011
MAGAZINE FOTOGRAFIE / MODE / ARCHEOLOGIE / GESCHIEDENIS
€ 2,-
RODIN IN DIT MAGAZINE O.A.
GENIUS AT WORK
Speciale kunstenaarsbijdrage van Erwin Olaf Maarten Baas Ruloff Manuputty
9
18
ANDREAS BLÜHM
RODIN & PYGMALION
41 26
SUZANNE RUS
RODIN GENIUS AT WORK
KUNSTENAARSBIJDRAGE
ERWIN OLAF
INTERVIEW
DRIE GRONINGER BEELDHOUWERS & RODIN
EN VERDER
DICK SWAAB ELS BUITENDIJK TONNY BEENTJES RULOFF MANUPUTTY RUDOLF AGRICOLA MEDEWERKER VAN DE MAAND
34 38 52 56 68 70
INTERVIEW
ERIC U-A-SAI
66
TIJD VOOR
MAARTEN BAAS
60
6
7
Auguste Rodin De Denker (groot model), 1903 gepatineerd gips voor bronzen afgietsel, 189 x 95 x 143,5 cm, MusĂŠe Rodin, Parijs
Auguste Rodin Het Bronzen Tijdperk, 1876 brons, 181,6 x 50,8 x 52,1 cm Albright-Knox Art Gallery, Buffalo
VOORWOORD
ERWIN OLAF
Foto: Jan Zeeman
8
Tekst: Andreas Blühm
Geachte lezer, Tijdens de David Bowie tentoonstelling kondigden we de komende grote winterexpositie aan: Rodin – Genius at Work. Twee bekende namen, twee grote kunstenaars, die verder weinig met elkaar te maken hebben. Wij kunsthistorici zijn echter gewend om aan alles een betekenis te geven en verbindingen te leggen waar niemand die zoekt. Toeval bestaat, maar achteraf geven wij daar dan nog een verklaring voor. Dus Bowie en Rodin: twee grensverleggers, twee genieën, twee avantgarde kunstenaars die ondanks hun vooruitstrevende stijl heel populair werden. En vooral zijn het twee artistieke geesten die steeds op zoek waren naar nieuwe en originele oplossingen. David Robert Jones verenigde muziek, video, performance, mode en poëzie in een soort ‘gesamtkunstwerk’ dat hij David Bowie noemde. Auguste Rodin nam de schilderkunst, de fotografie en zeker ook de podiumkunsten van zijn tijd niet alleen bewust waar, maar integreerde deze ook in zijn werk. Hij bleef trouw aan zijn medium, de beeldhouwkunst. Zijn streven was om zijn sculpturen tot leven te brengen. Hij bevroor, bij wijze van spreken, het menselijke lichaam op een zodanige manier, dat er wél beweging en dus leven zichtbaar blijft.
We zijn vereerd dat dansers van Het Nationale Ballet op de opening van de tentoonstelling op het werk van Rodin reageren. Wat hier gebeurt heeft een eeuwenoude traditie die teruggaat naar de tijd van Leonardo da Vinci. Toen tijdens de Renaissance de kunsten en de kunstenaars emancipeerden bevonden zij zich met elkaar in een soort wedstrijd. De naam hiervoor was ‘paragone’. Schilderkunst tegen beeldhouwkunst, maar ook beeldhouwkunst tegen dans. Welk medium kan het beste leven in de kunst blazen? De schilders met hun kleur? De beeldhouwers met hun drie dimensies of de dansers met hun beweging? Met de foto’s van dansers in de positie van Rodins beelden blijft de ‘paragone’ nog steeds een inspiratiebron. Niet iedereen kan van het live optreden genieten en dus zijn wij bijzonder blij dat Nederlands topfotograaf Erwin Olaf exclusief voor het magazine van het Groninger Museum een serie foto’s van de dansers heeft gemaakt. Waar ziet u het leven: in de dans, in de fotografie, in het brons? Kijk, vergelijk en bewonder!
After Rodin VI - Cathedral, 2016
9
10
11
After Rodin VII - The Eternal Idol, 2016
After Rodin IX - The kiss, 2016
12
13
After Rodin V - Three faunesses, 2016
14
15
After Rodin VIII - I am beautiful, 2016
After Rodin XII - Eve after the Fall, 2016
Erwin Olaf After Rodin
16
Dansers van het Nationaal Ballet: Dario Elia Remi Wรถrtmeyer Anatole Babenko Clotilde Tran-Phat Sandra Quintyn Nadia Yanowsky Set Design: Floris Vos 1st Assistant (Assistant Photography) Wouter Van Gens Post Production: Patrick Bras (Eclipse Creative Retouching Studio) Hair And Make Up: Chiao Li Hsu After Rodin IV - The Three Shades, 2016
17
Tekst: Suzanne Rus
18
RODIN – GENIUS AT WORK 19 NOVEMBER 2016 T/M 30 APRIL 2017
‘Wij zijn arbeiders wier dagen nooit voorbij zijn’ Auguste Rodin (1840-1917) werd al tijdens zijn leven als genie erkend. Dat is nu nog steeds het geval: wie kent niet zijn Balzac, De Kus, De Denker? Hoe gaat een genie eigenlijk te werk? Wat gebeurt er in zijn atelier, doet hij alles alleen of werkt hij samen en hoe experimenteert hij? De tentoonstelling Rodin – Genius at Work onthult de geheimen van zijn atelier, met assistenten en modellen. Ook is er een breed scala aan experimenten te zien: assemblages, fragmentatie en vergrotingen. Rodin vond het achteraf heel positief dat hij destijds niet werd toegelaten aan de Academie voor Beeldende Kunsten. Hij kwam uit een eenvoudig milieu en begon zijn opleiding aan de Petite École, een voorloper van de School voor Decoratieve Kunsten. Hier leerde hij vooral uit het hoofd tekenen, iets wat hij zijn hele leven bleef doen. Geen strakke regels van het academisch onderwijs, met geregisseerde modellen die hij als levenloos beschouwde.
Het atelier
Eugène Druet Rodin te midden van zijn werken in het Pavillon de l’Alma, te Meudon Rond 1902, Zilvergelatineafdruk Musée Rodin, Parijs
Gedurende zijn carrière veranderde Rodin regelmatig van atelier. In 1908 werkte hij maar liefst op zes verschillende adressen. Het Dépôt des Marbres, dat hij huurde van de Franse staat, bleef zijn belangrijkste werkruimte. Rodins atelier had niets mysterieus, was niet mooi ingericht en van nature slordig, maar de aanwezigheid van de kunstenaar
omringd door zijn werken in staat van wording, maakte het tot een mythische plek. Dichter Rainer Maria Rilke – korte tijd ook secretaris van Rodin – beschreef het als volgt: “Rodin heeft meerdere ateliers, de meest bekende zijn de plekken waar de bezoekers en de post komen. Er zijn nog andere, verscholen, waar niemand wat van af weet. Het zijn kamertjes, lege en armzalige ruimten vol stof en somberheid.” Het atelier fungeerde als een artistieke gemeenschap, waar voor en rondom de beeldhouwer werd gewerkt. Na 1900 was Rodin een van de laatste kunstenaars die in de traditie van meesters uit de middeleeuwen en renaissance meer dan 50 mensen in dienst had. Gipsgieters, modelmakers, assistenten die de eerste ruwe ontwerpen maakten, de zogenoemde metteurs au points, marmerwerkers, persers, uitvoerders, ornamentisten, vergroters en manusjes-van-alles stonden ter beschikking van de meester. Rodin verdeelde en controleerde de taken en iedereen was druk in de weer met het volgen van zijn instructies. Hij betaalde hen per uur, per dag, per week of per maand. Daarnaast was het een komen en gaan van de vele leveranciers, gieters, patineerders, ciseleerders en transporteurs, en de voortdurende activiteit van het brengen van klei of blokken marmer en van vervoeren van werken naar hun eindbestemming. Het leek soms een fabriek, maar het atelier bleef vooral een belangrijke plek om het vak te leren en de nalatenschap van de meester over te dragen.
19
Auguste Rodin De hurkende Vrouw (voor Poort van de Hel), 1882 gips 32,3 x 28,5 x 20,6 cm Musée Rodin, Parijs
20
Auguste Rodin Abbatis (ledematen), Armen gips Musée Rodin, Parijs
Rodin was zo in beslag genomen door zijn werk dat hij een donderslag niet zou hebben gemerkt. ... Het leek of zich een soort barbaarsheid of dronkenschap van hem meester had gemaakt. Op zaterdagen ontving Rodin bezoekers in zijn atelier, vaak jonge kunstenaars, journalisten, verzamelaars, kunstliefhebbers en nieuwsgierigen. De schrijver Stefan Zweig (1881-1942) was zeer onder de indruk van Rodin’s werkwijze: “[Rodin] trok zijn witte stofjas weer aan, pakte een spatel en smeerde met één magistrale beweging de schouder glad zodat het de huid van een levende ademende vrouw leek. Hij zette weer een stap naar achteren […] Door een minieme retouche werd het effect opnieuw versterkt. Hij liep naar voren en naar achteren, bekeek het figuur in een spiegel, gromde wat, ongearticuleerde geluiden, veranderde, corrigeerde. Zijn ogen, die aan tafel vriendelijk dwaalden, flikkerden nu op een bijzondere manier, en hij leek ineens groter en jonger. Hij werkte, werkte, werkte met heel de passie en kracht van zijn zware lichaam […] Hij was mij hele-
maal v ergeten. Ik was voor hem niet meer aanwezig. Alleen zijn figuur, zijn werk bestond en daarachter het onzichtbare ideaal van absolute perfectie […] Rodin was zo in beslag genomen door zijn werk dat hij een donderslag niet zou hebben gemerkt. Zijn bewegingen werden steeds abrupter, steeds geïrriteerder. Het leek of zich een soort barbaarsheid of dronkenschap van hem meester had gemaakt. Hij werkte steeds sneller. Daarna werden zijn handen wat onzekerder. Het leek of ze hadden begrepen dat er voor hen niets meer te doen was. Een, twee, drie keer zette hij een stap naar achteren zonder iets te veranderen. Vervolgens mompelde hij iets onverstaanbaars, en plaatste voorzichtig de stukken stof opnieuw rondom het figuur, zoals je een sjaal over de schouders van een geliefde legt. Hij haalde diep adem, ontspannen. Zijn gestalte leek opnieuw zwaar geworden. Het vuur was gedoofd.”
21
22
Het model Een van de belangrijkste activiteiten in het atelier was het werken met mannelijke en vooral vrouwelijke modellen die vrij – en meestal naakt – in de ruimte konden bewegen, zonder de conventies van de academie. Om een houding of een detail vast te leggen, maakte Rodin ontelbare schetsen in potlood, zonder zelfs maar een blik te werpen op zijn vel papier. Daarna modelleerde hij in klei volgens een strikte methode, waarmee hij elk profiel in hoog-reliëf uitwerkte. Vanaf de jaren 1890 zou hij alleen nog maar tekenen naar levend model: “Ik kan alleen met een model werken. Het zien van menselijke vormen voedt en sterkt mij. Ik heb voor het naakt een oneindige bewondering, een verering.” De duizenden tekeningen van vrouwelijke modellen onthullen Rodins obsessieve nieuwsgierigheid voor het vrouwelijk lichaam. Hij kon geen genoeg krijgen van de vormen en bijzonderheden van de vrouwen die voor hem bewogen. Soms zorgde dit ook voor verrassingen: “Ik zag mijn model veranderen zonder te weten wat de oorzaak was. Ik veranderde mijn profielen […] Op een dag hoorde ik dat ze zwanger was. Toen begreep ik het.”
bijzondere plaats die het werk inneemt in zijn hele oeuvre. Het was een opdracht van de Franse staat voor een bronzen poort, bestemd voor het nieuwe Musée des Arts Décoratifs in Parijs. Bij de keuze van het thema heeft de kunstenaar zich laten inspireren door De Hel zoals de veertiende eeuwse schrijver Dante Alighieri die had beschreven in zijn Divina Commedia. Vanwege regeringswisselingen en een financiële crisis werden de plannen eerst uitgesteld en later geheel geschrapt. Rodin behield het eigendomsrecht over dit monument en bleef in zijn atelier in het Dépôt des Marbres tot aan zijn dood aan de gipsen versie van De Poort van de Hel werken. De Poort van de Hel omvat meer dan tweehonderd figuren, die Rodin in hoog-reliëf en in laag-reliëf ontwierp. Diverse figuren werden omgewerkt tot op zichzelf staande sculpturen door het gebruik van recyclen, assembleren, vergroten en fragmenteren. De assemblage van verschillende figuren onderling is een van de geheimen van het creatieve proces van Rodin. Een enorme hoeveelheid gipsen hoofden, handen, voeten, armen en benen, in allerlei vormen en maten
“Misschien dat men mij uiteindelijk helemaal niet meer begrijpt, maar toch zal ik voortgang maken” Maar wie waren de modellen die de kunstenaar inspireerden en hoe koos hij hen? In de Parijse wijken met veel ateliers waren de zogenaamde ‘modellenmarkten’. Tot in de jaren 1890 kwamen de meeste modellen uit Italië, vaak afkomstig uit de armste streken, zoals de Abruzzen. Sommige modellen kwamen hun diensten zelf aanbieden, zoals de Italiaan die voor het beeld Johannes de Doper poseerde. Er waren ook modellen wier namen van het ene naar het andere atelier werden doorgegeven. De kunstenaars gaven onderling commentaar op hun kwaliteiten en wisselden adressen uit. Toch waren de meeste modellen niet meer dan een van de vele namen die de bladzijden in Rodins agenda’s en notitieboekjes vulden, namen waar hij soms de kwaliteiten bij schreef die zijn aandacht hadden getrokken: ‘Mevrouw Octavie Lhonneur, mooie roodharige’; ‘Jeanne Charlier, dik’; ‘Charles Collucci, heel knap’. Het model moest voor Rodin karakter, kracht, geduld en – bij voorkeur – gebrek aan ervaring hebben. “De schoonheid van mijn modellen”, aldus de beeldhouwer, “wordt mij pas duidelijk als ze ophouden met poseren. Ik vertel hen nooit wat voor beweging ze moeten maken, maar ik zeg: ‘Wees boos, droom, bidt, huil, dans’.”
