VOOROP IN DIERGEZONDHEID NIEUWSBRIEF VOOR PRACTICI • JAARGANG 26 • NUMMER 2 • FEBRUARI 2020
Veterinair IBR-onderzoek bij geïmporteerde runderen
Wist u dat?
Elk naar Nederland geïmporteerd rund wordt standaard na de I&R-melding, bij aanvoer op een bedrijf dat deelneemt aan een IBR-programma, aangestuurd voor bloedonderzoek op IBRgE-antistoffen. Dit geldt niet voor bedrijven die deelnemen aan IBR-vrij (route vaccinatie).
De chauffeurs van onze GD Ophaaldienst voor sectiemateriaal een strikt biosecurity-protocol volgen? Onze vijf vrachtwagens zijn uitgerust met een reinigings- en ontsmettingssysteem. De wielen worden na elk vertrek van een bedrijf gedesinfecteerd om het risico tot verspreiding te minimaliseren. Daarnaast zijn de vrachtwagens voorzien van een ‘schone’ en ‘vuile’ ruimte.
Importrunderen uit landen met EU-status artikel-9 en uit landen zonder status moeten altijd worden onderzocht. Wanneer runderen afkomstig zijn uit een land met EU-status artikel-10 (Denemarken, Duitsland, Finland, Italië (alleen regio Valle d’Aosta en autonome provincie Bolzano), Jersey (VK), Noorwegen, Oostenrijk, Zweden en Zwitserland) kan een veehouder voor deze runderen vrijstelling van bloedonderzoek aanvragen als uit een importdocument blijkt dat de runderen rechtstreeks uit dat land zijn aangevoerd. GD verwerkt dan tegen betaling (10,45 euro per aanvraag plus 1,10 euro per rund) handmatig het importdocument. Wanneer wel bloedonderzoek wordt uitgevoerd, dan geldt voor certificering het daarbij behaalde resultaat. Let op: vaak moet van deze runderen voor andere certificeringsprogramma’s wel bloed worden getapt. Wanneer u digitaal inschrijft en daarbij in VeeOnline ‘alle openstaande onderzoeken toevoegen’ aanvinkt, let er dan op dat u IBR vervolgens uitvinkt of selecteer vooraf alleen de gewenste onderzoeken. Dit voorkomt onnodige kosten voor de veehouder. drs. Frederik Waldeck, dierenarts rundvee
Circovirus; verschillende types en diagnostiek
De chauffeur trekt voor het inladen van het dier een wergwerpoverall en laarzen aan uit de ‘schone’ ruimte. Voor vertrek van het bedrijf wordt de overall in de vuile ruimte weggegooid en worden de laarzen gedesinfecteerd. Bij het lossen bij GD worden eerst de gebruikte overalls verwijderd en vervolgens de vuile ruimte gereinigd. Ga voor meer informatie over de ophaaldienst naar: www.gddiergezondheid.nl/ ophaaldienst.
Porcine circovirus (PCV) is een klein, enkelstrengs DNA-virus zonder envelop. Er worden verschillende types onderscheiden, waarvan PCV2 het meest bekende type is. Klinische problemen veroorzaakt door PCV2 kunnen worden ingedeeld in drie categorieën: systemische ziekte (onder andere slijters), vruchtbaarheidsproblemen (onder andere doodgeboorte en mummies) en porcine dermatitis en nefropathie syndroom (PDNS, onder andere huidlaesies). De afgelopen jaren zijn verschillende wetenschappelijke artikelen gepubliceerd waarin ook andere PCV-types worden gerelateerd aan klinische problemen. Zo werd PCV3 in 2016 voor het eerst beschreven en is PCV4 in 2019 in China geïdentificeerd. De pathogenese en klinische relevantie van deze 'nieuwe' types zijn nog niet volledig opgehelderd. Wel is duidelijk dat PCV3 in verschillende landen in Europa (inclusief Nederland), Amerika en Azië voorkomt en ook in wilde zwijnen is aangetoond. Om de diagnose 'circovirus-infectie' te stellen, moeten niet alleen de klinische verschijnselen en het sectiebeeld (macroscopisch en histologisch) passend zijn, maar moet ook een hoge virusload worden aangetoond. PCR-onderzoek van verschillende monstermaterialen (weefsel, speeksel, serum, faeces, eswab) kan uitsluitsel geven over het aantal PCV2-viruskopieën per gram materiaal. Ook kan de aanwezigheid van PCV3 worden vastgesteld, en kan, in overleg met Veekijker Varken, typering van het gevonden PCV2-virus worden uitgevoerd.
