VOOROP IN DIERGEZONDHEID NIEUWSBRIEF VOOR PRACTICI • JAARGANG 26 • NUMMER 11 • NOVEMBER 2020
Veterinair Lawsonia bij veulens Pas gespeende veulens die nog een eigen afweer moeten opbouwen, zijn vatbaarder voor problemen door ziekteverwekkers als Lawsonia intracellularis. Deze bacterie kan de aandoening equine proliferatieve enteritis (EPE) veroorzaken. De infectieroute is door opname via de mond, waarna de bacterie zich hecht aan de darmcellen in de dunne darm. De darmwand kan sterk verdikt raken waardoor de opnamecapaciteit verslechtert. Gevolg: er worden onvoldoende voedingsstoffen opgenomen of er is zelfs sprake van verlies van eiwitten via de darmwand. De klinische symptomen kunnen behoorlijk aspecifiek zijn: vermagering, slechte eetlust en een dor haarkleed. Verder kunnen koorts, diarree en koliek voorkomen en in een aantal gevallen wordt oedeem onder de buik of in het preputium gezien. Een sterke aanwijzing voor EPE kan worden gevonden via bloedonderzoek: er wordt nogal eens een (zeer) laag totaal eiwitgehalte (en albumine) gemeten. Als er mogelijkheid is tot het doen van een buikecho, kan blijken dat de wand van de dunne darm verdikt is geraakt. Het is belangrijk om aan te tonen of de Lawsonia-bacterie een rol speelt, omdat bij vroege en accurate therapie de prognose goed is. Bij GD kunnen verschillende soorten onderzoek worden aangevraagd om een verdenking op EPE te ondersteunen: bloedonderzoek op eiwitgehalte, serologie en PCR-onderzoek op de mest. drs. Linda van den Wollenberg, dierenarts paard
Hoe zat het ook alweer met het circovirus ? Het circovirus is een enkelstrengs DNA-virus zonder envelop met een zeer klein circulair genoom. Het virus meet slechts 12 tot 23 nm in doorsnede, hetgeen nog beduidend kleiner is dan picornavirussen (30 nm). Circovirussen zijn zeer resistent tegen een lage pH, hoge temperatuur en diverse ontsmettingsmiddelen. Bij varkens komen PCV1 tot en met PCV4 voor en alleen van PCV2 staat onomstotelijk vast dat het pathogeen is. PCV2 wordt onderverdeeld in de typen PCV2a tot en met PCV2h. De huidige vaccins zijn gebaseerd op PCV2a en de veronderstelling is dat ook tegen infecties met andere PCV2-typen voldoende kruisimmuniteit wordt geïnduceerd. Het type PCV2d is de laatste tijd sterk in opkomst. Dat komt wellicht door de uitgebreide schaal waarop tegen PCV2a wordt gevaccineerd. Ongeveer 6 procent van alle vragen over specifieke pathogenen aan de Veekijkertelefoon gaat over circovirus. Tien jaar geleden was dat drie keer zo veel. De vragen gaan relatief vaak over varkens die ondanks vaccinatie verschijnselen van een circovirusinfectie vertonen. Soms ontstaat het vermoeden dat sprake is van een infectie met PCV3 of met PCV2d. Maar het kan ook zijn dat een vaccinatie bij biggen is beïnvloed door maternale immuniteit. Dierenartsen melden niet vaak klinische klachten als gevolg van PCV2: in de Online Monitor schrijven de practici minder dan 1 procent van alle gezondheidsklachten toe aan PCV2. Ook bij pathologisch onderzoek door GD wordt de diagnose slechts bij minder dan 1 procent van de ingezonden varkens gesteld. Dit komt waarschijnlijk door een hoge vaccinatiegraad en de kwaliteit van de beschikbare vaccins.
Eenvoudiger onderzoeken aanpassen tijdens uw inschrijving Vanaf begin november is het mogelijk om alle monsters in één keer aan te passen tijdens uw inschrijving. U kunt in een keer monsters wijzigen, onderzoeken toevoegen of verwijderen. Eerder moest u dit monster voor monster aanpassen, maar dat is nu dus verleden tijd. Heeft u vragen of wilt u meer weten over VeeOnline en het digitaal inschrijven? Xander en Dennis van onze klantenservice helpen u graag! Meld u aan voor een online demonstratie of de maandelijkse VeeOnlineupdate via Microsoft Teams op www.gddiergezondheid.nl/demo.