Experimenteren De Poort van de Hel hield jarenlang de creatieve geest van Rodin bezig. Het kan gezien worden als zijn belangrijkste beeldhouwwerk, zowel door zijn afmetingen, als door de Auguste Rodin Adam (voor De Poort van de Hel), 1881 Brons, gieterij Alexis Rudier, 1928-29 Art Gallery of Ontario, Toronto, aangekocht in 1929
vormde een rijke voorraad aan ‘reserve-onderdelen’ in zijn atelier. Zijn atelier-assistent Viktor Frisch omschreef Rodin’s uitgebreide collectie van gegoten vormen als volgt: “Hij liet altijd meerdere gipsen afgietsels van iets maken. Een hiervan werd intact gelaten, de andere werden in stukken gesneden, genummerd en gecatalogiseerd, zodat ze – soms pas jaren later – uit de opslag tevoorschijn gehaald konden worden. In deze ‘ontlede vorm’ konden ze vervolgens later, steeds weer opnieuw en telkens anders, in nieuwe samenstellingen geassembleerd en met andere inzichten gegroepeerd worden.” Deze manier van werken weerspiegelt zijn visie om het creatieve proces meer waarde toe te kennen en een eersterangs plek te geven, dan het belang om een werk te voltooien. Voor Rodin was geen enkel beeldhouwwerk definitief of onveranderlijk. Zelf verklaarde hij: “Misschien dat men mij uiteindelijk helemaal niet meer begrijpt, maar toch zal ik voortgang maken.” Die voortgang vinden we in zijn zoektocht naar waarheid en essentie. Rodin probeerde steeds weer te vernieuwen en verbeteren, en tegelijkertijd zijn beelden te vereenvoudigen. Hij verwaarloosde opzettelijk het onderwerp om de vorm beter te accentueren. Zijn vernieuwende aanpak en originele manier van beeldhouwen, gecombineerd met een zeer persoonlijke benadering van de natuur, maken hem tot een van de meest invloedrijke kunstenaars van de moderne tijd. G
23
RODIN – GENIUS AT WORK 19 NOVEMBER 2016 T/M 30 APRIL 2017
24
De tentoonstelling Rodin – Genius at Work is samengesteld door Musée des BeauxArts, Montréal en Musée Rodin in Parijs.
Bernes & Marouteau Het Pavillon de l’Alma (atelier van Rodin), in Meudon, na 1917, Musée Rodin, Parijs Photo © Musée Rodin
25
ALSOF RODIN HET ALLEMAAL VOELDE AANKOMEN DRIE GRONINGER BEELDHOUWERS & RODIN
26
Tekst: Bennie Timmer Beeld: Reyer Boxem
Vrijdagavondprogramma Zie groningermuseum.nl/ groninger-museum-vrijdagavond. Tickets alleen online via tickets.groningermuseum.nl. Prijs: € 28 inclusief cocktail, live muziek en toegang tot de tentoonstelling Rodin – Genius at work.
De huidige beeldhouwkunst laat in de volle breedte zien hoe kunstenaars hun materialen (op)bouwen, stapelen, uit elkaar halen, opnieuw samenstellen, weghalen en hakken. Materialen, mogelijkheden en werkwijzen zijn alleen maar toegenomen, denk aan metalen, polyesters, plastics, en andere kunststoffen. Maar niet alleen het materiaalgebruik, ook de thematiek speelt een belangrijke rol. In beide opzichten is Rodin een belangrijke invloed in het werk van drie bekende Noordelijke beeldhouwers: Eveline van Duyl, Natasja Bennink en Gert Sennema. Tijdens masterclasses op 30 december in het Groninger Museum presenteren zij dat op een bijzondere manier. De workshops worden voorafgegaan door een inleiding van kunsthistoricus Geert Pruiksma.
27
28
29
Beeldhouwer en fotograaf Eveline van Duyl (1957) woont en werkt in Westerwijtwerd. Zij volgde haar opleiding aan de Rietveld Academie in Amsterdam. Vanaf 2009 tot op heden beeldt zij belangrijke filosofen in de Westerse geschiedenis uit. Bijzonder in haar werkwijze is het gebruik van de meest uiteenlopende materialen, zoals dakbedekking, klosjes garen, gips, bont, houtfineer, paardenhaar, parelmoer en aangespoeld hout. Daarmee krijgt iedere filosoof zijn eigen gezicht, waarin tragiek en persoonlijkheid voelbaar worden. De beelden, aanvankelijk vooral klassieke filosofen, stonden de eerste jaren op strijkplanken, die symbool staan voor herhaling. Eveline van Duyl zegt over de invloed van Rodin op haar werk: “Rodin zag in een steen een beeld verborgen. Hij hoefde het alleen maar te bevrijden. Soms liet hij maar een klein stukje van het verborgene zien. Je hebt dan de illusie dat met het fragment van de kop of de gestalte het beeld in zijn geheel geboren is in de wereld van het licht. Ook al zie je maar een klein deel. Daarmee zie je ook het ontstaan van een beeld. De oppervlaktes van zijn beelden werden verschillend behandeld, soms meer uitgewerkt en glad, soms ruw bewerkt en soms bleef de steen onbewerkt. Deze werkwijze voert ook terug op de sculpturen van de slaven van Michelangelo. Onvoltooide werken waarin de suggestie wordt gewekt dat de figuren zich aan de steen ontworstelen. Nu doen de beelden het zelfs zelf!” Rodin is ook belangrijk vanwege zijn keuze voor materialen. ”Het idee dat er een voorstelling in iets verborgen kan zitten, ervaar ik sterk. Ik sta daarin niet alleen. Vandaag de dag zijn er kunstenaars die met ongebruikelijke, niet klassieke beeldhouwmaterialen, sculpturen maken. Zo kan ik bijvoorbeeld een stuk dakbedekking vinden en in mijn geestesoog verschijnt een beeld. Ik hoef het materiaal alleen nog maar van de vuilnisbak te redden en er mee aan de slag te gaan. En dan hopen dat de materie niet te weerbarstig is en dat mijn geestesoog zich kan verzoenen met het resultaat. Dat is niet ongebreideld, ik moet wel de klik hebben met het materiaal. Daarmee bedoel ik dat mijn onderwerp beter wordt uitgedrukt door gebruikmaking van juist dát specifieke materiaal. In eerste instantie is dat vaak een kwestie van gevoel.” Op de Vrijdagavond in het Groninger Museum geeft Van Duyl een workshop waarbij ze eigen werk verbindt met werken van andere kunstenaars die ongebruikelijke materialen tot een beeld weten om te smeden. Met de deelnemers gaat ze een beeld van een vrouw maken met verschillende soorten groenten. ”Met zijn allen leggen we op een tafel een wulps en begeerlijk beeld van een vrouw, een vruchtbaarheidsgodin. Als zij helemaal klaar is en nadat de foto’s zijn genomen, mag iedereen groenten van zijn of haar gading mee naar huis nemen (om later nog na te genieten)”. G
EVELINE VAN DUYL BIJZONDERE MATERIALEN
30
31
Natasja Bennink (1974) woont en werkt in Ezinge. Zij volgde haar opleiding aan ABK Academie Minerva te Groningen op de afdeling autonoom beeldhouwen en aan de School of Fine Arts te Athene, Griekenland. Haar werk bestaat voornamelijk uit levensgrote bronzen sculpturen van mensfiguren waarin het lichaam wordt gebruikt als drager van betekenissen: de mens als allegorie. Daarmee wil zij een universeel en maatschappelijk geëngageerde inhoud communiceren. Herkenning en tegelijkertijd provocatie.
NATASJA BENNINK SCHETSEN NAAR MODEL
Voor Natasja Bennink ligt de invloed van Rodin duidelijk in het menselijke lichaam en de betekenis hiervan: “Het lichamelijke biedt mij een referentiekader waarmee ik kan laten zien hoe het persoonlijke verweven is met het maatschappelijke én omgekeerd. Zo is één van de thema’s waarmee ik werk de liefde tussen mensen, de intimiteit, seksualiteit, verbeeld in een monumentale kus in brons. Door de gehele kunstgeschiedenis zijn er kussende beelden gemaakt. De bekende Kus van Rodin is daarvan het meest bepalende beeld. Mijn kussende beelden zijn een ode aan de liefde van nu, anno 2016 in al haar diversiteit, jong, oud, zwart-wit, hetero en lesbo, herkenbaar voor iedereen; de kracht en de kwetsbaarheid van liefde vastgelegd in brons.” Net als bij Rodin is de aanwezigheid van levende modellen van essentieel belang. “Door de rauwe toets en door reductie van anatomie van de modellen tot de voornaamste lijnen en vormen ontstaat een beeld dat ‘niet volledig is’. Dat roept spanning op die de werkelijkheid overstijgt. Tijdens het maakproces komt mijn werk in diverse stadia terecht, maar het vertrekpunt is altijd de menselijke anatomie en de liefde tussen de twee modellen. Daarom is de daadwerkelijke aanwezigheid van een model voor mij essentieel. Het menselijk lichaam fungeert als vertaling van mijn concept.” De Kus van Rodin en eigen werken van kussende paren vormen de inspiratie voor de workshop die Bennink op 30 december in het Groninger Museum geeft. Met de deelnemers gaat ze schetsen maken van een man en een vrouw die elkaar in allerlei dynamische standen kussen, op grote vellen papier met Siberisch krijt. G
32
GERT SENNEMA WANDELING Tekst: Ansje Monkhorst Beeld: Reyer Boxem
Gert Sennema (1962) is beeldhouwer, tekstschrijver, theatermaker en musicus. Hij woont en werkt in Grijpskerk en volgde zijn opleiding aan ABK Academie Minerva te Groningen. De invloed van Rodin op Sennema is het meest zichtbaar in zijn Portaal aan het begin van de Folkingestraat. Het is een bronzen deur die niet open kan en nergens heen leidt, als herinnering aan de Joodse bewoners die hier voor de Tweede Wereldoorlog woonden. Zelf zegt hij hierover: “Achter deze gesloten deur ligt de geschiedenis van de Folkingestraat verborgen. Een geschiedenis die niet meer naverteld kan worden omdat de mensen die er eens leefden tijdens de Tweede Wereldoorlog weggevoerd zijn.” Het Portaal is niet Sennema’s enige oorlogsmonument. Maar wel zijn eerste. “Ik had eigenlijk nog nooit een beeld in de ruimte gemaakt toen het Centrum Beeldende Kunst het project Verbeeld Verleden startte. Wel tijdelijke beelden, maar nooit iets permanent. En het was bepaalde geen sinecure. Een heel beladen onderwerp. Het vergde heel veel denkkracht, letterlijk weergeven dan wel iets suggereren.” Aanvankelijk was Gert Sennema dan ook van plan het luchtig aan te pakken. “Ik dacht iets met muziek om het wat lucht te geven. Iets met Joodse muzikanten. Totdat ik nadat ik eindeloos de Folkingestraat op en neer was gelopen, die blinde muur zag. Daar was nog heel vaag een tekst te zien: J. Meier, Goud en Juwelen. Voor mij was dat al bijna perfect.... een overgeschilderde muurschildering. En net toen ik had bedacht dat het daar moest gebeuren, vond ik ook nog een dicht gemetseld raam” “Ik ben vervolgens een studie gaan maken van deuren. De deuren van het baptisterium van Lorenzo Ghiberti in
Florence, het Forum Romanum, De Poort van de Hel van Rodin. En iedere keer werd ik er weer in bevestigd hoe zinnebeeldig zo’n deur is. Hoe prachtig dat beeld op zich al is. Een deur zonder klink. Gesloten. Je kunt er niet in”. Dat de titel niet De Deur werd maar Het Portaal heeft alles te maken met de verwijzing die Sennema er in wilde leggen naar de klassieken. Uiterlijk is het gewoon een paneel deur bestaande uit zes houten planken, die refereren aan de dood. Maar dan wel weer in brons. Door het te voorzien van een speciaal patina, wekt de deur de indruk van hout te zijn. “Ik koos voor brons omdat ik de relatie met Rodin wilde. Maar wel weer met een verwijzing naar de ruwhouten planken voor het Joodse element. Ik ben toch een houthakker, dan ontstaat zo’n idee toch deels ook vanuit die materie. Ik denk nu eenmaal altijd in hout.” Een ander belangrijk uitgangspunt in het werk van Sennema is ‘genius loci’, de eigenheid van een locatie. “Bij het ene werk is dat manifester dan bij het andere. Maar ik ga ervan uit dat kunst behoefte heeft aan context. Om een beeld betekenis te geven, om het niet decoratief te maken, om het zijn plek te geven in het verhaal van die plek. Eigenlijk is dat bij mij altijd het uitgangspunt voor welk beeld dan ook. Bij de een lijst het in de omgeving op te lossen, zoals bij Het Portaal, bij een ander beeld is het heel manifest aanwezig.” Op 30 december neemt Gert Sennema deelnemers mee op een wandelworkshop. “De werken van Rodin spiegel ik aan beelden in de stad Groningen, waaronder werken van mijzelf, zoals Het Portaal. Met mijn eigen beelden reageer ik soms impliciet en expliciet op het oeuvre van de grote leermeester. Speciale aandacht gaat uit naar de relatie beeld en omgeving, alsmede de verhalende kwaliteit in het werk van Rodin.” G
33
34
RODIN - GENIUS AT WORK 19 NOVEMBER 2016 T/M 30 APRIL 2017
Tekst: Renee Dannis Beeld: Erik & Petra Hesmerg
Dick Swaab Kunst en ons brein “Het is belangrijk dat kinderen al heel jong met kunst in aanraking komen, omdat ze dan al zo veel vastleggen voor de rest van hun leven.” Dick Swaab, hoogleraar neurobiologie en schrijver van de bestseller Wij zijn ons brein wil zich geenszins opwerpen als kunstexpert, maar ontwikkelde vanuit zijn vakgebied wél boeiende ideeën over het belang van kunst voor mens en maatschappij. Swaab geeft de eerste van een reeks lezingen op de vrijdagavond ter gelegenheid van de tentoonstelling Rodin – Genius at Work. Over wat kunst met het brein doet… en het brein met kunst.
Spijtig genoeg krijgen kunstenaars lang niet altijd de erkenning die ze verdienen voor hun bijdrage aan de vernieuwing. Swaab beaamt dat. “Kunstenaars lopen vooruit en komen daardoor vaak in de problemen. Zo vergaat het ook de wetenschapper die met iets nieuws komt en de grond in geboord wordt, totdat men ontdekt dat het echt zo is wat hij heeft beweerd. Die vernieuwing is iets dat de maatschappij maar mondjesmaat kan accepteren.” Ook Auguste Rodin stuitte met zijn vernieuwende beeldhouwwerken op verzet van de gevestigde orde; hij kreeg tot zijn veertigste nergens voet aan de grond.
