Skip to main content

Veterinair maart 2026

Page 1


Veterinair

Immuunsuppressie bij vleeskuikens door reassortant IBDV-stam

Een reassortant infectious bursal disease virus (IBDV)-stam van het genotype A3B1 is sinds 2016 dominant aanwezig in Noordwest-Europa. Deze stam combineert segment A van een zeer virulente IBDV-stam met segment B van een klassiek, verzwakt vaccinvirus. Eerder onderzoek liet zien dat A3B1 leidt tot ernstige en persisterende schade aan de bursa van Fabricius, maar de consequenties voor de immuunrespons waren onvoldoende duidelijk.

In een gecontroleerd praktijkonderzoek met SPF-vleeskuikens werd het immunosuppressieve effect van A3B1 onderzocht. De opbouw van antistoffen na Newcastle disease (ND)-vaccinatie met de LaSota ND-vaccinstam werd geëvalueerd en gecombineerd met een challengemodel. Kuikens die op 7 dagen leeftijd met A3B1 werden geïnfecteerd, vertoonden een significant verlaagde bursa to body weight ratio, passend bij ernstige atrofie van de bursa. Daarnaast werd bij ND-gevaccineerde dieren een duidelijke vermindering in de opbouw van ND-antistoffen vastgesteld vergeleken met niet-A3B1-geïnfecteerde controles (zie figuur). NIEUWSBRIEF

p = 0,0001

Verminderde opbouw van ND-antistoffen ten gevolge van A3B1 (Bron: Royal GD). Note. ND-HAR-titers in bloedmonsters verzameld 14 dagen na mock- of LaSota ND-vaccinatie op dag 14, met en zonder voorafgaande A3B1-challenge. Een deel van de kuikens zijn op dag 22 ook nog gechallenged met OR. Elk datapunt vertegenwoordigt een individueel dier; de horizontale lijnen geven de groepsmedianen weer.

Deze verminderde humorale respons vertaalde zich in een lagere overleving na challenge met een virulente ND-stam en een significant verhoogde gevoeligheid voor een secundaire Ornithobacterium rhinotracheale (OR)-infectie. De resultaten benadrukken dat A3B1-infecties op jonge leeftijd leiden tot klinisch relevante immuunsuppressie, met directe consequenties voor de effectiviteit van vaccinaties.

Willem Dekkers MSc , dierenarts

De Veekijker: voor alle veterinaire vragen

Voor veterinaire vragen is de Veekijker rechtstreeks te bereiken op 088 20 25 555. Via een keuzemenu kiest u de diersoort waar u informatie over wilt hebben.

Voor de verschillende dier soorten gelden andere openingstijden:

Rund 08.30 – 17.00 uur

Rund uiergezondheid 15.00 – 17.00 uur

Kleine Herkauwers 15.00 – 17.00 uur

Varken 08.30 – 17.00 uur

Pluimvee 08.30 – 17.00 uur

Helpdesk Paard (alleen voor infectieuze aan doeningen) 15.00 – 17.00 uur

A3B1 LaSota OR
A3B1 LaSota Mock Mock Mock Mock

dr. Menno Holzhauer,

Afscheid van GD

Na ruim 27 jaar bij GD, neem ik afscheid vanwege mijn pensionering. In mijn beginjaren gingen we ervan uit dat bevangenheid en pensacidose de belangrijkste oorzaken waren van zoolbloedingen, die vooral tijdens het koppelbekappen werden gezien. Een zoolzweer werd meestal toegeschreven aan een steentje of andere oneffenheid waar een koe op had getrapt.

Anno 2026 is het aantal koeien met klauwproblemen ongeveer gelijk aan dat van 1999, maar de aandoeningen zijn veranderd en kregen andere namen. Denk aan digitale dermatitis (voorheen de ziekte van Mortellaro) en claw horn disruption (voorheen zoolbloeding, -zweer en wittelijnaandoening).

De kennis over oorzaken, aanpak en preventie van klauwgezondheid is gelukkig sterk toegenomen. Klauwverzorgers kunnen dankzij kunstmatige intelligentie hun data beter vastleggen en veehouders gericht adviseren over de juiste strategie, zoals koppel- of strategisch bekappen. Ook moeten we ons afvragen of onze huidige manier van bekappen nog past bij de moderne koe. In andere landen wordt anders bekapt, terwijl we in Nederland nog exact zo werken als vijftig jaar geleden (Toussaint Raven, 1975).

Tevens blijkt het behoud van een goede lichaamsconditie na het afkalven van groter belang dan eerst gedacht en is snelle behandeling van kreupelheid, voorkomen van overbezetting en gerichte selectie blijven essentieel. Er is nog werk te doen, maar zeker ook licht aan het einde van de tunnel.

