VOOROP IN DIERGEZONDHEID NIEUWSBRIEF VOOR PRACTICI • JAARGANG 32 • NUMMER 6 • AUGUSTUS 2026
Veterinair Eén antistofpositief bloedmonster in de BVD-steekproef: protocol versus praktijk Binnen het huidige BVD-protocol van ZuivelNL geldt een uitslag van maximaal één antistofpositief dier in een steekproef van vijf dieren als gunstig. Toch verdient een één-op-vijf-uitslag veterinaire aandacht, omdat deze verschillende achtergronden kan hebben. Mogelijke verklaringen zijn maternale antistoffen bij jongere dieren, antistoffen als gevolg van vaccinatie of een fout-positieve uitslag. Daarnaast kan een enkel antistofpositief dier ook een eerste signaal zijn van een recente blootstelling aan het BVD-virus binnen het koppel. In de praktijk zien we regelmatig dat bedrijven met een later ongunstige steekproef eerder een uitslag van één op de vijf antistofpositieve dieren hadden. Een dergelijke uitslag kan daarom een vroeg signaal zijn dat verdere evaluatie rechtvaardigt, zeker wanneer er aanvullende risicofactoren aanwezig zijn, zoals dieraanvoer, een onbekende BVD-status of klinische aanwijzingen passend bij BVD. Aanvullend onderzoek is niet verplicht vanuit het protocol, maar kan de interpretatie van de uitslag aanzienlijk ondersteunen. Heronderzoek van het antistofpositieve dier of uitbreiding van de steekproef met enkele extra dieren uit dezelfde leeftijdscategorie kan vaak relatief eenvoudig meer duidelijkheid geven over de betekenis van het signaal. Vroege opvolging kan bijdragen aan het tijdig herkennen van BVD-circulatie en het beperken van verdere schade. drs. Emma Strous-van de Kerkhof, Europees specialist rundergezondheid
Wie verdient de Anne Veenbaas-penning? Kent u iemand die zich op een onderscheidende manier inzet voor diergezondheid of dierenwelzijn en net een stapje extra zet? Nomineer die persoon of dat initiatief voor de Anne Veenbaas-penning. Deze jaarlijkse onderscheiding van het Anne Veenbaas-fonds, opgericht ter ere van het 100-jarig bestaan van GD, beloont vernieuwende en praktijkgerichte bijdragen aan diergezondheid en dierenwelzijn in Nederland. Denk aan innovaties die sterfte verminderen, hittestress tegengaan of verantwoord antibioticumgebruik stimuleren. Zowel veehouders, dierenartsen, onderzoekers, studenten als samenwerkingsinitiatieven kunnen genomineerd worden. De winnaar ontvangt een penning, ontworpen door Frank Letterie, en 500 euro.