Wat zijn de effecten van kunst op de hersenen, wat gebeurt er in je brein als je iets mooi of lelijk vindt of ervan weg wilt lopen? “De mens kijkt naar kunst zoals hij naar de rest van de wereld kijkt, maar bij kunst komen daarnaast ook emoties en beloning kijken of juist geen beloning, als je iets vreselijk vindt,” vertelt Swaab. “In je hersenen treden bij het kijken naar kunst dezelfde hersensystemen in werking als bij eten of seks. De informatie die je opslaat, beïnvloedt je uiteindelijke gevoelens over kunst, en de beslissingen die je vervolgens op dat gebied neemt. Daarom is het zo essentieel dat je kinderen al heel jong met kunst in aanraking laat komen. Je legt in die periode al zo veel vast voor de rest van je leven. In de adolescentie heeft dat zelfs blijvende effecten. Die periode bepaalt wat je de rest van je leven belangrijk of mooi vindt.”
Pogingen om de hoogleraar specifieke uitspraken over Rodin te ontfutselen, mislukken jammerlijk. Niet dat Swaab twijfelt over de grote artistieke waarde van diens werk, maar zijn aandacht ontsnapt al gauw naar Rodins maitresse en muze Camille Claudel, die ondanks haar enorme talent en invloed op Rodins werk, de laatste dertig jaar van haar leven in een krankzinnigengesticht sleet. Want de relatie tussen hersenziekten en kunst, dat vindt de neurobioloog mateloos interessant. Wat gebeurt er bijvoorbeeld met de kunst als de kunstenaar een hersenziekte heeft of krijgt? En wat gebeurt er vervolgens met degene die ernaar kijkt? “Van Willem de Kooning wordt gezegd dat hij Alzheimer had,” geeft Swaab als voorbeeld, “maar ik denk eigenlijk dat het frontotemporale dementie was, want daardoor raken mensen ontremd. Het was bekend dat De Kooning eindeloos over zijn werk deed, totdat hij dus in de laatste fase van zijn leven vele werken per jaar produceerde en ook een heel andere vorm van kunst maakte. Omgekeerd spiegel je als kijker of luisteraar ook de emotie van de kunstenaar. Zo kan een Van Gogh je onrustig maken. Uit een onderzoek in een psychiatrische kliniek blijkt dat de patiënten meer om angstwerende middelen vragen zodra er een Van Gogh aan de muur hangt. Hetzelfde gebeurt bij werk van Jackson Pollock.” Dus als Swaab er dan per se een werk van Rodin uit moet lichten, tja, dan is het wel het portret van Camille Claudel, waarin Rodin zowel zijn eigen als haar emoties toont. “Dat is minder glad dan zijn andere werken. Het laat zien dat zij in de problemen zat. Rodin vertelt hier veel meer over de persoon in kwestie dan hij in zijn andere werken doet.” G
Krankzinnigheid en kunst
Motor van vooruitgang Kunst ter verbreding van de individuele ontwikkeling dus. Pure luxe, zou je denken. Maar volgens Swaab hebben creativiteit en kunst wel degelijk meer dan alleen individuele voordelen. “Een complexe maatschappij als de onze vraagt voortdurend om vernieuwing. Kunst is daarin een vorm van communicatie. Creativiteit is niet alleen noodzakelijk voor de vernieuwing in de kunst, maar ook voor die in de wetenschap en techniek. Het brein van de mens heeft heel veel extra hersencellen die niet direct te maken hebben met het besturen van het lichaam - die hij over heeft om creatief te kunnen zijn op allerlei gebieden. Die creativiteit heeft de mens verder gebracht, ze is de motor van vooruitgang.”
35
36
37
Auguste Rodin De Gedachte (Portret van Camille Claudel), 1893-1895 gips, afgietsel naar het marmer dat in het Musée d’Orsay wordt bewaard 71,2 x 42,1 x 45,1 cm, Musée Rodin, Parijs
Auguste Rodin Eva, 1883 marmer, 76 x 24,5 x 31,5 cm Art Gallery of Ontario, Toronto gift van Dhr. en Mevr. Frank P. Wood in 1928
38
RODIN – GENIUS AT WORK 19 NOVEMBER 2016 T/M 30 APRIL 2017
Vrouwen waren voor hem, oneerbiedig gezegd, speelgoed
Tekst: Hester Witteveen Beeld: Janneke Nijenhuis
Een vrouw in een mannenwereld
RODIN ALS OORZAAK KRANKZINNIGHEID CLAUDEL? Op 9 december 2016 speelt actrice Els Buitendijk haar voorstelling Camille Claudel, in de schaduw van Rodin in het kader van de vrijdagavondprogrammering van het Groninger Museum. In de mannenwereld van de negentiende eeuw had Camille Claudel het talent en een enorme drijfveer een carrière als beeldhouwster te beginnen. Hierin werd zij sterk tegenwerkt door haar moeder, maar gesteund door haar vader. De grootste invloed op haar leven had de beeldhouwer Auguste Rodin. Hoe hij haar kon maken en breken is een rode draad in de voorstelling. Het was voor Claudel moeilijk om haar talent volledig te benutten. Het feit dat ze hierin zo werd tegengewerkt zorgde ervoor dat ze niemand vertrouwde. Ze kreeg zelfs last van achtervolgingswaanzin. “Een ander soort vrouw zou waarschijnlijk niet zo triest geëindigd zijn, die zou waarschijnlijk wat steviger in haar schoenen hebben gestaan,” meent de actrice. Ze werd gekleineerd door Rodin en moest bijvoorbeeld de handen en voeten voor zijn beelden maken, omdat Rodin dat zelf niet kon. Maar ze kreeg hier geen enkele waardering voor. Buitendijk vindt dat veel mensen een geïdealiseerd beeld hebben van Rodin. Ze wil niets afdoen aan zijn kunstenaarschap, maar wel de zeer twijfelachtige houding van de beeldhouwer ten opzichte van zijn leerlinge, want dat was ze, belichten. “Vrouwen waren voor hem, oneerbiedig gezegd, speelgoed.” Rodin was een vrouwengek die veel modellen gebruikte en daarin zijn positie als kunstenaar misbruikte. Het feit dat Claudel heftig verliefd op hem was, en hij op haar, wil niet zeggen dat hij niet beter had moet weten en deze verhouding niet had moeten stimuleren. In plaats daarvan gaf hij haar hoop en de illusie dat hij haar wilde trouwen. Toen dit niet door ging en Rodin bij Rose Beuret bleef, de moeder van zijn zoon, ging Claudel hieraan kapot. “Eigenlijk was hij de oorzaak van haar krankzinnigheid,” aldus Buitendijk.
Intens De keuze om het leven van Camille Claudel in een voorstelling te gieten is min of meer per toeval ontstaan.
Els Buitendijk stuitte in de bibliotheek op een biografie van de kunstenares geschreven door Anna Delbée. In eerste instantie kon het boek haar maar matig boeien. Toch had ze het gevoel dat ze door moest zetten en opeens ging het leven, ze ging de scenes zien: “Terwijl je leest zie je het voor je.” Dan komt de volgende stap: hoe bewerk je zo’n verhaal? Buitendijk zocht hiervoor de samenwerking met Audrey van der Jagt, de regisseuse van de voorstelling. Via de e-mail stuurden ze elkaar hoofdstukken op en voorzagen die vervolgens van commentaar. “Het is een heel leuke ontdekking als dat tot een boeiend en kloppend verhaal wordt.” De voorstelling, die een uur duurt, wordt omlijst met foto’s en steeds afgewisseld met muziekfragmenten die ze zelf heeft uitgezocht. De muziek versterkt het verhaal enorm en zowel publiek als actrice ervaren dit als een prettige vorm. Het geeft de voorstelling sfeer, het publiek tijd voor bezinking en ook voor Buitendijk is het een rustmoment tussen het vertellen door. Ze vertelt zeer bewust vanuit het perspectief van Camille Claudel. De nadruk ligt hierbij op haar persoonlijkheid als een “intens levend mens”. Na de voorstelling een paar keer gespeeld te hebben werd het Buitendijk duidelijk dat hierin de kern van het personage zit. “Je moet meteen laten zien dat ze heftig is”. Vaak op de rand van krankzinnigheid, ook tegenover Rodin. “Als jong meisje had Claudel al iets in zich, misschien hysterie? Je ziet het aan de ogen”. Door deze gekte vanaf het begin in haar spel te verwerken, begrijpt het publiek het einde ook beter. Het is aan het publiek om het verhaal, dat ook tussen de regels verteld wordt, in te vullen en zelf te beoordelen of dit ook inderdaad het geval was. Els Buitendijk ziet absoluut een parallel tussen haar leven en dat van Claudel waar het de drang naar een eigen carrière betreft. “Je beseft dat de vrouw het in haar tijd veel moeilijker had dan ik, en dat het voor mij iets is om heel dankbaar voor te zijn.” G
Els Buitendijk
39
Tekst: Andreas Blühm
40
RODIN – GENIUS AT WORK 19 NOVEMBER 2016 T/M 30 APRIL 2017
Rodin & Pygmalion Op de tentoonstelling Rodin – Genius at Work staat een vrij klein werk van de kunstenaar. Het springt niet meteen in het oog, maar verdient zeker nadere bestudering. Het gaat om Pygmalion en Galatea uit 1889. In het Groninger Museum is het originele gipsen beeld uit Musée Rodin te zien.* Pygmalion? Wie niet zo ingevoerd is in de Griekse mythologie denkt misschien aan het stuk van George Bernard Shaw uit 1913. Of aan de daarop gebaseerde musical My Fair Lady, die in 1956 op Broadway in première ging en later nog meer roem verwierf dankzij de Oscarwinnende film met Audrey Hepburn en Rex Harrison. Bij de Pygmalion van Shaw sluit professor Higgins een weddenschap dat het hem gaat lukken een bloemenverkoopstertje van haar Cockney-accent af te helpen en daarna te introduceren in Londens hogere kringen. "The rain in Spain stays mainly in the plain."
Vleeswording
Jean Raoux (1677-1734) Pygmalion amoureux de sa statue, 1717, olieverf op doek, 134 x 100 cm, Musée Fabre, Montpellier
Dat heeft niet zoveel meer te maken met het oorspronkelijke verhaal dat Ovidius optekende in het tiende boek van zijn Metamorfosen. In de moderne variant gaat het alleen nog maar om het kneden van een mens in overdrachtelijke zin. De oer-Pygmalion was een beeldhouwer die met zijn eigen handen een beeld maakte. In het verhaal van Ovidius was de beeldhouwer niemand minder dan de koning van Cyprus. Hij vroeg Afrodite hem een vrouw te schenken die leek op zijn
eigen creatie. De godin verhoorde zijn wens prompt en wel doordat ze het beeld zelf tot leven wekte. Dit oude verhaal valt natuurlijk op heel verschillende manieren te interpreteren. De mythe zelf is in de beeldende kunst niet eens zo heel vaak tot onderwerp gekozen. Opvallend is dat de meeste schilderijen en de weinige beelden stammen uit de achttiende eeuw. Meestal kiest de kunstenaar voor het moment waarop de beeldhouwer terugkeert in zijn atelier, waar hij in een mengeling van verrukking en ontzetting getuige is van de vleeswording van zijn beeld.
Schilderen of beeldhouwen Dat er zo weinig voorstellingen zijn van de Pygmalion-mythe is niet zo vreemd als je bedenkt hoe ontzettend moeilijk het is om uit te beelden hoe een standbeeld tot leven komt. Dat konden, althans tot ver in de achttiende eeuw lijkt het zo, alleen de schilders. Want alleen zij beschikten over de verf waarmee ze via kleurverschillen de stadia van het tot leven komen konden uitdrukken. De benen van het beeld waren nog marmerwit terwijl de wangen al rood kleurden. Beeldhouwers, die enkel met wit marmer of zwart brons werkten, hadden die optie niet. En zo stond de iconografie van Pygmalion sinds de zestiende eeuw in het teken van de aloude wedijver tussen schilderkunst en beeldhouwkunst. De meer vileine types onder de schilders mochten er dan ook graag op wijzen dat alleen zij een overtuigende weergave van de mythe konden bieden.
41
42
RODIN – GENIUS AT WORK 19 NOVEMBER 2016 T/M 30 APRIL 2017
Hij boog zich over het marmeren lijf alsof hij er verliefd op was De eerste beeldhouwer die zich, aangespoord door deze krenking, aan de klus waagde, was de Fransman ÉtienneMaurice Falconet (1716-1791). Hij presenteerde zijn beeldengroep op de Parijse Salon in 1763. Het knappe aan zijn creatie is dat hij enkel met een lichte vooroverbuiging de suggestie van bezieling wekt. Critici waren laaiend enthousiast, met name schrijver en filosoof Diderot (1713-1784). Het werk heeft zeker bijgedragen aan Falconets faam als beeldhouwer en zal ook hebben geholpen bij zijn aanstelling aan het hof van Catharina de Grote in Sint-Petersburg.
Lichtval Auguste Rodin was een van de laatste beeldhouwers die zich aan Pygmalion waagden. Zijn beeld borduurt voort op de wedijver tussen de kunsten, maar Rodin zou Rodin niet zijn als hij er niet iets radicaal anders mee had gedaan. We mogen ervan uitgaan dat hij het werk van Falconet kende. Een exemplaar daarvan stond immers in het Louvre, waar Rodin kind aan huis was. Falconet had bij zijn beeldengroep zoals in de late barok gebruikelijk verschillende materialen gesuggereerd door subtiele veranderingen in bewerking toe te passen. Rodin doet dat ook, maar het contrast tussen de superglad gepolijste en grof behouwen vlakken is bij hem
Auguste Rodin Pygmalion en Galatea, 1889 maquette, gips, 43,5 x27,7 x 31 cm Musée Rodin, Parijs
Etienne-Maurice Falconet (1716-1791) Pygmalion en Galatea, 1763, marmer, 59,5 x 40 x29 cm, Walters Art Museum, Baltimore
veel verder doorgevoerd. De lichtval moest de suggestie van leven wekken, ongeacht of het beeld van gips, brons of marmer was. Bij Rodin is de Cyprische beeldhouwer-koning geen jeugdige held, zoals gebruikelijk, maar een man van middelbare leeftijd. Wie weet is het een autobiografische verwijzing? Vervolgens drijft Rodin ook een beetje de spot met de verwachtingshouding van de toeschouwer. Wie goed kijkt, ziet dat de rechtervoet van de beeldhouwer lijkt op een hoef. Inderdaad: de eerste titel van het werk was Satyr en nimf. Rodin speelde graag met de namen van zijn werken, en hier bleef de satyrhoef bij Pygmalion hangen. Het ging hem niet alleen om de mythologische Pygmalion die van Afrodite hulp kreeg bij de bezieling van zijn kunstwerk. "Hij sprak met zachte stem, " schrijft Paul Gsell, "warm en vol overgave. Hij boog zich over het marmeren lijf alsof hij er verliefd op was. ‘Dit is echt vlees!’, zei hij." Rodin wás Pygmalion. G * Twee in marmer uitgevoerde versies staan in het Metropolitan Museum of Art in New York en de Ny Carlsberg Glyptothek in Kopenhagen.
