Skip to main content

Zilverblad_mrt26_web los

Page 1


driemaandelijks tijdschrift GroenPlus • jaargang 18 lente 2026 • erkenningsnummer P914557

03 Waarom GPMI mensen in armoede tekort doet

05 Gastvrij alternatief, zo kan het ook

12

Besparingsdrift is geen beleid

13 Balans van de pensioenhervorming

15 Politieke herbronning in 10 heldere stellingen

“Groen is nodig!”

Dat zeggen we al lang.

Maar wie vandaag naar de wereld kijkt, voelt zich angstig, verwonderd, vol ongeloof of verbolgen. Wie de waarden van Groen –ecologisme, sociale rechtvaardigheid, pacifisme en basisdemocratie- kent, die weet dat ze samen een globale kijk vormen op een houdbare, eerlijke en vredige samenleving.

Deze waarden worden elke dag met de voeten getreden, zowel in de nationale als in de internationale politiek.

Willen we onze houdbare, eerlijke en vredige samenleving ooit terugwinnen, dan moet Groen veel sterker aan de slag.

Het is nodig, hoog nodig. de Redactie

Coverbeeld

Een nieuwe lente, een nieuw geluid. GroenPlus gaat ervoor en zoekt het hogerop.

Eerste keer

Zilverblad?

Je bent lid van Groen en ouder dan 55. Dan ontvang je dit blad en ook de digitale nieuwsbrieven van GroenPlus. Als actief lid van Groen kan het zijn dat je nog niet aan de activiteiten van GroenPlus toe bent. Alle begrip daarvoor. Ontvang je liever (nog) geen Zilverblad, of onze nieuwsbrief, geen probleem. Laat het dan een weten aan walter.decoene@gmail.com.

Mieke Vogels, voorzitter

Geïndividualiseerd Project voor Maatschappelijke Integratie

Vier letters maken ons contact tot een contract.

Hulpbehoevend zijn volstaat al lang niet meer.

Voor steun kan je enkel nog terecht als je netjes doet wat ik je zeg.

Sociale onzekerheid is wat rest, na de ontkrachting vanuit minachting,

suprematie, paternalisme en zoveel wantrouwen alsof arme mensen geen zijn.

Werken zal je. Nederlands leren.

Assimileren! Integreren! Epibreren!

Hou het simpel: doe zoals wij.

Teken dat contract.

Je kan als je wil.

Kom op, aan de slag.

Zoniet, dan schors ik je.

Dan veroordeel ik je tot wat schooien, tot restjes plukken

uit een vuilnisbak.

Joost Fillet

JOO st f ILLE t

Waarom het GPMI mensen in

armoede

tekort doet

Het gedicht op de vorige pagina vertrekt vanuit vier letters: GPMI, het Geïndividualiseerd Project voor Maatschappelijke Integratie. Wat in beleidsdocumenten wordt voorgesteld als een begeleidend instrument op maat, wordt door veel mensen in armoede ervaren als iets heel anders: een contract dat men moet ondertekenen om te mogen overleven.

Ooit was maatschappelijke dienstverlening gebaseerd op het idee van een recht. Wie in moeilijkheden zat, kon rekenen op ondersteuning, vanuit het besef dat armoede een maatschappelijk probleem is en geen individueel falen. De voorbije decennia is dat uitgangspunt langzaam verschoven. Hulp werd steeds meer gekoppeld aan voorwaarden, verplichtingen en controle. Het GPMI is daar een uitgesproken voorbeeld van.

In theorie is het project “geïndividualiseerd”: afspraken worden samen gemaakt, rekening houdend met de situatie en mogelijkheden van de betrokkene. Dat klinkt goed, maar in de praktijk ervaren veel mensen het als een eenzijdig opgelegd traject, waarin zij weinig zeggenschap hebben. Wie steun nodig heeft, moet bewijzen dat hij voldoende gemotiveerd is, voldoende meewerkt, voldoende vooruitgang boekt. De relatie tussen hulpverlener en hulpvrager verschuift zo van partnerschap naar hierarchie.

Het ‘Netwerk tegen Armoede’ wijst erop dat de aanpak van het GPMI vertrekt vanuit wantrouwen. Alsof mensen in armoede van nature niet zouden willen werken, leren of participeren, en enkel via druk en dreiging tot ‘juist gedrag’ kunnen

worden aangezet. Dat wantrouwen vertaalt zich in sancties: schorsingen, inhoudingen, tijdelijke of volledige stopzetting van het leefloon. Voor wie al op de rand leeft, betekent dat een onmiddellijke duik in nog diepere onzekerheid. Bovendien houdt het GPMI onvoldoende rekening met de complexiteit van armoede. Gezondheidsproblemen, psychische kwetsbaarheid, mantelzorg, administratieve overbelasting, taalbarrières of simpelweg de dagelijkse stress van tekort: het zijn factoren die niet verdwijnen door ze op papier te negeren. toch worden ze vaak herleid tot ‘onvoldoende inzet’ of ‘gebrek aan motivatie’.

Het gedicht benoemt wat in beleidscontexten zelden hardop wordt gezegd: dat deze manier van werken beschamend en ontmenselijkend kan zijn. taal als ‘activering’, ‘integratie’ en ‘verantwoordelijkheid’ klinkt neutraal, maar maskeert vaak een moreel oordeel. Wie niet kan

volgen, wordt niet alleen uitgesloten van steun, maar ook impliciet schuldig verklaard.

Daarom pleit het ‘Netwerk tegen Armoede’ voor een fundamentele koerswijziging. Niet méér voorwaarden of strakkere controle, maar kwaliteitsvolle begeleiding die vertrekt vanuit vertrouwen en vrijwilligheid. Begeleiding die tijd geeft, luistert, en mensen ondersteunt in hun eigen tempo. sociale bescherming moet opnieuw vertrekken vanuit de erkenning van menselijke waardigheid, niet vanuit een contractlogica.

Dit gedicht is geen aanval op individuele hulpverleners, die vaak zelf vastzitten in een strak en sanctionerend kader. Het is wel een aanklacht tegen een systeem dat steun heeft verward met discipline. En een oproep om opnieuw te durven kiezen voor solidariteit, in plaats van voor wantrouwen.

De federale regering wil werklozen aan het werk en beperkt de werkloosheidsuitkering tot 2 jaar. Er zijn +/- 100.000 werklozen meer dan vacatures, waarbij de competentieprofielen trouwens niet sowieso overeenkomen.

Daarnaast zijn er in ons land meer dan 500.000 langdurig zieken, d.w.z. langer dan een jaar, waaronder +/de helft met een invaliditeitsuitkering tot hun pensioen. Velen zijn 55-plussers.

De huidige regering lijkt zieken te verdenken van profiteurschap. Zelfs een ‘niet-tot-werk-toeleidbaar’-statuut blijkt niet meer veilig te zijn, zoals Eva Plateau al aanklaagde in het Vlaams parlement. Hoe dan ook, men wil zeker 100.000 zieken aan het werk krijgen.