Vragen? Neem contact op! Voor veterinaire vragen kunt u de Veekijker rechtstreeks bellen op 0900 - 7100 000. Via het keuzemenu kiest u de diersoort waar u informatie over wilt hebben. Voor de verschillende diersoorten gelden andere openingstijden: Rund: 08.30 – 12.00 uur en 12.45 – 17.00 uur Rund UGA: 15.00 – 17.00 uur Kleine Herkauwers: 15.00 – 17.00 uur Varken: 08.30 – 12.00 uur en 12.45 – 17.00 uur Pluimvee: 08.30 – 17.00 uur, spoedgevallen 24/7 Paard (Helpdesk): alleen voor infecti euze aandoeningen: 15.00 – 17.00 uur
dr. Linda Peeters, dierenarts varken Veterinair, februari 2020 -
1
Erhard van der Vries moleculair viroloog
Een mens, een dier
Wist u dat minimaal 75 procent van de ziekteverwekkers bij mensen zijn oorsprong heeft in dieren? Het coronavirus uit China is een zeer actueel voorbeeld. Dit slangenvirus heeft zich van zijn meest (s)listige kant laten zien en op de dierenmarkt in Wuhan de sprong gewaagd naar mensen. Ook het vogelgriepvirus staat als notoir ‘zoönotisch’ te boek. Dit virus kiest met regelmaat een gastheer zonder veren uit, waarbij het geen onderscheid maakt tussen een twee- of viervoeter. Voor een moleculair viroloog is de mens daarom gewoon een zoogdier! Zelf ben ik per 1 oktober door de gastheerbarrière gesprongen. Deed ik voorheen onderzoek naar humane griepvirussen in en rondom het ziekenhuis, nu krijg ik de kans om binnen GD de onderzoeksafdeling te ondersteunen op veterinair virologisch vlak. Ik had geen uitdagender moment kunnen kiezen trouwens, want u hoeft Greta Thunberg niet te zijn om te voorspellen dat deze jaren 20 bol zullen staan van energietransities, klimaatveranderingen en biodiversiteitspolitiek. Roerige tijden dus voor de gehele veehouderij, inclusief GD. Ik ben er echter heilig van overtuigd dat dit juist het moment is om nieuwe paden in te slaan. Door gebruik te gaan maken van circulaire landbouwtechnieken bijvoorbeeld, of door een samenwerking met de humane gezondheidszorg aan te gaan. De traditionele verzuiling van mens- en diergezondheidszorg staat zo’n kruisbestuiving nu vaak nog in de weg. Ik wil me als ‘zoönotisch’ viroloog daarom inzetten voor het ‘One-Health’-principe en zo mijn steentje bijdragen aan (zoog) diergezondheid!
Reovirus-genotypering, een overzicht Sinds 2015 worden de reovirussen die GD aantoont regelmatig getypeerd. Reovirusgenotypen worden ingedeeld in een vijf genogroepen. Het valt op dat er veel variatie is in de stammen die elk jaar worden gevonden. Desondanks zijn er wel hoofdgroepen aan te wijzen. In 2015 behoorden de meeste isolaten tot genotype 1, waarbij er sprake was van een sterke overeenkomst met stammen die in Frankrijk zijn gevonden. In 2016, 2017 en 2018 werd met name genotype 5 aangetroffen. In 2019 werd genotype 5 niet gevonden en werden met name andere genotypen gedetecteerd, namelijk genotype 2 en 4. Binnen de genotypen waren er meerdere typeringen waarvan het virus geheel overeenkwam. Uit navraag blijkt dat de dieren afkomstig waren van verschillende moederdierenkoppels. In deze gevallen was er dus sprake van horizontale spreiding van het virus. Zie het Veekijkernieuws van januari 2020 voor het overzicht van de gevonden genotypen. drs. Christiaan ter Veen, dierenarts pluimvee
Meet kwaliteit en smakelijkheid van water voor koeien in de drinkbak De kwaliteit en smakelijkheid van veedrinkwater zijn, naast de beschikbaarheid en toegankelijkheid, van belang voor de optimalisering van productie en diergezondheid. Hoe kan de kwaliteit en smakelijkheid van drinkwater worden gegarandeerd? De oorsprong van drinkwater is van belang. Nederlands leidingwater kan meestal worden beschouwd als van goede kwaliteit. Bronwater dat is goedgekeurd voor KKM voldoet aan strenge eisen, omdat het in contact komt met melk dat is bestemd voor de consument. Dit wil niet per definitie zeggen dat het bronwater op de drinkplek voldoet aan de eisen van smakelijk en gezond drinkwater. In het watersysteem, de leiding en op de drinkplek kan de waterkwaliteit veranderen. Verontreiniging van water in de drinkbak Uit een vergelijking van de bron- en Drinkbakcheckresultaten van melkveebedrijven blijkt dat de bacteriologische verontreiniging en het ammoniumgehalte van het water op de gemiddelde drinkplek significant hoger is dan bij de gemiddelde bron. Dit is begrijpelijk, want