43
44
VERKEERD VOORBEELD?
Tekst: Steven Kolsteren
De Kus is misschien wel een van de meest populaire werken van Rodin. Een man en een vrouw verstrengeld in elkaar, teder en tegelijk vol vurige passie. De gladde naakte huid in marmer die afsteekt tegen de ruwe rots waaruit zij gebeiteld zijn. Alles zit er in: verliefdheid, hartstocht, seks. Een magneet voor jonge geliefden, zo is het werk genoemd, dat sinds het in 1889 als afzonderlijk beeld was tentoongesteld in vele varianten en afgietsels door heel veel mensen bekeken en gewaardeerd kon worden. De bekende bronsfirma Barbedienne maakte afgietsels in vele afmetingen. Maar is het wel zo’n romantische gedachte die hier wordt uitgebeeld? Rodin ontwierp het beeld eerst als onderdeel van de bronzen deuren De Poort van de Hel, met als thema Paolo en Francesca da Rimini. Hij bleef zijn hele leven werken aan dit concept, oorspronkelijk een opdracht voor het Musée des Arts Décoratifs van de Franse regering in 1880. Toen de uitvoering niet doorging besloot Rodin vele figuren tot afzonderlijke beelden te bewerken of een nieuw beeld samen te stellen uit onderdelen van anderen. Zo ging de betekenis van deze innige kus verloren. Een waarschuwing voor jonge stellen: don’t try this at home!
Crime passionel Het publiek in de negentiende eeuw zal waarschijnlijk onmiddellijk ‘aha’ hebben geroepen bij het noemen van de namen Paolo en Francesca. De Florentijnse dichter Dante Alighieri komt hen tegen in de tweede cirkel van de hel, tijdens zijn tocht door Hel, Vagevuur en Hemel in zijn episch gedicht de Divina Commedia uit de veertiende eeuw. Ze zijn voor eeuwig aan elkaar gekluisterd in hun kus, in een soort wervelstorm. Wat zo prettig begon is nu een straf geworden. Dante had de gewoonte tijdgenoten die hem niet bevielen in de hel te stoppen, zoals de paus. Francesca was ook een tijdgenote, de dochter van de heer van Ravenna, Guido da Polente. Ze was politiek uitgehuwelijkt aan Giovanni Malatesta in Rimini en werd verliefd op diens broer, Francesco (die met een ander was getrouwd). Maar uiteindelijk betrapte Giovanni hen en vermoordde hij hen allebei. Een schokkende crime passionel natuurlijk, die nu meteen in schandaalbladen, tv series en films verwerkt zou zijn. Iets dergelijks gebeurde toen ook al. In de vijftiende eeuw creëerde de Florentijnse dichter Boccaccio bijvoorbeeld al een eigen versie van het
Auguste Rodin De Kus, verkleining nº 1, voor 1917 Brons, gieterij Barbedienne, rond 1916 69,9 × 38,7 × 43,2 cm MacKenzie Art Gallery University of Regina Collection, Regina (Saskatchewan) schenking van Mr. Norman MacKenzie
verhaal en maakte Botticelli illustraties van Dante’s dichtwerk. Er kwamen diverse spannende toevoegingen: zo zou Paolo eerst naar Francesca zijn gestuurd om haar ten huwelijk te vragen in plaats van zijn misvormde broer. Verder is er discussie of Giovanni hen bij de eerste kus betrapt zou hebben of ze al tien jaar een geheime verhouding hadden. En tot slot wordt hun dood dramatisch gemaakt doordat de bedrogen echtgenoot hen beiden met één zwaardsteek doorklieft.
Boek Dat zegt Dante allemaal niet, maar in de cultuurgeschiedenis wordt dit natuurlijk druk verbeeld. Met name in de negentiende eeuw zijn er wel meer dan tien opera’s en diverse symfonieën, bijvoorbeeld van Tsjaikovski. In de beeldende kunst zijn het vooral schilders die het fatale overspel (de kus, de moord, hun straf in de hel) afbeelden. In Frankrijk alleen al zijn er beroemde voorbeelden van Jean Auguste Dominique Ingres (1819), Ary Scheffer (1855, in het Louvre), Alexandre Cabanel (1870) en illustraties door Gustave Doré (1857). Allemaal werken waar Rodin zeker bekend mee was. Toch was hij een van de eersten die het thema in een naakte beeldengroep vertaalde. In 1852 had Alexander Munro een wat brave sculptuur gemaakt waarin Paolo Francesca kust terwijl ze een boek zit te lezen. Deze Munro was bevriend met de Pre-Rafaëliet Dante Gabriel Rossetti, een groot Dantefan, wiens voornaam hij deelde en wiens gedicht hij vaak als voorbeeld nam. In zijn versies van het thema (1855) laat Francesca het boek uit de handen vallen – ze heeft iets beters te doen dan lezen. Dit boek was het verhaal van de overspelige liefde van de echtgenote van koning Arthur, Guinevere en ridder Lancelot, een vergelijkbaar middeleeuws voorbeeld dat minder dramatisch afliep en bovendien verzonnen was. In Rodins Kus heeft de man (Paolo) het boek in zijn hand. Misschien heeft hij het van haar afgepakt, maar in elk geval niet op de grond gegooid. Hoewel de twee als voorbeeld van gestraften voor overspel rondzweven in de hel, heeft Dante ook wel medelijden als hij het verhaal uit Francesca’s mond hoort. Het was immers pure passie, en is dat een doodzonde? Rodin was zelf ook niet afkerig van vrouwen en seks. Daarom is het misschien wel goed dat het beeld uit de context van de Poort van de Hel losgemaakt is en gaan gelden als universeel voorbeeld van echte hartstocht. G
DON’T TRY THIS AT HOME!
45
‘MON CHER ET GRAND RODIN’ 46
Tekst: Marian Geboers
RODIN – GENIUS AT WORK 19 NOVEMBER 2016 T/M 30 APRIL 2017
In de ban van de meester beeldhouwer Rainer Maria Rilke (1875-1926) en Auguste Rodin (1840- 1917) hadden een bijzondere vriendschap. Beide waren baanbrekend in de overgang van de kunst van de negentiende naar de twintigste eeuw. De een gaf uiting aan zijn creatieve drang door het gebruik van de tweedimensionale vorm: hij kneedde het woord. De ander hanteerde de driedimensionale vorm: hij kneedde de materie. Hun vriendschap komt tot uiting in de verzamelde brieven van Rilke aan Rodin. Wie zich in deze brieven en de monografie die Rilke schreef gaat verdiepen, zal zich afvragen wat de vriendschap betekende voor Rilkes artistieke ontwikkeling. Wat leerde hij van Rodin? En hoe verhouden de sculptuur en het woord zich tot elkaar?
Leerproces
Edward J. Steichen Auguste Rodin, 1907, autochrome The Metropolitan Museum of Art, New York Alfred Stieglitz collection 1955.
Rainer Maria Rilke, geboren in Praag, groeide uit tot een van de grootste lyrische schrijvers/dichters van het expressionisme in de Duitse literatuur uit de 20e eeuw. De belangstelling van de nog jonge Rilke (27) voor de veel oudere Rodin (62) werd gewekt door Clara Westhoff, beeld-
houwster en oud leerling van Rodin. Ondanks zijn huwelijk met haar en de geboorte van hun dochter koos Rilke, een sensibele persoonlijkheid geplaagd door angstaanvallen en depressies, voor een rondtrekkend bestaan. Contacten werden afgewisseld met volledige afzondering, kastelen en 'grand hotels' werden ingeruild voor armoedige huisjes. Hij investeerde zijn hele wezen in de enige permanente woning, de taal. In de herfst van 1902 bezocht hij Rodin bijna dagelijks omdat hij een biografie over hem wilde schrijven. Zijn Frans was gebrekkig en Rodin sprak geen woord Duits, wat de jonge dichter een grote belemmering vond. Ondanks de vriendelijke omgang voelde hij zich niet echt verbonden met de maître, zoals hij hem noemde. In een gedicht over Rodin dat hij stuurde aan Clara geschreven op 21 november 1902, komt dit duidelijk naar voren: Des Meisters Leben geht von uns so fern, als war es schon in Mythen umgewandelt; wir fühlen nur die Dinge, die er handelt, - und nicht ihn selbst-: wir haben keinen Herrn
47
48
RODIN – GENIUS AT WORK 19 NOVEMBER 2016 T/M 30 APRIL 2017
49
Hij had zoveel ziel in zich dat zij zijn zware lichaam droeg alsof het niets was Balzac Auguste Rodin, geboren in Parijs, stond in 1902 op de toppen van zijn roem. De vrouwen lagen aan zijn voeten: zijn modellen, zijn minnaressen. Zijn meesterwerken waren grotendeels gerealiseerd, bijvoorbeeld het standbeeld ter ere van de schrijver/romancier Honoré Balzac (1799-1850). Ondanks groot protest wees de opdrachtgever het werk af, waarop Rodin het terugkocht en liet plaatsen in de tuin van zijn villa in Meudon, wachtend op betere tijden. Met dit controversiële werk doorbrak Rodin de op dat moment heersende normen in de beeldhouwkunst. Geen slaafse nabootsing van de werkelijkheid of idealisering, maar een weergave met zeer gedurfde vereenvoudiging van vormen. De beeldhouwer probeerde niet het lichaam van de schrijver te benadrukken (hij was nogal zwaarlijvig), maar de essentie van zijn persoonlijkheid en creativiteit. Een zin van de schrijver De Lamartine (1790-1869) inspireerde hem: “Hij had zoveel ziel in zich dat zij zijn zware
Auguste Rodin Balzac in dominicaner pij, rond 1892 Brons, gieterij Georges Rudier, 1982, I/II, 106,1 × 45,1 × 37,2 cm Los Angeles County Museum of Art, schenking van Iris and B. Gerald Cantor Foundation ter ere van Earl A. Powell, III
Auguste Rodin De Burgers van Calais in de tuin van Musee Rodin, 1889 Brons, gieterij Alexis Rudier, 1926 217 × 255 × 197 cm Musee Rodin, Parijs
lichaam droeg alsof het niets was.” Na langdurig en intensief werken werd hij zichtbaar: 'Een brede, flink doorstappende gestalte die door het vallen van zijn mantel al zijn gewicht verloor.' Rilke duidt het werk als volgt: “Het was het scheppen zelf, dat zich in de gedaante van Balzac openbaarde. Het hoofd dat achterovergeworpen was, leefde op de top van deze gestalte als (één van die) bollen, die op de stralen van fonteinen dansen. Alle zwaarte was vederlicht geworden, steeg op en viel neer.” Het harde werken en de tomeloze energie van Rodin in combinatie met de vasthoudendheid waarmee hij zijn doel bereikte, lieten Rilke zien wat hij wilde weten. Hij kreeg antwoord op zijn dringende levensvraag: “Hoe moet ik leven als kunstenaar?” Zijn werkhouding veranderde: eerder was hij afhankelijk van stemmingen en wachtte hij het moment van inspiratie af, nu bestudeerde hij zijn onderwerp langdurig en grondig op zoek naar een niet voor de hand liggende
visie, waarmee hij ons als lezer aanzet tot het plaatsen van vraagtekens bij de dingen die we denken te weten of altijd zo gedaan hebben.
Burgers van Calais Een andere wezenlijke les die Rilke leerde, is terug te vinden in zijn beschrijving van de Burgers van Calais, een dramatische uitbeelding van een historische gebeurtenis uit 1347. Met deze beeldengroep, een opdracht van de stad Calais, rekende Rodin af met de klassieke heldenstatus en de volmaaktheid van de mens. De figuren staan niet op een sokkel maar direct op de grond. Rilke beschrijft het werk als volgt: “Rodin heeft bij historische monumenten de gave het verleden te verheffen naar het tijdloze. Wanneer men om de groep heenliep, zag men tot zijn verrassing hoe zuiver en groot de gebaren vanuit de golfslag der contouren omhoogkwamen, zich verhieven, stonden en terugvielen in de massa als
vlaggen die men binnenhaalt. Het is alsof er in zijn gedachten honderd helden opstaan en zich willen offeren, en hij neemt ze alle honderd en maakt uit hen zes figuren als een eenheid, in zichzelf opgaand. In de plaats van de aanrakingen waren hier de oversnijdingen gekomen, die immers ook een vorm van aanraking waren, oneindig afgezwakt door het medium van de lucht die er tussen lag, erdoor beïnvloed en veranderd. Aanrakingen uit de verte waren ontstaan, ontmoetingen, een over-elkaar-heen-trekken van de vormen zoals men het soms bij wolkenmassa's ziet of bij bergen, waar ook de daartussen gelegen lucht geen afgrond is die scheidt, maar veeleer een verbinding, een licht uitgehouwen overgang.” De beschrijving van het werk door Rilke toont aan dat hij begreep hoe een driedimensionaal beeld kan werken. Hij stelde zich vervolgens tot taak het tweedimensionale karakter van het woord naar het driedimensionale te verheffen. Rodin heeft bij Rilke de blijvende wens gewekt om gedichten
50
Anoniem De Denker van Rodin in het atelier van de bronsgieter Eugène Rudier 1909 (?)
te schrijven als beeldhouwwerken. Hij begon zijn woorden net zo lang te kneden tot ze transformeren in metaforen, om er vervolgens een sculptuur van te boetseren in de vorm van een gedicht. En ons uit te dagen om met eenzelfde inzet het gedicht weer te ontrafelen en op ons in te laten werken, waardoor we tot nieuwe denkbeelden kunnen komen.
Zijn hele lichaam is schedel geworden en al het bloed in zijn aderen hersenen Denker De Denker, waarschijnlijk het meest legendarische werk van Rodin verwijst naar de typisch negentiende eeuwse gedachte van de idee van de universele Dichter en Denker. De Denker is te herleiden naar de Klassieke Oudheid en naar Rodins grote voorbeeld Michelangelo. Maar wat Rodin van zijn voorganger onderscheidt is de manier waarop de geestkracht van het denken zichtbaar is gemaakt in elke afzonderlijke spier. In de woorden van Rilke: “De man die de hele verhevenheid en alle verschrikkingen van dit schouwspel overziet, omdat hij het denkt. Hij zit verzonken en stom, zwaar van beelden en gedachten, en al zijn kracht (die de kracht van een handelende is), denkt. Zijn hele lichaam is schedel geworden en al het bloed in zijn aderen hersenen.”