Los van de vraag of dit realistisch is, mag men dat nastreven. De kwestie is op welke manier? Attesten voor arbeidsongeschiktheid gaan elk jaar geëvalueerd worden. “Enkel voor dementerenden en palliatieven zal men uitzonderingen maken!”. Artsen moeten hun zieken meer aanzetten tot werk. Wie te veel ziektebriefjes voorschrijft, riskeert financiële sanctionering. Ook ziekenfondsen worden onder druk gezet.

Iedereen, ook langdurig zieken aan het werk!

forceren met sancties vindt prof. Godderis (kUL) geen goed idee. Ook huisartsenorganisaties protesteren. De vertrouwensbasis met de patiënt wordt vertroebeld, als de huisarts zich in de positie van een controlearts moet opstellen.

Belangrijker dan zieken sanctioneren is een analyse maken van wat de stijging van het aantal langdurig zieken veroorzaakt. Hoeveel zijn ziek geworden door de te grote werkdruk en stress; ofwel in de werksituatie, of door de combinatie van betaald werk met de zorg voor het gezin? Vooral alleenstaande ouders, veelal vrouwen, zitten in die laatste situatie.

Dit alles is nog delicater bij ‘onzichtbare’1 zieken.

Daarmee werden tijdens ‘De Warmste Week 2025’, naast kanker en long covid, ook chronische auto-immuunziekten als Ms (Multiple sclerose) en Lupus belicht. Andere invaliderende en erkende systeemziekten fibromyalgie en ME/cVs (chronisch Vermoeidheidssyndroom) kregen er te weinig aandacht. Ze komen voor in gradaties van lichte hinder in het begin, over inspanningsintolerantie, vermoeidheid, pijnen, concentratieproblemen etc. tot aan het bed gekluisterd zijn.

Voor de geneeskunde stellen zich nog veel vragen over oorzaak en aanpak ervan, door een gebrek aan gekende meetbare indicatoren. Patiëntenverenigingen BOfIP, VLfP, EMEA, Not Recovered, cVs-contactgroep en 12ME vragen meer aandacht en onderzoek, maar vooral meer erkenning. Er zijn studies, die aantonen dat de levenskwaliteit bij cVs lager ligt dan bij de meeste andere ziekten (Ms, etc.)2, terwijl de ernst van deze ziekten dikwijls onderschat wordt, zelfs door sommige adviserende artsen; afhankelijk van welke aspecten ze opnemen in de diagnose.

Het wordt als patiënt wel dramatisch als daardoor je arbeidsongeschiktheid of- beperking niet (meer) erkend wordt. Verliest men dan zijn ziekte-uitkering? Wordt men dan simpelweg beschouwd als werkonwillige werkloze? Aangepast werk vinden is in vele gevallen met die klachten niet realistisch. terugvallen op een leefloon bij het OCMW, wat als zieke al zeker niet leefbaar is, zou een nachtmerrie zijn.

Akkoord dat bij elke patiënt, welke ziekte ook, samen met hem of haar, onderzocht wordt of binnen de beperkingen een plaats(je) op de arbeidmarkt haalbaar is, maar niet met een zwaard van Damocles boven je hoofd!

Foto draagtas: www.fibromyalgie.be

1 Aan de buitenkant niet zichtbaar, maar met enorm impact op het dagelijks leven.

2 Heath Rising, DK d.a. 2015 & BioMedCentral, UK d.a.2011 & Komaroff, US d.a.1996. Bron: me.gids.net

MAGDA

WOU t

Gastvrij alternatief, zo kan het ook

Het heersende politieke discours problematiseert vluchtelingen, terwijl men beter zou nadenken over een gastvrij integratiebeleid. Er bestaan heel wat voorbeelden van een geslaagde integratie, dankzij de ondersteuning van bevoegde organisaties en vrijwilligers. En het moedige doorzettingsvermogen van de vluchtelingen zelf.

tien jaar geleden kwam Animata uit Guinee in België aan. Een paar jaar later klopte ze met haar zoontje aan bij ‘De Loodsen’ in Antwerpen. Ze vond daar een luisterend oor en onderdak. De grote bezieler van dat project is Annemie Luyten.

Annemie: “’De Loodsen’ is een kleinschalige vzw. We vangen vrouwen op, met of zonder kinderen, die om diverse redenen hun thuisland ontvlucht

zijn en niet in de reguliere hulpverlening terecht kunnen. In ‘De Overzet’ krijgen zij een tijdelijk verblijf zonder einddatum. Daar werken we met hen aan een legaal toekomstperspectief. Zij krijgen ‘bed, bad en brood’ en wij zoeken mee naar de passende medische en juridische hulp. Als hun papieren in orde zijn, of zo goed als, kunnen zij naar ‘De Overstap’, waar ze de nodige begeleiding krijgen om een woonst en werk te vinden. Daarnaast bieden we Nederlandse lessen aan voor anderstaligen zonder wettig verblijf.”

Het duurt soms jaren voor de vrouwen geregulariseerd worden. Gelukkig kan ‘De Loodsen’ in deze zoektocht steunen op een uitgebreid netwerk van vrijwilligers en organisaties met een hart voor solidariteit en diversiteit.

Animata is een van de 60 vrouwen die ‘De Loodsen’ ondertussen met succes op weg hielp. Ze getuigt zelf: “Via het OCMW kwam ik in contact met Annemie. Dat was een warme ontmoeting. Ik kreeg samen met mijn zoontje een plek in het huis van ‘De Overstap’. Eindelijk waren we veilig. We konden weer slapen zonder angst. Er waren andere vrouwen met kinderen, we konden samen praten en voor de kinderen zorgen, in alle rust. Er waren kleren voor hen,

we kregen wekelijks een kaart voor voedsel bij ‘Filet Divers’. Mama Annemie, zo noemen wij haar, hielp mij in het contact met mijn advocaat en volgde de administratieve procedure mee op. Ik was zwanger van mijn tweede zoontje en zij hielp me om doktersbezoeken en het ziekenhuis te regelen. Zij zorgde er ook voor dat ik werk kreeg bij GAMS, een organisatie die strijdt voor de afschaffing van vrouwelijke genitale verminking (VGV). Ik kreeg daar eerst een degelijke opleidingscursus en kon er dan als culturele medewerker aan de slag. Ik help collega’s als tolk bij psychologische, sociale en juridische consultaties. Ik spreek Frans en ken een aantal inlandse talen van Guinee en de buurlanden: Malinke, Susu, Djula, Bambara. Ondertussen kon ik uitkijken naar een eigen woonst. Dat lukte.

Toen ik verleden jaar beviel van mijn derde kindje, Marianne, maakte ik gebruik van mijn zwangerschapsverlof om intensief Nederlands te leren. Weer kon ik terecht bij ‘De Loodsen’ waar Uuna, een vroegere stagiaire, me wekelijks lesgeeft, zodat ik bij het CVO mijn officieel examen met goed gevolg kan afleggen. Een vrijwilligster van het buurthuis waar ik woon, geeft aan mijn oudste zoontje elke woensdagnamiddag les Nederlands, zodat hij het nu op school veel beter doet. Binnenkort hoop ik te trouwen met mijn vriend, een landgenoot, zodat ook hij hier wettig kan wonen en we samen voor onze kinderen kunnen zorgen en werken. Ik kijk nu naar de toekomst door een roze bril.”

