VOOROP IN DIERGEZONDHEID NIEUWSBRIEF VOOR PRACTICI • JAARGANG 27 • NUMMER 5 • MEI 2021
Veterinair Pilotonderzoek bloedwateren bij verse koeien De laatste jaren belden dierenartsen vaker naar Veekijker over koeien die bloedwateren. Bij melkkoeien met intravasale haemolyse in de eerste weken na afkalven, spreken we van PPH (postparturient haemoglobinuria). Om meer zicht te krijgen in de omstandigheden waaronder PPH optreedt in Nederland, loopt er een pilot. Van de eerste tien gevallen die voldoen aan de inclusiecriteria wordt bloedonderzoek op het rode bloedbeeld en bloedparasieten, en een analyse van het basisrantsoen uitgevoerd op kosten van de pilot. En we vragen uw medewerking bij het invullen van een korte vragenlijst. Treft u een verse melkkoe met acute anemie en roodbruine urine, dan is ons advies: 1. Neem een EDTA-bloedmonster en katheteriseer een buisje urine. 2. Behandel de koe (eventueel bloedtransfusie). 3. Bel de Veekijker dezelfde dag voor advies en over deelname aan de pilot. drs. Jasper het Lam, dierenarts rundvee
OPA of SPA veroorzaakt door jaagsiektevirus
Ophaaldienst Tweede Pinksterdag Nox haalt op Tweede Pinksterdag, maandag 24 mei, geen monstermateriaal op. U kunt monsters aanmelden via 0900-2020012 of de Innight App. Nox haalt de monsters de eerstvolgende nacht dat wordt gereden weer op. Ook de ophaaldienst voor sectiemateriaal rijdt deze dag niet. De ophaaldienst kan indien gewenst tegen het vaste spoedtarief dieren ophalen en gekoeld bewaren tot de eerstvolgende werkdag. Kijk voor meer informatie op: www.gddiergezondheid.nl/ ophaaldienst-feestdagen
Waar hebben we het over? Ovine pulmonary adenocarcinoma (OPA) of sheep pulmonary carcinoma (SPA) veroorzaakt door het Jaagsiekte Sheep Retrovirus (JSRV). Een aandoening die ook nog bekend staat als pulmonary adenomatosis of jaagsiekte.
De Veekijker: voor uw veterinaire vragen
Recent is deze infectieuze longtumor opgedoken bij een uit Groot-Brittannië geïmporteerd schaap. Het dier kampte al langere tijd met ademhalingsproblemen en vermagerde. Houder en DAP hebben verschillende interventies toegepast waarbij het dier telkens even leek op te knappen om vervolgens verder achteruit te gaan. De houder besloot het dier voor sectie aan te bieden en hier werd de diagnose jaagsiekte gesteld. Ter bevestiging is er longweefsel naar het Moredun Research Institute gestuurd voor immuunhistochemisch onderzoek.
Voor veterinaire vragen kunt u de Veekijker rechtstreeks bellen op 0900-7100 000. Via het keuzemenu kiest u de diersoort waar u informatie over wilt hebben. Voor de verschillende diersoorten gelden andere openingstijden:
Jaagsiekte heeft een incubatietijd van maanden tot jaren. Het is uiteindelijk fataal door een gecompromitteerde longfunctie vanwege de groeiende tumoren en/of secundaire bacteriële infecties. Helaas is er geen antemortem laboratorium-diagnostiek beschikbaar. Het dier aan de achterpoten omhoog houden (wheelbarrowtest) levert in vergevorderde stadia veel waterige neusuitvloeiing op. Er is geen medicatie of vaccinatie tegen JSRV. Daarom adviseert GD ruiming van geïnfecteerde dieren en contactdieren. Jaagsiekte is niet meldingsplichtig en ruiming is hiermee niet verplicht. Het is echter belangrijk om de Nederlandse schapenpopulatie vrij te houden van deze besmettelijke aandoening.