Rodin was een goed getrainde waarnemer. Zijn manier van kijken bracht hij over op Rilke. Zijn werkwijze bestond uit het langdurig, visueel aftasten van een onderwerp om het vervolgens in je geheugen te prenten, zodat het tot je kon spreken. In het poëtische proces van de dichter betekende dit het einde van de beschrijvende poëzie. Het leidde niet meer tot een louter beschrijven van de werkelijkheid, maar naar een poëzie met een ongewone kijk, een nieuw perspectief en naar een manier van verbeelden waarin haar essentie zichtbaar wordt.
Verandering In december 1902 publiceerde Rilke zijn monografie over Rodin. Omdat deze geen Duits kon lezen, duurde het tot 1905, toen een Franse vertaling verscheen, voordat hij het boek tot zich kon nemen. Hij schreef een hartelijke brief aan de auteur en nodigde hem thuis in Meudon te komen logeren. Meer had Rilke zich niet durven wensen. Hij ging niet alleen deel uitmaken van Rodins vele bezigheden en verplichtingen, maar hielp hem ook ze te regelen om vervolgens de secretaris van de beeldhouwer te worden. Dat was geen onverdeeld succes. Rodin, uitgesproken mannelijk en dominant, nam de gewillige en de zich opofferende assistent steeds meer in beslag, zonder respect te tonen voor zijn scheppende ruimte, die hij nodig had. Bovendien werd hij na het verstrijken van de jaren steeds humeuriger en zijn temperament onbeheerster. Rilke voelde zich in een hoek gedrukt. In een brief van februari 1906 schreef hij aan zijn vrouw. “Er groeit een sterk verlangen naar een langdurig alleen zijn, naar vrijheid.” In mei 1906 ontsloeg de beeldhouwer hem zelfs, maar een jaar later kwam het weer tot een verzoening toen Rodin hem schreef: “Kom me bezoeken als je in Parijs bent, er is veel te bespreken. We hebben de waarheid nodig, de dichtkunst en onze vriendschap.” Dezelfde dag nog stuurde Rilke een brief terug met als aanhef: ‘Mon cher et grand Rodin’. Niet langer ‘maître’: Rilke is niet meer de nederige leerling. Bijna vier jaar lang was Rodin voor Rilke het middelpunt van zijn denken en voelen. Hij liet hem als een natuurkracht op zich inwerken. De beroemde beeldhouwer bracht een grote geestelijke verandering teweeg in Rilkes scheppingsdrang. Zijn persoonlijke conflicten met de oudere kunstenaar wierpen geen schaduw over het beschrijven van en het schrijven over Rodins kunst. G Bij het schrijven van dit artikel is gebruik gemaakt van Rilke’s monografie over Auguste Rodin (Leipzig 1913), de vertaling door Philip van Dijk en Willem Bierman (Nijmegen 1990) en de verzamelde brieven van Rilke aan Rodin (Frankfurt am Main 1987).
51
52
RODIN – GENIUS AT WORK 19 NOVEMBER 2016 T/M 30 APRIL 2017
Tekst: Peter Dicke Beeld: Erik & Petra Hesmerg
TONNY BEENTJES
Geen neus van Michael Jackson In de nacht van 16 op 17 januari 2007 werden zeven beelden gestolen uit de beeldentuin van Singer Laren. Zes hiervan werden (op enkele fragmenten na) nooit meer teruggevonden, eentje zwaargehavend: De Denker van Rodin. Tonny Beentjes, als metaalconservator verbonden aan het Rijksmuseum en de Universiteit van Amsterdam, werd benaderd om de restauratie van De Denker op zich te nemen. Hij leverde met zijn team een huzarenstukje af. In het vrijdagavondprogramma tijdens de tentoonstelling Rodin – Genius at Work geeft Beentjes een lezing over grote tegenstand, technische durf en de uiteindelijke triomf: “Vijf jaar eerder hadden we het nooit voor elkaar gekregen.” Tonny Beentjes bevindt zich in het Atelier, schuin tegenover het Rijksmuseum, waar hij onder andere masterstudenten van de UvA opleidt tot metaalconservator. Hier werd ook De Denker tussen maart 2009 en oktober 2010 gerestaureerd. We zitten aan de tafel waar het meeste werk werd verricht aan het door twee naïeve koperdieven toegetakelde beeld. Met een slijptol had het duo gepoogd het beeld in stukken te zagen, met als doel deze als onherkenbare brokjes brons te verkopen. De schrootwaarde van het beeld lag op 350 euro, de verzekeringswaarde op een miljoen. Naast een gebrek aan kunsthistorische kennis bleken de twee ook op het gebied van roven matig geschoold te zijn: ze lieten zoveel sporen achter, dat ze binnen twee dagen opgepakt konden worden.
Kracht Voordat de Larense Denker naar het Atelier kwam, was Beentjes al goed bekend met het werk van Rodin, waarbij zijn waardering voor het oeuvre een ontwikkeling doormaakte. “Je had vroeger de gebruikelijke schoolreisjes naar Parijs. In Musée d’Orsay maakte ik voor het eerst kennis met zijn werk. Soms vond ik hem iets te romantisch, zoals bij De Kus, en De Denker vond ik lange tijd vooral erg cliché: er hoeft maar een column in de krant te staan die over denken gaat, en hij staat erbij. Maar dit veranderde toen ik het origineel voor me had en het privilege had het beeld van binnen en van buiten te leren kennen: je zit bijna neus tegen neus, het is een haast intieme ervaring. En ik moet zeggen dat in die anderhalf, twee jaar dat het beeld hier stond, het steeds meer won aan
kracht, aan sterkte. Het begon zeker niet te vervelen en dat vind ik ontzettend knap voor iets dat je eigenlijk al heel goed denkt te kennen. Later ben ik ook de meer onbekende werken van Rodin gaan bekijken, en ik moet zeggen: het is wel een kunstenaar die steeds meer aanspreekt”. Lachend: “Ik zou het helemaal niet erg vinden om te leven met werken van hem!” Niet alleen het werk, maar ook de persoon zelf spreekt Beentjes erg aan: “Rodin is een ontzettend interessant figuur: hij was zo vernieuwend. In de negentiende eeuw was het gangbaar dat beeldhouwwerken heel erg mooi werden gemaakt, heel netjes en met veel detail. Zelf is hij ook ooit in die geest begonnen, maar gaandeweg zette hij zich daar steeds meer tegen af. Zijn werk werd groffer, hij wilde de essentie overbrengen.”
3D-printen Er doemt een parallel op met het restauratiewerk van Beentjes aan De Denker: vernieuwend, maar niet te gedetailleerd. “We maakten als eersten in ons vakgebied gebruik van 3D-printen. Door een oorspronkelijk gipsmodel te scannen, konden we de ontbrekende onderdelen van De Denker van Laren in 3D uitprinten. Maar doordat er in hoogdefinitie was gescand, zou de 3D-print waarschijnlijk veel meer detail krijgen dan het origineel ooit heeft gehad, en dan zou het zijn doel voorbij schieten. In ons vakgebied gebruiken we dan ook wel de term ‘de neus van Michael Jackson’: als iemand door een plastisch chirurg is verknoeid, is het daarna heel lastig om het weer ongedaan te maken. Zo is het ook op het gebied van restaureren: je moet weten wanneer je moet stoppen.” Zelf is Beentjes nog lang niet klaar met Rodin en De Denker: “Als follow-up ben ik een promotieonderzoek begonnen aan de UvA, dat in de kern gaat over de giettechniek van De Denker. Tijdens ons vooronderzoek in de aanloop naar de restauratie merkte ik dat er over die techniek praktisch niks te vinden was. In wezen heb ik het boek geschreven dat ik graag tot mijn beschikking zou hebben gehad voordat de restauratie begon – die lacune is op deze manier dus wel ingevuld!” Het promotieonderzoek is nagenoeg afgerond en de verdediging staat gepland voor medio 2017. En daarna door met Rodin? “Ik moet zeggen, het verveelt me nog steeds niet.” G
53
54
VRIENDEN VAN HET GRONINGER MUSEUM ARIE VAN DRONGELEN
Al sinds zijn jeugd houdt beeldhouwer en schilder Arie van Drongelen van het werk van Rodin. Het ongepolijste en beweeglijke van de Franse kunstenaar inspireerde hem in zijn eigen werk. Wat spreekt hem het meeste aan? Arie van Drongelen zet twee beeldjes naast elkaar op de tafel. Het zijn vrouwelijke torsen, met vleugels aan de schouders. Het ene beeldje is ruw, grijswit, het ziet er oud uit. “Alsof het opgegraven is, toch?” zegt Van Drongelen. Het andere beeld heeft precies dezelfde vorm, maar dan is het donkergroen, en niet ruw, maar glimmend, met glooiende vormen. Het eerste heeft een giethuid, legt hij uit, je zou kunnen zeggen dat het de eerste versie is. Het gladde beeld is verder bewerkt, gepatineerd. Beide beelden zijn door hem zelf gemaakt. Het gladde, groene beeld is misschien het meest geïnspireerd op het werk van Auguste Rodin. “Door goed te kijken naar zijn beelden leerde ik hoe je beweging kunt suggereren,” zegt Van Drongelen. “Dat kon hij als geen ander. Kijk, de bultjes en ribbels hier en daar, die weerkaatsen het licht. Daardoor lijkt het te bewegen.” Maar ook in het ruwe beeld ziet hij wel iets van Rodin terug. “Zijn werk liet me zien dat kunst niet gaaf hoeft te zijn, maar ruig en onaf mag zijn.”
Ontmoetingen Arie van Drongelen was jarenlang huisarts in Finsterwolde. Hij beeldhouwt en schildert sinds zijn schooltijd. In het café-restaurant van zijn ouders ontmoette hij als jongen veel kunstenaars. “Daar heb ik het mee getroffen,” zegt hij. “Van hen leerde ik veel over kunst.” Op de middelbare school ontwikkelde hij zich in tekenen, schilderen en beeldhouwen, maar vond dat hij te weinig talent had om er zijn vak van te maken. Toen hij jaren later als jonge huisarts in Finsterwolde terecht kwam, raakte hij bevriend met een beeldhouwer die net een gieterij was begonnen in het dorp. “Ook weer zo’n gelukkig toeval,” zegt Van Drongelen. Na jaren gewerkt te hebben met klei kon hij nu wassen beelden laten gieten. “Was is een geweldig materiaal, want je kunt het blijven veranderen.” Rodin kende hij aanvankelijk alleen uit boeken. “Hoe meer ik over hem las, hoe meer ik hem ging bewonderen. Maar toen ik in de jaren zeventig voor het eerst in het Parijse Musée Rodin kwam, ging zijn werk pas echt leven.” Eerst waren het vooral beroemde beelden als De Denker en De Kus die Van
Tekst: Dorien Vrieling Beeld: Christopher Smith
55
Drongelen aanspraken, later raakte hij meer geboeid door de ruigere werken. “Hij laat mensen vaak op een onesthetische manier zien. Zijn dansers, bijvoorbeeld, hebben niet per se elegante poses, maar ze maken indruk vanwege hun heftige, wilde bewegingen. In al het werk van Rodin zit een dierlijke, seksuele lading. Een soort oerdrift.”
Engelen Van Drongelens huis staat vol beelden. Op de eettafel een door hem zelf gemaakte kandelaar in de vorm van een engel, “engelen waren een tijdlang een belangrijk thema in mijn werk”, in de vensterbanken torsen, portretkoppen. Enkele werken van Arthur Spronken, “de beste levende Nederlandse beeldhouwer”. En er liggen veel boeken. Onlangs begon hij opnieuw de dichter Rainer Maria Rilke te lezen. “Hij heeft schitterende teksten geschreven over het werk van Rodin, waarin hij probeerde diens werk bekendheid te geven. In die jaren, begin twintigste eeuw, werd Rodin nog niet begrepen. Rilke zag Rodins levenskracht, maar ook zijn enorme werklust. Kunst kun je alleen maken door altijd te werken, wist Rodin. Het is geen kwestie van wachten op inspiratie.” Kunst is ook: je blijven ontwikkelen, zegt Van Drongelen. Soms zelfs iets stukmaken, het opnieuw vormen. “Rodin hakte weleens een arm of een been van zijn werk af. Hij wilde laten zien dat het niet om het voltooide beeld gaat, dat de kijker hoe dan ook het kunstwerk in zijn gedachten tot stand brengt.”
Bedoeling Het ultieme werk van Rodin is voor hem De Poort van de Hel. “Het is zijn grote levenswerk. Een bronzen deur van wel zes meter hoog, waarin allerlei beelden die hij gemaakt heeft samenkomen, net als zijn thema’s: liefde, erotiek en dood. Het raakt me dat hij jarenlang bewust een oeuvre heeft opgebouwd, dat samenkomt in De Poort van de Hel. Hij heeft zich nooit laten verleiden tot het maken van lieve portretjes in opdracht, hij heeft bij alles een bedoeling gehad.” Hoe vaak hij de werken van Rodin ook al heeft gezien, Van Drongelen kijkt uit naar de tentoonstelling in het Groninger Museum. “Ik hoop dat de tentoonstelling zijn werk weer bij een nieuw publiek brengt. Jonge mensen lijken soms een beetje bang voor het figuratieve te zijn. Ze zien een beeld of een schilderij van een landschap snel als kitsch. Dat vind ik jammer.” Het liefst wil hij in de tentoonstelling schetsen in gips van Rodin zien. “Die brengen je het dichtst bij de kunstenaar, en dat is waar je als bewonderaar wilt zijn.” G
KUNST MAG RUIG EN ONAF ZIJN
Tekst: Mariëtta Jansen
56
UITGELICHT RULOFF MANUPUTTY 5 NOVEMBER 2016 T/M 9 APRIL 2017
Ruloff Manuputty (TUAL 1926 – 2002 GRONINGEN)
Tjap Gomè, Het stenen beest, Studio Havé, het zijn titels uit het niet alledaagse oeuvre van Ruloff Manuputty. Zijn werk kenmerkt zich door het op originele wijze verbinden van een oosterse en westerse beeldcultuur. Het Groninger Museum besteedt vanaf 5 november 2016 tot en met 9 april 2017 met ruim dertig werken aandacht aan deze bijzondere kunstenaar.