De Veekijker: voor alle veterinaire vragen Voor veterinaire vragen is de Veekijker rechtstreeks te bereiken op 088 20 25 555. Via een keuzemenu kiest u de diersoort waar u informatie over wilt hebben. Voor de verschillende diersoorten gelden andere openingstijden: Rund 08.30 – 17.00 uur Rund uiergezondheid 15.00 – 17.00 uur Kleine Herkauwers 15.00 – 17.00 uur Varken 08.30 – 17.00 uur Pluimvee 08.30 – 17.00 uur Helpdesk Paard (alleen voor infectieuze aandoeningen) 15.00 – 17.00 uur
NOMINEER UW KANDIDAAT Veterinair, augustus 2026 - 1
Lotte Roos, coördinator diergezondheidsmonitoring
Samen zien, samen weten De Week van de Monitoring ligt inmiddels achter ons. Een week waarin we via podcasts, video’s, praktijkverhalen en een symposium hebben laten zien hoe diergezondheidsmonitoring werkt en vooral hoe belangrijk de bijdrage van dierenartsen daarin is. Voor mij was het ook een moment om stil te staan bij de kracht van de samenwerking waarop ons monitoringssysteem is gebouwd. Monitoring begint namelijk niet in het laboratorium of achter een computer. Het begint in de praktijk. Bij een dierenarts die iets opmerkt, een vraag stelt of een afwijkend ziektebeeld meldt. Die waarnemingen vormen vaak het startpunt van verder onderzoek en helpen ons ontwikkelingen in de diergezondheid tijdig in beeld te krijgen. Wat me tijdens de Week van de Monitoring opnieuw opviel, is de betrokkenheid van dierenartsen. Dankzij die betrokkenheid kunnen we trends herkennen, kennis delen en de sector tijdig informeren. Dat het belang van monitoring niet alleen tijdens zo’n thematische week zichtbaar is, blijkt ook uit de actualiteit. De recente vaststelling van een ‘Shamonda-like’ virus onderstreept hoe belangrijk samenwerking in de praktijk blijft. Door signalen uit het veld te combineren met diagnostiek, pathologisch onderzoek en data-analyse kunnen we nieuwe ontwikkelingen snel herkennen en duiden. Monitoring is daarmee geen systeem op zichzelf, maar een gezamenlijke inspanning. En die begint iedere dag opnieuw bij de dierenarts in het veld.
Nieuwe coccidiosesoorten bij pluimvee vaker aangetoond in Europa Recent zijn drie nieuwe Eimeria-soorten beschreven bij pluimvee: E. lata n.sp., E. nagambie n.sp. en E. zaria n.sp. Nieuw onderzoek toonde aan dat deze soorten voorkomen in verschillende landen verspreid over Europa, bij zowel vleeskuikens als bij volwassen dieren. Het gaat tot nu toe om enkele waarnemingen per land, wat aangeeft dat de soorten relatief zeldzaam zijn. In het onderzoek werd alleen gekeken naar aanwezigheid van de soorten. Er werden geen gegevens verzameld over klinische verschijnselen en economische schade. Vanuit eerder onderzoek is bekend dat deze soorten geen specifieke darmafwijkingen veroorzaken, maar wel gepaard kunnen gaan met aspecifieke darmstoornissen en groeiachterstand. Bij onduidelijke darmproblemen zonder specifieke darmletsels, maar met aanwezigheid van oöcysten, kan één van deze Eimeria-soorten dus meespelen. Zeker bij leggende dieren werden dit soort gevallen de afgelopen maanden enkele keren gezien. Of deze Eimeria-soorten ook in Nederland voorkomen, is onbekend. In 2025 is in opdracht van AVINED en in samenwerking met het Royal Veterinary College in Londen door Royal GD een onderzoek gestart naar de aanwezigheid van deze soorten in Nederlands pluimvee. Inzenden van pluimvee voor dit project is nog steeds mogelijk. Zie onze website voor de inzendcriteria, voorwaarden en het inzendformulier. drs. Christiaan ter Veen, dierenarts
MEER INFORMATIE