Rund: 08.30 – 12.00 uur en 12.45 – 17.00 uur Rund UGA: 15.00 – 17.00 uur Kleine Herkauwers: 15.00 – 17.00 uur Varken: 08.30 – 12.00 uur en 12.45 – 17.00 uur Pluimvee: 08.30 – 17.00 uur, spoedgevallen 24/7 Paard (Helpdesk): alleen voor infectieuze aandoeningen 15.00 – 17.00 uur
dr. Karianne Peterson, dierenarts kleine herkauwers en drs. Karin Junker, patholoog Veterinair, mei 2021 -
1
Linda van Duijn Manager afdeling rund
Positief bericht Op 1 april 2021 was het drie jaar geleden dat we zijn gestart met de landelijke aanpak van IBR en BVD in de melkveehouderij. Wat is er bereikt in die periode? Een mooie verdere stijging in het percentage IBR- en BVD-vrije en -onverdachte melkveebedrijven. Daarnaast zien we voor BVD een halvering van het aantal nieuw geïnfecteerde bedrijven op jaarbasis en voor IBR een enorme daling in tankmelkomslagen en positieve neusswabs. In de GD-Herkauwer van juni kunt u de resultaten lezen.
BIGinzicht: bestellen, aanmelden, verzamelen en het dashboard Een belangrijke doelstelling binnen de varkenshouderij is het verhogen van de bigoverleving. Inzicht in wanneer doodgeboren biggen zijn gestorven, geeft handvatten voor het verbeteren van bigvitaliteit. Via onze website zijn pakketten te bestellen waarin kadaverzakken, een inzendformulier en de inzendinstructies zitten. Het is belangrijk dat de inzending één week voor de gewenste ophaaldatum wordt aangemeld bij de GD-ophaaldienst via 0900-20 200 12. Voor een betrouwbare beoordeling is het van belang dat alle doodgeboren biggen en mummies worden verzameld volgens de inzendinstructie. In de sectiezaal volgen de pathologen en getrainde sectiezaalmedewerkers de stappen van het BIGinzicht-protocol, om zo tot een indicatie van het moment van sterfte te komen. Na het onderzoek ontvangen de dierenarts en varkenshouder een dashboard met daarin de belangrijkste aandachtspunten om de bigoverleving te kunnen verbeteren. In het dashboard is aandacht voor de drachtfase tot de laatste week van de dracht, de laatste week van de dracht, het geboorteproces en de opvang van de biggen na de geboorte. Daarnaast worden verschillende grafieken getoond, waarin onder andere de gewichtsverdeling van de biggen te zien is. Aan de slag met BIGinzicht? Ga naar www.gddiergezondheid.nl/biginzicht. dr. Linda Peeters, dierenarts varken
Het gaat dus goed met de landelijke aanpak. We weten ook dat vooral op het gebied van BVD niet voor iedere individuele bedrijfsvoering een perfect passende route is om BVD aan te pakken. Die signalen krijgen we van u direct, maar ook via onze relatiebeheerders, buitendienst- en administratiemedewerkers. Het zijn soms lastige situaties die we niet altijd naar uw tevredenheid kunnen oplossen. Toch is belangrijk het doel, eradicatie van BVD, niet uit het oog te verliezen. Achter de schermen proberen we op basis van de wensen van u en uw veehouders knelpunten op te lossen. Een voorbeeld waar we mee bezig zijn is het maken van een smsalert voor zogenaamde hoogrisico BVD-kalveren. Ik hoop dat we dit snel uit kunnen rollen, omdat ik weet dat de consequenties voor de veehouder die een uitslag van zo'n kalf uit een antistoffen-positieve moeder mist enorm zijn. De resultaten van de landelijke aanpak waar u samen met uw veehouders elke dag weer heel erg uw best voor doet, kunt u zien als een compliment voor alle inspanningen van de afgelopen jaren. Hier mag u zeker trots op zijn.
