautje. Binnen deze vier muren heb ik ongeveer evenveel ruimte als een dracovol in zijn kooi. De muren hangen vol met documenten: kaarten van verschillende eilanden, handgeschreven uitspraakrichtlijnen en lijsten met voedingsgewoonten. Daaroverheen hangt een ruwe schets die Hollingsworth laatst voor me heeft gemaakt. Drie Bulgaarse bolgoriths, twee zwarte en een rode. Generaal Goranov en zijn nestgenoten. Sinds vorig jaar woedt er in Britannia een burgeroorlog tussen drie partijen: de menselijke regering, de rebellen en koningin Ignacia. Sinds de premier een verbond sloot met de Bulgaarse bolgoriths en zo het Vredesakkoord met koningin Ignacia verbrak, gaat er bijna geen dag voorbij zonder dat de rebellen Londen aanvallen. Ik ken een bolgorith, maar zij is in Britannia geboren. Chumana, de roze draak die Downing Street 10 in brand heeft gestoken en die me daarna naar Bletchley Park is gevolgd. ‘Als we Goranov en zijn nestgenoten kunnen uitschakelen, dan komt er binnen de kortste keren een eind aan de Bulgaarse aanwezigheid in Britannia,’ legde Hollingsworth een paar weken geleden uit. Het huispersoneel en Hollingsworths secretaresse denken dat ik hier ben omdat ik liever voor de populairste rectrix van Britannia werk dan dat ik hemden naai voor de soldaten, zoals andere meisjes uit de Eerste Klasse doen. Het is niet eens echt een leugen. Ik werk inderdaad voor Hollingsworth, maar niet omdat ik Britannia wil helpen bij de strijd tegen de rebellen. De reden dat ik hier ben, 12
mijn echte missie, is om samen met de rebellen te vechten tegen premier Wyvernmire en haar leger van bolgoriths. Ik ben hier om de taal van de Hebridische wyverns te leren. Ik heb eerder wyverns ontmoet, toen mijn ouders nog antropologisch drakenonderzoek deden, maar de soort van de Hebriden is anders. Dat zijn kleine, tweepotige draken met een culturele erfenis die zich kan meten met die van iedere menselijke gemeenschap. Ze schijnen voor te komen op het eiland Canna bij Schotland, maar zijn in geen jaren meer gezien. Ik moet alles over de wyverns leren, van hun tradities tot hun taal. Wanneer de rebellen ze hebben gevonden, en Hollingsworth weet honderd procent zeker dat dat gaat gebeuren, dan moet ik in staat zijn om op een of andere manier met ze te communiceren. Ik moet de wyverns overhalen om zich bij de rebellen aan te sluiten. Natuurlijk heeft niemand me verteld hóé de wyverns de MensDraak Coalitie de overwinning kunnen bezorgen in deze drievoudige burgeroorlog. Klein detail. Buiten raast het drukke verkeer voorbij. Ik ga zitten en pak een briefje dat op mijn bureau ligt. Het is van Hyacinth, Hollingsworths secretaresse, ook een debutante die zich inzet voor de oorlog om aan de duffe verplichtingen van een meisje uit de Eerste Klasse te ontsnappen.
Pen, schattebout, Feestje? Dinsdag acht uur, Churton Street 36 in Pimlico. Komen! H Ze heeft me al vaker uitgenodigd en negeert mijn protesten (‘Het is na de avondklok’) en smoesjes (‘Ik kan mijn huisgenoot niet alleen 13
laten, ze is al zo eenzaam’). Het is behoorlijk irritant dat ze blijft aandringen en de uitnodiging is in strijd met alle regels uit het handboek voor undercoverrebellen, maar ergens ben ik blij dat Hyacinth me erbij wil hebben. Ze is de afgelopen drie maanden een goede vriendin voor me geweest. Natuurlijk kan ik niet naar dat feest. Stel dat iemand me herkent? Het dagboek van Patrick Clawtail, een fellow van de faculteit Keltische talen in Oxford en een groot liefhebber van draken, ligt open voor me, op de bladzijde waar ik gisteren ben gebleven. Ik heb het van Hollingsworth gekregen toen ik voor haar kwam werken, niet lang nadat Marquis ons vliegtuig op Eigg aan de grond had gezet. Ik was nog maar een paar dagen op het eiland waar het hoofdkwartier van de Coalitie is gevestigd toen Hollingsworth me liet ophalen. Het was bijna net zo moeilijk om mijn neef en mijn zusje Ursa achter te laten als om Atlas te verliezen. In het dagboek beschrijft Clawtail zijn ervaringen met de Hebridische wyverns. Zijn verslag beslaat vier jaar en eindigt abrupt in juni 1866, toen de regering hem executeerde wegens ‘het aanzetten tot onrust tussen mensen en draken’. Het boek heeft een zwarte leren band en is geschreven in inmiddels verbleekte inkt. Tussen de dagboekfragmenten zijn vondsten geplakt: een veer, een plukje vacht en een boomblad dat nog groen is maar allang zijn geur heeft verloren. Er zijn beschrijvingen van het eiland en weergaven van de complexe taal van de wyverns, die Clawtail Cànan-Channaigh heeft gedoopt, wat in het Schots-Gaelisch ‘taal van Canna’ betekent. Hij heeft ook een Engels woord voor hun taal bedacht: Cannair. De belangrijkste grammaticaregels begrijp ik inmiddels, maar Clawtail heeft bladzijden volgeschreven met pogingen om de betekenis van allerlei ingewikkelde begrippen over te brengen. Het zijn er zoveel dat ik de draad af en toe kwijtraak, en het lijkt erop dat hij 14
het zelf uiteindelijk ook heeft opgegeven. Het laatste deel van het dagboek gaat helemaal over de cultuur en de gebruiken van de wyverns. Er zijn verder geen verwijzingen meer naar de taal. Niet zo heel veel materiaal om mee te werken dus. Clawtail en zijn gezin zijn naar het schijnt de laatste mensen die de wyverns met eigen ogen hebben gezien, voordat die dieper het binnenland in trokken toen de regering de wetenschapper begon op te jagen. Hoewel Clawtail aan het begin van het dagboek razend enthousiast is over de kans om de taal van de wyverns te bestuderen, eindigt het dagboek met een haastig, niet afgemaakt fragment. Achter me zegt Hollingsworth: ‘De spanningen tussen de mensen en draken van Britannia konden ieder moment tot uitbarsting komen in de tijd dat hij zijn dagboek schreef.’ Ze is stilletjes in de deuropening verschenen en kijkt strak naar het dagboek. ‘Clawtail had al eerder geijverd voor erkenning van Keltische talen als het Schots, het Schots-Gaelisch en het Norn, en hij wilde hetzelfde doen voor drakentalen,’ vervolgt ze. ‘Hij stuurde zijn geschreven weergaven van het Cannair per dracovol naar verschillende universiteiten. Hij ging ervan uit dat de wyverns hem en zijn gezin zouden kunnen beschermen, maar de regering kwam tot de conclusie dat hij verdeeldheid wilde zaaien door zoveel nadruk te leggen op culturele verschillen. Ze zagen hem als een bedreiging voor de Britse eenheid en executeerden hem op Canna wegens verraad, in dezelfde periode dat het corrupte Vredesakkoord werd ondertekend.’ Ik knik en probeer het sluipende gevoel van irritatie te onderdrukken. Dit heeft ze al vaker verteld. Clawtail was de eerste mens die drakentalen bestudeerde. Hij was een uitzonderlijke man. ‘Jij kunt Cannair leren, want je hebt een bijna griezelig vermogen om je razendsnel een taal eigen te maken. Daarom ben jij het gezicht van de opstand, Vivien. Jij zult naar de wyverns gaan om ze 15
te vragen een verbond met ons te sluiten. Zij zijn de enigen die ervoor kunnen zorgen dat we deze oorlog winnen.’ Dat heb ik allemaal ook al eerder gehoord, mopper ik in stilte. En toch ben ik nog steeds in Londen, zonder dat ik ook maar het flauwste idee heb waarom die wyverns zo belangrijk zijn. Ik kan je onmogelijk naar wyverns sturen die we nog niet hebben gevonden, zegt Hollingsworth telkens als ik vraag waarom ik niet direct naar Canna kan. Ik kan niet wachten om te vertrekken. Om de wyverns te mobiliseren voor onze zaak, maar ook om Wyvernmires gezicht te zien als de rebellen haar en haar Bulgaarse bolgoriths ten val brengen. Zij heeft de ellende van de Derde Klasse op haar geweten, de scheiding tussen mensen en draken, deze oorlog waarin al honderden doden zijn gevallen. Het is haar schuld dat Atlas dood is. Hollingsworth geeft me een document. Het is mijn laatste vertaling voor de Academie. Ik doe er iedere dag een paar, voor het geval een inspecteur komt controleren wat Penelope Hollingsworth precies bijdraagt aan de oorlog. Het is een verklaring in het Drageoir, verstuurd vanuit Frankrijk, waarin Wyvernmires verbond met de Bulgaarse draken scherp wordt veroordeeld. Hollingsworth is met een rode pen in de weer geweest en heeft woorden doorgehaald en onderstreept. ‘Wat is er mis mee?’ vraag ik. ‘Je vertaling is te letterlijk, Vivien.’ Ze voelt aan haar zilverkleurige kurkentrekkerkrullen. ‘Je denkt toch niet dat dit zo wordt goedgekeurd?’ ‘Te letterlijk?’ Ik bekijk haar correcties. De draken van de Derde Franse Republiek zijn woedend teleurgesteld over de Britse alliantie met het immorele controversiële bewind van Bulgarije. 16
‘Maar u heeft de hele betekenis veranderd,’ zeg ik. ‘Zo is het verkeerd vertaald.’ ‘Ik heb de tekst anders geïnterpreteerd dan jij. Dat is het recht van een vertaler.’ Ik probeer van haar gezicht af te lezen of ze een grapje maakt. Is dit een test? ‘Het is de plícht van een vertaler om de context te vertalen, om de woorden de betekenis te geven die ze in de brontaal hebben. We moeten in ieder geval proberen om daar zo dicht mogelijk bij in de buurt te komen,’ zeg ik fel. ‘De Academie heeft de verplichting om alle binnenkomende berichten van buitenlandse draken te vertalen en te publiceren.’ ‘Je vergeet dat de Academie op dit moment wordt aangestuurd door de regering van Wyvernmire,’ zegt Hollingsworth op scherpe toon. ‘Zij verstaat iets anders onder het woord “plicht” dan jij.’ Ik gooi het papier op tafel. ‘Dus u laat dit over uw kant gaan?’ ‘Ik zal wel moeten als ik niet door de mand wil vallen,’ zegt ze. Ze loopt terug naar haar bureau en terwijl ze gaat zitten blijft haar blik rusten op de tekening van mijn gezicht. ‘Taal is een wapen, Vivien. Wyvernmire gebruikt het, en jij zult dat binnenkort ook doen. Het zou weleens het laatste wapen kunnen zijn dat er voor de rebellen overblijft.’ ‘Wanneer stuurt u me naar Canna?’ vraag ik. ‘Ik heb de wyverntaal zo goed mogelijk geleerd. Waarom hebben de rebellen ze nog steeds niet gevonden?’ Hollings worth neemt een slokje van haar thee en grimast. ‘Koud,’ mompelt ze verstoord. Ze bladert door een stapel papieren en reageert niet op mijn vraag. Mijn nek wordt warm van woede. Is ze vergeten wat ze tegen me heeft gezegd toen ze me hiernaartoe bracht? Jouw talent voor talen is de beste kans voor de Coalitie. Ik stort me weer op het dagboek. Al die jaren van studie, al die 17
vertalingen… Dit is waar ik het allemaal voor heb gedaan. Ik moet contact maken met de Hebridische wyverns en Britannia redden. Atlas geloofde dat talen mijn grote liefde waren, mijn roeping zelfs, en mijn vader heeft ooit gezegd dat ze me zouden redden. Dus waar wacht Hollingsworth op? Ze verwacht dat ik voor de Coalitie werk en ondertussen behandelt ze me als een kind. Mijn blik valt op het briefje van Hyacinth en ik vraag me af of mijn zwarte rok en trui door kunnen gaan voor feestelijke kleding. Als Hollingsworth een rebel wil, kan ze een rebel krijgen.
18