Vragen? Neem contact op! Voor veterinaire vragen kunt u de Veekijker rechtstreeks bellen op 0900-7100 000. Via het keuzemenu kiest u de diersoort waar u informatie over wilt hebben. Voor de verschillende diersoorten gelden andere openingstijden: Rund: 08.30 – 12.00 uur en 12.45 – 17.00 uur Rund UGA: 15.00 – 17.00 uur Kleine Herkauwers: 15.00 – 17.00 uur Varken: 08.30 – 12.00 uur en 12.45 – 17.00 uur Pluimvee: 08.30 – 17.00 uur, spoedgevallen 24/7 Paard (Helpdesk): alleen voor infectieuze aandoeningen 15.00 – 17.00 uur
dr. Theo Geudeke, dierenarts varken Veterinair, november 2020 -
1
Marieke Augustijn, manager afdeling pluimvee
Linda van Duijn, manager afdeling rund
Kennismaken Nederland heeft internationaal gezien een hoge diergezondheidsstatus. Bijvoorbeeld op gebied van leptospirose, mycoplasmose, maar ook op gebied van uiergezondheid en IB staan we goed aangeschreven. GD werkt al meer dan 100 jaar aan het verbeteren van diergezondheid. Sinds 1 oktober hebben wij een mooie nieuwe uitdaging binnen GD gevonden, respectievelijk manager afdeling pluimvee en manager afdeling rund. In deze roerige tijden komt er veel op de dierhouderijsector af. Maatschappelijke druk in de vorm van stikstof- en fosfaatregels, de toenemende zorg over en aandacht voor dierenwelzijn, de vraag om verduurzaming en uit sommige hoeken de roep om verkleining van de veestapel. Welke kant de dierhouderij ook opgaat, één ding zal niet veranderen: om op een duurzame manier kwalitatief goede en veilige producten van dierlijke oorsprong te maken, blijft het cruciaal om op het gebied van diergezondheid bij de top te blijven horen. Deze uitdaging willen wij graag samen met u aangaan. We staan open voor ideeën en input vanuit de beroepsgroep en willen een partner voor u als dierenarts zijn. Dus zoek ons vooral op, ook al is het op dit moment vooral via de digitale route. Samen met u willen wij de Nederlandse veehouderij op het gebied van diergezondheid goed op de kaart houden. Via de overige kanalen van GD zullen wij verder met u kennismaken en hopelijk, als de tijd het weer toestaat, komen we u weer in het 'echt' tegen.
Identificatie van niet-aureus stafylokokken (NAS) Het is niet gemakkelijk om in het praktijklab de verschillende niet-aureus stafylokokken (NAS; voorheen CNS) uit melk van koeien met mastitis te onderscheiden. GD kan door het gebruik van MALDI-TOF (massaspectrometrie) exact vaststellen welk ‘gezinslid’ uit de NASfamilie de mastitis veroorzaakt. Identificatie is van praktisch belang, aangezien de afzonderlijke familieleden elk een andere infectiedynamiek (koegebonden of omgevingsgebonden), virulentie (biofilmformatie, aanhechting, immuunontwijking) én gevoeligheidspatroon voor antibiotica kennen. Ondanks dat ze onderdeel zijn van de commensale huidflora van melkvee, kunnen ze vanaf de speenhuid gemakkelijk het slotgat en kwartier binnendringen en een intramammaire infectie geven. Dit laatste met name bij dieren die (nog) niet of niet optimaal gedipt of gesprayd worden met een speendesinfectiemiddel. NAS zijn over het algemeen veel gevonden bacteriën die ook in goed gemanagede koppels worden gevonden in individuele melkmonsters. Een binnen-bedrijfsprevalentie van 10 tot 15 procent is niet ongewoon. Staphylococcus chromogenes, Staphylococcus epidermidis en Staphylococcus simulans gedragen zich meer koegebonden, waar Staphylococcus sciuri en Staphylococcus equorum zich meer omgevingsgebonden gedragen. Staphylococcus haemolyticus kent zowel koegebonden als omgevingsgebonden overdracht. Het insturen van de plaat voor ‘Identificatie bacteriecultuur MALDI-TOF’ (artikel 10694, excl. gevoeligheid) kost 15,65 euro per cultuur. dr. Christian Scherpenzeel, dierenarts rund
