Skip to main content

Vervangingsinkomen en Integratietegemoetkoming

Page 1

Vervangingsinkomen en integratietegemoetkoming Getuigenissen en analyses over de spanningen tussen een vervangingsinkomen en een integratietegemoetkoming Gepubliceerd in september 2026

Gelijke Rechten voor Iedere Persoon met een handicap (GRIP vzw) Vooruitgangstraat 323, 1030 Brussel | T. (02) 214 27 60 | info@gripvzw.be

www.gripvzw.be | Ondernemingsnummer 0474368206 | RPR Brussel


Vervangingsinkomen en integratietegemoetkoming, 2026

Inhoud 1.

SAMENVATTING ............................................................................................................................. 3

2.

SAMENVATTING IN KLARE TAAL ........................................................................................... 5

3.

INLEIDING ........................................................................................................................................ 7

4.

5.

3.1

WIE IS GRIP? .................................................................................................................................... 7

3.2

WAT DOET GRIP? .............................................................................................................................. 7

DE PRAKTIJK ALS SPIEGEL VAN HET BELEID.................................................................. 8 4.1

HET VERHAAL VAN SELINE ................................................................................................................. 8

4.2

HET VERHAAL VAN GERDA................................................................................................................ 10

4.3

HET VERHAAL VAN ERIK ................................................................................................................... 12

4.4

OPVALLENDE GELIJKENISSEN IN DE GETUIGENISSEN .................................................................... 15

TOELICHTING ................................................................................................................................ 16 5.1

SOCIALE ZEKERHEID IN HET KORT................................................................................................... 16

5.1.1 Verzekeringsprincipe ............................................................................................................. 16 5.1.2 Solidariteitsprincipe ............................................................................................................... 16

6.

7.

8.

5.2

DE INKOMENSVERVANGENDE TEGEMOETKOMING (IVT) ............................................................... 17

5.3

DE INTEGRATIETEGEMOETKOMING (IT).......................................................................................... 18

5.4

COMBINATIE VAN EEN VERVANGINGSINKOMEN EN EEN INTEGRATIETEGEMOETKOMING .............. 18

VISIE ................................................................................................................................................. 19 6.1

BEHOORLIJKE LEVENSSTANDAARD ................................................................................................... 19

6.2

VN-VERDRAG HANDICAP ARTIKEL 28 ............................................................................................ 19

6.3

SLOTOPMERKINGEN VAN HET VN-COMITÉ ..................................................................................... 20

6.4

HET COMITÉ BEVEELT AAN ............................................................................................................... 21

BELEIDSAANBEVELINGEN ....................................................................................................... 22 7.1

HERVORM DE LOGICA ....................................................................................................................... 22

7.2

VOORKOM ABRUPTE VERLIEZEN VAN AFGELEIDE RECHTEN ............................................................ 23

7.3

SAMENHANG TUSSEN FEDERALE EN VLAAMSE REGELGEVING ........................................................ 23

7.4

VERSTERK DE BESCHERMING OP LANGE TERMIJN........................................................................... 24

SLOTBESCHOUWING .................................................................................................................. 24

2


Vervangingsinkomen en integratietegemoetkoming, 2026

1. Samenvatting GRIP brengt in deze publicatie in kaart hoe een vervangingsinkomen samenhangt met de integratietegemoetkoming. De huidige rekenregels voor vervangingsinkomen, waaronder de lage vrijstellingsgrens, veroorzaken een belangrijk probleem. Ze kunnen het uitbetaalde bedrag van de integratietegemoetkoming sterk doen dalen. We leggen dit uit aan de hand van een voorbeeld. Een persoon met een handicap krijgt een inkomensvervangende tegemoetkoming en een integratietegemoetkoming. Die persoon gaat aan het werk en ontvangt een inkomen uit arbeid. Als de persoon later minder of niet meer kan werken, kan die een vervangingsinkomen krijgen. Daarvoor moet de persoon via werk voldoende rechten in de sociale zekerheid hebben opgebouwd. Voorbeelden zijn een invaliditeitsuitkering of een werkloosheidsuitkering. Bij de overstap van een inkomen uit arbeid naar een vervangingsinkomen kan het uitbetaalde bedrag van de integratietegemoetkoming dalen en zelfs nul worden. Het uitbetaalde bedrag kan ook dalen als het vervangingsinkomen lager is dan het vroegere inkomen uit arbeid. Hoewel de erkenning van de verminderde zelfredzaamheid en de toegekende punten kunnen blijven bestaan, leiden de rekenregels er toch vaak toe dat geen integratietegemoetkoming wordt uitbetaald. Dat kan ook gevolgen hebben voor afgeleide rechten. Dit zijn bijkomende rechten verbonden aan een erkenning, een statuut, het ontvangen van een tegemoetkoming of het gezinsinkomen. Sommige van deze rechten kunnen veranderen of wegvallen. Een voorbeeld is de verhoogde tegemoetkoming in de gezondheidszorg.