Acute sterfte door hyperthermie De Veekijker werd afgelopen weken enkele malen benaderd in verband met vermoedens van sterfte door de warmte. Op een vleesvarkensbedrijf stierven bijvoorbeeld in een weekend meer dan vijftien zware vleesvarkens en in de loop van de week nog enkele dieren. Hoewel de dierenarts al vermoedens had van hyperthermie, zijn er dieren ingestuurd om dit bevestigd te krijgen. Een van de dieren had kort voor sterfte zelfs een lichaamstemperatuur van boven de 43°C. Het is heel belangrijk om bij deze vermoedens de diagnose bevestigd te krijgen en andere oorzaken uit te sluiten. Hoewel de klinische verschijnselen (extreem hoge lichaamstemperatuur, hijgen en sloomheid) passend zijn, kunnen deze ook passen bij Afrikaanse varkenspest (AVP). Differentiaaldiagnostisch kan ook gedacht worden aan draaiingen van het maagdarmkanaal of andere buikorganen en het optreden van perforerende maagzweren. Op sectie werden bij twee varkens bleke skeletspieren gevonden, een bleek myocard en bleke nieren. Er werden geen aanwijzingen voor bloedingen of ontstekingen gevonden. Daarmee werd het vermoeden van acute sterfte door hyperthermie bevestigd. Wanneer varkens niet worden ingestuurd voor postmortaal onderzoek, is uitsluitingsonderzoek voor AVP/KVP alsnog te adviseren. Immers, AVP-infecties op commerciële bedrijven elders in Europa vinden vaker plaats in de zomer en het niet tijdig doen van onderzoek kan leiden tot meer verspreiding van het virus. In geval van hyperthermie, zorg voor voldoende drinkwater voor alle dieren, zorg voor schaduw en voldoende of extra ventilatie. Met verneveling van water voor de binnenkomende lucht kan de gevoelstemperatuur worden verlaagd. Bij maaltijdvoedering kan ervoor gekozen worden om de ratio voer/water te verlagen. Er is immers minder onderhoudsvoer nodig, maar wel voldoende vocht. Indien mogelijk kan de hokbezetting worden verlaagd, zodat dieren voldoende ruimte hebben om languit te liggen met zoveel mogelijk contact met de vloer. Tot slot, indien mogelijk, wordt voer bij voorkeur verstrekt in de vroege ochtend of late avond, wanneer het al iets is afgekoeld. dr. Tijs Tobias, Europees specialist varkensgezondheidszorg
2
Alertheid op haemonchose bij lammeren Bij verschillende lammeren die de afgelopen weken voor pathologisch onderzoek zijn aangeboden, is haemonchose (rode lebmaagwormziekte) vastgesteld als oorzaak van overlijden. De aandoening wordt veroorzaakt door Haemonchus contortus, een bloedzuigende maagdarmworm die ernstige gezondheidsproblemen kan veroorzaken. De rode lebmaagworm voedt zich met bloed, waardoor bij geïnfecteerde dieren bloedarmoede kan ontstaan. Mogelijke signalen zijn sloomheid, een slechtere conditie, bleke slijmvliezen, minder eetlust en gewichtsverlies. Een zware besmetting kan uiteindelijk leiden tot sterfte. Ook een zwelling onder de kaak (bottle jaw), kan wijzen op een besmetting. Een effectieve aanpak begint bij preventie en goed management. Tijdig en regelmatig omweiden kan helpen om de infectiedruk te beperken. Daarnaast is het belangrijk om regelmatig mestonderzoek uit te voeren. Hiermee kan worden vastgesteld of maagdarmwormen aanwezig zijn en of een behandeling daadwerkelijk nodig is. Wordt besloten tot behandelen, dan adviseren wij om 10 tot 14 dagen na de behandeling opnieuw mestonderzoek te laten uitvoeren. Op die manier kan worden nagegaan of de behandeling voldoende effectief is geweest. Gezien de recente vaststellingen is extra alertheid belangrijk. Nienke Snijders-van de Burgwal MSc, dierenarts