Jong in Groningen
Ruloff Manuputty, foto genomen met de zelfontspanner, 1956-57
Manuputty’s werk was al eerder te zien in het Groninger Museum. In 2009 was hij vertegenwoordigd in de groepstentoonstelling Jong in Groningen – Kunst uit de periode 1945-1975 die samengesteld werd door Henk van Os. In de gelijknamige catalogus vertelt Van Os onder de indruk te zijn van zijn schilderijen en is met name enthousiast over de combinatie van decoratieve en expressieve kwaliteit: “Over een hechte compositie van kleurvlakken waren staketselachtige, heel expressieve structuren aangebracht. Je kon denken aan zogenaamd primitieve kunst, aan batikken, aan de meest grafische kunstenaars van de École de Paris, George Mathieu, aan de beeldhouwer Tajiri.”* “Nog veel te weinig mensen”, zo vervolgt Van Os, “beseffen hoeveel invloed de kunst van Ruloff Manuputty in Groningen heeft gehad op jonge kunstenaars van toen.” Deze constatering
is zonder meer van toepassing op Henri de Wolf (Magelang 1938 – 1986 Groningen), die net als Manuputty uit Indonesië afkomstig was en in de jaren vijftig in Groningen belandde. De Wolf beschouwde Manuputty zelfs als zijn leermeester.
Culturele wisselwerking Ruloff Simon Alexander Manuputty werd in 1926 geboren op de Molukse Kei-eilanden, waar zijn vader predikant was. In 1949 kwam hij, mede dankzij de bemiddeling van zijn tekenleraar, naar Nederland om te gaan studeren aan het IvKNO (Instituut voor Kunstnijverheidsonderwijs), de voorloper van de huidige Rietveldacademie in Amsterdam. In 1953 legde Manuputty met goed gevolg zijn examen af en werd in staat gesteld zijn opleiding te vervolgen aan de toonaangevende Allgemeine Kunstgewerbeschule in Bazel. Het is een periode die van blijvende invloed is op zijn werk. Zo raakte Manuputty gedurende zijn studie sterk onder de invloed van het werk van kunstenaars als Joan Miró en Paul Klee en spreekt ook de vrijmoedige Cobrakunst tot zijn verbeelding. Anderzijds lagen er bronnen voor zijn schilderkunst in zijn vaderland, zoals de traditionele batik- en decoratieve kunst. In zekere zin verweefde Manuputty al schilderend deze invloeden tot een eigen beeldtaal waarbij hij regelmatig balanceerde op de grens tussen figuratie en abstractie.
57
58
59
Ruloff Manuputty Tjap Gomè (De Chinese drakendans), 1961, gemengde techniek op paneel 122 x 182,5 cm, collectie Jos van Groeningen, Eelde (foto: John Stoel)
Ruloff Manuputty Het stenen beest, 1960, gemengde techniek op paneel 84 x 138 cm, particuliere collectie (foto: John Stoel)
Boek, documentaire en app
Na zijn Wanderjahre keerde Manuputty in maart 1954 terug naar Nederland. Niet veel later wordt hij aangesteld als tekenaar-ontwerper bij de Noord-Nederlandse Cliché Fabriek in Groningen om in 1956 te gaan werken bij Drukkerij-Studio-Havé. Dit onderwerp keert dikwijls terug in zijn kunst. Bij Havé klom Manuputty op van studiochef tot artdirector en kwam hij in contact met een jonge lichting Groninger kunstenaars, zoals Henri de Wolf, met wie hij op gezette tijden ook zijn atelier aan de Oudeweg in Groningen deelde. Manuputty wilde zijn eigen weg gaan en in tegenstelling tot bevriende kunstenaars zoals Jan Loman, Edu Waskowsky en Henri De Wolf werd hij niet lid van de Kunstenaarsgroep NU, die in 1959 op instigatie van Groninger Museum directeur W. Jos de Gruyter werd opgericht.
Herinnering en symboliek Begin jaren zestig schilderde Manuputty een reeks bijzondere werken, zoals Het stenen beest en Tjap Gomè (De Chinese drakendans) waarin zijn verleden verrassend
doorklinkt. Het Stenen beest bijvoorbeeld gaat terug op een jeugdherinnering. Naar verluidt lag er in een baai op Ambon een grote hoeveelheid stenen waaronder een bijzonder fors exemplaar, ‘het stenen beest‘ genaamd. Zijn grootmoeder dreigde de kleine Ruloff daar naar toe te brengen als hij ondeugend was. Het maakte een blijvende indruk want in 1960 schilderde Manuputty het beest op onnavolgbare wijze. Tjap Gomè (De Chinese drakendans) van een jaar later is een onderwerp dat in verband kan worden gebracht met de Chinese afkomst van zijn moeder. Jos van Groeningen, oud-directeur van Museum De Buitenplaats in Eelde, verwierf het schilderij al vroeg en schrijft in het voorwoord van de recent verschenen uitgave Ogenschijnlijke verschillen: Ruloff S.A. Manuputty, een Molukse schilder in Nederland: “Ruloff Manuputty: in de taal van zijn jeugd op de Indonesísche Kei-eilanden betekent dat- zo vertelde hij mij ooit- Witte Vogel. (...) Manuputty sprak – als hij al sprak – van zijn eigen persoonlijke taal als schilder, waarmee hij meer wilde “uitbeelden” dan afbeelden. Het kwam neer op zijn eigen beleving van wat hij
waarnam in eigen kleur en vorm, een eigen beeldtaal die hij op eigen wijze en met eigen middelen invulde, fascinerend op de grens van abstractie en realisme. Daarbij gebruikte hij allerlei middelen, zoals kolenresten, teer en tuinaarde die hij daarmee als een netwerk over een gekleurde ondergrond aanbracht en die ondergrond een opvallend vaste structuur gaf.” Deze materiaalkeuze wordt zichtbaar in de zojuist genoemde werken. De tentoonstelling besteedt daarnaast ook aandacht aan Manuputty’s latere schilderijen, waarin het verfoppervlak een bijzonder verfijnd karakter heeft gekregen maar telkens drager blijft van een beeldtaal die geladen is met herinneringen en symboliek. In 1964 kreeg Manuputty een betrekking als docent aan de kunstacademie ‘Vredeman de Vries’ in Leeuwarden. Een jaar later werd hij daar tevens directeur, een functie die hij tot aan zijn pensioen in 1987 zou vervullen. In zijn vrije tijd bouwde Manuputty gestadig verder aan een uitzonderlijk oeuvre. G * Henk Van Os, Jong in Groningen - Kunst uit de periode 1945-1975, Groningen/Rotterdam, 2009, p 21.
De tentoonstelling sluit aan bij de recent verschenen uitgave: Elly Koen, Ogenschijnlijke verschillen - Ruloff S.A. Manuputty een Molukse schilder in Nederland 1926-2002, Lecturis 2015. Tijdens deze expositie wordt de documentaire over Ruloff Manuputty Ervaringen van een witte vogel (Stichting Beeldlijn 1989, regie Buddy Hermans) op een aantal beeldschermen in het Info Center vertoond. ‘Schilderen’, zo vertelt Manuputty in deze film ‘is niets anders dan een dagboek maken met beelden. Het academische zegt me niets. (…) “net echt” is eigenlijk een leugen. Ik zoek naar een beeldtaal die ik zelf bepaal.’ Bij de tentoonstelling is met de Groninger Museum app muziek te beluisteren van violiste Simone Manuputty. Ze maakte composities speciaal bij de schilderijen van haar vader, aangevuld met songs van haar band Point Quiet die volgens de muzikante aansluiten bij deze schilderijen. De app kan gratis gedownload worden in de google play store en de App store.
60
Tekst: Sue-an van der Zijpp Beeld: Lisa Klappe
MAARTEN BAAS 18 FEBRUARI 2017 T/M 24 SEPTEMBER 2017
TIJD VOOR MAARTEN BAAS Op mijn telefoon heb ik een app die, net als een digitale wekker, de tijd met grote rode cijfers aangeeft. Op het eerste gezicht lijken die cijfers niets bijzonders. Als je beter kijkt, zie je achter die cijfers het vage silhouet van een figuur. Deze is als een soort glazenwasser constant met een wisser in de weer om de zeven segmenten waaruit de cijfers zijn opgebouwd schoon te wissen of zwart te maken, zodat de cijfers ontstaan die de juiste tijd aangeven.
Niet de techniek beheerst de klok, maar een mens van vlees en bloed. Het idee om de mens in verband te brengen met het mechaniek van een klok, ooit de ingewikkeldste machine die gemaakt kon worden, of om diezelfde mens te vergelijken met een machine, lijkt misschien iets van deze tijd, maar stamt al uit de zestiende eeuw. De manier waarop dat in de app gebeurt is wonderlijk en levert een hypnotiserend tafereel op.
Gevangen in de tijd Hoe langer je er naar kijkt, hoe meer de indruk ontstaat dat de figuur gevangen is in de klok, alsof hij gedwongen is om steeds dezelfde simpele handelingen uit te voeren in steeds hetzelfde tempo. Daarmee lijkt het beeld een metafoor voor de tirannie van de moderne tijd waarin iedereen, vaak volledig tegen het individuele bioritme in, geleefd wordt door de klok.
Steeds preciezer is de tijdsaanduiding geworden. Met een klok met wijzers kon je nog een beetje smokkelen, maar de digitale klok, vaak op de seconde precies, is onverbiddelijk. Efficiëntie en productiviteit zijn nog steeds heel dwingende maatschappelijke normen. Het resultaat is een opgejaagde, uitgebluste samenleving, waarin ieder het druk, druk, druk heeft en massaal zijn toevlucht zoekt in mindfulness-achtige zaken. Met rust en aandacht aan iets werken lijkt het nieuwe ideaal van deze tijd, en opvallend genoeg belichaamt die vlijtige figuur ook dàt. De app, die voor 99 eurocent in de App store te downloaden is en deel uitmaakt van een grotere serie klokken getiteld Real Time, heet AnalogDigital en is ontwikkeld door de ontwerper Maarten Baas (1978). De grappige tegenstelling van een digitale tijdsaanduiding die geleidelijk handmatig tot stand wordt gebracht is in de titel vervat. Het is een geweldig werk, ogenschijnlijk simpel, maar met een enorme rijkdom aan ideeën en associaties en vooral ook door zijn prijs heel bereikbaar. Revolutionair bijna, voor de designwereld waar ‘designer’ objecten al gauw voor drie nullen meer over de toonbank gaan. Daarbij komen in het werk ook allerlei disciplines bij elkaar zoals film, theater, beeldende kunst, technologie en design.
61
62
63
Van 18 februari tot 24 september 2017 organiseert het Groninger Museum de eerste grote overzichtstentoonstelling met werk van Maarten Baas. Baas’ oeuvre is heel divers. Met meubels, objecten, video’s en performance, in oplage en unica, onderzoekt hij verschillende thema’s en concepten die vaak een cross-over vormen met andere disciplines als beeldende kunst en theater. Zijn werk is conceptueel, radicaal, speels, theatraal en in toenemende mate ook poëtisch en kritisch. Hiermee
Rollenspel Deze interdisciplinariteit is kenmerkend voor de ontwerper die, met een goed gevoel voor theater en rollenspellen, zichzelf ook regelmatig in verkleedpartijen stort. Voor een van zijn nieuwste werken schoor hij zijn haar in een vreemde coupe om vervolgens bijna onherkenbaar te poseren als een enigszins lijpe figuur in een witte laboratoriumjas. Voor een andere gelegenheid nam hij de rol van spreekstalmeester op zich en op weer een ander moment leek het alsof hij zelf in een klok was gekropen. Het zijn praktijken waar je waarschijnlijk niet meteen aan denkt wanneer het woord ontwerper valt, maar deze theatrale inslag is terug te vinden in bijna al Baas’ werken, van zijn verbrande stoelen tot zijn gekleide meubels en dus ook in deze serie wonderlijke klokken. Het Groninger Museum volgt Maarten Baas al jaren en heeft door middel van opdrachten en bijzondere verwervingen een speciale band met deze kunstenaar opgebouwd. In 2003 en 2006 liet het museum hem meerdere installaties maken. Toen in 2010 het hele Groninger Museum werd gerenoveerd en drie jonge ontwerpers het verzoek kregen om de bibliotheek, een ontvangstruimte en het museumcafé aan te pakken, werd Baas gevraagd voor de herinrichting van het café.
Terug in de tijd Een opmerkelijke meubelverbranding stond aan de basis van Maarten Baas’ carrière. Voor zijn afstudeerwerk in 2002 aan de Eindhoven Design Academy zocht Maarten Baas op internet een aantal anonieme barokmeubels die hij vervolgens verbrandde. De verkoolde en daardoor bros geworden objecten behandelde hij daarna met een coating van vele lagen transparante epoxy die ze weer sterk en bruikbaar maakte. Behalve op deze antieke meubels paste hij het procedé ook toe op een aantal goedkope IKEA items. Het resultaat, de Smoke-serie, was een prikkelende samenkomst van allerlei thema’s. Zo stemmen zijn stukken tot nadenken over de
heeft hij een unieke positie verworven die in de tentoonstelling nader wordt belicht. Baas wordt internationaal beschouwd als een van de invloedrijkste ontwerpers van zijn generatie. Hij werkte samen met verschillende merken zoals Louis Vuitton, Dior en Swarovski. Zijn werk is wereldwijd te vinden in zowel openbare als particuliere verzamelingen, waaronder het Rijksmuseum, het Victoria & Albert Museum in Londen en het MoMa in New York.
(verborgen) geschiedenis van meubels en objecten, over de relatie die mensen of een cultuur met spullen hebben over de waardering voor bezit en de bijkomende drang tot behouden, beschermen en koesteren. Verzameldrift en behoudzucht zijn musea niet vreemd. Sterker nog, ze vormen een belangrijke kernwaarde voor een museum. Maar wat belangrijk en waardevol wordt gevonden, is niet van alle tijden of voor iedereen hetzelfde. Door verzameldriftige conservatoren kampen veel musea met ruimtegebrek en puilen depots uit van de objecten die maar zelden getoond worden. Ontzamelen is dan ook een even controversieel als nijpend onderwerp. Geïnspireerd op deze actuele museale problematiek gaf het Groninger Museum Baas de opdracht om een speciale editie van zijn Smoke-serie te creëren met een aantal anonieme ‘winkeldochters’; antieke Groninger meubels uit het depot van het museum. Baas transformeerde deze tot nieuwe populaire topstukken die nu regelmatig met veel trots worden getoond.
Eigen handschrift De Smoke-serie gaat over een andere manier van produceren. Alle stukken zijn met de hand gemaakt en ook door het weerbarstige brandproces uniek. Het verbranden van klassieke meubels geeft ook een ander signaal af. Deze daad lijkt een soort symbolische vadermoord, gepresenteerd als onvermijdelijke stap in het ontwikkelen van een eigen handschrift en het bevechten van een eigen plek in de designwereld. Voor Baas had Smoke precies dat effect: het werk werd onmiddellijk opgepikt. Het Nederlandse label Moooi nam drie stukken in de collectie op die nog steeds verkocht worden. Bij de destijds zeer vooraanstaande New Yorkse design galerie Moss bracht Baas in 2004 de inmiddels beroemd geworden serie Where there’s Smoke uit, met designklassiekers van grootheden als Rietveld en Sottsass. Met deze serie vestigde hij internationaal zijn naam. Maarten Baas Smoke Chair, voor Moooi, 2002 hout, epoxy, leer, 104 x 75 x 80 cm.
Na Smoke volgden verschillende projecten en series, waaronder Clay. Deze felgekleurde meubelen wekken de indruk door kinderen te zijn gekleid van play-doh, maar zijn in werkelijkheid gemaakt van een veel sterkere industriële synthetische kleivariant met een stalen binnenwerk. Het verbluffende resultaat bood een spontaan en vrolijk tegenwicht aan het toen heersende strakke en misschien daardoor ook wel wat anonieme minimalisme. In Clay voerde het (schijnbaar) imperfecte, bijna onbeholpene de boventoon samen met Baas’ liefde voor een persoonlijke manier van produceren. Elk stuk is door iemand van zijn kleine team gekleid. De ‘hand van de meester’ is soms letterlijk zichtbaar in de vorm van vingerafdrukken. Zo intiem is de maker met zijn eindproduct verbonden dat hij de gebruiker, telkens wanneer die het meubel hanteert, symbolisch de hand schudt. In opdracht van het museum produceerde Baas ook een serie blauwe kleien ventilatoren. Clay werd net als Smoke een groot succes en in april 2016 vierde de ontwerper het tienjarige jubileum van deze serie met een speciale editie bij zijn Milanese galerie Rossana Orlandi.
64
Circus Milaan is de stad waar jaarlijks de belangrijkste designbeurs plaatsvindt. Vanuit de hele wereld komen ontwerpers er hun nieuwe werk presenteren en vliegen journalisten in om erover te publiceren. In de loop van de jaren groeide de beurs enorm en werd het er steeds drukker. “Een soort kermis,” aldus Maarten Baas. “Een plek waar het niet meer gaat om een goed doorontwikkeld product of concept, maar waar de slag geslagen wordt om de beste en meest gedeelde foto op social media. Of het product daadwerkelijk iets voorstelt of dat het überhaupt in productie genomen wordt, lijkt er nauwelijks meer toe te doen.” Om zijn haat-liefdeverhouding met de beurs kracht bij te zetten, liet hij zich dit jaar van een heel andere kant zien. Na vijf jaar geen presentaties te hebben gehouden op de beurs, verscheen hij er met een grote blauwe vrachtwagen waarop met gele letters de tekst ‘Baas is in town’ te lezen stond.
Als in een poging ijdelheid te bestrijden met humor, nam de ontwerper met Baas is in Town op een vrolijke manier een loopje met bestaande ideeën over waarde, vakmanschap en onderscheidingsdrang
In een hilarische solopresentatie met als thema ‘het circus’ ontpopte Baas zich als spreekstalmeester. De show, gepresenteerd als een circusachtige attractie, was een kakofonisch geheel met luide hoempapamuziek, felgekleurde bewegende objecten, lachspiegels, een draaimolen, lichtjes en een clown. Dure collector’s items prijkten naast showobjecten die van de achterkant bij elkaar gehouden werden met duct tape. Veel objecten waren het resultaat van samenwerkingen met andere ontwerpers of kunstenaars zoals ontwerper Bert-Jan Pot, kunstenaar John Körmerling of kunstenaar/fotograaf Teun Hocks. Als in een poging ijdelheid te bestrijden met humor, nam de ontwerper met Baas is in Town op een vrolijke manier een loopje met bestaande ideeën over waarde, vakmanschap en onderscheidingsdrang. Kritisch of niet, ook deze show werd een groot succes en leverde hem ‘The Best Show Award’ op van dat jaar. Maarten Baas Ventilatoren (Clay Furniture), 2007 klei en metaal, Groninger Museum
IJdelheid In de loop der jaren is het thema tijd en het verstrijken daarvan steeds belangrijker geworden in Baas’ werk. Hiermee sluit hij aan bij een lange traditie in de kunsten van de vanitas (vergankelijkheid, ijdelheid, leegheid). Op een bijzondere manier maakte hij tijd aanschouwelijk met de klokkenserie Real Time, die in 2009 voor het eerst in Milaan werd gepresenteerd. De app AnalogDigital is daarvan één voorbeeld, andere versies heten de Sweeper’s Clock en de Grandfathers Clock. In elke klok lijkt het alsof er een of meerdere personen doorlopend bezig zijn om de tijd weer te geven. Zo werd in juli 2016 op Schiphol een reuzenvideoklok onthuld waarin een persoon opgesloten lijkt te zitten die constant bezig is de wijzers op de matglazen wijzerplaat te tekenen. In het verlengde van het thema tijd en als ironisch commentaar op onze cultuur van overproductie, overconsumptie en wegwerpwoede, bood Baas afgelopen april in Milaan een preview van een werk dat de enigszins ironische titel New, Newer Newest! draagt. Flikkerende neonletters begroetten de bezoekers die de trap op klommen om de show te bezoeken. De sfeer in de tentoonstellingsruimte zelf was sereen, op het klinische af. Er waren maquettes, projecties en modellen te zien van twee werken die als alles mee zit over pakweg 200 jaar, rond 2216 dus, klaar zullen zijn. Een van de werken, The New Forest, is een geweldig landschapskunstwerk in de polder met nog te planten bomen, dat zich tegen die tijd het best vanuit de lucht laat aanschouwen. Voor wie dan leeft, met de technologie van van de toekomst, zo is de suggestie, is dat dan geen enkel probleem. Het tweede project dat hij in Milaan lanceerde, de Tree Trunk Chair, is ook een vorm van bio-design. Het gaat om de productie van een stoel die tot stand komt met behulp van een mal die tegen een boom aan groeit. Het plan is om de boom met zijn mal, als speciaal werk van de collectie, in de tuin van de Menkemaborg te planten. De Menkemaborg is een kasteelmuseum in Uithuizen dat in het noordoosten van de provincie Groningen ligt en dat onderdeel is van het Groninger Museum. Het instituut museum, met als belangrijke kerntaak het bewaren en behouden van een collectie voor de toekomst, zou een goede waarborg moeten bieden voor de continuïteit van de zorg voor de boom. Of het museum daadwerkelijk zo toekomstbestendig is en of de boom ook in zijn keurslijf zal willen groeien? De tijd zal het leren. G Meer over dit alles lees je in het volgende museummagazine.
65
Tekst: Regina Zwaagstra Beeld: Kees van de Veen
66
Iets terugdoen voor de maatschappij Eric U-A-Sai, directeur van het Groninger accountantskantoor Sai & Schut Registeraccountants, is Groninger Museum Salon-lid van het eerste uur. Wat vindt hij van het lidmaatschap van de Salon en welke rol wil hij hierin spelen? U bent het allereerste Salon-lid. “Ik denk dat dat inderdaad zo is. Henk de Groot (advocaat en initiatiefnemer van de Groninger Museum Salon, red.) benaderde mij en zei ‘ik heb samen met Andreas Blühm een leuk idee voor een salon en ik dacht aan jou als penningmeester’. Ik had niet lang nodig om ja te zeggen. Ik vind het belangrijk dat je als burger iets doet voor de samenleving waarin je leeft. Ik beschouw mezelf niet als kunstkenner. Het is uit een soort plichtsbesef dat ik altijd wil meehelpen, meewerken. Als je ziet dat er een terugtrekkende beweging is van de overheid wat betreft de financiering van kunst en cultuur en je weet wat voor functie een museum in de samenleving kan hebben, dan weet je dat je dan bij moet springen. En dat het gecombineerd wordt met een stukje netwerk, het zij zo, maar dat was niet de doorslaggevende reden voor mij.” Wat houdt uw rol als penningmeester in? “Dat ik de facturen uitstuur en het geld overmaak mag eigenlijk geen naam hebben, het is dat en niet meer dan dat. De beoogde veertig leden storten elk 2500 euro. Met de donaties hopen we bij elkaar een ton aan het museum te kunnen geven om er iets moois mee te doen. Ik heb ook aangeboden mee te denken over het brede financiële beleid van het Groninger Museum. Dat is een beetje mijn insteek: waar je kunt helpen, helpen.” Kwam u al vaak in het Groninger Museum? “Mijn vrouw is kunsthistorica, via haar krijg ik een gezonde portie museumbezoek mee. De tentoonstellingen over De Ploeg, Erwin Olaf, Philippe Starck, Van Kirchner tot Kandinsky en Diaghilev zijn mij bijgebleven. De spraakmakende tentoonstelling over David Bowie heb ik wel drie keer bezocht. Nu kijk ik uit naar Rodin.
Ik ga het liefst op eigen houtje naar het museum. Naar openingen ga ik niet zo vaak. Ik vind het plezieriger om een museum in zijn stilheid te beleven. Mijn vrouw gaat mee, maar we kijken lang niet op dezelfde manier. Zij heeft natuurlijk een ervaren oog vanuit de studie, dan leer je kijken. Zij ziet dingen die ik niet zie. Het is fijn om het daarover te hebben.” Van wat voor soort kunst houdt u het meest? “Van bepaalde kunstenaars – Egon Schiele, Gustav Klimt, Alberto Giacometti – vind ik bijna alles wat ze maken mooi. Ik ben niet zo van de abstracte kunst. Ik zie meer de kunst in het realisme dan in het abstracte. En het verschil tussen namaakkunst, vervalsing en echte kunst, een verschil dat het lekenoog eigenlijk niet ziet, vind ik net zo goed kunst. Die meestervervalser die al die beroemde kunstenaars nadoet vind ik fantastisch, maar dat mag ik natuurlijk niet zeggen.” Heeft u een favoriet werk in het Groninger Museum? “Er is een ding wat ik bijzonder mooi vind in het museum en dat is een Chinese vaas uit de Ming-dynastie, vijftiende of zestiende eeuw. Waarom? Omdat ik er thuis net zo een heb! Die heb ik verworven toen het museum er al een had.” Hoe heeft u uw lidmaatschap van de Salon tot nu toe ervaren? “De ontmoetingen die we tot nu toe gehad hebben waren leuk en inspirerend. Mensen moet afwegen of ze erbij willen, maar de mensen die komen zijn gemotiveerd. Dat merk je aan hun inbreng en hun houding. Ik vind het heel plezierig.” Heeft u nog wensen voor de Salon in de toekomst? “Die Salon, die komt wel vol. Ik heb wensen voor het museum. Ik wil Andreas Blühm ondersteunen in zijn missie om het museum een centrale plek te geven in de cultuurbeleving van Groningen. Vanuit de citymarketing: een venster voor de Groningers om cultuur te beleven van heinde en verre, ook vreemde culturen zoals Rusland. En ook een poort voor buitenlanders om hier naartoe te komen en in de slipstream Groningen te ervaren. Ik hoop dat het ons gaat lukken. Ik beschouw het als een plicht.” G
GRONINGER MUSEUM SALON ERIC U-A-SAI
67
Tekst: Egge Knol
68
CRANACHS PORTRET VAN RUDOLF AGRICOLA De Rudolf Agricolastraat in Groningen herinnert aan een van de grote Groningers. Een laatmiddeleeuws geleerde, bekend in de toenmalige wereld, die lang in Italië leefde, in Heidelberg stierf en hooggeacht werd door Erasmus. Het Groninger Museum kan, met dank aan de Alte Pinakothek in München, de komende twee jaar zijn portret tonen, gemaakt door niemand minder dan Lucas Cranach de oudere. Groningen is altijd trots geweest op deze grote geleerde. Waarom is Agricola zo beroemd? Rudolf Agricola (Baflo 1443 – 1485 Heidelberg), latijn voor Roelof Huisman, was de zoon van de pastoor van Baflo en latere abt van het klooster Selwerd. Hij bezocht de Latijnse school in Groningen en studeerde aan vele universiteiten. In Erfurt deed hij op zijn veertiende zijn bachelorexamen, in Leuven werd hij magister, vervolgens verbleef hij in Pavia, Ferrara en Heidelberg. Agricola bestudeerde, zoals dat in de vijftiende eeuw gewoon was onder geleerden, de klassieke schrijvers. Hij schreef zelf gedichten in het Latijn, die zeer bewonderd werden door wie die taal beheerste. Voor hem was Latijn niet genoeg. Hij leerde ook voortreffelijk Grieks en was enige tijd voor zijn dood begonnen zich het Hebreeuws eigen te maken. In onze tijd is de kennis van Latijn, oud-Grieks en Hebreeuws sterk afgenomen. Tot in het midden van de negentiende eeuw waren de colleges, werkstukken en examens op alle universiteiten in het Latijn, maar dat is nergens meer het geval en roept de vraag op naar de betekenis van Agricola in onze tijd.
Reformatie
Lucas Cranach de oudere (1472-1553) Rudolf Agricola, olieverf op paneel, 23 x 30 cm, Bruikleen Bayerische Staatsgemäldesammlungen, München (Alte Pinakothek).
De studie van de heilige boeken, oorspronkelijk geschreven in het Hebreeuws en Grieks, was het hoogste doel van de toenmalige geleerden. Door zich in de klassieke talen te verdiepen en de juiste betekenis van woorden en uitdrukkingen te achterhalen stelden zij vast dat op de destijds gebruikte Vulgata-vertaling van de Bijbel het nodige was aan te merken.
Dit leidde uiteindelijk tot nieuwe vertalingen van de Bijbel, het nader bestuderen van de inhoud van de Bijbel en zo tot kritiek op de rooms katholieke kerk. Die kritiek leidde in 1517 tot de Reformatie. Dat was niet waar de pastoorszoon Agricola, of zijn bewonderaar Erasmus, aan dachten. Maar het was wel het gevolg van hun studie. Agricola was dan ook niet alleen om zijn afkomst of roem een van de Groninger geleerden waar de jonge Groninger universiteit zich in het begin van de zeventiende eeuw op beroemde. Zijn kennis, en die van zijn medegeleerden, van de oude talen was een van redenen dat de reformatie ontstond en zo ook de oorzaak van de Calvinistische universiteit van Groningen. Agricola is nog om meer redenen beroemd. In 1480 werd hij secretaris van de stad Groningen. Hij was zeer muzikaal en hield toezicht op de bouw van het orgel van de Martinikerk. In Ferrara was hij organist van de hertog. In 1484 vertrok hij naar Heidelberg waar hij doceerde aan de universiteit. Een jaar later bezocht hij Rome en keerde ziek terug in Heidelberg, waar hij stierf en werd begraven.