Veel dank voor het vertrouwen en onze prettige samenwerking.

Uitvoering Nationaal PRRS-plan

De Nederlandse varkenshouderij heeft de ambitie om vrij te worden van PRRSv. Daartoe worden veehouders opgeroepen om zelf, samen met hun adviseurs, aan de slag te gaan met een bedrijfsspecifieke aanpak voor PRRS. Vanuit Holland Varken worden varkenshouders daartoe verplicht om deel te nemen aan de PRRS-monitoring, waarmee de PRRS-situatie op het bedrijf in kaart kan worden gebracht.

Uit het voorlopertraject en een rondgang langs stakeholders bleek dat het belangrijk is om monitoringsuitslagen automatisch te laten verwerken en real-time inzicht te krijgen in de status en de monsterbehoefte voor de lopende periode. De verwachting is dat dit in de loop van 2026 gerealiseerd zal worden. Voor vleesvarkenshouders wordt het eerder mogelijk om monsters voor serologisch onderzoek te laten nemen aan de slachtlijn. Hiervoor ontvangen vleesvarkenshouders die aan Nederlandse slachterijen leveren binnenkort informatie. Voor zeugenbedrijven is monstername bij gespeende (of zuigende biggen) nodig, afhankelijk van de bedrijfssituatie.

GD ondersteunt CoViVa bij de uitvoering van het Nationaal PRRS-plan. De echte aanpak van PRRS gaat op het varkensbedrijf plaatsvinden. De monitoring is hierbij een hulpmiddel en geen doel. Belangrijker is het om met de uitslagen aan de gang te gaan om PRRSvcirculatie op het bedrijf terug te dringen. De PRRS-situatie op een bedrijf brengt u in kaart met een gedegen plan en analyse. De diagnostiek en de dierenartsen van GD kunnen daarbij helpen. Samen werken we aan een betere diergezondheid.

dr. Tijs Tobias , Europees specialist varkensgezondheidszorg

Nieuw: PCR-Pakket voor diagnostiek

van levervirussen bij paarden

Bij paarden worden regelmatig verhoogde leverwaarden gevonden in bloedonderzoek. Dit is een indicatie voor (in ernst variërende) hepatitis die door verschillende oorzaken in gang kan zijn gezet. Vooral als een paard klinische symptomen vertoont of als meerdere paarden op een bedrijf verhoogde leverwaardes laten zien, is het nuttig om aanvullende diagnostiek uit te voeren.

Het Pakket Levervirussen biedt gevoelig en specifiek onderzoek naar de twee virussen waarvan bewezen is dat ze (sub)klinische hepatitis bij paarden kunnen veroorzaken: Equine parvovirus-hepatitis (EqPV-H) en Equine hepacivirus (EqHV). Het pakket is aan te vragen op serummonsters van paarden.

Equine parvovirus-hepatitis

Dit virus wordt geassocieerd met verschillende gradaties van hepatitis, variërend van subklinische gevallen (waarbij verhoogde leverwaarden de belangrijkste aanwijzing zijn dat sprake is van levercelschade) tot ernstige hepatitis met klachten zoals anorexie/gewichtsverlies, sloomheid, verminderd presteren, icterus en koliek. Een klein deel van de geïnfecteerde paarden ontwikkelt na infectie de ziekte van Theiler, ook wel bekend als equine serum hepatitis. Dit is een ernstige uitingsvorm gekarakteriseerd door acute, ernstige hepatitis die vaak fataal afloopt.

Equine hepacivirus

In de meeste gevallen verloopt een EqHV-infectie subklinisch. Deze gevallen kunnen aan het licht komen door bloedonderzoek waarbij verhogingen van de concentratie van leverenzymen zoals GGT, AST en GLDH worden gevonden. Sommige paarden ontwikkelen een zelflimiterende hepatitis die gepaard kan gaan met aspecifieke symptomen zoals sloomheid, verminderd presteren of milde anorexie. Sporadisch zorgt een EqHV-infectie voor een ernstige chronische hepatitis. In deze gevallen kunnen paarden aanhoudende verhogingen van leverenzymen, gewichtsverlies, slechte prestaties en histopathologisch leverfibrose of galweghyperplasie vertonen.

Het Pakket Levervirussen is digitaal aan te vragen via VeeOnline of via het inzendformulier ‘PCR’s paard’.

Belang van behoud brucellose-vrijstatus

Nederland is sinds 1999 vrij van runderbrucellose, een zoönose die bij drachtige runderen abortus veroorzaakt. De bacterie wordt uitgescheiden via melk, urine, sperma en vrucht(vliezen), waardoor besmetting tussen dieren en mensen kan optreden.