3


Vervangingsinkomen en integratietegemoetkoming, 2026

Een ziekte- of invaliditeitsuitkering maakt deel uit van het stelsel van sociale verzekeringen. De integratietegemoetkoming maakt deel uit van het stelsel van sociale bijstand. Deze stelsels hebben verschillende doelen. Bij de berekening van de integratietegemoetkoming geldt voor een inkomen uit arbeid een andere vrijstellingsgrens dan voor een vervangingsinkomen. Tijdens het werk kan een persoon een inkomen uit arbeid combineren met de integratietegemoetkoming. Door het verschil tussen de vrijstellingsgrenzen kan het uitbetaalde bedrag van de integratietegemoetkoming dalen wanneer de persoon een vervangingsinkomen krijgt. Dat verschil is problematisch. De getuigenissen van Seline, Gerda en Erik laten zien hoe de regels in de praktijk uitwerken. Bij de berekening van hun integratietegemoetkoming telt het deel van het vervangingsinkomen boven de vrijstellingsgrens mee. Daardoor kan het uitbetaalde bedrag van de integratietegemoetkoming dalen. Dit kan gevolgen hebben voor hun financiële zekerheid en hun afgeleide rechten. GRIP vraagt betere vrijstellingsregels voor vervangingsinkomen bij de berekening van de integratietegemoetkoming. Principieel is GRIP voorstander van een integratietegemoetkoming die losstaat van hoeveel inkomen iemand verdient. De regels moeten de rechten van personen met een handicap beter beschermen. Ook de verschillende regels binnen de sociale bescherming moeten beter op elkaar aansluiten. Daarvoor moeten overheden en overheidsinstellingen beter samenwerken. Op lange termijn is een sterkere bescherming nodig tegen de financiële gevolgen van de extra kosten door een handicap. Een systeem dat personen ondersteunt, mag hen niet financieel verzwakken als hun situatie verandert.

4


Vervangingsinkomen en integratietegemoetkoming, 2026

2. Samenvatting in klare taal Dit document gaat over het inkomen en de integratietegemoetkoming van personen met een handicap. Stel je voor: een persoon met een handicap krijgt eerst een inkomensvervangende tegemoetkoming en een integratietegemoetkoming. Daarna gaat die persoon aan de slag en krijgt die een inkomen uit arbeid. Later kan de persoon minder of niet meer werken. Door te werken heeft de persoon voldoende rechten in de sociale zekerheid opgebouwd. Daardoor kan die een vervangingsinkomen krijgen. Dit vervangingsinkomen kan lager zijn dan het vroegere inkomen uit arbeid. Toch kan dat lagere vervangingsinkomen het uitbetaalde bedrag van de integratietegemoetkoming doen dalen. We leggen enkele woorden uit: x

Een vervangingsinkomen is een inkomen dat in de plaats komt van een inkomen uit arbeid. Voorbeelden zijn een invaliditeitsuitkering of een werkloosheidsuitkering.

x

De inkomensvervangende tegemoetkoming, of IVT, is er voor personen die door hun handicap niet of veel minder kunnen verdienen. Deze tegemoetkoming vervangt een deel van het inkomen dat zij door hun handicap niet kunnen verdienen.

x

De integratietegemoetkoming, of IT, is een tegemoetkoming voor extra kosten door een handicap. Denk aan extra kosten voor vervoer, wonen, hulpmiddelen of ondersteuning. Andere regelingen vergoeden deze kosten niet altijd volledig.

5


Vervangingsinkomen en integratietegemoetkoming, 2026

Seline, Gerda en Erik vertellen elk hun verhaal. Zij schakelen over van een inkomen uit arbeid naar een vervangingsinkomen. In hun verhalen zien we dat het uitbetaalde bedrag van de integratietegemoetkoming daalt en soms nul wordt. Dat kan ook gebeuren als het vervangingsinkomen lager is dan het vroegere inkomen uit arbeid. Hoewel de erkenning en de toegekende punten soms blijven bestaan, kunnen de rekenregels ervoor zorgen dat iemand geen integratietegemoetkoming uitbetaald krijgt. Dat kan ook gevolgen hebben voor afgeleide rechten. Dit zijn rechten die afhangen van een erkenning, een tegemoetkoming of het gezinsinkomen. Een voorbeeld is de verhoogde tegemoetkoming in de gezondheidszorg. De regels voor een vervangingsinkomen en de integratietegemoetkoming passen niet goed bij elkaar. Principieel is GRIP voorstander van een integratietegemoetkoming die losstaat van hoeveel inkomen iemand verdient. GRIP vraagt betere rekenregels voor een vervangingsinkomen en een betere bescherming van de rechten van personen met een handicap. Ook moeten overheden en overheidsinstellingen beter samenwerken. Een systeem dat personen ondersteunt, mag hen niet financieel verzwakken als hun situatie verandert.