Postume portetten Er zijn twee portretvarianten van Agricola bekend, die beide postuum gemaakt werden. Het portret van Lucas Cranach de oudere (Kronach 1485 – 1553 Weimar) wordt beschouwd als het beste en mogelijk meest betrouwbare. Het portret kan terug gaan op oudere verloren tekeningen. Het portret van Agricola uit de Alte Pinakothek is lang aangezien voor dat van de Zwitserse prediker Geiler von Kaisersberg. De juiste toeschrijving vond plaats op grond van allerlei houtsneden die als illustratie bij boeken van Agricola werden gebruikt. Cranach is een van de grootste schilders van zijn tijd. Veel bekendheid hebben zijn portretten van Maarten Luther en Erasmus van Rotterdam. Het Groninger Museum zelf heeft een zestiende eeuwse kopie van de andere voorstelling van Agricola. Volgens overlevering komt dit portret uit het Rode Weeshuis in Groningen, dat gevestigd was in een oud klooster waar in 1489 Wessel Gansfort overleed. Gansfort, bijgenaamd Lux Mundi ofwel Licht van de Wereld was een wat oudere, veel geroemde geleerde uit Groningen, pleitbezorger van de studie van de Bijbel en voorman van de Moderne Devotie, een hervormingsbeweging uit de vijftiende eeuw. Onlangs verscheen een vertaling van de bewaard gebleven brieven van Agricola, verzorgd door Dr. Fokke Akkerman en Dr. Adrie van de Laan. Ook wie geen Latijn beheerst kan zo kennis nemen van het leven, gedachten en werk van Rudolf Agricola. Hieruit blijkt dat hij gezien werd als een grote zoon van Friesland. Groninger Ommelanders voelden zich toen en nog eeuwen lang echte Friezen. Dit najaar zijn bij het portret van Agricola ook enige van zijn boeken uit het bezit van de Groninger Universiteitsbibliotheek te zien. Het portret is hier maar enkele jaren te zien, dus grijp de kans! G
69
70
MEDEWERKER VAN HET GRONINGER MUSEUM
Tekst: Regina Zwaagstra Beeld: Reyer Boxem
Het ‘onzichtbare’ werk van
Davide Sferrazza
Er zijn weinig mensen werkzaam bij het Groninger Museum die kunnen zeggen dat ze zo’n 200 tentoonstellingen hebben opgebouwd. De Italiaan Davide Sferrazza (48) is er een van. Al ruim achttien jaar werkt hij bij het museum, een deel van de week als facilitair medewerker en een deel als passe-partoutmaker en inlijster in het depot. “De mooiste periode is tussen de tentoonstellingen in. Dan ben ík lekker bezig met kunst.” Hij is net terug van een vakantie in Groot-Brittannië, waar hij, nu hij er toch was, in Londen heeft gegeten met mensen van het Victoria & Albert Museum. Tijdens de opbouw van de David Bowie is-tentoonstelling, nu een jaar geleden, werkten ze intensief samen. Een van de leukste aspecten van zijn werk. Naast de circa tien tentoonstellingen per jaar die hij helpt open afbouwen is hij een alleskunner bij de facilitaire dienst, de huismeesters. Hij werkt in het magazijn, verzorgt technische assistentie bij openingen en feesten, maar onderhoudt ook de koffiemachines en vult de stapel magazines in het museum bij. “De mooiste periode is tussen tentoonstellingen in,” zegt hij met zijn Italiaanse tongval, “dan ben ik lekker bezig met kunst en transport.” De tentoonstelling over Herman Brood in 2006 vond hij een van de meest interessante om op te bouwen: “Het atelier van Herman Brood in Amsterdam hebben we hier precies zo nagebouwd, met een koelkast vol speed en spuiten erin.” Bij een opbouw zorgt hij dat elk werk komt te staan of hangen zoals vooraf is bepaald. Er wordt intensief samengewerkt met de conservator, installaties worden in elkaar gezet en tekstborden worden waterpas door hem opgehangen.
Museumdepot De andere helft van de week werkt hij in het depot van het Groninger Museum, dat op een geheime plek staat en niet zoals veel mensen denken alleen in de gouden toren van het museum gehuisvest is. “Het depot is een betonnen blok, maar de studio waar ik werk is de enige plek met ramen en heeft een fantastisch uitzicht.” Hier werkt hij het liefst. “In het depot lijst ik de werken in.” Ook maakt Sferrazza passe-partouts, wanneer nodig. “Ik neem de maten op van een stapel tekeningen en snijd ze op maat.” De passe-partouts moeten een kunstwerk beschermen tegen beschadiging of zorgen dat het beter tot zijn recht komt in een omlijsting. “Je moet voorzichtig te werk gaan,” benadrukt hij, “met handschoenen
aan en zorgen dat het werk goed bewaard wordt en naderhand vindbaar is.” De enorme collectie wordt nauwkeurig geregistreerd. In zijn geboorteland Italië volgde hij een kunstopleiding: “Ik heb feeling met kunst. Ik houd van modern expressionisme, maar ook van de klassieken. In Italië zit het er daar vol van.” Op vakantie bezoekt hij graag andere musea; MoMa in New York of Arquipélago - Contemporary Arts Center op de Azoren behoren tot zijn favorieten. Hij werd geboren in Turijn, maar een groot deel van zijn familie woonde op Sicilië, waar hij op zijn twaalfde ook ging wonen. In 1993 kwam hij naar Nederland voor werk. Na wat baantjes in de horeca volgde hij een cursus van drie maanden als toezichthouder. Via via belandde hij voor een stage bij het Groninger Museum. Dat was in 1997 en hij is sindsdien nooit meer weggegaan.
Discussie Hij houdt van de moderne kunst in het Groninger Museum: het door Jaime Hayon ontworpen Info Center, de fotografie van Inez van Lamsweerde & Vinoodh Matadin, de couture van Iris van Herpen en Viktor & Rolf, de schilderijen van Ploeg-schilder Jan Wiegers en design van Marc Newson, Joris Laarman en Nacho Carbonell. De zwart-wit foto van Bono uit 1997, gemaakt door Anton Corbijn, is een van zijn lievelingswerken, net als Sphinx van beeldhouwer Marc Quinn, een ‘portret’ van Kate Moss. “Van de laatste jaren is absoluut de David Bowie-tentoonstelling mijn favoriet, maar ook die over Anton Corbijn in 2005 en Herman Brood in 2006.” Het meest bijzondere dat hij in bijna twintig jaar mee heeft gemaakt is daarentegen geen tentoonstelling of feestelijke opening met een beroemdheid, maar de band met een collega: Caspar Martens, voormalig hoofd collecties van het Groninger Museum. “Hij was chef, vriend en beste collega. Een compleet pakket. We gingen vaak na het werk in een café wat drinken, samen eten, discussiëren over kunst en restauratie. De mooiste periode die ik heb gehad. Hij is nu naar Curaçao vertrokken, maar hij zit nog steeds in mijn hart. Ik draag dit interview op aan hem, maar ook aan mijn collega en coördinator Peter Zwarts, omdat zij mij beide leerden inzien dat de kleur grijs niet grijs is, maar blauw. En ik kan je verzekeren, dat was geen eenvoudige opgave." G
71
NU TE ZIEN!
72
RODIN – GENIUS AT WORK 19 NOVEMBER 2016 T/M 30 APRIL 2017
peRedvizhniki Russisch Realisme Rond Repin 1870 – 1900 t/m 2 apRil 2017 dRentsmuseum.nl Auguste Rodin Eeuwige Lente, ca 1884, brons, 64 x 58 x 38 cm Musée des Beaux-Arts et d’Archéologie de Besançon
73
74
WORD LID VAN DE VRIENDEN VAN HET GRONINGER MUSEUM
Graag vernemen wij uw opmerkingen, vragen, tips en bijdragen op het volgende adres: redactie@ groningermuseum.nl De tentoonstelling Rodin – Genius at Work is
Groninger Museum
Grafisch ontwerp
Museumeiland 1, 9711 ME Groningen
Rudo Menge
Mendini Restaurant
Acquisitie en productiebegeleiding
Museumeiland 1, 9711 ME Groningen
Uitgeverij Intermed
www.mendinirestaurant.nl
Johan van Zwedenlaan 11, 9744 DX Groningen
samengesteld door Musée des Beaux-Arts,
Telefoon/fax: 050 3120042 / 050 3139373
Montréal en Musée Rodin in Parijs. Onze
Voor entreeprijzen en actuele informatie,
E-mail: info@intermed.nu
dank gaat uit naar de collega’s van Musée
zie www.groningermuseum.nl
Advertentieverkoop: Uitgeverij Intermed
des Beaux-Arts, directeur Nathalie Bondil,
E-mail: verkoop@intermed.nu
Pascal Normandin, Sylvain Cordier, Syvlie
Wil je op de hoogte blijven van alle nieuwtjes
Ouellet, Sandra Gagné, Simon Labrie en
in en rondom het Groninger Museum, meld
Drukkerij
Francine Lavoie; en de collega’s van Musée
je dan aan voor de digitale nieuwsbrief
Scholma Druk
Rodin, directeur Catherine Chevillot, Sophie
via www. groningermuseum.nl/nieuwsbrief
ISSN: 1572-0713
Groninger Museum App
Oplage: 25.000
Biass- Fabiani, Audrey d’Hendecourt en Diane Tytgat.
Download de gratis Groninger Museum app in De Groninger Museum Vrijdagavond wordt
de google play store en App store. Met de app
De uitgever is niet aansprakelijk voor zetfouten,
mede mogelijk gemaakt door GasTerra.
krijgt u achtergrondinformatie over gebouw
redactionele fouten en is op geen enkele wijze
en De Collectie en speciaal gecomponeerde
aansprakelijk voor de werkzaamheden van de
Auteurs
muziek bij kunstwerken.
drukker.
Andreas Blühm is directeur van het
Tijdens de tentoonstelling Rodin – Genius at
Work is met de app achtergrondinformatie
© 2016 Niets uit deze uitgave mag worden
Renee Dannis is tekstschrijver
over Rodin en zijn kunst te verkrijgen, plus een
verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt
Peter Dicke is redacteur en reporter
uitgebreide muziektour variërend van klassiek
door middel van druk, fotokopie, microfilm
Marian Geboers is beeldend kunstenaar en
tot eigentijds.
of op welke andere wijze dan ook, zonder
Bij de tentoonstelling van Ruloff Manuputty
voorafgaande toestemming van de uitgever.
Groninger Museum
museumdocente van het Groninger Museum Mariëtta Jansen is conservator De Ploeg en kunst van de 20ste eeuw van het
kunt u muziek van zijn dochter Simone horen, speciaal voor de schilderijen gemaakt.
Intermed-1011/3
Groninger Museum
Colofon
Deelnemende kunstenaars en musea tenzij
Geschiedenis en oude Kunstnijverheid van
Groninger Museummagazine
anders vermeld. Van werken van beeldende
het Groninger Museum
Jaargang 28, no 2, 2016
kunstenaars aangesloten bij een CISAC-
Egge Knol is conservator Archeologie,
Steven Kolsteren is hoofd educatie
De Vereniging van Vrienden van het Groninger Museum ondersteunt het museum financieel. Voor de leden organiseert de Vereniging lezingen, voorbezichtigingen en excursies. Word lid van de Vrienden van het Groninger Museum (VVGM) en ondersteun daarmee het Groninger Museum. Voordelen van het lidmaatschap • Gratis toegang tot lezingen en voorbezichtigingen van de VVGM • Gratis toegang tot het museum (in sommige gevallen, bijvoorbeeld bij speciale tentoonstellingen kan een toeslag gevraagd worden) • Gratis toezending van het Groninger Museummagazine • Gratis toegang tot de Kunsthalle in Emden en het Horst-Janssen Museum te Oldenburg
• Tegen kostprijs mee op de door VVGM georganiseerde excursies
Lidmaatschapskosten • individueel lidmaatschap (€ 32,50 per kalenderjaar) • duo-lidmaatschap (voor 2 personen) (€ 55 per kalenderjaar) • studentenlidmaatschap (geldig tot en met 27 jaar) (€ 15 per kalenderjaar)
www.groningermuseum.nl/lid-worden - vrienden@groningermuseum.nl
organisatie is het auteursrecht geregeld met
en publieksinformatie van
Redactie
het Groninger Museum
Steven Kolsteren, Rudo Menge en Willemien
Ansje Monkhorst is journalist en
Pictoright te Amsterdam.
Bouwers
© c/o Pictoright Amsterdam 2006
Fotografie
Salonleden
Erik en Petra Hesmerg, Marten de Leeuw,
ABN AMRO, Algemeen Belang Verzekeringen,
Erwin Olaf, Christopher Smith, John Stoel,
s’Amuse, Apotheek Helpman, Boer & Croon,
Kees van de Veen, Reyer Boxem, Lisa Klappe,
BroekemaNielsen Notarissen, Commutatio,
Janneke Nijenhuis.
CRM Excellence, Dommerholt Advocaten,
hoofdredacteur van Mzzl Suzanne Rus is conservator i.o. van het Groninger Museum Bennie Timmer is beeldend kunstenaar en freelancer in kunst en educatie Dorien Vrieling is freelance journalist Hester Witteveen is masterstudente
Effektief Groep, Gardepoort B.V. / Prinsenhof,
kunstgeschiedenis en stagiaire van
Foto omslag:
Register’Makelaar – Taxateur Kunst & Antiek
het Groninger Museum
Erwin Olaf, After Rodin III - The Thinker, 2016
J.R. H. van den Hende B.V., Huis voor de
Sue-an van der Zijpp is conservator
Kunst, Lexus Groningen, NNZ, Noorderpoort,
hedendaagse beeldende kunst, design en
Foto achterzijde:
Ophtec, Richard ter Borg Kunsthandel, Sai &
mode van het Groninger Museum
Auguste Rodin, Linkerhand no 2,
Schut Registeraccountants, Seatrade, Team4
bekend als De Hand van een Pianist, zj, gips,
Architecten, TPK Pensioen, Workforce Holland
Regina Zwaagstra is medewerker communicatie van het Groninger Museum
13 x 9 x 3,8 cm, Musée Rodin, Parijs
75
RODIN – GENIUS AT WORK 19 NOVEMBER 2016 T/M 30 APRIL 2017
76