de belangrijkste bron van micro-organismen bij de drinkplek is contact met de neus, mond en voedsel door de koe zelf. Een hoog kiemgetal is niet direct schadelijk, maar de kans dat schadelijke micro-organismen aanwezig zijn is verhoogd. In combinatie met biofilm kan het zorgen voor een verminderde smakelijkheid van water. Een te hoog ammoniumgehalte in water is niet direct nadelig voor de diergezondheid, maar het kost de koe energie om ammonium (via de lever) onschadelijk te maken. Daarnaast kan ammonium ook nitrietvorming veroorzaken in het leidingsysteem, de werking van mangaanfilters verminderen en smakelijkheid verminderen. Waterkwaliteit op de drinkplek zelf Hoewel de gemiddelde waarden van andere waterkwaliteit-parameters niet statistisch verschillend zijn bij de bron- en Drinkbakcheckresultaten, kunnen de waarden bij individuele bedrijven toch verschillen. Om te weten of het water geschikt en smakelijk is voor rundvee, is het goed de kwaliteit te testen op de plek waar het dier drinkt. Dit kan met de Drinkbakcheck. Kijk voor meer informatie op: www.gddiergezondheid.nl/rundveedrinkwater dr. Deon van der Merwe, toxicoloog en drs. Sanne Carp-van Dijken, dierenarts rundvee
2
Actinomyces hyovaginalis-infecties bij varkens
Diagnostiek rond de aflamperiode
Een enkele keer blijkt uit pathologisch onderzoek bij GD dat de bacteriële verwekker van ontstekingsprocessen of verwerpen Actinomyces hyovaginalis is. Actinomyces spp. zijn facultatief anaeroob, grampositief, pleomorf, niet zuurvast, niet sporevormend, niet beweeglijk en traag groeiend.
Van oudsher is de aflamperiode de tijd van het jaar dat u vaak bij bedrijven met kleine herkauwers komt. Wanneer de houder wordt geconfronteerd met een bedrijfsprobleem is het belangrijk om de diagnose te stellen, zodat een gerichte behandeling kan worden ingezet. Bij kleine herkauwers is pathologisch onderzoek, zeker in geval van plotselinge sterfte en abortus, vaak noodzakelijk om de diagnose te stellen.
A. hyovaginalis is voor het eerst beschreven in 1991 en aangetroffen in purulente vaginale uitvloeiing van een zeug en in geaborteerde vruchten. In de literatuur onderscheidt men twee biovars, types II en III. Type II komt vrij algemeen voor bij varkens als onderdeel van de vaginale flora en is een sporadische oorzaak van abortus. Type III wordt, waarschijnlijk als commensaal, aangetroffen in tonsillen van biggen en is sporadisch geassocieerd als opportunistische pathogeen in purulente abcessen, vooral in de longen van slachtvarkens. De laesies die zijn aangetroffen bij verworpen biggen zijn een subacute necrotiserende placentitis en dito bronchopneumonie. In slachtvarkens vond men necrotiserende processen in de long. Diagnostiek is niet eenvoudig. Als gevolg van de moeizame isolatie en identificatie, is wellicht sprake van onderrapportage. Anderzijds heeft kweken uit vaginale uitscheiding geen zin, aangezien de bacterie tot de normale vaginale flora behoort. dr. Theo Geudeke, dierenarts varken
Nieuwe ELISA voor Equine Coronavirus-antistoffen Vanaf nu kunt u bij het GD-laboratorium een ELISA voor Equine Coronavirus (ECoV) aanvragen. ECoV is bij veulens al langer bekend als mogelijke (co-)pathogeen. Sinds enkele jaren weten we dat ECoV ook ziekteverschijnselen kan veroorzaken bij volwassen paarden. Over het algemeen zijn de symptomen van ECoV bij volwassen paarden betrekkelijk aspecifiek. Met name worden genoemd: koorts, lusteloosheid, gebrek aan eetlust en bij globaal 10 tot 20 procent van de zieke paarden diarree of slappe mest en lichte koliekerigheid. Opvallend is dat de infectie vaak, mede door de korte incubatietijd en de besmettelijkheid, snel ‘door de stal heengaat’. Omdat in Nederland ook casussen worden gerapporteerd waarbij meerdere dieren soortgelijke symptomen vertonen, maar waarbij regelmatig geen oorzaak kan worden aangetoond, heeft GD in 2018 een ECoV real-time PCR opgezet en gevalideerd. In 2018 en 2019 werden al diverse fecesmonsters positief bevonden, de fecale uitscheiding van dit virus kan echter betrekkelijk kort zijn en daardoor worden gemist. Daarom is er in nauwe samenwerking tussen de faculteit Diergeneeskunde en GD nu een specifieke en gevoelige ELISA voor het aantonen van antistoffen tegen dit virus ontwikkeld en gevalideerd en ook al internationaal gepubliceerd.