“Principieel is GRIP voorstander van een integratietegemoetkoming die losstaat van hoeveel inkomen iemand verdient.” (overgenomen uit het verkiezingsdossier 2024 van GRIP).

6


Vervangingsinkomen en integratietegemoetkoming, 2026

3. Inleiding Met deze thematische publicatie wil GRIP bijdragen aan een duidelijk gesprek over leven met een handicap en financiële bescherming. Personen met een handicap krijgen in deze publicatie uitdrukkelijk het woord.

3.1 Wie is GRIP? GRIP, Gelijke Rechten voor Iedere Persoon met een handicap, is de mensenrechtenorganisatie voor personen met een handicap in Vlaanderen en partner van Gelijke Kansen Vlaanderen. Vanuit onze missie werken we aan gelijke rechten en een inclusieve samenleving, waarin iedereen op basis van gelijkwaardigheid kan deelnemen. Het VN-Verdrag Handicap is onze toetssteen. Artikel 28 van dat Verdrag erkent het recht van personen met een handicap op een behoorlijke levensstandaard en sociale bescherming.

3.2 Wat doet GRIP? GRIP sensibiliseert en voert politieke gesprekken vanuit een mensenrechtenvisie. We komen op voor rechten binnen 7 thema’s: 1) mensenrechten, 2) de omwenteling in de kijk op handicap, 3) voldoende ondersteuning en zelfbeschikking, 4) betaald, inclusief werk, 5) het recht op inclusief onderwijs, 6) een toegankelijke en betaalbare woning, en 7) rondkomen met je inkomen. Vanuit onze opdracht binnen het beleidsdomein Gelijke Kansen richt GRIP zich in de eerste plaats op het Vlaamse beleidsniveau. In dit dossier vereist de bevoegdheidsverdeling dat GRIP zich ook op het federale beleidsniveau richt.

7


Vervangingsinkomen en integratietegemoetkoming, 2026

4. De praktijk als spiegel van het beleid We starten met getuigenissen uit de praktijk. Persoonlijke verhalen maken meteen tastbaar waar het probleem ligt. De getuigen komen onder hun eigen naam of onder een schuilnaam aan het woord. Daarna leggen we uit hoe het systeem werkt en waarom deze problemen ontstaan. De getuigenissen geven een beeld van concrete situaties op het moment waarop de getuigen hun verhaal deelden, in de zomer en herfst van 2025.

4.1 Het verhaal van Seline

Seline werkte jarenlang met veel engagement in het onderwijs als gedetacheerde leerkracht. Door een degeneratieve ziekte moest ze haar loopbaan onderbreken. Na verloop van tijd wilde Seline opnieuw gedeeltelijk aan het werk, met goedkeuring van de adviserend arts en binnen haar mogelijkheden. In de praktijk bleek dit echter niet mogelijk. Het systeem liet haar niet toe om op een flexibele manier verder te werken binnen haar vastbenoemde onderwijsuren. Na een lange en complexe administratieve procedure belandde Seline uiteindelijk in het statuut van TAVA (tijdelijke arbeidsongeschiktheid voor ambtenaren), met een vorm van vervangingsinkomen.

8


Vervangingsinkomen en integratietegemoetkoming, 2026

Voor ze in dit TAVA-statuut terechtkwam, combineerde Seline een deeltijdse onderwijsopdracht met een integratietegemoetkoming. Die tegemoetkoming was bedoeld om een deel van de extra kosten door haar handicap te compenseren. Toen Seline overstapte van een inkomen uit arbeid naar de lagere TAVA-uitkering, daalde het uitbetaalde bedrag van haar integratietegemoetkoming tot nul. Seline vindt de daling moeilijk te begrijpen en onrechtvaardig. Haar inkomen via TAVA ligt lager dan haar inkomen uit arbeid. Bij de berekening van de integratietegemoetkoming geldt voor een inkomen uit arbeid een hogere vrijstellingsgrens dan voor een vervangingsinkomen. Seline spreekt in dit verband over een “drempeleffect”. Het gevolg is dat personen zoals Seline, die binnen hun mogelijkheden actief proberen te blijven of noodgedwongen terugvallen op een vervangingsinkomen, in een financieel onzekere positie terechtkomen. Dat staat haaks op het doel van zowel een inclusief beleid als een activeringsbeleid. Omdat Seline geen invaliditeitsuitkering ontvangt en geen integratietegemoetkoming uitbetaald krijgt, verliest zij ook het automatische recht op de verhoogde tegemoetkoming in de gezondheidszorg. Haar persoonlijke aandeel in de medische kosten is aanzienlijk gestegen. Seline ervaart de administratieve logica als tegenstrijdig. Ze wordt binnen haar ambtenarenstatuut tijdelijk arbeidsongeschikt verklaard via TAVA, maar tegelijk laten de TAVA-regels toe dat ze in een ander statuut wél mag bijverdienen, bijvoorbeeld via flexi-jobs. Voor haar voelt dat ongerijmd aan: ze is officieel tijdelijk arbeidsongeschikt voor haar eigen job, maar mag volgens de regels tegelijk wel elders werken?