Praktijkonderzoek 2020: ILT Infectieuze laryngotracheïtis (ILT) is een besmettelijke luchtwegaandoening bij kippen. Vaccinatie is een belangrijk middel om het aantal ILT-uitbraken en schade te beperken. In het praktijkonderzoek van 2020 voor ILT, gefinancierd door AVINED, is bij vleeskuikens gekeken naar de effectiviteit van twee commercieel beschikbare ILT-vaccins tegen een infectie met wildtype ILT-virus uit 2018 op 28 dagen leeftijd. Het onderzoek bestond uit vier proefgroepen: 1. vaccingroep 1: levend (CEO-)vaccin via oogdruppel gevaccineerd op 14 dagen leeftijd; 2. vaccingroep 2: op de eerste levensdag gevaccineerd met een recombinant HVT-ILT-vaccin; 3. negatieve controle-groep: niet-gevaccineerd, niet-geïnfecteerd; 4. positieve controle-groep: niet-gevaccineerd, geïnfecteerd met wildtype ILTvirus op dag 28. Resultaten Zowel vaccinatie met het CEO-vaccin als het recombinant-vaccin leidde tot een significante verlaging van de kliniek, de schade in de luchtpijp en uitscheiding van de wildtype ILT-stam. In tegenstelling tot het recombinant ILT-vaccin leidde de vaccinatie met het CEO-vaccin tot een vaccinatiereactie en uitscheiding van de vaccinstam. Op basis van de resultaten van dit onderzoek kan in een situatie van een regionale ILT-uitbraak waarbij verschillende pluimveetypen, inclusief vleeskuikens, zijn betrokken naast de reeds bestaand adviezen (oogdruppelvaccinatie opfokleg, tweemaal vaccineren, hygiëne, etc.), het gebruik van CEO- en recombinant ILT-vaccins bij vleeskuikens bijdragen om de schade door ILT aan het einde van de mestperiode te reduceren. Tevens dragen beide vaccins bij aan het verlagen van de infectiedruk op het bedrijf en daarmee aan het verlagen van de infectiedruk op de omgeving. Echter, het gebruik van het CEO-vaccin bij vleeskuikens zal leiden tot een vaccinatiereactie en uitscheiding, en daardoor mogelijke verspreiding van de vaccinstam. dr. Anneke Feberwee, dierenarts pluimvee
2
Pathologisch onderzoek organen, gesubsidieerd tarief Voor het vaststellen van de ziekte- of doodsoorzaak van een gestorven of gedood dier is onderzoek op een volledig intact kadaver het beste uitgangspunt. Wanneer het niet mogelijk is om een geheel dier in te zenden of wanneer de practicus dit niet noodzakelijk acht, kunnen ook organen van varkens, runderen, pluimvee, schapen of geiten naar GD worden ingestuurd. De patholoog voert een macroscopische en zo nodig microscopische beoordeling uit op de ingezonden organen en laat aanvullende laboratoriumonderzoeken uitvoeren, die op basis van het macroscopische beeld en de anamnese een bijdrage leveren aan het diagnostisch resultaat. De aangetoonde orgaanlaesies, en de mogelijk aangetoonde ziektekiemen, kunnen door de inzendende dierenarts geïnterpreteerd worden om een conclusie te trekken omtrent de ziekte of doodsoorzaak van het dier. Voor het onderzoek op organen wordt een gesubsidieerd tarief in rekening gebracht, hiervoor verwijzen wij naar: www.gddiergezondheid.nl/nl/Producten-en-diensten/ Pathologie. U gebruikt het bekende sectorspecifieke inzendformulier voor pathologisch onderzoek. Voert u sectie of ander diagnostisch onderzoek uit op dierlijk materiaal? Dan geldt voor u uiteraard de actuele en toepasselijke wet- en regelgeving (zie hiervoor onder andere: Dierenartsenpraktijk: registratie | Erkenningen, registraties en vergunningen | NVWA). U bent als inzender verantwoordelijk voor de correcte en volledige naleving van deze wet- en regelgeving. Aan het vervoeren van diagnostisch materiaal zit internationale wetgeving (ADR) verbonden, zie voor de verpakkingsinstructie van diagnostisch materiaal de volgende instructie. Voor verzend- en verpakkingsmateriaal dat aan deze eisen voldoet, verwijzen wij naar: www.gddiergezondheid.nl/ophaaldienst-monstermateriaal.
QuickScan Biestmanagement: meten is weten Meten is weten; ook in de stal. Voor een goede bigoverleving is niet uitsluitend de biestopname belangrijk. Een big die voldoende goede biest heeft binnengekregen, maar in de dagen daarna geen plek aan de uier kan bemachtigen, krijgt toch te weinig energie binnen. Met de QuickScan Biestmanagement worden de biestkwaliteit, de biestopname en de melkopname in kaart gebracht. De varkenshouder, dierenarts en voeradviseur kunnen hiermee gericht aan de slag. De resultaten van het onderzoek van de verzamelde biest- en bloedmonsters worden, inclusief een gericht advies, gecombineerd in een dashboard. Dit dashboard ontvangt u uiterlijk twee werkdagen nadat het laboratoriumonderzoek is afgerond. In het dashboard is overzichtelijk een algemene interpretatie over de biestkwaliteit, biestopname en energieopname weergegeven. Daarnaast wordt ook per zeug een interpretatie gegeven. Het is dus belangrijk alle biest- en serumbuizen goed te identificeren (Zeug A, met biggen A1 tot en met A5, et cetera) met de stickers die worden bijgeleverd in het monsternamepakket. Door op het inzendformulier ook het diernummer en worpnummer van de zeugen te registreren, en ook eventuele bijzonderheden in het opmerkingenveld te vermelden, kunnen we de resultaten nog beter interpreteren. Aan de hand van de resultaten wordt duidelijk waaraan aandacht besteed kan worden om de bigvitaliteit te verbeteren. Bijvoorbeeld: als de biestkwaliteit goed is, maar de biestopname is onvoldoende, dan is het belangrijk om aandacht te besteden aan het werpproces en de eerste uren van de big. Of: als de biestopname goed is, maar er zijn problemen bij de melkopname, dan is het belangrijk om de overleg-strategie op het bedrijf en het voeren van de zeugen onder de loep te nemen. Aan de slag met de QuickScan Biestmanagement? Via www.gddiergezondheid.nl/ quickscanbiestmanagement zijn monsternamepakketten te bestellen voor het bemonsteren van vijf of tien zeugen en hun biggen (vijf biggen per zeug). dr. Linda Peeters, dierenarts varken
Welke rol spelen de droge koeien bij gezonde kalveren? Focus op een probleemloze opfok is van belang voor een lang productief leven met goede technische en economische resultaten. Zeker nu het vervangingspercentage op veel bedrijven zo laag mogelijk wordt gehouden, is het voorkomen van ziekte en uitval bij de fokkalveren nog belangrijker geworden dan het al was. Als dierenarts kunt u het verschil maken. Het blijkt voor veel bedrijven nog niet zo eenvoudig te zijn om darm- en luchtweginfecties bij jongvee te voorkomen. Een onvoldoende voorziening van voedingsstoffen bij droge koeien, zoals eiwit van de juiste kwaliteit en spoorelementen, kan impact hebben op de vitaliteit van het pasgeboren kalf. Tekorten kunnen de weerbaarheid van het kalf tegen infecties al voor de geboorte nadelig beïnvloeden. Daarnaast kan de biest van droge koeien, waarbij de eiwitkwaliteit en spoorelementenvoorziening onvoldoende is, van mindere kwaliteit zijn. Hierdoor kan de opname van IgG-antilichamen uit de darm van het kalf minder goed verlopen en zo zorgen voor onvoldoende opbouw van de maternale immuniteit. Als dierenarts kunt u inzicht verkrijgen in de spoorelementenvoorziening van de droge koeien door: 1. te berekenen of de voorziening van spoorelementen zoals jodium, koper, zink en selenium via het rantsoen volgens de norm is voor droge koeien; 2. te beoordelen of het voer vers en smakelijk is en voor elk dier ieder moment toegankelijk is, zodat de opname is geborgd; 3. te meten via bloedonderzoek (pakket spoorelementen) of de gevoerde hoeveelheid spoorelementen daadwerkelijk in het lichaam van de droge koe beschikbaar is. En daarmee ook beschikbaar is voor de ongeboren vrucht en de productie van kwaliteit biest. Meer weten? www.gddiergezondheid. nl/pakketspoorelementen drs. ing. Ryan van Egmond, dierenarts rundvee Veterinair, mei 2021 -
3
Nieuws en mededelingen 21 juni: start Poultry Health Science De faculteit Diergeneeskunde van de Universiteit Utrecht ontwikkelde, samen met GD, de postdoctorale opleiding ‘Poultry Health Science’. Zo willen we academische professionals opleiden tot expert in pluimveegezondheidszorg. De opleiding start 21 juni met de eerste module over infectieuze bronchitis. De pluimveesector is een wereldwijde, snelgroeiende industrie die de grootste leverancier is van dierlijke eiwitten en eieren in de wereld. Door de toenemende vraag wordt verdere groei verwacht. Het gaat niet langer alleen om de laagste kosten en de hoogste efficiëntie; andere aspecten zoals gezondheid van mens en dier, milieu en dierenwelzijn worden steeds belangrijker. Het is daarom belangrijk om voortdurend uw kennis over de gezondheid van pluimvee te blijven ontwikkelen. Meer informatie: www.gddiergezondheid.nl/academy.
Veterinair is een uitgave van Royal GD | Redactie Marian Aalberts, Tara de Haan, Daphne de Leeuw, Rob Nijland, Theo Geudeke, Katrien van den Brink | Eindredactie Jessica Fiks | Vormgeving Dock35 Media B.V. | Druk Senefelder Misset Doetinchem B.V. | Uitgever GD | Verschijningsf requentie 12 keer per jaar Overname van artikelen is toegestaan na schriftelijke toestemming van GD. ISSN 1388-4042 Postbus 9, 7400 AA Deventer T. 0900-1770, www.gddiergezondheid.nl info@gddiergezondheid.nl Alle genoemde tarieven zijn exclusief btw en basiskosten.