Reovirus onder de loep Reovirus kan bij pluimvee ziekten veroorzaken, zoals darmstoornissen en hartspierontsteking, maar de meest bekende aandoening die wordt veroorzaakt door ziekmakende reovirussen is peesschedeontsteking. Dit komt met name voor bij vleeskuikens, opfokpluimvee en kalkoenen. Vanaf een leeftijd van 4 weken kan de infectie zichtbaar worden. De dieren worden kreupel, eten minder en blijven achter in de groei of vallen uit. Bovendien leidt peesschedeontsteking tot verhoogde afkeur in het slachthuis. Om vast te stellen of een peesschedeontsteking is veroorzaakt door een reovirus zijn testen nodig. Er zijn ook andere virussen (ANV3) of bacteriën (Mycoplasma synoviae, stafylokokken) die deze aandoening kunnen veroorzaken. GD kan reovirus aantonen met een PCR-test en kan door middel van histologisch onderzoek vaststellen of deze virussen schade veroorzaken. Daarnaast kunnen antistoffen tegen het reovirus worden aangetoond met een ELISA. Verschillende genotypes We kijken verder dan alleen naar de aanwezigheid van het virus. Sequentie-analyse geeft meer informatie, voor bijvoorbeeld monitoringsdoeleinden. Binnen het reovirus kan onderscheid worden gemaakt in vijf genotypes (1 tot en met 5). Deze verschillen duidelijk van elkaar, maar ook binnen deze genotypes bestaat veel genetische variatie. Zo zien we bijvoorbeeld dat genotype 1 sinds vorig jaar vaker opduikt in Nederland. Dit is het genotype waar ook de reovirus-vaccinstammen toe behoren. Ook genotype 2 en 4 komen sinds 2019 vaak voor. Genotype 4 is het genotype waarin veel isolaten uit dieren met tenosynovitis voorkomen. Voor een dierenarts of veehouder kan het typeren van reovirussen goed helpen bij het vaststellen van een mogelijke besmettingsroute: verticaal, van moederdier op nakomeling, of horizontaal door insleep. En als na meerdere bemonsteringen steeds hetzelfde type wordt gevonden, kan dat een aanwijzing zijn om bijvoorbeeld het schoonmaakprotocol nog eens nader te bekijken. Sinds kort kan de typering van reovirussen op aanvraag worden uitgevoerd door GD. Rianne Buter, R&D-onderzoeker en drs. Christiaan ter Veen, dierenarts pluimvee
2
Vogelgriep in Nederland De hoogpathogene stammen van aviaire influenza (HPAI) behoren tot de typen H5 en H7. Europa is vanaf 2016 geconfronteerd met een HPAI-H5N8-stam die oorspronkelijk vanuit Rusland in Europa is geïntroduceerd via migrerende watervogels. In Nederland is op moment van schrijven het eerste geval van vogelgriep (H5) vastgesteld. De Europese Autoriteit voor Voedselveiligheid (EFSA) waarschuwt opnieuw voor mogelijke nieuwe uitbraken met dit virus omdat zij een verdere uitbreiding van het aantal geïnfecteerde watervogels in delen van Rusland en Kazachstan waarneemt. Deze regio’s staan bekend als pleisterplaats van watervogels die doorvliegen naar Europa. Een ieder wordt gevraagd alert te zijn op het uitvoeren van maximale biosecurity-maatregelen en bij twijfel dieren direct te laten testen in het kader van het Early Warning-systeem (EWS). Nederland is ook in 2014 en 2016 geconfronteerd met de aanwezigheid van het H5N8-virus. Meerdere koppels zijn toen geruimd, zowel eenden als leghennen. De economische gevolgen van de uitbraken zijn groot geweest. De uitbraken met dit virus in 2019 en het voorjaar van 2020 hebben zich voornamelijk beperkt tot OostEuropa, waarschijnlijk omdat door de milde winters, relatief weinig wintergasten vanuit Rusland zijn doorgevlogen naar West-Europa.
Alert op fotosensibiliteit In 2019 deden zich op meerdere schapenbedrijven verspreid over het land gevallen voor van fotosensibiliteit en geelzucht. Eind september en begin oktober 2020 zijn opnieuw meldingen gemaakt van dit beeld, waarna de diagnose is bevestigd door het aantonen van sporen van de schimmel Pithomyces chartarum. Bij dieren met milde klachten was soms sprake van extreme jeuk met geringe huidafwijkingen vooral rondom de ogen. In ernstiger gevallen was sprake van dikke koppen, waarvan werd gedacht dat sporidesmin zeer waarschijnlijk de oorzaak was van deze problemen.