Om de vrijstatus te bewaken, geldt de landelijke maatregel dat verwerpers, tussen 100 en 260 dagen dracht, binnen zeven dagen na afkalven moeten worden onderzocht door middel van bloedonderzoek. De kosten van de visite, het bloedtappen en het brucellose-onderzoek worden volledig vergoed vanuit het Diergezondheidsfonds. De dierenartsvergoeding per monster voor visite en monstername is vanaf 1 januari 2026 83,77 euro en vanaf 1 juli 88,80 euro.

Acute seleniumvergiftiging bij schapen

Bij recent pathologisch onderzoek zijn enkele gevallen van acute seleniumvergiftiging bij schapen gediagnosticeerd. Selenium kent een smalle veiligheidsmarge, waardoor acute seleniumvergiftiging kan optreden bij onbewuste oversupplementatie, meestal door toediening van injectiepreparaten. Het klinische verloop bij acute seleniumvergiftiging is vaak snel en kan dodelijk zijn, de eerste symptomen kunnen soms al binnen een dag ontstaan. De dieren worden benauwd en stoppen met eten, dit kan gepaard gaan met tachycardie, speekselen, diarree, koorts en spasmen.

Acute seleniumvergiftiging veroorzaakt hartfalen. Bij pathologisch onderzoek geeft dit een beeld van een acute circulatiestoornis, met stuwingsverschijnselen zoals longoedeem en hyperemie, milde hydrothorax en ascites, en leverstuwing. Ook kunnen bloedingen aanwezig zijn. Diezelfde verschijnselen kunnen ook optreden in het kader van enterotoxemie of blauwtong, diagnoses waar in veel gevallen eerder aan wordt gedacht dan een seleniumvergiftiging. Bij microscopisch onderzoek kunnen de afwijkingen in acute vergiftigingen subtiel zijn of ontbreken. Weefsels hebben vaak een aantal uren nodig om beschadigingen morfologisch te manifesteren, soms worden de laesies ingehaald door sterfte als gevolg van een peracuut functieverlies, denk aan hartfalen. In dieren die niet peracuut zijn gestorven aan een seleniumvergiftiging, kunnen we bij histologisch onderzoek hartspierdegeneratie zien, en soms ook skeletspierdegeneratie (vooral in het middenrif). Dit gaat gepaard met stuwingsverschijnselen en soms ook ischemische degeneratie in de lever en nieren. Hartspierdegeneratie is niet specifiek voor seleniumintoxicatie, maar kan ook het gevolg zijn van trombose/DIS, enterotoxemie, blauwtong, vitamine E- of seleniumtekort, of andere intoxicaties zoals met oleander of ionoforen (monensin).

Omdat de laesies niet specifiek zijn, kan het lastig zijn om bij pathologisch onderzoek een acute seleniumvergiftiging te herkennen. Zonder aanvullend mineralenonderzoek op leverweefsel kan de diagnose eigenlijk niet worden gesteld. Op basis van een volledige anamnese, inclusief vermelding van behandelingen en toegediende supplementen, kan de patholoog een acute seleniumvergiftiging sneller bevestigen.

drs. Liesbeth Harkema , Europees specialist veterinaire pathologie

IN ONZE PODCAST GEEFT TOXICOLOOG DEON VAN DER MERWE MEER UITLEG OVER SELENIUMVERGIFTIGING

Krachten bundelen voor betere

klauwgezondheid

Klauwgezondheid speelt een cruciale rol in de productiviteit en duurzaamheid van melkveebedrijven. GD en GEA Farm Technologies werken samen om de klauwgezondheid verder te verbeteren. Hiervoor is CattleEye ontwikkeld, een innovatief camerasysteem dat verminderde mobiliteit bij melkvee vroegtijdig detecteert. Belangrijk voor de diergezondheid en het dierenwelzijn.

CattleEye maakt gebruik van een camerasysteem dat de bewegingen van koeien automatisch registreert en analyseert. De AI-gestuurde software vertaalt bewegingspatronen naar een mobiliteitsscore van 0 (goede mobiliteit) tot 3 (ernstig verminderde mobiliteit), volgens het RoMS-scoresysteem. Hierdoor krijgen veehouders dagelijks inzicht in de mobiliteit van hun dieren en kunnen zij vroegtijdig ingrijpen bij signalen van klauwproblemen, nog voordat deze verergeren.

Het systeem is beschikbaar via GD. Geïnteresseerden kunnen zich aanmelden voor een intakebezoek, waarin wordt beoordeeld of het bedrijf geschikt is en daarna worden de vervolgstappen besproken.