In de afgelopen jaren waren Campylobacter spp., Chlamydia abortus, Toxoplasma gondii, Listeria spp., Yersinia pseudotuberculosis en Bacillus licheniformis de meest vastgestelde besmettelijke oorzaken van abortus. In een aantal gevallen werden aanwijzingen van een niet-besmettelijke oorzaak van de abortus gevonden zoals, trauma, mineralengebrek en een circulatiestoornis. Indien geen besmettelijke oorzaak wordt aangetoond, maar wel sprake is van een ontstekingsbeeld in de placenta of organen van de verworpen vrucht, is er waarschijnlijk wel sprake van een besmettelijke oorzaak. Dan is het raadzaam om een verworpen vrucht en nageboorte nogmaals aan te bieden voor pathologisch onderzoek. Veel van de besmettelijke oorzaken van abortus zijn zoönosen. Diagnostiek is belangrijk vanwege bedrijfseconomische afwegingen én de volksgezondheid.
Heeft u vragen, dan kunt u contact opnemen via 0900-1770 (optie 5, paard).
In winters met veel gras blijkt dat buiten lopende schapen vaak weinig krijgen bijgevoerd. Ten onrechte menen houders dat schapen dan geen bijvoeding nodig hebben. Melkziekte, slepende melkziekte en stijve overhouders zijn aandoeningen die jaarlijks in meer of mindere mate voorkomen. Het optreden van deze aandoeningen hangt in vrijwel alle gevallen samen met het rantsoen dat drachtige dieren gevoerd krijgen. Daarnaast is bijvoeding ook van belang voor de vitaliteit van lammeren en de biest- en melkproductie na het aflammen.
dr. Kees van Maanen, veterinair microbioloog en drs. Linda van den Wollenberg, dierenarts paard
dr. René van den Brom, dierenarts kleine herkauwers
Komt u in stallen problemen met bovengenoemde verschijnselen tegen en vermoedt u dat dit virus mogelijk een rol speelt? Dan heeft u nu dus de mogelijkheid om tevens – bij voorkeur gepaarde – serummonsters in te sturen voor het aantonen van antistoffen. Wij raden aan om van drie paarden faecesmonsters te nemen en gepoold te laten testen in de real-time PCR. Daarnaast raden wij u aan om van dezelfde paarden gepaarde serummonsters te nemen en – indien de PCR negatief is – deze monsters te laten onderzoeken op seroconversie of significante stijging van antistoffen tegen ECoV. Met deze combinatie van testen heeft u de beste diagnostiek voor het aantonen van ECoV-infecties in handen.
Veterinair, februari 2020 -
3
Nieuws en mededelingen Nieuwe EMS-diagnostiek GD heeft, naast het al beschikbare EMS-pakket, een nieuw pakket beschikbaar voor de diagnostiek van insulineresistentie/dysregulatie bij het paard. Vroegtijdig signaleren van EMS en diagnostiek van de daarbij behorende verstoorde insulinehuishouding is voor paarden van groot belang om complicaties zoals bijvoorbeeld hoefbevangenheid te voorkomen. Recent heeft de internationale Equine Endocrinology Group (EEG) een update gepubliceerd met aanbevelingen voor diagnostiek en management van EMS. Paarden met een duidelijk verhoogde insulinewaarde in de uitslag van het EMS-pakket, hebben met grote zekerheid insulinedysregulatie. Echter, als een paard klinisch (sterk) verdacht is van ID, maar de uitslag van het EMS-pakket is niet afwijkend, is het raadzaam het dier te testen met een ‘dynamische’ test. Daarvoor is nu het OST-pakket beschikbaar (11937; NaF + heparine en in de webshop de benodigde KARO light syrup VDGEB089). Dit OST-pakket bevat een enkelvoudige bepaling van insuline en glucose. De glucosebepaling in het pakket dient ter controle of het paard de suikeroplossing daadwerkelijk binnen heeft gekregen en opgenomen. Maak in februari gratis kennis met dit pakket: www.gddiergezondheid.nl/ems
Veterinair is een uitgave van Royal GD | Redactie Marian Aalberts, Carlijn ter Bogt, Linda van Duijn, Sylvia Greijdanus-van der Putten, Daphne de Leeuw, Rob Nijland, Theo Geudeke | Eindredactie Jessica Fiks | Vormgeving Dock35 Media B.V. | Druk Senefelder Misset Doetinchem B.V. | Uitgever GD | Verschijningsf requentie 12 keer per jaar | Overname van artikelen is toegestaan na schriftelijke toestemming van GD. ISSN 1388-4042 Postbus 9, 7400 AA Deventer T. 0900-1770, F. 0570-63 41 04 www.gddiergezondheid.nl info@gddiergezondheid.nl Alle genoemde tarieven zijn exclusief btw en basiskosten.