drs. Teun Fabri, dierenarts pluimvee
Enterococcus hirae bij biggen Op een zeugenbedrijf was onlangs sprake van wisselende diarree bij biggen van gelten, waarbij soms hoge sterfte optrad. Uit pathologisch onderzoek bleek dat de biggen uitdrogingsverschijnselen hadden. In de maag van alle dieren bevond zich een normale hoeveelheid gestremde melk, maar zowel de dunne als de dikke darm van de dieren bevatte slappe tot waterige gele inhoud. De overige organen en weefsels waren macroscopisch niet afwijkend. PCR op de gepoolde darminhoud toonde Clostridium perfringens type A aan evenals E. coli (F4-virulentiefactor). Andere bekende veroorzakers van diarree werden niet aangetroffen. Het algemeen bacteriologisch onderzoek van de dunne darm toonde veel Enterococcus hirae aan. Het anaerobe bacteriologisch onderzoek toonde Clostridium perfringens aan. Histologisch bleek in de dunne darm bij enkele biggen sprake te zijn van vlokatrofie en bij alle onderzochte biggen was het vlokepitheel van de dunne darm oppervlakkig belijnd door kleine coccoïde bacteriën. Dit beeld past bij neonatale enteritis door Enterococcus hirae, een grampositieve coccoïde bacterie die het oppervlakte van de dunne darm koloniseert. Enterokokken zijn normale darmbewoners, maar enkele stammen kunnen de darmmucosa intensief koloniseren met diarree tot gevolg. De exacte pathogenese is niet helder. Er is geen sprake van enterotoxinen of van substantiële beschadiging van de darmmucosa. Het ziektebeeld komt sporadisch voor en preventie door intensieve Histologie dunne darm. Aan het oppervlakte van reiniging en desinfectie van de de enterocyten bevinden zich coccoïde bacteriën kraamafdelingen lijkt effectief.
Fotosensibiliteit is een overgevoeligheid voor zonlicht, veroorzaakt door een stof die via de bloedbaan in de huid terecht is gekomen en daar onder invloed van zonlicht leidt tot beschadiging van de huid. Fotosensibiliteit kan verschillende oorzaken hebben. Een van de oorzaken is het mycotoxine sporidesmin, gevormd door de schimmel Pithomyces chartarum. Dit mycotoxine is levertoxisch; na opname met het voer komt sporidesmin in de lever terecht en wordt vooral via de gal uitgescheiden. In de lever en galgangen ontstaan beschadigingen die leiden tot een belemmerde afvoer van gal en tot levercirrhose. Herstel van de lever kan optreden en dieren kunnen herstellen. Blijvende leverschade is ook mogelijk, deze dieren kunnen soms weken tot maanden na opname van sporidesmin alsnog sterven als gevolg van deze aandoening. Onbekend is waarom deze ziekte twee achtereenvolgende jaren voorkomt, terwijl daarvóór deze diagnose in Nederland bij schapen niet eerder is bevestigd. Omdat over de recente gevallen nog niet alles bekend is, roepen we veehouders en hun dierenarts op deze gevallen bij de Veekijker te melden (tel. 0900 7100 000).
(zwarte pijlen). Tevens verspreiden enkele neutrofielen in het vlokepitheel (blauwe pijl).
dr. Theo Geudeke, dierenarts varken en dr. Nadine Meertens, patholoog
drs. Eveline Dijkstra, dierenarts kleine herkauwers Veterinair, november 2020 -
3
Nieuws en mededelingen Monsterstroom CAE/ zwoeger/CL aangepast We hebben de testen voor CAE/ zwoeger en CL eenduidiger ingedeeld. Ruwe waarden worden nu vermeld en achter elke test zit nu een confirmatie. Dit zorgt ervoor dat alle serumtesten geschikt zijn voor certificering. Er zijn drie opties voor serumtesten: • CAE-antistoffen-ELISA (11833) of zwoegerziekte-antistoffenELISA (11834). Dit is de voordeligste testmethode, op basis van een specifieke poolingstechniek. Hiermee krijgt u op een efficiënte en wetenschappelijk onderbouwde wijze een uitslag per dier. Vanwege de poolingstechniek zijn ruwe waarden bij deze optie niet mogelijk. • CAE-antistoffen-ELISA, inclusief ruwe waarden (11607) of zwoegerziekte-antistoffenELISA, inclusief ruwe waarden (11606), waarbij alle bloedmonsters individueel worden getest. Beide opties kunnen worden gecombineerd met CL. • Nieuwe combi-test: CAE/ zwoegerziekte, CL, paratbc en chlamydia (geit 11829 en schaap 11734). Interessant voor bijvoorbeeld bedrijven met een publieksfunctie.