Monitoring van de gezondheid van Friese paarden Het Koninklijk Friesch Paarden Stamboek (KFPS) biedt samen met de Fenway Foundation een laagdrempelige mogelijkheid om middels betrouwbare diagnostiek meer inzicht te krijgen in doodsoorzaken bij Friese paarden. Sinds 2025 wordt pathologisch onderzoek uitgevoerd van 100% Friese paarden en veulens bij GD tegen een gesubsidieerd tarief. Het onderzoek wordt gesubsidieerd door het KFPS en de Fenway Foundation onder voorwaarde dat het sectierapport en het haarmonster ter beschikking worden gesteld aan het KFPS en de Fenway Foundation. Er worden volledige autopsies uitgevoerd, aangevuld met bacteriologisch, histologisch en moleculair onderzoek indien nodig. Tijdens de autopsie worden extra monsters verzameld voor genetisch onderzoek. Binnen dit project worden genetische aandoeningen onderzocht. Het DNA van de paarden met een slokdarmverwijding of aortaruptuur wordt gebruikt in de lopende onderzoeken. Ook sectie-uitslagen van verworpen veulens en andere overleden paarden zijn waardevol voor genetisch onderzoek. Daarnaast kunnen secties van oude (20+) overleden paarden mogelijk ook dienen als controlegroep, mits uit sectie blijkt dat geen afwijkingen van de slokdarm, aorta en maag aanwezig zijn. In de eerste groep dieren was een aortaruptuur met daaropvolgende verbloeding de meest voorkomende doodsoorzaak. Slokdarmverwijding en maagruptuur werden minder vaak waargenomen. Andere bevindingen waren diverse bacteriële en parasitaire infecties, trauma en darmtorsie. In de onderstaande tabel staat een overzicht van de verkregen resultaten. Als u een Fries paard zou willen laten onderzoeken, neem dan contact op met GD. Details over de subsidie en de kwalificatiecriteria zijn verkrijgbaar via het KFPS. Leeftijdsgroep
Aantal
Oorzaken (aantal)
Verworpen
10
geen oorzaak (7), torsie navelstreng (1), circulatiestoornis placenta (1), verschijnselen asfyxie (1)
Dood geboren of 8 kort geleefd
bacteriële infectie (4), geen oorzaak (2), verslikpneumonie (1), afwijking ruggenmerg (1)
Eerste levensjaar 8
bacteriële infectie (2), parasitaire infectie (1), slokdarmverwijding (1), hartafwijking (1), inwendige verbloeding rondom nier (1), necrose lever (1), geen oorzaak (1)
1 t/m 4 jaar
12
aortaruptuur (5), bacteriële infectie (2), maagruptuur (1), hartafwijking (1), darmruptuur (1), torsie dunne darm (1), fractuur bot rechts van de tong (1)
4 jaar en ouder
8
slokdarmverwijding (2), aortaruptuur (1), hartafwijking (1), maagruptuur (1), maagdarmstoomis (1), torsie dunne darm (1), bacteriële infectie (1)
Mark Delany, Europees specialist veterinaire pathologie
Signalen uit de praktijk maken het verschil Vroege signalering is essentieel om besmettelijke ziekten en nieuwe gezondheidstrends bij paarden snel in beeld te krijgen. Meldingen uit de praktijk spelen daarbij een onmisbare rol. Als dierenarts kunt u bijdragen aan de diergezondheidsmonitoring door onder andere gebruik te maken van gesubsidieerd pathologisch onderzoek en onderzoek naar het Westnijlvirus. Voor pathologisch onderzoek bij overleden of geëuthanaseerde paarden stelt de overheid ieder jaar een subsidiebudget beschikbaar. Met name gevallen van mogelijke infecties of toxicologische oorzaken zijn belangrijk voor de monitoring en komen in aanmerking voor de subsidie, maar ook een individueel dier met een bijzonder klinisch beeld kan geschikt zijn. Meld een casus aan door contact op te nemen met de specialisten van de Helpdesk Paard, bereikbaar via 088 20 25 555 (op werkdagen tussen 15:00 en 17:00 uur), of buiten deze tijden via het algemene telefoonnummer van GD: 088 20 25 500. De specialisten zullen beoordelen of de casus aan de voorwaarden van het monitoringonderzoek voldoet. Westnijlvirus Om eventuele Westnijlvirus (WNV)-circulatie zo vroeg mogelijk op te sporen, wordt gesubsidieerd WNV-onderzoek aangeboden in het kader van syndroomsurveillance bij paarden met neurologische verschijnselen. Tot en met 30 november kunt u van paarden met kliniek passend bij een infectieuze aandoening van het centrale zenuwstelsel een serum- en EDTA-bloedmonster insturen voor onderzoek op antistoffen tegen WNV. Tara de Haan MSc, projectleider WNV-INZENDFORMULIER Veterinair, augustus 2026 - 3
Nieuws en mededelingen
Vergroot je laboratoriumexpertise Dit najaar organiseren we twee praktijkgerichte cursussen voor dierenartsen, paraveterinairen, praktijkassistenten en laboranten. Kies voor één cursus of combineer beide opleidingen voor een brede verdieping van diagnostische expertise. 1 oktober: basiscursus parasitologie In deze cursus leer je alles over de belangrijkste worminfecties bij runderen en de rol van diagnostiek bij het voorkomen van resistentie. Je combineert theorie met praktijk en oefent zelf met het herkennen, tellen en interpreteren van wormeieren in mestmonsters. 19 november: cursus bacteriologie en antibiogram melk Tijdens deze praktische cursus leer je de basistechnieken van bacteriologisch melkonderzoek en het uitvoeren van een antibiogram. Onder begeleiding van ervaren specialisten ga je zelf aan de slag in het laboratorium en leer je resultaten correct interpreteren MEER INFORMATIE
Cursus voor jonge dierenartsen herkauwers Ben je minder dan zeven jaar geleden afgestudeerd en bezoek je regelmatig veehouders? Neem dan deel aan onze vijfdaagse cursus speciaal voor jonge dierenartsen die zowel met runderen als schapen en geiten werken. De vijf losse dagen staan in het teken van inhoudelijke diergeneeskunde inclusief een morgen in de sectiezaal. De insteek is om het geleerde direct toe te kunnen passen in de praktijk én op het erf. De cursus is op 22 september, 8 en 26 oktober, 5 en 26 november 2026. MEER INFORMATIE EN AANMELDEN
Veterinair is een uitgave van Royal GD Redactie: Marian Aalberts, Tara de Haan, Daphne de Leeuw, Mirthe de Wit, Sjoerd Klarenbeek, Annemieke Medema, Carolien Warnar Eindredactie: Jessica Fiks Vormgeving: Dock35 Media Druk: Senefelder Misset Doetinchem B.V. Uitgever: GD Overname van artikelen is toegestaan na schriftelijke toestemming van GD. ISSN 1388-4042 Postbus 9, 7400 AA Deventer T. 088 20 25 500 www.gddiergezondheid.nl info@gddiergezondheid.nl
Aanmelden voor de IBRinformatiebijeenkomsten Vanaf 1 januari 2027 wordt deelname aan de landelijke bestrijding van Infectieuze Boviene Rhinotracheïtis (IBR) verplicht voor alle rundveebedrijven. Om rundveedierenartsen hierop voor te bereiden, organiseren GD en de KNMvD in september vier regionale informatiebijeenkomsten. Tijdens de bijeenkomsten krijg je uitleg over de nieuwe regelgeving, de praktische uitvoering van de IBR-aanpak en de gevolgen voor de dagelijkse praktijk. Deelname is gratis, maar het aantal plaatsen is beperkt. Meld je aan via de QR-code, maar wacht niet te lang, want vol is vol.
Symposium ‘Het Weigevoel: uitdagingen én kansen van weidegang’ Hoe blijft weidegang succesvol in een veranderende melkveehouderij? Kom erachter tijdens het symposium ‘Het Weigevoel: uitdagingen én kansen van weidegang’ op 25 september. Experts van Universiteit Utrecht, WUR, GD en ZuivelNL delen dan de nieuwste inzichten over bodem, gras, diergezondheid en bedrijfsvoering. In de middag kun je deelnemen aan drie praktijkworkshops op De Tolakker voor direct toepasbare praktische handvatten. Deelname is gratis. Voor dierenartsen zijn accreditatiepunten aangevraagd.
Alle genoemde tarieven zijn exclusief btw en basiskosten. BEKIJK DE AGENDA
4
MEER INFORMATIE