De Lijn: Als je het aanbod afbouwt, creëer je zelf de dalende vraag

Ik herinner me 2005, huidig minister Annick De Ridder is VLD parlementslid en werkt zich in de kijker met haar website legebussen.be. Ze jent hiermee minister Kathleen Van Brempt, de laatste minister met visie en ambitie voor De Lijn. Samen met onze groene burgemeesters zorgde ze voor de uitbreiding van het tramnetwerk tot Boechout en Zwijndrecht.

Na 2009 was Mobiliteit in handen van Hilde crevits (cD&V), Ben Weyts (N-VA) en vandaag van… jawel, Annick De Ridder, ondertussen N-VA. 12 jaar besparen heeft het openbaar vervoer in Vlaanderen kapot gemaakt.

Het ‘centenboekje’ van deze regering belooft € 400 miljoen extra investeringsgeld voor De Lijn. Maar dat zal naar de vergroening van de vloot gaan en dienen om de achterstand van het broodnodig onderhoud in te halen. Want bussen vallen uit en tramsporen zijn dringend aan vervanging toe. Zo moet in Antwerpen de tramtunnel onder de schelde minstens 6 maanden dicht, omdat de sporen te versleten zijn.

De Vlaamse regering wil dat De Lijn dit jaar opnieuw € 35,5 miljoen bespaart. De N-VA-minister van Mobiliteit start de strijd tegen zwartrijders. Zulk asociaal gedrag kan niet langer getolereerd worden, het kost De Lijn elk jaar miljoenen, aldus de minister. Deze visie past in het conservatieve N-VA-wereldbeeld. Mensen zijn fundamenteel slecht en zelfzuchtig. Na miljoenen controles blijkt dat 4% van de passagiers betrapt werd zonder geldig vervoersbewijs.

Als de extra besparing niet gehaald wordt door de boetes, dan maar een verdere inperking van het aanbod. In Januari 2024 startte De Lijn met het nieuwe vraaggestuurde vervoersplan ‘basisbereikbaarheid’. 3200 stopplaatsen werden geschrapt, een aantal lijnen afgeschaft.

Vandaag moeten we verder doorpakken, vindt de minister. Ze gaat aan de slag met haar geliefkoosde bezigheid, het tellen van lege bussen. concreet worden lijnen met een gemiddelde maximale bezetting van minder dan 8 passagiers onder de loep genomen. In de eerste voorstellen zien we dat opnieuw vele haltes en lijnen sneuvelen.

Vorig jaar vervoerde De Lijn 28% minder reizigers dan in 2019, het jaar voor corona. Mensen die vroeger tram of bus namen, schakelden over op de auto. Niet omdat ze dat willen, maar omdat er geen halte in de buurt is, ze vaker moeten overstappen en er geen betrouwbaar aanbod is.

Minder reizigers leiden tot minder aanbod, wat op zijn beurt opnieuw reizigers doet afhaken. Een vicieuze cirkel.

Wie het aanbod afbouwt, creëert zelf de dalende vraag.

Ondertussen worden ook de nieuwe tramverbindingen tussen Brussel en Willebroek en tussen Hasselt en Maastricht geschrapt.

De minister trekt wel miljoenen uit om € 65 subsidie te betalen voor elke passagier die vertrekt of landt op de verlieslatende luchthaven in Deurne. De meesten komen er met een privéjet toe, die heel vaak leeg terugvliegt. Gewone burgers die de tram of de bus nemen, blijven in de kou staan; wie rijk is, verdient extra steun!

stijn tormans, knack journalist, heeft oog hoe het anders kan:

‘Brussel is een prachtige, maar moeilijke stad. Behalve op het openbaar vervoer: daar is het leven eenvoudig. Ik zie er nooit vandalisme en nooit ruzies. Tegen schoonheid schop je niet: met een doordacht ontwerp kun je de wereld misschien niet veranderen, maar toch een beetje.’

Met dank aan de juiste keuzes van Groen- en Ecolobestuurders, sinds jaren aan zet in het Brussels gewest.

Niet polariseren. Positioneren én verbinden!

De posities verharden in de samenleving, in het politieke debat, op de werkvloer en in families. Ogenschijnlijk kleine zaken kunnen snel escaleren en ontsporen. Hoe kunnen we dan weer het gesprek met elkaar aangaan? En vooral, hoe kunnen we die polarisatie voorkomen?

Dit vormt precies het thema van mijn nieuwe boek ‘(De)polarisatie. Een paradoxale aanpak voor samenleving en organisatie’ (Boom Uitgevers Amsterdam, 2026).

Politici hebben een belangrijke voorbeeldrol in hoe je met elkaar het gesprek voert over complexe vraagstukken en dus ook over hoe je al dan niet polariseert. Helaas is de aanpak er meestal eentje van elkaar te overtroeven en vliegen af te vangen. Vaak gaat het niet eens over de inhoud of het vinden van een oplossing, maar vormen de argumenten enkel een kapstok voor strategische positionering.

Hiermee zetten politici ook de toon voor de rest van de samenleving. Welk voorbeeld geef je aan de aankomende generaties, als ze zien dat je gewoon je zin kunt doordrijven door het recht van de sterkste? En dat rauwe machtsuitoefening - op korte termijn weliswaar - kennelijk loont?

In polariseren zit er ook een kracht. Het laat zien waar je voor staat. Zonder een duidelijke ‘smoel’ kan je niet wegen op de politieke agenda. Zonder polarisatie en conflicten zouden nieuwe ideeën geen kans maken en zou er geen (maatschappelijke) vooruitgang zijn.

Het is een spanningsveld waarin we moeten navigeren. Enerzijds passioneel je eigen invalshoek belichten en anderzijds je standpunt ook kunnen inpassen in een grotere samenhang.

Het paradoxaal perspectief houdt in dat tegengestelde visies elkaar juist kunnen aanvullen en versterken. Maar om dat te kunnen doen, moeten beide tegenpolen eerst heel scherp worden neergezet, om niet meteen in een slap compromis te verzanden. Eerst de scherpte opzoeken, om die vervolgens weer te verbinden en op een dieper niveau naar een nieuwe synthese te zoeken. Deze constructieve confrontatie kan dan zelfs leiden tot vernieuwende oplossingen, die meer zijn dan de som der delen.

We zoeken naar een nieuwe manier om het politieke debat te voeren, waarin zowel scherpte als verbinding nodig zijn. Hoe inspirerend zou het zijn als politici op het publieke forum samen zouden onderzoeken hoe hun perspectieven elkaar kunnen versterken, in plaats van het traditionele bekvechten over het eigen gelijk? En in plaats van zaken stellig te poneren eerder elkaar constructief bevragen: “Hoe zie je dat?”, “Waarom is dat zo belangrijk?”, “Hoe gaat dat voor jou werken?”... Het zou niet alleen de eigen geloofwaardigheid boosten, maar ook een positief voorbeeld geven aan de hele samenleving.

We zoeken niet meer naar leiders die vooral één ding goed kunnen: ofwel scherpte zoeken, ofwel verbinden. Geloofwaardig publiek leiderschap betekent dat je bewust en doordacht in dit spanningsveld kunt balanceren. En wat nog belangrijker is, dat je dit spanningsveld als zodanig kunt benoemen. Mensen meeneemt in je worsteling ermee en duiding geeft over hoe jij hierin telkens beweegt en schakelt. Hierdoor laat je niet alleen een authentieker, kwetsbaarder en menselijker beeld van de politiek zien, maar onderscheid je je ook als radicale vernieuwer van het traditionele debat.