9


Vervangingsinkomen en integratietegemoetkoming, 2026

Om financiële redenen heeft Seline zowel haar psychologische begeleiding als noodzakelijke tandbehandelingen ten gevolge van haar medicatiegebruik moeten onderbreken. Ze ervaart het beleid als sterk gefragmenteerd: federale, Vlaamse en lokale regels sluiten onvoldoende op elkaar aan, waardoor personen zonder de ondersteuning blijven die ze nodig hebben.

4.2 Het verhaal van Gerda Gerda getuigt onder een schuilnaam. Gerda vertelde haar verhaal eerder in de getuigenis “De prijs van Gerda’s handicap” op de website van GRIP. In 2025 bleek dat er weinig aan haar situatie was veranderd. Gerda is alleenstaand en huurt op de private huurmarkt. Al meer dan 20 jaar leeft ze met de gevolgen van een zwaar arbeidsongeval waardoor ze vanaf de borst verlamd raakte. Kort na het ongeval kreeg ze tijdens haar verblijf in een revalidatiecentrum zowel een inkomensvervangende tegemoetkoming als een integratietegemoetkoming. De tegemoetkomingen werden na iets meer dan een jaar ambtshalve stopgezet, hoewel haar handicap blijvend is. Na een lange juridische strijd tegen haar voormalige werkgever over het arbeidsongeval kreeg Gerda uiteindelijk een rente wegens blijvende arbeidsongeschiktheid toegekend. De rente werd jarenlang niet geïndexeerd en volledig als belastbaar inkomen beschouwd. Omdat haar werkgever niet correct verzekerd was, betaalt Gerda sinds 2006 zelf de medische kosten. Gerda probeerde de integratietegemoetkoming opnieuw te verkrijgen om zo de extra kosten door haar handicap te kunnen dragen. In totaal vroeg ze 6 keer de integratietegemoetkoming aan.

10


Vervangingsinkomen en integratietegemoetkoming, 2026

Haar rente uit de arbeidsongevallenverzekering lag onder het minimumloon, maar net boven de toenmalige inkomensgrenzen. Haar nieuwe aanvragen leidden aanvankelijk niet tot een uitbetaling van de integratietegemoetkoming. Ze werd als volwassen vrouw financieel afhankelijk van haar ouders. Hun ondersteuning had ze toentertijd nodig om de extra kosten door haar handicap en de kosten voor levensonderhoud, zoals de huur, te betalen. Gerda werkt nu 3 halve dagen per week in een laboratorium. Ondanks haar werk heeft ze nog altijd hoge extra kosten door haar handicap, zoals gespecialiseerd vervoer, medische behandelingen en persoonlijke assistentie. Een van haar grootste uitgaven is de nachtassistentie. De kosten worden slechts gedeeltelijk vergoed. Bovendien brengt de regelgeving rond slapende wacht, waarbij een assistent ’s nachts aanwezig is en kan ingrijpen wanneer dat nodig is, extra verplichtingen en vergoedingen met zich mee. Sinds 2021 heeft Gerda opnieuw recht op een integratietegemoetkoming. Door de rekenregels is het uitbetaalde bedrag lager dan het maximumbedrag. Het uitbetaalde bedrag van de integratietegemoetkoming dekt slechts een klein deel van haar extra kosten. Wel krijgt zij opnieuw toegang tot afgeleide rechten. Haar pensioenvooruitzichten baren haar zorgen. Ze vreest dat de pensioenhervorming van de regering-De Wever haar situatie verder zal bemoeilijken. Gerda ervaart haar leven als een voortdurende evenwichtsoefening tussen inkomen en extra kosten door een handicap. Ze werkt om financieel rond te komen, maar blijft ook met werk structureel financieel kwetsbaar.

11


Vervangingsinkomen en integratietegemoetkoming, 2026

4.3 Het verhaal van Erik Erik verloor in 2002 zijn zicht door een medische fout, een gebeurtenis die zijn leven ingrijpend veranderde. Hij werd niet alleen blind, maar verloor ook zijn relatie en zijn financiële zekerheid. Zijn partner verliet hem en nam het gezamenlijke spaargeld mee, waardoor Erik noodgedwongen bij zijn ouders ging wonen. Toen duidelijk werd dat zijn blindheid blijvend was, besloot Erik zijn leven opnieuw op te bouwen. Hij startte een intensieve revalidatie en volgde een opleiding aan het SintRafaël-instituut voor volwassenen met een visuele beperking. Daar leerde hij braille. Hij ontwikkelde vaardigheden die nodig zijn om zo zelfstandig mogelijk te leven. Tegelijk begon hij aan een nieuw traject richting werk. Na 3 jaar behaalde Erik via het tweedekansonderwijs een diploma secundair onderwijs. Vervolgens vond hij een halftijdse job bij een bedrijf dat hulpmiddelen verkoopt voor blinde en slechtziende personen. Tot op vandaag werkt hij daar, intussen in de technische dienst. Sinds 2007 werkt Erik gedeeltelijk, met toestemming van zijn mutualiteit. Hij combineert zijn inkomen uit arbeid met een gedeeltelijk vervangingsinkomen en ontvangt daarnaast een tegemoetkoming voor hulp van derden. Hij kan een appartement huren en een zelfstandig leven opbouwen. Hij is trots op wat hij heeft bereikt, zeker gezien de moeilijke start na het verlies van zijn zicht.

12


Vervangingsinkomen en integratietegemoetkoming, 2026

In het eerste jaar van zijn arbeidsongeschiktheid ontving Erik ook een integratietegemoetkoming. Na een medische herziening werd Eriks integratietegemoetkoming stopgezet. Erik vocht de beslissing aan. Na een beroepsprocedure behield hij de eerder toegekende punten tot 2036 en kreeg hij het recht opnieuw. Hoewel het vervangingsinkomen lager was dan zijn vroegere inkomen uit arbeid in de textielsector, kreeg Erik door de toepassing van de rekenregels na enige tijd toch geen integratietegemoetkoming meer uitbetaald. Dat had ook gevolgen voor verschillende afgeleide rechten, zoals sociale tarieven. Erik ervoer de periode waarin zijn integratietegemoetkoming niet meer werd uitbetaald als een financiële achteruitgang. Bij de aanvraag voor een tegemoetkoming voor hulp van derden kreeg Erik eerst een weigering. Pas na extra tussenkomst van de adviserend arts kreeg Erik alsnog goedkeuring voor zijn aanvraag. De administratieve strijd ervaart Erik als een extra belasting bovenop zijn handicap. Hij geeft aan dat je mondig en veerkrachtig moet zijn om je rechten te kunnen afdwingen. Nu Erik 54 is, maakt hij zich zorgen over zijn toekomst. Hij noemt de financiële gevolgen van gedeeltelijke werkhervatting een “nulsomspel”: een stijging van zijn inkomen uit arbeid leidt tot een daling van zijn vervangingsinkomen. Daardoor ervaart hij nauwelijks financiële vooruitgang. Hij vindt dat onlogisch en ongelijk. Erik voelt dat hij op een kantelpunt staat. Hij wordt ouder en heeft meer ondersteuning nodig.

13


Vervangingsinkomen en integratietegemoetkoming, 2026

Zijn netwerk dunt uit en de fysieke belasting van zijn werk neemt toe. Hij vraagt zich af hoe hoog zijn pensioen zal zijn na jaren van deeltijds werk. Hij vraagt zich ook af of hij zich wel in het “juiste socialezekerheidsstelsel” bevindt. Eriks boodschap is duidelijk. Als beleidsmakers de werkzaamheidsgraad van personen met een handicap willen verhogen, moet werken in de praktijk en op de lange termijn lonen. Dat vraagt om een versterking van de ondersteuning, niet om een afbouw van rechten.

Eriks boodschap:

“Als beleidsmakers de werkzaamheidsgraad van personen met een handicap willen verhogen, moet werken in de praktijk en op de lange termijn lonen.

Dat vraagt om een versterking van de ondersteuning, niet om een afbouw van rechten.” (Erik)

14


Vervangingsinkomen en integratietegemoetkoming, 2026

4.4 Opvallende gelijkenissen in de getuigenissen Thema

Kern bij de drie getuigen

Bij alle drie de getuigen daalt Daling van het het uitbetaalde bedrag van de uitbetaalde bedrag van integratietegemoetkoming de integratiedoor de rekenregels voor een vervangingsinkomen. Soms tegemoetkoming wordt dat bedrag nul.

Overkoepelende bevinding De huidige vrijstellingsgrens bij de berekening van de integratietegemoetkoming is te laag. Daardoor kunnen personen met een handicap de extra kosten door hun handicap onvoldoende dragen. Dat zet een menswaardig leven onder druk.

Wegvallen van afgeleide rechten

Als geen integratietegemoetkoming wordt uitbetaald, kan dat gevolgen hebben voor sociale tarieven en andere afgeleide rechten.

Als geen integratietegemoetkoming wordt uitbetaald, kan dat gevolgen hebben voor afgeleide rechten.

Administratieve complexiteit

De drie getuigen krijgen te maken met langdurige procedures en beoordelingen.

Het systeem vraagt mondigheid en assertiviteit van het individu.

Hoge extra kosten door een handicap

De drie getuigen hebben door hun handicap structureel hogere kosten.

Het besteedbare inkomen blijft te laag. Daarnaast kan het uitbetaalde IT-bedrag sterk dalen, terwijl de extra kosten blijven bestaan.

Toekomst- en pensioenonzekerheid

De drie getuigen maken zich zorgen over hun financiële stabiliteit en in twee gevallen uitdrukkelijk over hun latere pensioen.

De huidige sociale bescherming biedt onvoldoende zekerheid en toekomstperspectief.

Erik en Gerda hebben juridische stappen gezet om hun rechten af te dwingen of te behouden.

Dat verschillende personen juridische stappen moeten zetten om toegang te krijgen tot hun rechten, geeft een indicatie van tekortkomingen in het systeem.

Juridische procedures

15


Vervangingsinkomen en integratietegemoetkoming, 2026

5. Toelichting 5.1 Sociale zekerheid in het kort Dit dossier wordt gekenmerkt door de wisselwerking tussen twee principes in de sociale zekerheid: verzekering en solidariteit. In dit hoofdstuk leggen we de belangrijkste principes van de sociale zekerheid uit.

5.1.1

Verzekeringsprincipe

Het verzekeringsstelsel omvat verschillende takken van de sociale zekerheid, zoals de werkloosheidsverzekering, de ziekte- en invaliditeitsverzekering, de arbeidsongevallenverzekering, de beroepsziekteverzekering, het pensioenstelsel en de jaarlijkse vakantie. Elke tak heeft eigen voorwaarden, zoals een vereiste periode waarin iemand voldoende heeft gewerkt of een bijdrage heeft betaald. Een vervangingsinkomen is een inkomen dat geheel of gedeeltelijk in de plaats komt van een inkomen uit arbeid. Voorbeelden zijn een werkloosheidsuitkering, een ziekte-uitkering, een invaliditeitsuitkering of een pensioen. Vakantiegeld is geen vervangingsinkomen. Bij werkloosheid, ziekte, invaliditeit of pensionering kan een persoon op basis van de opgebouwde rechten zo’n inkomen ontvangen.

5.1.2

Solidariteitsprincipe

Naast het verzekeringsprincipe bestaat het solidariteitsprincipe. Dit principe is bedoeld voor personen die niet kunnen werken of onvoldoende rechten hebben opgebouwd om aanspraak te maken op een vervangingsinkomen.

16


Vervangingsinkomen en integratietegemoetkoming, 2026

In dat geval voorziet de sociale zekerheid in een ander stelsel: het solidariteitsstelsel. Dit stelsel is er onder meer voor personen met een handicap. We noemen de financiële ondersteuning vanuit deze pijler een tegemoetkoming.

5.2 De inkomensvervangende tegemoetkoming (IVT) De inkomensvervangende tegemoetkoming is een federale tegemoetkoming voor personen die door hun handicap minder inkomen uit arbeid kunnen verdienen. De bevoegde dienst kent de tegemoetkoming toe op basis van de erkenning van de handicap en een sociaaleconomische beoordeling van het verdienvermogen. De dienst voert ook een middelenonderzoek uit. Daarbij houdt de dienst rekening met andere inkomsten van de persoon en de partner. Hoe hoger de inkomsten zijn, hoe lager de tegemoetkoming. Door de berekening kan het gebeuren dat geen inkomensvervangende tegemoetkoming wordt uitbetaald. Als samenwonen het bedrag van de IVT verlaagt, spreekt GRIP over “de prijs van de liefde voor IVT”. De inkomensvervangende tegemoetkoming wordt op jaarbasis toegekend, maar maandelijks uitbetaald. De tegemoetkoming is niet belastbaar. Een aanvraag voor een inkomensvervangende tegemoetkoming geldt automatisch ook als een aanvraag voor een integratietegemoetkoming. Personen die recht hebben op het maximumbedrag van de inkomensvervangende tegemoetkoming en voldoen aan de criteria voor verminderde zelfredzaamheid, kunnen doorgaans ook recht krijgen op een integratietegemoetkoming.

17


Vervangingsinkomen en integratietegemoetkoming, 2026

5.3 De integratietegemoetkoming (IT) De integratietegemoetkoming (IT) is een federale financiële tegemoetkoming voor personen die door een handicap of aandoening moeilijkheden ervaren bij dagelijkse activiteiten. De tegemoetkoming heeft als doel de extra kosten die samenhangen met een handicap gedeeltelijk te compenseren. De toekenning gebeurt via een screening met de medische-sociale schaal. De schaal brengt in kaart op welke domeinen de persoon moeilijkheden ervaart, zoals mobiliteit, omgaan met gevaar, het dagelijkse leven en deelname aan sociale contacten. De integratietegemoetkoming is geen belastbaar inkomen. De persoon beslist zelf waaraan die de tegemoetkoming besteedt en hoeft dat niet te verantwoorden. De persoon kan de tegemoetkoming combineren met andere inkomsten, zoals een inkomen uit arbeid. Voor de combinatie gelden specifieke rekenregels, waaronder vrijstellingsgrenzen. Als iemand een vervangingsinkomen ontvangt, volgt een nieuwe berekening volgens de geldende regels. Een vervangingsinkomen krijgen leidt niet automatisch tot een stopzetting van de tegemoetkoming.

5.4 Combinatie van een vervangingsinkomen en een integratietegemoetkoming We kaarten aan in welke mate iemand een vervangingsinkomen kan combineren met een integratietegemoetkoming. In de praktijk zien we dat het uitbetaalde bedrag van de integratietegemoetkoming vaak daalt, ook als het vervangingsinkomen lager is dan het vroegere inkomen uit arbeid.

18


Vervangingsinkomen en integratietegemoetkoming, 2026

6. Visie 6.1 Behoorlijke levensstandaard Personen met een handicap hebben recht op een menswaardig leven. Om dat recht waar te maken, zijn onder meer een toereikend inkomen, toegang tot tegemoetkomingen en passende ondersteuning nodig. Artikel 23 van de Belgische Grondwet en artikel 28 van het VN-Verdrag Handicap vormen hiervoor samen het mensenrechtelijke kader. Artikel 23 van de Belgische Grondwet erkent voor iedereen het recht op een menswaardig leven. Dat omvat onder meer het recht op sociale zekerheid, bescherming van de gezondheid, sociale, geneeskundige en juridische bijstand, behoorlijke huisvesting en een gezond leefmilieu. Artikel 28 van het VN-Verdrag Handicap erkent het recht van personen met een handicap op een behoorlijke levensstandaard en sociale bescherming, zonder discriminatie op grond van handicap.

6.2 VN-Verdrag Handicap artikel 28 Behoorlijke levensstandaard en sociale bescherming 1. De Staten die Partij zijn erkennen het recht van personen met een handicap op een behoorlijke levensstandaard voor henzelf en voor hun gezinnen, met inbegrip van voldoende voeding, kleding en huisvesting en op de voortdurende verbetering van hun levensomstandigheden, en nemen passende maatregelen om de uitoefening van dit recht zonder discriminatie op grond van handicap te beschermen en te bevorderen.

19


Vervangingsinkomen en integratietegemoetkoming, 2026

2. De Staten die Partij zijn erkennen het recht van personen met een handicap op sociale bescherming en op het genot van dat recht zonder discriminatie op grond van handicap, en nemen passende maatregelen om de verwezenlijking van dat recht te waarborgen en te stimuleren, met inbegrip van maatregelen om: a) de gelijke toegang voor personen met een handicap tot voorzieningen op het gebied van zuiver water te waarborgen, alsmede toegang te waarborgen tot passende en betaalbare diensten, instrumenten en andere vormen van ondersteuning voor aan de handicap gerelateerde behoeften; b) de toegang voor personen met een handicap, in het bijzonder voor vrouwen, meisjes en ouderen, tot programma's voor sociale bescherming en het terugdringen van de armoede te waarborgen; c) voor personen met een handicap en hun gezinnen die in armoede leven de toegang tot hulp van de overheid te waarborgen, voor aan de handicap gerelateerde kosten, met inbegrip van adequate training, advisering, financiële hulp en mantelzorgondersteunende zorg [respijtzorg]; d) de toegang te waarborgen tot sociale huisvestingsprogramma's; e) de toegang voor personen met een handicap te waarborgen tot pensioensuitkeringen en -programma's.

6.3 Slotopmerkingen van het VN-Comité Het VN-Comité voor de Rechten van Personen met een Handicap volgt op hoe landen het VN-Verdrag Handicap uitvoeren. Elk land dat partij is bij het Verdrag moet periodiek rapporteren over de manier waarop het de rechten van personen met een handicap beschermt en het VN-Verdrag Handicap uitvoert. Het Comité leest de rapporten, stelt bijkomende vragen en formuleert daarna slotopmerkingen met aanbevelingen.

20


Vervangingsinkomen en integratietegemoetkoming, 2026

Het Comité onderzocht in 2024 hoe België het VN-Verdrag Handicap naleeft. De slotopmerkingen werden gepubliceerd op 30 september 2024. Het Comité maakt zich zorgen over: (a) […] het grote aantal personen met een handicap die in armoede leven en geen regelmatige bron van inkomsten hebben: 13% van de personen met een handicap leeft in een huishouden met een inkomen onder de armoederisicodrempel; (b) [het feit] dat het toekomstige federale plan voor armoedebestrijding onvoldoende rekening houdt met handicaps en dat er geen regionale actieplannen lijken te zijn om armoede bij personen met een handicap te bestrijden.

6.4 Het Comité beveelt aan Het Comité vraagt dat de Staat die partij is, in nauw overleg met en met actieve betrokkenheid van personen met een handicap, via hun vertegenwoordigende organisaties: (a) ervoor zorgt dat het inkomen van personen met een handicap toereikend is om een menswaardig bestaan te leiden, onder meer door de volledige uitkering ter dekking van aan de handicap gerelateerde kosten [integratietegemoetkoming] te handhaven bij indiensttreding; (b) rekening houdt met handicap in de strategieën ter bestrijding van armoede en dakloosheid in het toekomstige federale plan voor armoedebestrijding, en regionale actieplannen voor armoedebestrijding aanneemt die in het bijzonder aandacht besteden aan de situatie van vrouwen en kinderen met een handicap en ouderen met een handicap, en controlemechanismen instelt om de effectieve uitvoering van deze actieplannen te waarborgen.

21


Vervangingsinkomen en integratietegemoetkoming, 2026

7. Beleidsaanbevelingen De integratietegemoetkoming is van fundamenteel belang voor de volwaardige deelname van personen met een handicap aan de samenleving. De tegemoetkoming is niet alleen financieel van belang. Ze draagt ook bij aan de kwaliteit van bestaan, autonomie en de mogelijkheid om eigen keuzes te maken.

7.1 Hervorm de logica Strenge rekenregels voor een vervangingsinkomen kunnen leiden tot een sterke daling van het uitbetaalde bedrag van de integratietegemoetkoming. De handicap en de daaraan verbonden extra kosten blijven bestaan. De daling kan ook gevolgen hebben voor afgeleide rechten. Na verlies van werk of bij tijdelijke arbeidsongeschiktheid moet het beleid inzetten op continuïteit van rechten, procedurele voorspelbaarheid en controleerbare motivering van de beslissing. Zo kunnen personen hun leven blijven organiseren. x

GRIP is voorstander van een integratietegemoetkoming die losstaat van hoeveel inkomen iemand verdient.

x

Blijft de overheid toch een maximumbedrag voor de vrijstelling hanteren, verbeter dan de regeling voor de combinatie van de integratietegemoetkoming met een vervangingsinkomen na een periode van tewerkstelling.

x

Baseer het principiële recht op de integratietegemoetkoming op de toegekende punten.

22


Vervangingsinkomen en integratietegemoetkoming, 2026

7.2 Voorkom abrupte verliezen van afgeleide rechten Pas de rekenregels aan en stel het vervangingsinkomen volledig vrij bij de berekening van de integratietegemoetkoming. Blijft de overheid toch een maximumbedrag voor de vrijstelling hanteren, zorg er dan voor dat het uitbetaalde bedrag van de integratietegemoetkoming nooit nul wordt. Laat in dat geval het bedrag geleidelijk en evenredig dalen en betaal altijd minstens één euro uit. Bescherm afgeleide rechten ook automatisch bij tijdelijke veranderingen in inkomen of statuut. Zo blijft de financiële situatie van een persoon stabiel en leidt een kleine wijziging niet tot een structurele achteruitgang.

“Eén wijziging zet een drempeleffect in gang. Ik ga erop achteruit, terwijl ik eigenlijk minder inkomen heb dan vroeger.” (Seline)

7.3 Samenhang tussen federale en Vlaamse regelgeving Zorg voor meer samenhang tussen de federale en de Vlaamse regelgeving door definities, procedures en besluitvorming beter op elkaar af te stemmen. Respecteer daarbij de eigenheid en doelstellingen van elk beleidsniveau en elke beleidsmaatregel. Vermijd dat overheden en overheidsinstellingen personen met een handicap telkens opnieuw vragen om hun situatie toe te lichten of te bewijzen. Een doorverwijzing naar een andere dienst kan nodig zijn. De verwijzende dienst geeft duidelijke informatie en zorgt voor een goede overdracht. De dienst volgt het dossier waar mogelijk ook op. Een beter afgestemde

23


Vervangingsinkomen en integratietegemoetkoming, 2026

aanpak, met passende instrumenten, leidt tot een efficiënte en rechtvaardige toekenning van rechten.

7.4 Versterk de bescherming op lange termijn Voorzie aanvullende inkomensbescherming voor personen die door hun handicap slechts beperkt kunnen werken. Besteed daarbij bijzondere aandacht aan de opbouw van pensioenrechten, ook bij deeltijds werk en gedeeltelijke werkhervatting. Zonder gerichte maatregelen kan deze structurele financiële kwetsbaarheid op latere leeftijd leiden tot een verhoogd armoederisico.

“Ik werk en ik blijf werken, maar ik vrees dat ik bij pensionering onder de armoedegrens zal terechtkomen.” (Gerda)

8. Slotbeschouwing Een sterkere integratietegemoetkoming kan armoedevallen na een periode van tewerkstelling helpen voorkomen. Een inclusief activerings- en armoedebestrijdingsbeleid vertrekt vanuit vertrouwen in de mogelijkheden van personen met een handicap en respecteert hun zelfbeschikking. De integratietegemoetkoming is daarbij een belangrijke hefboom. Ze moet worden beschermd als een instrument dat hen op lange termijn in staat stelt hun leven zelf te organiseren. Die bescherming moet blijven gelden wanneer hun werk, inkomen of omstandigheden veranderen, ook na de beroepsactieve leeftijd. Onze aanbevelingen vragen een consequente keuze voor samenhang, proportionaliteit en rechtszekerheid.

24


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
Vervangingsinkomen en Integratietegemoetkoming by GRIP vzw - Issuu