Geen herinnering meer voor het insturen bloedonderzoek Sinds 1 januari verloopt het bloedonderzoek op salmonella, Klassieke Varkenspest, SVD en de ziekte van Aujeszky volledig digitaal. Als de varkenshouder (nog) geen abonnement heeft gekozen, dan krijgt u vanuit GD geen herinnering meer voor het insturen van het bloedonderzoek. De varkenshouder en u hebben informatie ontvangen welke abonnementen er mogelijk zijn. Voordelen van een abonnement: • U kunt de monsters digitaal inschrijven en volgt zo het gehele proces tot de uitslagen via VeeOnline; • Andere onderzoeken, zoals PRRS of mycoplasma kunnen gemakkelijk worden toegevoegd; • Aan het begin van de periode krijgen u én de varkenshouder automatisch een bericht dat er bloedmonsters moeten worden genomen; • U én de varkenshouder ontvangen bericht wanneer een onderzoek niet is gelukt, zodat u niet in de problemen komt doordat er te weinig uitslagen bekend zijn. Vragen of wilt u meer informatie? Wij helpen graag via 0900 – 1770 (optie 2).
Combinatiepakket CL en CAE Vanaf dit jaar is het mogelijk om voor CL en CAE een combinatiepakket (11728) aan te vragen. Het voordeel is dat op deze manier de doorlooptijd van CL een stuk korter is: tien werkdagen in plaats van vijftien werkdagen. Daarnaast hoeft u maar één test te selecteren bij digitaal inschrijven (of één test aan te kruisen als u nog met papier werkt). Bij de steekproeven op de melkgeitenbedrijven, waarbij u meer CAE-monsters inschrijft dan CL, schrijft u de resterende monsters in voor alleen CAE-onderzoek.
PCR-testen en genotypering voor pluimvee uniform tarief In 2020 zijn de tarieven van PCRtesten voor pluimvee geüniformeerd. Dat betekent voor u dat alle PCRtesten 50 euro per test (individueel of gepoold) kosten. Een uitzondering zijn de testen in het kader van georganiseerd pluimveeonderzoek, deze tarieven zijn, afhankelijk van de test, vanaf 35 euro. Ook de PCRpakketten hebben een uniform tarief van 80 euro per pakket. Daarnaast is het voor de meeste PCR-testen mogelijk om bij een positief resultaat een genotypering uit te voeren voor 80 euro per typering.
Wormadviezen onderbouwen Het begin van het jaar is een goed moment om met uw veehouders te praten over het komende weideseizoen. Gebruik het tankmelkonderzoek worminfecties van vorig jaar om te beoordelen of de weerstandsopbouw bij het jongvee goed is verlopen. Is het bijvoorbeeld zinvol om te gaan vaccineren tegen longworm op dit bedrijf? En op welke momenten is het verstandig om tijdens het weideseizoen te controleren of behandeling nodig is? De wormsleutel kan u helpen uw adviezen te onderbouwen: www.gddiergezondheid.nl/wormsleutel
Veterinaire eenheid inzichtelijk in VeeOnline Wist u dat u op VeeOnline ook kunt zien of een veehouder onderdeel uitmaakt van een veterinaire eenheid? Op het homescherm van de veehouder staat dan onder ‘Mijn bedrijf’ bij ‘Overige UBN's in eenheid’ de andere UBN’s die onderdeel zijn van de veterinaire eenheid.
Keurmerk Zoönosen Vanaf nu vindt u op VeeOnline onder het kopje rapportages een pdf van de uitslag van het Keurmerk Zoönosen van uw klanten. Zo kunt u zien op welke onderdelen het betreffende bedrijf punten scoort en waar nog verbeteringen kunnen worden doorgevoerd.