Ivo Brughmans is filosoof, politicoloog en auteur van verschillende boeken over omgaan met tegenstellingen. Meer op https://depolarisatie.com

Ondanks alles… positief blijven!

’t Is waar: er gebeurt veel om de moed bij te verliezen. Het heeft geen zin alles op te sommen, want iedereen ziet en weet het. Ik vraag me af hoe we samen en individueel stand houden en het positieve willen kunnen blijven zien.

Eerst en vooral zijn we met velen, meer dan we denken, die met afgrijzen kijken naar wat er zich allemaal afspeelt rondom ons. We zijn niet alleen.

Verenig je

Alleen is maar alleen. Het is goed om bij een groep aan te sluiten. Zelf haal ik veel voldoening uit de stap die ik als senior zette naar de muziekschool. Daar heb ik ondertussen veel mensen leren kennen waarmee ik samen iets kan doen, al is het maar muziek beluisteren of zelf muziek maken. Verder put ik moed uit persoonlijke inzet bij Natuurpunt. Het gevoel om samen een natuurgebied te onderhouden en mee te werken aan bijkomende activiteiten doet deugd. Je doet iets positiefs voor de natuur en het milieu, je doet dat samen met andere vrijwilligers en je doet dat niet alleen uit eigenbelang. Iedereen profiteert mee van een gezonde omgeving.

Ook bij Milieufront Omer Wattez kan ik bijdragen aan een groepsgebeuren. Vanuit mijn kennis en kunde werk ik mee waar mogelijk.

Zelfs met mijn aankopen sluit ik aan bij een groep gelijkgestemden. Ik doe liefst mijn aankopen buiten grote consumptieketens. Voor voeding zoek ik het in de korte keten, voor kleding kom ik al eens in een kringwinkel. Ik moet niet véél hebben, maar ik koop volgens het LEf-principe van Wervel: lokaal, ecologisch en een faire prijs voor de producent.

Ageer en reageer

Ageren betekent iets doen. Niet lijdzaam toezien. Meestal zie je te veel onrecht en kun je onmogelijk gepast en efficiënt ageren. Dan kan je zoeken om te reageren en op een bepaalde manier toch iets te bereiken. De tijd dat ik in stilte verontwaardigd was bij nieuwsberichten die ik vernam via diverse media is voorbij. Ik reageer. Vooral de alternatieve berichtgeving, zoals Apache, Zuurstof op zaterdag, De Wereld Morgen e.a., informeert over wat het officiele nieuws niet haalt. Daar verneem ik hoe erg het werkelijk gesteld is met PfAs in ons drinkwater en hoe laks het beleid daar op reageert en economische belangen boven volksgezondheid laat primeren. Weten is een eerste stap, maar hoe moet je daarop reageren? Aansluiten bij anderen, bij milieugroeperingen, bij actiegroepen! De dappere advocaten steunen die het tegen de foute politiek en de grote ondernemingen opnemen!

In de alternatieve berichtgeving verneem je dat tenten, kartonnen verblijven en daken van kraakpanden

van vluchtelingen kapot gestoken worden door de politie. Ik mail dan aan de betrokken burgemeester dat dit op vandalisme lijkt met de definitie van vandalisme die ik vond op de officiële website.

Hoor ik weer van een politicus taal die mensen tegen elkaar opzet? Ik reageer en mail de persoon in kwestie. Beleefd blijven en direct ter zake komen, is de boodschap.

Ik onderteken ook petities die van de gekende instanties afkomstig zijn: Groen, Avaaz, Amnesty International, enz. Je weet niet wat het uithaalt, maar elke reactie telt.

Door onze gezamenlijke massale reacties is er ook iets beginnen bewegen met Gaza. Al te lang hebben ons land, Europa en zijn lidstaten, zich schaamteloos afzijdig gehouden. Zwijgen is instemmen. Ondertussen is het weer stil geworden rond Gaza, terwijl het grof en subtiel vernietigen van Palestijnen verder gaat.

Ondanks alles: de moed op beterschap niet opgeven en mee blijven ijveren om dat te bereiken. Dank aan onze eigen Groene politici die voetstappen zetten in die richting.

De opinies van Linus

Linus Vandenhaute combineert zijn studie wijsbegeerte met een parttime job als buschauffeur. Hij woont, werkt en studeert in Gent, waar het Zilverblad hem opzoekt.

toen begin januari koning Winter ons land heel even in zijn greep had, publiceerde De standaard een opiniestuk dat Linus hen toegezonden had. Aan het stuur van zijn bus merkte hij hoe de winterse weersomstandigheden ons een utopie voorschotelden. In tegenstelling tot de onheilsberichten over ellende en overlast op de wegen, ervaarde hij traag, maar vlot verkeer, waar bestuurders zich hoffelijk en solidair gedroegen. “ Wat een verademing bracht die sneeuw met zich mee”, schreef Linus. “Iedereen was extra voorzichtig. We werden gedwongen om te vertragen, want haast kon op zo’n moment fataal zijn”.

Voor zijn ogen ervaarde Linus een utopie, waarin de wegen er voor iedereen zijn en er solidariteit ontstond tussen alle weggebruikers. Gezapig ging iedereen vooruit en velen lieten de auto thuis. Even snel als de utopie zich toonde, smolt ze helaas weer weg toen de sneeuw opnieuw verdween. Jammer...

Met zijn opiniestuk over hoe het winterse weer ons een utopie toonde, was Linus niet aan zijn proefstuk toe. Vorig jaar deelde hij zijn ervaringen, nadat hij in het centrum van Gent in een fietsstraat door een auto aangereden was en ten val kwam. Dat de bestuurder van de auto in de fout was, was overduidelijk. Maar nu, wat moest er nu gebeuren? Om een kapot fietslicht, een gescheurde broek en enkele schaafwonden te vergoeden, kreeg Linus een paar bankbiljetten toegestopt, die hem

uiteindelijk een wrang gevoel bezorgden: “ Het is alsof ik leef in een wereld, waarin we, als we maar wat cash op zak hebben, zwakke weggebruikers zonder zorgen omver kunnen rijden ”.

Dat Linus aan het stuur van een bus belandde, is geen toeval. In het middelbaar was hij gefascineerd door de hippiecultuur. Ook de film Into the Wild sprak hem enorm aan. Zo ontstond bij hem het idee om later in een bus te gaan wonen. Dan heb je natuurlijk een rijbewijs nodig. Dat is duur –zeker voor een student–, maar wanneer een werkgever jou een gratis opleiding aanbiedt, is het best haalbaar.

Door in de stad zowel met een gemotoriseerd voertuig als met een fiets te rijden, ervaart Linus het verkeer op een andere manier. “ Door zelf met een groot voertuig rond te rijden, krijg je toch meer respect of aandacht voor andere grote voertuigen” , stelt hij.

Hoewel in het drukke verkeer zijn geloof in de mensheid soms onder druk komt te staan, blijft hij net als auteur Rutger Bregman geloven dat “de meeste mensen deugen”. Helaas blijft een enkele negatieve ervaring je bij, terwijl de positieve snel worden vergeten.

“Ik heb altijd in de stad gewoond en fantaseer vaak

hoe de ideale stad eruit kan zien”, vertelt Linus. “Bijvoorbeeld hoe de stad er in de eerste plaats kan zijn voor haar bewoners. Een deel van de Gentse binnenstad is autovrij, maar ook daar rijden bussen en taxi’s. Kan dat anders? En wat met de openbare parkings? Nog altijd lokken zij het autoverkeer naar de stad, terwijl aan de rand van de stad de park-and-ride-parkings onderbenut blijven. Wat indien de parkings in de binnenstad gebruikt zouden worden door de inwoners en de auto’s uit het straatbeeld zouden verdwijnen?”

Voorlopig wellicht radicale plannen, maar je mag blijven dromen, niet? En misschien schrijft Linus er wel een volgend opiniestuk over?

c A t HERINE

st EPMAN

‘Kan Congo de wereld redden’

Uitgeverij Mammoet

John Vandaele is een ervaren en gedegen journalist bij o.a. Mo*magazine. Als Congo ter sprake komt, heeft men het vooral over de wankele politieke toestand, de oorlogen en de enorme rijkdom aan mineralen.

Daarnaast zijn ook de tropische wouden in centraal Afrika van levensbelang voor de planeet. Als mondiale stofzuiger van cO² zijn ze daardoor de eerste long van de wereld. Daarnaast ook het tweede grootste koelsysteem

- het enorme bladerdek absorbeert zonnestralen- en vormt de tweede grootste waterpomp

- via de bomen wordt water naar boven gepompt dat verdampt en in de atmosfeer terecht komt; een wonder van biodiversiteit.

Onze regenval, onze temperatuur en de kwaliteit van de zuurstof die we inademen worden steeds sterker bepaald door de gezondheid van de centraal Afrikaanse regenwoud. Het tropische regenwoud van het congobekken is nu voor cO² belangrijker dan de Amazone, door de snelle aftakeling van dat laatste. De oppervlakte van het congolese woud is echter tussen 1990 en 2019 gekrompen van 141 miljoen tot 105 miljoen hectaren.

Natuur en welvaart verzoenen

Inspraak van de lokale bevolking

talrijk zijn de pogingen om de problemen op te lossen. Zo is er het trial-and-errorwerk van het cAfI, het central African forest Initiative, dat vooral op geld van Noorwegen en Duitsland drijft. Vandaele vermeldt ook het systeem van de koolstofkredieten. Vervuilende westerse bedrijven geven, via een weinig transparant kredietsysteem, geld aan de congolezen, om het regenwoud te redden. Daarnaast zijn er de immense inspanningen van onze landgenoot Jurgen Heytens, met zijn project faja Lobi in Idiofa. Deze laatste heeft het belang van de bestendige inspraak van de lokale bevolking begrepen en slaagde erin een succesvol en almaar groeiend herbebossingsproject op te starten.

Vandaele zocht naar de oorzaken ervan en naar mogelijke oplossingen om deze wereldramp te stoppen. Voor dit boek ondernam hij drie reizen die hem o.a. diep in het congolese regenwoud brachten.

Hij sprak er met boeren, politici, onderzoekers en afgevaardigden van ngo’s, zowel in congo als in het Westen. Zijn grootste bekommernis is: “Hoe bescherm je het woud en zorg je tegelijkertijd voor voldoende welvaart voor de lokale bevolking?”. Zonder rekening te houden met de belangen van de mensen die in het congolese regenwoud wonen, is elke hulpactie gedoemd te mislukken. Die bewoners hebben momenteel het hout, de landbouwgrond en de biodiversiteit nodig om te kunnen overleven. Bij gebrek aan elektriciteit is houtskool hun belangrijkste brandstof. Daarnaast is er de toenemende bevolkingsdruk. tegen 2050 wordt verwacht dat de bevolking van congo zou verdubbelen tot 200 miljoen.

In ‘Kan Congo de wereld redden?’ confronteert John Vandaele de rijke wereld met zijn kortzichtigheid. Wie kan er nog geloofwaardig spreken over gezondheid, veiligheid, migratie, welvaart en toekomst, zolang de bescherming van het congolees regenwoud niet erkend wordt als absolute prioriteit. De conclusie is, dat er zonder het centraal Afrikaans regenwoud – wat een pracht van een natuurwonder is – geen leven, die naam waardig is. Niet in Afrika, niet in Europa, niet in Vlaanderen.

Het kan verkeren

Neem nu Bart De Wever.

Onder druk van de gewijzigde geopolitieke toestand verandert de premier als een echte kameleon, van een euroscepticus in een nieuwe Mr. Europe. Een mooi staaltje hiervan is zijn plotse liefde voor windenergie en de uitbouw van nieuwe energieeilanden in Noordzee. De gezamenlijke ambitie om 300 GW aan offshore windcapaciteit te realiseren tegen 2050 en een engagement van de industrie om tot € 1.000 miljard aan investeringen te doen. Plots wordt de stroper zonder verpinken een boswachter. En dat terwijl het klimaatbeleid van onze eigen regering ondermaats blijft. stroper Bart nam tijdens de begrotingsbesprekingen in de kamer maar éénmaal het woord. Dat was dan uitgerekend om het beleid van de vorige minister van Energie, tine Vanderstraeten, met de grond gelijk te maken. Zonder verpinken oogst hij wat Groen heeft gezaaid. Ongelooflijk maar waar: de premier komt daar zonder veel tegenspraak mee weg. Hallucinant!

Neem nu De Lijn.

1 januari 1991 werd de Vlaamse openbare vervoersmaatschappij opgericht. De bedoeling was één geïntegreerd, breed vervoersnet opzetten voor tram en bus; om in

Vlaanderen een efficiënter en beter georganiseerd vervoer op te zetten, afgestemd op de mobiliteitsnoden van burgers en regio’s. Door goed openbaar vervoer aan te bieden, wou men een alternatief voor de auto promoten en tegelijk opstoppingen en het milieu-impact verminderen. Er werden ambitieuze plannen gesmeed. Met verlenging van tramlijnen, uitbreiding van sociale maatregelen en betere toegankelijkheid. Zo werd, onder impuls van de Groene burgemeester van Mortsel, Ingrid Pira, volop ingezet op betere mobiliteit en werd tramlijn 15 verlengd tot Boechout, een ingreep die uitgroeide tot een groot succes.

De afgelopen tien, vijftien jaar lijkt het erop alsof De Lijn helemaal wordt uitgekleed. Niet toevallig de periode dat Groen op de oppositiebank is terecht gekomen. tram en buslijnen verdwijnen, de infrastructuur gaat snel achteruit door een gebrek aan investeringen. De recente veroordeling door het Hof van Beroep, voor discriminatie ten aanzien van personen met een beperking kan gezien worden als het orgelpunt van de malaise waarin De Lijn is terechtgekomen. Het kan verkeren. Neem nu onze partij Groen.

De dioxinecrisis in 1991 legde de partij geen windeieren. Gezondheid

en leefmilieu stonden plots vooraan op de agenda. Anno 2026 zijn we in een andere tijdsgeest terechtgekomen. Er heersen andere prioriteiten en de ecologische waarden staan onder druk. Groen als partij maakt moeilijke tijden door.

En toch, als alle vrijwilligers zich eendrachtig, met een duidelijk verhaal en geloof in onze waarden, achter het nieuwe voorzittersduo scharen, zal het tij keren.

Onze vrijwilligers mobiliseren en enthousiasmeren vormt de basis voor een nieuw elan. Vele afdelingen hebben dit bij de lokale verkiezingen bewezen, mijn stad Mortsel in het bijzonder.

Om vrijwilliger te zijn voor een partij is moed nodig, in tijden waar het woord politiek bijna een scheldwoord is geworden.

Zorgen voor, is wat de vrijwilliger bezielt. Vrijwilliger zijn binnen Groen is werken aan de wensdroom van een kwalitatief leven voor iedereen. Is zorgen voor een betere samenleving.

Het kan verkeren. Met dit verhaal kunnen we de lijfspreuk van Bredero ook positief werkelijkheid laten worden.

JOO

Besparingsdrift is geen beleid

De regering-De Wever stelt haar besparingsmaatregelen voor als noodzakelijk en verantwoordelijk bestuur. Maar wie verder kijkt dan de cijfers, ziet vooral een beleid dat besparen verheft tot doel op zich. Dat een economie in de eerste plaats mensen dient, dreigt daarbij uit beeld te verdwijnen. Zo ondergraaft een beleid dat zegt onze financiën te saneren, precies het sociale en economische weefsel dat ons land draagt.

België draait in grote mate op binnenlandse consumptie. Gezinnen zorgen voor meer dan de helft van ons bruto binnenlands product. Net daarom is het verontrustend dat de regering vooral koopkracht wegneemt bij zieken, werklozen en gepensioneerden. Dat zijn mensen die hun inkomen vrijwel volledig en onmiddellijk uitgeven in de lokale economie. Elke euro die zij ontvangen, gaat naar winkels, horeca en diensten. Elke euro die hun wordt afgenomen, verdwijnt ook uit die kringloop.

De gedachte dat dit koopkrachtverlies kan worden opgevangen door het ontzien van de middenklasse, houdt weinig stand. Hogere inkomens geven van elke extra euro relatief minder uit. Dat geld wordt vaker gespaard, belegd of uitgegeven in het buitenland. Zo draagt het veel minder bij aan onze binnenlandse economie, aan btw-inkomsten en aan werkgelegenheid.

Daarnaast wordt ook de overheid afgeslankt. Minder ambtenaren betekent minder inkomens, minder overheidsbestedingen en minder stabiele, lokaal verankerde jobs. samen met lagere uitkeringen zet dit extra druk op de consumptie en dus op het economische systeem dat men zogezegd wil beschermen.

Het reële risico is dat deze besparingslogica zichzelf ondergraaft. Minder consumptie leidt tot lagere belastinginkomsten. Een stagnerend of krimpend bbp doet de schuldgraad stijgen, omdat die wordt berekend in verhouding tot het bbp.

Dat voedt nieuwe besparingen, die de economie verder afremmen. De premier heeft ze al aangekondigd: de volgende besparingsronde komt eraan. De geschiedenis toont aan hoe moeilijk zulke neerwaartse spiralen te doorbreken zijn.

Dat betekent niet dat elke maatregel per definitie verkeerd is. sommige moeilijke beslissingen zijn het gevolg van jarenlang uitstel door vorige regeringen. Maar hervormingen hebben alleen kans op slagen, wanneer ze deel uitmaken van een duidelijk en gedragen toekomstverhaal. Zo slaagde Vivaldi (met Groen) erin om een trendbreuk te realiseren in de armoedecijfers. Om de armoede verder te doen dalen, is een verderzetting nodig van het beleid dat de laagste inkomens erop doet vooruitgaan. Nieuwe begrotingsingrepen moeten dan ook ver wegblijven van de zieken, de werklozen en de gepensioneerden.

Solidariteit met de zwaksten is geen last, maar een investering in samenleven. Een samenleving toont haar beschaving in de manier waarop zij omgaat met wie ziek is, geen werk vindt of oud wordt. Wie vandaag bespaart op waardigheid en zekerheid, ondergraaft het vertrouwen waarop een rechtvaardige samenleving rust. In een wereld die snel verandert, is vasthouden aan een eenzijdige besparingslogica geen teken van verantwoordelijkheid, maar van kortzichtigheid.

Balans van de pensioenhervorming

De pensioenhervorming is definitief goedgekeurd en gaat in vanaf 2027. Ons systeem is alweer véél ingewikkelder geworden. En de Belgische pensioenen worden veruit de laagste van West-Europa.

Het wordt erg ingewikkeld

Bovenop de huidige wetgeving komen er vier verschillende nieuwe systemen, waardoor je pensioen kan dalen en je vroegste pensioendatum kan veranderen. Voor elk daarvan zal je een aantal dagen ‘effectief’ moeten gewerkt hebben; maar wat telt als een effectieve werkdag is voor elk systeem verschillend. Zo wordt ziekte en tijdskrediet nu toch als werk geteld voor de malus. En ook om met de oude regels op vervroegd pensioen te kunnen. Om aan 5000 gewerkte dagen te komen, om te genieten van het minimumpensioen, telt tijdskrediet dan weer alleen mee, als het genomen wordt voor je zieke kinderen of voor palliatieve zorg.

computers zullen het nog wel kunnen verwerken, maar voor gewone mensen wordt het onmogelijk om nog te begrijpen waarop je recht hebt en waarom.

Grootste besparingen

N-VA en MR zijn de grote ‘winnaar’ van deze pensioenhervorming. Zij slaagden erin om 2/3 of zo’n € 11 miljard van de bijkomende pensioenuitgaven in 2070 weg te werken en dat uitsluitend door besparingen; niet door meer solidariteit of herverdeling. Door de besparingen vooral te richten op mensen die van een uitkering moeten leven, gaat het pensioen van hun eigen achterban, zelfstandigen en ondernemers, slechts met 3% achteruit. Werknemers leveren 8,2% in, ambtenaren meer dan 12%. Vergeten we ook niet

dat de bijna 200.000 uitgesloten werklozen geen pensioen meer opbouwen als ze zonder inkomen of op leefloon belanden.

De afschaffing van de indexaanpassingen gedurende één legislatuur is de grootste besparing, goed voor een achteruitgang van 3%. Het is nog maar de vraag of die welvaartsaanpassingen terug ingevoerd zullen worden na 2030. Op vraag van Dieter Van Besien moest Jambon toegeven dat de pensioenen met 24% zullen dalen tegen 2070 als die welvaartsaanpassingen niet heringevoerd worden.

De indexering van de pensioenen wordt ook met 3 maanden uitgesteld. Bij pensioenen boven € 2000 euro bruto –45% van de pensioenen– zal twee maal slechts een centenindex van € 40 worden toegekend.

De ambtenaren zullen langer moeten werken en bovendien beduidend minder pensioen krijgen, doordat hun pensioen geleidelijk aan berekend zal worden op het loon van hun ganse loopbaan. Jonge of toekomstige ambtenaren zullen de facto gedownsized worden tot het niveau van de privésector.

Het rijdend personeel van de spoorwegen verliest meest van al. Elk jaar zal hun pensioenleeftijd met één jaar opgetrokken worden. Dat noemen ze dan ‘geleidelijkheid’.

Mensen met een zwaar beroep in de privésector verliezen hun brugpensioen. De ploeg- en nachtarbeiders, de bouw en mensen die met onderbroken diensten werkten in de ho-

reca. Nochtans beloofde de regering Michel al, toen ze de wettelijke pensioenleeftijd op 67 jaar bracht, dat er uitzonderingen zouden komen voor de zware beroepen. Het tegendeel gebeurt nu onder de regering De Wever.

Wie deeltijds werkt (vooral vrouwen) is de grote verliezer van de pensioenhervorming. Zij zullen voortaan minstens halftijds moeten werken om een jaar te laten mee tellen voor vervroegd pensioen. En om de malus te ontwijken. Bovendien wil deze regering het overlevings- en echtscheidingspensioen afbouwen, wat ook voor meer dan 90% door vrouwen wordt gebruikt.

Jef Maes is ex-federaal secretaris van het ABVV en auteur van ‘Onze sociale zekerheid. Ervaringen en voorstellen.’, EPO.

Europa kan de tegenbeweging organiseren!

Het evenwicht tussen de 4 D’s is zoek.

Democratie is meer dan om de vier jaar een bolletje kleuren.

Democratie organiseert het samenleven. Je kan van mening verschillen zonder dat de andere je de kop in slaat, zonder dat je van je vrijheid beroofd wordt.

Democratie vertrekt van gelijkheid, waardigheid; van de rechten beschreven in de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens. Democratie is een werkwoord. Elke dag weer vertrekken van de gelijkwaardigheid van de ander, je inleven in die andere.

Die inleving is ook de inzet van Diplomatie. Een democratische samenleving lost conflicten tussen landen op door te praten en onderlinge akkoorden te sluiten.

Gelijkheid in waardigheden en rechten betekent ook investeren in wie minder kansen heeft, in ontwikkeling of Development. Wereldwijd investeren in onderwijs, gezondheid, burgerschap en ontwikkelingsamenwerking.

De geschiedenis leert helaas dat er altijd landen zijn die zich niet houden aan de internationale regels en met wapens hun grote gelijk willen

halen. Landen investeren in Defensie om zich te kunnen verdedigen tegen agressie van derden.

Oorlog is het falen van het democratische denken. Oorlog is niet gebaseerd op gelijkheid en waardigheid, maar vertrekt van de macht van de sterkste.

Vandaag kiezen steeds meer wereldleiders opnieuw voor het recht van de sterkste. Russisch president Poetin en Amerikaans president trump zetten de toon. Ze starten oorlogen en negeren alle internationale afspraken. Europa reageert verkrampt en alle EU- landen kiezen in ijltempo enkel voor het versterken van de vierde D, Defensie.

In ons land wordt bespaard op de sociale zekerheid om de begroting in evenwicht te brengen en om 12 miljard ‘blind’ te investerien in defensie. Volgens welk plan? Met welke wapens? Via welke strategie?... Niemand weet het.

Het kan nochtans anders. Als het besrtaande wapenarsenaal van de Europese landen wordt samengebracht in één Europese krijgsmacht, beschikt Europa over een sterker leger dan Rusland.

De EU moet vandaag kiezen voor samenwerking rond defensie en de uitbouw van een sterke Europese sociale sokkel; dit als hefboom voor de verdediging van onze rechten, vrijheden en democratische verworvenheden.

Besparen op sociale uitgaven gaat samen met het onderuithalen van de gelijkwaardigheid en de rechten van de mens. Besparen wordt eenvoudiger als werklozen en langdurig zieken profiteurs zijn; asielzoekers en illegalen misdadigers; ouderen een kost…

Dit systeem werkt alleen als ook de vrije meningsuiting wordt beperkt. Wie militaire investeringen in vraag stelt, klimaatactivist is, protesteert tegen de genocide in Palestiina, komt terecht op de lijst van terroristen (OcAD).

Het middenveld ziet zijn subsidies geschrapt, in een poging om hen het zwijgen op te leggen.

We zijn in een rotvaart op weg naar een ruwe en harde samenleving, waar gelijkheid en waardigheid verdwijnen als basiswaarden.

Zo hoor ik dat ‘kenners’ zich afvragen wat er aan de hand is met onze jongeren. Ze gebruiken vaker geweld, hebben messen op zak… Niet de jongeren zijn verantwoordelijk, wel de ruwe tijd waarin ze opgroeien. Alle dagen zien ze hoe de groten der aarde tonen dat de macht van de sterkste regeert, dat je wapens inzet om je doel te bereiken.

Europa heeft een historische opdracht: het kan de tegenbeweging organiseren.

De basiswaarden van onze beschaving verdedigen en het evenwicht tussen de vier D’s opnieuw herstellen.

Politieke herbronning in 10 heldere stellingen

Groene politiek staat onder zware druk in een wereld die wordt gedomineerd door machtspolitiek, oorlog, ongelijkheid en ecologische ontkenning. Net daarom is een herbronning nodig: terug naar de fundamenten van ecologie, solidariteit, vrede en democratie. Herbronnen is geen nostalgie, maar een noodzakelijke oefening in helderheid en moed. Terug naar de basis om vooruit te kunnen: met een politiek die mensen verbindt, grenzen respecteert en opnieuw hoop geeft.

Groei in vraag stellen

Groen is een systeemkritische partij. Meer BBP betekent niet automatisch meer welzijn. Integendeel: groei gaat vaak ten koste van natuur, gezondheid en sociale samenhang. We hebben nood aan andere welvaartsindicatoren die ook ecologische en sociale kosten meenemen.

5

Iedereen hoort erbij

Een samenleving draait niet alleen op betaalde arbeid. Iedereen heeft recht op een volwaardige plek, ook wie niet actief is op de arbeidsmarkt. Mantelzorg, vrijwilligerswerk en sociale inzet moeten erkend en gewaardeerd worden. kwalitatief werk staat centraal, niet louter economische efficiëntie.

Vrijwilligers centraal in de partij

2 3

Meer dan klimaat alleen

Welzijnkoopkrachtboven

Groen moet opnieuw vertrekken van kwaliteit van leven, welzijn en waarden, niet van koopkrachtden- ken. Ecologie is geen variant op de sociaaldemocratie: niet alles is te koop. Ongebreidelde groei schaadt mens en planeet. Eerlijke herver- deling en respect voor grenzen zijn essentieel. 1

Groen is een ecologische partij in brede zin: klimaat, biodiversiteit, natuur én welzijn horen samen. CO₂-reductie is dringend, maar mag geen excuus worden voor een nieuw groeimodel op elektriciteit. technologie en innovatie helpen, maar lossen niet alles op.

Ecologie en vrede zijn verbonden

Vrede is een kernwaarde van groene politiek. Meer wapens maken de wereld niet veiliger. Groen kiest voor diplomatie, ontwikkelingssamenwerking en democratie. Veiligheid vraagt rechtvaardigheid, niet bewapening.

6

Ecologie is sociaal rechtvaardig

Milieubeleid is geen luxe voor de rijken. Neo-liberaal beleid, niet ecologie, veroorzaakt armoede. klimaatverandering en milieuschade treffen vooral kwetsbare mensen. Groen moet dit verhaal helder blijven vertellen.

4

De basisdemocratie binnen de partij moet hersteld worden. Vrijwilligers zijn geen uitvoerders, maar mede-bouwers van het politieke verhaal. Vertrouwen, initiatief en inhoudelijk debat moeten opnieuw ruimte krijgen.

Eerst visie, dan communicatie

Een sterke partij vertrekt van een sterk verhaal en sterke ideeën, niet van marketing. Investeren in ideologische vorming en ontmoeting is belangrijker dan dure communicatiecampagnes. Overtuigen gebeurt in gesprekken, niet alleen op sociale media.

Beslissen dicht bij mensen

Basisdemocratie betekent dat beslissingen zo dicht mogelijk bij mensen genomen worden: in buurten, gemeenten en lokale netwerken. Dat geldt voor zorg, onderwijs, welzijn en samenleven. Dit versterkt betrokkenheid en sociale cohesie.

Samen partij maken

Groen moet opnieuw een ploeg worden, geen optelsom van structuren en persoonlijke trajecten. Lokale werking verdient meer erkenning. fracties, partijorganen en leden moeten samen het groene verhaal dragen – van wijk tot parlement.

7 8 10 9

Werf mensen voor GroenPlus!

Gebruik het Zilverblad om mensen bij Groen(Plus) te betrekken. Je kan het blad achterlaten in de bib, bij de dokter of op een plaats waar mensen samenkomen. Als je een artikel tegenkomt dat een vriend of een kennis kan interesseren, bezorg het hem/haar, of vraag een extra nummer aan.

Extra nummers kan je opvragen via zilverblad@groen.be, of geef een telefoontje aan Walter Decoene, 0487/68.29.45.

Postbode: niet bestelbare Zilverbladen graag terug naar ‘Henri De Braekeleerlaan 47a, 2630 Aartselaar.

Verantwoording

Tenzij uitdrukkelijk vermeld, berust de verantwoordelijkheid voor artikels en standpunten die in het Zilverblad verschijnen bij de steller ervan.

Colofon

Zilverblad is een uitgave van GroenPlus voor 55+ leden van Groen. Het blad verschijnt in maart, juni, september en december en wordt bij drukkerij Gazelle gedrukt op CyclusPrint papier van 100% gerecycleerde vezels. Lay-out: info@bijdruk.be

Verantw. uitgever: Mieke Vogels, Fruithoflaan 120/1010, 2600 Berchem.

Redactiecoördinator: Joost Fillet

Editor: Walter Decoene

Werkten mee aan dit nummer: Joost Fillet –Mieke Vogels – Etienne Hoeckx – Magda Wouters

– Ivo Brughmans – Rita Van de Voorde – Mark De Geest – Catherine Stepman – Rik Holvoet – Jef Maes – Frans Roggen.

Redactieraad: Bart Staes – Catherine Stepman

– Etienne Hoeckx – Frans Roggen – Ingrid Pira

– Joost Fillet – Magda Wouters – Mark De Geest

– Mieke Vogels – Rita Van de Voorde – Walter Decoene.

Foto’s/illustraties: Walter Decoene –Voedselbanken – fibromyalgie.be – De Loodsen – Inge Driesen – Linus Vandenhaute – Uitgeverij Mammoet – Jef Maes – Dag van de Aarde.

Op het

internet?

Elk nummer verschijnt op www.groen-plus.be, website van GroenPlus, onder MEER LEZEN. En je vindt er ook nog heel wat andere interessante informatie.

Uitschrijven voor de papieren versie kan, met een berichtje aan: Redactie Zilverblad, p/a Henri De Braekeleerlaan 47a, 2630 Aartselaar, of een e-mail aan walter.decoene@gmail.com

f RAN s ROGGEN

Wat vindt de Jos daarvan?

Ik heb horen vertellen dat mijnheer Troemp na zijn presidentschap de rijkste mens ter wereld zal zijn. Het moge hem wel bekomen. Op dit moment probeert hij zoveel mogelijk die wereld om zeep te helpen. Hij laat vissers de reservaten voor de Amerikaanse kust leegvissen; hij laat volop Pacific Gas en Electric oppompen, liefst in natuurgebieden of waar Indianen wonen. ’t Is me wat gescheten, met die oranje apsjaar! Alles wat waarde heeft voor ons soort mensen moet naar de kloten, nét omdat hij dat belangrijk vindt. (Handenwrijvend: we zullen ze eens liggen hebben, hé hé.)

Ik ken dat soort klootzakskes vanuit mijn eigen lagere school. Ze hadden altijd andere lompe pummels aan hun kant. Gelukkig bleven ze voor de derde keer zitten in het derde studiejaar en dan zag je ze niet meer. Maar Troemp zijn pa, ook een schurk net zoals zijn vader, moest niet op een dollar of meer kijken en dan krijg je dit: het debiele zoontje wordt president!

Een paar jaar geleden was de NATO nog gewoon de Amerikaanse bezettingsmacht in Europa, zogezegd om ons te beschermen tegen de Russen. Er waren er die dat geloofden. Dat waren de gasten die op hun kamer posterkes hadden hangen met hoog-intelligente uitspraken als “Liever een raket in mijn tuin dan een Rus in mijn keuken.” Die zijn nu eerste minister. De vredesbeweging was de vijfde kolonne die de weg vrij maakte voor de communisten!

Ik vond dat we maar beter zo rap mogelijk van die hele NATO konden afraken! Daarvoor hadden wij Jos Geysels nodig, de opperturk van de Vredesbeweging, maar die was niet in mijn diensten geïnteresseerd. Jos is immers té intelligent, heb ik horen vertellen.

Ik had mij nooit kunnen voorstellen dat de NATO zou verdwijnen. Maar zeg nooit nooit. Eerst stuikte Reagan zijn Evil Empire in elkaar. En voor we er erg in hadden was de NATO Belgrado aan het bombarderen. “Zij waren begonnen, meester!” Vraag het maar aan Sigaar Clinton. De NATO bombardeerde alleen maar voor de Vrede. Was de NATO dan toch een noodzakelijk kwaad?

En kijk: daar verschenen de fundamentalistische Moslims op het toneel. De NATO heeft het met hen afgelapt in Irak en Afghanistan. In Soedan creperen ze nu van de honger. (Waar de wapenhandelaar is, moet de bakker niet komen.) De Rus, een beetje ongerust in de NATO, is nu al vier jaar bezig met het vermassacreren van Oekraïne. En die van de NATO maar kanonnen verkopen! Kassa kassa.

Terwijl mijnheer Troemp mij zenuwachtig maakt, heeft hij met zijn pesterijen ‘en passant’ de NATO onderuit gesjot, door Groenland op te eisen van de Gamle Danskere. “Daar komt oorlog van”, zei ons moeder. En nu is er geen NATO meer om dat tegen te houden!

Een wereld zonder NATO? Ik ben daar ineens niet meer zó gelukkig mee. Onze eerste minister ook niet. Maar wat vindt de Jos daarvan?

Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
Zilverblad_mrt26_web los by Groenplus Fototheek - Issuu