Teek als monstermateriaal Over het algemeen zijn teken actief vanaf begin maart tot en met oktober, daarmee is nu de periode aangebroken om hier alert op te zijn. De meest voorkomende tekensoort, de Ixodes ricinus (schapenteek), kan onder andere de ziekte van Lyme overbrengen, veroorzaakt door de bacterie Borrelia burgdorferi. Voor paarden is de Dermacentor reticulatus echter een serieuzere bedreiging. Deze teek kan anaplasmose en piroplasmose overbrengen. Anaplasmose kan aspecifieke verschijnselen zoals koorts, lusteloosheid en vochtophoping in de achterbenen geven. Piroplasmose geeft acute verschijnselen variërend van hoge koorts, ernstige bloedarmoede en geelzucht tot bloed in de urine. Voorheen was het enkel mogelijk om bloed of urine van paarden in te sturen voor onderzoek op teekgebonden ziektes. Vanaf nu kunnen teken zelf worden opgestuurd als materiaalsoort ‘overig’. Zo is het mogelijk te bepalen of een teek überhaupt deze ziekteverwekkers bij zich had en dus kon overdragen. Voor het insturen van teken bieden we de volgende producten aan: het PCR-pakket teekgebonden ziektes en de losse PCR-bepaling op Borrelia burgdorferi. Haal hiervoor de teek van het paard en stuur deze in een goed afgesloten verpakking (potje, buisje, sealbag) naar GD.
Webinar: vitamine E Vitamine E is belangrijk om koeien gezond te houden. Het helpt om het lichaam te beschermen tegen oxidatieve stress. Dit is vooral belangrijk in de kritische periode rondom afkalven. Het is daarom goed om vitamine E weer eens onder de aandacht te brengen. Op 17 juni van 16.00 tot 17.00 uur houden GD en Schothorst Feed Research een gezamenlijk webinar voor rundveedierenartsen en voeradviseurs. Ant Koopmans (onderzoeker bij SFR), Sanne Carp-van Dijken (GD-dierenarts) en Saskia van der Drift (GD-onderzoeker) zullen ieder vanuit een andere invalshoek ingaan op vitamine E. Meer informatie en aanmelden: www.gddiergezondheid.nl/webinarvitamineE.
Aanpassing uitslag pakket spoorelementen De uitslag van het bloedonderzoek pakket spoorelementen is aangepast. Het geeft inzicht in de actuele opname van selenium, jodium, zink en koper. Als er afwijkingen worden aangetoond, geeft de uitslag per spoorelement meer inzicht in de rol van het betreffende spoorelement bij diergezondheidsproblemen. Daarnaast geeft de uitslag gerichte adviezen die u samen met de veehouder (en voeradviseur) kunt gebruiken in het management en de rantsoenberekening.
Enquête jonge dieren in de melkgeitenhouderij Uit een inventarisatie van het Platform Melkgeitenhouderij blijkt dat geitenhouders het onderdeel ‘Zorg voor jonge dieren’ uit het concept-verduurzamingsplan als meest belangrijk beoordelen. Een aantal specifieke aandoeningen tijdens de opfok zijn door de sector uitgelicht om verder te onderzoeken. Om meer inzicht te krijgen in het voorkomen van deze aandoeningen tijdens de opfok van lammeren op geitenbedrijven wordt een enquête rondgestuurd naar dierenartsen. Wij vragen u om deze enquête in te vullen en hiermee bij te dragen aan het inzichtelijk krijgen van het voorkomen van deze specifieke aandoeningen tijdens de opfok van lammeren op geitenbedrijven.
Jaarverslag monitoring 2020 In mei valt bij dierenartsenpraktijken het jaarverslag monitoring op de mat. Via het jaarverslag monitoring geven wij u graag terug wat we aan trends en bijzonderheden op het gebied van diergezondheid hebben gesignaleerd. Met een tijdlijn bespreken we per diersoort kort opvallende ontwikkelingen van het afgelopen jaar. Daarnaast gaan we via interviews in gesprek met de mensen achter de monitoring, zoals dierenartsen en veehouders, over casussen van het afgelopen jaar.