Veterinair is een uitgave van Royal GD | Redactie Marian Aalberts, Tara de Haan, Linda van Duijn, Sylvia Greijdanus-van der Putten, Daphne de Leeuw, Rob Nijland, Theo Geudeke | Eindredactie Jessica Fiks | Vormgeving Dock35 Media B.V. | Druk Senefelder Misset Doetinchem B.V. | Uitgever GD | Verschijningsf requentie 12 keer per jaar Overname van artikelen is toegestaan na schriftelijke toestemming van GD. ISSN 1388-4042 Postbus 9, 7400 AA Deventer T. 0900-1770, F. 0570-63 41 04 www.gddiergezondheid.nl info@gddiergezondheid.nl Alle genoemde tarieven zijn exclusief btw en basiskosten.
AVP-situatie in Duitsland In Duitsland is het aantal met Afrikaanse varkenspest (AVP) besmette wilde zwijnen inmiddels opgelopen tot 103 (stand 28 oktober 2020). Deze gevallen zijn door het Friedrich Loeffler Instituut bevestigd. Sinds het vaststellen van het eerste AVP-geval op 10 september 2020 (in het district Spree-Neisse), zijn twee kerngebieden aangewezen. Het eerste kerngebied (vastgesteld op 10 september) ligt in de twee aangrenzende districten Oder-Spree en Spree-Neisse. In het district OderSpree zijn inmiddels 83 besmettingen vastgesteld en in Spree-Neisse dertien. Het tweede kerngebied (aangewezen op 30 september), ligt in het district MarkischOderland. Hier zijn tot nu toe zeven besmettingen aangetroffen. Kijk voor meer informatie op www.gddiergezondheid.nl/avp.
Pluimveepodcast Wat is de meerwaarde van veterinair onderzoek in de pluimveesector? De resultaten van het praktische onderzoek naar de E. coli-bacterie onderstrepen het belang. Nieuwe methoden geven meer inzicht, vertellen dierenarts Jeanine Wiegel van GD en legpluimveehouder Eric Hubers, voorzitter van Stichting AVINED in de vierde episode van de PluimveePodcast op PluimveeActueel. Beluister de podcast: https://anchor.fm/pluimveepodcast
E-book: In zeven stappen betere klauwen Koeien met een goede klauwgezondheid vreten beter, produceren meer en worden sneller drachtig. Daarom is het belangrijk om de klauwgezondheid op het bedrijf te optimaliseren. Helaas krijgt bijna iedere veehouder wel een keer te maken met klauw problemen. Aan de hand van zeven stappen, helpen we hen op weg naar een goede klauwgezondheid. Download nu gratis ons e-book op www.gddiergezondheid.nl/klauw.
Machtigingen voor KalfOK en KoeData geregeld? De score van de KoeData en KalfOK kunt u op VeeOnline raadplegen. U kunt als dierenarts beide rappor tages inzien als de veehouder daar een machtiging voor heeft afgegeven via het machtigingsformulier op www.gddiergezondheid.nl/kalfok. U kunt deze link gebruiken in uw mailing naar veehouders. Wij verwerken de machtiging in VeeOnline, waarna de rapportages zichtbaar zijn. Alleen de bij GD opgegeven machtigingen werken voor VeeOnline.
PPID-actie verlengd De PPID-actie is met een maand verlengd tot en met 30 november 2020. Zo krijgen eigenaren, in deze lastige coronaperiode, meer tijd om een afspraak te maken met de dierenarts en om hun paard tegen een voordelig tarief op PPID te laten testen. Deze actie wordt u aangeboden door Boehringer Ingelheim en GD. U kunt PPID-materialen aanvragen bij onze klantenservice via 0900-1770 optie 5 of via KCApaard@gddiergezondheid.nl.
Monstermateriaal voor strooiselonderzoek Wanneer melkonderzoek heeft uitgewezen dat Klebsiella op een bedrijf voor ernstige mastitis zorgt, kan strooiselonderzoek duidelijkheid geven over de rol bij verspreiding. Daarnaast kan dit onderzoek preventief worden ingezet als een veehouder vooraf wil weten of het strooisel vrij is van Klebsiella. Het komt regelmatig voor dat we voor het inzetten van dit onderzoek grote hoeveelheden strooisel ontvangen. Voor het inzetten van het onderzoek is echter een hoeveelheid van 20 gram voldoende. De inzender kan hiervoor het strooiselpakket Klebsiella en E. coli gebruiken, dat is te bestellen via www.gdwebshop.nl. Het pakket bevat de materialen voor het nemen van een strooiselmonster uit de opslag en een monster uit de ligboxen. In de bijgevoegde instructie staat een omschrijving hoe en op welke locaties (plaatsen) u beide monsters kunt nemen. Daarnaast ontvangt u een uitslagschema met bijbehorend advies. Binnen drie dagen na inzending is de uitslag bekend en kunt u het eventuele probleem gericht aanpakken.