Ellen ter Wijlen-Wilpshaar, marktmanager

MEER WETEN? VRAAG UW GD-RELATIEBEHEERDER OF SCAN DE QR-CODE VOOR MEER INFORMATIE

Nieuws en mededelingen

Blijf op de hoogte via de GD-podcast voor dierenartsen

Bedrijven en individuele dieren de beste begeleiding en diergeneeskundige zorg bieden, daar draait het om in een dierenartspraktijk. In de serie ‘Trends uit de monitoring’ delen we opvallende zaken uit de diergezondheidsmonitoring in Nederland met u. Verschillende onderwerpen komen aan bod: van het effect van de blauwtongepidemie op de rundergezondheid tot coccidiose bij runderen en kleine herkauwers. U vindt de podcasts op Spotify.

Afwijkende dienstregeling ophaaldiensten

Dierenartsen kunnen gebruikmaken van onze ophaaldiensten om monsters of dode dieren op te halen en af te leveren bij GD voor nader onderzoek. Tijdens feestdagen geldt een aangepast schema. De ophaaldienst voor monstermateriaal rijdt niet op:

• Tweede paasdag: maandag 6 april

• Koningsdag: maandag 27 april

• Hemelvaartsdag: donderdag 14 mei

• Tweede Pinksterdag: maandag 25 mei

U kunt monsters voor de eerstvolgende werkdag in het webportaal of via de app aanmelden en tot 18.00 uur wijzigingen doorgeven. PS Nachtdistributie haalt de monsters de eerstvolgende nacht waarin wordt gereden weer op. De ophaaldienst voor sectiemateriaal rijdt op deze dagen ook niet. Indien gewenst kunnen tegen het vaste spoedtarief dieren worden opgehaald om gekoeld te bewaren tot de eerstvolgende werkdag.

Verkorte intake salmonella: een kans voor uw rundveeklanten

Voor veel rundveebedrijven is een salmonellastatus onverdacht sneller haalbaar dan verwacht, soms direct via een ‘verkorte intake’. Dit is mogelijk wanneer:

• bij alle monsters in de afgelopen 14 maanden (en in de laatste drie tankmelkrondes) geen salmonella(antilichamen) aangetoond werd(en);

• geen dieren van bedrijven zonder onverdachtstatus zijn aangevoerd, ofwel ze zijn onderzocht.

U ondersteunt veehouders door tankmelk- en bedrijfsuitslagen, aanvoer binnen of buiten de veterinaire eenheid, en deelname aan het Salmonella Programma Onverdacht te bespreken. Met een GD-salmonellastatus onverdacht kunnen bedrijven profiteren van extra handelsgaranties en monitoringsvoordelen.

Inschrijven van monstermateriaal voor

PCR-Pakket Abortus

Veterinair is een uitgave van Royal GD

Redactie: Marian Aalberts, Tara de Haan, Daphne de Leeuw, Mirthe de Wit, Sjoerd Klarenbeek, Margreet Pasman, Annemieke Medema

Eindredactie: Jessica Fiks

Vormgeving: Dock35 Media

Druk: Senefelder Misset Doetinchem B.V.

Uitgever: GD

Overname van artikelen is toegestaan na schriftelijke toestemming van GD.

ISSN 1388-4042

Postbus 9, 7400 AA Deventer T. 088 20 25 500 www.gddiergezondheid.nl info@gddiergezondheid.nl

Alle genoemde tarieven zijn exclusief btw en basiskosten.

Voor het abortuspakket van paard stuurt u zowel een longaspiratiebiopt als een stukje placentaweefsel naar GD. De combinatie van deze twee monsters is belangrijk, omdat dit de meest betrouwbare uitslag geeft voor de bepalingen in het pakket. Het biopt en het placentaweefsel worden in het lab van GD samengevoegd tot één mengmonster, waar vervolgens de tien PCR-bepalingen uit het pakket op worden uitgevoerd.

In VeeOnline is het niet mogelijk om een mengmonster te selecteren als materiaalsoort. De combinatie van het longaspiratiebiopt en het placentaweefsel worden daarom als één monster onder materiaalsoort ‘weefsel’ ingeschreven. Dit wordt door middel van een pop-up in VeeOnline toegelicht. Schrijf dus niet beide monsters apart in. Op de uitslag komt ook enkel ‘weefsel’ te staan. Het biopt is echter wel meegenomen in de bepalingen als u deze ook heeft meegestuurd. Ook wanneer u de twee monsters met een inzendformulier naar GD stuurt, worden ze bij onze inschrijfbalie als één monster onder de noemer ‘weefsel’ ingeschreven en komt dit als zodanig terug op de uitslag.

Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook